CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a Bijlagenboek 1 bij toelichting

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststellen bestemmingsplan Stationskwartier Ravenstein - 202420.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De voor stikstof relevante bronnen voor de aanlegfase en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling worden hieronder toegelicht. Ook wordt de referentiesituatie beschreven.

3.1.

Uitgangspunten aanlegfase

De aanlegfase bestaat uit de realisatie van in totaal maximaal 395 grondgebonden woningen, waarvan 230 woningen in het deelgebied Bendelaar en 165 in het deelgebied Sportvelden. Van alle woningen betreft circa 40% nultredenwoningen. De totale aanlegfase zal circa 6 jaar duren, waarbij per jaar circa 65 woningen worden gerealiseerd. Het maatgevende jaar van de aanlegfase betreft het 6e jaar. In dit jaar worden de laatste 70 woningen gerealiseerd en vindt het gebruik van 325 woningen plaats.[2] De NOx- en NH3emissies zijn afkomstig van de inzet van mobiele werktuigen en (bouw-)verkeer.

3.1.1.

Mobiele werktuigen

Aangezien de ontwikkeling zich nog in de planfase bevindt en nog geen aannemer(s) bekend zijn, is nog niet bekend welke diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen in de aanlegfase ingezet zullen worden bij de bouw van de woningen. Daarmee is ook over dieselverbruik, bedrijfstijden, bouwjaar en vermogen van de werktuigen geen specifieke informatie beschikbaar. De hoeveelheid NOx- en NH3-emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden zijn bepaald gebruik makend van kentallen opgesteld door adviesbureaus TAUW en De Roever. De kentallen zijn gebaseerd op de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij een groot aantal woningbouwprojecten. Voor de omrekening van inzet van mobiele werktuigen naar emissies is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. Bijlage I geeft meer informatie over de gehanteerde kentallen en methodiek. Voor de bouw van woningen zijn de volgende kentallen beschikbaar: - 2,6 kg NOx en 0,11 kg NH3 per grondgebonden woning; - 1,7 kg NOx en 0,07 kg NH3 per appartement. Voor de realisatie van de nultredenwoningen is het kental voor de bouw van appartementen gehanteerd.

Enerzijds geeft dit een totale hoeveelheid emissie die vrijkomt bij de realisatie van het woningbouwplan in het Stationskwartier in Ravenstein van 2,6 kg * 65 * 0,6 + 1,7 kg * 65 * 0,4 = 145,6 kg NOx en 0,11 kg * 65 * 0,6 + 0,07 kg * 65 * 0,4 = 6,11 kg NH3 per jaar van aanlegfase. Anderzijds geeft dit een totale hoeveelheid emissie die vrijkomt bij de realisatie van het woningbouwplan in het Stationskwartier in Ravenstein van 2,6 kg * 70 * 0,6 + 1,7 kg * 70 * 0,4 = 156,8 kg NOx en 0,11 kg * 70 * 0,6 + 0,07 kg * 70 * 0,4 = 6,58 kg NH3 voor het maatgevende jaar van de aanlegfase. 2

Uitgaande van het realiseren van 65 woningen per jaar zijn er in de eerste 5 jaar 325 woningen gerealiseerd. In het laatste jaar van de aanlegfase zullen dan de resterende 395 – 325 = 70 woningen worden gerealiseerd en vindt het gebruik van 325 woningen plaats.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

8

De mobiele werktuigen zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de projectlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Anders’. Voor de uittreedhoogte en de spreiding zijn respectievelijk 2,5 en 1,3 meter ingevuld en voor de warmte-inhoud 0,035 MW. De temporele variatie is ‘standaard profiel industrie’. Dit zijn de waarden voor mobiele werktuigen voor de bouw en industrie[3].

3.1.2.

Bouwverkeer

Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Materieel wordt aan- en afgevoerd met vrachtwagens. Het aantal ritten van vrachtwagens en personenauto’s/bestelbusjes is een inschatting van adviesbureaus TAUW en De Roever op basis van informatie van vergelijkbare woningbouwprojecten. Tabel 1 geeft het aantal voertuigen en voertuigbewegingen voor gedurende de aanlegfase. Tabel 1. Aantal voertuigbewegingen gedurende de aanlegfase

Type voertuig

Totaal aantal ritten

Per te realiseren woning Personenauto’s en bestelbussen 65 Vrachtwagens 25 Per te realiseren appartement Personenauto’s en bestelbussen 55 Vrachtwagens 20 Per jaar van de aanlegfase Personenauto’s en bestelbussen 3.965 Vrachtwagens 1.495 Voor maatgevende jaar van de aanlegfase Personenauto’s en bestelbussen 4.270 Vrachtwagens 1.610

Totaal aantal voertuigbewegingen[4] 130 50 110 40 7.930 2.990 8.540 3.220

De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen met licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De vrachtwagenbewegingen zijn in AERIUS worst-case allemaal gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Er is uitgegaan van weg binnen de bebouwde kom. Het manoeuvreren van de vrachtwagens is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein van de planlocatie met 100% stagnatie. Verder is in dit onderzoek voor het licht verkeer uitgegaan van gemiddeld 2 koude starts per voertuig. Deze emissies zijn gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de planlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Verkeer’ en sector ‘Koude start: overig’. De vrachtwagens zullen niet langer dan twee uur stilstaan op de planlocatie waardoor voor deze voertuigen geen sprake is van een koude start.

3.2.

Uitgangspunten gebruiksfase

3

Zie Handboek ‘Werken met AERIUS Calculator 2024 – v1’ (bijlage 26: Bronkenmerken sectoren AERIUS Calculator).

4

Het aantal voertuigbewegingen is het aantal ritten maal twee; een voertuig rijdt heen en terug naar de locatie.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

9

In de beoogde situatie zijn de woningen in gebruik. De NOx- en NH3-emissies worden enkel veroorzaakt door verkeersbewegingen.

3.2.1.

Verkeer

Met betrekking tot het verkeer dat in de gebruiksfase kan worden toegerekend aan de woningen is uitgegaan van gegevens uit het verkeersonderzoek ‘Stationskwartier Ravenstein’ opgesteld door Megaborn op 29 september 2023, met kenmerk: GOs2302-R01 d2.0. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van het BBMA-model en is weergeven in tabel 2. Tabel 2. Verkeersgeneratie Stationskwartier in bewegingen per etmaal

De totale verkeersgeneratie van de nieuwbouwontwikkeling bedraagt dus 2.540 lichte voertuigbewegingen door auto’s per etmaal. Naast licht verkeer zal ook sprake zijn van vrachtverkeer. Bij de woningen hangt dit samen met bijvoorbeeld pakketbezorging en de ophaaldienst voor afval. CROW publicatie 381 (‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, 2018) geeft daarnaast 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning of appartement per gemiddeld etmaal. Dit geeft voor de gebruiksfase in totaal naar boven afgerond nog eens 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning of appartement * 395 woningen = 8 vrachtwagenbewegingen per etmaal. Ander verkeer zal niet gegenereerd worden door het onderliggende plan. De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen met licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Er is uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom. Het manoeuvreren van de vrachtwagens is wederom ondervangen door een extra rijlijn op het terrein van het plangebied met 100% stagnatie. Verder is in dit onderzoek voor het licht verkeer uitgegaan van gemiddeld 2 koude starts per voertuig. Deze emissies zijn gemodelleerd als vlakbron gelijk aan het plangebied. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Verkeer’ en sector ‘Koude start: overig’.

Het vrachtverkeer zal niet langer dan twee uur stilstaan binnen het plangebied waardoor voor deze voertuigen geen sprake is van een koude start.

3.2.2.

Stookinstallaties

De woningen worden gasloos uitgevoerd en opgeleverd zonder haard en rookgaskanaal. Er zal dus geen stikstofemissie uitgestoten worden als gevolg van het stoken van gasgestookte installaties.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

10

3.3.

Uitgangspunten referentiesituatie (o.b.v. de feitelijke situatie)

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied waar depositie plaatsvindt is ‘Rijntakken’ met een referentiedatum van 24 maart 2000. Het betreft hier echter een bestemmingsplanprocedure, daarom is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie. In de referentiesituatie is een gedeelte van het plangebied in gebruik als agrarisch gronden waar mestaanwending plaatsvindt, welke NH3-emissie veroorzaakt.

3.3.1.

Mestaanwending

Binnen het plangebied is tot op heden sprake van circa 9,15 ha[5] aan agrarische gronden, waarbij sprake is van mestaanwending, zie ook de bijgevoegde bodemrapporten in bijlage II. Verder blijkt uit afbeelding 4 dat het perceel ook al sinds de referentiedatum (24 maart 2000 voor het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’) als agrarische bestemming in gebruik is geweest. Vanaf de referentiedatum is er ook een continu gebruik van de agrarische gronden geweest waarbij bemestingsactiviteiten plaatsvonden, zie afbeeldingen 5-8.

Afbeelding 4. Luchtfoto uit 2006 en kaartverbeelding uit 2000 van het plangebied Bron: topotijdreis.nl

Afbeelding 5. Luchtfoto uit 2010 van het plangebied Bron: topotijdreis.nl 5

De oppervlaktes van Bendelaar 1 (4,28 ha), Bendelaar 2 (3,05 ha) en Bendelaar 3 (1,82 ha) opgeteld.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

11

Afbeelding 6. Luchtfoto uit 2014 van het plangebied Bron: topotijdreis.nl

Afbeelding 7. Luchtfoto uit 2018 van het plangebied Bron: topotijdreis.nl

Afbeelding 8. Luchtfoto uit 2022 van het plangebied Bron: topotijdreis.nl

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

12

Deze percelen zijn in eigen gebruik en kunnen worden gebruikt voor mestafvoer. Dit is vanaf 2015 doorgegeven aan RVO en hierdoor kunnen deze percelen dus worden meegenomen in de referentiesituatie. Aangezien deze percelen in eigen gebruik zijn, hoeft de toegediende mest niet gewogen en bemonsterd te worden en is voor het berekenen van de emissies aangesloten bij de gebruiksnormen uit de Nitraatrichtlijn. Ingevolge de Nitraatrichtlijn[6] mag aan landbouwgrond jaarlijks maximaal 170 kg N per hectare uit dierlijke mest worden toegediend door bedrijven die niet deelnemen aan de derogatieregeling. Dit is inclusief de mest van weidende dieren. Per gewas mag er een maximale hoeveelheid stikstof op landbouwgrond worden opgebracht. Dit is de stikstofgebruiksruimte. In bijlage A van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet[7] is dit per gewas aangegeven. De percelen Bendelaar 1, Bendelaar 2 en Bedelaar 3 betreffen grasland op (rivier)kleigrond dat wordt gemaaid[8]. Echter, in het verleden is op de percelen ook snijmaïs verbouwd[9]. Volgens bijlage A is voor het gewas ‘Grasland met volledig maaien’ de stikstofgebruiksnorm op kleigrond 385 kg N/ha/j en is voor het gewas ‘Maïs, bedrijven met derogatie’ de stikstofgebruiksnorm op kleigrond 160 kg N/ha/j. Worst-case is in dit onderzoek de laagste stikstofgebruiksnorm gehanteerd.

De volledige stikstofgebruiksnorm kan met dierlijke mest worden toegediend. De emissie van ammoniak uit mest blijkt uit het rapport ‘Ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest in 2011’ [10]. De totale hoeveelheid stikstof in mest bestaat voor een gedeelte uit ammoniakale stikstof (TAN). Het aandeel van TAN in de totale hoeveelheid stikstof hangt af van de soort mest, zie tabel 2.3a en 2.3b in het rapport. Door de aandelen per mestsoort te combineren met het totaal aantal dieren (afkomstig uit de landbouwtellingen) in tabel 2.1 wordt een gemiddeld aandeel van TAN in de totale hoeveelheid stikstof in mest van ongeveer 65% berekend. Niet alle TAN in de stikstof wordt bij mesttoediening van het land naar de lucht geëmitteerd. Uit tabel 2.19 van het rapport blijkt dat de emissiefactor bij mesttoediening met behulp van een zodenbemester de laagste emissiefactor heeft, namelijk 19% van het TAN. De emissiefactor van een zodenbemester is onlangs echter verlaagd van 19% naar 17% op basis van de studie van Goedhart et al. 2019, zo blijkt uit een brief van het ministerie van LNV[11]. Worst-case wordt uitgegaan van het gebruik van een zodenbemester (met deze lagere emissiefactor).

Uit het bovenstaande blijkt dat van de maximaal 160 kg per jaar toegediende stikstof, gemiddeld 65% bestaat uit ammoniakale stikstof en vervolgens 17% naar de lucht wordt geëmitteerd bij mesttoediening met behulp van een zodenbemester. De stikstofemissie bedraagt dan 17,68 kg N/ha/jaar. Met een omrekening van kg N naar kg NH3 is de 6

Vierde Nederlandse Actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn (2010-2013); https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/Vierde-NederlandseActieprogramma-Nitraatrichtlijn-2010-2013.pdf. 7 8 9

https://wetten.overheid.nl/BWBR0018989/2023-01-01#BijlageA. https://ez.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=61d2e75688b24ec2bd102b2f8d7f7fc2. https://apps.arcgisonline.nl/gewaspercelen/.

10

Ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest in 2011, C. van Bruggen; https://edepot.wur.nl/259020.

11

CDM-advies ‘Doorrekening bronmaatregelen stikstof in de melkveehouderij’, d.d. 22 juni 2021, kenmerk: 2121943/WOTN&M/JvSE.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

13

ammoniakemissie 17,68 x 17/14 (molmassa N vs. NH3) = 21,47 kg NH3/ha/j. Bij in totaal circa 9,15 aan agrarische gronden leidt dat tot een totale ammoniakemissie van 21,47 kg NH3/ha/jaar * 9,15 ha = 196,45 kg NH3/jaar. De emissie is gemodelleerd als vlakbron over de agrarische gronden in de sector ‘Landbouw’ onder ‘Landbouwgrond’ in de categorie ‘Mestaanwending: dierlijke mest’ met een uittreedhoogte van 0,5 meter, een spreiding van 0,3 meter en een warmte-inhoud van 0,000 MW (de default waardes van het bronkenmerk).

3.3.2. Verkeer In de referentiesituatie is bij mestaanwending en ander doeleinden sprake van emissies door verkeer. Naar verwachting is de bijdrage van de emissies van deze bronnen op de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op jaarbasis verwaarloosbaar ten opzichte van de emissies door mestaanwending. Worst-case zijn de emissies door het verkeer van en naar de landbouwgronden niet in de berekening meegenomen.

3.3.3.

Mobiele machines

In de referentiesituatie is bij mestaanwending en ander doeleinden sprake van emissies door mobiele machines, zoals tractoren. Naar verwachting is de bijdrage van de emissies van deze bronnen op de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op jaarbasis verwaarloosbaar ten opzichte van de emissies door mestaanwending. Worst-case zijn de emissies door mobiele machines ter plaatse van de landbouwgronden niet in de berekening meegenomen.

3.4.

Berekeningswijze

De stikstofdepositie door de gewenste activiteiten op de Natura 2000-gebieden is berekend met AERIUS Calculator (versie 2024). Het verkeer is vanaf het plangebied gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld van de openbare weg zijn opgenomen[12]. Enerzijds is dit voor het verkeer in de aanlegfase het geval op de Dorpenweg. Anderzijds is dit voor het verkeer in de gebruiksfase het geval op de A50. De Dorpenweg heeft een verkeersintensiteit van 8.068 lichte voertuigen/etmaal, 439 middelzware voertuigen/etmaal en 437 zware voertuigen/etmaal en de A50 heeft een verkeersintensiteit van ten minste 23.013 lichte voertuigen/etmaal, 2.728 middelzware voertuigen/etmaal en 4.172 zware voertuigen/etmaal (bron: Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) geraadpleegd[13], monitoringsronde 2023 en monitoringsjaar 2022).

12

Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. 13

Zie https://www.cimlk.nl/kaart.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

14

Er zijn drie AERIUS-projectberekeningen uitgevoerd met de emissies als gevolg van de aanlegfase, de maatgevende aanlegfase samen met de gebruiksfase en de totale gebruiksfase, welke zijn afgezet tegen de referentiesituatie. De gekozen rekenjaren zijn respectievelijk (worst-case) 2024, 2029 en 2030. De rekenresultaten en de ingevoerde gegevens van de projectberekeningen zijn te vinden in bijlage III, IV en V.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

15

4.

CONCLUSIES

In dit stikstofdepositieonderzoek is voor het woningbouwplan in het Stationskwartier in Ravenstein de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de relevante Natura 2000gebieden berekend. Uit de projectberekening van de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie is er dus geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (op één of meerdere hexagonen is zelfs sprake van een stikstofdepositie-afname van maximaal 0,02 mol N/ha/jaar). Uit de projectberekening van de maatgevende aanlegfase samen met de gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie is er dus geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (op één of meerdere hexagonen is zelfs sprake van een stikstofdepositie-afname van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar). Uit de projectberekening van de totale gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar.

Ten opzichte van de referentiesituatie is er dus geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (op één of meerdere hexagonen is zelfs sprake van een stikstofdepositie-afname van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar). Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het plan is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit.

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

16

BIJLAGE I.

METHODIEK KENTALLEN AANLEGFASE WONINGBOUW

De in dit onderzoek gehanteerde emissiekentallen voor de bouwwerkzaamheden van grondgebonden woningen en appartementen zijn afgeleid van gedetailleerde gegevens van de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij enkele tientallen woningbouwprojecten. Zowel de realisatie van grondgebonden woningen als van appartementen zijn ruim vertegenwoordigd in deze dataset. Bij sommige projecten werden ook panden gesloopt, daarvoor is een apart emissiekental beschikbaar. Inbegrepen bij de kentallen is het bouwrijp maken van het terrein, de aanleg van kabels en leidingen, het bouwen van de woningen en de aanleg van het openbaar gebied (bestrating, groen, etc.). De beschouwde woningbouwprojecten zijn projecten die in het westen van Nederland zijn gerealiseerd. Daarom maken heiwerkzaamheden vaak onderdeel uit van de aanlegfase. Dit maakt de kentallen ‘robuust realistisch’, aangezien heien op hogere (zand)gronden meestal niet nodig is. Uit het type werktuigen, het dieselverbruik en het aantal draaiuren volgen de NOx en NH3 emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden. Hierbij is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden14. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. De in tabel B1 gegeven kentallen gelden voor woningbouwprojecten van 10 tot 100 woningen.

Voor grotere projecten zal de emissie per woning lager liggen, maar kunnen deze kentallen worst-case wel worden aangehouden. Voor kleine projecten kunnen de kentallen een onderschatting zijn. Veiligheidshalve kan dan een opslagfactor van een factor 2 worden aangehouden. Tabel B1. Kentallen aanlegfase voor woningen en appartementen

Bouwwerkzaamheden woning Bouwwerkzaamheden appartement Sloopwerkzaamheden nodig voor realisatie van een nieuwbouwwoning/-appartement

Kg NOx per woning/appartement 2,6 1,7 0,8

Kg NH3 per woning/appartement 0,11 0,07 0,03

Voor het bepalen van de emissiekengtallen is uitgegaan van de inzet van diesel aangedreven STAGE IV klasse werktuigen met als bouwjaar 2014. Ook dit is een robuust realistische aanname. In de huidige praktijk zijn de in te zetten werktuigen vaak al nieuwer en dus schoner. Ook worden soms al elektrische werktuigen ingezet welke emissieloos zijn. Voor het AdBlue verbruik is de (conform de AUB rekenmethode) maximale hoeveelheid AdBlue verbruik aangehouden van 6% het dieselverbruik.

14

TNO-rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

17

BIJLAGE II.

BODEMRAPPORTEN

Stikstofdepositieonderzoek Stationskwartier Ravenstein Datum: 9 oktober 2024 ; Referentie: 20231656.v02

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=6564681b-1687-4f70-93e5-f8f4c6dcc766