11 Veiligheidsregio Brabant-Noord dd 3 april 2025 over de Programmabegroting van de VRBN geanonimiseerd
Tekst van het document
Waar komen we vandaan? In de beleidsperiode 2016-2019 werd geconstateerd dat VRBN bij de goedkoopste regio's van het land hoorde en daardoor op een aantal punten te kwetsbaar was georganiseerd. Om te voorkomen dat we ‘door het ijs zouden zakken’, moesten maatregelen genomen worden ter versteviging van de organisatie. De afgelopen jaren hebben we, ondanks de uitdagingen van de coronapandemie en de Oekraïne-crisis, een solide basis weten te leggen en de financiën op orde weten te houden. Het Beleidsplan 2020-2023 is succesvol uitgevoerd, waarbij we steeds een hoge werkdruk hebben ervaren en incidentele financiële middelen hebben ingezet om langdurige crises op te vangen. In die periode is ook de hele huisvestingsportefeuille overgenomen van de gemeenten. De organisatie heeft stapsgewijs gewerkt aan een versterkingsslag. Tot aan 2024 heeft de organisatie zich, met steun van de raden, kunnen ontwikkelen tot een toekomstbestendige veiligheidsregio met een stabiel aantal kazernes en een gemotiveerde groep brandweermensen. (grotendeels vrijwilligers). We hebben structureel gewerkt aan de versterking van de bedrijfsvoering, informatieveiligheid, het nieuwe 4-jarig huisvestingsplan (inclusief verduurzaming van kazernes), vakmanschap en paraatheid van de brandweer.
Daarnaast kunnen we via de financiële impuls van het Rijk voor de crisisbeheersing en informatievoorziening als veiligheidsregio beter inspelen op de veranderende wereld en (nieuwe) risico’s. Daarmee verbeteren we de wendbaarheid van crisisbeheersing in Brabant-Noord en landelijk. Opstellen begroting in (financieel) uitdagende tijden Wat betreft de financiële kaders hebben we voor 2026 te maken met drie ontwikkelingen: risico op een landelijke taakstelling, wens van de regionale portefeuillehouders financiën en een onvoorziene ontwikkeling binnen VRBN. Dit kan een substantiële impact hebben op de omvang van de begroting van VRBN. Het mogelijke effect hiervan betreft € 5.1.2f , wat circa 6,4% van de begroting is. Dit bestaat uit een korting op de landelijke bijdrage via de BDUR (€ 5.1.2f ), de onontkoombare ontwikkeling (€ 5.1.2f ) en de indexering op de gemeentelijke bijdrage (€ 5.1.2f ). 5.1.2f
Landelijke BDUR-taakstelling 10% verwerkt als risico Het Rijk is voornemens vanaf 2026 een structurele 10% korting toe te passen op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Hierover is het gesprek gevoerd met het Veiligheidsberaad (VB). De inzet is om in de voorjaarsnota van het Rijk duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Het streven van de Minister van J&V en het VB is om de korting ongedaan te maken. De minister vindt het onuitlegbaar om een korting toe te passen, terwijl er een zwaarder appèl op de veiligheidsregio’s wordt gedaan. Een aantal raden vraagt specifiek aandacht voor de korting op de BDUR-uitkering en verzoeken dat VRBN, indien daar sprake van is, de korting op de BDUR zelf opvangt. Aangezien er nog geen definitief besluit is genomen aangaande de korting op de BDUR, wordt de mogelijke korting in de risicoparagraaf van de begroting opgenomen. Het risico voor het eerste jaar wordt afgedekt via een bestemmingsreserve, waarbij het bestuur de wens heeft uitgesproken het positieve jaarrekeningresultaat over 2024, en mogelijk dat van 2025, toe te voegen aan deze reserve.
2
VRBN vangt onontkoombare ontwikkeling zelf op In de Kaderbrief 2026 is een 3O-ontwikkeling ter grootte van € 5.1.2f opgenomen. Deze 3O-ontwikkeling betreft een autonome ontwikkeling als gevolg van arbeidsvoorwaardelijk beleid met een structureel financieel effect. Veel raden verzoeken VRBN dit intern op te lossen. Hier geven we gehoor aan. De 3O-ontwikkeling zal binnen de begroting worden opgevangen door met structurele dekking te komen. Dit vindt plaats via risicovoller begroten, efficiencyslagen en aanpassingen in de bedrijfsvoering. Het gaat niet gepaard met een fundamentele taakdiscussie. Dat betekent dat de verzochte verhoging in de Kaderbrief 2026 van de inwonerbijdrage door deze ontwikkeling wordt geschrapt. Brief regionale portefeuillehouders Financiën Begin 2025 werden de directies/besturen van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Noordoost Brabant verrast met een brief van de wethouders Financiën van de deelnemende gemeenten. De strekking van deze brief is dat aan de gemeenschappelijke regelingen wordt gevraagd om een (structurele) ombuiging vanaf 2026. Dit vanwege het financieel ravijnjaar vanaf 2026, waar de deelnemende gemeenten mee geconfronteerd worden. Concreet wordt verzocht om de bijdrage van 2025 als uitgangspunt te hanteren voor 2026.
Dat betekent ook dat de gemeenschappelijke regeling zelf de eigen loon- en prijscompensatie moet opvangen met ombuigingen, en daarbij geen kaasschaafmethode toe te passen, maar inhoudelijke keuzes in de ambities te maken. Hierover hebben we een expliciete afweging gemaakt. Relatie tussen financiën, taken en ambities We zien enerzijds dat de verwachtingen van veiligheidsregio’s en de ontwikkelingen en actualiteiten die ons raken, groter worden. Anderzijds willen we ook, voor zover mogelijk, bijdragen aan de financiële uitdagingen van gemeenten. De Programmabegroting 2026 volgt de koers van ons beleidsplan 2024-2027, getiteld “Samenwerken aan veerkracht en veiligheid”. We zetten eerdere accenten voort en deze begroting bevat daarmee dus géén nieuw beleid met financiële gevolgen. We zetten de lijn door dat we geen nieuw beleid en nieuwe ambities formuleren, tenzij door het Rijk gefinancierd. En we willen diverse opgaven intern op te lossen. VRBN is hoofdzakelijk een uitvoerende en kapitaalintensieve organisatie, die financieel voor het overgrote deel betrekking heeft op brandweerzorg. De begroting wordt met name bepaald door personele lasten en kapitaallasten met daarbij weinig tot geen regelruimte. Daarbij zijn de marktontwikkelingen ten aanzien van materieel en huisvesting zodanig dat de prijzen veel harder stijgen dan de verkregen reguliere indexering.
Dit betekent dat de reguliere indexering niet toereikend is voor onze vervangingsinvesteringen om het materieel op orde te houden. Bijvoorbeeld, de aanschafprijs van een tankautospuit is in de periode 2021-2025 met 40% gestegen, terwijl de toegekende indexering slechts voorziet in een toename van 22,3%. Door enkele vertraagde investeringen kan VRBN dit prijsverschil nog incidenteel opvangen, maar binnen enkele jaren zal dit tot een financieel knelpunt leiden. Het blijft van cruciaal belang om de blik op toekomstbestendigheid te houden, en dus ook op de lange termijn. Bij ombuigingen kan gedacht worden aan het uitstellen van fase 2 van de Versterking Crisisbeheersing, het sluiten van vrijwillige posten, het afstoten van materieel, of efficiency slagen in de bedrijfsvoering. Als veiligheidsregio zijn we een uitvoeringsgerichte organisatie; bezuinigingen kunnen moeilijk vanuit overhead of ondersteuning geleverd worden. We willen niet afbreken wat net is opgebouwd. Het uitstellen van doorontwikkeling in het kader van crisisbeheersing kan leiden tot een terugval op de voorbereidingen op langdurige crises, wat
3
gelet op de huidige militaire en cyberdreiging en klimaateffecten juist versterkt zou moeten worden. Bezuinigen op risicobeheersingstaken, zoals brandveiligheidstoezicht, leidt voor VRBN tot een besparing, maar op gemeentelijk niveau mogelijk tot hogere kosten. Aangezien het toezicht dan door gemeenten zelf opgevangen moet worden. Het sluiten van vrijwillige posten en het afstoten van materieel en het verminderen van opleiden en oefenen heeft direct gevolg voor onze parate basisorganisatie in het kader van brandweerzorg, met alle mogelijke gevolgen van dien. Dit vinden we zeer onwenselijk. Daarnaast willen we geen onnodige onrust bij de vrijwilligers. Een geluid dat we ook in diverse raden hebben gehoord. VRBN ziet wel ruimte om bijvoorbeeld risicovoller te begroten. Dit gaat niet gepaard met een fundamentele takendiscussie. We zijn ons ervan bewust dat deze keuze gevolgen heeft voor de flexibiliteit die we in de toekomst nog kunnen inbouwen in onze begroting. Uitwerking vraagt om integrale en zorgvuldige afwegingen, waarop de organisatie intern een proces heeft gestart om de verschillende mogelijkheden verder uit te werken. Denk hierbij aan een structurele verlaging/herverdeling van de bijdrage voor de GHOR-taken, het analyseren van investeringen en bestemmingsreserves en het laten terugvloeien van een positief rekeningresultaat naar gemeenten.
Uitgangspunten begroting 2026 Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1) VRBN vangt de onontkoombare ontwikkeling zelf op zoals hierboven geschetst. 2) De Korting op de BDUR-uitkering wordt opgenomen in de risicoparagraaf zoals hierboven geschetst. De afdekking van het eventuele eerste jaar wordt verwerkt via het jaarrekeningresultaat 2024. 3) Loon- en prijsindexatie wordt regulier toegepast. Niet toepassen leidt tot bezuinigingen met een negatief effect op de operatie van VRBN door het uitvoeringsgerichte karakter. Bezuinigingen raken direct aan crisisbeheersing, basisbrandweerzorg, opleidingen van vrijwilligers, kazernes en brandweermateriaal en raken aan de veiligheid van inwoners. 4) De bijdrage van gemeenten aan VRBN daalt met circa € 5.1.2f vanwege de taakoverdracht ten aanzien van bluswatervoorziening. Eind 2024 zijn tussen de gemeenten, Brabant Water en VRBN principeafspraken gemaakt over beheer, onderhoud en gebruik van brandkranen. Dit leidt tot een substantiële verlaging van het tarief dat Brabant Water rekent voor onderhoud en gebruik, als gemeenten een nieuwe overeenkomst aangaan. Dit zorgt op regionaal niveau jaarlijks voor een structurele besparing van de directe kosten aan Brabant Water van circa € 5.1.2f . De totale bijdrage (en daarmee ook de besparing) vloeit terug naar gemeenten.
5) De ambities uit het beleidsplan worden consequent benaderd met de lijn ‘nieuw-vooroud’.
4
6) Nieuwe 3-O ontwikkelingen in 2025 en overige dilemma’s/knelpunten worden in principe binnen de begroting opgevangen. VRBN zet bij eventuele nieuwe onontkoombare ontwikkelingen alles-op-alles om deze binnen de begroting op te vangen volgens het principe ‘nieuw-voor-oud’. VRBN heeft naast de genoemde onvoorziene ontwikkeling en de prijsstijgingen op materieel en huisvesting ook andere opgaven, waarbij VRBN een inspanningsverplichting ziet om dit in eerste aanleg binnen de bestaande financiële middelen te dekken dan wel maatregelen te nemen om de kosten te beperken. Zie bijlage 3 voor een overzicht van onderwerpen die VRBN al in beeld heeft. 7) Door het inzetten van het positief rekeningresultaat over 2024 (circa € 5.1.2f tijd gewonnen.
) wordt
Uw zienswijze op de begroting Met bovenstaande uiteenzetting tracht VRBN een duidelijk beeld te geven van de (financiële) positie van de Veiligheidsregio, waar we vandaan komen, de mogelijkheden en beperkingen voor keuzes en de mogelijke gevolgen ervan, en beargumenteert waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt bij het opstellen van de begroting. Deze programmabegroting wordt voor een zienswijze aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden zijn tot 27 juni 2025 in de gelegenheid om hun zienswijze uit te brengen. Zodat de zienswijzen besproken kunnen worden bij de AB-vergadering op 3 juli. 5.1.2e
regio Brabant-Noord
5.1.2e
Bijlagen 1. Programmabegroting 2026 – ter zienswijze 2. Overzicht ingediende zienswijzen op de Kaderbrief 2026 3. Intern opgeloste opgaven en komende ontwikkelingen met financieel effect
5
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 37, 39, 46, 56, 60, 64
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub f
De bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens
7, 12, 15, 18, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 27, 28, 29, 34, 35, 37, 38, 39, 40, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 51, 52, 58, 59, 61, 62, 63, 64