1. Toelichting+regels Macharen-west - 2024
Tekst van het document
In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.
Macharen - West - 2024 pag 55 van 62 vastgesteld
Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c.
na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan.
De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0' (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Doorvertaling bestemmingsplan Binnen een straal van 2 km van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Het aspect ‘gezondheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.7
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Doorvertaling bestemmingsplan In geval van het onderhavige planvoornemen is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer. Daarom is het niet benodigd om een aanmeldnotitie op te stellen.
Macharen - West - 2024 pag 56 van 62 vastgesteld
Hoofdstuk 6 6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan 'Macharen-west 2024' is gekozen voor een globale regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de 'Standaardregels bestemmingsplannen Oss'. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 6), de algemene regels (artikelen 7 tot en met 12) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 13 en 14). Bij de regels hoort een bijlage, te weten een lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht.
6.2
Regels
6.2.1 Inleidende regels Begrippen In artikel 1 is een omschrijving gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten In artikel 2 is een omschrijving gegeven van de te gebruiken wijze van meten.
6.2.2 Bestemmingsregels De regels in verband met de bestemmingen kennen allemaal een gelijke opbouw (voor zover van toepassing). De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. De afwijking van de bouwregels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. In het kader van een omgevingsvergunningstelsel zijn bepaalde werken en werkzaamheden niet toegestaan zonder dat hiervoor een omgevingsvergunning is verkregen van het daartoe bevoegde gezag. Artikel 4 Maatschappelijk De gronden die bestemd zijn als 'Maatschappelijk' zijn primair bedoeld voor maatschappelijke
Macharen - West - 2024 pag 57 van 62 vastgesteld
voorzieningen. In dit plan zijn dat een dorpshuis, een kinderdagverblijf, aan maatschappelijke voorzieningen ondergeschikte horeca, een sportkantine en een gymzaal. Alsmede ook speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen. Hierbij gelden bepaalde maatvoeringen. Artikel 5 Sport De gronden die bestemd zijn als 'Sport' zijn primair bedoeld voor sportvoorzieningen. Artikel 6 Woongebied De gronden die bestemd zijn als 'Woongebied' zijn primair bedoeld voor het wonen in al dan niet aaneengebouwde (en beperkt ook gestapelde) woonhuizen. Daarnaast zijn de gronden mede bedoeld voor wegen en woonstraten met niet meer dan twee rijstroken, erven, pleinen en paden, (openbare) tuinen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speel- en verblijfsvoorzieningen en beeldende kunst, voorzieningen voor afvalinzameling en openbaar vervoer en water- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de bestemming. Hierbij gelden bepaalde hoogte- en oppervlaktematen. Ook gelden bepaalde gebruiksregels.
Artikel 7 Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog (dubbelbestemming) Voor terreinen met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting wordt duurzaam behoud nagestreefd. Het behoud in situ van archeologische vindplaatsen geschiedt mede door een op het behoud afgestemd beheer.
6.2.3 Algemene regels In hoofdstuk 3 van de regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen te weten, de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een regeling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de aanduidingen opgenomen die over meerdere bestemmingen zijn gelegen. Algemene gebruiksregels De regels met betrekking tot strijdig gebruik zijn opgenomen in de algemene gebruiksregels. Algemene afwijk ingsregels In dit artikel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, met maximaal 10 %; Tevens is de bevoegdheid opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te kunnen wijken van de bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten.
Macharen - West - 2024 pag 58 van 62 vastgesteld
6.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling is vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Het overgangsrecht is een standaardbepaling welke is overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling omschrijft de titel van het plan.
Macharen - West - 2024 pag 59 van 62 vastgesteld
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten. Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; nakoming van afspraken en naleving van regels.
In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.
7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
Macharen - West - 2024 pag 60 van 62 vastgesteld
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen.Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.
Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Macharen - West - 2024 pag 61 van 62 vastgesteld
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een gemeentelijk initiatief. Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingsplan komen voor rekening van de gemeente. Het plan is economisch uitvoerbaar.
Macharen - West - 2024 pag 62 van 62 vastgesteld
Hoofdstuk 9 9.1
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog
Proces Al geruime tijd, sinds 2019, zijn we als gemeente in overleg geweest met enkele bewoners uit Macharen. Dit had in eerste instantie voornamelijk betrekking op de mogelijkheid om woningbouw te ontwikkelen op de voormalige voetbalvelden en daarnaast de herontwikkeling van gemeenschapshuis de Bongerd. Deze gesprekken en projecten werden in eerste instantie afzonderlijk van elkaar getrokken. Uitgangspunt is altijd geweest dat het mogelijk moet zijn om te bouwen op maat en schaal van de kern en op basis van door het dorp zelf te benoemen woonbehoefte. Om de belangen van het dorp goed te behartigen, werd er op verzoek van de gemeente een “kopgroep” samengesteld. Deze bestaat uit leden van de werkgroep Ontmoeten, het bestuur van stichting dorpshuis de Bongerd, de werkgroep Wonen, het bestuur van de tennisvereniging en vertegenwoordiging vanuit de dorpsraad. De kopgroep heeft de gezamenlijke belangen en samenhang bewaakt en ondersteund in dit proces. Samen met het dorp zijn er voor de diverse projecten (Wonen, Ontmoeten en Sport) een aantal scenario's ontwikkeld. De gemaakte scenario's gaan vooral over het verbinden van de nieuwe wijk met het bestaande dorp en het realiseren van een nieuw sociaal hart. De ontsluitingsweg is hiervoor een belangrijke factor. Als ook de toekomst van de Bongerd en consequenties voor de tennisvereniging.
Een van de scenario's kreeg unaniem de voorkeur van alle betrokkenen. Helaas bleek dit uiteindelijk niet haalbaar door verschillende factoren waaronder de ontsluiting, geluid en waterberging. Daarna is het proces, na het uitvoeren van verschillende onderzoeken, weer opgepakt met alle betrokkenen. Tussentijdse informatieverstrekking In samenwerking met de ontwikkelaar die is aangesteld door het dorp voor de uitvoering van de woningbouwplannen, is afgelopen jaren een aantal keer een nieuwsbrief verzonden en zijn er updates geplaatst in het plaatselijke krantje. Fysieke bijeenkomsten Sinds de start van het woningbouwproject in 2019, zijn er regelmatig gesprekken gevoerd met de werkgroep Wonen. Synchroon daaraan zijn vanuit de betrokken ambtenaren voor de ontwikkeling van de Bongerd gesprekken gevoerd met de werkgroep Ontmoeten. Uiteindelijk zijn deze gezamenlijk opgepakt vanwege het ontstaan van de Kopgroep en het integrale projectteam vanuit de gemeente. Ten behoeve van het bestemmingsplan is er op dinsdag 29 augustus 2023 een bijeenkomst georganiseerd voor de direct omwonenden van het plangebied. Over het algemeen waren de dorpsbewoners positief over de plannen. Wel zijn er vragen gesteld over onder andere de ontsluitingsweg, voormalige toegang tot de voetbalvelden en het waterhuishoudkundig plan.
De omwonenden waren blij verrast dat de hoofdontsluiting niet meer via de voormalige toegang van de voetbalvelden komt te lopen. Wel hebben zij hun zorgen kenbaar gemaakt met betrekking tot het waterhuishoudkundig plan. Er waren ongeveer 11 personen aanwezig. Afgesproken is dat, als dit verder is onderzocht door een extern bureau, er een vervolgbijeenkomst komt. Deze is gepland op 12 december 2023. Op 4 september 2023 is er een algemene informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij zowel het gehele dorp als andere belanghebbenden waren uitgenodigd. Er waren ongeveer 86 personen aanwezig. Tijdens de algemene informatiebijeenkomst is steun geuit en zijn er vragen gesteld. Deze vragen gingen over het aantal parkeerplaatsen, het type woningen, de ontsluiting en de nieuwe mogelijkheden wat betreft de locatie van de Kindervakantieweek. Daarna zijn er op 12 december 2023 en 2 juli 2024 nogmaals bijeenkomsten georganiseerd waarbij de direct omwonenden van het plangebied zijn uitgenodigd.
Macharen - West - 2024 pag 63 van 62 vastgesteld
9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat 'het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn'. Ter uitvoering daarvan zijn de Veiligheidsregio Brabant Noord (brandweer), het waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan. De Veiligheidsregio Brabant-Noord (brandweer) geeft aan dat er op correcte wijze invulling is gegeven aan de groepsrisicoverantwoording conform artikel 7 BEVT en dat zij daarom geen aanleiding ziet voor het geven van een inhoudelijk advies. Zie bijlage 7. Ook de provincie Noord-Brabant heeft middels een reactie op het op 7 september 2023 ingevulde inventarisatieformulier aangegeven dat de ruimtelijke aspecten geen aanleiding geven tot het maken van opmerkingen en dat het wettelijk vooroverleg als afgerond kan worden beschouwd. Met waterschap Aa en Maas heeft naar aanleiding van een toegezonden concept ontwerpplan meermaals overleg plaatsgevonden, omdat de onderbouwing van de waterhuishouding nog onduidelijk was.
De gemeente heeft RoyalHaskoningDHV een waterhuishoudingsplan voor het plangebied laten opstellen (bijlage 5). Dit rapport is in overleg met het waterschap uitgewerkt en aangepast. De gemeente blijft zo nodig in overleg met het Waterschap over de verdere uitwerking van het plan, ook na de ontwerpfase.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf medegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon tijdens de periode van terinzagelegging zijn/haar zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Voor de verdere behandeling hiervan is de ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Macharen-west – 2024’ opgesteld. Deze maakt als bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan.
Macharen - West - 2024
Macharen - West - 2024 pag 2 van 36 vastgesteld
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1
Begrippen
4
Artikel 2
Wijze van meten
11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
12
Artikel 3
Groen
12
Artikel 4
Maatschappelijk
13
Artikel 5
Sport
14
Artikel 6
Woongebied
15
Artikel 7
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog
19
Hoofdstuk 3
Algemene regels
21
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
21
Artikel 9
Algemene bouwregels
22
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
25
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
26
Artikel 12
Afwijken van de bouwregels algemeen
27
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
28
Artikel 14
Overige regels
29
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
30
Artikel 15
Overgangsrecht
30
Artikel 16
Slotregel
31
Bijlagen regels
33
Bijlage 1
34
Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten
Macharen - West - 2024 pag 3 van 36 vastgesteld
Regels
Macharen - West - 2024 pag 4 van 36 vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Macharen - West - 2024 met identificatienummer NL.IMRO.0828.BPmacharenwst-VG01 van de gemeente Oss; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanbouw:
een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aan huis gebonden activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8
bebouwingspercentage:
een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van het gedeelte van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.9
bed en breakfast:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis of bijbehorende aan- of uitbouw of bijgebouw en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis. 1.10
bedrijf/bedrijfsactiviteit:
de uitoefening van opslag-, handels-, transport- en industriële en ambachtelijke bedrijven, een en ander met uitsluiting van agrarische bedrijven, detailhandel, horeca, dienstverlening, zelfstandige kantoren, maatschappelijke voorzieningen en voorzieningen op het gebied van cultuur en ontspanning.
Macharen - West - 2024 pag 5 van 36 vastgesteld
1.11 bestaand: a. ten aanzien van bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; b. ten aanzien van gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.12
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.13
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.15
bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.16
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19
bouwmassa:
een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen; 1.20
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21
bouwperceelsgrens:
de grens van een bouwperceel;
Macharen - West - 2024 pag 6 van 36 vastgesteld
1.22
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.24
carport:
een dakconstructie, vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, bestemd voor het overdekt stallen van auto's; 1.25
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26
dienstverlening:
een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops, videotheken en autorijscholen; 1.27
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.28
functie:
activiteiten ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.29
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30
gebruiksoppervlakte:
de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik, bepaald volgens NEN2580; 1.31
gestapelde bebouwing:
bebouwing bestaande uit in één hoofdgebouw boven en eventueel naast elkaar gelegen zelfstandige woningen; 1.32
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
Macharen - West - 2024 pag 7 van 36 vastgesteld
1.33
horeca:
een bedrijf dat is gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten: a. het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse of elders te nuttigen; b. het verstrekken van nachtverblijf; c. het exploiteren van zaalaccommodatie; d. het bieden van gelegenheid tot dansen; e. het uitoefenen van een kans- en/of behendigheidsspel; een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (uitgezonderd een erotisch getinte vermaaksfunctie); 1.34
huishouden:
een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners is, waaronder mede wordt begrepen: a. het inwonen of het bewonen van kamers door niet meer dan 2 verwanten of andere personen in het hoofdgebouw en/of aan- en uitbouw, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; b. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 2 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; 1.35
inwoning:
bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen; 1.36
kamerverhuur
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft; 1.37
kantoor:
een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening; 1.38
kelder:
een geheel of nagenoeg geheel, dat wil zeggen maximaal 0,5 m boven peil, ondergronds gelegen ruimte die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk; 1.39
lawaaisport:
een sport waarbij in hoge mate (mechanisch) geluid wordt geproduceerd, zoals autosport, motorsport, (model)vliegsport en karting; 1.40
lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten:
de lijst, behorend bij deze regels, waarin is aangegeven welke beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten rechtstreeks toelaatbaar zijn in woningen;
Macharen - West - 2024 pag 8 van 36 vastgesteld
1.41
logies:
het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten) aanbieden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft, waarbij geen sprake is van continuiteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of de personen hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen; 1.42
maatschappelijk c.q. maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen op het gebied en/of in de vorm van: atelier/expositieruimte, bibliotheek, gezondheidszorg (inclusief apotheek), jeugdopvang, kinder- en naschoolse opvang, onderwijs (openbaar school- en speelterrein inbegrepen), openbaar bestuur en openbare dienstverlening, religie en levensbeschouwing, uitvaartcentrum, verenigingsleven, welzijnsinstelling, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen; 1.43
mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.44
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes en apparatuur voor telecommunicatie; 1.45
ondergeschikte detailhandel:
beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met activiteiten die als functie worden uitgeoefend; 1.46
ondergeschikte horeca:
beperkte, op de eindgebruiker gerichte horeca die functioneel rechtstreeks verband houdt met activiteiten die als functie worden uitgeoefend; 1.47
onderbouw:
een gedeelte van een gebouw dat gedeeltelijk onder peil is gelegen; 1.48
onzelfstandige woonruimte:
woonruimte welke geen eigen afsluitbare toegang heeft of welke niet door één huishouden zelfstandig kan worden bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte; 1.49 peil: a. voor bouwwerken op een perceel waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld. 1.50
perceelsgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.51
permamente bewoning:
bewoning van een verblijf als hoofdverblijf;
Macharen - West - 2024 pag 9 van 36 vastgesteld
1.52
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.53
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.54
short stay:
het bedrijfsmatig verstrekken van logies met een minimum periode van twee weken tot zes maanden met een uitloop tot maximaal 12 maanden; 1.55
speelvoorziening:
speelgelegenheid, speelgelegenheden, ontmoetingsplaatsen voor jongeren en sport- en speelplaatsen; 1.56
uitbouw:
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.57
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt; 1.58
voorgevellijn:
de lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan; 1.59
water en waterhuishoudkundige voorzieningen:
Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etcetera; 1.60
wonen:
het bewonen van een woning; 1.61
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.62
woonhuis:
een gebouw dat één grondgebonden woning omvat.
Macharen - West - 2024 pag 10 van 36 vastgesteld
1.63
zelfstandige woonruimte:
woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijke trappenhuis of galerij.
Macharen - West - 2024 pag 11 van 36 vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het betreffende bouwwerk op een bouwperceel; 2.2
de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen; 2.3
het bebouwingspercentage:
de oppervlakte die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; bij het bepalen van de oppervlakte van een bouwperceel waarop een of meer woningen mogen worden gebouwd, wordt de oppervlakte van de bij de woning behorende bestemming 'Tuin' meegerekend; de oppervlakte wordt altijd in gehele getallen bepaald; 2.4
de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de breedte van een bouwperceel:
tussen de zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten over ten minste 3/4 van de lengte van het bouwperceel, in welke lengte in ieder geval het bouwvlak aanwezig is of de toegestane situering van het hoofdgebouw indien geen bouwvlak is aangegeven; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, luchtkokers, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
Macharen - West - 2024 pag 12 van 36 vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen voor langzaam verkeer onderhoudspaden; nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in artikel 3.1.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
3.2.3
Kleine gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 mogen op deze gronden gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 15 m2.
Macharen - West - 2024 pag 13 van 36 vastgesteld
Artikel 4 4.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
maatschappelijke voorzieningen waaronder een dorpshuis en een kinderdagverblijf; aan maatschappelijke voorzieningen ondergeschikte horeca; sportkantine; gymzaal; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in artikel 4.1. 4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. De oppervlakte van bebouwing mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' c. De goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) en bouwhoogte (m)' is aangegeven. d. Kelders zijn uitsluitend toegestaan onder de bebouwing. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m b. De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag binnen het bouwvlak niet meer bedragen dan de bouwhoogte van gebouwen conform artikel 4.2.2, en daarbuiten niet meer dan 4 m.
4.3
Afwijken van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen in een andere vorm dan toegestaan in dat artikel mits: a. 1. 2. 3. 4. 5. b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de woonsituatie; aangetoond is dat voldaan wordt aan de eisen van de milieuwetgeving (ammoniak, geur, volksgezondheid en dergelijke) en er geen onevenredige nadelige gevolgen zijn voor de in de omgeving aanwezig waarden (zoals water, ecologie, Natura 2000-gebied, landschap, cultuurhistorie en archeologie) en voor de belangen van derden; c. voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid.
Macharen - West - 2024 pag 14 van 36 vastgesteld
Artikel 5 5.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
sportvoorzieningen; aan sportvoorzieningen ondergeschikte dienstverlening; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in artikel 5.1. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. De oppervlakte van bebouwing mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' b. De goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven. c. Kelders zijn niet toegestaan. 5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. 5.3
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. De hoogte van verlichtingsarmaturen mag niet meer bedragen dan 15 m. De hoogte van ballenvangers mag niet meer bedragen dan 6 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m. Specifieke gebruiksregels
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik, daaronder begrepen het doen en/of laten gebruiken, voor de beoefening van lawaaisport.
Macharen - West - 2024 pag 15 van 36 vastgesteld
Artikel 6 6.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van vrijstaande woningen, half-vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen, gestapelde woningen en patiowoningen en daarbij behorende bouwwerken; b. activiteiten, genoemd in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten', zoals in bijlage 1 bij deze regels is opgenomen, met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m2; c. woonstraten en gebiedsontsluitingen; d. ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer': langzaamverkeersverbindingen; e. erven, pleinen en voet- en fietspaden; f. (openbare) tuinen; g. parkeervoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. speel- en verblijfsvoorzieningen en beeldende kunst; k. voorzieningen voor afvalinzameling en openbaar vervoer; l. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in artikel 6.1, 6.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 55. b. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. c. De goot- en nokhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) en bouwhoogte (m) is aangegeven. d. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens dient bij halfvrijstaande, vrijstaande en hoekwoningen ten minste 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens te bedragen. e. Kelders zijn toegestaan. 6.2.3
Bijbehorende bouwwerken ten minste 5 m achter de voorgevel
Bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. Op een afstand van minstens 5 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw. b. Indien het bijbehorend bouwwerk hoger is dan 3,5 m, dan moet het voorzien zijn van een schuin dak, dat voldoet aan de volgende eisen: 1. 2.
de dakvoet daarvan is niet hoger dan 3,5 m; de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken met een hellingshoek van niet meer dan 55°; 3. de hoogte van de daknok is niet meer dan 5 m en de hoogte daarvan wordt altijd begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3,5. c. Dakterrassen zijn alleen toegestaan direct achter en aansluitend aan het hoofdgebouw.
Macharen - West - 2024 pag 16 van 36 vastgesteld
6.2.4
Bijbehorende bouwwerken ten minste 1 m achter de voorgevel
In afwijking van wat er in lid 6.2.3 staat mogen bijbehorende bouwwerken ook worden gebouwd in het gebied tussen 1 en 5 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. Het bijbehorende bouwwerk is niet hoger dan: 1.
0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en 2. het hoofdgebouw. b. Het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras, balkon of een andere niet op de grond gelegen buitenruimte. 6.2.5
Andere bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn
Voor het bouwen van bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, gelden de volgende regels: a.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de bijbehorende woning en langs de openbare weg of ander openbaar gebied mag niet meer bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders dan onder a bedoeld mag niet meer mag bedragen dan 2 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag vóór de voorgevel van de bijbehorende woning niet meer bedragen dan 1 m en achter de voorgevel niet meer dan 4 m.
6.2.6
Bebouwingspercentage
Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven: oppervlakte bouw perceel
bebouw ingspercentage
bouw perceel tot en met 150 m2
65% gerekend over de hele oppervlakte van het bouw perceel
bouw perceel van 151 tot en met 200 m2
65% voor de oppervlakte tot 150 m2 en 40% over de meerdere oppervlakte
bouw perceel van 201 tot en met 300 m2
60% voor de oppervlakte tot 200 m2 en 40% over de meerdere oppervlakte
bouw perceel van 301 tot en met 400 m2
55% voor de oppervlakte tot 300 m2 en 30% over de meerdere oppervlakte
bouw perceel van 401 m2 en groter
50% voor de oppervlakte tot 400 m2 en 20% over de meerdere oppervlakte
met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en carports niet meer mag bedragen dan 100 m2 per woning. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 6.2.2 onder a voor het vergroten van het maximum aantal wooneenheden, met dien verstande dat: 1. het maximum aantal wooneenheden 60 bedraagt en; 2. het stedenbouwkundig beeld niet nadelig beïnvloed wordt en; 3. de parkeerdruk niet in onevenredige mate toeneemt. b. het bepaalde in artikel 6.2.2 onder d voor het toestaan van een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits dit stedenbouwkundig en/of verkeerskundig akkoord bevonden wordt; c. het bepaalde in artikel 6.2.3 onder a voor de bouw van een veranda of pergola als integraal onderdeel van een bouwplan over de gehele breedte van de voorgevel van het woonhuis, mits dit stedenbouwkundig
Macharen - West - 2024 pag 17 van 36 vastgesteld
akkoord wordt bevonden. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van een woonhuis of woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; b. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor een seksinrichting en/of escortbedrijf; c. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; d. de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen en van materialen, emballage en afval, behalve voor zover noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik. 6.4.2
Voorwaardelijke verplichting geluid
Het binnenniveau van de woningen dient bij aansluiting op de grenswaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 35 db(A) etmaalwaarde en het maximale geluidsniveau 55 db(A) etmaalwaarde te bedragen. De gevels van de woningen dienen een geluidwerende werking van tenminste 20 db(A) te hebben. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken: a. van het bepaalde in artikel 6.1 voor de uitoefening van activiteiten die genoemd worden in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten', zoals in bijlage 1 bij deze regels is opgenomen, met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 35 m2 of die niet in die lijst genoemd worden, maar naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in die lijst wel genoemde activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m2; 2. geen onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving plaatsvindt; 3. de activiteit voor wat betreft milieuaspecten kan worden ingeschaald in categorie 1 van de milieuzoneringslijst; 4. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; 5. de activiteit geen sterk publieksaantrekkende werking heeft; 6. de activiteit niet is uitgesloten in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten', zoals in bijlage 1 bij deze regels is opgenomen. b. van het verbod tot uitoefening van detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan huis gebonden activiteit, mits: 1. de detailhandel onderdeel is van de klantgerichte activiteiten ter plaatse; 2.
de detailhandel van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel is van de totale bedrijfsvoering. c. van het bepaalde in artikel 6.1 ten behoeve van de uitoefening van een bed en breakfast, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor ten minste 50%, gehandhaafd blijft en in ieder geval niet meer dan 2 kamers voor in totaal 4 personen voor overnachtingsmogelijkheid worden gebruikt; 2. geen vrijstaande bijgebouwen hiervoor worden gebruikt; 3. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte. d. van het verbod vrijstaande bijgebouwen te gebruiken voor bewoning, mits: 1. het gebruik noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; 2. op het perceel al een woning aanwezig is en op de betreffende woning geen zodanige omgevingsvergunning van kracht is;
Macharen - West - 2024 pag 18 van 36 vastgesteld
3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van belangen van belanghebbenden; 4. de afhankelijke woonruimte binnen de bouwmogelijkheden voor bijgebouwen ingepast wordt en de oppervlakte van het gebouw in ieder geval niet groter is dan 80 m2; 5. het bijgebouw gelegen is op een afstand van niet meer dan 40 m van de woning, tenzij op ruimere afstand van de woning een bestaand bijgebouw is gelegen dat op relatief eenvoudige wijze geschikt is te maken voor bewoning en er sprake blijft van een relatie tussen woning en bijgebouw. e. van het verbod een woonhuis te gebruiken voor de huisvesting van meer dan één huishouden, mits: 1. het past binnen de geldende bouwregels en de overige geldende gebruiksbepalingen; 2. de woning niet bewoond wordt door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; 3. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 4. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; 5. er wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen; 6. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie.
Macharen - West - 2024 pag 19 van 36 vastgesteld
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden.
7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.2.1
Vergunningplicht
Het is, zo nodig in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of laten uitvoeren over een oppervlakte van 100 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen ten behoeve van de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.
7.2.2
Uitzonderingen
Het in artikel 7.2.1 vervatte verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden.
7.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. De in artikel 7.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: 1. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van het betreffende terrein niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die
Macharen - West - 2024 pag 20 van 36 vastgesteld
waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en/of 2. uit door de aanvrager overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn zekergesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan het archeologische onderzoek en het archeologische onderzoeksrapport als bedoeld onder a. c. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.