1.18 Bijlage toelichting Bijlage 18 Oplegnotitie + onderzoek externe veilighied.pdf
Tekst van het document
Blad 23 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Groepsrisico Vanuit de risicobronnen in de omgeving naar (beperkt) kwetsbare objecten in het plangebied Ten aanzien van het risiconiveau van de risicobronnen zijn relevante parameters: x Het aantal aanwezige personen x De situering van de bedrijven. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal de personendichtheid binnen een groot deel van het plangebied toenemen van enkele personen per hectare (buitengebied) tot 40 personen per hectare (industrieterrein)7. Alternatief 2, met een kleiner aandeel bedrijfscategorie grootschalige logistiek, leidt waarschijnlijk tot de aanwezigheid van meer personen dan alternatief 1, met een groter aandeel industriële bedrijvigheid en daarmee tot een lager risiconiveau van de onderscheiden risicobronnen. Alternatief 3 en 4 leiden mogelijk, ten opzichte van alternatief 1 en 2, tot een hoger risiconiveau vanwege het hoger aantal personen in het gebied en de ligging van het bedrijventerrein nabij de bestaande woningen (kwetsbare objecten) aan de zuidzijde (Zoggelsestraat). Het groepsrisico van de onderscheiden risicobronnen (A59, LPG-tankstation, hogedruk aardgastransportleiding) neemt bij alle alternatieven als gevolg van de bedrijventerreinontwikkeling enigszins toe, maar in zeer beperkte mate (lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde in de worstcase-situatie).
De toenames zijn beperkt, zodat dit subcriterium voor alle alternatieven als enigszins negatief (0/-) wordt beoordeeld.
7
Om de berekeningen robuust te maken tegen eventuele veranderingen in het plan is in de berekeningen worst-case uitgegaan van 80 personen per hectare.
Blad 24 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Vanuit risicobronnen in het plangebied naar (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving Bij alle alternatieven is sprake van een beperkte toename van het groepsrisico. Doordat inwaartse zonering wordt toegepast en een extra planregel wordt opgenomen in het bestemmingsplan, zal een bepaalde afstand tussen bedrijvigheid en de omliggende (beperkt) kwetsbare objecten en bedrijven onderling in acht worden genomen. Ook hierdoor zal het groepsrisico niet hoog worden. Dit geldt voor alle alternatieven. Dit levert voor alle alternatieven een enigszins negatieve (0/-) beoordeling op. Deze beoordeling is gebaseerd op de worstcasesituatie. De uiteindelijke positionering van bedrijven en aantal aanwezigen per bedrijfscategorie bepalen het uiteindelijke (feitelijke) groepsrisico. Beoordeling Onderstaand zijn de effectenbeoordelingen van de alternatieven samengevat weergegeven. tabel 4-3 Beoordeling externe veiligheid (exclusief effecten windturbinevarianten) Aspect
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 3
Alternatief 4
Plaatsgebonden risico: vanuit omgeving naar plangebied Plaatsgebonden risico: vanuit plangebied naar omgeving Groepsrisico: vanuit omgeving naar plangebied
0
0
0
0
0
0
0
0
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Groepsrisico: vanuit plangebied naar omgeving
Blad 25 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Blad 26 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
5
Analyse windturbines
5.1
Variant 1a en 1b: Hoge / lage windturbines centraal op het bedrijventerrein Plaatsgebonden risico Zoals weergegeven in tabel 3.3 zijn de PR-contouren van de windturbinevarianten als volgt: Tabel 5-1 Relevante risicoafstanden windturbines
Overdraaicirkel/PR 10-5 contour PR 10-6 contour* Werpafstand bij nominaal toerental Werpafstand bij overtoeren
Variant 1a (hogere turbines) 65,5 meter 182 meter 181 meter 466 meter
Variant 1b (lagere turbines) 50 meter 147 meter 140 meter 371 meter
De PR 10-5 en PR 10-6 contouren van variant 1a en 1b zijn weergegeven in figuur 5.1 en 5.2. In deze variant valt de gehele 10 -5 en 10 -6 contour over de bestemming bedrijf. Er liggen geen objecten die behouden worden binnen de PR 10 -5 en 10 -6 contour. Voor de gronden binnen de PR 10-5 dienen beperkt kwetsbare objecten te worden uitgesloten en binnen de PR 10 -6 contour geldt dat kwetsbare objecten dienen te worden uitgesloten. Het gaat hierbij om de volgende oppervlaktes: tabel 5-2 Gebieden waar (beperkt) kwetsbare objecten moeten worden uitgesloten (variant 1a en 1b) -5
Oppervlakte PR 10 (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 (uitsluiten kwetsbare objecten)
Variant 1a (hoge turbines)
Variant 1b (lage turbines)
4,0 ha (1,35 ha per turbine gemiddeld) 31,0 ha (10,3 ha per turbine gemiddeld)
2,4 ha (0,78ha per turbine gemiddeld) 20,4 ha (6,8 ha per turbine gemiddeld)
Blad 27 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 5.1 Plaatsgebonden risico contouren variant 1a (hogere windturbines)
Blad 28 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 5.2 Plaatsgebonden risico contouren variant 1b (lagere windturbines)
Blad 29 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Domino effecten Werpafstanden De werpafstanden zijn weergegeven in figuur 5.3 en 5.4 voor 1a en 1b.
figuur 5.3 Werpafstanden variant 1a (hogere windturbines)
Blad 30 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 5.4 Werpafstanden variant 1b (lagere windturbines)
Risicovolle inrichtingen Binnen de werpstand bij overtoeren bevindt zich één installatie die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen valt; namelijk LPG tankstation De lucht. Op basis van de afstand tussen de windturbine en de risicovolle installatie en de intrinsieke faalkans van de installaties van een LPG tankstation als opgenomen in de handreiking risicoberekeningen Bevi (HRB) kan worden vastgesteld dat het toegevoegd risico minder dan 10% bedraagt en dus verwaarloosbaar kan worden geacht. Voor toekomstige risicovolle inrichtingen geldt dat deze onder voorwaarden mogelijk zijn binnen de werpafstanden van de windturbines. Het Bevi stelt hierover dat risicovolle installaties in de nabijheid van windturbines toegestaan zijn zolang het toegevoegde risico er niet toe leidt dat de PR 10-6 contour van de installatie over (geprojecteerde) kwetsbare objecten in de omgeving komt te vallen. Of deze bepaling toekomstige risicovolle installaties gaan belemmeren is niet generiek te stellen. Dit is afhankelijk van het soort installaties, de afstand tot de windturbine en de aanwezigheid van (geprojecteerde) kwetsbare objecten. Wat wel gesteld kan worden is dat in de praktijk blijkt dat buiten de werpafstand bij nominaal toerental de trefkans van een turbineblad dusdanig laag is, dat dit zelden leidt tot significantie risicotoenames voor installaties op de grond.
Binnen de werpafstand bij nominaal toerental is dit wel het geval. Hierbij geldt echter veelal dat met maatwerk (positionering installatie, risico reducerende maatregen) het risico voldoende gereduceerd kan worden. Voor de hoge windturbines geldt dat er binnen een gebied van 100.922
Blad 31 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
m2 mogelijk sprake is van een belemmering. Voor lage windturbines geldt dat er binnen een gebied van 61.575 m2 mogelijk sprake is van een belemmering8. A59 Binnen de werpafstand bij overtoeren bevindt zich de A59 waar gevaarlijke stoffen over vervoerd worden. Voor de A59 geldt dat er conform het basisnet jaarlijks 3000 tankwagens met brandbare gassen vervoerd worden. De weg heeft geen PR 10-6 contour. De windturbines op Heesch-West leiden ertoe dat de faalkans van een tankauto die het windpark passeert marginaal (met minder dan 10%) toeneemt. Dit omdat de weg buiten de werpafstand bij nominaal toerental is gelegen enerzijds en de kans dat een rotorblad op de weg valt, precies op het moment dat er een tankauto met gevaarlijke stoffen voorbij rijdt verwaarloosbaar is anderzijds. Er is dan ook geen sprake van een significant veiligheidseffect. Hogedruk aardgastransportleiding In het westen van het plangebied is een hogedruk aardgastransportleiding gelegen. Deze hogedruk aardgastransportleiding ligt binnen de werpafstand bij overtoeren, maar buiten de werpafstand voor nominaal toerental. Omdat de windturbines op een grotere afstand dan de werpafstand bij nominaal toerental staan, kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan het beleid van Gasunie en dat er sprake is van een verwaarloosbare risicotoevoeging. Een verdere risicobeschouwing is dan ook niet noodzakelijk.
5.2
Variant 2a en 2b: Hoge / lage windturbines in Energiepark Plaatsgebonden risico Zoals weergegeven in tabel 3.3 zijn de PR-contouren van de windturbinevarianten als volgt: Tabel 5-3 Relevante risicoafstanden windturbines
Overdraaicirkel/PR 10-5 contour PR 10-6 contour* Werpafstand bij nominaal toerental Werpafstand bij overtoeren
Variant 1a (hogere turbines) 65,5 meter 182 meter 181 meter 466 meter
Variant 1b (lagere turbines) 50 meter 147 meter 140 meter 371 meter
De PR 10-5 contour valt voor deze varianten grotendeels over het Energiepark. De PR 10-6 contouren vallen gedeeltelijk over de toekomstige bedrijfsbestemming. Binnen de PR 10 -6 contour van de meest westelijke windturbine van beide varianten bevindt zich een historisch pand, dat men als horeca wilt bestemmen (rood omcirkeld in figuur 4.5 en 4.6). Wanneer het bruto vloeroppervlak van deze horeca voorziening meer dan 1500 m2 bedraagt is de horecavoorziening volgens de letter der wet een kwetsbaar object en is er sprake van een conflict met het activiteitenbesluit. Daarnaast is in beeld gebracht in hoeverre de PR 10-5 en PR 10-6 contour een belemmering opleggen voor het gebied ten zuiden van de groenstrook, waarvoor in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor maximaal 30 ha netto bedrijventerrein.
8
Om te bepalen in welk gebied belemmeringen op kunnen treden is, de werpafstand bij nominaal toerental aangehouden, dit is het gebied waar normaliter belemmeringen op kunnen treden.
Blad 32 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
tabel 5-4 Gebieden waar (beperkt) kwetsbare objecten moeten worden uitgesloten (variant 2a en 2b) Oppervlakte PR 10-5 (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 (uitsluiten kwetsbare objecten) Oppervlakte PR 10-5 gebied wijzigingsbevoegdheid (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 gebied wijzigingsbevoegdheid (uitsluiten kwetsbare objecten)
Variant 2a (hoge turbines)
Variant 2b(lage turbines)
1,1 ha (0,37 ha per turbine gemiddeld) 12,79 ha (4,26 ha per turbine gemiddeld) 0 ha
0,57 ha (0,28 ha per turbine9) 7,87 ha (2,62 ha per turbine)
4,56 ha (2,28 ha per turbine10)
2,17 ha (1,09 ha per turbine5)
0 ha
Horecavoorziening
Gebied wijzigingsbevoegdheid
figuur 5.5 Plaatsgebonden risico contouren variant 2a; hogere windturbines
9
10-5 contour van middelste turbine heeft geen overlap met bedrijventerrein
10
Westelijke turbine heeft geen overlap met zoekgebied
Blad 33 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Horecavoorziening
Gebied wijzigingsbevoegdheid
figuur 5.6 Plaatsgebonden risico contouren variant 2b; lagere windturbines
Blad 34 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Domino effecten De werpafstanden van de windturbines zijn weergegeven in figuur 5.7 en 5.8.
figuur 5.7 Werpafstanden variant EV2a
Blad 35 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 5.8 Werpafstanden variant EV2b
Risicovolle inrichtingen Binnen de werpstand bij overtoeren bevinden zich in de huidige situatie geen inrichtingen die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen. Voor toekomstige risicovolle inrichtingen geldt dat deze onder voorwaarden mogelijk zijn binnen de werpafstanden van de windturbines. Het Bevi stelt hierover dat risicovolle installaties in de nabijheid van windturbines toegestaan zijn zolang het toegevoegde risico er niet toe leidt dat de PR 10-6 contour van de installatie over (geprojecteerde) kwetsbare objecten in de omgeving komt te vallen. Of deze bepaling toekomstige risicovolle installaties gaan belemmeren is niet generiek te stellen. Dit is afhankelijk van het soort installaties, de afstand tot de windturbine en de aanwezigheid van (geprojecteerde) kwetsbare objecten. Wat wel gesteld kan worden is dat in de praktijk blijkt dat buiten de werpafstand bij nominaal toerental de trefkans van een turbineblad dusdanig laag is, dat dit zelden leidt tot significantie risicotoenames voor installaties op de grond. Binnen de werpafstand bij nominaal toerental is dit wel het geval. Hierbij geldt echter veelal dat met maatwerk (positionering installatie, risico reducerende maatregen) het risico voldoende gereduceerd kan worden. Voor de hoge windturbines geldt dat er binnen een gebied van 100.922
Blad 36 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
m2 mogelijk sprake is van een belemmering. Voor lage windturbines geldt dat er binnen een gebied van 61.575 m2 mogelijk sprake is van een belemmering11. Voor beide varianten geldt echter dat in het grootste gedeelte van de werpafstand bij nominaal toerental over de bestemming groen is gelegen. Hier kunnen logischerwijs geen kwetsbare objecten worden opgericht. Hogedruk aardgastransportleiding In het westen van het plangebied is een hogedruk aardgastransportleiding gelegen. Voor variant 2b geldt dat er net als voor variant 1a en 1b sprake is van een verwaarloosbare risicotoevoeging. Voor variant 2a geldt echter dat de hogedruk aardgastransportleiding gelegen is binnen de werpafstand bij nominaal toerental en dat er sprake kan zijn van een substantiële risicotoevoeging. Het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding bedraagt 240 m. Aan de rand van het invloedsgebied liggen enkele (beperkt) kwetsbare objecten. De PR-contour van de buisleiding ten gevolge van de plaatsing van de windturbine zal echter niet meer dan enkele meters bedragen. Er wordt dan ook voldaan aan het Bevb. Indien er echter daadwerkelijk wordt gekozen, voor variant EV2a, moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening, beschouwd worden of het toegevoegd risico van de windturbine aan de buisleiding acceptabel is. Dit vraagt nader onderzoek en overleg met Gasunie.
Een eerste analyse van het toegevoegd risico en mogelijke oplossingsrichtingen is opgenomen in Bijlage 4.
5.3
Vergelijking varianten Plaatsgebonden risico Alle varianten hebben plaatsgebonden risicocontouren die over de bestemming bedrijf vallen. Varianten 1a en 1b hebben een groot effect op de uitgeefbaarheid van gronden en zijn dan ook negatief beoordeeld. Voor varianten 2a en 2b geldt dat de PR 10-5 en PR 10-6 contour gedeeltelijk over de bestemming groen ligt en dat er dus in mindere mate sprake is van een beperking, wel leggen deze varianten een beperking op aan de voorgenomen ontwikkeling van horeca, de gebruiksmogelijkheden moeten beperkt worden, zodat er niet 50 of meer dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd aanwezig kunnen zijn, omdat het beoogde pand binnen de PR 10-6 contour is gelegen. Deze varianten zijn dan ook enigszins negatief beoordeeld. tabel 5-5 Overzichtstabel beperkingen uitgeefbaarheid bedrijventerrein
Oppervlakte PR 10-5 (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 (uitsluiten kwetsbare objecten) Oppervlakte PR 10-5 zoekgebied (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 zoekgebied (uitsluiten kwetsbare objecten)
11
Variant 1a (hoge turbines) 4,0 ha
Variant 1b (lage turbines) 2,4 ha
Variant 2a (hoge turbines) 1,1 ha
Variant 2b (lage turbines) 0,57 ha
31,0 ha
20,4 ha
12,79 ha
7,87 ha
0 ha
0 ha
0 ha
0 ha
0 ha
0 ha
4,56 ha
2,17 ha
Om te bepalen in welk gebied belemmeringen op kunnen treden is, de werpafstand bij nominaal toerental aangehouden, dit is het gebied waar normaliter belemmeringen op kunnen treden aangehouden.
Blad 37 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Het aspect is niet als zeer negatief beoordeeld omdat het geen direct veiligheidsrisico betreft, maar binnen de PR 10-5 moeten beperkt kwetsbare objecten worden uitgesloten en binnen de PR 10-6 contour moeten kwetsbare objecten worden uitgesloten. De lagere windturbines hebben in beide gevallen een kleiner effect dan de hogere windturbines, echter niet zodanig dat dit tot een andere beoordeling leidt Domino effecten Geen van de varianten heeft een domino-effect op bestaande risicovolle inrichtingen. Alternatief variant 2a heeft wel een domino-effect op de in de buurt gelegen hogedruk aardgastransportleiding. Daarnaast hebben alle alternatieven mogelijk effect op toekomstige risicovolle inrichtingen. Het potentiële effect van variant 1a is het grootst. Voor de overige varianten geldt dat dit effect naar verwachting klein is. Omdat variant 1a mogelijk een groot effect heeft op toekomstig te realiseren risicovolle inrichtingen en variant 2a domino effecten heeft op de reeds aanwezige hogedruk aardgastransportleiding scoren deze varianten negatief op het aspect domino effecten. De overige varianten scoren omdat ze invloed kunnen hebben op toekomstige risicovolle installaties licht negatief (0/-) voor het aspect domino effecten. In tabel 5-6 is een samenvatting van de beoordeling van de windturbinevarianten op het aspect externe veiligheid weergegeven.
Voor de totaalbeoordeling is de beoordeling van het plaatsgebonden risico leidend. tabel 5-6 Beoordeling windturbinevarianten Variant 1a
Variant 1b
Variant 2a
Variant 2b
Plaatsgebonden risico
Aspect
-
-
0/-
0/-
Domino-effecten van windturbine op omgeving
-
0/-
-
0/-
Totaal
-
-
-
0/-
Vooralsnog is onduidelijk welke windturbines er geplaatst zullen worden. Daarom is uitgegaan van twee (worst-case) type turbines. Kleinere windturbines hebben kleinere risicocontouren. Dit is met name relevant voor de PR 10-6 contour. De ervaring leert dat een turbines met voldoende omvang om rendabel te zijn voor het windklimaat ter hoogte van het bedrijventerrein, een minimale PR 10-6 contour heeft van 130 meter. Dit geldt voor zowel de “hoge” als de “lage” varianten.
Blad 38 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
6
Voorkeursalternatief
6.1
Optimalisatie alternatieven naar voorkeuralternatief Op basis van de uitkomsten van de gebiedsonderzoeken van de alternatieven en optimalisatie van het stedenbouwkundig ontwerp is een voorkeursalternatief tot stand gekomen. Een aantal wijzigingen betreft: Optimalisatie van de locatie en inpassing van de bedrijfskavels; Bedrijfsfunctie (t/m categorie 2) bij de 5 woningen aan de Zoggelestraat aan de zuidzijde; x Maximaal 3 windturbines in de groene corridor met maximale tiphoogte van 210 m, waarbij de locatie van de westelijke turbine vanuit stedenbouwkundig oogpunt is geoptimaliseerd. In figuur 6.1 t/m 6.3 is het voorontwerpbestemmingplan en een impressie van het stedenbouwkundig ontwerp weergegeven.
figuur 6.1 Voorontwerpbestemmingsplan bedrijventerrein Heesch West
Blad 39 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 6.2 Nadere uitsnede voorontwerpbestemmingsplan bedrijventerrein Heesch West
figuur 6.3 Stedenbouwkundig ontwerp (concept) bedrijventerrein Heesch West
Blad 40 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
6.2
Effecten voorkeursalternatief In paragraaf 6.2.1 zijn de resultaten van het onderzoek voor het voorkeursalternatief weergegeven. In paragraaf 6.2.2 wordt nader weergegeven in hoeverre er sprake is van verschileffecten va het voorkeursalternatief met de MER-alternatieven.
6.2.1
Beschouwing risicobronnen bedrijventerrein Rijksweg A59 x De weg heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op; x Het groepsrisico van de weg is in zowel de huidige als de toekomstige situatie lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. De hoogte van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie; x Het invloedsgebied van de weg reikt tot het plangebied, daarom is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes verplicht. LPG-tankstation Bosschebaan 116 x De 10-6 plaatsgebonden risicocontouren van het LPG-tankstation reiken niet tot het bedrijventerrein (ten zuiden van de Bosschebaan). Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op; x Het groepsrisico van het tankstation is in zowel de huidige als de toekomstige situatie lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. De hoogte van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie; x Het invloedsgebied van het LPG-tankstation reikt tot het plangebied, daarom is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen verplicht.
Hogedruk aardgastransportleiding x Een belemmeringenstrook van vijf meter aan weerszijden van de hogedruk aardgastransportleiding dient conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen aangehouden te worden waarbinnen geen bebouwing mag worden geprojecteerd; x De leiding heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op; x De hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding bevindt zich onder de oriëntatiewaarde; x In het kader van de ruimtelijke procedure is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen verplicht. Overige risicobronnen x Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van twee nabijgelegen LPG-tankstations in Geffen. Het zijn daarmee geen relevante risicobronnen; x Het invloedsgebied van de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen reikt tot het plangebied. Verantwoording van het groepsrisico is daarmee conform het Besluit externe veiligheid transportroutes verplicht. Risicovolle activiteiten op het bedrijventerrein x Risicovolle activiteiten (waaronder opslag van gevaarlijke stoffen) worden niet op voorhand uitgesloten; x De 10-6 plaatsgebonden risicocontour van nieuwe activiteiten mogen niet reiken tot percelen van derden;
Blad 41 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Mogelijkheden waterstof Voor dit initiatief geldt dat een tweetal locaties voor waterstofvoorzieningen zijn onderzocht: x Het produceren van waterstof uit het energieoverschot uit wind- en zonne-energie tussen de windturbines middels elektrolyse. x Het verkopen van waterstof bij tankstation de Lucht. Het produceren van waterstof in de groene strook tussen de windturbines Voor het kleinschalig produceren, opslaan en verkopen van waterstof heeft het RIVM 12 een richtlijn opgesteld, waarin vastgestelde afstanden staan voor het plaatsgebonden risico en het invloedsgebied van zo’n installatie. Deze afstanden uit deze richtlijn worden straks door vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (één van de AMvB’s van de Omgevingswet). De PR 10-6 contour van deze inrichtingen bedraagt 30 m en het invloedsgebied bedraagt maximaal 35 m volgens de memo. Er zal onder de Omgevingswet een aandachtsgebied gaan gelden van 55 m voor dergelijke installaties. Omdat de regelgeving hieromtrent enigszins gaat veranderen geldt hiervoor het volgende: x Wordt de installatie vóór de invoering van de Omgevingswet gebouwd, dan geldt dat wanneer er geen objecten binnen 35 m van de waterstof productie en opslaglocatie zijn gelegen, er wordt voldaan aan wet en regelgeving en dat er geen sprake is van een groepsrisico.
x Wanneer de installatie na de invoering van de Omgevingswet wordt gerealiseerd, dan geldt dat wanneer er binnen 30 m geen objecten zijn geprojecteerd, er wordt voldaan aan wet- en regelgeving, maar dat wanneer er binnen 55 m gebouwen worden mogelijk gemaakt of gerealiseerd het bevoegd gezag moet overwegen of zij hier maatregelen neemt om de gebruikers van deze gebouwen te beschermen. x Er wordt daarnaast veiligheidshalve geadviseerd de waterstof opslagen op ten minste 55 m afstand van de grens van de groenzone te realiseren, omdat het invloedsgebied van waterstof maximaal 55 m bedraagt, kan dit dan nooit over gebruikspercelen komen te liggen. x Om te voldoen aan het externe veiligheidsbeleid in het gebied zal zorg moeten worden gedragen, dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 binnen de perceelgrens ligt. x Vanaf 2021, na de inwerkingstreding van de Omgevingswet, gaat het bij kleinschalige opslag van waterstof om een vastgestelde afstand met betrekking tot het plaatsgebonden risico, waarbij het toegevoegd risico van de windturbines niet hoeft te worden meegenomen. Domino-effecten hoeven vanaf dan, juridisch gezien ook niet te worden meegenomen bij de bepaling van de PR 10-6 contour.
Het verkopen van waterstof bij tankstation de Lucht Voor het verkopen van waterstof bij tankstation de Lucht kan aangesloten worden bij dezelfde richtlijn als voor de productie-unit van waterstof8: x Wanneer rekening wordt gehouden met een afstand van 30-35 m afhankelijk van het type waterstof tankstation tot het dichtstbijzijnde kwetsbare object wordt voldaan aan zowel huidige als toekomstige wet- en regelgeving. x Bij de plaatsing van de bijbehorende apparatuur zal daarnaast rekening moeten houden met interne afstanden conform de publicatiereeks gevaarlijke stoffen. Deze afstanden worden te zijner tijd nader bepaald bij een vergunningsaanvraag. x Daarnaast zal bij aanpassing van de vergunning een groepsrisicobeoordeling plaats moeten vinden. Het is echter de verwachting dat de bevoorrading van LPG maatgevend is voor de hoogte van het groepsrisico en de verandering van het groepsrisico marginaal zal zijn. 12
https://www.rivm.nl/omgevingsveiligheid/inrichtingen/waterstoftankstations
Blad 42 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
6.2.2
Vergelijking voorkeursalternatief met MER-alternatieven Uit de vergelijking van het voorkeursalternatief met de MER-alternatieven blijkt dat externe veiligheidsrisico’s (plaatsgebonden risico en groepsrisico) nagenoeg gelijk zijn. De mogelijkheden voor waterstofvoorzieningen leiden niet tot een andere beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s. In tabel 5-6tabel 6-1 is een samenvatting van de beoordeling van het voorkeursalternatief ten opzichte van de MER-alternatieven weergeven tabel 6-1 Beoordeling alternatieven en voorkeursalternatief Aspect
Plaatsgebonden risico: vanuit omgeving naar plangebied Plaatsgebonden risico: vanuit plangebied naar omgeving Groepsrisico: vanuit omgeving naar plangebied Groepsrisico: vanuit plangebied naar omgeving
6.3
Alternatief
Alternatief
Alternatief
Alternatief
1
2
3
4
VKA
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Effecten windturbines Optimalisatie PR-contouren turbines en turbinelocaties In de alternatievenstudie is uitgegaan van een windturbine met generieke kenmerken, zoals die gegeven zijn in het Handboek risicozonering windturbines. Dit levert echter grote plaatsgebonden risicocontouren op. Vanwege de potentiële effecten die de PR-contouren van windturbines kunnen hebben op de uitgeefbaarheid van gronden op bedrijventerrein Heesch-West, is een aantal specifieke windturbines onderzocht. Voor deze turbines zijn op basis van turbine specifieke parameters de plaatsgebonden risicocontouren berekend, om zo te ruimtelijke beperkingen ten gevolge van deze contouren, zoveel mogelijk te beperken. Het verschil tussen de a-variant (hogere turbines) en de geoptimaliseerde variant is weergegeven in tabel 6.2.
Blad 43 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
tabel 6-2 Uitgangspunten windturbinevarianten Variant 2a Windturbinetype
Nordex N131
Vermogen Ashoogte13 Rotordiameter Tiphoogte Werpafstand bij nominaal toerental Werpafstand bij overtoeren High impact zone PR 10-5 contour
3- 4,2 MW 144 meter 131 meter 210 meter 181 meter
Variant 2a geoptimaliseerd Nordex N131, Vestas V136, Enercon E138 3-4,2 MW 131-144 meter 131-138 meter 210 meter 121-146 meter
466 meter
354 meter
166 meter 65,5 meter
166-167 meter 35-41 meter
Toelichting
Geen (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen en kantoorgebouwen PR 10-6 contour* 182 meter 147 meter Geen kantoorgebouwen groter dan 1.500 m2. Ook niet als kantoorgebouw bij een bedrijf hoort (één inrichting) en de bedrijfsloods binnen de contour ligt. Straks bij Omgevingswet geldt deze laatste regel niet meer. *Berekend conform methodieken Handboek risicozonering windturbines (bijlage C), model zonder luchtkrachten
6.3.1
Effecten windturbines voorkeursalternatief Plaatsgebonden risico De PR 10-5 contour valt voor deze varianten grotendeels over de groenstrook. De PR 10 -6 contouren vallen gedeeltelijk over de toekomstige bedrijfsbestemming. Er liggen geen kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5 contour. Daarnaast is in beeld gebracht in hoeverre de PR 10-5 en PR 10-6 contour een belemmering opleggen voor een zoekgebied ten zuiden van de groenstrook, dat mogelijk in de nabije toekomst tot bedrijventerrein zal worden ontwikkeld. Uitgaande van deze windturbinelocaties zijn in figuur 6.4 de risicocontouren van de voorkeursvariant weergegeven en zijn tabel 6.3 de ontwikkelingsmogelijkheden weergegeven binnen de PR 10-5 contour én de 10-6 contour. Door de optimalisatie van de locatie is er minder overlap van de PR-contouren met de bedrijfskavels ten opzichte van de eerder onderzochte varianten. Tabel 6-3 beperkingen ten gevolge van PR-contouren VKA Oppervlakte PR 10-5 (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 (uitsluiten kwetsbare objecten) Oppervlakte PR 10-5 wijzigingsgebied bedrijventerrein (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 wijzigingsgebied bedrijventerrein (uitsluiten kwetsbare objecten)
13
VKA 0,03 ha 5,4 ha 0 ha 4,34 ha
Door een windturbine met een lagere ashoogte te realiseren kan de PR 10-6 contour tot 10 m kleiner worden, dit is echter windturbine type specifiek.
Blad 44 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 6.4 Plaatsgebonden risicocontouren voorkeursalternatief Windturbines ten opzichte van hogedruk aardgastransportleiding De windturbine in het voorkeursalternatief is gelegen nabij een hogedruk aardgastransportleiding (figuur 6.5). In het besluit externe veiligheid buisleidingen(Bevb) is opgenomen dat de PR 106 contour van de leiding niet over kwetsbare objecten mag liggen. In de huidige situatie zijn er geen kwetsbare objecten in de directe nabijheid van de leiding gelegen. Wanneer de windturbine planologisch mogelijk wordt gemaakt, het toegevoegd risico wordt doorberekend aan de leiding en hieruit blijkt dat de PR 10-6 contour over de (nog te bestemmen) bedrijfsbestemming is gelegen, zijn hier conform het Bevb kwetsbare objecten automatisch uitgesloten. Er wordt dan ook voldaan aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Gasunie voert naast de harde wettelijke kaders beleid ten behoeve van het beschermen van haar belangen. In dit beleid staat een afstand die Gasunie adviseert aan te houden tussen windturbines en haar ondergrondse leidingen. Aan deze adviesafstand wordt niet voldaan. Dit zal daarom nader worden afgestemd met de Gasunie.
Blad 45 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 6.5 Adviesafstand Gasunie (high impact zone)14 (zwarte cirkel) t.o.v. hogedruk aardgastransportleiding (rode lijn).
14
http://www.kennistafelveiligheidwindenergie.nl/doc/LAJ%2015%200616%20Beleid%20windturbines%20GTS%20externe%20informatie%20v8%2031-08-2015.pdf
Blad 46 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Domino-effecten De werpafstanden van de windturbines zijn weergegeven in figuur 6.5.
Figuur 6.6 Werpafstand bij nominaal toerental en werpafstand bij overtoeren voorkeursalternatief
De mate van effect is afhankelijk van de locatie van de toekomstige risicovolle inrichtingen ten opzichte van de windturbines. Voor toekomstige risicovolle inrichtingen geldt dat deze onder voorwaarden mogelijk zijn binnen de werpafstanden van de windturbines. Het Bevi stelt hierover dat risicovolle installaties in de nabijheid van windturbines toegestaan zijn zolang het toegevoegde risico er niet toe leidt dat de PR 10-6 contour van de installatie over (geprojecteerde) kwetsbare objecten in de omgeving komt te vallen. Of deze bepaling toekomstige risicovolle installaties gaan belemmeren is niet generiek te stellen. Dit is afhankelijk van het soort installaties, de afstand tot de windturbine en de aanwezigheid van (geprojecteerde) kwetsbare objecten. Wat wel gesteld kan worden is dat in de praktijk blijkt dat buiten de werpafstand bij nominaal toerental de trefkans van een turbineblad dusdanig laag is, dat dit zelden leidt tot significantie risicotoenames voor installaties op de grond. Binnen de werpafstand bij nominaal toerental is dit wel het geval. Hierbij geldt echter veelal dat met maatwerk (positionering installatie, risico reducerende maatregelen) het risico voldoende gereduceerd kan worden. Voor het voorkeursalternatief geldt dat er binnen een gebied van 66.966 m2 mogelijk sprake is van een belemmering.
Voor het voorkeursalternatief geldt echter dat het grootste gedeelte van de werpafstand bij nominaal toerental over de bestemming groen is gelegen. Hier kunnen qua risicovolle installaties uitsluitend waterstofopslagen worden gerealiseerd. In de planregels wordt opgenomen dat deze voorzieningen ten minste 55 m van de grens van de groenbestemming moeten komen te liggen. Omdat het invloedsgegbied van een waterstofopslag maximaal 55 m kan bedraagt, kan het toegevoegd risico
Blad 47 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
van de windturbines er niet toe leiden dat de PR10-6 contour van de waterstofopslag over (beperkt) kwetsbare objecten komt te liggen.
6.3.2
Vergelijking voorkeursalternatief met MER-windturbinevarianten Plaatsgebonden risico Zowel het voorkeursalternatief als de in hoofdstuk 5 besproken windturbinevarianten hebben plaatsgebonden risicocontouren die over de bestemming bedrijf vallen. Het ruimtebeslag van het voorkeursalternatief is echter kleiner dan dat van alle eerder beschouwde varianten. Daarnaast legt het voorkeursalternatief anders dan de varianten 2a en 2b geen beperkingen op aan de voorgenomen ontwikkeling van horeca. Het voorkeursalternatief is dan ook neutraal / negatief beoordeeld. tabel 6-4 Overzichtstabel beperkingen uitgeefbaarheid bedrijventerrein Oppervlakte PR 10-5 (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 (uitsluiten kwetsbare objecten) Oppervlakte PR 10-5 wijzigingsgebied bedrijventerrein (uitsluiten beperkt kwetsbare objecten) Oppervlakte ha PR 10-6 wijzigingsgebied bedrijventerrein (uitsluiten kwetsbare objecten)
V1a 4,0 ha
V1b 2,4 ha
V2a 1,1 ha
V2b 0,57 ha
VKA 0,03 ha
31,0 ha 0 ha
20,4 ha 0 ha
12,79 ha 0 ha
7,87 ha 0 ha
5,4 ha 0 ha
0 ha
0 ha
4,56 ha
2,17 ha
4,34 ha
Het aspect is niet als zeer negatief beoordeeld, omdat het geen direct veiligheidsrisico betreft, maar binnen de PR 10-6 contour moeten kwetsbare objecten worden uitgesloten. Domino effecten Geen van de varianten heeft een mogelijk domino-effect op bestaande risicovolle inrichtingen. Alternatief het VKA heeft net als variant 2a wel een domino-effect op de in de buurt gelegen hogedruk aardgas transportleiding. Daarnaast heeft het VKA net als alle alternatieven mogelijk effect op toekomstige risicovolle inrichtingen. Naar verwachting is dit effect klein. Omdat het VKA een domino effect kan hebben op de hogedruk aardgastransportleiding scoort dit alternatief net als variant 2a negatief op het aspect domino effecten. De andere varianten scoren omdat ze invloed kunnen hebben op toekomstige risicovolle installaties licht negatief (0/-) voor het aspect domino effecten. In tabel 5-6tabel 6.5 is een samenvatting van de beoordeling van het voorkeursalternatief ten opzichte van de windturbinevarianten weergegeven. Voor de totaalbeoordeling is de beoordeling van het plaatsgebonden risico leidend. tabel 6-5 Beoordeling windturbine varianten en voorkeursalternatief Aspect
Variant 1a
Variant 1b
Variant 2a
Variant 2b
VKA
Plaatsgebonden risico
-
-
0/-
0/-
0/-
Domino-effecten van windturbine op omgeving
-
0/-
-
0/-
-
Totaal
-
-
-
0/-
-
Blad 48 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
7
Verantwoording groepsrisico In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: x algemene beschouwing veiligheidssituatie; x ruimtelijke veiligheidsmaatregelen; x zelfredzaamheid; x bestrijdbaarheid.
7.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Het plangebied ligt in het invloedsgebied van verschillende risicobronnen. Bij de A59, het LPGtankstation en de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen kunnen verschillende scenario’s optreden. In deze paragraaf worden deze scenario’s verduidelijkt. Scenario’s BLEVE Het maatgevende scenario van het LPG-tankstation is een BLEVE.15 Een BLEVE kan plaatsvinden bij zowel de opslagtank met LPG (door intrinsiek falen) als bij de LPG-tankwagen (aanstraling door een brand). Een koude BLEVE ontstaat wanneer er een lek in de LPG-tank zit waardoor gas kan ontsnappen. Door een plotselinge drukverandering in de tank stijgt de temperatuur van het gas, waardoor de tank kan ontploffen. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een tankwagen beladen met brandbaar of toxisch gas. Door de hitte van de brand loopt de druk in een tankwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen. Door de maatregelen uit de ‘Safety Deal hittewerende bekleding op LPG-autogastankwagens’ is intrinsiek falen van de ondergrondse tank het maatgevende scenario. Tankauto's zijn voorzien van een hittewerende bekleding die de kans op een warme-BLEVE gedurende ten minste 75 minuten voorkomt. De brandweer is daardoor in staat de tank van de tankauto tijdig te koelen.
Een koude BLEVE houdt in dat een tot vloeistof verdicht gas bij instantaan falen van de tank onder druk expandeert tot een dampwolk die vervolgens ontsteekt. Er ontstaat dan een vuurbal. De BLEVE geeft zowel een drukgolf als intense warmtestraling en treedt meteen op bij een calamiteit met een tank gevuld met brandbare gassen. Fakkelbrand Bij de hogedruk aardgastransportleidingen kan een fakkelbrand ontstaan. Een fakkelbrand ontstaat wanneer door een externe beschadiging (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) gas vrijkomt dat vervolgens ontsteekt. Wat volgt is een fakkelbrand die extreme hittestraling kan veroorzaken. Het invloedsgebied van de gasleiding wordt bepaald door de druk en diameter van de leiding (de leiding in het plangebied heeft een invloedsgebied van 240 meter).
15 Boiling liquid expanding vapour explosion (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie).
Blad 49 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Plasbrandscenario Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 45 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele wagen- of tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. Aangezien het geprojecteerde bedrijventerrein op meer dan 45 meter van de weg is gelegen, is het plasbrandscenario niet verder uitgewerkt in het kader van de groepsrisicoverantwoording.
Hoogte groepsrisico Het groepsrisico van de onderscheiden risicobronnen in de nabijheid van het plangebied (weg, LPG-tankstation en hogedruk aardgastransportleiding) liggen zowel in de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. De hoogte van het groepsrisico van de verschillende risicobronnen neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie. Cumulatie en domino-effecten Bij het uitvoeren van een groepsrisicoverantwoording zijn (naast de hoogte van de afzonderlijke groepsrisico's) ook de cumulatie en eventuele domino-effecten relevant. Cumulatie is het optellen van afzonderlijk berekende groepsrisico's, van een domino-effect is sprake wanneer het falen van de ene risicobron leidt tot het falen van de ander. Beide aspecten zijn niet te kwantificeren en niet voorzien van een landelijk toetsingskader. Eventuele aanwezigheid van cumulatie- of domino-effecten wordt daarom alleen kwalitatief meegenomen in de "totaalafweging" of desbetreffende ontwikkeling al dan niet verantwoord wordt geacht. De cumulatie van groepsrisico's van verschillende risicobronnen is niet te berekenen. Reden hiervoor is dat de berekeningsmethodieken voor het bepalen van het groepsrisico afhankelijk zijn van de aard van de risicobron en dus per bron verschillen. Dit maakt optellen van verschillende groepsrisico's onmogelijk.
Het beschouwen van cumulatie is dus per definitie kwalitatief. De basis voor het beschouwen van cumulatie is gelegd in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007). Hierin is gesteld dat beschouwen van cumulatie een vast onderdeel is van groepsrisicoverantwoording. In hoofdstuk drie is het groepsrisico van de risicobronnen afzonderlijk beschouwd. Hierbij is gebleken dat het groepsrisico van de verschillende risicobronnen zich (in zowel de huidige als de toekomstige situatie) onder de oriëntatiewaarde bevindt. Gezien de hoogte van de afzonderlijke groepsrisico's van de risicobronnen (0,1 keer de oriëntatiewaarde of lager) zal het cumulatieve effect beperkt zijn. Dit gegeven is meegenomen in de totaalafweging van de groepsrisicoverantwoording. Ten aanzien van domino-effecten (in een situatie zonder windturbines) kan gesteld worden dat de kans, dat bijvoorbeeld een BLEVE op de weg ontstaat welke met het invloedsgebied reikt tot
Blad 50 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
het LPG-tankstation waardoor deze faalt, erg klein is. Bovendien zijn dergelijke 'externe factoren' verwerkt in de faalkans waarmee het groepsrisico van afzonderlijke risicobronnen is berekend. In een situatie met windturbines, blijkt dat geen van de varianten een domino-effect op bestaande risicovolle inrichtingen. Variant EV2a heeft wel een domino-effect op de in de buurt gelegen hogedruk aardgas transportleiding. Daarnaast hebben alle alternatieven mogelijk effect op toekomstige risicovolle inrichtingen.
7.2
Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen Met het voornemen wordt een regionaal bedrijventerrein ontwikkeld. Uit de gemeenschappelijke regeling blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling specifiek is voorzien voor deze locatie (nut en noodzaak is in separaat beschreven). De situering van de bebouwing is afhankelijk van het definitieve ontwerp van het bedrijventerrein. Vanuit externe veiligheid is het wenselijk de afstand tussen risicobron en -ontvanger te maximaliseren. De toegepaste inwaartse zonering draagt bij aan een wenselijke locatie-indeling voor nieuwe bedrijven. Veiligheidsmaatregelen aan een risicobron kunnen bijdragen aan optimalisatie van de veiligheidssituatie. Dergelijke maatregelen zijn echter niet te borgen in het kader van de ruimtelijke procedure en maken daarom formeel geen onderdeel uit van de groepsrisicoverantwoording. Ten aanzien van een fakkelbrand geldt dat deze voornamelijk het gevolg zijn van graafwerkzaamheden door derden. Preventieve maatregelen rond de hogedruk aardgastransportleiding kunnen de kans op graafschade tot een minimum beperken. Dit kunnen relatief eenvoudige maatregelen zijn zoals het plaatsen van waarschuwingsborden, waarschuwingslinten, het aanbrengen van functionele verharding boven de leiding, of een combinatie van deze.
Ook kunnen de tijdstippen van graafwerkzaamheden nabij de leidingen afgestemd worden op de openingstijden van de detailhandel. Deze maatregelen kunnen in samenwerking met Gasunie worden uitgewerkt.
7.3
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten). Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen aan de geprojecteerde bebouwing kunnen de gevolgen in geval van een incident met gevaarlijke stoffen beperken. Op het gebied van bouwtechnische maatregelen (zoals het aanbrengen van versterkte of scherfwerende beglazing) bestaat veel onduidelijkheid. Onduidelijk is hoe verstevigd glas (gelamineerd glas) zich gedraagt in geval van een drukgolf van een explosie, voorafgegaan door intense hittestraling. Daarnaast kan, als verstevigd glaswerk de drukgolf weerstaat, het kozijn of de buitenspouwmuur van het bouwwerk het begeven. Het verstevigen van kozijnen of buitenspouwmuren werkt op haar beurt weer dusdanig door in de constructiekosten dat deze maatregelen niet realistisch zijn, zeker gezien het gegeven dat het effect van deze maatregelen onduidelijk is.
Blad 51 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Zelfredzaamheid bij BLEVE en fakkelbrand In het geval van een BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden (deze zone bedraagt bij de weg circa 150 meter, bij de betreffende buisleiding 110 meter en bij een LPG tankstation ongeveer 60 meter). Buiten deze zone is schuilen in een gebouw in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, dergelijke scenario’s kunnen optreden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde. Zelfredzaam bij toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming bieden. Van belang daarbij is dat in dat geval de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar).
Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Interne vluchtwegen afstemmen op externe veiligheid Een calamiteit met gevaarlijke stoffen op de weg of bij het LPG-tankstation zal vrijwel direct worden opgemerkt door de directe omgeving (bij de leiding komt het gas bijvoorbeeld onder oorverdovend geraas de leiding uitgespoten). Personen in de omgeving zijn daarbij direct gealarmeerd. Vervolgens dienen de interne vluchtwegen in het gebouw zodanig gesitueerd te zijn dat het mogelijk is aan de risicoluwe zijde te ontvluchten en dienen personen (bijvoorbeeld BHV’ers) zodanig geïnstrueerd te worden dat zij de calamiteit herkennen (als calamiteit gevaarlijke stoffen) en het juiste handelingsperspectief kiezen. Het is aanbevelingswaardig om het ontruimingsplan van het gebouw uit te breiden met een paragraaf externe veiligheid waarin de omgang met externe veiligheidsscenario’s staat beschreven. Externe vluchtwegen In sommige gevallen kan vluchten eveneens nodig zijn, eventueel als reactie op secundaire branden. Daarvoor is een goede infrastructuur van belang, waarbij meerzijdig, van de bron af gevlucht kan worden.
Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied zijn geen bestemmingen opgenomen die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals kinderen, ouderen) faciliteren. Aanbevolen wordt dit ook volledig uit te sluiten in de planregels.
Blad 52 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
7.4
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. Elk scenario vraagt een specifiek aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door het bevoegd gezag in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Brabant-Noord. BLEVE-scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden. Vanwege de maatregelen uit de Safety Deal (hittewerende bekleding) wordt een warme BLEVE bij LPG-tankwagens gedurende ten minste 75 minuten voorkomen. De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding, voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. De leidingbeheerder zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd dooft.
De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden. Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water.
Blad 53 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Blad 54 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bijlage 1: QRA hogedruk aardgastransportleiding Aan de zuidwestzijde van het plangebied bevindt zich een hogedruk aardgastransportleiding (figuur B1.1).
Figuur B1.1: Ligging van hogedruk aardgastransportleiding (lichtblauw) ten opzichte van het plangebied (rood; globaal)
Het plangebied bevindt zich daarmee binnen het invloedsgebied van deze leiding. 16 Om het risiconiveau van deze hogedruk aardgastransportleiding te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en resultaten van deze risicoberekeningen beschreven.
16 Het invloedsgebied van de leidingen ten zuidoosten van het plangebied reiken niet tot de geprojecteerde bouwvlakken binnen het plangebied. Er zijn derhalve geen risicoberekeningen ten aanzien van deze leidingen uitgevoerd.
Blad 55 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. CAROLA is een softwarepakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. Conform het Bevb dienen de berekeningen uitgevoerd te worden volgens de bijbehorende regeling, hiermee wordt onder andere het rekenprogramma CAROLA bedoeld. De berekeningen zijn verder uitgevoerd conform de Handleiding risicoberekening Bevb, versie 2.0. Hierin is in module B omschreven hoe de risico's van leidingen berekend dienen te worden met CAROLA. Leidinggegevens De N.V. Nederlandse Gasunie heeft op 25 mei 2018 de leidinggegevens van de relevante hogedruk aardgastransportleidingen aangeleverd. In tabel B1.1 zijn de belangrijkste gegevens weergegeven. De vervaldatum van deze leidinggegevens is 25 november 2018. Na de vervaldatum wordt de actualiteit van de leidingdata niet meer door Gasunie gegarandeerd, de risicoberekeningen verliezen hiermee niet hun waarde. Tabel B1.1: Leidinggegevens Gasunie Leidingbeheerder Kenmerk N.V. Nederlandse Gasunie
Z-521-01
Druk [bar] 66.20
Diameter [mm] 457.00
Invloedsgebied (1%-letaliteit) [meter] 240
Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het risiconiveau van de leidingen zijn twee situaties berekend: x bevolking op basis van de vigerende omgevingssituatie (huidige situatie); x bevolking op basis van het voorliggende bestemmingsplan (toekomstige situatie). Voor het plangebied houden de voorgenomen ontwikkelingen een toename van de bestemmingsplancapaciteit in, omdat de toekomstige mogelijkheden (bedrijventerrein) ruimer zijn dan in de huidige situatie (buitengebied). Voor het bedrijventerrein is vanuit de worstcase-benadering uitgegaan van een hoge dichtheid (80 personen per hectare conform Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico). Kengetallen Voor de berekening van het groepsrisico is inzicht nodig in de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de buisleiding ter hoogte van het bedrijventerrein Heesch-West. Het traject waarbinnen de bevolking geïnventariseerd dient te worden loopt aan beide grenzen van het plangebied 1.000 meter door. De personendichtheid is te definiëren als het gemiddelde aantal personen, per bestemming, per planlocatie. De personendichtheden zijn op bestemmingsplanniveau geïnventariseerd, hierbij is gebruik gemaakt van kengetallen uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (2007) en de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 1, deel 6.
Blad 56 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bevolkingsinvoer In tabel B1.2 is weergegeven welke bevolkingsvlakken zijn ingevoerd voor de risicoberekeningen. De binnen/buitenfracties bij de berekeningen van de hogedruk aardgastransportleiding zijn gebaseerd op kengetallen zoals standaard vastgelegd in het rekenprogramma. Tabel B1.2: gemodelleerde bevolkingsvlakken Vlak
Bestemming
Aanwezigheid
1 3 woningen 2 2 woningen 3 15 woningen 4 12 woningen 5 2 woningen 6 2 woningen 7 1 woning 8 3 woningen 9 2 woningen 10 1 woning Plangebied: huidige situatie H1 3 woningen H2 10 woningen Plangebied: toekomstige situatie P1 Bedrijventerrein (hoge dichtheid) P2 Gemengd (horeca middelgroot) P3 3 woningen P4 Bedrijventerrein (hoge dichtheid) 1/ha = aantal personen per hectare HVG = Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico PGS = Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1, deel 6
Fractie buiten
Brongegevens
Dag
Nacht
Eenheid
Dag
Nacht
1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2
2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4
woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning
0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG
1,2 1,2
2,4 2,4
woning woning
0.07 0.07
0.01 0.01
HVG HVG
80 19 1,2 80
16 47 2,4 16
1/ha eenheid woning 1/ha
0.05 0.21 0.07 0.05
0.01 0.02 0.01 0.01
HVG PGS HVG HVG
In figuur B1.2 is een totaaloverzicht van de gemodelleerde bevolkingsvlakken opgenomen (bevolkingsvlakken 1 t/m 10 zijn in de huidige situatie gelijk aan de toekomstige situatie). In figuur B1.3 is een detailoverzicht van het plangebied opgenomen.
Blad 57 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
3
2
4
1
T1 10 T4
T2 T3
5 8 9
7 6
Figuur B1.2: Gemodelleerde bevolkingsvlakken (totaaloverzicht toekomstige situatie)
H1 T1 10
10 T4
T2
H2
T3
5
5
Figuur B1.3: Gemodelleerde bevolkingsvlakken plangebied in huidige (links) en toekomstige (rechts) situatie
Blad 58 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Resultaten Plaatsgebonden risico Uit de berekeningen blijkt dat de hogedruk aardgastransportleiding geen PR 10-6-contour heeft. Het plaatsgevonden risico levert daarmee geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen. Groepsrisico Het berekende groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding is weergegeven in figuur B1.4 en in tabel B1.3.
Figuur B1.5: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-527-05 in de toekomstige situatie Tabel B1.3: Hoogte groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding (huidige en toekomstige situatie) Kenmerk Groepsrisico: huidige situatie Groepsrisico: toekomstige situatie leiding (percentage van oriëntatiewaarde) (percentage van oriëntatiewaarde) A-527-05 Geen groepsrisico 7,8 procent
Uit figuur B1.5en tabel B1.3 volgt dat het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde niet overschrijdt, in de huidige situatie heeft de leiding geen groepsrisico (er is pas sprake van een groepsrisico vanaf tien slachtoffers). Het groepsrisico van een hogedruk aardgastransportleiding wordt berekend per kilometer. De kilometer met het hoogste groepsrisico is weergegeven in figuur B1.6. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied een hogedruk aardgastransportleiding. Omdat het groepsrisico van de leiding lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, is een beperkte verantwoording conform het Bevb verplicht (beschouwen van de elementen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid).