CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Raad van State dd 22 januari 2026 over het bestemmingsplan MFA en woningbouw Looveltlaan Oss 2023 geanonimiseerd

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente OssBij agendapunt: Voor behandeling doorgeleiden naar het college11.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raad ,, vanState

Afdeling bestuursrechtspraak

Pagina 1 van 1

GEMEENTE oss POSTKJAMER Raad van de gemeente Oss

Datum:

2 6 JAN 2026

Postbus 5

Afdelinc:

î?

5.1.2e

OSS

kop,

1)ituiu

C)ns nuniiucr

22 januari 2026

202403551111R2

Uw kenmerk

Onderwerp

Inlichtingcii 5.1.2e

0ss Bp MFA en woningbouw 5.1.2e Oss 5.1.2e

5.1.2e

lrucclu r&_

Beroep

Geachte heer/mevrouw, De Afdeling heeft één of meer reacties ontvangen op uw nader besluit/bijkomende beschikking in bovengenoemde procedure. Deze treft u hierbij aan. U hebt tot en met 5 februari 2026 de tijd om te reageren. Privacy De Afdeling stuurt de stukken die u stuurt, door aan de andere partijen. Houdt u daar rekening mee als u stukken met privacygevoelige informatie stuurt. Voor meer informatie gaat u naar www. raadvanstate.nl/privacyverklaring. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

4428166(F05)

Postbus 20019 - 5.1.2e Den Haag -T 5.1.2e - F 5.1.2e Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

- www.raadvanstate.nl

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:

@achmearechtsbijstand.nl maandag 22 december 2025 1 1:09 Bestuursrechtspraak veiligmailen 202403551/1/R2 reactie herstelbesluit RB-004703588 22122025 GRiPCU251 170420251222100141 D.pdf

Opvolgingsvlag: Viagstatus:

Opvolgen Met vlag

5.1.2e

D This message was submitted via Bastion 365 Webform Nieuwe zaak of stukken bij bestaande

zaak insturen

Geachte heer, mevrouw, ln de bijlage vindt u een brief over deze zaak (uw zaaknummer 202403551/1/R2, ons zaaknummer RB004703588, voorheen R222601 954). Met vriendelijke groet,

StichtingAchmea Rechtsbijstand 5.1.2e

seníorjurist 5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

Titburg Ape1doorn

5.1.2e

E 5.1.2e @achmearechtsbijstand.nl W www.achmearechtsbijstand.nt Op woensdag afwezig Stichting Achmea Rechtsbijstand is statutair gevestigd te Tilburg. K.v.K. 41038571

stichting achmea rechtsbijstand Stlchtlng Achmea Rechtsbljstand, Postbus 4116, 5.1.2e

5.1.2e

Tilburg

www.achmearechtsbijstand.nl

Datum: 22 december 2025 Ons Kenmerk: RB-004703588 Uw kenmerk: 202403551/1/R2

, Apeldoorn

Aangetekend RB-004703588 Afdeling 8estuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 5.1.2e DENHAAG verstuurd via Veilige Mail

Behandeld door: 5.1.2e E-mail: 5.1.2e @achmearechtsbijstand.nl Telefoon: 5.1.2e 5.1.2e Fax: 5.1.2e

5.1.2e 5.1.2e5.1.2e 5.1.2e

Onderwerp: reactie herstelplan

Geachte heer, rnevrouw, Bij brief van 17 december 2025 informeerde u mij over een besluit van de raad van de gemeente Oss tot vaststelling van een herstelplan. De gemeente heeft mij hierover nog niets laten weten. U vroeg mij uiterlijk 31 december 2025 om een reactie. Mijn cliënt 5.1.2e , 5.1.2e Oss is het nîet eens met dit herstelbesluit. Het herstelbesluit gaat over het bestemmingsplan MFA en woningbouw 5.1.2e Oss-2023. Een eerste blik op dit plan leert dat het of onvoldoende aan de bezwaren van ciiënt tegemoet komt: • Op de verbeelding is te zien dat de maximale bouwhoogte ongewijzigd is, namelijk 15 meter en 18,5 meter. • ln bijlage 8 van de toelichting vinden we de bezonningsstudie. Op pagina 3 is de nieuwe situatie afgebeeld met als bouwhoogte 12 meter. Er is geen rekening gehouden met de toegestane bouwhoogte van 15 meter. Deze studie is dus ondeugdelijk en moet opnieuw gedaan worden met de juiste hogere bouwhoogten. Dit zal laten zien dat de hoge bebouwing negatieve effecten heeft voor mijn cliënt. Daarnaast kijkt de studie alleen naar de gevel en niet naar de tuin. • Maatschappelijk gebruik in allerlei vormen is nog steeds toegestaan. Gronden met de bestemming Gemengd zijn volgens artikel 3 van de planregels bestemd voor Verenigingsleven.

ln de begripsbepalingen is verenigingsleven nog steeds heel ruim omschreven: Het gebruik van gronden en gebouwen (door verenigingen) met een sociaal, cultureel, sportief, educatief of maatschappelijke doel, niet zijnde bedrijfsmatige activiteiten. Een maatschappelijk doel wordt verder niet gedefinieerd. En het gebruik is niet alleen door verenigingen toegestaan want dat staat tussen haakjes. • Voor het overige heb ik vanzelfsprekend nog geen tijd gehad het herstelplan voldoende te bestuderen. Daarom handhaaf ik onze eerder aangevoerde beroepsgronden. Mogelijk is het nodig nog aanvullende gronden in te brengen.

Stichting Achmea Rechtsbljstand is statutair gevestigd te Tilburg. K.v.K. 41038571

stichting achmea rechtsbijstand Datum: 22 december 2025 Blad: 2 l 2

lk zal u uiterlijk 28 januari 2026 de (verdere) beroepsgronden doorgeven. lk begrijp niet waarom u mij vraagt om al binnen 14 dagen, uiterlijk 31 december 2025, te reageren op dit herstelplan. De gemeente heeft ons niet geïnformeerd over haar herstelbesluit. Dat is in strijd met artikel 3:43 lid 1 en 3:44 lid 1, aanhef en onder b van de Awb. lmmers artikel 3:43 lid 1 van de Awb zegt: Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naarvoren hebben gebracht. En artikel 3:44 lid 1, aanhef en onder b, van de Awb zegt: lndien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, geschiedt de mededeling, als bedoeld in artikel 3:43, eerste lid: door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naarvoren hebben gebracht. • Artikel 3.8 lid 4 Wro zegt dat in afwijking van lid 3 het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan 6 weken na de vaststelling bekend wordt gemaakt. Deze regeling is bedoeld om alle partijen meer tijd te geven het plan te bestuderen. Dit plan is al 1 week na vaststelling bekend gemaakt. Dat is in strijd met de wet.

• Het gewijzigde bestemmingsplan is vanaf 18 of 19 december 2025 ter inzage gelegd (de bekendmaking noemt verschillende data die ofwel eindigen op 28 januari ofwel 29 januari 2026). • Gelet op de feestdagen (ik ben met verlof vanaf 24 december tot en met 2 januari 2026) en de omvang van de stukken (alleen al de bijlagen bij de toelichting zijn 1251 paginas) is 31 december 2025 volstrekt niet haalbaar. lk kan alleen zeggen dat wij ons beroep handhaven en dat u uiterlijk 28 januari 2026 verder bericht van mij ontvangt. Wilt u ons zaaknummer R222601954 wijzigen in RB-004703588. Wij werken met een nieuw digitaal dossier, waardoor de zaaknummers van bestaande zaken zijn omgezet. Cliënt vraagt u het gewijzigde vaststellingsbesluit te vernietigen. Ook vraagt cliënt u de gemeente te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten. Laat het mij weten als u nog vragen hebt. U bereikt mij via telefoonnummer 5.1.2e . E-mailen kan naar 5.1.2e @achmearechtsbijstand.nl. Noemt u daarbij altijd ons zaaknummer RB-004703588. Vriendelijke groet,

5.1.2e

5.1.2e

senior jurist

Stichting Achmea Rechtsbijstand is statutair gevestigd te Tilburg. K.v.K. 41038571

Ganpat1 R. (Radjes) Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: ßijlageri:

mail@ 5.1.2e .nl dinsdag 20januar1 2026 11:16 Bestuursrechtspraak veiligmailen Zaaknummer Afdeling bestuursrechtspraak 202403551/3/R2 Beroepsschrift herstelbesiuit inhoudelijk.pdf; Beroepsschrift herstelbesluit.pdf

Opvolgingsvlag: Vlagstatus:

Opvolgen Voltooid

U ontvangt niet vaak e-mail van mail@ 5.1.2e

.nl. Ontdek waarom dit belangriik is

This message was submitted via Bastion 365 Webform Nieuwe zaak of stukken bij bestaande zaak insturen , 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e

te Oss, 5.1.2e , 5.1.2e @ 5.1.2e .nl 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e te Oss, , @gmaiLcom 5.1.2e , 5.1.2e te Oss, 5.1.2e , 5.1.2e @gmait.com 5.1.2e , 5.1.2e te Oss, 5.1.2e , 5.1.2e @hotmail.com 5.1.2e 5.1.2e , 5.1.2e te Oss, 5.1.2e , 5.1.2e @planet.nl 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e , , te Oss, , 5.1.2e @hotmail.nl 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e te Oss, 5.1.2e , 5.1.2e @gmait.com Noteer hier onderstaande gegevens (ook van eventuete personen voor wie u gernachtigd bent): Uw volledige naam: • Adres: Voeg de verplichte bijlagen als pdf-document toe 5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

Aan: Afdeiing: Postbus

Raad van State bestuursrechtspraak 20019 5.1.2e DEN HAAG

Datum: Uw referentie: Onze referentie: Betreft:

20 januari 202 zaaknummer 202403551/3/R2 20260120/1/RP/RvSt. Aanvulling beroepschrift — herstelbesluit bestemmingsplan MFA en woningbouw 5.1.2e Oss — 2023 VG-02 Beroep

Procedure:

Per mail van het digitaal loket GeachteAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hierbij doen appellanten u toekomen een nadere aanvulling op het reeds ingestelde beroep tegen het herstelbesluit van de gemeenteraad van Oss inzake het bestemmingsplan MFA en woningbouw 5.1.2e Oss — 2023 VG-02. De aanvulling bestaat uit een inhoudelijk uitgewerkt beroepschrift, dat is bijgevoegd, waarin de eerder aangevoerde bezwaren nader zijn onderbouwd en aangevuld, alsmede de daarbij behorende bijlagen. De beroepsgronden zien onder meer op de uitvoerbaarheid van het plan, de zorgvuldigheid van de voorbereiding, de motivering van het herstelbesluit en de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van appellanten en andere omwonenden. Appellanten verzoeken de Afdeling deze aanvulling te betrekken bij de beoordeling van het beroep. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e

5.1.2e

, 5.1.2e

5.1.2e

te Oss

Mede namens appellanten: 5.1.2e 5.1.2e , 5.1.2e te Oss 5.1.2e te Oss , 5.1.2e , 5.1.2e 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e te Oss 5.1.2e 5.1.2e , 5.1.2e te Oss 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e , , te Oss 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e te Oss Bijiage: Beroepsschrift herstelbesluit inhoudelijk

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 Betreft

: Beroep op herstelbesiuit MFA en woningbouw Loo 5.1.2e

0ss — 2023 VG-02

van 11 december2025

Datum

: 23januari 2026

Door

: 5.1.2e

Revisie

:o

, 5.1.2e

5.1.2e

Oss.

Dit verslag telt 47 genummerde paginas.

Inhoud 1. lnieiding.......................................................................................................................2 2. Ten grondslag aan het beroep liggende documenten .................................................2 3. Status bezwaren op bestaand bestemmingsplan........................................................2 4. Gezondheidsrisicos van sloopactiviteiten...................................................................3 5. Planregels en uitvoerbaarheid.....................................................................................4 6. Stikstofberekeningen (Aerius-analysen)......................................................................5 7. QuickScan Wet natuurbescherming............................................................................5 8. Parkeren......................................................................................................................6 9. Geluid..........................................................................................................................8 10. Stedenbouwkundig....................................................................................................10 11. Bezonning.................................................................................................................12 12.

Telecommunicatiemasten..........................................................................................13 13. Conclusie ..................................................................................................................14 Bijlage1.............................................................................................................................15 1. Verwachte puin massas bij sloop Huize Loovelt.......................................................16 2. Verwachte puin massas bij sloop wijkcentrum De Hille ..........................................18 Bijlage2.............................................................................................................................19 Bijlage3.............................................................................................................................28 1. lnleiding.....................................................................................................................28 2. Werkwijze..................................................................................................................29 3. Afmetingen en vormen van de gebouwen.................................................................29 4. Bepaling van de schaduwen met opmerkingen.........................................................32 5.

Beperkingen van dit verlag........................................................................................45 6. Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................45 7. Nadere onderbouwing van reeds aangevoerde beroepsgronden inzake bezonning bij de bezonningsstudie van het herstelbesluit ........................................46

1 van 47

Beroep op herstelbesiuit, zaaknummer 202403551/3/R2

lnteiding. op 4 iuni 2024 hebben appe!lanten bezwaar aangetekend tegen het raadsbesluit van 11 april 2024 betreffende de voorgenomen plannen om het bestaande wijkcentrum de Hille en zorghuis Huize Loovelt na sloop te vervangen door een nieuw te bouwen faciliteit met toegevoegde woningbouw. Na een uitspraak van de Raad van State op 17 maart 2025 op een door Achmea Rechtsbijstand ingediende voorlopige voorziening namens andere appellanten, heeft de gemeente op 11 december 2025 een herstelbesluit ingediend. Appellanten hebben gegronde bezwaren op het ingediende herstelbesluit en onderbouwen deze door middel van dit voorliggend verslag 2

Ten grondstag aan het beroep liggende documenten Aan het voorliggende beroep liggen de volgende documenten ten grondslag: Tabel 1: Documenten ten aron

aan bezwaar herstelbesluit. Datum rrootte

Nr. Omschrijving Alle documenten in pdf. 2025-11-04 College B & W Openbare BluitenIijst 11122025 Raadsveorstel hersJeesluit MFA en eoningbouw 5.1.2e Oss - 2023 Bijlage 1 lntentieovereenkomst B&W adsies lntentieovereenkonEt Ctmoeten Oss Noord-West Bijlage regels MFA en eoningbouw Looveltaan C)ss - 2023, Regels BUlaoe toelichtina MFA en eoninobouw 5.1.2e Oss — 2023. Toelichtina LiJiC

Vi LitiU

iiiyivi, e

i r v Jurnl,.4uuuwL_LRJviuaari _ìSSUZ,)

Bijlagen bij de regeEs MFA en v.oningboLrw LooseltJaan 0ss — 2023, Bijlage bij rel Bijlagen bij ae toelichtirg MFA en woningbouw LoovetJaan Oss - 2023 versie 11 Concept-raadsbesluit herstelbesluit MFA en eoningbouw LoovetUaan Oss -2023 Dossier 803 Besluitblad

3

ld-mm-jjj

[kB] 612

tAantai l bladzijden l l

41 1.884 142 7.284 t1.352 33 305

[stuksJ 10 3 22 53 403 125 1 2 3

Status bezwaren op bestaand bestemmingsptan. Het op 4 iuni 2024 ingediende beroep is gedateerd op 31 mei 2024 en bevat 13 bezwaren van appellanten. De status van de hieronder, eerder ingediende, weergegeven bezwaren uit het wijzigt als weergegeven. Met verdiept wordt bedoeld, dat in dit document hierop dieper wordt ingegaan. Met omgevingsvergunning wordt bedoeld dat het item niet thuis hoort in het bestemmingsplan. Tabel 2: Status van de eerder ¡ngediende bezwaren met aanvullingen.

2 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/3/R2 4.

Gezondheidsrisicos van sloopactiviteiten, Emissie van respirabel fijnstof bij sloop — ontbreken deugdelijke beoordeling (str,jdig met artikelen art. 3:2 en 3:46 Awb) Referentie: ¡tem 10 van het initieel beroepsschrift. Ook onder het oude regime dient de raad inzichtelijk te maken dat de uitvoering van het plan, waaronder de sloopfase, geen onaanvaardbare risicos voor de gezondheid en leefomgeving van omwonenden oplevert. Door het ontbreken van een concreet en toetsbaar sloop- en emissiebeperkingsplan is dit aspect onvoldoende onderzocht en betrokken bij de besluitvorming. Aan het bestemmingsplan en het herstelbesiuit is geen concreet en onderbouwd sloopplan ten grondslag gelegd. Hierdoor is niet inzichtelijl< gemaakt of de voorgenomen sloopwerkzaamheden uitvoerbaar zijn zonder onaanvaardbare milieugevolgen voor de directe omgeving. ln het bijzonder ontbreekt een beoordeling van de emissie van respirabel fijnstof (PM10 en PM2,5) die bij sloopwerkzaamheden kan vrijkomen. Dit betreft onder meer respirabel kristallijn silica (kwartsstof), een stofwaarvan in wetenschappelijke en beleidsmatige bronnen algemeen wordt erkend dat deze bij inademing ernstige gezondheidsrisicos kan opleveren, waaronder een verhoogd risico op kanker en silicose, en derhalve gezondheidsrisicos voor omwonenden kan opleveren.

Zonder inzicht in de aard en omvang van de sloop, de toegepaste slooptechnieken, de fasering en duur van de werkzaamheden en de te treffen emissiebeperkende maatregelen, kan niet worden beoordeeld welke concentraties respirabel fijnstof in de omgeving kunnen optreden. Appellanten hebben op basis van gangbare sloopemissiefactoren een indicatieve analyse opgesteld van de potentiële hoeveelheid respirabel fijnstofdie bij de sloop kan vrijkomen (zie bijlage 1). Deze analyse laat zien dat de vrijkomende hoeveelheid aanzienlijk kan zijn en dat bij een sloopduur van meerdere maanden sprake kan zijn van een langdurige blootstelllng van de omgeving aan respirabel fijnstof. Daarbij is van belang dat uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat fijnstofdeeltjes in de relevante grootteklassen gedurende langere tijd in de atmosfeer kunnen verblijven en zich over de omgeving kunnen verspreiden (zie onder meer: Universiteit Ulrecht, Overlast van bouwstofvoor omwonenden, P-UB-2004-11, §2.3). Deze analyse ziet uitsluitend op het sloopstof zelf en. laat emissies van werktuigen en overige bouwactiviteiten buiten beschouwing.

ln beleidsdocumenten, waaronder publicaties van de Nederlandse Arbeidsinspectie en adviezen van de SER/Gezondheidsraad, wordt gewezen op de gezondheidsrisicos van blootstelling aan respirabel kristallijn silica en het belang van vergaande emissiebeperkende maatregelen bij werkzaamheden waarbij dergelijk stof kan vrijkomen. Hoewel exacte emissies en concentraties vooraf niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld, had de raad juist vanwege deze onzekerheid inzichtelijk moeten maken of en hoe wordt gewaarborgd dat de sloopwerkzaamheden geen onaanvaardbare risicos opleveren voor de gezondheid en het woon- en leefklimaat van omwonenden. Door het ontbreken van een concreet sloopplan en een deugdelijke beoordeling van de emissies van respirabel fijnstof is niet inzichtelijk gemaakt dat het plan uitvoerbaar is zonder dergelijke risicos. Het bestemmingsplan en het herstelbesluit zijn in zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ontberen een draagkrachtige motivering, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. Het herstelbesluit herstelt dit gebrek niet.

3 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2

Pl.anregel.s en uitvoerbaarheid. Planregels en uitvoerbaarheid (str.jdig met artike/en 3:2 en 3:46Awb — oud recht van toepassing) Appellanten onderkennen dat op het bestreden liersteibesluit liet oude recht (Wabo/ Wro) van toepassing is, nu de bestemmingsplanprocedure vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is aangevangen en ook met het herstelbesluit binnen dit regime is voortgezet. Dit laat echter onverlet dat de raad ook onder dit regime gehouden is tot een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering, waarbij inzichtelijk moet worden gemaakt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is en niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Appellanten stellen zich op het standpunt dat de planregels onvoldoende begrensd en innerlijk tegenstrijdig zijn, waardoor nïet inzichtelijk is gemaakt wat planologisch maximaal mogelijk is en of de toegestane functies ruimtelijk verenigbaar zijn. De bestemmingsomschrijving laat een stapeling van intensieve functies toe, waaronder wonen, zorg wonen, verenigingsleven en parkeren, zonder dat is gemotiveerd hoe deze functies zich tot elkaar verhouden en hoe negatieve effecten voor de omgeving worden voorkomen. Daarnaast ontbreekt een duidelijke gezamenlijke begrenzing van het maximaal toegestane programma.

Door aantallen woningen en zorgwoningen afzonderlijk te maximeren, zonder een gezamenlijke bovengrens vast te leggen, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt we?ke maximale ruimtelijke en milieugevolgen het plan kan hebben. Dit raakt direct aan aspecten als geluid, verkeer en parkeerdruk. Voorts bevatten de planregels innerlijke tegenstrijdigheden doordat enerzijds maximale bouwhoogten worden vastgelegd, terwijl anderzijds generieke afwijkingsmogelijkheden worden toegestaan zonder dat de ruimtelijke gevolgen daarvan zijn afgewogen. Hierdoor ontbreekt rechtszekerheid over de daadwerkelijk toegestane bouwmassa. Ten slotte is de uitvoerbaarheid van het plan onvoldoende onderzocht. De planregels maken onder meer parkeren in het gebouw mogelijk en sluiten tegelijkertijd bepaalde technische oplossingen, zoals kelders, uit. Niet inzichtelijk is gemaakt hoe wordt voldaan aan eisen op het gebied van brandveiligheid, verkeersveiligheid en technische installaties. Evenmin is voldoende geborgd dat gebruiksbeperkingen, met name ten aanzien van verenigingsactiviteiten, effectief en handhaafbaar zijn. Gelet op het voorgaande heeft de raad onvoldoende zorgvuldig onderzocht en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is en leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het herstelbesluit is n zoverre in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.

4 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/3/R2

Stikstofberekenìngen (Aerius-analysen). Stikstofdepositie — onvoldoende inzichtelijke en verifieerbare berekening (strjdig met artikelen art. 3:2 en 3:46 Awb) ln aanvulling op item 11 van de eerder aangevoerde beroepsgronden met betrekking tot stikstofdepositie merken appellanten het volgende op. Aan het herstelbesluit is een stikstofberekening ten grondslag gelegd die is uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2023.01 (rekencodes S2Q54iErJiRW en Rxm4wA9ja99V). Deze versie is inmiddels opgevolgd door een substantieel geactuaiiseerde versie van AERIUS Calculator (2025), waarin recente wetenschappelijke ¡nzichten, gewijzigde bronindelingen, aangepaste emissiefactoren en een geactualiseerde achtergronddepositie zijn verwerkt. Hoewel het oude recht van toepassing is, blijft de raad gehouden om zich te baseren op actuele en verifieerbare gegevens. Nu de stikstofberekeningen zijn gebaseerd op onvolledige en niet-herleidbare uitgangspunten en geen inzicht bieden in de feitelijke uitvoeringsfase, is niet voidaan aan de vereisten van een zorgvuldige voorbereiding. De gemeente heeft niet gemotiveerd waarom in dit geval is volstaan met gebruik van een oudere AERIUS-versie en evenmin inzichtelijk gemaakt of en in hoeverre de verschillen tussen de gebruikte versie en de actuele versie invloed kunnen hebben op de berekende stikstofdepositie.

Daarmee is niet controleerbaar of de uitkomsten van de berekening nog aansluiten bij de actuele stand van wetenschap en regelgeving. Daarnaast ontbreekt een deugdelijke onderbouwing van de gehanteerde invoergegevens voor met name de aanlegfase. Er is geen sloop- en uitvoeringsplan vastgesteld, waardoor onder meer de aannemer, de werkwijzen, het in te zetten materieel en de bijbehorende emissieklassen niet bekend zijn. Niet inzichtelijk is gemaakt welke aannames zijn gedaan en waarom deze representatief zouden ziin. Dit raakt rechtstreeks aan de betrouwbaarheid en verifieerbaarheid van de berekening. Gelet hierop heeft de gemeente onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het project, zowel in de aanlegals in de gebruiksfase, geen significante gevolgen kan hebben voor nabijgelegen Natura 2000gebieden. Het herstelbesluit is ¡n zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.

Quicl<Scan Wet natuurbescherming. Flora en fauna — actuaiiteit QuickScan (art. 3:2 en 3:46Awb) Aan het herstelbesluit is de QuickScan f]ora en fauna (rapportnr. 180349.001, versie DI, d.d. 15 maart 2022) ten grondslag gelegd. Deze QuickScan is ten tijde van het herstelbes!uit ruim drie jaar oud en opgesteld onder het regime van de Wet natuurbescherming. Ook onder het oude regime dient een flora- en faunaonderzoek actueel en representatiefte zijn ten tijde van de planvaststelling. Door uit te gaan van een QuickScan die ten tijde van het herstelbesluit haar geldigheid heeft verloren en geen actualisatie te verrichten, heeft de raad onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat geen strijd bestaat met de Wet natuurbescherming. De gemeente heeft niet gemotiveerd waarom dit rapport, zonder actualisatie of aanvullend veldonderzoek, nog representatief is voor de feitelijke en juridische situatie ten tijde van het herstelbesluit onder de Omgevingswet. Nu een actualiteitsbeoordeling ontbreekt, is niet inzichtelijk gemaakt of zich in of nabij het plangebied inmiddels beschermde soorten offuncties hebben ontwikkeld, noch of het plan zonder aanvullende maatregelen uitvoerbaar is. Daarmee heeft de gemeente onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het project kan worden gerealiseerd zonder strijd met de soortbeschermingsbepalingen.

Het herstelbesluit is in zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ontbeert een draagkrachtige motivering, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. 5 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 8.

Parkeren. Parkeren (str.jdig met artikelen 3.2 en 3:46 Awb — oud recht van toepassing) Appeilanten onderkennen dat op het bestreden herstelbesluit het oude recht (Wabo/ Wro) van toepassing is, nu de bestemmingsplanprocedure vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is aangevangen en ook met het herstelbesluit binnen dit regime is voortgezet. Dit laat echter onverlet dat de raad ook onder dit regime gehouden is tot een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering, waarbij inzichtelijk moet worden gemaakt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is en niet leidt tot een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. Aan het herstelbesluit is een parkeeronderzoek van IV-lnfra ten grondslag gelegd. Appellanten stellen zich op het standpunt dat dit onderzoek onvoldoende basis biedt voor de conclusie dat het plan parkeerkundig aanvaardbaar is. Parkeerberekening gebaseerd op kwetsbare aannames binnen het vastgestelde programma. ln het parkeeronderzoek is uttgegaan van de in het herstelbesluit vastgelegde programmatische invulling van maximaal 18 appartementen en 48 zorgwoningen, in combinatie met een multitunctionele accommodatie. Appellanten betwisten niet dat deze aantallen ais zodanig in het herstelbesluit zijn begrensd. Wel stellen appellanten dat de parkeerberekening binnen deze begrenzing is gebaseerd op aannames die onvoldoende robuust en onvoldoende geborgd zijn.

Daarbij is onder meer uitgegaan van vergaande saldering door dubbelgebruik, specifieke aanwezigheidspercentages en benutting van parkeercapaciteit in de openbare ruimte, zonder dat inzichtelijk is gemaakt dat deze aannames onder alle omstandigheden realistisch en duurzaam zijn. Hierdoor is niet deugdelijk gemotiveerd dat ook btj maximale gelijktijdige belasting, passend binnen het vastgestelde programma, kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte zonder onevenredige afwenteling op de omgeving. Door deze onzekerheden niet inzichtelijk te onderzoeken en niet planologisch te borgen, heeft de raad onvoldoende zorgvuldig onderzocht of het plan parkeerkundig uitvoerbaar is. 0nvoldoende borging van parkeren binnen het piangebied en afwenteling op de openbare ruimte. Uit het parkeeronderzoek volgt dat een deel van de parkeerbehoefte wordt gesaldeerd via dubbelgebruik en aanwezige parkeercapaciteit in de openbare ruimte. Daarbij wordt expliciet de mogelijkheid opengehouden dat parkeerdruk wordt opgevangen buiten het plangebied. De planregels bevatten echter geen afdwingbare bepaling waaruit volgt dat de volledige parkeerbehoefte duurzaam binnen het plangebied wordt opgelost. Evenmin is geborgd dat de veronderstelde openbare parkeercapaciteit beschikbaar blijft, noch dat deze niet reeds wordt benut door bestaande functies in de omgeving.

Door parkeeroplossingen af te wentelen op de openbare ruimte zonder planologische borging, heeft de raad onvoldoende gemotiveerd dat geen sprake zal zijn van een onevenredige toename van parkeerdruk in de omliggende woonstraten. Onvoldoende onderbouwing van aannames over dubbelgebruik en aanwezigheidspercentages. Het parkeeronderzoek maakt onder meer gebruik van aanwezigheidspercentages en dubbelgebruik op basis van CROW-systematiek. Niet inzichtelijk is gemaakt waarom de gehanteerde percentages representatief zijn voor de specifieke combinatie van zorgfuncties, wonen en multifunctionele activiteiten op deze locatie. Met name bij zorgfuncties en maatschappelijke voorzieningen kunnen piekbelastingen juist gelijktijdig optreden. Door deze locatie-specifìeke omstandigheden niet nzichtelijk te betrekken, is onvoldoende gemotiveerd dat de veronderstelde saldering in de praktijk zal optreden.

6 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 Representativiteit van parkeeronderzoek en meetmomenten. De uitgevoerde parkeerdrukmetingen zijn verricht op een beperkt aantal momenten. Niet inzichte!ijk is gemaakt dat deze meetmomenten representatief zijn voor situaties waarin sprake is van maximale gelijktijdige belasting, zoals bij samenloop van zorgbezoek, activiteiten in de multifunctionele accommodatie en reguliere bewoning. Daarmee is onvoldoende onderbouwd dat de gemeten parkeerdruk een reëel beeld geeft van de maximale parkeerbelasting die het plan kan veroorzaken. Uitvoerbaarheid en veiligheid van parkeren in het gebouw. De planregels maken parkeren in het gebouw mogelijk, zonder dat inzichtelijk is gemaakt hoe dit zich verhoudt tot verkeersveiligheid, ¡nterne verkeersstromen en brandveiligheid. Evenmin ¡s onderzocht of de parkeervoorzieningen technisch en functioneel uitvoerbaar zijn bij de maximaal toegestane planinvulling. Voor studiedetail zie onderstaande afbeelding. Door deze aspecten niet te onderzoeken en niet te betrekken bij de besluitvorming, is de uitvoerbaarheid van het plan op parkeerkundig en veiligheidskundig vlak onvoldoende onderbouwd.

b9ane

w.,

Afmelingen momenteel geprojecteerd: Zie tekening. Afmetingen

lgens NEN2443-2013: §5.3.8.2. & Tabel 4B

Lengte bij vooruit parkeren: 6,25m i.p.v. 5m. Breedte middenklasse auto: 2,15m en 2,35m incl. spiegels. Minimale breedte parkeerweg: 5,66m Totale breedte geprojecteerd: 15,8m Totale breedte vereist: 18,2m Conclusie. Gelet op het feit dat het parkeren binnen het plangebied onvoldoende is geborgd, parkeerdruk deels wordt afgewenteld op de openbare ruimte, aannames over dubbelgebruik onvoldoende zijn onderbouwd en de uitvoerbaarheid van parkeren in het gebouw niet inzïchtelijk ¡s gemaakt, heeft de raad onvoldoende zorgvuldig onderzocht en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat het plan parkeerkundig aanvaardbaar is. Het herstelbesluit is in zoverre in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. 7van47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 9.

Getuid. Onvoldoende zorgvuldige en deugdelijk gemotiveerde beoordeling van het woon- en leefklimaat. (str.jdig met artikelen 3:2 en 3:46 Awb — oud recht van toepassing) Appellanten onderkennen dat op het herstelbesluit het oude recht (Wabo/Wro) van toepassing is, nu de bestemmingsplanprocedure vóór de inwerkngtreding van de Omgevingswet is aangevangen en met het herstelbesluit binnen dit regime is voortgezet. Dit laat echter onverlet dat ook onder dit regime de raad gehouden is tot een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering, waarbij inzichtelijk moet worden gemaakt dat het plan, gelet op de feitelijke situatie en actuele inzichten, leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan het herstelbesluit zijn meerdere akoestische onderzoeken ten grondslag gelegd, waaronder een akoestisch onderzoek van Adviesgroep K+ (22 oktober 2025), deelonderzoeken naar installatielawaai (BuroDB en Klicktet) en een onderzoek naarwegverkeerslawaai van Econsultancy (15 september 2023). Appellanten stellen zich op het standpunt dat deze onderzoeken, afzonderlijk en in onderlinge samenhang bezien, geen toereikende basis vormen voor de conclusie dat ter plaatse van bestaande woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verouderd en onvolledig gehanteerd toetsingskader.

Het akoestisch onderzoek van Adviesgroep K+ baseert de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid onder meer op de VNG-publicatie Bedrjven en milieuzonering uit 2009. Daarbij wordt voor een gemengd gebied uitgegaan van een richtafstand van 10 meter voor geluid. ln het onderzoek is niet inzichtelijk gemaakt waarom deze verouderde handreiking is toegepast, terwijl inmiddels een geactualiseerde VNG-publicatie van 18 oktober 2024 beschikbaar is waarin een andere benadering van functiemenging, cumulatie en leefkwaliteit wordt gehanteerd. Hoewel appellanten niet betwisten dat het oude recht van toepassing is, had van de raad mogen worden verwacht dat inzichtelijk werd gemaakt waarom, gelet op actuele inzichten en de feitelijke situatie ter plaatse, de gehanteerde richtafstanden en stapwaarden nog steeds passend zijn. Die motivering ontbreekt. Juist nu vaststaat dat de richtafstanden feitelijk niet worden gehaald en sprake is van substantiële overschrijdingen, had een zwaardere erì meer inhoudelijke afweging moeten plaatsvinden. Normgerichte toetsing in plaats van beoordeling van het woon- en leefklimaat. De akoestische onderzoeken toetsen de geluidbelasting hoofdzakelijk aan formele normstellingen, zoals de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus uit het Activiteitenbesluit en de Wet geluidhinder.

Daarmee is echter niet inzichtelijk gemaakt of, los van het voldoen aan deze normen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft herhaaldelijk geoordeeld dat het voldoen aan wettelijke geluidgrenswaarden niet zonder meer betekent dat een plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Ook onder het oude regime dient een zelfstandige beoordeling plaats te vinden van de geluidsbeleving en de gevolgen voor bestaande woningen. Een dergelijke beoordeling ontbreekt in de aan het herstelbesluit ten grondslag gelegde onderzoeken. Geen integrale beoordeling van gecumuleerde geluidsbelasting. De geluidbelasting is onderzocht in afzonderlijke deelonderzoeken, waaronder:

• • • •

geluid van activiteiten van de multifunctionele accommodatie; geluid van warmtepompen en overige installaties: constructiegeluid; wegverkeerslawaai. Deze onderzoeken zijn afzonderlijk beoordeeld, zonder dat een integrale beoordeling is gemaakt van de gecumuleerde geluidbelasting op dezelfde gevels en gedurende dezelfde tijdvakken. Hierdoor is 8 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 niet inzichtelijk gemaakt wat de totale geluidbeiasting voor omwonenden is en of deze, in samenhang bezien, leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook onder het oude recht geldt dat de raad de gezamenlijke effecten van verschillende geluidbronnen moet betrekken bij de ruimte!ijke afweging. Door deze cumulatie niet inzichtelijk te maken, is het onderzoek onvolledig en ondeugdelijk. Onyoldoende verifieerbare invoergegevens en modeilering (installatielawaai). Het deelonderzoek van BuroDB inzake het geiuid van warmtepompen en installaties gaat expliciet uit van door de opdrachtgever aangeleverde brongegevens, zonder dat inzichtelijk is gemaakt dat deze gegevens zijn geverifieerd of representatief zijn voor de daadwerkelijk te realiseren installaties. Daarnaast ontbreekt een controleerbare herleiding van afzonderlijke bronvermogens en frequentiespectra naar de totaie A-gewogen bronsterktes die als invoer zijn gebruikt in het rekenmodel. Appellanten hebben op basis van de in het rapport opgenomen brongegevens een eigen analyse uitgevoerd, waaruit volgt dat de cumulatieve bronvermogens aanzienlijk kunnen afwijken van hetgeen imp!iciet in het geluidsmodel is verondersteld.

Zo konden appellanten niet vaststellen dat er rekening is gehouden met akoestische canyoning tussen de woonappartementen, met akoestisch niet-absorberende glasvlakken, en bestaande (nr. 2 t/m 8). woonbebouwing aan de overzijde van de 5.1.2e Er is gerekend met gemiddelden, terwijl piekgeluid bepalend is voor hinder zoals optrekkend en afremmend autoverkeer. Het hanteren van een vaste geluidsmarge kan een gebrek aan inzichtelijkheid en verifieerbaarheid van de uitgangspunten niet repareren. De raad kon dit onderzoek daarom niet zonder meer aan het herstelbesluit ten grondslag leggen. Wegverkeerslawaai: normaanpassing in plaats van ruimtelijke afweging. Uit het onderzoek van Econsultancy blijkt dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op meerdere gevels wordt overschreden.

ln plaats van deze overschrijdingen als ruimtelijk knelpunt te beoordelen, is gekozen voor het vaststellen van hogere waarden tot 63 dB(A), zodat het plan alsnog binnen de aangepaste normstelling past. Een dergelijke benadering miskent dat het vaststellen van hogere waarden geen automatisme is en niet kan dienen ter reparatie van een plan dat leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woonen leefklimaat. Het onderzoek bevat geen zelfstandige motivering waaruit volgt dat een geluidbelasting tot 63 dB(A), gelet op de bestaande situatie en de cumulatie met andere geluidbronnen, voor omwonenden aanvaardbaar is. Niet inzichte/jk is gemaakt ofbronmaatregelen zjn onderzocht alvorens is gekozen voor normverruiming. Daarnaast wordt gewerkt met invoergegevens en rekenparameters die deels zijn gebaseerd op sterk verouderde datasets, zonder dat ïs gemotiveerd waarom deze gegevens representatief zijn voor de huidige en toekomstige verkeerssituatie. Dit ondergraaft de actua!iteit en betrouwbaarheid van de berekende geluidbelastingen. Afhankelijkheid van niet geborgde mitigerende maatregelen.

Voor zover de raad zich op het standpunt stelt dat eventuele overschrijdingen kunnen worden ondervangen door bouwkundige maatregelen, aangepaste gevelwering of gebru iksbeperkingen, geldt dat dergelijke maatregelen slechts in de ruimtelijke afweging kunnen worden betrokken indien zij concreet, toetsbaar en juridisch geborgd zijn. ln het herstelbesluit is niet inzichtelijk gemaakt welke specifieke maatregelen noodzakelijk zijn, op welke gevels en bij welke ruimten deze moeten worden toegepast, welke binnenwaarden daarmee worden gerealiseerd en hoe wordt geborgd dat deze maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd en blijvend worden nageleefd. Daarmee is de planologische aanvaardbaarheid feitelijk aThankelijk gemaakt van onzekere en niet-handhaafbare maatregelen. 9 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 Conclusie. Gelet op het gebrLuk van een verouderd en onvoldoende gemotiveerd toetsingskader, de normgerichte benadering zonder zelfstandige beoordeiing van het woon- en leefklimaat, het ontbreken van een integrale beoordeling van de gecumuleerde geluidsbelasting, de onvoldoende verifieerbare invoergegevens voor ¡nstallatielawaai, de keuze om overschrijdingen van wegverkeerslawaai op te lossen door het vaststellen van hogere waarden en de afhankelijkheid van niet juridisch geborgde maatregelen, heeft de raad onvoldoende zorgvuldig onderzocht en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat ter plaatse van bestaande woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en eefklimaat. Het herstelbesluit is in zoverre in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. 10.

Stedenbouwkundig. Stedenbouwkundige inpassing en verkeersontsluiting — onvoldoende ruimtelijke afweging en alternatievenonderzoek (strjdig met art. 3:2 en 3.46 Awb) De raad heeft met het herstelbesluit een stedenbouwkundige opzet mogelijk gemaakt met een zeer dominante massa en hoogtewerking in een bestaande woonomgeving. Dit noemen we concept A in bijlage 2. Appellanten stellen zich op het standpunt dat onvoldoende inzichtelijk is geniaakt waarom deze specifieke situering, volumetrie en ontsluitingsstructuur ruimtelijk noodzakelijk en aanvaardbaar zijn, mede gelet op de gevolgen voor het woon- en leefklimaat, het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid. Dat het oude recht van toepassing is, ontslaat de raad niet van de plicht om inzichtelijk te motiveren waarom de gekozen stedenbouwkundige opzet, gelet op schaal, massa en situering, ruimtelijk aanvaardbaar is. Door een reëel alternatief niet inhoudelijk te beoordelen, is deze afweging onvolledig gebleven. Uit de toelichting blijkt dat sloop en volledige nieuwbouw als uitgangspunt zijn genomen, waarbij de bestaande bebouwing als verouderd wordt gekwalificeerd. Daarmee is echter geen ruimtelijkinhoudelijke afweging gegeven waarom hergebruik of minder ingrijpende nieuwbouwvarianten stedenbouwkundig niet mogelijk of niet wenselijk zouden zijn.

De toelichting bevat geen inzichtelijke vergelijking van varianten en geen analyse waaruit volgt dat de gekozen massa en hoogte noodzakelijk zijn vanuit ruimtelijk oogpunt. Appellanten hebben in dit kader een passend concreet stedenbouwkundig alternatief Concept B (Bijlage 2) ingebracht, gebaseerd op hergebruik van bestaande bebouwing en een vernieuwd wijkcentrum, dat beoogt in belangrijke mate te voorzien in de beoogde functies met een aanzienlijk minder belastende ruimtelijke impact op de omgeving. Dit alternatief is als reëel en uitvoerbaar gepresenteerd en fungeert daarmee als toetssteen voor de vraag of de gekozen stedenbouwkundige opzet noodzakelijk is. Uit de stukken blijkt niet dat dit alternatief inlioudelijk stedenbouwkundig is beoordeeld. Niet inzichtelijk is gemaakt of renovatie en hergebruik van bestaande bebouwing ruimtelijk en functioneel mogelijk is, waardoor onvoldoende is gemotiveerd dat sloop noodzakelijk is. Voor zover het alternatief is afgewezen met een verwijzing naar interne financiële kaders, betreft dit geen ruimtelijk relevante motivering waaruit volgt dat de gekozen massa en situering planologisch noodzakelijk zijn. Daarmee heeft de raad onvoldoende zorgvuldig onderzocht (art. 3:2Awb) en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd (art.

3:46 Awb) waarom is gekozen voor een stedenbouwkundige opzet met een maximale massa en hoogte, terwijl een minder ¡ngrijpend alternatief met geringere gevolgen voor de omgeving beschikbaar was. De ruimtelijke afweging blijft hierdoor onvolledig. De gekozen stedenbouwkundige opzet van concept A (Bijlage 2) heeft tevens directe consequenties voor de verkeersontsluiting van het plan. De stedenbouwkundige beoordeling is mede getoetst aan gangbare richtlijnen en beleidskaders, zoals nader uitgewerkt in bijlage 2. 10 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 De in- en uitgang van het MFA ¡s gesitueerd tussen twee voetgangersoversteekplaatsen, terwijl niet inzichteiijk is gemaakt dat deze situering leidt tot een verkeersveilige en ruimtelijk aanvaardbare situatie. ln de toeiichting ontbreekt een integrale beoordeling van verkeersstromen, piekbelasting, zichtlijnen, snelheidsregime en de interactie tussen gemotoriseerd verkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers, vooral voor en na evenementen in het wijkcentrumgedeelte. Dit klemt temeer nu in de directe omgeving reeds grootschalige woningbouwontwikkelingen plaatsvinden, terwijl niet is gemotiveerd waarom juist deze locatie verder moet worden verdicht. Bij de beoordeling van de stedenbouwkundige opzet en de verkeersontsluiting is bovendien niet kenbaar getoetst aan algemeen aanvaarde ontwerpkaders, zoals vastgelegd in publicaties van CROW en hetASV\J, die richtinggevend zijn voor verkeersveilige inrichting en conflictarme ontsluiting in verblijfsgebieden. Evenmin blijkt dat de opzet is beoordeeld aan de hand van principes van Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED), die bij multifunctionele accommodaties en woonomgevingen relevant zijn voor overzichtelijkheid, sociale controle en het voorkomen van onveilige situaties.

Hierdoor is niet inzichtelijk gemaakt dat de combinatie van massa, situering en ontsluiting ruimtelijk aanvaardbaar is. Gelet op het voorgaande is de stedenbouwkundige onderbouwing van het herstelbesluit onvolledig. De raad heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom de gekozen stedenbouwkundige opzet, inclusiefde daarmee samenhangende verkeersontsluiting, de voorkeur verdient boven een minder belastend alternatief. Het herstelbesluit ¡s in zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. Ter onderbouwing hiervan verwijzen appellanten naar het door hen ingebrachte stedenbouwkundig alternatief Concept B (bijlage 2), waarin puntsgewijs wordt uiteengezet op welke onderdelen dit aiternatief leidt tot een geringere ruimtelijke en verkeerskundige belasting van de omgeving.

11 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2

Nieuwe verkeerssituatie voor Concept A (Voorlìggend plan)

11.

Bezonning. Bezonning — ondeugdelijke ruimtelijke onderbouwing (art. 3:2 en 3:46 Awb) Bij het herstelbesiuit heeft de gemeente bezonning expliciet betrokken in de ruímtelijke onderbouwing door toevoeging van een bezonningsstudie uitgevoerd door KWAArchitecten met Archicad software. Daarmee is bezonning een relevant beoordelingsaspect geworden bij de vraag of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze, aan het herstelbesluit ten grondslag gelegde, bezonningsanalyse is echter gebaseerd op onjuiste en onvolledige uitgangspunten. Ook onder het oude recht had van de raad mogen worden verwacht dat inzichtelijk werd gemaakt welke gevolgen het plan heeft voor de bezonning van bestaande woningen, mede in relatie tot de bestaande situatie. Zo wordt niet uitgegaan van de feitelijke en planologisch maximaal toegestane bouwhoogten en gebouwvormen, ontbreekt een deugdelijke nulmeting van de bestaande bezonningssituatie en is de beoordeling beperkt tot een select aantal woningen en niet het omliggende deel van de hele wijk. Daarnaast vertoont de studie interne inconsistenties en wordt een selectief gekozen worst-case-datum (19 februari) normatief gebruikt, zonder beoordeling van representatieve momenten. 12 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 20240355113/R2 Voorts wordt getoetst aan een niet-bindende TNO-richtlijn, zonder te motiveren waarom deze richtlijn in dit geval geschikt is en waarom naleving daarvan Ieidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierdoor is niet inzichtelijk gemaakt welke verslechtering van de bezonning optreedt ten opzichte van de huidige situatie en of deze ruimtelijk aanvaardbaar is. Gelet hierop kon de gemeente niet zonder meer op deze bezonningsstudie steunen. Het herstelbesluit is in zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ontbeert een draagkrachtige motivering, in strijd met de artikeien 3:2 en 3:46 Awb. Dit wordt nader onderbouwd in de bijgevoegde Bijlage 3: Bezonningsstudie Hil en Huis Loo t, revisie 2. Let met name op de rode teksten. 5.1.2e

5.1.2e

Schaduwval op 19 februari 9.û0uur. (SolidWorks professional 3D ontwerpsoftware) 12.

îelecommunicatiemasten. Onvoldoende begrensde wijzigingsbevoegdheid voor telecommunicatievoorzieningen (artikel 6, /id b planregels — strjdig met art. 3:2 en 3:46 Awb) ln artikel 6, lid b, van de planregels is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen op grond waarvan binnen de bestemming Gemengd, via een omgevingsvergunning, telecommunicatiemasten en daarmee vergelijkbare voorzieningen kunnen worden toegestaan. Deze bevoegdheid maakt het mogelijk om bouwwerken met een aanzienlijke hoogte toe te voegen, zonder dat vooraf inzichtelijk is gemaakt welke ruimtelijke gevolgen dit heeft voor de directe woonomgeving. Ook onder het oude recht geldt dat een wijzigingsbevoegdheid slechts kan worden opgenomen indien voldoende objectieve en toetsbare criteria zijn vastgeiegd waaruit volgt in welke gevallen en onder welke voorwaarden van deze bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt. Door deze wijzigingsbevoegdheid op te nemen zonder dat inzichtelijk is gemaakt welke ruimtelijke effecten een dergelijke voorziening kan hebben op onder meer het straatbeeld, het aanzicht, de beleving van de openbare ruimte en het woon- en leefklimaat van omwonenden, heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom deze planologische mogelijkheid aanvaardbaar is. 13 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/3/R2 Daarbij komt dat het bestemmingspian reeds voorziet in een bouwmassa van aanzienlijke hoogte. Het zonder nadere ruimtelijke afweging mogelijk maken van aanvullende opbouwen ten behoeve van telecommunicatievoorzieningen kan leiden tot een verdere verzwaring van de ruimtelijke impact, terwijl deze cumulatie van effecten niet is onderzocht en niet is betrokken bij de planvaststelling. Met deze regeling heeft de raad vooruitgelopen op een ruimtelijke ontwikkeling met een potentieel zeer ingrijpende ruimtelijke impact, zonder dat de aard, situering, omvang en ruimtelijke gevolgen van dergelijke voorzieningen vooraf inzichtelijk zijn gemaakt. De wijzigingsbevoegdheid bevat geen objectieve en concreet begrensde criteria waarmee kan worden gewaarborgd dat toepassing daarvan niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, het stedenbouwkundig beeld en het aan- en uitzicht van omwonenden. De in artikel 6. lid b, genoemde voorwaarden — zoals de vereiste noodzaak en verantwoording en de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing — zijn open geformuleerd en laten de wezenlijke planologische afweging volledig over aan een later wijzigingsbesluit.

Daarmee is niet op voorhand inzichtelijk gemaakt of en onder welke omstandigheden een telecommunicatievoorziening van deze omvang ruimtelijk aanvaardbaar is in deze woonomgeving. Gelet hierop heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom een wijzigingsbevoegdheid met een maximale bouwhoogte van 50 meter planologisch aanvaardbaar is, en heeft hij nagelaten de ruimtelijke gevolgen daarvan voorafte beoordelen. Het bestemmingsplan is in zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. 13.

Conclusie. Gelet op het voorgaande stellen appellanten zich op het standpunt dat het herstelbesluit op meerdere wezenlijke onderdelen onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Het plan leidt, mede in onderlïnge samenhang bezien, tot aantasting van het woon- en leefklimaat van appellanten en andere omwonenden en is daarmee ruimtelijk niet aanvaardbaar. Uit de aangevoerde beroepsgronden volgt dat het herstelbesluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. De gebreken betreffen zowel de uitvoerbaarheid van het plan als de beoordeling en afweging van de ruimtelijke en milieugevolgen. Deze gebreken zijn niet van ondergeschikte aard en kunnen nïet worden hersteld zonder wezenlijke aanpassing van het plan. Appellanten zijn daarom van mening dat de Afdeling bestuursrechtspraak voldoende gronden heeft om het herstelbesluit te vernietigen. Appellanten verzoeken de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het herstelbesluit te vernietigen en de gemeenteraad te veroordelen tot vergoeding van het grifñerecht dat is geheven voor het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.

14 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/31R2

Bijtage 1: Anaiyse hoeveelheid puin bij sloop Hille en Huize Loovelt. Betreft

: Analyse van de hoeveelheid puin en bijbehorende verwachte fìjnstof die ontstaat door de sloop van wijkcentrum De Hille en zorghuis Huize Loovelt.

Datum

: 21 januari 2025

Door

: 5.1.2e

Revisie

:0

, 5.1.2e

5.1.2e

Oss.

lnhoud

1. 2.

Verwachte puin massas bij sloop Huize Loovelt.......................................................16 Verwachte puin massas bij sloop wijkcentrum De Hille ..........................................18

Totaal 4 paginas. De paginanummering is niet synchroon met deze inhoudsopgave.

15 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2 ln dit document berekenen we de verwachte hoeveeiheid puin en daarmee de te verwachten hoeveelheid kankerverwekkend kwarts fijnstof die ontstaat door het slopen van wijkcentrum De Hilie en zorghuis Huize Loovelt. We hebben daartoe onder anderen beide gebouwen op de werkelijke schaalgrootte in een 3D-model gezet en van daaruit de te verwachten hoeveelheden bouwpuin bepaald.

i. Verwache puin massas bij sloop Huize Loovelt. ln figuren 1 en 2 wordt het 3D model van de buitenschillen van beide gebouwen in 2 aanzichten getoond.

Figuur 1: Huize Loovelt links en De Hille rechts vanuit de Saturnusstraat.

Figuur 2: Huize Loovelt rechts en De Hille links vanuit de 5.1.2e

16 van 47

.

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/31R2 Getallen buitenschil:

Totale oppervlak van de buitenschil van Huize Looveit Spouwmuurdikte Volume buitenschil Gemiddeld puingewicht

—3445 m2. 0,27 m -930 m3. 1,8 ton/m3

Theoretische massa puin bruto AF: 55% Raampartijen in de gevels aan de zijden van figuur 2, 55% x 911m2 = 501m2 Totaal oppervlak raampartijen: Equivalent volume puin bij wanddikte 0,27m Gemiddeld puingewicht

—135m3 1,8 ton/m3

Equivalente massa puin

Berekend sloopgewicht kale buitenschil (netto) Getallen vloeren:

Oppervlakten BG en ie verdieping Oppervlakken overige vloeren Totaal oppervlak betonvloeren Gemiddelde dikte betonvloeren Volume betonvloeren Gemiddeld puingewicht

: 2 x 1113m2 = : 3 x 837 =

-1674ton

-244t0n —1430t0n.

2226 m2 2511 m2 + 4737 m2 0,2m x -947m3 1,8t0n/m3 X

-*

Equivalente massa puin vloeren

-1705ton

Getallen binnenwanden woon-units en gemeenschappelijke ruimten:

Aantal appartement scheidingswanden 50 — 2 = Aantal binnenwanden woonunits Oppervlak scheidingswand —5m x 2,5m = Oppervlak badkamerwand (2m +3m) x 2,5m Totaal oppervlak scheidingswanden Totaal oppervlak badkamerwanden Totaal oppervlak woon-units Dikte wanden Bouwvolume binnenwanden woon-units P.m. bouwvolume wanden gemeenschappelijke ruimten Geraamd bouwvolume Gemiddeld puingewicht kalkzandsteen

—147m3 —33m3+ —180m3

Equivalente massa

48stuks 50stuks 12,5m2 12,5m2 —600m2 —625m2 —1225m2 —0,12m

x 2,5 ton/m3 = -*

—450ton +

Verwachte massa puin door sloop Huize Loovelt

-3585t0n

Per 1 gewichts-% vrijkomend puin als respirabel fijnstof, dan is dat waarvan silicose-/ kankerverwekkend kwarts gem. 32% =

-35,85ton

-11,44ton

(Bron: Werkinstructie kwartsstof, dd. 25-10-2022, door IKC PICA, Arbeidsomstandighedenwet, blz. 5)

17 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551!3/R2 2. Verwachte puin massas bij sl.oop wijkcentrum

De HiL1.e.

Face O Face11,. Face ,.12, Fa,.e,13,. cÀ Total areæ 4969.4 meler ¿ Contc,ar Hi9eSLDPRÎ File, Contour HilleSIDPRT ConRg Dela,i

GetaHen buitenschii: Totale oppervlak van de buitenschil van De Hille Spouwmuurdikte Volume buitenschil Gemiddeld puingewicht

excl. dak

-496m2. 0,27m —134m3. 1,8 ton/m3

Theoretische massa puin

-241ton

Totaal oppervlak raam-/ deurpartijen: Equivalent volume puin bij wanddikte 0,27m Gemiddeld puingewicht

—84m2 —23m3 1,8 ton/m3

Equivalente massa puin

Berekend sioopgewicht kale buitenschil Getallen vloer: (uitgegaan van : Oppervlakte BG Gemiddelde dikte betonvloeren Volume betonvloeren Gemiddeld puingewicht

-41ton -200ton

betonnen dak) 663m2 0,2m x -133m3 1 ,8ton/m3 x

Equivalente massa puin vloeren Getalien voor binnenwanden zijn niet beschouwd Verwachte massa puin door sloop De HiIle

-240ton

Stel dat 1% komt vrij als respirabel fijnstof, dan is dat waarvan silicose-/ kankerverwekkend kwarts gem. 32% =

-4,40ton -1,40ton

-440ton

Exacte hoeveelheden voor vrijkomen van respirabel silicose veroorzakend en/of kankerverwekkend kwarts dient desgewenst door/ namens de Gemeente onderzocht te worden. 5.1.2e

, 21 januari 2025.

18 van 47

+

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2

Bij[age 2: Ad: stedenbouwkundig aspect: ln de navoigende afbeeldingen staat links Concept A (Volledige nieuwbouw) en rechts concept B (Renovatie +nieuwbouw.)

19van47

Beroep op herstelbesiuit, zaaknummer

202403551131R2

o

Concept A Links ConceptA(Volledige nieuwbouw) en Voorzijden, kijkrichting: west naar oost.

Concept B rechts concept B (Renovatie +nieuwbouw.)

20 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/3/R2

ConceptA

Concept B

Idem als vorige bladzijde. Achterzijden, kijkrichting: Oost naar west. 21 van 47

Beroep op hersteibesiuit, zaaknummer 202403551/3!R2

ConceptA Aanzichten vanuit de 5.1.2e

Concept B van noord naar zuid. Niet alle bestaande gebouwen zijn weergegeven. 22 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2

Concept A

Concept B

Aanzichten vanuit hetwinkelcentrum richting noordoost. Niet alle bestaande gebouwen zijn weergegeven.

23 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/3/R2

ConceptA Aanzicht vanuit de Jupiter 5.1.2e naar de 5.1.2e

Concept B nummers 4,6 en 8. Kijkrichting westwaarts.

24 van 47

Beroep op hersteibesluit, zaaknummer 202403551131R2

Concept A

Concept B

Aanzicht vanaf de achterzijde van de concepten A en B van oost naar west.

25 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551/3/R2 5.1.2e

Voorstel Concept B.

Ruimteiijke voordelen ten opzichte van het vastgestelde plan (Concept A). Concept B laat zien dat de beoogde ontwikkeling ook kan worden gerealiseerd met een aanzienlijk minder belastende ruimtelijke impact op de directe omgeving. De belangrijkste ruimtelijk relevante verschillen zijn: 1. Beperkte bouwmassa en hoogtewerking Concept B kent een duidelijk lagere en gevarieerdere bouwmassa, waardoor de schaal beter aansluit bij de bestaande woonbebouwing langs de 5.1.2e en de visuele dorninantie van het bouwvolume aanzienlijk wordt verminderd. Op bladzijde 8 is, in de tekening van conceptA, de aansluiting aan de bestaande appartementen aan de Leygraaf weergegeven 2. Verbeterde stedenbouwkundige inpassing Door hergebruik en hrschikking van bestaande bebouwing ontstaat een meer geleidelijke overgang tussen nieuw en bestand, in plaats van een gesloten en massieve wandwerking. 3. Behoud van openheid en zichtlijnen Concept B aat belangrijke zichtlijnen en open ruimtes intact, wat bijdraagt aan een ruimtelijk minder gesloten straatbeeld en een betere ruimtelijke beleving vanuit de omliggende woningen. 4. Minder schaduwwerking en aantasting van bezonning De lagere en meer gearticuleerde bebouwing ìn Concept B leidt tot een aantoonbaar geringere schaduwwerking op omliggende woningen en openbare ruimte. 5.

Verbeterde privacy en minder inkijk Door een andere positionering en lagere bouwhoogte worden directe inkijk en aantasting van de privacy van omwonenden beperkt. 6. Rustiger en overzichtelijker openbare ruimte De opzet van Concept B resulteert in een overzichtelijkere openbare ruimte met minder harde randen en meer sociale controle, wat bijdraagt aan een prettiger en veiliger woon- en leefklimaat. 7. Betere verkeerskundige inpassing Concept B maakt een rusttger en beter gespreide verkeersafwikkeling mogelijk, met minder concentratie van verkeersbewegingen op één punt en een overzichtelijkere relatie tussen gemotoriseerd verkeer en voetgangers. 8. Minder cumulatie van ruimtelijke effecten Door de combinatie van lagere bouwhoogte, geringere massa en aangepaste situering worden 26 van 47

-

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 20240355113/R2 negatieve ruimtelijke effecten (zoals schaduwwerking, visuele dominantie en verkeersdruk) niet gestapeld maarjuist beperkt.

Bestaand appartementengebouw Normen, standaarden en publicaties waarnaar gerefereerd wordt: CROW 744. (Voorheen 381 & 182) -* ASVV2021 (ECLI: NL: RVS:2019:1603) CPTED (ECLI:NL: RVS:2014:4129) NEN2443-2013 Platform31 -~ GGD-richtlijnen gezonde omgeving Handboek stedenbouw Welstand- en stedenbouwkundige praktijk -

-

-

-

27 van 47

Beroep op herstelbesluit, zaaknummer 202403551131R2

B¡jlage 3: Beroepsgronden inzake bezonning. Betreft

: Effectstudie, op de bezonning ten gevolge van de voorziene nieuwbouw van een MFA, zorgflat en appartement woningen Oss Noord-West, ten opzichte van de bestaande situatie. Aanpassingen en opmerkingen op het herstelbesluit van 11 december 2025

Datum

: 20januari 2026

Door

: 5.1.2e

Revisie

: 2 (rode teksten)

, 5.1.2e

5.1.2e

Oss.

lnhoud 1.

lnleiding.....................................................................................................................28

2.

Werkwijze..................................................................................................................29

3.

Afmetingen en vormen van de gebouwen .................................................................29

4.

Bepaling van de schaduwen met opmerkingen.........................................................32 4.1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=610d1d36-848e-42d9-a16e-b24b1e8bbe23