03 Raad van State dd 18 juni 2025 over het bestemmingsplan Osseweg 38a Berghem_geanonimiseerd
Tekst van het document
íijrì (de Handreiking beterrìrningsplariricrn uit
99G).
Ten tijde van dat beleid gold op grond varr ,ir tikel 1.3 van de Bestrijdirrgsmiddelenwet 1.963, bet daarop gehaseerde Lozingerrbesluit open teelt en veehouderij en dc bijbehorerrde Regeling t.estrnethoden driftarrne doppen Lozirrgerrbuslcnt operr t.eelt en veelrouderij, een verpliclrting OíTì driftreductie toe te passen varì nrinirnaal 50%. ()p grond van het Actíviteitenbesliiit c.q.. het Friìidige Ešesluit activileiten leeforngeving dient stanclaard een driftreducerende techniek te worden gehanteerd van rninirnaal 75%, een norni die kortorn de helft strenger is geworden , waardoor bedoelde afstand van 50 rneter thans rninstens kan worden gehalveerd tot 25 rneter. Hierbij is ook van belang dat bedoelde 50 meter werd gehanteerd in een tijd dat gewasbescherrningsmiddelen waren toegelaten welke flLì al geruirne tijcl vanwege herbeoL)rdelingen onder het regirne van cle Biocídenverordening zijn uitgefaseerd, terwijl nieuwe rniddelen rnet een lagere potentihle schadelijkheid en lagere persistentíe hiervoor in de plaàts zijn gekornen. Bedoelde àfstànd varr 50 meter is geL)aseer).l O
gewàsbehandeling bij boornteelt en in hoomgaarden.
Bij dergelijke tee!ten is het risico op drift grot.er, omdat dan opwaarts en zijwaàrts kan worden gespoten err bepaalrle behandelirrgerr ool< plaatsvinden bLliten het volbladseizoen, waardoor bladeren in het gewas zelf geerr aarrvullendc driftrcductie liieden. ln situaties waarin enkel rekening hehoeft te worderr gehouden rnet neerwaartse gewasbehandelingen, kan orn die reclerr genoernde afstand nogrnaals worden gehalveerd tot 12,5 meter. Alhoewel de Afdeling op dit vlal< geen specifieke afstanden noernt, is er stecin te vinden in ciitspral<en dat in situàties waarin enl<el rel<ening moet worden gehouden met neerwaarts spLiiten rnag worden Liitgegaan Vdfl een l<ortere afstand qua rnogelijke driftblootstelling 1. Per slot van rel<ening is in geen van de uitspral<en waarin de Afdeling afscherming als goede ruinitelijl<e ordening heeft geaccepteerd sprake van een afscherming over 50 meter (d.w.z. afscherrnïng op alle posities waar de afstand tLìssen gewasperceel en driftgevoelige functie minder dan 50 meter bedraagt). Hieruit blijkt dat de Afdeling de 50 metergrens hanteert als aandachtsafstand en niet als norrnafstand. Driftreductie wordt bereil<t door spuitmachines grotere druppels te laten produceren.
Grote druppels va!len imrners onder invloed van de zwaartel<racht uit de lucht, terwijl kleine druppels (nevel) gedurende langere tijd in de lucht zullen blíjven hangen en dus een veel groter rïsico in zich sluiten orn zich te verspreiden door de lucht (en eerder overgaan in de gasfase cq. transforrneren naar aerosol). Uiteraard kan niet volledig worden uitgesloten dat gedurende het spuitproces toch enige vorrn van verneveling optreedt (turbulentie in de lucht, botsingen druppels met gewas etc.). Echter op dit vlak l<an er zonder rneer van worden uitgegaan dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden rnet
52
ABRvS 23 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP3436 Zie ook paragraaf 3.1. ARRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1263
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 20 van 29
releviíi1v h!Osbllirrj
iìri dr>iu>iiklrift i))) eri ìt:,lad van 12
word(?fl gesuoterr (?r) 2
rrìetrr bj );)W,Ì.irts S)1lituri.
iìítírr ,iil f?wÌsr,(rr iliv rr(vrwi.ii t
lPootstelling op die ,ìístanr.len z,ìl vrrkel nog kunnen p!artsvinden in de Vorn Viìfl bk)0tr,tell!rrj aan darnpEn en aerosolen Het gait hierbij onr ieer kleine hoeveelheden. lrnrners gewasbescher rningsrniddelnn wor dnn ook gekoíen op een zo laag mogelijke uitdampbìa rlr(?id. Mensen stiìa n uitsluiterrd nug blout r,ì n deie dinìpen en iierosolen bij iniìdeming. Relevante dosrs door opnarne Vid de hud oi door rand -mond bewcgirrgen zijn uitgesloten. De aiìnwezige c1arìpn en aersolen zu!len steeds verder verdunnnn ,n de lucnt. [err vergelijking rnet bl()Otstelling ddfl hijvoorbeeld stikstofdioxiderr en fijntof iìfkornstig van wegverkeer, industrie en veehouderijen gaat maiìr gedeeltelijk op. Gewashescherrningsrniddelen breken immers ook re!atief sriel af onder invloed van zon!icht. Stoífen afkomstig viiri wegverkeer e.d. L)lijven evenwel liìnger aanwezig irr de lucht en verdwijnen hier a!leen uit rniddels neers!iìg.
5.
Omgevingsaspecten
5.1.
Relevante teeltsituatie
Zoals beschreven irr paragraal 2.3 wordt rekening gehoucfen n)et laagblijvende teelten in de vorrn van akkerboLiw op de agrarisclie gronden ten noorden. Op het perceel ten westen is sprake viìn natuur/park. Op deze gr•onden wordt geen rekerring gehouden met agrarisch grondgebruik nu de geldende besternming hier een iìrrrler-e invulling ireeft gei<regen en er vanuit de gemeerrte c>ok geerr rekening wordt geliouden met herinrichting ten behoeve van agrarische doeleinclen. 5.2.
Toekomstige beperkingen
ln de huidige situatie is de betrokken agrarische grond al gelegen tussen diverse driftgevoelige bestemmingen, concreet de bestaånde inrichting van het plangebied voor een sportcomplex, de woonbestemniingen ten oosten daårvan en lret natuurpercee! met wandelpad ten westen daarvan. Verwezen wordt naar paragriìaf 3.3.1. De Afdeling bestuursrechtspraak besciiouwt de verwachting van toel<omstige milieuregelgeving welke mogelijl< beperkingen zal stellen iìan het gebrL)ik van gewasbeschermingsmiddelen als een rechtens te beschermen belang. Volgens de rechtspraal< van de Afdeling kunnen deze toekomstige beperkingen niet worden uitgesloten binnen de al beschreven aandachtsafstand van 50 meter tussen gewaspercelen en driftgevoelige percelen. Zoals geble!<en is uit paragraaf 3.1 en 3.2, gelden er geen beperkingen ten aanzien van het spuiten van gewasbescherrníngsmiddelen nabij driftgevoelige ftincties omdat bij toelating van middelen wordt uttgegaan van worst case pral<tijl<condities en Nederland aanvullende eisen stelt aan driftreductie. Zoals is geb!eken uit paragraaf 3.3.3, is bij evaluatie van de mtlieuregelgevtng geen sprake van humaan risico. Wel heeft de Europese Commissie wel aånleiding gezten om in het kader viìn de zogenaamde
ABRvS 6 jLini 2015, 201507691/1/R2 ov. 7.2
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 21 van 29
(ìr (fll Deal d(! (.Ok)gii lit (!í tír
i,i.lì
rrierl tegeri
w,Ì:;h(;Cherrrlirrriridderì. íšij le
uiilige
Vdfl dr írìiliviirviylgvviíig is kor H)rr( vir,tlb,i,ìc d,ìt voor orrpailde trjd fllü(i wordvrr gvwiciO np (.iíi wcttctrjkc rvjytirìg wcrikr ((iì )(i(vr kirrg stelt t(rr ddrr/i(rr v,:ìrr lret spiiiterr rrabij cerr driftgevoelige filflct ic; vìrri lil rle íiili , Llr (g(lg(Vií(g wordt iíTìriìocs {yìstLliird ()p to(ldtirrg varr stvudr, veiliger middeterr (vrr iiit.fìserirrg V,ÌrL ,šrrIvre rrìiilrlelen) err op verderga:ìnde dlgemene driftrediictie . 5.3.
Toename van gevoeligheid
Ten opziclrte v::Ìn di. lili lij.y 5pL)rthostuírirlflrig iillen de nieuwe woorrbesterììrnirrgen leiden tot larrgdiriger merrr;elijke aanwezigireid. I.(rí wooribestemming zal immers betekenen dat rekerrirrg moet wi)rderr gehoLidun rrrot. de ¿iìrìwezighuiìl v,.irr ifl principe voortdurerrde aanwezigheid van merrsen. Verder is thnns sprake varr irrpandigc sportfnciliteiten in de vorm van sporthallen, waarbij relovant buitenterrein alleen irr gehruik is voor parkeren. ln de beoogde sit(Ìatie zal ook sprake zijn varr tuinen. Tot slot ligt V()Oí de hand dat het aarrdeel persorien met een bijzondere kwetsbaarheid kan toerienren door de nie(iwe woonbesternrning, riu deze categorie van personen mogelijk minder in een sportorngeving aariwezig zal zijn (of alleen bij wedstrijden als toescho(iwer). 5.4.
Wind
Volgens het artikel 3.83 id 5 Activituit€rìber,luit (o.id) en volgens artikel 4.723e Besluit activiteiten eeforngeving rïrogen er geen gewasEìescherrìšingsniiddelen worden tc)egepast bij snelheden hoger dan 5 m/s. Deze wirrdsrìelheicl komt overeen rrìet wirrclkracht 2
3 lšeaufort. Alhoewel de
overheersende windriclitirrg rioordwest gericlìt is in Neclerland, gelrlt die concl(isie riiet voor de lage windsnelhederì waarbij gewasbescfíeíriìirrg mag worclen toegepast. Bij deze lage windsnelheden kan de wind ¡n feite uit alle iichtiiigen vr•ìrr de korïrpasroos l<onìen , zelfs als rekeriing wordt gehouden met de gemidclelcle wirrdrichting per seizoen . De positie van een teeltperceel ten opzichte van een gevoelige frinctie is korton) beper kt relevarrt iri relatie tot driftblootstelling. Wel is relevant dat de behandeling Liit de aard der zaak veel nìinder effectief is als gespoten wordt bij hogere windsnelheden eri dat dit onk geldt voor de driftblootstelling. ln algemene zin geldt dat bij hogere windsnelheden de drift groter zal zijn, maar drift zich ook veel sneller verspreiden en verdLinnen ¡n de briitenlucl)t. ln die situàtie ¡s de blootstellingsduur korter en de dosis lager. Echter bij hogere windsnelheden ¡s niet beheersbaar waar drift zal deponeren en bestaat het risico dat door specifieke combinatie van turbulentie en lLiwte plaatselijl< j(iist zeer hoge depositie zal optreden. Zie de afbeeldingen 7 en 8, waarbij weerstation Volkel is aangehoLiden als representatief voor Berghem.
Voor cliverse gewasbesclìermingsmiddelen gelclt bijvoorbeeld al een eis om aanvullencle driftreductie toe te passen (meer dan 75%). Daarnaast kenden cliverse waterschappen in met name de waterrijke gebieclen subsidieregelingen voor de aanschaf van 99% cjriftreducerende spuitapparatuur. Hiervoor kan ook subsidie bij RVO worclen verkregen: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (https://www.rvo.nl/sites/ciefaLilt/files/202211/Lijst%20met%20in\,esteringen!nvesterirrcsiegeling%20POP3%2B2i322 0.pclf) Zie: https://www.knmi.nl/klimaat-viewer/grafieken-tabellen/windrozen/windroos-fefystad (link gecontroleercl op 14 maart 2024) https://www.weerplaz. ,,l weerinhetnieu;vs/klimaat/wind_ic-neclecl 6820L,(link gecontroieerd op 20 jLlli 2023)
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 22 van 29
Windroos Volkel 1991-2020 N
15 10 %
vr: 1.9% \/,1
-il
stìl: 1.8%
.j *
IL .
Overheersende windrichting 7 Bft en meer 5-6 Bft 3-
Bft
i.-2Bft 7
Afheeld,nq 7. windroos (bron.• KNMI)
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 23 van 29
: weerFz.
Voorkomen van windrichting per maand Noodoost 0 i)l 10 12 8 14 13 15 15 11 13 9 9 7 9 11 7 10 .? ,.4;.,. 6 0
Noord Januari Febiuari Maarl April Mei Juni Julj Augustus Sep(ember 0ktober November December
Oost
3 5
r
•:
8 1I1
5 6 7 8 10 8 9
Zuldoost 13 1r 9 9 7 7 5 9 11 13 14
Zuid 19 17 13 7 8 8 11 15 22 26 21
Zuidwest : 31 27 23 18 19
West
25 25 2Š 26
14 17 12 13 17 19 17 13 10 10 12
Nooedwest 7 8 9 12 14 15 13 )1 10 6 6 5 t
l lat j.idoal ,v.::ti.ili: pai rii.i.irl op :iI .in ir
paririla 1J l
Afee/chni S; geriiidcie/de wiriclrichtirip per rnuurid (brori; Weerp/azo)
6.
Maatregelen
6.1.
Afscherming
Mede gelet op de jurisprudentie welke is
Iif1iì.IaId rì paragraaf 4.2, is toepassing van afscherming
ook geaccepteerd in het kudec VGÌO plan(:)!ogisciie hesiuitvurming
ten einde uit voorzorg te zorgen
voor extra dciftreductie. Dat is in de gegeven t,itLlatie öo!< de aangewezen weg, aangezien het geen optie is orn aanvullende driftíeclucerende maatregeleri te treffen bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op de onliggende percelen. ln lijn hiermee is uiteraard van belang hoe de effectiviteit van een afscherrning ciient te worderr beoordeetd. 6.1.1.
Algemeen
Er zijn cle nodige wetenschappelijl<e gegevens voorhanden als het gaat om de afschermende werking van een windhaagG . Verder is van belang dat een windhaag erkend is als driftreducerende techniel<; een windhaag staat als zodaníg op de lijst met indeling van spuittechnieken n DriftReducerende Techniek-klassen (DRT-lijst) van de Technische Commissie Techniekbeoordeling (TCT) van 11 december 2023G1• Dit geldt voor een windhaag voor de periode vanaf 1 mei met 90% bladdichteid tot 50% bladval van de windhaag. ln
Vergelijk in dit verband ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3904, waarin is overwogen c!at aannemelijk is clat een clriftreducerende voorziening bestaancle uit dubbele hagen leidt tot een ruime driftreductie. vergelijk in dit verbanc! ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3904, waarin is overwogen dat aannernelijk is clat een driftredLicerende voorziening bestaancle uit dubbele hagen leiclt tot een ruime driftreductie en zie: 5.1.2e en 5.1.2e , 2015. Driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaard bespuitingen. Wageningen, the foundation Stichting Dienst LandboLlwkundig onclerzoek. Plant Research lnternational, Wageningen UR (University & Research centre), PRI-rapport 609. 68 blz.; 7 fig.; 20 tab.; 53 ref. Zie: https://iplo.nl/pub!ish/gges/151722/5-informatieblacl-windhaag2O2207i8.pdf (geraadpleegd op 5 maart 2024)
Aclromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 24 van 29
ri(iriíi,ìH rii
le (weiblijk t,ir lììíd verhJrie) /% ilriflndnijv
r,i,ì ur;rivri//írd /5
lriftredrictie, /r)dit lr)t )% (l(iítrilv
kurr rerr hovr driftreduvvrerrd effc\
wiìni:,rrvlijkrsiiidie ifl h!(! Wr)Cdt rr fret
lC
iv
Rl 20 5
vìlr
ur spiritrrii.hirrc biedt cnrrr
íriH,(hl< i,. [iil ,in(lvre v,rrí eerr wirrdhuug Wi)rd(•rrr :rígcleid
i)r.)k rraac vvr.We/err l)it bLttk€rrt drt le 75% (lriítredu(:tie welkc de
lvintiirt, k,rn wurden bescbouwd als een (onServ,itieí ifltgrrrgspi.lrrt.
6.1.2.
configuratie op grens teeltgewas
lrr princiue is rierl)ij vu n hefrrrg te kiezen voor eerr gewa s du t een íulc
diclr theid bi€dt. hij een
clergelijkc. bluderdiclrtheid zal eeri luchtstroorn muxirnaal worden a fgeremd waarbij eventueel aanwezige drift irr druppelvornr ZO veel rnogelilk in rle rarrg zel f zul uchterhlijven Een te lroge diclrtheid zorRt voor een afnírrìie in de filterende werl<ing, doordat er niet vof€10(rnde lucht rloor de haag kan Stoìmerr
r, ..,
De dichtheid varr een wirrdhaag kan worclen gerfleten als de optisclre dichtheicl door het bepalen van de optische porositeit: de zichtbaarheid achter/door de haag oftewel de sorrr van de gaten in het blaclerdel<. Dit kan worden gerneten rflet behulp van een digitale carnera, een witte doek achter de raag en specifieke (analyse)software. Flet aanslciitend eff€ct van uirdamping uit de haug err aansluiterrde respiratoire bfootstelling wordt verwaarlooshaar geaclrt, mede rru gewasheschermingsrnidclelen worden toegelaten op l)un lage uit.dampbaarheicl. Daarnaast is relevantdat Llitdarnping voornarnelijk kan plaatsvinden op een droge ¿nnnïge dag, dus op het rnofl)er)t dat afbraak varr €le betrokken stoffen orrder ir)vfoecl varr de zon ool< maxirìrau] is . De neeste n)iddelen worden daarbïj verspoten aan l)et begirr van l)et groeiseizoen wanneer remperaturen rrog lager ligger), niet in lret warnìere oogstseïzoen. Er f<an voor de verdere configLlratie van een f)aag worclen Llitgegaan van een overhoogte van 1 nìeter in situaties waarin spral<e is van opwaarts of zijwàarts spuiten. ln geval sprake is van €iitsluitend neerwaarts SpLlitefl ]<an worclen uitgegaan varr een overhoogte van 50 centirrreter. ln sitLlaties dat , 5.1.2e
, De invioed van een windlraog op emissies b fruitteeltspuiten, 1999, lMAGDLO Rappoct 94-29, pag. 29 ei) 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e Ejfect cfnatural windbreaks on dr(ft red(lction in orchard sproying, Cornt)rLinications ofAppiiecl Biology Science, 5.1.2e
, 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e
,
Universiteit Gent, 70(2005)4 pàg. 961. Plant Researclr lrrternational, Dr,ftb/ootste//ing can omstonders en omwonenden door boomgaard bespuitingen, maart 2015 , 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e , 5.1.2e & 5.1.2e (2010). Agrochemical spray drift; assessment and n)itigation—A review. Journal cfEnvironmental Sc/ence and Heait/) 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
PartB, 45(1), 1-23. (2009). Modelling to determii)e the optin)al porosity of slreiterbelts for the capture of agricultural spray drift. Environmental mode//ing & scftwore, 24)11), 1349-1352. Zie echter ABR\JS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1741 ov. 16. De overweging clat aannemelijk is clat een 5.1.2e
volledig dichte m€iur 99% driftredrictie kan bieden is rnincler correct, Liitgaancle van beschikbare relevante en betrouwbare wetenschappelijke en tecl)nische kennis. Het risico is reëej dat wind zal versnellen als deze over de m€icir heen blaast, waarcloor per salclo meer drLippeldrift over de mriur zal worden meegevoerd en veel verder verspreid zal worden dan zonder enige afscherming het geval was geweest. L( 5.1.2e 5.1.2e , & 5.1.2e (2008). Role of hedgerows in intercepting spray clrift: Evaluation and nìodelling ofthe effects. Agricu/ture, ecosystems & environment, 123(4), 317-327. v Voor de Nederlandse sitLiatie 5 relevant dat toegelateir middelen elders in Europa ook zonder gevaar voor
de volksgezondheid moeten kunnen worden toegepast, dcis ook in landen waar de factor uitdamping structureel hoger zal zijn vanwege een lage lLichtvochtigheid in combinatie met warmer weer (dan in Nederland).
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmicldelen
Pagina 25 van 29
t.Cverr lìtiitírr lrc velbl,idaiiuvrr »prik is v.ìrr teeltvrr ilierrt te werdvrr yìkoter Voor evrr rri(.t lil.ìdvvr{ivierrilv lrììg.
6.1.3.
Configuratie met grotere onderlinge afstand
l let. cÍ líct v,ìrr dvrgetijke wirrdhagen wor rl t. in (le hrervoor
ìngchaìldc onderioeken bcsclrouwd
wìrrr(e(r dete direct. n.ie;t ilit perceclgrvrrs dìrr Wel (errkele ri)eters) iiit het gcwas(perceel) ì.ijn geplaìt.st. lrr silu:ìt.ies W(ìrl)ij sprake is vìrr verr grotere afst:ìnd (rneer darr 5 meter bij neerwaarts spi.iitcrr en rììeer (lari 0 rnr,ìier in arrdcre s{tiiat{es) t(.)t de relevante gewaspercelen, i.al de drift vooral hestaurr uit. acr )soterr/(.l:ìrnperr, ioals ook hlijkt uit 0rrder7.oek. Op groter•e afst;nd zat een (relatief) operr wirr(lhaag dLiS fltifl(.lcr ì:iffcCt hebberr dan iri de besclrreverr onderzoeken, doordat druppelvorrnige drift. bij toerremerrde afstan(l voor een steeds grrìter deel gedeponeerd zal zijn en drift irr rle vorrri van clìrììpen efl aerosolen niet of nai.iwelijks afneenit en enkel nog zal verdLìnnen bij verdere verspreiding in de buitenlucht. Een wirrdhaag zal op deze afstand echter nog wel een positief effect hebben op de blootstelling àan de gewasbeschernìingsrniddelen in de vorm varr aerosolen/darnpen, mits wordt gekozen vooC een andere ccrlfigìrat.{e: Een zo dicht mogelijke windhaig karr enerzijds zor•gen voor de opstuwing van de luctìt en arrdczijds vc.cir ttjrbulerrtie die ontstaat warrrreer dc lLiclrt afgerernd wordt door de vegetatie.
Dit zal eraan bijdragerr dat in de lucht aanwezigc (lìrtil)En err aeresoterr vc)or een cleel op veel grotere hoogte zal verwaaien en dat de conceritrìtie potvriikel schudelijke sioffen claalt door de turbLilente rnenging varr de rnet r,lrift belaste li.iclrt en schue ac.lil.ergrorrdlLicirL. Op leefniveau betekent ctit een tàgere blcrotstelling aan de schadelijke stoffen. Kortorn, gewashescherrningsrniddelen hebberi op deze afstarrd rriet rranìe hun mogelijl< riegatieve gezondheidseffecten viì inadernirrg van de aerosrlerr. C)ndaril<s dat de windhagen slechts beperkte renrrn{ng bieden aan deze t<leine aerosolerr, zal eerr diclrte windhaag zorgen voor een verbeterd l ee fkl i m a a t. Uiteraard d{ent orrderhoLìd plaats te vinden zodat bedoelde haag de gewenste configuratie behoudt, wat vorrn kan krijgen als voorwaardelijke verplichting in het vast te stellen bestemrningsplan.
, 5.1.2e , & 5.1.2e (2008). Rote of hedgerows in ¡ntercepting spray drift: Evaluation and nìodelling of the effects. Agriculture, ecosystems & environment, 123(4), 317-327. 5.1.2e , 5.1.2e , & 5.1.2e (2009). lmpact of screens on air qLiality. Final report of a study on the performance of (sound) screens on the air ctuality along highways; lnvloed schermen op de lLichtkwaliteit. Eindrapport onderzoek naar de werking van (geluids) schermen op de lrichtkwaliteit langs snelwegen. Weliswaar heeft dit onderzoek betrekking op dampen en aerosolen afkomstig van het wegverkeer, maar qua fysische eigenschappen van deze dampen en aerosolen vergefijkbaar. 5.1.2e
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmicldelen
Pagina 26 van 29
7.
Conclusies en locatiespecifieke maatregelen
7.1.
Résumé
Na.ir a.ìrhcidirrg viri ccn orrtvingcrr ¿ierrswijzc ov(r lret ofltwerp hesterriruirrgsplari Vooc de varr iret perceel 5.1.2e pitsg.vurìlcrr
ì.).(
te Pergirenr hceft îocatiuspecilick ondcr L()ek
cverrtuele gez.cncllreidsaspecterr VOOr Wat
treft (lriftt)lootsl.cllir)g vanwege (le
,igrarische grorrdcrr terr We5tfl vàn hCL pi)rrgebied. Piij kerrs cliverse uitspr aken van de Afdeling bestuursreclrtspr aak wordt (?err kor tcre afstnnri nis pla nologiselr acceptabel beschouwd in cornbinatie rnet a fscherrrrirrg tcJSscrr gewaspercelerr en percelen wanr regcilier fl)errselijk verl)îijf niet kan worden .iitgeslotcrr. Vcrwezen wordr rraar í)nragraaf 4./1.
lrr !iJrr rnet die j.lr isnrudentie karr ook hier voor afscherrning worclerr gekozerr, zodat een everrtciele (verdergaande) toekomstige beperking van het gebruik van gewasbescherrningsmiddelen bij de ngrarische exploitatie van de gronden ten noorden kan worden uitgesîoter) en tegelijkertijd gezondheidsrisicos als gevolg van drift voor de nieuwe woonbestemrningen wor•derr geminimaiiseerd. Op ClEZC wijze kunnen rnogeiiji<e toelKoflìstige aanvciilende beperl<ingen hij cle expioitatie van de relevante agrarische grcìrìden worden voorl<omen en zài tege!ijkertijd worden vc)orzien in eerr gezond woon- erì ieefi<!irììaaL. 7.2.
Vormgeving afscherming
Gelet op cle relevàrrte teeitsitl.Jatie zai rnoeten worden gekozen voor een afscherming met een lroogte van 2 meter, te weten 1,5 nìeter gewas!ìoogte + 0,5 rneter overhoogte. De meeste akkerbouwgewassen biijven relcìtief laag (granen aardàppeien etc.). Opgaande al<!<erbouwgewassen zoais ma•i•s en zonnebloemen worden enkel vroeg in het grpeiseizoen gespoten en niet als dit gewas eennìaai is opgekomen tot een hoogte van nìeer dan 1,5 meter. Op basis van extrapoiatie van de uitspraken van de Afdeiing v.w.b. de lengte waarover afscherming dient piaats te vinden J<an worden uitgegâan vàn 12,5 nìeter als afstand tot waar een afscherming zich dient uit te strel<!<en. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4. De afscherming dient kortom te worden geplaatst op alle posities waar de afstand tot de nieuwe woonbestenìnìingen en de agrarische peccelen minder dan 12,5 nìeter bedraagt. Hiermee wordt voorkornen dat een spuitwolk zich eenvoudig onì een àfscherming heen zoci kunnen verpiaatsen. Gelet op de omstandigheid dat sprâ!<e zal zijn van eenjàrige gewâssen, zai er niet bciiten het volbladseizoen worden gespoten.
Hierbij kan in aanmerking worden genomen dat vroeg in het seizoen de blàderen van een afscherrning moge!ijk nog niet volledig tot wasdom zijn gekomen, maar tegelijkertijd zal het te behandelen gewas dan ook nog erg kîein zijn, waardoor ook een zeer iage spuithoogte zal worden aangehociden. ln vergelijkbare zin zàl bij onl<ruidbestrijding aan het begin van het seizoen, voorafgaand aan het inzaaien vàn het teeltgewas, ook sprake zijn van een zeer lage spuithoogte (in de regel niet nìeer dan 30 cm). Bij dergelijke spciithoogten ¡s geen sprake van driftverspreidingsrisico dat afscherming behoeft. Per siot van rekening za ter p!aatse van de haag
Adromi B.V.
• Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Paginâ 27 van 29
:
,ur,sk
sltijd
/ijrr VUi ornlingrocn ri de v()rrìì vsri gi5:vri eii kr iiid(rr Jiv rì (Oiìihiri51i( iìiet UOfl k1e
i, ÌÌg 5 l bs ,.il( 5 (l i(r r ((1Írg bi(d VU)r (I( ÍfOl ij kr lsge
C).ii
iíi it ic )( l
( íi.
iììgiior ton k;srr ged;ch t worderr s;sri diver r;o sUor ton toit; niridoor ri, ,lo(.doorri, k()r riooljc,
haaghouk err dorgelijke. Ook CorTìb!nìties Viri soorteri zijn iiil.r,ìard rìiogelijk. Fopalerid is dat hierrnee e€,fi ;sanìnn.vloteri hladdiïlitlieid vari )Ò% k,iri worderi hereikt.
D,sar ri,ii:,t wor dt grai:Iviseerd orn de :hier beoogde groenbestemriiirig Lod.ìiiig ain te passen dt deze gr(.)fldcii íiitsliiiterid besteiiìd zullerr zijn voor deze afscherrnirig. Hiermee worderi dan ook de achterl:ggende groridrn rnet cieze bestern ming bescherrnd. Aariplant eri iflstiiridhoLldirlg vari de betrokkori liaiìg k,ìn worden verzokerd niiddels een voorwaardelijke verplichting. Verwezen w()rdt naar afheelding 9. ,.,
.• •.• •. .
-:
,.:., .,.,:. :..: , .: r •- • r - , ,,,•••
:i
,
--.ì.!-; •,., .Ï
.-.
....
.
:
..-_..L
r
-J
. t,
ì,
.
,i
- . ì,,.
tÇ
• ,
-
ff j
.. ., :,,_ 1
1_
Ìfbeeld;rìg 9. overzicht maotrege/en (onclergrond: ruimte/ikeplonnen. rì/)
Adromi B.V.
Notitie Jocatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 28 van 29
7.3.
Voorwaardelijke verplichting
Ir lijn riin
a! ,ì,ìti1ílra,ìliji ltjt varr l)ltldurvirrh
¡ni.irrnvk klì,,ï
v,Ìrì IC T.liniscliv
(orirndssii l rÍì(()kbnuor ilcrhrrg (Lie pårìgraat h. I l) vrr jrrorbeelchrr oit ilí
irpiaak
kan de
voorw,ìrdlijkc Vtrl)li( Fitirrg voor dc afscherrììerrde hìag al, volgt worderi vor rr-?geVefl. [)e groridrri it:C )L]1L50 varr de geadviseerde afsclrer rnirrg ¿öudCrr (iiLslLitend bnsterìid rnoelerr worden voor tlete afsclt.rrìiirig. [)it kan worden ber €ikt door deLe groriden in cln bcsternrning grOCfl te V0(.)rliCr) van een rìadere iìanducling toals specifieke vor rn Viìfl groerr — ,ìfsciierrriirrg. Aarrsluiterrd kan worderr geclacht aari het opnemeir van de volgende hepàlingerr irr (jr? plaureg.ls. Uet bociwen op Ofl het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemrning Worrerr is uitsloitènd toecstaari àl irì de bestemrning gr()en ter plaatse van de aanduidirìg r;pecifieke vorrn vari groen — afscherrr)irìg een afscherrìiende lraag is geplaatst, uiterlijk binnerr 6 måanden ria stårL van C1e bouw vån de woriirìgefl. Deze haàg rnoet worden aangelegd en aånslLjitend kwalitatief en kwåntitåtief in Star)(l worder) gehouden opdat w))i•dt voldàan aan de voorwåården irr het tweede lid v,ìn dit artikel. 2. De àfscherrning àls bedoeld in het eerste lid dient te voldoen aån de V()lgende voorwaarden: a. nìininìàal f)O% dicht bladoppervlàlK in het groeiseizoen; b. rnirìirriaal 2 riìeter froog; c.
a,)rr de uiteirrden van cle gecleelde terreirigceris doorgetrol<ken tot eerr åfstarrd vàn minirnaal 12,5 n)eter uit het agrarische perceel Len noorden; d, aanwezigheid VJn l)Ocizor)talc aarreengeslotenheid (tcisserr bornen/struiken van het vanggewas); e. aanwezigheid van verticåle àâneerrgeslotenfieid met uitzonderirig varr de onderzijde welke tot een Hoogte Vàfl rnaximaal 30 crn openingen rriâg bevatten (vanwege afstervcn onderste bladeren door concurrentie rnet grassen en ofllKr()iderr).
71 ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3904
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 29 van 29
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 1 sub e
Nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven
22
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 15, 32, 33, 34, 35