03 Raad van State dd 18 juni 2025 over het bestemmingsplan Osseweg 38a Berghem_geanonimiseerd
Tekst van het document
Raad vanState
Afdeling bestuursrechtspraak
Pagina 1 van 1
GEMEENTE oss PC)STKAM ER
i 9 JUN Ü25
Raad van de gemeente Oss
Datum
Postbus 5
Afdeng:f?
5.1.2e
OSS
1)atum
Ons nummer
1 8 iuni 2025
202502280/11R2
In1ichtingcn 5.1.2e
Uw kenmerk
Onderwerp
Oss Bp. 5.1.2e
5.1.2e
Berghem
Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw, Hierbij stuur ik u stukken die zijn ingediend in bovengenoemde procedure. De naam en het nummer van deze zaak zijn u eerder meegedeeld. U vindt ze bovenaan dit bericht onder Onderwerp en Ons nummer. lk verzoek u naar aanleiding van de stukken een verweerschrift in te dienen. U krijgt daarvoor tot en met 1 6 juli 2025 de tijd. Verder verzoek ik u om, als u een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht hebt genomen of als u dat nog gaat nemen, dit aan de Afdeling te laten weten. Privacy De Afdeling stuurt de stukken die u stuurt, door aan de andere partijen. Houdt u daar rekening mee als u stukken met privacygevoelige informatie stuurt. Voor meer informatie gaat u naar www.raadvanstate.nl/privacyverklaring. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
4332962(3135)
Postbus 20019 - 5.1.2e Den Haag -T 5.1.2e - F 5.1.2e Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
- www.raadvanstate.nl
t!1ht1nj
achmea rechtsbijstand
Stichting Achmea Rechtsbijstand Postbus 4116 5.1.2e Apeldoorn
PERAANGETEKENDE E-MAPL Raad van State
5.1.2e
Afdeling Bestuursrechtspraak
Tilburg
Postbus 20019 5.1.2e
Telefoon 5.1.2e Fax 5.1.2e klantenservice@achmearechtsbijstand.nl www. achmearechtsbijstand.nl
DEN HAAG
Datum
Ons zaaknummer
18 april 2025
R222533018
Ondetwerp
Behandeld door 5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
Uw kenmerk
Oss Bp 5.1.2e
5.1.2e
Aanwezig van maandag t/m vrijdag Berghem
Hoogedelgestreng college, Namens 5.1.2e 5.1.2e
VOF ( 5.1.2e
, 5.1.2e
)te BERGHEM (hierna:
). voor wie ik als gemachtigde optreed, stel ik hierbij beroep in tegen het door de
gemeenteraad van Oss (hierna; de raad) vastgestelde bestemmingsplan 5.1.2e Berghem (hierna; het bestreden plan). 1.
lnleidende opmerkingen
Het bestreden plan ligt van 21 maart tot en met 1 mei 2025 ter inzage t en voorziet onder andere in nieuwe woonfuncties. Als gevolg daarvan vreest 5.1.2e
voor beperkingen in het rechtmatige
agrarische gebruik van haar perceel (41) dat ten noorden is gelegen van het plangebied. Dit perceel is in eigendom van 5.1.2e 5.1.2e
en thans ïn gebruik ten behoeve van akkerbouw en veeteelt.
verzet zich niet tegen de woningfuncties an sich maar zïj vreest voor beperkingen in het
gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
1 https://zoek.officielebekendmakingen,nl,c!mb-2025-1 16171 .pdf
Rekenìngnummer(IBAN) 5.1.2e Kvk 41 038 571 Apeldoorn
tir
Vervo/g op de brief van
achm•ci rchtsbijstand
8estemd voor
Bladnurnmer
18 apíil 2025
2
a,tn,rsjir rrp,
(i, f
j.lld
7 C1 .
:. •
ð
•
-
•
<I.rr . ..a: u ?-.r ..t;¿ r c 1 :.s di ;:.ii. r. ;
5.1.2e
2.
voert veíder het volgende aan. Gewasbeschermingsmiddeien
Ploegmakeís heeft in de ontwerpfase haar zienswijze naar voren gebracht waarin zij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot de voorziene woonfuncties aan de orde heeft gesteld. Een afschrift is hierbij gevoegd (BIJLAGE 1). De kortste afstand tussen het perceel van 5.1.2e
en de in het bestreden pian voorziene woon-
en tuinfuncties bedraagt ongeveer 3 meter. De afstand tot de functie Groen en waarop onder andere speel- en verblijfsvoorzieningen ziin toegelaten, lïgt op een nog kortere afstand. Er wordt dan ook bij lange na niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter als bedoeld in de Afdelingsjurisprudentie ter
*
t!cr
achtea recht shijstand
Veivo/g op de brief van
8estemd voor
B/adnummer
18 april 2025
3
voorkoming van onaanvaardbare gezondheidsrisicos. ln de eerste plaats benadrukt 5.1.2e anders dan waarvan de raad uitging
dat
de afstanden in casu aanzienlijk korter zijn.
Op grond van de notitie locatiespeciîiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen van 24 septernber 2024 van Adromi B.V. (hierna: de notite BIJLAGE 2) acht de raad het bestreden plan ondanks de zeer korte afstanden ruimtelijk aanvaardbaar en sluit zij onaanvaardbare gezondheidsrisicos uit.3 Geen sprake van representatieve invu/ling van de plano!ogische mogeljkheden 5.1.2e
stelt zich op het standpunt dat de raad zich niet had kunnen baseren op de notitie. ln de
notitie is namelijk uitsluitend uitgegaan van in het verleden op het perceel geteelde gewassen met eigen onjuiste en ongefundeerde aannames wat betreft de wïjze en frequentie van de toepassing van middelen.4 Daarbij is uitdrukkelijk gesteld dat geen rekening is gehouden met teelten waarbij sprake zal kunnen zijn van zijwaarts en opwaarts spuiten.5
5.1.2e
acht dat onjuist. Er had rekening
gehouden moeten worden met de mogelijkheden die het bestemmingplan biedt.6 Daarbij benadrukt 5.1.2e
dat zij reeds samenwerkt met een tuinder en andere akkerbouwer ten behoeve van de
noodzakelijke vruchtwisseling. Op het perceel ten westen van het perceel van 5.1.2e
(D1699)
wordt thans tuinbouw toegepast. ln de notitie wordt dan ook ten onrechte gesteld dat is uitgegaan van
2
Uit de verbeeiding van dit bestemmingsp/an vo/gt dat tussen de agrarische percelen en de
eerstvolgende gevoe/ige otjecten een afstand bestaat van 12, 5 meter. Deze afstand is, zo volgt ook uit het /ocatie specitiek onderzoek. aanvaardbaar ¡n verband met de te realiseren maatregelen. P. 50 van de plantoelichting paragraaf 5.6.11 van de plantoelichting Notitie, p. 6. Zo groeien bijvoorbeeld consumptie aardappelen tot 60/70 cm boven de grond en worden bespoten tot 1,2 meter boven maaiveld. De aardappelen worden gedurende het gehele groeiseizoen elke 5 dagen gespoten in geval van warme vochtige dagen. Bij snijmais kan er in het laatste stadium van de groei bladvlekziekte ontstaan waartegen wordt gespoten. Dit wordt gedaan als het gewas 2/2,5 meter hoog is. Notitie, p. 9. 6
ECLI:NL:RVS:2025:446, r.o. 6.2., ECLI:NL:RVS:2025:400, r.o. 6.3.
ð
;tlchtlMcl achneo t-cchtsbijstand
Veivolg op de brtef van
Besternd voor
Bladnurnmer
18apr112025
4
een representatieve invulling van de maximale planologische invuliing, laat staan van een worstcase benadering. Geen enkel inzicht in de gezondheidsrisicos als gevolg van dampen / aerosolen Voorts onderschrijft de notitie terecht dat dampen en aerosolen een rol spelen bij de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, maar het biedt geen enkele onderbouwing of analyse van de daadwerkelijke gezondheidsrisicos die hiermee gepaard gaan, laat dus staan dat het onaanvaardbare gezondheidsrisicos deugdelijk gemotiveerd uitsluit. ondeugdeiijke en ontoereikende voorwaardelijke verplichting Tenslotte merkt 5.1.2e
nog op dat de in het bestreden plan opgenomen voorwaardelijke
verplichting8 uitsluitend van toepassing is op het noordelijk gelegen gedeelte van de gronden met de fLtnctie Groen. De woningen en tuinen aan de westzijde van het plangebied en die op minder dan 50 meter tot het agrarische perceel zijn gelegen, komen dus geen enkeie bescherming toe. Daarbij en in tegenstelling tot wat de raad heeft beoogd. is niet de eis gesteld dat de haag winterdicht dient te zijn. Tenslotte voorziet 5.1.2e
problemen in de uitvoerbaarheid nu de voorwaardelijke verplichting
rust op gronden die niet in eigendom zijn de toekomstige bewoners en dan ook niet zelf bij machte zijn daaraan te voldoen terwijl het gebruik van de woningen en tuinen daarvan wel afhankelijk is gesteld. 3.
VERZOEK
Gelet op het vorenstaande acht 5.1.2e
het bestreden plan in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46
van de Awb. Zij verzoekt de Afdeling dan ook het gedeelte van het bestreden plan dat is gelegen binnen een afstand van 50 meter tot haar perceel, te vernietigen. Tenslotte vraagt 5.1.2e een proceskosten veroordeling.
Notitie, p.2 / 3. 8 Artikel 14.2.1. van
de planregels
P. 50 van de plantoelichting
om
:;ticìttr.j ochmc, rE?chtsbijstand
Veivo/g op de briefvan 18 april 2025
Besternd voor
k sta op de lijst van medewerkers
Met vriendelijke groet,
5.1.2e
5.1.2e
B/ad,ìumrner
voor wie een doorlopende machtigincj
is afgegeven
Stichting Achmea Rechtsbijstand Postbus 4116 5.1.2e Apeldoorn
PER FAX Oss
5.1.2e
t.a.v. c]e gemeenteraad
Tilburg
Postbus 5 5.1.2e
Telefoon 5.1.2e Fax 5.1.2e 5.1.2e @achmearechtsbijstand.nl www.achmearechtsbijstand. nl
OSS
Daftim
Ons zaakn(immer
19 januari 2024
R222533018
Ontwerp bestemmingsplan
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
Uw kenmerk
Ondeiweip
Behandeld door 5.1.2e
Aanwezig van maandag t/m vrijdag
5.1.2e
Berghem
Geachte raad, Namens 5.1.2e 5.1.2e
VOF ( 5.1.2e
, 5.1.2e
) te BERGHEM (hierna:
), voor wie ik als gernachtigde optreed, breng ik hierbij haar zienswijze naar voren ter
zake bovenvermeld ontwerp bestemmingsplan. 5.1.2e
exploiteert een agrarisch bedrijf en is eigenaar van het perceel dat direct grenst aan de
noordzijde van het plangebied (kadastraal nurnmer 41). Op dit perceel worden gewasbeschermingsmiddelen toegepast. lngevolge het vigerend bestemmingsplan Zone Oss-Berghem 201 7 (thans het omgevingsplan) rust op het perceel de bestemming Agrarisch met waarden — landschap. Het bestemrningsplan sluit de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen niet uit. Nu onderhavig besternmingsplan voorziet in woningbouw vreest zij dan ook in dit kader voor beperkingen in haar gebruiksmogelijkheden. Vanzelfsprekend verzet zij zich daartegen. 5.1.2e benadrukt dat zij zich niet verzet tegen de woningbouw an sich. De afstand tussen het perceel van 5.1.2e
en de dichtstbijzijnde woningen bedraagt ongeveer
8,5 meter. Wat betreft de dichtstbijzijnde tuinen bedraagt de afstand ongeveer 5 meter. Er wordt dan ook bij lange na niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter als bedoeld in de Afdelingsjurisprudentie ter voorkoming van onaanvaardbare gezondheidsrisicos. Eveneens is geen Iocatie specifiek onderzoek verricht als bedoeld in voornoernde jurisprudentie.
Zie recent AbRvS 2 novernber 2023. ECLI.NL:RVS:2023.4068, AbRvS 6 december 2023. ECLl;NL:RVS;2023:4523. Vz AbRvS 21 december 2023. ECLI:NL:RVS:2023:4730. Rekeningnummer (IBAN) 5.1.2e Kvk 41 03 5.1.2e Apeldoorn
vervolg op de brief van
Besternd voor
Bladnummer
19 januari 2024
2
Wel vermeldt paragraaf 5.6.11 van de plantoelichting het volgende: De grondon direct ten noorden en ten westen van hof plangebied hebben een agrarische besfemming en volgens het be sternmingsplan is er geen beperking cm deze gronden fe gebruiken voor gewassen die met gewasbeschermingsmiddelen worden bespoten. Jif is vooral aan de orde bj opwaarts spuiten van gewassen, b.jvoorbeeld bj boom- of frLlitteelf Hierbj is het uifgangspunt een spuitzone van 50 meter aan te hoLlden ttissen gevoelige oLjecten als woningen en hef ferrein waar opwaarts wordt gespoten. Zodoende kan overlast door drift worden voorkrnen. ln dit geval is geen spuitzone aan de orde, aangezien de gronden niet voor teelten worden gebuìkt waarbj opwaarts wordt gespoten. Dit is ook niet voorzienbaar. De gronden rnaken nameiijk deel uit van de Spaander Straatsche Akkers, die een natuurzone ftissen Oss en Beghem vormen. ln de toekomst wordf een deel van de gronden orngevorrnd tot bosgebied (Bos van Oss). Het aspecf spuitzones vormt dan ook geen belemrnering voor dit prcject. Niet in geschil is dat het gebruik van gewasbeschermingsrniddelen op het perceel planologisch is toegestaan. ln de plantoelichting wordt echter ten onrechte gesteld dat geen middelen worden toegepast. Dat is dus wél het geval.
Verder komen onzekere toekomstige ontwikkelingen, zoals de beoogde natuurzone, in dit verband geen enkele betekenis toe gelet op de Afdelingsjurisprudentie (zie voetnoot 1). U hebt dan ook ten onrechte geen rekening gehouden met het huidige agrarische gebruik van het perceel.
VERZOEK Gezien het vorenstaande is het plan niet in lijn met een gcede ruimtelijke ordening en kan dan ook niet ongewijzigd worden vastgesteld. 5.1.2e
verzoekt u dan ook het plan vast te stellen met in
achtneming van een spuitvrije zone van 50 meter.
Met vriendelijke groet,
5.1.2e
5.1.2e
Al ) I ( ) v I l (l
[r oje
0erjherii
5.1.2e
5.1.2e
(. ) [
l
Adrnirii BV. 5.1.2e
C)rdei wer p:
Ntitie locatiespeciíiek orirlrn zoek
Kerimer k:
gewasbescliermingsmiddrlen
5.1.2e
wil/R2021144/24() 1 d Auteurs:
1 Wildschut
DatLIrn:
2492024
5.1.2e 5.1.2e
lenilrik •ld) Airrba.ii!
Ì
5.1.2e
5.1.2e
r
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
@adrarui.nl
WNN.3d1 ami.nl
{lij l a ge ri:
lnleiding
1.
Ondeihavige notitie is opgesteld ¡n opdracht van Van Wanrooij Projectonrwikke!ing 0.V. met hetrekking tot het ontwerp bestemrningsplar
5.1.2e
F3ergireni (2 1 novernher 2023). Dit
ontwerphestemrn:ngsplan heeft betrekking op de realisatie Van nieuwe woningen ti(ssen Berghem en Oss, tegen de westelijke korngrens vàn Berghem aan. Er is een zienswijze ingediencJ, waarin worclt aangegeven dat gevreesd worclt voor n)ogelijl< toekornstige beperkingen ten aanzien van de agrarische exploitatiernogelijkbeden van de gronden grenzerrd aan het plangebied voor wat betreft het gebruik vàn gewasbescherrningsmiddeien. Nieuwe regeigeving
1.1.
Op or)deri)àvige procedure is, overeenkon)stig àrtikel 4.4 van de lrrvoeringswet omgevingswet, nog de Wet ruin)te!ijke ordening van toepàssing. Echter vanuit oogpcint van goede ruimtelijke ordening wordt in onderhavige notitie ool< ingegaan op de Omgevingswet. Locatiespecifiek onderzoek
1.2.
Met onderhavige notitie worclt in het licht van de jLirisprL(dentie nader beoordeelcl of in het kader van de goede rtiimtelijke ordening het voorgestelde plangebied kan worden gerealiseerd waarbij rekening wordt gehouden met de door de ondernerner ingeroepen sptiitzone. Daarbij dient in feite antwoord te worden gegeven op de volgende vragen. -
MilieLispoor: Worden besternde rechten van omliggende bedrijven mogelijk aangetast door deze ontwikkeling?
-
Ruimte!ijk ordeningsspoor: Kan worden voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefl<limaat?
Dit in het kader van de beoordeling of sprake is van goede ruimtelijl<e ordening (artikel 3.1, lid ] Wet ruimtelijke ordening) c.q. een even(Nichtige toekenning van fLincties aan locaties (artikel 2.1 lid 3 onder k van de Omgevingswet). 1.3.
Drift, gezondheid, aandachtsafstanden
ln het kader van de goede rLiirntelijke ordening c.q. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook het gezondheidsaspect in de beschouwing te worden betrok!<en.
Adromi B.V.
Pagina 1 van 29
r
lri-,iii,ik o( grorrd v,irr de Wut riirurtelijke orderririg vittgt dit irr ret k,ider vurr rle goedcì
ruirrrtelijkc c>rderìirrg per situutie dierrt tcr wouler 1)eoorde(.kl ()f pr,ìke iS virr .er> ;ì,ìrrvuardbuur risrc( c)t)
bloi>t-,tillirrg u,ìrr (Ir•ift ((I.W.ì. or)1)udoel(le verpruirlirrg v,ìrr guwìsbrr;rherniirrgsmiddelen 1)(iitefl lìet
t)eh,ìrrdelde petceul via de lucht). lr deie í (:ht spri;ìk w()r(It een aarrduchtszorrrn gefornìuleerd v,ìrr 50 rneter tusserr geVoel ige functres err ,ìgru risrlre percelerr waar gewasbescher rningsrniddelen nrogerr worden gebr(iikt . lndien een k()r t.er e afst,ìrrr:1 werd t aangehouden t(rssen een gevoeiige fu nct.ie en grorrden waar sprake kan ziifl varr toepi-sirig viri gewasbescfrermingsrniddelen, dan dient eerr besliiit, wuar nìee eun rrieuwe functie aa n eerr lor.ati
wordt toegekend, volgens genoemde rechtspraak te voorzien iri een (le(igdelijke
motiverirrg rniddels eeri zogeriaarnd locatiespecifiek orìderzoek. Eerr rcguliere aarrwezigheid ir de buitenlucht dierit liierbij als het bepalende blootstellingsscenario te worderr besclrouwd. Hiervan is bijvoorbeeld sprake in de tuin bij een woning (verblijf op een terras, speknrrclc kirrderen etc.). Blootstelling iri eerr gebouw is rriet bepalend, onidat inpandige blootstelling via luclrt err bijvoorbeeld lrciisstof zeer gerirrg is terr (:)pìir:lite van derniale blootstelling (blootstelling v,:ìrr rlc lr Liid ,ìarr driippelcl rift) err/()f ()rale 1)li)intsunlling (ha nd -niond bewegingen,
n de n)ond steken
varr blootginstelde ()bjectcrri, riiet rrarìie relev,irrt voor kleine kinderen). ()rìclcrlravige onclerzoeksrrotitie beoogt te voorzien in gerioenìd locatiespecifiek onderzoek ter onderLjouwirig dut eerr kortere afstand clan 50 nreter uls ruinìtelijk aarrvaardbaar kan worden besclrrnuwd. lrr deze notitie wordt enkel lìet professionele gebruik vun gewasbeschermingsmiddelen beschouwd in bedcijfsrnatige context. Particulier gebruik err professioneie inzet van gewasbeschernìing in niet agrarisch cq. openbaar gebied (zoals op laanbonien, parkvegetatie, sportvelden, natuurgebieden en begraafplaatsen) is niet beschouwd.
1.4.
Representatieve invuliing van de maximale planologische mogelijkheden
Op basis van rechtspraak dient bij het bepalen van de invloed van bedrijfsmatige activiteiten op het woon- en leefklimaat, waaronder ook de invloed van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, te worden uitgegaan van een representatieve invLilling van de maximaie functiemogelijkheden die het Omgevingsplan biedt2. Deze invulling dient representatief te zijn ¡n die zin dat n principe geen rekening hoeft te worden gehouden met een ingrijpende, of anderszins niet voor de hand liggende, omschakeling in de bedrijfsactiviteiten. De invulling dient daarentegen maximaal te zijn in relatie tot de toepassïng van gewasbeschermingsmïddelen. ldem dient rekening te worden gehouden met een maximale invulling van de beoogde gevoelíge functies.
ABRvS 30 maart 2016, ECLl:NL:RVS:2016:855 Zie ABRvS 14 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2439, ov. 82.3
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 2 van 29
1)011 VÌr) (I)/V ÌÌi)pÌk i
Cfl WOr,t(,Ì( beu.Ì(le( lri W(Ìrt)ij rekeniri
Xplit)tiVfl)o(ljkl1VdVn joríder dÌt dt rìig Iej(lefl tot (n
Wo(dt
(lloildeí) n)t tOelÌtVrr
WOOÍ) ((1 )fktir)íÌÌI
Ì,Ìflv,ÌÌrdbÌ)r ïs, gelet op hier rnee nìogelijk sÌrnerrhìrrgerrd(
(1Ìt niet
):)í)dhVid5(ffeC1(rí) (ook op de larìge
((íì) ij rr
2.
Locatíe en omgeving
2.1.
Bestaande situatie
Verwezen wordt naar afheelding 1. Zoals aangegeven ïs sprake van een ontwïkkeling tussen cle kernen Berghern en Oss. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de 5.1.2e
en aan de oostzijde aan een
fïetspad Iangs de bestaande woningen Het Reut. De nieLlwe woningen ZL(llen ontslcÌiterr via de 5.1.2e
en ook aar)slliiten op dit fietspad. ln noordelijke richting is spral<e van agrarische gronden,
aan de oost- en zuidzijden is spral<e van stedelijke functies, Aan de westzijde is sprake van ruigte rnet een wandelpad.
:
.
t
Os
-•
-
H
,
E:r
( __j/
...,
•
.
...
»
,-
Afbee/ding 1: locatie (rood omcirkeld) en omgeving (bron: openstreetMap)
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gew2sbe5cherming5midde1en
Pagina 3 van 29
¡fbeelcIiíìg 2. h,chlfoto niet claarin ht p(3JcJebied (bron: ruirìrtel.jkerì/orrren. nl)
ln de huidige situatie is ter plaats een sportcornplex met parkeerterrein aalwezig. 2.2.
Planoiogische situatie
ln de huidige situatie gelden voor de planlocatie en de relevante agrarische eronden via iet Omgevingsplan Oss nog het bestemmingsplan Zone Oss — Berghem 2017 er het ParailLplan Wonen 2023. Deze laatste regeling is in onderiavige context niet relevant.
2.2.1.
Plangebied
ln dit bestemmingsplan is het 31a1?ebied kortgezegd bestemd voorsport—sporthal er een bijbehorend parkeeterrein. Er is ten behoeve van de sporthal(len) een bouwvlak ¡ngetekend. ln de beoogde sitLiatie is voorzier van woonbestemmingen met bijbehorerce verkeers3esternming voor ontsluiting en groenbestemrning voor inkleding van het pìangebied. De 4roenbestenming en de verkeersbestemming zijn teveis bedoeld voor speelvoorzieningen, marktei• terrassen er evenementen.
2.3.
Agrarische gronden
De betrokken agrarische gronden zijn aangeduid voor Agrarisch met waarden — andscap. De gronden zijn bestemd voor -orider meer- bedrijfsmatig en hobbymatig agrarich grordge3ruik, natuurbeheer en natuureducatie, spee voorzieningen en extensief recreatief medegebru K.
Adromi B.V.
Notitie lccabespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 4 van 29
l((t))r)d(r.tu)lr)(rrI( VC)()l /rvrrirrly.il /ïjri li,luitvrl(l to(ltelat(r( iri ilp vir rii vlrr liiil,iiitl tl)t ((li v,.)(r 3 ieter Verwezerr wordt riair afeeldrn1
]
..a
\V
\
1 \IJ
.
a
,jbeeIding 3. )iltsnede bestmmíngsplaa •Zo()e Oss — 8erghem 201 7 planghied 5.1.2e ruimtel.jkeplannen.nl) 2.3.1.
rood oml,Jr)d (bron
Basisregistratie
Via de Basisregistratie Gewaspercelen kan een indruk worden verkregen van agrarische teelten in de omgeving. In 2023 is voor het perceel ten westen van het plangebied geen teelt geregistreerd; dit perceel is zoals aangegeven ingericht als natuur met een wandelpad. Ten noorden is sprake van tijdelijk grasland. Overige agrarisch bestemde gronden bevinden zich op een grotere afstand dan 50 meter. Verwezen wordt naar afbeelding 4. ln de verdere omgeving is overwegend sprake van akkerbouw en beperkt van tuinbouw.
Adromi B.V.
Notitie Iocatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 5 van 29
J
.,..
• ::.
L1 :
¶•, •,
•i
•
.:
.,i
J
j
¡,[TJI;,l,J!J.
:.
;:i
l1
)Si,1
}fli
Afbeelding /; u1t5nec/e bniisregistratie gewaspercelcn (br•on: POOK)
2.3.2.
Perceel ten noorden
De agrarische gronden ten noorden van het plangehied ziin in eigendom bij een gemengd agrarisch bedrijf (akkerbouw en veeteelt). Het betrokken perceel is door de jaren heen gebruikt voor de teelt van maïs en als grasperceel. Mede gelet op de bestaande bedrijfsvoering wordt geen rekening met een omschal<eling van de agrarïsche exploitatie naar bijvoorbeeld tuinbouw, sierteelt offruitteelt. De huidige bedrijfsvoering is immers qua materieel, logistiek en expertise niet gericht op dergelijke teelten. ln de omgeving is evenmin sprake van agrarische bedrijven die zijn gericht op tuinbouw, sierteelt of frL)itteelt. ln lijn daarmee behoeft geen rekening te worden gehouden met de mogelijl<heid dat andere agrarische bedrijven het betrokl<en perceel op andere wijze in hun bedrijfsvoering zouden kunnen betrekken.
Zie o.m. ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:869, ov. 4.3, ABRvS 20 december 2017, ECLl:NL:RVS:2O17:3524 alsook ABRvS 15 jLlni 2022, ECLI:RVS:2022:1692.
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 6 van 29
______________j 2.3.3.
Perceel ten westen
l)c grundvrr gvlcgvn .rìn ilv Wut/ihh V,(rr lrvt (l,ìr((bird /jjfl ìul
ringegevvn v()()r/iert v,irr vrr
)grMsci)e hestenirììíng welke c)ul< n,ìbuir en recrvdtie tC)Clddt. [)eie grundnrr /ijn in vigvrnlunì bij le erneerrte ()s; die op lrvt uetr evl lv rr,ìtiiiir vrr Irct wandelpad lrecft gereahseerd.
De gemeente ()ss heeft verkl,ì,ud r)iet vo()rrrirrììens te zijrr deìe best,nnde natuurirrriclrtirrg te trdnsforrnecen fl.ìdt eerr ,c{tr, cri,cirt exploitatie Olij kens de StructuurvisFe Oss 2t)20 (to[ 20tü) is ter plaatse een groene ruiro te beuogd tusserr de kernerr Oss en F)erghern. De huidige inrichting is overeenkornstig lret beleid /(.),)lr, V.ì stgelegd irr de Structuurvisie. Verwezerr wordt nd,)r ,ì fbeeldirrg S.
Zorì
Oss-ßcrih rn
rçhcrn ornvat ecn qrote cyoene uirnte, die as çroeric elccinq De Zcfle tusen Oss erì tusscn dc kerrien fuuctioiìcert. Teqelijkertijd vormt dc ruirnte cen onderbrekinq van dc bedrijviçhetd lanqs de wcrkas, wat de mcçclijkhcid bícdt m Oss en Bergheru op een verantwoordc ijzc met elkaar te verbinden. Gocdc vrbindirìgen rtusseri Oss en Berqhem o.a.. voc lartgzam verkeer zijri van telang. Zowcl 5.1.2e a!s Spaander 5.1.2e vervuHen daarin ecn funcuc. Dc çrrcrìe ruirnte is rnochjk en qeschikte catie voor lo).alc noi tar cnirigen c i vo crt Je (e çvboits1c n mc cen nie-industriele urìc tlc waaronder ceri bijzondetc gote.uwde corzicninq o stariniveau). Varr bclariq ¡s CCR gc.cde ruirnteijke en functioriele aanstuitin an e qrocne ruirnto op de anlr.gqendc dc bqdc fNCUär wûciin. ìk t Pou, zcdaL cn hruibare en aaritrck*elijke rurrute bij Dcrhnr orttst..at ojc • Il II .)jr L.3 ,. ¿j l, • --.-
j
r,
r, •
.
S
•.,,
,,, i:t,
.tl
.
•
\\,.\\
:,
.:
;
i\ /
kr
•• • • /••.
.
Afbeeidirtg 5: Uitsnede Structvurvisie Os.s - zone Oss - Berghem (bron: gemeente Oss)
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 7 van 29
L
-
2.4.
Water
(ielut. up dr urrt.uureikunf unr eun
vuriicïrt t
rrlijl<idcri
i1
le Iìrrdulijl<u V()i)r/ierrirrg ngevirrgwuLuveriuirl.ni
lcudun v,ìn lrut nldundu l.rbesliit,
is grbr uik gurnrzìkt vzìn dc
leggerkzìzìrt np du wubsitu v.n lut A,ì err M.ì,ì;. Verwezen word t rrarr ;ìfbeeldirrg b. llijkens deze lugger kaar t ïs geen sprèìke van busclrerrnde watergangen. Er is op de gr uns rnut de ;ìgrìr isc;lre gronden ook geun sprai<e vèìrr watervoerende watergzìrrgen . Enkel op rnorìrerrten dat de wzìtergang watervoerend is, zou langs deze watergzìng eurr zogenaarnde teeltvrije zorru rnoeterr worden azìngehouden (zie verder paragraaf 3.2. 1. err 3.2.2). j)e loczrtie is niet gelegerr in grondwzìterbescherrningsgebied, zr)clat op clie grondslag geerr aanvuilende beperkingen gelclerr bij het gebruik vari gewashescherrningsrniddelen.
.y
t\• *
-..
Afbeelding 6; uitsnecle leggerkaart. locatie rood omcirkeld (bron; Waterschap Aa en Maas) 2.5.
Conclusie agrarísche exploitatie
Gelet op het voorgaande is sprake van een brede agrarische bestemrning. Het perceel ten westen is ïn gebruik voor natuur en recreatie binnen de pararneters van deze brede agrarische besternrning. Op deze gronden wordt geen rekening gehouden met relevant gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
0p het pecceei ten noorden is sprake van grasland en akkerbouw. Gelet op het bekende agrarische gebruik door de jaren heen alsook het feit dat er in de omgeving evenrnin sprake is van boornteelt of boomgaarden, wordt teelt in de vorm van akkerbouw en vergelijkbare eenjarige/laagblijvende teelt als
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 8 van 29
ilrt p(r((ril.MetinLlirr(rwui)id(rrrwordt bl(r ()eIrlk(rrriigj,(rruiil(rr
r(rl(ti(ft)!louW(lVoor ioi
t(Llt(rr W,(,(r brj ,r)rjk(
3.
Regelgeving
3.1.
Biocidenverordening
I-let gebriirk Vdfl J(ìw (h ierna ook: cle
/!1 <urrrr(rr /ijrr v,(rr /iJwI(r tí, (ii
opwaar t spuit(fl.
bescJiernrirrrrìidrielerr Wörd{ ger€giileerd door Verordening 5?R/20 12/CLJ
ocidenverorderring). lrr deie V:r orderr rrg is bepa;ìld dì cìlleen
gewasbescherrììirrgsrniddelerr op de Ëuropese ncrkt rnogen worclen t()egelcÌten waarvan vol(1c)err(ie is vastgesteld dat deze geerr geva<Ìr vormerr voor de volksgezondheid. Op basis varr ar tïkel 5 van de Verorderiirìg worden een aarìtal categoriedn van gevaarlijke stoffen verboderr voor toepassing ir) gewasbeschermirigsmiddelerr. Jn de Ver()rcler)irrg zijrr ver(:ler goedkeuringsprocedures err testrnethden vastgelegd, welke zijn gebaseerd op algerneeri in de wetenschap aarvaarde toxicologisclìe uitgangspurìten. Daarrraast is iri rle Verc)rclening bepaald dat periocliel<e J)erzieriirìg dient piddtS te vinden van toegelateri niiddelerì. Naast de bescJìernìing van de vofksgezonclheid heeft de Veror-dening ook ten cloel
rn dieren erì het nìilieu te beschermen.
V()()r wat hetreft het aspect voiksgezorrdheid worclc naast blootstelling via consumptie ook blootsteliing bij toepassing van gewasbeschern!ingsrniddelen beoordeeld, zowel voor betreft toet)dssers als voor or))wonenclerr waarorrder meriserr nìet een bijzondere kwetsbaarheid (artil<el 19 en punt 24 van bijlage Vl van de Verordening). Voor wat betreft clie laatste groep wordt de heschernìing van zwangeren en kieine kirìderen concreet benoernd (pcint 3 van cle considerans van cle verordenïng). De Wet gewasbeschermingsmiddelen en hiociden betreft de uitwerking van de Biocidenverordening. Krachtens deze wet is het College voor de toelating van gewasbesclìerrningsrniddelen en hiociden (Ctgb) ingesteld. Het Ctgb beoordeelt volgens internationale afspraken en de in genoen)de Verordening verankerde criteria of gewasbescherniingsrniddelen en biociden — bij jL(ist gebruik — veilig zijn voor n)ens, dier en milieri en of ze werkzaam zijn. Op grond varr deze beoordeling beslriit het college of een middel in Nederland verl<oclìt en gebruikt rnag worden. Daarbij stelt het ook duidelijl<e voorsclìriften verplicht, die rninimaal op het etiket n)oeten staan (het zogenaanìde wettelijk gebruiksvoorschrift).
Het gebruiksvoorsciìrift schrijft niet alleen de toepassingswijze voor (professioneel en/of particulier gebruik, aantal toepassingen perjaar, toepassingsintervallen, veiligiieidstermijn — d.w.z. minimale terrnijn tussen toepassing en oogst etc.), rnaar hierin is ool< aangegeven voor welke doelstellingen en voor welke teelten een middel mag worden ingezet. Relevant daarbij is dat een beoordeling aan de hand van de Biocidenverordening ervan uitgaat dat een gewasbeschermingsmiddel geen gevaar voor de voll<sgezondlieid mag opleveren, zonder dat hiervoor aanvullende maatregelen zouden rnoeten worden getroffen in de vorm van afscherrning o.i.d., aangezien in de toelatingsprocedure een reëel, worst case gebruikspatroon dient te worden aangehoLiden (zie artikel 19, lid 2a van de Verordening).
Adromi B.V.
Notitie Jocatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddeien
Pagina 9 vari 29
lfij tnclatirg (en luj p(íi(nb(k(
í(ílieocìídliíil) wííídt (icíí jwcìeschcrruirrjy,íniíldc! op ,cllv 19,lid
nrnbr 1)
terí iii vurr de Vcronbniríg). lrí i(íl(t gívcl W()t(11 g(lO(tSt op rlel(rc)toxicileit en in)rl(orìotoxiciteit. (cr tikcl 1.1•), lid t ondcr e vìrr (Ic Vvr ordvrrirrg) (rí everrtitclc hor rnnoriorrtrcgelcrrde eigerísclr;cppcrr (bijlìge 2 onderdccl [., 8.9.) vurr (le Vcr or dcning). Verdcr word1 gctoetst op cumulutieve erí syrrergetische effecterr (urtikcl l 9, lid 2 oridcr d vurr de Vcrnrdenirrg). Voorgauride betekent dut in muutscirìppelijk opticht geen rekerrirrg behoeft te worden gehoudcrr met toege!aten gewasheschermingsruiddelrrn welke v()lgerís ulgemecn uanvaurde toxicologische rrorrnerr en op bjìsrs van beschikbure relevurrte err betrouwbare wetenschappelijke en technische kerrnis uls schadelijk voor de volksgetondheid n)()gen worden beschouwd bij toepassing volgens het gebruiksvoorschrift. Dit is unders in de context van cle Nederlindse ruimtelij!<e ordening, aangezien de Afdeling bestuursrechtspraak het beoordelingskader van de Biocidenverordening voor de ruimtelijke ordening als ríi€t toepasbaar heefl aarrgerner kt.. Verwezen wordt rìaar paragraaf 6.1. 3.2.
Aanvullende regelgeving
Zoa!s besclrreven vorrnt de Europesc Biociderrverorderriríg het wettelijl<e I<ader voor de bescherniing varr de volksgezorídheici. Aangezien de Biocirlcriverordeiring stelt dat blootstelling aurr gewusbescherrningsriiiddeleri al varlaf de ranrl van eerì teeltperceel geen rraclelen rnag op!everen voor cle vo!ksgezondheid zonder extru maatrege!en zoals afsclierniing, is geeíi spral<e van een afstand well<e (aanvullend) aangehouderr zoiJ n)oeten wor•clen tot gevoeligc functies op buurpercelen. l)it is evenn)in voorgesclireven irr iiet OnigevingsL)esll.iit of n het van toepassing zijnde ()nigevingsplari, nu de Nederlaírdse w€tgever geI<í)zen l)eeft voor lrogere eisen aan driftreductie als ríiaatregel in cle zin van de artikel€n 11 en 12 van riclitlijn 2009/128/EU (in plaats van bijvoorbeeld extra afstand). De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is inmiddels vervangen door de Omgevingswet en het daarop gebaseerde Besluit activiteiten leefomgeving. ln het onderstaande wordt nader ingegdan op zowel de oude als de geldende Nederlandse regelgeving. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (oud) en het daarop gebaseerde Activiteitenbeslliit milieLibeheer (oud) was sprake van aanvL)llende eco!ogische bescherming door het aanhouden van zogenaamde teeltvrije zones langs oppervlaktewater.
Deze bepalingen zijn vrijwel ongewijzigd overgenomen in het BeslLiit activiteiten !eefomgeving dat is gebaseerd op de Omgevingswet. Hierbij is evenwel gespecificeerd dat bepaalde bepalingen zijn bedoeld ter bescherming van zowel ecologie als volksgezondheid.
De Biocidenverordening is daarbij bedoeld om de menselijke gezondlieid als zodanig te bescjiermen, niet als een regeling om bij toelating van midclelen de beoordeling te beperken tot in de verordening opgenomen beoordelingscriteria, zie Hvi 24 april 2024, ECLI:EU:C:•2O24:356 ov. 78 e.v.
Adromi 8.V.
Notitie Jocatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 10 van 29
3.2. 1.
Activiteitenbesluit milieubeheer (oud)
lrr ,1r1<(l 173,ì lid l vìrr lret Aruviiterriusiurt ((il(Liin((
W.)
vìt
ìt(itd (1(1 r( ieilet grvìl een
drirlredLi(tir rnoet wordcri t)er(:ikt. varr /5%, bep,ì,ìld Vgens Mcnlprotouol voor lrel vast,stellerr van de llriflr(dLlrtie v,ìr( írCerwa-ìítsC (:í1 ()p
(í(
/ilwaartse spuitt(chniekerr, veie V)rr l jLili 201./ (artikel
f.73a, lid 2 Activiteitenbesluit rì)ilieubCheer jo. artikel f.S l Regeling orngevingsrecht. - Rarim). 1yorrd vìrr het Ac1 viteitenbesluit werderr aanv.i lterrde beperkirrgen gesteld aìn de toepassing v,(rr ewasber,uherrningsrniddelerr op korte afstarrd Vdn oppervlaktewater, ir( (jc vorrn varr een teeltvrije ¿orre en aanviil lerrde driftreducerende tech rrieken. tlitgaarrde v,.ì n artiket 3.30 varr het Activiteiterrbeslu it nrilieubeheer (jier(de te worden oitgegaarr va n crerr teeltvrijc zorre Vdfl 50 Cerrtirneter tot 5 rneter, afhankelijk van cte teclt en de gehanteerde driftredLlcerende techniek. Voor harrdmatige spotsgewijze onkruidbestrijding nret afsclrerrning (kap) gold irr prircipe geen teeltvrije zorre ln principe W1S toepassing van gewasbescherrningsrniddelerr bij een wirrclsnelheid van rneer dan 5 n)/s fliet t()egetatefl. 3.2.2.
Besluit activiteiten leefomgeving
ln artikel 1.3 varr cle Omgevingswet is onder rneer vastgelegd clat cteze wet terr doel freeft onì een gezonde ysieke leeforngeving te hehouden en te hereiken. ln artit<et 4.23c van bet BeslLjit activiteiten leefomgevirrg (Bal) is aangegeven dat ten rninste een driftreducerende techniek dient te worden toegepast van 75%. ln bet artikel is voor verschillende teetten een referentietechrriek opgenonren terr opzichte waarvan rteze driftreductie dient te worden hepaald. ln artikel 4.723d Bal zijn teeltvrije zones opgenornen langs watergangen welke afhankelijl< varr de teelt en de gebruikte driftredrlcerende tecbrriek 50 cm tot 5 meter breed dienen te zijn. De artil<elen 4.723f en 4.723g bevatten uitzonderingen hierop, bijvoorbeeld in de vorm varr toepassing van gewasbeschermingsmiddelen met een afgeschermde dop. ln artil<el 4.723e Bal s bepaald dat niet mag worden gespoten bij een windsnelheid groter dan 5 m/s, met uirzondering van teeltbedreigende situaties of bij inzet van een overkapte beddenspuit. De regeiing ten aanzien van de toepassing van gewasbescfrerrningsmiddelen is primair bedoeld ter beschernling van het waterleven. De artikelen 4.723c (driftreductie) en 4.723e (spuiten bij lage windsnelheden) zijn mede bedoeld ter bescherming van de nlenselijke gezondheid. 3.2.3.
Overig
A!s een bedrijf geen relevante bestrijdingsrniddelen zou toepassen (uitsluitend middelen op basis van zogenaamde laag risico stoffenr c.q. een alternatieve bestrijding van plagen), dan vormt het aspect
Door toepassing van bijvoorbeeld een tunnelspuit, een dwarsstroomspuit of axiaalspuit met sclrermen aan de installatie zelf of clriftarme doppen. Het Activiteitenbesluit bevat op dit punt een aanvullende regeling voor wat betreft de toe te passen spLiitdoppen (artikel 3.83, lid 4 Activiteitenbesluit milieubeheer). Li Gewasbeschermingsmiddel dat bltjkens toelating voldoet aan de criterja van bijlage 11, punt 5 van Verorderring EU/1107/2009.
Adromi B.V.
Notitie locatïespecifiek onderzoek gewasbescbermingsmiddelen
Pagina 11 van 29
volkj/orrduid gierr purl vin
,iinil,i
rt l.:lrPr rr liit k,ìrler v.in cl(.te ri()titie lierit lret gebruik vin
íwì,be,clrr.rrìrirrgsrrìiiidlerr ,ìl; r,ì,ixiïi.ìli ririr í;t.ìtieve
iriviillirrg V,ìn ile pl.ìrrologii:líe
riiogelijkirederr L€ wori.lerr 1)iS(lir)uWrl. lhlív,irrt lrierbij i: verder (1,it ìogeri,ìrlo bilogisclre gewasbescherrìringsrìrirlrlelerr rret zo g()(il
lìtirg v,irr het CtgL riodig hebburi V()()C professiorrelr
Loep;issing, w,.ìarhii V()()C die rniddrrkrr rvírirerrs m:ìxirrr,ìal acceptahele blootstellingsnornrerr gelden. Pij bedrijfsrìr:ìt.ige toeparsirrg van gewrslu,iirerriìingsrììiddeleri dierit te worden vold,nn aarr lret PeslciiL activiteiten leelouìgeving. l lr tnj i,( , iilt verder dat bepaaldrr gewasbesclrermirigsmiddelen erl kel voor professiorrete Loepassirigeri /iJrr toegelaterr en rriet voor hcìis-, trrin - err keukerrgebruik. in terr dergelijke hobbymirigc coritext ì,.rl vrr der lroogsterrs sprakc z.ijn van spotsgewijze/lraridnratige bespcìtingcrr, rriet van irrtegrale rnachirrìle behìrrdeling van cerr pcrrceel (rij- of vlakbehandeling met eeri spuitrnachine).
3.3.
Conclusies milieuregelgeving
3.3.1.
Mate van bescherming
irr de Piociderrverordening is geen vern)ir1derrle beschernling vastgelegd voor bepaalde situaties of ornstandigheden. De Verordening kent de volgende beschermingscategorieën: Corìsuíììerrterr (het gebruik varr voorwerpen en 11et nLittigen van agrariscf1e prodcicten); -
Toepassers (agrariër s, loonbedrijverì, lioveniers en particulier gebruik);
-
Omwonrrderr (L)lootstelling zrarr drilt).
Orìrwonerrderi w0rder1 gelijkelijk bescherriirl door ì:le Verordenirrg, ongeacht de statcis of fLinctie van lìet verblijf of de redrlri van hlootstelling. C)c Vernrclening kent geen groepen varr mer15en aan wie een vernìrnderde bescherrning toekornt, maar harìteert enkel het uitgangspunt dat de blootstelling van kwetsbare g10eper1 rrorrnbepalend is (zrrtikei .i.), licl ib onder iii van de Verordening). [)e vraag of omwonenclen wonen in een woriirig rlie hoort bij het bedrijf zelfwaar gewasbescherming wordt toegepast, dan wel bij een ander agrarisch bedrijf (waar al dan niet gewasbeschernling wordt toegepast) of in een zorgboerderij zonder agrarische bestemming maakt geen verschil voor de mate van bescliernìing waar deze bewoners/gebrLìikers aanspraak op lìebben krachtens de Biocidenverordening. Hetzelfde geldt voor medewerkers van een bedrijf. Aàn deze medewerkers komt eenzelfde bescherming toe, ongeacht of sprake is van medewerkers van een agrarisch bedrijf of een ander bedrijf en ongeacht of sprake is van een agrariscll bedrijf waar ook gewasbeschermingsmiddelen worden toegepasta .
Een biologisch gewasbeschermingsmicldel kan chenìisch identiek zijn aan een reguiier beschermingsmiddei. Entg verschii is dat het middei en cle claarin aanwezige werkzame stoffen een bioiogische oorsprong hebben en niet zijn gesyntlletiseerd. rr De uitspraak ABRvS 202200246/1/R2 ov 10.2, kan dus niet cle strekking hebben dat in lìet kader van een goede ruimtelijke ordening rekening mag worden gehouden met een iager beschermingsniveau v.w.b. biootsteiiing aan gewasbeschermingsmiddeien voor bewoners van een agrarische bedrijfswoning cq. een piatteianciswoning, aangezien dat in strijd zou zijn met de Biocidenverordening.
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddeien
Pagina 12 van 29
Jrr Fil k,ìíhn i lrr
frP1
vcr,Irr rÍ1leV,(í)É d,t ()Ci< filí)(tifi rri() ((tÌ
Fíl,Ìti(f k>tt , veíhHjftijd WCrLILr)
ciìrrriìd
L)riflfiu rcfit, ìeìls ))p(r)l)Ììr v(rblijfsjyl)Pd, ,e.il; )ÌíIr) rríí pleírrerr.
)) jrunil vurr le rr)ilií?repelgevirrg 5 (Ie besclrr
nl tcjrrr driit dus rriet ìflr,ìrrkeHjk grsteld vurr de
Sl,ìtu; ()f re(lefi V,(fl de ì,ìnwezigheid in de r(,3bijhfiid v,ìn perr.rlen w,iur grwìsbesclrerrì)ing k,an worderí oegepast. [vennÌin is kortdurend verblijf noídì.ìklijkerwij u.ìnleid;n \jí , t
OfiÌ uit te gcìafl van
n)indr)rde bcsr.lrer mrflg.
l.)e flÌllîeLÌre
lgeving houdt verder geen rekenirg rnet ,),ìntcÌ len, 1 wz. du t aa n érì persoorr everrveef
bescher rì)rrrg toekorììt ,ìfs aan honderd personen.
Het enige wat in het kader varr planologische besluitvormirg dus releva))t kan zijn, is de vraag of een piarrologisch besluit ertoe leidt dat voorstelbaar is cq. niet kun w()rden i.iit.gesloterì dat zich veranderingen voordoen qua: -
de verblijftijd van personen i ; de verbijfswijze (zoals binnen of buiten); de kwetsbaarheid van personen (zoals woon- of werkomgeving, kinderen e.d.).
3.3.2.
Gezondheidscriteria
Dc meihoden uit de rnilieucegelgeving, waarrnee worclt vastgestefd of er eerr risico s voor de volksgezorrclheid mogen, gelet op de jurisprudentie van de Afcleling, niet worden henut ter onderboLÌwing van pfan()logische besfLiitvornìing.
Door de Afdelir)g worden in het planologische kader ook rnaatschappelijke sentimenten beschoL)wd, bijvoorbeeld ten aanzien van ongemakken die on)\Nonenden kunnen ervaren wanneer ze dicht op lanclboLlwpe)celen wonen, zoals geur en/of neerslag van deeltjes. Hier ziin geen gevafideerde modellen voor, war)t bij dat soort r;sicos speeft het aspect gezondheid geen rol.
Verwezen wordt naar paragraaf 4.1.
3.3.3.
Evaluatie en herziening milieuregelgeving
Gelet op de rapportages ingevofge artikel 18 van de Biocidenverocdening van de EL)ropese Commissie 20161i 20201:ì van 7 n)aart en 20 fl)ei zijn er geen aanwijzingen dat al dan niet consumptieve
Zie artikel 12 en de considerans van richtlijn 2009/128/EU en zie ook het standpunt van cle Europese Commissie blijkens Proposàl for a regulation on the sustainable use of plant protection products and amencling Regulation (EU) 2021/2115, COM/2022/305 final, .f0s://eur -le:rupa.ecílej unt.nt!N,TXfiri=CELE>(32rj2flPCbi305 geraadpleegd op 20 februari 2023.
.
ln die strekking ook ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2O17:1575 ov. 11.5.1 dat een fietspacl vanwege korte verblijfstijd geen voor clriftblootstelling relevante functie is. Report from the commission on the sustainable use of biocides pursuant to Artic(e 18 of Regu(ation (EU) No 528/2012 of the European Parliament and of the CoLlnciF concerning the rnaking àvailable on the market and use of biocidal prodLlcts, COM(2016) 151 l!ttljs://heultll.ec.europa.eu/docLlment/dovvnload68a5733b-67b9-4727-277dhHcif3P,b01aLh ec?tilename=2plc5 repnrt sustainahleuse bo,:iese.c5pHf geràadpleegd op 7 febrL)ari 2024 2 Report from the commission on the experience gained by Member States on the implementation of national targets established in their Natior)al Action Plans and on progress in the implementation of
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 13 van 29
l(lt,t(ll,r,g (l (í,(
lij k
l,lr( fl( CI(
1.1 tullìlu;r
g ! ( rr(I (i i( l, W)ì rflri(I( r
W),i((,l;(r,ìurilfl)i,l;ll(rr • iftplii1 gIut rrìut r;icos V()()C (IC Iu geìrr 1, id VI r kwu l sl cìr ( y i )( Ci I )
lì/1rid,vurkrrrrririlCrr vIrr HIVM uil 2() l (V,llilltiV
2020
Ofldu;stuiirrur( (lí (.orr(.lus(e Vìfl d€ìi,e
w((r)ij 1(1 d /,(rruiri(du Olt() iìpportìge V.lí( RlVM
o)k riiul
t:h1(err VìCì ecrr
groture h!ootstulltng (IIrr Wìar bij goedkVuriflg VIrr grwust;usch rrìringmiddelen )ekening rnec is trfioiiilurr Dut. guerì :;pruku i; Vuí( f,OLflr)lliidSriSiC()S wordt, ()Ok orideíschreveri door Fšundësinstitut fiìr Hcikohuwortiirrg - IfR . llct ls rluidultjk dat du Nederlandse wetfj(!V(C, ifl ltlrr met deLe WeteriSchìppelijke d,ìta, het besclrerrrìingsrriveau van de Diocidenverorderung uls ufdoende beschouwt., ruede nu er overeerkomst.ig •(rtil<(:l 1 1 eri 12 van richtlijn 2009/ I.28/EU ,.lit voorìorg hogere driftreductie verplicht is gestel(i in Nederland. Zoals al geble!<en is uit paragraaf 3.1, gelden er geen afstandseisen ten aanìieri van het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen rìabij driftgevoelige functies omdat bij toelating van nìiddelen w()rdt uitgegaan van een hoog beschernìingsniveau, waarbij een kwetsbare persoon als rìorrnpersoon worden aangelìouden, gel<oppeld aan worst case praktijkcondities. Bij de beoordelirrg eri (le herbeoordelirrg vari r)iiri(Jelen wordt Llitgegaan van apparatuur clie maximaal 50% driftrediictie biedt. De irì Nederlund verpliclìt gestelde minimaal verplichte 75% driftreductie vormt een extra voor zcirgniaa tregel. [r wo;dL al n(et. af geen rekenirrg gehoudcn rnet een relevarit fruru,ìan restrisico hij toepassing van gOw)sbësclnriììirig civereenkomstig het Urriërëcht. Wel heeft.
de Eiiropese Conìnìissie het initiatief gonornerì om iri ìet l<ader van de zogerìaairide Green Deal (ie ecolocjie beter te beschermen tegen gewa sbescii c Cn) i n gs rìì idd e l e n. Gelet op het voorgaande is verder duidelijk d:ìt de ELlropese eri de Nederlandse wetgever de volksgezorrdheid bescfìernìerì via toelating van sLeeds veiliger nìiddelen (en Liitfasering Vàfl andere
Djrectve 2009/128/EC on the sListainable (se of pesticides, COM(2020) 204 final, uroetJdocumen t/d o.virdj4380b9i-8cc-4fc.b5f4 dct9rt99t.592ecC5eu?[!criarue=psticidessudrcpoit.act7020un.pciÍ geraadpleegd op 8 februarj 2024 - Relevant is te vernìelden clat sommige lidstaten eerì lange opgebruikternìijn hebben gefìanteerd voor gewasbesclìermingsmiddeien die al làng oncler de Biocidenverordening zijn verboden. Blijkens artikel L258-8 IV vari cle Cocle Rural lìànteercle Frankrijk bijvoorbeeld een opgebrLliktermijn tot 1 janLlari 2022. Dit betekent clat pas vanaf 1 januari 2022 de Biocidenverordening in volle omvang van toepassing is in Frànkrijk, terwijl lidstaten zoals Nederlaììd op basis van reeds voor de Biocidenverorclening gelianteerd systeem van periodieke herbeoordeling al vrijwel direct àlleen nìiddelen toelieten die onder de Verordening waren (her)beoordeeld. RIVM rapport 5.1.1e , Gezondheidsverkenning omwonenden van /andbouwpercelen, 2018 RIVM report 2020-0056 Heolth surveyon peop/e living in the direct vicinitycfagricultura/p/ots: additional analyses, 2020
Deze conclrisies zijn niet geldig voor landen zoals Frankrijk welke na invoering van de Biocidenverordening een opgebrLliktermijn hebben gehanteerd, zie hiervoor paragraaf 4.2 RIVM Rapport 2019-0052 Onclerzoek Blootstelling Omwonenden (OBO) Bestrjdingsmidde/en en omwonenden Samenvattend rapport over bfootste/ling en moge/jke gezondlìeidse]fecten Bfr, Fernab vom Fe/d: Gesundheitliche Beeinträclìtigungen durch Abdrften von Ff/anzenschutzmitteln sind unwahrscheinlich, Mitteilung Nr. 054/2020 des BfR vom 23. November 2020 zie:
panzenschutznìitteln-sinciunwahrscheiniiclìC,çlf (geraadpleegd op 1 juni 2023) Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 14 van 29
riìiiliiin) iii v,.ì iiiiíìni,ì,iliirekrri 11 de vüriìi Vlii lrrf
di 1
, !nl
Vi,i nvrdn
lrrìniì!iif(kfl
in
(I( VÜí(11 V,ìíì 1fi.ìrr(h5Cfl.
Voor diverse gewasbeschermingsmiddelen geldt bijvoorbeeld ai een eis om aanvullende driftrecluctie toe te passen (meer dan 75%). Daarnaast kenden diverse waterschappen in met name de waterrijke gebieden subsidieregelinger voor de aanschaf van 99% driftreducerende spuitapparatuur. Hiervoor kan ook subsidie bij RVO worden verkregen: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (https://www,rvo.nl/sites/ciefaLrlt/files/2022/Lij%20met%20rnvesteringeri-!nvestenngsregjrng%20POP3%2B20220.pf)
Adromi B.V.
Notitie locatïespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 15 van 29
4.
Beoordeling gezondheidsaspecten
4. 1.
Verspreidings- en blootstellingsmodellen
Al, ì.hteígrciínl l)fj oridìrrlcìvige ítotitie s lret volgende V,líí hurig. Iri ile z,ììk l l(.)(lten
lìeeft dc
Ah.ng over wolyrrí dìt iri het kad(r Vari de í uinìtelijke ordeniríg yrcn gìrbruik nìag worden gernaìkt vìíí PXtC,ìL)Olìtie vìrr yrgevens uit (le ì.ogeíiìarììde PRI 20 2 íìppor tìp,e , aaíígezierí (leze rapportage onvoldoeírde weleicclí,ìpp€lijkn bai biedt als lit {t(at Orl( het ,ì:;pect dr rftverspreiding. ln de zaak Wíjcheo liceft ile Atdclinp, oVerWogeíi dìt ook IrCt nicLlw( íapport PRI 20 [5
onvoldoende
weterìsclrappelijke hasis bied t Voc)c wat betreft de verspreidin{ va rr díift , ríu dit weliswaar is yliiserrrd op PRI 20 1í1
rTi,ì,ir voor líet overige geen aaríviilleríde brede wetenschappelijke hasis biedt
ter opï.ichtc vari lRl 20.t2. lrt de uitspraak Broedershof Neder-Betuwe >
heeft de Afdeling bevestigd datgebruikrnaking van het
PRI 2015 rapport onvoldoende deLigdelijk is voor de ruirntelijke ordening, ook at had in deze situatie adviesbureaci SPAWNP bij de beoordeling van de driftblootstelling a,invullende voorzorgrnarges ingebouwd voor wat betreft verspreidiríg van dccippeldrift, ìfscheríììing cloor rniddel van een haag en cunìolatieve effecLer. Blijkens de uitspraak Asclc)tikterrein Beuningen >
accepteert de Afdeling bestuiírsrechtspraak de
achterliggende toxicologische basis van lret zogcrrliLirndc ËF:SA.OPEX nìoclcl rìict voor cle rciirntelijl<e ordening. ln de Llitsprakerì Leíítsesteeg Rhederi . l leilig Kcnìpke Litlr Bornerbroekscweg Eriter
eri Slotstr,iat Opijnen > en
is deze stellingnanie bevesiigd. Redengeving van (IE Afdeìing hierbij is de
votgende. Het EFSA-OPEX nìoclel hetreft het verspíeiclingsrnodel dat is ontwikkeld cloor cle European Food Safety ALithority, wat in de EU wordt bennt orn de toel,rìatbaarheid gewasbescherrningsrniddelen te (her)beoordelen binneri de door de Biocidenverordening gestelde kåders. Het nìodel kent ook erkenning bcliten de EU, nu lìet ook in andere landen wordt gebruikt als referentie bij toelating van gewasbeschermingsrniddelen.
ABRvS 30 nìaart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855 Plant Research lnternationat, 0nderzoek naor drftbiootste/Iing bj ruimteljke ontwikke/ingeo in de gemeente Tho/en, maart 2012, PRI rapport 441 Plant Research lnternational, Dr>ftb/ootstel/ing van omstanders en omwonenden bj de bespuiting van ve/dgewassen met een ve/dspuit, november 2015, PRI rapport 610 2) ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1741 Plant Research lnternational, Onderzoek naar drftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaard bespuitingen Prcject Skaeve Huse in de gemeente Njmegen, mei 2014, PRI rapport 568 ABRvS 16 clecember 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3018 ° ABRvS 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2O22:3O23 O ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3387 ° ABRvS 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2959 ° ABRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4523 ABRvS 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1599
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 16 van 29
=
MiJr up bì,
vdri rit ,ÌIIVjI
vrrr di -,lii lrtirrg Arivnuriríg lii:itiiirrer.Pi)rrrk,
w.rÌrlrl wìríli
veiwnierr rrì,rr nrí L)riírrpp)rl v,rri IlIVM , korìit. íle Aídlirrg i(t;i(ir,rP(Ili.pr.i.ik ifl rI
iit:,rrr,ìrk
Asd1irrktprreirr Heurrirrgrrr 0t ile 1.Oí11 lir;ie d.rt vi,Ì err heordvlirìg waarliij gebrìiik gìmr.rkt wordt v.Ìrr ííet [[SA-C)P[X ítìodel gcerr piake karr ziJï1 VÌrì gO1-?de ruinrtelijke ordlPrrrír(t vuor w.ìt belr(rít gezorrdheidsrisicos vari drit tblouttellirrg. ft. kanttekrìirgen die dr Afdelirrg plaatst bij het [[ SA-C)P[X rììodel hebberr hetrekking or weterisch;ìppelijke orízekeriìeid over fysisclie uitgarrgspurìterr (de rì,ituììrku rrclige aspecterí tcr1 aarìtierr van de verspreiding Vdfl dr(ippels, aerosoleri erí damperi door de lucht), toxicologische uitn,arìgspriíìterr (dosis erl riorrn) en op de gebroiksf;inctionaitet varr iret rììodel. Vo()r wat betreft fysische aspecterr ke;irt de Atdelirìg het rnodel af onii.lat sprake is varr wetenscha ppelijke orrzekerheid over ri het rnodel geharìteerde strd,i•ar dwaa rden: L) r u p pe l ve rs p r e i d i rì g; Nalevering vafl ernissies cloor rìitdanìpirrg na toepassing; [)rift tcn gevolge var( lange hoomhespuitingen. Voor wat hetr-eft gebruiksfuríctionaliteit keurt cle Afdeliríg het model af orndat iriermee geen herekeningen kunnen worden uitgevoerd voor wat betreft: Cu nì (tlatie; De invloed van (hoge) gebouwen; Het driftreducerende effect van een windnaag. Vanwege de volgende toxicologische aspecten keurt de Afdeling het niodel af: -
Wetenschappelijl<e onzekerheid over cumulatieve en geaggregeerde blootstelling aan stoífen.
-
De redenen waaroni bl()otstelling en gezondheidsrisicos van l<inderen Lìit de leeftijdscategorie i tot 3 jaar representatief zijn voor mensen fliet een bijzondere l<wetshaaïheid zijn niet overtLtigefld.
Voor de goede orde zij vernìeld dat in deze context geflìal<slialve wordt gesprol<en over uitspral<en van de Afdeling over het EFSA-OPEX niodel, maar dat de Afdeling de wetensciiappelijke achtergrond en de toxicologische basis die aan dit niodei ten grondslag ligt negatief heeft beoordeeld. Het model zelf kan worden beschouwci a!s de schoen åan de voet van beschikbare relevante en betrouwbare wetenschappelijke en technische kennis in de zin vån de Biocidenverordening1 . Met de huidige versie van het EFSA-OPEX model (januari 2022, versie 1.0.1) worden de kritiekpcinten van de Afdeling voor wat betreft gebruiksfLinctionaliteit en toxicologie niet ondervangen, niede omdat de essentie van de beschil<bare relevante en betroLiwbare wetenschappelijl<e en technische kennis niet gewijzigd is. Verder blijkt uit de uitspråken Heilig Kempl<e Lith en Slotstraat Opijnen dat de Afdeling bestLiLirsrechtspraak van oordeel is dat het hanteren van worst case uitgangspLinten ten einde de bekende wetenschappelijke onzekerheid te ondervangen vanuit planologisch oogpunt onvoldoende is.
StAB 41286, 30 september 2021 RJVM, Modellen om de humane bfootste/ling oan gewasbeschermingsmidde/en te berekenen: een stand von zaken, RIVM Briefrapport 2019-0031 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0031.pclf ln ABRvS 27 juli 2022 202001586/i/R4 is een gebrek aan wetensch2ppe1ijke COflSflSUS benoemd om -in dit geval- planologische beperkingen te rechtvaardigen, niet tOep2ss1ng van een bepaald model. ÌS
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 17 van 29
tlil dí uitpiiak Ilrihg l<riìpk. lith kiri wordìri ilgnlrid iLil Alí1rlrig voor dì brrduhrig vìn ciirììulitivvn riì (rìggí(Jyr(rrde uffírcteri ((r) l1uWog(.)r oplirllirig Vií) hk)Ot5t(lling ììrr r,toif(rír (i.onder rnigu (lir,corituririfl) ìfwijt. lri (lr )(it5pri,ìk lJorrierbrOukr(wug
riLl,ìrn:curt C1e Afduling dit st,ìndpunt
(rrr VOlJt de Afdclirrg dr (:orrclusie var rlc StAP dìt in planologis.hu ).orìtext rriet rnag worden gecor í geuí(1 V))Uí (le bckende wetensclcipprlijke onieker heden, iolìng deLu ¿ìcliterliggeride Wct,u)ìschappulijke onLekOrhed(rfl niet zijrr Weggeflorner). llicrrncu wijst dc Afdeling vooralsnog ook iuo)u latiebeoordelingori a Í welke rnirrder worst case zijrr. ËrìkelvoLidigu i.p1e11ing betreft irnniers een benadering die Wc)rst C,ìSO is terí opzichte van alle andere rnthoderi, w)ir))rrder cle zogenaamde MC)nte Carlo Risk Assessrnent (MCRA). Met cleze ìiitspral<en kornt de Afdelirig terug op een ander recent uitgesprol<en OL)rdeel cJdt CL(mLlldtieve hlootstelling rnir)der releva rr t is voor d rift . De toxicologische uitgangspunten volgen Liit richtlijnen well<e door OECD err/of ECHA zijn vastgesteld. Aangezierr de toxicologische Llitgç)ngspLl))ten waar ool< het EËSA moclel gebrL)il< van n)ddl<t aan de basis ligt van elkír bloot.stellirrgsbeoordeling (niet alleen gewdsbeschern)ing) zullen vooralsnog geen door de Afclelirrg gcaccupteercle kw,ìntitatieve uitspraken kunnen worden gedaan over toxicolL)gische aspecten die spelen L)ij bluotstJJing aan stoffen irr planologsche context.
Gelet op de hisclrerrriirrg die de íì(ilieL)regelgevir)g beoogt te bieden, behoeft geen rel<ening te worden gehouderi nìet tnegelaten gewasbescherrningsrnidclelen welke als schadelijl< voor cl€ vc)lksgezondheid dienen te worden beschouwd bij toepassirig volgeris het gebruiksvoorschrift. Op groncl van de toelatingscritcria en het systecrrì vari periodie!<e rerbeoordeling worden n)iddelerr Len ¿ìanzien waarvan onverhoopt hlijkt van eerder ont)cl<ende risicos ciitgefaseerd. Dat geldt ook ir)clien voor middelen alteríicitieveri c)ntwil<!<eld wor•cleri waarvan het gezondheidsrisico kleirrer is. De methoderr ciit de milieuregelgeving err de in clie context gangbare toxicologisclre benaderingswijzen, waarnree wordt vastgesteld c)f er een risico is voor de volksgezondheid, mogen evenwel, gelet op de jurisprudentie van de Afdeling, niet worden benL)t ter onderbouwing van planologische besluitvorming. 4.2.
lnpassirig zonder modeimatige beoordeling
Op grond van de rechtspraak van de Afde!ing bestuursrechtspraak kan nog steeds afgewel<en worden van de 50 meter middels een deLlgdelijk locatiespecifiel< onderzoel<, waarbij kan worden aangetoond dat onder de gegeven omstandiglreden ook bij het hanteren van een kortere afstand een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een gevoelige functie is gegarandeerd. Hierbij ¡s het een vereiste dat dit alles onderzocht wordt door een mïlieudesk undige ):í . ABRvS 17 april 2024, 202104367/2/R3 EFSA, proposalfor a data mode/for probabi/istic cumu/otive dietary exposure assessments cfpesticides in line with the MCRA scftware, 19-04-2018, Efsa iournal 2018-15(4);1375 ABRvS 21 apriJ 2021, ECLI:NL:RVS:2021:851 ov. 52.1, in cleze uitspraak kon worclen volstaan met de beoordeJing van blootstelJing aan één stof, Captan weJke vanwege hoge schadelijkheid als representatief kon worden beschouwcl. lnmiddels wordt Captan als minder schadeJijk beschocìwd dan waar in het bestemmingsplan waar onderhavige uitspraak betrekking op had vanuit is gegaan, zie: https://doi.org/10.2903/j.efsa.2020.6230. ABRVS 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2O17:1353
Adromi B.V.
Notitie Jocatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 18 van 29
_
lrr (?Cfl rererrt(
is
Ord(?(ll.
mW
klriuerrr :ìlstnírd kirì ,.11v,Ìnr(IinÌ,1r /ljcì ln(jl(r(
(bijvoorbeeld) dr Ítíe(iucererì(j( rrììnlregclerr Wördeíl getroíferì. lrì (1(?/e Uil )rÌk freefi de Aldelirig overwogerr dnt, ir licr. g€vni !((t ,Ìl rnri?,rh€ pcrree11
dir(.(t gelegerr s ncì,Ìst lret perC(Cl nnrt de
gevoelige functiv, dnor het piint serr crr irí starrd ho(Ìden van een strlweelhnag voldoerrde s onder bouwd da t í(•?rr k()r ter e ìÍ5I.Ì nd vÌrr 50 rìÌeter karr worden anngehouderr. Onderhoud err irrstandhoud irrg v1n eerr dergelijke hnÌg dien t danhij te Worder( verzekerd rïìidílels Cerr vergunningvoorsclrrifr. of eerr ir(:sta rrr.lhor.idirrgsverplichrting. De optie om afscherming toe te passerr ter einde een kortere afstarrd dan 50 meler te rechtvanrdiger s ook al in eerdere uitsprìken benoernd Deze lijn is in een andere :iitsprnak bevestigd , waarL)ij in die uitspraak wordt verwezen rrnìr fret zogenaamde OBO onderzoeksrnppor t vÌn RIVM
dat is LÌitgevoerd ifl de bollenstreek. Uit dit rapport
van RIVM b!ijkt dat mensen in de nahijl)eid van agr•arisc.he gror)den blootgesteld staan ann kleir)e l)oeveelheden stoffen afkomstig uil. gewasbeschermingsmiddeien die niet (alleen) uit voedsel afkornstig ziin. Llit dit or)derzoek van RIVM blijkt eveneens, dat mensen die dichtbij landboíiwpercelen wonen, gemidde!d iets gezonder ijken te zijn dan personen die daar verder vandaan wonerr. De Gezondheidsraad komt tot dezelfde corrclusiesí. ln ger)oen)de Liitspraak wordt overwogen dat ook !)et ctgb de hevirrdirrgEn varr RIVM heeft hevestigd. Nu hollenteelt ook gepaard gaar. rÌ)et inzet varr gewnsbescl)ermingsmiddelen die niet rììogen worden toegepast op voedselgewassen, zi.ifl de conclusies van het OBO rapport in zoverre ooic representatief te noenìen voor teelt varì voedselewassen . Ook in eerr uitspraàl< varr 19 maart 2023, l)eeft de voorzieningenreclìter van de rechtbank MiddenNederland geoordeeld dåt een kieinere âfstand l<àn worder( aangehouden, nïits dit op båsis van zorgvuldig err op locatie toegesrreden orrderzoel< deíigdelijl< kan worden gernotiveerd 1 . ln de gerìoenìde uitspraken wordr. daarbij ook steeds het helang vàn het aanbrengerr vàn een vanggewas oÍ een anclere vorm van afscherming benadríii<t in situaties waarin spral<e is van een l<orte onderlinge afstånd of zelfs àan elkaar grenzende tuinen en gewasperceien.
ABRvS 2 november 2022. ECLI:NL:RVS:2022:3160 De riitspraak had betrekking op een agrârische bestemming clie tevens boomgaarden en boomteelt toelaat. ABRvS 25 april 2012, ECLl:NL:RVS:2012:BW3921 ABRvS 25 janu8ri 2023, ECLI:NL:RVS:2023:269 RIVM R8pport 2019-0052 Onclerzoek Blootstelling Omwonenden (OBO) Bestrjdingsmidde/en en ornwonenden Somenvattend ropport over bfootste//ing en mogefjke gezondheidsejfecten .) Gezondheidsraad, Vervo/gadvies gewasbescherming en omwonenden, 2010/10, Den Haag 2020, p. 36 í( De bron van aanwezigheíd van stoffen in het lichaam kan bij middelen die op voedse!gewassen worden toegepast met minder zekerheid worden vastgesteld aangezien biootstelling aan deze middelen ook via consumptie zal ver!open. Hetzelfde zal gelden voor werkzame stoffen welke (ook) benut worden in gewasbeschermingsmiddelen voor partic€ilier gebruik. Rechtbank Midden Nederland 19 maart 2023. ECLI:NL:RBMNE:2023:1048 C,
Adromi B.V.
Notitie locatiespecifiek onderzoek gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 19 van 29
4.3. /0)15
Aandachtzones iìflj
gevnír irr pìrìgrì.ìl l .2 rìrr((r i I
Afelirrg br;l.iiiirs:tsprìak st,irrdìard ((-n
a,irrd,ìclrtìone v,ìrr 5() riìcter. I.)n afst,ìnd v,ìrr d) nret-rr
5 blijkurrs eerr uitr»pr;ììk iiit 20()2
geb,ìsecrd op
het toenrìììlige beieirl vìrr (le proviírcl( (.irrlrler l,ìrrd vnc)r ciu goec.lkeur irg v,ìn ruirntelijke orrtwikkelirrgerr wairbij geVOvh{U furrct.i
írìbij boorìrg,.ìârderr err boornteeltpercelerr »ianwez.ig ìoiiderr