CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen_A

Raadsvergadering 18 september 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Biskopsreed 1 in Wijnjewoude (H)13.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat betekent dat het initiatief geen gevolgen heeft voor de nabijgelegen WAVgebieden ten opzichte van de huidige situatie. Dit aspect vormt geen belemmering voor het initiatief.

Figuur 4.3 Fragment Ammoniakkaart (zeer kwetsbare natuur WAV) (bron: www.fryslan.nl)

10 JULI 2023

 22

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

NATURA 2000-GEBIEDEN Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlakte van meer dan 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen.

Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Ten noordoosten van het bedrijf, op circa 2.560 meter afstand, is Natura 2000-gebied ‘Bakkeveense Duinen’ gelegen. Dit gebied is aangewezen als habitatrichtlijngebied (HR). Het is een gevarieerd gebied met een aantal bos- en heideterreinen, graslanden en enkele landgoederen in het dal van de Boorne (of Koningsdiep), en diverse bebossingen in het afgegraven veengebied rondom Ureterp. In dit plaatselijk sterk geaccidenteerde stuifzandterrein liggen uitgestrekte kraaiheidebegroeiingen als een deken over de duinen en zure vennen. Plaatselijk zijn ook struikheibegroeiingen aanwezig. Open zand en pionier graslanden van stuifzand nemen een ondergeschikte plaats in. De bossen op het terrein bestaan vooral uit aangeplante en spontaan opgeslagen grove dennenbegroeiingen. Ten zuidwesten van het bedrijf, op circa 4.000 meter afstand, is Natura 2000-gebied ‘Wijnjeterper Schar’ gelegen.

Dit gebied is voor het initiatief niet maatgevend. De ‘Bakkeveense Duinen’ liggen aanzienlijk dichterbij het besluitgebied.

Figuur 4.4 Fragment overzichtskaart Natura 2000 (bron: www.natura2000.nl)

10 JULI 2023

 23

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

In 2017 heeft de provincie Friesland, in het kader van de Wet natuurbescherming, voor het bedrijf aan de Biskopsreed 1 een vergunning verleend voor het houden van onder andere 34.562 vleeskuikens (Rav-categorieën E 5.14) met een totale ammoniakemissie van 2.982 kg NH3. Zie de diertabel die als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. Het is de wens van initiatiefnemer om stal E te voorzien van een overdekte uitloop. Dit leidt niet tot een wijziging van de stalsystemen en de dieraantallen in de bestaande stallen in vergelijking met de vergunde situatie op het bedrijf. Er is geen sprake van een toename van de ammoniakemissie. De gewenste nieuwbouw valt binnen de reikwijdte van de aanwezige vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming en zal geen significant negatief effect hebben op natuurwaarden in de omgeving. Ook aan stal D wenst de initiatiefnemer een overdekte uitloop te realiseren. Maar zoals eerder is aangegeven is deze ruimtelijke onderbouwing hierop niet van toepassing. 4.9.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten:  soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);  soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5);  andere soorten (artikel 3.10). Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan deze wet noodzakelijk. Beschermde soorten kunnen overal voorkomen. Bij de totstandkoming van een nieuw ruimtelijk plan, moet worden voorkomen dat conflicten met de soortenbescherming ontstaan. De locatie van de beoogde overdekte uitloop is op dit moment agrarisch in gebruik als grasland. Dit gebruik en het beheer van de grond maken het onwaarschijnlijk dat beschermde diersoorten hier een vaste rust- of verblijfplaats hebben. Mogelijk dat het gebied wel gebruikt wordt als foeragegebied. Gelet op de beperkte uitbreiding zal het effect op het gehele foeragegebied nihil zijn. Op basis van het huidige gebruik en beheer is het onwaarschijnlijk dat beschermde plantensoorten zich in het gebied hebben gevestigd. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.10

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE

Uitgangspunt voor het bestemmingsplan met betrekking tot archeologie is het veiligstellen van de aanwezige (en aangetoonde) en de te verwachten archeologische waarden. Conform het Verdrag van Malta dient gestreefd te worden naar het behoud van archeologische resten in de archeologische verwachtingszones. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Op basis van deze wet zijn gemeenten verplicht een archeologisch beleid te voeren. Daarbij hoort ook dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt moeten worden. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in ruimtelijke plannen. Het doel hiervan is om het ‘bodemarchief’ zoveel

10 JULI 2023

 24

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

mogelijk te beschermen. De archeologische resten in de bodem vormen een belangrijke bron van informatie over het verleden. In het bijzonder voor die perioden of aspecten van het verleden waarvan geen of weinig schriftelijke bronnen bewaard zijn gebleven of waarover niet of nauwelijks is geschreven. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet bundelt wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 in werking treedt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2023. Het betreft dan:  vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten;  verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op gebied van archeologie;  bescherming van stads- en dorpsgezichten. De archeologische waarden in de provincie Friesland zijn in beeld gebracht op de FAMKE (Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra). De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

Voor deze indeling in twee perioden is gekozen omdat de adviezen voor mogelijke vindplaatsen uit de steentijd vaak verschillen van die voor mogelijke jongere vindplaatsen. De adviezen die voor de verschillende zones in Fryslân gegeven worden variëren van ‘streven naar behoud' tot ‘geen nader onderzoek nodig'.

Figuur 4.5 Fragment Archeologische kaart FAMKE ijzertijd-middeleeuwen (bron: www.fryslan.nl)

Met de advieskaart IJzertijd-Middeleeuwen wordt geadviseerd om karterend onderzoek te doen naar archeologische waarden die afkomstig zijn uit de middeleeuwen. In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ aan het besluitgebied toegekend.

10 JULI 2023

 25

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

Figuur 4.6 Fragment Archeologische kaart FAMKE Steentijd (bron: www.fryslan.nl)

Met de advieskaart Steentijd wordt geadviseerd om karterend onderzoek te doen naar archeologische waarden die afkomstig zijn uit de middeleeuwen. In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ aan het besluitgebied toegekend. Binnen het besluitgebied komen blijkens de FAMKE geen archeologische monumenten of anderszins terreinen met een (hoge) archeologische waarde voor. Met de advieskaarten wordt geadviseerd karterend onderzoek te verrichten. In het vigerende bestemmingsplan is daartoe geen verplichting opgenomen. Een dubbelbestemming die daarop ziet ontbreekt ter plaatse van het besluitgebied. Door de huidige inrichting van het terrein heeft bovendien reeds roering van de ondergrond plaatsgevonden. Derhalve zijn naar verwachting geen waarden meer in de ondergrond aanwezig en wordt archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen. Mochten tijdens de bodemingrepen toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt een meldingsplicht. Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenwet doorgevoerd via een wijziging van artikel 3.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening.

In de toelichting van een bestemmingsplan of een ruimtelijke onderbouwing moet voortaan het volgende worden opgenomen: een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hierdoor dienen cultuurhistorische waarden dus uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. In en nabij het besluitgebied zijn cultuurhistorische waarden aanwezig. Dit gaat om ‘oude paden nieuwe wegen’, het betreft een aardkundig waardevol gebied en het landschapstype. Het initiatief doet geen afbreuk aan deze cultuurhistorische waarden. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de gewenste uitbreiding.

10 JULI 2023

 26

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

4.11

WATERPARAGRAAF

Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Om de problemen van wateroverlast en verdroging het hoofd te bieden is een ingrijpende herinrichting van het watersysteem nodig. De Commissie Waterbeheer voor de 21e eeuw pleit voor de toepassing van een drietrapsstrategie voor het waterbeheer:  eerst vasthouden van het regenwater in het gebied waar het valt;  vervolgens het bergen van wateroverschotten in speciaal daarvoor aangelegde voorzieningen of aangewezen gebieden;  pas dan het water afvoeren via waterlopen en gemalen. Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen rekening wordt gehouden met ruimte voor water en watervoorzieningen. Dit verkleint de kans op problemen zoals overstroming door onvoldoende veilige dijken, wateroverlast door onvoldoende bergingsmogelijkheden voor hemelwater of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Maar het gaat niet alleen om het voorkomen van problemen. Ruimte voor water kan ook de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving van mens en dier verbeteren. Onderhavig bedrijf is gelegen binnen het beheersgebied van het Wetterskip Fryslan. Op het plan is de normale watertoetsprocedure van toepassing.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer invulling te geven aan de hiernavolgende punten. 4.11.1

Waterrelevant beleid

DELTAPROGRAMMA RIJKSOVERHEID De overheid wil Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en zorgen voor voldoende zoetwater. Ook wil de overheid ons land zo inrichten dat het klimaatbestendig en waterrobuust wordt. Het doel van het “Deltaprogramma” is dat de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke inrichting in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen. Het kabinet heeft besloten alle maatregelen en projecten van het “Deltaprogramma” te bundelen in zogenaamde ‘deltaplannen’: het “Deltaplan Waterveiligheid”, het “Deltaplan Zoetwater” en (sinds 2018) het “Deltaplan Ruimtelijke adaptatie”. De maatregelen kunnen aanpassingen van het fysieke systeem betreffen, zoals dijkversterkingen of pompen, maar ook ruimtelijke reserveringen voor toekomstige maatregelen of instrumenten om gewenst gedrag te stimuleren. Ook regionale maatregelen kunnen een plaats krijgen in de deltaplannen.

10 JULI 2023

 27

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

Het “Deltaplan Ruimtelijke adaptatie” omvat de maatregelen om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. In het plan staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. Daarvoor zijn in dit deltaplan zeven ambities opgenomen. Het deltaplan geeft aan welke doelen de partijen nastreven, hoe ze daaraan gaan werken en hoe ze de resultaten in beeld brengen. Bij het “Deltaplan Ruimtelijke adaptatie” hoort een actieplan met concrete acties en maatregelen.

WATERBEHEERPPLAN 2016-2021 Het beleid van het Wetterskip Fryslân staat beschreven in het “Waterbeheerplan 2016-2021”. In dit plan wordt aangegeven met welke ambities het waterschap de ontwikkelingen en opgaven op het gebied van veiligheid, voldoende water en schoon en ecologisch gezond water in hoofdlijnen wil oppakken.

KEUR WATERSCHAP Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen het besluitgebied is de Keur van het Wetterskip Fryslân van toepassing. De Keur is een waterschap verordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om, zonder watervergunning van het bestuur, neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond wordt bebouwd of verhard (art. 3.3). 4.11.2

Compenserende waterberging De gewenste realisatie van de nieuwbouw op het bedrijf leidt tot een toename van verhard oppervlak met circa 385 m². Dit is een zeer beperkte uitbreiding in relatie tot de bestaande verharding, maar wel meer dan 200 m2. Een watervergunning is vereist voor dit initiatief. Uit de watertoets zal blijken of er compenserende maatregelen genomen moeten worden.

4.11.3

Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij het doorbreken van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle belangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid. Onderhavig bedrijf is niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied.

4.11.4

Waterkwantiteit Het waterschap heeft als taak te zorgen voor voldoende water in droge perioden en voor voldoende afvoer in perioden van overvloed. Een vergrote kans op wateroverlast of watertekort dient dus voorkomen te worden. Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, de voor dit plan gerelateerde belangen beschreven die in meer of mindere mate de waterkwantiteit beïnvloeden. Wateroverlast vanuit het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Overtollig grond- en hemelwater, dat tot afvoer komt, volgt de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’.

10 JULI 2023

 28

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

Nabij het besluitgebied is een hoofdwatergang van het waterschap aanwezig. Het initiatief heeft hier echter geen invloed op. De overdekte uitloop komt op voldoende afstand. De werking va deze watergang wordt niet belemmerd. De zone langs de hoofdwatergang ten behoeve van het onderhoudspad/ maaipad blijft vrij van obstakels. Binnen het besluitgebied zijn geen watergangen of kunstwerken aanwezig die beheerd worden door het Wetterskip Fryslân.

Figuur 4.7 Fragment Legger Wetterskip Fryslân (bron: www.wetterskipfryslan.nl)

Het hemelwater wordt in de bestaande situatie geloosd op het oppervlaktewater. Het hemelwater wat valt op het nieuwe extra verharde oppervlak (in de vorm van de overdekte uitlopen) wordt geloosd op de kavelsloten. Het hemelwater vanaf de overdekte uitloop aan stal E kan geloosd worden op de sloot die vanaf de Biskopsreed naar richting het besluit gebied loopt. Deze sloot kan (indien nodig) verlengd worden. Het hemelwater vanaf stal D wordt afgevoerd naar de achterzijde van het perceel. In de nieuwe situatie blijft dat ongewijzigd. 4.11.5

Waterkwaliteit Via de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is het waterschap verantwoordelijk voor de chemische en ecologische waterkwaliteit. Voor een aantal waterlichamen, de zogenaamde KRWWaterlichamen, zijn doelen vastgesteld voor de waterkwaliteit en zijn maatregelen opgesteld om deze te bereiken. Ruimtelijke ingrepen en activiteiten die de waterkwaliteit in de KRW-waterlichamen (kunnen) verslechteren of ingezette verbetering kunnen laten stagneren, zijn niet toegestaan. Binnen en/of langs het plangebied ligt geen aangewezen KRW-waterlichaam. Het initiatief heeft geen effect op de waterkwaliteit.

10 JULI 2023

 29

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

4.12

DIER- EN VOLKSGEZONDHEID

Naar de risico’s van veehouderijen voor de gezondheid van mensen die in de omgeving van veehouderijen verblijven is recent veel onderzoek gedaan. In een uitgebreid onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) in plattelandsgemeenten met veel veehouderijen wordt een verhoogd aantal luchtwegklachten en gevallen van longontsteking gerapporteerd, vooral op locaties waar meerdere veehouderijen in de directe omgeving aanwezig zijn. Naar de oorzaak hiervan wordt nader onderzoek gedaan. Er wordt geen relatie gevonden met bepaalde diercategorieën, met uitzondering van geitenhouderijen. In de VGO-onderzoeken wordt aangegeven dat er sinds 2014 geen verhoogde kans op longontsteking gevonden wordt bij omwonenden van pluimveebedrijven. Naast eventuele negatieve effecten zijn er positieve effecten gevonden: wonen in de buurt van een veehouderij blijkt een beschermend effect te hebben op het ontwikkelen van atopie, vooral op heel korte afstand van een veehouderij. Dicht bij veehouderijen wonen minder mensen met COPD, een chronische ziekte aan de longen. Daar staat tegenover dat de mensen in de omgeving die wel COPD hebben, daar vaker en/of ernstigere complicaties van kunnen hebben. Het bedrijf aan de Biskopsreed 1 ligt niet in een veedicht gebied en de afstand van het bedrijf tot omwonenden is relatief groot.

In de VGO-onderzoeken wordt bij deze dichtheid geen verhoogd risico gevonden. Door de grote afstand tot andere veehouderijen is er ook geen risico op onderlinge beïnvloeding wat betreft ziektedruk. De risico’s voor de gezondheid van omwonenden worden op grond van de resultaten uit de VGO-onderzoeken als zeer gering beoordeeld. De “GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en gezondheid” beschrijft de huidige kennis over dit onderwerp. De richtlijn is door de GGD ’en ontwikkeld, zodat ze op basis van dezelfde kennis over veehouderij en gezondheid kunnen adviseren. Deze informatie kan een gemeente gebruiken om de gezondheid van omwonenden mee te wegen bij beleidskeuzes voor de ontwikkeling van veehouderijen. De coördinatie van de richtlijn ligt bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De GGD heeft twee uitgangspunten bij haar adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen. Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. Binnen een straal van 250 meter van het besluitgebied zijn geen gevoelige objecten aanwezig.

In paragraaf 4.3 is in het kader van een goede ruimtelijke ordening reeds onderbouwd dat er ter plaatse van omliggende gevoelige objecten sprake is van een goed woon- en leefklimaat in relatie tot fijnstof (PM10 en PM2,5). De uitbreiding van onderhavig bedrijf betreft het realiseren van een overdekte uitloop aan de bestaande stal, waardoor de dieren meer ruimte krijgen. Er is geen sprake van een toename van het aantal dieren. Dit betekent dat de emissies van fijnstof, ammoniak en geur niet toenemen. De dieren hebben geen buitenuitloop, zodat contact met in het wild levende dieren wordt voorkomen. Binnen het bedrijf worden de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen om de insleep van dierziekten te voorkomen. Toegang tot de dierenverblijven is uitsluitend toegestaan met bedrijfskleding. Op het

10 JULI 2023

 30

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

bedrijf is een kleedruimte met douches voor mensen die in de stallen moeten werken. Toegang tot de stallen is alleen toegestaan, nadat de hygiënesluis is doorlopen. Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is de laatste jaren belangrijk verminderd. In de vleeskuikenhouderij is het gebruik in de periode 2009-2019 met 73% gedaald. Antibioticaresistentie heeft geen directe invloed op omwonenden, maar wel mogelijk invloed op consumenten. Doordat er op het bedrijf door het houden van dieren volgens Beter Leven geen antibiotica zal worden gebruikt is een verdergaand positief effect te verwachten in antibioticaresistentie bij mensen. Het aspect (volks)gezondheid is betrokken in de ruimtelijke afweging van dit planvoornemen. Door de gelijkblijvende dieraantallen, managementmaatregelen en het feit dat er slechts weinig veehouderijen in de omgeving zijn gelegen, is de inschatting dat er geen effecten op de volksgezondheid zijn te verwachten. Deze inschatting is gemaakt op basis van meest recente wetenschappelijke inzichten omtrent de effecten van veehouderij op de omliggende omgeving.

10 JULI 2023

 31

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

5

UITVOERBAARHEID 5.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

De grond waarop de gewenste ontwikkelingen plaatsvinden, is in eigendom van initiatiefnemer. Omdat de nieuwbouw van de overdekte uitloop een particuliere ontwikkeling betreft, zijn hier voor de gemeente geen financiële consequenties aan verbonden. De ontwikkelingskosten worden geheel door de initiatiefnemer gedragen. De kosten welke verbonden zijn aan het doorlopen van de noodzakelijke procedures worden verrekend in de leges. De uitbreiding van het bedrijf aan de Biskopsreed 1 in Wijnjewoude zorgt niet voor een beperking van de activiteiten uitgevoerd door (agrarische) bedrijven in de omgeving. Bovendien is het aantal omwonenden beperkt. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is. 5.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt deze ruimtelijke onderbouwing voor overleg toegezonden aan het betrokken waterschap en die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De reacties die uit het wettelijk vooroverleg binnenkomen worden als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De plannen worden afgewikkeld middels een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de zogenaamde ‘buitenplanse afwijking’. Op deze vergunningsaanvraag is de uitgebreide voorbereidingsprocedure (artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) van toepassing. De uitgebreide procedure duurt 26 weken (soms verlengd met zes weken), waarna het college de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan vaststellen. Het ontwerpbesluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning wordt vervolgens ter inzage gelegd voor de duur van 6 weken. De bekendmaking hiervan gebeurt in de Staatscourant en de gebruikelijke lokale media. Eenieder kan gedurende deze periode een zienswijze kenbaar maken. De reacties zullen worden samengevat en beantwoord. Tegen het uiteindelijke besluit kunnen belanghebbenden beroep instellen.

De voornoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan.

10 JULI 2023

 32

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

6

CONCLUSIE Aan de Biskopsreed 1 in Wijnjewoude exploiteert initiatiefnemer een pluimveehouderij. Op het bedrijf zijn, naast de bedrijfswoning met bijgebouw, een werktuigenberging, een rundveestal, sleufsilo’s en een mestzak, twee stallen aanwezig voor het houden van vleeskuikens. Conform de vigerende omgevingsvergunning mogen in deze stallen in totaal 48.440 vleeskuikens worden gehouden. De initiatiefnemer wenst duurzamer te gaan produceren, door de vleeskuikens op het bedrijf meer leefruimte te geven; een maatschappelijk gewenste ontwikkeling. Daartoe wil het bedrijf – in het kader van dierenwelzijn – de twee vleeskuikenstallen voorzien van een overdekte uitloop, waarbij rekening is gehouden met het aanwezige bebouwingspatroon en de landschappelijke kenmerken. Hierdoor blijft de ruimtelijke impact beperkt. De overdekte uitloop aan stal D mag zonder omgevingsvergunning worden opgericht. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet enkel op de overdekte uitloop aan stal E. De beoogde herontwikkeling is niet geheel mogelijk binnen het huidige bouwvlak. In artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan een omgevingsvergunning kan worden verleend, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Dit is aangetoond in onderhavige ruimtelijke onderbouwing.

10 JULI 2023

 33

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

BIJLAGEN

10 JULI 2023

 34

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

BIJLAGE 1  Diertabel

25 APRIL 2022

Diertabel Datum :

13-4-2022

Naam aanvrager

Mts. Rozema-Kist

Adres

Biskopsreed 1

Tel.

: 0318-675400

Postcode en plaats

9241 WR Wijnjewoude

Fax

: 0318-675409

E-mail

: info@agra-matic.nl : Jan Bouwman

Adres bedrijf

Biskopsreed 1

Adviseur

Postcode en plaats

9241 WR Wijnjewoude

Specialist

VERGUND

Wabo

Ammoniakemissie

25-2-2013 RAV

Geuremissie

Fijn stofemissie PM2,5 *

Aantal

Kg NH3

kg NH3

Kolomindeling

Kg NH3

Kg NH3

nummer

dieren

p.pl.p.j.

totaal

keuze A/B/C

Besl Hv

Besl Hv

factor/dier

totaal in OU/s

-

0

0,00

0,33

Fijn stofemissie PM10 Toetsing Beh fijn stof PM10

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

totaal in gr/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

7992,60

1,6

38.752

0,00123

22

532.840

0

0

Stal

code

Vleeskuikens

1

E 5.14

stal met indir.gest.warmteheaters

BWL 2011.13.

-

24220

0,035

847,70

Vleeskuikens

2

E 5.14

stal met indir.gest.warmteheaters

BWL 2011.13.

-

24220

0,035

847,70

0

0,00

0,33

7992,60

1,6

38.752

0,00123

22

532.840

0

0

Melkkoeien

3

A 1.5

loopstal met sleufvloer en mestschuif

BWL 1997.05.055

94

11,8

1109,20

0

0,00

0

0,00

40,6

3.816

0,00012

148

13.912

0

0

Jongvee tot 2 jaar

3

A 3.100

Overige huisvesting

n.v.t.

42

4,4

184,80

0

0,00

0

0,00

10,4

437

0,00001

38

1.596

0

0

-

-

0

0,00

0

0,00

0

0,00

0,0

0

0,00000

0

0

0

81.757

0

-

BWL/GL-nummer

Geuremissie- Geuremissie Fijnstof PM2,5

Diercategorie

-

Huisvestingssysteem

Toetsing Beh ammoniak

Versie

TOTAAL

2989,40

0,00

* Op basis van het Wur Rapport 496: Emissiefactoren methaan, lachgas en PM2,5 voor stalsystemen, inclusief toelichting

15985,20

1.081.188

voldoet niet aan Beh NH3

voldoet niet aan Beh PM10 #VERW!

VERGUND

Wnb

Ammoniakemissie

4-3-2016 RAV

Geuremissie

Fijn stofemissie PM2,5 *

Versie nr

Aantal

Kg NH3

kg NH3

Kolomindeling

Kg NH3

Kg NH3

nummer

dieren

p.pl.p.j.

totaal

keuze A/B/C

Besl Hv

Besl Hv

factor/dier

totaal in OU/s

Fijn stofemissie PM10 Toetsing Beh fijn stof PM10

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

totaal in gr/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

Stal

code

Vleeskuikens

1

E 5.14

stal met indir.gest.warmteheaters

BWL 2011.13.

V3

17281

0,035

604,84

0

0,00

0,33

5702,73

1,6

27.650

0,00088

22

380.182

0

0

Vleeskuikens

2

E 5.14

stal met indir.gest.warmteheaters

BWL 2011.13.

V3

17281

0,035

604,84

0

0,00

0,33

5702,73

1,6

27.650

0,00088

22

380.182

0

0

Melkkoeien

3

A 1.5

loopstal met sleufvloer en mestschuif

BWL 2010.24.

V5

94

11,8

1109,20

0

0,00

0

0,00

40,6

3.816

0,00012

148

13.912

0

0

Melkkoeien

3

A 1.100

Overige huisvesting

traditioneel

29

13

377,00

0

0,00

0

0,00

40,6

1.177

0,00004

148

4.292

0

0

Jongvee tot 2 jaar

3

A 3.100

Overige huisvesting

n.v.t.

65

4,4

286,00

0

-

-

0

0,00

-

BWL/GL-nummer

Geuremissie- Geuremissie Fijnstof PM2,5

#VERW!

Diercategorie

-

Huisvestingssysteem

Toetsing Beh ammoniak

0 0

TOTAAL

-

0

0,00

0

0,00

10,4

676

0,00002

38

2.470

0

0

0,00

0

0,00

0,0

0

0,00000

0

0

0

60.969

0

2981,87

0,00

* Op basis van het Wur Rapport 496: Emissiefactoren methaan, lachgas en PM2,5 voor stalsystemen, inclusief toelichting Beoogde situatie

voldoet niet aan Beh NH3

Ammoniakemissie

2022 RAV

Toetsing Beh ammoniak

#VERW!

Geuremissie

Fijn stofemissie PM2,5 *

Versie nr

Aantal

Kg NH3

kg NH3

Kolomindeling

Kg NH3

Kg NH3

nummer

dieren

p.pl.p.j.

totaal

keuze A/B/C

Besl Hv

Besl Hv

factor/dier

totaal in OU/s

Geuremissie- Geuremissie Fijnstof PM2,5

0 0

voldoet niet aan Beh PM10

Fijn stofemissie PM10 Toetsing Beh fijn stof PM10

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

totaal in gr/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

Stal

code

Melkkoeien

C

A 1.5

loopstal met sleufvloer en mestschuif

BWL 2010.24.

V5

94

11,8

1109,20

-

0

0,00

0

0,00

40,6

3.816

0,00012

148

13.912

0

0

Melkkoeien

C

A 1.100

Overige huisvesting

traditioneel

-

0

13

0,00

-

0

0,00

0

0,00

40,6

0

0,00000

148

0

0

0

Jongvee tot 2 jaar

C

A 3.100

Overige huisvesting

n.v.t.

-

42

4,4

184,80

-

0

0,00

0

0,00

10,4

437

0,00001

38

1.596

0

0

Vleeskuikens

D

E 5.14

stal met indir.gest.warmteheaters

BWL 2011.13.

V3

24220

0,035

847,70

A

0,045

1089,90

0,33

7992,60

1,6

38.752

0,00123

22

532.840

22

532.840

Vleeskuikens

E

E 5.14

stal met indir.gest.warmteheaters

BWL 2011.13.

V3

24220

0,035

847,70

A

0,045

1089,90

0,33

7992,60

1,6

38.752

0,00123

22

532.840

22

532.840

-

-

0

0,00

0

0,00

0

0,00

0,0

0

0,00000

0

0

0

81.757

0

-

BWL/GL-nummer

781.038

Diercategorie

-

Huisvestingssysteem

11405,46

TOTAAL

2989,40

* Op basis van het Wur Rapport 496: Emissiefactoren methaan, lachgas en PM2,5 voor stalsystemen, inclusief toelichting

2179,80 voldoet niet aan Beh NH3

15985,20

1.081.188

0 1.065.680

voldoet niet aan Beh PM10

Ruimtelijke onderbouwing Biskopsreed 1, Wijnjewoude

BIJLAGE 2  Milieutekening

25 APRIL 2022

RENVOOI natuurlijke ventilatie

mechanische ventilatie

6749+ vc golfplaten

vc golfplaten

D isolatie Ermaf heater

isolatie

C

3000+

Ermaf heater

2000+ windbreekgaas windzeil

E

isolatie Ermaf heater

3000+

8,13°

3000+

vc golfplaten

mechanische ventilatie ventilatoren in eindgevel

en in de richting van de stalletter

mechanische ventilatie ventilatoren in eindgevel

kk

GEVELOPENINGEN Ermaf heater

750 ep

overdekte uitloop

TANKS - VATEN - OPSLAG - SILO'S

Staldoorsneden zijn genomen op de plaats

6749+

6640+

750 ep

2000+

overdekte uitloop

0

900

windbreekgaas windzeil

1000

0 doorloop openingen

doorloop openingen

dieselolietank volgens PGS 30

1

kadaverkoeling

1

veevoedersilo waarin aangegeven tonnage

8

melkkoeltank incl. inhoud

1

16500 L

handbrandblusser

2

18 kg

4

1000 L 0,5 kW 64 ton

3000+

8,13°

6640+

ALGEMEEN

mechanische ventilatie 5900 ep

5900 ep

BRANDVEILIGHEID

deuropening raamopening

MATERIALEN

1750-

DIVERSEN 100 m³

DRIJFMESTOPSLAG

94 42

MELK- EN KALFKOEIEN JONGVEE

metselwerk spouwmuur

RAV A.1.5 RAV A.3.100

24.220

VLEESKUIKENS RAV E 5.14

24220

VLEESKUIKENS RAV E 5.14

3

prefab gevelelement (200 mm)

PP

pompput drijfmest

prefab gevelelement (140 mm)

1

steunventilatoren

8

2,8 kW

prefab beton

2

lier

18

6,3 kW

stalinrichting

3

aandrijving luchtinlaat

6

2,1 kW

4

aandrijving uitloopopeningen

2

0,72 kW

5

voerweger

1

0 kW

7000

VLOERARCERINGEN overdekte uitloop

TOTALEN

betonroostervloer strobed

Elektromotorisch vermogen 3

VENTILATOREN

4

2

waterlijn

Verbrandingsmotorisch vermogen

ventilator verticale luchtstroom

5

2,75 kW

ventilator horizontale luchtstroom

11

11,4 kW

voerlijn

2 waterlijn

ELEKTROMOTOREN

2 voerlijn

20600

2 voerlijn

2

morsput

2

HD

pp

waterlijn

mestzak 900 m3

ø1250 1,10

voerlijn

ø1250 1,10

ø560 0,55

ø1250 1,10

ø900 0,75

E

waterlijn

ø1250 1,10

2

ø560 0,55

waterlijn

2

SITUATIE kadastrale gemeente:

Duurswoude

sectie:

C

740, 741

schaal:

1 : 2000

80

nr:

melkpomp waarin aangegeven het vermogen

1

2 kW

koelaggregaat waarin aangegeven het vermogen

1

7 kW

perceel

vacuumpomp waarin aangegeven het vermogen

1

2 kW

bouwvlak vigerend

spoelpomp waarin aangegeven het vermogen

1

2 kW

gebouw bestaand

hogedrukreiniger waarin aangegeven het vermogen

1

5 kW

gebouw nieuw

aandrijving voerlijn

10

5 kW

buiten bouwvlok

vijzel

4

3 kW

bedrijfswoning

handgereedschap waarin aangegeven het vermogen

1

5 kW

omliggende bebouwing

compressor waarin aangegeven het vermogen

1

2,5 kW

grens van de inrichting

menger melkkoeltank waarin aangegeven vermogen

1

2 kW

1,41

ha

206

m²

erfverharding

voerlijn

2

230 kW

80

kk

1

62,57 kW

sleufsilo of kuilplaat

VERBRANDINGSMOTOREN

1

waterlijn

opslag drijfmest

3 P 9

8 6000

8

5 8

tractor waarin aangegeven het vermogen

2

200 kW

loader waarin aangegeven het vermogen

1

30 kW

gas boiler waarin aangegeven het vermogen

1

2 kW

heteluchtkanon/gasheater

4

380 kW

VERWARMING

8

3 2

waterlijn

1

110

1

1

voerlijn

2 waterlijn

voerlijn

ø560 0,55

ø560 0,55

waterlijn

20600

2 voerlijn

80 kW

A

ø560 0,55

ø1250 1,10

B

woonhuis

ø900 0,75

D voerlijn

werktuigenberging

schuur

ø1250 1,10

waterlijn

ø1250 1,10

2

ø1250 1,10

2

ø1250 1,10

loader

30 kW

2

2 waterlijn m pp

o rsp ut

2

120 kW

voerlijn

5,0

1

2

2,5 kW

1

waterlijn

m

1

tz

ak

90

0

m

3

110

4

3

es

E

D

1000 l

7000

lekbak

B

overdekte uitloop

3

C

A 8

8

8

4000

1

8

mix-pompput 21 ligboxen

25 ligboxen

6 ligboxen 8 ligboxen 6 ligboxen 4 ligboxen

P 9

23780

C

4 ligboxen

TEKENING NIET GESCHIKT VOOR UITVOERING

4 eenlingboxen

PROJECT

afkalf stal

zolder

12 ligboxen

4 ligboxen

Aanvraag omgevingsverguning milieuneutrale verandering

mixput

voor het bedrijf aan de Biskopsreed 1 te Wijnjewoude

pompput

stierenhok 12 ligboxen

2

2

melkstal

2

2

16500 l

techniek

7

23 ligboxen

2

GETEKEND :

MK

CONTROLE :

FORMAAT:

Plattegrond, doorsneden en situatieschets

HD 5 kW

J. Bouwman

SCHAAL:

ONDERWERP

4 ligboxen

ADVISEUR :

DATUM :

OPDRACHTGEVER

WIJZ. A :

Mts. Rozema-Kist

WIJZ. B :

Biskopsreed 1

WIJZ. C :

9241 WR Wijnjewoude

WIJZ. D :

1 : 200 594 x 1000 30 augustus 2021 RiH

PROJECTNR.

360501 TEKENINGNR.

Mn-21

WIJZ. E :

7200

11000

18600

12000

10000

23000

32000

29000

Postbus 396 6710 BJ Ede

Tel. 0318 - 675 400

E. info@agra-matic.nl 20210830_360501_Rozema-Kist_Mn-21.vwx

© 2021 alle rechten voorbehouden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=a3f19d43-b8db-4518-87a8-b143a926ca92