CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

OUD Bijlage 1 Concept begroting 2026

Raadsvergadering 10 november 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Begroting 2026 (B)34.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hierdoor is het af te dekken risico een stuk lager, een factor 40 c.q. 50. 7. Effecten fluctuerende energieprijzen: Het risico richt zich op uitschieters die nu niet te voorzien zijn maar als ze zich voordoen onontkoombaar zijn. 8. Tegenvallende resultaten grondexploitaties: Het resultaat van de grondexploitaties is afhankelijk van de mate waarin er verkocht kan worden en of er gronden beschikbaar zijn. Ook externe ontwikkelingen zoals de stikstof problematiek en hogere bouwkosten kunnen het resultaat beïnvloeden. 9. Effecten inflatie op exploitatielasten: Een hoge inflatie wordt gedeeltelijk vertaald in een bijstelling in de algemene uitkering. Hierdoor kan er in het lopende jaar een verschil ontstaan die tot een tegenvaller bij het opstellen van de jaarrekening kan leiden. 10. Afwijking inschattingen ramingen: Door strakker te begroten wordt het risico op afwijkingen van de begroting groter. Er wordt niet zonder meer vanuit gegaan dat mogelijke ontwikkelingen zich voor zullen doen, door monitoring en tussentijdse rapportages. Weerstandsvermogen Beheersing van de hiervoor genoemde risico's Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende.

Bepalen weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 3,0 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 28,6 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te bieden. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de begroting. Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken. Incidenteel weerstandsvermogen

x € 1.000

Algemene reserve ultimo 2024

23.549

Mutaties 2025

-

Resultaat 2024

5.503

Resultaatbestemming

-443

Totaal algemene reserve

28.609

Totaal incidenteel weerstandvermogen 1-1-2026

28.609

51

Kengetallen Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

Eerste jaar en meerjarig > 0%

Begroting en meerjarig 0%

Begroting en meerjarig < 0%

Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Kengetallen

Realisatie 2024

Begr.2025 (primair)

Begr.2025 (incl wijz. )

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

a. zonder correctie doorgeleende gelden

9,1%

36,6%

21,9%

39,2%

54,5%

68,5%

72,2%

b. met correctie doorgeleende gelden

9,4%

36,8%

22,2%

39,5%

54,8%

68,8%

72,5%

Solvabiliteit

43,9%

40,3%

43,9%

45,4%

41,7%

37,3%

35,1%

Structurele exploitatieruimte

5,4%

1,4%

-1,5%

0,4%

1,0%

0,6%

1,7%

Netto schuldquote

Grondexploitatie

0,7%

0,2%

0,2%

0,1%

0,2%

-0,5%

0,0%

Belastingcapaciteit

81,3%

81,3%

81,3%

80,3%

80,3%

80,3%

80,3%

Toelichting kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie: Netto Schuldquote We verwachten dat de netto schuldquote in 2026 stijgt ten opzichte van 2025. De schuldquote van Opsterland bevindt zich ruim binnen de in de theorie genoemde (en door de VNG gehanteerde) grens van 130 procent. Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) Het kengetal van de netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) is bij Opsterland nagenoeg gelijk aan het kengetal netto schuldquote. Solvabiliteitsratio We verwachten dat de solvabiliteit van de gemeente stijgt ten opzichte van de begroting 2025. De komende jaren wordt een daling verwacht. Solvabiliteit is de verhouding tussen leningen en eigen vermogen (reserves). De daling komt doordat de gemeente de komende jaren een of meerdere leningen moet aantrekken om het investeringsprogramma uit te voeren. Het solvabiliteitspercentage is aanvaardbaar.

52

Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen wordt gedekt. Een negatief percentage houdt in dat structurele lasten incidenteel gedekt worden. Het kengetal drukt dus niet uit of sprake is van een begrotingstekort of –overschot. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen in de financiële begroting. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Het percentage geeft aan dat Opsterland geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de algemene reserve ook nog over voldoende weerstandsvermogen beschikt. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend met de tarieven voor een meerpersoonshuishouden. Bij een percentage hoger dan 100 zijn de woonlasten hoger dan het landelijk gemiddelde. Bij een percentage lager dan 100 zijn ze lager. De woonlasten bevinden zich op een stabiel en landelijk gezien laag niveau. Frauderisico's en continuïteit Bij de beoordeling van de continuïteit is sprake van formele continuïteit en een materiele beoordeling. De formele continuïteit gaat over het voortbestaan van de organisatie. Op dat vlak heeft het Rijk harde waarborgen getroffen. De continuïteit staat niet ter discussie.

In het uiterste geval kan een artikel 12 Financiële-verhoudingswet besluit genomen worden. Daar is bij de gemeente Opsterland geen sprake van. Materieel kan het wel zo zijn dat activiteiten niet of anders moeten worden vormgegeven. Dat kan leiden tot aanpassing in taken, activiteiten, beleid, projecten of doelstellingen. Politieke keuzes daarin kunnen leiden tot bijvoorbeeld afwaardering van activa of de noodzaak om voorzieningen te treffen. Als dat grote financiële effecten heeft, moeten deze punten in de jaarstukken (continuïteitsbeoordeling of risicoparagraaf) worden betrokken. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te constateren is er misbruik en oneigenlijk gebruik beleid. Het misbruik en oneigenlijk gebruik beleid wordt actueel gehouden en jaarlijks toegepast. Om fraude te kunnen constateren zijn er frauderisicoanalyses en controles. Bij de jaarstukken worden de bevindingen weergegeven.

53

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een groot deel van de openbare ruimte. Deze ruimte is opgebouwd uit onze kapitaalgoederen. Dit zijn onder andere de wegen, riolering, bruggen, verlichting, openbaar groen en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen heeft invloed op de beleving door inwoners, bezoekers en ondernemers bij hun activiteiten in de openbare ruimte. Daarnaast vertegenwoordigen de kapitaalgoederen een aanzienlijke waarde en brengt vroegtijdige vervanging onnodige kosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat we goed op deze kapitaalgoederen passen om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen en kapitaalverlies te voorkomen. De kaders voor het onderhouden van de arealen verhardingen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en het openbare groen zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik; netjes waar het moet, sober waar het kan. Hierin is gezocht naar een verantwoorde balans tussen kosten enerzijds en een prettige leefomgeving anderzijds. De kaders voor het beheren onderhouden van de riolering en daarbij horende (zuiverings)installaties zijn vastgelegd in het Gemeentelijke Watertakenprogramma 2025-2029.

Naast de verankering van de zorgplicht voor de inzameling van het afvalwater, hemelwater en grondwater voorziet het plan in kaders voor de klimaatadaptatie en andere gemeentelijke watertaken. Het gemeentelijke vastgoed dat nog in overeenstemming met de functie in gebruik is wordt in stand gehouden door preventief onderhoud binnen de daarvoor gestelde bestek kwaliteit. Legenda ambitie kapitaalgoederen Technische staat (Heel)

Verzorging (netheid)

Rapportcijfer

Zeer hoog

Perfect, heel, niets kapot

Brandschoon

9,5-10

Hoog

Weinig op aan te merken

Schoon

7,5-9,4

Basis

Lichte schade, een en ander op aan te merken

Matig schoon, niet storend

5,5-7,4

Laag

Duidelijk schade, veel op aan te merken

Vuil, storend

3,5-5,4

Zeer laag

Ernstige schade, kapot, onveilig

Zeer vuil, duidelijk, storend

0-3,4

Verharding en openbare verlichting Kerncijfers en kwaliteitsambitie De gemeente heeft ongeveer 2,81 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 51% uit dicht asfaltbeton, 41% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.), 3 % cementbeton en 5% overige soorten verharding. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 175 mln. In de gemeente staan ongeveer 4.400 lantaarnpalen, waarvan 4.121 in beheer en eigendom van de gemeente. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De ondergrondse infrastructuur die hierbij hoort is voor het grootste deel in eigendom van netbeheerder Liander. Van het areaal bestaat ongeveer 80% uit energiezuinige LEDarmaturen. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal van verhardingen en openbare verlichting weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie.

54

Verharding en openbare verlichting Omvang Kwaliteitsambitie Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied Rijbanen

204 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkeerstroken / overig

17 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Fietspaden

26 ha Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Voetpaden

34 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Openbare verlichting

4.121 Basis stuks

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Toekomst Uit de laatste inspectie is naar voren gekomen dat het areaal er op plaatsen onvoldoende bijligt. Op deze plekken zijn schadebeelden geconstateerd die volgens de verwachte levensduur van de betreffende wegvakken niet zijn voorzien. Deze schades zijn voornamelijk aangetroffen op de wegen in het westen van de gemeente (veengronden) en zijn gerelateerd aan de lange droge periodes van de afgelopen jaren. We blijven deze schadebeelden nauwlettend monitoren en voeren proeven uit om ervaring op te doen met lichtere wegen. Riolering Kerncijfers De gemeente is voor een (groot) deel verantwoordelijk voor de inzameling, transport en verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor zijn drie verschillende systemen in de gemeente aanwezig: vrijevervalriolering, drukriolering en individuele systemen voor de behandeling van afvalwater (IBA's). Van de vrijevervalriolering bestaat nog ongeveer 70% uit een gemengd systeem. Bij de rest is sprake van scheiding tussen hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA). Het totale systeem vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 186 mln. In de tabel hieronder is een overzicht weergegeven van het volledige areaal. Riolering Omvang Vrijvervalriolering Straat- en trottoirkolken

227 km 12.046 stuks

Bergbezinkvoorzieningen

5 stuks

Overstorten

39 stuks

Drukriolering / persleiding

137 km

Minigemalen

523 stuks

Hoofdgemaal

30 stuks

Tunnelgemaal

6 stuks

IBA-systeem (individuele behandeling afvalwater)*

114 stuks

55

Kwaliteitsambitie Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Gemeentelijke Watertakenprogramma 2025-2029. Met het voortzetten van het huidige beleid wordt de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden. Kwaliteitsambitie Riool

Afvalwater

Hemelwater

Grondwater

Centrum

Woongebied

Bedrijventerrein

Buitengebied

Inzameling

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Basis

Transport

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Inzameling (overtollig)

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

nvt

Verwerking (in riolering)

Basis

Basis

Basis

nvt

Verwerking (in openbare ruimte)

Basis

Basis

Basis

nvt

Inzameling

Basis

Basis

Basis

nvt

Verwerking

Basis

Basis

Basis

nvt

Toekomst De voorziening geeft voldoende dekking voor de uitvoering van de gestelde ambities. Bij de te nemen onderhoudsmaatregelen wordt rekening gehouden met de klimaatverandering. Gestreefd wordt naar het voorkomen of beperken van wateroverlast en hittestress. Vaarwegen en kunstwerken (water) Kerncijfers en kwaliteitsambitie In de gemeente liggen twee grote vaarroutes. De civiele kunstwerken die hierbij horen zijn deels in beheer en eigendom van de gemeente. Daarbuiten zijn diverse (kleinere) civiele kunstwerken. Van drie tunnels die in eigendom zijn van de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat heeft de gemeente het dagelijkse beheer. Het totale areaal vertegenwoordigd een vervangingswaarde van ongeveer € 165 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor de civiele kunstwerken weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Civiele kunstwerken Omvang Kwaliteitsambitie Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied Bruggen (vast)

31 stuks Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Bruggen (hout)

85 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Bruggen (beweegbaar)

17 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Vaarrecreatieve voorzieningen

33 stuks Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Basis

Waterwerken

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Tunnels*

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Kademuren

6838 Basis m1

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

Basis

Beschoeiingen

5791 N.v.t. m1

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

56

Toekomst Voor kunstwerken is geen verwachte vervangingspiek. Tot en met 2040 betreft de theoretische vervanging ongeveer €19 mln. Op dit moment is er geen sprake van kapitaalvernietiging aan vaste en houten bruggen. Groen Kerncijfers en kwaliteitsambities Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door de eigen dienst en Caparis. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor groen weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Openbaar groen Omvang Kwaliteitsambitie Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied Bomen Natuurlijke beplanting

51.337 Basis (bio) stuks

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

9.600 are Laag (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

Cultuurlijke beplanting

702 are Laag

Hoog

Laag

Basis

Basis

Basis

Basis

Hagen

106 are Basis

Hoog

Laag

Basis

Laag

Basis

Basis

Gras

30.338 Laag (bio) are Basis (bio)

Hoog

Laag (bio)

Basis

Laag (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

N.v.t.

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Watergangen (waterlopen en sloten)

442 km Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Watervlakte (vijvers)

1.423 are Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Parkmeubilair

559 stuks Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Bermen

Hoog

Gebouwen Kerncijfers en beheer De gemeente heeft divers vastgoed in eigendom en beheer en heeft een herbouwwaarde van ongeveer € 63 mln. Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestek kwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Deze gebouwen zijn meestal al geheel afgeschreven, als dit niet het geval is, is de boekwaarde lager dan de marktwaarde. Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijks een zodanige dotatie aan de voorziening dat deze toereikend is voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor gebouwen weergegeven.

57

Gemeentelijk vastgoed Omvang Bedrijfsvoering

11

Maatschappelijk

17

Monumentaal

8

Voormalige scholen en leegstaande gebouwen

5

Opvang Oekraïners

5

Dorpshuizen

7

Overig

13

Totaal

66

Toekomst Overbodig vastgoed wordt afgestoten (sloop of verkoop). Voor het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar.

58

Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien van voldoende vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en de gemeente te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen. 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Kaderstellende documenten Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2024). Nota reserves en voorzieningen (2025). Rentelasten, rentebaten, renteverdeling De door de gemeente betaalde en ontvangen rente wordt per saldo verantwoord op Algemene dekkingsmiddelen. Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte is vastgesteld op basis van ongewijzigd beleid.

Voor komend jaar wordt niet verwacht dat er een nieuwe langlopende lening aangetrokken hoeft te worden. Renteverwachtingen 2026 Een belangrijke variabele bij de uitvoering van het financieringsbeleid is de toekomstige renteontwikkeling. De keuze tussen korte en lange looptijden wordt mede bepaald door de verwachte renteontwikkelingen. Het gewogen gemiddelde rentepercentage in 2026 is 0,51% Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2026 is dit voor onze gemeente maximaal € 8,6 miljoen (2024 € 8,4 miljoen). Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen.

Eind 2020 hebben we echter een langlopende lening afgesloten waardoor we verwachten in 2026 nog steeds geen kortlopende lening te hoeven afsluiten. Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 20,2 miljoen renterisico mogen lopen. Het totaal op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2026 bedraagt € 4,6 miljoen. We voldoen aan de renterisiconorm. Renteschema Er is voor 2026 geen rente geen toegerekend aan de verschillende taakvelden op basis van de boekwaarde van de activa. Dit doordat het verplicht schatkistbankieren op dit moment meer oplevert dan dat we kwijt zijn aan de rentes voor de lopende leningen. Deze situatie is van tijdelijke aard door de geplande investeringen in de komende jaren. Rente aan het grondbedrijf is toegerekend op basis

59

van het gewogen gemiddelde rentepercentage afgezet tegen de waarde van de bouwgrondexploitaties. Liquiditeiten Ook in de toekomst zullen wij een beroep moeten blijven doen op de kapitaalmarkt. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2026 wordt een meerjarige liquiditeitenplanning opgesteld. Op deze wijze hebben we sturing op onze financieringsbehoefte en de daaraan verbonden kosten. Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2026 ongeveer € 759.000 (2025 ongeveer € 741.000). Renterisiconorm vaste schuld x € 1.000 Omvang begroting (stand primaire begroting) Grondslagpercentage

2026

2027

101.517

2028

100.963

2029

99.162

98.638

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

20.303

20.193

19.832

19.728

Renteherziening

0

0

0

0

Aflossingen

3.800

2.400

3.150

4.150

Rente risico

2.400

3.150

3.900

4.150

20.303

20.193

19.832

19.728

Toets renterisico Renterisiconorm Totaal rente risico

2.400

3.150

3.900

4.150

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

17.903

17.043

15.932

15.578

60

Bedrijfsvoering Inleiding De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn. De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "zijn we in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Lopen de processen zoals ze moeten lopen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Al deze zaken hebben permanent aandacht. Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het beter en goedkoper? In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering spelen.

Kaderstellende documenten Organisatiebesluit (2021) OWO-Visie (2021) Inwonersparticipatiebeleid Inwonersparticipatieverordening Bestuursovereenkomst OWO-samenwerking 2024 Inkoop en aanbestedingsbeleid OWO 2018 Uitvoeringsnotitie inkoop en aanbestedingen 2021 Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld)

Accountantscontrole en rechtmatigheid Normenkader Het normenkader bestaat uit alle wet- en regelgeving, die van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording en de accountantscontrole. Het normenkader per 31 december wordt jaarlijks door de raad vastgesteld. Controleplan Het controleplan van de accountant wordt met de auditcommissie van de raad afgestemd. Rechtmatigheidsverantwoording In de rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre het begrotings-, voorwaarden- en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. •

Begrotingscriterium: De financiële handelingen moeten passen binnen door de raad vastgestelde budgetten, zoals opgenomen in de begroting.

•

Voorwaardencriterium: Het gaat daarbij om toetsing of de financiële beheershandelingen (recht, hoogte en duurbepalingen) zijn verricht in overeenstemming met wet- en regelgeving.

•

Misbruik en oneigenlijk gebruik: Het gaat om bijvoorbeeld toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen. Dit kan zowel intern als extern gebeuren.

Om uitspraken over de rechtmatigheid te kunnen doen, is er onder andere een interne controle ingericht. Jaarlijks worden de materiële geldstromen gecontroleerd. De accountant beoordeelt de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening op getrouwheid. Dat betekent dat de accountant controleert of de uitspraken in de rechtmatigheidsverantwoording een goed beeld geven.

Informatiebeveiliging De gemeente heeft een grote hoeveelheid aan informatie van onder andere: inwoners, medewerkers en samenwerkingspartners. Informatie is een van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. Het beschermen van deze informatie is van groot belang in de huidige digitale samenleving. De ontwikkelingen in de digitale wereld, waaronder de komst van kunstmatige intelligentie (AI), hebben

61

effect op de gemeentelijke dienstverlening en vragen om een continue doorontwikkeling van onze informatiebeveiliging. Als gemeente werken we met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO bestaat uit maatregelen op organisatorisch, fysiek en technisch gebied en geldt voor de gehele overheid. Daarnaast zijn er specifieke wetten die eisen stellen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. De gemeente volgt de ontwikkelingen in wet- en regelgeving nauwgezet en vertaalt deze naar de eigen organisatie. Zoals de komst van de Cyberbeveiligingswet en de doorontwikkeling van de BIO. Daarnaast wordt in 2026 aandacht gegeven aan het voortzetten van de implementatie van de aanbevelingen uit het onderzoek van de Rekenkamer naar informatiebeveiliging dat in 2025 is opgeleverd. ENSIA-audit Met de ENSIA-audit zijn we als gemeente in staat om te kijken hoe de organisatie ervoor staat op het gebied privacy en informatiebeveiliging. De audit wordt jaarlijks uitgevoerd en bestaat uit een zelfevaluatie en een toetsing door een externe IT-auditor. Door het zicht op de stand van zaken kunnen concrete acties worden genomen om de beveiliging van de informatie van onze inwoners verder te versterken. ENSIA sluit aan op de gemeentelijke planning & control-cyclus en heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren.

Ook in 2026 wordt de ENSIA-audit uitgevoerd.

62

Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) kent drie doelstellingen: 1. Het openbaar maken van informatie op verzoek. 2. Het actief openbaar maken van informatie. 3. Het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van alle overheidsdocumenten. Het openbaar maken van informatie op verzoek en het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van overheidsdocumenten zijn geen nieuwe verplichtingen. Deze bestonden al onder de Wet openbaarheid van bestuur, de voorganger van de Woo. Ook de Archiefwet geeft aan dat overheidsdocumenten in goede en geordende staat moeten zijn. We werken in OWO-verband samen aan de invoering van het actief openbaar maken van informatie en het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van documenten. Waar staan we? Vanaf 1 november 2024 moeten voor de gemeenten onderstaande informatiecategorieën van de Wet open overheid (Woo) verplicht openbaar gemaakt worden, onder voorbehoud dat de Koninklijke Besluiten genomen zijn. Dit betreft: •

Wetten en algemeen verbindende voorschriften.

•

Overige besluiten van algemene strekking.

•

Organisatie en werkwijze.

•

Bereikbaarheidsgegevens.

Naar verwachting zijn medio 2026 alle vier informatiecategorieën geïmplementeerd. Wat gaan we in 2026 doen? Het openbaar maken van informatie op verzoek Het afhandelen van Woo-verzoeken wordt door de gemeenten uitgevoerd. Woo verzoeken hoeven op dit moment nog niet actief openbaar gemaakt worden. In 2025 zijn de acties hiervoor afgerond en we zijn erop voorbereid. Het actief openbaar maken van informatie Het is op dit moment nog niet bekend wanneer de volgende informatiecategorieën actief openbaar moeten worden gemaakt. We volgen het Rijk en de VNG actief om zo bekend te zijn met deze planning om daar vervolgens ook aan te gaan voldoen om zo ook de overige informatiecategorieën tijdig openbaar te maken. Het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van alle overheidsdocumenten We werken aan het verbeteren van de informatiehuishouding. Dit doen we o.a. door het wegwerken van de achterstanden en het implementeren van een kwaliteitssysteem voor informatie- en archiefbeheer. We zetten (de komende jaren) vervolgstappen naar een e-depotvoorziening. De Visie e-depot OWO-samenwerking is in het voorjaar 2024 vastgesteld.

63

Verbonden partijen Inleiding In de verschillende programma’s worden maatschappelijke effecten beoogd die (mede) door externe organisaties worden verwezenlijkt. In een aantal daarvan heeft de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang. In deze paragraaf wordt van deze organisaties een overzicht gegeven. Definitie verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als: •

Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat.

•

De gemeente voor bedragen aansprakelijk kan worden gesteld als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij door stemrecht. Dit betekent concreet dat er sprake is van een bestuurlijk belang als de burgemeester, een wethouder of een raadslid van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt. Visie op en de beleidsvoornemens betreffende verbonden partijen De gemeente heeft met het oog op het beperken van regelgeving geen afzonderlijke Kadernota verbonden partijen vastgesteld. Visie en beleid op verbonden partijen zijn daarom terug te vinden in deze paragraaf. De gemeente voert overheidstaken uit en wil doelen bereiken in de samenleving. Dit moet effectief en efficiënt. In een aantal gevallen kan de gemeente deze taken en/of doelen niet of moeilijk zelf uitvoeren en is er een noodzaak om met andere gemeenten, provincie of waterschap samen te werken. De gemeente Opsterland voert hierbij een terughoudend beleid. Verbonden partijen worden alleen aangegaan als dit door de wet verplicht wordt gesteld of als er een ondubbelzinnig gemeentelijk belang is, gerelateerd aan grensoverschrijdende belangen en/of de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van de taken. Bij deelname aan een verbonden partij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: 1.

De op te richten verbonden partij moet bij uitstek het instrument zijn om het gemeentelijke doel te realiseren. 2. Er moet een gedegen afweging plaatsvinden over de vorm van de verbonden partij (praktisch en beperken van bestuurlijke drukte). 3. De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moet helder en duaal omschreven worden. 4. Bij het aangaan van verbonden partijen moet volstrekte duidelijkheid bestaan over zaken als werkwijze, zeggenschapsverhoudingen, winst- en risicoverdeling en te leveren (toetsbare) prestaties. 5. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de inzichtelijkheid en beheersbaarheid van (financiële) risico’s. 6. Er moeten voldoende waarborgen in de regeling worden opgenomen voor democratische legitimatie (bij overdracht raadsbevoegdheden) en voor controle en beïnvloeding door o.a. inzichtelijke en transparante begrotingen en verantwoordingen, het verstrekken van relevante en adequate informatie (nieuwsbrieven en tussenrapportages) en door controlemechanismen als financiële adviescommissies en rekenkameronderzoek.

64

Kaderstellende documenten De diverse gemeenschappelijke regelingen en daaraan ten grondslag liggende collegebesluiten en raadsbesluiten. Overzicht verbonden partijen Lijst verbonden partijen •

Gemeenschappelijke regelingen:

•

o Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden o Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou o Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten o Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden o Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) te Leeuwarden o Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten Vennootschappen: o o o o

Caparis NV te Drachten NV Afvalsturing Fryslân NV Fryslân Miljeu NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag

65

Lijst van verbonden partijen 1. Gemeenschappelijke regelingen Belang Gemeenschappelijke regeling

Vestigingsplaats Bijdrage (x € 1.000,-)

Portefeuille (eigenaar / inhoud)

1.1

samenwerking sociaal domein Friese gemeenten

Leeuwarden

291 ( B 2026).

Libbe de Vries

1.2

Veiligheidsregio Fryslân (VRF)

Leeuwarden

3.819 ( B 2026).

Andries Bouwman en Libbe de Vries

1.3

Recreatieschap Marrekritte Uitwellingerga

30 ( B 2026).

Rob Jonkman

1.4

Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO)

Grou

526 ( B 2025).

Marcel van Opzeeland

1.5

Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem)

Leeuwarden

nihil

Marcel van Opzeeland

1.6

Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten

Drachten

nihil

Marcel van Opzeeland

1.7

Sociale Werk Voorziening

Drachten

7

Libbe de Vries

Vermogensstructuur en resultaat Gemeenschappelijke regeling

Eigen vermogen per 1-1 2024

Eigen vermogen per 31-12 2024

Vreemd Vreemd vermogen per vermogen 1-1 2024 per 31-12 2024

Resultaat 2024

1.1

samenwerking sociaal domein Friese gemeenten

in € 1.000,-

-

-

-

-

-

1.2

Veiligheidsregio Fryslân (VRF)

in € 1.000,-

8.868

11.510

82.448

79.807

3.643

1.3

Recreatieschap Marrekritte in € 1.000,-

4.328

4.328

4.894

4.661

4.256

1.4

Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO)

in € 1.000,-

1.279

840

5.327

4.784

439

1.5

Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem)

in € 1.000,-

257

383

453

425

123

1.6

Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten

in € 1.000,-

6.531

6.593

1.538

4.917

61

1.7

Sociale Werk Voorziening

in € 1.000,-

-

-

4.210

2.088

-

66

2) Vennootschappen en coöperaties Belang Vennootschappen en coöperaties

Vestigingsplaats Portefeuille (eigenaar / inhoud)

Aandeel

Boekwaarde

2.1

a. Afvalsturing Friesland N.V. (OMRIN)

Leeuwarden

Rob Jonkman

€ 54.000 (120 aandelen)

54000

2.2

b. N.V. Fryslân Miljeu

Leeuwarden

Rob Jonkman

€ 51.670 (11.381 aandelen)

52000

2.3

Caparis NV

Drachten

Rob 12,5% Jonkman en aandelenkapitaal, Libbe de 25% zeggenschap Vries

3000

2.4

N.V. Bank Nederlandse gemeenten(BNG)

Den Haag

Rob Jonkman

66.651 aandelen a € 2,50 nominaal. Het brutodividend over 2024 was € 167.294.

151000

Vermogensstructuur en resultaat Vennootschappen en coöperaties

Eigen Eigen vermogen per vermogen 31-12 2024 per 1-1 2024

Vreemd Vreemd vermogen per vermogen 1-1 2024 per 31-12 2024

Resultaat 2024

2.1

Afvalsturing Friesland N.V. (OMRIN)

in € 1.000,-

78.528

83.562

106.366

131.694

7.130

2.2

N.V. Fryslân Miljeu in € 1.000,-

11.572

13.030

26.299

30.506

1.621

2.3

Caparis NV

in € 1.000,-

7.594

6.260

20.089

20.720

-1.335

2.4

N.V. Bank Nederlandse gemeenten(BNG)

in € 1.000.000,-

4.721

4.777

110.819

123.164

294

67

Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Een gemeenschappelijke regeling met de 18 Friese gemeenten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk bestaan er gremia waarin (één van de) OWO-gemeente(n) vertegenwoordigd is/zijn: · Deelname in Algemeen Bestuur (AB) van de VRF (drie burgemeesters); · Deelname in Dagelijks Bestuur (DB) van de VRF (burgemeester Ooststellingwerf); · Deelname in Bestuurscommissie Veiligheid van de VRF (drie burgemeesters); · Deelname in Agendacommissie Veiligheid van de VRF (burgemeester Ooststellingwerf); · Deelname in Bestuurscommissie Gezondheid (drie portefeuillehouders); · Deelname in Agendacommissie Gezondheid (Heerenveen); · Deelname in POOK (Plenair Overleg Oranje Kolom) drie gemeentesecretarissen; . Deelname in ambtelijk regionaal overleg (zowel VRF-breed als in district Zuidoost) Ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid (AOV’ers)).

Gemeentelijk belang en Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, openbaar belang GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken en het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen. Financieel belang x€1.000,-

Bijdrage 2024 € 3.542 (Realisatie 2024), € 3.819 (begroting 2026) Gezondheid € 1.441 (Realisatie 2024), € 1.549 (begroting 2026) Crisis € 154 (Realisatie 2024), € 179 (begroting 2026) Brandweer € 1.947 (Realisatie 2024), € 2.091 (begroting 2026)

Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 8.868

1-1-2024 € 82.448

31-12-2024 € 11.510

31-12-2024 € 79.807

Resultaat x € 1.000

€ 3.643 (2024)

Risico's

Als de VRF afwijkt van afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus van de VRF. Daarnaast is zien we jaarlijks een verder toenemende gemeentelijke bijdrage, veelal veroorzaakt door autonome ontwikkelingen die ook de VRF raken. De prijsstijgingen gecombineerd met een takendiscussie blijven onderwerp van gesprek.

Programma

1 Veiligheid; 4 Onderwijs; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu

Portefeuillehouder

Andries Bouwman

68

Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Marcel Opzeeland.

Gemeentelijk belang en Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de openbaar belang uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen. Financieel belang

Bijdrage 2025 € 525.892

Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 1.279

1-1-2024 € 5.327

31-12-2024 € 840

31-12-2024 € 4.784

Resultaat x € 1.000

€ 439 (2024)

Risico's

De Gemeenschappelijke Regeling brengt een inherent risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. We voeren toezicht op de uitvoering van de taken door de FUMO. Op bestuurlijk niveau in het Algemeen Bestuur. Op ambtelijk niveau door deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. We hebben enkel de wettelijk verplichte basistaken in de FUMO ondergebracht. Niet de plustaken. Daarmee zijn we niet aansprakelijk voor de risico’s die met de uitvoering van plustaken gepaard gaan. Dat er risico's kleven aan een dergelijke regeling blijkt uit de laatste wijziging van de regeling. Er wordt vanaf 2022 door de deelnemers betaald voor de verkregen diensten in plaats van het huidige abonnementstarief per aantal bedrijven. Hiermee wordt er dus alleen betaald als er ook daadwerkelijk een dienst van de FUMO wordt verkregen. Deze wijziging in de financieringssystematiek heeft voor onze gemeente een forse verhoging van de bijdrage betekend.

Programma

7 Volksgezondheid en milieu; 8 Bouwen, wonen en gronden

Portefeuillehouder

Marcel van Opzeeland

Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Er nemen naast Opsterland nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur: wethouder de Vries

Gemeentelijk belang en De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden openbaar belang uitgevoerd. Op basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Voor de toekomst heeft de GR besloten de WSW verantwoord en versneld af te bouwen, met aandacht voor de positie van de huidige werknemers. Dit doen we door een gezamenlijk beschutwerkbedrijf (met 8 deelnemende gemeenten) in stand te houden. Vanaf 1-1-2020 zijn de activiteiten van de GR veranderd waarbij geen sprake meer is van de uitvoering van de WSW. Door de gemeente is een DVO (dienstverleningsovereenkomst) afgesloten met Caparis voor de uitvoering van deze activiteiten. Vanaf 2020 is daarom de bijdrage aan de GR vrijwel nihil. Financieel belang

Bijdrage

opgenomen bij Caparis NV

Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 0

1-1-2024 € 4.210

31-12-2024 € 0

31-12-2024 € 2.088

Resultaat x € 1.000

€ 0 (2024)

Risico's

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.

Programma

6 Sociaal domein

Portefeuillehouder

Libbe de Vries

69

Marrekritte Gemeenschappelijke regeling Deelnemende partijen

Provincie Fryslân en 13 Friese gemeenten. Vertegenwoordiging in het dagelijks bestuur door wethouder Jonkman

Gemeentelijk belang en Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van 13 deelnemende Friese gemeenten (excl. openbaar belang Ooststellingwerf en de vier eilanden) en de provincie Fryslân met als doel een uniforme, toeristische recreatieve infrastructuur op water en land te bewerkstelligen. Voor waterrecreatie betreft dit onderhoud en beheer van aanlegvoorzieningen, boeien en bakens, het baggeren van waterwegen en de afvoer van recreatieafval. Voor landrecreatie worden Toeristische Overstap Punten (TOP's) en het fiets-en wandelknooppuntennetwerk beheerd. Financieel belang

bijdrage 2026: € 29.622

Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 4.328

1-1-2024 € 4.894

31-12-2024 € 4.328

31-12-2024 € 4.661

Resultaat x € 1.000

Resultaat 2024 € 4.256

Risico's

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat de deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) te Leeuwarden Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Een Gemeenschappelijke Regeling van deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. Vertegenwoordiging in het dagelijks bestuur door wethouder van Opzeeland.

Gemeentelijk belang en De commissie Ruimtelijke Kwaliteit Hûs en Hiem, welstandadvisering en monumentenzorg heeft als doel de openbaar belang gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeente te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. Betrokken gemeenten moeten op grond van de nieuwe Omgevingswet een onafhankelijke commissie benoemen die zich uitspreekt over verbouwingen, sloop of verplaatsing van rijksmonumenten. Daarnaast adviseert deze commissie ook over meer kwaliteitsvragen dan monumenten alleen. Financieel belang

Voor de dienstverlening biedt de gemeente geen vergoeding aan deze GR. Leges die de GR - Hûs en Hiem bij de gemeente in rekening brengt worden één op één doorberekend naar de aanvrager. De Gemeenschappelijke Regeling is budgetneutraal.

Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 257

1-1-2024 € 453

31-12-2024 € 383

31-12-2024 € 425

Resultaat x € 1.000

€ 123 (2024)

Risico's

In feite loopt de gemeente geen risico. Kosten gemaakt door de commissie worden één-op-één in rekening gebracht bij de aanvrager. Daarnaast is de financiële positie van de regeling gezond. Wel is het zaak alert te blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen.

Programma

8 Bouwen, wonen en gronden

Portefeuillehouder

Marcel van Opzeeland

70

Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten Gemeenschappelijke regeling Deelnemers

Gemeenten Opsterland en Smallingerland

Bestuurlijk belang

Het te behartigen belang is het ontwikkelen en exploiteren van het bedrijvenpark Drachten en het verzorgen van een optimale afstemming van alle hiermee samenhangende aspecten en bevoegdheden van de beide deelnemers, de gemeenten Smallingerland en Opsterland.

Zeggenschap

50%

Financieel belang

Er wordt geen exploitatiebijdrage betaald. De activiteiten binnen de GR worden door medewerkers van de beide gemeenten verricht.

Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 6.531

1-1-2024 € 1.538

31-12-2024 € 6.593

31-12-2024 € 4.917

Resultaat x € 1.000

€ 61 (2024)

Risico's

De prognoses van de resultaten zijn gebaseerd op aannames (restant looptijd, tempo van verkopen, fasering woonrijp maken). De verwachtingen, waar de resultaten op zijn gebaseerd zijn zo goed mogelijk onderbouwd. Echter hoe langer de looptijd van de exploitatie, hoe minder betrouwbaar de prognoses en dus ook het berekende resultaat zijn. Beide gemeenten zijn op basis van de afgesproken verdeelsleutel aansprakelijk voor eventuele verliezen. We gaan er op basis van de huidige verwachtingen vanuit dat er sprake is van een winstgevende exploitatie.

Programma

3 Economie

Portefeuillehouder

Marcel van Opzeeland

Caparis NV Vennootschappen en Naamloze vennootschap Coöperaties Deelnemers

Heerenveen, Leeuwarden,Opsterland, en Smallingerland

Bestuurlijk belang

De gemeente Opsterland is aandeelhouder van het sociaal ontwikkelbedrijf Caparis NV. Caparis helpt de gemeente bij de bemiddeling van mensen naar regulier werk of biedt mensen een beschutte werkplek (sociale werkvoorziening, afspraakbanen en beschut werk). De gemeente Opsterland heeft hiervoor dienstverleningsovereenkomsten afgesloten voor de uitvoering van deze activiteiten.

Zeggenschap

12,5% aandelenkapitaal, 25% zeggenschap

Financieel belang

Bijdrage € 3476 (2026)

(x1.000) Omvang van het vermogen x € 1.000

Financieel resultaat

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 7.594

1-1-2024 € 20.089

31-12-2024 € 6.260

31-12-2024 € 20.720

€-1335 (2024)

(x1.000) Risico's

Caparis NV is omgevormd naar een sociale onderneming. We blijven aansprakelijk voor mogelijke tekorten op de bedrijfsvoering die ontstaan bij de NV. Door ons geringe aandeel (12,5%) in de nieuwe NV blijft het risico qua omvang beperkt. Onze invloed wordt wel groter omdat in de nieuwe NV de vier eigenaren elk een gelijke stem krijgen.

Ontwikkelingen

Caparis wil hét Talentbedrijf van Fryslân worden. De komende jaren ligt het accent op drie centrale thema’s: talentontwikkeling, rendement en leiderschap. Doelstelling is om in 2030 het eerste circulaire talentbedrijf van Nederland te zijn. Door de nieuwe cao Sociale Werkvoorziening (SW) kunnen medewerkers nog eerder met vroegpensioen, waardoor de krimp van de voormalige sociale werkvoorziening nog harder gaat. Om blijvend ontwikkelkansen te geven aan zowel de nieuwe doelgroep vanuit de Participatiewet als de huidige sociale werkvoorziening-medewerkers is instroom van nieuwe doelgroepen (zowel afspraakbanen als beschut werk) noodzakelijk om de infrastructuur overeind te kunnen houden. Hiervoor zijn nieuwe afspraken gemaakt om meer mensen vanuit de Participatiewet bij Caparis te plaatsen. Indien dit niet lukt zullen er andere keuzes moeten worden gemaakt voor de toekomst van Caparis.

Programma

6 Sociaal domein

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

71

Omrin: a. Afvalsturing Friesland N.V. (OMRIN) te Leeuwarden b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden Vennootschappen en Coöperaties

Naamloze vennootschappen

Invloed

Gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders door wethouder Jonkman.

Gemeentelijk belang en Omrin (Afvalsturing (a)en Fryslân Miljeu(b)) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Zij openbaar belang verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat. Het bedrijf wil als totaaloplosser de gehele afvalketen bestrijken (van kringloop tot storten). Samen met de aandeelhouders wordt het beleid bepaald. Financieel belang

Aandelenkapitaal: a. € 54.000 (120 aandelen) b. € 51.670 (11.381 aandelen) Dividend € 60.111 Afvalsturing Fryslan (bruto dividend 2023) € 33.856 Fryslan Milieu (bruto dividend 2023)

Omvang van het vermogen x € 1.000.000

Afval sturing Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 79

1-1-2024 € 106

31-12-2024 € 84

31-12-2024 € 132

Fryslân Miljeu

Resultaat x € 1.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 12

1-1-2024 € 26

31-12-2024 € 13

31-12-2024 € 31

Afvalsturing Fryslan 2024 € 7.130 Fryslan Milieu 2024 € 1.621

Risico's

De risico’s zijn beperkt. Op beleidsniveau is voor ons voldoende vertegenwoordiging en beslissingsbevoegdheid aanwezig. De onderneming heeft een gezonde financiële positie.

Programma

7 Volksgezondheid en milieu

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

72

N.V. Bank Nederlandse gemeenten te Den Haag Vennootschappen en Naamloze vennootschap Coöperaties Gemeentelijk belang en openbaar belang

De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven krediet te verstrekken aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van door overheden gewenste maatschappelijke investeringen. De aandeelhouders van de BNG zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

Financieel belang

66.651 aandelen a € 2,50 nominaal. Het brutodividend over 2024 was € 167.294.

Vermogen x € 1.000.000

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

1-1-2024 € 4.721

1-1-2024 € 110.819

30-12-2024 € 4.777

30-12-2024 € 123.164

Resultaat x € 1.000.000

€ 294 (2024)

Risico's

Het aangaan en beheersen van risico’s is inherent aan de bedrijfsvoering van een bank. Zonder het accepteren van een bepaalde mate van krediet-, markt-, liquiditeits- en operationeel risico is het voeren van een bankbedrijf niet mogelijk. BNG Bank kent alleen een bankenboek en geen handelsboek. Het risicobeheer van BNG Bank is gericht op handhaving van het veilige risicoprofiel van de bank. Dit profiel komt tot uitdrukking in hoge externe kredietratings. Om deze reden hanteert BNG Bank een strak kapitalisatiebeleid, met ondergrenzen voor de leverage ratio en de Tier 1-ratio. Deze grenzen bepalen in combinatie met de beperking van de dienstverlening zoals vastgelegd in haar statuten het werkgebied en de actieradius van de bank. In haar jaarverslag beschrijft en rapporteert de Bank uitgebreid haar risicomanagement. Dit jaarverslag is beschikbaar via www.bngbank.nl/jaarverslag.

Programma

0 Bestuur en ondersteuning

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

73

Grondbeleid Inleiding De hoofdlijnen van het grondbeleid zijn vastgelegd in de nota Grondbeleid. Dit beleid staat ten dienste van de programma’s 3 Economie (bedrijventerreinen) en 8 Bouwen, Wonen en Gronden (nietbedrijventerreinen). Volgens de nota Grondbeleid wordt de keuze voor het voeren van een actief of faciliterend grondbeleid bij het ontwikkelen van nieuwe locatieplannen jaarlijks vastgelegd in de paragraaf grondbeleid. In de begroting zijn de baten en lasten van de bouwgrondexploitatie, en de daarmee samenhangende financiële risico’s, als incidenteel opgenomen. Doordat (bouw-)grond een grote (boek-)waarde vertegenwoordigt, heeft het grondbeleid invloed op het weerstandsvermogen (hoogte van eigen vermogen). Door de grond marktconform te waarderen en door voorzieningen te vormen voor verwachte tekorten, zijn de financiële risico’s beheersbaar. In de nota Grondbeleid 2025 is vastgesteld dat de keuze voor het voeren van een actief of faciliterend grondbeleid bij het ontwikkelen van nieuwe locatieplannen jaarlijks gedaan wordt in deze paragraaf grondbeleid. Evenals in de voorgaande paar jaren zal in 2026 een actief grondbeleid worden gevoerd op gemeentelijke grond om de woningbouw te stimuleren. Bij ontwikkelingen op particuliere gronden zal de gemeente faciliterend en ondersteunend optreden. In nagenoeg alle dorpen zijn op dit moment gronden in eigendom voor woningbouw.

De ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvestigingen concentreren zich in de dorpen Gorredijk en (in mindere mate) Wijnjewoude. Voor de uitbreiding van Overtoom worden nu gronden verworven tussen de Badweg en de Hans de Jongwei in Gorredijk. Het bedrijventerrein Drachten-Azeven is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten en valt daarom buiten het kader van deze paragraaf. Ook hier worden gronden verworven voor de uitbreiding van Azeven zuid. In financieel opzicht wordt een gedegen koers gevaren. Dit uit zich in de navolgende zaken: • • • •

Exploitaties worden zorgvuldig en behoedzaam opgezet, zo wordt bij het investeren in het bouw- en woonrijp maken van locatie(s) bijvoorbeeld rekening gehouden met de verwachte grondopbrengsten. Het streven is betalingen optimaal gedekt te houden door inkomsten; dit verlaagt het (rente)risico. Winstbepaling en winstneming vindt plaats volgens de geldende verslaggevingsvoorschriften (BBV). De buffer van de algemene reserve geeft dekking voor de financiële risico’s.

Kaderstellende documenten Nota Grondbeleid 2025 Financiële Verordening Opsterland 2024

Ontwikkelingen grondbedrijf 1. Economische situatie en meerjarenperspectief In 2026 en de daaropvolgende jaren zal de prognose van het financiële resultaat zich stabiliseren ten opzichte van de prognose in de begroting van 2025. Door de aantrekkende woningmarkt is er een toename van de vraag naar (koop-)woningen. Zowel in de begroting van 2026 als in het meerjarenperspectief 2027-2029 zijn de verkopen behoedzaam geraamd. 2. Bouwgrond in exploitatie (BIE) Er zijn, verspreid over de verschillende dorpen, acht bouwgrondcomplexen in exploitatie bestaande uit woningbouwlocaties en het bedrijventerrein Gorredijk industrie (Overtoom en Tolbaas). De boekwaarde was per 31 december 2024 ongeveer € 0,97 miljoen inclusief de gevormde voorziening voor de complexen Loevestein fase 4 zuid (€ 0,09 miljoen), Terwispel Kolderveen fase 2 (€ 0,19 miljoen) en Gorredijk industrie (€ 0,11 miljoen).

74

Prognose van het meerjarige resultaat Het verwachte nog te realiseren resultaat voor de BIE is - € 0,2 miljoen (negatief) en is gebaseerd op recente verkoopprognoses. In de tijd uitgezet zullen de resultaten naar verwachting als volgt worden gerealiseerd: Verwachte exploitatieresultaten x € 1.000.000

Verwacht resultaat

In het begrotingsjaar 2026

0,1

In de jaren 2027 t/m 2029

-0,2

In de jaren ná 2029

-0,1

Totaal

-0,2

3. Belangrijke ontwikkelingen/wijzigingen in de prognose van het resultaat Het begrote nog te realiseren resultaat vanaf 2026 voor de BIE is € 97.000 lager dan in de begroting 2025. Dit wordt veroorzaakt door de verwachte negatieve resultaten in de complexen Loevestein fase 4 zuid en Terwispel Kolderveen fase 2. De helft van het verwachte tekort in Terwispel Kolderveen fase 2 zal gedekt worden uit de toegekende WBI-subsidie. Het begrote resultaat voor de bouwgrondexploitatie is in het jaar 2026 € 112.000. Dat is € 147.000 lager dan begroot is voor 2025 (€ 259.000). Dit is veroorzaakt doordat in 2024 meer winst genomen is in de complexen Loevestein 4 west Gorredijk (meevallende kosten) en Ureterp noord (laatste bouwkavel verkocht). Zie Programma 8 Bouwen, wonen en gronden, onderdeel 8.2 Grondexploitatie niet-bedrijventerreinen. 4. Algemene risico’s in de grondexploitatie Het nemen van risico’s is inherent aan grondexploitaties. De volgende risico’s zijn van belang: • • • • • • • •

Conjunctuur- en renterisico’s, waardoor de vraag naar bouwgrond kan afnemen en extra rentekosten kunnen ontstaan. Verandering in woon- en werkvoorkeuren en behoeftes, tussen het tijdstip van het tot stand komen van het plan en het moment van aanbieden van de bouwgrond, waardoor het product niet meer aansluit op de vraag. Het niet tijdig kunnen verwerven van gronden en het stijgen van aankoopprijzen. Milieurisico’s. Planschadeclaims. Hogere prijsstijgingen en lagere opbrengststijgingen dan voorzien in exploitatieberekeningen. Archeologische risico’s. Onvoldoende mogelijkheden in de met de provincie overeengekomen woningbouwruimte.

De risico’s worden beheerst door het uitvoeren van (markt)onderzoeken, door te zorgen voor flexibiliteit in het proces en door vroegtijdige verwerving van grond tijdens de planontwikkeling. Daarnaast wordt de financiële ontwikkeling van de onderhanden complexen jaarlijks beoordeeld ten opzichte van de door de gemeenteraad vastgestelde exploitaties (kredieten). Als de risico’s leiden tot verwachte negatieve resultaten, zijn hiervoor voorzieningen gevormd.

75

Actuele risico’s in de bouwgrond in exploitatie In de lopende grondexploitaties is het risico aanwezig dat toekomstige gebiedsontwikkelingen minder winstpotentie zullen hebben dan verwacht, bijvoorbeeld doordat de boekwaarden hoog opgelopen zijn door de gemaakte kosten, zoals bouwrijp maken, of door tegenvallende verkoopopbrengsten. 5. Nog te realiseren resultaten bouwgrond in exploitatie Eind juni 2025 waren nog 12 gemeentelijke kavels voor woningbouw te koop in de lopende bouwgrond exploitaties (BIE). Het gaat hier om: •

4 kavels in Siegerswoude (Uthôf).

•

8 kavels in Wijnjewoude (Meester Geertswei).

Er is op deze locaties 5.644 m2 bouwgrond beschikbaar voor woningbouw. Dit is exclusief 11.000 m2 grond in Terwispel Kolderveen waarop een geurcirkel (milieucirkel) van een boerderij ligt. Door deze beperking is deze grond voor onbepaalde tijd niet beschikbaar voor woningbouw. Terwispel Kolverveen fase 2, die niet onder deze beperking valt, is in 2024 in ontwikkeling genomen door de gemeente. Op bedrijventerrein Tolbaas in Gorredijk waren eind juni 2025 nog 7 kavels (16.116 m2) te koop. Enkele van deze kavels zijn gereserveerd of onder optie. Op bedrijventerrein Overtoom zijn alle kavels verkocht. Nog te realiseren resultaten onderhanden complexen x € 1.000

Verwacht Verwacht resultaat resultaat ná 2026 *) 2026

Totaal nog Looptijd te realiseren resultaat *)

Gorredijk - Loevestein fase 4 - west

3

104

107

2026

Gorredijk - Loevestein fase 4 - zuid

0

-95

-95

2030

Siegerswoude - Uthôf

18

0

18

2027

Terwispel - Kolderveen fase 1

9

1

10

2027

Terwispel - Kolderveen fase 2

0

-377

-377

2028

Ureterp - Noord

82

137

219

2027

1

2027

Woningbouwlocaties:

Wijnjewoude - Meester Geertswei 6 / vm OBS It Twaspan

0

1

112

-230

-118 0

Gorredijk - Industrie

0

-107

-107

2028

Totaal bedrijventerreinen

0

-107

-107

0

112

-337

-225

0

Totaal woningbouwlocaties

Bedrijventerreinen:

Totaal nog te realiseren resultaat *) Het verwachte verlies is afgedekt door een voorziening. Het verwachte verlies in Terwispel – Kolderveen fase 2 is voor 50% afgedekt door een WBI-subsidie.

76

Investeringen Inleiding Meerjaren investeringsprogramma (MIP) De komende jaren staan grote investeringen op de agenda die vragen om een goed afwegingskader en inzicht in de financiële gevolgen, zowel voor de exploitatie als voor onze vermogenspositie. Sinds de begroting 2025 wordt een Meerjaren Investeringsprogramma (MIP) aangeboden bij de begroting. Met dit MIP houden wij inzicht in de toekomstige investeringsbehoefte(n) van de gemeente en de financiële consequenties. De jaarschijven uit het MIP zijn op basis van huidige inzichten voor prijspeil en fasering in onderstaand overzicht opgenomen. Vooralsnog is het volledige krediet in het uitvoeringsjaar opgenomen, later zal dit nader worden gespecificeerd wanneer een beter beeld van voorbereiding en uitvoeringsperiode bekend is. A = Investering wordt direct beschikbaar gesteld bij de vaststelling van de begroting. B = Volgt een apart raadsvoorstel of investering wordt opgenomen in latere begroting. De kapitaallasten en mutaties in reserves en voorzieningen zijn volledig verwerkt in de meerjarenbegroting. Onder de tabel worden de geplande investeringen voor 2026 nader toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=24648d7e-11eb-49d8-a775-59815c27a6a1