OUD Bijlage 1 Concept begroting 2026
Tekst van het document
Vluchtelingen Nog steeds vragen zowel vluchtelingen uit Oekraïne als statushouders en vluchtelingen uit de rest van de wereld onze aandacht. De huisvesting van vluchtelingen en statushouders voeren wij projectmatig uit. Dat staat daarom in de paragraaf Projecten. Kaderstellende documenten Preventieagenda Opsterland 2021-2030 Beleidsnota nieuwe Wet inburgering 2022 Fryske Regiovisie Jeugd 2023 Verordening Hart voor de Jeugd 2024 Visie complementaire ondersteuning 2023 Kadernota Dorpshuizenbeleid 2021 - 2026 Dorpenbeleid 'Doarpen oan set' 2025 Nota Hert foar Opsterlân Lokale Inclusie Agenda Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2023
27
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025 Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Opsterland 2023 Re-integratieverordening gemeente Opsterland 2023 Reguliere werkzaamheden • Verstrekken bijstandsuitkeringen. • Ondersteuning bij re-integratie naar regulier werk of werk via Caparis. • Aanbieden jeugdhulp en andere ondersteuning voor kinderen, jongeren en gezinnen. • Aanbieden ondersteuning WMO voor ouderen, mantelzorgers e.d. (bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, hulpmiddelen, gehandicaptenparkeerplaats). • Zorgen voor dagbesteding en begeleiding. • Ondersteuning bij geldzorgen en schulden. • Zorgen voor inburgering statushouders. • Zorgen voor opvang vluchtelingen Oekraïne. • Subsidiëren sociaal-cultureel werk. • Bieden welzijnswerk (jongerenwerk e.d.). • Ondersteuning dorpen, dorpshuizen en plaatselijk belangen. • Behandeling klachten en bezwaren.
Thema Uitvoering sociale wetgeving Doelstellingen Minder inwoners leven van een bijstandsuitkering We verlagen of stabiliseren het aantal bijstandsuitkeringen door middel van re-integratie. Dat doen we door inwoners te laten uitstromen uit de bijstand. We voorkómen dat in inwoners de bijstand instromen. Inwoners hebben mogelijkheden om deel te nemen of terug te keren naar de arbeidsmarkt. We vergelijken onze cijfers ook met vergelijkbare gemeenten in onze regio. Dat doen we op basis van de benchmark Divosa Werk en Inkomen.
Maatregelen Caparis ontwikkelt zich verder naar een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf Caparis ontwikkelt zich tot een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf. In 2026 realiseren we als gemeente 5 extra afspraakbanen en 2 extra plekken voor Beschut Werk. Ook doen inburgeraars werkervaring op bij Caparis. Met rijksimpulsgelden werken we aan een plan om de regionale infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven te versterken. We bereiden voor op de implementatie van de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ Het kabinet wil dat jongeren die school vroeg verlaten of moeite hebben met werk, vanaf 1 januari 2026 beter worden geholpen bij de stap van school naar werk. Landelijk komen er meer jongeren in de bijstand, omdat ze voortijdig uitvallen van school. Met de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ worden daarom taken van scholen (mbo/pro/vso) en gemeenten aangepast of uitgebreid. Zo gaat de doelgroep kwetsbare jongeren voor gemeenten omhoog van 23 naar 27 jaar. We voeren deze taken uit binnen onze organisatie en werken hierbij samen met scholen en andere gemeenten in de regio. We bereiden voor op de implementatie van de wet 'Participatiewet in balans' Met de wet Participatiewet in Balans wil het kabinet de wet eerlijker en duidelijker maken. Mensen komen meer centraal te staan, met vertrouwen als uitgangspunt en aandacht voor wat iemand nodig heeft, ook buiten werk om.
We voeren deze wet stap voor stap in vanaf 1 januari 2026, binnen onze organisatie. Ook passen we de re-integratieverordening aan op basis van de nieuwe wetswijzigingen.
Thema Maatschappelijke ondersteuning Doelstellingen Met preventie voorkomen en beperken we problemen en versterken we de zelfredzaamheid Wij werken aan een samenleving met inwoners die samen redzaam zijn en zich op elkaar betrokken voelen. Een samenleving waarin iedereen zich goed kan ontwikkelen, in een gezonde en veilige omgeving. Inwoners die actief deelnemen aan de samenleving helpen mee aan de vitaliteit en het
28
welzijn van die samenleving. We zoeken oplossingen meer in de eigen leefwereld van inwoners dan in professioneel handelen. We gaan eerder en beter in gesprek met inwoners. We sluiten aan bij vraagstukken in en van het dorp. Zo zorgen we ervoor dat we toekomstbestendig voorzieningen aan onze inwoners leveren.
Maatregelen We stellen een plan van aanpak op voor GALA en voeren dat uit In 2026 ontvangen wij een specifieke uitkering (SPUK) voor het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). We stellen een plan van aanpak op voor de inzet van deze middelen, die grotendeels bestaande middelen onder één noemer samenvoegen. Dit plan van aanpak voegen we samen met het actieplan vanuit de Preventie Agenda. Hierdoor versterken het GALA-plan en de huidige preventieagenda elkaar. We werken samen met de dorpen aan een lokale aanpak. We voeren het actieplan preventie uit De omslag naar preventie is nodig om de zorg toekomstbestendig te maken. De Preventieagenda 2021-2030, met zeven actielijnen als uitgangspunt, werd in 2021 door de raad vastgesteld. Jaarlijks stellen we een actieplan preventie op, waarin we de actielijnen verder uitwerken met onze partners en inwoners.
Thema Jeugdhulp Doelstellingen Jeugdigen ontwikkelen zich zo goed mogelijk Door vroegsignalering en preventie ondersteunen we (aanstaande) kwetsbare ouders en kwetsbare jeugdigen op een toegankelijke manier. We zijn waar de jeugdige is. En we hebben netwerkgerichte brede aanpak. Daarmee bereiken we het volgende: • • • • • •
Ouders zijn veerkrachtig. Ze hebben minder professionele hulp nodig. Kinderen en ouders met een hulpvraag zijn sneller in beeld. Ze worden eerder geholpen. Het middelengebruik onder jeugdigen daalt. Ouders geven hierin het goede voorbeeld. Er is een doorgaande lijn in zorg en ondersteuning. (Jong)volwassenen raken niet tussen “wal en schip“. Lichte opgroei- of opvoedvragen lossen we zoveel mogelijk op in het dagelijks leven. De sociale en pedagogische basis voor jeugdigen in onze gemeente is in 2026 versterkt.
Maatregelen We geven invulling aan de Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)-aanpak voor jeugdigen van 10 tot 18 jaar We voeren de Preventieagenda uit waar OKO-deel van uitmaakt. In 2026 voeren wij de - in 2024 bepaalde - lokale speerpunten van OKO verder uit. Dit doen we door middel van participatie met onze inwoners. We werken regionaal samen en streven ernaar OKO provinciaal te borgen door het onderdeel te laten zijn van de Friese Preventie Aanpak. We ontwikkelen de preventieve aanpak (Kansrijke start) door, voor kinderen tussen de -10 maanden en 2,5 jaar We voeren de Preventieagenda uit. Onderdeel hiervan is dat we het plan van aanpak Kansrijke Start 2026 uitvoeren. We versterken de mentale gezondheid van onze jongeren In 2026 zetten we in op het versterken van de weerbaarheid van jeugdigen via weerbaarheidsgroepen, weerbaarheidstraining en klas brede interventies op school. We nemen deel aan MDT-Divers (2026–2029), waarmee jongeren van 12 tot 30 jaar ontwikkelkansen en passende begeleiding krijgen om mee te doen of verder te groeien in de samenleving.
Doelstellingen Voor de meest kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen is passende jeugdhulp beschikbaar
29
Soms hebben kinderen en gezinnen jeugdhulp nodig. We letten dan altijd op de situatie van het gezin waarin een jeugdige opgroeit. Het moet voor jeugdigen en hun ouders helder zijn waar jeugdhulp voor is en waarvoor niet. Met beperkte mensen en middelen maken wij duidelijke keuzes wie in aanmerking komt voor professionele jeugdhulp. Daarbij helpen wij de meest kwetsbaren altijd. Onze doelen zijn: • • •
Jeugdigen en hun gezinnen ontvangen zware jeugdhulp zo lang als dat nodig is. Professionals weten wanneer ze kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen moeten verwijzen naar professionele jeugdhulp. Jeugdigen maken minder gebruik van residentiële jeugdhulp dan in 2023.
Maatregelen We voeren de acties uit van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 In 2026 geven we verder uitvoering aan de acties en opgaven die voortvloeien uit de Hervormingsagenda Jeugd. We bereiden ons voor op de nieuwe aanbesteding specialistische jeugdhulp. Lokaal zetten we in op kortdurende, lichte ondersteuning door het gebiedsteam. We voeren de acties uit van het actieprogramma Fryske Regiovisie Jeugdhulp 2022-2026 In 2026 voeren we de actielijnen van de Fryske Regiovisie Jeugdhulp 2022–2026 uit. We versterken de samenwerking in de regio en investeren in deskundigheid, onder meer via training in verklarende analyse voor onze gebiedsteams. We benutten de inzet van ervaringsdeskundigen via de SDF-pool en implementeren verbeteringen uit de evaluatie van het regionale ondersteuningsplan. We voeren de acties uit van het Toekomstscenario Fryslân In 2026 werken we verder aan de doelen uit het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. We borgen en promoten de aanpak tegen geweld in afhankelijkheidsrelaties, vergroten de expertise van consulenten, en implementeren de visie gefaseerde ketenzorg. We zetten de Serious Game in om professionals te trainen in het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Wij evalueren de aanpak gericht op het normaliseren van problematiek In 2026 evalueren we onze aanpak om jeugdproblematiek bij jongeren en ouders te normaliseren. We blijven de afspraken met externe verwijzers over het gebruik van het opvoedkwadrant voor zorgindicaties monitoren. We controleren op onnodig langdurige intensieve jeugdhulp en sturen bij waar mogelijk. Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties van de reserves van programma 6 meegenomen. Exploitatie x € 1.000
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
MJB 2027
MJB 2028
MJB 2029
Lasten
42.837
46.012
45.767
45.755
45.675
45.685
Baten
15.712
13.680
13.335
13.155
13.155
13.155
Saldo voor bestemming
-27.125
-32.332
-32.432
-32.600
-32.519
-32.529
1.030
30
30
30
30
30
Mutaties reserves Lasten Baten Saldo na bestemming
308
80
-
-
-
-
-27.847
-32.282
-32.462
-32.630
-32.549
-32.559
30
Specificatie per taakveld x € 1.000
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
Mut B25<>B26
4.595
6.276
6.596
320
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
-
-
651
651
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd
-
-
1.330
1.330
Lasten 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorziening Interg
-
1.048
1.026
-22
6.3 Inkomensregelingen
10.718
11.356
11.539
183
6.4 WSW en beschut werk
3.524
3.396
3.287
-109
6.5 Arbeidsparticipatie
1.333
1.396
1.407
11
6.60 Hulpmiddelen en diensten (WMO)
1.188
1.350
1.350
-
6.711 Hulp bij het huishouden (WMO)
3.255
3.594
3.564
-30
6.712 Begeleiding (WMO)
1.824
1.750
1.925
175
6.713 Dagbesteding (WMO)
704
1.125
1.150
25
6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal
-
1.000
1.000
-
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
-
5.844
5.161
-683
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
-
2.500
2.500
-
6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk
-
250
250
-
6.791 PGB Wmo
-
225
225
-
6.792 PGB Jeugd
-
550
550
-
-
7
7
-
33
-
-
-
6.811 Beschermd wonen (Wmo) 6.81B Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) 6.821 Jeugdbescherming
-
550
550
-
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
-
3.420
777
-2.643
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
-
374
921
547
Vervallen taakvelden
15.663
-
-
-
Totaal lasten
42.837
46.012
45.767
-245
5.192
3.632
3.428
-204
Baten 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorziening Interg
-
16
-
-16
9.610
9.552
9.552
-
6.5 Arbeidsparticipatie
56
-
-
-
6.60 Hulpmiddelen en diensten (WMO)
303
-
-
-
6.711 Hulp bij het huishouden (WMO)
-
230
230
-
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
-
250
125
-125
551
-
-
-
6.3 Inkomensregelingen
Vervallen taakvelden Totaal baten
15.712
13.680
13.335
-345
Saldo voor bestemming
-27.125
-32.332
-32.432
-100
-1.030
-30
-30
0
Onttrekkingen reserves
308
80
0
-80
Totaal mutaties reserves
-722
50
-30
-80
Saldo na bestemming
-27.847
-32.282
-32.462
-180
Mutaties reserves Stortingen reserves
31
Toelichting op de financiën Het saldo van dit programma is in 2026 € 180.000 nadeliger dan in 2025. Lasten Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie: de lasten zijn in 2026 € 320.000 gestegen. •
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 452.000 hoger.
•
De specifieke uitkering Oekraïne gelden 2026 is € 200.000 hoger. Bij de baten geeft dit een tegengesteld effect.
•
Voor Inwonersparticipatie, Lokale aanpak Inclusie en Hert foar Opsterlân is in 2026 een bedrag opgenomen van € 85.000 (raadsvoorstel sept. 2025).
In 2025 waren eenmalig kosten begroot voor: •
De specifieke uitkering Inburgering € 350.000. Dit geeft bij de baten een tegengesteld effect.
•
Jongerenwerk: serious game (€ 27.273, BGW 2024). Dit geeft bij de baten een tegengesteld effect.
•
Jongerenwerk: weerbaarheidstrainingen (€ 30.000, PPB 2024).
Taakveld 6.21 en 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen: de lasten zijn in 2026 € 1.981.000 gestegen. •
In 2025 zijn de directe personeelslasten aan de taakvelden 6.9 Coordinatie en beleid toegerekend. In 2026 zijn deze grotendeels aan taakveld 6.21 en 6.22 toegerekend.
Taakveld 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen: de lasten zijn in 2026 € 22.000 gedaald. •
Voor het versterken van de lokale gemeentelijke toegang waren in 2025 kosten begroot (€ 90.000, BGW dec 2024).
•
Het resterende budget Procesregie en zorg is in 2026 overgeheveld naar het personeelsbudget (€ 93.000, PPB 2025).
•
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 177.000 hoger.
Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: de lasten zijn in 2026 € 183.000 gestegen. •
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 183.000 hoger.
Taakveld 6.4 Begeleide participatie: de lasten zijn in 2026 € 109.000 gedaald. •
In 2026 wordt een uitstroom verwacht van werknemers SW bij Caparis (€ 111.000, PPB2024).
Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie: de lasten zijn in 2026 € 11.000 gestegen. •
Voor extra inzet voor taken op het gebied van participatie waren in 2025 kosten begroot (€ 80.000, BGW dec 2023).
•
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 91.000 hoger.
Taakveld 6.711 Hulp bij het huishouden WMO: de lasten zijn in 2026 € 30.000 gedaald. •
Op basis van een kostprijsberekening van de inkoop WMO-tarieven per 1 juli 2026 nemen de lasten toe met € 100.000 (B2026).
In 2025 waren kosten begroot voor: •
Een OWO-projectleider Inkoop WMO (tot 1 juli 2026) en een kostprijsonderzoek (€ 40.000, VJR25).
•
De volumestijging van huishoudelijke hulp (€ 100.000, VJR25).
Taakveld 6.712 Begeleiding WMO: de lasten zijn in 2026 € 175.000 gestegen. •
Op basis van een kostprijsberekening van de inkoop WMO-tarieven per 1 juli 2026 nemen de lasten toe met € 175.000 (B2026).
Taakveld 6.752: Jeugdhulp ambulant regionaal: de lasten zijn met € 683.000 gedaald. •
In 2025 waren aanvullende lasten jeugdzorg begroot (€ 450.000, BGW 2025). Vanwege aanvullende maatregelen op beleid en uitvoering waren deze kosten alleen voor jaar 2025 opgevoerd.
•
Voor Kortdurende Lichte Ondersteuning (KLO) is een bedrag van € 133.000 in 2026 overgeheveld naar het personeelsbudget (PPB 2025).
32
•
Door intensivering van contractmanagement Participatie/Inkomen, Jeugd en Zorg & Onderwijs is een inschatting gedaan van een inverdieneffect van in totaal € 300.000 t/m jaar 2027, oplopend vanaf jaar 2025 met € 100.000 (PPB2024).
Taakveld 6.91 en 6.92 Coordinatie en beleid WMO en Jeugd: de lasten zijn in 2026 € 2.096.000 gedaald. •
In 2025 zijn de directe personeelslasten aan de taakvelden 6.9 Coordinatie en beleid toegerekend. In 2026 zijn deze aan taakveld 6.21 en 6.22 toegerekend.
Baten Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie: de baten zijn in 2026 € 204.000 gedaald. •
De specifieke uitkering Oekraïne gelden is in 2026 € 200.000 hoger.
•
De GALA middelen zijn in 2026 € 27.000 lager.
In 2025 waren eenmalig baten begroot voor: •
De specifieke uitkering Inburgering € 350.000.
•
De serious game (€ 27.273, BGW 2024).
Taakveld 6.811 Beschermd Wonen: de baten zijn in 2026 € 125.000 gedaald. •
Deze mutatie is het gevolg van de overheveling van cliënten van Beschermd Wonen (BW) WMO naar BW WLZ en de aanpassing van de landelijke budgetten.
Reserves: In 2026 wordt € 30.000 in de reserve Verbouw Dorpshuizen gestort.
33
Programma 7 | Volksgezondheid en milieu Opsterland behoudt en beheert haar hoogwaardig leefmilieu samen met inwoners en bedrijven. Duurzaamheid Duurzaamheid en minder gebruik van energie en grondstoffen zijn nodig om onze samenleving leefbaar te houden. Als gemeente geven we het goede voorbeeld. Bijvoorbeeld door het verduurzamen van gebouwen en het vergroten van de biodiversiteit. We houden daarbij rekening met wat gezichtsbepalend is of wat cultuurhistorisch waarde heeft. Samenhang De aandacht voor duurzaamheid heeft veel samenhang met een goede aandacht voor de natuur, de landbouw, de waterkwaliteit enzovoort. Bij het nemen van maatregelen houden we met die samenhang zo veel mogelijk rekening. Gezondheid Fysieke en mentale gezondheid zijn het fundament van persoonlijk welbevinden en van de kwaliteit van onze samenleving. Een goede gezondheid is voor de gemeente een middel om haar doelen te bereiken. Denk hierbij aan: regie op het eigen leven, kwaliteit van leven, meedoen in de maatschappij en gebruikmaken van sociale netwerken. De gemeente wil haar inwoners bewegen tot gezond gedrag door de gezonde keuzes de gemakkelijkste keuze te maken.
Kaderstellende documenten Beleidsnota Licht in de Duisternis (2009) Watertakenprogramma 2020 – 2025 Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving - Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 2020 2024 OWO-gemeenten Preventie- en handhavingsplan Drank- en Horecawet 2019-2022 Preventieagenda Opsterland 2021-2030 Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland 2018 Omgevingsvisie (2023) Transitievisie Warmte gemeente Opsterland Zonneplan Opsterland Biodiversiteitsplan 2026-2030 ‘Rûch is it nije kreas’ Reguliere werkzaamheden • Stimuleren gezondheidsprojecten, bijvoorbeeld via de buurtsportcoaches. • Accounthouderschap dorpen voor energietransitie. • Accounthouderschap groene ondernemers (bijvoorbeeld ontwikkelaars zonneparken). • Onderhouden openbare verlichting. • Onderhouden riolering en watergangen.
Thema Milieu Inleiding In het Nationaal Deltaprogramma 2022 staan plannen van de overheid. Het doel is om alle steden, dorpen en buitengebieden zo in te richten, dat we voorbereid zijn op de gevolgen van toenemende hitte, droogte en extreme neerslag. In 2015 hebben alle overheden samen al afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. Zo mogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de risico’s door extreem weer en overstromingen niet verder toenemen. We moeten de bestaande ruimte zo beheren en onderhouden dat de kans op schade en slachtoffers afneemt. Met andere overheden in Fryslân hebben we de ‘klimaatstresstest’ uitgevoerd. Dat is een eerste stap naar een klimaat adaptieve (we passen ons aan het veranderende klimaat aan) en water robuuste (we kunnen het regenwater aan) omgeving. We hebben deze kwetsbaarheden nader onderzocht. Nu zijn we toe aan het maken van keuzes voor mogelijke oplossingsrichtingen.
34
Doelstellingen Er is een gezonde balans tussen natuurlijke duisternis en een veilige leefomgeving Het verlichten van de openbare ruimte kent voor- en nadelen. Verlichting kan zorgen voor lichtvervuiling en het kost geld. Tegelijk kan verlichting helpen om de omgeving veilig en leefbaar te maken. We zorgen voor een goede balans tussen die twee.
Maatregelen In 2030 is 100% van de huidige installatie voorzien van LED-verlichting In 2030 is 100% van het huidige areaal voorzien van energiezuinige en duurzame LED-techniek. Dit geldt niet alleen voor de ‘normale’ lantaarnpalen, maar ook voor de verlichte wegwijzers, verlichting in reclamezuilen en abri’s en andere speciale verlichting.
Thema Duurzaamheid Doelstellingen De gemeente geeft het goede voorbeeld op het gebied van duurzaamheid Wij geven als gemeente het goede voorbeeld. Daarmee inspireren we onze inwoners, organisaties en bedrijven. We benutten kansen om onze gebouwen, ons wagenpark en ons gereedschap te verduurzamen en duurzaam in te kopen. Goede voorbeelden maken wij zichtbaar.
Maatregelen In 2026 is de helft van ons gemotoriseerde gereedschap elektrisch We vergroenen ons gemeentelijk wagenpark en gereedschap. In 2026 is de helft van ons gemotoriseerde gereedschap elektrisch (ten opzichte van 10% in 2022). Wij nemen concrete maatregelen om onze gemeentelijke gebouwen te verduurzamen Onze bedrijfsgebouwen voldoen met de aanpassingen van de laatste jaren ruimschoots aan de wettelijke duurzaamheidseisen. Bij het (groot) onderhoud aan gemeentelijk of maatschappelijk vastgoed benutten wij kansen om verder te verduurzamen. Concreet gaan we in 2026: 1. Een routekaart voor de verduurzaming van ons vastgoed opstellen. Dit doen we met geld vanuit Klimop Fryslân. 2. Gezamenlijk met het dorpshuis wordt het dorpshuis Terwispel gefaseerd verduurzaamd. We hebben een DUMAVA-subsidieaanvraag gedaan voor een eerste fase. In de tweede fase gaan we verder met het opstellen van renovatie en verduurzamingplannen. 3. De afronding van de verduurzaming van De Wier in Ureterp. Onderdeel hiervan is het plaatsen van extra zonnepanelen, het realiseren van een batterijopslag en de uitbreiding van kleedruimten en berging. Dit project is onderdeel van ‘Fryslân Bouwt Circulair'. 4. Verder gaan met het verduurzamen van MFA Langezwaag.
Wij organiseren en faciliteren campagnes op het gebied van duurzaamheid en energietransitie In 2026 gaan wij door met het organiseren en faciliteren van campagnes. Dit doen wij om bewustwording, betrokkenheid en kennis op het gebied van duurzaamheid en energietransitie te behouden en vergroten. Dit doen wij door bijvoorbeeld met Natuur en Milieu Educatie en Junior Energiecoach op scholen, en met Webinars, informatie- en netwerkbijeenkomsten en energie(bespaar)markten. Wij voeren het communicatieplan en de reductiemaatregelen van de CO2-prestatieladder uit In 2024 hebben wij ons laten certificeren op de CO2 Prestatieladder Niveau 3. Hiermee hebben we onze CO2 Footprint in kaart gebracht, reductiemaatregelen opgesteld en een bijpassend communicatieplan vastgesteld. In 2026 gaan wij verder met het realiseren van de opgestelde reductiemaatregelen zoals de verduurzaming van De Wier en van onze openbare verlichting. We communiceren minimaal jaarlijks over de voortgang. Dit doen we zowel intern als extern, om alle betrokkenen zo goed mogelijk mee te nemen.
35
Doelstellingen Wij halen in 2035 een energiebesparing van een equivalent van 150.000 MWh Om in 2035 energieneutraal te zijn, realiseren we in 2035 een energiebesparing van 150.000 MWh ten opzichte van het jaar 2018. Eind 2026 hebben we daarvan 100.000 MWh gerealiseerd.
Maatregelen We geven invulling aan het Soortenmanagementplan Wij verwachten vanaf 2026 een vergunning van provincie Fryslân voor het Soortenmanagementplan te hebben. In 2026 geven wij invulling aan de resultaten van de ecologische onderzoeken die in 2024 en 2025 uitgevoerd zijn. Hierbij valt te denken aan communicatie op dit onderwerp richting onze inwoners en het uitvoeren van het mitigatieplan dat eind 2025 opgesteld wordt. We geven uitvoering aan de specifieke uitkering lokale aanpak isolatie In 2026 gaan wij verder met de uitvoering van de Lokale Aanpak Isolatie (LAI). Onze energiecoachesen coöperaties zijn goed op de hoogte van de regeling en nemen een actieve houding in over het bereiken en ondersteunen van onze inwoners. De vier OWO-Energieverkenners ontzorgen de doelgroep LAI bij het verduurzamen van hun woning. Hiervoor bieden zij ook in 2026 energiemaatwerk- en financieel adviezen aan en brengen zij de gemeentelijke subsidieregeling ‘Plus op de LAI’ voor huishoudens met een laag inkomen verder onder de aandacht. We maken met drie dorpen/energiecoöperaties plannen om aardgas te besparen We ondersteunen en faciliteren dorpen die aan de slag zijn of willen met verduurzamingsacties en andere campagnes die bijdragen aan energie- en aardgasbesparing. Wij werken samen met de dorpen een uitvoeringsplan uit dat past bij de omgeving.
Dit doen we als onderdeel van ons uitvoeringsprogramma van de transitievisie warmte. Wij bouwen het OWO-Energiebureau verder uit Het is belangrijk dat informatie en advies over energiebesparing laagdrempelig toegankelijk is. Daarvoor hebben wij het OWO-Energiebureau. Dit bestaat uit een netwerk van lokale energiecoaches, energie- en financieel adviseurs, het digitale (telefonische) duurzaamheidsloket en Energieverkenners. We gaan dit netwerk in 2026 verder uitbouwen en verstevigen. 1. Er zijn nu in totaal zo'n 40 energiecoaches in bijna alle dorpen van onze gemeente. Dit aantal houden we in stand door opleiding, bijscholing en ondersteuning. 2. Er zijn binnen de OWO-gemeenten vier Energieverkenners actief. Zij adviseren inwoners die recht hebben op de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie bij het verduurzamen van hun woning. Zij vormen het OWO-Energiebureau Light. 3. We breiden het OWO-Energiebureau Light uit met vrijwillige energiefixers. De in eind 2025 aan te nemen coördinator voor het Energiebureau zet dit op poten. 4. We subsidiëren het opstellen van energiemaatwerk- en financieel adviezen voor de doelgroep Lokale Aanpak Isolatie. De adviseurs die we hiervoor inschakelen komen uit de regio. 5. We blijven voorlopig gebruik maken van het digitale/telefonische loket van Duurzaam Bouwloket en onderzoeken wat ervoor nodig is om dit onder te brengen in het OWOEnergiebureau.
6. We breiden het OWO-Energiebureau uit met een ondersteuner, om de administratieve taken deels weg te nemen bij de energieverkenners en om telefonische vragen van inwoners rondom de LAI te kunnen beantwoorden. Zo werken we toe naar een effectief en efficiënt OWO-Energiebureau.
36
Doelstellingen Wij realiseren in 2035 een equivalent van 450.000 MWh duurzaam opgewekte energie Opsterland is in 2035 energieneutraal. Daarvoor is aan de ene kant energiebesparing nodig, Aan de andere kant hebben we een duurzame opwek van 450.000 MWh energie nodig. Dit bereiken we met energie uit zon, wind en groen gas uit mono-mestvergisting en energieopslag.
Maatregelen We gaan onderzoek doen ten behoeve van het ontlasten van het energienetwerk en starten waar mogelijk met de uitvoering van oplossingsrichtingen Tijdens piekmomenten zit het elektriciteitsnetwerk aan de grens van de capaciteit. Dat heeft consequenties voor plannen en projecten van bedrijven, maatschappelijke organisaties en de gemeente. Door de pieken af te zwakken kan het netwerk beter benut worden. Dat kan onder andere door het beter afstemmen van vraag en –aanbod en opslag van energie in lokale energiesystemen. De Friese Energietafel (FET) neemt daartoe het voortouw, onder andere door onderzoeken, werkgroepen en projecten op te starten. Als dat voor de FET of ons meerwaarde heeft, zullen wij daarin actief bijdragen. Lokale initiatieven die bijdragen aan het beter benutten van het energienetwerk stimuleren en faciliteren we. We stemmen af met en faciliteren Liander bij het versterken van het elektriciteitsnetwerk Er vinden werkzaamheden plaats aan het elektriciteitsnetwerk om de capaciteit en betrouwbaarheid daarvan te vergroten. Het netwerk bestaat uit drie spanningsniveaus: hoogspanning, middenspanning en laagspanning. Op elk van deze spanningsniveaus stemmen wij af en faciliteren wij Liander. Zo onderzoeken wij samen een geschikte locatie voor het nieuwe 110kV onderstation rondom Drachten.
Ook faciliteren we Liander bij de versterking van de middenspanningstracés bij o.a. Bakkeveen, Wijnjewoude en Nij Beets en bij de bouw van vijf nieuwe stations. In 2025 is gestart met het project Buurtaanpak. Deze aanpak richt zich op het versterken van het laagspanningsnet in de dorpen door onder andere de verdubbeling van het aantal trafo's. Hiervoor hebben wij intern een projectleider aangesteld die Liander hierbij faciliteert. In 2026 continueren we deze samenwerking. Daarmee speelt de gemeente een belangrijke rol in de communicatie, participatie en ruimtelijke inpassing. Wij actualiseren de Transitievisie Warmte en werken dit uit in een Warmteprogramma In 2025 is gestart met het opstellen van het Warmteprogramma als opvolger van de Transitievisie Warmte die eind 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het Warmteprogramma beschrijft de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Er staat hoe en hoe snel onze buurten, wijken en dorpen in de komende 10 jaar het gebruik van aardgas voor verwarming afbouwen. De bedoeling is om in de eerste helft van 2026 een ontwerp-Warmteprogramma op te leveren, dat voortbouwt op de inzichten die in 2025 zijn opgedaan. Het definitieve Warmteprogramma moet uiterlijk eind 2026 door het college worden vastgesteld. Het Warmteprogramma moet elke 5 jaar geactualiseerd worden.
Wij faciliteren en stimuleren initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen Initiatieven van dorpen of andere initiatiefnemers die aan de opwek en opslag van duurzame energie omarmen we. We bekijken per initiatief hoe wij dit kunnen ondersteunen. Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties van reserves van programma 7 meegenomen.
37
Exploitatie x € 1.000
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
MJB 2027
MJB 2028
MJB 2029
Lasten
10.061
14.384
9.610
9.526
9.543
9.584
Baten
8.497
12.927
8.170
8.113
8.163
8.220
Saldo voor bestemming
-1.564
-1.456
-1.441
-1.413
-1.380
-1.364
Lasten
-
-
-
-
-
-
Baten
325
-
-
-
-
-
-1.239
-1.456
-1.441
-1.413
-1.380
-1.364
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
7.1 Volksgezondheid
2.052
2.074
2.173
99
7.2 Riolering
2.494
2.120
2.466
346
7.3 Afval
3.095
3.255
3.649
394
7.4 Milieubeheer
2.200
6.653
1.039
-5.614
219
281
284
2
10.061
14.384
9.610
-4.773
348
316
249
-67
7.2 Riolering
3.396
3.141
3.160
19
7.3 Afval
3.661
4.007
4.512
505
7.4 Milieubeheer
920
5.223
-
-5.223
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
173
241
249
8
Totaal baten
8.497
12.927
8.170
-4.758
Saldo voor bestemming
-1.564
-1.456
-1.441
16
0
0
0
0
325
0
0
0
Mutaties reserves
Saldo na bestemming
Specificatie per taakveld x € 1.000
Mut B25<>B26
Lasten
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal lasten
Baten 7.1 Volksgezondheid
Mutaties reserves Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Totaal mutaties reserves
325
0
0
0
Saldo na bestemming
-1.239
-1.456
-1.441
16
Toelichting op de financiën Het saldo van dit programma is in 2026 € 16.000 voordeliger dan in 2025. Lasten: Taakveld 7.1 Volksgezondheid: de lasten zijn in 2026 € 99.000 gestegen. •
De GALA middelen 2026 zijn € 67.000 lager dan in 2025. De baten geven een tegengesteld effect.
•
De bijdrage aan de Veiligheidsregio is voor 2026 opgehoogd met € 33.000 (VJR 2025).
•
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 132.000 hoger.
Taakveld 7.2 Riolering: de lasten zijn in 2026 € 346.000 gestegen. •
In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht.
Taakveld 7.3 Afval: de lasten zijn in 2026 € 394.000 gestegen. •
In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht.
38
Taakveld 7.4 Milieubeheer: de lasten zijn in 2026 € 5.614.000 gedaald. In 2025 waren eenmalige kosten begroot voor: •
Een specifieke uitkering voor Lokale Aanpak Isolatie (€ 3.239.000, NJR 2024). De baten geven een tegengesteld effect.
•
De regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid (€ 1.170.000). De baten geven een tegengesteld effect.
•
Subsidies vanuit het duurzaamheidsprogramma maatschappelijk vastgoed (€ 210.000, BGW dec. 2024).
•
De aanpak energiearmoede (€ 457.000, NJR 2024). De baten geven een tegengesteld effect.
•
Het opstellen van het biodiversiteitsplan en een maatregelen-/actieplan (€ 60.000, VJR 2025).
•
Impuls wateroverlast en droogte (€ 288.000, VJR 2025). De baten geven een tegengesteld effect.
•
Soortenmanagementplan (€ 68.000, BGW dec '24). De baten geven een tegengesteld effect.
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 121.000 lager. Baten: Taakveld 7.1 Volksgezondheid: de baten zijn in 2026 € 67.000 gedaald. •
De GALA middelen 2026 zijn € 67.000 lager dan in 2025.
Taakveld 7.3 Afval: de baten zijn in 2026 € 505.000 gestegen. In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.4 Milieubeheer: de baten zijn in 2026 € 5.223.000 gedaald. In 2025 waren eenmalige baten begroot voor: •
Een specifieke uitkering voor Lokale Aanpak Isolatie (€ 3.239.000, NJR 2024).
•
De regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid (€ 1.170.000).
•
De aanpak energiearmoede (€ 457.000, NJR 2024).
•
Impuls wateroverlast en droogte (€ 288.000, VJR 2025).
•
Soortenmanagementplan (€ 68.000, BGW dec. 2024).
Reserves: In 2026 zijn geen reserve mutaties geraamd.
39
Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Plattelandsgemeente Opsterland is een plattelandsgemeente met 16 vitale dorpen en een uniek en gevarieerd landschap. Omgevingswet Sinds 2024 treedt de Omgevingswet geleidelijk in werking. Deze wet vraagt van ons als gemeente anders denken en handelen. We zorgen voor een goed samenspel tussen de gemeente en de samenleving. In de Omgevingsvisie 2015 - 2030 hebben we daarvoor al belangrijke stappen gezet. We hebben in 2023 een actuele Omgevingsvisie vastgesteld, passend bij de Omgevingswet. Wonen De gemeenteraad heeft in 2023 de Woonvisie Opsterland vastgesteld. De Woonvisie geeft richting bij het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en bij het maken van afspraken met andere maatschappelijke partners en met de dorpen. De Woonvisie is - voor zover het om wonen gaat bepalend voor dorpsvisies, voor het gemeentelijk grondbeleid. Tot slot stuurt de Woonvisie in de keuze op welke locaties woningbouw gewenst en mogelijk is. Actueel zijn verder de afspraken met het Rijk over de verdeling van de woningbouwplannen. Omgevingsplan Ons Omgevingsplan is actueel. Het tijdelijke omgevingsplan is opgebouwd uit voormalige bestemmingsplannen, in de periode tot eind 2031 moeten we alle regels in het nieuwe deel van het Omgevingsplan opnemen.
Op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ (landelijke website) is ons Omgevingsplan raadpleegbaar. Initiatieven We ondersteunen, als dat kan en past, ideeën en/of initiatieven voor ruimtelijke ontwikkeling. Regionaal Wij hebben als gemeente belang bij een toekomstbestendig Friesland. Daarvoor is goede bereikbaarheid noodzakelijk. Met het Deltaplan voor het Noorden (en de Lelylijn) willen het Rijk, de vier noordelijke provincies en gemeenten de bereikbaarheid en het wonen en werken in NoordNederland verbeteren. Grootschalige verstedelijking van onze gemeente is bij het verbeteren van bereikbaarheid niet het doel. Kaderstellende documenten Omgevingsvisie 2023 Woonvisie (2023) Welstandsnota Opsterland (laatste wijziging 2009) Regionale woningbouwafspraken Zuidoost Fryslân 2022-2026 Regionale Woondeal 2020 - 2030 Nota grondbeleid (2025) Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 20202024 OWO-gemeenten Omgevingsplan Reguliere werkzaamheden • Diverse planologische producten • Uitvoering grondbeleid en grondzaken • Accounthouderschap initiatieven samenleving • Planbegeleiding • Accounthouderschap en prestatieafspraken Woningcorporaties en huurdersorganisatie
40
Thema Ruimtelijke ordening Doelstellingen De gronden in Opsterland hebben een functie die is afgestemd op de functie van de andere (aangrenzende) gronden De nadruk ligt op de taken die we als gemeentelijke overheid hebben. Daarnaast speelt een aantal ontwikkelingen op een hoger niveau. Denk aan NOVEX en NOVEX-Lelylijn en aan het Nationaal en het Fries Programma Landelijk Gebied, de energie-infrastructuur en de Blauwe Drager.
Maatregelen Opstellen ruimtelijk kwaliteitsbeleid Behoefte aan nieuw beleid omgevingskwaliteit Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is er behoefte aan nieuw beleid over omgevingskwaliteit (welstand) voor bouwinitiatieven. De wet vraagt om een meer integrale benadering met ruimte voor maatwerk. Hiermee voorzien we in een behoefte die ook zonder Omgevingswet bestaat. Het huidige beleid is toe aan actualisering, nieuwe tijden en nieuwe inzichten vragen om nieuw beleid. Denk bijvoorbeeld aan het verduurzamen van woningen, zonnepanelen en zon-oriëntatie bij nieuwbouw of aan nieuwe (biobased) bouwmaterialen: dit vraagt om eigentijds beleid omgevingskwaliteit. In OWO-verband is via een pilot ervaring opgedaan met een nieuwe methode voor omgevingskwaliteit/welstand. Er is daarbij verschil gemaakt tussen de sneltoets-methode en de gespreks-methode. De sneltoets-methode houdt in dat de vergunningverleners aan de hand van de sneltoetscriteria de meest voorkomende initiatieven zelf kunnen beoordelen. De gespreks-methode houdt in dat een bouwplan wordt beoordeeld vanuit zijn specifieke context (gebiedsdoelen en ontwerpvragen) in een gesprek met de initiatiefnemer en de adviescommissie omgevingskwaliteit. OWO-samenwerking voor nieuw beleid omgevingskwaliteit In OWO-verband gaan we de komende periode samenwerken om tot nieuw beleid omgevingskwaliteit te komen.
Er ligt begin 2026 een gezamenlijk projectplan. Aan de hand daarvan wordt in 2026 gewerkt aan de drie nieuwe nota’s omgevingskwaliteit. We kiezen daarbij voor eenzelfde systematiek, waarbij de kaders per gebied kunnen verschillen. Eindresultaat is een eigen Nota Omgevingskwaliteit voor Opsterland (eind 2026/1e helft 2027). We maken voor het opstellen van de nota gebruik van een deskundig bureau. Sneltoetscriteria In 2026 gaan we ook aan de slag met het evalueren en uitbreiden van de in 2024 vastgestelde sneltoetscriteria. Opstellen Ruimtelijk Ontwikkelings Perspectief (ROP) In 2023 heeft de raad de omgevingsvisie voor Opsterland vastgesteld, en sinds de invoering van de Omgevingswet hebben we ervaring opgedaan met deze wet en de mogelijkheden die deze wet ons biedt voor betere toekenning van functies aan de ruimte in Opsterland. Uitgangspunt is dat we een samenhangend beeld hebben van de verschillende toekomstige ruimtevragers en de plekken waar die het beste gesitueerd kunnen zijn, waardoor we met ieder ruimtelijk initiatief de kwaliteit van de leefomgeving gaan verbeteren. Dit werken we uit in een ROP die we vastleggen en willen aanbieden aan de raad in 2026. Deze ROP zal ook nuttig zijn als er gewerkt gaat worden aan de volgende actualisering van de omgevingsvisie en uiteindelijk door kunnen klinken in het omgevingsplan voor Opsterland.
Hierdoor ‘bliuwt Opsterlân Opsterlân’, benutten we de ruimte optimaal en geven we initiatiefnemers meer duidelijkheid waar in Opsterland een nieuw initiatief wel en geen kans van slagen heeft.
41
Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed Doelstellingen Het behoud van waardevolle historische objecten is geborgd in beleid In 2023 zijn we gestart met gemeentelijk monumentenbeleid. Dit bouwen we verder uit. Onder andere door een begin te maken met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Dit gebeurt met medewerking van de eigenaren.
Maatregelen We hebben instrumenten voor het behoud van waardevolle historische objecten en erfgoed In 2023 heeft de gemeenteraad een Erfgoedverordening vastgesteld die afgestemd is op de Omgevingswet. We zetten in 2026 de volgende stappen als vervolg op de gezette stappen in 2024 en 2025. 1. In 2026 gaan we verder met het ontwikkelen van een cultuurhistorische waardenkaart. 2. We werken in 2026 verder aan een beleidsnotitie cultuurhistorie. Daarmee beschermen we cultuurhistorisch waardevolle relicten. We werken ook aan een landschapsbiografie met kernkwaliteiten. 3. We werken in 2026 verder aan de uitwerking van de resultaten van de inventarisatie historische interieurs. 4. De aanwijzing van gemeentelijke monumenten wordt afgerond. 5. Er wordt een nieuwe notitie gebouwd erfgoed geschreven, met een paragraaf over duurzaam erfgoed, en voorgelegd aan de raad. 6. Er wordt een uitvoeringsprogramma archeologie geschreven onder andere om de bewustwording van archeologie te vergroten.
Doelstellingen We behouden landschappelijk en cultuurhistorisch kenmerkende elementen In de ruimtelijke omgeving zijn gezichtsbepalende kenmerken en de landschappelijke en cultuurhistorische elementen op juiste waarde geschat. Wij behouden die voor toekomstige generaties.
Maatregelen We onderzoeken de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap We onderzoeken de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap. In 2026 wordt hieraan een vervolg gegeven door het uitwerken van cultuurhistorische waardenkaarten en beleid voor cultuurhistorische landschapsaspecten met een afgewogen beschermingsregime. Qua gebouwd erfgoed, ook beeldbepalende onderdelen van het landschap, gaan we kijken of er een beschermingsregime wenselijk is voor de panden die karakteristiek zijn en of de bescherming van naoorlogs gebouwd erfgoed gewenst is.
Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen en vastgoed Doelstellingen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat We hebben een toekomstgericht woonklimaat. Dat sluit aan bij de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling. Het draagt bij aan de leefbaarheid van de woonomgeving. In de Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân heeft Opsterland vijf zogenoemde sleutelprojecten opgevoerd (Loevestein fase 5 Gorredijk, Aylvalân Bakkeveen, Fûgelliet noord Ureterp, Terwispel Kolderveen en Langezwaag noord). Dit zijn projecten die een bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen en zorg voor ouderen). Rijk, provincie en gemeente vinden dat we daar tijd en geld in moeten steken. Binnen deze vijf sleutelprojecten realiseren wij 410 woningen.
42
In de Woonvisie gemeente Opsterland staat verder dat we in elk dorp woningbouw mogelijk maken binnen de rode contouren (zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening). Zo kunnen we bestaande initiatieven ondersteunen en binnenstedelijke mogelijkheden (zoals vrijkomende scholen) benutten.
Maatregelen We zetten verdere stappen in de sleutelprojecten woningbouw 1. Opsterland moet Opsterland blijven, we richten ons op inbreiding boven uitbreiding en plannen 1000 nieuwe woningen in Opsterland voor de verschillende doelgroepen van 2026 tot 2035. 2. We gaan proberen ruimte te creëren in ruimtelijk beleid om zo (tijdelijk) meer betaalbare (huur) woningruimte te realiseren voor alleenstaande jongeren tussen de 20 en 35 jaar. 3. In 2026 zullen de nieuwbouwwoningen in sleutelprojecten Langezwaag Noord in Langezwaag en Fugelliet Noord in Ureterp naar verwachting opgeleverd worden. 4. Kolderveen in Terwispel en Loevestein in Gorredijk worden gefaseerd opgeleverd waarvan een significant deel in 2026. 5. Daarnaast blijven we in 2026 aan het werk met de voorbereiding en uitvoering van woningbouwprojecten in de overige dorpen zoals Tynje, Nij Beets en Beetsterzwaag, De voortgang wordt transparant vermeld op https://www.opsterland.nl/woningbouw. Daarin voeren we actief grondbeleid. 6. Ontwikkeling van Aylvalân Bakkeveen wordt gehinderd door het uitblijven van echte oplossingen voor het stikstofprobleem in Natura2000-gebieden. Als gemeente blijven we zoeken naar mogelijke oplossingen hiervoor binnen de bestaande spelregels. 7.
Overeenkomstig de Omgevingsvisie en woonvisie geven we nadere invulling aan uitvoering van de 1e herijking van de Regionale woondeal waarbij de hoeveelheid woningen die we plannen is gebaseerd op de prognose van de Provinsje Fryslân. 8. Indien de Wet versterking regie volkshuisvesting per 1 januari 2026 van kracht wordt, maken we een volkshuisvestingsprogramma als vervanging van de huidige Woonvisie. 9. In 2026 wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke uitvoeringsagenda van de vastgestelde regionale woonzorgvisie.\ 10. We maken met woningcorporaties lange termijn afspraken met als doel om in 2029 30% van de nieuwbouw sociale woningbouw te laten zijn. Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties voor de reserves van programma 8 meegenomen. Exploitatie x € 1.000
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
MJB 2027
MJB 2028
MJB 2029
Lasten
2.089
2.226
3.132
3.515
2.490
2.186
Baten
2.276
1.160
1.664
2.220
871
943
187
-1.066
-1.468
-1.295
-1.620
-1.243
431
-
-
-
-
-
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Lasten Baten Saldo na bestemming
31
207
274
40
-
-
-214
-859
-1.194
-1.255
-1.620
-1.243
43
Specificatie per taakveld x € 1.000
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
Mut B25<>B26
609
628
921
292
Lasten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
358
556
1.022
466
8.3 Wonen en bouwen
1.122
1.041
1.190
149
Totaal lasten
2.089
2.226
3.132
907
376
-
-
-
Baten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
891
698
993
295
8.3 Wonen en bouwen
1.009
462
672
210
Totaal baten
2.276
1.160
1.664
505
187
-1.066
-1.468
-402
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Stortingen reserves
-431
0
0
0
Onttrekkingen reserves
31
207
274
67
Totaal mutaties reserves
-400
207
274
67
Saldo na bestemming
-214
-859
-1.194
-335
Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma is in 2026 € 335.000 nadeliger dan in 2025. Lasten: Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening: de lasten zijn in 2026 € 292.000 gestegen. •
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 390.000 hoger.
•
De kosten voor ruimtelijke plannen zijn € 63.000 lager (PPB2025).
Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen): de lasten zijn in 2026 € 466.000 gestegen. •
In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht.
Taakveld 8.3 Wonen en bouwen: de lasten zijn in 2026 € 149.000 gestegen. •
De afschrijvingslasten zijn € 79.000 hoger door hoofdzakelijk de wijkvernieuwing in Gorredijk.
•
In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 40.000 hoger.
•
Invoeringskosten van de Omgevingswet zijn € 30.000 hoger dan in 2025 (PPB2025).
Baten: Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen): de baten zijn in 2026 € 295.000 gestegen. •
In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht.
Taakveld 8.3 Wonen en bouwen: de baten zijn in 2026 € 210.000 gestegen. •
De baten voor de omgevingsvergunningen activiteit bouw zijn vanaf 2026 verhoogd (€ 210.000, B2026).
Reserves: De kosten voor de implementatie van de omgevingswet worden onttrokken uit de reserve Ruimtelijke plannen €274.000 (PPB2025).
44
Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen In deze paragraaf wordt ingegaan op de lokale heffingen, de onderbouwing daarvan en het bijbehorend beleid. Lokale heffingen kunnen onderverdeeld worden in wel- en niet gebonden bestedingen. Lokale heffingen die niet gebonden zijn, vormen algemene dekkingsmiddelen en hebben geen vooraf aangewezen bestemming. In Opsterland is dat alleen de onroerende-zaakbelastingen (OZB). Lokale heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn heffingen waarbij sprake is van een duidelijke relatie tussen de gemeentelijke dienstverlening en de belasting. Hiertoe behoren onder andere de rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges. Voor deze categorie worden de tarieven dusdanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten maximaal gelijk zijn aan de geraamde toerekenbare lasten (kostendekkend). De totale belastingopbrengst van de gemeente Opsterland zoals opgenomen in de primaire begroting 2026 bedraagt € 14,1 miljoen (2025: € 12,8 miljoen). Hiervan is € 5,3 miljoen bestemd voor de algemene dekking. De overige belastingopbrengsten van € 8,8 miljoen betreffen rechten en leges die in rekening worden gebracht voor door de gemeente verstrekte diensten. Lokale belastingen en heffingen Progr.
x € 1.000 Leges publiekszaken
Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begr. 2026
Mut B25<>B26
588
588
588
-
5.010
5.101
5.315
214
8
10
10
-
0
Onroerendezaakbelasting
1
Algemeen plaatselijke verordening
3
Toeristenbelasting
278
220
220
-
7
Begrafenisrechten
173
168
168
-
7
Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)
3.073
3.184
4.033
849
7
Rioolheffing, baten
3.299
3.141
3.160
19
8
Leges omgevingsvergunning
1.056
432
642
210
13.485
12.844
14.136
1.292
Totaal
Onroerendezaakbelastingen (OZB) De hoogte van de OZB is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld op grond van de Wet WOZ. In de begroting wordt gerekend met een verhoging van de OZB-opbrengsten van 2,6% conform meicirculaire 2025. De verhoging wordt voor de OZB (in afwijking van de andere heffingen) toegepast op de totale opbrengst van de OZB en niet op het tarief. Reden hiervoor is dat bij de berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken rekening moet worden gehouden. Dit is landelijk de gebruikelijke werkwijze. Voor de berekening van de verwachte opbrengst voor 2026 wordt uitgegaan van de laatst bekende gerealiseerde opbrengst. Voor de begroting 2026 is dat het resultaat 2024. Die gerealiseerde opbrengst 2024 wordt vervolgens geïndexeerd met het indexatiepercentage begroting 2025 (=2,8%). Hier wordt 0,5% areaaluitbreiding (= nieuwgebouwde woningen en niet woningen gerealiseerd in 2025) bij opgeteld. Dit is de geprognosticeerde opbrengst 2025. Deze verwachte baat wordt vervolgens geïndexeerd met 2,6%. De OZB wordt geheven naar de waarde van de onroerende zaken in het economische verkeer in de gemeente, die op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt vastgesteld.
Voor 2026 is de waardepeildatum 1 januari 2025. Hogere WOZ-waardes betekenen bij een gelijkblijvende opbrengst een lager belastingtarief.
45
Riolering Met de rioolheffing kunnen de kosten worden verhaald die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichttaken voor afval-, hemel- en grondwater. Ook klimaatadaptieve maatregelen volgens het Watertakenprogramma 2025 - 2029 worden hierin meegenomen. Daarnaast zijn er bijkomende kosten zoals veegkosten, kosten voor btw, overhead en perceptiekosten die aan de rioolheffing worden toegerekend. Voor de tariefberekening wordt volgens het Watertakenprogramma 2025 - 2029 uitgegaan van maximale kostendekkendheid. Als de kosten hoger zijn dan de heffingen dan wordt dat deel onttrokken aan de Voorziening Riolering. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden in 2026 is € 259 (2025: € 259) Het tarief voor een eenpersoonshuishouden in 2026 is € 197 (2025: € 197) Riolering x € 1.000 Realisatie 2024
Begr. 2025 (incl wijz)
Begroting 2026
Mut B25<>B26
Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
2.394
2.349
2.466
-117
-83
-
-
-
2.311
2.349
2.466
-117
Btw
393
404
404
0
Overhead en rente
500
187
170
17
Kwijtscheldingen
95
120
120
-
Netto indirecte kosten taakveld
988
710
694
17
3.299
3.059
3.160
-100
Rioolheffing
3.299
3.141
3.160
-19
Totale heffingen
3.299
3.141
3.160
-19
Dekkingspercentage
100%
103%
100%
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld
Indirecte kosten
Totale lasten
Totale heffingen
Afval De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. Opsterland werkt met gedifferentieerde tarieven, ook wel Diftar genoemd. Dat betekent dat niet iedereen evenveel afvalstoffenheffing betaalt. De hoogte van de afvalstoffenheffing wordt bepaald door een vast deel per perceel en het aantal keer dat uw container is geleegd. Vanaf 2026 is het variabele deel niet alleen meer afhankelijk van het aantal keer dat de container aan de weg wordt gezet maar ook van het aantal kilo's afval dat wordt aangeboden, het Diftar+ systeem. In 2025 ontving de gemeente een eenmalige inzamelingsvergoeding over voorgaande jaren van de stichting Nedvang . Deze vergoeding is teruggeven en verrekend met het tarief per perceel. Het tarief kon daardoor eenmalig voor 2025 met € 31 worden verlaagd. Hierdoor was het tarief per perceel niet € 199 maar € 168. In 2026 stijgen de kosten van de afvalverwerking. Hierdoor stijgen ook de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Voor 2026 stijgt het vaste tarief met € 7 van € 199 naar € 206. Het variabele tarief voor de grijze container wordt € 1 per lediging en € 0,30 per kilo.
Uitgaande van cijfers van onze buurgemeenten die al ervaring met Diftar+ hebben, mag worden aangenomen dat de grijze container gemiddeld 13,5 keer per jaar wordt aangeboden en een gemiddeld gewicht heeft van 20 kilo, terwijl de groene container gemiddeld 6 keer per jaar wordt aangeboden dan is de gemiddelde afvalstoffenheffing afgerond € 307 per jaar (begroting 2025: € 259). Hierin is € 4 begrepen voor de uitvoering van de luiermotie.
46
Afval x € 1.000 Realisatie 2024
Begroting 2025
begroting 2026
Mut B25<>B26
totaal van de gemeentelijke lasten
3191
3.268
3.712
-444
totaal van de gemeentelijke baten: niet zijnde heffingen
-280
-433
-479
46
Netto directe kosten taakveld
2.911
2.835
3.233
-398
btw
616
650
732
-82
overhead en rente
39
18
18
0
kwijtscheldingen
0
100
100
0
655
768
850
-82
3.566
3.603
4.083
-480
2036
2.175
2.617
-442
indirecte kosten
netto indirecte kosten taakveld totale lasten
totale heffingen Afvalstoffenheffing overig
-20
0
0
0
nedvang
0
390
0
390
1026
967
1.379
-412
31
42
88
-46
totale heffingen
3.073
3.574
4.083
-509
Dekkingspercentage
86%
99%
100%
Afvalstoffenheffing restafval Afvalstoffenheffing gft
Omgevingsvergunningen In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen omgevingsvergunningen. De kostendekkendheid komt uit op 76%. De kostendekkendheid varieert jaarlijks door de omvang van bouwactiviteiten. De berekening van de tarieven geschiedt extracomptabel. Bij de kosten zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven wordt. Denk hierbij aan de uren van van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. De BTW is niet als kostenelement mee te wegen, daar het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft, waarvoor geen BTW verschuldigd is. De wel toerekenbare BTW maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten.
47
Omgevingsvergunningen x € 1.000 Realisatie 2024
Begroting 2025 (primair)
Begroting 2026
Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
631
902
690
-
-
-
631
902
690
0
-
-
Overhead en rente
281
222
153
Netto indirecte kosten taakveld
281
222
153
Totale lasten
912
1.124
843
Heffingen
1001
432
642
Totale heffingen
1001
432
642
Dekkingspercentage
110%
38%
76%
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld
Indirecte kosten Btw
Totale heffingen
Lokale lastendruk De lokale lastendruk voor 2026 kan niet eerder vastgesteld worden dan na vaststelling van de tarieven. Bij het vaststellen van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitgangspunten uit het coalitieakkoord en de aangekondigde maatregelen. De tarieven van afval en riolering voor het jaar 2026 zijn al wel bekend. Het tarief voor de OZB aanslag wordt gebaseerd op de woz-waarde op peildatum 1 januari 2025. • •
Afval vast tarief € 206,- (2025 € 168 (feitelijk € 199), 2024 € 157) Rioolheffing € 259,- (2025 € 259, 2024 € 277)
De “Atlas van de lokale lasten 2025” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 345 de hoogste): • • •
2025: 11 2024: 24 2023: 49
Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%).
48
Rekenvoorbeeld De ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten laat het volgende beeld zien voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 346.000 (11-'24). Voor de afvalstoffenheffing gaan we er van uit dat de grijze container gemiddeld 13,5 keer per jaar wordt aangeboden en een gemiddeld gewicht heeft van 20 kilo, terwijl de groene container gemiddeld 6 keer per jaar wordt aangeboden. Lokale lastendruk Voorbeeld: Meerpersoonshuishuiden /Koophuis x€
2024
2025
2026
OZB-eigenaar
303
303
276
Afval vast
157
168
208
Afval variabel
81
81
102
Rioolheffing
277
259
259
818
811
845
994
1.053
nb
Landelijk (bron: Coelo)
49
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien Risicobeheersing In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben.
De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn: De belangrijkste risico's met de geschatte "kans" en de "invloed"
Risico
x €1.000 Kans Max fin. effect Invloed Totaal risico
1
Specifieke uitkeringen fluctueren en worden gekort
50%
1.000
17%
500
2
Onzekerheid werving personeel
45%
600
9%
270
3
Effecten invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb)
45%
750
11%
338
4
Borgstellingen
1%
18.187
6%
182
5
Mogelijke WW-verplichtingen personeel
25%
1.200
10%
300
6
Financiële tegenvallers projecten
60%
10.000
5%
150
7
Effect fluctuerende energieprijzen
50%
250
4%
125
8
Tegenvallende resultaten grondexploitaties
15%
1.000
5%
150
9
Effecten hoge inflatie op exploitatielasten
40%
750
10%
300
10
Afwijking inschattingen ramingen
70%
1.000
23%
700
34.737
100%
3.014
Totaal
Toelichting op de risico's 1. Specifieke uitkeringen fluctueren: Een steeds groter deel van de inkomsten die de gemeente ontvangt zijn in de vorm van specifieke uitkeringen (SPuK's). De omvang van deze specifieke uitkeringen is niet constant. Ook zijn er kortingen aangekondigd (bezuinigingsmaatregel rijk) maar nog niet doorgevoerd. Elk jaar wordt de omvang van een SPuK opnieuw vastgesteld. Een specifieke uitkering kent vaak een bestedingsregiem. Om het te besteden is echter wel capaciteit nodig en deze is vaak niet zo flexibel als de mate en snelheid waarin een SPuK kan variëren. Het effect kan zijn dat een aanpassing in het lopende begrotingsjaar vaak niet meer is op te vangen door bij te sturen wat tot een negatief rekeningresultaat kan leiden. 2. Onzekerheid werving personeel: De arbeidsmarkt is overspannen. Dat maakt het moeilijk om als gemeente tijdig nieuwe medewerkers aan te trekken. Ook het vasthouden van medewerkers is een uitdaging. Het mogelijk risico is dat er niet voldoende eigen personeel beschikbaar is voor het uitvoeren van het vastgestelde beleid. Om toch de doelen te realiseren is dan aanvullende inhuur noodzakelijk wat meer kosten met zich meebrengt dan eigen personeel. 3. Effecten invoering omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb): De Omgevingswet en de Wkb zijn definitief ingevoerd.
Een effect is dat door de wijziging een aantal legesinkomsten vervallen maar dat een deel van de werkzaamheden (o.a. registratie) wel moeten worden uitgevoerd. Omdat alleen voor de aanvragen na invoering van de nieuwe 50
wetgeving de nieuwe legestarieven gelden. Naar verwachting neemt het risico in 2026 af omdat er steeds beter zicht komt op de werkzaamheden en dat vertaalt zich in een betere bepaling van de hoogte van de leges. 4. Borgstellingen: De gemeente staat borg voor de leningen die de Stichting Waarborg Woningbouw de woningcorporaties verstrekt. Deze borgstelling is in breed landelijk verband met alle gemeenten afgesproken. Het optreden van het risico is echter zeer beperkt. 5. Mogelijke WW-verplichtingen personeel: Als een arbeidsovereenkomst met wederzijdse goedkeuring wordt ontbonden of het contract niet wordt verlengd dan kan er sprake zijn van een WW-verplichting. De gemeente is hier niet voor verzekerd en is dus zelf WW-risicodrager. Op voorhand is niet bekend of en zo ja in welke mate er sprake is van een WW-verplichting en daarom is deze ook niet begroot. 6. Financiële tegenvallers projecten: Projecten kennen risico's. Deze risico's worden in de projecten zelf benoemd. Het risico op de risico's is niet financieel afgedekt in de projecten. Een aantal risico's, zoals hyperinflatie, rampen en oorlogen, zijn te generiek en daarom worden ze op een hoger niveau algemeen afgedekt. De reden dat ondanks de omvang van het risico het effect beperkt is komt doordat de meeste projecten in 40 of 50 jaar worden afgeschreven.