Onderzoeksrapport schuldhulpverlening.pdf
Tekst van het document
11
Norm
Bevindingen
De gemeente geeft voldoende informatie aan haar burgers over de mogelijkheden voor schuldhulpverlening
Opsterland heeft een strak georganiseerde toegang tot schuldhulpverlening, namelijk alleen via het gebiedsteam. Het hele team let op signalen van schulden bij mensen. Bij gebeurtenissen waarbij inwoners naar de gemeente komen zoals geboorte of trouwen, wijst de gemeente ze op schuldhulpverlening en ze houden rekening met eventueel laaggeletterden.
19
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
5 - Ervaringen van de doelgroep in schuldhulpverlening In dit laatste hoofdstuk krijgen de inwoners van Opsterland die tot de doelgroep horen het woord. Onderzocht is of op de volgende onderzoeksvragen een antwoord kan worden gegeven. 1. 2. 3.
Is de schuldhulpverlening tijdig en eenvoudig toegankelijk voor iedere inwoner, ook (zzp-) ondernemers, of kunnen mensen tussen wal en schip vallen? Wat zijn de ervaringen van de hulpvragers met de schuldhulpverlening door de gemeente? Hoe komen (potentiële) klanten op het spoor van schuldhulpverlening? Hoe is de het bekendheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid?
5.1 Informatie over ervaringen van de doelgroep die de gemeente heeft verzameld Opsterland verzamelde in de onderzoeksperiode geen informatie over de ervaringen van de doelgroep over schuldhulpverlening. Er is wel in 2018 een enquête gehouden over bewindvoering. De gemeente zag de kosten van bewindvoering elk jaar stijgen en vroeg de mensen die onder bewind stonden naar hun ervaringen. De 112 mensen die hierop antwoordden bleken in twee grote groepen te verdelen: 41% van de groep had alleen schulden en 40% had ‘multiproblemen’, dus meer problemen om op te lossen dan alleen een schuld. Overigen hadden in veel gevallen een verstandelijke beperking. De respondenten hadden vooral behoefte dat ‘alles voor ze werd betaald’, ‘dat alles werd geregeld’ en ‘praktische ondersteuning naar zelfredzaamheid. Op de vraag of de bewindvoering ‘ondersteunt … in de behoefte’ zei 53% ‘nee’ en dat kwam vaak omdat ‘er weinig contact was’, ‘geen budgetplan is’ en er ‘geen inzage in de beheerregeling is’. Opvallend is dat van de 47% die wel tevreden is, dat bij hen de tevredenheid over ‘beschikbare budgetplannen’ en ‘bereikbaarheid en contact’ gaat. Zonder enige twijfel blijkt uit de enquête dat ‘goed contact’ in welke vorm dan ook, de kern van tevredenheid en ontevredenheid vormt.
Op de vraag ‘wat anders moet’ geven 29 mensen aan ‘meer persoonlijk contact’ te willen en 26 ‘betere communicatie’, 25 willen ‘regelmatig overleg’ en 23 mensen vragen om ‘betere bereikbaarheid’. Dat 21 mensen ‘meer respect’ willen is opmerkelijk bij professionele dienstverlening. De gemeente concludeert uit het onderzoek dat bewindvoering maar in 32% van de onderzochte gevallen de juiste ondersteuning geeft. De gemeente denkt voor 62 mensen een andere vorm van inkomensbeheer beter is en maakt hiervoor een plan. 5.2 Informatie over ervaringen van de doelgroep die de rekenkamercommissie heeft verzameld Om ook de stem van de daadwerkelijke gebruiker van de schuldenregelingen te laten horen en de ervaringen uit de praktijk te verzamelen zijn acht gesprekken gevoerd met inwoners van Opsterland die gebruikmaken van enige vorm van schuldhulpverlening. Hieronder leest u eerst een beschrijving van de doelgroep, daarna wordt er ingegaan op de drie deelvragen m.b.t. toegankelijkheid, ervaringen en bekendheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van de schuldhulpverlening. Om de ervaringen van de gebruikers goed over te brengen zult u hieronder ook een aantal quotes lezen die de bevindingen ondersteunen. In verband met privacy van de deelnemers zijn de quotes geanonimiseerd en wordt er gebruik gemaakt van gefingeerde namen.
5.2.1 Kenmerken gesproken gebruikers De groep waarmee de gesprekken gevoerd zijn is divers, al zijn er een aantal kenmerken die (bijna) alle respondenten hebben. In de meeste gevallen is er sprake van (ernstige) multiproblematiek. Naast dat er problematische schulden dreigen te komen of al zijn, is er ook sprake van een of meerdere van de volgende problemen: ziekte van schuldenaar, een of meerdere kinderen met een lichtere of zwaardere beperking, relationele problemen inclusief (v)echtscheiding en huiselijk geweld, huisvestingsproblemen/dakloosheid, problemen met werk vinden of behouden, het (niet) hebben van een uitkering (zowel bijstand als arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) en faillissementen van een eigen ondernemingen. Het type schulden is deels voor alle respondenten gelijk. Bijna iedereen heeft schulden bij de zorgverzekeraar. Daarnaast zijn er vaak schulden gelinkt aan de Belastingdienst voor inkomstenbelasting of voor diverse toeslagen. Indien er sprake is van een of meerdere eigen ondernemingen, zijn daar ook vaak schulden bij de Belastingdienst, de accountant en meerdere overige schuldeisers. De respondenten die nog in een situatie van preventieve hulp zitten hebben vaak problemen met de Belastingdienst of een kleine achterstand bij de woningbouwvereniging. Qua leeftijd en geslacht is de groep redelijk divers.
Er hebben vooral mensen van middelbare leeftijd en mensen die al (bijna) met pensioen zijn meegedaan. Zowel mannen als vrouwen en in twee gevallen gaat het om een deelnemend stel. De meesten, maar niet iedereen, zijn laag opgeleid. Sommigen hebben een baan, de meerderheid heeft een uitkering 20
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
(ziekte gerelateerd, participatiewet, AOW) en een enkeling leeft van partneralimentatie. Ook heeft een aanzienlijk deel een of meerdere kinderen, al dan niet met een beperking. De meeste kinderen zijn inmiddels volwassen of in de tienerleeftijd. Daarnaast blijkt uit de gesprekken dat een behoorlijk deel van de deelnemers een zwak sociaal netwerk heeft om op terug te vallen. Ook is er sprake van spreiding in de fase waarin de respondenten uit de acht gesprekken zich in het traject bevinden. Er is gesproken met mensen die nog aan het begin staan (een gesprek), die zich in het eerste deel van een minnelijk traject bevinden (een gesprek) die het traject hebben afgerond (twee gesprekken), die een WSNP-traject hebben doorlopen en nu voor de tweede keer hulp nodig hebben (een gesprek), die een WSNP-traject hebben doorlopen maar nog steeds budgetbeheer nodig hebben (een gesprek) en die vroegtijdig geholpen zijn waardoor een officieel traject niet heeft hoeven starten (twee gesprekken). 5.2.2 Bekendheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van de schuldhulpverlening Mensen komen in Opsterland op verschillende manieren voor het eerst in aanraking met de schuldhulpverlening. Er kan sprake zijn van doorverwijzing naar Humanitas of de gemeente vanuit andere hulpverlening. Dit kan gaan om hulpverlening voor kinderen uit het gezin of hulpverlening voor de persoon zelf.
Doorverwijzing door de huisarts valt hier ook onder. Daarnaast wordt er soms door familie ook aangegeven dat de gemeente mogelijk kan helpen en stimuleren zij om contact op te nemen. Sommige respondenten gaven aan gewoon te weten dat ze bij de gemeente terecht kunnen bij problemen met financiën. Iemand gaf aan het spreekuur in de bibliotheek zo fijn te vinden. Daar kun je gewoon langskomen en daar word je geholpen. Een andere respondent gaf aan ooit zelf een traject te zijn gestart bij Bureau Benedictus op eigen kosten. Dit is toen niet succesvol gestart wegens missende documenten en uiteindelijk is diegene via de sociale dienst alsnog, op kosten van de gemeente, bij Bureau Benedictus terecht gekomen. Ook is er gesproken met iemand die uit de vroegsignalering op basis van een huurachterstand naar voren is gekomen. Deze persoon was blij dat er contact gelegd werd, omdat de problemen eigenlijk al best wel groot waren. Zelf zou ze er niet opgekomen zijn om naar de gemeente te stappen voor hulp. Er is op basis van dit contact heel snel een WSNP-traject tot stand gekomen. In de meeste gevallen is er regelmatig contact met het gebiedsteam, in sommige gevallen is er alleen rechtstreeks contact tussen respondent en KBNL en is het gebiedsteam niet meer betrokken.
Indien er eenmaal contact is met de gemeente over de (preventie van) (problematische) schulden zijn de ervaringen eensluidend. De respondenten die regelmatig contact hebben met het gebiedsteam/de gemeente geven aan zeer tevreden te zijn. De oprechte betrokkenheid en persoonlijke benadering wordt als erg fijn ervaren. Ze voelen zich gesteund in het proces en hebben het gevoel met hun problemen terecht te kunnen bij het gebiedsteam. Ook het preventieve karakter van de activiteiten van het gebiedsteam worden geroemd door de respondenten die zich nog in deze fase bevinden. “Dus als je dan hulp nodig hebt, dan ga je daarnaartoe (spreekuur bibliotheek). Je legt je vraag neer. Nou en ik ben binnen twee dagen teruggebeld. En toen kwam XX langs hier. Dat vond ik erg plezierig. Ja en die heeft me dan een aantal tips ook gegeven. Ik kon mij aanmelden bij Humanitas. Dan kreeg ik hulp bij het invullen van mijn belastingpapieren. En XX heeft toen een brief voor mij geschreven naar de belastingdienst of ik minder kon betalen. En dat is toen allemaal gelukt, dus ik ben ontzettend tevreden” (Manuela) 5.2.3 Toegang tot schuldhulpverlening Er zijn verschillende fasen in de toegang tot schuldhulpverlening te onderscheiden.
Hoe makkelijk kom je in contact met de partij die je moet begeleiden met het schuldhulptraject (KBNL, Bureau Benedictus)? Hoe verloopt vervolgens het traject van start tot einde bij deze partijen? Uit de gesprekken komt naar voren dat men zelf in contact komt met Benedictus of dat er doorverwezen wordt vanuit gemeente naar KBNL en Bureau Benedictus, maar niet hoe dat verloopt. In de gesprekken wordt voornamelijk globaal gesproken over het opstarten van de trajecten, dat het opstarten soms best lang duurt maar dat deze vertraging niet altijd door KBNL of Benedictus wordt veroorzaakt maar ook wel eens door de complexiteit van de situatie (bv. eerst afronden verkoop huis). Een aantal respondenten heeft inmiddels het traject afgerond. Een deel daarvan krijgt nog een vorm van nazorg, maar een deel ervan geeft ook aan dat er geen nazorg gegeven wordt terwijl daar wel behoefte aan is. Nazorg kan ook (mogelijk) voorkomen dat mensen voor een tweede keer met problematische schulden in aanraking komen. In een geval is er bijvoorbeeld sprake van dat het schuldentraject officieel is afgerond maar er nog brieven komen van de belastingdienst over die periode. Daar had de respondent graag nog ondersteuning bij gehad.
21
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
“Nou je hebt weleens wat nasleep. Want kijk, zo’n bewindvoerderskantoor die helpt jou wel, ook tot de einddatum. En dan houdt hij het in principe ook weer af. Maar je krijgt nog wel wat afrekeningen met de Belastingdienst bijvoorbeeld. ….. Ik ben nog steeds aan het afhandelen met de Belastingdienst. En ik kom er niet heel veel verder mee, want het is heel moeilijk om de Belastingdienst te bereiken en in gesprek te gaan met deze mensen. Dat bedoel ik met afhandeling. Daar zal wat meer steun in - Nazorg, pure nazorg. …… Maar ja, dan zou ik dus opnieuw Benedictus moeten bellen. En dan komen er opnieuw kosten. Dat is net als in de schuldsanering. Dat heb ik niet. Dus als je het geld niet hebt om hulp te zoeken, dan moet je het dus zelf gaan doen maar dat kan ik nu niet i.v.m. psychische omstandigheden. ” (Karel)
5.2.4 Ervaringen met schuldhulpverlening door de gemeente In de vorige drie paragrafen zijn de kenmerken van de respondenten beschreven, de bekendheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van de schuldhulpverlening en de toegang tot de schuldhulpverlening. In deze paragraaf zullen we dieper ingaan op de ervaringen van de respondenten met de gemeente/de gebiedsteams en hun rol in het schuldhulpverleningstraject. Daarnaast zal er ook gerapporteerd worden over wat schulden in zijn algemeenheid doen met een inwoner Vertrouwen en werkrelatie tussen hulpverlener en cliënt Vertrouwen in de gemeente en de betrokken hulpverlenende instanties is een delicaat punt. Over het gebiedsteam van de gemeente zijn de respondenten uitermate tevreden, zoals hierboven ook al te lezen valt. Ze voelen zich gesteund en hebben het idee dat hun contactpersoon het beste met ze voorheeft en echt voor hun welzijn bezig is. Ze kunnen altijd contact opnemen, worden geholpen met hun vragen en het voelt heel laagdrempelig. “Zij heeft dat toch zo kunnen bespreken en ze wou me ook heel erg graag helpen, want dat is ook iets. Als je iemand, ze wou me ook echt helpen, dat heeft ze ook tegen me gezegd. … Ze heeft echt al die tijd naast me gestaan, onder mij, boven mij gestaan. Het was prettig dat je altijd dezelfde persoon hebt.
Dat je een beetje een soort van vertrouwensband…” (Karel) Echter, in een paar gesprekken wordt gesproken over een problematische relatie met een of meerdere van de betrokken partijen, waarbij het vertrouwen vaak steeds verder afbrokkelt. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het idee dat altijd de schuldenaar degene is die in het traject fouten maakt. Bijvoorbeeld discussies over het al dan niet aangeleverd hebben van papieren aan KBNL of er is toch een rekening bij KBNL blijven liggen en niet betaald. De schuldenaar krijgt dit altijd op z’n bordje. De respondenten geven aan dat de instanties nooit verantwoordelijkheid nemen voor door hen gemaakte fouten. “En dan nog heb je weleens, nou, dat er bij het krediet ook wel eens wat misgaat. En dat hebben we ook weleens meegemaakt, dat ze niet op tijd iets hadden betaald. Dan komt een bedrijf komt dan toch naar ons van je hebt niet op tijd betaald. Wat is dit? En dan gingen er toch wat dingen wat niet goed. Nou, dat kan, we zijn allemaal mensen zeg ik en - Maar ja, dan is het toch van, dan gaan er kosten komen, extra kosten. Maar dan die extra kosten gaat niet het krediet betalen, die gaan wij betalen.” (Truus) Daarnaast geeft men aan dat een gebrek aan inlevingsvermogen in de situatie van de schuldenaar er ook voor zorgt dat men zich soms onbegrepen en onmenselijk behandeld voelt.
Een van de respondenten geeft aan dat er door de bewindvoerder erg makkelijk gedaan wordt over zaken zoals kiespijn en het niet naar de tandarts kunnen of het nodig hebben van een leesbril maar deze niet kunnen aanschaffen. “Terwijl ik nooit zeur. Ik vraag niet om meer geld, ik heb haar gevraagd, want ik heb momenteel ook weer enorme kiespijn, maar ik heb haar toentertijd gevraagd, ik zeg, kan de tandarts weer bij mijn verzekering ook? Want ik zei, kon ook niet, is onmogelijk. Ik loop momenteel ook, ik vreet een wereld aan aspirine omdat ik zo’n kiespijn heb omdat het kouder wordt. Maar je, ik kan, ik moet er drie jaar mee omlopen en dat vind ik, ik vind het schandalig dat je daar niet mee geholpen wordt” (Willem) Er zou in sommige gevallen meer gekeken moeten worden naar de individuele situatie van degene die in het schuldhulpverleningstraject zit. Een ander voorbeeld wat dit onderstreept is het verhaal van een respondent die verplicht moest verhuizen van de woningbouw wegens sloop van zijn toenmalige woning. De verplichte 22
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
verhuisvergoeding die de woningbouw ter beschikking moet stellen verdween compleet de boedel in op aanwijzing van KBNL, waardoor verhuizen haast onmogelijk werd gemaakt. De respondent heeft het traject nu afgerond, maar zit nog steeds in een huis zonder fatsoenlijke vloer- en raambekleding. Men geeft aan dat een deel van deze moeizame relatie ook veroorzaakt wordt door de vele wisselingen van personeel die er bij KBNL en de bewindvoerders plaatsvindt. Dan moet je elke keer je verhaal opnieuw doen en weer opnieuw een relatie met iemand proberen op te bouwen. Voor- en nadelen van hulp vragen Een deel van de respondenten vond het geen enkel probleem om hulp te vragen. De gemeente is laagdrempelig, ze voelen zich gehoord en daarom vinden ze het niet al te moeilijk om aan te geven dat er problemen zijn en dat ze er zelf niet meer uitkomen. Een ander deel van de respondenten heeft hier duidelijk meer moeite mee. Ze wilden hun problemen graag zelf oplossen en dachten vaak nog vrij lang dat dat ook ging lukken. Ze schaamden zich voor de positie waarin ze terecht waren gekomen. Dit zorgde ervoor dat ze bijvoorbeeld niet met hun familie delen dat ze in een schuldhulpverleningstraject zitten. Ook vinden ze het moeilijk dat iemand daar toevallig achter kan komen, omdat je met z’n allen in een kleine gemeenschap leeft.
“En ook- En dat vond ik dan zelf altijd wel wat van, dan kreeg je weer bericht van de Kredietbank, de bankafschriften of wat ook maar en altijd dat grote logo erop van de Kredietbank. Dan denk ik van, waarom? Mijn nicht bezorgt hier de post bij wijze van spreken en een kennis verderop bezorgt hier ook post. Dan denk ik van- Of je moet iets naar het postkantoor, even iets afwegen of wat ook maar. Altijd dat grote- Dan denk ik van- Dat is- Dat vond ik het lastigste. ” (Renate) Ze geven aan dat om hulp vragen betekende dat ze hun hele hebben en houwen op tafel moesten gooien en dat niks meer privé was. Het is een hele stap om iemand zo dichtbij te laten komen. Daarnaast werd de hulp vaak ook als dwingend ervaren. Je had geen keuze meer en moest doen wat ze van je vragen. Dit kan heel benauwend en beklemmend overkomen. Wat doet het hebben van schulden met je Uit alle gesprekken komt naar voren dat het hebben van financiële problemen of het moeten dealen met financiële zaken ook al zijn er nog geen financiële problemen als zeer stressvol ervaren wordt. Het hangt als een donkere wolk boven je. Je bent bang voor de post, bang voor de deurbel, bang voor de telefoon. Door de respondenten wordt er heel verschillend mee omgegaan. De ene persoon blijft strijdbaar en positief, blijft zoeken naar oplossingen.
En je wordt ook steeds creatiever en steeds meer - In het begin is dat heel moeilijk, heel zwaar, heel pittig, maar op een gegeven moment wordt je creatiever en je gaat het doen met wat je wel hebt. En ik kijk ook niet meer naar wat ik niet heb, maar naar wat ik wel heb en daar doen we de dingen mee. En dan soms besef je van ik kan meer dan ik dacht (Truus) De andere persoon krijgt (ergere) psychische problemen en ziet geen licht meer aan het einde van de tunnel. Ze hopen allemaal dat er betere tijden komen, maar niet iedereen houdt die hoop nog. Omdat de financiële problemen vaak samen gaan met nog meer problemen is het vaak erg veel om te behappen en heeft men te maken met meerdere hulpverlenende instanties en partijen. Dit kost veel energie, ook al draagt het (deels) bij aan het verminderen van iemands problemen, en drukt een grote stempel op iemands leven. “Precies, alle post ging gewoon weg. Ze lagen op een bultje en niet in het zicht en dan denk ik van wat niet weet wat niet deert. Zo gaat het, want je zit in die overlevingsstand. Gelukkig heb ik goede hulpverlening ook gehad, via de gemeente de laatste jaren” (Simon) Een enkeling geeft aan dat een schuldhulpverleningstraject ook invloed heeft op de gezondheid van deze persoon en/of het gezin.
Hierboven is al gesproken over de kiespijn en de leesbril, maar het gaat ook over herstellen van psychische problemen bijvoorbeeld. Je hebt extra stress, maar ook minder mogelijkheden om dingen te doen die goed voor je zijn of die worden geadviseerd door je behandelaren. Dit zorgt er ook weer voor dat je je financiële situatie moeilijker kan verbeteren omdat je bijvoorbeeld langer niet in staat bent om te werken. Een soort vicieuze cirkel waar je niet uit komt. “De psychiater zegt, je moet gaan sporten. En de Wsnp zegt, je moet je abonnement bij de sportschool opzeggen. ...…. Krijg je veel advies natuurlijk van je behandelaars, dat je de deur uit moet gaan, vakanties moet nemen, sportschool en noem maar op. En voor dat alles had ik gewoon geen geld. Er was geen geld daarvoor.” (Karel)
23
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
5.5 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen
12
Norm
Bevindingen
De hulpvragers zijn op de hoogte bij wie zij zich moeten melden en hoe de hulpverlening wordt gegeven.
Uit de gesprekken met inwoners van Opsterland die gebruikmaken van enige vorm van schuldhulpverlening, blijkt tevredenheid over de hulp door het gebiedsteam. De laagdrempeligheid wordt als prettig ervaren. Kenmerkend voor mensen met schulden die door de gemeente geholpen worden is dat er sprake is van multiproblematiek. Men heeft niet alleen schulden, maar ook problemen op één of meerdere andere levensgebieden. Hierbij is ook vaak hulpverlening vanuit de gemeente en/of overige instanties betrokken. Tevredenheid en vertrouwen in het gebiedsteam is zeer sterk aanwezig. De manier van werken wordt als zeer fijn ervaren. Men heeft het idee dat het gebiedsteam naast ze staat en voor ze opkomt. Het gebiedsteam is laagdrempelig te bereiken en doet veel aan preventie. Dit wordt als prettig ervaren door de gebruikers. Het biedt toegang tot schuldhulp of voorkomt dat dit mogelijk nodig is. Vertrouwen in het gebiedsteam is sterk aanwezig, maar er zijn ook andere partijen betrokken. De cliënten voelen dat ze daar regelmatig gewantrouwd worden, want als er iets fout gaat is het altijd hun schuld en nooit die van de de betrokken instanties, zoals de Belastingdienst en KBNL. Daarnaast heeft men het idee dat de hulpverlener zich vaak moeilijk kan inleven in de situatie van de cliënt. Dit draagt niet bij aan de vertrouwensband. Schulden hebben een grote impact op iemands dagelijks leven.
Het veroorzaakt veel stress en beïnvloedt psychische problemen. Maar het heeft ook een directe invloed op iemands lichamelijke gezondheid indien er sprake is van ziekte. Dit beïnvloedt weer de kans om je financiële positie te verbeteren.
24
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
Bijlage 1 - Bronnen Beleidsdocumenten Wet Schuldhulpverlening 2012 Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) 1998 Wijziging wet gemeentelijke schuldhulpverlening 2021 Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag 2021 Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind 2021 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet 2021 Beleidsnotitie “Gekantelde schuldhulpverlening” 2013-2016 Actieplan schuldhulpverlening: de uitwerking 2018 Coalitie-akkoord 2018-2022 Begrotingen 2015-2019 Begroting 2020 en 2021 Verantwoording 2019 Profiel consulent budgetcoaching, juli 2016 Dienstverleningsovereenkomst schuldhulpverlening gemeente Opsterland-KBNL okt.2013 Advies aan college Uitkomsten onderzoek bewindvoering aug.2017 Plan van aanpak afbouw bewind Plan van aanpak afbouw bewindvoering nieuw instroom v.a.1-1—2017 Plan van aanpak uitwerking stabilisatie en bewindvoering juni 2016 Ontwikkelagenda’s gemeente Opsterland april 2019 Publieksversie Ontwikkelagenda’s 2019 Leidraad van KBNL “Vroegsignalering schulden” sept.2018 Handleiding van NVVK “transitie naar effectieve stabilisatie” 2019 Interviews Portefeuillehouder Opsterland Beleidsmedewerker Opsterland Budgetcoach Opsterland Concernmanager sociale dienst Opsterland Raadsleden Opsterland Hoofd adviesteam Noord KBNL Directeur bureau Benedictus Twee leden Adviesraad Sociaal Domein Vrijwilliger Humanitas Acht gesprekken met inwoners van gemeente Opsterland,
klant van schuldhulpverlening
25