Onderzoeksrapport schuldhulpverlening.pdf
Tekst van het document
RKC Opsterland
Schuldhulpverlening in Opsterland juni 2021
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
Voorwoord
2
Conclusies en aanbevelingen
3
Bestuurlijke reactie
4
Nawoord
5
1 - Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel en vraagstelling 1.3 Afbakening van het onderzoek 1.4 Onderzoeksverantwoording 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 7 7
2 - Beschrijving en analyse van landelijk en gemeentelijk beleid 2.1 Landelijke regels 2.2 Gemeentelijk beleid 2.3 Afspraken met partners van de gemeente 2.4 Informatievoorziening aan de gemeenteraad 2.5 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen
8 8 9 10 12 12
3 - Beschrijving en analyse uitvoering schuldhulpverlening, aantallen en financiën 3.1 Uitvoering van de schuldhulpverlening 3.2 Financiële resultaten en kengetallen schuldhulpverlening sinds 2015 3.3 Resultaten in de ogen van de gemeentelijke organisatie en college 3.4 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen
13 13 15 16 16
4 - Ervaringen van ketenpartners in de schuldhulpverlening 4.1 Organisaties waarmee de gemeente samenwerkt om mensen uit de schulden te krijgen en houden 4.1.1 Hoe gaat de samenwerking met de gemeente 4.1.2 Resultaten van de gezamenlijke inspanning 4.1.3 Overige opmerkingen over schuldhulpverlening van de ketenpartners 4.2 Uitbesteding schuldhulpverlening aan professionele organisaties 4.2.1 Schuldhulpverlening voor inwoners 4.2.2 Schuldhulpverlening voor ondernemers 4.5 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen
17 17 17 17 17 17 17 18 18
5 - Ervaringen van de doelgroep in schuldhulpverlening 5.1 Informatie over ervaringen van de doelgroep die de gemeente heeft verzameld 5.2.2 Bekendheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van de schuldhulpverlening 5.2.3 Toegang tot schuldhulpverlening 5.2.4 Ervaringen met schuldhulpverlening door de gemeente 5.5 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen
19 19 20 20 21 23
Bijlage 1 - Bronnen
24
1
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
Voorwoord In het jaarlijkse gesprek met de raadsleden van Opsterland kregen we de vraag te onderzoeken hoe de schuldhulpverlening door de gemeente verloopt. Zij wilden niet alleen weten of het efficiënt en effectief gebeurt maar ook hoe de betrokken inwoners de hulpverlening beleven. Het rapport bestaat uit een deel beleid en evaluatie en uit een deel ervaringen van inwoners. De combinatie van beide onderdelen leidt tot conclusies en een aanbeveling die in onze ogen de schuldhulpverlening in Opsterland kunnen verbeteren. Tot slot bedanken we de ambtenaren van de gemeente Opsterland voor de samenwerking bij dit onderzoek. Ook de andere geïnterviewden zijn we veel dank verschuldigd. Een speciaal woord van dank is hier op zijn plaats voor de mensen die in de schuldhulpverlening zitten en ons hun ervaring vertelden.
Tiny Ruiter, voorzitter rekenkamercommissie
2
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
Conclusies en aanbevelingen In dit onderzoek stond de vraag centraal “Voldoet het beleid voor schuldhulpverlening aan de wettelijke eisen en voert de gemeente het beleid effectief en efficiënt uit?” Uit het onderzoek naar het antwoord hierop zijn de conclusies: 1 Door een goed georganiseerde uitvoering heeft de gemeente de schuldhulpverlening in de hand De ambtenaren die inwoners spreken letten op signalen van schulden en brengen ze in contact met het gebiedsteam. Het resultaat hiervan is een lage drempel om hulp te vragen. Na gedegen onderzoek door eigen mensen heeft de gemeente de uitvoering zo gestroomlijnd dat de ambtenaren cliënten zoveel mogelijk zelf de problemen proberen op te laten lossen. Als dat niet gaat worden goed-opgeleide vrijwilligers ingeschakeld die nauw samenwerken met de gemeente. Bij cliënten met de grootste problemen worden professionele hulpverleners ingeschakeld. Deze manier van werken geldt voor particulieren en ondernemers. 2 Inwoners die schuldhulpverlening krijgen, zijn tevreden over de gekregen hulp en vertrouwen de gemeente Cliënten zijn tevreden over de lage drempel om hulp te vragen en de hulp die ze van het gebiedsteam krijgen. Ze hebben vertrouwen in de mensen van het gebiedsteam, ervaren de manier van werken als ‘zeer fijn’. Veel cliënten met schulden hebben op meer dan een gebied problemen, dit brengt het gebiedsteam in beeld.
Deze cliënten zeggen dat ze het gevoel hebben dat de mensen van het gebiedsteam voor hen opkomen. In de ogen van de cliënten is dat erg prettig omdat andere partijen waarmee ze te maken krijgen hen ook wel met wantrouwen bejegenen, zo wordt in de gesprekken met cliënten aangegeven. Voorbeelden hiervan zijn de Belastingdienst en de Kredietbank. In de onderzochte periode had de gemeente geen meetbare doelen voor schuldhulpverlening, zoals een dalend aantal mensen in de schulden bijvoorbeeld. De resultaten van de inspanningen werden niet systematisch bijgehouden en aan de raad gerapporteerd. In de nieuwe uitvoeringsagenda staan sinds vorig jaar inmiddels wel meetbare doelen en daarover krijgt de raad jaarlijks informatie. 3a Het beleid voor schuldhulpverlening maakt stappen vooruit maar moet voor gezinnen met inwonende minderjarige kinderen beter vastgelegd worden Opsterland heeft onlangs nieuw beleid vastgesteld met daarin dus nu ook meetbare doelen. Dit is een welkome stap vooruit zodat de raad geïnformeerd kan worden over de maatregelen maar ook over de bereikte doelen. Specifiek beleid voor minderjarige kinderen ontbreekt echter in het schuldhulpverleningsbeleid. Het college vindt het voldoende dat het algemene armoedebeleid ook voor kinderen in gezinnen met problematische schulden geldt. De vraag is of hiermee aan de wet wordt voldaan.
De wet schrijft immers voor om in het schuldhulpverleningsbeleid aan te geven hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven. 3b Het schuldhulpverleningsbeleid is onderdeel van de ontwikkelagenda’s die niet door de raad maar door het college worden vastgesteld De wet schrijft ook voor dat de raad het schuldhulpverleningsbeleid telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vaststelt. Een evaluatie van de voorgaande periode kan hierbij ondersteunen. Vanaf 2020 valt schuldhulpverlening onder de ontwikkelagenda maar daar staan geen gedetailleerde plannen in voor schuldhulpverlening zoals de wet die wel voorschrijft. Het is de bedoeling van het college die in de uitvoeringsagenda vast laten te stellen door het college. De wet stelt echter dat de gemeenteraad de uitgewerkte plannen vast moet stellen. De rekenkamercommissie ziet dit als enige omissies in het beleid van schuldhulpverlening in Opsterland. Kortom: de gemeente Opsterland heeft beleid dat op vrijwel alle punten aan de wet voldoet en heeft een uitvoering die strak is georganiseerd en door de betrokkenen als prettig en doeltreffend wordt ervaren. Voor de rekenkamercommissie resteren twee punten van aandacht: aanvullend beleid voor kinderen in gezinnen met probleemschulden & op basis van een evaluatie elke vier jaar het schuldhulpverleningsbeleid opnieuw vaststellen.
Dit leidt tot de volgende aanbeveling: Ontwikkel samen met de raad aanvullend beleid voor gezinnen met inwonende minderjarige kinderen met problematische schulden Gezinnen met kinderen die problematische schulden hebben, kunnen een beroep doen op de algemene armoederegelingen van de gemeente maar de wet schrijft voor dat in het schuldhulpverleningsbeleid wordt aangegeven hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven. Wij bevelen u aan hier aanvullend beleid in het schuldhulpverleningsbeleid voor te laten ontwikkelen door het college. Formuleer daarbij aparte doelen voor gezinnen met kinderen en evalueer met het college na vier jaar hiervan de resultaten samen met de andere resultaten van het beleid voor schuldhulpverlening om daarmee elke vier jaar het schuldhulpverleningsbeleid vast te stellen.
3
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
Bestuurlijke reactie
4
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
5
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
Nawoord De reactie van het college sluit aan bij onze conclusies. Alleen is wel de vraag wel of het college de vrijheid heeft om ‘geen doelgroepenbeleid’ te hebben en geen apart beleid voor gezinnen met kinderen op te stellen. Zeker nu de wet juist wel een doelgroep benoemt en uitdrukkelijk voorschrijft dat het college en raad beleid voor deze specifieke, kwetsbare groep opstellen. Waarom staat dit voorschrift in de wet? Dit is naar aanleiding van een aangenomen amendement van het kamerlid M. Sterk (CDA). In de toelichting daarbij staat: “In het wetsvoorstel hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor het opstellen van een plan voor de schuldhulpverlening en de uitvoering daarvan. Het is van belang dat gemeenten hierbij bijzondere aandacht besteden aan de situatie van gezinnen met kinderen. De gevolgen van problematische schulden zijn immers extra schrijnend als er kinderen in het spel zijn. Dit amendement beoogt om gemeenten bij het opstellen van een plan voor schuldhulpverlening duidelijk te laten aangeven hoe zij omgaan met gezinnen met kinderen. Indien mogelijk dient aan gezinnen met kinderen prioriteit te worden gegeven.” In de ogen van de rekenkamercommissie heeft de gemeente niet de vrijheid de wet hierover te negeren.
6
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
1 - Inleiding In 2019 en 2020 voerde de rekenkamercommissie onderzoek uit naar beleid en uitvoering van de schuldhulpverlening in Opsterland. In dit hoofdstuk beschrijven we achtereenvolgens de aanleiding om dit onderzoek uit te voeren (paragraaf 1.1), de onderzoeksvragen (paragraaf 1.2), de focus van het onderzoek (paragraaf 1.3) en de wijze waarop we het onderzoek hebben uitgevoerd (paragraaf 1.4). In de laatste paragraaf treft u de leeswijzer aan. 1.1 Aanleiding Naar schatting heeft één op de vijf Nederlandse huishoudens financiële problemen, waarvan 500.000 tot 700.000 huishoudens te maken heeft met ernstige financiële problemen1. In een vergelijking tussen de jaarcijfers van de NVVK en een enquête van het Nibud blijkt dat bepaalde groepen zich niet of minder vaak aanmelden bij de schuldhulpverlening. Huishoudens die zich vaker niet melden bij de schuldhulpverlening zijn o.a gezinnen met kinderen, gezinnen met een koopwoning en jongere huishoudens. Het duurt gemiddeld vijf jaar voordat een huishouden aanklopt voor schuldhulpverlening. In deze vijf jaar kan een relatief kleine schuld uitgroeien tot een grote schuld2. Raadsleden van Opsterland gaven in het jaarlijkse gesprek met de rekenkamercommissie aan meer over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de schuldhulpverlening te willen weten.
In het vooronderzoek heeft de rekenkamercommissie geconcludeerd dat het zinvol is een rekenkameronderzoek naar de werking van het schuldhulpverleningsbeleid uit te voeren. Een dergelijk onderzoek kan relevante aanbevelingen voor de raad en het college van de gemeente Opsterland opleveren. 1.2 Doel en vraagstelling Doel van het onderzoek na te gaan of het beleid van de gemeente voldoet aan de wettelijke eisen en of het beleid effectief en efficiënt wordt uitgevoerd. De centrale onderzoeksvraag is: “Voldoet het beleid voor schuldhulpverlening aan de wettelijke eisen en voert de gemeente het beleid effectief en efficiënt uit?” De rekenkamercommissie heeft daarbij de volgende deelvragen geformuleerd: 1.
Wat is het geldende landelijke en lokale beleid voor schuldhulpverlening en is de uitvoering ingebed in het sociaal domein? 2. Op welke wijze is er aandacht voor gezinnen met inwonende, minderjarige kinderen? Past de gemeente maatwerk toe waar nodig? Wat is de rol van de budgetcoach? 3. Is de schuldhulpverlening tijdig en eenvoudig toegankelijk voor iedere inwoner, ook (zzp-) ondernemers, of kunnen mensen tussen wal en schip vallen? 4. Zijn de resultaten na 2015 beter dan daarvoor door de werking van gebiedsteams? 5. Hoe voorkomt de gemeente herhaling en welke nazorg verstrekt de gemeente daartoe? Zijn langetermijneffecten bekend? 6. Welke resultaten levert de eventuele vroeg-signalering met externe partijen op? 7. Krijgt de raad tijdig, volledige en juiste informatie van het college om kaders te stellen en de uitvoering te controleren? Zoals wettelijk verplichte informatie, behaalde resultaten en evaluaties? 8. Heeft de gemeente overzicht van de aantallen hulpvragen, de afwijzingen met reden waarom, de in behandeling genomen hulpvragen en de kosten van de schuldhulpverlening, zowel van de hulpverlening door de gemeente als door de Kredietbank Noord Nederland? 9. Wat zijn de ervaringen van de hulpvragers met de schuldhulpverlening door de gemeente? 10.
Is er inzicht in de oorzaken van schulden? Welke preventiemaatregelen neemt de gemeente ter voorkoming hiervan? Welke resultaten worden hiermee behaald? 11. Hoe komen (potentiële) klanten op het spoor van schuldhulpverlening? Hoe is de het bekendheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid? 12. Is maatwerk mogelijk? Welke vrijheidsgraden worden gehanteerd? Is een beroep op de hardheidsclausule mogelijk? 13. Hoe wordt het beleid aangepast aan veranderende situaties? Wordt daarbij ook rekening gehouden met ontwikkelingen in de schuldenproblematiek, bijvoorbeeld de positie van bijstandsontvangers, zzp’ers en dubbele inkomens? 14. Met welke organisaties werken de gemeenten samen en hoe is deze samenwerking vormgegeven? 15. Welke instrumenten zetten de gemeenten en hun samenwerkingspartners in? 1 2
Schonewille & Crijnen, 2018 Schonewille & Meijers, 2019
7
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
1.3 Afbakening van het onderzoek In het onderzoek is gekeken naar de ontwikkelingen sinds 2012 (invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en lokaal beleid) tot en met een deel van 2020. Relevante documenten uit die periode zijn bestudeerd. Per 1 januari 2021 werd de wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening van kracht, daar waar relevant heeft de rekenkamercommissie dit in haar rapportage meegenomen. 1.4 Onderzoeksverantwoording Tijdens de eerste fase van het onderzoek heeft de rekenkamercommissie vooronderzoek gedaan. Daarna zijn de bevindingen uit het vooronderzoek en de voorlopige onderzoeksvragen met raadsleden van Opsterland besproken. Raadsleden gaven input voor de definitieve onderzoeksvragen. Vervolgens is een onderzoeksbureau geselecteerd dat de definitieve onderzoeksvragen heeft geformuleerd (zie hierboven paragraaf 1.2.) en is een normenkader ontwikkeld. Het normenkader is vastgesteld door de rekenkamercommissie. Nadat de onderzoeksopzet en het normenkader door de rekenkamercommissie zijn vastgesteld, is het onderzoek in december 2019 van start gegaan met een startbijeenkomst voor de rekenkamercommissie, de onderzoekers, de portefeuillehouders en ambtelijk betrokkenen. Vervolgens zijn alle relevante documenten opgevraagd en geanalyseerd.
Daarna zijn meerdere gesprekken gevoerd met ambtenaren en de wethouder die verantwoordelijk zijn voor het beleid aangaande schuldhulpverlening. De documentanalyse en de gesprekken hebben geresulteerd in een beschrijving en analyse van het beleid. De beleidsanalyse is uitgevoerd met behulp van het normenkader: richtlijnen waaraan het beleid moet voldoen. Na de beleidsanalyse heeft het onderzoek zich gericht op de uitvoering: hoe pakt het schuldhulpverleningsbeleid uit in de dagelijkse praktijk. Bij de gesprekken met inwoners is een menscentrale aanpak gehanteerd. Dit betekent dat de uitwerking van het beleid op de doelgroep zelf een grote rol speelt. In combinatie met gesprekken met de gemeente en samenwerkingspartners, een analyse van de beleidsdocumenten en financiële gegevens, levert dit inzicht op in wat de beleidsdoelstellingen van de gemeente Opsterland zijn en hoe deze doelstellingen worden behaald. De beschreven uitvoeringspraktijk is eveneens geanalyseerd met behulp van het normenkader. Tot slot is gesproken met vertegenwoordigers van de raadsfracties. Het onderzoeksrapport is conform het onderzoeksprotocol van de rekenkamercommissie voorgelegd aan de ambtelijke organisatie van de gemeente Opsterland om na te gaan of de feiten zoals beschreven in het rapport in het licht van de onderzoeksdoelstelling en –vraagstelling, juist en volledig zijn.
Op- of aanmerkingen als gevolg van dit ambtelijk hoor en wederhoor zijn, na zorgvuldige afweging van de rekenkamercommissie, verwerkt. De wijze waarop de rekenkamercommissie dit gedaan heeft is middels een memorie van antwoord teruggekoppeld aan de gemeentelijke organisatie. Vervolgens is een analyse gemaakt en zijn de conclusies en aanbevelingen geschreven. Het onderzoeksrapport is voor bestuurlijk wederhoor voorgelegd aan het college van B&W (conform artikel 7, lid d-e, onderzoeksprotocol van de rekenkamercommissie). De bestuurlijke reactie van het college is opgenomen in het onderzoeksrapport, evenals het nawoord van de rekenkamercommissie. Het veldwerk van dit rekenkameronderzoek is in opdracht van de rekenkamercommissie uitgevoerd door CAB Groningen. De rapportage is vervolgens met behulp van het verzamelde onderzoeksmateriaal geschreven door de rekenkamercommissie. 1.5 Leeswijzer In het tweede hoofdstuk staat aan welke wet de gemeente moet voldoen en welke verordeningen en beleid de gemeente zelf op heeft gesteld. In hoofdstuk 3 staat hoe de gemeente dit beleid uitvoert in getal, financiën en in de ogen van de eigen ambtenaren en bestuur. Hoofdstuk 4 legt uit hoe de professionals waar de gemeente mee samenwerkt tegen de uitvoering aankijken. In het laatste hoofdstuk staan de ervaringen van de inwoners van Opsterland die tot de doelgroep behoren.
De samenvatting, conclusies en aanbevelingen waar dit rapport mee begon, zijn op basis van de hoofdstukken 1 tot en met 5 gemaakt.
8
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
2 - Beschrijving en analyse van landelijk en gemeentelijk beleid Dit hoofdstuk gaat over de landelijke regels en de uitwerking daarvan in Opsterland. Onderzocht is of op de volgende onderzoeksvragen een antwoord kan worden gegeven: 1. 2. 3. 4. 5.
6.
Wat is het geldende landelijke en lokale beleid voor schuldhulpverlening en is de uitvoering ingebed in het sociaal domein? Op welke wijze is er aandacht voor gezinnen met inwonende, minderjarige kinderen? Is maatwerk mogelijk? Welke vrijheidsgraden worden gehanteerd? Is een beroep op de hardheidsclausule mogelijk? Hoe voorkomt de gemeente herhaling en welke nazorg verstrekt de gemeente daartoe? Hoe wordt het beleid aangepast aan veranderende situaties? Wordt daarbij ook rekening gehouden met ontwikkelingen in de schuldenproblematiek, bijvoorbeeld de positie van bijstandsontvangers, zzp’ers en dubbele inkomens? Krijgt de raad tijdig, volledige en juiste informatie van het college om kaders te stellen en de uitvoering te controleren? Zoals wettelijk verplichte informatie, behaalde resultaten en evaluaties?
Dit hoofdstuk is verdeeld in vier paragrafen. Eerst wordt uitgelegd wat volgens de wet moet, dan wat uit de eigen gemeentelijke beleidsregels volgt. In paragraaf 3 wordt beschreven welke afspraken de gemeente heeft met professionele partners en met vrijwilligersorganisaties. Tot slot wordt de wijze waarop de gemeenteraad van Opsterland geïnformeerd wordt over beleid, uitvoering en resultaten van de schuldhulpverlening beschreven. 2.1 Landelijke regels De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is op 1 juli 2012 in werking getreden. Gemeenten hebben bij deze wet veel meer vrijheid gekregen om zelf het beleid voor schuldhulpverlening vorm te geven. De wet uit 2012 schrijft echter nog wel een aantal minimale regels voor, namelijk dat: ● ● ● ● ●
Gemeenten richting moeten geven aan beleidsplannen omtrent integrale schuldhulpverlening, waarbij preventie een belangrijk onderdeel is. Deze plannen voor maximaal vier jaar opgesteld moeten worden. De schuldhulpverlening voor iedereen toegankelijk moet zijn. De maximale wacht- en doorlooptijden bedragen 4 weken. De gemeente moet hierbij inzicht geven in de doorlooptijd; het aantal weken tussen het eerste gesprek en het bereiken van resultaat. Gemeenten krijgen veel eigen ruimte bij het invullen van maatregelen omtrent de schuldhulpverlening.
Gemeenten moesten na invoering van deze wet het eigen beleid formuleren in een plan dat de raad moet goedkeuren. Dit plan moet volgens de wet dan wel ten minste de volgende vier onderdelen hebben: A. B. C. D.
welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft voor het eerste gesprek plaatsvindt hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven
Kerndoel is de ‘integrale schuldhulpverlening’ die de gemeente zelf vorm moet geven. Schuldhulpverlening definieert de wetgever als: “het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg”.3 In januari 2021 is een wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ingegaan. Gemeenten krijgen per 2021 de taak om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden veel sneller dan voorheen en in een vroeg stadium in beeld en kunnen zij actief schuldhulpverlening aanbieden. Vroegsignalering van problematische schulden is onderdeel van de schuldenaanpak van het kabinet. Doel hiervan is: ● ● ● 3
Het voorkomen van schulden door preventie en vroegsignalering De inwoner in een verder stadium te ontzorgen en te ondersteunen. Met een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso.
Wet schuldhulpverlening 2012, artikel 1.
9
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
●
En aansluiting/verbinding van schuldenbewind op andere soorten sociale- of maatschappelijke ondersteuning.
Om dit mogelijk te maken zijn de bestaande wetten aangepast: de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind en de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag, beter bekend als het ‘verbreed beslagregister’. In dit onderzoek kan niet na worden gegaan wat met de nieuwe wet is gedaan omdat het onderzoek halverwege 2020 werd afgerond. Wel worden de aanbevelingen die uit dit onderzoek volgen naast deze wetswijzigingen gelegd. 2.2 Gemeentelijk beleid De gemeente stelde bij het ingaan van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in 2012 een gemeentelijk beleidsplan “Gekantelde schuldhulpverlening” op dat liep van 2013 tot 2016. Dit beleidsplan is na 2016 niet formeel in de raad geëvalueerd en ook is nooit een nieuw plan geschreven. Dit laatste is niet in overeenstemming met de wet waarin staat: “Deze plannen voor maximaal vier jaar opgesteld moeten worden.” In het beleidsplan uit 2012 staat verder: “De gemeenteraad heeft de wettelijke taak om toe te zien op de kwaliteit van de schuldhulpverlening en dient een plan vast te stellen dat richting geeft aan de schuldhulpverlening.” Strikt genomen is dat na 2016 dus niet meer gebeurd. De reden hiervan is dat schuldhulpverlening integraal onderdeel van het sociaal domein werd na de decentralisatie in 2015.
In 2020 heeft de gemeente Opsterland schuldhulpverlening opgenomen in de ‘Ontwikkelagenda sociaal domein’. De vraag is echter of deze uitwerking van schuldhulpverlening nog wel aan de nog steeds van kracht zijnde wet gemeentelijke schuldhulpverlening voldoet. In 2012 wilde de gemeente de schuldhulpverlening ‘kantelen’, jargon dat destijds veel werd gebruikt om uit te drukken dat de inwoner ook zelf wat moest doen. Dat is bijvoorbeeld terug te lezen in de ‘drie fasen’ die het plan noemt: 1. 2.
3.
Faciliteren. In deze fase zorgt de gemeente er voor dat de klant de schuldhulpvraag zelfstandig op kan lossen Ondersteunen. In deze fase wordt voorkomen dat de schulden groter worden door de ‘achterliggende problematiek’ aan te pakken. Het sociaal team geeft zo nodig psychische hulp, sociale hulp of noodhulp en de gemeente zorgt voor ‘stabilisatie’ door ‘structurele ondersteuning van de basisbehoeften’. Oplossen. In deze fase worden de schulden geregeld.
De gemeente ziet in 2012 schulden als ‘een probleem tussen een schuldenaar en zijn crediteuren’ en verder vindt de gemeente: ‘Alleen in specifieke situaties ziet de gemeente een actieve rol voor zichzelf weggelegd om een schuldsituatie te stabiliseren of op te lossen’. Het doel van het gemeentelijk beleid destijds was dat ‘de schuldhulpverlening in onze gemeente aantoonbaar effectief en efficiënt is’. Opsterland gebruikt de term ‘financiële schuldhulpverlening’ voor inwoners met schulden die alleen met een ‘saneringskrediet’ kunnen worden opgelost. Daarvoor gebruikt de gemeente Kredietbank Nederland (KBNL). Op zich kan deze hulp beter voorkomen worden, vanwege de strenge eisen die dat aan de inwoner stelt. De gemeente wil mensen liever helpen vóór ze onoplosbare schulden krijgen. Het college heeft hier hoge verwachtingen van en schrijft dat ‘de kosten van schuldhulpverlening … waar mogelijk zelfs te kunnen verlagen’. Het beleidsplan “Gekantelde schuldhulpverlening” heeft echter geen meetbare doelen, behalve dan dat de kosten zouden moeten dalen. In 2011 gaf de gemeente €165.000 aan schuldhulpverlening uit. Op dat moment zaten ‘er 111 inwoners van de gemeente Opsterland in een traject bij de KBNL’. Strikt genomen voldoet het plan daarmee niet aan de wet, die juist voorschrijft dat de gemeente aangeeft welke resultaten de gemeente in de beleidsperiode wil bereiken.
Een voorbeeld daarvan zou zijn: ‘het aantal inwoners in de schuldhulpverlening met 25% te laten dalen en de jaarlijkse kosten met 10% in het laatste planjaar’. Opsterland wil de schuldhulpverlening toegankelijk maken voor alle inwoners via de website van de gemeente die functioneert als ‘zeef’, waarbij inwoners eerst gewezen worden op de mogelijkheden om het zelf te regelen. Lukt dat niet dan kunnen ze op het spreekuur komen. Daar maakt de medewerker samen met de aanvrager een volledig overzicht van schulden en de oorzaken. De inwoner kan dan naar KBNL worden verwezen of het team probeert de oorzaken met de inwoner aan te pakken. De schulden kunnen zo hoog opgelopen zijn dat een crisis voor het gezin dreigt, bijvoorbeeld als de huurschuld tot huisuitzetting zou leiden. In dat geval neemt de gemeente onmiddellijk actie door met meerdere disciplines te overleggen zodat de uitzetting kan worden voorkomen. Als crisishulp niet nodig is dan kan de gemeente de inwoner schuldhulpverlening aanbieden of aansturen op ‘stabilisatie’ waarmee de schulden niet verder escaleren maar ook geen andere hulp wordt geboden. Voor kinderen zijn extra regelingen die de gemeente in het gesprek met de inwoner actief aanbiedt. Sinds 2012 is de werkwijze van de gemeente wel aangepast en integraal onderdeel van het gebiedsteam geworden.
Dit is echter niet in concreet, nieuw en door de raad goedgekeurd beleid voor schuldhulpverlening opgenomen. De Wet
10
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
schuldhulpverlening is hierover duidelijk en schrijft dit wel degelijk voor. Dat het beleid voor schuldhulpverlening nu onder het integrale werken valt, neemt de grond voor deze voorschriften niet weg. Ondernemers zijn van de hierboven beschreven schuldhulpverlening uitgesloten. Omdat tegenwoordig veel mensen ondernemer zijn (denk bijvoorbeeld aan de ZZP-ers) groeit deze groep. Het beleid van de gemeente is dat ondernemers eerst met hun eigen bank moeten proberen het te regelen. Ook moet de boekhouding in orde zijn. Voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen, schakelt de gemeente Bureau Benedictus in. Voor levensvatbare bedrijven is bedrijfskrediet een mogelijkheid. De wet vraagt gemeenten ook aan preventie te doen. Opsterland pakt dat in het beleidsplan op door cursussen ‘omgaan met geld’, voorlichting op scholen, informatie via ambtenaren die bijstandsgerechtigden spreken en andere methoden. De minima wijzen op de vele regelingen in het armoedebeleid ziet de gemeente ook als preventie. Ook vraagt de wet om in de beleidsplannen aan te geven hoe schuldhulpverlening vorm wordt gegeven voor gezinnen met minderjarige kinderen. In de plannen uit 2012 staat hierover dat ‘kinderen niet de dupe mogen worden van de financiële keuzes van hun ouders’. Het beleid bestaat voornamelijk uit de al bestaande armoederegelingen en actief onder de aandacht van de betrokkenen brengen.
In het beleidsplan is niets extra's voor gezinnen met kinderen geregeld. In 2018 werken ambtenaren een actieplan schuldhulpverlening uit met als doel om bij de doelgroep de inkomsten te vergroten en de uitgaven te minimaliseren. Hiervoor gaat de gemeente werk maken van vroegsignalering, preventie en het opzetten van netwerken. Deze plannen komen een jaar later terug in de ontwikkelagenda. In het huidige coalitieakkoord is geen uitdrukkelijke aandacht voor schuldhulpverlening. De begrotingen tot 2019 hebben ook geen aandacht voor schuldhulpverlening maar in de begroting 2020 verandert dat aanzienlijk. Daarin stelt het college twee meetbare doelstellingen voor: “We willen een afname van 10% van het aantal doorverwijzingen naar KBNL en 20% toename van de inzet van vrijwilligers binnen de schuldhulpverlening.” De gemeente wil dit bereiken door het armoedebeleid te actualiseren met extra aandacht voor kinderen. Verder overlegt de gemeente met vrijwilligersorganisaties hoe de doelen bereikt kunnen worden. Bij een ‘life event’ (scheiding, overlijden, geboorte) waar de gemeente van weet, krijgt de inwoner specifieke informatie over regelingen om schulden te voorkomen. Opsterland wil het aantal mensen met bewindvoering verminderen. De kosten hiervan voor de gemeente zijn hoog en veel problemen kunnen volgens het college ook door vrijwilligers opgelost worden.
Het aantal inwoners met bewindvoering wil het college zelfs met 20% verlagen. Opsterland wil verder bijstandsgerechtigden naar een baan begeleiden. In de meerjarenbegroting 2020 - 2023 bezuinigt de gemeente €325.000 op schuldhulpverlening in vier jaar tijd. De begroting van 2021 herhaalt de doelen uit 2020. In de jaarrekening van 2019 meldt het college meer te doen aan preventie via ‘vroegsignalering’, dat is de inwoner benaderen zodra er een betalingsachterstand is bij een nutsvoorziening e.d. Hierin werkt Opsterland in OWO-verband samen en is aangesloten bij Amargi, een stichting die zich richt op vroegsignalering. Ook licht de gemeente inwoners meer voor en denkt na over nieuw armoedebeleid vanwege ‘de forse bezuinigingsopgave in het sociaal domein’. Opsterland heeft in 2019 een nieuwe manier van beleidsvorming gekozen: ‘ontwikkelagenda’s’. Hierin beschrijft het college 10 ambities voor een inclusieve samenleving, leefbaarheid en duurzaamheid. Over schuldhulpverlening schrijft het college dat ‘schuldhulpverlening in het gebiedsteam is versterkt zodat problemen eerder worden opgepakt’ en dat de schuldhulpverlening nu werkt volgens het principe ‘minder uitgaven, meer inkomsten’. In de ontwikkelagenda’s legt de gemeente de focus op vroegsignalering en preventie. Verder verwacht de gemeente veel van ‘netwerken’. Het college wil professionals vervangen door vrijwilligers.
In de ontwikkelagenda’s worden meetbare doelen genoemd. Het aantal mensen dat door wordt verwezen naar de Kredietbank moet 10% dalen en het aantal vrijwilligers 20% stijgen. Ook het aantal mensen onder bewind wil het college laten dalen, met 20%. Duidelijke en meetbare doelen. Voor schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen zijn geen doelen genoemd. 2.3 Afspraken met partners van de gemeente Opsterland is lid van de NVVK (de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en volgt hun leidraad “Vroegsignalering schulden” uit september 2018. De kern van deze leidraad is dat hoe eerder mensen met schulden geholpen worden, hoe kleiner de terug te betalen bedragen zijn en hoe gemakkelijker dat dan gaat. Een vroeg signaal van problemen is bijvoorbeeld het niet-betalen van vaste lasten. In deze leidraad kondigt de staatssecretaris al aan wat de wetswijziging in januari 2021 zal worden: meer en eerder gegevens met de gemeente delen zodat ze daar zo snel mogelijk mee aan de slag kunnen. In Opsterland is deze leidraad opgepakt en is het gebiedsteam actief richting inwoners om probleemschulden zo vroeg mogelijk op te sporen. Het gaat er om dat de problemen zo snel mogelijk in de kiem gesmoord worden en de schade zo beperkt mogelijk blijft.
11
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
De NVVK gaf in september 2019 een kritische handleiding uit voor een ‘transitie naar effectieve stabilisatie’. Hiermee probeert de NVVK iets te doen aan de ‘uitval in de voorbereidingsfase’. Veel van de mensen met schulden haken af in de voorbereidende gesprekken over schuldhulpverlening. Om deze uitval te voorkomen moeten de gezinnen eerst ‘gestabiliseerd’ worden. Dat betekent dat inkomsten gemaximaliseerd en uitgaven geminimaliseerd moeten worden en dat overzicht ontstaat over de eigen financiële situatie zodat de gezinnen stabiel de schuldregelingen kunnen ingaan, vandaar ‘stabilisatie’. De ervaring bij Nederlandse gemeenten sinds 2012 is dat maar 4 op de 100 mensen die in aanmerking komen voor schuldhulpverlening uiteindelijk een schuldenregeling krijgen. De meeste mensen (96%) vallen uit in de stabilisatiefase. Vooral mensen die geen inzicht in de eigen financiën hebben en met langdurige problematiek kampen vallen buiten de boot. De NVVK ziet verder dat gemeenten weinig stuurinformatie hebben, dat de ‘klantbeleving’ bepaalt of klanten het volhouden, dat klanten met langdurige problemen buiten beeld vallen en dat klanten die extra hulp nodig hebben voortijdig uitvallen. Inwoners die schuldhulpverlening nodig hebben die niet door het team zelf of door de vrijwilligers gegeven kan worden, stuurt de gemeente door naar KBNL.
Met KBNL sloot de gemeente een contract waarin de voorwaarden staan. Hierin valt op dat KBNL twaalf gronden heeft om dienstverlening te weigeren: 1. De schuldenaar heeft een eigen woning waarvan de maandelijkse lasten niet in het budget passen 2. De schuldenaar heeft geen inkomen 3. Er is sprake van niet saneerbare boetes 4. Er is sprake van een niet saneerbare fraudeschuld (kinderopvangtoeslag!) 5. Schuldenaar moet nog alimentatie betalen 6. Schuldenaar is aan het scheiden 7. Schuldenaar is ondernemer en de afwikkeling is niet afgerond 8. Schuldenaar heeft zijn belastingaangiftes nog niet gedaan 9. Schuldenaar heeft geen verblijfsvergunning 10. Schuldenaar betwist zijn vorderingen 11. Schuldenaar krijgt niet alle toeslagen, kortingen en heffingskortingen waar hij recht op heeft 12. Schuldenaar geeft meer uit dan zijn budget met nieuwe schulden als gevolg Vervolgens toetst KBNL motivatie en vaardigheden. Ze beoordelen of de schuldenaar ‘zijn inkomen en uitgaven in kaart kan brengen’, ‘verantwoord besteedt’, ‘vooruit kijkt’, ‘bewust financiële producten kiest’ en ‘over voldoende voorkennis beschikt’. Op grond hiervan geeft de KBNL een score en stelt een klantprofiel op. Met de score kijkt KBNL op welke trede van de ‘zelfredzaamheidsladder’ een schuldenaar staat:
KBNL werkt dus met duidelijke voorwaarden en doelen. In 2014 paste de gemeente dit aan en werken ze samen met meerdere partijen en diverse vormen van schuldhulpverlening. Vanaf 2018 werkt de gemeente samen met zorgverzekeraar De Friesland. Wanneer een inwoner een (wat grotere) betalingsachterstand bij hen heeft, wordt de klant gebeld en gewezen op de achterstand en de mogelijkheid zich te melden bij de gemeente. Eind 2017 stemde de gemeenteraad hiermee in. Op deze manier signaleren de zorgverzekeraar en de gemeente al vroeg schulden. 12
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
2.4 Informatievoorziening aan de gemeenteraad Raadsleden zeggen tot ‘op zekere hoogte’ geïnformeerd te zijn. In de beleving van veel raadsleden is schuldhulpverlening onderdeel van het armoedebeleid. Naast gemeentelijke informatie weten ze ook van landelijke en regionale problemen. Hoe het precies in de eigen gemeente gaat, weten de raadsleden niet. Het belang van preventie wordt alom gedeeld en de plek die vroegsignalering daarin neemt ook. Enige huiver is er voor het overnemen van schulden, de inwoner moet dat wel zelf oplossen, desnoods met hulp. Dat inwoners de gemeente mijden, verbaast raadsleden en ze zijn benieuwd naar de redenen hiervan [...] De raad geeft geen hoge prioriteit aan het beleid voor schuldhulpverlening. Meer aandacht is voor armoedebestrijding en het zo meenemen van schuldenproblemen. Het beleid lijkt de raad in orde. Signalen van inwoners over schuldhulp zijn zeldzaam. De informatie in begroting en verantwoording van het college is voor de meeste raadsleden voldoende. Wel missen de raadsleden zicht op ‘bepaalde trends in de samenleving’. Ook zijn ze benieuwd naar de ervaringen uit de doelgroep. 2.5 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen
1
Norm
Bevindingen
Beleid voldoet aan de wet
Het college heeft in 2013 een beleidsplan voor schuldhulpverlening door de raad laten vaststellen en volgde zo de wet. Na vier jaar is dit echter niet opnieuw gedaan zoals de wet voorschrijft. In het beleid is geen uitdrukkelijke aandacht voor gezinnen met minderjarige kinderen terwijl de wet dit wel vraagt. Vanaf 2020 valt schuldhulpverlening onder de ontwikkelagenda maar daar staan geen gedetailleerde plannen in voor schuldhulpverlening zoals de wet die wel voorschrijft. Het is de bedoeling van het college die in de uitvoeringsagenda vast laten te stellen door het college. De wet stelt echter dat de gemeenteraad de uitgewerkte plannen vast moet stellen en dat is het college van Opsterland nu niet van plan.
2
Beleid heeft duidelijke en meetbare doelen
In het beleid stonden tot 2019 geen meetbare doelen. Vanaf de begroting 2020 hanteert de gemeente meetbare doelen. De doelen zijn aan de raad in de begroting voorgelegd.
3
Raad stelt kaders en controleert het beleid.
Het oorspronkelijke beleid is door de raad vastgesteld. Maar aan het einde van de planperiode van vier jaar zijn de uitkomsten van het beleid niet geëvalueerd in een nota die met de raad is gedeeld. Deze evaluatie had voor nieuw beleid gebruikt kunnen worden. De meetbare doelen die voor het eerst in de begroting van 2020 stonden, zijn door de raad vastgesteld. Nu zijn die onderdeel van het P&C-proces.
4
Beleid is omgezet in concrete maatregelen
Er zijn na 2013 in diverse plannen een groot aantal maatregelen uitgewerkt voor de uitvoering van schuldhulpverlening. Het beleid van Opsterland is er op gericht dat inwoners zo vroeg mogelijk en zoveel mogelijk zelf de financiële problemen oplossen. Doorverwijzen naar dure externe hulpverlening gebeurt pas nadat de schuldenaar daaraan toe is. Voor inwoners zijn er maatregelen gericht op preventie, vroegsignalering en bewindvoering. Er zijn specifieke extra maatregelen voor ondernemers en zzp-ers.
13
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
3 - Beschrijving en analyse uitvoering schuldhulpverlening, aantallen en financiën Dit hoofdstuk gaat over de praktijk van de uitvoering. Onderzocht is of op de volgende onderzoeksvragen die de uitvoering betreffen een antwoord kan worden gegeven: 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7.
Zijn de resultaten na 2015 beter dan daarvoor door de werking van gebiedsteams? Welke resultaten levert de eventuele vroeg-signalering met externe partijen op? Zijn langetermijneffecten bekend? Heeft de gemeente overzicht van de aantallen hulpvragen, de afwijzingen met reden waarom, de in behandeling genomen hulpvragen en de kosten van de schuldhulpverlening, zowel van de hulpverlening door de gemeente als door de Kredietbank Noord Nederland? Is er inzicht in de oorzaken van schulden? Welke preventiemaatregelen neemt de gemeente ter voorkoming hiervan? Welke resultaten worden hiermee behaald? Past de gemeente maatwerk toe waar nodig? Wat is de rol van de budgetcoach? Is de schuldhulpverlening tijdig en eenvoudig toegankelijk voor iedere inwoner, ook (zzp-) ondernemers, of kunnen mensen tussen wal en schip vallen?
3.1 Uitvoering van de schuldhulpverlening Inwoners van Opsterland kunnen met hun financiële problemen naar het gebiedsteam. In overleg wordt hulp gekozen en als dat nodig is, kan worden doorverwezen naar derde partijen, zoals de Kredietbank. Het gebiedsteam doet daarvoor een ‘brede intake’ waarbij naast de schulden ook naar werk, zorg, huisvesting en kinderen wordt gekeken. De budgetcoaches van het gebiedsteam kunnen niet in de systemen van Werk & Inkomen. Daarover gaan ze dan in gesprek met de mensen van Werk & Inkomen. Het gebiedsteam en Werk & Inkomen willen in de toekomst ‘integraler’ samenwerken. In de eerste gesprekken met de inwoner brengt de budgetcoach de financiële situatie in kaart en bespreekt de mogelijke oplossing om de inkomsten te verhogen en de uitgaven te verlagen. Hierbij komen ook aspecten van leefstijl aan de orde. Zo nodig stelt de budgetcoach een beschikking op. Wanneer mensen worden doorverwezen naar een professionele ondersteuner, dan is het beleid dat de gemeente daarvoor eenmaal de kosten op zich neemt. In de praktijk is dit genuanceerder. Soms helpt de gemeente dan toch met budgetbeheer of ondersteuning in de administratie. De gemeente zoekt naar een vloeiende overgang tussen ondersteuning en zelfstandigheid. De gemeente biedt liever extra hulp dan mensen die terugvallen in de oude situatie of gedrag en opnieuw probleemschulden krijgen.
Er zijn signalen dat mensen verhuizen naar een andere gemeente om de regel te omzeilen dat ze maar eenmaal geholpen worden. Hierover is geen afstemming tussen gemeenten.
14
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
In Opsterland ligt de bewindvoering al enige tijd onder een vergrootglas omdat in 2017 al blijkt dat het aantal mensen met bewindvoering flink stijgt. Bewindvoering is hulp van een ingehuurd bureau die de financiële zaken van iemand regelt en waar de rechter toestemming voor moet geven. De kosten komen altijd geheel voor rekening van de gemeente die het betaalt als bijzondere bijstand. De kosten stijgen tussen 2013 en 2016 van €82.000 naar €269.000. Daar komt bij dat de gemeente twijfelt over de noodzaak van bewindvoering in sommige situaties en de kwaliteit van de bewindvoering. Wanneer de gemeente dit onderzoekt bij een groep van 112 inwoners blijkt dat meer dan helft geen bewindvoering meer nodig heeft, maar die nog wel krijgt waarvoor de gemeente de kosten gewoon betaalt. Om dit op te lossen gaat de gemeente in gesprek met de bewindvoerders en probeert een aanzienlijk deel van de mensen naar lichtere ondersteuning te krijgen. Gesprekken met de verschillende bewindvoerders hebben niet of nauwelijks een verlaging van het aantal bewindvoerings cliënten opgeleverd. Slechts een deel van de mensen heeft kunnen overstappen naar lichtere ondersteuning. De kwaliteit van de ondersteuning door de externe bewindvoering wordt door de doelgroep in meer dan de helft van alle gevallen als ‘voldoet niet’ beoordeeld.
Mensen ergeren zich aan de onbereikbaarheid van de bewindvoerder en dat ze geen plan of inzage in hun situatie krijgen. De gemeente stelt na deze analyse een plan op om de bewindvoering voor 62 mensen af te bouwen. Vanaf 2018 schakelt de gemeente voor budgetbeheer en bewindvoering het bedrijf Solo Bewindvoering in. Dit gaat ten koste van KBNL. Ook het inschakelen van vrijwilligers in plaats van KBNL is in de cijfers zichtbaar:
Om te voorkomen dat inwoners voor schuldhulpverlening bij het gebiedsteam komen, werkt de gemeente aan preventie door bij ‘life-events’ zoals 18 jaar worden, geboorte, overlijden en werkloosheid toepasselijke informatie te geven. Omdat de doelgroep soms (ook) laaggeletterd is, moet het taalgebruik begrijpelijk zijn. Verder kunnen inwoners met financiële vragen zonder afspraak naar het ‘geldloket’ in de bibliotheek. Ondernemers met probleemschulden worden de laatste jaren door de gemeente geholpen maar veel ondernemers zijn niet bekend met die mogelijkheid. De Kamer van Koophandel zou dat beter met hen moeten communiceren in de ogen van de gemeente.
15
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
3.2 Financiële resultaten en kengetallen schuldhulpverlening sinds 2015 Schuldhulpverlening is een van de taken van het gebiedsteam in het sociaal domein. Het is de bedoeling van het gebiedsteam dat inwoners daar kunnen aankloppen en ‘integraal’ worden geholpen. Achterliggende en bijkomende problemen worden ook besproken en zo mogelijk opgelost. Omdat schuldhulpverlening onderdeel uitmaakt van het totale takenpakket van het gebiedsteam worden er geen aparte rapportages over schuldhulpverlening door het gebiedsteam gemaakt. De gemeente had geen meetbare doelen in het schuldhulpverleningsbeleid staan en er waren geen rapportages over de resultaten van het schuldhulpverleningsbeleid. Inmiddels staan in de uitvoeringsagenda doelen voor schuldhulpverlening en daarover zal in de reguliere P&C-cyclus worden gerapporteerd. De kosten in de afgelopen jaren tonen een verschuiving van beïnvloedbare kosten naar veel moeilijker beïnvloedbare kosten:
De kosten die Opsterland zelf kan beïnvloeden zijn na een stijging gedaald en daarna goed onder controle. Dit beeld is in de interviews bevestigd door betrokkenen. Opvallend is het enorme aandeel en de behoorlijke stijging van de kosten van bewindvoering die door derden wordt verstrekt. Dit gebeurt vooral als een rechter bewindvoering toewijst, de kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De invloed hierop is op dit moment zeer beperkt. De kosten van deze extern toegewezen bewindvoering stijgen met 39% van €242.000 naar een potige €337.000 per jaar. De bewindvoering in eigen beheer daalt daarentegen tussen 2016 en 2020 van €152.000 naar een €74.000 per jaar. Het beleid van de gemeente is om meer vrijwilligers in te schakelen in plaats van professionele organisaties en mensen alleen naar betaalde ondersteuning te verwijzen als dat echt nodig is. De medewerkers van het gebiedsteam zitten -in de woorden van een externe ketenpartner- ‘als een bok op de haverkist’, om daar aan toe te voegen: ‘het is slecht voor mijn handel maar ik heb respect voor die mensen’. Het aantal mensen in het gebiedsteam dat schuldhulpverlening verleent is tussen 2015 en 2020 stabiel (1,7 fte). Een ander cijfer waaruit blijkt dat het aantal mensen dat door het gebiedsteam in plaats van dure naar goedkope zorg worden doorgestuurd daalt, is het aantal cliënten bij professionele ketenpartners:
16
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
De cijfers tonen dat de inspanningen van de gemeente om bewindvoering onder de knie te houden, zijn gelukt. 3.3 Resultaten in de ogen van de gemeentelijke organisatie en college Het gebiedsteam kan tot nu toe iedereen die zich aanmeldt zelf helpen of doorverwijzen. Het doel is ‘een schuldenvrije toekomst’ en zorgen voor rust en een budget dat op orde is. Het valt de medewerkers van het gebiedsteam op dat het systeem van toeslagen, de rechten maar ook de plichten die uit de Participatiewet voortvloeien en de andere regels voor sociale voorzieningen, doorgaans veel te ingewikkeld zijn voor nieuwkomers en statushouders. Een oplossing zou volgens het gebiedsteam kunnen zijn dat in buurthuizen weer sociaal raadslieden zitten, waar deze mensen heen kunnen. De vraag naar gemeentelijke hulp verschilt per dorp. De ervaring is dat hoe groter de zorgvraag in een dorp is, hoe groter de probleemschulden bij die inwoners zijn. Opvallend is dat de populatie met probleemschulden verschuift. Waren het vroeger vooral laagopgeleide mensen met een klein inkomen, de laatste jaren komen ook mensen met twee keer modaal inkomen bij het gebiedsteam. Het college wil dat er zoveel mogelijk door vrijwilligers wordt gedaan. Doorsturen naar professionals van Bureau Benedictus of naar KBNL kan als het echt nodig is en de betrokkene een dergelijk traject aankan.
Ook let de gemeente op of mensen rondom de schuldenaar kunnen helpen. Vroegsignalering gaat vooral via het gebiedsteam. Een voorbeeld: een inwoner vraagt bijzondere bijstand aan en dan blijkt bij de ‘brede intake dat er ook schulden zijn. Inwoners krijgen rondom gebeurtenissen zoals geboorte, huwelijk en verhuizing informatie over mogelijke veranderingen in hun financiële situatie. De communicatie is aangepast op ‘laaggeletterden’. Wanneer een inwoner met financiële problemen bij het gebiedsteam komt dan ‘pellen ze de problemen af’ tot alles duidelijk is. Daarna zoekt het team naar een ‘duurzame oplossing’. Nu sinds anderhalf jaar de mensen van Werk & Inkomen bij het gebiedsteam werken, werken ze oplossingsgericht samen. Met als uitgangspunten: het kan wel, verschil mag, wat heeft de inwoner nodig, fouten maken mag, we zijn toegankelijk via telefoon en app, we luisteren oordeelvrij en ‘monitoren’ geeft grip. Het college concludeert dat schuldhulpverlening in Opsterland in beweging is en is tevreden. 3.4 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen Norm
Bevindingen
5
De gemeente heeft afspraken over de uitvoering met ketenpartners in de schuldhulpverlening en voert regelmatig overleg
De gemeente overlegt regelmatig met KBNL, Solo Bewindvoering, Humitas en Bureau Benedictus. In deze overleggen maakt de gemeente afspraken. Netwerkoverleg is er ook met kerken, de voedselbank en thuiszorg.
6
Er is sprake van een integrale aanpak door de gebiedsteams
Er is een brede intake d.w.z. aandacht voor werk, zorg, huisvesting, kinderen ; afdeling Werk & Inkomen is nog niet geïntegreerd, er vindt wel afstemming plaats en het is de bedoeling de afdelingen in de komende tijd te integreren.
7
Het proces van schuldhulp is doelmatig.
Door het gebiedsteam als de enige toegang tot hulpverlening te laten, bevordert dit de doelmatigheid. Het gebiedsteam werkt sinds 2015 met dezelfde bezetting aan schuldhulpverlening, heeft lage kosten en goede resultaten.
8
Nazorg is een onderdeel van de schuldhulpverlening
Hiervan is in het onderzoek niets gebleken4.
9
De (financiële) resultaten en overige gegevens uit de schuldhulpverlening zijn inzichtelijk, worden gemonitord en gerapporteerd
Schuldhulpverlening maakt deel uit van het sociaal domein. Er waren tot 2020 geen meetbare doelen voor het schuldhulpverleningsbeleid vastgesteld. De raad ontvangt geen rapportages over schulpverlening. De gemeente houdt nauwgezet in de gaten wie dure zorg krijgt en wie door vrijwilligers geholpen wordt.
10
Kosten en resultaten worden tegen elkaar afgezet
Sinds 2020 worden meetbare resultaten bepaald. Voordien waren er wel zorgen over de hoge kosten van bewindvoering. Een actieplan om dat aan te pakken is gemaakt.
4
In de ambtelijke reactie laat de gemeente weten: ‘Nazorg is onderdeel van de werkwijze, maar wordt niet apart geregistreerd.’
17
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
4 - Ervaringen van ketenpartners in de schuldhulpverlening De gemeente Opsterland werkt met een groot aantal professionele externe partijen samen om inwoners uit de schulden te houden en zonodig eruit te halen. Dit hoofdstuk beschrijft hun ervaringen met betrekking tot de samenwerking met de gemeente.Onderzocht is of antwoord kan worden gegeven op de volgende onderzoeksvragen: 1. 2. 3.
Met welke organisaties werken de gemeenten samen en hoe is deze samenwerking vormgegeven? Welke instrumenten zetten de gemeenten en hun samenwerkingspartners in? Is de schuldhulpverlening tijdig en eenvoudig toegankelijk voor iedere inwoner, ook (zzp-) ondernemers, of kunnen mensen tussen wal en schip vallen?
De gemeente werkt voor de schuldhulpverlening met meerdere ketenpartners samen waarvan voor dit onderzoek vier organisaties zijn bevraagd. Hieronder worden de ervaringen in twee groepen verdeeld: organisaties waarmee de gemeente samenwerkt om klanten te helpen en organisaties waarbij de gemeente tegen betaling ondersteuning inkoopt voor klanten. 4.1 Organisaties waarmee de gemeente samenwerkt om mensen uit de schulden te krijgen en houden 4.1.1 Hoe gaat de samenwerking met de gemeente De adviesraad sociaal domein heeft tot heden geen advies gegeven over schuldhulpverlening. In 2012 is het beleidsplan met de voorloper van de adviesraad’, het CUMO, besproken. De aanpak om de bewindvoering te verminderen en ook de ontwikkelagenda over schuldhulpverlening is niet aan hen voorgelegd voor advies. Van de mogelijkheid ongevraagd te adviseren maakten ze geen gebruik want voor de adviesraad had armoedebeleid en schuldhulpverlening de afgelopen jaren geen prioriteit. Ze verwachten in de komende tijd wel gevraagd te worden om advies te geven over armoede en schuldpreventie. Hierover bereidt de gemeente beleid voor. Verder denkt de adviesraad dat schulden een kleiner probleem zijn in de dorpen van Opsterland dan in de grote steden waar studenten wonen. Opsterland maakt ook gebruik van de ruim dertig, veelal gepensioneerde vrijwilligers met een financiële achtergrond bij Humanitas.
Ze helpen inwoners met de ‘Thuisadministratie’ maar dat begrip is ruim: van sollicitatiebrief tot de financiële administratie. De gemeente verwijst door maar mensen komen ook rechtstreeks. De coördinator van Humanitas voert dan een ‘intensief’ intakegesprek en zoekt een vrijwilliger die bij het type klant past. Voor veel mensen is het een verrassing dat de schulden die ze in jaren op hebben gebouwd niet in een paar maanden opgelost kunnen worden. Hun verwachtingen zijn vaak wat hoog gespannen. De gesprekken met het gebiedsteam zijn informeel. Humanitas werkt niet met een planning maar meer twee keer per jaar is het “laten we even bijpraten”. Als in een zaak iets aan de hand is, bellen ze direct met elkaar. Humanitas is enthousiast over de contacten met het gebiedsteam: “je hebt hier een heel goed gebiedsteam” en ook “het zijn heel gedreven mensen”. Soms zoekt Humanitas speciale vragen voor de gemeente uit, zoals de vraag of iemand terecht onder beschermingsbewind staat. De adviezen van Humanitas neemt de gemeente serieus. 4.1.2 Resultaten van de gezamenlijke inspanning Humanitas krijgt veel vraag uit de gemeente Opsterland. In het voorjaar van 2020 hielp Humanitas ongeveer 100 mensen, niet alleen uit Opsterland, maar ook uit andere gemeenten. Wanneer de grenzen van de hulpverlening van Humanitas bereikt zijn, stuurt men wel mensen terug naar het gebiedsteam.
Humanitas steunt ook de klanten die naar KBNL gaan. Iemand die daarheen gaat moet immers “de hele administratie op orde hebben” en dat is vaak een grote klus voor de vrijwilligers. Nazorg doet Humanitas ook en in hun ogen gaat dat goed. Vaak is incidenteel contact voldoende. 4.1.3 Overige opmerkingen over schuldhulpverlening van de ketenpartners Humanitas hoort van de klanten die ze helpen bij KBNL soms dat ze heel blij met KBNL zijn maar anderen “vinden het helemaal niks”. 4.2 Uitbesteding schuldhulpverlening aan professionele organisaties 4.2.1 Schuldhulpverlening voor inwoners KBNL heeft een team voor Noord- en West-Nederland dat voor 76 gemeenten schuldhulpverlening voor zwaardere gevallen verzorgt. De contacten met de gemeenten lopen van beleid tot uitvoering in de gebiedsteams in periodieke overleggen met presentaties en workshops. Opsterland doet de intake van nieuwe klanten zelf. Daarnaast loopt het aantal aanmeldingen uit Opsterland terug omdat de gemeente kiest voor 18
Rapportage van het rekenkameronderzoek naar de uitvoering van schuldhulpverlening in Opsterland - juni 2021
zoveel mogelijk ondersteuning door vrijwilligers. KBNL biedt aan gemeenten meerdere diensten: budgetbeheer, budgetcoaching, bewindvoering Wsnp, schuldenregeling en opstellen Wsnp. Sommige klanten krijgen budgetbeheer van de gemeente en een schuldenregeling van KBNL. KBNL stuurt elk kwartaal een overzicht van de verleende diensten en kosten daarvan aan de gemeente. Belangrijk punt in de schuldenregeling is de doorlooptijd. Omdat veel mensen laaggeletterd zijn, levert dit veel hoofdbrekens op. Medewerkers van het gebiedsteam of Humanitas moeten hier bij helpen. Landelijk onderzoek liet zien dat het vijf jaar duurt tussen het ontstaan van schulden en het aanmelden bij de KBNL. Omdat schuldhulpverlening is ‘dichtgetimmerd’ duurt een oplossing voor dergelijke schulden vaak veel langer dan de schuldenaar verwacht. KBNL vindt dat de gemeente Opsterland heel goed weet wat ze willen, hoe ze het willen organiseren en hoe dat lukt. Daarbij hebben de medewerkers van het gebiedsteam volgens KBNL “een hele grote betrokkenheid en gaan heel ver voor de inwoners” en “ze staan voor de inwoners van Opsterland”. Volgens KBNL is dat te prijzen en “een compliment waard” ook al betekent het wel dat ze minder werk doorsturen naar KBNL. 4.2.2 Schuldhulpverlening voor ondernemers Een geïnterviewde van een professionele schuldhulpverlener: “In ons werk zijn wij net een tandarts.
Op het moment dat iemand geen kiespijn heeft, dan gaat iemand niet naar de tandarts. Op het moment dat iemand wel kiespijn heeft, dan moet je op een gegeven moment wel om dat probleem op te lossen. Op het moment dat mensen schulden hebben, hoeft dat, in principe, geen probleem te zijn. Als je er verder geen last van ondervindt, heeft niemand problemen met het hebben van schulden. Maar op het moment dat een schuldeiser actie gaat ondernemen door het leggen van loonbeslag, of er komt een woningontruiming, dan begint het hebben van schulden opeens pijn te doen en dan komen ze in actie”. Het gebiedsteam van de gemeente Opsterland stuurt ondernemers met schulden door naar Bureau Benedictus. Bureau Benedictus helpt naast ondernemers ook particulieren, maar niet voor Opsterland. Het bureau werkt voor meerdere gemeenten, waaronder ook de gemeente Ooststellingwerf. Ze helpen ondernemers met regelingen om schulden te betalen maar alleen als de betrokkenen echt gemotiveerd zijn om de problemen op te lossen. De regelingen gaan zoveel mogelijk in overleg met de schuldeisers, ook wel bekend als het ‘minnelijke traject’. Soms zou een beroep op de Wet sanering natuurlijke personen (Wsnp) ook kunnen, maar dat wordt zoveel mogelijk vermeden omdat de afhandeling dan terug naar de gemeente gaat.
Omdat Bureau Benedictus niet is aangesloten bij de Nederlandse vereniging voor Volkskrediet (NVVK) weigeren sommige instellingen af te zien van een beperking van de betaling. Toch is lid worden van de NVVK geen oplossing volgens Bureau Benedictus omdat die een procedure voorschrijft die inefficiënt is. Zo kunnen ze echt op maat werken en dat waarderen gemeenten omdat hun creatieve oplossingen werken. Bureau Benedictus spiegelt alle voorstellen aan de Wsnp en overtuigt daar uiteindelijk toch de schuldeisers mee. Te meer omdat als schikking uitblijft, alsnog naar de rechter voor de Wsnp kan worden gegaan. Recidive bij ondernemers komt volgens de geïnterviewden tot nu toe niet voor. Over de samenwerking met de gemeente heeft Bureau Benedictus geen opmerkingen gemaakt. 4.5 Bevindingen uit dit hoofdstuk en toetsing aan de normen