CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Convenant natuurbrandbeheersing

Raadsvergadering 11 november 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Integraal Veiligheidsbeleid 2024 - 2027 (B)9.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Convenant Natuurbrandbeheersing Fryslân Samenwerken aan een gebiedsgerichte aanpak

Ondertekend te Leeuwarden op 22 juni 2023

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Partijen A. Veiligheidsregio Fryslân, organisatieonderdeel Brandweer Fryslân, gevestigd Harlingertrekweg 58 te Leeuwarden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter, de heer S. van Haersma Buma, hierna ook te noemen ‘Brandweer Fryslân’; B. Gemeente Leeuwarden, gevestigd Oldehoofsterkerkhof 2 te Leeuwarden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer S. van Haersma Buma; C. Gemeente Smallingerland, gevestigd Gauke Boelensstraat 2 te Drachten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer J. Rijpstra; D. Gemeente Tytsjerksteradiel, gevestigd Raadhuisweg 7 te Burgum, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer J. Gebben; E. Gemeente Ameland, gevestigd Jelmeraweg 1 te Ballum, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer L.P. Stoel; F.

Gemeente Ooststellingwerf, gevestigd ’t Oost 11 te Oosterwolde , te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer J. Werkman;

G. Gemeente Opsterland, gevestigd Hoofdstraat 82 te Beetsterzwaag, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer L. Roolvink; H. Gemeente De Fryske Marren, gevestigd Herema State 1 te Joure, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer F. Veenstra; I.

Gemeente Schiermonnikoog, gevestigd Nieuwestreek 5 te Schiermonnikoog, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw W. van Gent;

J.

Gemeente Heerenveen, gevestigd Crackstraat 2 te Heerenveen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer T.J. van der Zwan;

K. Gemeente Terschelling, gevestigd Burgemeester van Heusdenweg 10a te WestTerschelling, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw C.M. van de Pol; L.

Gemeente Vlieland, gevestigd Dorpsstraat 127 te Vlieland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer M. Schrier;

M. Gemeente Weststellingwerf, gevestigd Griffioenpark 1 te Wolvega, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer A. van de Nadort; N. Provincie Fryslân, gevestigd Tweebaksmarkt 52 (8911 KZ) te Leeuwarden, handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten van 25 april 2023 te dezen krachtens volmacht van de Commissaris van de Koning rechtsgeldig vertegenwoordigd door gedeputeerde, de heer D. Hoogland, hierna ook te noemen ‘Provincie’; O. Staatsbosbeheer, provinciale eenheid Fryslân, gevestigd Brédyk 30 (8912 CD) te Leeuwarden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer mr. L.A. Hummelen, waarnemend provinciehoofd, provinciale eenheid Fryslân; P.

It Fryske Gea, gevestigd van Harinxmaweg 17 (9246 TL) te Olterterp, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H.J. de Vries, directeur;

Q. Natuurmonumenten, gevestigd Stationsplein 1 (3818 LE) te Amersfoort, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw E. Scholtens, Gebiedsmanager Friesland; R. Stichting Natuurcollectief Fryslân, gevestigd Mardyk 23 te Elahuizen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw T. de Vries (bestuurslid NCF); S. Coöperatie Bosgroep Noord-Oost Nederland U.A., gevestigd Balkerweg 48a te Witharen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de directeur-bestuurder mevrouw D.J.E. Landman-Oldemaat;

2

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Ondergetekenden worden hierna ook aangeduid als Partij of Partijen, Overwegende dat • ­het voorkomen, beperken en bestrijden van brand op grond van artikel 3 lid 1 onder a van de Wet veiligheidsregio’s behoort tot de brandweerzorg, waarmee de gemeentelijke colleges van burgemeester en wethouders zijn belast; • ­het onderwerp onbeheersbare natuurbranden landelijk heeft geleid tot het opnemen van het natuurbrandgevaar in de strategische agenda Nationale veiligheid, een landelijk werkprogramma 2012-2016 onder het ministerie van Veiligheid & Justitie en in 2016 tot de visie “Samenwerken aan Natuurbrandbeheersing” van Brandweer Nederland waarin een gebiedsgerichte aanpak van dit gevaar wordt aanbevolen; • ­de gebiedsgerichte aanpak vraagt om een gezamenlijke inspanning van partijen.

Hierbij wordt in eerste instantie ingezet op de grotere, in de provincie Fryslân, gelegen natuurgebieden waarvoor een Risico Inventarisatie Natuurbranden (RIN) is opgesteld en waarbij een gebiedsgerichte aanpak volgt als zodanig zijn vastgelegd in het Regionaal Risicoprofiel (artikel 15 Wet veiligheidsregio’s); • de risicobeheersingsmaatregelen en de uitvoering daarvan, vastgelegd in de gebiedsgerichte aanpak, is ter verkleining van de kans op onbeheersbare natuurbranden en het verminderen van de nadelige effecten van dergelijke natuurbranden; • ­dat er binnen provincie Fryslân een samenwerking is ontstaan tussen de betrokken gemeenten, Brandweer Fryslân, Provincie Fryslân, de terreinbeheerders en eigenaren en/of gebruikers van de diverse gebieden, met als doel om te komen tot adequate risicobeheersingsmaatregelen en de uitvoering daarvan vast te leggen in een gebiedsgerichte aanpak, dit alles ter verkleining van de kans op onbeheersbare natuurbranden en het verminderen van de nadelige effecten van dergelijke natuurbranden; • ­de gevolgen van een onbeheersbare natuurbrand groot kunnen zijn voor zowel de natuur in het gebied als voor de omgeving. Een onbeheersbare natuurbrand kan grote maatschappij-ontwrichtende gevolgen hebben. Er dreigt ook schade aan natuur, de vrijetijdseconomie en de infrastructuur.

Ook zijn slachtoffers niet uit te sluiten, omdat in natuur- en recreatiegebieden vaak grote groepen mensen verblijven. • ­dat het uit de risicoprofielen blijkt dat het zeer aannemelijk is dat er een natuurbrand in Friese natuurgebieden kan uitbreken die onbeheersbaar kan worden in omvang en intensiteit; • ­partijen al een aanvang hebben gemaakt met de gebiedsgerichte aanpak, hetgeen heeft geleid tot de bijlage bij convenant gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Fryslan, “Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân“; • ­partijen in dit convenant de samenwerking over de hiervoor omschreven gebiedsgerichte aanpak voor de preventie van natuurbranden in RIN-gebieden nader wensen vast te leggen.

3

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Komen overeen Artikel 1 – Doelen en scope van het Convenant Natuurbrandbeheersing Fryslân, Gebiedsgerichte aanpak 1. Het doel van dit convenant is om de gezamenlijke doelstelling ter preventie van onbeheersbare natuurbranden vast te leggen voor de RIN-gebieden (Risico Index Natuurbranden) waarbij er een gebiedsgerichte aanpak is opgesteld in de provincie Fryslân. 2. Partijen streven naar een reductie van de kans op het ontstaan van een onbeheersbare natuurbrand en het verminderen van de effecten die een natuurbrand kan hebben voor de diverse functies van een natuurgebied zoals ecologie, het wonen en werken, de vitale mobiliteitsinfrastructuur en het toerisme en recreatie, om daarmee de veiligheid en bescherming van inwoners en bezoekers van de natuur gebieden en de continuïteit van de diverse functies beter te waarborgen. Artikel 2 - Samenwerking Friese Gebiedsgerichte Aanpak en rollen 1. Partijen zijn zich bewust van de risico’s van onbeheersbare natuurbranden en committeren zich gezamenlijk aan de doelen van dit convenant. Partijen spannen zich - ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid - in om gezamenlijk en op basis van gelijkwaardigheid aan de hiervoor benoemde doelen te werken. 2.

Partijen kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak die inhoudt dat voor elk van de natuurgebieden waarvoor een RIN is opgesteld, door partijen wordt samengewerkt, waarbij per RIN-gebied onder andere risico’s op natuurbranden periodiek in kaart worden gebracht en geanalyseerd. Waar nodig zullen risicobeheersingsmaatregelen worden voorgesteld en ter besluitvorming aan daartoe bevoegde partijen worden voorgelegd om tot implementatie en uitvoering daarvan te komen. 3. Partijen conformeren zich aan de werkwijze zoals beschreven in de Notitie Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbestrijding in Fryslân, (bijlage 1), in het bijzonder de ‘Friese Gebiedsgerichte aanpak’ zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 van deze notitie, welke werkwijze dient als uitgangspunt voor de samenwerking. 4. Partijen hebben onder meer de volgende rollen en belangen die hen motiveren om aan de samenwerking deel te nemen: a. Ondergetekende A, Veiligheidsregio Fryslân, onderdeel Brandweer Fryslân: - heeft tot taak het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; - het Algemeen Bestuur heeft de natuurbrandscenario’s opgenomen in het Regio- naal Risicoprofiel. b.

Ondergetekenden B t/m M, Gemeenten: stellen Omgevingsplannen op, waarin onder andere moet worden voorzien in de aanwezigheid van voldoende bluswater in natuurgebieden. c. Ondergetekende N, Provincie: - heeft op grond van het decentralisatie-akkoord met het Rijk de verantwoordelijkheid gekregen voor het realiseren van in Europees verband afgesproken natuur- doelstellingen en de aanvullende nationale natuurdoelstellingen; - heeft alle natuurgebieden in de provincie Fryslân die binnen het Natuur Netwerk Nederland liggen in een kaart opgenomen; - heeft de bescherming en het beheer van de natuurgebieden in de provincie Fryslân – waaronder de RIN-gebieden - in overleg met onder andere de gemeenten en natuurorganisaties opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie, in Natura2000 beheerplannen en in het provinciale Natuurbeheerplan dat jaarlijks wordt geactualiseerd.

4

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

d. Ondergetekenden O t/m Q, Terrein beherende organisaties: Staatsbosbeheer, It Fryske Gea en Natuurmonumenten: hebben natuurgebieden in eigendom en/of beheer, beschermen en ontwikkelen natuurgebieden, waardevolle landschappen en/of cultureel erfgoed en dragen zorg voor beheers- en ontwikkelplannen en besteden aandacht aan de brandveiligheid; e. Ondergetekende R en S, Stichting Natuurcollectief Fryslân en Coöperatie Bosgroep Noord-Oost Nederland U.A.: spreken met deze ondertekening de bereidheid uit de particuliere natuureigenaren binnen een gebied waar de gebiedsgerichte aanpak start te informeren en in contact te brengen met het betreffende schouwteam zodat de eigenaren (als zij dat willen) direct bij de start kunnen aansluiten binnen de gebiedsgerichte aanpak. Artikel 3 - Governance A. Het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing 1. De bestuurlijke regie is belegd bij het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing. 2. Het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing is een afstemmingsorgaan, gericht op samenwerking om natuurbranden in natuurgebieden te voorkomen en eventuele natuurbranden in deze natuurgebieden beheersbaar te maken. 3. Partijen verlenen geen mandaat aan het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid en beleidskeuzes blijven aan iedere indivi duele partij zelf. 4.

Bestuurders in het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing stemmen de inzet van mensen en middelen met elkaar af. 5. Een burgemeester van de deelnemende gemeenten wordt aangewezen als voorzitter van het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing en draagt zorg voor de invulling van het secretariaat. B. Regionaal regieteam Natuurbrandbeheersing 1. Het Regionaal regieteam bestaat uit vertegenwoordigers van Brandweer Fryslân, Provincie Fryslân, minimaal twee vertegenwoordigers (AOV-ers) namens de deelnemende gemeenten en een vertegenwoordiger namens de terreinbeheerders. 2. Het Regionaal regieteam rapporteert, adviseert en doet voorstellen aan het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing en bereidt de vergaderingen van het Bestuurlijk Platform voor. 3. Het Regionaal regieteam vergadert minimaal vier keer per jaar. Het overleg wordt georganiseerd door Brandweer Fryslân. C. Schouwteams 1. Per natuurgebied wordt onder regie van Brandweer Fryslân een uitvoerend schouwteam samengesteld. Een schouwteam bestaat uit een of meer vertegenwoordigers van Brandweer Fryslân, Provincie Fryslân, de gemeente(n) waarin het natuurgebied is gelegen, en één of meerdere vertegenwoordiger(s) namens de terreinbeheerders. 2. Iedere partij die daartoe door Brandweer Fryslân wordt benaderd, wijst één of meer personen aan voor deelname aan het schouwteam en informeert Brandweer Fryslân hierover.

Daarnaast kan Brandweer Fryslân het schouwteam aanvullen met eventuele (vertegenwoordigers van) particuliere eigenaren van grond binnen het desbetreffende RIN-gebied. 3. Het schouwteam kan uitgebreid worden met liaisons en expertise bijvoorbeeld vanuit Vitens, Wetterskip Fryslân, Rijkswaterstaat en Defensie. 4. Het schouwteam rapporteert aan het Regionaal regieteam over het proces en voortgang.

5

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Artikel 4 - Inzet capaciteit en middelen 1. Partijen stellen geen afzonderlijke financiële middelen beschikbaar voor de Friese gebiedsgerichte aanpak. 2. Iedere partij draagt zijn eigen kosten voor de inzet van capaciteit (uren), zoals de deelname aan een schouwteam, het Regionaal Regieteam Natuurbrandbeheersing en het Bestuurlijk Platform Natuurbrandbeheersing. 3. Kosten die partijen maken voor maatregelen die in het kader van deze samenwerking worden uitgevoerd, worden door de verantwoordelijke partij zelf gedragen, doch uitsluitend voor zover dat past binnen hun taken en budget. 4. Aanvullende inrichtings- en/of beheermaatregelen die niet passen binnen de taken en het budget van partijen, kunnen uitsluitend worden uitgevoerd indien de daarvoor benodigde financiële middelen zijn verkregen. 5. Partijen gaan gezamenlijk op zoek naar extra financiële middelen, ter dekking van de kosten voor realisatie van de uit te voeren maatregelen. Artikel 5 - Informatiebeheer 1. Partijen gaan zorgvuldig om bij het gebruik van informatie, die in het kader van dit samenwerkingsconvenant en de werkwijze gebiedsgerichte aanpak natuurbrand beheersing Fryslân wordt gedeeld. 2. De uitvoering van taken in het kader van dit samenwerkingsconvenant en de werkwijze gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Fryslân is met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Artikel 6 - Communicatie 1. Partijen communiceren over de Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân om draagvlak te krijgen en te behouden en om gebiedsgerichte maatregelen uit te leggen aan de bevolking. Deze communicatie wordt verzorgd door Brandweer Fryslân en van tevoren afgestemd met partijen. 2. Communicatie over het (voornemen tot) uitvoeringsmaatregelen wordt verzorgd door de partij die deze uitvoeringsmaatregel(en) treft, waarbij alle partijen hierover van tevoren worden geïnformeerd. 3. Partijen informeren bezoekers van natuurgebieden over wat zij kunnen doen om natuur brand te voorkomen om daarmee bij te dragen aan de bewustwording van de risico’s en mogelijke gevolgen van een (onbeheersbare) natuurbrand. Artikel 7 - Evaluatie 1. Partijen evalueren jaarlijks de uitvoering van het convenant en de werkwijze. 2. De evaluatie wordt verricht door het Regionaal regieteam en een verslag wordt opgemaakt door Brandweer Fryslân. 3. Over de resultaten wordt verslag uitgebracht aan het Bestuurlijk Platform natuurbrandbeheersing. 4. De evaluatie kan aanleiding zijn tot herziening van het convenant en/of de bijlage bij convenant gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Fryslan, “Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân”.

6

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Artikel 8 - Wijziging, beëindigen en toetreding 1. Dit convenant kan alleen worden gewijzigd door Partijen gezamenlijk. Wijzigingen treden in werking nadat deze door Partijen schriftelijk zijn vastgelegd. 2. Als er sprake is van verschil van inzicht tussen twee of meer partijen over de uitleg of uitvoering van dit convenant, spannen Partijen zich in om in gezamenlijk overleg tot een oplossing te komen. 3. Een Partij die deelname aan dit convenant wenst te beëindigen deelt dit mee via een aangetekende brief gericht aan het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Fryslân, met daarin opgenomen een opgave van redenen. Brandweer Fryslân informeert de overige partijen over een dergelijke opzegging. 4. Het aansluiten van een nieuwe partij bij het convenant kan alleen met instemming van alle andere Partijen. Artikel 9 - Slotbepalingen 1. De bijlage “Notitie Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbestrijding in Fryslân” maakt integraal deel uit van dit convenant. 2. Ingeval van tegenstrijdigheid tussen dit convenant en voornoemde bijlage, prevaleert het bepaalde in dit convenant. 3. Dit convenant roept geen in rechte afdwingbare verplichtingen in het leven voor Partijen. 4. Dit convenant treedt in werking na ondertekening door alle Partijen en met ingang van 1 juli 2023. 5. Het convenant wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Ondertekening Namens Veiligheidsregio Fryslân, organisatieonderdeel Brandweer Fryslân, de heer S. van Haersma Buma,

Namens Gemeente Leeuwarden, de heer S. van Haersma Buma,

Namens Gemeente Smallingerland, de heer J. Rijpstra,

Namens Gemeente Tytsjerksteradiel, de heer J. Gebben,

7

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Namens Gemeente Ameland, de heer L.P. Stoel,

Namens Gemeente Ooststellingwerf, de heer J. Werkman,

Namens Gemeente Opsterland, de heer L. Roolvink,

Namens Gemeente De Fryske Marren, de heer F. Veenstra,

Namens Gemeente Schiermonnikoog, mevrouw W. van Gent,

Namens Gemeente Heerenveen, de heer T.J. van der Zwan,

Namens Gemeente Terschelling, mevrouw C.M. van de Pol,

Namens Gemeente Vlieland, de heer M. Schrier,

8

Convenant Natuurbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Namens Gemeente Weststellingwerf, de heer A. van de Nadort,

Namens Provincie Fryslân, de heer D. Hoogland,

Namens Staatsbosbeheer, de heer mr. L.A. Hummelen,

Namens Stichting Natuurcollectief Friesland, mevrouw T. de Vries,

Namens It Fryske Gea, de heer drs. H.J. de Vries,

Namens Natuurmonumenten, mevrouw E. Scholtens,

Namens Coöperatie Bosgroep Noord-Oost Nederland, mevrouw D.J.E. Landman-Oldemaat,

9

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân

Vastgesteld 22 juni 2023

Inhoudsopgave 1. Inleiding..........................................................................................12 1.1. Aanleiding Gebiedsgerichte aanpak. .................................................................................13 1.2 Diversiteit aan functies binnen de natuurgebieden.............................................................14

2. Probleemstelling.............................................................................16

3. Doelstelling.....................................................................................18 4. Friese Gebiedsgerichte aanpak......................................................19 4.1 Samenwerkende partijen......................................................................................................19 4.2 Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Fryslân...................................................20 4.3 Middelen..............................................................................................................................23 4.4 Communicatie......................................................................................................................24

Bijlagen ...............................................................................................25

1: Nationale Risicomatrix ...........................................................................................................26 2: Regionaal Risicoprofiel 2022-2025 Veiligheidsregio Fryslân..................................................27 2.1 Risicobeeld van Fryslân...................................................................................................28 2.2 RIN gebieden Fryslân......................................................................................................29 3: Maatregelenmatrix (voorbeeld) . ...........................................................................................30 4: Planning uitvoering RIN per gebied. .....................................................................................31 5: Hoe is de preventie op dit moment geregeld in de afspraken over natuurbeheer?..............32 6: Werkgroep Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân.................................36 7: Netwerkkaart..........................................................................................................................37

Colofon ..............................................................................................38

1. Inleiding Natuurbrandbeheersing is al vele jaren een onderwerp met de nodige ambtelijke en bestuurlijke aandacht. Onderzoek en praktijk wijzen uit dat de kans op het ontstaan van een onbeheersbare natuurbrand in Nederland mogelijk is. Daarnaast lijkt deze kans de komende jaren vanuit klimatologische veranderingen toe te nemen en kunnen de effecten van zo’n onbeheersbare natuurbrand een lokale ontwrichting van de samenleving veroorzaken, met grote economische - en vervolgschade voor o.a. natuur, infrastructuur en de toeristische sector (wegblijven van toeristen vanwege onaantrekkelijkheid van aangetaste gebied) tot gevolg. Duidelijk is dat Brandweer Fryslân binnen Veiligheidsregio Fryslân verantwoordelijk is voor de uitvoering van natuurbrandbestrijding bij incidenten en de burgemeester van de desbetreffende gemeente hierop bestuurlijk aanspreekbaar is. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen nemen moet een natuurbrand wel in aard en omvang beheersbaar zijn/blijven. Het natuurbrandrisico en -omvang wordt vooral bepaald door de locatie, de vegetatie ter plaatse alsmede de droogtesituatie. De windkracht draagt enerzijds bij aan een snellere uitdroging en is anderzijds vooral bepalend voor de voortplantingssnelheid van het vuurfront, en de mogelijke verwoestende kracht van het vuur.

In ongunstige situaties is een natuurbrand onbeheersbaar en staat de brandweer voor een onmogelijke bestrijdingsopgave. Preventieve maatregelen in de natuur, zoals brandgangen en vegetatiebeheer, verlagen het risico op het ontstaan en helpen de brandweer om een natuurbrand weer onder controle te krijgen. Om te zorgen voor die beheersbaarheid adviseert de Veiligheidsregio/brandweer natuurbeheerders, gemeenten en gebruikers in en nabij de natuurgebieden. In tegenstelling tot gebouwen is er tot nu toe geen regelgeving die specifieke brandveiligheidseisen stelt aan natuurgebieden. Bij gebouwen en het gebruik ervan bestaat allerlei regelgeving met minimum te stellen eisen aan vuurlast, compartimenten, vluchtwegen, bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, etc. In de ruimtelijke ordening zijn er ten aanzien van natuurbrandbeheersing slechts ”kapstokhaakjes” waaraan veiligheidsadviezen kunnen worden opgehangen. Daarin komt de komende jaren verandering, met de Omgevingswet die per 1 januari 2024 van kracht wordt en de Omgevingsplannen die er in 2028 moeten liggen.

Voor de beheersing van natuurbranden is het belangrijk dat alle betrokken partijen samenwerken.

Beheersing van risico’s in de natuur komt vooral neer op samenwerking van alle betrokken partijen. Hierbij is het essentieel inzichtelijk te maken wat de risico’s en de belangen van elk van de betrokken partijen zijn en welke verantwoordelijkheden er liggen. Dit om vervolgens op basis van deze risico’s met betrokken organisaties, daar waar nodig, beheermaatregelen te treffen. Hiervoor is het nodig om de wettelijke kapstok, waaraan adviezen en beheermaatregelen kunnen worden ontleend, goed te organiseren. Hiertoe is het belangrijk om te weten welke organisaties en instanties betrokken zijn en hoe die onderlinge betrokkenheid (wettelijk) geregeld is (zie bijlage 5). Vanuit de provinciale Atlas Leefomgeving1, de provinciale omgevingsvisie2 ,natuurbeheerplan3 en Natura2000 beheerplannen4 maar vooral de uitgevoerde Risico-inventarisatie Natuurbranden Fryslân (RIN, zie bijlage 2) is inzichtelijk gemaakt welke gebieden voor een gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van natuurbrandbeheersing in aanmerking komen. Dat zijn in zijn algemeenheid gebieden met een aantal blokken van meer dan 100 hectare (= 1 km2) met aaneengesloten bossen, heide-, veen- en rietvelden en/of duinen.

https://www.risicokaart.nl/ Omgevingsvisie De Romte Diele https://www.fryslan.frl/omgevingsvisie 3 https://www.fryslan.frl/natuurbeheerplannen/ 4 https://www.fryslan.frl/natura2000/ 1 2

12

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

1.1. Aanleiding Gebiedsgerichte aanpak Een natuurbrand in een RIN gebied is voor de brandweer vaak moeilijk te bestrijden. Dit vraagt van de brandweer een grote, complexe en langdurige inzet die dagen of weken kan duren. Daarbij wordt uit praktijkervaringen geconcludeerd, dat frequent de brandontwikkeling zodanig snel gaat dat het brandweeroptreden dit onmogelijk op tijd kan beheersen. Afhankelijk van de ontstaansplek van de natuurbrand en de ontwikkelrichting kan dit tot maatschappelijke ontwrichting leiden.

Recente grote natuurbranden of op bijzondere locaties zijn: de Strabrechtse Heide (2010), Bergen/Schoorl (2009-2011), De Kalmthoutse Heide (2012) Nationaal Park De Hoge Veluwe (2014), Wateren (2018), Schiermonnikoog (2018), Terschelling (2019), Vlieland (2019), Rolde (2020), Deurnense Peel (2020, Nationaal Park de Meinweg (2020) en Deurnense Peel (2022).

Op dit moment ligt de nadruk nog steeds sterk op de bestrijding van natuurbranden. Het investeren in nog meer brandweercapaciteit is echter niet de oplossing gezien de ervaring met de onbeheersbare kenmerken en vele ontwikkelvariabelen van dit brandtype. Dat betekent wel dat de brandweer op het gebied van natuurbrandbestrijding de basis op orde moet hebben. Bestrijden: een brand blussen.

Beheersen: met preventieve maatregelen zowel de kans op het ontstaan van brand zo klein mogelijk maken als de bestrijding zo doelmatig mogelijk.

Beheren: in de natuurgebieden de noodzakelijke maatregelen nemen en onderhouden.

De winst ligt vooral in de beheersing van natuurbranden met daarbij de nadruk op het nemen van preventieve maatregelen. Daarin spelen de terreininrichting van het natuurgebied en het landschap een cruciale rol. De gebiedsgerichte aanpak gaat uit van het samenbrengen van verschillende gebiedspartners, terreinbeheerders en de brandweer om zo nodig preventieve maatregelen te nemen en voorbereidende plannen te maken voor een effectievere beheersing en bestrijding van natuurbranden. Essentiële maatregelen zijn onder meer gericht op het voorkomen dat het vuur, bijvoorbeeld vanuit gras- of heidebranden, het bos kan bereiken, een risico-object bereikt en of een brand vanuit een object een natuurbrand veroorzaakt. Daarnaast kunnen maatregelen gericht zijn op het compartimenteren van het natuurgebied door middel van bijvoorbeeld brandgangen, loofhoutsingels, natuurcorridors of het voldoende beschikbaar hebben van bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid in het terrein. Verder kunnen in onderling overleg risico’s worden bepaald waardoor een effectievere brandbestrijding mogelijk is. Ook de gebiedskennis voor de brandweer wordt hiermee vergroot, wat bij een daadwerkelijke inzet het risico op onbekende en onverwachte brandontwikkeling beperkt.

Gelet op de publicaties van het KNMI, zullen het aantal zomerse en tropische dagen sterk toenemen in de komende decennia, met verdroging in de natuur als een van de directe gevolgen. Bovenop dat directe gevolg is een verdroogd bos kwetsbaarder voor ziekten en plagen, zoals bijvoorbeeld de letterzetter. De sterfte van de sparren zorgt voor meer dood hout en dus voor een verhoogd brandrisico. Het is reëel te veronderstellen dat het aantal grote natuurbranden door de klimaatveranderingen zal toenemen. Het belang van in gang zetten van een tijdige adequate gebiedsgerichte aanpak is dus in dit kader cruciaal.

13

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

In 2007 is een scenario uitgewerkt van een natuurbrand met onbeheersbare kenmerken door enerzijds de snelle brandvoortplanting en anderzijds de effecten op een groot aantal in de natuur aanwezige functies. Mede op basis van dit scenario is in 2008 een wetenschappelijke risicoanalyse naar natuurbrandgevaar in onze natuurgebieden uitgevoerd5. Hieruit bleek dat in Nederland een grote kans bestaat dat in droge perioden een natuurbrand met onbeheersbare kenmerken en gevolgen uitbreekt. Uit de studie blijkt dat op jaarbasis 1 van de 20 natuurbranden deze kenmerken heeft en in droge perioden zelfs 1 op de 2 natuurbranden. Deze kans is ten opzichte van andere veiligheidsrisico’s hoog te noemen. De resultaten van deze studie hebben ertoe geleid dat in 2008 het natuurbrandgevaar is opgenomen in de strategische agenda Nationale Veiligheid. Landelijk heeft dit geresulteerd in een landelijk werkprogramma 2012 – 2016 onder het ministerie van Veiligheid & Justitie. Vanuit dit programma zijn veel contacten gelegd, initiatieven beschreven en oplossingsrichtingen geduid. Daarnaast zijn diverse veiligheidsregio’s zelfstandig met gemeenten al dan niet in samenwerking met de provincies aan het werk gegaan met het dossier natuurbrandbeheersing. Dit op basis van hun eigen risicoprofiel dan wel naar aanleiding van een grotere natuurbrand die hen trof.

Vanaf 2014 wordt vanuit het landelijk werkprogramma een gebiedsgerichte aanpak voor de natuurbrandbeheersing aanbevolen. Deze aanpak brengt risico’s in beeld, laat congruente belangen zien en legt tegengestelde belangen bloot, kan rekenen op de nodige medewerking of weerstand bij betrokkenen en levert de nodige verantwoordelijkheidsdiscussies op. De gebiedsgerichte aanpak vergt het nodige aan capaciteit van veiligheidsregio’s, natuurbeheerders en overige stakeholders. Hierdoor loopt het proces tot nog toe moeizaam. Ook speelt telkens de discussie over wie het initiatief neemt, wie deze initiatieven op o.a. ecologisch gebied faciliteert en wie financieel bijdraagt aan gebiedsgerichte maatregelen indien dit niet vanuit exploitatie realiseerbaar is.

Klimatologische veranderingen zullen leiden tot meer perioden van langdurige droogte en tropische temperaturen, afgewisseld met perioden van heftige en overvloedige regenval voorspelt het KNMI. Dit wordt ook bevestigd in het IPCC rapport van augustus 2021.

Mede naar aanleiding van de genoemde grote natuurbranden met onbeheersbare kenmerken en de klimatologische veranderingen wordt de druk groter om samen structureel stappen te zetten. Landelijk heeft dit in 2016 geleid tot de nieuwe visie “Samenwerken aan Natuurbrandbeheersing”. Om de in de visie beschreven doelen op het gebied van natuurbrandbeheersing te bereiken, zijn 18 deelprojecten geformuleerd. Eén van de deelprojecten is de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing.

1.2 Diversiteit aan functies binnen de natuurgebieden Afhankelijk van het natuurgebied en de ligging ervan kunnen o.a. de volgende risicohoudende hoofdfuncties erbinnen worden onderscheiden: • Bos en Natuur: De provincie heeft een wettelijke verantwoordelijkheid voor het behouden van de natuurkwaliteit in de daartoe aangewezen natuurgebieden. Binnen een groter aaneengesloten natuurgebied zijn veelal meerdere natuureigenaren te onderscheiden die zorgdragen voor een diversiteit aan ecologische doelstellingen. Dit kunnen eigen doelstellingen zijn (houtproductie, rietcultuur, biodiversiteit, flora en fauna, natuur0waarden, cultuurhistorie, dag- en verblijfsrecreatie, etc.) dan wel een combinatie van doelstellingen passend binnen de kaders van het Natura 2000 beleid en/of de provinciale Natuurvisie.

5

A. van Gulik: Natuurbrand, een onderschat risico (Masterscriptie TU Delft, 2008)

14

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

De natuurbeheerders hebben belang bij de continuïteit van hun natuurbeheer, hebben met hun beheer invloed op de brandpreventie en hebben een wettelijke aansprakelijkheid (Wet natuurbescherming 2017) voor de veiligheid van bezoekers in hun gebied rondom opengestelde wegen en paden (wettelijke zorgplicht) en een herplantplicht bij de beschadiging van bospercelen door o.a. storm en brand. Veel natuurbeheerders maken gebruik van het provinciale subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) voor het blijvend beheren van natuur tegen de voorwaarde van openstelling voor publiek. • Wonen en Werken: Rondom en binnen natuurgebieden zijn veelal diverse dorpen gesitueerd in het kader van wonen en is er de nodige bedrijvigheid in het kader van werken. Naast de standaard bedrijvigheid op bedrijfsterreinen moet hierbij ook gedacht worden aan bedrijvigheid die er is dankzij de natuurlijke omgeving. Te denken valt aan zorginstellingen, militaire objecten en oefenterreinen, houtexploitatie en recreatiebedrijven. De Waddeneilanden kennen hierbij een extra risico omdat de brandweer voor opschaling meer tijd nodig heeft dan op de vaste wal. • Mobiliteitsinfrastructuur: Door de omvang en de ligging van natuurgebieden in Fryslân (onder andere op de Waddeneilanden) en de aanwezigheid van dorpen daarbinnen loopt door de natuurgebieden een grote diversiteit aan mobiliteitsinfra.

Hierbij kan gedacht worden aan Rijks-, Provinciale en Gemeentelijke wegen, Spoorwegen en Vaarwegen. Daarnaast zijn er diverse lokale wegen en paden in bezit bij particuliere eigenaren. De infra is van belang voor exploitatie van het natuurgebied, het toerisme daarbinnen en de nationale economie in het geheel. • Vitale Infrastructuur: Door de natuurgebieden lopen belangrijke tracés van vitale infrastructuur zoals elektra (hoogspanningsleidingen), gas en drinkwater. Daarnaast zijn er een groot aantal voorzieningen en installaties van deze vitale infra alsmede de telecominfra en infra van o.a. de waterschappen in de natuurgebieden gesitueerd. Daarbij kan het natuurgebied ook een waterschapsfunctie hebben (duinen) en een drinkwaterwinning en –zuiveringsfunctie. • Toerisme en recreatie: Natuurgebieden trekken toeristen aan die genieten van natuur en landschap en zowel in, dan wel aan de randen van de natuurgebieden recreëren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen dag- en verblijfsrecreatie. In sommige gebieden is sprake van een sterke concentratie aan verblijfsrecreatie rondom en in natuurgebieden. Een deel van deze terreinen kent een beperkte ontsluiting. Vrijwel alle natuur-gebieden zijn opengesteld voor het publiek en leveren een bijdrage aan educatie. Recreatie en toerisme is mede dankzij onze natuurgebieden een belangrijke motor voor de economie in de provincie.

Binnen de natuurgebieden onderscheiden we een groot aantal functies die zorgen voor beheer van de natuurgebieden dan wel er gebruik van maken. Binnen die functies bestaat een grote diversiteit aan eigenaren en gebruiksvormen.

Binnen de genoemde functies bestaat een grote diversiteit aan eigenaren, beheerders, dan wel gebruikers. Bij de natuureigenaren komen we o.a. de grote landelijk georganiseerde (natuur)organisaties tegen als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Defensie, Rijkswaterstaat en de provinciale landschappen als wel particuliere eigenaren van verschillende omvang. Bij diverse andere functies komen we een vergelijkbare diversiteit tegen.

15

2. Probleemstelling Het grote aantal functies en hiermee samenhangende belangen binnen de natuurgebieden en het grote aantal belanghebbenden, met allen hun eigen doelstellingen, maakt het niet eenvoudig om voldoende waarde en inhoud te geven aan de gemeenschappelijke belangen, zoals het continuïteitsbelang, het veiligheidsbelang en het belang van duurzaamheid. Deze gemeenschappelijke belangen, de onderlinge relatie hiertussen en de effecten erop worden niet altijd in voldoende mate herkend en erkend. Hierdoor worden risico’s en de mogelijke effecten ervan voor het geheel van de samenleving vaak niet dan wel te laat onderkend. Helaas ontbreekt vaak integrale brede kennis op alle relevante terreinen en belangen zodat ontwikkelingen vaak eenzijdig beoordeeld worden.

De grote verscheidenheid aan functies en belangen maakt dat risico’s en effecten van natuurbranden niet of te laat gezamenlijk worden onderkend.

Deze gemeenschappelijke belangen zijn veelal ondergeschikt aan de eigen (primaire) belangen. Desalniettemin is er sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is bij het beheersen van natuurbranden van cruciaal belang voor de veiligheid van mensen en de bescherming van natuurwaarden. Daarbij is een natuurbrand geen theoretisch risico wat zelden voorkomt. Immers over natuurbranden is het volgende te melden: A. Natuurbranden komen regelmatig voor. De meeste natuurbranden worden door een snelle en adequate inzet met veel brandweermaterieel en personeel in het kader van de bekende “eerste klap is een daalder waard" geblust. Afhankelijk van de droogte ontwikkelt jaarlijks een aantal branden zich tot een brand van enorme omvang en krijgen we periodiek te maken met onbeheersbare kenmerken.

nP

re

R

tuu

EE

era

mp

W

, te

FI E

Wi nd

A GR ing POHell TO

LV

B. Natuurbranden blijken moeilijk in omvang beheersbaar door het grote aantal variabelen dat hierop van invloed is. De locatie van de brand, de op die locatie aanwezige vegetatie, de mate van compartimentering, de aanwezige vuurlast, de droogte, de luchtvochtigheid en de windrichting en -snelheid. Dit alles maakt een natuurbrand tot een zeer dynamisch en complex brandtype. Er zijn drie elementen die bepalend zijn voor het brandgedrag van een natuurbrand, en zijn daarmee meteen een indicatie van de beheersbaarheid van een natuurbrand: topografie, meteorologie en vegetatie. Deze vormen samen de natuurbrand-driehoek:

BRANDSTOF

Soort, hoeveelheid en vochtgehalte

16

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

C. Natuurbranden zijn moeilijk te bestrijden door factoren als bereikbaarheid, berijdbaarheid, het moeilijk te verkrijgen beeld over de brandontwikkeling en het zich afhankelijk van de windsnelheid snel voortschrijdende vuurfront in combinatie met de verstikkende en desoriënterende werking van de rook. Daarnaast is voor het bestrijden van een natuurbrand door de te hanteren technieken veel specialistisch materieel en personeel nodig. Ook de beschikbaarheid van bluswater is een essentiële component die een grote logistieke inspanning vergt. Daarnaast vergt het bestrijden van een natuurbrand het nodige van het materieel en het personeel (fysiek); D. Natuurbranden kunnen door de snelheid van de brandvoortplanting en de effecten van de rookkolom levensbedreigend zijn voor mensen die er wonen, werken en recreëren. Een snelle brandvoortplanting afgezet tegen de tijd die nodig is om mensen te evacueren kan leiden tot veel paniek en in het slechtste geval tot (grote) aantallen slachtoffers en of traumatische ervaringen. Daarnaast kan de brand een groot effect hebben op het grote aantal objecten en tracés van vitale infrastructuur en mobiliteit. Dit kan gezien de kwetsbaarheid hiervan van grote invloed zijn op de continuïteit van de samenleving.

Ook zal de natuurbrand een groot effect hebben op de Flora en Fauna in het gebied (soms ook een positief effect) en op de recreatiewaarde ervan. E. Natuurbranden ontstaan in ruim twee-derde van de gevallen door menselijk handelen (bron pm). 5% 5% 5%

Onvoorzichtigheid mensen

25%

Kwaadwilligheid mensen Tech/mechanische oorzaken Omgevingsfactoren Natuurinvloeden 32%

28%

Onbekend

Zoals uit het voorafgaande blijkt, is het onmogelijk het ontstaan van natuurbranden volledig uit te sluiten. Ook is het, gelet op de voorgaande punten, in veel gevallen niet mogelijk om de ontwikkeling van een natuurbrand tot een onbeheersbare brand te voorkomen. Het natuurbrandrisico scoort dan ook hoog op Nationale Risicomatrix (bijlage 1) en regionale risicoprofielen van veiligheidsregio’s met aanzienlijke arealen aaneengesloten natuurgebied (bijlage 2, Regionaal Risicoprofiel van Fryslân). Er zal dus meer aandacht nodig zijn voor het beheersen van het natuurbrandrisico, een betere beheersbaarheid van de brand en een beperking van de eventuele effecten (bron: nipv.nl/wp-content/uploads/2022/03/20210630BwNL-IFV-Gebiedsgerichte-aanpak-natuurbrandbeheersing.pdf).

Het is onmogelijk om het ontstaan van natuurbranden uit te sluiten. De omstandigheden rondom topografie (locatie, helling), meteorologie (droogte, tijdstip, windsnelheid en overige meteo) en vegetatie (brandstof hoeveelheid en vochtigheid) bepalen de kans op uitbreiding en gevaar.

17

3. Doelstelling Het doel is te komen tot een reductie van de kans op ontstaan van een onbeheersbare natuurbrand naar een meer maatschappelijk verantwoord en aanvaard niveau. Daarnaast is het nodig om de effecten van een natuurbrand op de in de inleiding omschreven functies als ecologie, wonen en werken, vitale (mobiliteits)infrastructuur, recreatie en toerisme en defensie te verminderen, zodat veiligheid en continuïteit meer gewaarborgd zullen zijn. Om deze ambitie te realiseren is het noodzakelijk dat de relevante risicohoudende stakeholders uit de in de inleiding beschreven functies zich van het risico bewust zijn en zich verantwoordelijk voelen voor bescherming, continuïteit en veiligheid. Daarnaast zijn zij bereid gezamenlijk het risico onder ogen te zien en integraal met elkaar, in het gemeenschappelijke belang, daar waar nodig risico-reducerende maatregelen te treffen met als wens te komen tot een maatschappelijk verantwoord risiconiveau. Hierbij is het nodig dat relevante bestuurslagen vanuit het openbaar bestuur en hun ambtelijke organisaties in het kader van risicoregulering zorgen voor de verbinding tussen de risicohoudende stakeholders. Het is dus van belang om de risico’s inzichtelijk te hebben. Dat kan door, op basis van een reëel incidentscenario, het effect op natuur en overige functies te presenteren.

In vervolg hierop kan helder worden gemaakt welke maatregelen getroffen moeten/kunnen worden om een voor de brandweer zoveel mogelijk te bestrijden incident te waarborgen. Om dit proces te bewerkstellingen is een werkwijze nodig waarmee risicohoudende stakeholders en risicoregulerende overheidsinstanties gezamenlijk komen tot een gestructureerde aanpak van het natuurbrandrisico, waarbij de voortgang van proces en maatregelen geborgd worden en waarbij over dilemma’s op het juiste niveau besluiten worden genomen.

Het beheersen van natuurbrandrisico’s is nodig om te voorkomen dat onbeheersbare natuurbranden ontstaan en gezondheidseffecten, majeure schade en maatschappijontwrichtende omstandigheden optreden. Hiertoe is verbinding tussen de vele risicohoudende stakeholders en de risicoregulerende overheid noodzakelijk.

18

4. Friese Gebiedsgerichte aanpak Als voorbereiding op een adequate aanpak van natuurbranden door brandweer, overheden en natuurbeheerders met adequaat materieel is een gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk om te komen tot een efficiënte en effectieve risicoregulering. Ervaring leert ons dat de gevolgen van de brandbestrijding voor de natuur dikwijls groter is dan de brand zelf. Dit, als gevolg van gebiedsvreemde waterkwaliteit en bodemverdichting. Gebiedsgericht werken in het kader van risico-regulering betekent vooral onderling integraal afstemmen. Dat geldt niet alleen voor de voorbereidingen op natuurbranden maar ook in het kader van het initiëren van nieuwe ontwikkelingen en van vergunningverlening. Voor de gebiedsgerichte aanpak zijn er een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten: 1. De Provincie heeft alle natuurgebieden in de provincie Fryslân die binnen het Natuur Netwerk Nederland liggen in een kaart opgenomen. Deze kaart is te vinden op de website van de provincie6. 2. De Provincie heeft de bescherming en het beheer van deze natuurgebieden in overleg met onder andere de gemeenten en natuurorganisaties opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie7, in Natura2000 beheerplannen8 en in het provinciale Natuurbeheerplan dat jaarlijks wordt geactualiseerd9. 3.

De Veiligheidsregio Fryslân, Brandweer Fryslân, heeft de natuurbrandscenario’s (op basis van aanwezige risico’s) verwerkt in het Regionaal Risicoprofiel (zie bijlage 2). 4. De Provincie heeft de natuurgebieden met een hoog natuurbrandrisico opgenomen in de landelijke Atlas leefomgeving10, deze gedetailleerde informatie helpt professionals om de woonomgeving veilig te houden. 5. In 2013 is er, met hulp van de provincie, voor 13 natuurgebieden een Risico Index Natuurbranden (RIN) opgesteld. 6. De Gemeenten stellen Omgevingsplannen op, waarin zij onder andere de aanwezigheid van voldoende bluswater in natuurgebieden regelen.

4.1 Samenwerkende partijen In het kader van het beheersen van natuurbrandrisico’s is samenwerking tussen de risicohoudende functies en de risicoregulerende bestuurslagen vanwege algemene belangen noodzakelijk. Doordat, afhankelijk van het gebied, het om een groot aantal belanghebbenden kan gaan is een gestructureerde en bestuurlijk geborgde aanpak essentieel. Belangrijk is het hierbij om aan te sluiten op, dan wel gebruik te maken van bestaande samenwerkingsverbanden. Daarnaast is afstemming met het landelijk programma van Brandweer Nederland m.b.t. natuurbrandbeheersing belangrijk om landelijk met een uniforme aanpak te werken waar het gaat om natuurbrandbeheersing. Dit komt alle betrokkenen en actoren ten goede en biedt duidelijkheid over waar men staat. Ook is er afstemming op noordelijke niveau (Fryslân, Groningen, Drenthe) door zowel de brandweer als de provincies. Verder is het van belang om, naast ontwikkelingen op het gebied van de ecologische functie, integraal ontwikkelingen van andere infra- en gebruiksfuncties en hun belangen binnen de natuurgebieden te monitoren en waar nodig en mogelijk bij de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing te betrekken. Immers door vroegtijdige afstemming van ontwikkelingen worden effecten op andere (gebruiks)functies en belangen vroegtijdig onderkend, zodat hierop geanticipeerd kan worden.

Uiteindelijk leidt dit vaak tot betere integrale planconcepten.

https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=a7bf16d4a62742e3821edf28ccfc2822 Omgevingsvisie De Romte Diele https://www.fryslan.frl/omgevingsvisie 8 https://www.fryslan.frl/natura2000/ 9 https://www.fryslan.frl/natuurbeheerplannen/ 10 https://www.risicokaart.nl/ 6 7

19

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

In het kader van het beheersen van natuurbrandrisico’s is samenwerking tussen de risicohoudende functies en de risicoregulerende bestuurslagen vanwege algemene belangen noodzakelijk. Doordat, afhankelijk van het gebied, het om een groot aantal belanghebbenden kan gaan is een gestructureerde en bestuurlijk geborgde aanpak essentieel. Belangrijk is het hierbij om aan te sluiten op, dan wel gebruik te maken van bestaande samenwerkingsverbanden. Daarnaast is afstemming met het landelijk programma van Brandweer Nederland m.b.t. natuurbrandbeheersing belangrijk om landelijk met een uniforme aanpak te werken waar het gaat om natuurbrandbeheersing. Dit komt alle betrokkenen en actoren ten goede en biedt duidelijkheid over waar men staat. Ook is er afstemming op noordelijke niveau (Fryslân, Groningen, Drenthe) door zowel de brandweer als de provincies. Verder is het van belang om, naast ontwikkelingen op het gebied van de ecologische functie, integraal ontwikkelingen van andere infra- en gebruiksfuncties en hun belangen binnen de natuurgebieden te monitoren en waar nodig en mogelijk bij de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing te betrekken. Immers door vroegtijdige afstemming van ontwikkelingen worden effecten op andere (gebruiks)functies en belangen vroegtijdig onderkend, zodat hierop geanticipeerd kan worden. Uiteindelijk leidt dit vaak tot betere integrale planconcepten.

Natuurbranden trekken zich niets aan van grenzen. Stoppen pas daar waar het natuurgebied ophoudt, wanneer er geen natuurlijke, dan wel kunstmatige maatregelen getroffen zijn. Een gezamenlijke integrale aanpak door “Samenwerkende Partijen” is dus essentieel om vooruitgang te boeken op het verminderen van de kans op onbeheersbare natuurbranden en de effecten ervan!

Ook vroegtijdige betrokkenheid van de veiligheidsregio bij mogelijk te stellen veiligheidskaders in de provinciale natuurbeheerplannen is essentieel. Door dit soort kaders aan de voorkant te formuleren kan hierop in de beoordeling van de natuurbeheerplannen van de natuureigenaren getoetst worden.

4.2 Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Fryslân In Fryslân is er inmiddels bij een aantal natuurgebieden ervaring opgedaan met een gebiedsgerichte aanpak van natuurbrandbeheersing. Binnen de natuurgebieden is een groot aantal stakeholders aanwezig met allen hun eigen belangen. Omdat integrale regelgeving ter beheersing van natuurbrandrisico’s ontbreekt, wordt er vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in het algemene belang gezamenlijk gewerkt aan een maatschappelijk verantwoorde situatie. In de gebiedsgerichte aanpak zijn drie niveaus van samenwerking te onderscheiden, die hieronder wordt toegelicht.

Schouwteams in RINgebieden

Regionaal regieteam NatuurBrand Beheersing

Bestuurlijk Platform NatuurBrand Beheersing

Figuur 4.1 Samenwerkingsniveaus in de Friese gebiedsgerichte aanpak. 20

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Schouwteams De basis van de aanpak ligt in de gebieden. Per RIN-gebied is (of wordt) er door de Veiligheidsregio een uitvoerend schouwteam samengesteld, dat in elk geval bestaat uit de volgende partijen: • Brandweer (Organiserende partij); • Gemeente(n); • Terreinbeheerders; • Provincie Fryslân. Het schouwteam kan, indien noodzakelijk, uitgebreid worden met liaisons en expertise bijvoorbeeld vanuit Vitens, Wetterskip Fryslân, Rijkswaterstaat, Defensie, of andere partijen. Het gehele proces start met een informatieve bijeenkomst (kick-off). Bij de kick-off bijeenkomst worden alle betrokken partijen uitgenodigd en door middel van een presentatie geïnformeerd. Op deze manier is een ieder op de hoogte van het proces en gelijktijdig betrokken zodat een gezamenlijke start gemaakt kan worden met de gebiedsgerichte aanpak. Het schouwteam werkt nauw samen in een periode van 4 jaar. In deze periode wordt een cyclus met 3 processtappen uitgevoerd. In de opstartfase voert het schouwteam de schouw voor het natuurgebied uit en levert een RIN, een gezamenlijk beeld over de situatie, compartimentering en bereikbaarheid van het natuurgebied en een maatregelenmatrix (zie voorbeeld in bijlage 3) op, die door de brandweer (Veiligheidsregio Fryslân) wordt vastgesteld.

Hierbij worden niet alle RIN gebieden tegelijkertijd geactualiseerd maar gefaseerd (zie de planning in bijlage 4, versie juli 2022). Reden hiervoor is dat dubbele afspraken met natuurbeheerders en andere partijen hiermee voorkomen worden. De actualisatie blijft echter nog wel een verantwoordelijkheid van de Brandweer, afdeling risicobeheersing/ planvorming. In de doorloopfase wordt jaarlijks de voortgang en nieuwe ontwikkelingen besproken en verwerkt in de maatregelenmatrix. In afsluitende fase wordt de cyclus geëvalueerd en opgeleverd waarna een nieuwe cyclus start begint.

Opstartfase schouw, opstellen RIN, maatregelenmatrix

Doorloopfase uitvoeren maatregelenmatrix

Afsluitende fase evalueren uitgevoerde maatregelen

jaarlijkse uitvoeringcyclus gedurende 4 jaar

na afsluitende fase terug naar opstartfase

Figuur 4.2 Gefaseerde aanpak door de schouwteams

Het schouwteam informeert betrokken actoren over het verloop van de cyclus. Op basis van dossieronderzoek, de RIN en de schouwresultaten wordt de maatregelenmatrix gevuld. De leden van het schouwteam koppelen zelf terug naar hun eigen organisaties om te stimuleren dat de maatregelen worden uitgevoerd. Het schouwteam rapporteert jaarlijks over de voortgang aan de Bestuurscommissie Veiligheid. Na het ondertekenen van het convenant loopt dat via het Regionaal regieteam Natuurbrand Beheersing naar het Bestuurlijk Platform NBB. Ook bij incidenten of onderwerpen die een bovenlokale of bestuurlijke afweging vragen wordt er afgestemd met het Regionaal regieteam en het Bestuurlijk Platform NBB.

21

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

Regionaal regieteam Natuurbrand Beheersing Het Regionaal regieteam is de verbinding tussen de schouwteams en het bestuur. Zij vertaalt de informatie uit de schouwteams. Deze informatie en informatie uit andere natuurgebieden in Fryslân wordt door het regieteam verrijkt met relevante toetsing aan het regionale en landelijke beleid, naar rapportages, beleidsadviezen en voorstellen voor het bestuur. Daarnaast koppelt het regieteam de beleidskeuzes terug richting de schouwteams. Het Regionaal regieteam kan de partijen op verzoek adviseren bij planvorming waarbij natuurbrandbeheersing een aandachtspunt kan zijn. Het Regionaal regieteam wordt samengesteld door de Veiligheidsregio en bestaat uit de volgende partijen: • Brandweer (Organiserende partij); • Provincie (Natura 2000 beleidsmedewerker); • Vertegenwoordigers namens de gemeenten en door het AOV-overleg aan te wijzen (minimaal 2); • Vertegenwoordiger(s) namens de Terreinbeheerders. Het regieteam komt minimaal twee maal per jaar bijeen11 om de voortgang en door de schouwteams ingebrachte onderwerpen te bespreken. De brandweerfunctionaris is verantwoordelijk om de output te delen met de repressieve organisatie. Alle leden koppelen informatie over natuurbrandbeheersing actief terug naar hun achterban om te stimuleren dat dit in de (integrale) omgevingsplanvorming wordt opgenomen.

Rol van en taakverdeling binnen het Regionaal regieteam • Brandweer: is de coördinator, levert de voorzitter en organiseert de bijeenkomsten; • Gemeente: deelnemen aan de gebiedsgerichte aanpak en uitvoering geven aan de maatregelenmatrix vanuit de gebiedsgerichte aanpak; • Terreinbeheerders: deelnemen aan de gebiedsgerichte aanpak en uitvoering geven aan de maatregelenmatrix vanuit de gebiedsgerichte aanpak; • Provincie: deelnemen aan de gebiedsgerichte aanpak, input leveren voor het maken van voorstellen (annotaties op informatie uit de schouwteams) voor het bestuur. Bestuurlijk Platform NatuurBrandBeheersing De bestuurlijke regie is belegd bij het Bestuurlijk Platform NBB (BP NBB). De BP NBB is een afstemmingsorgaan, gericht op samenwerking om eventuele natuurbranden beheersbaar te maken. De Veiligheidsregio is de initiator van de bestuurlijke overleggen. De partijen verlenen geen mandaat aan het BP NBB, de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid en beleidskeuzes blijft aan iedere individuele partij zelf. In het BP NBB hebben de volgende partijen en personen zitting, al dan niet alleen voor het onderwerp ‘natuurbrandbeheersing’: •

-

Een vertegenwoordiging (minimaal 2) van de gemeenten van de RIN gebieden, zijnde: gemeente Leeuwarden gemeente Smallingerland gemeente Tytsjerksteradiel gemeente Ameland gemeente Ooststellingwerf gemeente Weststellingwerf gemeente Opsterland gemeente De Fryske Marren gemeente Schiermonnikoog gemeente Heerenveen gemeente Terschelling gemeente Vlieland

De leden van het team laten zich bij verhindering vervangen door een collega die inhoudelijk op de hoogte is (of wordt gebracht). 11

22

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

• Provincie (gedeputeerde natuur) • Brandweer Fryslân (directeur brandweer/regionaal commandant) • Directeur/bestuurder van een terreinbeherende organisatie namens alle terreinbeheerders • Voorzitter van het Regionaal regieteam (secretaris). Het BP NBB wordt door het Regionaal regieteam geïnformeerd over de voortgang van de aanpak per gebied en maakt indien nodig een bestuurlijke keuze tussen de verschillende en mogelijk strijdige belangen. Ook stemmen de bestuurders in het BP NBB de inzet van mensen en middelen met elkaar af.

Natuurbrandbeheersing aanpakken middels een afgesproken structuur is noodzakelijk om gezamenlijk gestructureerd risico’s in kaart te brengen, deze risico’s integraal te analyseren en zo nodig hieruit integrale risico-reducerende maatregelen voor te stellen. Over deze voorstellen moet afstemming plaatsvinden tussen alle partijen. Afgesproken maatregelen moeten, gezien het meerjarig karakter wat ze kunnen hebben, gemonitord worden en over de voortgang moet worden gerapporteerd. Zo ontstaat een cultuur van met elkaar knelpunten oplossen en elkaar aanspreken op de realisatie ervan. Verder wordt ervoor gezorgd dat knelpunten die niet oplosbaar lijken op het juiste bestuurlijke niveau geagendeerd worden.

4.3 Middelen Om de gebiedsgerichte aanpak uit te voeren, te ondersteunen en te faciliteren zijn naast capaciteit (uren) ook financiële middelen nodig. De kosten die partijen maken voor maatregelen die in het kader van de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Fryslân worden uitgevoerd, worden in beginsel door de partij(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor de uitvoering van die maatregelen, zelf gedragen. Daarbij gaat het om middelen en mensen die worden ingezet bij de uitvoering van de beheersmaatregelen t.b.v. uitvoering natuurbrandbeheersing (maatregelenmatrix). Daarnaast kost ook regievoering, ondersteuning en facilitering van de gecoördineerde gebiedsgerichte aanpak de nodige uren voor veiligheidsregio en provincie in samenwerking met gemeenten, natuurterreinbeheerders, recreatieondernemers en overig betrokken stakeholders. De partijen leveren expertise en faciliteren Brandweer Fryslân om in het kader van de gemeentelijke en provinciale verantwoordelijkheid de RIN uit te voeren en op basis hiervan de Atlas leefomgeving (risicokaart.nl) te updaten, dan wel te complementeren. Dat kan onder andere door de beschikbaarstelling van bovenlokale capaciteit van ecoloog, landschapsadviseur, communicatieadviseur en/of GIS-analist, alsmede van faciliteiten als digitaal kunnen beschikken over GIS-informatie (kaartmateriaal o.a.

vegetatiekaart, satellietdata en andere relevante informatie die deels beschikbaar is via Geo4OOV.nl) ten behoeve van risicogerichte advisering voor de gebiedsgerichte aanpak. Daarnaast gaan partijen gezamenlijk op zoek naar extra financiële middelen van derden, waaronder (het aanvragen van) Europese en Rijkssubsidies en/of doeluitkeringen, ter bestrijding van de voor de realisatie van de uit te voeren maatregelen te maken kosten.

23

Notitie Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân • Veiligheidsregio Fryslân

4.4 Communicatie Over de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing zal in overleg met betrokken stakeholders bij de start van de schouwteams, in de opstartfase, maar zeker ook bij de voortgang het nodige gecommuniceerd worden. Hierbij is het belangrijk de diverse doelgroepen te onderkennen en de communicatiemiddelen hierop af te stemmen. Hiervoor zal in elk geval worden afgestemd met de communicatieadviseurs van alle partijen die het convenant hebben getekend.

Communicatie over de gebiedsgerichte aanpak is essentieel om draagvlak te krijgen en te behouden bij de betrokkenen en om eventuele gebiedsgerichte maatregelen uit te kunnen leggen aan de bevolking. Ook het melden van geboekte resultaten kan enthousiasmerend werken. Daarnaast is het belangrijk om bezoekers van natuurgebieden te informeren over wat zij kunnen doen om natuurbrand te voorkomen en daarmee bij te dragen aan de bewustwording van de risico’s en mogelijke gevolgen van een (onbeheersbare) natuurbrand.

24

Bijlagen 1: Nationale Risicomatrix ...........................................................................................................26 2: Regionaal Risicoprofiel 2022-2025 Veiligheidsregio Fryslân .................................................27 2.1 Risicobeeld van Fryslân ..................................................................................................28 2.2 RIN gebieden Fryslân .....................................................................................................29 3: Maatregelenmatrix (voorbeeld) ............................................................................................30 4: Planning uitvoering RIN per gebied ......................................................................................31 5: Hoe is de preventie op dit moment geregeld in de afspraken over natuurbeheer?.............32 6: Werkgroep Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Fryslân ................................36 7: Netwerkkaart .........................................................................................................................37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=1d4c34fb-ddd8-457d-b575-b3a92f90271b