C01 Aanbiedingsbrief kaders ontwerpbegroting 2026 FUMO
Tekst van het document
PER E-MAIL - de gemeenteraden van de Friese gemeenten; - Provinciale Staten van Fryslân; - het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân.
Grou, height:12.75 Kenmerk Afdeling
: 202505209KPD01 : Bedrijfsvoering
Betreft
: Aanbiedingsbrief kaders ontwerpbegroting 2026 FUMO
Geachte leden,
Met deze brief informeren wij u over de status van de kadernota 2026-2030 en over de vastgestelde kaders voor de ontwerpbegroting 2026. Het algemeen bestuur heeft de kadernota in zijn vergadering van 10 april 2025 middels een amendement voor kennisgeving aangenomen. Daarnaast heeft het AB kaders vastgesteld voor de ontwerpbegroting 2026. Dit zijn de volgende kaders: ‘het algemeen bestuur draagt het dagelijks bestuur op om een ontwerp begroting FUMO 2026 samen te stellen die beleidsarm is en die alleen voorstellen bevat die voldoen aan de uitgangspunten: onvermijdbaar, onontkoombaar en/of onuitstelbaar en daarnaast – in samenhang met de rapportage scenario’s’- voor het jaar 2026 qua omvang niet meer bedraagt dan de Begroting FUMO 2025 vermeerderd met de (wettelijke) indexaties en behoudens nieuw ingebrachte taken.’ Met de ‘rapportage scenario’s’ wordt de rapportage bedoeld die is opgesteld door een werkgroep die de bezuinigingsmogelijkheden bij FUMO onderzocht en dit heeft verwoord in een aantal scenario’s. Het algemeen bestuur heeft tijdens haar vergadering op 10 april 2025 aangegeven dat zij de ontwerpbegroting 2026, voorafgaand aan de verzending voor zienswijze, wil behandelen in een extra algemeen bestuursvergadering.
In verband met deze extra vergadering, die is gepland op 25 juni, wordt de ontwerpbegroting 2026 zo spoedig mogelijk na 25 juni ter zienswijze toegestuurd aan de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het Wetterskip Fryslân. De toezending is later dan de datum die eerder is gecommuniceerd.
Met vriendelijke groet,
I. Groeneveld
P. Hofstra,
Voorzitter
Secretaris/directeur
Bijlage(n)
1. Amendement kadernota AB 10 april 2025 2. Niet aangenomen Kadernota 2026-2030
ht:9999999
- 2 / 26 -
BIJLAGE 1
- 3 / 26 -
- 4 / 26 -
BIJLAGE 2
Kadernota 2026 – 2030
- 5 / 26 -
1. Inleiding
............................................................................................................................ 8
2. Relevante ontwikkelingen................................................................................................... 9 2.1 Stand van zaken van het Interbestuurlijk Programma VTH en FUMO ............................... 9 2.2. Ontwikkeling scenario’s begroting 2026 ............................................................................. 9 2.3 Bedrijfsvoering ................................................................................................................... 11 2.3.1 Informatievoorziening .......................................................................................................................................11 2.3.2 Contributieverhoging Omgevingsdienst Nederland ...........................................................................................12 2.3.3 Arbeidsmarktbenadering met Noordelijke omgevingsdiensten ..........................................................................12 2.3.4 Robuuste afdeling bedrijfsvoering.....................................................................................................................13
2.4 Vergunningverlening en Specialistisch Advies .................................................................. 15 2.4.1 Adviseur Omgevingswet ...................................................................................................................................15 2.4.2 Specialistische milieuthema’s ...........................................................................................................................16 2.4.3 Risicogericht en robuust vergunnen .................................................................................................................18
2.5 Toezicht en Handhaving .................................................................................................... 19 2.5.1 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS): geplande aanpak.......................................................................................19 2.5.2 Innovaties toezicht en handhaving....................................................................................................................19 2.5.3 Risicogericht werken ........................................................................................................................................20 2.5.4 Ondermijning ....................................................................................................................................................20 2.5.5 Ketentoezicht ...................................................................................................................................................20 2.5.6 Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit ...............................................................................21
3. Financieel kader en meerjarenperspectief ..................................................................... 22 3.1 Financieel kader ................................................................................................................ 22 3.2 Meerjarenperspectief ......................................................................................................... 25
- 6 / 26 -
Geachte bestuurders, raadsleden, statenleden en algemeen bestuursleden,
Voor u ligt onze kadernota voor het begrotingsjaar 2026. In de kadernota geven we de ontwikkelingen aan die van invloed zijn op onze organisatie en de kaders voor de begroting van 2026. Het milieu krijgt steeds meer aandacht, de maatschappij beseft meer en meer dat een schoon milieu een randvoorwaarde is om gezond te leven. Er zijn vele ontwikkelingen die met ons taakveld te maken hebben zoals zeer zorgwekkende stoffen, duurzaamheid, circulaire economie en klimaat. Daarnaast is het Interbestuurlijk Programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH) afgerond. Een deel van de uitkomsten van de verschillende pijlers, zoals robuustheid, moeten nog worden geïmplementeerd. De uitvoering hiervan ligt gedeeltelijk bij Omgevingsdienst NL en bij de omgevingsdiensten zelf. We blijven ons op volle kracht inzetten voor een betere en veilige leefomgeving en zorgen dat we in kunnen spelen op de veranderingen bij bedrijven zodat we de vereiste vergunningen en meldingen op een juiste wijze kunnen verlenen. De FUMO geeft advies, verstrekt vergunningen en houdt toezicht op de wet- en regelgeving voor natuur en milieu. Dat doet de FUMO voor de bedrijven en inwoners van Fryslân, in opdracht van onze deelnemers. Ook het bedrijfsleven meldt zich steeds meer bij de FUMO en geeft aan belang te hebben bij een FUMO die goed kan inspelen op de genoemde ontwikkelingen.
Dat vraagt om een investering in kennis en kunde binnen de FUMO. Ook kijkt de FUMO samen met het bedrijfsleven naar hoe vergunningverlening eenvoudiger en sneller kan en wordt er gewerkt aan een proef. Voor deze investeringen in kennis en kunde zijn er ook financiële investeringen nodig. De investeringen gemoeid met het voormalige IBP wordt in hoofdlijn bekostigd door subsidie van het ministerie van I&W. Naar aanleiding van een brief van de VFG d.d. 11 juli 2024, is er door het AB FUMO een werkgroep ingesteld bestaande uit ambtenaren en bestuurders. Vanuit deze werkgroep zijn er scenario’s ontwikkeld. Het gekozen scenario leidt tot een structurele besparing van € 558.000 per jaar.
Irona Groeneveld, Voorzitter FUMO
- 7 / 26 -
1. Inleiding Deze kadernota verduidelijkt de uitgangspunten voor de begroting van 2026 van de FUMO. Wij lichten de belangrijkste ontwikkelingen toe én geven daarbij aan welk effect deze hebben voor de FUMO en haar deelnemers. Zo kunnen wij onze taken voor onze opdrachtgevers uitvoeren. De doorverwerking van de herschreven missie en visie is meegenomen in deze kadernota. De missie en visie maakte eerst ook onderdeel uit van de concept Kadernota 2024-2028. Omdat verschillende leden van het algemeen bestuur (AB) bij de behandeling van het visiedocument onvoldoende comfort voelden bij de herijkte missie en visie, is deze toen niet vastgesteld. Per amendement is het belang van een brede steun van de volksvertegenwoordigers voor een herijkte missie en visie benadrukt en is besloten om de doorwerking in de definitieve vorige kadernota 2024-2028 niet op te nemen. Inmiddels is de herijkte missie en visie herschreven. Het visiedocument FUMO 2024-2028 is aangeboden voor zienswijzen op 18 juli 2024 met als sluitingsdatum 25 oktober 2024 en zal gelijktijdig met de behandeling van deze kadernota voor besluitvorming aangeboden worden aan het algemeen bestuur op 6 maart 2025. In Hoofdstuk 2 zijn de relevante ontwikkelingen beschreven.
Hierin geven we een stand van zaken rondom het (voormalige) Interbestuurlijk Programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH), het besparingsscenario naar aanleiding van de brief van de Vereniging Friese Gemeenten en de ontwikkelingen die spelen binnen onze afdelingen bedrijfsvoering, vergunningverlening en specialistisch advies en toezicht en handhaving. In Hoofdstuk 3 komen de uitgangspunten voor de begroting 2026 aan de orde én een meerjarig financieel perspectief van de FUMO-begroting tot 2030. Van kadernota naar begroting Normaliter wordt de kadernota vastgesteld in de AB-vergadering van december. Bij deze kadernota is daar vanaf geweken, de vaststelling staat nu geagendeerd voor de AB-vergadering van 10 april 2025. Dit naar aanleiding van de oproep van de Vereniging Friese Gemeenten om rekening te houden met het verwachte ravijnjaar voor gemeenten in 2026 en de scenario’s die daarvoor uitgewerkt moesten worden door een daarvoor ingestelde werkgroep. Het algemeen bestuur stelt de kadernota vast en daarmee is deze richtinggevend voor het dagelijks bestuur van de FUMO bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2026. De begroting 2026 zal opgesteld worden op basis van de beschreven relevante ontwikkelingen.
De ontwerpbegroting 2026 wordt in juni 2025 aangeboden aan de raden van de Friese gemeenten, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân. Zij worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen. Op 18 december 2025 stelt het algemeen bestuur van FUMO de begroting 2026 vast.
- 8 / 26 -
2. Relevante ontwikkelingen 2.1 Stand van zaken van het Interbestuurlijk Programma VTH en FUMO De commissie van Aartsen gaf in haar rapport (maart 2021) 10 aanbevelingen om het VTH-stelsel te versterken. Van 2022 tot en met 2024 is een vervolg gegeven aan de aanbevelingen binnen het Interbestuurlijk programma VTH (IBP VTH). Het IBP VTH is inmiddels afgerond en de opvolging is neergelegd bij koepelorganisatie Omgevingsdienst NL en de individuele omgevingsdiensten. Binnen het IBP VTH zijn de afgelopen 2 jaren veel producten ontwikkeld. Er is bijvoorbeeld een kennisinfrastructuur opgezet die ervoor zorgt dat omgevingsdiensten en straks meer partijen onderling kennis delen en uitwisselen. Ook is er een landelijk voorstel gedaan voor een uniforme systematiek voor de financiering van omgevingsdiensten en zijn de kwaliteitscriteria geactualiseerd. Tevens wordt er gewerkt aan de opzet van een digitale infrastructuur. Het onderdeel met de grootste impact is het voldoen aan de robuustheidscriteria die zijn opgesteld. Deze criteria zijn randvoorwaarden voor de omgevingsdiensten om te kunnen bestaan en de gevraagde kwaliteit te kunnen bieden. De omgevingsdiensten krijgen tot 1 april 2026 de tijd om aan deze criteria te voldoen. Binnen de FUMO is begin 2024 een plan van aanpak Robuustheid opgesteld.
In september 2024 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geoordeeld dat de FUMO in staat lijkt te zijn om de maatregelen op tijd door te voeren, waarmee de FUMO voldoet aan de gestelde robuustheidscriteria. Hierop vindt monitoring plaats door de Klankbord Groep Robuustheid vanuit het algemeen bestuur. De Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Veiligheid en Justitie, IPO en de VNG hebben de gezamenlijke ambitie om te werken aan een schone, veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit met de daaraan verbonden maatschappelijke opgaven op het gebied van onder meer de fysieke leefomgeving en water. Om dit te bereiken, nu het IBP VTH is geëindigd en om met elkaar te borgen dat de in het IBP VTH opgeleverde producten worden geïmplementeerd en doorontwikkeld zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een subsidie van 7 miljoen euro beschikbaar gesteld als bijdrage voor het proces om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. Er is maximaal € 245.000,- per omgevingsdienst beschikbaar. De opgaven voor de FUMO worden zoveel als mogelijk gefinancierd met deze subsidie. Door zoveel mogelijk samen te werken met andere omgevingsdiensten proberen wij de kosten te verlagen en uitgaven te besparen.
i. 2.2. Ontwikkeling scenario’s begroting 2026 De FUMO heeft op 11 juli 2024 een brief ontvangen van de Vereniging van Friese Gemeenten met de oproep om een bijdrage te leveren aan de financiële opgaven waar deelnemers mee te maken krijgen in het begrotingsjaar 2026. De afgelopen maanden is er intensief samengewerkt met deelnemers in de vorm van een werkgroep. Van daaruit zijn scenario’s opgesteld die leiden tot besparingen voor onze deelnemers. Het definitief gekozen scenario levert een structurele besparing op van € 558.000 per jaar. Deze besparing wordt behaald door onderstaande maatregelen door te voeren:
- 9 / 26 -
Nr.
Maatregel
Omvang in €
1.
% hercontroles bij inrichtingen verlagen
€ 95.000
2.
Dubbeling in raming actualisaties
€ 28.000
3.
Omvang bodemtaken aanpassen
€ 250.000
4.
Geraamde ureninzet handhaving aanpassen
€ 60.000
5.
Efficiënter plannen toezichtscontroles
€ 125.000
Totaal
€ 558.000
1. Percentage hercontroles bij inrichtingen verlagen Het percentage hercontroles voor type B-, B en C bedrijven wordt verlaagd van 60% naar 40%. Hierbij wordt de begroting in lijn gebracht met de werkelijkheid. 2. Dubbeling in raming actualisaties Er is een FUMO-breed plan van aanpak voor actualisaties opgesteld, in samenspraak met de deelnemers. Hiernaast hebben individuele deelnemers zelf ook actualisaties begroot, waardoor een dubbeling ontstaat. Deze dubbeling kan uit de begroting. De financiële impact van deze maatregel verschilt derhalve per deelnemer. 3. Omvang bodemtaken aanpassen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) en de Wet Bodembescherming (WBB) komen te vervallen. Ook zijn er taken verschoven van bevoegd gezag Provincie naar de gemeenten. In de huidige begroting zijn aannames gedaan voor wat betreft de wijzigingen op het gebied van de bodemtaken. In de praktijk zien we dat met name de reguleringstaken op het gebied van bodem voor gemeenten te ruim lijken te zijn ingeschat. Middels deze maatregel wordt de begroting aangepast aan de realiteit. Deze maatregel behelst zowel een aanpassing van de kentallen als de verwachte aantallen meldingen. 4. Geraamde ureninzet handhaving aanpassen Bij de implementatie van het besluit VTH (vanaf begroting 2020) is de handhavingstaak vanuit gemeenten aan de FUMO overgedragen.
Omdat onduidelijk was wat de omvang zou zijn van deze taak, is de aanname gedaan dat hiermee ongeveer 3 fte gemoeid zou zijn. Bij de implementatie van de Omgevingswet, is gerekend met 0.25 uur per inrichting, die bovenop deze 3 fte is begroot. In de praktijk zien we dat de uren niet worden gerealiseerd. De inschattingen lijken te ruim te zijn geweest. Daarom wordt voorgesteld de begrote uren voor handhaving te verlagen. 5. Efficiënter plannen toezicht controles Door (her)controles in hetzelfde gebied te combineren op dezelfde dag, kan de reistijd van toezichthouders verlaagd worden. Het voorstel is om het kental met 0,5 uur per controle te verlagen.
- 10 / 26 -
2.3 Bedrijfsvoering 2.3.1 Informatievoorziening Het domein informatievoorziening is een belangrijk onderdeel binnen het Interbestuurlijk Programma vergunningverlening, toezicht en handhaving (IBP VTH). Een goed functionerende informatievoorziening is essentieel voor het kunnen delen van informatie en kennis, wanneer dit niet op orde is kunnen we de gewenste versterking van het VTH-stelsel niet waarmaken. Daarom richt pijler 3 van het IBP VTH zich op het verbeteren van de informatievoorziening. Om dit te bereiken zijn de volgende doelen opgesteld: •
Het oplossen van knelpunten en het doorvoeren van verbeterpunten in de informatievoorziening van het VTH-stelsel Milieu.
•
Advies opstellen over de gewenste en noodzakelijke verandering ten behoeve van de informatievoorziening in het VTH-stelsel. De uitvoering van dit doel ligt bij koepelorganisatie Omgevingsdienst NL (vergelijkbaar met VNG, IPO en Unie van Waterschappen)
•
Het beschrijven en benoemen van de relevantie, kwaliteit en samenhang van de informatievoorziening van het VTH stelsel, zodat besluitvorming kan plaatsvinden over de ontwikkeling en organisatie van de informatievoorziening van het VTH-stelsel.
Het duurzaam organiseren van menskracht, kennis en aandacht voor de organisatie van de informatievoorziening van het VTH-stelsel. Dit doel is ook vertaald naar onze Informatievisie. In het stelsel van de Omgevingswet is vastgelegd dat Inspectieview het verplichte systeem is om informatie te delen voor de gehele VTH-keten. De uitvoering van dit doel ligt bij Omgevingsdienst NL. De uitgangspunten in pijler 3 van het IBP VTH hebben de basis gevormd voor de Informatievisie 2024-2028. Deze Informatievisie is vastgesteld door het algemeen bestuur van de FUMO op 11 april 2024. Met deze vaststelling is er ook besloten dat de structurele effecten van de Informatievisie meegenomen worden in deze Kadernota en de begroting voor 2026. Het gaat om een totale structurele uitzetting van € 300.000. De vijf ontwikkelsporen waar wij ons op richten zijn: 1. Doelgerichte & Doelmatige dienstverlening: Ontwikkeling en implementatie van een sturingsinstrument dat niet alleen de inzet van capaciteit en middelen monitort, maar ook het maatschappelijk effect en de beleidsambities van de deelnemers meet. 2. Majeure veranderopgave in samenhang: Om grip te krijgen op alle opgaven in het I-domein van de GR-FUMO wordt het principe van projectportfolio management toegepast waarbij onderlinge afhankelijkheden integraal worden opgepakt en sturing plaatsvindt door het projectportfolio management. 3.
Effectieve ketenrelatie GR-FUMO: Optimaliseren van de informatie-uitwisseling tussen de deelnemers en de FUMO, digitalisering van de informatiestromen en wijziging van inrichtingskeuzes. 4. Data gestuurd werken: Ontwikkelen van een kader waarbinnen informatie gestuurd werken in de keten kan worden gefaciliteerd. 5. Toekomstgericht I&A-organisatie: De inrichting van de I&A-organisatie om zodoende ‘fit’ te zijn voor de ondersteuning van de informatievoorziening van de FUMO in de toekomst.
- 11 / 26 -
2.3.2 Contributieverhoging Omgevingsdienst Nederland Omgevingsdienst Nederland (ODNL) is het overkoepelende orgaan voor alle Omgevingsdiensten. Voor de diensten die de ODNL voor ons uitvoert betalen we contributie. Door meerdere ontwikkelingen waar de ODNL mee te maken heeft, gaat die contributie stijgen. Nu het IBP VTH afgerond is, liggen er veel vervolgtaken bij de ODNL om de uitkomsten van het IBP VTH goed te implementeren bij alle Omgevingsdiensten. Vanuit het IBP VTH is aangegeven dat de ODNL zich dient te ontwikkelen als een robuust kennisinstituut zodat gewenste verbeteringen vanuit het rijk, via de ODNL, bij alle Omgevingsdiensten gerealiseerd kunnen worden. Vanuit ODNL wordt dit opgepakt door het oprichten van een kennisinfrastructuur (KIS). Naast kennisregisseurs (in dienst bij ODNL) worden ook kennisvertegenwoordigers (in dienst bij Omgevingsdiensten) en kennisplatforms gefinancierd vanuit ODNL. Ook de ODNL-academie zorgt voor een verhoging van kosten. De ODNL-Academie ontwerpt (maatwerk) leerlijnen en brengt op een slimme manier vraag en aanbod samen. ODNL werkt daarvoor intensief samen met de bestaande partner academies van VNG Connect, Seveso +, de Inspectieraad, ILT en Bodem breed en stemt het aanbod op elkaar af. Op termijn worden ook strategische allianties gevormd met andere onderwijsinstellingen, zoals diverse mbo/hbo instellingen.
De ODNL-Academie ontwikkelt programma’s en leerlijnen voor alle niveaus van medewerkers van de omgevingsdiensten. Hier heeft de FUMO ook baat bij omdat wij gebruik kunnen maken van het opleidingsaanbod die van belang is voor het goed functioneren van onze medewerkers. Alle omgevingsdiensten doen mee aan deze academie omdat zij lid zijn van de ODNL. Daardoor ontstaat ook schaalvoordeel doordat opleidingen goedkoper kunnen worden ingekocht. Vanuit het IBP VTH, pijler 3 (Informatievoorziening VTH), blijkt dat er op het gebied van data en informatievoorziening een grote achterstand is. Ook hier wil de ODNL aan bijdragen door te zorgen voor centrale sturing op diverse ontwikkelingen en projecten op het gebied van data en informatievoorziening, zodat deze in samenhang met het VTH-stelsel worden ontwikkeld. Dit zal ook leiden tot een verbetering van de informatievoorziening bij de FUMO De vertegenwoordiging van de FUMO via de ODNL heeft meer belangrijke voordelen voor de FUMO. Zo is ODNL een aanjager voor subsidies vanuit de Rijksoverheid. Doordat zij rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen hierop, is de kans groter dat er meer subsidies voor Omgevingsdiensten beschikbaar gesteld gaan worden. De ODNL is een belangrijk aanspreekpunt voor het ministerie. Doordat zij alle Omgevingsdiensten in Nederland vertegenwoordigen kunnen ze meer invloed uitoefenen.
Het rechtstreekse contact van ODNL met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen zorgt voor een betere onderlinge samenwerking tussen Omgevingsdiensten en haar deelnemers. De contributie gaat voor alle deelnemers van de ODNL van € 981.000 in 2024 naar € 2.654.000 in 2026. Voor de FUMO betekent dit een hogere bijdrage van € 70.000. Het budget voor contributies en abonnementen wordt om deze reden verhoogd met dit bedrag.
2.3.3 Arbeidsmarktbenadering met Noordelijke omgevingsdiensten De krapte op de arbeidsmarkt maakt het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te werven. Sinds 2022 bundelen de omgevingsdienst Groningen, RUD Drenthe en FUMO de krachten om gezamenlijk de arbeidsmarkt te benaderen. Deze samenwerking heeft ook in 2024 geleid tot
- 12 / 26 -
succesvolle (online) wervingscampagnes, onder andere voor traineeships, geluidsadviseurs en moeilijk invulbare functies. Deze positieve resultaten tonen aan dat de gezamenlijke aanpak werkt. Daarom willen we deze lijn niet alleen voortzetten, maar ook verder uitbreiden om toekomstige uitdagingen in de arbeidsmarkt effectief het hoofd te kunnen bieden. De arbeidsmarkt benadering met de Noordelijke omgevingsdiensten is begroot op € 70.000,- vanwege: •
Versterking van de concurrentiepositie om ons te onderscheiden en meer gekwalificeerde kandidaten aan te trekken; • Inflatie en stijgende kosten van mediaplatforms en wervingsmiddelen; • Uitbreiding van specialistische campagnes voor traineeships en opleidingsprogramma’s voor specialistische functies, waarvan we weten dat ze effectief zijn. • Investeringen in relaties met onderwijsinstellingen, door gastcolleges, gerichte advertenties en samenwerking voor een duurzame instroom van talent; • Doorontwikkeling van digitale middelen zoals website, wervingsmaterialen en visuele content om de campagnes te versterken; • Onvoorziene arbeidsmarktontwikkelingen, waarvoor flexibiliteit nodig is. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om aanvullende SPUK-middelen in te zetten, waarmee een deel van de kosten voor de gezamenlijke arbeidsmarktcampagne kan worden gedekt. Eerder werden deze uitgaven bekostigd vanuit het bestaande budget voor werving en selectie van € 51.800. Naast dat dit budget niet meer toereikend is, werd ook geconstateerd dat er voor reguliere wervingsuitgaven geen budget meer was. Terwijl dit budget daar wel voor is bedoeld. Daarom zal het budget voor Werving en selectie in stand moeten blijven voor de dekking van reguliere werving en selectiekosten.
Daarnaast is € 70.000 structureel nodig voor de kosten van de arbeidsmarktbenadering met de andere noordelijke omgevingsdiensten.
2.3.4 Robuuste afdeling bedrijfsvoering Door de manier waarop de organisatie is ingericht en gefinancierd, is er weinig ruimte in de begroting om aanvullende eisen, nieuwe initiatieven en/of onvoorziene zaken op te vangen. De begroting is de afgelopen jaren zo strak mogelijk gehouden, waardoor er nauwelijks ruimte is voor extra uitgaven. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen of extra eisen vanuit bijvoorbeeld het ministerie bijna altijd leiden tot overschrijdingen van het bestaande budget. Zonder extra investeringen is de FUMO niet in staat om deze op te vangen. Binnen de FUMO zijn er op dit moment knelpunten in de afdeling bedrijfsvoering die de continuïteit, volwassenheid en opschaling van belangrijke bedrijfsprocessen verstoren. Deze knelpunten belemmeren de uitvoering van de taken en de noodzakelijke doorontwikkeling richting een robuuste omgevingsdienst. Zonder aanpak van deze knelpunten bestaat het risico dat de FUMO niet in staat is de verwachte maatschappelijke en wettelijke opgaven tijdig en effectief uit te voeren. Daarom achten wij het opvoeren van de volgende functies noodzakelijk: Directiesecretaris De FUMO heeft momenteel geen directiesecretaris zoals andere omgevingsdiensten deze functie wel kennen.
De directiesecretaris zorgt voor het voorbereiden en het efficiënte verloop van het bestuurlijk besluitvormingsproces en adviseert inhoudelijk over de gedane voorstellen wat de kwaliteit ten goede komt. In de huidige situatie zijn er veel collega’s betrokken bij het voorbereiden van de vergaderstukken voor het dagelijks- en algemeen bestuur. Daardoor is veel interne afstemming nodig - 13 / 26 -
wat niet efficiënt is en daarnaast foutgevoelig is. Ook leidt het tot inconsistentie in de kwaliteit omdat er verschillende stijlen aangehouden worden. De directiesecretaris fungeert als adviseur voor directie en management en kan door de inhoudelijke kennis die voor deze functie noodzakelijk is, een ontlasting betekenen voor directie en management. Bedrijfsjurist/Woo coördinator De FUMO heeft op dit moment nog geen algemene bedrijfsjurist. Er zijn wel regelmatig vraagstukken waarbij een bedrijfsjurist benodigd is. Momenteel zijn we bijvoorbeeld bezig met het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling, het vernieuwen van het reglement van orde, het opstellen en beoordelen van diverse contracten, aanpassen van mandaatregelingen etc. Ook kan de bedrijfsjurist een juridische toets doen bij MT- en DB-voorstellen. Nu worden deze taken opgepakt door beleidsadviseurs die de benodigde juridische kennis niet hebben of er wordt dure juridische expertise ingehuurd. Door vaste bezetting hiervoor in te richten zorgen we voor kwaliteit, juridische zekerheid en besparen we kosten. Daarnaast heeft de FUMO wettelijk gezien een Woo-contactpersoon nodig. Deze wordt nu ingevuld vanuit het team juristen maar dit is geen logische plek. Vanwege de Woo wetgeving kunnen er ook Woo verzoeken worden ingediend bij de FUMO zelf.
Daarnaast zullen wij ook gegevens moeten verzamelen en ter beschikking stellen aan deelnemers waar een Woo verzoek is ingediend en informatie gevraagd wordt die bij de FUMO is gearchiveerd. Strategische communicatie Vanuit pijler 6 (Monitoring kwaliteit milieutoezicht) van het IBP VTH heeft Beerenschot onderzoek gedaan naar wat adequate of werkende vormen zijn van ‘horizontale verantwoording’. De versterking van deze horizontale verantwoording is een belangrijk onderdeel om de werking van het VTH-stelsel te optimaliseren. Onder ‘horizontale verantwoording’ wordt verstaan: de verantwoording over financiën, beleid en uitvoering voor en door omgevingsdiensten, via diens college, aan de gemeenteraden, provinciale staten. Eén van de aanbevelingen uit dit onderzoek luidt: “Ontwikkel als omgevingsdienst een doorlopende en meerjarige communicatiestrategie die aansluit op de zittingsperiode van de gemeenteraad en provinciale staten.” Wij willen hier uitvoering aan geven door meer te laten zien welke taken de FUMO uitvoert en welke bijdrage dit geeft voor een schone en veilige leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door persberichten, interviews en gebruik te maken van diverse sociale mediakanalen. De afdeling communicatie binnen de FUMO zal zich bezig gaan houden met een communicatiestrategie voor de komende jaren waarin deze aanbeveling ook wordt meegenomen.
Hiervoor is extra bezetting nodig bij communicatie. Facilitair en huisvesting Op het gebied van facilitaire zaken en huisvesting is er momenteel geen formatie ingericht. De werkzaamheden hiervoor worden door medewerkers uitgevoerd naast hun reguliere werkzaamheden. Dit is onwerkbaar en leidt tot een hogere werkdruk. Daarom zien wij het als noodzakelijk dat er formatie komt voor facilitair en huisvesting waarbij naast reguliere werkzaamheden ook gewerkt wordt aan een impactanalyse van externe ontwikkelingen die impact hebben op onze huisvesting en de vervolgacties daaruit. Er zijn meerdere ontwikkelingen die impact hebben op onze huisvesting. Er komt een nieuwbouwwijk naast de FUMO waardoor het terrein om ons heen verandert. Daarnaast wil de gemeente Leeuwarden ons pand verduurzamen.
- 14 / 26 -
Functioneel beheerder De FUMO verkeert momenteel in een transitiefase die door verschillende, vooral externe, omstandigheden wordt veroorzaakt. Zoals bekend zijn er veranderopgaven die voortvloeien uit de Omgevingswet en het IBP-VTH. Daarnaast kent de FUMO ook een doorgaande professionalisering van de reguliere interne processen. Voor de veranderbehoefte die is ontstaan vanuit Omgevingswet en IBP-VTH is de Informatievisie ontwikkeld. De afgelopen jaren is er sprake geweest van een toename in werkzaamheden. Dat veroorzaakt een toenemende belasting op de ondersteunende taken bij Bedrijfsvoering. Om die goed te kunnen uitvoeren is passend gereedschap onmisbaar. In de afgelopen jaren zijn er meerdere nieuwe applicaties bijgekomen. Het beheer hiervan werd steeds als extra taak belegd bij de bestaande medewerkers van het cluster ICT. We zijn echter op een punt gekomen dat deze medewerkers hierdoor steeds moeilijker hun reguliere werkzaamheden kunnen uitvoeren. Om de kwaliteit en de continuïteit van deze ondersteunende processen te kunnen garanderen is het noodzakelijk geworden om het beheer van de softwaresystemen te professionaliseren het functioneel beheer uit te breiden. Strategisch accountmanagement Om de kwaliteit van dienstverlening door de FUMO te borgen is het van belang dat de tevredenheid van klanten en deelnemers wordt gemonitord.
Ook is het van belang dat het accountmanagement binnen de FUMO wordt verzwaard. Op dit moment is de functie van accountmanager hoofdzakelijk ingericht als een administratief aanspreekpunt. Bij accountgesprekken schuiven diverse functionarissen uit de organisatie aan, zoals teamleiders en managers. Dit geeft niet alleen druk op de organisatie, ook worden vraagstukken divers en gefragmenteerd opgepakt. Door accountmanagement meer strategisch in één hand te beleggen worden vraagstukken van deelnemers beter opgepakt. Deze functie willen we combineren met het actief monitoren en rapporteren van de klant- en deelnemerstevredenheid. Op deze manier creëren we voor klanten én deelnemers een professioneel en robuust aanspreekpunt. Met het verzwaren van het accountmanagement sluiten wij ook aan bij de aanbevelingen vanuit de rapportage die TEN HAVE Change Management opgeleverd heeft in 2020 ten aanzien van het functioneren van de FUMO. In dit rapport wordt aanbevolen om de samenwerking ten behoeve van integrale klantbediening te verbeteren door onder andere de inrichting van accountmanagement te hernieuwen. Deze functies leiden tot de volgende uitzettingen: Mutaties Omschrijving 1. Directiesecretaris 2. Bedrijfsjurist/ WOO-coördinator 3. Strategische communicatie 4. Facilitair en huisvesting 5. Functioneel beheerder 6. Strategisch accountmanagement Totaal
Bedrag Structureel/ incidenteel Voordeel/ nadeel € 120.000 Structureel Nadeel € 50.000 Structureel Nadeel € 100.000 Structureel Nadeel € 100.000 Structureel Nadeel € 100.000 Structureel Nadeel € 100.000 Structureel Nadeel € 570.000
2.4 Vergunningverlening en Specialistisch Advies 2.4.1 Adviseur Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving grotendeels gedecentraliseerd naar de gemeente. De commissie Van Aartsen constateert dat de advisering door omgevingsdiensten belangrijker is geworden door de komst van de Omgevingswet en de noodzaak om meer samenhangend en integraal naar milieuregels te kijken. - 15 / 26 -
Met deze functie zijn we in staat om (nieuwe) ontwikkelingen en samenwerkingen die zich als gevolg van de Omgevingswet binnen en buiten de FUMO afspelen, te signaleren, af te stemmen met interne en externe partijen (o.a. deelnemers) en deze te vertalen naar adviezen en consequenties voor de dienstverlening van de FUMO. Ook maakt deze functie het mogelijk om een bijdrage te leveren aan de (door)ontwikkeling, regievoering of aanjaagfunctie, implementatie en uitvoering van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Gelet op voorgaande en de huidige praktijkervaringen, achten wij het noodzakelijk deze functie structureel in te vullen. •
•
Financieel betekent dit € 115.000, - per jaar (structureel). De doorvertaling hiervan naar de ontwerpbegroting is nog onder voorbehoud van de vaststelling van het visiedocument FUMO 2024-2028. Dit staat gepland tijdens de AB-vergadering van 6 maart 2025. De taken van de adviseur Omgevingswet kunnen niet aan individuele zaken en deelnemers worden toegeschreven en vallen daarom onder de collectieve uren. Als het visiedocument FUMO 2024-2028 wordt vastgesteld, verhogen wij in onze begroting de collectieve uren met 1.360 uur.
2.4.2 Specialistische milieuthema’s De kern van de analyse van de Commissie Van Aartsen is dat omgevingsdiensten opgaven hebben om invulling te kunnen geven aan ‘onafhankelijkheid’ in een stelsel waar ‘nabijheid’ centraal staat. Er is versterking nodig om invulling te kunnen geven aan advisering die gebaseerd is op expertise bij integrale opgaven op regio- en gemeentelijk niveau. Vanuit pijler 4 van het IBP VTH is het noodzakelijk om ook binnen de FUMO een kennisinfrastructuur op te bouwen. De ontwikkelingen waar landelijk via deze kennisinfrastructuur op ingezet zal worden zijn: zeer zorgwekkende stoffen, bodem en ondergrond, circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie en waterkwaliteit. Wij richten ons voor nu alleen op zeer zorgwekkende stoffen, energie en circulaire economie. Wellicht is in de toekomst meer inzet nodig op het gebied van kennisinfrastructuur. Ook de Friese bevoegde gezagen en het bedrijfsleven zijn aan de slag met genoemde transitieopgaven en ontwikkelingen en ook de FUMO dient te investeren in kennisontwikkeling rond milieuthema’s als duurzaamheid, energie en de hernieuwde aandacht voor milieuproblematiek. Deze politieke doelstellingen dragen in het VTH-stelsel gezamenlijk bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, aan het voorkomen van (vermijdbare) milieuschade en aan het aanpakken van de (milieu)problematiek.
Om als omgevingsdienst hierin onze adviserende en toetsende rol te kunnen innemen, bestaat binnen FUMO de noodzaak om te investeren in het personeelsbestand. We willen daarom een vaste bezetting binnen het primair proces van twee fte organiseren op actuele specialistische milieuthema’s zoals ZZS, energie en circulaire economie. Dit is nodig om de kunnen voldoen aan de toenemende vraag naar kennis en expertise door bevoegde gezagen en het bedrijfsleven, maar ook om de huidige kwetsbaarheid te verminderen. Het gaat hierbij om collectieve taken. •
•
Financieel betekent dit 3 x € 115.000, - = € 345.000, - per jaar (structureel). De doorvertaling hiervan naar de ontwerpbegroting is nog onder voorbehoud van de vaststelling van het visiedocument FUMO 2024-2028. Dit staat gepland tijdens de AB-vergadering van 6 maart 2025. Als het visiedocument FUMO 2024-2028 wordt vastgesteld, zal dit verwerkt worden in de begroting door de collectieve uren te verhogen met 4.080 uren (3 fte). - 16 / 26 -
Toelichting thema’s ZZS Op het gebied van ZZS zijn veel ontwikkelingen gaande. ZZS heeft een negatieve impact op de gezondheid van inwoners doordat schadelijke stoffen zich verspreiden via het oppervlakte water, de lucht en de bodem. Niet alle vormen van ZZS zijn al in beeld, er komen steeds meer nieuwe stoffen bij. Dit vraagt om meer kennis om de schadelijke gevolgen voor ons milieu en de volksgezondheid te verminderen. In de testfase komt aan het licht dat er bij heel veel bedrijven sprake is van schadelijke stoffen. Vaak is er bij bedrijven sprake van onwetendheid ten aanzien van schadelijke stoffen en hebben ze hierin advies nodig. Vanuit het bedrijfsleven zijn wij ook benaderd hierover, er is sprake van een kennisbehoefte. Daarnaast zijn er ook wettelijke ontwikkelingen, zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW), die beperkingen kunnen betekenen voor het uitstoten van ZZS. De FUMO zal hierdoor ook de kennis moeten hebben om bij vergunningverlening en toezicht en handhaving actie te kunnen ondernemen. Er zijn veel voorbeelden in de praktijk op het gebied van ZZS, denk aan Tata Steel, Chemours en meer lokaal: het aantreffen van een hoge concentratie PFOS in de Jelsumer- en Lytse Feart.
Zo zijn er meerdere belangrijke collectieve taken op het gebied van ZZS: het volgen van de (landelijke) ontwikkelingen, het vertalen hiervan naar benodigde interne ontwikkelingen, zorgen voor kennisdeling en een aanspreekpunt zijn voor vergunningverleners en toezichthouders van de FUMO, voor deelnemers, maar ook voor het bedrijfsleven. Energie Energie is en blijft een belangrijk thema voor de FUMO en haar deelnemers, het is tenslotte een onderdeel binnen de Europese klimaatdoelstellingen. Ook gemeenten en andere overheidsinstellingen hebben hierin een belangrijke rol te vervullen. In de Uitvoerings- en handhavingstrategie Fryslân 2024 is energie ook benoemd in de doelstellingen: “Bedrijven hebben inzicht in hun bijdrage aan en verantwoordelijkheid voor een klimaatbestendig, circulair en energieneutraal Fryslân.” Er is nog veel winst te behalen bij bedrijven op het gebied van energiebesparing. Door hier als FUMO op te adviseren en ondernemers te begeleiden kunnen we veel resultaten halen als het gaat om het besparen van energie en het verminderen van de impact van energieopwekking op het milieu. De taken die we als FUMO op dit thema uitvoeren zijn veelzijdig.
Zo zijn we bezig met het controleren en adviseren van bedrijven op het energieverbruik, stimuleren we bedrijven om meer maatregelen te nemen dan wettelijk verplicht en zijn we een vraagbaak en kennispunt voor externen en intern voor de FUMO. Om over de juiste en actuele kennis te beschikken wordt deelgenomen aan landelijke werkgroepen en bijeenkomsten. De landelijke ontwikkelingen worden gevolgd, vertaald naar beleid en gedeeld met collega’s voor wie dit van belang is. Circulaire economie Circulaire economie is onderdeel van de klimaatdoelstellingen. Nederland wil in 2050 circulair zijn en in 2030 50% minder grondstoffen gebruiken. Provincie Fryslân heeft grote ambities in de transitie naar een circulaire economie en heeft de FUMO de opdracht gegeven om bedrijven te stimuleren meer circulair te werken en de meer samen te werken met de provincie en gemeenten.
- 17 / 26 -
Ook de Friese gemeenten voeren projecten uit om hun bedrijven te ondersteunen in de omslag naar circulaire producten en diensten. Het bedrijfsleven heeft een nadrukkelijke oproep gedaan aan het bestuur van FUMO om blijvend te investeren in een sterke VTH keten die zij nodig hebben om politiek bestuurlijke ambities te realiseren. Om als FUMO een rol te kunnen vervullen binnen dit actuele thema en daarmee van toegevoegde waarde kunnen zijn voor haar deelnemers en het milieu, is het van belang om onze kennis op dit gebied te ontwikkelen. De taken binnen het primair proces richten zich met name op advisering van bedrijven op de onderwerpen duurzaam grondstoffengebruik en het sluiten van kringlopen waarbij grondstoffen hergebruikt worden en niet de verbranding ingaan.
2.4.3 Risicogericht en robuust vergunnen Twee actuele landelijke ontwikkelingen binnen vergunningverlening zijn risicogericht- en robuust vergunnen. De FUMO zal de komende jaren zich hierin verdiepen door landelijke ontwikkelingen te volgen en te onderzoeken wat de aanpak is van andere omgevingsdiensten die hier mee aan de slag gaan. Het doel is dat wij hierdoor op termijn ook invulling kunnen geven aan deze ontwikkelingen. Graag lichten wij deze twee ontwikkelingen kort toe. Risicogericht vergunnen Bij risicogericht vergunnen wordt er op specifieke onderdelen in een vergunning de meeste aandacht gegeven wanneer er een hoge risico inschatting is. Met deze methodiek kunnen we meer tijd en aandacht besteden aan die onderdelen die de meeste impact op milieu hebben. Vanuit de Landelijke Vergunning Strategie (LVS) is er ook een tool ontwikkeld waarmee omgevingsdiensten in staat gesteld worden om de ontvangen aanvragen en meldingen van milieubelastende activiteiten te beoordelen en te prioriteren op vooraf vastgestelde risico’s. Ook in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2024 wordt aandacht gegeven aan risicogericht werken: “VTH zetten we in op de activiteiten met de grootste risico’s.
Op basis van risico’s bepalen we hoe diepgaand de toetsing van meldingen en vergunningen dient plaats te vinden, bij welke locaties en wanneer een controle het meest effectief is én welke toezichtsvorm hier het beste bij past.” Robuust vergunnen Bij robuust vergunnen wordt er een vergunning afgegeven die meer toekomstbestendig is en daarmee niet steeds aangepast hoeft te worden naar aanleiding van ontwikkelingen bij een bedrijf. Het is een complexe ontwikkeling die eerst zorgvuldig onderzocht moet worden. Komende tijd wordt er gekeken naar de haalbaarheid van robuust vergunnen voor de FUMO. Vervolgens zal er bij voldoende haalbaarheid gewerkt worden aan een plan van aanpak die zal leiden tot implementatie van deze aanpak. Verbeteren en versnellen vergunningaanvraag De FUMO wordt regelmatig benaderd vanuit het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven geeft aan belang erbij te hebben dat vergunningaanvragen verbeterd worden en versneld worden. Vereniging circulair Friesland heeft dit ook aangekaart in een presentatie tijdens de informatiebijeenkomsten voor besturen en volksvertegenwoordigers ten aanzien van de missie en visie van de FUMO. In 2025 gaan wij een pilot starten tezamen met een aantal bedrijven rondom de vergunningaanvraag. Hierbij zal nagegaan worden hoe de aanpak van vergunningaanvragen geoptimaliseerd kan worden.
De resultaten uit deze pilot zullen wij in 2026 breder implementeren.
- 18 / 26 -
2.5 Toezicht en Handhaving 2.5.1 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS): geplande aanpak De omschrijving van het onderwerp ZZS leest u onder 2.4.2 specialistische milieuthema’s. Het doel van het overheidsbeleid is om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren. Dit doel hebben we verder uitgewerkt in onze geplande aanpak voor Friesland: • Opbouwen (kennis)structuur rond ZZS; • Inzicht in de huidige situatie; • Samen met de bedrijven werken aan minimalisatie en reductie van schadelijke emissies van ZZS; • Risicogestuurd (kans x effect), outcomegericht en datagestuurd werken; • Implementeren van landelijke ontwikkelingen binnen de FUMO. Deze doelen willen we halen door een verkenning uit te voeren, inzicht te krijgen in de huidige situatie voor Friesland, het kennisniveau te verhogen van onze stakeholders (o.a. bedrijfsleven), en samen met hen werken aan het bereiken van het landelijke doel: het zoveel mogelijk weren van ZZS in onze leefomgeving. Binnen het eerste onderdeel, de verkenning, gaan we ons richten op: • • • •
Beschrijven en toetsten minimaal kennisniveau ZZS binnen de FUMO; Inventariseren welke acties al zijn uitgevoerd en wat deze acties hebben opgeleverd; Opstellen randvoorwaarden; De actuele landelijke aanpak.
De borging van kennis over ZZS is van belang om te kunnen voldoen aan het verlenen van vergunningen van bedrijven waar ZZS aan de orde zijn en het toezicht daarop. Dit zijn basistaken die veranderen door maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder ZZS. Dit wordt ook van ons verwacht vanuit pijler 1 van het IBP VTH, de robuustheidscriteria.
ii.
2.5.2 Innovaties toezicht en handhaving
In de begroting van 2025 is een budget van € 100.000 opgenomen om onderzoek te doen naar hoe de afdeling toezicht & handhaving efficiënter en effectiever kan werken. Met als doel om de kosten voor toezicht en handhaving in de toekomst te kunnen verlagen. In 2024 zijn we begonnen met inventariseren hoe we dit budget het beste kunnen inzetten, hiervoor wordt een plan opgesteld. Een aantal mogelijkheden waarin wij ons verdiepen is risicogericht werken, het gebruik van een datagedreven risicomodel, de toepassing van de Brabantse toezichtsmethodiek en de toepassing van een milieu- en bodemapplicaties (apps). Naast de mogelijke kostenbesparingen die we kunnen realiseren is een ander voordeel van het effectiever en efficiënter werken dat we meer tijd over houden om ons in te zetten om belangrijke ontwikkelingen in het werkveld. Omdat nu nog niet concreet gemaakt kan worden welke besparingen op termijn mogelijk zijn, is dit nog niet meegenomen in deze kadernota. Het IBP VTH stelt dat omgevingsdiensten in staat moeten zijn om tijdig en adequaat producten en diensten te ontwikkelen met het oog op toekomstige opgaven. Er dient daartoe voldoende aandacht, capaciteit en budget te zijn voor innovatie. Daarom dient er een (meerjarige) innovatiekalender opgesteld te worden. De mogelijke innovaties voor toezicht en handhaving zullen daar onderdeel van gaan uit maken.
- 19 / 26 -
Toezicht Innovatie Lab De regievoering voor innovaties zal plaatsvinden door een nog in te richten Toezicht Innovatie Lab. Zij zorgen er door regievoering voor dat de FUMO verbonden wordt met de diverse innovatieve activiteiten en pilots die op dit moment extern plaatsvinden. Het is nog niet in te schatten of en wat dit voor kosten met zich meebrengt.
2.5.3 Risicogericht werken Risicogericht werken is een belangrijk onderdeel binnen het IBP VTH. Zowel in pijler 3 (Informatievoorziening VTH) als in pijler 5 (Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving) komt risicogericht werken aan bod. Partijen in het VTH-stelsel willen in toenemende mate risico gestuurd gaan werken. De opdracht voor pijler 3 is om een risicomodel te ontwikkelen dat stelsel breed kan worden toegepast. Bij het risicomodel moet worden aangegeven welke informatiebehoefte moet worden ingevuld om risico gestuurd toezicht te kunnen houden. Het risicogericht werken binnen pijler 5 richt zich vooral op de ontwikkeling van ondersteunende software die toegepast kan worden voor het bepalen welke inrichtingen wanneer gecontroleerd gaan worden. Dit gebeurt op basis van een risico inschatting, de inrichtingen met de hoogste risico’s worden als eerste bezocht. De komende jaren willen we het risicogericht toezichthouden binnen de FUMO verder uitbreiden en daarbij ook gebruik maken van de risicomodellen en ondersteunende software vanuit het IBP VTH.
2.5.4 Ondermijning Het is essentieel om als overheid weerbaar te zijn tegen ondermijnende criminaliteit. In Fryslân zijn in “de Friese Norm” de gezamenlijke ambities vastgelegd waarmee de verschillende overheden elkaar versterken in het opwerpen van barrières tegen ondermijning. Bij de FUMO is een weerbaarheidsscan uitgevoerd, die is uitgewerkt in een rapport met aanbevelingen, dat door het algemeen bestuur in april 2024 is vastgesteld. Op dit moment is een werkgroep vanuit het Vakoverleg bezig met de vraag om advies te geven over de mogelijke rol voor de FUMO op het onderwerp ondermijning. De werkgroep is samengesteld uit VTH- en OOV (Openbare Orde en Veiligheid) medewerkers van gemeente en provincie met daarbij ondersteuning van het RIEC en de projectleider Friese Norm. Aan deze rol willen we de komende jaren uitvoering gaan geven.
2.5.5 Ketentoezicht Ketentoezicht heeft als doel risico’s in kaart te brengen en fraude vroegtijdig op te sporen. Dit wordt gedaan door opstellen van diverse analyses, diepgaand administratief toezicht en het samenwerking met andere diensten, zodat blinde vlekken in het toezichtproces gedicht kunnen worden. Het belang van ketentoezicht is daarmee niet beperkt tot één organisatie of provincie; het is een integrale en grensoverschrijdende basistaak. De afgelopen twee jaren is ketentoezicht binnen de FUMO steeds professioneler vormgegeven. Er is een coördinator aangesteld en een tactisch analist (in pilotvorm) aangenomen, zodat zij zich volledig konden richten op het ontwikkelen van dit domein. In de huidige vorm kan de FUMO echter nog niet voldoen aan de kwaliteitscriteria. Volgens de kwaliteitscriteria 3.0 moeten er zes medewerkers 900 uur per jaar besteden aan ketentoezicht. Dit komt neer op 5.400 uur per jaar. - 20 / 26 -
In de begroting van de FUMO is 5.440 (4 FTE) opgenomen voor ketentoezicht. In eerste instantie lijkt dit dus voldoende gezien de gestelde eisen vanuit de kwaliteitscriteria. Ketentoezicht moet echter worden uitgevoerd door specifiek opgeleide tactisch analisten die in staat zijn om gedegen risicoanalyses te maken en die de effectiviteit van het toezichtproces te verhogen. Daarnaast zijn er toezichthouders nodig met affiniteit voor opsporing. Deze werkzaamheden zijn dusdanig anders dan het reguliere toezichtwerk dat het lastig en onwenselijk is om mensen vanuit het reguliere toezicht in te zetten voor de ketentaken. In 2024 zijn de uren voor ketentoezicht ingevuld door 38 verschillende medewerkers. Dit zijn veelal reguliere toezichthouders, die ook controles voor ketentoezicht hebben uitgevoerd. Hiermee wordt dus niet voldaan aan de eisen die in de kwaliteitscriteria staan. Dit maakt dat, om enerzijds te voldoen aan de kwaliteitscriteria en anderzijds om ketentoezicht robuust en professioneel te organiseren er in de begroting van de FUMO 6 fte voor ketentoezicht benodigd is. Dit is 2 fte meer dan in de huidige begroting is opgenomen. De financiële impact hiervan is ca. € 200.000.
2.5.6 Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit De rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit verplicht werkgevers met 100 of meer werknemers jaarlijks gegevens over werkgebonden personenmobiliteit te verstrekken. Deze verplichting is per 1 juli 2024 ingegaan. Voor de FUMO heeft dit een tweeledige impact. De FUMO moet enerzijds zelf de registratie van eigen personeel bijhouden en op termijn de CO2-uitstoot van zakelijke en woonwerkkilometers terugdringen. Anderzijds moeten wij bedrijven en organisaties met meer dan 100 medewerkers, binnen ons werkgebied, hierop controleren vanaf 2025. Voor de FUMO gaat het om totaal 241 bedrijven en organisaties die vallen onder deze rapportageplicht. Voor 2025 en 2026 is afgesproken dat de daadwerkelijke uren in rekening gebracht worden bij de deelnemers die één of meer bedrijven hebben die vallen onder de rapportageverplichting. Voor 2027 zal dit mogelijk anders worden. Waarschijnlijk zal dan een inhoudelijke controle op de ingediende rapportage moeten plaatsvinden.
- 21 / 26 -
3. Financieel kader en meerjarenperspectief Het financiële vertrekpunt voor deze kadernota is de begroting van 2025, die op 11 juli 2024 is vastgesteld door het algemeen bestuur van de FUMO.
3.1 Financieel kader Wijze van kostennormering Het financieel kader voor de jaren 2026-2030 is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Als productiviteitsnorm wordt uitgegaan van 1.360 uur, een percentage van 72,6% van de totale beschikbare uren per fte (1.872). Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers, dan wel gedekt zijn uit het projectbudget. • Als flexibele schil voor het primair proces wordt 15% aangehouden. Dit betreft de verhouding externe medewerkers ten opzichte van het totaal aantal medewerkers. De flexibele schil is in de begrotingen van 2023 en 2024 tijdelijk verhoogd naar 20%, maar is volgens afspraak met het algemeen bestuur vanaf 2025 weer verlaagd naar 15%. In de begroting is voor de flexibele schil rekening gehouden met een opslag van 40% op de loonkosten. De tarieven staan echter onder druk als gevolg van schaarste waardoor deze opslag van 40% overschreden kan worden. Wijze van financiering De belangrijkste uitgangspunten van het sturings- en financieringsmodel FUMO zijn: • Voor de inrichtinggebonden basistaken op het gebied van regulering (vergunningverlening) geldt dat in samenspraak met de deelnemers een begroting wordt opgesteld voor de verwachte aantallen ingediende meldingen en vergunningen in het begrotingsjaar.
Dit aantal meldingen en vergunningen wordt op basis van de kengetallen omgerekend naar de benodigde uren om deze producten te kunnen leveren. De benodigde uren, inclusief opslagen voor informatieverstrekking, maatwerk en onvoorzien, vermenigvuldigd met het integrale uurtarief bepaalt de deelnemersbijdrage voor dit onderdeel. • Voor de inrichtinggebonden basistaken op het gebied van toezicht en handhaving blijft de bedrijvenlijst per deelnemer de basis voor de financiering. Het aantal inrichtingen vermenigvuldigd met de afgesproken frequentie en het kengetal bepaalt het benodigde aantal uren voor deze taak. De benodigde uren, inclusief opslagen voor informatieverstrekking, maatwerk, hercontroles en evt. onvoorzien, vermenigvuldigd met het integrale uurtarief bepaalt de deelnemersbijdrage voor dit onderdeel. • Voor asbest geldt dat hiervoor de herijkte kentallen en frequenties worden gehanteerd, in overeenstemming met het besluit van het algemeen bestuur van de FUMO van 27 oktober 2022. • Bij de jaarrekening volgt de definitieve financiële bijdrage per deelnemer omdat wordt afgerekend op basis van de geleverde uren (met uitzondering van de taak boa-coördinatie en de boa-inzet voor die deelnemers die deze taak hebben ondergebracht bij de FUMO). • De omvang en samenstelling van de plustaken is in samenspraak met de deelnemers tot stand gekomen.
Per plustaak is vervolgens de tariefgroep bepaald. Het aantal uren per type plustaak, vermenigvuldigd met het geldende tarief, leidt tot de deelnemersbijdrage voor de plustaken.
- 22 / 26 -
•
• •
Voor de bodemtaken geldt dat in samenspraak met de deelnemers afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop deze in de begroting worden opgenomen. Als gevolg van de Omgevingswet zijn de bodemtaken dusdanig gewijzigd dat de oude systematiek niet meer voldeed. Op basis van de eerste ervaringscijfers met de Omgevingswet, is een systematiek voor 2026 ontwikkeld. Het budget dat beschikbaar is gesteld voor collectieve taken wordt vertaald naar een bijdrage per deelnemer op basis van de verhouding in de bijdrage van de basistaken. Met de deelnemers zijn dienstverleningsovereenkomsten afgesloten. Naast afspraken over de basistaken zijn hierin voor veel deelnemers ook afspraken gemaakt over afname van plustaken.
Een aantal van deze uitgangspunten zal door de invoering van de Omgevingswet ook moeten worden aangepast. Zo is in de Omgevingswet het begrip Inrichting vervangen door het begrip milieubelastende activiteiten. Aanpassing hiervan zal op basis van ervaringscijfers plaatsvinden ongeveer twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting in 2025. Indexering: loon- en prijscompensatie • Voor de kostenopbouw van de programmabegroting 2026 - 2030 worden de uitgangspunten van het Centraal Plan Bureau (CPB) gebruikt. • In de ‘Kerngegevenstabel actualisatie MLT-september 2024 geeft het CPB aan dat de loonvoet voor de sector overheid naar verwachting 4,0% bedraagt in de periode 2025-2028. Daarnaast wordt voor periodieke verhogingen 1% gehanteerd 1. In totaal is de loonontwikkeling daarom 5,0%. • Voor materiële kosten hanteren we de consumptie overheid uit dezelfde kerngegevenstabel. Deze bedraagt voor de periode 2025-2030 1,6%. • De lasten in de begroting van de FUMO bestaan voor ca. 90% uit personele lasten en voor ca. 10% uit materiële lasten. Hiermee wordt de gemiddelde index van de FUMO-begroting 4,68%. Dit betreft een bedrag van € 1.038.000 in 2026 ten opzichte van 2025. Gezien de hoge inflatiecijfers van de afgelopen periode, lopen we het risico dat de gehanteerde indexering niet voldoende is om de werkelijke prijsstijgingen te compenseren.
Aangezien dit de uitgangspunten van de begroting van 2026 betreft, waarmee dus ruim 1 jaar vooruitgekeken wordt, kiezen we ervoor om de indexering op consistente wijze als voorgaande jaren toe te passen, namelijk aan de hand van de meest recente CPB-gegevens. Mocht in de werkelijkheid blijken dat dit niet voldoende is, dan zal dit meegenomen kunnen worden in een begrotingswijziging.
1
Gemiddeld een derde van de medewerkers krijgt jaarlijks een periodiek van 3%. Gemiddeld is dit 1%.
- 23 / 26 -
Financiële impact ontwikkelingen In hoofdstuk 3 zijn de relevante ontwikkelingen beschreven. De financiële impact van deze ontwikkelingen is in de volgende tabel weergegeven: Mutaties Omschrijving 1. I-visie 2. Contributie OD-NL 3. Arbeidsmarktbenadering 4. Robuuste afdeling bedrijfsvoering 5. Adviseur Omgevingswet 6. Specialistische milieuthema's 7. Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit 8. Autonome groei ICT-kosten 9. DVO Leeuwarden - kosten AFAS 10. WPG Audit 11. Kosten Vakoverleg 12. PMO/ MTO 13. Robuust organiseren Ketentoezicht 14. Vervallen eenmalig budget onderzoek efficiënter werken toezicht 15. Bezuinigingscenario Totaal
Bedrag Structureel/ incidenteel Voordeel/ nadeel € 300.000 Structureel Nadeel € 70.000 Structureel Nadeel € 70.000 Structureel Nadeel € 570.000 Structureel Nadeel € 115.000 Structureel Nadeel € 345.000 Structureel Nadeel € 35.000 Structureel Nadeel € 90.000 Structureel Nadeel € 50.000 Structureel Nadeel € 10.000 Structureel Nadeel € 10.000 Structureel Nadeel € 25.000 Structureel Nadeel € 200.000 Structureel Nadeel -€ 100.000 Incidenteel Voordeel -€ 558.000 Structureel Voordeel € 1.232.000
Het totale effect van de genoemde ontwikkelingen bedraagt € 1.232.000 (nadelig). Hieronder worden de posten kort toegelicht: 1. De Informatievisie is vastgesteld door het algemeen bestuur van de FUMO op 11 april 2024. De kosten die hiermee samenhangen worden conform het besluit van het algemeen bestuur meegenomen in voorliggende kadernota. 2. Koepelorganisatie ODNL neemt een steeds stevigere positie in, mede op basis van aanbevelingen van de commissie van Aartsen. Een uitgebreidere toelichting staat op pagina 8. De financiële consequentie hiervan is € 70.000 per jaar. 3. Om een vervolg te geven aan de succesvolle arbeidsmarktcampagne met de Noordelijke Omgevingsdiensten, wordt hiervoor budget opgenomen. Op pagina 8 en 9 staat de toelichting op de arbeidsmarktbenadering. 4. Om te anticiperen op knelpunten in de afdeling bedrijfsvoering die de continuïteit, volwassenheid en opschaling van belangrijke bedrijfsprocessen verstoren, is aanvullend budget opgenomen. Op pagina 9, 10 en 11 is een toelichting gegeven op de formatie van afdeling Bedrijfsvoering. 5. Mede op basis van aanbevelingen van de commissie van Aartsen wordt structureel invulling gegeven aan de functie adviseur Omgevingswet. Op pagina 12 is de onderbouwing gegeven van de financiële consequenties. 6.
De toelichting op de financiële consequenties van 3 fte die zich bezig gaat houden met specialistische milieuthema’s ZZS, Energie en Circulaire economie staat op pagina 12, 13 en 14. 7. De FUMO is wettelijk verplicht taken uit te voeren met betrekking tot de Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit. Op pagina 17 is een toelichting gegeven op de financiële consequenties hiervan. 8. Voor een groot deel van de ICT-dienstverlening lift de FUMO mee op bestaande contracten van de provincie Fryslân. Een deel van deze contracten wordt opnieuw aanbesteed, wat leidt tot een stijging van de kosten. Deze kosten zijn meegenomen in de kadernota. 9. De FUMO heeft haar salarisadministratie uitbesteed aan gemeente Leeuwarden. De kosten van AFAS zijn hoger dan de kosten van het vorige personeelssysteem, mede door hogere eisen die - 24 / 26 -