Bijlage 4 - Aanvraag Proeftuin Aardgasvrije Wijken (PAW) Wijnjewoude.pdf
Tekst van het document
1 / 16
Programma Aardgasvrije Wijken Referentienummer
PAW2000041
Gemeente Hier vult u in c.q. hier staan de gegevens van de gemeente.
* Verplichte velden
Met het invullen van de contactgegevens gaat u ermee akkoord dat er contact met u wordt opgenomen door het Programma Aardgasvrije Wijken en derden (o.a. RVO) die in opdracht werken voor het programma ten behoeve van programma-activiteiten, zoals evaluaties van het programma, analyses en monitoring van de proeftuinen en communicatie-activiteiten. KvK-nummer *
01175380
Vestigingsnummer Handelsnaam * Gemeente Opsterland
Bezoekadres Postcode *
9244 CR
Huisnummer *
82
Straat *
Hoofdstraat
Plaats *
BEETSTERZWAAG
Land *
Nederland
Toevoeging
Correspondentieadres Postcode *
9244 ZP
Huis- of postbusnummer *
10000
Straat of postbus *
Postbus
Plaats *
BEETSTERZWAAG
Land *
Nederland
Toevoeging
Contactpersoon bij de Indiener Voorletter(s) *
G
Tussenvoegsel(s) Achternaam *
Dümmer
Geslacht *
Man Vrouw
Telefoon *
0512386222
Mobiel
0654340214
E-mail *
georg.dummer@opsterland.nl
Algemene gegevens Contactgegevens Naam verantwoordelijke wethouder *
R. Jonkman
Portefeuille verantwoordelijke wethouder *
duurzaamheid en energietransitie
Telefoonnummer (secretariaat) verantwoordelijke wethouder *
0512386222
E-mailadres (secretariaat) verantwoordelijke wethouder *
bestuurssecretariaat@opsterland.nl
Programma Aardgasvrije Wijken
2 / 16
Algemene gegevens aanvraag Plaatsnaam waar proeftuin plaats zal vinden *
Wijnjewoude, gemeente Opsterland
Naam wijk *
Dorp en buitengebied Wijnjewoude, postcode 9241 € 4.291.196
Gevraagde Rijksbijdrage incl. BTW * Wijkt u substantieel af van een bijdrage van 4 miljoen euro (zowel naar beneden als naar boven)? *
Ja Nee
Geef een motivatie waarom de bijdrage afwijkt. * (maximaal 400 karakters) De gemiddelde onrendabele top per woningequivalent is € 4.221. Dat is al laag, zeker als in ogenschouw wordt genomen dat Wijnjewoude geen hoogbouw kent en wel een uitgestrekt buitengebied. De omvang van de aanvraag omvat 1.017 woonequivalenten. De aanvraag komt daarmee net iets boven de € 4 miljoen.
Over welk deel van de BTW-kosten van de toegekende Rijksbijdrage maakt de gemeente aanspraak op het BTW-compensatiefonds? Dit deel zal niet uitgekeerd worden via het gemeentefonds, maar vraagt de gemeente zelf terug bij het BTW-compensatiefonds.*
€ 0
Gemiddelde investering per woning en woningequivalenten (voor utiliteitsbouw) *
€ 17.355
Totaal investering woningen en andere gebouwen (woningequivalenten)*
€ 17.650.244
Waarom kiest u voor deze wijk? * 1. Alle gebouwen in Wijnjewoude kunnen in 2028 aardgasvrij zijn Wijnjewoude wil lokaal groengas produceren uit mest van rundveebedrijven in de buurt en invoeden in het lokale aardgasnet. Zodra voldoende groengas wordt geproduceerd en de huidige vraag is gereduceerd, zijn alle gebouwen in het dorp aardgasvrij. Dat kan vóór 2028. 2. Het plan Wijnjewoude is geen papieren plan maar al in uitvoering Het dorp heeft al energie bespaard, er zijn al zonnepanelen geplaatst, voor een zonneweide is al grond en is de vergunning aangevraagd, voor de groengas productie is een locatie aangekocht en voor de mestlevering hebben de boeren al een intentieverklaring getekend. Met de bijdrage van PAW kan een vliegende start worden gemaakt. 3. Gebruik van wetenschappelijke methode voor persoonlijke gedragsverandering Nog te weinig inwoners passen hun persoonlijke gedrag aan om klimaatverandering te bestrijden en energie te besparen. Door het onder wetenschappelijk toezicht toepassen van de methode “Participerend Actie Onderzoek” zullen in Wijnjewoude acties worden ontwikkeld die in de praktijk wél leiden tot persoonlijke gedragsverandering en tot een persoonlijk energie besparingsplan. 4. Nieuw concept coöperatieve centrale groengasproductie Productie van groengas uit rundveemest is nu alleen rendabel op bedrijven met minstens 200 melkkoeien.
Rond 80% van de bedrijven in Nederland zijn kleiner en hun mest kan dus niet worden benut voor de productie van groengas. Wijnjewoude heeft een business model ontwikkeld voor vergisting van de mest van meerdere kleinere bedrijven op een centrale plaats. Het concept van Wijnjewoude kan dus een boost geven aan de groengas productie in Nederland. Dit concept kan in Nederland bijdragen aan 25% van de 2 miljard m3 geplande groengas productie (routekaart Hernieuwbaar Gas van Ministerie van EZK). 5. Dorpscoöperatie als vliegwiel bij de energietransitie. Dorpscoöperatie WEN, die het plan gaat uitvoeren, is al 4 jaar productief en 30 procent van de huishoudens in Wijnjewoude is lid. WEN heeft zijn daadkracht in de afgelopen vier jaar bewezen. De coöperatieve vorm is een waarborg voor democratische besluitvorming en zorgt voor draagvlak in het dorp. De gemeente heeft vertrouwen in WEN als uitvoerder van het plan. Geef een beknopte samenvatting van de aanpak voor deze wijk * De aanpak in Wijnjewoude stoelt op twee pijlers 1. Groengas om alle woningen en gebouwen aardgasvrij te maken De kern van de aanpak is om aardgas te vervangen door groengas dat vanuit biogas uit mestvergisting is opgewerkt tot aardgas kwaliteit. Dit groengas kan via de bestaande gasinfrastructuur van netbeheerder Liander worden gedistribueerd. Het netwerk heeft hiervoor voldoende capaciteit.
Door de eigen opwekking van groengas zijn alle woningen en utiliteitsgebouwen in het dorp in 2028 gegarandeerd aardgas vrij, ook de woningen en utiliteitsgebouwen die nog niet zelf kunnen investeren in isolatie of het opwekken van elektriciteit. Met de mest van boeren uit Wijnjewoude kan 1,0 miljoen m3 groengas worden geproduceerd. De groengas aanpak past ook bij het Klimaatakkoord en de door minister Wiebes onlangs gepubliceerde routekaart Hernieuwbaar Gas, waarin voor zowel groengas als voor waterstof een belangrijke rol wordt voorzien. Het doel in 2030 is om 70 PJ aan groengas te produceren, dat is 2 bcm (2 miljard m³) groengas. 2. Gas besparen door hybride warmtepompen en ander energiegedrag Tegelijkertijd is de strategie in Wijnjewoude om ook het gasverbruik fors te reduceren. Het huidige aardgasverbruik bedraagt 1,8 miljoen m3. Door isoleren, door de inzet van hybride warmtepompen en door ander energiegedrag moet het huidige verbruik terug worden gebracht naar 1,0 miljoen m3, zodat het dorp zelfvoorzienend is met groengas uit eigen mest. Door deze aanpak wordt in Wijnjewoude binnen 8 jaar een neutrale energie balans bereikt. De inwoners gebruiken dan evenveel energie als er binnen het postcodegebied 9241 wordt opgewekt, met ook nog eens een goede balans tussen opwek en verbruik over de seizoenen.
Het plan is ontwikkeld door het dorp zelf en een krachtige vrijwilligersorganisatie levert een onmisbare bijdrage aan dit resultaat. Naast het opwekken van groengas worden er voor de woningen geen generieke maatregelen getroffen, maar er wordt aangesloten bij de actuele situatie van elke bewoner. Vanwege het relatief hoge aantal particuliere woningen met een grote variatie in bouw, bouwjaren en al getroffen maatregelen wordt ingespeeld op de persoonlijke behoefte. De Rijksbijdrage van PAW wordt ingezet als een stimulering subsidie voor elke inwoner. Daardoor kan de inwoner die nog aan het begin staat van zijn duurzaamheidsaanpak de subsidie gebruiken voor de eerste stappen bij isolering. Een ander, die al geïsoleerd heeft wordt tegemoet gekomen bij de aanschaf van de nu nog onrendabele hybride warmtepomp. Degene, die al geïsoleerd heeft en wiens dak al vol ligt met zonnepanelen schaft met subsidie de nu nog onrendabele accu/batterij aan. Met andere woorden: IEDEREEN DOET MEE! De aanpak met betrekking tot energie besparen wordt haalbaar en pragmatisch ingezet. In de aanpak van oudere woningen met een hoog label geloven we niet dat woningen met bijvoorbeeld een G-label zomaar naar een A++ label gaan. Als woningeigenaren dat willen is dat super, alleen in onze aanpak gaan we voor realistische stappen. IEDEREEN DOET WAT, IEDEREEN DOET MEE.
Energie neutraal in 2028 Op deze manier leidt de combinatie van groengas opwekken, isoleren, inzetten van warmtepompen en besparing op energie door ander gedrag tot een neutrale energiebalans. De inwoners gebruiken dan evenveel energie als er binnen het postcodegebied 9241 wordt opgewekt.
Programma Aardgasvrije Wijken
3 / 16
Wat wilt u leren met de proeftuin? * Het leerproces: antwoord op 8 vragen Gemeente Opsterland en lokale energiecoöperatie WEN willen het volgende leren in deze proeftuin: • Model geschikt voor andere dorpen? Is de combinatie van groengas opwekken op dorpsniveau en met de inzet van hybride warmtepompen een model dat ook in andere dorpen in Opsterland kan worden uitgerold? • Welke bijdrage aan ambitie gemeente? Helpt deze strategie de gemeente in haar warmte transitievisie en in de ambitie om energie neutrale gemeente te zijn in 2035? • Model geschikt voor plattelandsdorpen in Nederland? Is deze strategie reproduceerbaar naar andere plattelandsdorpen in Nederland? • Wat is de beste organisatorische opzet? Wat is de beste organisatie structuur voor lokale opwekking van groengas uit mest van lokale rundveebedrijven, hoe organiseer je dit op dorpsniveau en willen inwoners participeren in dergelijke projecten? • Werkwijze met dorpscoöperatie en buurtverenigingen stimulans? Wordt de individuele bewoner van een dorp meer gestimuleerd als de lokale dorpsenergiecoöperatie de uitvoering doet? Wat is daarbij de kracht van een Plaatselijk Belang vereniging, 22 (!) buurtverenigingen en ondernemersvereniging? Wat doet dit met de participatiegraad? Wat is de kracht van de coöperatie in deze? • Is methode Participerend Actie Onderzoek effectief? Leidt de wetenschappelijke aanpak van
Participerend Actie Onderzoek Wijnjewoude tot ander energiegedrag? Wat is de meest effectieve route om tot besparen te komen? Hoe kun je bewoners aanzetten tot wezenlijke energiebesparing? • Wat is de beste reactie op weerstand bij inwoners? Hoe omgaan met weerstand tegen de energietransitie en lokale opwek van energie? • Welke effecten zijn er op de maatschappelijke kosten? Het in beeld brengen de maatschappelijke kosten baten analyse (MKBA) door de totale investeringen en vermeden investeringen in de voorgestelde strategie. Het gaat dan om lokale opwekking met groengas uit mest, de inzet van het bestaand gasnetwerk en op maat isoleren van (verspreide) woningen. Daarbij wordt ook gekeken naar vermeden isolatiekosten ten opzichte van woningen bij LT-systemen en het niet hoeven aanpassen van het elektrische netwerk van de netbeheerder. En uiteindelijk wat betekent dit voor de betaalbaarheid en participatie van inwoners en het sentiment met betrekking tot de energietransitie. Is uw aanpak gericht op het aardgasvrij-ready maken van de wijk en niet op het aardgasvrij maken voor 2028? *
Ja Nee
Wat is uw reden voor deze keuze en op welke termijn en op welke wijze zal een volledig aardgasvrije wijk worden gerealiseerd? Geef ook aan wat u verstaat onder aardgasvrij-ready. Wat is er in dat geval gerealiseerd in 2028? * Alle gebouwen zijn 100% aardgasvrij in 2028 Het programma aardgasvrije wijken heeft als doel dat alle gebouwen aardgasvrij zijn in 2028. Dat lukt ons met onze aanpak in Wijnjewoude. Mogelijk eerder. Dan wordt de eerdere doelstelling van het dorp “Wijnjewoude energieneutraal 2025” gerealiseerd! De gebouwen worden aardgasvrij doordat er in het dorp voldoende groengas wordt opgewekt dat wordt ingevoed in het plaatselijke aardgasnet. Door de energievraag te reduceren met 45% is in 2028 is de groengasproductie in het dorp even groot als het verbruik. Dit lukt voor 2028, omdat: • de groengas productie uit rundveemest in Nederland een bewezen technologie is.
• de installatie in een jaar kan worden gebouwd • het gasnetwerk in het dorp voldoende capaciteit heeft voor het invoeden van groengas • boeren in een intentieverklaring hebben verklaard mest te leveren voor de groengas productie onder de voorwaarde dat zij het digestaat terug krijgen voor de bemesting van het land • de periode tot 2028 voldoende ruimte biedt om eventuele procedures in het kader van de omgevingsvergunning op te lossen • de groengasproductie kan worden verhoogd als de besparing op het gasgebruik door de inwoners onverhoopt achter loopt op de planning. • een strategie van autonome stappen. Er is geen afhankelijkheid waardoor het risico op falen door 1 van de stappen het hele bouwwerk doet instorten. Zo kan iedere woning- en gebouweigenaar zelf een eigen plan (laten) maken in het eigen tempo en passend bij de eigen portemonnee • er aandacht is voor betaalbaarheid • de inwoners van Wijnjewoude op 3 goed bezochte bewonersavonden (5 en 27 februari en 5 maart, voor Corona maatregelen) goed zijn meegenomen in de plannen voor deze aanvraag • de stakeholders actief hebben meegedacht in twee werksessies (13 januari en 9 maart) Op grond van deze factoren kan Wijnjewoude aardgasvrij zijn in 2028. GROENGAS: de grote slaagkans wordt bevestigd door twee externe betrokkenen: Mevrouw S.
Poepjes, gedeputeerde Provincie Fryslân en voorzitter van de Bestuurlijke Klankbord groep WEN: “Dit is een geweldig project met enorme inzet en drive van de vrijwillige bestuurders en stevig verankerd is in de Mienskip. Hun successen uit het verleden, geven in dit specifieke geval, naar mijn overtuiging, wel een garantie voor succes in de toekomst”. Mevrouw Prof. Dr. J. Cramer, hoogleraar Duurzaam Innoveren UU, voormalig minister VROM en beschermvrouwe van WEN: “Ik ben al 3 jaar aan de zijlijn betrokken bij WEN. Ik ben onder de indruk van hun standvastigheid om, ondanks tegenslagen, hun doelen te willen realiseren. Daarbij weten zij goed gebruik te maken van externe expertise, zoals van de VU Amsterdam, UU Utrecht en NHLStenden Leeuwarden. Zo proberen zij zich te behoeden voor valkuilen. Met deze doordachte aanpak gaat WEN volgens mij haar doelen halen!” NOOT: De gemeente (ontvanger van de Rijksbijdrage) gaat niet zelf investeren in de woningen en gebouwen in Wijnjewoude. En ontvangt geen facturen op haar naam. Dan kan de gemeente geen BTW verrekenen en geen gebruik maken van het BTW-compensatiefonds. Voor ondernemers in bedrijfsmatige gebouwen en bij boeren die onder de BTW-regeling vallen kan BTW worden verrekend. Er zijn ook boeren die onder de landbouwvrijstelling vallen. De mogelijke BTW verrekeningen die daar plaatsvinden zijn niet meegenomen in de rekentool.
Wijkgegevens Onder een wijk wordt verstaan: een aaneengesloten geografisch geheel van gebouwen. Dit hoeft niet overeen te komen met de wijkindeling zoals gehanteerd wordt door het CBS. Ook dorpen en woonkernen vallen onder de definitie. Verder wordt in dit formulier gesproken over “wijk”. Alle gebouwen in de gekozen wijk maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk. Een gefaseerde aanpak van de wijk kan wel, geeft dit helder aan in de planning van de aanpak.
4 / 16
Programma Aardgasvrije Wijken Geef een afbakening van de wijk via een bestand in de vorm van een shapefile, waarin de begrenzing gedetailleerd is aangegeven.* U kunt voor de intekening van de afgebakende wijk en het aanmaken van de shapefile, gebruik maken van deze weblink.
contour postcodegebied wijnjewoude 9241.shp Wat is het aantal woningen in de proeftuin? *
841
Wat is het aantal utiliteitsgebouwen in de proeftuin? *
59
Aantal woningen dat deel uitmaakt van de aanpak en het bouwjaar: *
Wat is het aantal woningen van een bepaald woningtype? *
Wat is het aantal woningen van een bepaalde eigendomsverhouding? *
<1945
aantal 289
1945-1959
aantal 43
1960-1979
aantal 189
1980-1999
aantal 203
2000-heden
aantal 117
Tussenwoning
aantal 54
Hoekwoning
aantal 52
Gestapelde bouw
aantal 60
Twee-onder-een-kap
aantal 158
Vrijstaand
aantal 517
Woningbouwcorporatiebezit
aantal 152
Particuliere huurwoningen
aantal 50
Koopwoningen
aantal 639
Overig
aantal 0
Geef aan wat de gebruiksfunctie is van de gebouwen conform BAG. De functie(s) van de gebouwen: *
Kantoren
aantal 1
Winkels
aantal 4
Gezondheidszorg
aantal 1
Logies
aantal 3
Onderwijs
aantal 2
Bijeenkomst
aantal 8
Sport
aantal 2
Celfunctie
aantal 23
Overig, namelijk
aantal 15
Opmerking: Onder celfunctie is industrie . opgenomen. Aantal utiliteitsgebouwen die onderdeel uitmaken van de aanpak en het bouwjaar: *
<1945
aantal 12
1945-1959
aantal 14
1960-1979
aantal 11
1980-1999
aantal 17
2000-heden
aantal 5
Programma Aardgasvrije Wijken
5 / 16
Wie zijn de eigenaren en gebruikers van de gebouwen? * Wat is de oppervlakte van de gebouwen en de warmtevraag van de gebouwen ten behoeve van warmtapwater en ruimteverwarming (indien bekend)? Graag in het volgende tekstvak antwoord op beide vragen.
Binnen het postcodegebied 9241, de demarcatie van deze aardgasvrij aanvraag voor Wijnjewoude, is de opzet en omvang van de utiliteitsgebouwen kleinschalig van opzet. Het gaat bijvoorbeeld om 2 basisscholen, een multifunctionele accommodatie, 2 kerken, een ontmoetingsgebouw bij de kerk, sportaccommodatie bij de voetbal, twee actieve winkels (de bakker en een witgoed winkel) en een aantal (auto-)bedrijven die zijn verzameld op een industrieterrein. Veelvuldig is de gebruiker van het gebouw ook de eigenaar. Verder is de gemeente betrokken bij de sportaccommodatie, de beide scholen en de multifunctionele accommodatie in het dorp. Soms als eigenaar van het gebouw en soms als eigenaar van de ondergrond. Er zijn slechts twee grotere bedrijven in Wijnjewoude en dat is een koekjesfabriek en een kalvermesterij. Deze laatste, de kalvermesterij, verwarmt zijn gebouwen met een biomassa kachel. Dat betekent dat er qua aardgasverbruik slechts één iets grotere verbruiker in het dorp aanwezig is en deze valt binnen de zogenaamde norm van kleinverbruiker gas. Vanwege het geringe aantal utiliteitsgebouwen en doordat de bedrijven al verplichtingen hebben om energiebesparende maatregelen te treffen en hun panden (groter dan 100 m2) via label C in 2023 naar een label A te brengen in 2030 is utiliteit niet prominent in deze aanpak.
In onze aanpak aardgasvrij Wijnjewoude is voor utiliteitsgebouwen het uitgangspunt dat deze gebouwen via energiebesparende maatregelen naar label B gaan. De inzet van hybride warmtepompen is voor utiliteit niet meegenomen. Uit de rekentool blijkt dat voor utiliteitsgebouwen er geen onrendabele top is en de maatregelen zich terugverdienen binnen acceptabele tijden. Het totale oppervlakte van de gebouwen is 22.832 m2 en de warmtevraag van de gebouwen ten behoeve van warmtapwater en ruimteverwarming is 428.739 m3 aardgas. Financiële onderbouwing en businesscase Ten aanzien van de financiële onderbouwing staan de haalbaarheid van het project, de betaalbaarheid voor de bewoners en gebouweigenaren en de kwaliteit van het businesscase(s) centraal. Ten behoeve van de financiële onderbouwing is een Rekentool ter beschikking gesteld. Deze tool is een hulpmiddel om de business cases op te stellen. U mag deze gebruiken, maar dat is niet verplicht. Indien u geen gebruik maakt van de rekentool, upload een bestand in .xls met daarin een Business case. Voor meer informatie over de inhoud van deze Business case, klik hier.
Download hier de rekentool Upload hier uw .xls bestand * totale rekentool PAW Wijnjewoude.xlsx Onderbouw de hoogte van de benodigde investeringen voor de verschillende stakeholders. * Om Wijnjewoude, inclusief het buitengebied, aardgasvrij te maken met de voorgestelde hybride groengasvariant moet worden geïnvesteerd in de bouw van een mono-mestvergister, het isoleren van woningen en het installeren van een hybride warmtepomp bij een deel van deze woningen. Daarnaast moet nog het één en ander nader worden uitgewerkt, bijvoorbeeld het Participerend Actie Onderzoek als elders omschreven, zijn er communicatie kosten en moet het programma worden uitgevoerd. In investeringen betekent dit het volgende: € 4.360.000 (excl. BTW) bouw en operationeel maken van mestvergister € 14.586.979 (excl. BTW) en € 17.650.244 (incl. BTW): isoleren en hybride warmtepompen € 495.867 (excl. BTW) proceskosten € 600.000 (incl. BTW). De totale investering om Wijnjewoude aardgasvrij te maken bedraagt hiermee € 19.442.846 (excl. BTW). De onderverdeling van isolatiekosten en kosten voor hybride warmtepompen per type eigenaar: € 10.493.720 voor eigenaren van koopwoningen € 916.232 voor eigenaren van particuliere verhuur € 1.260.751 voor woningbouwcorporaties € 1.916.276 voor eigenaren van utiliteitsgebouwen Deze bedragen zijn excl. BTW.
PRODUCTIE GROENGAS Er is een uitvoerige businesscase gemaakt voor het bouwen en het operationeel maken van de mono-mestvergister. Daarvoor is het bijvoorbeeld nodig om het geproduceerde biogas geschikt te maken als groengas dat kan worden ingevoerd in het gasdistributienet van Liander. Deze businesscase is opgesteld door advies bureau KNN uit Groningen en is gevalideerd door RVO, Jumpstart/Friesland Campina en LTO. In de bijgevoegde rekentool is onder de bladen beginnend met ‘D’ de businesscase opgenomen. Met een passende SDE subsidie is het plan rendabel. INZET VRIJWILLIGERS Niet gekapitaliseerd is de inzet van vrijwilligers en in-kind bijdragen (beschikbaar gestelde capaciteit van organisaties en bedrijven die niet wordt gefactureerd). LEESWIJZER REKENTOOL De rekentool van PAW is gehanteerd en bijgevoegd. • Onder de bladen startend met ‘A’ is de originele rekentool ingevuld. Op deze manier is de totale investering en onrendabele top berekend. • Onder de bladen startend met ‘B’ is de analyse en berekening gemaakt van het bespaarpotentieel.
In deze bladen tonen we aan dat de belofte in onze aanpak met 20% reductie op gasverbruik door een realistische aanpak voor verduurzamen van woningen, vervolgens 20% reductie van het gasverbruik door inzet van hybride warmtepomp bij ongeveer één derde van de woningen en met nog eens 5% reductie door andere energiegedrag leiden tot de gewenste energiebesparing van totaal 45%. Dit doen we onder meer op basis van tabellen van CE-Delft. • Onder de bladen startend met ‘C’ berekenen we de totale investeringen en onrendabele top bij woningen en gebouwen met de warmtestrategie ‘all electric’. Dit hebben we extra gedaan om bij de vraag over de keuze warmtesysteem in paragraaf technische onderbouwing te onderbouwen dat er aantoonbaar is gekozen voor de laagste maatschappelijke kosten. Bij die vraag zijn ook de meerkosten bij de strategie ‘all electric’ van de netbeheerder in beeld gebracht. • Tot slot onder de bladen startend met ‘D’ is de totale businesscase van de mono-mestvergister opgenomen.
Programma Aardgasvrije Wijken
6 / 16
Hoe worden de investeringen gefinancierd? Benoem de beschikbare en de gevraagde bronnen voor financiering en de eigen bijdrage van de partijen. * Bij koopwoningen, particuliere verhuur en utiliteitsgebouwen is de investering voor rekening van de eigenaar en is in de rekentool aangenomen dat gemiddeld 50% met eigen geld wordt gefinancierd en 50% wordt gefinancierd middels leningen bij banken of andere partijen. Het dorp is al in overleg met de Rabobank over op maat gesneden financieringsmodellen, die onder de aandacht van de bewoners gebracht gaan worden. Er is in de rekentool gerekend met een rentepercentage van 3%. De beide woningcorporaties gaan eigen geld gebruiken en deels lenen. Hier is uitgegaan van 50/50%. Er is met een rentepercentage van 3% gerekend hetgeen ruim is voor woningbouwcorporaties. Door met deze 3% te rekenen blijft het ook passend binnen de businesscase wanneer de woningbouwcorporaties meer dan de 50% gaan lenen. We hebben hier nu onvoldoende zicht op. De investeringen voor de productie van groengas met de mestvergister, inclusief het opwerken van biogas naar groengas kwaliteit en het in kunnen voeren op het gasdistributienet van Liander, zijn voor rekening van de dorpsenergiecoöperatie WEN. WEN is een actieve coöperatie, die zich tot doel heeft gesteld om het dorp Wijnjewoude in 2025 volledig energie neutraal te maken.
WEN heeft samen met al eerder genoemde partijen gewerkt aan deze businesscase. De coöperatie zal met haar leden gaan investeren. De coöperatie zal via participatie van de inwoners, de boeren en mogelijk met een bijdrage uit het FSFE-fonds 20% van de investering verzorgen (groot € 872.000). FSFE staat voor Fûns Skjinne Fryske Enerzjy en is een investeringsfonds voor duurzame projecten in Friesland. De overige 80% wordt geleend bij commerciële banken (groot € 3.488.000). De proceskosten worden vergoed uit de Rijksbijdrage. Indien de posten ‘extra kosten’ en ‘projectkosten’ worden opgevoerd, geef hiervoor een onderbouwing. * Opgevoerd is € 600.000 (incl. BTW) als proces- en ondersteuningskosten. Deze zijn opgebouwd uit: € 215.000 - projectleider 2400 uur (300 uur/jaar a € 90 x 8 jaar) € 75.000 - communicatie adviseur 1000 uur (125 uur/jaar a € 75 x 8 jaar) € 100.000 - projectkosten participatief onderzoek € 100.000 € 150.000 - onderzoekskosten mbt groengas en mestvergisting € 60.000 - algemene projectkosten Welke mogelijke financiële risico’s zijn te onderscheiden (risicoprofiel)? * 1. Geen passende SDE subsidie De businesscase voor de groengasopwekking sluit nu nog met een tekort van € 58.731 per jaar, uitgaande van de huidige SDE regeling met een gemiddelde bijdage van € 471.000 per jaar.
Dit komt omdat de huidige SDE regeling het fenomeen Wijnjewoude met centraal vergisten voor meerdere bedrijven niet kent. Daardoor komt Wijnjewoude volgens de huidige SDE regeling slechts in aanmerking voor de SDE voor grote industriele installaties. Bij toekenning van de SDE voor kleine installaties, zoals die op de veehouderijbedrijven gebruikelijk zijn, is er geen tekort. Verwacht wordt dat de SDE regeling 2021 en anders zeker 2022 zodanig wordt aangepast dat projecten als Wijnjewoude in aanmerking komen voor de hogere SDE voor kleine installaties. De politieke lobby op dit punt vindt gehoor. De Kamerbrief Groengas van Minister Wiebes van april 2020 duidt al op een aanpassing van de SDE groengas. De kans dat het risico zich voor doet is dus gering. Mocht het zich wel voordoen, dan ontstaat er een onrendabele top die gering mee weegt in de PAW. Het risico is voor WEN en zal naar verwachting duidelijk zijn in 2021/2022. Hierna mogelijk additionele stappen zetten of voor kleinschaligere mestvergisting kiezen 2. Energieprijswijzigingen in de markt Energieprijswijzigingen in de markt zijn geen financieel risico. Door de toenemende vraag naar klimaat neutrale energie zullen tegenvallers aan de kostenkant bij de opwekking naar verwachting worden gecompenseerd door meevallers aan de opbrengstenkant. Het risico is voor WEN en als klein gekwalificeerd. 3.
Wijziging inkomensverwachting inwoners Door de economische gevolgen en inkomen onzekerheid als gevolg van de corona crisis kan de bereidheid van de inwoners en gebouweigenaren om te investeren in hun woning of gebouw afnemen. Dit kan vertraging opleveren in de eerste jaren van de PAW, echter zal door de toenemende noodzaak om de klimaatverandering te bestrijden in de tweede helft van de PAW periode worden gecompenseerd. Het risico is voor de gemeente waarbij de planning niet wordt gehaald. Gezien het realistische stappen plan om tot verduurzaming te komen en dat een iedere woningeigenaar op maat zijn stappen kan zetten en er geen afhankelijk is tussen de productie van groengas en het verduurzamen van woningen is effect gering. 4. Onvoldoende mest voor productie groengas Het risico dat er onvoldoende mest beschikbaar komt voor de groengas productie is vrijwel nihil. Dit zou doorwerken in de businesscase van de mestvergister. Er zijn nu al meer boeren bereid die willen deelnemen. Het animo zal niet dalen, omdat vergisting van de mest ook leidt tot emissie beperking op de boerderij. Emissie beperking op de boerderij zal steeds belangrijker worden de komende jaren. Het risico is voor WEN en als klein gekwalificeerd. Mogelijk moet de mest van een iets grotere afstand worden aangevoerd, echter dat is prima te overzien.
Is woonlastenneutraliteit voor huurders van woningen en eigenaar-bewoners uitgangspunt van de financiële onderbouwing? * Betaalbaarheid is een zeer belangrijk uitgangspunt in de aanvraag. Gedurende de drie bewonersavonden die zijn georganiseerd om inwoners van Wijnjewoude goed te informeren over deze aanvraag kwam dit punt steeds naar voren. Ook voor het College van B&W is de inclusieve samenleving van groot belang. Niet voor niets is dit verankerd in het Coalitieakkoord van Opsterland. Iedereen moet mee kunnen doen! In onze strategie van ‘groen gas met hybride warmtepompen’ vinden we dat we hier volop oog voor hebben. We tonen aan dat deze route de laagste maatschappelijke en individuele kosten met zich meebrengt. De gemiddelde investering voor particuliere woningeigenaren om aardgasvrij te worden bedraagt € 19.870 (incl. BTW) en voor eigenaren van particuliere verhuur van € 22.173 (incl. BTW). De onrendabele top per woonequivalent bedraagt € 4.221,- en dat is ongeveer 20% van de totale investering. Door de realistische stappen om woningen te verduurzamen is deze aanpak acceptabel en betaalbaar. Voor dat realistische stappenplan verwijzen wij naar de vraag over gebouwmaatregelen in de paragraaf technische onderbouwing. Voor de beide woningbouwcorporaties leidt de voorgestelde aanpak tot lagere investeringskosten tov andere varianten.
In de vraag over de betrokkenheid van woningbouwcorporaties in de paragraaf regie en organisatie worden de meerkosten van het all-electric gereed maken van het bezit van de beide corporaties op meer dan € 10 miljoen becijferd. Voor de utiliteitsgebouwen tonen wij in de rekentool aan dat deze investeringen rendabel zijn. Deze variant brengt ook voor de netbeheerder de laagste kosten met zich mee. Liander moet fors investeren bij een all-electric variant. Ook die meerkosten, totaal € 5.4 miljoen, zijn zichtbaar gemaakt in paragraaf regie en organsiatie onder de rol van de netbeheerder. Door te kiezen voor een slim concept, grote betrokkenheid vanuit het dorp en de laagst maatschappelijke kosten is deze aanpak betaalbaar en afhankelijk van de maatregelen die inwoners treffen kan dit ook leiden tot kostenneutraliteit.
7 / 16
Programma Aardgasvrije Wijken Wat is het percentage van de gevraagde rijksbijdrage in verhouding tot alle investeringen en wat zijn de investeringskosten per woning(equivalent)? *
De totale investering bedraagt € 19.442.846 (excl. BTW) en € 23.525.843 (incl. BTW) en betreft de groengasproductie, het isoleren en verduurzamen van woningen en gebouwen en de totale proceskosten. De aangevraagd onrendabele top is € 4.291.196 (incl. BTW). Het percentage is hiermee 18%. Het aantal woonequivalenten is 1.017. Daarmee komt de investering per woonequivalent op € 19.118 (excl. BTW).
Technische oplossingen In dit gedeelte kunt u aangeven voor welke alternatieve warmtevoorziening(en) is gekozen en wat dit betekent voor de gebouwgebonden maatregelen zoals op het gebied van energiebesparing en eventuele aansluitingen en aanpassingen aan het warmteafgiftesysteem.
Voor welke alternatieve warmtevoorziening(en) is gekozen? *
Warmtenetten WKO Elektrische verwarmingsmaatregelen Groen gas, biogas of waterstof Innovatieve maatregelen
U heeft gekozen voor groengas, biogas of waterstof. Geef een technische beschrijving. * GROENGAS UIT LOKALE MEST EN REDUCTIE ENERGIEVERBRUIK GROENGAS ALS VERVANGER VAN AARDGAS Voor de proeftuin Wijnjewoude is warmtevoorziening met groengas de kern van de aanpak. Het groengas wordt lokaal opgewekt door vergisting van mest van rundveebedrijven in en nabij het dorp. Dit groengas wordt ingevoed in het lokale gasnetwerk van netbeheerder Liander. De mest van de lokale rundveeboeren levert na vergisting circa 1,0 miljoen m3 groengas op. Voor de productie van groengas wordt door de dorpsenergiecoöperatie WEN op een centrale plek bij het dorp een installatie opgericht voor het produceren van groengas door mono-vergisting van rundveemest. De rundveemest wordt aangevoerd van bedrijven in en rondom Wijnjewoude. Technisch is deze vergisting een bewezen technologie die al op meerdere plaatsen in Nederland naar tevredenheid werkt. Knelpunt is dat mono-mestvergisting slechts rendabel is voor boerderijen met meer dan 200 koeien. Deze bedrijven zijn er niet in Wijnjewoude. Daarom gaat WEN een unieke samenwerking aan met de boeren uit het dorp. Zij leveren tegen een geringe vergoeding hun mest aan WEN die met behulp van een mono-mestvergister groengas opwekt. De boeren krijgen de uitvergiste mest (digestaat) terug voor de bemesting van hun grasland. Dit is een gesloten cyclus.
Daarnaast zijn er een aantal andere kansen voor de boeren: Maatschappelijk: Doordat de boer een belangrijk onderdeel wordt van de energieketen van het dorp zal naar verwachting de binding en de waardering voor de boer toenemen. De boer brengt extra waarde naar de dorpsgemeenschap door het beschikbaar stellen van z’n mest. Dit aspect wordt als een essentieel waarde creatie element gezien door de coöperatie en zal als zodanig ook in het dorp gecommuniceerd worden. Economisch: Door het ontwikkelen en zelf exploiteren van een duurzame energiebron ontstaat er een substantiële geldstroom richting de dorpsgemeenschap. De boer die meedoet wordt ook onderdeel van de energieketen en kan hij daar economisch van mee profiteren. Een extra over het algemeen stabiele inkomsten bron voor de boer. Zekere voor de kleinere boeren vaak een welkome aanvulling op het gezinsinkomen. Milieu: Doordat de mest sneller verwerkt wordt ontstaat er veel minder methaan emissie in de stallen. Een analyse van KNN advies komt tot de conclusie dat er ongeveer 1/3 van de CO2-equivalent op de uitstoot bespaart wordt als de mest vergist wordt conform het voorgesteld procesmodel. Dat gaat jaarlijks op bijna 2000 ton CO2. Als aangegeven wordt gewerkt met bestaande technieken die o.a. HoSt levert, een gerenommeerde leverancier op dit terrein.
Zij hebben de technische engineering en ontwerp voor de vergisting en opwerking van biogas tot groengas verzorgd. Dit plan voor centrale coöperatieve groengas productie uit mest van lokale rundveehouders is door de gemeente en WEN opgesteld in samenwerking met Provincie Fryslân, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Gasunie. LTO-Noord en netwerkbeheerder Liander. Deze partners hebben met geld en kennis een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het plan en hebben vertrouwen in de haalbaarheid. De business-case voor deze productie van groengas op een centrale plaats voor meerdere bedrijven uit de buurt is opgesteld door advies bureau KNN uit Groningen. Deze business case is gevalideerd door RVO, Jumpstart/Friesland Campina en LTO. Met een passende SDE subsidie is het plan rendabel. REDUCTIE ENERGIEVERBRUIK Het tweede spoor in deze aardgasvrij aanpak is om het huidige aardgasverbruik fors te reduceren. In totaal met 45% om zo op een verbruik van 1,0 miljoen m3 groengas uit te komen. Daarmee is er balans tussen opwek en verbruik van het groengas en het dorp energieneutraal wat betreft de warmtevraag. De proeftuin Wijnjewoude gaat het huidige gasverbruik reduceren door: 1. isolatie woningen en gebouwen; besparing 20 % 2. de inzet van hybride warmtepompen; besparing 20 % 3.
ander energie gedrag inwoners en bedrijven en door overschakeling naar elektrisch koken; besparing 5%. Deze 3-traps aanpak leidt tot 45% besparing op het huidige gasverbruik. Vanuit de trias energetica wordt gekozen om als eerste de energievraag terug te brengen. Dat zijn minimaal de zogenaamde ‘altijd goed’ (no-regret) maatregelen en een stap extra. Wij stellen een reële aanpak voor, die past bij het woningbestand in Wijnjewoude en het buitengebied, gezien de opbouw van het dorp en buitengebied van Wijnjewoude. Er zijn relatief veel koopwoningen (76%) en gezien de leeftijd van woningen (34% ouder dan 1946 en 56% ouder dan 1974) geloven wij niet in een aanpak waarbij huidige woningen die op een E, F of G label zitten in de periode tot en met 2028 op een A++ label komen. Kern in onze aanpak is een realistische verhaal met een uitdagend en een haalbaar doel. Een aanpak waar draagvlak voor is en waar de stip op de horizon is te overzien. We vinden dat iedereen bij mag dragen en vinden ook dat ieder moet kunnen bijdragen. Daarom zetten wij in de eerste stap van de trias energetica in op energie besparen door huizen ‘op slot’ te zetten (isoleren, HR++ glas of triple glas en slim ventileren). Huidige woningen op een A of B label gaan naar A++, woningen met een C en D label naar label B en woningen met labels E, F en G naar C label.
Dat zijn haalbare stappen en zo doet ‘iedereen wat’ en komen we met een haalbaar plan. En een ieder die nog een stap verder wil gaan is een welkome aanvulling. Met genoemde stappen komt 60% van de woningen op een A++, A of B label en 40% op een C label. Indien gewenst kunt u hier toelichtende tabellen/grafieken uploaden. bijlage T1.pptx
Programma Aardgasvrije Wijken
8 / 16
Op welke manier is het technisch ontwerp van de alternatieve warmtevoorziening tot stand gekomen? Is er een afweging gemaakt tussen verschillende alternatieven, en hoe zijn die keuzes gemaakt? * Voor Wijnjewoude is een afweging gemaakt tussen de scenario’s all electric, warmtenet en groengas ALL ELECTRIC ONBETAALBAAR In Wijnjewoude is all electric te ingewikkeld en te kostbaar, omdat: • er een 100% deelname van de inwoners nodig is, immers in dat scenario wordt het aardgasnet afgesloten en dat is vrijwel onmogelijk omdat rond 80 procent van de woningen particulier bezit is en omdat er nog geen wettelijk kader is om het aardgas af te sluiten. • alle woningen minimaal op een label B moet worden gebracht. Dit zal niet lukken (onbetaalbaar), omdat 56% van de woningen een bouwjaar heeft van voor 1974 en rond 73% heeft label C of slechter. • netwerkbeheerder Liander heeft aangegeven dat het huidige elektriciteitsnetwerk ongeschikt is voor all electric. Uitbreiding van het netwerk kan niet op afzienbare termijn worden gerealiseerd en zal hoge maatschappelijke kosten met zich mee brengen, minimaal € 1,2 miljoen, exclusief het verwijderen van het bestaande aardgasnet. We gaan hier later op in bij paragraaf regie en organisatie, rol netbeheerder.
GEOTHERMIE EN WARMTENET NIET MOGELIJK Door de grote afstand tussen de woningen is een warmtenet in combinatie met geothermie in Wijnjewoude niet rendabel te exploiteren. Dit komt doordat de bebouwing verspreid is over een relatief groot oppervlak, er onvoldoende woonequivalenten zijn om aan te sluiten op een warmtenet met geothermie bron en er geen hoogbouw is. De studies van PBL en de FES (Friese Energie Strategie) bevestigen dat een collectieve voorziening (warmtenet) om meer redenen niet haalbaar is. GROENGAS REEELE OPTIE Hieruit blijkt dat all electric en geothermie in Wijnjewoude onmogelijk zijn en dat de hierboven beschreven optie “groengas” als enige reële optie over blijft. Daarom is het scenario van ‘hybride groengas’ ontworpen en hierbij is gekeken naar lokale zelfvoorziening, lokale kracht en betaalbare oplossingen. En deze oplossing kan in de toekomst ook geschikt worden gemaakt voor andere alternatieve moleculaire oplossingen, denk aan bijvoorbeeld waterstof. Tot slot betekent groengas ook een versterking van een vitaal platteland. Immers de dorpscoöperatie exploiteert zelf de bron, waardoor de winsten lokaal blijven en er ontstaat een tweede geldstroom bij boeren.
Welke gebouwmaatregelen moeten worden toegepast? Op welke manier maakt de reductie van de warmtevraag door energiebesparing onderdeel uit van de aanpak? * SAMENVATTING De doelstelling van Wijnjewoude is dat • woningen die nu A of B label hebben naar label A++ gaan, • woningen met een C en D label naar label B • woningen met labels E, F en G naar C label Met deze stappen komt 60% van woningen (493 van de 841) op een A++, A of B label. De overige 40% zit dan op een C label. Dit wordt bereikt door op energie te besparen door de huizen energetisch ‘op slot’ te zetten door met name isoleren, HR++ glas of triple glas en slim ventileren. Ook het plaatsen van hybride warmtepompen bij 35 procent van de woningen draagt, met een reductie van 20 procent, flink bij aan de vraag naar gas. De kans is reëel dat de inwoners hun gedrag aanpassen en deze stappen om te besparen gaan zetten. Wij maken gebruik van een nieuwe wetenschappelijk onderbouwde aanpak, waarbij participerend actie onderzoek de kern is om mensen tot verandering te bewegen, zoals beschreven in paragraaf participatie en communicatie. Deze wetenschappelijke aanpak is door prof. Dr. M. Ruijters gevalideerd. ONDERBOUWING Het realistisch hybride groengas concept geeft individuele huis/gebouweigenaren meer flexibiliteit in de mate van isoleren en het moment van te nemen maatregelen (momentum, volgorde, tijd en betaalbaarheid).
Qua energie besparen worden 3 stappen onderkent: isoleren van woningen en gebouwen (20% gas reductie), inzet van hybride warmtepompen bij een derde van alle woningen (leidt tot 20% gas reductie) en tot slot 5% gas reductie door ander energiegedrag. Qua maatregelen voor energiebesparing worden meegenomen: isoleren van vloer, spouw en dak, dubbel of triple glas en goed en slim ventileren. Per woningtype kan dit verschillen en omdat er een veelheid aan woningtypen is, kan weinig worden gestandaardiseerd. Alle woningen met A en B labels gaan naar A++ label, alle woningen met een huidig C en D label naar B-label en alle hogere labels (E, F en G) gaan naar label C. Dat betekent dat iedereen stappen gaat zetten en inwoners die grotere stappen willen zetten worden gestimuleerd. Met deze aanpak hebben wij een realistisch, pragmatisch en bereikbaar plan ontwikkeld dat tegemoet komt aan de behoefte uit het dorp om de betaalbaarheid goed voor ogen te houden. Daarom ook geen plan om woningen met een G label in een paar jaar naar een A-label te transformeren. Wel een plan waarbij iedereen zijn woning in zijn tempo kan verduurzamen. Een andere gebouwmaatregel is om bij 35% (324 van de 841 woningen) een hybride warmtepomp te plaatsen. Dit zijn veelal luchtwarmtepompen, echter wie wil mag natuurlijk voor een aardwarmtepomp kiezen.
De hybride warmtepomp zal grofweg onder een buitentemperatuur van 5 graden overschakelen op groengas en boven de 5 graden elektrisch verwarmen. Tot slot de kleine maatregelen. Deze hebben een positief effect op het energiegedrag van mensen. Denk hierbij aan tochtstrips, waterzijdig inregelen CV, isoleren CV buizen in koude ruimtes en kruipruimte, LED verlichting, etc. Met andere woorden: door ook aandacht te hebben voor kleine maatregelen zal het energiegedrag positief worden beïnvloed, hetgeen tot 5% gasreductie zal leiden en de bereidheid om vervolgens de grotere maatregelen gaat toenemen. De aanpak voor utiliteit spitst zich toe op het verduurzamen van het gebouw naar een labelniveau B en het omschakelen van aardgas naar groengas. In de paragraaf wijkgegevens is dit verder beschreven. Koeling en luchtkwaliteit wordt niet meegenomen in dit plan. Welke mogelijke technische risico’s zijn te onderscheiden? * 1. Groengas installatie levert te weinig gas Dit risico is zeer beperkt, omdat Wijnjewoude werkt met installaties en apparatuur die op meerdere plaatsen naar tevredenheid draait en door marktleiders wordt geleverd. De gegarandeerde productie wordt afgedekt door garantie overeenkomsten, leveringsovereenkomsten en onderhoudscontracten. Als het risico zich voor doet is het voort de leverancier.
Voor PAW Wijnjewoude is vertraging het enige risico, maar de periode tot 2028 biedt voldoende ruimte. 2. Warmtepompen leveren te weinig warmte Hier voor geldt het zelfde als bij de groengas installatie. Ook dit risico is zeer beperkt. Als het zich voor doet is het voor de leverancier. Ook hier is voor PAW Wijnjewoude vertraging het enige risico, maar de periode tot 2028 biedt voldoende ruimte. 3. Te weinig mest Met onder andere de LTO-Noord is naar de toekomst van grondgebonden rundveebedrijven die hun mest op eigen grond kunnen uitrijden, zoals in Wijnjewoude, gekeken. In deze bedrijfstak binnen de landbouw sector zien we geen grote veranderingen. 4. Netwerk te weinig capaciteit Met Liander zijn de risico’s met betrekking tot het bestaande gasnetwerk verkend en het netwerk heeft voldoende capaciteit. In de toekomst kunnen ook andere gassen worden getransporteerd, denk aan bijvoorbeeld het bijmengen van waterstof. Het netwerk geeft zelfs meer flexibiliteit en is geen risico.
Programma Aardgasvrije Wijken
9 / 16
Hoe bent u gekomen tot de keuze voor deze alternatieve warmtevoorziening voor specifiek deze wijk? * In het kader van de RES zijn in provincie Fryslân de kansen en knelpunten onderzocht om in de toekomst onze provincie duurzaam te verwarmen. De resultaten zijn vastgelegd in de ‘concept regionale strategie warmte’ van februari 2020. Deze rapportage is bijlage van de (concept) RES die in Fryslân momenteel bij raden en staten voorligt om besluitvorming. Voor een download zie: https://www.resfryslan.frl/concept-res. Voor het buitengebied in onze provincie is het duidelijk dat hier naar individuele oplossingen moet worden gekeken. Uit de startanalyse van PBL/ECW komt elektriciteit als enige bron naar voren waarmee, in combinatie met bijvoorbeeld warmtepompen (bodem/lucht), warmte kan worden opgewekt. Binnen de RES is ook aanvullend een warmteanalyse voor het buitengebied in onze provincie uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er een grote potentie is voor productie van groengas (zie figuren in bijlage). Specifiek voor de gemeente Opsterland is berekend dat er een potentie is om 40% van de huidige warmtevraag middels groengas in te vullen. In het kader van de RES is het belang van onderzoek naar de opwekmogelijkheid van groengas als belangrijk aandachtspunt opgenomen.
Dit sluit ook aan bij het Klimaatakkoord en de aanvullende Routekaart Hernieuwbaar Gas met een ambitie om 70 PJ aan groengas te realiseren in 2030, waarvan een substantieel deel kan worden ingezet voor de gebouwde omgeving door direct groengas in te voeden in het bestaande gasnet. In deze proeftuinaanvraag is gekozen voor de groengas aanpak, omdat dit de enige reële route is binnen de gemeente en aansluit bij het initiatief in het dorp dat al vergaande plannen heeft in die richting. De gemeente heeft nog geen vastgestelde transitievisie warmte opgesteld. Wel heeft de gemeente een eerste verkenning voor de transitievisie warmte en deze is door de raad op 9 dec. 2019 goedgekeurd. De gemeente heeft gekozen voor de variant met de laagste maatschappelijke kosten. Hierbij is gekeken naar de kosten ‘voor de voordeur’ (investeringen in de infrastructuur in de openbare ruimte) en de kosten ‘achter de voordeur’ (investeringen voor woning- en gebouweigenaren). Als eerder aangegeven moet bij een all electric variant de netbeheerder haar infrastructuur verzwaren, kosten zijn geraamd door Liander op € 1.223.000. Deze aanpassing wordt voorkomen bij de hybride groengas variant. En aanvullend, wanneer in de all-electric variant iedereen aardgasvrij is moet vervolgens het aardgasnet worden verwijderd en die kosten bedragen ook nog eens € 4.204.000.
Kijken we ‘achter de voordeur’ dan moeten woningen meer worden geïsoleerd bij all electric t.o.v. van de groengas variant. De meerkosten achter de voordeur zijn, voor all electric, zijn berekend op € 11.705.000. Dat maakt dat de hybride groengas variant veruit de laagste maatschappelijke kosten met zich mee brengt. In de rekentool bij financiële onderbouwing zijn zowel de investeringen in de woningen en gebouwen voor de hybride groengas variant als all-electric variant (zie bladnummers beginnend met ‘C’) doorgerekend. Daarmee onderbouwen we de meerkosten als hierboven beschreven.
Regie & Organisatie In het Klimaatakkoord is aangegeven dat gemeenten de regierol hebben bij de wijkgerichte aanpak. Het is belangrijk te weten op welke wijze u dit concreet invult, zowel intern in de gemeentelijke organisatie, inclusief het bestuur en de gemeenteraad, als extern met alle betrokken stakeholders in de wijk en waar nodig erbuiten. Kunt u in algemene zin aangeven wat uw visie is op het voeren van de regierol bij het aardgasvrij maken van de wijk? * De visie van de gemeente Opsterland op haar regierol houdt in dat de gemeente het plan voor het aardgasvrij maken van Wijnjewoude vaststelt zoals in deze PAW aanvraag is vastgelegd. Vervolgens houdt de gemeente als opdrachtgever toezicht op de uitvoering van het plan door dorpsenergiecoöperatie WEN, die namens het dorp de opdracht uitvoert. De uitvoering van het aardgasvrij maken van de wijk bestaat uit vier componenten die in balans moeten zijn: 1. technische haalbaarheid project 2. financiële haalbaarheid, lees betaalbaarheid 3. acceptatie en draagvlak voor de aanpak en maatregelen 4. adequate en slagvaardige project organisatie De gemeente (vanuit een projectverantwoordelijke opdrachtgever) en de dorpsenergiecoöperatie WEN vanuit een opdrachtnemersrol zullen samen op deze stuurparameters de regie voeren voor het op een realistische wijze aardgasvrij maken van Wijnjewoude.
De gemeente gaat vol vertrouwen de opdrachtgevers rol aan, omdat wij ons van te voren vergewist hebben van de haalbaarheid van het plan. Het is technisch haalbaar en er kan voldoende groengas opgewekt worden om Wijnjewoude aardgasvrij te maken. En het is financieel haalbaar, zeker als de PAW aanvraag wordt gehonoreerd. Er is breed draagvlak in het dorp. WEN is een bestaande dorpscoöperatie, die met haar gerealiseerde projecten haar slagvaardigheid al bewezen heeft. Wij hebben het organisatiemodel schematisch uitgewerkt. Dat is toegevoegd als bijlage O1. Wat is hierbij de rol van de gemeenteraad? Op welke wijze is de gemeenteraad betrokken bij deze aanvraag? Heeft de gemeenteraad ingestemd met het indienen van een aanvraag voor een proeftuin? * De gemeenteraad is actief betrokken bij de energietransitie. Door het gemeentelijke energieteam zijn diverse werksessies met de raad gehouden, onder andere is in het kader van de RES de zogenaamde energiemix methode ‘gespeeld’ waarbij de raadsleden inzicht krijgen in het vraagstuk van de energietransitie en de vertaling hiervan naar participatie en impact op de directe leefomgeving. Inmiddels is het beleidskader voor zonneweides, het “Zonneplan Opsterland” en zijn er diverse vergunningsaanvragen voor (drijvende) zonneparken in de raad behandeld.
Dit heeft het onderwerp van de energietransitie en ook hoe dit de Mienskip (samenleving) raakt, hoog op de raadsagenda gezet. De ambitie om tot energieneutrale gemeente te komen in 2035 (opgenomen in coalitieakkoord) is vertaald in het ‘uitvoeringsplan energietransitie’ welke op 9 december 2019 unaniem door de raad is aangenomen. In dit plan is opgenomen dat de gemeente een aanvraag PAW voor Wijnjewoude indient. De raad ziet ook de groengas potentie in deze aanvraag voor de andere dorpen in de gemeente en ondersteunt de aanvraag van harte. De route ‘hybride groengas’ lijkt de enige realistische route voor de plattelandsdorpen in de gemeente kijkend naar de laagst maatschappelijke kosten. De raad wil kennis en ervaring opdoen in relatie tot participatie, acceptatie en draagvlak van deze hybride groengas route. In formele zin zal de raad na toekenning van de Rijksbijdrage een besluit nemen op welke wijze de gelden worden verstrekt en moeten worden verantwoord richting de projectorganisatie van aardgasvrij Wijnjewoude.
Programma Aardgasvrije Wijken
10 / 16
Geef een overzicht van de verschillende stakeholders die betrokken zijn bij de aanpak. * Gemeente Opsterland De gemeente wil in 2035 energieneutraal te zijn. Dit is verankerd in het coalitieakkoord en uitgewerkt in het uitvoeringsplan energietransitie. Dit is in december 2019 unaniem door de Raad aangenomen. De gemeente heeft een energieteam dat alle activiteiten rond de energietransitie oppakt en faciliteert. Opsterland is actief betrokken bij Wijnjewoude en heeft samen met de provincie Frylân de dorpscoöperatie WEN gefaciliteerd om een betaalde projectleider aan te trekken om de projecten professioneel te starten. De gemeente neemt deel aan de ambtelijke en bestuurlijke klankbordgroep van WEN en stelt financiële middelen, kennis en haar netwerk beschikbaar. Provincie Fryslân Is actief betrokken bij Wijnjewoude en heeft zich via een intentieverklaring verbonden aan het integrale plan “Wijnjewoude Energieneutraal 2025” en stelt kennis en financiële middelen beschikbaar. De provincie neemt deel aan de ambtelijke en de bestuurlijke klankbordgroep van WEN. Van deze laatste is de gedeputeerde voorzitter. Plaatselijk Belang Wijnjewoude (PBW), ondernemersvereniging en 22 buurtverenigingen PBW is de dorpsvereniging in Wijnjewoude en nauw betrokken bij de lokale energiecoöperatie WEN. Ze helpt mee om het draagvlak voor de energietransitie in Wijnjewoude zo groot mogelijk te maken.
PBW is samen met de 22 (!) buurtverenigingen actief betrokken bij het uitnodigen van inwoners en organiseren van diverse bewonersavonden. Ook de ondernemersvereniging is betrokken. Dorpsenergiecoöperatie WEN WEN is in 2015 opgericht en heeft inmiddels een professionele organisatie gebouwd, diverse projecten uitgevoerd en veel projecten op stapel staan. De leden zijn in de coöperatie de baas en WEN heeft zowel een bestuurlijke en ambtelijke klankbordgroep tot haar beschikking. In de PAW aanpak zal WEN als opdrachtnemer de uitvoering van het plan op zich nemen. RVO RVO heeft opdracht verstrekt voor het ontwikkelen van een business case voor centrale mono-mestvergisting en zo actief bijgedragen om tot productie van groengas te komen. RVO is kernpartner van het project Wijnjewoude Energieneutraal en werkt met verschillende ministeries samen om de business case van het project (productie groengas) te verbeteren. Verder brengt RVO kennis in met tot doel de doorontwikkeling van het project te verbeteren. Gasunie NV Is aanjager om over te gaan op groengas en alternatieve energievoorziening in de bestaande omgeving. Gasunie stimuleert het burgerinitiatief WEN vanwege het unieke karakter van dit project. Bestuurlijk commitment is er door deelname aan de bestuurlijke- en ambtelijke klankbordgroep WEN.
Er is een samenwerkingsovereenkomst in ondersteuning projectmanagement, expertise en financiële inzet. Liander, netbeheerder Liander is de netbeheerder voor gas en elektriciteit in de gemeente Opsterland. Liander is al langere tijd betrokken bij Wijnjewoude. Het is een van de twee pilots die voortkwamen uit de Friese Energiestrategie (FES, voorloper van de RES). Hiertoe heeft Liander in 2018 opdracht gegeven het energieplan ‘Wijnjewoude Energieneutraal 2025’ te schrijven. In het project geeft Liander inzicht in de status van het gas- en elektriciteitsnet. Liander is deelnemer van de klankbordgroep van Wijnjewoude Energieneutraal (WEN). Woningbouwcorporaties Elkien en Woon Friesland Elkien (152) en Woon Friesland (6) hebben bezit in Wijnjewoude. Beide corporaties anticiperen op de planning om tot energieneutraal dorp te komen. Beiden ondersteunen deze PAW aanvraag. Onderwijs/kennisinstellingen Universiteit van Amsterdam is betrokken bij de WEN-aanpak door de inzet van Prof. Dr. Manon Ruijters, Hoogleraar Leren, Ontwikkelen en Gedragsverandering. NHL Stenden Hogeschool is verbonden aan het Participerende Actie Onderzoek naar de aanpak van de besparing met het meeste resultaat. Van Stenden is drs. Marjon Faber als supervisor betrokken.
Indien er sprake is van een belangrijke positie van woningbouwcorporaties binnen de wijk, hoe ziet de rol van de woningbouwcorporaties in de aanpak eruit? Hoe werken zij samen met de andere stakeholders om de wijk aardgasvrij te maken? * Woningbouwcorporatie Elkien heeft een bezit van 152 woningen in Wijnjewoude. Inmiddels is dit ook deels als zogenaamd gespikkeld of gemengd bezit aan te wijzen, doordat Elkien in de afgelopen jaren ook woningen heeft afgestoten. De koers van afstoten van bezit in kleine kernen is verlaten en Elkien heeft aangegeven dit huidige bezit te handhaven. Het bezit van Elkien (18% van totaal) is onderverdeeld in • 53 twee onder één kap- woningen • 73 rijtjeswoningen • 1 galerijflat met 26 wooneenheden 85% van dit bezit heeft een bouwjaar tussen 1945-1990. Qua labels heeft 45% van dit bezit een A++, A of B label, 42% label C en de rest (13%) een hoger label. Elkien is betrokken bij de aanpak van WEN en ook bij de aanvraag PAW. Met betrekking tot de aanvraag PAW heeft Elkien actief meegedaan met een brainstorm met diverse stakeholders in januari 2020 en daarbij uitgesproken de aanvraag te ondersteunen en de route van hybride groengas erg interessant te vinden. Elkien had een ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn met al haar bezit. Inmiddels heeft Elkien zich aangesloten bij de landelijke richtlijn om in 2050 CO2 neutraal te zijn.
Met betrekking tot Wijnjewoude en deze aanvraag heeft Elkien aangegeven binnen de looptijd van de proeftuin haar bezit te willen verduurzamen. Elkien is erg blij met de voorgestelde groengas route. Ook haar woningen gaan van het aardgas af, zonder dat daarvoor hoge investeringen nodig zijn. Elkien geeft aan dat het all-electric gereed maken van haar bezit (veel 2-onder-1 kap woningen) gemiddeld ongeveer € 70.000 per woning kost. Met het volume van 152 woningen is dat een investering van € 10.600.000. De aanpassing van de woningen naar de voorgestelde hybride groengas variant past in het tempo van Elkien en kan zonder ‘zwaar’ te isoleren worden gerealiseerd. In vergelijking met verwarming via lage temperatuur verwarming wordt hier zeer fors op maatschappelijke kosten bespaard. Hetgeen dus gunstig is voor de MKBA. In de aanpak aardgasvrij wil Elkien haar kennis, ervaring en expertise kennis inzetten om woningen te verduurzamen en speciale aandacht hebben voor het eerder genoemde gespikkeld bezit. Voor Woon Friesland met een relatief klein bezit (6 woningen in type 2-onder-1 kap, bouwjaar 2007 en een energie-index variërend tussen 0,74 tot 1,12) is de impact gering. Woon Friesland geeft aan ook te participeren en aan te haken op het tempo om tot aardgasvrij Wijnjewoude te komen.
Programma Aardgasvrije Wijken
11 / 16
Hoe ziet de rol van de netbeheerder in de aanpak eruit? Hoe werkt de netbeheerder samen met de andere stakeholders om de wijk aardgasvrij te maken? * Netbeheerder Liander mede initiatiefnemer Netbeheerder Liander heeft een actieve rol bij WEN en Wijnjewoude. Liander heeft samen met haar zuster Liandon en WEN een visie en realisatie strategie opgesteld voor Wijnjewoude Energieneutraal in 2025. Dit in het kader van de FES. In die visie is groengas een belangrijke bouwsteen. Na oplevering van de studie is Liander actief betrokken gebleven om de route naar groengas mogelijk te maken. Niet voor niets zit Liander in de klankbordgroep van WEN. Liander heeft met haar buurtanalyse-tool zeer uitgebreid gerekend en een netplanning gemaakt om te onderzoeken of groengas is in te voeden in het bestaande distributienetwerk in Wijnjewoude. Dat blijkt gedurende alle seizoenen mogelijk. Met andere woorden: de gewenste opwek van 1,0 miljoen m3 per jaar kan met het ritme dat er mest beschikbaar is worden ingevoed zonder beperkingen. Daarnaast is met Liander contact over de pilot die Liander op Ameland uitgevoerd met het slim aansturen van hybride warmtepompen om vraag en aanbod (balancering) in zowel het gasnet als elektriciteitsnet te optimaliseren.
Dit ook in relatie tot de eigen opwek van elektriciteit middels PV-panelen op daken en in een zonneveld in Wijnjewoude en later aangevuld met kleine windmolens. Met Liander is ook de all-electric variant verkend. Dit voorkeursscenario komt vanuit de startanalyse van PBL/ECW. Echter gezien de netcapaciteitsproblematiek bij zowel Liander als Tennet in Fryslân is dit op korte termijn geen optie, los van de te maken kosten voor een verzwaard netwerk. De investering in uitbreiding met 10 MSR’s en verzwaring van het elektriciteitsnet bedraagt € 1,2 miljoen. Bovendien zijn er kosten bij het verlaten van het aardgasnet. Het verwijderen van het gas net kost € 4,2 miljoen. Tot slot hecht Liander ook veel waarde aan de ervaringen die worden opgedaan in deze proeftuin. Het scenario hybride groengas heeft zeer veel potentie voor vele andere plattelandsdorpen in de provincie Fryslân en in Nederland waar Liander netbeheerder is. Op deze manier kan Liander actief ervaring opdoen in dit vertalen naar hun bijdrage in de energietransitie.Verlenging cq. een tweede leven voor de gasinfrastructuur is vanuit maatschappelijke kosten interessant en houdt de route open ook voor andere alternatieve gassen in de toekomst. Hoe ziet de projectstructuur en de inbedding van de wijkenaanpak binnen de gemeentelijke organisatie eruit? Geef hierbij een beeld van de ingezette capaciteit en middelen.