CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Regionale woondeal Zuidoost Fryslân 20 april 2023

Raadsvergadering 18 september 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Woonvisie gemeente Opsterland 'volkshuisvestingsprogramma' (B)14.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de sociale huurgrens tot een max van €1000 per maand en koopwoningen onder de

Vastgesteld bestemmingsplan of inpassingsplan, Vastgesteld

€355.000. Gemeenten en provincie zullen nader onderzoek doen om in kaart te brengen

bestemmingsplan met uitwerkingsplicht.

wat betaalbaar is voor de inwoners van Fryslân en voor specifieke doelgroepen.

Regionale woondeals 2022-2030

29

8

Aantal van de bruto nieuwbouw.

Regio Zuidoost Fryslân

In tabel 2 staat aangegeven wat dit betekent per gemeente (op totale aantallen, niet uitgesplitst naar soort). Tabel 2: Woonopgave per gemeente Gemeente Smallingerland zet zich in voor de realisatie van

1.230 woningen

Gemeente Heerenveen zet zich in voor de realisatie van

1.720 woningen

Gemeente Opsterland zet zich in voor de realisatie van

530 woningen

Gemeente Weststellingwerf zet zich in voor de realisatie van

500 woningen

Gemeente Ooststellingwerf zet zich in voor de realisatie van

700 woningen

Totaal regionale opgave

4.680 woningen

Regionale woondeals 2022-2030

30

Regio Zuidoost Fryslân

Bijlage 3: Sleutelprojecten (inclusief kleinschalige projecten) en kritische succesfactoren 9

Voor de locaties opgenomen op kaart 1 in deze woondeal zijn de belangrijkste kritische succesfactoren en hun effecten geïdentificeerd. Een schematisch overzicht hiervan is weergegeven in tabel 3. Tabel 3: locaties, kenmerken en kritische succesfactoren Projectkenmerken

Kritische succesfactoren

Locatie

Gemeente

Woningen

Ontwikkelstrategie

Smallingerland

600-700

Vrijburgh fase 2

Smallingerland

149

Vrijburgh fase 3

Smallingerland

150

Heerenveen-West

Heerenveen

ntb.

A32 zone fase 1

Heerenveen

A32 zone fase 2

Mobiliteit

Kennis en capaciteit

Stikstof

Programmering

GREX

Regio specifiek

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

300

√

√

√

√

Heerenveen

250

√

√

√

√

Projecten Nieuwehorne

Heerenveen

73

√

√

√

√

Gorredijk Loevestein fase 5

Opsterland

300

√

√

√

√

Bakkeveen Aylvalân

Opsterland

40

√

√

√

√

Ureterp Fûgelliet Noord

Opsterland

30

√

√

√

√

Terwispel Kolderveen

Opsterland

26

√

√

√

√

Langezwaag Noord

Opsterland

16

√

√

√

√

Oosterwolde Venekoten Noord fase 1

Ooststellingwerf

70

√

√

√

√

Oosterwolde Langekamp

Ooststellingwerf

70-110

√

√

√

√

Haulerwijk Leeksterweg

Ooststellingwerf

54

√

√

√

√

Lindewijk – Fase 1

Weststellingwerf

120

√

√

√

√

Lindewijk – Fase 2

Weststellingwerf

300

√

√

√

√

Spoorlaan 1, Wolvega

Weststellingwerf

35

√

√

√

√

Pieterslaan 85a, Wolvega

Weststellingwerf

18

√

√

√

Dit zijn de sleutelprojecten en kritische succes­factoren zoals

√

9

Sleutelprojecten zijn projecten die een bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende betaalbare woningen,

bekend zijn voor de inventarisatie van deze woondeal. Deze

corporatiewoningen en wonen en zorg voor ouderen) in relatie tot de autonome behoefte waarvan partijen vinden dat we daar

opsomming is niet limitatief en wordt jaarlijks herzien.

gezamenlijke energie, tijd en financiële middelen op moeten inzetten.

Regionale woondeals 2022-2030

31

Regio Zuidoost Fryslân

Bijlage 4: Generieke ondersteuning woningbouw

Het Rijk ondersteunt door:

•

Het verstrekken van kennis en expertise wanneer

De provincie ondersteunt door:

projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan •

Het verstrekken van financiële middelen via

om concrete- als generieke vragen.

diverse regelingen en subsidies waar de regio

• Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw)

• uitvoeren van de knelpuntenanalyse

aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om

• Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties

• middelen kunnen ook worden ingezet voor

middelen die generiek beschikbaar zijn, ook

• Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting

andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken. Het Rijk informeert via de woondealtafel over

•

•

Regeling herbestemming 2023 (in voorbereiding)

•

Regeling herbestemming tijdelijke woningen 2023

•

Onderzoek naar toekomstbestendigheid

woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel

onduidelijkheden omtrent de aanvraag van

versterken regie op de volkshuisvesting

financiële middelen.

voorbereid. Datum, tijdspad, welke specifieke

bestaande woningvoorraad

BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste

• Regeling huisvesting aandachtsgroepen

aanspreekpunt richting andere departementen.

• Volkshuisvestingsfonds

De Minister voor VRO zet zich maximaal in

• Transformatie faciliteit

om samen met de verantwoordelijke collega-

• Tijdelijke huisvesting

ministers kritische succesfactoren als stikstof,

• PM mogelijke ondersteuning

geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen

Regionale woondeals 2022-2030

(in voorbereiding)

maatregelen worden voorzien. •

• Regeling flexpools

verpleegzorgplekken

(gezamenlijke) woonzorgvisie

• Landelijke versnellingstafels

Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele

• Woningbouwimpuls

Cofinanciering regeling Flexpool

Wet- en regelgeving voor de realisatie van de

nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden.

• Procesgeld woondeals

•

aan te pakken

32

Regio Zuidoost Fryslân

Bijlage 5: Regiospecifieke bijlage

De regio Zuidoost Fryslân zet in op meer en

wachten tot ontwikkelingen ons overkomen, maar

lopen, maar vooral bij korte procedures (voor

gevarieerde woningbouw. Huishoudensgroei in de

hiervoor zelf actief aan het stuur te blijven (proactief).

bijvoor­beeld tijdelijke woningen) levert dit problemen

regio is toe te schrijven aan huishoudensverdunning

op.

en instroom van buiten. Het is belangrijk om

Bij de uitvoering van woningbouwplannenspelen

woningen te bouwen die een waardevolle aanvulling

doen zich vele belemmeringen voor. In de regio

De gevolgen van de stikstofcrisis zullen grote impact

zijn op de bestaande voorraad, op plekken waar de

Zuidoost Fryslân zijn met name de onrendabele

hebben voor woningbouw in de regio Zuidoost

meer­waarde het grootst is. Dit hangt samen met

toppen, de energiecongestie, de stikstofproblematiek

Fryslân, gezien de nabijheid van het Drents-Friese

een verschuiving in de vraag van gezinswoningen

en de krapte op de arbeidsmarkt (m.n. gemeentelijke

Wold, het Fochtelooerveen, De Bakkeveense Duinen

– waarvan er al relatief veel zijn in de regio – naar

capaciteit) problematisch.

en De Alde Feanen. Een gebrek aan stikstof­ruimte

kleinere en levensloopbestendige woonvormen. Dit

zal naar verwachting de komende tijd woning­bouw

komt door huishoudensverdunning, vergrijzing en

Betaalbare woningbouw is vaak niet rendabel.

tegenhouden of remmen. Hierin komt de uitstoot

ontgroening. Een groot deel van deze woningen zal in

Daarom is financiële ondersteuning noodzakelijk.

tijdens het bouwproces bovenop, waar­door dit

de categorie ‘betaalbaar’ gebouwd moeten worden,

De regeling Woningbouwimpuls is onvoldoende

nog moeilijker wordt. Voor een groot deel van de

passend bij de inkomenssituatie van de inwoners.

ingericht voor aanvragen uit kleinere gemeenten.

woningbouwplannen in Zuidoost Fryslân moet een

Woningbouwprojecten halen vaak niet de drempel

ruimtelijke procedure doorlopen worden. Deze

De opgave in de regio Zuidoost Fryslân ligt voor­

van minimaal 200 woningen. Om tempo te maken

plannen zijn wel meegenomen in de prestatie­

namelijk in de versnelling van de reeds bestaande

met de realisatie van de woningbouwplannen vraagt

afspraken tussen provincie en rijk, maar een groot

plannen. Hier zetten we op in. Belangrijk

de regio om een passende financiële regeling die

deel zal niet ten uitvoer kunnen komen door

uitgangs­punt daarbij is adaptief programmeren.

aansluit bij de Friese opgave (eventueel gestapeld

onvoldoende stikstofruimte. Een snelle adequate

Veranderingen en uitdagingen in het ruimtelijke

met andere subsidieregelingen).

aanpak van de stikstofproblematiek is daarom

domein volgen elkaar razendsnel op. Belangrijk is

noodzakelijk.

dat we als regio wendbaar blijven, om ons aan te

Voor energieaansluitingen bestaan in de regio wacht­

kunnen passen aan situaties en vragen die we nog

lijsten. Soms is de wachttijd langer dan een jaar.

niet kennen (adaptief) en belangrijk is om niet af te

Soms kan dit proces parallel aan bijv. de procedure

Regionale woondeals 2022-2030

33

Regio Zuidoost Fryslân

Bijlage 6: Definities Betaalbaarheid

Zachte plannen zijn:

Sociale huur hiervoor komt in de AMVB van de

Vooralsnog hanteren we de volgende definities

•

Onherroepelijk bestemmingsplan met

Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (WVRV)

wijzigingsbevoegdheid

een definitie. In de Memorie van Toelichting bij

Vastgesteld bestemmingsplan met

het voorsel van Wet inzake Versterking Regie

wijzigingsbevoegdheid

Volkshuisvesting (voorstel WVRV) wordt hierover

Bestemmingsplan of inpassingsplan in

het volgende gezegd: Om te zorgen dat sociale huur

voorbereiding

die in het kader van de woningbouwopgave wordt

onder betaalbaar: • •

sociale huurwoningen met een huurprijs tot de

•

huurwoningen vanaf de liberalisatiegrens tot een

liberalisatiegrens

•

•

huur behorende bij maximaal 187 WWS punten

•

Potentieel: Visie

gerealiseerd, ook langjarig beschikbaar is voor de

(€ 1000 prijspeil 2022)

•

Potentieel: Idee (zonder beginselbereidheid B&W)

doelgroep en dat deze bijdraagt aan de opgave om mensen uit aandachtsgroepen te huisvesten, komt er

koopwoningen tot €355.000 (NHG grens 2022)

een nieuwe en eenduidige definitie van sociale huur

Harde plannen zijn: Gemeenten en provincie zullen nader onderzoek

•

voor de inwoners van Fryslân en voor specifieke

Aandachtsgroepen in de Memorie van Toelichting

Onherroepelijk bestemmingsplan met

van de voorstel WVRV wordt hierover gezegd: De

uitwerkingsplicht

huisvestingsopgave van in ieder geval de volgende

•

Vastgesteld bestemmingsplan of inpassingsplan

aandachtsgroepen worden in kaart gebracht:

•

Vastgesteld bestemmingsplan met

mantelzorg­verleners- en ontvangers, mensen met een

uitwerkingsplicht

lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of

•

doelgroepen. Nultredenwoningen zijn waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te

Onherroepelijk bestemmingsplan of inpassingsplan

doen om in kaart te brengen wat betaalbaar is

psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intra­murale

komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen/ appartementen in de buurt van voorzieningen.

Opharden van plannen is het proces waarbij zachte

zorginstellingen (maatschappelijke opvang, opvang van

ruimtelijke plannen, harde plannen worden.

slachtoffers van geweld in huiselijke kring/ ‘vrouwen­ opvang’, opvang van slacht­offers van mensenhandel,

Geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetings­ ruimtes, zijn onder andere hofjeswoningen (zoals

Sleutelprojecten zijn projecten die een bijdrage

beschermd wonen, instellingen voor klinische geestelijke

de Knarrenhof), serviceflats en seniorenflats.

leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende

gezondheids­zorg en forensische zorg, instellingen voor

Geclusterde woonvormen voorzien niet alleen

betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen

jeugd­zorg), woningzoekenden na detentie, (dreigend)

in prettige huisvesting, maar verminderen ook

en zorg voor ouderen) in relatie tot de autonome

dakloze mensen, stoppende sekswerkers, status­

eenzaam­­heid doordat ze het aangaan van

behoefte waarvan partijen vinden dat we daar

houders, ouderen, arbeidsmigranten, studenten,

sociale contacten vergemakkelijken. Woningen in

gezamenlijke energie, tijd en financiële middelen op

woonwagen­bewoners en ouderen. De definitie en wijze

geclusterde woonvormen zijn nultredenwoningen en

moeten inzetten.

van monitoring van deze groepen zal in de Omgevings­ regeling worden opgenomen.

bij voor­keur rollatortoe- en doorgankelijk.

Regionale woondeals 2022-2030

34

Regio Zuidoost Fryslân

Bijlage 7: Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 Fryslân

Regionale woondeals 2022-2030

35

Regio Zuidoost Fryslân

1SPWJODJBMF XPOJOHCPVX BGTQSBLFO  'SZTMÉO

Bestuurlijke afspraken woningbouw Fryslân 2022-2030 Friezen zijn de gelukkigste inwoners van Nederland en het provinciebestuur van Fryslán zet zich er voor in dat dat de komende jaren ook zo blijft. We zien dat welvaart van de Friezen niet altijd zit in materiële rijkdom. Integendeel: dat is de Friese paradox. Friezen zijn de gelukkigste inwoners van Nederland, ondanks dat het inkomen er lager ligt dan het landelijk gemiddelde. De rijkdom van de inwoners van Fryslân zit in andere waarden. Die waarden wil het provinciebestuur van Fryslân doorgeven aan de kinderen en de generaties daarna. Daarom zet het bestuur van de provincie Fryslân we in op brede welvaart. Die welvaart staat onder druk. Dat heeft sterk te maken met de demografische ontwikkelingen. Fryslán kent een sterke vergrijzing. In Fryslân liggen sterke groei en afname van die groei, en op termijn krimp, dicht bij elkaar. Friezen maken zich zorgen over het behoud van hun waardevolle landschap en de vitaliteit van dorpen en steden. In Fryslán is de druk op de woningmarkt merkbaar. Weliswaar heeft Fryslân kent een relatief laag woningtekort, maar ook hier staat het leven van steeds meer inwoners stil omdat zij geen passende woning kunnen vinden.

Jongeren kunnen niet uitvliegen en een gezin beginnen; ouderen willen graag naar een woning die bij hun levensfase past; doorstromers slagen er niet meer in op de door hen gewenste plek een passende en voor hen betaalbare woning te vinden. De provincie Fryslân omarmt daarom de ambitie van het Rijk om de woningbouw te versnellen. Uit de inventarisatie en de reality check is gebleken dat in Fryslân – onder randvoorwaarden - 17.500 woningen kunnen worden bijgebouwd. Dat doet de provincie als middenbestuur in overleg met de Friese partners in De Friese Aanpak. Dit wordt vertaald in regionale woondeals. Het college van Gedeputeerde Staten van provincie Fryslân (hierna: College van GS) en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (hierna: Minister voor VRO) bevestigen dat ze gezamenlijk alle inspanningen zullen verrichten zodat de provincie Fryslân en de Friese gemeenten gezamenlijk zorg kunnen dragen voor voldoende betaalbare woningen voor de inwoners van Fryslân en iedereen die in Fryslân wil wonen. Hiertoe heeft de provincie Fryslân een provinciaal bod gedaan. (zie bijlage 1, 2 en 3)1

Bijlage 1 Indicatief aanbod Fryslân kenmerk 02000198 d.d. 31 mei 2022 Bijlage 2 Rapport reality check woningbouw Fryslân kenmerk 02024325 d.d. 13 september 2022 Bijlage 3 Rapportage ‘Reality-check woningbouw in Fryslân’ Companen d.d. 5 september 2022 kenmerk 3800.104 1

Paraaf namens college GS PF

1

Paraaf namens BZK/dWB

1. Woningbouwopgave: van landelijke naar provinciale opgave 1.1 We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken, is het noodzakelijk de komende jaren versneld meer woningen bij te bouwen. Met het programma Woningbouw zet de minister voor VRO nationaal in op de bouw van in totaal 900.000 woningen tot en met 2030. Het streven is dat ten minste twee derde van deze nieuwbouwwoningen betaalbaar is. Voor die betaalbaarheidsdoelstelling is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen, 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro, waarvan 50.000 corporatiewoningen in de middenhuur. 1.2 Dubbele uitdaging in Fryslân: nieuwbouw en aanpak bestaande voorraad. Naast een opgave in de nieuwbouw is er ook een opgave in de bestaande woningvoorraad. Met name in de particuliere woningvoorraad zien we een grote uitdaging. Woningen moeten worden verduurzaamd en in sommige gebieden zal bij een afnemende vraag naar woningen een deel van het aanbod niet meer aantrekkelijk zijn. In de regionale woondeals worden hierover afspraken gemaakt. 1.3 Provinciaal bod nieuwbouw. College van GS heeft geïnventariseerd welke woningbouwplannen tot en met 2030 in Fryslân kunnen worden gerealiseerd. Dat heeft geresulteerd in onderstaande tabel met het voorbehoud dat aan een aantal randvoorwaarden moet worden voldaan.

Met het provinciaal bod (zie bijlage 1, 2 en 3) draagt het college van GS bij aan realisatie van de nationale nieuwbouwopgave mits wordt voorzien in die randvoorwaarden. Het college van GS en de minister voor VRO zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave, zoals opgenomen in het provinciaal bod, inclusief de randvoorwaarden, en in onderstaande tabel. 2,3 Aantallen provincie Fryslân Jaartal

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

Beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit volgens inventarisatie 13-9-2022 (32%)

Betaalbaarheid 4 (64%)

2022

1.500

1.200

1.500

600

2023

1.900

1.600

1.100

2024

2.400

2.000

2025

2.700

2026

Aantal woningen door woningcorporaties (25%) Koopwoningen Sociale (onder huur€355.000) woningen

Midden huurwoningen5

200

500

500

-

600

200

700

600

-

900

800

200

700

500

-

2.300

600

900

200

900

900

-

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2027

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2028

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2029

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2030

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

Totaal

17.500

5.600

5.000

1.300

4.900

4.500

-

15.100

Sociale Huurwoningen huurwoningen vanaf de sociale huur(29%) grens tot €1000 per maand

2 Het bod bevat minimaal: de totale bruto bouwproductie 2022-2030 en per jaar tot 2025. De minister voor VRO vraagt het zelfde voor de gegevens over de betaalbaarheidssegmentering (prijssegmentering en aantal corporatiewoningen). 3 Voor een nadere duiding van de in de tabel opgenomen getallen verwijzen we naar de rapportage ‘Reality check woningbouw in Fryslân’ van Companen d.d. 5 september 2022. 4 Ten aanzien van de betaalbaarheid verwijzen we ook naar de opmerkingen zoals gemaakt in de brief ‘Indicatief aanbod Fryslân’ d.d. 31 mei 2022. 5 Het aandeel middenhuurwoningen bij corporaties is nog niet bekend. Dit wordt in de regionale woondeals verder uitgewerkt.

Paraaf namens college GS PF

2

Paraaf namens BZK/dWB

1.4 Het college van GS zet zich - in samenwerking met Rijk, gemeenten, corporaties, de bouwsector en andere relevante partijen op het gebied van wonen - in voor tijdige realisatie van de provinciale woningbouwopgave. 1.5 Realisatie van deze opgave is randvoorwaardelijk. De minister voor VRO zet zich in door (eventuele) verstrekking van financiële middelen en met wet- en regelgeving die gemeenten, provincies en Rijk nodig hebben voor de realisatie van de bouwopgave ook in relatie tot de kritische succesfactoren.

2

Voldoende (harde) plancapaciteit en tijdige vergunningverlening voor realisatie van de provinciale woningbouwopgave

2.1 Voldoende plancapaciteit is cruciaal voor het bouwen van woningen. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeenten. Het college van GS zet zich er - samen met gemeenten in regionaal verband - voor in dat de optelsom van de gemeentelijke plancapaciteit voldoende is voor de realisatie van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave. 2.2 Het college van GS stimuleert en faciliteert het versneld omzetten van zachte woningbouwplannen naar harde plannen door gemeenten, (onder andere) via afspraken in de regionale woondeals. Hierbij is specifieke aandacht voor het opharden van woningbouwplannen tot en met 2024. 2.3 De minister voor VRO spant zich in om gemeenten en provincie te voorzien van voldoende financiële middelen om voldoende capaciteit in te kunnen huren om omgevingsplannen te kunnen maken, beoordelen en vast te laten stellen. 2.4 Om het woningtekort in te lopen, moet landelijk worden toegewerkt naar de bouw van 100.000 woningen per jaar in 2024. Een sterkere focus op realisatie van harde plannen is nodig voor deze versnelling van de woningbouw. Het college van GS voert daartoe frequent overleg met gemeenten over tijdige vergunningverlening voor de bouw van woningen en stuurt samen met de gemeenten op verhoging van de jaarlijkse woningbouwproductie om daarmee versneld het woningtekort in te lopen.

3

Toewerken naar meer balans in de woningvoorraad

3.1 Het college van GS draagt bij aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad in de provincie en een evenwichtige verdeling van de opgave tussen gemeenten. Deze evenwichtige verdeling is gericht op het streven naar voldoende sociale huurwoningen in de bestaande voorraad zowel in regionaal verband als per gemeente. Dit streven is opgenomen in het nationale beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Het college van GS doet dit door waar nodig te sturen op voldoende plancapaciteit voor de bouw van de sociale huurwoningen in regionaal verband en in gemeenten die nu een sociale huurvoorraad hebben die onder de 30% van de totale gemeentelijke woonvoorraad ligt. De minister voor VRO zal in de in voorbereiding zijnde Wet versterking regie op de Volkshuisvesting zorgen voor versterking van het instrumentarium dat hiervoor nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk. 3.2 Het college van GS zal samen met de Friese gemeenten in kaart brengen wat de werkelijke behoefte aan corporatiewoningen is en hoe tot een eerlijke verdeling van de vraag over de gemeenten kan worden gekomen.

4

Woningbouw voor ouderen

4.1 Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting 1,6 miljoen 80+ers, dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Het huidige beeld is dat er op landelijk niveau een behoefte is aan 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woningen.

Paraaf namens college GS PF

3

Paraaf namens BZK/dWB

4.2 Het college van GS onderzoekt samen met de gemeenten de daadwerkelijk behoefte aan woningen en woonvormen voor ouderen, waar deze moeten komen en in welke prijsklassen. Het college van GS zet zich samen met de gemeenten in voor voldoende plancapaciteit van de gemeenten voor de realisatie van de benodigde nultreden woningen en geclusterde woningen.

5

Doorvertaling van de afspraken in de regionale woondeals

5.1 Het college van GS zet zich in om de voorliggende bestuurlijke afspraken in januari 2023 samen met de gemeenten uit te werken naar zes regionale woondeals. 5.2 We werken hierbij samen in de al bestaande regio’s Noordoost, Noordwest, Zuidwest en Zuidoost, met de gemeente Leeuwarden en we sluiten aan bij het samenwerkingsverband van de Friese Waddengemeenten. 5.3 De kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave per regio, die wordt vastgelegd in de regionale woondeals, telt op tot de in het provinciaal bod opgenomen provinciale woningbouwopgave. De betrokken gemeenten, de provincie en de minister voor VRO ondertekenen de regionale woondeals. 5.4 In de woondeals leggen het college van GS en de gemeenten -in regionaal verband- de concrete locaties en afspraken over de uitvoering van de woningbouw vast. Focus ligt hierbij op realisatie en versnelling van bestaande plannen. In de woondeals maken partijen aanvullend afspraken over betaalbaarheid, woningen voor ouderen, bouwen voor aandachtsgroepen, transformatie, tijdelijke woningen, de herstructuringsopgave, ruimtelijke ordeningsaspecten, studentenhuisvesting, verpleegzorgplekken, de doorvertaling naar woonzorgvisies en andere onderwerpen die in het kader van de Volkshuisvesting van belang zijn. Ook maken partijen afspraken die bijdragen aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad.

5.5 Onderstaande kritische succesfactoren worden bij de uitwerking in de regionale woondeals (zie 5.4) vertaald naar de regio-specifieke situatie waarover het college van GS en de minister voor VRO in de woondeals wederkerige afspraken zullen maken met gemeenten in regioverband. Partijen maken hierbij afspraken over zowel de Rijksbijdrage als de bijdrage vanuit de provincie.

6

Kritische succesfactoren en ondersteuning

6.1 Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (markt)partijen en externe factoren waaronder prijsontwikkelingen, de beschikbaarheid van locaties en bouwmaterialen en bouwpersoneel, energie en tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur, voldoende (ambtelijke) capaciteit, investeringscapaciteit van woningcorporaties, milieuvraagstukken, economische ontwikkelingen, de aanpak van stikstofproblemen, de invoering van de Omgevingswet, ontwikkeling van de rente, voldoende vraag uit de markt en het gebruik van de schaarse ruimte voor andere maatschappelijke doelen. 6.2 Het college van GS constateert dat het realiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave zoals beschreven in paragraaf 1.1 alleen mogelijk is wanneer de Rijksoverheid tegemoet komt aan de randvoorwaarden. De randvoorwaarden staan nader beschreven in de brieven van het college van GS van 31 mei 2022 (Indicatieve bod) en van 13 september 2022 (Rapportage reality check). Over de volgende randvoorwaarden wil het college van GS afspraken maken in de regionale woondeals: 1. De Friese Aanpak: gemeenten zijn de lokale regisseurs op het gebied van woningbouw en gelijkwaardig partners in het proces van het maken van regionale woondeals. We hanteren hierbij de uitgangspunten van De Friese aanpak. 2.

Financiële ondersteuning bij onrendabele woningbouwprojecten – ook bij kleinschalige projecten die passen bij aard en schaal van Fryslân en de dynamiek van projecten op het platteland

Paraaf namens college GS PF

4

Paraaf namens BZK/dWB

3. Perspectief op middelen voor de aanpak van de bestaande woningvoorraad – zowel verduurzaming als herstructurering, waar er ook kansen voor projecten in plattelandsgemeenten en kleinere gemeenten 4. Voldoende financiële middelen voor gemeenten en provincie om capaciteit en expertise op regionaal en lokaal niveau te organiseren 5. Oplossen knelpunt energiecongestie: gerealiseerde woningen moeten wel tijdig kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. 6. Onzekerheid omtrent invoering Omgevingswet moet worden weggenomen. 7. Onzekerheid omtrent aanpak stikstofproblematiek moet worden weggenomen 8. Andere ruimtelijke pakketten moeten voldoende ruimte bieden voor woningbouw 9. Voldoende aandacht voor de specifieke situatie op de Waddeneilanden en het hanteren van de Waddentoets 10. Voldoende financiële ruimte voor de Friese woningcorporaties

7 7.1

7.2

Samenwerking en sturing: governance Een intensievere samenwerking, actieve sturing en monitoring van de uitvoering is noodzakelijk voor de realisatie van de voorliggende bestuurlijke afspraken. Het college van GS en de minister voor VRO maken daarom – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over een gezamenlijk overleg, over het gezamenlijk volgen van de voortgang via monitoring en rapportage. Ook maken we afspraken over hoe we belemmeringen oplossen en besluiten nemen als de voortgang stokt. Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: 

6

Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘’water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma water en bodem sturend. De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma6 vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's.

Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de

Omgevingsvisie Fryslân 2020 ‘De Romte Diele’

Paraaf namens college GS PF

5

Paraaf namens BZK/dWB

7.3

woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij wordt rekening gehouden met gemeenten waarbij toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.

Het college van GS en de minister voor VRO werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren.

A. Monitoring en intensivering overleg over realisatie van de woningbouwopgave 7.4

7.5

7.6

7.7

De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie. De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten.

Bij een aantal woondealregio’s met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS. De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals.

Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.

Paraaf namens college GS PF

6

Paraaf namens BZK/dWB

7.8

Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke, directeuren en bestuurlijke overleggen.

B. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 7.9

Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. 7.10 Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.

Handtekeningen Den Haag, 13 oktober 2022 Namens het College van Gedeputeerde Staten van provincie Fryslân, gedeputeerde Klaas Fokkinga

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening Hugo de Jonge

Bijlage 1: Indicatief aanbod Fryslân kenmerk 02000198 d.d. 31 mei 2022 Bijlage 2: Rapport reality check woningbouw Fryslân kenmerk 02024325 d.d. 13 september 2022 Bijlage 3: Rapportage ‘Reality-check woningbouw in Fryslân’ Companen kenmerk 3800.104 d.d. 5 september 2022

Paraaf namens college GS PF

7

Paraaf namens BZK/dWB

Regionale woondeals 2022-2030

44

Regio Zuidoost Fryslân

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=0dde9f74-da2c-4334-9c98-bcca07f684b8