Bijlage 2 - Wijzigingsplan Woongebied Meester Geertswei 6
Tekst van het document
De aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten op het terrein kan dan ook worden uitgesloten. Het terrein kan wel onderdeel uitmaken van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus. In de bomen op het schoolterrein kunnen algemene, weinig verstoringsgevoelige vogelsoorten, zoals merel en roodborst, broeden. Nesten van deze algemene vogelsoorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Het schoolgebouw heeft rondom meerdere open stootvoegen en openingen onder gevelbekleding waardoor vleermuizen aan de binnenzijde van de spouwmuur of in besloten ruimtes kunnen komen (figuur 2). Hierin kunnen gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals de uit de omgeving bekende gewone dwergvleermuis en/of laatvlieger (NDFF), een verblijfplaats hebben. In de opgaande beplanting op het terrein zijn tijdens het veldbezoek geen holtes of scheuren waargenomen waar boombewonende vleermuizen een verblijfplaats in kunnen hebben.
2 De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarne-
mingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.
datum 25-05-2022
projectnummer P001282
4
Het plangebied kan verder onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De bomen op het terrein maken geen deel uit van doorgaande structuren van opgaande beplanten die dienst kunnen doen als essentiële vliegroute.
Figuur 2. Locaties van geschikte gevels voor vleermuizen (blauw)
Het grasland in het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten huisspitsmuis en egel (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde das bekend (NDFF). Gezien de locatie van het schoolterrein binnen de bebouwde kom van Wijnjewoude, kan het voorkomen van das worden uitgesloten. Het voorkomen van andere niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten kan gezien de terreingesteldheid ook worden uitgesloten. De groene randen van het schoolterrein vormen hooguit geschikt landbiotoop voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. In de omgeving van het plangebied zijn geen niet-vrijgestelde amfibieënsoorten waargenomen (NDFF). Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater is ook geen geschikt biotoop voor nietvrijgestelde soorten amfibieënsoorten aanwezig.
datum 25-05-2022
projectnummer P001282
5
In de directe omgeving van het plangebied is de beschermde reptielensoort adder bekend (NDFF). Geschikt leefgebied voor adder, zoals hoge zandgronden of heidegebied met een rijke vegetatiestructuur, ontbreekt op het terrein. De aanwezigheid van adder en andere niet-vrijgestelde soorten reptielen op het schoolterrein kan door het ontbreken van geschikt leefgebied en/of waarnemingen uit de omgeving worden uitgesloten. Overige beschermde soorten uit de soortgroep vissen en ongewervelden zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het terrein biedt deze soortgroepen vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater ook geen geschikt leefgebied. Hierdoor kan de aanwezigheid van beschermde vissen of ongewervelden worden uitgesloten. TOETSING Als gevolg van de sloop van het schoolgebouw gaan mogelijk beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of vleermuizen verblijfplaatsen in het gebouw hebben. Op basis van het nader onderzoek wordt bepaald op een ontheffing voor de Wnb nodig is. Het plangebied zal naar verwachting na uitvoering van de plannen niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die in bebouwd gebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op.
Als gevolg van de kap van de bomen en sloop van het schoolgebouw gaan geen jaarrond beschermde vogelnesten verloren. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op. Het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten van (algemene) vogelsoorten is bij wet verboden. Dit kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
datum 25-05-2022
projectnummer P001282
6
Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in Fryslân nog de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Dit netwerk moet voldoende robuust zijn voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld 23 maart 2021).
NATUUR BUITEN HET NNN EN WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied en de bescherming van weidevogelgebieden. INVENTARISATIE Ten westen van het terrein ligt Natura 2000-gebied ‘Wijnjeterper Schar’ op 1,5 km afstand. Circa 500 m ten oosten van het terrein ligt een bosstrook die is aangewezen als Natuur buiten EHS. 1 km ten oosten van het terrein ligt een gebied dat is aangewezen als EHS. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied is een weidevogelparelgebied, circa 8 km ten zuidoosten van het plangebied. TOETSING Het plangebied ligt op relatief grote afstand van Natura 2000-gebied ‘Wijnjeterper Schar’. Er zijn in potentie alleen effecten mogelijk door externe werking. Het plangebied is van het Natura 2000-gebied gescheiden door huizen, wegen en agrarisch gebied. Daarom kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten.
datum 25-05-2022
projectnummer P001282
7
Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vrijgesteld van vergunningplicht. Er kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden tijdens de gebruiksfase. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Het NNN en Natuur buiten het NNN in Fryslân kennen geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of Natuur buiten het NNN verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Weidevogelleefgebieden zullen eveneens geen verstoring ondergaan, gezien de grote afstand tot het plangebied. Beschermde houtopstanden 2
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Daardoor zijn geen beschermde houtopstanden in het plangebied aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Fryslân is niet nodig. Conclusie Voor dit plan is op 16 mei 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven nog onvoldoende beeld van de aanwezige natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Uit de toetsing komt naar voren dat in het te slopen gebouw mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen zitten en als gevolg van de sloop verloren gaan. Nader onderzoek is nodig om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw vast te stellen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken.
Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring.
datum 25-05-2022
projectnummer P001282
8
Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen nog niet worden uitgesloten. Een AERIUS-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie al dan niet boven de 0.00 mol N/ha/jaar uitkomt. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.
datum 25-05-2022
projectnummer P001282
9
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
50
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
Bijlage 3 Nader Onderzoek Vleermuizen
51
Nader onderzoek naar vleermuizen It Twaspan te Wijnjewoude projectnummer: P001252 Onderwerp:
Nader onderzoek naar vleermuizen It Twaspan te Wijnjewoude
Datum:
12-10-2022
Inleiding De gemeente Opsterland is van plan acht woningen te realiseren op de huidige locatie van het oude schoolgebouw It Twaspan in Wijnjewoude. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is in mei 2022 een beknopte natuurtoets uitgevoerd1. Uit deze natuurtoets komt naar voren dat in de te slopen bebouwing mogelijk jaarrond beschermde verblijfplaatsen van de vleermuizen gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger zitten. Om aan te tonen, dan wel uit te sluiten dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, is in 2022 nader onderzoek naar deze soorten uitgevoerd. De voorliggende notitie beschrijft de resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt tussen de Meester Geertswei en de Welfingstrjitte in de bebouwde kom van Wijnjewoude. Het gebouw bestaat uit een enkele bouwlaag en is opgetrokken uit baksteen met een plat dak van bitumen. Langs de noordrand van het terrein ligt een groenstrook. De zuidzijde van het terrein bestaat uit een grasveld met een aantal bomen en aan de noordzijde staat het schoolgebouw met hieromheen verharding en een zandbak. Verder is aan de noordwestzijde een fietsenstalling met overkapping aanwezig. De plannen bestaan uit de bouw van acht twee-onder-een-kapwoningen.
Hiervoor wordt het oude schoolgebouw gesloopt, vegetatie verwijderd en wordt grond vergraven.
1
Beknopte natuurtoets It Twaspan Wijnjewoude (d.d. 25 mei 2022).
Nader onderzoek vleermuizen METHODE Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd op basis van het Vleermuisprotocol 20212. Vleermuizen maken verspreid over het jaar gebruik van verschillende verblijven (winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaats). Een volledig vleermuizenonderzoek naar vaste verblijfplaatsen bestaat uit vier of vijf inventarisaties (vijf als bebouwing toegankelijk is voor laatvlieger) die verspreid over de periode half mei tot en met begin oktober worden uitgevoerd. Op deze manier wordt een seizoensbreed beeld verkregen van het gebruik van het plangebied door vleermuizen. Voor dit onderzoek is het plangebied in de kraamperiode opgesplitst in drie deelgebieden (zie figuur 1). Deze drie deelgebieden zijn in de periode half mei-half juli 2022 ieder drie keer onderzocht (twee avondbezoeken en één ochtendbezoek) specifiek gericht op de aanwezigheid van kraam- en zomerverblijven. In de periode half augustus-begin oktober 2022 zijn twee inventarisaties (nacht- en avondbezoek) uitgevoerd, gericht op de aanwezigheid van paar- en zomerverblijven. Het onderzoek tijdens de kraamperiode is uitgevoerd door één onderzoeker per deelgebied, dus effectief drie personen per inventarisatieronde, en tijdens de paarperiode is het gehele gebouw door twee onderzoekers onderzocht. Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van Pettersson D240x of Batlogger M2 batdetectoren.
Met een Edirol R 09-RH zijn zo nodig geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd. Tabel 1. Omstandigheden tijdens de vleermuisinventarisaties. a deelgebied A, b deelgebied B, c deelgebied C. Datum
Tijdsduur
Zonsop-
Weer
Temperatuur
komst/ondergang 02-06-2022 a
21:53 – 23:53
21:53
Onbewolkt, droog, wind 2 Bft
12 °C
03-06-2022 b
21:54 – 23:54
21:54
Onbewolkt, droog, wind 3 Bft
13 °C
04-06-2022 c
21:54 – 23:54
21:55
Onbewolkt, droog, wind 2 Bft
14 °C
24-06-2022
a
22:07 – 00:07
22:07
Half bewolkt, droog, wind 2 Bft
20 °C
25-06-2022 b
22:07 – 00:07
22:07
Licht bewolkt, droog, wind 2 Bft
17 °C
26-06-2022 c
22:07 – 00:07
22:07
Half bewolkt, droog, wind 2 Bft
17 °C
02-07-2022 abc
03:14 – 05:14
05:14
Onbewolkt, droog, wind 2 Bft
12 °C
24-08-2022
23:00 – 01:00
20:43
Onbewolkt, droog, wind 1 Bft
21 °C
13-09-2022
20:59 – 22:59
19:59
Onbewolkt, droog, wind 1 Bft
15 °C
2
http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol.
datum 12-10-2022
projectnummer P001252
2
Figuur 1. Verdeling van het plangebied in drie deelgebieden.
INVENTARISATIE KRAAMPERIODE Tijdens de avondbezoeken zijn geen uitvliegende vleermuizen waargenomen en ook zijn geen waarnemingen gedaan van vleermuizen die een duidelijke binding toonden met de bebouwing in het plangebied. Gedurende de bezoeken zijn wel enkele foeragerende vleermuizen waargenomen. Voornamelijk aan de noord- en oostzijde foerageerden enkele gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen en laatvliegers. Het ging om hooguit één individu per soort per bezoek. Rondom de bomen aan de zuidzijde van het plangebied en buiten het plangebied zijn per bezoek meerdere foeragerende vleermuizen waargenomen, waaronder laatvlieger, gewone en ruige dwergvleermuis. Verder zijn enkele overvliegende laatvliegers en rosse vleermuizen waargenomen. Tijdens het ochtendbezoek op 2 juli 2022 zijn geen zwermende en invliegende vleermuizen waargenomen. Gedurende het bezoek zijn, op enkele overvliegende gewone dwergvleermuizen na, geen vleermuizen in het plangebied waargenomen.
datum 12-10-2022
projectnummer P001252
3
INVENTARISATIE PAARPERIODE Tijdens het middernachtbezoek op 24 augustus 2022 zijn rondom het gebouw enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Verder is om 23.19 uur een overvliegende laatvlieger gehoord. Vanaf 23.45 uur is een vrijwel continu baltsende gewone dwergvleermuis aan de noordzijde van het gebouw gehoord (zie figuur 2). Hier kwam vanaf 00.44 uur een tweede gewone dwergvleermuis zonder sociale geluiden bij. Deze twee dieren vlogen achter elkaar aan en vlogen langs de gevel heen en weer. Dit duidt op een paarverblijf in de noordgevel van het gebouw. Verder zijn bij enkele woningen aan de Meester Geertswei en Welfingstrjitte, buiten het plangebied, baltsende gewone dwergvleermuizen gehoord. Tijdens het avondbezoek op 13 september zijn rondom het gebouw voornamelijk af en toe enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Verder is een overvliegende laatvlieger en enkele overvliegende en/of kort foeragerende gewone dwergvleermuizen gehoord. Rondom de bomen ten zuiden van het gebouw was vrijwel continu een foeragerende gewone dwergvleermuis aanwezig. Baltsgedrag is tijdens dit bezoek echter niet waargenomen. Wel waren tijdens dit bezoek rondom de woningen buiten het plangebied opnieuw enkele baltsende gewone dwergvleermuizen aanwezig.
Figuur 2. Locatie van het waargenomen paarterritorium van gewone dwergvleermuis (blauw). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl
datum 12-10-2022
projectnummer P001252
4
FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR VLEERMUIZEN Bij vleermuizen wordt onderscheid gemaakt in de volgende functies: kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf, winterverblijf, foerageergebied en vliegroute. Op basis van de hiervoor beschreven inventarisaties kan worden geconcludeerd dat één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in de noordgevel van het schoolgebouw zit. Het is niet uitgesloten dat deze verblijfplaats door dit individu ook wordt gebruikt als winterverblijf. Zomer- of kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Verder vormt het plangebied een klein onderdeel van het foerageergebied voor lage aantallen van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Gelet op de geringe grootte van het plangebied, het lage aantal foeragerende dieren en de ruime beschikbaarheid van geschikt foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger in de omgeving van het plangebied, vormt het plangebied geen essentieel foerageergebied voor deze vleermuizensoorten. Conclusie In de noordgevel van het schoolgebouw zit een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Daarom is een ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig voordat de sloopwerkzaamheden mogen starten.
datum 12-10-2022
projectnummer P001252
5
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
58
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
Bijlage 4 Stikstofonderzoek
59
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Me e st er Ge er ts w ei 6 te W i jn j ew ou d e
D EF IN I TI EF
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Me e st er Ge er ts w ei 6 te W i jn j ew ou d e
D EF IN I TI EF
Inhoud
Rapport en bijlagen
9 juni 2023 Projectnummer P001285
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging plangebied
6
4
Invoergegevens AERIUS
7
4.1
Bestaande situatie (referentie situatie)
7
4.1.1
Emissie gasverbruik bestaande situatie (bron 1)
8
4.1.2
Totale emissie bestaande situatie
8
4.2
4.3
Aanlegfase 2023
8
4.2.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
8
4.2.2
Werkverkeer (bron 2)
9
4.2.3
Totale emissie
9
Gebruiksfase 2024
9
4.3.1
Verkeersgeneratie woningen (bron 1)
9
4.3.2
Totale emissie
10
5
Model
11
6
Rekenresultaten en conclusie
13
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
1
Inleiding In het kader van het wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6 is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van acht twee-onder-een-kapwoningen aan de Meester Geertswei 6 in de gemeente Opsterland berekend. Het plan maakt acht woningen mogelijk op een locatie in het niet stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (8 juni 2023). Dit rapport vormt een toelichting op de bijgevoegde berekening.
Afbeelding 1 – Omvang plangebied
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.
Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de kans bestaat dat het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Kwetsbaarheid van stikstof gevoelige natuurgebieden Niet alle Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitats of leefgebieden voor soorten zijn even kwetsbaar voor een toename van de stikstofdepositie. Wanneer het gebieden betreft waar zich habitats of leefgebieden van soorten bevinden waarvan de kritische depositiewaarde lager is dan de achtergrondwaarde voor stikstof, dan is sprake van een overgevoelig gebied. In die gebieden moet de toename van zelfs een minimale stikstofdepositie al als significant negatief worden beschouwd. In die gebieden kan een toename van de stikstofdepositie met meer dan 0,00 mol N/ha/jaar dan ook niet worden toegestaan. In gebieden waar de kritische depositiewaarde hoger is dan de achtergrondwaarde, is weliswaar sprake van een negatief effect bij een toename van de stikstofdepositie, maar deze wordt pas significant negatief wanneer de toename zo groot is dat de kritische depositiewaarde wordt overschreden. In dergelijke gebieden is dus meer ruimte voor een toename van de stikstofdepositie.
Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de netto stikstofemissie niet toeneemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten binnen het projectgebied of plangebied zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen).
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
4
Bij de toepassing van intern of extern salderen gelden belangrijke voorwaarden, namelijk: -
om intern te mogen salderen, moet er sprake zijn van één project of één plan waarbij sprake is van één locatie waarbinnen de te salderen activiteiten zich bevinden;
-
extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of verzachtende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn en mag dus alleen plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid voor woningbouwprojecten waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstofreducerende maatregelen opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70% worden besteed aan economische ontwikkelingen.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
5
3
Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven, is het plangebied gelegen aan de Meester Geertswei 6 te Wijnjewoude. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Wijnjeterper Schar, gelegen op een afstand van circa 1,6 km.
-
Bakkeveense Duinen, gelegen op een afstand van circa 5 km;
-
Van Oordt’s Merskern, gelegen op een afstand van circa 8,9 km;
-
Drents-Friese Wold & Leggelderveld, gelegen op een afstand van circa 10,9 km;
-
Fochteloërveen, gelegen op een afstand van circa 11,2 km.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
6
4
Invoergegevens AERIUS Met behulp van AERIUS kan de depositie als gevolg van de emissies van NOx en NH3 op Natura 2000gebied worden berekend. Om de berekening te kunnen maken, moeten stikstofbronnen worden ingevoerd die bij het project of plan zullen worden gebruikt. In AERIUS zijn voor diverse bronnen standaard emissiekengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 kunnen worden bepaald. Het gaat dan om bronnen die worden gebruikt tijdens de sloop-, aanleg- en/of bouwfase en bronnen die later tijdens het gebruik van het project of plan worden ingezet. Het gaat om bijvoorbeeld (mobiele) werktuigen, maar ook om het verkeer op, van en naar het terrein. Hoe bronnen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in het handboek “Werken met AERIUS Calculator”. Conform dit handboek dient bijvoorbeeld de verkeersgeneratie te worden beschouwd. Niet alleen het handboek speelt daarbij een rol. Ook gerechtelijke uitspraken zijn van belang. Zo blijkt uit jurisprudentie dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.
De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de gebouwen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit is geborgd in de ruimtelijke procedure. In de huidige situatie heeft het plangebied een maatschappelijke functie. Deze functie wordt in het kader van deze AERIUS berekening ten behoeve van interne saldering gebruikt. Ten behoeve van de werkzaamheden, de verkeersgeneratie van de woningen en het intern salderen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeeldingen 3 en 4). De werkzaamheden zullen worst-case in 2023 plaatsvinden waarna de ontwikkeling in 2024 in gebruik genomen wordt.
4.1
Bestaande situatie (referentie situatie)
Ten behoeve van de saldering in dit project is in AERIUS eerst de bestaande situatie (de referentiesituatie) ingevoerd. Voor bestemmingsplannen moet voor de referentiesituatie uit worden gegaan van de feitelijke en planologische situatie. Het gebruik van het plangebied is in de feitelijke en planologische situatie maatschappelijk. De bestaande situatie wordt in AERIUS tegenover de nieuwe situatie gezet waarbij de stikstofdepositie van beide situaties wordt vergeleken. AERIUS rekent hierbij de netto toename of afname stikstofdepositie uit. In het model zijn de volgende gegevens t.b.v. de bestaande situatie ingevoerd.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
7
4.1.1 Emissie gasverbruik bestaande situatie (bron 1) In de bestaande situatie is binnen het plangebied een school aanwezig. Doordat deze functie met de realisatie van de woningen stopt, verdwijnt ook de bestaande stikstofemissie vanwege het gasverbruik van deze school. Op basis van gasnota’s van de afgelopen 4 jaar is een gemiddeld verbruik van gas bepaald. Gemid3
deld verbruikt de bestaande situatie 24.073 m gas. Het bestaande programma stoot derhalve 2 kg NOx/jr uit. De kentallen voor het omrekenen van het verbruik zijn afkomstig uit het TNO-onderzoek 1
over installaties huishoudens . De uittreedhoogte van de bestaande school ligt op een hoogte van circa 3 meter. Voor de berekening is niet uitgegaan van een gebouwinvloed aangezien het gebouw in de omgeving, waar veel laagbouw aanwezig is, niet dominant is. 4.1.2 Totale emissie bestaande situatie De totale emissie van de bestaande situatie bedraagt 2 kg NOx/jr.
4.2
Aanlegfase 2023
4.2.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 2
BügelHajema Adviseurs . Met betrekking tot het verbruik van het aantal liters brandstof en het percentage AdBlue is aangesloten bij het onderzoek van TNO (AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305). Op basis van dit onderzoek is voor stage IV mobiele werktuigen uitgegaan van 6% AdBlue ten opzichte van het aantal liters verbruikte brandstof. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie
Aantal
Werktuig
750 m2 graafmachine 750 m2 kraan 750 m2 bulldozer Bouw 8 graafmachine woningen 8 kraan 8 heistelling 8 betonstorter 8 verreiker Verharding 400 m2 graafmachine 400 m2 wals 400 m2 trilplaat Totale emissie in kg NOx /jaar Sloop
kW
Stage
200 200 200 200 200 200 200 60 100 100 10
Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV
Eenheid
4 u/ 4 u/ 4 u/ 8 u/ 8 u/ 4 u/ 4 u/ 4 u/ 4 u/ 2 u/ 2 u/
won. won. won. won. won. won. won. won. won. won. won.
Draaiuren
Verbruik liters /uur
Totaal Verbruik liters
Emissie NOx
30 uur 30 uur 30 uur 64 uur 64 uur 32 uur 32 uur 32 uur 32 uur 16 uur 16 uur
19,81 19,81 19,81 19,81 19,81 19,81 19,81 6,32 10,18 10,18 2,5
595 595 595 1.268 1.268 634 634 203 326 163 40
3,2 3,2 3,2 6,7 6,7 3,1 3,1 0,9 1,7 0,9 0,9 33,8
kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg
De totale emissie van mobiele werktuigen bedraagt 33,8 kg NOx/jr.
1
TNO. (2014), Update NOx-emissiefactoren kleine vuurhaarden – glastuinbouw en huishoudens
2
Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door
BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
8
4.2.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Tabel 2. Ritproductie werkverkeer Functie
Aantal
Sloop
750 m
2
Verkeer Licht verkeer
20/100 m
750 m
2
Middelzwaar verkeer
0/100 m
2
0
Zwaar verkeer
20/100 m2
150
8
Licht verkeer
100/won.
800
8
Middelzwaar verkeer
20/won.
160
8
Zwaar verkeer
4/won.
32
Licht verkeer
40/100 m
2
160
Middelzwaar verkeer
0/100 m2
0
Zwaar verkeer
40/100 m2
160
750 m2 Woningen
400 m Verharding
2
400 m2 400 m
2
Licht verkeer Totaal
Eenheid 2
Aantal 150
1.110
Middelzwaar verkeer
160
Zwaar verkeer
342
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 3). Tabel 3. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt 3,2 kg NOx/jr. 4.2.3 Totale emissie De totale emissie van het plan in de aanlegfase bedraagt 37 kg NOx/jr.
4.3
Gebruiksfase 2024
4.3.1 Verkeersgeneratie woningen (bron 1) In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor koophuis twee-onder-een-kapwoningen in de rest van de bebouwde kom (8,2 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 66 ritten licht verkeer per etmaal. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuig-
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
9
categorieën van InfoMil (tabel 2). De verkeersbewegingen zijn ingetekend tot waar naar verwachting het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 9,6 kg NOx/jr. 4.3.2 Totale emissie De totale emissie van het plan in de gebruiksfase bedraagt 9,6 kg NOx/jr.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
10
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (8 juni 2023). In de berekening is uitgegaan van de rekenjaren 2023 en 2024. Indien het plan later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worstcase worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend zijn van de modellen afbeeldingen opgenomen.
Afbeelding 4 - AERIUS model bestaande situatie
Afbeelding 5 - AERIUS model aanlegfase 2023
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
11
Afbeelding 6 - AERIUS model gebruiksfase 2024
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
12
6
Rekenresultaten en conclusie De berekeningen met AERIUS genereren een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat het bestemmingsplan niet leidt tot een toename van effecten ten opzichte van de planologische referentiesituatie (de effecten die nu al kunnen worden veroorzaakt, voor zover planologisch legaal). Deze pdf-bestanden zijn als bijlage toegevoegd.
Afbeelding 7 - Rekenresultaat
Met het toepassen van intern salderen treedt er door stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.
Berekening stikstofdepositie Meester Geertswei 6 te Wijnjewo - 9 juni 2023
13
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Bijlage 1
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Gemeente Opsterland Meester Geertswei 6, 9241 GL Wijnjewoude wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6 Verschilberekening realisatie 8 twee-onder-een-kapwoningen ter plaatse van voormalige basisschool It Twaspan
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RaG3HpxBFwGs 08 juni 2023, 15:39 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Saldering - Saldering Situatie 1 - Beoogd Saldering - Saldering Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Saldering
Afroomfactor
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
2023 2023
0,01 mol/ha/j -
1,6 kg/j -
7598698
37,0 kg/j 2,0 kg/j
Wijnjeterper Schar
0,00
2/9
Projectberekening
Saldering (Saldering), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1
Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Bron 1
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
-
2,0 kg/j
3/9
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,5 kg/j 90,0 g/j
33,8 kg/j 3,2 kg/j
4/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
5/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Wijnjeterper Schar
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
6/9
Projectberekening
Saldering, Rekenjaar 2023 1
Wonen en Werken | Kantoren en winkels
Naam Bron 1 Uittreedhoogte Locatie X:209736,05 Warmteinhoud Y:563551,82 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
3,0 m 0,014 MW
NOₓ
2,0 kg/j
7/9
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:209745,29 Y:563548,66 0,31 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Graafmachine 200 kW sloop
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Kraan 200 kW - sloop
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
595 l/j
Bulldozer 200 kW - sloop Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
595 l/j
Graafmachine 200 kW woningen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1268 l/j
Kraan 200 kW - woningen Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1268 l/j
Heistelling 200 kW woningen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
634 l/j
Betonstorter 200 kW woningen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
634 l/j
Verreiker 60 kW woningen
Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja
203 l/j
Graafmachine 100 kW verharding
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
326 l/j
Wals 100 kW - verharding Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
163 l/j
Trilplaat 10 kW verharding
40 l/j
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
595 l/j
33,8 kg/j 1,5 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
30 u/j
36 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
30 u/j
36 l/j
NOₓ NH₃
30 u/j
36 l/j
NOₓ NH₃
64 u/j
77 l/j
NOₓ NH₃
64 u/j
77 l/j
NOₓ NH₃
32 u/j
39 l/j
NOₓ NH₃
32 u/j
39 l/j
NOₓ NH₃
32 u/j
13 l/j
NOₓ NH₃
32 u/j
20 l/j
NOₓ NH₃
16 u/j
10 l/j
NOₓ NH₃
16 u/j
NOₓ NH₃
3,2 kg/j 0,1 kg/j 3,2 kg/j 0,1 kg/j 3,2 kg/j 0,1 kg/j 6,7 kg/j 0,3 kg/j 6,7 kg/j 0,3 kg/j 3,1 kg/j 0,2 kg/j 3,1 kg/j 0,2 kg/j 0,9 kg/j 48,7 g/j 1,7 kg/j 78,2 g/j 0,9 kg/j 39,1 g/j 0,9 kg/j 0,0 kg/j 8/9
Projectberekening
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Werkverkeer X:209159,09 Y:563082,47 1.688,00 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 3,2 kg/j Type scherm - NO₂ 0,9 kg/j Hoogte - NH₃ 90,0 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
1.110,0 p/jaar 160,0 p/jaar 342,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RaG3HpxBFwGs (08 juni 2023)
9/9
Bijlage 2
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Gemeente Opsterland Meester Geertswei 6, 9241 GL Wijnjewoude wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6 Verschilberekening gebruiksfase 8 twee-onder-een-kapwoningen ter plaatse van voormalige basisschool It Twaspan
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S4GPnyHLTMUf 08 juni 2023, 15:36 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Saldering - Saldering Situatie 1 - Beoogd Saldering - Saldering Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Saldering
Afroomfactor
S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
2024 2024 -
0,6 kg/j -
9,6 kg/j 2,0 kg/j
0,00
2/8
Projectberekening
Saldering (Saldering), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1
Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Bron 1
S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
-
2,0 kg/j
3/8
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,6 kg/j
9,6 kg/j
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
6/8
Projectberekening
Saldering, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Kantoren en winkels
Naam Bron 1 Uittreedhoogte Locatie X:209736,05 Warmteinhoud Y:563551,82 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
3,0 m 0,014 MW
NOₓ
2,0 kg/j
7/8
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersgeneratie X:209175,44 Y:563096,63 1.731,26 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 9,6 kg/j Type scherm - NO₂ 2,1 kg/j Hoogte - NH₃ 0,6 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
66,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S4GPnyHLTMUf (08 juni 2023)
8/8
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
Regels
95
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
96
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
het plan
het wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester NL.IMRO.0086.BP00795-0201 van de gemeente Opsterland; 1.2
Geertswei
6
met
identificatienummer
wijzigingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3
moederplan
Het bestemmingsplan Wijnjewoude/ Klein Groningen met identificatienummer NL.IMRO.0086.17BPKom-0301 vastgesteld op 11 november 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Opsterland.
97
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
98
wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de dakhelling van een bouwwerk
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; voor zover in de regels een dakhelling is voorgeschreven, is deze niet van toepassing op de horizontale gedeelten van afgeknotte daken, de bovenste dakvlakken van mansardekappen en op dakvlakken welke niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen; 2.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
99