CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Wijzigingsplan Woongebied Meester Geertswei 6

Raadsvergadering 13 november 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Wijziging bestemmingsplan ‘Wijnjewoude-Klein Groningen’ (H)16.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6 ontwerp

wijzigingsplan

Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6 ontwerp 20-09-2023

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Juridisch planologisch kader 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Te realiseren programma

9 9 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

11 11 12 13

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Externe veiligheid 4.4 Bodemkwaliteit 4.5 Waterparagraaf 4.6 Geluidhinder 4.7 Bedrijfshinder 4.8 Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit 4.9 M.e.r.-verantwoording

15 15 15 16 17 17 19 19 20 21

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

23 23 23

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

27 27 27

Bijlagen bij de toelichting

29

Bijlage 1

Watertoets

31

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

39

Bijlage 3

Nader Onderzoek Vleermuizen

51

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

59

Regels

95

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

97 97 99

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

101 101

Hoofdstuk 3

Algemene regels

105

3

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Artikel 4

Overige regels

105

Hoofdstuk 4 Artikel 5 Artikel 6

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

107 107 109

4

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Toelichting

5

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

6

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het oog op de grote vraag naar woningen heeft de gemeente Opsterland een verkavelingsplan opgesteld voor acht woningen op de voormalige locatie van basisschool It Twaspan in Wijnjewoude. Deze schoollocatie ligt aan de Meester Geertswei 6 in Wijnjewoude. In het geldend bestemmingsplan 'Wijnjewoude / Klein Groningen' (vastgesteld op 11 november 2019) is voor dit perceel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De enkelbestemming Maatschappelijk die op dit moment voor het perceel geldt, kan met deze bevoegdheid omgezet worden in een woonbestemming. Het voorliggend plan maakt gebruik van deze regeling om de acht woningen op de locatie te realiseren.

1.2

Plangebied

Het plangebied (zie ook onderstaand luchtfoto voor de begrenzing) bevindt zich in het midden van het dorp Wijnjewoude. Het plangebied wordt bijna geheel omringd door woningen. De percelen ten westen van het plangebied behouden de bestemming 'Maatschappelijk'. Hier staan een multicultureel centrum en een basisschool.

1.3

Juridisch planologisch kader

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Wijnjewoude / Klein Groningen. Hieronder is de planverbeelding weergegeven. Het rode pijltje in de planverbeelding wijst het plangebied aan.

7

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om de geldende bestemming (Maatschappelijk) te wijzigen in die zin dat de gronden tevens worden bestemd voor wonen. Aan deze wijzigingsmogelijkheid is wel een aantal voorwaarden verbonden, namelijk dat: na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de regels van artikel 17 uit het moederplan van toepassing zijn; er een gemiddelde aan parkeergelegenheid van ten minste 1 parkeerplaats per woning wordt gerealiseerd; de woningen op een adequate wijze worden ontsloten; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkelingsmogelijkheden van functies in de omgeving; de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een vastgestelde hogere grenswaarde; deze wijzigingsbevoegdheid primair wordt toegepast voor hergebruik van de bestaande gebouwen. Indien een woonfunctie in de bestaande bebouwing redelijkerwijs niet mogelijk is, mag herinvulling plaatsvinden, de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In dit plan wordt gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid uit het geldende plan en derhalve aangesloten bij de hiervoor genoemde voorwaarden.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleidskader waarbinnen de gewenste ontwikkeling moet passen, waarna in hoofdstuk 4 een toetsing plaatsvindt aan de geldende wet- en regelgeving en daarmee impliciet ook aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische toelichting en hoofdstuk 6 beschrijft tenslotte de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

8

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een gebouw waarin in het verleden een basisschool was gevestigd. De locatie maakt deel uit van een groter bestemmingsvlak waarvoor de bestemming Maatschappelijk geldt. Dit gehele bestemmingsvlak is bebouwd. Dit wijzigingsplan betreft uitsluitend het benutten van de ruimte die vrijkomt bij de sloop van de bestaande school.

2.2

Te realiseren programma

De ontwikkelingen bestaat uit de bouw van acht twee-onder-een-kapwoningen. In de planregels van het moederplan is de voorkeur uitgesproken om de bestaande bebouwing te benutten voor een nieuwe functie. Wanneer dat niet past kan nieuwbouw plaatsvinden. Gemeente Opsterland heeft besloten dat het huidige schoolgebouw zich niet leent voor het realiseren van het gewenste woonprogramma. Om die reden zal de voormalige school dan ook worden gesloopt. Met het oog op een aantrekkelijk woonmilieu is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat de grondslag vormt voor dit wijzigingsplan. Het stedenbouwkundig plan is hieronder weergegeven.

Uit het stedenbouwkundig plan blijkt dat het bestaande ritme wordt voortgezet van woningen die aan de Meester Geertswei en aan de Welfingstrjitte staan. De vier twee-onder-een-kapwoningen passen goed in het bestaande stramien. De beide rijtjes van vier woningen zijn iets teruggerooid ten opzichte van de al bestaande woningen, zodat er een mooie aansluiting ontstaat tussen deze woningen en het MFC.

9

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Het parkeren bij de acht nieuwe woningen vindt op eigen erf plaats. Bij het realiseren van de woningen ontstaat enige ruimte tussen het MFC en de te realiseren woningen. Het is de bedoeling dat deze ruimte wordt benut voor het realiseren van in totaal 27 parkeerplaatsen met name ten behoeve van het gebruik van het MFC De Swingel. In het kleine plantsoen ten noorden van de acht woningen zullen zes parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Die zijn voor algemeen gebruik bedoeld.

10

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Met betrekking tot het voornemen kan worden geconcludeerd dat geen van de 13 nationale belangen worden geschaad. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).

Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Per 01-07-2017 is een vereenvoudigde Ladder van toepassing. De verplichte toetsing aan de Ladder is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Artikel 3.1.6, lid 2 Bro schrijft het volgende voor: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan gekeken worden naar jurisprudentie. Hieruit blijkt dat niet iedere ruimtelijke ontwikkeling als stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Er is in beginsel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Vanaf 12 woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voornemen betreft de ontwikkeling van 8 woningen. Met het planvoornemen is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De verdere vragen van de ladder hoeven niet doorlopen te worden.

11

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân (2025-2030) Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In wat voor Fryslân wilt u in 2025-2030 wonen, werken, recreëren, kortom: leven? Deze vraag staat centraal bij het maken van de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. In het plan komt al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te staan. Het gaat om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, de provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu. Een van de doelen in de omgevingsvisie is een vitaal en samenhangend netwerk van steden en dorpen met een variatie aan woningen, bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, werkgelegenheid en voorzieningen. Fryslân kent een samenhangend netwerk van steden, grote en kleinere dorpen. Deze steden en dorpen vullen elkaar aan op het gebied van wonen, werken en voorzieningen, ieder vanuit de eigen kwaliteiten. Inzet is onderdelen van dit netwerk nog sterker met elkaar te verbinden tot een compleet palet aan woon-, en werkmilieus en voorzieningen. Het netwerk vormt daarmee de basis voor onder andere plezierig wonen in een verscheidenheid aan woonbuurten, waarbij het woningaanbod aansluit op de vraag van inwoners en van mensen die zich in Fryslân willen vestigen.

Vanuit de wettelijke verantwoordelijkheid voor zorgvuldig en verantwoord gebruik van de schaarse ruimte, vindt er regionale afstemming van plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorvolume plaats. Tussen provincie en gemeenten in regioverband worden meerjarige programmeringsafspraken over passend aanbod, zowel kwantitatief als ook kwalitatief wanneer dat gewenst is, gemaakt. Van belang hierbij is dat stedelijke functies naar aard en schaal passen bij stad of dorp, en daarop aansluiten. En dat ze goed ontsloten worden, waarbij vervoersknooppunten zoveel mogelijk benut worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdeling van woningbouw en aanleg van bedrijfs-locaties over hun kernen; in hun visies/ plannen bepalen ze waar dit gebeurt en in welke kwaliteit. Bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen kan van afspraken worden afgeweken. Dit biedt flexibiliteit, ook om in te spelen op kwaliteiten waar aantoonbaar behoefte aan is. Omgevingsverordening Fryslân Op 01-02-2022 is de Ontwerpomgevingsverordening Fryslân door gedeputeerde staten vastgesteld. Deze verordening is de opvolger van de Verordening Romte Fryslân 2014. Met de nieuwe verordening worden concrete beleidsregels vastgelegd die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit de Omgevingsvisie) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen. Eventueel volgt een aanwijzing wanneer onvoldoende aan de adviezen uit de zienswijze tegemoet is gekomen. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen het begrip bestaand stedelijk gebied en het begrip landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid voor het realiseren van stedelijke functies. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van de provincie Fryslân. Met de gemeente Opsterland heeft de provincie Fryslân geoordeeld dat de woningbouw binnen het plangebied wenselijk is. Daarom is de locatie met het programma op de shortlist geplaatst die vooralsnog als leidraad geldt voor woningbouw in Opsterland totdat het nieuwe gemeentelijke woonbeleid is vastgesteld. De nieuwe woonbebouwing in het plangebied past dan ook in de provinciaal beleid. Grutsk op 'e romte (2014) Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document 'Grutsk op 'e Romte' als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren.

'Grutsk op 'e romte' is als procesvereiste opgenomen in de

12

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

verordening Romte, zodat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse dient te worden gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied. Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen. Voor de analyse van in het plangebied aanwezig cultuurhistorische waarden wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2. Conclusie Het planvoornemen is opgesteld in lijn met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2015-2030 In de omgevingsvisie is zowel het integraal beleid het sociaal domein als het fysiek domein van de gemeente Opsterland geformuleerd. Hierbij staat de vitaliteit van de gemeenschap centraal. De missie van de gemeente Opsterland is het creëren van randvoorwaarden, die zorgen voor vitale leefgemeenschappen in een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Opsterland wil een faciliterende gemeente zijn, die regie voert over de ruimtelijke ontwikkelingen, door duidelijke doelen te stellen en het maatschappelijk middenveld uit te nodigen om te investeren in de samenleving en in de leefomgeving. In de omgevingsvisie is op het gebied van economie en arbeidsmarkt opgenomen dat door de economische omstandigheden is er minder focus op groei, promotie en acquisitie, maar meer op behoud van het bestaande; samenwerking en verbetering van het ondernemersklimaat. Met het voornemen wordt nieuwe invulling gegeven aan bestaande bebouwing. Door herontwikkeling krijgt het perceel een actieve woonfunctie waarmee de vitaliteit van het dorp Wijnjewoude in stand wordt gehouden. Welstandsnota Gemeente Opsterland Hoewel strikt genomen geen planologisch kader, is hier toch kort aandacht besteed aan het gemeentelijk welstandsbeleid. Dit beleid borgt de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.

Het welstandsbeleid van de gemeente Opsterland is vastgelegd in de Welstandsnota Gemeente Opsterland uit 2009. De welstandscriteria in deze nota vormen in de eerste plaats een vangnet en dienen om bouwplannen die qua uiterlijk niet passend zin, uit Opsterland te weren. Daarnaast kunnen de welstandscriteria gebruikt worden als opstapje, als middel om na te denken over de schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. In de welstandsnota zijn zowel gebiedsgerichte als objectgerichte welstandscriteria opgenomen. Het plangebied ligt in het deelgebied 2 Lintbebouwing. Dit gebied wordt gekenmerkt door een variatie aan functies, maar ook door de verschillende tijdperken, waarin de bouw tot stand kwam en daardoor een divers bebouwingsbeeld biedt. Het beleid in de linten is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht. Nieuwbouw dient zich te voegen in de kwaliteit van de bestaande omliggende bebouwing.

13

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

14

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 4 4.1

Erfgoed

4.1.1

Archeologie

Omgevingsaspecten

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. De Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) biedt informatie over in de provincie bekende of te verwachten archeologische waarden.

Voor Opsterland is een verdiepingsslag gemaakt van de FAMKE en dat levert voor het plangebied op dat wat betreft de periode Steentijd – Bronstijd een quickscan wordt voorgeschreven bij ruimtelijke ingrepen vanaf 2.500 m2 en voor de IJzertijd - Middeleeuwen een karterend onderzoek 3 bij ruimtelijke ingrepen vanaf 5.000 m2 . Toetsing Het wijzigingsplan maakt de bouw van acht woningen mogelijk. Wanneer forse woningen worden gebouwd met daaromheen verschillende terrassen en paden, dan zal dat per woning leiden tot een royaal geschatte oppervlakte van ca 250 m2 aan verharding en bebouwing. Het voorliggend plan leidt derhalve tot een totale verhardings- en bebouwingsoppervlakte die minder dan 2.500 m2 zal bedragen. Op grond van de FAMKE is in dat geval nader onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie De uitvoerbaarheid van dit plan wordt niet door archeologische waarden beperkt. Wanneer de uitvoering van het plan uiteindelijk zal leiden tot de verstoring van de ondergrond met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 is archeologisch onderzoek alsnog noodzakelijk. 4.1.2

Cultuurhistorie

De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) biedt informatie over de aanwezige cultuurhistorische waarden in de provinsje Fryslân. Uit deze kaart blijkt dat in het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn die waardevol zijn om te respecteren of te benutten. De uitvoerbaarheid van het plan wordt dan ook niet door eventuele cultuurhistorische waarden belemmerd.

4.2

Ecologie

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming, Streekplan Fryslân en de provinciale verordening Romte. Om de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsplan te toetsen is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. De volledige rapportage is te vinden in bijlage 2 bij deze toelichting. Uit het onderzoek komt het volgende naar voren.

15

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Resultaten soortenonderzoek Voor dit plan is op 16 mei 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het onderzoek heeft het volgende opgeleverd: Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven nog een onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Uit de toetsing komt naar voren dat in het gebouw mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen zitten en als gevolg van de sloop verloren zullen gaan. Nader onderzoek, zie Bijlage 3, is uitgevoerd om de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw vast te stellen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is gebleken dat in de noordgevel van het schoolgebouw een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis zit. De ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) is benodigd voordat de sloopwerkzaamheden mogen starten. Deze ontheffing is inmiddels verleend. Vooruitlopend op de sloop van de school zijn voor 1 maart 2023 vleermuiskasten geplaatst, zodat al in compensatieplaatsen voor vleermuizen is voorzien. Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli.

Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk/aannemelijk dat vogels niet in het plangebied zullen broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Resultaten gebiedsonderzoek Met betrekking tot de gebiedsbescherming is het volgende vastgesteld: Negatieve effecten van de stikstofdepositie die samenhangen met de ontwikkelingen die in dit plan mogelijk worden gemaakt ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden, kunnen worden uitgesloten. Een AERIUS-berekening heeft dit uitgewezen: de stikstofdepositie komt niet boven de 0.00 mol N/ha/jaar uit als gevolg van dit plan (zie ook bijlage 4 bij deze toelichting). Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Bij de uitvoering van werkzaamheden moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Conclusie De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet beperkt door de gebiedsbescherming. Aanvullend vleermuizenonderzoek heeft aangetoond dat de aanwezigheid van vleermuizen de uitvoerbaarheid van het plan beperkt.

Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig voordat de sloopwerkzaamheden mogen starten. Deze ontheffing is inmiddels verleend door provincie Fryslân als zijnde het bevoegd gezag hierin.

4.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over de weg, het water en het spoor en door buisleidingen. De veiligheidsrisico's in het kader van externe veiligheid worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. De normen voor het plaatsgebonden en het groepsrisico hebben tot doel een voldoende veiligheidsniveau te garanderen voor de burger als persoon, dan wel deel uitmakend van een groep. Conclusie In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig en vindt evenmin transport van

16

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

gevaarlijke stoffen plaats. Daarnaast worden in het plangebied geen nieuwe risicobronnen mogelijk gemaakt. Het planvoornemen is wat betreft het aspect externe veiligheid dan ook uitvoerbaar.

4.4

Bodemkwaliteit

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer duidelijkheid over de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering moet bestaan. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is derhalve onderdeel van de onderzoeksverplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Daarnaast geldt in het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de volksgezondheid dat het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming, zoals wonen, in beginsel moet worden voorkomen. Toetsing Voor bodemkwaliteit van het plangebied is het Bodemloket geraadpleegd. Het Bodemloket geeft aan dat het plangebied ter plaatse van de school voldoende is onderzocht. Het voormalige schoolplein is niet onderzocht. Er bestaat op grond van gegevens van het Bodemloket geen verdenking van bodemverontreiniging voor het plangebied. Verder onderzoek in het kader van dit wijzigingsplan is dan ook niet noodzakelijk. Voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen zal deze uitkomst door middel van onderzoek nader moeten worden onderbouwd.

Conclusie De uitvoerbaarheid van dit wijzigingsplan wordt niet beperkt door de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.

4.5

Waterparagraaf

Op grond van artikel 3.1.6 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen of wijzigingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.

Toetsing Het plangebied met een oppervlakte van ruim 4500 m2 is momenteel voor ca 50% verhard/bebouwd. Met het planvoornemen zal de aanwezige bebouwing worden gesloopt en zal de verharding van het schoolplein worden verwijderd. In de plaats daarvan zullen acht woningen met ca 250 m2 aan bebouwing en bijbehorende erfverharding worden gerealiseerd. In totaal zal de oppervlakte bebouwd/verhard maximaal 2000 m2 bedragen. Het plan leidt niet tot een toename aan verharding en bebouwing. Daarmee zijn er op grond van de regels van het Wetterskip geen compenserende maatregelen noodzakelijk. Hieronder is de leggerkaart van Wetterskip Fryslân weergegeven. Daaruit blijkt dat er nabij het plangebied een paar schouwsloten liggen (roze onderbroken lijn). Er ligt een hoofdwatergang. Zowel de hoofdwatergang als de schouwsloten liggen buiten het plangebied.

17

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Op 12-05-2022 is via de digitale watertoets advies over het plan gevraagd aan het Wetterskip Fryslân. Het advies van het Wetterskip staat in Bijlage 1. Uit dit advies blijkt het volgende: 'Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%; Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de 'Leidraad watertoets' voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Voor zover relevant: het is belangrijk rekening te houden met hoofdwatergangen; deze hebben een belangrijke aan-, af-, doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone van 5 meter. Deze is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de beschermingszone van hoofdwatergangen betreffen een vergunning plichtige activiteit.' Ruimtelijke adaptatie: Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. In dat verband zal in het plan het gebied dat niet wordt gebruikt, als natuurgebied in gebruik worden genomen, waardoor hogere waterstanden kunnen worden gerealiseerd, zonder dat dit ten koste gaat van de (natuur)functie. Waterwet: Het Wetterskip wijst erop dat voor bepaalde werkzaamheden een watervergunning nodig is. Dat geldt bijvoorbeeld als een sloot moet worden gedempt. Soms is het doen van een melding voldoende.

Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Het Wetterskip adviseert dan ook om voorafgaand aan de uitvoering van de plannen, advies over de vergunningplicht te vragen en de noodzakelijke vergunning aan te vragen. Conclusie In het plan wordt rekening gehouden met het wateradvies. Het planvoornemen is wat betreft het aspect water dan ook uitvoerbaar.

18

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

4.6

Geluidhinder

In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. In veel gevallen is deze norm 48 dB die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. De Wgh sluit wegen uit waarop de toegelaten snelheid voor het gemotoriseerde verkeer beperkt is, of waar de inrichting zich niet leent voor snel doorrijdend gemotoriseerd verkeer. Het gaat dan om wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur, woonerven (die als zodanig met een bord uit het Verkeersreglement zijn aangeduid). Toetsing In de bebouwde kom van Wijnjewoude is de maximale snelheid van het gemotoriseerd verkeer beperkt tot 30 km/uur. Daarom heeft het plangebied geen onderzoekszone. Op grond van de Wet geluidhinder is geluidsonderzoek hier dan ook niet noodzakelijk. Met het oog op het borgen van 'een goede ruimtelijke ordening', zoals de Wet ruimtelijke ordening dat vereist, is geoordeeld dat ook in dat verband geen geluidsonderzoek noodzakelijk is. De wegen langs het plangebied vormen geen belangrijke verkeersroutes met een groot aantal passages van gemotoriseerd verkeer.

De wegen zijn te karakteriseren als erftoegangswegen waarvan vooral het bestemmingsverkeer van en naar de hier aanwezige woningen gebruik maakt. Het geluid van het verkeer dat via de wijkontstluitingsweg Merkebuorren rijdt, wordt door de daar aanwezige woningen afgeschermd. Er is dan ook geen aanleiding om het verkeerslawaai via onderzoek in beeld te brengen. Conclusie Op grond van het bovenstaande mag worden geconcludeerd dat het planvoornemen voor het aspect geluidhinder uitvoerbaar is.

4.7

Bedrijfshinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Toetsing In de directe nabijheid van het perceel bevinden zich met name woonfuncties. Naast het plangebied ligt een multicultureel centrum waarmee rekening moet worden gehouden. Het multicultureel centrum is te vergelijken met een evenementenhal uit de VNG-brochure. Evenementenhallen vallen in de milieucategorie 2. De richtafstand voor deze bedrijven is 30 m. De nieuwe woningen zullen op circa 30 m van het bestaande centrum worden gebouwd.

Er kan wel enige hinder ontstaan vanwege het parkeren langs de meest westelijk te bouwen woningen. Het aantal auto's en de frequentie van het gebruik van de parkeerplaatsen zijn beperkt, waardoor de geluidsbelasting op de woningen als gevolg van het MFC als aanvaardbaar wordt beoordeeld. Conclusie Het planvoornemen wordt niet door bedrijfshinder en andere hinderveroorzakende activiteiten in

19

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

uitvoerbaarheid belemmerd.

4.8

Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit

Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkencijfers. Toetsing Verkeer: Opsterland is in verkeerskundig opzicht aan te merken als een niet-stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen in rest-bebouwde kom van de gemeente Opsterland. Binnen het plangebied worden 8 woningen mogelijk gemaakt. Op basis hiervan kan een verkeersgeneratie van minimaal 7,4 en maximaal 8,2 motorvoertuigen per gemiddelde weekdag per woning worden gehanteerd. Dat leidt tot 8 x 7,8 = 63 verkeersbewegingen per etmaal waarmee rekening gehouden moet worden. Parkeren: Op basis van de kenmerken kan een parkeernorm van minimaal 1,8 en maximaal 2,6 per woning worden aangehouden.

Bij acht woningen leidt dat tot een maximale parkeerbehoefte van 21 parkeerplaatsen. Op eigen terrein wordt voldoende ruimte geboden om te voorzien in deze parkeerbehoefte. Verder voorzien ook de extra zes parkeerplaatsen in het plantsoen en naast het MFC in aanvullende parkeerruimte. De parkeerbehoefte kan daarmee geheel worden gedekt.

20

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Luchtkwaliteit: Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.369 auto's (bij 100% autoverkeer) dan wel 132 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per weekdagetmaal leidt (grenswaarde 2019). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5 normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. Met het planvoornemen worden 8 woningen gerealiseerd. Het project blijft met de verkeersgeneratie die samenhangt met deze nieuwe woningen, ruimschoots onder de grenswaarden. Het plan kan beschouwd worden als een nibm-project.

4.9

M.e.r.-verantwoording

De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. De ontwikkeling die met voorliggende ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, betreft het realiseren van 8 woningen. Hiermee vindt bij lange niet een overschrijding van de drempelwaarde van 2.000 woningen plaats. Een plan-MER of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Relevante omgevingsaspecten zijn daarnaast in voorgaande afdoende aan de orde geweest. Er hoeven geen negatieve milieueffecten als gevolg van het planvoornemen te worden verwacht De voorgenomen ontwikkeling is geen concreet benoemde activiteit die in kolom D van het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er is dan ook geen sprake van het overschrijden van drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor het planvoornemen geldt daarom geen plan-MER-plicht en een formele m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Op grond van het hiervoor in dit hoofdstuk weergegeven milieuonderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen aanleiding is om te verwachten dat er sprake zal zijn van ernstig negatieve effecten op het milieu.

Conclusie Op basis van voorgaande verantwoording van de omgevingsaspecten mag in redelijkheid worden aangenomen dat geen ernstig negatieve milieueffecten in en in de omgeving van het projectgebied worden verwacht. Voor de uitvoering van een uitgebreide m.e.r.-procedure bestaat dan ook geen aanleiding.

21

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

22

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorliggende wijzigingsplan is opgesteld op grond van de Wro en het Bro. Op grond van artikel 3.1.3 van het Bro moet een bestemmingsplan (en daarmee ook een daarvan afgeleid wijzigingsplan) worden uitgewerkt in: een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven; bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; voor zover nodig uitwerkings-, wijzigings- en afwijkingsregels. Daarnaast dient een dergelijk plan vergezeld te gaan van een toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de uitkomsten van het onderzoek en de uitkomsten van het overleg zijn vermeld. De invoering van de Wro en het Bro heeft op 1 juli 2008 plaatsgevonden. Bij het opstellen van het wijzigingsplan is de geldende wet- en regelgeving toegepast. Op grond van artikel 1.2.1 van het Bro (in werking getreden op 1 januari 2010) moet een wijzigingsplan digitaal beschikbaar gesteld worden. Om dit mogelijk te maken moet het wijzigingsplan worden uitgewerkt in een zogenoemde GML. In de GML is er een koppeling tussen de kaart, regels en toelichting gemaakt.

Deze koppeling van de kaart, regels en toelichting is de zogenoemde verbeelding van het plan. Hiervoor moet het wijzigingsplan worden opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden: Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012); Standaard toegankelijkheid ruimtelijke instrumenten 2012 (STRI2012); Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012 (2012). Het voorliggende wijzgingsplan is zo opgesteld dat het plan digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Dit betekent dat: alle verschillende onderdelen van de kaart een zogenoemde IMRO2012-code hebben; de digitale kaart is opgesteld volgens de standaardtechniek voor uitwisseling GML; de regels overeenkomstig de SVBP2012 zijn opgesteld; de toelichting en regels digitaal aan de kaart zijn gekoppeld. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wabo is een deel van de Wro opgenomen in de Wabo. Op grond van de Wabo en het Bor is de omgevingsvergunning ingevoerd. In de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningstrajecten (zoals bouwvergunning, milieuvergunning, etc.) gebundeld. In artikel 2.1 van de Wabo is een algemeen gebruiksverbod opgenomen.

Op grond hiervan is voor een gebruik dat op grond van een bestemmingsplan of wijzigingsplan niet is toegestaan een omgevingsvergunning noodzakelijk.

5.2

Bestemmingen

In deze paragraaf is een korte toelichting op de juridische regels behorende bij het plan gegeven. Er is voor een zo eenvoudig mogelijke planologische regeling gekozen die voorziet in een helder stelsel van regels en de nodige flexibiliteit biedt. Aan de hand van de bestemmingsregels kan het planvoornemen worden gerealiseerd. In de toekomst kan de gerealiseerde situatie vervolgens worden gehandhaafd.

23

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 1: Inleidende regels BEGRIPPEN In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012. WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is voor een belangrijk deel voorgeschreven in de SVBP2012. Deze regels zijn overgenomen in artikel 2 van dit wijzigingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde inpassing. Het wijzigingsplan kent de volgende bestemmingen: WONEN Percelen die voor wonen zijn bestemd, zijn voorzien van een bestemmingsvlak. De grenzen van de bestemming sluiten aan bij de topografische situatie. In sommige gevallen betekent dit dat een betrekkelijk groot perceel de woonbestemming toegewezen heeft gekregen.

Om ervoor te zorgen dat op een dergelijk perceel ‘compact’ gebouwd wordt is de situering van het hoofdgebouw vastgelegd en dient de erfbebouwing in principe binnen een straal van 25 meter van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen (erfbebouwing) uitgangspunten:

gelden de volgende

de situering van de erfbebouwing dient in principe ten minste 1 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te geschieden (met voorgevel wordt bedoeld: de naar de weg gekeerde gevels; in het geval van een hoeksituatie gaat het om twee gevels); erfbebouwing dient in principe nabij het hoofdgebouw te worden geplaatst. Dit is in de regels vertaald door de bepaling dat de vrijstaande bijgebouwen binnen een afstand van 25 meter van een hoofdgebouw geplaatst dienen te worden. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken; de bouwmaten zijn gericht op een lage goot en een lage nok; de oppervlakte van bijgebouwen bedraagt in principe niet meer dan 100 m² dan wel ten hoogste 150 m² indien het perceel tenminste 1.000 m² bedraagt. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken. Binnen de woonbestemming zijn naast de woonfunctie aan-huis-verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Het gaat daarbij om vormen van bedrijvigheid met een dermate beperkte omvang en hinder voor derden, dat de woonfunctie van het perceel qua ruimtelijke uitstraling de hoofdfunctie blijft. Hoofdstuk 3: Algemene regels ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen.

De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende plan. ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen.

24

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. OVERIGE REGELS In de overige regels wordt aangegeven hoeveel de bouwgrenzen overschreden mogen worden. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels OVERGANGSRECHT De in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht is opgenomen in deze regels. In het plan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, wegen, paden, parkeervoorzieningen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke in de bestemming begrepen, zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld.

25

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

26

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Als initiatiefnemer zal de gemeente de kosten van het plan terugverdienen door de uitgifte van gronden. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is in dat geval dan ook niet noodzakelijk. Op basis van deze overweging moet het planvoornemen economisch uitvoerbaar worden geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voorbereiding Om te achterhalen of dit wijzigingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de wijzigingsprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure kunnen burgers via zienswijzen en instanties via een overlegadvies en/of zienswijzen op het plan reageren. De uitkomsten hiervan kunnen leiden tot aanpassingen in het plan. Terinzagelegging Na de voorbereidingsfase volgt de terinzageleggingsfase. Krachtens artikel 3.8 eerste lid, onder a, van de Wro kondigt het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbesluit aan en wordt het voor een periode van zes weken ter inzage gelegd door publicatie op de gemeentelijke website en in de huis-aan-huiseditie van de plaatselijke krant. Deze terinzagelegging van het ontwerpbesluit vindt plaats op basis van artikel 3.8, eerste lid, van het Wro in samenhang met artikel 1.2.1 en artikel 1.2.1a, eerste lid, onder a, van het Bro. De termijn van terinzagelegging volgt uit artikel 3.16, eerste lid, van de Awb. In de periode van zes weken kan (op basis van artikel 3.8 Wro eerste lid onder d) door iedereen een zienswijze op het ontwerpbesluit worden ingediend. Overheidsorganisaties krijgen de stukken ook toegestuurd krachtens artikel 3.8 eerste lid, onder b van de Wro.

27

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

28

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Bijlagen bij de toelichting

29

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

30

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Bijlage 1 Watertoets

31

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 12-05-2022

Korte procedure in Wetterskip Fryslan ALGEMENE INFORMATIE e-mail: m.s terken-plantenga@bugelhajema.nl aanvraagnummer: 00005030 naam aanvraag: Korte procedure bevoegd gezag: Wetters kip Frys lan

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

12-05-2022, 13:00

P agina 1 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Wat is uw naam? M. Sterken-Plantenga

2.

Wat is uw emailadres ? projectas s is tent@bugelhajema.nl

3.

Wat is uw telefoonnummer? 0592316206

4.

Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee

5.

Namens wie vraagt u een watertoets aan? Gemeente Ops terland

6.

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer? hermanpieter.klas ter@ops terland.nl

7.

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer? 140521

8.

In welke gemeente ligt het plan? Ops terland

9.

Is er contact gewees t met de gemeente? Ja

10.

Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente. De heer H.P. Klas ter

11.

Wat is het emailadres van de contactpers oon? hermanpieter.klas ter@ops terland.nl

12.

Wat is de naam van het plan? Wijzigings plan It Twas pan in Wijnjewoude

13.

Geef een korte oms chrijving van het plan. Sloop bes taand s choolgebouw en terugbouw 8 twee-onder-een-kapwoningen

14.

Wat is het adres van het plan? Mees ter Geerts wei 6 Wijnjewoude

12-05-2022, 13:00

P agina 2 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 15.

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja

16.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Situatie plangebied.jpg

17.

Wilt u nog een bijlage toevoegen? Nee

12-05-2022, 13:00

P agina 3 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

Korte procedure

DETAILS 1.

Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle 12-05-2022, 13:00

P agina 4 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld.

Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons . Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl

Privacyverklaring 12-05-2022, 13:00

P agina 5 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring

12-05-2022, 13:00

P agina 6 van 6

Aanvraagformulier

wijzigingsplan Wijnjewoude - woongebied Meester Geertswei 6

Bijlage 2 Ecologisch onderzoek

39

Beknopte

natuurtoets

It

Twaspan

Wijnjewoude projectnummer: P001282 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets schoolgebouw It Twaspan

Datum:

25-05-2022

Inleiding KADER De gemeente Opsterland is van plan om acht woningen op de huidige locatie van het oude schoolgebouw van school It Twaspan in Wijnjewoude te realiseren. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel van de inventarisatie is nagaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbe1

scherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 16 mei 2022 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, droog, circa 24˚C en matige wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt tussen de Meester Geertswei en de Welfingstrjitte in de bebouwde kom van Wijnjewoude (figuur 1). Het wordt verder aan de westzijde begrensd door Peuterspeelzaal De Telle en door woonerven aan de oostzijde. De zuidzijde van het terrein bestaat uit een grasveld met een aantal bomen en aan de noordzijde staat het schoolgebouw met hier omheen verharding en een zandbak. Het gebouw bestaat uit een enkele bouwlaag en is opgetrokken uit baksteen met een plat dak van bitumen. Langs de noordrand van het terrein ligt een groenstrook. Verder is aan de noordwestzijde een fietsenstalling met overkapping aanwezig. Deze overkapping bestaat uit enkele golfplaten op een metalen constructie. Op het terrein is geen permanent oppervlaktewater aanwezig.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

Foto’s 1 t/m 4. Impressie van het plangebied op 16 mei 2022. Boven; de westzijde van het gebouw en de zuidzijde van het terrein gezien vanuit het noorden. Onder; de noordzijde van het gebouw

datum 25-05-2022

projectnummer P001282

2

Foto’s 5 t/m 8. Boven; de zuidzijde van het gebouw. Onder; de oostzijde van het gebouw en het pad ten oosten van het terrein

De plannen bestaan uit de bouw van acht twee-onder-een-kapwoningen. Hiervoor wordt het oude schoolgebouw gesloopt, vegetatie verwijderd en wordt grond vergraven. Omdat nog niet bekend is welke bomen behouden blijven en welke worden gekapt, wordt er in deze natuurtoets van uitgegaan dat alle bomen worden gekapt. Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.103.11).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.

datum 25-05-2022

projectnummer P001282

3

INVENTARISATIE 2

Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Databank Flora en Fauna

(NDFF © 25 mei 2022) blijkt dat in de directe omgeving (0 - 1 km) van het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en een reptiel (adder). Het grasveld op het terrein bestaat voornamelijk uit algemene gras- en plantensoorten, zoals Engels raaigras, madeliefje en boterbloem. Deze waargenomen soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. Langs de randen van het terrein staan enkele zomereiken en berken. Verder is het terrein voor een groot deel verhard. Er zijn geen beschermde plantensoorten uit de omgeving van het plangebied bekend (NDFF). Gezien de terreingesteldheid en voedselrijkdom worden beschermde plantensoorten ook niet in het plangebied verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn meerdere roepende huismussen waargenomen op de daken van de woningen ten zuiden van het schoolterrein. Het schoolgebouw heeft een plat dak zonder geschikte ruimtes of openingen voor gebouwbewonende vogelsoorten, zoals de uit de omgeving bekende huismus en gierzwaluw (NDFF). Uit de directe omgeving zijn ook enkele vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in bomen bekend, zoals ransuil en sperwer (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn in de bomen langs de randen van het terrein geen nesten waargenomen die door vogels met jaarrond beschermde nesten gebruikt kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=94bdfc0b-9abf-43cb-bd00-b06fa0c08a5b