CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Wijzigingsplan Siegerswoude Uthôf

Raadsvergadering 13 november 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ontwerpwijzigingsplan 'Siegerswoude - Uthôf’ (H)14.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierdoor zijn in potentie alleen effecten mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door de bebouwing van Bakkeveen, wegen, bosschages en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering vrijgesteld van vergunningsplicht. Er kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0,00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Het NNN en Natuur buiten NNN in Fryslân kennen geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of Natuur buiten NNN verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

7

worden uitgesloten. Weidevogelleefgebieden zullen eveneens geen verstoring ondergaan, gezien de grote afstand tot het plangebied. Beschermde houtopstanden 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE In het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Fryslân is niet nodig. Conclusie Voor dit plan is op 16 mei 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied om toetsing aan de Wet natuurbescherming op te baseren. Het aanvragen van een ontheffing voor de Wet natuurbescherming voor de uitvoering van het plan is niet nodig. Wel moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen.

Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde Natura 2000-gebieden kunnen nog niet worden uitgesloten. Een Aerius-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie al dan niet boven de 0,00 mol N/ha/ja uitkomt. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

8

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Bijlage 2 Stikstofonderzoek

45

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e U th ôf Si eg er sw ou d e

D EF IN I TI EF

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e U th ôf Si eg er sw ou d e

D EF IN I TI EF

Inhoud

Rapport en bijlagen

22 mei 2023 Projectnummer P001258

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging plangebied

6

4

Invoergegevens AERIUS

7

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

7

4.2

Werkverkeer (bron 2)

8

4.3

Verkeersgeneratie woningen (bron 3)

8

4.4

Totale emissie

9

5

Model

10

6

Rekenresultaten en conclusie

11

22 mei 2023

1

Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Siegerswoude Uthôf’ is de depositie van stikstof ten gevolge van het gebruik van vier vrijstaande woningen in Siegerswoude in de gemeente Opsterland berekend. Het plan maakt de bouw van 4 woningen mogelijk op een locatie in het niet stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (22 mei 2023). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Omvang plangebied (bron: maps.google.nl, d.d. 20-06-2022)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

22 mei 2023

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de kans bestaat dat het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Kwetsbaarheid van stikstof gevoelige natuurgebieden Niet alle Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitats of leefgebieden voor soorten zijn even kwetsbaar voor een toename van de stikstofdepositie. Wanneer het gebieden betreft waar zich habitats of leefgebieden van soorten bevinden waarvan de kritische depositiewaarde lager is dan de achtergrondwaarde voor stikstof, dan is sprake van een overgevoelig gebied. In die gebieden moet de toename van zelfs een minimale stikstofdepositie al als significant negatief worden beschouwd. In die gebieden kan een toename van de stikstofdepositie met meer dan 0,00 mol N/ha/jaar dan ook niet worden toegestaan. In gebieden waar de kritische depositiewaarde hoger is dan de achtergrondwaarde, is weliswaar sprake van een negatief effect bij een toename van de stikstofdepositie, maar deze wordt pas significant negatief wanneer de toename zo groot is dat de kritische depositiewaarde wordt overschreden. In dergelijke gebieden is dus meer ruimte voor een toename van de stikstofdepositie.

Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de netto stikstofemissie niet toeneemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten binnen het projectgebied of plangebied zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen).

22 mei 2023

4

Bij de toepassing van intern of extern salderen gelden belangrijke voorwaarden, namelijk: -

om intern te mogen salderen, moet er sprake zijn van één project of één plan waarbij sprake is van één locatie waarbinnen de te salderen activiteiten zich bevinden;

-

extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of verzachtende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn en mag dus alleen plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid voor woningbouwprojecten waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstofreducerende maatregelen opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70% worden besteed aan economische ontwikkelingen.

22 mei 2023

5

3

Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het plangebied gelegen aan de Uthôf in Siegerswoude. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Bakkeveense Duinen, gelegen op een afstand van circa 2,4 km;

-

Wijnjeterper Schar, gelegen op een afstand van circa 6,5 km.

22 mei 2023

6

4

Invoergegevens AERIUS Met behulp van AERIUS kan de depositie als gevolg van de emissies van NOx en NH3 op Natura 2000gebied worden berekend. Om de berekening te kunnen maken, moeten stikstofbronnen worden ingevoerd die bij het project of plan zullen worden gebruikt. In AERIUS zijn voor diverse bronnen standaard emissiekengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 kunnen worden bepaald. Het gaat dan om bronnen die worden gebruikt tijdens de sloop-, aanleg- en/of bouwfase en bronnen die later tijdens het gebruik van het project of plan worden ingezet. Het gaat om bijvoorbeeld (mobiele) werktuigen, maar ook om het verkeer op, van en naar het terrein. Hoe bronnen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in het handboek “Werken met AERIUS Calculator”. Conform dit handboek dient bijvoorbeeld de verkeersgeneratie te worden beschouwd. Niet alleen het handboek speelt daarbij een rol. Ook gerechtelijke uitspraken zijn van belang. Zo blijkt uit jurisprudentie dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woningen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit is geborgd in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de werkzaamheden en de verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3).

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 1

BügelHajema Adviseurs . Met betrekking tot het verbruik van het aantal liters brandstof en het percentage AdBlue is aangesloten bij het onderzoek van TNO (AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305). Op basis van dit onderzoek is voor stage IV mobiele werktuigen uitgegaan van 6% AdBlue ten opzichte van het aantal liters verbruikte brandstof.

1

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.

22 mei 2023

7

Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie

Aantal

Werktuig

4

Graafmachine Hijskraan Betonstorter Heistelling Verreiker Totale emissie in kg NOx /jaar Bouw woningen

kW

Stage

200 200 200 200 60

Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV

Eenheid

8 u/ 8 u/ 4 u/ 4 u/ 4 u/

won. won. won. won. won.

Draaiuren

Verbruik liters /uur

Totaal Verbruik liters

Emissie NOx

32 uur 32 uur 16 uur 16 uur 16 uur

19,81 19,81 19,81 19,81 6,32

634 634 317 317 101

3,6 3,6 1,8 1,8 0,7 11,5

kg kg kg kg kg kg

De totale emissie van mobiele werktuigen bedraagt 11,5 kg NOx/jr.

4.2

Werkverkeer (bron 2)

Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Voor woningen is er per woning rekening gehouden met 100 ritten licht verkeer, 20 ritten middelzwaar vrachtverkeer en 4 ritten zwaar vrachtverkeer. Voor vier woningen leidt dit tot de volgende werkverkeersgeneratie: -

licht verkeer 400 ritten/jaar;

-

middelzwaar vrachtverkeer 80 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 16 ritten/jaar.

Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt 0,3 kg NOx/jr.

4.3

Verkeersgeneratie woningen (bron 3)

In het model is het verkeer van en naar de woningen opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande koopwoningen in de rest van de bebouwde kom (8,6 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 35 ritten licht verkeer per etmaal. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 2).

22 mei 2023

8

De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 2,5 kg NOx/jr.

4.4

Totale emissie

De totale emissie van het plan in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt 14,2 kg NOx/jr.

22 mei 2023

9

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (22 mei 2023). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2023. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815

22 mei 2023

10

6

Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.

Afbeelding 4 - Rekenresultaat

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.

22 mei 2023

11

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Gemeente Opsterland Uthof 15, 9248 KS Siegerswoude Uthof Siegerswoude Aanleg en gebruik 4 woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RRYQCx7Ek9uc 22 mei 2023, 15:28 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RRYQCx7Ek9uc (22 mei 2023)

2023 -

0,7 kg/j

14,2 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RRYQCx7Ek9uc (22 mei 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,5 kg/j 0,2 kg/j

11,5 kg/j 2,7 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRYQCx7Ek9uc (22 mei 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RRYQCx7Ek9uc (22 mei 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:212355,67 Y:568637,57 0,26 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Brandstof­verbruik

Graafmachine 200 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 634 l/j kW SCR: ja

Draaiuren AdBlue verbruik

32 u/j 32 u/j

Heistelling 200 kW Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 317 l/j SCR: ja

16 u/j

Betonstorter 200 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 317 l/j kW SCR: ja

16 u/j

Verreiker 60 kW

16 u/j

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Werkverkeer X:212438,76 Y:568343,89 807,26 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RRYQCx7Ek9uc (22 mei 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

38 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

Hijskraan 200 kW Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 634 l/j SCR: ja

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, 101 l/j SCR: ja

11,5 kg/j 0,5 kg/j

38 l/j

NOₓ NH₃

19 l/j

NOₓ NH₃

19 l/j

NOₓ NH₃

6 l/j

NOₓ NH₃

3,6 kg/j 0,2 kg/j 3,6 kg/j 0,2 kg/j 1,8 kg/j 76,1 g/j 1,8 kg/j 76,1 g/j 0,7 kg/j 24,2 g/j

Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - NO₂ 62,4 g/j Hoogte - NH₃ 10,1 g/j Afstand tot de weg - -

Voertuigbewegingen

400,0 p/jaar 80,0 p/jaar 16,0 p/jaar 0,0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeersgeneratie X:212438,76 Y:568343,89 807,26 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 2,5 kg/j Type scherm - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Voertuigbewegingen

35,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RRYQCx7Ek9uc (22 mei 2023)

7/7

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Regels

67

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

68

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

het plan

het Siegerswoude - Uthôf met identificatienummer NL.IMRO.0086.13BPWUthof4won-0201 van de gemeente Opsterland; 1.2

wijzigingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3

moederplan

Het bestemmingsplan Siegerswoude Kom met identificatienummer NL.IMRO.NL.IMRO.0086.13BPKom-0301 vastgesteld op 2019-09-30 door de gemeenteraad van de gemeente Opsterland.

69

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

70

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de dakhelling van een bouwwerk

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; voor zover in de regels een dakhelling is voorgeschreven, is deze niet van toepassing op de horizontale gedeelten van afgeknotte daken, de bovenste dakvlakken van mansardekappen en op dakvlakken welke niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen; 2.4

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

71

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

72

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i. j. k.

woonstraten; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; groenvoorzieningen; aanleggelegenheid; waterhuishoudkundige voorzieningen; waterlopen en waterpartijen; nutsvoorzieningen;

met de daarbijbehorende: l. tuinen, erven en terreinen; m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken zal ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen, tenzij de bestaande gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt dan 50% van het bouwperceel, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximale toegestane oppervlakte geldt.

3.2.2

Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen geldt de volgende regel: een gebouw of overkapping zal binnen een bouwvlak worden gebouwd.

3.2.3

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

f.

als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; het aantal hoofdgebouwen zal ten hoogste het bestaande aantal bedragen; de oppervlakte per hoofdgebouw zal ten hoogste 150 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte groter is, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximum geldt; de voorgevel van het hoofdgebouw zal ten hoogste twee meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; de afstand van een hoofdgebouw of een rij aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens zal ten minste 3,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand kleiner is, in welk geval de bestaande afstand als minimale afstand geldt; de afstand van een hoofdgebouw tot de achterperceelgrens zal ten minste 5,00 m bedragen, tenzij de

73

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

g.

h. i.

bestaande afstand kleiner is, in welk geval de bestaande afstand als minimale afstand geldt; een hoofdgebouw zal vrijstaand worden gebouwd, tenzij ter plaatse de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' is aangegeven, in welk geval het maximum aantal aaneen te bouwen hoofdgebouwen het ter plaatse in de aanduiding aangegeven aantal bedraagt; de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte bedragen; de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste respectievelijk ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'minimum - maximum dakhelling (graden)' aangegeven dakhelling bedragen.

3.2.4

Aan- en uitbouwen bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.

c.

d. e.

de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen ten minste 1,00 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 100 m² bedragen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte zal ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel gelegen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw, bedragen; 2. indien de bestaande oppervlakte groter is dan 100 m², geldt de bestaande oppervlakte als maximum: de goothoogte van een aan- of uitbouw, een aangebouwd bijgebouw of een aangebouwde overkapping zal ten hoogste gelijk zijn aan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m; de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw of een vrijstaande overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen; indien een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping wordt voorzien van een kap, zal de dakhelling ten hoogste de dakhelling van het hoofdgebouw bedragen.

3.2.5

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. 3.3

er mogen geen paardrijbakken worden gebouwd; de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van gebouwen mag niet meer dan 1 m bedragen; de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. 3.4

de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. b.

het bepaalde in lid 3.2.2 in die zin dat een gebouw of overkapping gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd; het bepaalde in lid 3.2.3 sub b in die zin dat het aantal hoofdgebouwen wordt vergroot, mits de

74

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

c. d. e. f. g. h.

i. j.

k.

3.5

aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft; het bepaalde in lid 3.2.3 sub e in die zin dat de afstand van een hoofdgebouw c.q. een blok van aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens wordt verkleind; het bepaalde in lid 3.2.3 sub g en toestaan dat het aantal aaneen te bouwen hoofdgebouwen wordt vergroot; het bepaalde in lid 3.2.3 sub h in die zin dat de goothoogte van een hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 7,00 m; het bepaalde in lid 3.2.3 sub i in die zin dat de dakhelling van een hoofdgebouw wordt verkleind c.q. dat een hoofdgebouw (gedeeltelijk) wordt voorzien van een plat dak; het bepaalde in lid 3.2.3 sub i in die zin dat de dakhelling van gebouwen wordt vergroot tot ten hoogste 80°; het bepaalde in lid 3.2.4 sub a in die zin dat een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping minder dan 1,00 m achter dan wel vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan wordt gebouwd; het bepaalde in lid 3.2.4 sub b in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 150 m², mits: de oppervlakte van het bouwperceel ten minste 1.000 m² bedraagt; 1.

ten aanzien van het gebruik van gebouwen het bepaalde in lid 12.5 sub f en lid 12.6 onverminderd van toepassing blijft; 2. het bepaalde in lid 3.2.4 sub c in die zin dat de goothoogte van een aan- of uitbouw, een aangebouwd bijgebouw of een aangebouwde overkapping wordt vergroot, mits dit voor een hoofdgebouw vanuit architectonische overwegingen aanvaardbaar is en de verhoging bijdraagt tot een ruimtelijke versterking van een straat of straatwand; het bepaalde in lid 3.2.4 sub e in die zin dat de dakhelling van een bijgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80°, mits dit vanuit architectonische overwegingen aanvaardbaar is en de verhoging bijdraagt tot een ruimtelijke versterking van een straat of straatwand. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

e. f.

g. 3.6

het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijvigheid, anders dan in de vorm van een aan-huis-verbonden beroep, met uitzondering van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding 'bedrijf' of 'bouwbedrijf', in welk geval respectievelijk bedrijven genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bouwbedrijven zijn toegestaan; het gebruik van gronden en bouwwerken voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte: 1. meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen op het bouwperceel; 2. meer bedraagt dan 50 m²; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca. Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a.

het bepaalde in lid 3.2.5 sub d in die zin dat de gebouwen worden gebruikt ten behoeve van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in bijlage 2, mits: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen op het bouwperceel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan

75

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

50 m² mag bedragen; de woonfunctie niet onevenredig wordt aangetast; het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast; er voldoende bergruimte in of bij de woning overblijft; het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval de hoofdbewoner(s) van de woning. Ten behoeve van ondersteuning (o.a. administratie) mogen maximaal 2 personen in dienst zijn. De bedrijfstechnische of -economische noodzaak hiertoe moet worden aangetoond; 6. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, tenzij het detailhandel betreft welke ondergeschikt is aan de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; 7. het parkeren op eigen erf plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, mag de parkeerdruk in de naaste omgeving als gevolg van de voorgenomen activiteit niet onevenredig toenemen; 8. de verkeersdruk in de naaste omgeving niet onevenredig toeneemt; het bepaalde in lid 3.2.5 sub d in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, mits het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 2, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben. 2. 3.

4. 5.

b.

76

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Overige regels

Voor het overige zijn de algemene regels van het moederplan voor zover relevant voor het wijzigingsplan van overeenkomstige toepassing.

77

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

78

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 4 Artikel 5 5.1 a.

b.

c.

5.2 a.

b.

c.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit wijzigingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen geschiedt binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van het afwijken van het bepaalde in sub a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Overgangsbepalingen ten aanzien van het gebruik Het is verboden het met het wijzigingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

79

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

80

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Artikel 6

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het wijzigingsplan 'Siegerswoude - Uthôf' van de gemeente Opsterland.

81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=9d81504d-917a-4cef-b2f4-4b644743e8e8