CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Wijzigingsplan Siegerswoude Uthôf

Raadsvergadering 13 november 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ontwerpwijzigingsplan 'Siegerswoude - Uthôf’ (H)14.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf ontwerp

wijzigingsplan

Siegerswoude - Uthôf ontwerp 30-08-2023

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Juridisch planologisch kader 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Te realiseren programma

11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 17

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Externe veiligheid 4.4 Bodemkwaliteit 4.5 Waterparagraaf 4.6 Geluidhinder 4.7 Bedrijfshinder 4.8 Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit 4.9 M.e.r.-verantwoording

19 19 19 20 21 22 23 24 24 26

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

27 27 27

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

31 31 31

Bijlagen bij de toelichting

33

Bijlage 1

Ecologisch onderzoek

35

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

45

Regels

67

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

69 69 71

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

73 73

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels Overige regels

77 77

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

79

3

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Artikel 5 Artikel 6

Overgangsrecht Slotregel

79 81

4

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Toelichting

5

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

6

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het oog op de grote vraag naar woningen heeft de gemeente Opsterland een verkavelingsplan opgesteld voor vier woningen ter weerszijden van de Uthôf in Siegerswoude. Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Siegerswoude Kom. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om de huidige bestemming te wijzigen naar de bestemming 'Wonen'. De gemeente wil gebruik maken van deze optie om in het plangebied de vier nieuwe woningen mogelijk te maken.

1.2

Plangebied

Het plangebied (zie ook onderstaand luchtfoto voor de begrenzing) wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door het dorpshuis en woningen. Ten zuiden en westen van het plangebied ligt agrarische cultuurgrond.

Afbeelding 1. Ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Juridisch planologisch kader

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Siegerswoude Kom' (Vastgesteld op 30 september 2019). Hieronder is een weergave van de planverbeelding van dat plan weergegeven. Het rode pijltje wijst het plangebied aan.

7

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Afbeelding 2. Geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Uit het geldend bestemmingsplan (het moederplan) blijkt dat het plangebied ligt binnen een zogenaamd wijzigingsgebied. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om de geldende bestemming ('Groen') te wijzigen naar de bestemming 'Wonen' en/of 'Verkeer - Verblijf' al dan niet in combinatie met dienstverlening. Aan deze wijzigingsmogelijkheid zijn wel een aantal voorwaarden verbonden, namelijk dat: a. b. c. d. e.

deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied'; na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de bepalingen van respectievelijk artikel 12 en/of 10 uit het moederplan van toepassing zijn; de ontsluiting van de woningen achter de Uthôf zal plaatsvinden vanaf de percelen Uthôf 1 en 3. De overige woningen zullen rechtstreeks vanaf het bestaande stratenpatroon worden ontsloten; de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde; de mogelijke toename van woningen in overeenstemming is met een door de provincie geaccordeerd Woonplan dat voor de gemeente Opsterland geldt. In het geval dat de woningbouwaantallen worden overschreden, kunnen Burgemeester en Wethouders besluiten hieraan medewerking te verlenen, mits de provincie hiermee instemt.

In dit plan is gebruik van de wijzigingsbevoegdheid uit het geldende plan en derhalve aangesloten bij de hiervoor genoemde voorwaarden.

8

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleidskader waarbinnen de gewenste ontwikkeling moet passen, waarna in hoofdstuk 4 een toetsing plaatsvindt aan de geldende wet- en regelgeving en daarmee impliciet ook aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid wordt getoetst. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische toelichting en hoofdstuk 6 beschrijft tenslotte de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

9

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

10

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied ligt ter weerszijden van de straat en bestaat in de huidige situatie uit grasland. Het is momenteel mogelijk om dieren op het plangebied te laten grazen. Het plangebied is dan ook geheel onverhard. Van onderstaande luchtfoto is de bestaande situatie af te lezen.

Afbeelding 3. Luchtfoto bestaande situatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

2.2

Te realiseren programma

De ontwikkelingen bestaan uit de bouw van vier vrijstaande woningen bestaande aan weerszijden van de weg. De plaats en type van de woningen is in het stedenbouwkundig ontwerp annex verkavelingstekening weergegeven, zoals hieronder weergegeven. De woningen sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur.

11

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Afbeelding 4. Nieuwe planologische situatie (bron: gemeente Opsterland)

12

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Afbeelding 5. Verkaveling plangebied (bron: gemeente Opsterland)

13

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

14

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Met betrekking tot het voornemen kan worden geconcludeerd dat geen van de 13 nationale belangen worden geschaad. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).

Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Per 01-07-2017 is een vereenvoudigde Ladder van toepassing. De verplichte toetsing aan de Ladder is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Artikel 3.1.6, lid 2 Bro schrijft het volgende voor: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan gekeken worden naar jurisprudentie. Hieruit blijkt dat niet iedere ruimtelijke ontwikkeling als stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Er is in beginsel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen worden gerealiseerd, zo blijkt uit jurisprudentie van de ABRvS. Vanaf 12 woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voornemen betreft de ontwikkeling van vier woningen.

Met het planvoornemen is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nu de eerste vraag van de ladder ontkennend beantwoord kan worden, hoeft de rest van de ladder niet doorlopen te worden. Het voorliggend plan past daarmee in het rijksbeleid voor duurzame verstedelijking.

15

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân (2025-2030) Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In wat voor Fryslân wilt u in 2025-2030 wonen, werken, recreëren, kortom: leven? Deze vraag staat centraal bij het maken van de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. In het plan komt al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te staan. Het gaat om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, de provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu. Een van de doelen in de omgevingsvisie is een vitaal en samenhangend netwerk van steden en dorpen met een variatie aan woningen, bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, werkgelegenheid en voorzieningen. Fryslân kent een samenhangend netwerk van steden, grote en kleinere dorpen. Deze steden en dorpen vullen elkaar aan op het gebied van wonen, werken en voorzieningen, ieder vanuit de eigen kwaliteiten. Inzet is onderdelen van dit netwerk nog sterker met elkaar te verbinden tot een compleet palet aan woon-, en werkmilieus en voorzieningen. Het netwerk vormt daarmee de basis voor onder andere plezierig wonen in een verscheidenheid aan woonbuurten, waarbij het woningaanbod aansluit op de vraag van inwoners en van mensen die zich in Fryslân willen vestigen.

Vanuit de wettelijke verantwoordelijkheid voor zorgvuldig en verantwoord gebruik van de schaarse ruimte, vindt er regionale afstemming van plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorvolume plaats. Tussen provincie en gemeenten in regioverband worden meerjarige programmeringsafspraken over passend aanbod, zowel kwantitatief als ook kwalitatief wanneer dat gewenst is, gemaakt. Van belang hierbij is dat stedelijke functies naar aard en schaal passen bij stad of dorp, en daarop aansluiten. En dat ze goed ontsloten worden, waarbij vervoersknooppunten zoveel mogelijk benut worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdeling van woningbouw en aanleg van bedrijfs-locaties over hun kernen; in hun visies/ plannen bepalen ze waar dit gebeurt en in welke kwaliteit. Bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen kan van afspraken worden afgeweken. Dit biedt flexibiliteit, ook om in te spelen op kwaliteiten waar aantoonbaar behoefte aan is. Omgevingsverordening Fryslân Op 01-02-2022 is de Ontwerpomgevingsverordening Fryslân door gedeputeerde staten vastgesteld. Deze verordening wordt de opvolger van de Verordening Romte Fryslân 2014. Met de nieuwe verordening worden concrete beleidsregels vastgelegd die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit de Omgevingsvisie) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen. Eventueel volgt een aanwijzing wanneer onvoldoende aan de adviezen uit de zienswijze tegemoet is gekomen. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen het begrip bestaand stedelijk gebied en het begrip landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid voor het realiseren van stedelijke functies. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied van de provincie Fryslân. Uit de kaart 'Begrenzing bestaand stedelijk gebied' blijkt dat het plangebied niet is gelegen in 'bestaand stedelijk gebied'. Nieuwe bebouwing in het plangebied is hiermee niet uitgesloten, maar de provincie kijkt daarbij nog nadrukkelijker naar de gerealiseerde kwaliteit en stelt dan ook twee voorwaarden: in het plan moet worden gemotiveerd op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijkeen cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in Grutsk op ‘e Romte en de bijbehorende kaarten, en het bevat regels die nodig zijn om deze kernkwaliteiten zo veel mogelijk te behouden en te versterken. het plan moet een onderbouwing bevatten van de wijze waarop het plan de omgevingskwaliteiten benut als ontwerpbasis, en het borgt het zorgvuldig situeren en inrichten van nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies op basis van de omgevingskwaliteiten.

16

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Grutsk op 'e romte (2014) Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document 'Grutsk op 'e Romte' als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. 'Grutsk op 'e romte' is als procesvereiste opgenomen in de verordening Romte, zodat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse dient te worden gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied. Op deze wijze verwacht provincie Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen. Voor de analyse van in het plangebied aanwezig cultuurhistorische waarden wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2. Conclusie Het planvoornemen is opgesteld in lijn met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2015-2030 In de omgevingsvisie is het integraal beleid het sociaal domein als het fysiek domein van de gemeente Opsterland geformuleerd. Hierbij staat de vitaliteit van de gemeenschap centraal. De missie van de gemeente Opsterland is het creëren van randvoorwaarden, die zorgen voor vitale leefgemeenschappen in een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Opsterland wil een faciliterende gemeente zijn, die regie voert over de ruimtelijke ontwikkelingen, door duidelijke doelen te stellen en het maatschappelijk middenveld uit te nodigen om te investeren in de samenleving en in de leefomgeving. In de omgevingsvisie is op het gebied van economie en arbeidsmarkt opgenomen dat door de economische omstandigheden is er minder focus op groei, promotie en acquisitie, maar meer op behoud van het bestaande; samenwerking en verbetering van het ondernemersklimaat. Het voorliggend plan maakt gebruik van een optie van een wijzigingsgebied. Het was eerder al wenselijk geacht dat er op deze locatie woningen gebouwd zouden worden. Door de realisatie van de woningen zal de vitaliteit van het dorp toenemen. Welstandsnota Gemeente Opsterland Het welstandsbeleid van de gemeente Opsterland is vastgelegd in de Welstandsnota Gemeente Opsterland uit 2009.

De welstandscriteria in deze nota vormen in de eerste plaats een vangnet en dienen om bouwplannen die het aanzien niet waard zijn, uit Opsterland te weren. Daarnaast kunnen de welstandscriteria gebruikt worden als opstapje, als middel om na te denken over de schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. In de welstandsnota zijn zowel gebiedsgerichte als objectgerichte welstandscriteria opgenomen. Het plangebied ligt in het deelgebied 2, lintbebouwing. Dit gebied wordt gekenmerkt door een variatie aan functies, maar ook door de verschillende tijdperken, waarin de bouw tot stand kwam en een divers bebouwingsbeeld. Het beleid in de linten is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht. Wel zal er in de toekomst incidenteel nieuwbouw worden gepleegd op inbreidingslocaties. Deze nieuwbouw dient zich te voegen in de kwaliteit van de bestaande omliggende bebouwing. Door het voorliggend plan zal het plangebied een nieuwe functie krijgen. Dit komt de vitaliteit van het dorp ten goede. De nieuwbouw is dan ook van meerwaarde voor de omliggende bebouwing.

17

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

18

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 4 4.1

Erfgoed

4.1.1

Archeologie

Omgevingsaspecten

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. De Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) biedt informatie over in de provincie bekende of te verwachten archeologische waarden.

Voor Opsterland is een verdiepingsslag gemaakt van de FAMKE en dat levert voor het plangebied op dat wat betreft de periode Steentijd – Bronstijd een quickscan wordt voorgeschreven bij ruimtelijke ingrepen vanaf 5.000 m2 en voor de IJzertijd - Middeleeuwen een karterend onderzoek 3 bij ruimtelijke ingrepen vanaf 5.000 m2 . TOETSING Het voorliggend plan zal geen 5.000 m2 aan bebouwing en/of verharding in beslag nemen. Er is dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. CONCLUSIE De uitvoerbaarheid van dit plan wordt niet door archeologische waarden beperkt. 4.1.2

Cultuurhistorie

De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) biedt informatie over de aanwezige cultuurhistorische waarden in de provincie Fryslân. Uit deze kaart blijkt dat in het plangebied een oud pad ligt ter plaatse van de Uthôf. Dit pad is reeds verhard. De nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de bestaande cultuurhistorische waarden van dit plangebied. De uitvoerbaarheid van dit plan wordt niet door cultuurhistorische waarden beperkt.

4.2

Ecologie

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming, Streekplan Fryslân en de provinciale verordening Romte. Om de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsplan te toetsen is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. De volledige rapportage is te vinden in bijlage 1 bij deze toelichting. Uit het onderzoek komt het volgende naar voren. SOORTEN Voor dit plan is op 16 mei 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het onderzoek heeft het volgende opgeleverd: Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een voldoende beeld van de natuurwaarden in het

19

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

gebied om toetsing aan de Wet natuurbescherming op te baseren. Uit dit onderzoek komen geen beschermde soorten naar voren met uitzondering van vogels. Het aanvragen van een ontheffing voor de Wet natuurbescherming voor de uitvoering van het plan is niet nodig. Bij de werkzaamheden die op basis van het bestemmingsplan kunnen worden uitgevoerd, moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. GEBIEDSBESCHERMING Met betrekking tot de gebiedsbescherming is het volgende vastgesteld: Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Uit het uitgevoerde ecologische onderzoek blijkt dat er geen effecten zijn op Natura 2000-gebieden.

In dat onderzoek is het effect van stikstofemissie niet betrokken. Uit het specifiek uitgevoerde stikstofonderzoek (zie bijlage 2), waarbij is beoordeeld of er sprake is van een extern effect op Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofemissies die bij de uitvoering van dit wijzigingsplan kunnen ontstaan, blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/ja. Daarmee staat vast dat er in het geheel geen effecten zijn op Natura 2000-gebieden als gevolg van dit plan. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. CONCLUSIE De uitvoerbaarheid van het plan wordt niet door ecologische waarden beperkt.

4.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. De veiligheidsrisico's in het kader van externe veiligheid worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. De normen voor het plaatsgebonden en het groepsrisico hebben tot doel een voldoende veiligheidsniveau te garanderen voor de burger als persoon, dan wel deel uitmakend van een groep. TOETSING In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig of vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Daarnaast worden in het plangebied geen nieuwe risicobronnen mogelijk gemaakt. CONCLUSIE Het planvoornemen is wat betreft het aspect externe veiligheid dan ook uitvoerbaar.

20

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

4.4

Bodemkwaliteit

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer duidelijkheid over de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering moet bestaan. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is derhalve onderdeel van de onderzoek verplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Daarnaast geldt in het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de volksgezondheid dat het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming, zoals wonen, in beginsel moet worden voorkomen. TOETSING Om de bodemkwaliteit van het plangebied te kunnen beoordelen is het Bodemloket geraadpleegd. Het Bodemloket biedt een overzicht van alle milieukundig bodemonderzoek dat is uitgevoerd en geeft tevens aan of eventuele vervuiling is of wordt gesaneerd. Uit het Bodemloket blijkt dat het plangebied eerder is onderzocht en dat het (zo nodig) is gesaneerd (zie ook onderstaand kaartje). Dat betekent dat er geen aanleiding bestaat om bodemvervuiling te veronderstellen.

Afbeelding 6. Uitsnede uit het Bodemloket (bron: bodemloket.nl) CONCLUSIE De uitvoerbaarheid van het plan wordt niet beperkt door de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.

21

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

4.5

Waterparagraaf

Op grond van artikel 3.1.6 Bro moet in bestemmingsplannen of wijzigingsplannen aandacht worden besteed aan de waterhuishouding in de vorm van een watertoets. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het beheer van het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Door ruimtelijke ontwikkelingen kan de hoeveelheid verhard oppervlak toenemen met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater naar omliggende sloten. Deze versnelde afvoer is ongewenst omdat daarmee het bergend vermogen van de waterbeheerseenheid (meestal een polder) wordt verminderd. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard.

Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. TOETSING De precieze bouwplannen zijn nog niet duidelijk. In het wijzigingsplan wordt een kader gegeven voor de realisatie van vier woningen in de vorm van twee bouwvlakken. Het belangrijkste deel van de bebouwing wordt binnen het bouwvlak gebouwd; bijgebouwen en terrassen/paden e.d. kunnen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Bij de te realiseren woningen kan de oppervlakte van de woningen en de bijbehorende verhardingen worden geschat op ca 300 tot 350 m2 . Met het planvoornemen vindt een toename van circa 1400 m2 aan extra verharding en bebouwing plaats. Op grond van de voorwaarden van de waterbeheerder (Wetterskip Fryslân) is compensatie niet noodzakelijk. Hieronder is de leggerkaart van Wetterskip Fryslân weergegeven. Daaruit blijkt dat er nabij het plangebied een paar schouwsloten liggen (roze onderbroken lijn). Er liggen geen hoofdwatergangen. De schouwsloten en andere sloten moeten wel in stand blijven. Wanneer deze geheel of gedeeltelijk worden gedempt, zullen deze 100% gecompenseerd moeten worden. In het kader van het wijzigingsplan is daarvan geen sprake.

22

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Afbeelding 7. Leggerkaart plangebied (bron: Wetterskip Fryslân) WATERADVIES Op 12-05-2022 is daarom via de digitale watertoets advies over het plan gevraagd aan het Wetterskip Fryslân. Uit dit advies blijkt het volgende: 'Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%; Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de 'Leidraad watertoets' voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons.

Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Voor zover relevant: het is belangrijk rekening te houden met hoofdwatergangen; deze hebben een belangrijke aan-, af-, doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone van 5 meter. Deze is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de beschermingszone van hoofdwatergangen betreffen een vergunning plichtige activiteit.' Ruimtelijke adaptatie: Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen.

In dat verband zal in het plan het gebied dat niet wordt gebruikt, als natuurgebied in gebruik worden genomen, waardoor hogere waterstanden kunnen worden gerealiseerd, zonder dat dit ten koste gaat van de (natuur)functie. Waterwet: Het Wetterskip wijst erop dat voor bepaalde werkzaamheden een watervergunning nodig is. Dat geldt bijvoorbeeld als een sloot moet worden gedempt. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Het Wetterskip adviseert dan ook om voorafgaand aan de uitvoering van de plannen, advies over de vergunningplicht te vragen en de noodzakelijke vergunning aan te vragen. CONCLUSIE In het plan wordt rekening gehouden met het wateradvies. Het planvoornemen is wat betreft het aspect water dan ook uitvoerbaar.

4.6

Geluidhinder

In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. In veel gevallen is deze norm 48 dB die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. De Wgh sluit wegen uit waarop de toegelaten snelheid voor het gemotoriseerde verkeer beperkt is, of waar de inrichting zich niet leent voor snel doorrijdend gemotoriseerd verkeer. Het gaat dan om wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur, woonerven (die als zodanig met een bord uit het Verkeersreglement zijn aangeduid).

23

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

TOETSING Op de Uthôf is het maximaal toegestaan om 30 km per uur te rijden. Hiermee heeft de Uthôf geen geluidzone waarmee rekening gehouden hoeft te worden. De weg Foarwurk is een weg waarop een maximumsnelheid van 60 km/uur is toegestaan. Op grond van het feit dat de Wet geluidhinder deze weg classificeert als een weg met een onderzoekszone (van 250 m aan weerszijden van de weg), zou geluidsonderzoek noodzakelijk zijn. De weg is geen belangrijke ontsluitingsweg met veel gemotoriseerd verkeer. Bovendien wordt het verkeerslawaai door de flankerende woningen afgeschermd. Op grond van deze situatie mag in redelijkheid worden aangenomen dat de geluidsbelasting als gevolg van het verkeer op deze weg niet zal leiden tot een overschrijding van 48 dB op de naar deze weg gekeerde gevels van de te realiseren woningen. CONCLUSIE Op grond van bovenstaande redenering mag worden geconcludeerd dat het planvoornemen voor het aspect geluidhinder uitvoerbaar is.

4.7

Bedrijfshinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. TOETSING In de directe nabijheid van het perceel bevinden zich met name woon- en agrarische functies. De agrarische bedrijven liggen op ruime afstand en leiden niet tot bedrijfshinder. Op enige afstand naar het noorden van het plangebied ligt het dorpshuis. Volgens de VNG-publicatie is een dorpshuis gelijk te stellen met een bedrijf uit de milieucategorie 2. De richtafstand tot een rustige woonwijk is hier dan 30 m.

Het plangebied ligt op meer dan 30 m afstand van het dorpshuis. CONCLUSIE Het planvoornemen wordt niet door bedrijfshinder in uitvoerbaarheid belemmerd.

4.8

Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit

Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden beoordeeld. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkencijfers. VERKEERSTOETS Opsterland is in verkeerskundig opzicht aan te merken als een niet-stedelijk gebied. Het plangebied is

24

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

gelegen in de 'rest bebouwde kom' van de gemeente Opsterland. Binnen het plangebied worden vier woningen mogelijk gemaakt. Op basis hiervan kan een verkeersgeneratie van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 motorvoertuigen per gemiddelde weekdag per woning worden gehanteerd. Dat leidt tot 4 x 8,6 = 35 verkeersbewegingen per etmaal waarmee rekening gehouden moet worden. Het aantal extra verkeersbewegingen is zo gering dat hiervan geen onevenredig effect op de omgeving mag worden verwacht. PARKEREN Op basis van de kenmerken kan een parkeernorm van minimaal 1,9 en maximaal 2,5 per woning worden aangehouden. Bij vier woningen leidt dat tot een maximale parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen. Op eigen terrein wordt voldoende ruimte geboden om te voorzien in deze parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte kan daarmee geheel worden gedekt.

25

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

LUCHTKWALITEIT Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.369 auto's (bij 100% autoverkeer) dan wel 132 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per weekdagetmaal leidt (grenswaarde 2019). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5 normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. Met het planvoornemen worden vier woningen gerealiseerd. Het project blijft met de verkeersgeneratie die samenhangt met deze nieuwe woningen, ruimschoots onder de grenswaarden. Het plan kan beschouwd worden als een nibm-project. CONCLUSIE De verkeersaspecten, het parkeren en de effecten op de luchtkwaliteit als gevolg van het verkeer leiden niet tot een beperking van de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.9

M.e.r.-verantwoording

De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die ernstige negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. De ontwikkeling die met voorliggende ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, betreft het realiseren van vier woningen. Hiermee vindt bij lange niet een overschrijding van de drempelwaarde van 2.000 woningen plaats, die leidt tot een m.e.r.-plicht. Een plan-MER of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Relevante omgevingsaspecten zijn daarnaast in het voorgaande afdoende aan de orde geweest. Er hoeven geen negatieve milieueffecten als gevolg van het planvoornemen te worden verwacht. De voorgenomen ontwikkeling is geen concreet benoemde activiteit die in kolom 4 van bijlage D van het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er is dan ook geen sprake van het overschrijden van drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor het planvoornemen geldt daarom geen plan-MER-plicht en een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is ook niet noodzakelijk. CONCLUSIE Op basis van voorgaande verantwoording van de omgevingsaspecten kan in redelijkheid worden aangenomen dat geen ernstige milieueffecten in het projectgebied hoeven te worden verwacht.

26

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld op grond van de Wro en het Bro. Op grond van artikel 3.1.3 van het Bro moet een wijzigingsplan worden uitgewerkt in: een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven; bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; voor zover nodig uitwerkings-, wijzigings- en afwijkingsregels. Daarnaast dient een dergelijk plan vergezeld te gaan van een toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de uitkomsten van het onderzoek en de uitkomsten van het overleg zijn vermeld. De invoering van de Wro en het Bro heeft op 1 juli 2008 plaatsgevonden. Bij het opstellen van het wijzigingsplan is de geldende wet- en regelgeving toegepast. Op grond van artikel 1.2.1 van het Bro (in werking getreden op 1 januari 2010) moet het wijzigingsplan digitaal beschikbaar gesteld worden. Om dit mogelijk te maken moet het wijzigingsplan worden uitgewerkt in een zogenoemde GML-dataset. In de GML is er een koppeling tussen de kaart, regels en toelichting (het wijzigingsplan) gemaakt.

Deze koppeling van de kaart, regels en toelichting is de zogenoemde verbeelding van het bestemmingsplan. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden: Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012); Standaard toegankelijkheid ruimtelijke instrumenten 2012 (STRI2012); Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012 (2012). Het voorliggende paln is zo opgesteld dat het digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Dit betekent dat: alle verschillende onderdelen van de kaart een zogenoemde IMRO2012-code hebben; de digitale kaart is opgesteld volgens de standaardtechniek voor uitwisseling GML; de regels overeenkomstig de SVBP2012 zijn opgesteld; de toelichting en regels digitaal aan de kaart zijn gekoppeld. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wabo is een deel van de Wro opgenomen in de Wabo. Op grond van de Wabo en het Bor is de omgevingsvergunning ingevoerd. In de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningstrajecten (zoals bouwvergunning, milieuvergunning, etc.) gebundeld. In artikel 2.1 van de Wabo is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Op grond hiervan is voor een gebruik dat op grond van een wijzigingsplan niet is toegestaan een omgevingsvergunning noodzakelijk.

5.2

Bestemmingen

In deze paragraaf is een korte toelichting op de juridische regels behorende bij het plan gegeven. Op grond van de wijzigingsregels in het moederplan zijn de regels van de bestemmingen overgenomen die in het moederplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels

27

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

BEGRIPPEN In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012.

28

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is voor een belangrijk deel voorgeschreven in de SVBP2012. Deze regels zijn overgenomen in artikel 2 van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde inpassing. Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: WONEN Percelen die voor wonen zijn bestemd, zijn voorzien van een bestemmingsvlak. De grenzen van de bestemming sluiten aan bij de topografische situatie. In dit wijzigingsplan zullen in de bestemming Wonen vrijstaande woningen mogelijk gemaakt worden. Binnen de woonbestemming zijn naast de woonfunctie aan-huis-verbonden beroepen/kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Het gaat daarbij meestal om vormen van bedrijvigheid met een dermate beperkte omvang, dat de woonfunctie van het perceel qua ruimtelijke uitstraling de hoofdfunctie blijft.

Hoofdstuk 3: Algemene regels ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. OVERIGE REGELS In de overige regels wordt aangegeven hoeveel de bouwgrenzen overschreden mogen worden. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels OVERGANGSRECHT De in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht is opgenomen in deze regels.

In het plan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, wegen, paden, parkeervoorzieningen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke in de bestemming begrepen, zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld.

29

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

30

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het kostenverhaal, evenals de afwenteling van de planschade, wordt gedragen door de gemeente als initiatiefnemer. De gemeente zal door middel van gronduitgifte zorgen voor de financiële uitvoerbaarheid. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is in dat geval ook niet noodzakelijk. Voorgaande betekent dat het op te stellen wijzigingsplan economisch uitvoerbaar wordt geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Om te achterhalen of dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de wijzigingsprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop burgers en instanties kunnen reageren op het plan, namelijk; inspraak, overleg, zienswijzen en tot slot beroep. De uitkomsten hiervan kunnen ook nog nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Participatie en inspraak De gemeente heeft het wijzigingsplan op 23 februari 2023 tijdens een informatiebijeenkomst aan de omwonenden gepresenteerd. De uitkomsten daarvan zijn in een verslag vastgelegd. De bespreking is geen aanleiding geweest om het plan op belangrijke punten te wijzigen. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het plan wordt op basis van de verplichting in het Besluit ruimtelijke ordening voor advies aan de gebruikelijke overheidspartners toegestuurd (zoals provincie, waterschap, brandweer). De ontvangen adviezen worden zo nodig in het plan verwerkt. Terinzagelegging Na de voorbereidingsfase volgt de terinzageleggingsfase. Krachtens artikel 3.8 eerste lid, onder a, van de Wro kondigt het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbesluit aan en wordt het voor een periode van zes weken ter inzage gelegd door publicatie op de gemeentelijke website en in de huis-aan-huiseditie van de plaatselijke courant.

Deze terinzagelegging van het ontwerpbesluit vindt plaats op basis van artikel 3.8, eerste lid, van het Wro in samenhang met artikel 1.2.1 en artikel 1.2.1a, eerste lid, onder a, van het Bro. De termijn van terinzagelegging volgt uit artikel 3.16, eerste lid, van de Awb. In de periode van zes weken kan (op basis van artikel 3.8 Wro eerste lid onder d) door iedereen een zienswijze op het ontwerpbesluit worden ingediend. Belangrijke partijen krijgen de stukken ook toegestuurd krachtens artikel 3.8 eerste lid, onder b van de Wro.

31

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

32

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Bijlagen bij de toelichting

33

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

34

wijzigingsplan Siegerswoude - Uthôf

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek

35

Beknopte natuurtoets Uthôf Siegerswoude projectnummer: P001258 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets Uthôf Siegerswoude

Datum:

24-05-2022

Inleiding KADER De initiatiefnemer is voornemens vier nieuwbouwwoningen aan de Uthôf in Siegerswoude te realiseren. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel van de inventarisatie is nagaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbe1

scherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 16 mei 2022 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, droog, circa 25˚C en er stond een matige wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt aan de Uthôf in Siegerswoude (zie figuur 1). Het wordt begrensd door een woonperceel in het noordwesten en oosten. En door een agrarisch perceel in het noorden, zuiden en zuidwesten. Door het midden van het plangebied loopt de weg de Uthôf. Het plangebied bestaat uit twee grasvelden. In het noordelijke grasveld staan drie zomereiken langs de weg. In het plangebied is geen bebouwing of permanent oppervlaktewater aanwezig.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

De plannen bestaan uit de bouw van vier woningen. Hiervoor wordt vegetatie verwijderd en wordt grond vergraven. Omdat nog niet bekend is of de drie zomereiken behouden blijven, wordt er in deze natuurtoets van uitgegaan dat alle drie de bomen worden gekapt.

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

2

Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 16 mei 2022. Links de zuidelijke weide gezien vanuit het noorden. Rechts de noordelijke weide, gezien vanuit het zuiden.

Soortenbescherming Onderdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikel 3.1-3.4 Wnb);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5-3.9 Wnb);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikel 3.103.11 Wnb).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (artikel 3.11 Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10, eerste lid Wnb. INVENTARISATIE 2

Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Databank Flora en Fauna

(NDFF © 19 mei 2022) blijkt dat in de directe omgeving (0-2 km) van het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, reptielen, een amfibie (rugstreeppad) en een libel (noordse winterjuffer). Het grasland in het plangebied bestaat voornamelijk uit algemene gras- en plantensoorten, zoals Engels raaigras, paardenbloem, boterbloem, witbol, fluitenkruid en grote brandnetel. Net ten zuiden 2 De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

3

van de Uthôf ligt een droge greppel met Engels raaigras, pitrus en fluitenkruid. Net buiten de noordwestgrens van het plangebied groeiden tijdens het veldbezoek enkele braam-, vogelkers-, en hulststruiken. Opgaande begroeiing binnen het plangebied is beperkt tot de drie zomereiken langs de noordzijde van de Uthôf. Deze soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. Gezien de terreingesteldheid, de voedselrijkdom en het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving (NDFF) zijn beschermde plantensoorten niet in het plangebied te verwachten. Vanwege het ontbreken van bebouwing binnen het plangebied kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gebouwbewonende vogelsoorten, zoals de uit de omgeving bekende huismus en gierzwaluw (NDFF), worden uitgesloten. Uit de directe omgeving zijn ook enkele vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in bomen bekend, zoals boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn in de drie zomereiken in het plangebied geen nesten waargenomen waarvan vogels met jaarrond beschermde nesten gebruik kunnen maken. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. De grasvelden in het plangebied kunnen wel onderdeel uitmaken van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus en buizerd.

In de bomen in het plangebied kunnen algemene, weinig verstoringsgevoelige vogelsoorten broeden, zoals houtduif. Nesten van algemene vogelsoorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Vanwege het ontbreken van bebouwing binnen het plangebied kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen, zoals de uit de omgeving bekende gewone dwergvleermuis (NDFF) of laatvlieger, worden uitgesloten. In de opgaande beplanting in het gebied zijn geen holtes of scheuren waargenomen die vleermuizen kunnen gebruiken als verblijfplaats. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, zoals rosse vleermuis, worden uitgesloten. Het plangebied kan wel onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen. De drie zomereiken in het plangebied maken geen deel uit van een doorgaande structuur van opgaande beplanting die dienst kunnen doen als essentiële vliegroute. Het grasland in het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten konijn, haas en veldmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde boommarter, das, eekhoorn en otter bekend (NDFF).

Geschikt leefgebied voor boommarter en eekhoorn, zoals bosgebied, is in het plangebied niet aanwezig. Ook zijn in de bomen tijdens het veldbezoek geen

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

4

geschikte boomholtes voor boommarter of nesten van eekhoorn waargenomen. Boommarter en eekhoorn zijn dan ook niet in het plangebied te verwachten. Vanwege het ontbreken van struweel- en bosgebieden met weinig verstoring kunnen verblijfplaatsen van das in het plangebied worden uitgesloten. Wel kan das incidenteel op het grasland in het plangebied foerageren. Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater in en rondom het plangebied, kan de aanwezigheid van otter in het plangebied worden uitgesloten. Het grasland in het plangebied vormt geschikt landbiotoop voor enkele algemene amfibiesoorten, zoals gewone pad en bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. In de omgeving van het plangebied is ook de niet-vrijgestelde rugstreeppad waargenomen (NDFF). Voor rugstreeppad ontbreken in het plangebied geschikte voortplantingswateren en geschikt landbiotoop, zoals zandbulten of kale bodem met vergraafbare grond. Hierdoor is rugstreeppad niet in het plangebied te verwachten. In de directe omgeving van het plangebied zijn de beschermde reptielsoorten adder en levendbarende hagedis bekend (NDFF). Geschikt leefgebied voor levendbarende hagedis, zoals vochtige, dichtbegroeide heide met geschikte zonplekken, is niet in het plangebied aanwezig.

Ook voor adder ontbreekt geschikt leefgebied, zoals hoge zandgronden of heidegebied met een rijke vegetatiestructuur. De aanwezigheid van levendbarende hagedis en adder in het plangebied kan hierdoor worden uitgesloten. De libellensoort noordse winterjuffer is in de omgeving van het plangebied bekend (NDFF). Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied is noordse winterjuffer niet in het plangebied te verwachten. Overige beschermde soorten uit de soortengroep vissen zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het plangebied biedt deze soortengroep, vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater, ook geen geschikt leefgebied. Gezien dit gegeven kan de aanwezigheid van beschermde vissen worden uitgesloten. TOETSING Als gevolg van de kap en nieuwbouwplannen gaan geen jaarrond beschermde vogelnesten verloren. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus en buizerd, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

5

foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op. Het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten van (algemene) vogelsoorten is bij wet verboden. Dit kan worden voorkomen door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli. Bij uitvoering van de plannen gaan geen vleermuisverblijfplaatsen of vliegroutes verloren. Het plangebied zal naar verwachting na uitvoering van de plannen ook niet volledig ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom graslanden foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibie- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân.

Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de provincie Fryslân nog Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Dit netwerk moet voldoende robuust zijn voor een duurzame verbetering van

datum 24-05-2022

projectnummer P001258

6

de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor de provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld 23 maart 2021). NATUUR BUITEN HET NNN EN WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt natuur buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied en de bescherming van weidevogelgebieden. INVENTARISATIE Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Bakkeveense Duinen ligt 2,5 km ten zuidoosten van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 800 m afstand een groot weide- en bosgebied dat als NNN is aangewezen. Circa 300 m ten westen van het plangebied ligt een kleine plas die is aangewezen als natuur buiten de NNN. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied is een weidevogelparelgebied op circa 9,3 km ten zuidoosten van het plangebied. TOETSING Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied Bakkeveense Duinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=9d81504d-917a-4cef-b2f4-4b644743e8e8