CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-Wordt tabel APV 2021.docx

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening Opsterland 2021 (APV) (B)15.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

exploitant van een seksbedrijf – een leeftijdseis voor prostituees geïntroduceerd. Hiertoe is besloten vanwege het gegeven dat jonge prostituees met name vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel zijn. Bovendien zijn prostituees van 21 jaar en ouder weerbaarder dan zeer jonge prostituees en is de kans groter dat ze over een startkwalificatie beschikking waarmee de eventuele economische druk om te kiezen voor de prostitutie lager is en bovendien een eventuele gewenste uitstap vergemakkelijkt wordt. Het stellen van een leeftijdgrens wordt als passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden te bestrijden. Daarmee is het gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel, bovendien zijn de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk. Hierdoor levert het onderscheid naar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie.

bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CEmarkering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij

hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een

3.17

prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders; c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te

Dit artikel is overgenomen uit de model-APV. Het bepaalde in artikel 3:8 van de APV’s van de drie gemeenten komt grotendeels hiermee overeen.

3:19

Artikel 3:9 Straatprostitutie 1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken: a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden; b. gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden. 2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

3.20 Lid 3

3:9 lid 3 (oud) Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, een bevel worden geven zich onmiddellijk in een

voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf. Artikel 3:19 Straatprostitutie 1. Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen wegen gedurende de door het college vastgestelde tijden.

Met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel geven zich gedurende ten hoogste 3 maanden niet op te houden op krachtens artikel 3:19, tweede lid,

Voor de duidelijkheid is ook hier gekozen om de model-APV aan te houden. Het oude art. 3:9 lid 2 is verplaatst naar art. 3:20, lid 1

Conform de model-APV. Art. 3:9, lid 3 is verplaatst naar art. 3:20, lid 2 In de huidige APV is geen termijn opgenomen. In het kader van duidelijkheid en transparantie is gekomen om een termijn van 3 maanden te stellen; dit is landelijk een veel voorkomende termijn,

bepaalde richting te verwijderen. 4. De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste lid.

aangewezen wegen.

3.21

--

Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend en op of aan de op grond van artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen.

Hoofd stuk 4 afdelin g1 aanhe f

Geluidhinder

Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting

In de huidige APV’s van de drie gemeenten is dit artikel niet opgenomen. Toch is ervoor gekozen om dit artikel op te nemen omdat het complementair is aan enkele andere bepalingen van dit hoofdstuk. Kort gezegd is het enerzijds verboden om gebruik te maken van de diensten van een prostituee die werkzaam is in het illegale circuit, anderzijds verbieden enkele artikelen de prostituee om diensten (op een bepaalde wijze of op bepaalde plekken) aan te bieden, terwijl dit artikel de klant verbiedt om in te gaan op een aanbod. Dit betekent dat handhavend kan worden opgetreden tegen zowel de prostituee als tegen de klant. Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een seksinrichting waarin de daarvoor mede verleende vergunning of een afschrift daarvan niet zichtbaar aanwezig is (zie in dit verband artikel 3:8, tweede lid) of als uit de wijze van adverteren kennelijk blijkt dat het een om een onvergund prostitutiebedrijf gaat Aanhef conform model-APV

4.1

In deze afdeling wordt verstaan onder: collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden en die als zodanig door het college is aangewezen en bekendgemaakt; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen en die als zodanig is aangemerkt door het college

In deze APV wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit : festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

4.1

inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;

4.1

--

inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer, en in artikel 4:3 slechts de binnenpandse inrichting is bedoeld (en niet het terras ).; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

4:2 Lid 7

-

4.2 Lid 8

Hier is de model-APV gevolgd. De omschrijvingen wijken op ondergeschikte wijze van de omschrijvingen zoals ze nu in de OWO-APV’s staan af. In plaats van de model-omschrijving “in deze afdeling” is hier gekozen voor “In deze APV”, omdat de begrippen ook elders in de APV voorkomen. Het in de APV van 2018 toegevoegde “en die als zodanig door het college is aangewezen en bekendgemaakt” is geschrapt.

De geluidsnorm bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, dient het ten gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk te worden beëindigd op het gebruikelijke sluitingsuur van de desbetreffende

Met deze aanvulling op de tekst van de model-APV wordt voorkomen dat bij incidentele festiviteiten in de buitenlucht ook de normen overschreden mogen worden.

Dit begrip is momenteel in geen van de drie OWOgemeenten in de APV opgenomen. De definitie is echter wel handig, omdat het begrip o.a. een rol speelt bij de definitie van kleine evenementen. De leden 7 en 8 zijn conform de model-APV toegevoegd. Qua tijdstip is aansluiting gezocht bij de sluitingstijd van de betreffende inrichting De leden 7 en 8 zijn conform de model-APV toegevoegd. Qua tijdstip is aansluiting gezocht bij de sluitingstijd van de betreffende inrichting

4:6a

--

Oud 4:5

Artikel 4:5 Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. --

4:9

inrichting. Artikel 4:6a Mosquito 1. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats. 3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. 4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. 5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 12 maanden verlengen.

Omdat deze bepaling expliciet is opgenomen in de APV van Weststellingwerf is besloten om deze bepaling ook in deze APV op te nemen.

-

Artikel 4:5 (geluidshinder door dieren), zoals dat was opgenomen in de APV van 2018, is vervallen. Deze materie is voldoende afgedekt door artikel 2:60.

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren, niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren, niet openbare riolen en putten, buiten gebouwen, mogen

Overgenomen vanuit Oost- en Weststellingwerf

zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. 4.10 definiti es

-

4:11

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een boom te vellen of te doen vellen, niet zijnde onderhoud, indien het een boom betreft: a. binnen de bebouwde kom of in een tuin, indien het een eik of beuk betreft met een stamomtrek van minimaal 90 cm (diameter ≥ 30 cm) op 1,3 meter boven maaiveldhoogte, of; b. buiten de bebouwde kom en buiten een tuin, indien het een solitaire boom betreft met een stamomtrek van minimaal 30 cm (diameter ≥ 10 cm) op 1,3 meter boven maaiveld, dan wel de boom onderdeel uitmaakt van een bosje, houtwal of houtsingel van minder dan 20 bomen of 10 are. Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg. 2. (…)

5:8

1.

Waardevolle bomen: bomen die beeldbepalend zijn voor de omgeving, waarbij het van belang is dat het cultuurhistorisch waardevol is of een bijzonder plek in de geschiedenis van Opsterland., en met een levensverwachting van minimaal 10 jaar.

Deze definitie is toegevoegd op grond van het in juni 2020 door de raad vastgestelde bomenbeleidsplan. Er is wel gekozen voor “waardevolle boom” i.p.v. van het in het Bomenbeleidsplan gehanteerde begrip “beeldbepalende boom” om verwarring te voorkomen met het begrip “beeldbepalend” in artikel 4:11, dat ruimer is.

Het is verboden zonder vergunning van het college, binnen de bebouwde kom of in een tuin, a. een eik of beuk met een stamomtrek van minimaal 90 cm (diameter ≥ 30 cm), of b. een (waardevolle) boom in de zin van artikel 4:10 onder i, met een stamomtrek van minimaal 190 cm (= diameter ≥ 60 cm), Alle gemeten op 1,3 meter boven maaiveldhoogte, te vellen of te doen vellen, niet zijnde onderhoud.

Er is hier voor gekozen om de bepaling tekstueel enigszins aan te passen omdat de oorspronkelijke tekst nogal lastig te lezen was

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg, waar dit naar het oordeel van het college

De norm van 90 cm stamomtrek voor “normale” bomen is aangescherpt tot 60 cm., en de waardevolle bomen zijn toegevoegd conform het raadsbesluit van juni 2020. Het oude onderdeel b (bomen buiten de bebouwde kom) is verplaatst naar lid 2.

In dit artikel staat in de model-APV ‘op een door het college aangewezen weg. Er is voor gekozen om dit achterwege te laten, omdat in de praktijk nooit plaatsen worden aangewezen. In de APV van Opsterland staan geen redenen genoemd waarom het verboden is grote voertuigen te parkeren, daar geldt een algemeen verbod. Omdat het in dit hoofdstuk

5:13 lid 3 collect eren

3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden: a. in besloten kring, of b. door een instelling met een CBFkeurmerk, of (…)

5:14 t/m 5:16

Afdeling 3 Venten Artikel 5:14 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis; 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het

schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente . 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg, waar dit naar het oordeel van het college buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte. (…) Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden: a. in besloten kring, of b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt --

echter moet gaan om excessen en dit geen algemeen verbod impliceert, is ervoor gekozen om de reden genoemd in de model –APV op te nemen. Deze zijn ook opgenomen in de APV van Oost- en Weststellingwerf.

Conform model-APV.

Venten komt in de praktijk nauwelijks meer voor. De enige reden voor een verbod op venten is verstoring van de openbare orde. Maar mocht de openbare orde daadwerkelijk verstoord worden door venten, wat waarschijnlijk dus bijna niet voor zal komen, kan de burgemeester ingrijpen op basis van diens openbare orde bevoegdheden uit de Gemeentewet. Vanuit het oogpunt van deregulering is er daarom hier voor gekozen om deze afdeling niet op te nemen.

aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 08.00 uur. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Artikel 5:16 Venten met gedrukte stukken 1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen; of

5:17 lid 2

b. op door het college aangewezen dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid Onder standplaats wordt niet verstaan: a (..) b (..) c. een vaste plaats op een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:22.

5.18

-0-

Onderdeel c is geschrapt, omdat snuffelmarkten in gebouwen plaats vinden en standplaatsen worden ingenomen in de open lucht.

4. Het college kan nadere regels stellen.

Deze mogelijkheid is apart benoemd, hoewel die bevoegdheid sowieso op grond van de Awb bestaat.

5:22 Lid 1

Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats, zoals een rommelmarkt, boekenmarkt of kerstfair.

Definitie 1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats, zoals een rommelmarkt, boekenmarkt of kerstfair.

In de APV van 2018 werd gesproken over een voor publiek toegankelijk gebouw of plaats, maar de term ‘plaats’ suggereert in de openlucht en dat is nu juist niet het soort markt waar dit artikel op ziet. Vandaar dat deze term niet is overgenomen in deze APV.

5:23

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester a. in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een snuffelmarkt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld, b. toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor

1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren : a. in strijd met het bestemmingsplan; b.als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; c. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.

Redactioneel aangepast conform model-APV.

publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken. 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:9 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt. 4. In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met een melding indien: - het een eendaagse markt betreft, en - het aantal verwachte bezoekers niet meer bedraagt dan 500 personen, en - de markt tussen 09:00 en 21:00 uur plaatsvindt, en - er aantoonbaar rekening is gehouden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de parkeerproblematiek, en - er voldaan wordt aan de bepalingen van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en/of de brandbeveiligingsverordening, en - De organisator de burgemeester tenminste drie weken voorafgaand aan de markt in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier 5. Indien binnen 10 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier

2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c binnen zes weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. naam en adres van de organisator; b. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen twee weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

als bedoeld in lid 4 door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden kan de markt zoals gemeld plaatsvinden. 5:24 lid 4

--

Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

In de APV van 2018 was deze bepaling niet opgenomen. In januari 2015 heeft de ABRvS haar zienswijze ten aanzien van meldingsstelsels herzien. Beknopt samengevat komt de wijziging erop neer dat alleen een melding in de vorm van een pure mededeling niet leidt tot een appellabel besluit. In andere gevallen is dat wel het geval. Ook als er op een melding niet of slechts met een ontvangstbevestiging wordt gereageerd, wanneer sprake is van een beslissing, al is die stilzwijgend, is er sprake van een appellabel rechtsoordeel.

5:25

Artikel 5:24 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen, te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water. 2. Het is verboden op de conform het eerste lid aangewezen oevers opnieuw ligplaats te nemen binnen 12 uren nadat een periode van drie dagen is beëindigd. Het ligplaatsnemen wordt geacht niet te zijn beëindigd indien het schip, het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting over minder dan 200 meter is verplaatst. 3. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. (…) 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,

In de APV van 2018 was in het tweede lid een bepaling opgenomen over het opnieuw innemen van een ligplaats. Het doel van dit lid (voorkomen dat na verwijdering de plek opnieuw wordt ingenomen), kan echter ook zonder deze toevoeging bereikt worden. Het lid is daarom overbodig. In de APV van 2018 was ook expliciet een bepaling opgenomen m.b.t. een zgn. ligplaatsenkaart. Een aparte verwijzing naar deze ligplaatsenkaart is overbodig, nu het eerste lid al spreekt over “door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water”. Dit onderdeel in dan ook niet meer in opgenomen in deze APV. De leden 4 en 5 zijn toegevoegd conform de modelAPV.

Oud 5:31 t/m 5:33

a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 4. a. Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op de plaatsen die met "V" of "B" zijn aangegeven op de Ligplaatsenkaart. b. Het is buiten de plaatsen die met "V" of "B" zijn aangegeven op de ligplaatsenkaart verboden met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip ter beschikking te stellen. Artikel 5:31 Aanleggen 1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te leggen in of aan een rietkraag. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen. 3. De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met de handhaving van de bepalingen in deze afdeling belaste ambtenaar wordt aangetroffen op

volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen

-

Deze artikelen zijn geschrapt, omdat ze in de praktijk nooit zijn toegepast en daaraan ook geen behoefte bestaat.

enig tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie dagen. 4. De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500 meter – hemelsbreed gemeten – gerekend vanaf de in het tweede lid bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen. 5. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in het tweede lid bedoelde plaats opnieuw aan te leggen. Artikel 5:32 Ankeren 1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een rietkraag. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig. Artikel 5:33 Varen 1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een rietkraag te varen. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

5:32 Lid 1

Artikel 5:36 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

Om op te kunnen treden tegen puur recreatief crossen, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden, is conform de model-APV het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd.

5:32 lid 3 (oud)

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.

--

Deze definitie is reeds opgenomen in artikel 1:1, en is hier daarom overbodig.

5:32 lid 3

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens

Aanvulling conform de nieuwe model-APV.

Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of

In plaats van een opsomming is gekozen voor de

krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); 2:6 (beperking verspreiden geschreven en gedrukte stukken); 2:9 (straatartiest); 2:10 (voorwerpen op de weg); 2:11 (aanleggen etc. weg); 2:12 (aanleggen etc. uitweg); 2:15 (hinderlijke beplanting); 2:16 (openen straatkolken e.d.); 2:18 (rookverbod in bossen en natuurterreinen); 2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting); 2:22 (objecten onder hoogspanningslijn); 2:23 (veiligheid op het ijs); 2:33 (aanwezigheid in gesloten horecabedrijf); 2:35 (ordeverstoring in horecabedrijf); 2:39 (betreden gesloten woning of lokaal); 2;40 (plakken en kladden); 2:41 (vervoer plakgereedschap); 2:42 (vervoer inbrekerswerktuigen); 2:45 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen); 2:46 (hinderlijk drankgebruik); 2:47 (verboden gedrag bij of in gebouwen); 2:48 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten); 2:49 (overlast fiets of bromfiets op markten kermisterrein); 2:54 (loslopende honden); 2:55 (verontreiniging door honden); 2:56 (gevaarlijke honden);

deze verordening en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. (…) 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

opzet in de model-APV, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen overtredingen van eerste of tweede categorie. Gezien de aard van de bepalingen van de APV, is op alle overtredingen een straf van de tweede categorie gesteld. In het derde lid is de bevoegdheid neergelegd een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van de regels gesteld krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s. De hoogte van deze boete is maximaal gelijk aan een geldboete van de derde categorie. Het verdient aanbeveling beleidsregels te hebben over de hoogte van de boete. Voorheen was de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen in artikel 8 van de Model Brandbeveiligingsverordening 2012. Met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen wordt in het onderwerp van de in de Brandbeveiligingsverordening neergelegde regels voorzien. De raad is ingevolge artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s nog steeds bevoegd om bij verordening te bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s. Doordat de Model Brandbeveiligingsverordening 2012 komt te vervallen, is de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen voor overtreding van de krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels ondergebracht in de model-APV.

2:57 (houden van hinderlijke of schadelijke dieren); 2:69 (gebruik van carbid) 2:73 (bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling); 3:9 (straatprostitutie); 3:10 (sekswinkels); 3:11 (tonen pornografische afbeeldingen); 4:4 (overige geluidhinder); 4:8 (natuurlijke behoefte doen); 4:21 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame); 4:24 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen); 5:2 (parkeren voertuigen autobedrijf); 5:3 (te koop aanbieden voertuigen); 5:4 (defecte voertuigen); 5:5 (voertuigwrakken); 5:6 (caravans e.d. op de weg); 5:7 (parkeren reclamevoertuigen); 5:8 (parkeren van grote voertuigen); 5:9 (parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen); 5:11 (aantasting groenvoorziening); 5:23 (voorwerpen in openbaar water); 5:24 (ligplaats woonschepen en vaartuigen); 5:26 (verbod innemen ligplaats); 5:27 (beschadigen waterstaatswerken); 5:28 (reddingsmiddelen); 5:29 (veiligheid op het water; 5:30 (overlast aan vaartuigen); 5:35 (vaartuigwrakken); 5:36 (crossterreinen); 5:37 (beperking verkeer in natuurgebieden); 5:38 (verbod afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur stoken).

2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: 2:25 (evenement); 2:26 (ordeverstoring bij evenementen); 2:30 (exploiteren van terrassen); 2:31 (sluitingstijden horecabedrijf); 2:34 (handel in horecabedrijven); 2:35 (ordeverstoring in horecabedrijf) 2:37 (speelgelegenheden); 2:71 (gebiedsontzegging) 2:72 (verkoop consumentenvuurwerk); 2:75 (drugshandel op straat); 3:4 (seksinrichtingen); 3:6 (sluitingstijden seksinrichtingen); 3:8 (aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder); 4:10 (kapverbod); 4:14 (herplantplicht) 5:13 (collecte); 5:15 (venten); 5:18 (standplaatsen); 5:22 (snuffelmarkten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=325fc600-14f8-4e00-92a2-9fef28b3189d