CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-Wordt tabel APV 2021.docx

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening Opsterland 2021 (APV) (B)15.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WAS-WORDT TABEL APV 2021 artikel 1.1

Oude tekst -

Nieuwe tekst bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

Toelichting Toevoeging conform de model-VNG

1.1

motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

Toevoeging conform de model-VNG

1.1

parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Toevoeging conform de model-VNG

1.1

voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen;

Toevoeging conform de model-VNG

1.1

opsporingsambtenaar: ambtenaar van politie in de zin van de Politiewet, alsmede buitengewone opsporingsambtenaren in de zin van artikel 142 Sv.

1.5

Een vergunning of ontheffing is zaaksgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Een vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald

1.7 (oud)

Artikel 1:7 Lex silencio positivo 1. Indien niet tijdig op een aanvraag tot het geven van een vergunning als bedoeld in deze verordening is beslist, is paragraaf 4.1.3.3 van de

-

Deze definitie is opgenomen i.v.m. art. 2.1, om te waarborgen dat niet alleen politie bevoegd is op te treden.

Aanpassing conform model-APV. Bij APVvergunningen is de identiteit van de aanvrager vaak belangrijker dan bij bijv. bouwvergunningen. Daarom ligt het meer voor de hand APV-vergunningen persoonsgebonden te maken. In de APV van 2018 was gekozen voor een algemeen artikel over toepasselijkheid van de lex silencio. In de model-APV is er bewust voor gekozen om dit expliciet bij de betreffende onderwerpen te regelen. In de onderhavige APV wordt, voor de duidelijkheid ook voor

Algemene wet bestuursrecht van toepassing, en de gevraagde vergunning van rechtswege gegeven. 2.

Aanhe f Hoofd stuk 2 Aanhe f afdelin g1 2.1

2.3 lid 3 2.6

deze constructie gekozen.

In afwijking van het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3. Awb niet van toepassing op de artikelen 2:25 (evenementen), artikel 2:37 (speelgelegenheden), artikel 2:67 (verkoop consumentenvuurwerk) en artikel 3:4 (seksinrichtingen).

Openbare orde

Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Aanvulling conform model-APV

Bestrijding van ongeregeldheden

Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Aanvulling conform model-APV

zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen

In de model-APV wordt gesproken van ‘ambtenaar van politie’; na intern overleg is de veranderd in opsporingsambtenaar, zodat het ook ten aanzien van Boa’s geldt.

Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de ontvangst van de kennisgeving is vermeld Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en

In de model- APV is deze toevoeging niet opgenomen. Voor de duidelijkheid, is de tekst echter aangevuld.

-

Deze bepaling is conform de model-APV weer opnieuw opgenomen, nadat hij jaren geleden geschrapt was. In de praktijk blijkt namelijk dat zonder dit artikel lastig opgetreden kan worden tegen bijv. het hinderlijk aanbieden van o.a. daklozenkranten e.d. omdat dat noch venten, noch collecteren is.

uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 2.9

Artikel 2:9 Straatartiest e.d. 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als artiest, muzikant, fotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

-

Dit artikel is geschrapt. Het werd nooit toegepast, en omdat er geen plaatsen zijn aangewezen waar het gebod zou gelden, kon het in feite ook niet toegepast worden.

Aanhe f afdelin g5 2.10 aanhe f 2.10 Lid 1

Bruikbaarheid en aanzien van de weg

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Aanhef aangepast conform model-APV, waarbij het begrip “weg” is vervangen door “openbare plaatsen” en het veilig gebruik is benoemd.

Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als

Voorwerpen op of aan een openbare plaats : . De onderdelen c en d zijn verwerkt in lid 2

a. b. c.

d.

… …. het object of het beoogde gebruik overlast oplevert voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken; het object of beoogde gebruik risico oplevert voor de openbare orde en veiligheid.

2.10 Lid 2

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

2.12 lid 2

-

2.24 Lid 1

-

g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

2.24 Lid 2

-

f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

Aanvulling conform model-APV

2.24 Lid 3

Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 200 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 07:00 en 00:00 uur; c. tijdens het evenement geen mechanisch versterkte muziek ten gehore wordt gebracht tussen 23:00

In de huidige APV is gekozen voor een constructie waarbij de omschrijving van de vergunningsvrije kleine evenementen verwerkt was in art. 2.25, lid 2. Conform de model-APV is nu gekozen voor een definitie in artikel 2.24.

a. b. c.

het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen; het evenement tussen 09.00 en 23.00 uur plaatsvindt; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00

Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. e. daardoor het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt geschaad. f. het in strijd is met het bestemmingsplan.

Formulering conform de model-APV

Onderdeel e is overgenomen vanuit Ooststellingwerf. Het is een welkome aanvulling. Onderdeel f komt in veel gemeenten voor, en voorkomt dat enerzijds een melding geaccepteerd moet worden, maar parallel wel handhavend opgetreden wordt, omdat de uitrit in strijd is met de bestemming. Aanvulling conform model-APV

Inhoudelijke wijzigingen: De drempel is bijgesteld van 500 naar 200 personen om meer aan te sluiten bij de APV’s van Oost- en Weststellingwerf. Hierdoor vallen weliswaar minder evenementen onder de noemer

d.

e. f. g.

uur; en het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats en geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; er een organisator is; de organisator binnen vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

2,25 Lid 2

-

2.25 lid 3

De organisator binnen vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester

en 09:00 uur, d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 vierkante meter per object tot een maximum van 50 m2 per straat, dan wel één tent geplaatst wordt die voldoet aan de brandveiligheidseisen (wat onder meer inhoudt dat daarin niet gelijktijdig niet meer dan 50 personen aanwezig zijn). Bij de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement

‘klein”, maar dat wordt gecompenseerd door het wegvallen van de meldingseis. Daardoor zijn de echt kleine evenementen gedereguleerd. Bij de tijdstippen is aansluiting gezocht met wat in de regio gebruikelijk is. Onderdeel e is aangevuld met hetgeen in de APV van Ooststellingwerf was opgenomen.. Onderdeel f is geschrapt, omdat het weinig toegevoegde waarde had. Onderdeel g is geschrapt, zodat geen melding meer vereist is voor deze categorie kleine evenementen. Bij het organiseren van dergelijke evenementen is er daardoor geen administratieve rompslomp meer. Conform model-APV nieuw lid toegevoegd. Op grond van artikel 2.1 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen is het onder bepaalde omstandigheden verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksmelding bij het bevoegd gezag een plaats of gedeelte daarvan in gebruik te nemen of te gebruiken, tenzij daarvoor een evenementenvergunning vereist is in het kader waarvan de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, overgelegd moeten worden. Gemeenten kunnen er dus voor kiezen om in hun APV te bepalen dat bedoelde gegevens bij de aanvraag van een evenementenvergunning overgelegd moeten worden.

Op grond van artikel 2.1, derde lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen hoeft dan geen afzonderlijke gebruiksmelding meer gedaan te worden De meldingsplicht voor kleine evenementen is – mede in het kader van deregulering - geschrapt. Dit betekent wel dat er ook geen mogelijkheid meer bestaat dergelijke activiteiten te verbieden

De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2.26

-

2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

De leden 2 en 3 zijn toegevoegd conform het model van de VNG, en zijn wenselijk om (preventief) handhavend te kunnen optreden.

Aanhe f afdelin g8

Toezicht op horecabedrijven

Toezicht op openbare inrichtingen

2.28

-

Artikel 2:28 Exploitatie van een openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als a. de exploitatie van de openbare

Formulering conform model-APV aangepast. Het begrip horecabedrijf ziet alleen op de zgn. ‘natte horeca’ (de D&H-wet vergunningplichtige bedrijven). Onder 'openbare inrichtingen' wordt ook droge horeca verstaan: het schenken van niet-alcoholhoudende dranken en van licht alcoholische dranken voor gebruik elders en het verstrekken van rookwaar. De exploitatievergunning kan juist ook van belang zijn voor de toezicht op de droge horeca. De exploitatievergunning wordt op verzoek van de politie weer ingevoerd. De tekst is conform de model-APV. Lid 5:

De zogenaamde "natte horeca". Indien deze in de afgelopen zes maanden geen ernstige overlast gegeven hebben, verleent de burgemeester aan

inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, of b. de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of – restaurant. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard

dergelijke bedrijven ambtshalve of op verzoek een vrijstelling. De horeca-exploitatievergunning fungeert in dit systeem dan nog alleen als stok achter de deur voor de "natte" horecabedrijven die ernstige overlast geven. Tegen de verlening van zo’n vrijstelling staat bezwaar en beroep open. De burgemeester kan de vrijstelling ambtshalve verlenen. Daardoor hoeft de vergunninghouder de vrijstelling niet aan te vragen. Geeft een horecabedrijf alsnog ernstige overlast, dan trekt de burgemeester de vrijstelling in. Het bedrijf heeft dan een vergunning nodig en zal die dus moeten aanvragen. Zolang de vergunning niet is verleend, zal het bedrijf gesloten moeten blijven. Op de "natte" horecabedrijven die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling al over een horeca-exploitatievergunning beschikken, zijn de weigeringsgronden genoemd in het tweede en derde lid niet van toepassing; anders hadden zij de vergunning immers niet gekregen. Horecabedrijven die zich nieuw in de gemeente willen vestigen krijgen in beginsel het vertrouwen; ze krijgen dus een vrijstelling voor een proefperiode van een half jaar. Als het bedrijf in die periode geen ernstige overlast heeft veroorzaakt, krijgt het dezelfde permanente vrijstelling als de andere reeds aanwezige bedrijven. Als het wel overlast veroorzaakt, gaat het alsnog onder de vergunningplicht vallen.

Voor de zogenaamde "droge horeca" – waar geen alcohol geschonken wordt – blijft de horecaexploitatievergunning wel van toepassing. Deze vergunningsplicht op grond van de APV maakt het voor gemeenten mogelijk om ook voor de aanvrager van een vergunning voor de exploitatie van een coffeeshop een VOG te vragen en een Bibobonderzoek te doen. De horeca-exploitatievergunning is immers op grond van artikel 1:5 persoonsgebonden. Artikel 4, van het Besluit Bibob bepaalt in overeenstemming met de model-APV dat als inrichtingen, waarvoor de Bibob geldt, onder andere aangewezen worden: "inrichtingen waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig

2.28 (oud)

Artikel 2:28 Exploiteren van terrassen 1. Het is verboden een terras te exploiteren, indien: a. met betrekking tot de ligging en het onderhoud aan het terras door de exploitant niet de nodige zorgvuldigheid wordt betracht; b. het terras ontsierend is voor het straatbeeld; c. het terras gevaar of hinder oplevert voor de omgeving; d. op wegen of weggedeelten, bestaande uit een rijbaan en een trottoir, het terras op de rijbaan wordt geplaatst of op het trottoir tussen het terras en de rijbaan en de rijbaan of de geplaatste objecten geen vrije en onbelemmerde doorgang aanwezig is voor voetgangers, invaliden- en kinderwagens, of; e. het elders dan bij het pand wordt aangelegd waar het bedrijf wordt geëxploiteerd, of; f. op wegen of weggedeelten, enkel bestaand uit een trottoir, geen vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3,50 meter aanwezig is en

gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.

was of anders dan om niet, logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken, of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt". Dit zijn dus openbare inrichtingen zoals gedefinieerd in artikel 2:27, van de model-APV. Dit betekent dat voor openbare inrichtingen in de zin van de APV een Bibobonderzoek mag worden gedaan. Zonder de APV is hier geen wettelijke grondslag voor. De Dienstenrichtlijn verzet zich niet tegen een Bibob-onderzoek.

--

Omdat een terras onderdeel uitmaakt van een openbare inrichting, valt het innemen van een terras ook onder het nieuwe artikel 2.28.

2.

blijft ten behoeve van hulpdiensten Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

2:29 Lid 3

-

Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

Nieuw lid conform de model-APV.

Aanhe f afdelin g5 2:34a

Bijzondere bepalingen over horecabedrijven -

Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank, - horecabedrijf, - horecalokaliteit, - inrichting, - paracommerciële rechtspersoon, - sterke drank, - slijtersbedrijf en - zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

Conform de model-APV. Voor de duidelijkheid en afbakening zijn de definities van belang. Inhoudelijk geen wijzigingen.

2:34b

Schenktijden paracommercie 1. Onder een paracommerciële rechtspersoon wordt in deze afdeling verstaan: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf

Regulering paracommerciële rechtspersonen

Conform de model-APV.

Conform de model-APV

De definitie in lid 1 is geschrapt, omdat het nieuwe artikel 2:34a al voorziet in zo’n definitie.

-

Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 Nachtregister (gereserveerd)

Deze afdeling is niet opgenomen in de APV van 2018. In de praktijk is het toch gewenst gebleken, vandaar dat deze afdeling toch opgenomen is. Toelichting uit model-APV: “Op grond van artikel 438 van het WvSr is een ondernemer die een hotel of pension drijft verplicht om een nachtregister bij te houden. Dit artikel in de APV komt die ondernemer tegemoet door de gast te verplichten daaraan mee te werken en zijn of haar gegevens te verstrekken. Zo’n aanvulling van het Wetboek van Strafrecht bij plaatselijke verordening werd door de Hoge Raad toelaatbaar geacht: HR 1004-1979, NJ 1979, 442. Daarbij wordt vaak opgemerkt dat een goed bijgehouden nachtregister ook in het belang van de gemeente is, bijvoorbeeld voor de brandweer, mocht er onverhoopt brand uitbreken in een hotel of pension. De Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) heeft als uitgangspunt dat er niet meer wordt uitgevraagd dan nodig. Er worden alleen de gegevens uitgevraagd die artikel 438 van het WvSr noemt.”

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. 2:40

Artikel 2:38 Speelautomaten 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de

Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen ; b. kansspelautomaat: automaat

In de APV van 2018 werd nog onderscheid gemaakt tussen kansspelautomaten en speelautomaten. Bij de wijziging van de Wet op de kansspelen in 2010 constateerde de wetgever echter dat het gezien de regels van de Europese Dienstenrichtlijn niet viel te

Wet; kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 3. In laagdrempelige inrichtingen is één speelautomaat toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. c.

2:48 aanhe f 2:50

2:50a

als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet ; c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Hinderlijk drankgebruik

Verboden drankgebruik

Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op of in de directe nabijheid van een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.

Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op of in de directe nabijheid van een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen Artikel 2:50a Verbod op zichtbare

verdedigen dat voor het aanwezig hebben van enkele behendigheidsautomaten een vergunning vooraf wordt geëist. Dit vooral ook omdat een aanwezigheidsvergunning voor gokkasten met name wordt verdedigd door te wijzen op het risico van gokverslaving. Het valt moeilijk vol te houden dat een flipperkast een vergelijkbaar risico op verslaving oplevert als een fruitautomaat. Dat nog los van de vele verslavende spelen die op het internet gespeeld kunnen worden, al dan niet gratis. Voor de APV betekent dit dat de term “speelautomaten”, die ook behendigheidsautomaten zoals flipperkasten omvat, wordt vervangen door “kansspelautomaten”, waarmee gokkasten worden aangeduid waarmee ook geld kan worden gewonnen en waar doorgaans geen behendigheid bij te pas komt.” Gezien het vorenstaande is de model-APV gevolgd. In de APV van 2018 werd nog gesproken over ‘hinderlijk’ drankgebruik. Ter harmonisatie is de term uit de overige APV’s en de model-APV aangehouden.. Deze tekst wijkt enigszins af van die in de model-APV, maar is leesbaarder en duidelijker, vandaar er voor gekozen is om deze aan te houden. Wel is de opsomming vanuit Ooststellingwerf toegevoegd.

Dit artikel is toegevoegd conform het model van de

2:51

-

2:57 Lid 1

1. a.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door

uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

VMG. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. In de fase dat de verbodenverklaring onherroepelijk is geworden, kan een (dreigende) overtreding van de strafbepaling (vrees voor) een verstoring van de openbare orde opleveren. Gelet hierop kan de burgemeester in beginsel gebruik maken van zijn orderechtelijke bevoegdheden. Te denken valt aan de handhaving op clublocaties, bij evenementen en ‘ride outs’, noodbevelen, gebiedsontzeggingen of cameratoezicht).

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en bomfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; b. of b. daardoor de ingang of doorgang versperd wordt. 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of

Dit artikel was niet opgenomen in de APV. In de APV’s van beide andere gemeenten is dit artikel wel opgenomen.

Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde

het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’.

Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die (……)

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, dient de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die (….)

De redactie is aangepast conform de nieuwe modelAPV, met een verbetering onzerzijds

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Conform de model-APV

-

Onder het register als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt mede verstaan het Digitale Opkopers Register

Dit lid is overgenomen uit de APV van Ooststellingerf. Het laat de mogelijkheid open andere registersystemen te gebruiken, en is dus geen belemmering. Aanduiding conform nieuwe model-APV.

b.

2:59 Lid 2

2:59 Lid 3

2:60 aanhe f 2:67 Lid 2

Afdeling 12 Vuurwerk 2:73a, lid 2

het gebruik plaatsvindt tussen 31 december 10.00 uur en 1 januarii 02:00 uur

Afdeling 10

Consumentenvuurwerk

het gebruik plaatsvindt tussen 31 december 10.00 uur en 18:00 uur

De redactie is aangepast conform de nieuwe modelAPV.

Was voorheen: 1 januari 02:00 uur. In de praktijk wordt het carbid-schieten gestaakt als het donker wordt.

2:73a Lid 2

(….) c. de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen: 1. op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing;

de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen: * op een afstand van tenminste 75 meter van gebouwen en risicovolle objecten zoals tankstations, lpg-tanks e.d.; (…)

Het begrip “woonbebouwing” is gewijzigd in “gebouwen”, en aangevuld met de risicovolle objecten uit het oude punt 3 van deze bepaling.

2.74a

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar (zoals lachgas) te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Bij openlijk gebruik van lachgas en ander openlijk drugsgebruik wordt vanaf 1 juli een bestuurlijke strafbeschikking mogelijk. . Lachgas valt onder ‘daarop gelijkende waar’ als bedoeld in deze bepaling. Dit artikel biedt daarom de mogelijkheid op te treden tegen het gebruik van lachgas. Voor de duidelijkheid is het begrip “lachgas” nadrukkelijk in het artikel benoemd.

Afdeling 14 Gebiedsontzegging

Afdeling 15 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Bestuurlijke ophouding De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:20a, 2:26a, 2:47, 2:47a, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73a van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.

Nieuwe aanhef conform de model-APV.

Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij

In het kader van de uniformering is deze bepaling in de APV opgenomen

2:75

-

2:76

-

In het kader van de uniformering is deze bepaling in de APV opgenomen.

2:78

Gebiedsontzegging 1. Het is degene aan wie door of namens de burgemeester, in het belang van de openbare orde, een verblijfsontzegging is bekendgemaakt, verboden zich te bevinden op- of aan de door de burgemeester in die verblijfsontzegging aangewezen wegen of plaatsen, gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende een in de verblijfsontzegging genoemde periode van ten hoogste twaalf (12) weken. 2. Het verbod gesteld in het eerste lid is niet van toepassing indien betrokkene zich bevindt in een openbaar middel van vervoer, tenzij uitdrukkelijk anders in de verblijfsontzegging is vermeld. 3. De burgemeester kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van dit artikel, de omstandigheden die kunnen leiden tot een verblijfsontzegging en de duur daarvan

behorende erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied. Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal het bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.

De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Voor de duidelijkheid is er hier voor gekozen om de formulering van de model-APV te volgen.

2:79

-

2:80

-

Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in

Per 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Deze wet behelst het opnemen van een nieuw artikel 151d in de Gemeentewet waarin o.a. bepaald wordt dat de raad bij verordening kan bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Door dit artikel op te nemen in de APV wordt het mogelijk om gebruik te maken van dit instrument.

De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere

2.

3.

4.

5.

6.

het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt

omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. Het doel van deze sluitingsbevoegdheid is het herstel van de openbare orde, de veiligheid of zedelijkheid door het weren en terugdringen van criminaliteit in en vanuit voor publiek openstaande gebouwen, alsmede het beëindigen van aanhoudende en ontoelaatbare overlast die niet met andere middelen afdoende kan worden bestreden

voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet. 3 3.1

Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. -

3.2

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

3.2

beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;

- beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

3.2

escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of

escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;

3.2

Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, als van toepassing, de tot vertegenwoordiging

Het gehele hoofdstuk “seksinrichtingen etc” is conform de model-APV aangepast. Het gaat hierbij om beslistermijnen, de duur van de vergunning, de wijze van intrekking van de vergunning en de weigeringsgronden. Die onderwerpen zijn voor dit onderwerp apart benoemd. Deze begripsbepaling is nieuw toegevoegd. Omdat de APV, met het oog op het toezicht, bepaalt dat in advertenties voor seksbedrijven of prostituees bepaalde nummers (vergunningnummer, telefoonnummer) moeten worden vermeld, is ervoor gekozen het begrip ‘advertentie’ ruim te omschrijven. Eer is immers een veelheid aan mogelijkheden om aandacht op de aangeboden dienstverlening te vestigen. Voor alle vormen van reclame met behulp van een medium (kranten, televisie, internet, posters, flyers) geldt het voorschrift. Daarbij moet het gaan om uitingen die wervend van karakter zijn en het oogmerk hebben de klandizie te vergroten. Daarop ziet het bijvoeglijk naamwoord: commerciële. Definitie conform model-VNG. De dagelijkse leiding in een seksinrichting kan in plaats van bij de exploitant zelf, bij een beheerder berusten. Het is van belang ook voor deze persoon, die primair verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken in de seksinrichting, expliciet enkele bepalingen op te nemen in de APV. Definitie conform model-VNG

Definitie conform model-VNG

3.2

3.2

escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

-

prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;

klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten

Dit is een nieuwe begripsbepaling; in de APV’s van de drie gemeenten wordt gesproken van ’bezoeker’. Het begrip ‘klant’ heeft hier een beperktere betekenis dan in het spraakgebruik: Het is hier een afnemer van seksuele diensten. Dus aanwezigen in een seksinrichting die (vooralsnog) slechts iets drinken, of een vertoning komen bekijken, vallen niet onder dit begrip. Hetzelfde geldt uiteraard voor eventuele andere aanwezigen, zoals de exploitant, de beheerder, het personeel dat in de bedrijfsruimte van het seksbedrijf werkzaam is, toezichthouders en personen die aanwezig zijn vanwege bijvoorbeeld het leveren van goederen of het uitvoeren van reparaties of onderhoud. Deze begripsbepaling is nieuw toegevoegd. Prostitutiebedrijven zijn er in verschillende varianten. In de eerste plaats vallen hieronder de locatiegebonden bedrijven met één of meerdere seksinrichtingen. Ook een niet-locatiegebonden bedrijf kan een prostitutiebedrijf zijn; veelal gaat het dan om een escortbedrijf, dat bemiddelt tussen prostituees en klanten. Als prostitutie plaatsvindt in woningen, kunnen (delen van) deze locaties – onder omstandigheden – als seksinrichting aangemerkt worden. Een dergelijke (ruimte in een) ‘privéwoning’ is voor het publiek toegankelijk nu klanten toegang wordt verschaft.

Is de prostituee op enigerlei wijze werkzaam voor degene die de ruimte beschikbaar stelt, dan is er zonder meer sprake van een prostitutiebedrijf. Er zijn ook prostituees die niet werkzaam zijn voor of bij een door een ander geëxploiteerd prostitutiebedrijf, maar die zelfstandig werken, veelal thuis. Als een prostituee op haar thuisadres werkzaam is en geen andere prostituees in haar woning laat werken, is er in

3.2

seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;

beginsel geen sprake van een prostitutiebedrijf, maar van een aan huis gebonden beroep, en is geen vergunning nodig (wel kunnen uit het bestemmingsplan belemmeringen voortvloeien om dergelijke activiteiten te mogen ondernemen). Als echter de activiteiten van de thuiswerkende prostituee een zakelijke uitstraling hebben, bijvoorbeeld als er zodanig met dat adres wordt geadverteerd dat er een publiekstrekkende werking vanuit gaat, er verlichting of reclame-uitingen aan het pand zichtbaar zijn of er meerdere prostituees op hetzelfde adres werkzaam zijn, dan is er sprake van bedrijfsmatige activiteiten en daarmee van een prostitutiebedrijf waarvoor een vergunning noodzakelijk is. Deze begripsbepaling is nieuw toegevoegd. Het begrip ‘seksbedrijf’ duidt op een activiteit of op activiteiten, en dus niet op de locatie waar de verrichtingen of vertoningen plaatsvinden; daarvoor wordt in de APV de term ‘seksinrichting’ gebruikt. Binnen de omschrijving valt het gelegenheid geven tot het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling (prostitutie), en het gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander, zoals ‘peepshows’ en sekstheaters, maar bijvoorbeeld ook het bedrijfsmatig en tegen betaling verzorgen van webcamseks.

Daarnaast wordt onder dit begrip ook verstaan het in een seksinrichting tegen betaling aanbieden van erotisch-pornografische vertoningen: de seksbioscopen. Of een activiteit ‘bedrijfsmatig’ wordt verricht, hangt af van een aantal factoren. Is er personeel in dienst, dan is er zonder meer sprake van een bedrijf. Maar een individu zonder personeel kan ook een bedrijf zijn in de zin van de APV, en is dan dus vergunningplichtig. Het oogmerk om (een aanvulling op) een inkomen te genereren, het aantal uren dat aan de activiteit wordt besteed, de wijze van klantenwerving (bijvoorbeeld of er wordt geadverteerd om de werkzaamheden onder de aandacht van publiek

te brengen en klanten te trekken) en de organisatiegraad en de omvang van het prostitutieaanbod zijn aspecten om te bepalen of er bedrijfsmatig activiteiten worden verricht. Of er sprake is van bedrijfsmatige activiteiten zal dus moeten worden vastgesteld aan de hand van de feitelijke situatie. Het begrip ‘seksbedrijf’ wordt dus gebruikt als verzamelnaam, waarbinnen specifieke vormen zijn te onderscheiden: als gelegenheid wordt geboden tot prostitutie, dan is er sprake van een ‘prostitutiebedrijf’, en als dat geschiedt door bemiddeling tussen prostituees en klanten, dan wordt van een ‘escortbedrijf’ gesproken. Zo is ‘prostitutiebedrijf’ dus een species van ‘seksbedrijf’ en ‘escortbedrijf’ weer een species van ‘prostitutiebedrijf’. 3.2 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf

3.2

sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

-

3.3

-

Artikel 3:3

Vergunning

Met het begrip ‘seksinrichting’ wordt geduid op de voor publiek toegankelijk locatie van een seksbedrijf. Dit kan samen vallen met de locatie waar de exploitant van het seksbedrijf zich heeft gevestigd, maar dat is zeker niet altijd – en bij escortbedrijven per definitie niet – het geval. Onder ‘besloten ruimte’ worden ook begrepen een vaar- of voertuig. Het bijvoeglijk naamwoord ‘besloten’ duidt erop dat de ruimte zich niet in de open lucht bevindt. Het moet dus gaan om een overdekt en geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten ruimte, die al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is. Deze definitie is in de model-APV niet opgenomen. Omdat het strikt genomen niet een inrichting is waar seksuele handelingen worden aangeboden, maar “slechts” een winkel waar goederen worden verkocht, was dit begrip in dit hoofdstuk ook niet geheel op zijn plek.. Lid 6: Omdat het aantal vergunningen beperkt is, is

1.

Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. De vergunning wordt voor twee jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

sprake van zgn. schaarse vergunningen. Dat betekent dat de vergunning slechts voor bepaalde tijd verleend kan worden. In het kader van transparantie is er voor gekozen de duur expliciet in de APV op te nemen. Na afloop van de twee jaar moet een nieuwe aanvraagprocedure doorlopen worden, waarbij ook andere aanvragers kunnen meedingen.

Artikel 3:4 Aanwijzing gebieden Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksbedrijf geen vergunning wordt verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts geldt voor seksbedrijven van een nader aangewezen aard.

Omdat het aantal vergunningen beperkt is, is sprake van zgn. schaarse vergunningen. Dat betekent dat de vergunning slechts voor bepaalde tijd verleend kan worden. In het kader van transparantie is er voor gekozen de duur expliciet in de APV op te nemen. Na afloop van de twee jaar moet een nieuwe aanvraagprocedure doorlopen worden, waarbij ook andere aanvragers kunnen meedingen.

Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen voor een seksbedrijf dat kan worden verleend. Artikel 3:6 Aanvraag 1 . Bij de aanvraag om vergunning wordt vermeld voor welke activiteit vergunning

In geen van de APV’s van de OWO- gemeenten is een dergelijke bepaling opgenomen; gelet op de aard en de omvang van de drie gemeenten, lijkt het echter wel wenselijk om een maximum op te nemen.

2.

3.

4. 5. 6.

3.4

-

3.5

3.6

3:4, lid 4: In de aanvraag om en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

In de APV’s van de drie OWO-gemeenten zijn de indieningsvereisten opgenomen in artikel 3:4. Voor de duidelijkheid en transparantie is er voor gekozen om

a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

a. b. c.

d. e. f. g. h. i. j.

k.

l.

wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: de persoonsgegevens van de exploitant; het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; als van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant; een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; als van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; als van toepassing, de plattegrond van

de opzet /indeling van de model-APV over te nemen.

3.7

3.8

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

3:4, lid 4 In de aanvraag om en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. 2. Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Artikel 3:7 Weigeringsgronden Lid 5 ; Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend. Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. als van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. als van toepassing, het adres van de

Dit artikel uit de model-APV is een combinatie van de oude artikelen over de gedragseisen van de exploitant en de beheerder en de weigeringsgronden. Bij de weigeringsgronden zijn deze onderdelen toegevoegd.

Deze bepalingen zijn in de APV’s van de drie gemeenten gedeeltelijk opgenomen in artikel 3:4. Voor de duidelijkheid en transparantie is er voor gekozen om de opzet /indeling van de model-APV over te nemen.

3:9

onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14 tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a

Dit artikel is in geen van de huidige APV’s opgenomen; voor de duidelijkheid en de volledigheid is het betreffende artikel uit de model-APV opgenomen.

tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woonen leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen

3:10

3.12 lid 3

-

3:13

3.14

--

tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting. Artikel 3:13 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a, en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel

Dit artikel is in geen van de APV’s op deze wijze opgenomen; het bepaalde in artikel 3:16 uit de APV’s komt wel enigszins overeen met het bepaalde in dit artikel. Voor de duidelijkheid en de volledigheid is het betreffende artikel uit de model-APV opgenomen.

Het bepaalde in dit lid is in geen van de APV’s opgenomen. Het is echter onduidelijk waarom niet. Gelet op het belang van de aard en de strekking van het bepaalde is er voor gekozen om dit lid toch op te nemen. Het bepaalde in dit artikel is in geen van de APV’s opgenomen. Deze verplichting vergemakkelijkt echter het toezicht, vandaar dat het hier alsnog is opgenomen.

Met dit voorschrift wordt o.a. – net als voor de

3.15

prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=325fc600-14f8-4e00-92a2-9fef28b3189d