CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapport rkc-onderzoek Gebiedsteam.pdf

Raadsvergadering 17 januari 2022, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Rekenkamercommissie Gebiedsteam34.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

informatiebijeenkomst preventie 22 september 9 november 2020 201109 Uitnodiging informatiebijeenkomst PP Klankbordgroep 2 maart 2021

58

RKC Opsterland Bijlage 3: verantwoording enquêtes In deze bijlage is een uitgebreide verantwoording van de respons opgenomen. Daarbij wordt eerst ingegaan op de representativiteit van de enquête onder de gebiedsteammedewerkers en daarna op de representativiteit van de enquête onder de ketenpartners. De onderzoekers analyseren de respons om te kunnen beoordelen of de uitkomsten betrouwbaar zijn. Ook verantwoorden de onderzoekers zich over het afnameproces en de wijze waarop de open antwoorden zijn meegenomen. Respons en representativiteit belevingsonderzoek Gebiedsteam De teamleiders van het Gebiedsteam hebben het adressenbestand van de medewerkers aangeleverd. Het adresbestand bestond uit 42 adressen. De onderzoekers hebben de adressen op basis van de functie-omschrijving ingedeeld in 4 functiegroepen. Deze groepen zijn voorgelegd aan de teamleiders. In onderstaande tabel is de respons per functie en functiegroep weergegeven. Tabel bij paragraaf 1.3: respons per functiegroep - enquête gebiedsteam functie

functiegroep

aantal

respons

respons%

Consulent Jeugd(/hulpverlening)

consulent

9

7

78%

Consulent MW

consulent

7

5

71%

Consulent Wmo

consulent

8

7

88%

24

19

79%

Adviseur Zorg

specialist en adviseur

1

1

100%

Budgetcoach

specialist en adviseur

2

1

50%

Gedragswetenschapper

specialist en adviseur

1

1

100%

Leerplichtambtenaar

specialist en adviseur

1

1

100%

Mw. Opvoedingsondersteuning

specialist en adviseur

1

1

100%

POH GGZ jeugd

specialist en adviseur

2

2

100%

8

7

88%

Administratie (/ Isam)

administratie en frontoffice

2

1

50%

Frontoffice/adm.

administratie en frontoffice

3

1

33%

Leerlingenvervoer administr.

administratie en frontoffice

1

0

0%

6

2

33%

Kwaliteitsadviseur

kwaliteit en management

1

1

100%

Mw. relatie-/contractbeheer

kwaliteit en management

1

1

100%

Teamleider

kwaliteit en management

2

2

100%

4

4

100%

Totaal bestand

42

59

RKC Opsterland

onbeken d

3

Totaal

35

83%

De totale respons op de enquête is 83%. De respons is het laagst in de functiegroep ‘administratie en frontoffice’. Dit is begrijpelijk, want de vragen waren grotendeels gericht op de inhoud van het werk van consulenten en specialisten. Drie respondenten hebben de vragen via een weblink ingevuld, waardoor niet bekend is welke functie zij hebben. Omdat deze drie respondenten wel alle vragen hebben ingevuld, kan vastgesteld worden dat zij niet in de groep ‘administratie en frontoffice’ vallen, want voor hen waren bepaalde vragen al op voorhand uitgesloten. De gemiddelde invulduur van de enquête was 35 minuten. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de enquête vragen bevatten die lastig in te vullen waren. De open vragen zijn uitgebreid beantwoord, geen enkele respondenten heeft overal hetzelfde antwoord gegeven of de enquête heel snel ingevuld en er zijn geen e-mails gestuurd over de inhoud van de enquête. Wel zijn er opmerkingen gemaakt dat de eerste vijf open vragen erg algemeen gesteld waren, waardoor onduidelijk was wat de onderzoekers wilden weten.

Deze vraag luidde voor elk uitgangspunten: ‘Kun je in je eigen woorden omschrijven wat jij hieronder verstaat en hoe je hier in de dagelijkse praktijk aan werkt?’ De vraag was met opzet heel ruim geformuleerd en het zijn juist de antwoorden op deze vragen die de onderzoekers een schat aan informatie hebben gegeven over de eerste norm van elk uitgangspunt: ‘het uitgangspunt’ is eenduidig gedefinieerd in beleid en werkprocessen en uitvoering. Al met al stellen de onderzoekers vast dat de respons representatief is voor het Gebiedsteam en dat de informatie betrouwbaar is. Respons en representativiteit belevingsonderzoek ketenpartners Voor het belevingsonderzoek onder ketenpartners, hebben we een adressenbestand van ketenpartners opgevraagd bij de teamleiders van het gebiedsteam. We hebben daarbij verzocht om adressen van voorliggende voorzieningen, eerstelijns (zorg)professionals en zorgaanbieders die in 2020 minimaal één cliënt uit de gemeente Opsterland hebben geholpen. We hebben een bestand met 361 rijen aangeleverd gekregen. Het bestand bevatten contactgegevens (e-mail en soms telefoonnummer en/of contactpersoon en/of een bedrijfsnaam) en een categorie (dorpssteunpunt, huisarts, scholen, wijkverpleegkundigen, et cetera). Maar ook alle adressen van de consulenten van het gebiedsteam en een aantal dubbele adressen.

De onderzoekers hebben de lijst opgeschoond en aangevuld met voorliggende voorzieningen op basis van de sociale kaart 2020 - Vrijwillige thuishulp Opsterland 2020. Stichtingen zoals de Luisterlijn, Zonnebloem, Humanitas en kerken zijn toegevoegd. Op deze manier is een lijst van 269 ketenpartners ontstaan. Tijdens het aanschrijven bleek de enquête bij 15 adressen onbezorgbaar te zijn (e-mailadres onjuist of niet meer in gebruik). Bij de tweede reminder hebben drie ketenpartners zich afgemeld voor het onderzoek, omdat zij niet meer werkzaam bleken in Opsterland. Het totale bruikbare bestand bestond uiteindelijk uit 251 adressen. Elke ketenpartner is ingedeeld in een categorie. De categorie ‘0de lijn’ bestaat uit Bibliotheek, De luisterlijn, Dorpssteunpunten, Humanitas, Kerken, PCOB, Plusbus, Stichting Present, Timpaan, VPTZ en de Zonnebloem. De categorie ‘1ste lijn - medisch’ bestaat uit huisartsen, tandartsen, verloskundigen, verpleeghuis en wijkverpleegkundigen. De categorie ‘1ste lijn - kinderen’ bestaat 60

RKC Opsterland uit peuteropvang/kinderopvang, scholen (bestuurders/directeuren en Intern Begeleiders) en GGD. In tabel 1.3.2 is de respons per categorie weergegeven. De respons bedraagt 104 ketenpartners, 41% van het bruikbare bestand. De respons is het laagst onder de voorliggende voorzieningen (12 enquêtes, 32% van het bruikbare bestand). De respons onder eerstelijns (zorg)professionals (31 enquêtes, 41% van het bestand) en zorgaanbieders (61 enquêtes, 44% van het bestand) is hoog te noemen voor dit type onderzoek. Opvallend daarbij is wel dat de respons in de categorie ‘1ste lijn - medisch’ laag is. Van de 29 adressen bleken 9 adressen niet bereikbaar en van de overgebleven 20 adressen werden slechts 4 volledige enquêtes ontvangen. Tabel bij paragraaf 1.3 Respons per categorie - enquête ketenpartners

categorie

verzameld onbezorgbaar

afmeldingen n.a.v. reminder

bruikbaar

respons

% respons

1

37

12

32%

0de lijn - totaal

41

3

1ste lijn - medisch

29

9

20

4

20%

1ste lijn - kinderen

57

2

55

27

49%

1ste lijn - totaal

86

11

0

75

31

41%

2e lijn - jeugd

64

1

63

28

44%

2e lijn - wmo

50

1

48

21

44%

2e lijn - jeugd & wmo

28

28

12

43%

1

2e lijn - totaal

142

1

2

139

61

44%

Totaal

269

15

3

251

104

41%

De gemiddelde invulduur van de enquête onder ketenpartners van 7 minuten en 88% van de ketenpartners die aan de enquête zijn begonnen, heeft deze ook helemaal afgemaakt. Er zijn geen vragen of opmerkingen over de enquête bij de onderzoekers binnen gekomen. Omdat de respons onders de voorliggende voorzieningen (0de lijn) relatief gezien laag is en er ook maar 12 volledige enquêtes zijn, kunnen we niet stellen dat hun antwoorden representatief zijn voor alle voorliggende voorzieningen. Tekstuele antwoorden van deze ketenpartners hebben we wel geanalyseerd en meegenomen in de uitkomsten, omdat deze inhoudelijk goed aansluiten bij de overige enquêtebevindingen en de verdiepende interviews die zijn afgenomen. Bij de interpretatie van de uitkomsten van de eerstelijns (zorg)professionals moet in het achterhoofd worden gehouden dat het hier vooral gaat om scholen en kinderopvang en in mindere mate om medisch personeel en ggd. De uitkomsten uit de enquêtes sluiten wel mooi aan bij de bevindingen uit de enquêtes en interviews met consulenten van het gebiedsteam en andere professionals. De respons van zorgaanbieders is representatief verdeeld over de categorieën ‘Jeugd’, ‘Wmo’ en ‘Jeugd en Wmo’ en is met 44% ook hoog. De uitkomsten sluiten aan bij de bevindingen uit de enquêtes en verdiepende interviews met consulenten en andere professionals.

Deze 61 enquêtes geven een betrouwbaar beeld van de gehele groep van 139 zorgaanbieders die in 2020 in Opsterland minstens 1 cliënt hebben geholpen. 61

RKC Opsterland

Al met al concluderen we dat de enquêtes onder voorliggende voorzieningen en eerstelijns (zorg)professionals niet volledig representatief zijn voor de totale populatie, maar in combinatie met de informatie uit de andere bronnen voldoende betrouwbare informatie geven over hoe ketenpartners in Opsterland tegen de transformatie aankijken. De uitkomsten van de 2e lijns zorgaanbieders zijn wel representatief.

62

RKC Opsterland Bijlage 4: de uitgangspunten van de transformatie Deze bijlage is de cijfermatige onderbouwing van hoofdstuk 4 uit het rapport. Per uitgangspunt in de transformatie is een paragraaf opgenomen, met daarin de uitkomsten van de enquêtes, de open antwoorden en de informatie uit de interviews. Het schetst een beeld van de praktijk van de transformatie en bevat informatie over de voortgang op ieder van de uitgangspunten. Iedere paragraaf is opgebouwd op dezelfde manier. Eerst wordt beschreven wat de Gebiedsteammedewerkers verstaan onder het uitgangspunt en wat het draagvlak voor het uitgangspunt is. Vervolgens wordt beschreven hoe de gebiedsteammedewerkers in de praktijk invulling geven aan het uitgangspunt en hoe tevreden gebiedsteammedewerkers en ketenpartners zijn over de voortgang van dit uitgangspunt van de transformatie. Aan het einde van ieder uitgangspunt worden de bevindingen in een tabel samengevat.

4.1 Integraal werken Wat betekent Integraal werken? Gebiedsteammedewerkers verstaan onder integraal werken het breed benaderen van de hulpvraag, alle leefgebieden komen aan bod. Verder is het voeren van casusregie onderdeel van integraal werken. Als doel beschrijven zij het voorkomen van doorverwijzen of afschuiven van cliënten. Integraal werken betekent in de praktijk vooral samenwerken en afstemmen, de cliënt centraal stellen en maatwerk leveren. Om dat te kunnen doen, is kennis nodig van elkaars vakgebied en ‘korte lijntjes’ met ketenpartners. In het begin ging het met name om het uitgangspunt 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. De samenwerking met andere disciplines (intern) komt wel steeds duidelijker naar voren. De lijntjes intern worden korter (bijvoorbeeld met de budgetcoaches). De behoefte is wel om cliëntvriendelijk te werken om dat voorop te stellen. Het is ook efficiënter als je het intern goed regelt. Als je het goed doet, is het ook kostenbesparend. Bron: interview consulent gebiedsteam

Wat is het draagvlak voor integraal werken? Tabel 4.1.1 Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig volgens de uitgangspunten gewerkt wordt, hoeveel draagt elke werkwijze naar (jo)uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland?

Integraal werken

heel weinig

weinig

een beetje

veel

heel veel

Aantal

Gebiedsteam

0%

0de lijn

0%

0%

3%

74%

23%

35

0%

50%

20%

30%

10

1ste lijn 2e lijn

4%

4%

23%

35%

35%

26

0%

2%

14%

59%

25%

59

Het draagvlak voor integraal werken is heel groot. Medewerkers vinden dat het Gebiedsteam al goed integraal werkt. Het Gebiedsteam is een echt team geworden, dat multidisciplinair overlegt en leerbijeenkomsten organiseert om elkaars expertise nog beter te leren kennen. Het afstandswerken wordt als belemmering genoemd bij het Integraal werken. Hoewel er een duidelijk verschil is tussen het Gebiedsteam en het team Werk en Inkomen, leidt dat in de praktijk niet tot problemen, de 63

RKC Opsterland samenwerking verloopt organisch al prima al kan dat nog beter. Ook de AVG wordt soms als belemmering genoemd, maar de geluiden zijn ook wisselend - hoe meer je samenwerkt, hoe makkelijker informatie wordt gedeeld. Vanuit de organisatie is daarop ingespeeld door een stroomschema en dilemma’s op een handout beschikbaar te stellen en te bespreken binnen het team. In de gemeente Opsterland als geheel kan het integraal werken wel beter, vinden medewerkers. Hoe wordt in de praktijk Integraal gewerkt? Tabel 4.1.2 Medewerkers van het gebiedsteam pakken ondersteuningsvragen integraal aan

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

helemaal mee eens

Aant al

Gebiedsteam

0%

0%

3%

34%

57%

6%

35

0de lijn

0%

11%

0%

44%

44%

0%

11

1ste lijn

4%

8%

13%

33%

33%

8%

24

2e lijn

0%

4%

8%

19%

64%

6%

53

Tabel 4.1.3 In de gemeente Opsterland worden ondersteuningsvragen integraal aangepakt

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

helemaal mee eens

Aant al

Gebiedsteam

0%

3%

17%

54%

26%

0%

35

0de lijn

0%

18%

18%

18%

45%

0%

11

1ste lijn

5%

19%

5%

43%

24%

5%

21

2e lijn

0%

4%

2%

26%

61%

7%

46

Zorgaanbieders zijn van mening dat zowel het Gebiedsteam als het gehele werkveld al voldoende integraal werkt. Zorgaanbieders zijn vooral te spreken over de ‘korte lijntjes’ met het Gebiedsteam, de bereidheid om samen te werken, de manier waarop de cliënt centraal gesteld wordt in de hulpvraag en de manier waarop het Gebiedsteam casusregie voert, hoewel sommigen vinden dat het Gebiedsteam er wel erg bovenop zit. Korte lijnen, directe bereikbaarheid met medewerkers. Driehoek gebiedsteam - cliënt - begeleiding werkt uitstekend. We kunnen elkaar direct aanspreken op de ingezette koers en resultaten. Handelen in het belang van de inwoners. Doelgericht werken, samenwerkingsgericht. Bron: enquête ketenpartners

(zorg)Professionals in de eerste lijn hebben een kleiner draagvlak voor integraal werken en zij zijn ook minder tevreden over de voortgang ervan. Als oorzaak hiervan noemen zij dat er veel wisselingen hebben plaatsgevonden onder de ‘vaste contactpersonen’ voor de scholen. Ook vinden zij dat de terugkoppeling over signalen die zij doorgeven aan het Gebiedsteam beter kan, zij zien daarin een gemiste kans op het delen van informatie over een casus, hoewel er wel begrip is voor de tijdsdruk van het Gebiedsteam.

64

RKC Opsterland De zeven inwoners die meegewerkt hebben aan de casusanalyse hadden allemaal een vast aanspreekpunt binnen het Gebiedsteam die als casusregisseur fungeert. Deze consulenten worden door de inwoners ingezet als het eerste aanspreekpunt. [...] heeft een vast contactpersoon bij het gebiedsteam, dat was eerst een ander omdat die van Wijnjewoude op vakantie was en er direct zorg nodig was. Ze kwamen met zijn tweeën en hebben alles vast in gang gezet. Nu is er een vaste contactpersoon die altijd meedenkt en nieuwe ideeën inbrengt. Bron: interview inwoner Tabel 4.1.4 Bevindingen Integraal werken - samengevat

Uitvoering Integraal werken door de ogen van het Gebiedsteam

Wat houdt het in?

- alle leefgebieden van een cliënt bij de hulpvraag onderzoeken en bij elkaar brengen - voeren van casusregie

Hoe wordt eraan gewerkt?

- samenwerken binnen Gebiedsteam en met andere afdelingen - samenwerking met 0de, 1e en 2e lijns ketenpartners - samenwerken met de cliënt en zijn omgeving - maatwerk leveren / creatieve oplossingen zoeken

Wat is het doel?

- voorkomen van doorverwijzen of afschuiven van cliënten

Wat heeft het gbt ervoor nodig?

- expertise over vakgebied van samenwerkingspartners - korte lijnen met samenwerkingspartners

Good practice

- multidisciplinair overleg - leerbijeenkomsten - gecombineerd huisbezoek - aanwezigheid cliënten bij gesprekken professionals

Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig getransformeerd gewerkt wordt, hoeveel draagt 'Integraal werken' naar uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland? (heel weinig, weinig, een beetje, veel, heel veel) 1ste lijn % veel of heel veel

70%

2e lijn 84%

Gbt 97%

In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen? (helemaal mee oneens, mee oneens, enigszins mee oneens, enigszins mee eens, mee eens, helemaal mee eens) 1ste lijn Medewerkers van het Gebiedsteam pakken ondersteuningsvragen integraal aan

% (helemaal) mee eens

41%

2e lijn

70%

Gbt

63%

65

RKC Opsterland

In de gemeente Opsterland worden ondersteuningsvragen integraal aangepakt

% (helemaal) mee eens

29%

68%

26%

4.2 Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht Wat betekent Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht? Het versterken van zelfredzaamheid is in de praktijk geworden: samenredzaamheid. Uitgaan van wat de cliënt zelf - of samen met het netwerk - nog kan. ‘Normaliseren’ is een term die vaak genoemd wordt als medewerkers spreken over het versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht, en die als tegenhanger van het ‘medicaliseren’ gezien kan worden. Als laatste wordt ook ‘in hun eigen kracht zetten’ genoemd als betekenis. Ik probeer zoveel mogelijk te normaliseren zodat problemen in een ander perspectief geplaatst worden. Niet alles hoeft 'gemaakt' te worden wat stuk is. Dit is ook een vorm van eigen kracht. Bron: enquête gebiedsteam

Werken aan het versterken van zelfredzaamheid betekent in de praktijk dat eerst uitgevraagd wordt wat de cliënt of het netwerk zelf nog kan en dat deze kracht eerst geactiveerd wordt. Voor de overblijvende hulpvraag wordt vervolgens eerst naar een oplossing in het voorliggende veld gezocht. Met behulp van coaching wordt gestreefd naar een duurzaam resultaat, waarbij de cliënt zoveel mogelijk zelf de regie houdt. Versterken van zelfredzaamheid vormt - samen met preventie en vroegsignalering - de basis van de transformatie. Bevindingen over ‘Versterken zelfredzaamheid en eigen kracht’ zijn samengevat in Tabel 4.2. Wat is het draagvlak voor Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht? Tabel 4.2.1 Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig volgens de uitgangspunten gewerkt wordt, hoeveel draagt elke werkwijze naar (jo)uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland?

versterken van de zelfredzaamheid en eigen kracht

heel weinig

wein ig

een beetje

Gebiedsteam

0%

0%

3%

0de lijn

0%

0%

50%

1ste lijn

4%

4%

23%

2e lijn

0%

2%

14%

ve el 74 % 20 % 35 % 59 %

heel veel

Aant al

23%

35

30%

10

35%

26

25%

59

Opvallend is dat het draagvlak voor versterken van zelfredzaamheid onder eerstelijns (zorg)professionals laag is (bijna de helft is van mening dat het weinig of een beetje bijdraagt). Dat komt naar verwachting omdat zij vooral met kinderen te maken hebben en de leidende gedachte is dat signalen over kinderen snel en adequaat opgepakt moeten worden: liever te veel inzet dan te 66

RKC Opsterland weinig. Deze professionals zijn ook matig tevreden over de stand van zaken op dit uitgangspunt: slechts een kwart is van mening dat in Opsterland voldoende sprake is van het versterken van de zelfredzaamheid en eigen kracht. Voor het versterken van eigen kracht / zelfredzaamheid wil het gebiedsteam soms wat te snel, bij multiproblem gezinnen moet je daarvoor eerst flink investeren wat betreft tijd, begeleiding en blijven monitoren. Bron: interview 1e lijns professional

Hoe worden zelfredzaamheid en eigen kracht in de praktijk versterkt? Tabel 4.2.2 Medewerkers van het gebiedsteam versterken de zelfredzaamheid en eigen kracht van inwoners

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

helemaal mee eens

Aanta l

Gebiedstea m

0%

0%

3%

49%

43%

6%

35

0de lijn

0%

9%

0%

27%

64%

0%

11

1ste lijn

0%

32%

11%

32%

21%

5%

19

2e lijn

0%

0%

6%

33%

51%

10%

51

Tabel 4.2.3 In de gemeente Opsterland worden de zelfredzaamheid en eigen kracht van inwoners versterkt

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

helemaal mee eens

Aanta l

Gebiedstea m

0%

0%

11%

69%

17%

3%

35

0de lijn

0%

9%

18%

18%

45%

9%

11

1ste lijn

5%

16%

21%

32%

26%

0%

19

2e lijn

0%

2%

4%

30%

57%

6%

47

De gebiedsteammedewerkers en zorgaanbieders vinden het versterken van zelfredzaamheid een vanzelfsprekendheid en het draagvlak is dan ook groot. Gebiedsteammedewerkers geven echter direct ook aan: zelfredzaamheid kan niet altijd verwacht worden, ook niet met de inzet van het netwerk van de cliënt. Mensen hebben niet altijd een netwerk, het netwerk kan niet geactiveerd worden en er zijn ook niet altijd geschikte voorliggende voorzieningen beschikbaar.15 Ik vraag uit wat er wel lukt, wie er om de cliënt heen staan die zouden kunnen helpen. Ik merk dat hiervoor nog wel een cultuuromslag nodig is. Meestal is het eerste antwoord dat er niemand is die kan helpen, of dat ouders het bezwaarlijk vinden om hulp aan iemand uit de omgeving te vragen. Het lijkt voor hen makkelijker om anoniemer hulp van een organisatie te krijgen. Voor mij is het soms makkelijker (minder tijdrovend) om een zorgaanbieder in te zetten dan langere tijd met cliënten op zoek te gaan naar wie in het sociaal netwerk zou kunnen helpen. Daardoor laat ik misschien kansen liggen. Bron: enquête gebiedsteam

15

Ook recente rapporten laten zien dat de verwachtingen rond zelfredzaamheid vaak te hoog zijn, bijvoorbeeld SCP 2020.

67

RKC Opsterland Daar komt nog bij dat mensen moeilijk hulp vragen en het dan vervelend vinden om hun netwerk te benaderen, er is sprake van schaamte. Het versterken van zelfredzaamheid vraagt een lange adem en een grote tijdsinvestering en komt daardoor soms onder druk te staan, omdat het op de korte termijn conflicteert met het uitgangspunt ‘kostenbewust handelen’. De meerderheid van de zorgaanbieders is van mening dat de zelfredzaamheid in Opsterland wel voldoende wordt versterkt.

Tabel 4.2.4 Bevindingen Versterken zelfredzaamheid en eigen kracht - samengevat

Uitvoering in de praktijk door de ogen van het Gebiedsteam

Wat houdt het in?

- samenredzaamheid: kijken wat de cliënt zelf - of samen met zijn netwerk - nog kan doen - normaliseren / demedicaliseren / ontpamperen - inwoners 'in hun kracht zetten'

Hoe wordt eraan gewerkt?

- ondersteuningsvraag goed uitvragen, eigen mogelijkheden benutten - netwerk in kaart brengen - netwerk betrekken (door cliënt) - voorliggende voorzieningen inzetten - maatwerkvoorzieningen richten op tijdelijkheid en duurzaamheid - positieve coaching: regie blijft zo veel mogelijk bij cliënt

Wat is het doel?

- de cliënt doet zelf wat hij zelf kan - inzet is zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig

Wat heeft het gbt ervoor nodig?

- tijd om te coachen - coachingstechnieken - zicht op het aanbod van voorliggende voorzieningen

Good practice

Mobility Mentoring

Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig getransformeerd gewerkt wordt, hoeveel draagt 'Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht' naar uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland? (heel weinig, weinig, een beetje, veel, heel veel) 1ste lijn % veel of heel veel

52%

2e lijn 85%

Gbt 80%

68

RKC Opsterland

In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen? (helemaal mee oneens, mee oneens, enigszins mee oneens, enigszins mee eens, mee eens, helemaal mee eens) 1ste lijn

2e lijn

Gbt

Medewerkers van het Gebiedsteam versterken de zelfredzaamheid en eigen kracht van inwoners

% (helemaal) mee eens

26%

61%

49%

In de gemeente Opsterland worden de zelfredzaamheid en eigen kracht van inwoners versterkt

% (helemaal) mee eens

26%

63%

20%

4.3 Laagdrempelige toegang tot ondersteuning Wat betekent Laagdrempelige toegang tot ondersteuning? Met een laagdrempelige toegang bedoelen medewerkers van het Gebiedsteam dat er zo weinig mogelijk fysieke, bureaucratische, mentale of andere drempels zijn voor inwoners om contact op te nemen met het Gebiedsteam. Contact met bestaande cliënten wordt warm gehouden om uitval te voorkomen. Laagdrempelige toegang begint in de praktijk met het bekend en vindbaar zijn van het Gebiedsteam. Hier wordt vooral aan gewerkt door samen te werken met ketenpartners. Als ketenpartners weten waar het Gebiedsteam voor is, dan worden inwoners via hen naar het Gebiedsteam toe geleid, zo is de gedachte. Het Gebiedsteam heeft daarom veel ingezet op de samenwerking met de eerstelijns (zorg)professionals. Uit onderzoek is gebleken dat wij niet de plek zijn waar mensen in eerste instantie om hulp vragen. Dat doen ze sneller bij een huisarts of school. Laat dat nou net de plekken zijn waar wij ons op naar binnen hebben gewerkt met de POH GGZ Jeugd en het verbinden van jeugdconsulenten aan scholen. Zo zijn wij een bekend gezicht en wordt er gemakkelijker naar ons toe verwezen. Bron: enquête gebiedsteam De jongere merkt dat als ze hulp wil vragen, dat ze dat altijd doet via een bekende weg - de school of via de gebiedsteammedewerker.

Haar indruk is dat het gebiedsteam makkelijk te vinden is, maar je moet wel zelf de vraag durven stellen. Mensen staan niet zo snel open voor hulp, maar als je dat wel doet, word je ook echt goed geholpen. Bron: interview inwoner

Maar het is ook de bedoeling dat inwoners uit zichzelf, direct bij het Gebiedsteam aan kunnen kloppen. Daarom wil het Gebiedsteam goed bereikbaar zijn en snel contact leggen als een inwoner heeft gebeld of een mail heeft gestuurd. Ook de fysieke loketten In Gorredijk en Ureterp voor de Wmo georganiseerd zijn bedoeld om fysieke drempels tot het Gebiedsteam te verkleinen. Op scholen worden inloopspreekuren georganiseerd waar consulenten Jeugd aanwezig zijn. Om bureaucratische drempels zo laag mogelijk te houden is er gekozen om geen aanvraagformulieren te 69

RKC Opsterland gebruiken, snel te reageren en lage kosten voor inwoners te hanteren. Het Gebiedsteam investeert veel in het onderhouden van open contact en een vriendelijke bejegening om benaderbaar te zijn voor inwoners. Wat is het draagvlak voor Laagdrempelige toegang tot ondersteuning? Tabel 4.3.1 Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig volgens de uitgangspunten gewerkt wordt, hoeveel draagt elke werkwijze naar (jo)uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland?

Laagdrempeligheid

heel weinig

weinig

een beetje

veel

heel veel

Aantal

Gebiedsteam

3%

0de lijn

0%

0%

9%

50%

38%

34

0%

42%

17%

42%

12

1ste lijn

4%

2e lijn

0%

8%

8%

31%

50%

26

4%

11%

51%

35%

58

Er is onder alle professionals in Opsterland een groot draagvlak voor een laagdrempelige toegang. Hoe laagdrempelige is de toegang in de praktijk? Tabel 4.3.2 Het gebiedsteam is voor inwoners laagdrempelig

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

helemaal mee eens

Aant al

Gebiedsteam

0%

6%

6%

43%

43%

3%

35

0de lijn

10%

10%

10%

60%

10%

0%

10

1ste lijn

10%

0%

15%

25%

45%

5%

20

2e lijn

2%

6%

22%

18%

38%

14%

50

helemaal mee eens

Aant al

Tabel 4.3.3 In de gemeente Opsterland is de toegang tot ondersteuning laagdrempelig

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

Gebiedsteam

0%

0de lijn

10%

6%

6%

51%

37%

0%

35

0%

30%

30%

20%

10%

10

1ste lijn

5%

2e lijn

0%

9%

9%

23%

45%

9%

22

7%

13%

30%

41%

9%

46

Ondanks dat er veel geïnvesteerd is in laagdrempelig werken, zijn zowel de medewerkers als de andere professionals in Opsterland nog niet tevreden over de laagdrempeligheid van het Gebiedsteam. Een veel genoemde belemmering rond laagdrempelige toegang is het feit dat het Gebiedsteam ‘de gemeente’ is en als je ernaartoe gaat, dat een zekere mate van bureaucratie onvermijdelijk is. De persoonlijke benadering helpt daarbij zeker, maar de belangrijkste drempel neem je daarmee niet weg: dat iemand zelf hulp moet vragen. Zowel inwoners als ketenpartners geven in de interviews aan: hulp vragen is niet makkelijk! m.b.t. laagdrempelige toegang - je kunt als organisatie wel denken dat de toegang laagdrempelig is. Echter moeten de inwoners wel hulp durven vragen!! Bron: enquête ketenpartners, voorliggende voorziening

70

RKC Opsterland Tabel 4.3.4 Bevindingen over Laagdrempelige toegang tot ondersteuning - samengevat

Uitvoering in de praktijk door de ogen van het Gebiedsteam Wat houdt het in?

- zo weinig mogelijk fysieke, bureaucratische en mentale drempels om hulp te vragen

Hoe wordt eraan gewerkt?

- bekend, vindbaar en bereikbaar zijn - samenwerken met 1e lijn (signaleren en doorverwijzen) - snel (max. 5 dagen) reageren op nieuwe hulpvrager - de juiste bejegening kiezen: benaderbaar, vriendelijk en open opstellen naar cliënten - fysieke loketten voor wmo in 2 dorpen - inloopspreekuren bij scholen - geen aanvraagformulieren gebruiken - geen kosten of lage kosten voor inwoners - actief werken aan geen of korte wachtlijsten voor het gbt - contact met cliënten warm houden - warme overdracht met ketenpartners

Wat is het doel?

- inwoners ervaren zo weinig mogelijk drempels als zij contact willen met het Gebiedsteam - bestaande cliënten ervaren geen drempels om in contact te blijven met het Gebiedsteam

Wat heeft het gbt ervoor nodig?

- plekken voor inloopspreekuren - netwerk met huisartsen en scholen - toegankelijke, vindbare informatie over het Gebiedsteam - laagdrempelige aanmeldprocedure

Good practice

- huisbezoeken afleggen - zoveel mogelijk contactmogelijkheden aanbieden (app, bellen, beeldbellen, mailen) - een vast contactpersoon voor cliënten

Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig getransformeerd gewerkt wordt, hoeveel draagt 'laagdrempelige toegang tot ondersteuning' naar uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland? (heel weinig, weinig, een beetje, veel, heel veel) 1ste lijn % veel of heel veel

2e lijn 81%

86%

Gbt 88%

In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen? (helemaal mee oneens, mee oneens, enigszins mee oneens, enigszins mee eens, mee eens, helemaal mee eens) 1ste lijn Het Gebiedsteam is voor inwoners laagdrempelig

% (helemaal) mee eens

2e lijn

50%

52%

Gbt

46%

71

RKC Opsterland

In de gemeente Opsterland is de toegang tot ondersteuning laagdrempelig

% (helemaal) mee eens

54%

50%

37%

4.4 Preventie en vroegsignalering Wat betekent Preventie en vroegsignalering? Gebiedsteammedewerkers denken bij preventie en vroegsignalering vooral aan het op tijd reageren op signalen, met als doel: zorgen dat je er vroeg bij bent. Preventie (eigenlijk vroeg signaleren) wordt gezien als een voorwaarde om aan de andere uitgangspunten te werken en vormt - samen met het versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht - de basis van de transformatie. Als problemen vroeg bekend zijn, dan kan verergering met lichte hulp en ondersteuning voorkomen worden en dan kun je voorliggende voorzieningen inzetten en kun je de inzet van duurdere vormen van zorg voorkomen of uitstellen.16 Als voorwaarde wordt daarbij wel genoemd dat het Gebiedsteam en de interventies laagdrempelig moeten zijn. Medewerkers denken in het kader van preventie ook, maar minder vaak, aan voorlichting, educatie en advies, niet alleen voor inwoners, maar ook voor professionals zelf.17 Preventie en vroegsignalering zijn voor mij hele belangrijke pijlers. We moeten hier nog meer op inzetten dan dat we al doen. Voor mij valt onder preventie de inzet van POH GGZ jeugd, de consulenten op scholen, de contacten met GGD, het opzetten van Kansrijke Start, het opzetten van een expertise team relatie en scheiding, contact met Code Hans, mantelzorg, contacten met dorpen.

We doen op dit gebied al heel veel en het is goed om te kijken wat we dan precies doen en of dat het juiste is. Bron: enquête gebiedsteam

Gebiedsteammedewerkers noemen een hele reeks manieren waarop in de praktijk aan preventie kan worden gewerkt. Een project waarbij medewerkers elkaar trainen op het herkennen van signalen van huiselijk geweld, afspraken met ketenpartners over hoe signalen met anderen gedeeld kunnen worden, vroegsignalering van schulden, contactpersonen per dorp, de Verwijsindex, het project Kansrijke start, het expertiseteam Relatie en scheiding, zorgteams op scholen en aansluiten bij schoolmaatschappelijk werk is daar een greep uit. In de meeste gevallen worden daarbij echter termen gebruikt als ‘zal worden opgestart’, ‘is net opgestart’, ‘zijn aan het ontwikkelen’, ‘er wordt gewerkt aan het realiseren van’, ‘er zijn plannen om’, ‘we willen gaan inzetten op’ etc. Bevindingen over Preventie en vroegsignalering zijn samengevat in tabel 4.4. Wat is het draagvlak voor Preventie en vroegsignalering? Tabel 4.4.1 Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig volgens de uitgangspunten gewerkt wordt, hoeveel draagt elke werkwijze naar (jo)uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland?

Preventie en vroegsignalering

heel weinig

weinig

een beetje

veel

heel veel

Aantal

Gebiedsteam

0%

0%

6%

47%

47%

34

0de lijn

0%

8%

25%

58%

8%

12

1ste lijn

4%

0%

15%

38%

42%

26

2e lijn

0%

5%

9%

47%

40%

58

16 17

Deze vorm van preventie wordt secundaire preventie genoemd. Deze vorm van preventie wordt primaire preventie genoemd. 72

RKC Opsterland

Het Gebiedsteam onderneemt op allerlei manieren initiatieven om aan de slag te gaan met preventie, want het draagvlak is heel groot, maar toch blijft dit het uitgangspunt waar ze zich tekort voelen schieten. En ook de andere professionals zijn van mening dat preventie en vroegsignalering uiterst belangrijk zijn, maar dat zowel het Gebiedsteam als andere partijen in Opsterland er onvoldoende aan toe komen. Wat is de stand van zaken van de voortgang? Tabel 4.4.2 Het gebiedsteam zet in op preventie en vroegsignalering

helemaal mee oneens

mee oneens

enigszins mee oneens

enigszins mee eens

mee eens

helemaal mee eens

Aantal

Gebiedsteam

0%

14%

17%

40%

23%

6%

35

0de lijn

0%

0%

25%

50%

25%

0%

8

1ste lijn

0%

13%

21%

33%

29%

4%

24

2e lijn

0%

2%

19%

31%

43%

5%

42

Aantal

Tabel 4.4.3 In de gemeente Opsterland wordt ingezet op preventie en vroegsignalering

helemaal mee oneens 0%

mee oneens 14%

enigszins mee oneens 17%

enigszins mee eens 40%

mee eens 23%

helemaal mee eens 6%

0de lijn

0%

0%

40%

40%

20%

0%

8

1ste lijn

0%

10%

19%

29%

43%

0%

21

2e lijn

0%

3%

15%

38%

43%

3%

40

Gebiedsteam

35

Als belangrijkste belemmering wordt de beschikbare tijd genoemd. Maar ook de deskundigheid ontbreekt: preventie is een specialistische en lastige opgave waarvoor je nauw moet samenwerken en het is haast onmogelijk om aan te tonen wat het oplevert. Voor individuele medewerkers ligt de prioriteit dan al snel bij een andere opgave. Eerstelijns (zorg)professionals noemen expliciet de aanwezigheid op scholen en de POH GGZ jeugd als sterke punten van het Gebiedsteam als het gaat om preventie en vroegsignalering. Voorliggende voorzieningen geven aan dat er te weinig met hen wordt samengewerkt en dat er te weinig doorverwijzingen komen vanuit het Gebiedsteam, het Gebiedsteam herkent deze signalen. In de praktijk wordt alleen structureel samengewerkt met enkele dorpssteunpunten en één zorgaanbieder die een indicatieloze dagbestedingsplek ontwikkelt. De samenwerking met Code Hans heeft ook nog geen structureel karakter. Tabel 4.4.4 Bevindingen over Preventie en vroegsignalering

Uitvoering in de praktijk door de ogen van het Gebiedsteam

Wat houdt het in?

- secundaire preventie: beginnende problematiek signaleren en naar de juiste partners doorleiden - secundaire preventie: adequaat reageren op signalen van ketenpartners over beginnende problematiek - primaire preventie: voorlichting, educatie en advies

73

RKC Opsterland

Hoe wordt eraan gewerkt?

- POH GGZ jeugd - inzetten voorliggende voorzieningen bij beginnende problematiek - versterken van eigen kracht van inwoners bij beginnende problematiek - trainen op herkennen van signalen - vroegsignalering van schulden (convenant) - aandachtsfunctionarissen eenzaamheid en huiselijk geweld - ontwikkelen van een divers pakket van initiatieven om tijdig te kunnen signaleren - subsidierelatie met Code Hans voor preventie van jeugdproblematiek

Wat is het doel?

- verergering van problematiek voorkomen - problematiek voorkomen - kosten in de toekomst voorkomen

Wat heeft het gbt ervoor nodig?

- kennis over wat werkt op het gebied van preventie - laagdrempelig zijn voor inwoners - samenwerking met 0de en 1ste lijn

Good practice

- één vast aanspreekpunt binnen het Gebiedsteam voor elke school - via een POH GGZ jeugd contact met elke huisarts - één contactpersoon voor de Wmo in elk dorp

Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig getransformeerd gewerkt wordt, hoeveel draagt 'Inzetten op preventie en vroegsignalering' naar uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland? (heel weinig, weinig, een beetje, veel, heel veel) 1ste lijn % veel of heel veel

2e lijn 81%

Gbt 86%

94%

In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen? (helemaal mee oneens, mee oneens, enigszins mee oneens, enigszins mee eens, mee eens, helemaal mee eens) 1ste lijn Het Gebiedsteam zet in op preventie en vroegsignalering

2e lijn

Gbt

% (helemaal) mee eens

33%

33%

29%

In de gemeente Opsterland wordt ingezet op preventie en vroegsignalering % (helemaal) mee eens

43%

46%

29%

74

RKC Opsterland

4.5 Kostenbewust handelen Wat betekent Kostenbewust handelen? Kostenbewust handelen houdt volgens de medewerkers in dat de inzet van zorg zo licht als mogelijk, maar zo zwaar als nodig is. Daarbij moet wel een duurzaam resultaat nagestreefd worden. Het doel is om kosten op de langere termijn te besparen. Veelal in gevallen waarin de verschillende wetgevingen schuren probeer ik inzichtelijk te maken wat het oplevert als we dit nu doen en wat het mogelijk aan kosten op andere domeinen kan besparen. Bron: enquête gebiedsteam

Versterken van zelfredzaamheid en preventie en vroegsignalering worden gezien als randvoorwaarden om kosten op langere termijn te besparen. Ik kijk altijd erg kritisch naar passende zorg en stel kritische vragen wanneer iets ingezet wordt. Daarnaast volg ik klanten en heb regelmatig contact met ze over de ingezette zorg. Om grotere problemen te voorkomen kies ik er soms voor om in het eerste termijn wel fors in te zetten zodat dit later (sneller) afgebouwd kan worden. Wanneer langdurige laagdrempelige zorg beter past zet ik daarop in. Dit schat ik in door eerst een brede / lange intake te doen en zelf eerst een aantal gesprekken aan te gaan om alles helder te krijgen.

Door kosten bespreekbaar te maken met ketenpartners en cliënten wordt ook hun kostenbewustzijn vergroot. Ketenpartners worden door het Gebiedsteam gecontroleerd op inzet en resultaten en aangesproken als de kosten opvallend hoog zijn, of de uitval (op papier) opvallend laag. Op basis van de enquêteresultaten van de ketenpartners kunnen we concluderen dat het Gebiedsteam van Opsterland een sterkere focus op kosten heeft dan dat ketenpartners gewend zijn van andere gemeenten. Bevindingen over Kostenbewust handelen zijn samengevat in tabel 4.5. Wat is het draagvlak voor Kostenbewust handelen? Tabel 4.5.1 Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig volgens de uitgangspunten gewerkt wordt, hoeveel draagt elke werkwijze naar (jo)uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland?

Kostenbewust handelen

heel weinig 3%

weinig 15%

een beetje 15%

veel 55%

heel veel 12%

Aantal 33

0de lijn

9%

27%

36%

18%

9%

11

1ste lijn

10%

40%

20%

25%

5%

20

2e lijn

5%

22%

31%

33%

9%

58

Gebiedsteam

Van kostenbewust handelen wordt gedacht dat dit het minste bijdraagt aan betere zorg en ondersteuning van inwoners van alle vijf uitgangspunten; het is ook meer een uitkomst van de transformatie dan een uitgangspunt. Dat wil overigens niet zeggen dat kostenbewust handelen onbelangrijk wordt gevonden. Gebiedsteammedewerkers zijn zich terdege bewust van de tekorten in het Sociaal Domein en de bezuinigingsopgave die er ligt. Ook de ketenpartners zijn zich bewust van deze tekorten, maar hebben niet dezelfde drive om de kosten te beperken als de medewerkers van het Gebiedsteam. 75

RKC Opsterland

Wat is de stand van zaken van Kostenbewust handelen? Tabel 4.5.2 Medewerkers van het gebiedsteam handelen kostenbewust

helemaal mee oneens 0%

mee oneens 0%

enigszins mee oneens 3%

enigszins mee eens 40%

mee eens 54%

helemaal mee eens 3%

0de lijn

20%

0%

0%

60%

20%

0%

5

1ste lijn

18%

0%

0%

36%

45%

0%

11

2e lijn

2%

2%

2%

23%

58%

12%

43

Gebiedsteam

Aant al 35

Tabel 4.5.3 In de gemeente Opsterland wordt door ketenpartners kostenbewust gehandeld

helemaal mee oneens 0%

mee oneens 9%

enigszins mee oneens 40%

enigszins mee eens 46%

mee eens 6%

helemaal mee eens 0%

Aant al 35

0de lijn

14%

0%

29%

29%

14%

14%

7

1ste lijn

20%

0%

10%

30%

40%

0%

10

2e lijn

0%

3%

0%

30%

63%

5%

40

Gebiedsteam

Opvallend is dat bijna de helft van de medewerkers van het Gebiedsteam vindt dat het eigen kostenbewust handelen toch nog beter kan. Als enige concrete belemmering wordt genoemd dat er onvoldoende informatie over de kosten van voorzieningen beschikbaar is, daar moet specifiek om gevraagd worden. Het Gebiedsteam is sterk van mening dat andere zorgprofessionals in Opsterland onvoldoende kostenbewust handelen. Zorgaanbieders zijn van mening dat de medewerkers van het Gebiedsteam en zij zelf wel voldoende kostenbewust handelen. Tabel 4.5.4 Bevindingen over Kostenbewust handelen

Uitvoering in de praktijk door de ogen van het Gebiedsteam

Wat houdt het in?

- de inzet van zorg is zo licht als mogelijk, maar zo zwaar als nodig - het resultaat is duurzaam

Hoe wordt eraan gewerkt?

- kosten bespreekbaar maken met ketenpartners, cliënten en verwijzers - evalueren en controleren van kosten / resultaten - creatieve oplossingen bedenken - integrale aanpak - versterken zelfredzaamheid en eigen kracht - inzetten voorliggende voorzieningen - normenkader voor de indicatie huishoudelijke hulp

Wat is het doel?

- kosten besparen op lange termijn

Wat heeft het gbt ervoor nodig?

- inzicht in kosten van zorg

Good practice

- omgekeerde toets

76

RKC Opsterland Stel dat in de dagelijkse praktijk volledig getransformeerd gewerkt wordt, hoeveel draagt 'Kostenbewust handelen' naar uw persoonlijke mening dan bij aan betere zorg en ondersteuning van de inwoners van Opsterland? (heel weinig, weinig, een beetje, veel, heel veel) 1ste lijn % veel of heel veel

45%

2e lijn 42%

Gbt 67%

In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen? (helemaal mee oneens, mee oneens, enigszins mee oneens, enigszins mee eens, mee eens, helemaal mee eens) 1ste lijn Medewerkers van het Gebiedsteam handelen kostenbewust

% (helemaal) mee eens

In de gemeente Opsterland wordt door ketenpartners kostenbewust gehandeld % (helemaal) mee eens

2e lijn

Gbt

45%

70%

57%

40%

68%

6%

Bijlage 5: Ingevuld normenkader Normen over de inrichting van de uitvoering

Toetsing

Het is duidelijk wie in de ambtelijke organisatie welke rol speelt in de uitvoering van de drie wetten. Het is duidelijk welke opdracht het Gebiedsteam heeft, welke taken tot het takenpakket van het Gebiedsteam behoren en welke taken elders (in de gemeentelijke organisatie of bij externe partijen) belegd zijn. De prestaties die het Gebiedsteam dient te leveren in het transformatief werken zijn eenduidig geformuleerd. De prestaties die gecontracteerde partijen dienen te leveren in het transformatief werken zijn eenduidig geformuleerd.

Deels voldaan

Normen over de rol van het Gebiedsteam in de uitvoering De kosten van de uitvoering door het Gebiedsteam zijn inzichtelijk. De kosten van de uitvoering door het Gebiedsteam staan in verhouding tot de taken. De caseload van een gebiedsteammedewerker is bekend. De caseload van een gebiedsteammedewerker in Opsterland is vergelijkbaar met die van gebiedsteammedewerkers van andere gemeenten. De kwalitatieve normen voor de uitvoering door het Gebiedsteam zijn inzichtelijk. De kwalitatieve controle ondersteunt de uitvoering door het Gebiedsteam. De administratieve organisatie ondersteunt de uitvoering door het Gebiedsteam.

Toetsing Niet voldaan Deels voldaan Niet voldaan Niet beoordeeld18 Niet voldaan Niet voldaan Voldaan

Normen over de positie van cliënten

Toetsing

Onafhankelijke cliëntondersteuning wordt in de praktijk op een passende manier beschikbaar gesteld aan cliënten.

deels voldaan

18

Deels voldaan Niet voldaan Niet voldaan

Nu hierover geen gegevens bekend zijn, kan ook geen benchmark worden gedaan.

77

RKC Opsterland Klachten van inwoners worden op een adequate manier afgehandeld.

voldaan

Het college past de opdracht aan het Gebiedsteam adequaat aan op basis van uitkomsten van klachtenprocedures.

deels voldaan

Het college monitort ervaringen en tevredenheid van cliënten.

deels voldaan

Het college past het beleid adequaat aan op basis van uitkomsten van cliëntonderzoeken.

niet van toepassing

Normen over de praktijk van het Integraal werken ‘Integrale aanpak’ is eenduidig gedefinieerd in beleid en werkprocessen en uitvoering. Er is onder GBT-medewerkers voldoende draagvlak voor een ‘Integrale aanpak’. Er is onder ketenpartners voldoende draagvlak voor een ‘Integrale aanpak’. GBT-medewerkers waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Integrale aanpak’ positief. Cliënten / adviesorganen waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Integrale aanpak’ positief. Ketenpartners waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Integrale aanpak’ positief.

Toetsing Deels voldaan Voldaan Voldaan Deels voldaan

Normen over de praktijk van het Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht ‘Stimuleren eigen regie en verantwoordelijkheid’ is eenduidig gedefinieerd in beleid en werkprocessen en uitvoering. Er is onder GBT-medewerkers voldoende draagvlak voor ‘Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht’. Er is onder ketenpartners voldoende draagvlak voor ‘Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht’. GBT-medewerkers waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht’ positief. Cliënten / adviesorganen waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht’ positief. Zorgprofessionals (0de, 1e en 2e lijn) waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht’ positief.

Toetsing Voldaan

Normen over de praktijk van de Laagdrempelige toegang ‘Laagdrempelige toegang van het Gebiedsteam’ is eenduidig gedefinieerd in beleid en werkprocessen en uitvoering Er is onder GBT-medewerkers voldoende draagvlak voor een ‘Laagdrempelige toegang’. Er is onder ketenpartners voldoende draagvlak voor een ‘Laagdrempelige toegang’. GBT-medewerkers waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Laagdrempelige toegang’ positief. Cliënten / adviesorganen waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Laagdrempelige toegang’ positief. Zorgprofessionals (0de, 1e en 2e lijn) waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Laagdrempelige toegang’ positief.

Toetsing Deels voldaan

Normen over de praktijk van Preventie en vroegsignalering ‘Preventie en vroegsignalering’ is eenduidig gedefinieerd in beleid en werkprocessen uitvoering. Er is onder GBT-medewerkers voldoende draagvlak voor een ‘Preventie en vroegsignalering’. Er is onder ketenpartners voldoende draagvlak voor een ‘Preventie en vroegsignalering’. GBT-medewerkers waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Preventie en vroegsignalering’ positief. Cliënten / adviesorganen waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Preventie en vroegsignalering’ positief. Zorgprofessionals (0de, 1e en 2e lijn) waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘Preventie en vroegsignalering’ positief.

Toetsing Deels voldaan

Deels voldaan Deels voldaan

Voldaan Deels voldaan Niet voldaan Deels voldaan Deels voldaan

Voldaan Voldaan Niet voldaan Deels voldaan Niet voldaan

Voldaan Voldaan Niet voldaan Onvoldoende data Niet voldaan

78

RKC Opsterland Normen over het Kostenbewustzijn in de praktijk ‘Kostenbewustzijn’ is eenduidig gedefinieerd in beleid en werkprocessen en uitvoering. Er is onder GBT-medewerkers voldoende draagvlak voor ‘kostenbewustzijn’. Er is onder ketenpartners voldoende draagvlak voor ‘kostenbewustzijn’. GBT-medewerkers waarderen hun handelen op het gebied van ‘kostenbewustzijn’ positief. Cliënten / adviesorganen waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘kostenbewustzijn’ positief. Zorgprofessionals (0de, 1e en 2e lijn) waarderen de stand van zaken op het gebied van ‘kostenbewustzijn’ positief.

Toetsing Deels voldaan Voldaan Niet voldaan Voldaan Deels voldaan

Normen over de samenwerking GBT en overige medewerkers binnen het gemeentehuis zijn positief over de onderlinge samenwerking GBT en zorgaanbieders zijn positief over de onderlinge samenwerking GBT en eerstelijns (zorg)professionals zijn positief over de onderlinge samenwerking GBT en voorliggende voorzieningen zijn positief over de onderlinge samenwerking

Toetsing Voldaan

Normen over de rol van de raad

Toetsing

De raad heeft de ambities van het beleid vastgesteld. Er zijn afspraken gemaakt over verantwoordingsinformatie.

Voldaan Voldaan

Het college legt conform de afspraken verantwoording af. De raad ontvangt genoeg informatie om een controlerende functie te kunnen uitoefenen; De raad heeft naar aanleiding van de informatie actief gecontroleerd en indien nodig de kaders bijgesteld. De raad heeft interesse en betrokkenheid getoond in de uitvoering door het Gebiedsteam (evt toevoegen: door middel van werkbezoek, informeel contact, raadsvragen).

Voldaan Deels voldaan Voldaan

De raad heeft zicht op de voor de komende periode te maken keuzes en te stellen kaders.

Voldaan

Deels voldaan

Voldaan Voldaan Niet voldaan

Voldaan

79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=42e755b7-cb2d-4ebd-8abe-22b640e9feca