CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapport rkc-onderzoek Gebiedsteam.pdf

Raadsvergadering 17 januari 2022, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Rekenkamercommissie Gebiedsteam34.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RKC Opsterland

Gebiedsteam Opsterland De rol van het gebiedsteam bij de transformatie van het sociaal domein oktober 2021

RKC Opsterland

Colofon Samenstelling rekenkamercommissie Opsterland Voorzitter Tiny Ruiter Externe leden Hanneke Vervoort Frans Haven Secretaris Jellie Rijpma

Email: rekenkamercommissie@opsterland.nl

RKC Opsterland Voorwoord In september 2017 heeft onze rekenkamercommissie de resultaten van een – Friesland breed – onderzoek naar de Wmo 2015 gepresenteerd. In het onderzoek werd destijds onder meer geconcludeerd dat: “…brede en integrale invulling van de taken van de gebiedsteams, zoals beschreven in de Contourennotitie Gebiedsteams (augustus 2014) nog onvoldoende werkte. Preventief werken, het organiseren van meer samenwerking en samenhang met maatschappelijke organisaties en het medische domein zijn zaken die nog gemist worden.” Na afronding van de transitie zou de transformatie in het sociaal domein moeten volgen: de menselijke maat, de burger aan zet, de gemeente faciliteert organisaties en het informele netwerk in het dorp, sluit aan bij initiatieven uit het dorp om mogelijke problemen te voorkomen en vroegtijdig signalen op te pikken. We onderzochten nu welke beleidskeuzes de gemeente Opsterland heeft gemaakt in het sociaal domein (zoals opgenomen in de Visie op de decentralisaties, het Beleidsplan en de Ontwikkelagenda) om de bedoelde transformatie tot stand te brengen.

Het onderzoek laat zien op welke wijze het gebiedsteam in de praktijk handelt: door welke handelingen, activiteiten en gedragingen werken ze aan de uitgangspunten van de transformatie? Dan gaat het niet alleen om het handelen van het gebiedsteam zelf, maar ook om de samenwerking met inwoners en andere partijen zoals zorgaanbieders en ketenpartners. Het onderzoek brengt niet alleen in beeld wat de medewerkers en ketenpartners doen, maar vooral ook hoe ze zelf de voortgang op deze uitgangspunten waarderen: hoever denken zij dat de gemeente is met de transformatie sociaal domein? Het rapport bestaat dus voor een deel uit een beleidsevaluatie en voor een belangrijk deel uit ervaringen van de gebiedsteammedewerkers, de zorgorganisaties, ketenpartners en inwoners. Ons beeld is dat de gemeente Opsterland het gebiedsteam heeft ontwikkeld tot een goed functionerend onderdeel van de gemeente. Natuurlijk kan de werkwijze van de teams nog wel iets verbeterd worden. Daarvoor hebben wij conclusies en aanbevelingen geformuleerd die in onze ogen beleid en uitvoering kunnen verbeteren. Graag maak ik op deze plaats gebruik van de gelegenheid om het onderzoeksbureau Domenie Doelgericht Onderzoek dank te zeggen voor het verrichte veldwerk en voor de samenwerking. Wij bedanken de ambtelijke organisatie van de gemeente Opsterland voor hun constructieve samenwerking bij dit onderzoek.

Ook de andere geïnterviewden zijn we veel dank verschuldigd. Een speciaal woord van dank is hier op zijn plaats voor de inwoners die meegewerkt hebben aan ons onderzoek door hun ervaringen met het gebiedsteam met ons te delen.

Tiny Ruiter, voorzitter rekenkamercommissie

RKC Opsterland

RKC Opsterland Inhoudsopgave Conclusies en Aanbevelingen ...................................................................................1 Bestuurlijke reactie van het college van B&W ..............................................................4 Nawoord van de Rekenkamercommissie......................................................................6 1

Inleiding .....................................................................................................7

1.1 Aanleiding en achtergrond ................................................................................ 7 1.2 Onderzoeksvragen ......................................................................................... 8 1.3 Onderzoekverantwoording .............................................................................. 10 1.4 Begrippenkader ....................................................................................... 12 1.5 Leeswijzer ....................................................................................... 12 2 Doelen van de transformatie in Opsterland ........................................................ 13 2.1 Doelen bij aanvang van de decentralisatie ........................................................... 13 2.2 Aanpassing van doelen en kaders ....................................................................... 13 2.3 De raad krijgt veel informatie, maar voelt geen grip ............................................... 15 3 De uitvoering van de transformatie ....................................................................... 18 3.1 Gebiedsteam: wel taken, geen concrete opdracht .................................................. 18 3.2 Samenwerking binnen en buiten het gemeentehuis .................................................

20 3.3 Kosten van en controle op de kwaliteit van het Gebiedsteam ..................................... 26 3.4 Inwoners in beeld ....................................................................................... 31 4 De transformatie in de praktijk ............................................................................ 33 4.1 Integraal werken ....................................................................................... 33 4.2 Versterken van zelfredzaamheid en eigen kracht .................................................... 35 4.3 Laagdrempelige toegang tot ondersteuning .......................................................... 36 4.4 Preventie en vroegsignalering .......................................................................... 37 4.5 Kostenbewust handelen .................................................................................. 38 4.6 Succesfactoren en belemmeringen ..................................................................... 39 5 Transformatie in Opsterland ............................................................................... 42 5.1 Inrichting van de uitvoering ............................................................................. 42 5.2 De praktijk van de uitvoering in beeld ................................................................

45 5.3 Raad: geïnformeerd, maar niet ‘in control’ .......................................................... 48 5.4 De transformatie in Opsterland nader beschouwd ................................................... 49 6 Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 53 6.1 Beantwoording onderzoeksvragen ...................................................................... 53 Bijlagen ........................................................................................................... 55 Bijlage 1: overzicht gesprekspartners ...................................................................... 55 Bijlage 2: bronnen en literatuur ............................................................................ 56 Bijlage 3: verantwoording enquêtes ........................................................................ 59 Bijlage 4: de uitgangspunten van de transformatie ...................................................... 63 Bijlage 5: Ingevuld normenkader ............................................................................ 77

RKC Opsterland Conclusies en Aanbevelingen CONCLUSIES De rekenkamercommissie onderzocht hoe het gebiedsteam in Opsterland de overgang van de taken in het sociaal domein uitvoert en wat zorgorganisaties, ketenpartners en inwoners hiervan vinden. Het blijkt dat het gebiedsteam zich volop inzet voor de inwoners. Ketenpartners en inwoners zijn tevreden met het team. Dat komt door de goed bereikbare, kostenbewuste, slagvaardige en op samenwerking gerichte en ervaren medewerkers in het team. In het beleid voor het team ontbreekt echter een concrete opdracht met meetbare doelen. Hierdoor zijn rapportages minder doelgericht en is het voor de raad lastig te sturen en kaders te stellen. Ook maakt Opsterland nog te weinig gebruik van de kennis en ervaring van de grotere ketenpartners voordat het gemeentelijk beleid op wordt gesteld. Hier is nog ruimte voor verbetering. I - HET GEBIEDSTEAM ZET ZICH VOLOP IN VOOR DE INWONERS Uit het onderzoek blijkt dat zeven jaar na de overgang van de taken in het sociaal domein het gebiedsteam van Opsterland goed functioneert en bijna geheel volgens de uitgangspunten van de transformatie in het sociaal domein werkt. Inwoners die met het team te maken hadden zijn tevreden. Ze voelen zich serieus genomen en het contact vinden ze prettig. Inwoners geven de ambtenaren een 8,1 en de zorgaanbieders een 8,0. Deze tevredenheid stijgt sinds 2018.

Het aantal klachten is al jaren laag. En vrijwel alle zorgaanbieders zijn tevreden over de samenwerking met het team. De lijnen zijn kort en de medewerkers van het team richten zich op het welzijn van de inwoners. Het team werkt naar eigen zeggen ook intern uitstekend samen. Het gebiedsteam en de zorgaanbieders hebben hard gewerkt om de toegang tot zorg zo gemakkelijk mogelijk te maken. Eensgezind vindt men dat hierop vooruitgang is geboekt. Maar toch zijn ambtenaren en zorgaanbieders nog niet tevreden omdat hulp vragen door inwoners moeilijk blijft. Inwoners die het gebiedsteam al wel kennen zijn desgevraagd veel positiever dan het gebiedsteam. Uit het onderzoek blijkt verder dat de medewerkers voldoende tijd hebben voor individuele inwoners en daarbij een acceptabele werkdruk ervaren. Voor de algemenere beleidstaken zoals ‘samenlevingsopbouw’ en ‘vroegsignalering’ hebben de meeste medewerkers niet genoeg tijd. II - A FSPRAKEN MET HET GEBIEDSTEAM EN EXTERNE ORGANISATIES KUNNEN BETER Door fors oplopende kosten van de zorg moest het team hierop letten. Om dit te kunnen volgen maakte de gemeente in 2019 een ‘dashboard’ dat cijfers van de inzet van zorg toont. Deze wat cijfermatige benadering slaat nog niet bij alle medewerkers aan. Met 35 voltijdsmedewerkers is het team inmiddels een groot onderdeel van de gemeentelijke organisatie.

De kosten van het team zijn sinds 2017 met 20% gestegen door het aannemen van nieuwe medewerkers. Het aantal medewerkers wordt niet door kengetallen maar door inschattingen van de manager bepaald. Nieuwe taken worden soms ingepast. De werkdruk wordt niet gemeten. Medewerkers hebben een grote vrijheid in het opstellen van plannen. Voor de inzet van zorg is geen protocol. Collega’s of leidinggevenden bekijken niet elk zorgplan, alleen als een ambtenaar dat zelf vraagt. De taken van iedere medewerker zijn duidelijk vanuit de drie wetten maar het team heeft geen uitgeschreven concrete opdracht met meetbare doelen waarmee een rapportage over de werkzaamheden kan worden gemaakt. Als inwoners zelf of in hun omgeving hun problemen oplossen dan hoeft de gemeente niet in te springen. Deze ‘eigen kracht’ probeert de gemeente te vergroten maar de medewerkers van het 1

RKC Opsterland gebiedsteam zijn hierover niet zo positief gestemd. De helft vindt dat hiervoor te weinig tijd is. Ook om dat het lang duurt voor het vrucht draagt en daardoor in aanloop nogal duur kan zijn. Tot slot is niet afgesproken wie hiervoor verantwoordelijk is: gemeente of ketenpartners. Uit het onderzoek blijkt dat gemeente noch zorgaanbieders uit zichzelf altijd inwoners wijzen op de mogelijkheid van een ‘onafhankelijke cliëntondersteuner’. Dit blijkt in de praktijk ook niet nodig omdat de meeste mensen wel iemand kennen die ze helpt. III - BELEID, UITVOERING EN RAPPORTAGE ZIJN ONVOLDOENDE MET ELKAAR IN LIJN In de nieuwste beleidsplannen van de gemeente is ook aandacht voor algemene taken zoals ‘vroegsignalering’ en ‘preventie’. Uit het onderzoek blijkt dat dit nieuwe beleid in de ‘ontwikkelagenda’ nogal ruim is geformuleerd zonder meetbare doelen. Het gebiedsteam besteed de meeste tijd aan individuele inwoners en houdt weinig tijd over voor deze algemene taken. Omdat het gebiedsteam geen concrete opdracht heeft, kan ook hieraan het nieuwe beleid niet worden gekoppeld. Hierdoor bestaat het risico dat het beleid en de uitvoering uiteen gaan lopen. Bovendien rapporteert het dashboard over andere streefcijfers dan de doelen uit de beleidsplannen. De koppeling tussen beleid, uitvoering en rapportage is dus niet optimaal.

Uit het onderzoek bleek ook dat een klein deel van de medewerkers vindt dat samenwerking tussen het gebiedsteam en de beleidsafdeling beter kan. Ze voelen afstand tussen theorie en praktijk. Een ander punt dat uit het onderzoek naar voren kwam is de taak van dorpssteunpunten. Het beleid hierover schiet tekort omdat elk dorp dit op een eigen wijze doet. Ze hebben geen opdracht van de gemeente en dit leidt soms tot onduidelijkheid. De samenwerking met de steunpunten vraagt verbetering. Daar wordt aan gewerkt en krijgt aandacht in het recente ‘preventieplan’. IV - DE EXTERNE ORGANISATIES WAARMEE DE GEMEENTE SAMENWERKT KUNNEN MEER BIJDRAGEN Uit het onderzoek blijkt dat de medewerkers van het team zelf vinden dat zij niet alleen verantwoordelijk zouden moeten zijn voor het bereiken van de beleidsdoelen maar dat andere afdelingen bij de gemeente, de externe partners en de inwoners dat ook zijn. Toch is daarmee niet gezegd dat het dan ook zo werkt. Zorgaanbieders en het gebiedsteam zien dan wel veel voordelen in ‘integraal werken’. Maar bij huisartsen en andere eerstelijns professionals is dat een stuk minder. Integraal werken, versterken van eigen kracht en kostenbewustzijn zien zij veel minder zitten. Die onderdelen van het gemeentelijke beleid nemen zij dus niet zo maar over. Overigens heeft de gemeente met nog maar één zorgaanbieder hierover afspraken kunnen maken.

Uit het onderzoek blijkt dat verder dat slechts 12% van de ondervraagde aanbieders zich hiervoor medeverantwoordelijk voelt. Praktisch is het voor aanbieders ook wel lastig om aan te sluiten op het beleid van alle gemeenten waar ze voor werken aan te sluiten. Voor de gemeente is het beheersen van de kosten een bittere noodzaak. Medewerkers van het gebiedsteam zijn zich hiervan terdege bewust. In het onderzoek valt echter op dat externe partners dat bewustzijn minder hebben. Ze hebben niet hetzelfde financiële belang als de gemeente. Een kostenbesparing voor de gemeente is voor hen immers gemiste omzet. De ambtenaren van het gebiedsteam storen zich hieraan. Over zorgplannen is tussen ambtenaar en zorgverlener soms discussie. Uit het onderzoek blijkt dat de ambtenaar dit als ‘veel en pittig’ ervaart terwijl de zorgverlener de discussies ‘beperkt en prettig’ vindt. Dat komt omdat zorgaanbieders dit vergelijken met andere, kennelijk lastiger gemeenten.

2

RKC Opsterland V - DE GEMEENTERAAD KAN NA ZEVEN JAAR NOG STEEDS TE WEINIG CONTROLEREN De raad krijgt wel veel en ook vaak informatie over het sociaal domein en het gebiedsteam. Maar veel informatie is cijfermatig en hangt samen met kosten. Informatie over maatschappelijke effecten ontbreekt terwijl raadsleden juist hiernaar vragen. Tijdens de vele bijeenkomsten hierover stelt de raad vragen en die worden beantwoord. Maar toch heeft de raad uiteindelijk na alle bijeenkomsten en informatie in zekere mate het gevoel alleen bij de begroting mee te beslissen. Echte grip op de materie ontbreekt na zeven jaar sociaal domein nog steeds. Dit komt ook doordat in het sociaal domein naast de kosten maar nauwelijks meetbare doelen vast zijn gesteld. AANBEVELINGEN De rekenkamercommissie komt tot de volgende aanbevelingen voor de gemeenteraad van Opsterland: 1 – VERBETER HET BELEID MET MEETBARE DOELEN Geef het college opdracht om het beleid in de ‘ontwikkelagenda’ en ‘preventieagenda’ te voorzien van meetbare doelen en aansluitende indicatoren. Geef het gebiedsteam ook een concrete opdracht met eigen meetbare doelen en indicatoren. Deze meetbare doelen en indicatoren zijn de basis van de begroting en de rapportage aan de raad. Hiermee is het gevaar af te wenden dat beleid, uitvoering en rapportage uiteen gaan lopen.

2 - STEL ALGEMEEN BELEID OP IN OVERLEG MET EXTERNE PARTNERS ZODAT HET UITVOERBAAR IS Geef het college opdracht het beleid over de doelen in de ‘transformatie’ op te stellen samen met externe partners en eigen mensen in het gebiedsteam. Sluit aan bij werkwijzen die zorgaanbieders goed uit kunnen voeren en waarvoor ze verantwoording kunnen dragen. Leer van wat zorgaanbieders al bij andere gemeenten doen en hebben opgestoken. Maak van dat overleg tweerichtingsverkeer. Doe hetzelfde met de dorpssteunpunten en stel ook daarvoor duidelijk beleid en een gezamenlijke werkwijze op. 3 – LAAT DE RAAD DE KADERS VAN BELEID VASTSTELLEN EN CONTROLEREN OP DE MEETBARE DOELEN Geef het college opdracht de raad jaarlijks bij de begroting de voorgestelde meetbare doelen en indicatoren in het sociaal domein goed te keuren. De rapportages gedurende het jaar moeten informatie over de voortgang op de goedgekeurde resultaten tonen. Zo krijgt de raad gelegenheid zijn controlerende taak uit te voeren.

3

RKC Opsterland Bestuurlijke reactie van het college van B&W

Geachte rekenkamercommissie, U heeft ons op 5 oktober 2021 de resultaten van uw onderzoek naar het gebiedsteam in Opsterland gestuurd. Wij danken u voor uw onderzoek en de gelegenheid om onze reactie te geven voor u het rapport naar de gemeenteraad stuurt. Conclusies en aanbevelingen Wij zijn verheugd te lezen dat uit uw onderzoek naar voren komt dat zowel inwoners, zorgaanbieders als medewerkers tevreden zijn over het Gebiedsteam. Wij zien ook dat het Gebiedsteam de afgelopen jaren een enorme prestatie heeft geleverd. De overheveling naar de gemeente van taken op het gebied van Wmo, Jeugdwet en Participatiewet in 2015 en de te lage rijksbijdrage voor de uitvoering daarvan maakten het werk lastig. De uitvoering van deze voor de gemeente nieuwe taken betekende een ingewikkeld transitieproces in de eerste jaren. Hoe richten we het team in, hoe zorgen we voor een adequate ondersteunende bedrijfsvoering, hoe zorgen we voor goed toegeruste medewerkers, welke afspraken maken we over inkoop en met zorgaanbieders, hoe geven we vorm aan de samenwerking met de (nieuwe) samenwerkingspartners? Dat waren nog maar enkele van de vragen die we moesten beantwoorden, terwijl de winkel gewoon open moest blijven. Pas na de transitie kon begonnen worden met de transformatie, die betrekking heeft op de werkwijze en sturing en de manier van samenwerken met inwoners en externe partners.

Dit proces is nog steeds gaande. Er komen overigens ook nieuwe veranderingen in het sociaal domein, waarop we moeten reageren en ons werk aanpassen. Die veranderingen gaan gepaard met nieuwe taken. U meldt in uw conclusies dat het Gebiedsteam geen concrete opdracht heeft gekregen. Net zoals bij andere teams in onze organisatie gelden voor het Gebiedsteam de kaders die zijn vastgelegd in de wet en in gemeentelijk beleid en regelgeving, zoals verordeningen en beleidsregels. De inhoudelijke opdracht is vastgelegd in onze koers voor het sociaal domein: iedere inwoner krijgt de hulp die hij/zij nodig heeft. Het team werkt vooral op basis van de hulp- en ondersteuningsvraag van inwoners. De Gebiedsteam-medewerkers zijn gecertificeerde professionals, die goed in staat zijn om op basis van onderzoek die vraag te beoordelen en de benodigde inzet van ondersteuning of hulp te bepalen. Wij geven de raad regelmatig informatie. Dat doen wij bij de begroting en de jaarverantwoording en veelvuldig bij klankbordbijeenkomsten. We zijn aan het onderzoeken hoe we de maatschappelijke effecten en onze invloed daarop beter in beeld kunnen krijgen. We doen dat door de data die we hebben, te duiden. U komt tot de volgende aanbevelingen voor de gemeenteraad van Opsterland. 1.

Verbeter het beleid met meetbare doelen Zoals hierboven toegelicht is het niet eenvoudig om maatschappelijke effecten in beeld te krijgen en daarmee meetbare doelen op te stellen. Wij staan open voor concrete suggesties om de maatschappelijke effecten meetbaar te maken. Daar waar mogelijk proberen we onze inzet al zo veel mogelijk zichtbaar te maken. De raad heeft, als uitwerking van de Ontwikkelagenda Inclusieve samenleving, de uitgangspunten uit Koers Sociaal domein en de Preventieagenda Sociaal domein 4

RKC Opsterland Opsterland 2021-2030 vastgesteld. Hierin zijn zowel doelen als resultaten opgenomen. Over de voortgang wordt gerapporteerd in de jaarverantwoording en in klankbordbijeenkomsten. Daarnaast hebben wij een monitor ontwikkeld waarmee we de vinger aan de pols houden over uitgaven, hoeveelheid cliënten, beschikkingen etc. Deze monitor is nog volop in ontwikkeling en wordt steeds verder verfijnd. De monitor wordt periodiek besproken in de klankbordbijeenkomsten. Naar ons oordeel zijn wij al volop bezig met deze aanbeveling. 2. Stel algemeen beleid op in overleg met externe partners zodat het uitvoerbaar is Wij zijn voorstander van overleg met alle partijen in het sociaal domein, ook de zorgaanbieders. Hierbij moeten we wel rekening houden met ieders rol en verantwoordelijkheden. Het is de gemeente die het beleid vaststelt en in de rol van opdrachtgever contracten sluit met zorgaanbieders. Binnen deze rolverdeling van opdrachtgever en opdrachtnemer wordt samengewerkt bij de realisatie van de gezamenlijke maatschappelijke opgaven. Uiteraard wordt de input van zorgaanbieders betrokken bij het maken van beleid. Het beleid moet immers ook uitvoerbaar zijn. U noemt bij deze aanbeveling ook de dorpssteunpunten. De preventieagenda wordt nog verder uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Hierin wordt ook concreter gemaakt op welke wijze er samengewerkt wordt, en wie welke rol heeft.

Dit wordt dus nog verder uitgewerkt. Door beleid en uitvoering wordt hier integraal aan gewerkt, zodat er uitvoeringsplannen komen die ook uitvoerbaar zijn. 3. Laat de raad de kaders van beleid vaststellen en controleren op de meetbare doelen Zoals bij aanbeveling 1 aangegeven, ontwikkelen wij beleid en uitvoering voortdurend door. Het is een kerntaak van de raad om kaders en beleid vast te stellen en daarop te controleren. Wij dragen daar graag aan bij door de raad regelmatig en op verschillende manieren te informeren. Tot slot Wij reageren graag nog op een specifiek punt in uw eerste conclusie. U merkt daar op dat hulp vragen door inwoners moeilijk blijft. Wij herkennen dit signaal en blijven eraan werken om de toegang tot de ondersteuning en hulp, en onze dienstverlening te verbeteren.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

Marjan van der Weij

Ellen van Selm

5

RKC Opsterland Nawoord van de Rekenkamercommissie Het college onderschrijft voor een deel onze conclusies en aanbevelingen. Hier is de rekenkamercommissie blij mee. Maar wat ons opvalt, is dat het college van mening blijft dat de medewerkers van de gebiedsteams voldoende hebben aan de kaders van de wet en het gemeentelijkbeleid, de bijbehorende regelgeving en de koers zoals vastgelegd voor het sociaal domein, om hun werk uit te kunnen uitvoeren. Uit het onderzoek is duidelijk gebleken dat het anders wordt ervaren door de medewerkers van het gebiedsteam. De rekenkamercommissie is en blijft van mening dat de gebiedsteams een duidelijk omschreven opdracht verdienen. Hierin kunnen de algemene doelen uit de wet en het gemeentelijke beleid worden uitgewerkt. Wij willen het belang van een onafhankelijke clientondersteuner ook hier onder de aandacht brengen. Deze functionaris heeft alle kennis in huis om de client bij zijn ondersteuningsvraag te ondersteunen, hetgeen niet altijd verwacht kan worden van een behulpzame kennis. In onze ogen dient dit vooraf aan iedere inwoner duidelijk kenbaar te worden gemaakt. De beoordeling van de informatie van het college aan de raad over de uitvoering en het behalen van de door de raad te behalen resultaten, is nu aan de raad zelf.

6

RKC Opsterland 1

Inleiding

1.1 Aanleiding en achtergrond 1.1.1 Aanleiding Dit rekenkameronderzoek gaat in op de stand van zaken van de transformatie in het Sociaal Domein. Het geeft een beeld van de transformatie vanuit het perspectief (en de werkwijze) van het Gebiedsteam. Het gaat in op vragen als: is de toegang tot ondersteuning via het Gebiedsteam laagdrempelig en weet het Gebiedsteam de zorg- en ondersteuning integraal te organiseren? Wordt er preventief gewerkt en is er sprake van vroegsignalering? Verder gaat het om de vraag of het Gebiedsteam in staat is om zowel met inwoners, voorliggende voorzieningen als met zorgorganisaties goed samen te werken? Ook wordt ingegaan op het kostenbewust handelen van het Gebiedsteam. 1.1.2 Achtergrond De gemeente Opsterland is bij de decentralisaties in het Sociaal Domein in 2015 gestart met één Gebiedsteam met één loket in Beetsterzwaag en twee spreekuurpunten in Gorredijk en Ureterp. Het Gebiedsteam maakt onderdeel uit van de gemeentelijke organisatie en vormt de lokale toegang voor alle inwoners met ondersteuningsvragen op het gebied van het brede sociaal domein (wonen, welzijn, zorg, werk & inkomen en jeugd & gezin, Beleidsplan Drie Decentralisaties 2015-2018). Vanuit deze toegang moet de verschuiving worden gerealiseerd van dure, specialistische vormen van ondersteuning, naar de goedkopere, generalistische vormen van ondersteuning.

Uit bestudeerde beleidsdocumenten van Opsterland blijkt dat het Gebiedsteam een belangrijke rol speelt in de transformatie en dat het aanpassen van taakgebieden, samenstelling en werkwijze van het Gebiedsteam door de gemeente wordt ingezet om een volgende stap in de transformatie te bereiken. Er is daarmee alle reden om de werkwijze van het Gebiedsteam te onderzoeken om zo een beeld te krijgen hoe de transformatie in het Sociaal Domein zich in de dagelijkse praktijk voltrekt. 1.1.3 Doel onderzoek Het doel van dit onderzoek is om de raad inzicht te geven in werkwijze van het Gebiedsteam in de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet en daarbij te beoordelen of door deze werkwijze wordt voldaan aan de uitgangspunten van de transformatie in het Sociaal Domein zoals beoogd door de wetgever bij het opstellen van de wetten. De vraag is in het kort: hoe ver is de gemeente Opsterland met de transformatie? De voortgang van de transformatie in het sociaal domein in de gemeente Opsterland wordt beoordeeld aan de hand van de door de onderzoekers geconstrueerde uitgangspunten van de transformatie: 1. 2. 3. 4. 5.

Het hanteren van een integrale aanpak (1 gezin, 1 plan, 1 regisseur); Het stimuleren van eigen regie en verantwoordelijkheid; Het bieden van laagdrempelige toegang tot ondersteuning; Het inzetten op preventie en vroegsignalering; Het hebben van kostenbewustzijn.

Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de transformatie zoals opgenomen in de memorie van toelichting bij de Jeugdwet en de WMO. Deze uitgangspunten omvatten ook de 7

RKC Opsterland meeste genoemde doelen van de transformatie zoals veelvuldig toegepast in onderzoeken naar de transformatie in het sociaal domein. Van iedere gemeente in Nederland wordt verwacht dat zij vorm en inhoud geven aan deze uitgangspunten in hun beleid en uitvoering in het sociaal domein. Dit onderzoek brengt in beeld welke beleidskeuzes de gemeente Opsterland maakt in het sociaal domein (zoals opgenomen in de Visie op de decentralisaties, het Beleidsplan en de Ontwikkelagenda). Verder brengt dit onderzoek in beeld op welke wijze het Gebiedsteam in de praktijk handelt: door welke handelingen, activiteiten en gedragingen werken ze aan deze uitgangspunten van de transformatie? Daarbij gaat het niet alleen om het handelen van het Gebiedsteam zelf, maar ook om de praktische samenwerking met inwoners en andere partijen. Daarbij wordt niet alleen in beeld gebracht wat de medewerkers en ketenpartners doen, maar ook hoe ze zelf de voortgang op deze uitgangspunten waarderen: hoever denken zij dat de gemeente is met de transformatie sociaal domein? 1.1.4 Scope Dit rekenkameronderzoek richt zich met name op de meer recente jaren 2018-2020. Het beschrijvend deel van het onderzoek gaat vooral in op de werkwijze van het Gebiedsteam in deze periode. Het beleid dat in 2018 nog gold, maar eerder is opgesteld, wordt uiteraard wel meegenomen in het onderzoek.

Voor de beleving wordt wel iets verder teruggekeken om zo een beeld van de ontwikkeling te krijgen. Een andere belangrijke afbakening van het onderzoek is dat het niet gaat om het in beeld brengen van de maatschappelijke effecten, dat zou een heel nader onderzoek vergen.

1.2 Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag is: Op welke wijze geeft het gebiedsteam in de praktijk vorm aan de uitgangspunten van de transformatie sociaal domein, wat is in de beleving van alle betrokken partijen de stand van zaken van de voortgang van de transformatie en wat is de rol van de raad daarin geweest in de periode 2018-2020? 1. Hoe is de uitvoering georganiseerd en welke rol speelt het gebiedsteam daarbij? a. Hoe zijn de taken in het sociaal domein georganiseerd en welke rol speelt het gebiedsteam daarin? i. Wie heeft welke rol in de uitvoering van de drie wetten toebedeeld gekregen? ii. Zijn de uitgangspunten van de transformatie terug te vinden in de opdracht en taakomschrijving van het gebiedsteam? b. Hoe is de financiële en kwalitatieve controle op het gebiedsteam georganiseerd? i. Wat zijn de kosten van de uitvoering door het gebiedsteam? ii. Staan de kosten van de uitvoering in verhouding tot de taken? 1. Welke kengetallen voor de bedrijfsvoering worden gebruikt? 2. Wat kan over de ontwikkelingen op deze kengetallen geconcludeerd worden? 3. Wat kan uit een benchmark met andere gemeenten geconcludeerd worden?

8

RKC Opsterland iii. Ondersteunt de administratieve organisatie de uitvoering door het gebiedsteam? iv. Zijn de kwalitatieve normen voor de uitvoering door het gebiedsteams inzichtelijk? v. Ondersteunt de kwalitatieve controle de uitvoering door het gebiedsteam? c. Hoe wordt de positie van cliënten door de gemeente gewaarborgd? i. Hoe wordt onafhankelijke cliëntondersteuning in de praktijk beschikbaar gesteld aan cliënten? ii. Hoe worden klachten van inwoners afgehandeld? iii. Wordt de opdracht aan het gebiedsteam adequaat aangepast op basis van uitkomsten van klachtenprocedures? iv. Hoe worden cliëntervaringen en -tevredenheid gemonitord? v. Wordt het beleid adequaat aangepast op basis van uitkomsten van cliëntonderzoeken? 2. Hoe wordt de uitvoering in de praktijk vormgegeven en beleefd door: Φ cliënten, hun directe omgeving en hun vertegenwoordiging; Φ gebiedsteammedewerkers; Φ professionals in het voorliggend veld; Φ professionals in de eerste en tweede lijn; Φ ambtenaren1. a. In hoeverre wordt volgens de betrokkenen in de praktijk uitvoering gegeven aan de uitgangspunten van de transformatie door het gebiedsteam? i. Het hanteren van een integrale aanpak (1 gezin, 1 plan, 1 regisseur); ii. Het stimuleren van eigen regie en verantwoordelijkheid; iii. Het bieden van laagdrempelige toegang tot de ondersteuning; iv. Het inzetten op preventie en vroegsignalering; v.

Het hebben van kostenbewustzijn. b. Hoe verloopt de samenwerking tussen de betrokken partijen en wat levert de samenwerking op? c. Waaraan kun je volgens betrokkenen merken dat er stappen gemaakt zijn op de vijf genoemde thema’s (uitgangspunten) en waar treden belemmeringen op? Hoe kan hierop geanticipeerd worden in de nabije toekomst? 3. Wat was de rol van de raad? a. Wat waren ambities van het beleid? b. Wat is afgesproken over de rol van de raad? c. Wat is afgesproken over verantwoording aan de raad? d. Hoe wordt door het college verantwoording afgelegd? e. Wat is de rol van de raad geweest bij de ontwikkelingen in beleid en uitvoering door de gebiedsteam van de afgelopen jaren? f. Wat zijn relevante aandachtspunten voor de raad voor de komende periode?

1

Aan de start van het onderzoek was de veronderstelling dat het Gebiedsteam de consulenten omvatte en dat er daarnaast overige ambtenaren zouden zijn die betrokken waren (leerplichtambtenaar etc). In Opsterland maken deze ‘overige’ ambtenaren echter onderdeel uit van het Gebiedsteam en zij hebben dus ook de enquête ingevuld en zijn niet als aparte groep onderscheiden.

9

RKC Opsterland 1.3 Onderzoekverantwoording Tijdens de eerste fase van het onderzoek heeft de rekenkamercommissie vooronderzoek gedaan. Nadat het onderzoeksplan en het normenkader door de rekenkamercommissie zijn vastgesteld, is het onderzoek van start gegaan met een startbijeenkomst voor de rekenkamercommissie, de portefeuillehouder en ambtelijk betrokkenen. Het rekenkameronderzoek is uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksbureau Domenie Doelgericht Onderzoek. Het onderzoeksrapport is conform het onderzoeksprotocol van de rekenkamercommissie voorgelegd aan de ambtelijke organisatie van de gemeente Opsterland om na te gaan of de feiten zoals beschreven in het rapport in het licht van de onderzoeksdoelstelling en –vraagstelling, juist en volledig zijn. Op- of aanmerkingen als gevolg van dit ambtelijk hoor en wederhoor zijn, na zorgvuldige afweging van de rekenkamercommissie, verwerkt. De wijze waarop de rekenkamercommissie dit gedaan heeft is middels een memorie van antwoord teruggekoppeld aan de gemeentelijke organisatie. Vervolgens zijn de samenvatting en de conclusies en aanbevelingen geschreven. Het onderzoeksrapport is voor bestuurlijk wederhoor voorgelegd aan het college van B&W (conform artikel 7, lid d-e, onderzoeksprotocol van de rekenkamercommissie d.d. 5 oktober 2021).

De bestuurlijke reactie van het college is opgenomen in het onderzoeksrapport, evenals het nawoord van de rekenkamercommissie. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is een combinatie van documentenanalyse, belevingsonderzoek met behulp van enquêtes en interviews ingezet. Eerst is een documentenanalyse uitgevoerd bestaande uit beleidsdocumenten, beleidsevaluaties, jaarstukken, communicatie met de raad, moties en amendementen, uitvoeringsovereenkomsten met Code Hans en Timpaan, jaarverslagen van de bezwarencommissie, werkprotocollen, cliënttevredenheidsonderzoeken, eerdere rapporten van de rekenkamer en de visitatiecommissie. Daarnaast is literatuur over het onderwerp bestudeerd. Een lijst van bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. Tijdens de documentenanalyse hebben drie voorinterviews plaatsgevonden: met de beleidsmedewerkers van Jeugd en Wmo, de beleidsmedewerkers van Werk en Inkomen en met de twee teamleiders van het Gebiedsteam. Op basis van de documentenanalyse en de voorinterviews is een normenkader vastgesteld.

Voor het belevingsonderzoek zijn twee enquêtes opgesteld: een enquête voor de medewerkers van het Gebiedsteam en een enquête voor de ketenpartners (zie paragraaf 3.2.2 voor een schets van de ketenpartners van het Gebiedsteam).2 Respons en representativiteit belevingsonderzoek Gebiedsteam De totale respons op de enquête onder gebiedsteammedewerkers is 83%. Een gedetailleerd overzicht van de respons per functie en een verantwoording van de dataverzameling is opgenomen in bijlage 3. De onderzoekers stellen vast dat de respons representatief is voor het Gebiedsteam en dat de informatie betrouwbaar is.

2

De gebruikte enquêtes zijn op te vragen bij het secretariaat van de rekenkamer.

10

RKC Opsterland Respons en representativiteit belevingsonderzoek ketenpartners De totale respons op de enquête onder ketenpartners is 41%. Een gedetailleerd overzicht van de respons per categorie en een verantwoording van de dataverzameling is opgenomen in bijlage 3. Al met al kan geconcludeerd worden dat de enquêtes onder voorliggende voorzieningen en eerstelijns (zorg)professionals niet volledig representatief zijn voor de totale populatie, maar in combinatie met de informatie uit de andere bronnen geven ze voldoende betrouwbare informatie over hoe ketenpartners in Opsterland tegen de transformatie aankijken. De uitkomsten van de zorgaanbieders zijn wel representatief. Verdiepende interviews belevingsonderzoek Aan het einde van beide enquêtes kon de respondent zich aanmelden voor een verdiepend interview. In totaal waren 18 medewerkers van het Gebiedsteam (51% van de respons) en 46 ketenpartners (44% van de respons) beschikbaar voor een verdiepend interview. Dit is een teken dat het onderwerp erg leeft bij de betrokkenen, maar het bevestigt ook het beeld dat de enquêtes aansloten bij de leefwereld van de betrokkenen. Op basis van de verdeling over functies (Gebiedsteam) en categorieën (ketenpartners) zijn verdiepende interviews afgenomen bij 5 medewerkers van het Gebiedsteam en bij 5 ketenpartners (zie bijlage 1 voor een overzicht van geïnterviewde personen).

In de verdiepende interviews is ingegaan op hoe de transformatie en de vijf uitgangspunten in de praktijk worden beleefd. Interviews cliënten Gebiedsteam De teamleiders van het Gebiedsteam hebben contactgegevens van zes cliënten voor het onderzoek aangeleverd. De teamleiders hebben daarvoor vooraf toestemming gevraagd aan de betreffende inwoners. Het dorpssteunpunt Wijnjewoude heeft contactgegevens van een zevende inwoner aangeleverd. De zeven inwoners zijn telefonisch geïnterviewd. Daarbij stonden de uitgangspunten van de transformatie centraal. Het aantal gesprekken met cliënten is onvoldoende om een betrouwbaar beeld over alle cliënten te geven, de gegevens vanuit de cliënten moeten als illustratief worden beschouwd. Overige interviews Verder zijn interviews afgenomen bij twee vertegenwoordigers van de Adviesraad Sociaal Domein, vertegenwoordigers van Code Hans, een financieel expert, de klachtencoördinator, de portefeuillehouder en een groep van acht gemeenteraadsleden. Voor elk interview is een protocol op maat gemaakt, waarbij in ieder geval de vijf uitgangspunten aan bod kwamen, maar ook de inrichting van de uitvoering. In het interview met de Adviesraad Sociaal Domein zijn niet alle gestelde vragen beantwoord en de Adviesraad heeft ook niet gereageerd op het verzoek tot schriftelijk aanvullen.

Het perspectief van de Adviesraad Sociaal Domein als sprekend voor alle cliënten is dan ook niet meegenomen in het onderzoek.

11

RKC Opsterland 1.4 Begrippenkader Hieronder wordt een aantal begrippen die veel gebruikt worden kort toegelicht. - Transformatie: met de transformatie in het sociaal domein wordt een nieuwe werkwijze in het uitvoeren van de taken in het sociaal domein bedoeld. De nieuwe werkwijze bestaat uit het werken rond een aantal uitgangspunten als: integrale aanpak (één gezin, één plan, één hulpverlener), kostenbewust handelen, inzetten op zelfredzaamheid, laagdrempelige toegang en inzetten op preventie en vroegsignalering. - Ketenpartners: dit zijn de partijen buiten de gemeente die samen met de gemeente een bijdrage leveren aan zorg en welzijn voor de inwoners. Deze partijen worden vaak ingedeeld in drie niveaus (zie ook H3.2.2.): - Voorliggende voorzieningen: hiermee bedoelen we algemene voorzieningen die een bijdrage leveren aan het welzijn van inwoners (0de lijn). - Eerstelijns (zorg)professionals: hiermee bedoelen we organisaties en personen die lichte ondersteuning bieden, in situaties waarin de samenleving onvoldoende een oplossing kan bieden. Daarvoor is geen beschikking nodig (1ste lijn). - Zorgaanbieders: hiermee bedoelen we de gecontracteerde zorgaanbieders die op indicatie specialistische zorg en ondersteuning bieden (2e lijn). - POH GGZ jeugd: praktijkondersteuner voor ggz-problematiek bij jongeren - een eerstelijns (zorg)professional.

- Casusniveau: met ketenpartners kunnen taken afgesproken worden op het niveau van een individuele cliënt - er is dan een verantwoordelijkheid op het niveau van een casus. - Opgaveniveau: met ketenpartners kunnen taken afgesproken worden op het niveau van het gebied Opsterland, processen en procedures - er is dan een verantwoordelijkheid op het niveau van de opgave in de gemeente Opsterland.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een vertaalslag gemaakt van het brede kader van de transformatie Sociaal Domein, naar de beleidskeuzes en kaders die in Opsterland hiervoor zijn opgesteld. Hoofdstuk 3 beschrijft de wijze waarop de transformatie is georganiseerd in uitvoeringsafspraken, werkprocessen en samenwerkingsafspraken. In hoofdstuk 4 staat centraal hoe de transformatie door de betrokkenen wordt beleefd. Hier wordt de ervaring en beleving van de medewerkers van het Gebiedsteam, beleidsmedewerkers, de cliënten en de professionals in de voorliggende voorzieningen, de eerstelijns (zorg)professionals en de zorgaanbieders beschreven. In hoofdstuk 5 tenslotte worden de gegevens over beleid, uitvoering en de praktijk met elkaar gecombineerd om een beeld te schetsen van de voortgang van de transformatie in Opsterland: hoe organiseert de gemeente Opsterland de transformatie en lukt het om de uitgangspunten van de transformatie sociaal domein in de praktijk te realiseren?

12

RKC Opsterland 2

Doelen van de transformatie in Opsterland

In dit hoofdstuk wordt in beeld gebracht welke beleidskeuzes en kaders in Opsterland zijn opgesteld als het gaat om de transformatie in het Sociaal Domein. Daarbij wordt ook ingegaan op de rol die de raad heeft gehad in het stellen van de kaders en het controleren. Daarmee bevat dit hoofdstuk de bevindingen rond het beleid van de gemeente Opsterland (deels relevant bij onderzoeksvraag 3) en het handelen van de raad (onderzoeksvraag 4).

2.1 Doelen bij aanvang van de decentralisatie De gemeenteraden van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland hebben in mei 2013 de nota Visie op de drie decentralisaties vastgesteld. De drie gemeenten hebben daarin een gezamenlijke basisvisie op de taken in het sociaal domein vastgelegd. In de Visie beoogt de gemeente een samenhangende uitvoering van de verschillende decentralisaties. De doelen die daarbij genoemd werden richtten zich op zelfredzaamheid, laagdrempelige toegang en preventie. Gemeente Opsterland heeft de visie vertaald naar het Beleidsplan drie decentralisaties 2015-2018 gemeente Opsterland (verder genoemd: het Beleidsplan). De raad heeft het Beleidsplan in november 2014 vastgesteld. In het Beleidsplan zijn keuzes gemaakt voor het vormgeven van de transformatie en de inrichting van het Sociaal Domein. De gemeente Opsterland wil een samenhangende aanpak voor alle leefgebieden en alle levensfasen van inwoners. Ondersteuning wordt geboden als de eigen kracht te kort schiet en is gericht op het herstellen of versterken van de eigen mogelijkheden of die van het sociale netwerk. Daarbij kiest de gemeente voor de variant waarbij het Gebiedsteam als onderdeel van de gemeentelijke organisatie wordt gepositioneerd. Bij het vaststellen van het Beleidsplan in 2014 is afgesproken dat de visie geëvalueerd zou worden in 2017 en dat deze in 2018 zal worden vervangen.

De evaluatie van het Beleidsplan is uitgevoerd in 2017 door de gemeente zelf. De doelen zoals verwoord in het Beleidsplan 2015-2018 zijn getoetst op de uitvoering in de praktijk, met peildatum 1 januari 2017. De gemeente noemt in het Evaluatierapport van 2017 dat in het Beleidsplan en het daarop volgende Uitvoeringsplan veel kwantitatieve en ambitieuze doelen zijn opgesteld. Volgens de gemeente kost de invoering van de nieuwe wetten en het neerzetten van de uitvoeringsorganisatie veel tijd en energie en is daardoor minder tijd besteed aan monitoring. De cijfers waren nog niet beschikbaar, maar het monitoren van de cijfers was ook niet voldoende in de werkwijze opgenomen. De conclusie die in het evaluatierapport getrokken wordt is dat er weliswaar veel werk is verzet, maar dat de gemeente nog lang niet klaar is. Om verder te werken aan de gestelde doelen wil de gemeente een Ontwikkelagenda voor de periode tot 2022 opstellen (zie hierna in paragraaf 2.2).

2.2 Aanpassing van doelen en kaders In de in 2.1 aangehaalde evaluatie van het Beleidsplan is de conclusie getrokken dat de invoering van de nieuwe wetten goed gelukt is, maar dat de transformatie nog niet klaar is. Om de daadwerkelijke transformatie te bewerkstelligen moet nog meer vanuit de cliënt en zijn omgeving gedacht worden, beter samengewerkt worden en meer preventief gewerkt worden. Ook is het, met het oog op de bevolkingsontwikkeling, nodig om nog meer integraal en kostenbewust te gaan werken en de kracht van de samenleving te benutten. Dit wordt verder uitgewerkt in een Ontwikkelagenda (t/m 2022). 13

RKC Opsterland

2.2.1 Ontwikkelagenda bouwt verder De Ontwikkelagenda bouwt verder aan de doelen van het Beleidsplan door er resultaten aan te verbinden. De Ontwikkelagenda gaat uit van tien ambities voor drie grote opgaven: Duurzaamheid, Leefbaarheid en Inclusieve Samenleving. De visie Sociaal Domein zoals verwoord in het Beleidsplan wordt herijkt en uitgewerkt in twee opgaven: de Ontwikkelagenda Leefbaarheid en de Ontwikkelagenda Inclusieve Samenleving. De doelen uit deze Ontwikkelagenda’s zijn opgenomen bij de verschillende programma’s in de begroting, waarbij de doelen zijn verdeeld over programma’s 4 (onderwijs), 5 (sport, cultuur, recreatie), 6 (sociaal domein) en 7 (volksgezondheid en milieu). Met name door de financiële tekorten komt er in 2019 veel of extra aandacht voor de transformatie (ook wel veranderopdracht sociaal domein genoemd) om de zorg in de toekomst betaalbaar te houden. De transformatiedoelen blijven onverminderd gericht op preventie, zwaardere zorg voorkomen en verminderen, zelfredzaamheid/samenredzaamheid en eigen kracht van de inwoners versterken en ruimte bieden voor eigen initiatieven van inwoners. Er ligt in de tekst meer dan in de voorgaande documenten nadruk op het gebruik van voorliggende voorzieningen als belangrijk instrument om een grotere en duurdere zorgconsumptie te voorkomen.

Ook het kostenbewust ondersteuning bieden en het zorgvuldig afwegen van kosten en baten komen nadrukkelijker als onderdelen van de veranderopdracht centraal te staan. De doelen en bijbehorende maatregelen uit de Ontwikkelagenda komen terug in de P&C cyclus. Vanaf 2019 zijn de jaarstukken uit de P&C cyclus voorzien van een stoplichtsysteem om de voortgang te visualiseren. Het merendeel van de geformuleerde doelen valt daarbij onder programma 6 uit de begroting en de jaarstukken. In de jaarstukken wordt daarbij aangegeven welke maatregelen zijn genomen en welke nog moeten worden uitgevoerd. 2.2.2 Bezuinigingsopgave centraal Eind 2019 is de bezuinigingsopgave opgesteld (begroting 2020, bijlage overzicht bezuinigingen per programma). Voor de verschillende onderdelen van het Sociaal Domein zijn bezuinigingsmaatregelen geformuleerd. Daarbij wordt uitgegaan van zo min mogelijk instroom, zo kort mogelijk gebruik maken van een voorziening, de goedkoopste passende vorm van ondersteuning bieden, verschuiving van maatwerk naar collectief. Zowel in de perspectiefbrieven als in de interviews met de beleidsmedewerkers, teamleiders en portefeuillehouder wordt aangegeven dat de grootste uitdaging in het Sociaal Domein het beheersbaar houden van de kosten is.

2.2.3 Monitoring sluit niet aan Opsterland constateert in de Ontwikkelagenda dat het belangrijk is om de effecten van gemaakte keuzes en ingevoerde maatregelen te monitoren. Door te monitoren wil men inzicht krijgen in de ervaring van inwoners, het gebruik van (zorg)voorzieningen, ontwikkelingen hierin en inzicht in de kosten en maatschappelijke effecten. De geformuleerde ambities en maatregelen zijn daarom zoveel mogelijk met meetbare indicatoren opgesteld, zo wordt aangegeven. Hulpmiddelen die de gemeente hierbij wil gebruiken zijn onder andere de dorpsspiegels, cliëntervaringsonderzoeken, gegevensanalyses uit databases en benchmarks waarbij vergelijkingen gemaakt worden met andere gemeenten. De intentie is om aan te sluiten bij de geplande programmasturing. Uit de interviews komt naar voren dat er sinds ongeveer twee jaar een dashboard is in Opsterland. Het dashboard is ingericht op basis van beschikbare informatie uit de zorgadministratie. Er wordt gebruik gemaakt van de tool ‘Inzicht’. De informatie is met name kwantitatief van aard. 14

RKC Opsterland De gemeente weet ‘tot op de euro’ wat er uitgegeven is. Er is informatie beschikbaar over aantallen cliënten, hoogte van maatwerkvoorzieningen, inzet per zorgaanbieder etc. Het dashboard is actueel en het werkt. Het is onder andere beschikbaar voor management en beleid en wordt besproken in ‘stuurhutbijeenkomsten’. Er kunnen verdiepende vragen gesteld worden aan de financieel expert Sociaal Domein. Verdiepende analyse-vragen vanuit de deelnemers en gebruikers komen er weinig, zo wordt aangegeven door de financieel expert. Bij het opzetten van de Ontwikkelagenda is er een discussie geweest over waar de programmasturing belegd zou moeten worden. Diegene zou dan de programma’s moeten concretiseren en monitoren. De verantwoordelijk voor de maatregelen uit de Ontwikkelagenda is uiteindelijk belegd bij de beleidsmedewerkers. Er is geen directe relatie tussen de ambities en maatregelen uit de Ontwikkelagenda en het dashboard: de gegevens uit het dashboard zijn niet direct gekoppeld aan streefcijfers bij de acties in de Ontwikkelagenda. Het dashboard bevat gegevens uit de zorgadministratie, maar dit zijn niet dezelfde indicatoren die op onderdelen genoemd worden in de Ontwikkelagenda. De beleidsmedewerkers geven aan het dashboard wel te gebruiken om de voortgang te monitoren en op basis daarvan interventies voor te stellen.

De informatie is er wel, maar wordt niet navolgbaar ingezet voor sturing op de doelen van de Ontwikkelagenda. “Er is soms wel wat weerstand tegen datagestuurd werken, bijhouden, monitoren. Dat heeft ermee te maken dat mensen gewoon graag goed willen zorgen voor hun inwoners, het zijn geen blauwe types en dat is ook goed. Maar ook: in tijden van ‘overvloed’ is het minder belangrijk om alles te meten. Maar nu we geld tekort komen, stijgt de urgentie. Iedereen heeft de mond vol van datagedreven werken, maar soms vraag ik me af of mensen het wel echt willen? Het kan ook leiden tot een gevoel van afrekenen / oordelen. Of vinden we het gewoon heel moeilijk om toe te passen? Dat is een zoektocht. Het is de vraag of je alles moet meten. Je kunt wel een ontwikkelagenda opstellen en ernaar handelen zonder dat je de (causale) effecten meet. Maar ik zou het niet erg vinden als we nog iets blauwer zouden denken”. Bron: interview ambtelijke organisatie

2.3 De raad krijgt veel informatie, maar voelt geen grip In het voorgaande is duidelijk geworden dat het beleid wordt gevoerd op basis van de in 2015 opgestelde beleidsnota en de daarna opgestelde Ontwikkelagenda en de bezuinigingsopgave en meer recent: de Preventieagenda. Deze paragraaf gaat in op de rol die de raad van de gemeente Opsterland heeft gehad bij het vaststellen en bijstellen van de kaders van het beleid Sociaal Domein. De raad van de gemeente Opsterland heeft zowel het Beleidsplan als de Ontwikkelagenda vastgesteld. De Ontwikkelagenda is een uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord. Bij het opstellen van de Ontwikkelagenda was de raad ook in de voorfase betrokken: de raadsleden waren uitgenodigd bij een werksessie om input te leveren voor de Ontwikkelagenda. In de rapportage van de Visitatiecommissie3 wordt over de Ontwikkelagenda aangegeven dat de kaders zoals gesteld in de Ontwikkelagenda nog geen prioritering bevatten, terwijl duidelijk is dat dat gezien de bezuinigingsopgave wel nodig is. Ook wordt genoemd dat de kaders niet op alle 3

In 2019 is vanuit de VNG een Visitatiecommissie financiële gezondheid sociaal domein ingesteld die gemeenten adviseert over de visie, regionale samenwerking, toegang, inkoop en bekostiging en de monitoring in het sociaal domein. De onderzoekers hebben het conceptrapport van de visitatiecommissie over de gemeente Opsterland ingezien.

15

RKC Opsterland onderdelen SMART zijn uitgewerkt. Als aanbeveling geeft de Visitatiecommissie mee om binnen de visie helder te formuleren waar de gemeente wel en niet verantwoordelijk voor is. In het interview met de raad geven raadsleden over de gestelde kaders aan dat er geen behoefte is aan nieuwe kaders, hoe het nu is geformuleerd sluit aan bij wat in de vorige periode door de raad is bepaald. Daarbij hebben raadsleden het gevoel dat het enige kader dat ze kunnen stellen de begroting is: als het geld op is, moet er gekozen worden. Er is een duidelijke wens om goed op de hoogte te zijn om relevante kaders te kunnen stellen en actief te kunnen controleren, maar daarvoor wordt het Sociaal Domein als te complex en specialistisch ervaren. “Vooralsnog is er niet het gevoel dat er veel grip is of knoppen voor de raad om aan te draaien” Bron: interview raadsleden

Gevraagd naar te verwachten kaders, noemen de raadsleden vooral de tekorten in het Sociaal Domein, sturen op de kwaliteit van zorg en de kwaliteit van uitvoering door zowel het Gebiedsteam als door zorgverleners. De raad wordt over de voortgang in het Sociaal Domein geïnformeerd op de volgende manieren: - door de reguliere P&C cyclus: begroting, jaarstukken en perspectiefbrieven; - door middel van een tweemaandelijkse klankbordbijeenkomst Sociaal Domein; - door de actieve informatievoorziening vanuit het college, waarbij de raad door middel van brieven wordt bijgepraat over relevante ontwikkelingen (uitgevoerde onderzoeken, nieuwe ontwikkelingen, 21 brieven in de periode sept 2017 - nov 2020). De informatie in de jaarstukken is gebaseerd op de doelen uit de Ontwikkelagenda, waarbij het merendeel van de doelen rond Inclusieve Samenleving een plek hebben gekregen in programma 6 Sociaal Domein. De jaarstukken zijn ingericht op maatregelen (kwalitatieve beschrijving) en bevatten een beperkt aantal beleidsindicatoren (benchmark op cijfers) en het saldo van baten en lasten (omvang uitgaven programma sociaal domein als ontschot budget). De klankbordbijeenkomsten worden thematisch ingevuld, waarbij er cijfers worden gepresenteerd, maar waarbij ook dieper op de werkwijze en sturingsvragen ingegaan wordt.

De raadsleden geven aan behoefte te hebben aan een handig overzicht van alle gedeelde informatie, het raadsinformatiesysteem wordt als niet handig ervaren, omdat je per vergadering de informatie op moet zoeken. Op de vraag welke informatie de raadsleden graag zouden hebben, wordt vooral genoemd: informatie over resultaten en over de voortgang in de gestelde kaders. Maar resultaten alleen is niet voldoende, de raadsleden geven aan ook informatie te willen hebben over de maatschappelijke effecten. Daarnaast geven raadsleden aan dat door de financiële tekorten er behoefte is aan informatie over het proces en de werkwijze. De raadsleden zijn tevreden over de klankbordbijeenkomsten, die sinds de start van 2021 openbaar zijn. Tijdens de bijeenkomsten zien ze de beleidsmedewerkers, de financieel expert en teamleiders, maar ze hebben geen contacten met of zicht op de medewerkers van het Gebiedsteam. Een aantal raadsleden zit in de voorbereidingsgroep voor de bijeenkomsten, waardoor de bijeenkomsten steeds beter aansluiten op de informatiebehoefte van de raad. Er is behoefte aan cijfers, de vertaling daarvan in stuurinformatie en duiding van cijfers en dat wordt tot op zekere hoogte geleverd bij die bijeenkomsten. Tijdens de bijeenkomsten is er ruimte voor verdiepende vragen, waar meestal een antwoord op komt. De raadsleden geven hierover aan dat het vooral gericht is op begrijpen en 16

RKC Opsterland verklaren en nog niet zozeer op sturen. De Visitatiecommissie geeft hierover mee: blijf in deze bijeenkomsten samen zoeken naar grip op het Sociaal Domein. Als het gaat om het Sociaal Domein heeft de raad verschillende instrumenten ingezet. Tweemaal heeft de raad een motie aangenomen die het college de opdracht geeft op rijksniveau aandacht te vragen voor de tekorten in het Sociaal Domein. Eenmaal is een amendement voorgesteld en ingetrokken, naar aanleiding van de perspectiefbrief, waarbij werd voorgesteld anders op aanbieders te selecteren. Er is tien maal een schriftelijke vraag aan het college gesteld (in de periode sept 2017 - nov 2020), dit incidenteel naar aanleiding van stukken, maar vaker naar aanleiding van actuele ontwikkelingen. In de schriftelijke vragen wordt zowel gevraagd naar feitelijke informatie als naar de gehanteerde werkwijze. Het college verstrekt de gevraagde informatie, ook als het de werkwijze in de uitvoering betreft.

17

RKC Opsterland 3 De uitvoering van de transformatie In dit hoofdstuk beschrijven we de wijze waarop de transformatie is georganiseerd in uitvoeringsafspraken, werkprocessen en samenwerkingsafspraken. Het gaat dan niet alleen om de manier waarop de organisatie en de samenwerking is ingericht, maar ook hoe dat in de praktijk wordt beleefd door de gebiedsteammedewerkers en ketenpartners. Daarmee biedt dit hoofdstuk een antwoord op onderzoeksvraag 1: hoe is de uitvoering van de transformatie georganiseerd en welke rol speelt het Gebiedsteam daarbij? Deze laatste vraag is op te splitsen in een vraag naar de taken van het Gebiedsteam, de financiële en kwalitatieve controle op het Gebiedsteam en de positie van cliënten ten opzichte van het Gebiedsteam. De informatie komt uit de documentanalyse, uit de interviews en de enquêtes.

3.1 Gebiedsteam: wel taken, geen concrete opdracht Sinds 2016 zijn er twee Gebiedsteams (Noord en Zuid), die naar buiten toe opereren als één team.4 Het team geeft uitvoering aan de Jeugdwet, de Wmo en onderdelen van de Wet op de Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Taakvelden van het Gebiedsteam zijn: informatie en advies, toegangsverlening Jeugd en Wmo, het voeren van regie op maatwerkplannen, het bieden van lichte ondersteuning, zorgen voor stabilisatie bij schulden en het stimuleren van initiatieven om onderlinge steun in de samenleving te versterken. Tevens wordt maatschappelijk werk en schoolmaatschappelijk werk geboden. Dat is overgenomen van Stichting Maatschappelijk Werk Fryslân (SMWF). Daarnaast heeft het Gebiedsteam er nog meer taken bij gekregen: mantelzorgondersteuning, ondersteuning van vrijwilligers en ondersteuning aan de dorpssteunpunten. Het Gebiedsteam vormt de lokale toegang voor alle inwoners met ondersteuningsvragen op het gebied van wonen, welzijn, zorg, werk en inkomen en gezin. Inwoners kunnen voor hun vragen bij de front-office in het gemeentehuis terecht. Na de intake door de frontoffice medewerker worden vragen indien nodig doorgeleid naar de consulenten van het Gebiedsteam. De klantmanagers van team Werk en Inkomen werken met een vast dagelijks spreekuur en hebben daarmee een eigen toegang.

Bij de overgang in 2016 van één Gebiedsteam naar twee teams zijn de consulenten Jeugd en Wmo evenredig over de teams verdeeld. Naast consulenten maken budgetcoaches onderdeel uit van het ene team. Aan het andere team is de administratie toegevoegd. Er werken ook twee praktijkondersteuners huisarts (POH GGZ jeugd) in de teams. Het Gebiedsteam heeft circa 35 FTE (in tabel 3.1 staat de formatie en functies en aantallen toegelicht). Verder hebben de teams een zorgadviseur en een gedragswetenschapper waar de consulenten bij de uitvoering van hun werk gebruik van kunnen maken. In 2016 is er een splitsing gemaakt in werkzaamheden van de zorgadviseur. Advies op zorginhoudelijk terrein blijft tot de taken van de Adviseur Zorg behoren, taken op het gebied van kwaliteit en processen zijn sinds 2016 ondergebracht bij een kwaliteitsadviseur. De kwaliteitsadviseur is geen juridisch kwaliteitsmedewerker en toetst bijvoorbeeld niet op casusniveau de kwaliteit van de maatwerkplannen. Er is daarnaast nog een juridisch adviseur sociaal domein die zowel voor beleid als uitvoering werkt. Naast bezwaar- en beroepszaken functioneert de medewerker ook als vraagbaak voor de collega’s. De functie van juridisch adviseur is op dit moment ondergebracht bij het team Werk & Inkomen.

4

In dit rapport spreken we verder van ‘het Gebiedsteam’ waarmee de twee teams samen worden bedoeld.

18

RKC Opsterland Het team Werk en Inkomen voert de Participatiewet uit. Het maakt geen onderdeel uit van het Gebiedsteam. Het team Werk en Inkomen is eveneens in eigen huis georganiseerd en bestaat uit ongeveer 15 FTE. Tabel 3.1: samenstelling gebiedsteam Functie

Aantal

Consulent Jeugd Consulent Maatschappelijk werk Consulent Wmo Budgetcoach POH GGZ Jeugd Teamleider Adviseur Zorg Gedragswetenschapper Mw. Opvoedingsondersteuning

Functie 9 6 8 2 2 2 1 1 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=42e755b7-cb2d-4ebd-8abe-22b640e9feca