CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Eindverslag inspraak voorontwerp Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036

Raadsvergadering 26 januari 2026, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036 (B)10.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waarom dit verschil in behandeling? Het plan beschouwt de BKN-methode als een goed instrument om “voor elk landschap aan te geven welke acties nodig zijn om de voor dat landschap karakteristieke, “algemene” inheemse planten en dieren te stimuleren” omwille van “het verbeteren van het gehele [eco]systeem (citaten p.11). Waarom deze methode dan niet toegepast? Nu dit is nagelaten, is het niet goed mogelijk om inhoud, sturing, gerichte uitvoering te geven aan de intentie

0086222624 van het college om de natuur ook buiten de gemeentelijke eigendommen (het landelijke gebied, de dorpen) een flinke zet in de goede richting te (helpen) geven. Wij adviseren: - breng de huidige kwaliteit van de biodiversiteit en de natuur buiten de gemeentelijke eigendommen in kaart met de methode Basiskwaliteit Natuur (nulmeting); U kunt hiervoor putten uit landelijke databases flora en fauna; - bepaal met deze methode de bereikbare basiskwaliteit natuur; - formuleer de processen en maatregelen om de na te streven (basis)kwaliteit natuur te bereiken in de planperiode. 3. De waardering van de biodiversiteit en natuur in de gemeentelijke openbare ruimte Voor de gemeentelijke openbare ruimte is, zoals gezegd, de huidige mate van biodiversiteit wél onderzocht, en zijn, in overleg met IPC Groene Ruimte, minimale waarden en streefwaarden bepaald. Uit de context leiden wij af dat met minimale waarden wordt bedoeld: de minimaal aanvaardbare waarden. Het plan stelt vast dat de gemeten waarden, op één uitzondering na, boven de minimaal aanaardbare waarde liggen. Vervolgens concludeert u: “dat het gemeentelijk groen op veel plekken al een goede waarde heeft voor de biodiversiteit” en dat verbeteringen mogelijk zijn op plekken of onderdelen met een lage score (p. 9). Deze conclusies vinden wij verwarrend omdat ze tegenstrijdig ogen.

Ook getuigen ze van een laag ambitieniveau; met een zesje is het college kennelijk tevreden. Wij adviseren: - de streefwaarden te definiëren als de in de planperiode te bereiken werkelijke waarden en deze als ambitieniveau vast te leggen; - het beheer af te stemmen op dit ambitieniveau; - het Beeldkwaliteitsplan met dit ambitieniveau in overeenstemming te brengen. 4. Monitoring 4.1 Methodiek De staat van de natuur en biodiversiteit in de gemeentelijke openbare ruimte is gemeten met de methodiek van de Meetlat Biodiversiteit. Dit is een andere dan de methode Nectarindex die de vrijwilligerswerkgroep bermmonitoring Opsterland in overleg met de gemeente gebruikt bij haar jaarlijkse inventarisering van de flora in geselecteerde bermtrajecten. De vraag rijst of monitoring volgens deze methode zinvol blijft naast de monitoring met de Meetlat Biodiversiteit door de gemeente. Ook rijst de vraag welke methode de voorkeur verdient. Wij adviseren: - hierover in het plan duidelijkheid te verschaffen. 4.2 Locaties In het plan zijn niet de locaties vermeld waar de gemeente de nulmetingen heeft verricht. Omwille van de inzichtelijkheid, en in het licht van de monitoringactiviteiten van de vrijwilligerswerkgroep Bermmonitoring Opsterland, adviseren wij: de locaties in een bijlage aan het plan toe te voegen.

4.3 Frequentie In paragraaf 5.2 staat dat de gemeente de ontwikkeling van de biodiversiteit in de openbare ruimte elk jaar zal monitoren. Elders in het plan zijn andere frequenties vermeld: elke vijf jaar (p. 3) en elke drie jaar (p. 17). Wij adviseren deze anomalie te elimineren. 5. Uitvoering van het beheer ”Waar mogelijk worden maatregelen in de komende jaren uitgevoerd [……]” (citaat p. 9).

0086222624 Deze formulering laat in het ongewisse waar, in welke mate en welke maatregelen zijn te verwachten. Wij adviseren: - de maatregelen, werkzaamheden, acties e.d. van de gemeente en andere partijen vast te leggen in jaarlijkse, bestuurlijk vast te stellen openbare uitvoeringsplannen, te beginnen in 2026. 6. Landbouw Op pagina 3 staat dat de biodiversiteit in Opsterland onder druk staat door o.a. versnippering van leefgebieden, intensieve landbouw en klimaatverandering. Maar op pagina 4 staat: “In het coalitieakkoord Opsterland 2022-2026 ‘Mei-inoar Foarút’ wordt ingezet op biodiversiteit vanuit de landbouw als hoeder van het buitengebied en onze identiteit en landschap.”. Dit brengt ons in verwarring: de landbouw wordt enerzijds positief gekwalificeerd als de beschermer van de biodiversiteit en de natuur en anderzijds als de bedervende boosdoener. Wij adviseren: - duidelijk, in niet mis te verstane bewoording, te beschrijven hoe de landbouw zich zou moeten ontwikkelen ten dienste van de natuur, de biodiversiteit, het landschap en het milieu; - wat de precieze ambitie van de gemeente is, meetbaar uitgedrukt in de terminologie van de methode Basiskwaliteit Natuur; - welke stimulerende rol de gemeente in dit proces van verduurzaming zal vervullen. 7. Ambities Hoofstuk 3 opent in paragraaf 3.1.

met een algemene ambitie: “De gemeente Opsterland streeft naar een duurzame en gezonde leefomgeving waarin biodiversiteit een centrale rol speelt.” Vervolgens zijn de teksten verwarrend doordat deze nu eens de gemeentelijke openbare ruimte (lijken te) betreffen, dan weer over het gebied daarbuiten (lijken te) gaan. Zo wordt soms de Meetlat Biodiversiteit genoemd als instrument of maatstaf, soms de methode Basiskwaliteit Natuur. Het plan zal aanmerkelijk aan duidelijkheid winnen als voor elk van de onder 1 bedoelde drie te onderscheiden gebieden, namelijk de gemeentelijke openbare ruimte, de dorpskommen en het gebied daarbuiten, wordt geformuleerd welke de ambities en doelstellingen zijn (gemeten met behulp van de Meetlat Biodiversiteit of de methode Basiskwaliteit Natuur) en hoe en met welke maatregelen de biodiversiteit en de natuur in elk van deze gebieden zal worden hersteld. 8. Biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen Pagina 12 gaat over biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het loffelijke streven van de gemeente daarbij is een goede balans tussen natuur, landbouw, water, klimaat en biodiversiteit. Er worden ook suggesties gegeven over hoe dit te bewerkstellingen. Wij vinden dat die suggesties omgezet moeten worden in daadwerkelijk beleid/regels.

Zorg voor een goede aanbesteding waarin eisen worden gesteld en waarin deskundigheid en inzet van het juiste materieel voor ecologisch beheer leidend zijn. Waarin een projectontwikkelaar moet aantonen waarom neststenen, groene daken, gevelgroen en insectenvoorzieningen niet kunnen worden toegepast. En waarin bij bouwprojecten een groenplan noodzakelijk is de voor afgifte van vergunningen en het bouwrijp maken van een terrein. 9. Landschap In paragraaf 2.1 staat dat landschapselementen een grote waarde voor de biodiversiteit hebben, zeker in het agrarische gebied waar de biodiversiteit onder druk staat. Het is daarom belangrijk dat er in het gemeentelijke omgevingsplan een goede beschrijving komt van de landschapselementen, de waarde van het landschap voor de flora en fauna en voor het welzijn van de inwoners. Want alleen als ons landschap en de biodiversiteit goed beschreven staan in het

0086222624 omgevingsplan kan de gemeente ongunstige ontwikkelingen voor landschap en biodiversiteit tegenhouden. Het is dus noodzakelijk dat het biodiversiteitsplan een vertaling krijgt in het omgevingsplan.

10. Beheer en onderhoud van de openbare ruimte 10. 1 Planten en verwijderen van bomen Hoofdstuk 7 (p. 15 e.v.) stemt hoopvol. Als aanvulling zien we graag een aanscherping van de criteria voor het verstrekken van omgevingsvergunningen voor het verwijderen (kappen, omzagen, rooien) van bomen, zodat er minder bomen ‘zo maar’ verdwijnen. We missen onder “Bomen” de doelstelling in het nationale, provinciale én Opsterlandse bomenbeleid om de hoeveelheid bomen met tien procent te vergroten. Dit is een omissie. Wij adviseren: het plan met deze beide punten aan te vullen. 10.2 Snoeien en dunnen van bomen en struiken “Gefaseerd snoeien/dunnen van bomen en struiken om kaalslag te voorkomen” vinden we een goede praktijk. Maar essentieel is wat er precies onder gefaseerd verstaan wordt. Betekent fasering bij wegen of straten dat bomen en struiken - om en om - gekapt of gesnoeid worden of eerst aan de ene kant van de weg snoeien en jaren later aan de andere kant? Dit gebeurt nog steeds niet of onvoldoende. Wij adviseren: deze activiteit duidelijk te beschrijven in een/het groenbeheerplan. In de praktijk blijken onderhoudswerkzaamheden niet altijd volgens het beleid te worden verricht. Wij adviseren: - de uitvoerende veldmedewerkers goed te instrueren; - voldoende toezicht uit te oefenen op de uitvoering. 11. Gazons 11. 1.

Gebiedsindeling Onder de kopjes “gazons” en “bermen en kruidenrijk grasland (hooiland)” (p. 16) gaat het over de maairegiems. Beheer als gazon (frequent kort maaien) komt hoofdzakelijk binnen de bebouwde kommen voor, maar hier en daar ook daarbuiten. Bermen komen ook in de beide categorieën gebieden voor. De beschrijvingen geven evenwel de indruk dat gazons alleen in de bebouwde kommen voorkomen, en bermen alleen daarbuiten. Om verwarring in ambitie, doelstellingen, werkmethoden te voorkomen raden wij aan om de maairegiems afzonderlijk te definiëren voor de bebouwde kommen en daarbuiten. Behalve bermen vormen ook de grazige stroken die (mede) als schouwpad fungeren een - ecologisch zeer belangrijke – te onderscheiden aparte categorie. Wij adviseren: - hoofdstuk 7 van het plan aldus opnieuw in te delen. 11.2 Afbakening van de gazons Gelet op de - terechte - doelstellingen van het plan moet het uitgangspunt zijn dat gras extensief wordt gemaaid, behalve daar waar dit uit het oogpunt van veiligheid of anderszins bezwaarlijk is. Frequent (ongeveer tweewekelijks) gladscheren heeft de afgelopen jaren hier en daar al plaatsgemaakt voor minder intensief (hooiland)beheer. Een omgekeerde ontwikkeling heeft zich vreemd genoeg ook voorgedaan: de gazonmaaistroken langs paden en wegen zijn binnen en buiten de bebouwde kommen geleidelijk verbreed van een naar minstens twee meter.

Wij adviseren:

0086222624 - de nu inconsistente uitvoeringspraktijk tegen het licht te houden en het maairegiem te verankeren in aangepaste maaikaarten.

12. Watergangen en vijvers In de opsomming van acties onder “watergangen en vijvers” op pagina 16 ontbreekt als vijfde punt: het maaisel van de oevers en slootkanten verwijderen. Juist op deze ecologisch waardevolle stroken (gradiënten) blijft het maaisel liggen om ter plekke te verrotten, vaak in grote hoeveelheden. Deze praktijk is strijdig met de ambitie om de biodiversiteit en de natuur te herstellen. Wij adviseren: - aan het plan toe te voegen dat maaisel van oevers en slootkanten (binnen enkele dagen) wordt verwijderd. 13. Financiële onderbouwing De financiële onderbouwing van het plan in hoofdstuk 9 (p. 16 e.v.) is onduidelijk en te vrijblijvend. Hierdoor heeft het biodiversiteitsplan een wankele basis. Het biodiversiteitsplan komt met een goede probleemanalyse en met uitstekende doelstellingen maar de vertaling naar concrete maatregelen is nog te onduidelijk en/of onvoldoende.

Wat wordt bedoeld met: “Voor uitvoering van maatregelen welke niet met regulier onderhoud opgepakt worden, wordt een biodiversiteitsbudget aangevraagd”? Is misschien bedoeld dat het nu aan de gemeenteraad is om, op voorstel van het college, de uitvoering van maatregelen (is: werkzaamheden?) mogelijk te maken door hiervoor extra financiële middelen ter beschikking te stellen? Wat is de functie en status van een uitvoeringsagenda? Worden hierin alleen de “verwachte kosten per maatregel opgenomen”? Is deze agenda een instrument voor het college of voor de gemeenteraad? Is een uitvoeringsagenda iets anders dan een (concreet, jaarlijks vast te stellen) uitvoeringsplan dat doorwerkt in de gemeentebegroting? Wij adviseren: - de financiële aspecten van het plan en de uitvoering van het plan inzichtelijk en begrijpelijk voor de burger en ook gericht op de bestuurlijke besluitvorming te formuleren.

0086222624

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=f4dab0ec-e985-415e-bec3-df0e5887e122