Bijlage 2 Eindverslag inspraak voorontwerp Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036
Tekst van het document
0086222624
Beetsterzwaag, 4 november 2025 Onderwerp: Vaststelling “Eindverslag inspraak voorontwerp Biodiversiteitspan Opsterland 2026-2036 – “Rûch is it nije kreas”. Burgemeester en wethouders van Opsterland; overwegende, dat de volgende procedure in het kader van "Algemene inspraakverordening Opsterland (2006)” toegepast is; • •
publicatie van het ontwerp Biodiversiteitspan Opsterland in Nijs út Opsterlân d.d. 4 september 2025, het digitale Gemeenteblad op 4 september 2025 en op de website van de gemeente Opsterland; het plan heeft vanaf 4 september 2025 gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen;
dat de advertenties met betrekking tot de terinzagelegging zijn opgenomen in bijlage 1 bij het eindverslag; dat op het ontwerp Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036 – “Rûch is it nije kreas” 12 inspraakreacties zijn binnengekomen; dat de inspraakreacties zijn opgenomen in bijlage 2 bij het eindverslag; gelet op het gestelde in de Algemene inspraakverordening Opsterland (2006); BESLUITEN: • • •
op grond van artikel 5 lid 1 van de Algemene inspraakverordening Opsterland (2006) vast te stellen het Eindverslag inspraak ontwerp Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036 – “Rûch is it nije kreas”, omvattende dit besluit, het eindverslag van de inspraak en de daarbij behorende bijlagen 1 en 2; dat dit eindverslag van de inspraak als separaat document bij het “Biodiversiteitsplan Opsterland ‘Rûch is it nije kreas’ 2026-2036” hoort.
Burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
Sandra van ’t Hooge
Andries Bouwman
0086222624
EINDVERSLAG INSPRAAK Ontwerp Biodiversiteitsplan Opsterland “Rûch is it nije kreas’ 2026-2036”
0086222624 INSPRAAK In het kader van de inspraakverordening heeft het Biodiversiteitsplan Opsterland vanaf 4 september 2025 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon eenieder een inspraakreactie naar voren brengen. De publicaties van deze terinzagelegging zijn opgenomen in bijlage 1. Er zijn 12 inspraakreacties tegen het ontwerp Biodiversiteitsplan ingediend: 1. Indiener 1, Inwoner Opsterland (inspraakreactie 4 september 2025); 2. Indiener 2, Natuurmonumenten, Hoofdweg 3, 9341 BL Veenhuizen (inspraakreactie 24 september 2025); 3. Indiener 3, Inwoner Opsterland (inspraakreactie 29 september 2025); 4. Indiener 4, BlomBijBeets (inspraakreactie 29 september 2025); 5. Indiener 5, ELAN (inspraakreactie 30 september 2025); 6. Indiener 6, LTO Noord, Lavendelheide 9, 9202 PD Drachten (inspraakreactie 2 oktober 2025); 7. Indiener 7, Stichting Suver (inspraakreactie 5 oktober 2025); 8. Indiener 8, Plaatselijk Belang Terwispel (inspraakreactie 7 oktober 2025); 9. Indiener 9, Inwoner Opsterland (inspraakreactie 7 oktober 2025); 10. Indiener 10, Brandweer Fryslân, It Hege Stik 8, 8445 PZ Heerenveen (inspraakreactie 10 oktober 2025); 11. Indiener 11, Inwoner Opsterland (inspraakreactie 10 oktober 2025); 12. Indiener 12, Natuurvereniging Geaflecht en Natuerferiening Bakkefean (inspraakreactie 15 oktober 2025).
De inspraakreacties zijn hierna samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. De originele inspraakreacties zijn opgenomen in bijlage 2.
0086222624
Nr. 1
Indiener Inwoner gemeente Opsterland (per mail)
2
Natuurmonumenten
3
Inwoner gemeente Opsterland (per mail)
4
BlomBijBeets
Inspraakreactie Misschien een vertaling van de zin, Rûch is it nije kreas, voor de niet Friezen die in Friesland wonen. We wonen tenslotte ook in Nederland, of is het een verplichting dat je Fries kan lezen als je hier woont?? Vanuit Natuurmonumenten juichen we het initiatief van een Biodiversiteitsplan van harte toe. We sluiten graag aan als gesprekpartner als het gaat om het implementeren hiervan rondom of in onze gebieden. Voor met name het genoemde onder paragraaf 4.3 loopt al een initiatief wat de doelen van het plan ondersteunt. Mijn advies aan de gemeente is om zoveel als mogelijk agrarische grond die vrij c.q. te koop komt via een '1e koop' constructie in eigen beheer te krijgen. Dit om te voorkomen dat private equaty ridders deze aankopen. Met winstbedoelingen, die zeker geen biodiversiteit nastreven (er is op andere manieren ('projectontwikkeling') veel meer winst weg te slepen, veelal ook nog naar het buitenland. Positieve waardering voor het plan: brede visie, nadruk op gezonde bodem, bomen, biodiversiteit als gelijkwaardig doel, en betrokkenheid van inwoners. Nulmeting/meetinstrument. Onvoldoende toelichting op keuze Meetlat Biodiversiteit.
Gemeentelijke reactie De gemeente hanteert bij de titel van haar plannen vaak een Friese titel zonder deze in het Nederlands te herhalen.
Verwerking Dit is in de 2e titelpagina als voetnoot opgenomen.
Wij blijven met Natuurmonumenten in contact over onze gezamenlijke plannen.
N.v.t.
Wij nemen deze opmerking ter harte. Er vindt geen verdere vertaling plaats in het Biodiversiteitsplan.
Geen.
Dit waarderen wij zeer.
De gemeente kiest voor meer biodiversiteit door voorwaarden te scheppen. De meetlat Biodiversiteit van IPC Groene Ruimte ondersteunt dit door
§2.4 is aangevuld met uitleg over de keuze voor de Meetlat Biodiversiteit van IPC Groene Ruimte en het
0086222624 aan te geven of iets aanwezig is of niet.
bepalen van een minimale en streefwaarde.
Onduidelijkheden over meetformat (type begroeiing, puntentoekenning, schaal meetpunten).
De meetlat biodiversiteit met deelvragen stellen wij niet ter discussie. Dus ook niet de verschillende onderdelen die tot een totale score en daarmee inzicht in de aanwezige biodiversiteit leiden.
Geen.
Wanneer en waar is gemeten?
De nulmeting is in het begin tot eind van de zomer 2025 uitgevoerd. De nulmeting heeft in alle dorpen en langs de buitenwegen plaatsgevonden.
In bijlage 2 is een overzicht van de meetlocaties toegevoegd.
Is het representatief?
Voor ons is de nulmeting representatief uitgevoerd.
Geen.
Kan bestaande data zoals de Nectarindex worden gebruikt?
Er is gekozen voor een brede meting van biodiversiteit (flora, fauna, structuur en ecologische functies). Nectarindex is specifiek gericht op beschikbaarheid van nectar voor insecten. Tot op heden hebben wij van de natuurverenigingen echter geen resultaten ontvangen. Voor het komende uitvoeringsoverleg met de verenigingen wordt dit onderwerp geagendeerd.
Geen.
Er is geen monitoring van fauna.
Er is bewust gekozen om geen dier- of plantsoorten te tellen, maar om voor een methodiek te kiezen die naar de algehele context van een terrein.
Geen.
Aan het beheer (bestrijden) van de eikenprocessierups wordt al uitvoering gegeven. Hiervoor is een werkprotocol.
Geen.
Eikenprocessierups Beleid ontbreekt. Suggestie: natuurlijke bestrijding via stimulering van mezensoorten. Ambitie biodiversiteit
0086222624 Doel van extra 5 ha kruidenrijk grasland in 10 jaar is te laag voor een uitgestrekte gemeente.
De beoogde 5 ha kruidenrijk grasland komt grotendeels in de dorpen.
De gemeente zou ambitieuzer kunnen zijn en sterker richting landbouw/pachters optreden, o.a. bij gebruik van bestrijdingsmiddelen.
De gemeenteraad heeft begin deze zomer een motie voor pachtbeleid aangenomen. Daar wordt momenteel aan gewerkt.
Uitvoering en borging Te weinig concreet hoe plannen in de praktijk worden uitgevoerd en opgevolgd. Zorgen dat uitzonderingen (“niet overal haalbaar”) niet leiden tot afzwakking.
We houden het bij deze ambitie omdat we ook haalbare doelen willen en het gaat hier in eerste instantie om de gemeentelijke openbare ruimte.
Geen.
Geen.
Geen.
Samenwerking en proces Samenwerking met boeren en andere partijen vraagt goede procesbegeleiding en communicatie om verschillen te overbruggen.
Brede communicatie met diverse partijen volgt na de vaststelling van dit plan.
Geen.
Beheer en maaibeleid Verzoek om concretere richtlijnen: maaihoogte, gefaseerd maaien, sinusmaaien, gebruik licht materieel. Meer afstemming in planning. Pleidooi voor maaien-laten-liggenafvoeren en overwintering van beplanting.
Suggesties zoals sinusmaaien, gefaseerd maaien en kleiner materieel worden afgewogen in het (berm)beheerplan. En zijn geen onderdeel van dit beleidsplan.
Geen.
Bomenbeheer Kritisch op geplande kap van meer dan 100 bomen (waaronder eiken). Eiken hebben hoge biodiversiteitswaarde. Advies: oorzaken onderzoeken i.p.v. kappen. Bomen mogen oud worden; benut dood hout. Toekomstbestendigheid Gevraagd wordt of er ook gekozen wordt voor droogtebestendige naast inheemse soorten. Belang van aanpassing aan toekomstig
De vraag waarom gemeentelijke bomen gekapt worden, is een vraag die bij uitvoering thuishoort. U kunt dit met de groenbeheerders bespreken. Het uitgangspunt is, dat de gemeente geen gezonde bomen kapt. Daar wordt zeker naar gekeken. Al is het op dit moment niet bekend of inheemse bomen zich ook kunnen aanpassen aan
Geen.
Geen.
0086222624
5
ELAN Zuidoost Friesland Commissieweg 15 9244GB Beetsterzwaag
6
LTO Noord Postbus 240 8000 AE Zwolle
klimaat.
klimaatverandering en daarom houden inheemse bomen de voorkeur.
Verzoek om rekening te houden met milieubelasting bij uitvoering: brandstof, plastics, zwerfafval, landbouwplastic.
Hier houdt de gemeente, waar dit kan, rekening mee.
Communicatie met burgers Communicatiestrategie is onduidelijk. Gemeentewebsite alleen is onvoldoende. Suggestie: gebruik andere kanalen, actief contact en initiatieven zoals Tuinrangers. In het plan las ik dat gemeente Opsterland de samenwerking met (Agrarisch) Natuur Verenigingen zoekt om biodiversiteitsinitiatieven op te pakken. Vanuit ELAN Zuidoost Friesland zien we een verzoek hiertoe gaarne tegemoet en zijn bereid om de samenwerking aan te gaan. Op blz. 15 wordt beschreven dat de NME sinds 2024-2025 op scholen educatie verzorgt. Wellicht aanvullend goed om te vermelden dat ELAN in samenwerking met gemeente Opsterland, NME, LBF én scholen al jarenlang biologiedagen verzorgt op boerderijen en financieel ondersteund door van Teijens-fundatie, Kunst & Coo. Reikwijdte onduidelijk Het plan lijkt breder te reiken dan alleen gemeentelijk eigendom, terwijl de samenvatting dat suggereert. Er worden ook eisen gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen van derden.
Oppassen met creëren van waarden
Deze tip hebben we ook ontvangen via de Stem van Opsterland en nemen we mee bij de invulling van de communicatiecampagne. Wij nodigen u hiervoor uit, dit zal medio 2026 worden.
Geen.
Geen.
De biologiedagen zijn bekend en de educatie van NME is extra en aanvullend hierop. Dit is opgenomen in het biodiversiteitsplan.
§6.3: Daarnaast wordt samen met ELAN, LBF en NME al jarenlang biologiedagen op de basisscholen gehouden.
De ambitie van het plan is inderdaad breder dan gemeentelijk eigendom, maar de toepassing van instrumenten zoals de biodiversiteitstoets is primair bedoeld voor gemeentelijke projecten. We zullen dit verduidelijken.
H 5: Er wordt toegevoegd dat maatregelen zoals de biodiversiteitstoets en groene normen alleen van toepassing zijn op gemeentelijk geïnitieerde ontwikkelingen, tenzij anders overeengekomen in participatie of samenwerking.
0086222624 Biodiversiteit kan andere ontwikkelingen belemmeren, zoals sanering of aanleg van infrastructuur. LTO Noord vraagt om aandacht voor deze risicofactor.
Naast exoten ook andere probleemsoorten Het plan noemt invasieve exoten, maar mist aandacht voor andere soorten zoals distels, Jacobskruiskruid, predatoren en de wolf.
Meten is weten In de samenvatting van het plan staat dat met behulp van de biodiversiteitsmeetlat iedere vijf jaar een meetronde wordt uitgevoerd. Elders in het plan wordt echter gesproken over een cyclus van drie jaar. De meetlat zou enkel registreren of iets aanwezig is, zonder oordeel. Tegelijkertijd worden minimale en streefwaarden genoemd, wat impliceert dat er wel degelijk een beoordeling plaatsvindt. Dit roept vragen op over de objectiviteit en onderbouwing van deze normen.
De druk op de ruimte is groot door de verschillende functies en ruimteclaims. Bij het creëren van natuurwaarden kan dit spanningen opleveren. Het is niet de bedoeling dat biodiversiteit onbedoeld andere maatschappelijke doelen blokkeert. We zullen dit risico benoemen en aangeven dat bij inrichting en beheer altijd een afweging plaatsvindt.
H 6 1e alinea: Ook vindt hier altijd afstemming plaats met andere ruimtelijke functies. Biodiversiteit wordt daardoor meegewogen in een brede belangenafweging.
In 2026 wordt een beheerplan invasieve soorten door de gemeente Opsterland opgesteld. Daarin wordt aangegeven welke verplichtingen er voor de gemeente gelden en waar anderen een rol spelen. Wanneer de biodiversiteit in evenwicht is, zijn predatoren geen probleem maar een onderdeel ervan. Dit neemt niet weg, dat er wel situaties zijn, waar predatoren, zoals de wolf, voor een groot maatschappelijk probleem zorgen. Dit wordt geen onderdeel van het plan.
Geen.
Per abuis wordt ook over drie jaar gesproken. Dit wordt aangepast in vijf jaar.
H 8 is hierop aangepast.
De biodiversiteitsmeetlat registreert ecologische elementen zoals structuur, voedsel, schuilplaatsen en verbindingen. De minimale en streefwaarden zijn bedoeld als beleidsmatige richtwaarden, niet als juridische normen. Ze worden vastgesteld in overleg met ecologen van IPC Groene Ruimte, op basis van
§2.4 is aangevuld met uitleg over de keuze voor de Meetlat Biodiversiteit van IPC Groene Ruimte en het bepalen van een minimale en streefwaarde.
0086222624 referentiebeelden, ecologische kennis en praktijkervaring. Deze waarden helpen bij het duiden van de kwaliteit en bij het evalueren van beheermaatregelen, maar leiden niet automatisch tot beleidsaanpassing. In paragraaf 3.1 staat dat bij het bestemmen van gronden wordt ingezet op biodiversiteitsherstel. Zonder toelichting kan deze formulering zorgen oproepen, omdat het de indruk wekt dat de ambitie op het vlak van biodiversiteit zwaarder zal wegen dan de beoogde functie en het gebruik. 7
Stichting Suver Opsterland
Deze wordt aangepast.
Doelstelling 4 in §3.1 wordt als volgt: Bij ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op het versterken van biodiversiteit met een goede vertaling in projecten en werkzaamheden.
Het expliciet benoemen van het welzijn van dieren, bakent de breedte van biodiversiteit af. Het gaat om de verscheidenheid van alle soorten, dus ook planten, insecten, bodem leven e.d.
Geen.
De vier V’s vormen de ecologische basis van het plan. Het is de intentie om na vaststelling van het plan door raad een uitvoeringsagenda op testellen.
Geen.
De regel is een richtlijn. De gemeente gaat deze hanteren bij het vergroenen van de leefomgeving in de dorpen.
Geen.
Stichting Suver Opsterland waardeert de ambitie van het biodiversiteitsplan, maar uit zorgen over de concretisering, afdwingbaarheid en participatie. Welzijn van dieren De aanleiding van het plan noemt het welzijn van inwoners, maar niet expliciet dat van dieren. Suver vindt dat dit ook opgenomen moet worden. Concrete maatregelen bij de vier V’s Het plan benoemt de vier V’s (voedsel, veiligheid, voortplanting, variatie), maar mist concrete acties die de gemeente gaat ondernemen om hieraan bij te dragen. Vrijblijvendheid van de 3-30-300-regel De regel spreekt aan, maar klinkt niet afdwingbaar. Suver pleit voor toepassing als verplichte norm bij nieuwe projecten en herinrichtingen.
0086222624 Gebrek aan verplichtingen Biodiversiteitseisen zouden verplicht moeten worden bij ruimtelijke ontwikkelingen en pachtcontracten (bijv. geen gif, nestvoorzieningen, kruidenrijk grasland). De gemeente zou moeten aansluiten bij andere gemeenten die dit al doen. Ecologisch maaibeheer en burgerparticipatie Inwoners vragen om ecologisch maaien en minder rigoureus beheer. Suver mist duidelijke doelstellingen hierover en pleit voor voorlichting of verbod op het ongevraagd maaien van bermen door inwoners. Samenwerking met natuurverenigingen De rol van lokale natuurverenigingen wordt onduidelijk en voorzichtig benoemd. Suver mist concrete doelen, resultaten en acties in de samenwerking. Voorbeelden zoals het herstellen van houtwallen worden genoemd als gemiste kans.
Duurzame inkoop en Groen Manifest Er wordt geen aandacht besteed aan duurzame inkoop, zoals biologische bollen. Het Groen Manifest uit 2021, opgesteld door betrokken inwoners, is niet terug te vinden in het plan.
De gemeente is van plan om biodiversiteitseisen op te nemen in het nog op te stellen pachtbeleid en dit staat al genoemd bij §5.1. Aansluiting bij andere gemeenten wordt onderzocht in het pachtbeleid.
Dit is opgenomen in §5.4.
De gemeente heeft al jarenlang een ecologisch bermbeheer. In de dorpen wordt maatwerk gemaakt met de intentie om ecologisch maaien uit te breiden. Het maaien van gemeentelijke bermen door inwoners heeft onze aandacht.
Geen.
Er is aangegeven is dat de natuurverenigingen een onderdeel kunnen worden in het bevorderen van biodiversiteit. Dit laten wij zo staan.
Geen.
Het herstellen van houwallen vindt grotendeels plaats in het buitengebied. Het biodiversiteitsplan richt zich eerst op de gemeentelijke openbare ruimte, daar zijn houtsingels meestal geen onderdeel van.
N.v.t.
Onze bloembollen zijn biologisch geteeld. Daar is dus aandacht voor.
Geen.
Dit klopt, want het groenmanifest is separaat behandeld richting opstellers. Echter staan onderdelen van het Groenmanifest in het biodiversiteitsplan.
Geen.
Geen.
0086222624 8
Plaatselijk Belang Terwispel Bomencommissie
Het Plaatselijk Belang Terwispel vindt het jammer dat er niet vooraf om een reactie gevraagd is.
Uitvoering en beplanting Hoe is de planning van werkzaamheden geregeld m.b.t. aanleg van kabels/ leidingen en snoeiwerk. Grondwerkzaamheden langs bomen en snoeiwerkzaamheden hebben invloed op de bomen. Groenperken Hoe ziet de gemeente de biodiversiteit in de groenperken? Wie geeft aan wat hierin komt en onderhoudt dit?
Rol van de Gemeente Heeft de gemeente in de uitwerking van het plan een aansturende functie? Verzorgt zij ook instructies voor dorps- of bewonersinitiatieven? Plas-draszones Kunt u aangeven waar plas-draszones zich bevinden?
Monumentale bomen In het plan missen we een lijst met monumentale bomen en hoe de gemeente hiermee omgaat.
In juni hebben stellingen op de Stem van Opsterland gestaan, waar op gereageerd kon worden. En er is voor gekozen via de formele inspraak van andere belanghebbenden reacties te vragen.
V.k.a.
Dit punt gaat over uitvoering en is onderdeel van het werkproces en daarom hoort niet in een beleidsplan thuis. Vandaar dat hierover niets in het biodiversiteitsplan is opgenomen.
Geen.
De insteek is dat ons groen meer inheemse en insecten vriendelijke soorten krijgt. In principe bepaalt de gemeente het sortiment, maar er is altijd ruimte voor overleg.
Geen.
Dorps- en bewonersinitiatieven kunnen op de gebruikelijke manier worden ingediend (formulier initiatief openbare ruimte) en wordt vervolgens getoetst aan diverse uitgangspunten.
Geen.
Plas-draszones kunnen zich bevinden langs een watergang waar een brede groenstrook aan grenst.
Geen.
In het Bomenbeleidsplan (vastgesteld in 2020) is opgenomen dat wij van beeldbepalende bomen spreken en niet van monumentale bomen. Daar is geen
Geen.
0086222624
9
Inwoner Opsterland
De indiener toetst het ontwerp biodiversiteitsplan aan het Groen Manifest en de Tips voor een groene gemeente van Natuurmonumenten.
lijst van. De beschrijving van beeldbepalende bomen staat in de Algemene Plaatselijke Verordening. Het groenmanifest is separaat behandeld en op gereageerd naar de opstellers. Onderdelen van het Groenmanifest staan in het biodiversiteitsplan.
Algemene visie Pleidooi voor een lange termijnvisie: bij elk besluit stilstaan bij de impact op toekomstige generaties.
Dit wordt al gedaan met de toetsing aan de global goals (SDG’s) bij ieder gemeentelijk besluit.
Geen.
Dat is een keuze die u aan de gemeenteraad kunt voorleggen.
Geen.
Het landschap en natuur zijn een onderdeel van bestemmingsplannen.
Geen.
Deze opmerking onderbouwt §3.3.
Geen.
Dit gebeurt nu al.
Toegevoegd is bijlage 3; 40 punten checklist van KNNV.
Bewijslast omdraaien: ontwikkelaar moet aantonen waarom vergroening niet mogelijk is.
Wij zijn hierover altijd in overleg met een ontwikkelaar.
Geen.
Stimuleer het gebruik van biobased materialen en verplicht groenplannen voorafgaand aan vergunningverlening.
Hier wordt al op ingezet en groenplan is altijd onderdeel van een ruimtelijke plannen.
Geen.
Suggestie: symbolische stoel voor toekomstige generaties bij raadsvergaderingen. Versterken van biodiversiteit Actualisatie van bestemmingsplannen met bescherming van landschapselementen, zoals houtwallen en kerkepaadjes. Klimaatadaptatie Wadi’s multifunctioneel inrichten met biodiversiteitswinst. Combinatie van natuur, waterberging en recreatie in gemeentelijke natuurgebieden. Ruimtelijke ordening en bouwprojecten Ecologische eisen bij aanbesteding en uitvoering.
0086222624
Financiële prikkels voor vergroening.
Op dit moment wordt geen subsidieregeling opgezet.
Geen.
De gemeenteraad heeft begin deze zomer een motie voor pachtbeleid aangenomen. Daar wordt momenteel aan gewerkt.
Geen.
Dit is geen taak voor de gemeente.
Geen.
Dit is uitgangspunt bij werkzaamheden en planvorming.
Geen.
De APV wordt op het onderdeel houtopstanden niet aangepast. Herplant wordt gecontroleerd.
Geen.
Monitoring en communicatie Suggestie: publicatie van begrijpelijke voortgangsverslagen in lokale media.
Bekeken wordt of de evaluatie op de website kan komen.
Geen.
Samenwerking met agrarische sector Pleidooi voor stimulering van een goed verdienmodel voor een extensieve circulaire landbouw.
Binnen het Veenweideprogramma wordt hier in pilotgebieden aan gewerkt. O.a. Aldeboarn-De Deelen.
Geen.
Verlagen van gemeentelijke en waterschap heffingen voor natuurinclusieve bedrijven.
Dit punt hoort niet in een beleidsplan thuis.
Geen.
Verhogen van waterpeil in veenweidegebieden.
Dit is een onderdeel van het Veenweideprogramma.
Geen.
Suggestie: rol voor Stichting Steenbreek ontbreekt.
Steenbreek richt zich hoofdzakelijk op particulieren en er is overleg met de gemeente.
Geen.
Grondbeleid Positieve waardering voor duurzaam pachtbeleid.
Aandacht voor gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door grootgrondbezitters. Beheer openbare ruimte Optimale bescherming en behoud van bestaande bomen. Strengere kapvergunningcriteria (APV) en betere herplantcontrole.
0086222624 Educatie Waardering voor NME-programma van De Naturij. Pleidooi voor natuurlokalen bij alle scholen. Financiën en organisatie Behoefte aan meerjarenbegroting en inzicht in kosten (€600.000–€1,5 miljoen). 10
Inwoner Opsterland
Geen. Dit is geen onderdeel van het biodiversiteitsplan. Geen.
Algemene waardering ▪ Positieve waardering voor het opstellen van het Biodiversiteitsplan. ▪ Erkenning voor de inzet van de gemeente om biodiversiteit te herstellen en versterken.
De insteek is om de gemeentelijke maatregelen binnen regulier budget op te pakken. Dank voor uw betrokken en inhoudelijk sterke reactie op het Ontwerp Biodiversiteitsplan. Uw ervaring en kennis, onder andere vanuit uw werk bij Landschapsbeheer Friesland, worden zeer gewaardeerd.
Beperkte reikwijdte van het plan ▪ Het plan richt zich vooral op gemeentelijke eigendommen, terwijl deze slechts een klein deel van het grondgebied beslaan. ▪ Vragen over hoe de gemeente haar stimulerende rol richting burgers, agrariërs en andere grondeigenaren gaat invullen.
U heeft terecht opgemerkt dat het plan zich in eerste instantie richt op gemeentelijke eigendommen. Dit is een bewuste keuze. In het concept uitvoeringsprogramma wordt gewerkt aan een bredere aanpak, waarin ook andere grondeigenaren en gebruikers worden betrokken. De gemeente wil hierin een stimulerende en verbindende rol spelen.
Geen.
Met uw opmerkingen over de interpretatie van de nulmeting samen met die van andere inspraakreacties is in §2.4 de nulmeting verder onderbouwd.
§2.4 is aangevuld met uitleg over de keuze voor de Meetlat Biodiversiteit van IPC Groene Ruimte en het bepalen van een minimale en streefwaarde.
In het concept uitvoeringsprogramma wordt hier aandacht aan besteed. Na vaststellen van het biodiversiteitsplan door de gemeenteraad is het concept
Geen.
Kritiek op nulmeting ▪ De conclusie dat gemeentelijk groen al een goede biodiversiteitswaarde heeft, wordt als te positief beoordeeld. ▪ Scores liggen vaak slechts net boven de minimale waarden en blijven ver achter bij de streefwaarden. Ambitie en uitvoering ▪ Er is waardering voor de beleidsuitgangspunten, maar de indiener mist concrete maatregelen en acties, vooral richting agrariërs en burgers.
0086222624 ▪
11
Brandweer Fryslân
De voornemens in hoofdstuk 6 worden als te vrijblijvend ervaren.
uitvoeringsprogramma beschikbaar.
Duurzaam pachtbeleid ▪ Pleidooi voor het uitsluiten van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen in pachtcontracten, zonder dat daar nog onderzoek voor nodig is.
Uw suggestie om het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen uit te sluiten in pachtcontracten wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het pachtbeleid. We onderzoeken hoe dit juridisch en praktisch het beste vorm kan krijgen.
Geen.
Samenwerking met agrariërs ▪ Gemeente zou een actievere rol moeten spelen in samenwerking met agrariërs en agrarische natuurverenigingen zoals ELAN.
Het belang van samenwerking met agrariërs en agrarische natuurverenigingen is opgenomen in het plan en deze contacten zijn er al jaren.
Geen.
Onduidelijkheid over het Activiteitenplan ▪ Onduidelijk is wat precies onder het Activiteitenplan wordt verstaan en of er nog een uitvoeringsagenda volgt.
Het Activiteitenplan is gewijzigd in concept uitvoeringsprogramma. In H9 werd inderdaad gesproken over een uitvoeringsagenda, nu concept uitvoeringsprogramma. Hierin staan de te nemen maatregelen, acties en verantwoordelijkheden overzichtelijk.
De begrippen activiteitenplan en uitvoeringsagenda zijn gewijzigd in concept uitvoeringsprogramma.
Interne organisatie ▪ Aandacht gevraagd voor integrale planvorming en interne communicatie binnen de gemeentelijke organisatie.
Er wordt ook intern ingezet op bewustwording, kennisdeling en samenwerking tussen afdelingen.
Geen.
Brandweer Fryslân waardeert het biodiversiteitsplan en geeft enkele aandachtspunten mee vanuit veiligheid en bereikbaarheid.
Veiligheid en bereikbaarheid zijn essentiële randvoorwaarden bij het realiseren van onze ambities op het gebied van biodiversiteit.
Geen.
0086222624
Waterwinning Zorg dat brandkranen voor de bluswatervoorziening bij plas-draszones en natuurlijke oevers goed bereikbaar blijven. Brandkranen Moeten zichtbaar en toegankelijk blijven, niet overgroeid of bedekt door maaisel, en regelmatig gecontroleerd worden. Brandgevaar in droge periodes In natuurgebieden en agrarisch gebied waar ruigte, dood hout en droge vegetatie aanwezig zijn, bestaat bij langdurige droogte verhoogd risico op natuurbrand. Beheerplannen moeten rekening houden met brandpreventie, zoals het beperken van brandbaar materiaal nabij wegen en bebouwing. Snoeihout minimaal 5 meter van bebouwing en wegen leggen. Maaibeleid Gefaseerd maaien is goed voor biodiversiteit, maar verhoogt brandrisico in droge periodes. Advies: • Intensiever maaien in risicogebieden. • Aanleggen van kort gemaaide stroken als brandvertragende zones, o.a. rond Beetsterzwaag en Poostweg. • Vermijden van ophoping van droog maaisel bij kwetsbare plekken en routes.
12
Natuurvereniging
Toegankelijkheid hulpdiensten Bij vergroening van dorpsranden en openbare ruimte moet vrije doorgang (minimaal 3,5 meter) voor brandweervoertuigen gegarandeerd blijven. De indieners zijn positief over de ambities van
Hier houden wij rekening mee en dit zal intern nogmaals onder de aandacht gebracht worden.
Geen.
Ook hier wordt rekening mee gehouden.
Geen.
Samen met natuurbeheerders en agrariërs zullen wij aandacht besteden aan brandpreventieve maatregelen, zoals het beperken van brandbaar materiaal nabij bebouwing en infrastructuur.
Geen.
Hierover zijn al gesprekken met de brandweer. Waar mogelijk zal in overleg maatwerk gemaakt worden.
Geen.
Dit wordt meegenomen bij planvorming en beheer.
Geen.
0086222624 Geaflecht en Natuerferiening Bakkefean e.o.
het Biodiversiteitsplan en steunen het streven naar herstel van natuur en biodiversiteit. Er zijn wel vragen, opmerkingen en voorstellen: Gebiedsgerichte aanpak De gekozen driedeling van gebieden (nu: dorpen, wegen/water en agrarisch gebied) wordt niet consequent doorgevoerd. Voorstel driedeling in: 1. Gemeentelijke openbare ruimte 2. Bebouwde kommen 3. Gebied buiten de bebouwde kom Dit moet worden door vertaald in ambities, maatregelen en beheer per gebied. Ambities, nulmeting en monitoring Voor de openbare ruimte is de biodiversiteit wél gemeten, maar voor het buitengebied niet, terwijl de Basiskwaliteit Natuur (BKN) daarvoor geschikt is.
De gemeente gebruikt de Meetlat Biodiversiteit om de staat van natuur en biodiversiteit in de openbare ruimte te meten. Dit is een andere methode dan de Nectarindex, die door de vrijwilligerswerkgroep bermmonitoring Opsterland wordt toegepast bij de jaarlijkse flora-inventarisatie van bermen.
Voorstel: ▪ een nulmeting met BKN voor het
De in het biodiversiteitsplan opgenomen driedeling laten wij staan. Mogelijk inconsequent gebruik hiervan is aangepast.
Inconsequent gebruik is in het biodiversiteitsplan aangepast.
Dat klopt, de uitgevoerde nulmeting is gericht op gemeentelijke eigendommen. De BKN-methode is inderdaad geschikt voor het buitengebied. Daar willen we de BKN ook inzetten. Dit wordt gefaseerd opgepakt om het uitvoerbaar te houden.
Geen.
Er is gekozen voor een brede meting van biodiversiteit (flora, fauna, structuur en ecologische functies). Nectarindex is specifiek gericht op beschikbaarheid van nectar voor insecten. Omdat deze meetlat voor een deel ook iets zegt over de aantrekkelijkheid voor bijen en vlinders kunnen wij ons voorstellen dat de waarde om te blijven meten met de Nectarindex afneemt. Tegelijk kunnen wij niet voor derden bepalen of zij wel of niet blijven meten.
Geen.
De uitwerking van de BKN wordt in latere
0086222624
▪ ▪ ▪
buitengebied duidelijke streefwaarden i.p.v. minimale waarden één heldere monitoringsmethode en frequentie kaartjes/locaties van de metingen toevoegen
Uitvoering en concrete maatregelen ▪ Het plan bevat ambities, maar te weinig concrete acties, locaties of duidelijkheid wie wat wanneer doet. Verzoek om: ▪ jaarlijkse uitvoeringsplannen (ook bestuurlijk vast te stellen) ▪
jaren (2028-2030) uitgewerkt met de diverse partners.
Een overzicht van de meetlocaties nemen we op in het biodiversiteitsplan.
In bijlage 2 is een overzicht van de meetlocaties toegevoegd.
Dit zijn zaken die in beheerplannen zijn of worden opgenomen en niet in het beleidsplan.
Geen.
Heldere afspraken over: • maaibeheer (gazon, berm, schouwpad, hooiland) • gefaseerd snoeien • beheer van oevers (maaisel afvoeren) • ecologische voorwaarden bij gebiedsontwikkeling • scherpere regels voor bomenbeleid (o.a. doel 10% meer bomen opnemen)
Aanvullende inhoudelijke punten ▪ Landbouw: het plan spreekt tegenstrijdig over landbouw als ‘hoeder’ én als oorzaak van biodiversiteitsverlies → vraag om een duidelijke gemeentelijke koers, mét meetbare doelen. ▪ Ruimtelijke ontwikkeling: biodiversiteitsmaatregelen verplicht maken via regels, aanbestedingseisen en vergunningen. ▪ Landschap en omgevingsplan:
Dit is toegevoegd bij §7.1.
Deze tegenstrijdigheid onderkennen wij niet. Het huidige landschap is voor een groot deel door de inzet van de agrariërs gebleven.
Geen.
N.v.t. Hier wordt aandacht aan besteed. N.v.t.
0086222624
▪
Aanpassing ambtshalve
biodiversiteitsplan moet doorwerken in het Omgevingsplan. Financiën: onduidelijk hoe maatregelen betaald worden. Er wordt gevraagd om een duidelijke financiële paragraaf i.v.m. transparantie en besluitvorming.
Bij de meeste ruimtelijke ontwikkelingen wordt een positieve impuls meegegeven op het gebied van biodiversiteit en natuurversterking. De 40 punten checklist van de koninklijke natuurhistorische vereniging wordt meegestuurd.
Deze notitie is hier de basis voor. Waar het kan, wordt met reguliere middelen de biodiversiteit verbeterd. Wanneer blijkt dat voor de mogelijke extra kosten onvoldoende budget is, zal extra budget aan de raad gevraagd worden. Dit is per abuis niet opgenomen en wordt alsnog toegevoegd.
Geen.
In §5.1 is het volgende opgenomen: Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van de 40-punten checklist (zie bijlage 3) van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV). Deze checklist biedt een breed scala aan concrete maatregelen die toepasbaar zijn in de gebouwde omgeving en op terreinen met een mix van bebouwing en groen.
0086222624 Bijlage 1: Publicaties (Nijs út Opsterlân 3 september 2025)
0086222624 (Gemeenteblad 3 september 202)
0086222624 Bijlage 2: Ingekomen inspraakreacties
0086222624 Indiener 1 – Inwoner Opsterland Email Beste Marieke, Misschien een vertaling van de zin, Rûch is it nije kreas, voor de niet Friezen die in Friesland wonen We wonen tenslotte ook in Nederland, of is het een verplichting dat je Fries kan lezen als je hier woont?? Met vriendelijke groet, xxxxxxxxxxx
0086222624 Indiener 2 – Natuurmonumenten Email Beste Marieke, Vanuit Natuurmonumenten juichen we het initiatief van een Biodiversiteitsplan van harte toe. We sluiten graag aan als gesprekpartner als het gaat om het implementeren hiervan rondom of in onze gebieden. Voor met name het genoemde onder paragraaf 4.3 loopt al een initiatief wat de doelen van het plan ondersteunt. Met vriendelijke groet, Boswachter Ecologie Friesland & Coördinator Natuurbeheer Slotplaats
0086222624 Indiener 3 – Inwoner Opsterland Email Dag Marieke, Als betrokken Opsterlands burger reageer ik graag op het bovengenoemde plan. Mijn advies aan de gemeente is om zoveel als mogelijk agrarische grond die vrij c.q. te koop komt via een '1e koop' constructie in eigen beheer te krijgen. Dit om te voorkomen dat private equaty ridders deze aankopen. Met winstbedoelingen, die zeker geen biodiversiteit nastreven (er is op andere manieren ('projectontwikkeling') veel meer winst weg te slepen, veelal ook nog naar het buitenland. Met vriendelijke groet, Henk van Rijen
0086222624 Indiener 4 – BlomBijBeets Email Inspraakreactie BlomBijBeets op Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036 Inleiding Positief verrast waren wij bij het lezen van dit plan. Veel van onze (jarenlange) bevindingen met de ons omringende natuur en hoe ernstig die achteruitgaat, vinden we in dit plan terug. Positieve punten die we terugzien, zijn: • We kunnen achter de omschrijving van ‘biodiversiteit’ staan met de richtlijn van de 4 V’s (+ 4 ondersteunende V’s). Het is veelomvattend en doet recht aan soorten en hun kansen voor de toekomst. • Een onderdeel van die definitie is dieren de gelegenheid geven hun voortplantingscyclus af te kunnen maken. Dat heeft consequenties voor bv. het maaibeleid en beheer in snoeien ed. Daar wil de gemeente zich dus ook voor inzetten. • De noodzaak van een gezonde bodem wordt benadrukt. • Biodiversiteit is een net zo belangrijk doel geworden als andere ambities waar de gemeente zich aan verbindt, zoals economische doelen. • De verbinding wordt gezocht met burgers en andere partijen. Hiermee wordt de zorg voor onze aarde als een gezamenlijke opdracht versterkt. • Uit de nulmeting blijkt dat de Wegbeplanting Zand en Veen laag scoren. Dus de biodiversiteit is daar ver te zoeken. Iets wat wij, als BlomBijBeets, al lang signaleren en aangegeven hebben bij de gemeente. Dit ervaren wij als een bevestiging.
• Een tip die wij de gemeente ook mee hebben gegeven is het inzaaien met andere planten dan gras op plekken waar de grond open is geweest. Zoals bij werkzaamheden in de berm. We zijn blij dat we dit punt terugzien in de plannen. • Het belang van bomen wordt onderkend. Maar ook de variatie in soorten. • Het stimuleren van betrokkenheid van burgers. Het uitnodigen tot burgerinitiatieven. Voorheen kregen we signalen dat de gemeente terughoudend is met initiatieven in de openbare ruimte. Wij denken dat burgers betrokken en hoopvol blijven als zij actief een rol kunnen spelen in het vergroten van de biodiversiteit. Het plan is positief en straalt daadkracht uit. Tevens hebben we het plan ‘kritisch’ bekeken. En daar willen we een aantal punten in benoemen. Bedoelt als stimulering en misschien ter heroverweging van plannen: • De nulmeting en gebruik meetinstrument Meetlat Biodiversiteit. De vragen die dit oproept zijn: • De motivering waarom dit meetinstrument is gekozen, ontbreekt. • Er vallen ons een aantal dingen op in de format in bijlage 2. Bv. *bij 1n: of er plaatselijk onbegroeid terrein is? Er is altijd begroeiing tenzij er kortgeleden werkzaamheden zijn geweest. Wat wordt hier bedoeld? *1. er wordt bij de begroeiing geen onderscheid gemaakt tussen welke begroeiing. Terwijl de ene soort struik, of soort boom veel meer fauna aantrekt dan andere soorten.
En dus een groot verschil uitmaakt voor de biodiversiteit. *Wat is de oppervlakte van een meetpunt? Want als dat bv. 10m bij 10m is dan betekent de aanwezigheid van een aantal bomen meteen dat er minder andere planten en struiken ed wordt gescoord (ivm schaduw minder begroeiing). *3c. Het toekennen van 1 tot 5 punten voor soortenrijke bomen, vinden we laag in verhouding tot de andere onderwerpen. Hoewel natuurlijk het belang van soorten die meer biodiversiteit met zich meebrengen, onmiskenbaar is. En meteen een kanttekening. Wat een Eik herbergt veel biodiversiteit. Maar dat is wel afhankelijk van zijn leeftijd. Wordt dit meegenomen in de beoordeling? Trouwens…krijgen bomen nog kans om oud te worden, met alle gebreken die daarbij horen?
0086222624
•
*3g. Staan er late bloeiers? Als dit positief gescoord wordt zou dit ook moeten betekenen dat die bloeiers niet afgemaaid worden. Om zodoende de cyclus voor insecten ed af te kunnen maken. Maar in de praktijk zien we hier dat in augustus de bermen gemaaid worden en daarmee ook nog allerlei bloeiende en in zaad staande planten zoals Gewone Berenklauw. • Op welk moment in het jaar is deze nulmeting uitgevoerd? Dit moment is erg bepalend voor wat je ziet, bv. voor of na een maaibeurt. Bv. voorjaarsbloeiers kun je niet tellen als in de nazomer een meting wordt uitgevoerd. Of is hierbij uitgegaan van voorkennis? Wordt die meting voortaan steeds op ditzelfde moment uitgevoerd? • Op welke plekken in de gemeente is de meting gedaan? We nemen aan dat dit een goeie, realistische afspiegeling is van de verschillende landschapstypes en variatie aan planten. Daar hebben we nu geen inzicht in. Is de gemeente hierbij uitgegaan van monitoren van de minst diverse en dus lage biodiversiteitsplekken? Want daar ligt toch juist de ambitie. En er zullen vast stukken grond zijn die hoog in biodiversiteit scoren. Kan hier een valkuil ontstaan omdat misschien uitgegaan wordt van gemiddelden en dat daarmee de ambitie verminderd? • We missen bij de meting biodiversiteit de gegevens die nu al bekend zijn vanuit de Nectarindex.
Een jaarlijkse meting die door vrijwilligers van de Geaflecht/natuurvereniging Bakkeveen wordt uitgevoerd. Hier is al veel in geïnvesteerd en geeft waardevolle informatie en zou een goede aanvulling kunnen zijn op het bepalen van biodiversiteitsniveau ’s. • De meting die nu gedaan is, is een meting van landschapstypes met hun beplanting. We zien geen monitoring terug van dieren en insecten. Misschien is dit ook te ingewikkeld en is de insteek daarom ‘de voorwaarden creëren’. Maar in de praktijk zou het mooi zijn als ook de fauna wordt geteld. Het kan betekenen dat duidelijk wordt dat er op bepaalde plekken in de gemeente veel meer fauna aanwezig is dan op andere plekken. Dan kan de keuze gemaakt worden om hierbij meer maatwerk te leveren om deze plekken te borgen of zelfs als voorbeeld voor andere plekken kan dienen. • We komen nergens in de tekst het beleid rond de Eikenprocessierups terug. Terwijl ook hier keuzes gemaakt kunnen worden die de biodiversiteit ten goede kunnen komen. Bv. worden mezensoorten gestimuleerd op die plekken te foerageren en daarmee veel rupsen wegeten. • Wat ons betreft zou de gemeente, daar waar het allerlei regelgeving toelaat, pittiger mogen zijn richting pachters. Durft de gemeente echt haar nek uit te steken? Het boerenland is ook ons land, daar waar wij dagelijks wonen en werken. Ook wij burgers willen dat het land, de bodem ed.
goed beheerd worden en recht gedaan wordt aan natuur en fauna. Hoeveel mensen bv. hebben last in hun tuinen van bestrijdingsmiddelen en kunstmest die boeren en landbouwers gebruiken. Het vraagt enorm veel van burgers om hier hun stem te laten horen. Die wegen zijn vaak erg ingewikkeld. Dat onze eigen gemeente hiervoor gaat staan, voelt dan als recht-doen. Het standpunt van Opsterland tav de Lelieteelt is bv. een goeie stap in de richting. Hoe concreter hoe beter! • De doelstelling om in 10 jaar 5 hectare kruidenrijk grasland erbij te hebben vinden we voor zo’n uitgestrekte gemeente een te lage ambitie. De uitvoering van deze plannen. • In het plan zien we te weinig terug hoe één en ander een vertaalslag krijgt naar de praktijk. Het kan gebrek aan procesmatig inzicht aan onze kant zijn. Dus dat de gemeente dit in een latere fase doet. Maar hier en daar is in de tekst te bespeuren dat de gemeente haar grenzen aangeeft wat betreft de ambitie. Bv. op blz. 13. Betreffende de 3-30-300regel. “Dit betekent dat de 3-30-300-regel niet overal uitgevoerd wordt of kan worden”. Natuurlijk is dat de realiteit. Maar zit hier ook niet de verleiding om het te laten zitten? In hoeverre blijft de gemeente ‘scherp’.
0086222624 •
•
•
Ditzelfde geldt voor de samenwerking zoeken met andere partijen zoals boeren, bouwprojecten ed. (heel vaak loopt een plan vast op het ‘hoe’. Bij een gezamenlijke overtuiging over het ‘wat’, zijn we bereid om krachtiger in te zetten, ondanks tegenslag, weerstand en meer kosten). In aansluiting hierop, kunnen we ons voorstellen dat er mensen nodig zijn die deze processen kunnen begeleiden en kunnen ondersteunen in de keuze van communicatie en overleg, om zo te zoeken naar gezamenlijkheid. Hoe krijg je verbinding met andere partijen die ook andere belangen hebben? Het kan al snel stuklopen op inhoud, verschil in standpunten, ‘teleurstelling uit het verleden’, verwachtingen, wantrouwen ed. We hopen van harte dat de gemeente het belang van goeie communicatie onderkent. • Rond maaibeleid en beheer. Een voorbeeld wordt genoemd van gefaseerd maaien, dood hout laten liggen ed., blz. 3. Wat betekent dit voor de praktijk? Inmiddels is erg veel onderzoek gedaan naar de wijze waarop gemaaid moet worden om zo variatie in planten te behouden én de insecten en andere dieren recht te doen. Zoals maaihoogte, keuze van machines, sinusmaaien, maatwerk ed. Keuzes hierin lezen we te weinig terug in het plan. Wel lezen we de keuze om de begroeiing rond bomen te laten staan. Maar is dit voldoende om daarmee de insectenstand te behouden en liefst te vergroten? Wij denken van niet.
Onze wens zou hierin zijn dat de gemeente kiest voor methodes als maaienlaten liggen-afvoeren, verschillende bermen ed. in verschillende periodes met verschillende hoogtes te maaien. Tevens zou onze wens zijn dat kleiner materieel gebruikt wordt. En wordt er logistiek gekeken hoe één en ander in elkaar grijpt? Bv. stel er blijft een deel berm staan, vervolgens komt een week later een grote trekker of een machine met grote rupsbanden die de oever moet hekkelen en kan niet anders dan door de hoge begroeiing rijden. Willen we insecten kans geven hun cyclus af te maken dan zal op veel plekken de beplanting de winter over moeten blijven staan. Toekomstbestendigheid. • De gemeente neemt dit mee in het plan, bv. tav van waterhuishouding. Onze vraag is, of dit ook meegenomen wordt in de keuze van beplanting. Inheems is heel belangrijk maar bomen moeten ook in een (toekomstig) droger klimaat kunnen leven. En dat kan de keuze bepalen waar welke boom wordt geplant. • We hebben gelezen dat de gemeente meer dan 100 bomen wil gaan kappen. Daar zitten ook veel Eiken bij. Een boomsoort die enorm veel biodiversiteit in zich draagt, vooral als de boom ouder is.
Welke overwegingen spelen bij die kap en kan expertise hieromtrent meegenomen worden in dit Biodiversiteitsplan? Daar waar Eiken het moeilijk hebben, goed onderzoeken wat daarvan de oorzaak is en prioriteit geven aan ingrepen als waterhuishouding, om ze te redden i.p.v. om te hakken. Mogen bomen oud worden, hol worden, ruimte krijgen om te vallen en zo door te leven ed. omdat dat past bij hun ontwikkeling (en misschien minder bij ons plaatje van ‘mooi’ of moeten wijken voor te ver doorgeslagen veiligheidsnormen). Natuurlijk moet er soms ingegrepen worden i.v.m. veiligheid, dat begrijpen we. • Toekomstbestendigheid houdt ook in de aarde zo min mogelijk belasten. Ook dat komt ten goede van biodiversiteit. Houdt de gemeente bij de uitvoering van de plannen rekening met keuzes rond gebruik van brandstoffen, keuze materieel, plastics die overal liggen en door maaien verpulverd worden, plastics die boeren gebruiken voor het inpakken van hooi maar ondertussen verwaait en dus overal ligt, het ontbreken van prullenbakken waardoor mensen eerder hun rommel weggooien in de berm enz. Communicatie met burgers. De gemeente wil burgers informeren, stimuleren en activeren. Maar hoe de gemeente dit wil doen en denkt mensen te kunnen bereiken, zien we te weinig terug in het plan. We weten dat de gemeente haar website bv. gebruikt om informatie te geven.
Maar we weten ook dat heel veel mensen dat niet lezen. Hieruit kun je niet concluderen dat mensen niet betrokken zijn. Dus is het niet effectief.
0086222624 Welke andere manieren ziet de gemeente hierbij? Een tip van ons om betrokkenheid en biodiverse acties van burgers te vergroten is het Project Tuinrangers. Vrijwilligers worden daarbij opgeleid om burgers te helpen hun tuin biodiverser in te richten. We hopen dat u één en ander mee wilt nemen. We zijn blij met uw insteek en kijken uit naar de veranderingen in onze woonomgeving! Veel haalbare, kleine stapjes en alles wat al gerealiseerd kan worden meteen oppakken. Hoe zichtbaarder, hoe concreter, hoe sneller, hoe groter de kans dat burgers ook zelf in actie komen en daarmee uw plan een sneeuwbaleffect kan hebben!
Met vriendelijke groet Namens BlomBijBeets
0086222624 Indiener 5 – ELAN Email Goedendag Marieke Tiekink, Met belangstelling is binnen ELAN Zuidoost Friesland het ontwerp Biodiversiteitsplan Opsterland gelezen. Hierbij een reactie hierop. -
In het plan las ik dat gemeente Opsterland de samenwerking met (Agrarisch) Natuur Verenigingen zoekt om biodiversiteitsinitiatieven op te pakken. Vanuit ELAN Zuidoost Friesland zien we een verzoek hiertoe gaarne tegemoet en zijn bereid om de samenwerking aan te gaan. Op blz. 15 wordt beschreven dat de NME sinds 2024-2025 op scholen educatie verzorgt. Wellicht aanvullend goed om te vermelden dat ELAN in samenwerking met gemeente Opsterland, NME, LBF én scholen al jarenlang biologiedagen verzorgt op boerderijen en financieel ondersteund door van Teijens-fundatie, Kunst & Coo.
In het vertrouwen u op deze wijze voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Secretaris ELAN Zuidoost Friesland Commissieweg 15 9244 GB Beetsterzwaag
0086222624 Indiener 6 – LTO Noord
0086222624
0086222624 Indiener 7 – Stichting Suver
0086222624 Indiener 8 – Plaatselijk Belang Terwispel Email Hallo Marieke, Als Plaatselijk Belang Terwispel vinden wij het jammer dat wij niet vooraf om een reactie gevraagd zijn op het plan en anders hebben moeten vernemen dat er een Biodiversiteitsplan Opsterland was. Bij het lezen van het Biodiversiteitsplan Opsterland is onze bomencommissie een aantal punten opgevallen: • Hoe is de planning van werkzaamheden geregeld m.b.t. aanleg van kabels/ leidingen en snoeiwerk. Wanneer grondwerkzaamheden worden uitgevoerd langs bomen en even later hier snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd heeft dit invloed op de bomen. Hierover kunnen wij niets terugvinden in het plan. • Groenperken. Hoe ziet de gemeente de biodiversiteit in de groenperken? Wie geeft aan wat hierin komt en onderhoudt dit? • Rol van de Gemeente. Heeft de gemeente in de uitwerking van het plan een aansturende functie? Verzorgt zij ook instructies voor dorps- of bewonersinitiatieven? • Plas-draszones. In het plan worden gesproken over plas-draszones kunt u ook aangeven waar deze gebieden zich bevinden? • Monumentale bomen. In het plan missen we een lijst met monumentale bomen en hoe de gemeente hiermee omgaat. Wij zien u reactie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Voorzitter Plaatselijk Belang
0086222624 Indiener 9 – Inwoner Opsterland Reactie ontwerp biodiversiteitsplan: Tegen het licht gehouden met Groen Manifest en Tips voor een groene gemeente van Natuurmonumenten Zo werkt Opsterland aan een toekomstbestendige leefomgeving voor mens, dier en plant. Voer standaard in: bij ieder gemeentelijk besluit of actie stil staan bij de impact hiervan op volgende generaties. Lange termijnvisie. Bij een aantal gemeenten wordt bij iedere raadsvergadering een extra stoel geplaatst als symbool voor onze toekomstige generatie. Zou mooi zijn. 3.2 Opgave gemeente; biodiversiteit versterken Bij versterken van biodiversiteit gaat het om een aantal zaken: ▪ Aansluiten bij het landschap. In ons Groen Manifest pleiten we voor: -Betere beschrijving, inventarisatie en bescherming in huidige bestemmingsplannen van het Opsterlandse landschap. - actualiseren van de bestemmingsplannen zodanig dat landschap, natuur en biodiversiteit voldoende beschermd, geborgd en versterkt worden. - bescherming van houtwallen, natuurlijke watergangen, kerkepaadjes e.d. door deze als waardevolle landschapselementen in het bestemmingsplan op te nemen. - waar nodig aanleg van faunapassages voor succesvolle migratie. 3.3 Klimaatadaptatie en biodiversiteit Ook de aanleg van wadi’s om water op te vangen, kunnen met een plus op biodiversiteit ingericht worden.
Tip Natuurmonumenten voor een groene gemeente: Zet in op het multifunctioneel gebruiken van gemeentelijke natuurgebieden. Kijk naar combinaties met waterberging en recreatie. Dat resulteert in functiecombinaties waarbij natuur meerwaarde oplevert en tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in het robuuster maken van natuur en groen. Bij punt 4 wordt gesproken over herinrichting in de dorpen en planning bij nieuwe projecten bij ruimtelijke ordening. Tip Natuurmonumenten: -Neem iets op over de aanbesteding: aan de uitvoerders, worden eisen gesteld waarbij deskundigheid en inzet van het juiste materiaal voor ecologisch beheer leidend zijn. Bovendien is een goede afstemming en communicatie tussen beleidsmakers, uitvoerenden en aannemers belangrijk. -Draai de bewijslast om. Een projectontwikkelaar moet kunnen aantonen waarom neststenen, groene daken, gevelgroen en insectenvoorzieningen niet kunnen worden toegepast. -Stimuleer gebruik biobased en herbruikbare bouwmaterialen die helpen om de vervuilende en nauwelijks recyclebare afvalstromen uit de bouw terug te brengen. -bij ieder bouwproject eerst een groenplan laten maken dat wordt voorgelegd voor afgifte van vergunning en bouwrijp maken van een terrein, een en ander te verankeren in omgevingsvisie en vergunningverlening. -Introduceer financiële prikkels om vergroening te stimuleren.
Beloon investeerders in het bijdragen aan oplossingen, bijvoorbeeld via cofinanciering, korting op lokale belastingen of andere positieve prikkels. 5.4 Over het grondbeleid. Duurzaam pachtbeleid ontwikkelen, PRIMA! Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Contact met grootgrondbezitters (bv Corneliastichting bij Rome bij volkstuin) in Opsterland over gebruik chemische bestrijdingsmiddelen. Vaak wordt economisch belang als prioriteit gezien bij deze groep. 7.1 Beheer en onderhoud van de openbare ruimte Bomen ▪ Monoculturen doorbreken bij vervanging, bij voorkeur met gebiedseigen gekweekte boomsoorten. ▪ Dode bomen en dood hout laten staan, zolang de veiligheid niet in het geding is.
0086222624 In ons Groen Manifest pleiten voor: - een optimale bescherming en verzorging van bestaande bomen en - indien nodig - een zorgvuldige snoei met behoud van de natuurlijke vorm van boom (beperken van opkronen) of struik, op basis van deskundigheid en ecologische uitgangspunten. - aanscherping van criteria voor het verstrekken van kapvergunningen (APV) zodat er minder bomen ‘zo maar’ verdwijnen. - bescherming van de houtwallen door deze als waardevolle natuurelementen in het bestemmingsplan op te nemen. - controle op herplant en bij voorkeur is herplant vooraf geregeld in de planvorming. - behoud van bestaande bomen op beoogde bouwlocaties: inpassing in ontwerpfase. 8. Monitoring en evaluatie In de tussenliggende jaren worden waarnemingen bijgehouden en eventuele knelpunten gemeld door uitvoerders of inwoners. Jaarlijks wordt een evaluatie uitgevoerd, gekoppeld aan het activiteitenplan. Optie: Openheid. Hier een te begrijpen verslag van publiceren in de locale bladen (SA) zodat de inwoners op de hoogte zijn van de stand van zaken op dit moment en waar nog aan gewerkt moet/gaat worden. Jaarlijkse berichtgeving zou mooi zijn zodat inwoners en raadsleden niet alleen weten wat er gebeurt, maar ook wat het mag kosten en wat we ervoor terugkrijgen. 6.3 Samenwerking Daarnaast houden wij goed contact met de agrarische sector om waar het kan hun plannen te ondersteunen.
Groenmanifest Variatie in het landschap is een voorwaarde voor de aanwezigheid en een gezonde leefomgeving voor veel verschillende soorten. Helaas bestaat het grootste deel van het landschap in onze gemeente uit landbouwgrond met monoculturen van Engels Raaigras of mais en wordt de kwetsbare bodem bovendien frequent bewerkt met grote zware machines. Door het intensieve gebruik is veel boerenland minder geschikt geworden als leefgebied voor dieren en planten. - stimuleren van een goed verdienmodel voor een meer extensieve circulaire landbouw. - verlaging van gemeentelijke en waterschapsheffingen voor bedrijven die aantoonbaar natuurinclusief werken. - verhoging van het waterpeil in de veenweidegebieden om daarmee bodemdaling, CO2 uitstoot en verlies van biodiversiteit te stoppen/verminderen. -Stichting Steenbreek rol? Zie ik nergens genoemd…? Promotie opvang regenwater, tegel eruit, plant erin. NME De Naturij is sinds het schooljaar 2024-2025 gestart met het verder uitrollen van hun programma naar de Opsterlandse basisscholen. De kinderen worden zo betrokken bij natuur, landschap en duurzaamheid. PRIMA! Echter het groenlokaal in Lippenhuizen is wegbezuinigd! Richt een natuurlokaal in bij alle scholen. 9.
Organisatie en financiën De uitvoering ligt de eerste periode bij een gemeentelijke regiegroep biodiversiteit, waarin medewerkers van verschillende teams (uitvoering, beheer, beleid, communicatie) samenwerken. Voor uitvoering van maatregelen, welke niet met regulier onderhoud opgepakt worden, wordt een biodiversiteitsbudget aangevraagd. Aanvullend wordt actief gezocht naar cofinanciering via o.a. de provincie Fryslân. De verwachte kosten per maatregel worden opgenomen in een uitvoeringsagenda. Risico’s zoals budgettekorten of vertraging in uitvoering worden verkleind via fasering en prioritering van maatregelen. Kosten en uitvoering Een financiële onderbouwing is onvoldoende inzichtelijk. Uit vergelijkbare gemeentelijke plannen blijkt dat de uitvoering in een periode van tien jaar al snel tussen de € 600.000 en € 1,5 miljoen kost. Daarom een verzoek tot het opstellen van meerjarenbegroting zodat inwoners en raad zicht krijgen op de haalbaarheid en het ambitieniveau van het plan.
0086222624 Personeel: hoeveel extra personeel is er nodig over de jaren? Is dat haalbaar gelet op de voortdurende wisseling bij groenbeheer tot nu toe. Welke subsidies zijn al beschikbaar?
0086222624 Indiener 10 – Inwoner Opsterland
0086222624
0086222624
0086222624 Indiener 11 – Brandweer Fryslân Email Geachte mevrouw Tiekink, Brandweer Fryslân heeft met belangstelling kennisgenomen van het Biodiversiteitsplan 2026–2036. Als hulpverleningsorganisatie die dagelijks werkt in de openbare ruimte, willen wij graag enkele aandachtspunten meegeven vanuit het oogpunt van veiligheid en bereikbaarheid. ▪ ▪
▪
▪
▪
Waterwinning. Bij het aanleggen van plas-draszones en natuurlijke oevers vragen wij aandacht voor de bereikbaarheid van bluswaterpunten. Deze moeten wel toegankelijk blijven voor de brandweer. Vrijhouden van brandkranen. Brandkranen zijn een ander cruciaal onderdeel van onze bluswatervoorziening. Het is van belang dat deze: o Altijd goed zichtbaar en bereikbaar blijven, o Niet worden overgroeid door beplanting of bedekt raken onder maaisel of bladeren. o Regelmatig worden gecontroleerd op toegankelijkheid, zeker in het groeiseizoen. Brandgevaar in droge periodes. In natuurgebieden en agrarisch gebied waar ruigte, dood hout en droge vegetatie aanwezig zijn, bestaat bij langdurige droogte verhoogd risico op natuurbrand. Wij adviseren om in het beheerplan rekening te houden met brandpreventieve maatregelen, zoals het beperken van brandbaar materiaal nabij bebouwing en wegen. Leg het snoeihout minimaal 5 meter vanaf wegen en bebouwing, zodat een eventuele natuurbrand niet snel overslaat naar bebouwing of andersom. Maaibeleid. Het gefaseerd maaien en het laten staan van ruigte en kruidenrijke vegetatie zijn waardevolle maatregelen voor biodiversiteit, maar kunnen in droge periodes leiden tot verhoogde brandbaarheid van vegetatie.
Wij adviseren om in het maaibeleid expliciet rekening te houden met brandrisico’s in droge perioden, bijvoorbeeld door: o Tijdelijk intensiever maaien in risicogebieden (zoals nabij bebouwing, infrastructuur of recreatiegebieden). o Het creëren van brandvertragende zones door kort gemaaide stroken of paden. Met name rond het dorp Beetsterzwaag en bijvoorbeeld de Poostweg zijn belangrijke locaties waar tijdens een natuurbrand stoplijnen zullen worden aangebracht. o Het vermijden van ophoping van droog maaisel in de nabijheid van kwetsbare objecten of routes. Toegankelijkheid voor hulpdiensten. Bij vergroening van dorpsranden, aanleg van gevelgroen en natuurlijke elementen in de openbare ruimte is het essentieel dat brandweervoertuigen vrije doorgang behouden. Smalle straten met dichtbegroeide bermen met beplanting die half over de weg hangen kunnen de aanrijtijd beïnvloeden. Houd er rekening mee dat wegen mimimaal 3,5 meter breed moeten zijn en vrij van begroeiing.
Mocht u verdere toelicht willen dan kunt u altijd contact met mij opnemen. Met vriendelijke groet, Jos van der Kooij Specialist Planvorming Officier van dienst Piket Zuid Ploegleider Post Akkrum
0086222624 Indiener 12 – Natuurvereniging Geaflecht en Natuerferiening Bakkefean
Inspraakrectie nopens het concept-Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036 van Natuurvereniging Geaflecht en Natuurferiening Bakkefean en omgeving. Wij zijn verheugd dat burgemeester en wethouders van Opsterland een plan hebben opgesteld om het biodiversiteitsverlies in onze gemeente om te buigen naar herstel en de biodiversiteit en de natuur willen versterken? Het plan bevat mooie ambities en geeft meer het houvast voor de ontwikkeling van de biodiversiteit en de natuur, het leefmilieu van de Opsterlanders en de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Wij hebben nog wel vragen en opmerkingen over het conceptplan. 1. Gebiedsgerichte aanpak Het plan kent, is te lezen op pagina 3, een gebiedsgerichte aanpak. Als gebieden worden hier onderscheiden de dorpen, wegen en watergangen, het agrarisch gebied en natuurgebieden. Deze driedeling van het Opsterlandse grondgebied wordt in het vervolg van plan niet consequent gehanteerd. Dit leidt tot onduidelijkheden en het risico van misverstand. In het navolgende (o.a. onder 7 en 11) brengen wij dit op enkele punten aan het licht. Wij adviseren in het plan een driedeling van het Opsterlands grondgebied aan te houden in: - de gemeentelijke openbare ruimte, met waar nodig een onderverdeling in binnen en buiten de bebouwde kommen; - de bebouwde kommen; - het gebied buiten de bebouwde kommen. 2.
De biodiversiteit en de natuur in en buiten de gemeentelijke openbare ruimte Het doel van het plan om de neerwaartse trend die de biodiversiteit al jaren te zien geeft om te buigen naar herstel richt zich “in eerste instantie op gemeentelijke eigendommen, maar samenwerking met bewoners, agrariërs en natuurorganisaties is ook belangrijk voor het behalen van de doelen” (citaat uit de samenvatting op p.3). Dit laatste ziet op de in het plan (hier en daar) naar voren komende - terechte - ambitie om ook in het landelijke, agrarische gebied de biodiversiteit en natuur te herstellen. Het plan is echter meer uitgewerkt voor de gemeentelijke openbare ruimte dan voor overig Opsterland. Voor het gemeentelijke domein is de stand van de biodiversiteit door middel van speciale waarnemingen gemeten (met toepassing van de methodiek van de Meetlat Biodiversiteit van IPC Groene Ruimte). Dit in tegensteling tot het overige Opsterlandse grondgebied. Hiervoor is de stand van zaken niet in kaart gebracht, hoewel er wel een geschikte methode beschikbaar is: de in het plan genoemde en beschreven methode Basiskwaliteit Natuur (BKN).