CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beleidsadvies Gemeentelijke kunstcollectie Opsterland 2023-2026.docx

Raadsvergadering 13 februari 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Beleid en beheer Beeldende Kunst gemeente Opsterland (B)10.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Opsterland

Beleidsadvies Gemeentelijke kunstcollectie Opsterland 2023-2026

Oktober 2022 Samen Leven-Samen WerkenFacilitair-Fysiek Beheer

Colofon Titel Projectnaam Datum Samengesteld door Opdrachtgever Projectleider Foto voorblad

Beleidsadvies Gemeentelijke kunstcollectie Opsterland Gemeentelijk beeldende kunst beleid oktober 2022 Aafke Bonnet-Bekkema Gemeente Opsterland Jan Lutgendorff Zonder titel. Jan Loman

1

Voorwoord In 2018 is besloten tot het uitvoeren van een grondige inventarisatie van de gemeentelijke kunstcollectie om inzichtelijk te krijgen wat er aan kunstbezit binnen de gemeente aanwezig is. Een eerdere, onvolledige inventarisatie uit 2008 bleek onvoldoende inzicht te geven in de omvang en staat van de aanwezige collectie in de gemeentelijke gebouwen. Bovendien moest er besloten worden wat er met die collectie moet gebeuren in de toekomst: welke werken moeten worden behouden en wat kan worden afgestoten? Uit de inventarisatie blijkt dat het kunstbezit van de gemeente Opsterland de afgelopen decennia weinig prioriteit heeft gekregen. Slechts een kleine deel van de kunstwerken is zichtbaar in het gemeentehuis of geplaatst op een publieke plaats. De meeste werken zijn opgeslagen op ongeschikte bewaarplaatsen en er zijn geen goede inventarisaties en registraties. Het gebrek aan informatie en beleid over de omgang met kunstwerken en verplaatsingen van kunstwerken, hebben hun weerslag op de kwaliteit en conditie van de kunstwerken gehad. Bovendien kunnen er juridische gevolgen kleven aan een onjuist of afwezig beheer, voortvloeiend uit de regelgeving omtrent de omgang met kunstwerken voor eigenaars, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de Auteurswet. Door afwezigheid van beheer van de huidige kunstcollectie ontbreekt een goed overzicht, raken werken beschadigd of verdwijnen.

Depots voldoen niet aan de fysieke en klimatologische eisen, waardoor de conditie van de kunstwerken verder verslechterd. Een voortzetting van de huidige situatie is onwenselijk. Om te komen tot een kwalitatief sterke en beheersbare kerncollectie worden in dit rapport doelen gesteld. Ook worden er selectiecriteria ten behoeve van behoud dan wel afstoting benoemd, zodat de kunstwerken een concrete en doelgerichte plek kunnen krijgen in de gemeentelijke gebouwen. De nieuwe collectie wordt gevormd ter versterking van de lokale identiteit en cultuurhistorie van de gemeente Opsterland. De collectie moet een afspiegeling vormen van de kunstenaars die hier hebben gewoond en gewerkt en passen bij het imago van de gemeente. Op basis van de vastgestelde criteria zullen de kunststukken op grond van een beoordeling al dan niet binnen de collectie vallen. Stukken die hierin niet passen, worden afgestoten. De beoordeling van de kunstwerken is in juli 2021 uitgevoerd door een externe toetsingscommissie. De toetsingscommissie heeft ook een hertstelprioriteit toegewezen aan kunstwerken die de moeite waard zijn bevonden om te behouden, maar herstelbare schade hebben opgelopen. Vanwege de kosten zal het (groot) onderhoud en het herstel in fases, gebaseerd op prioriteit, plaats moeten vinden.

De manier waarop een werk wordt afgestoten is afhankelijk van de wijze waarop het kunstwerk verkregen is, zoals door schenking, aankoop, bruikleen of via de BKR-regeling. Voor elke categorie is een aparte procedure vastgesteld. Afgestoten werken worden bij voorkeur herplaatst of geretourneerd naar de maker of de erven daarvan. Pas als dit niet succesvol blijkt, kan gekozen worden voor verkoop of vernietiging. Ondanks dat het afstoten van werken tijdrovend is, zorgt het voor een betere beheersing van de nieuwe collectie en voorkomt het verdere aftakeling van de conditie van de werken. Tijdens het proces is het naleven van een zorgvuldig vastgesteld communicatieplan en het nauwkeurig administratief bijhouden van de stappen van wezenlijk belang. De beleidsmatige verantwoordelijkheid voor de gemeentelijke kunstcollectie ligt bij het team Samen Werken. In overleg met het team Beheer en de bodedienst wordt een meldpunt ingesteld voor het kunstbezit om een actueel overzicht te houden op het kunstbezit. Daarnaast is het belangrijk dat er een geschikt depot wordt ingericht dat voldoet aan de normen voor de juiste opslag van kunstwerken, zoals fysieke en klimatologische eisen, om de conditie van de opgeslagen werken te kunnen waarborgen.

Met de uitvoering van dit plan ontstaat er een actueel overzicht van de kunstcollectie en ontstaat er een collectie die beheersbaar is, kwalitatief sterk is en een afspiegeling vormt van de cultuurhistorie van de gemeente Opsterland.

2

Inhoud Colofon ....................................................................................................................................................1 Voorwoord ...............................................................................................................................................2 Inleiding ...................................................................................................................................................4 1. Gemeentelijke kunstcollectie ...........................................................................................................5 1.1. Overzicht kunstbezit ................................................................................................................5 1.2. Totstandkoming van de huidige collectie.................................................................................5 1.3. Gevolgen van het gevoerde beleid ..........................................................................................6 1.4. Conclusie .................................................................................................................................6 2. Naar een kwalitatief sterke, beheersbare en representatieve collectie ...........................................7 2.1.

Adviescommissie beeldende kunst..........................................................................................7 2.2. Criteria voor behoud en afstoting.............................................................................................7 3. Voorstellen voor het beheer en onderhoud van de Kunstcollectie Opsterland................................9 3.1. Personele inzet ........................................................................................................................9 3.2. Voorstellen.............................................................................................................................10 4. Voorstel behoud en afstoting.........................................................................................................11 4.1. Eigendom, schenking of bruikleen en daaraan verbonden rechten ......................................11 4.2. Voorbereiding afstotingsprocedure........................................................................................11 5.

Samenvatting.................................................................................................................................13 Gemeentelijke kunstcollectie .................................................................................................................13 Criteria en collectie ................................................................................................................................13 Afstoten .................................................................................................................................................13 Actie- en uitvoeringspunten ...................................................................................................................14 Alternatieven..........................................................................................................................................14 Tabellen.................................................................................................................................................15 Bijlagen..................................................................................................................................................19 Bijlage 1. Bruiklenen..............................................................................................................................19 Bijlage 2.

Rechten bij eigendom en bruikleen .......................................................................................19 Bijlage 3. Afstotingsprocedures .............................................................................................................21 3.1. Wijze van afstoting stukken in eigendom...............................................................................21 3.2. Wijze van afstoting stukken verkregen door schenking.........................................................21 3.3. Afstoting BKR-werken............................................................................................................21 3.4. Niet aangetroffen stukken......................................................................................................22 3.5. Afstoting van kunstwerken in eigendom ................................................................................22 Bijlage 4. Afstoting BKR-kunstwerken ...................................................................................................25 Bijlage 5. Criteria voor beoordeling kunstcollectie Opsterland ..............................................................26 Bijlage 6.

Rapport beoordeling kunstwerken collectie Opsterland ........................................................27 Bijlage rapport: Overzicht te behouden en af te stoten werken.............................................................28 Bijlage 7: Geraadpleegde dossiers........................................................................................................29

3

Inleiding Dit beleidsplan richt zich op totstandkoming van een kwalitatief sterke en beheersbare kerncollectie van de gemeentelijke collectie beeldende kunst en cultureel erfgoed van de gemeente Opsterland. Het doel van dit beleidsplan is om vast te leggen hoe wij in Opsterland, met behulp van regels en richtlijnen, omgaan met het aanwijzen, behouden en afstoten van beeldende kunst. Momenteel bevindt de kunstcollectie (vooral schilderijen) van de gemeente Opsterland zich op diverse locaties, te weten Hoofdstraat 82 in Beetsterzwaag (op dit adres zijn gevestigd het gemeentehuis, het Andreahûs en het Lycklamahûs) en Wetterwille 5 in Gorredijk (huidige locatie van het gemeentebedrijf). In juli 2021 is de collectie beoordeeld door een externe toetsingscommissie, die een advies hebben uitgebracht over de waarde van de kunstwerken in de collectie. Wegens de omvang van de collectie was het bovendien noodzakelijk dat er criteria vastgelegd werden voor het behouden of afstoten van kunstwerken. Diverse aspecten die daarbij van belang zijn, zoals rechten en plichten, verantwoordelijkheden van de gemeente ten aanzien van het gemeentelijk kunstbezit, zijn in dit document uitgewerkt.

4

1. Gemeentelijke kunstcollectie 1.1.

Overzicht kunstbezit

In het verleden zijn er diverse inventarisaties uitgevoerd om de gemeentelijke kunstcollectie in kaart te brengen.1 In deze oude inventarisaties staan regelmatig foutieve gegevens (denk bijvoorbeeld aan andere namen van kunstenaars, verkeerd gespelde namen en titels en verkeerd gekoppelde inventarisatienummers en afbeeldingen). In 2008 is er opnieuw gestart met het inventariseren van het gemeentelijk kunstbezit, maar deze inventarisatie bleek door diverse factoren eveneens niet bruikbaar. Door niet goed uitgevoerde inventarisaties is lange tijd onduidelijk gebleven wat de totale omvang van de collectie was en was de herkomst van veel werken nog niet achterhaald. Door gebrekkige registratie waren daarnaast diverse gegevens van kunstwerken onvolledig. Om die reden is er in de loop van 2018 nogmaals begonnen met een nieuwe inventarisatie en digitale registratie in Excel van de kunstwerken om te komen tot een volledig en actueel overzicht. Inmiddels is de inventarisatie, waarin gewerkt is met een vaste lijst van kenmerken, afgerond. Op basis van de recentelijk afgeronde inventarisatie kan worden vastgesteld dat de gemeentelijke kunstcollectie momenteel uit circa 325 werken bestaat, waarvan minstens 190 schilderijen zijn (186 olieverf en 4 aquarellen). Ook behoren er diverse litho’s, etsen en tekeningen, en enkele grafieken en zeefdrukken tot de collectie.

Deze werken worden allen beschouwd als behorend tot het eigendom van de gemeente. Er is met de uitvoering van de inventarisatie tevens een collectiegids samengesteld, die is gerangschikt op alfabetische volgorde van kunstenaar. Ook is er een versie beschikbaar op volgorde van inventarisatienummer. Uitgezonderd van de inventarisatie zijn een aantal kunstobjecten die op zolder zijn opgeslagen en de objecten behorende tot het interieur van het Lycklamahûs. Het totale aantal objecten zal nog verder geïnventariseerd worden, maar bestaat uit onder andere serviesgoed, meubilair en gebruiksvoorwerpen. Een complete inventarisatie van dit type objecten wordt in 2022 afgerond. Er kan overwogen worden om deze gebruiksvoorwerpen via een afzonderlijke procedure te laten waarderen. De gemeente heeft verder enkele objecten in bruikleen. Drie schilderijen die gemeente Opsterland in bruikleen had van Museum Opsterland, zijn in augustus 2021 terug gegaan naar de bruikleengever.

1.2.

Totstandkoming van de huidige collectie

In 1975 verhuisde het gemeentehuis van Hoofdstraat 17 en 23 naar de huidige locatie, Hoofdstraat 80-84 in Beetsterzwaag. Tijdens en direct na de bouw van dit nieuwe gemeentehuis werd er veel kunst aangekocht. Voor de aankopen en de inrichting van het gemeentehuis werd er in 1974 een speciale commissie aangesteld, de kunstcommissie, bestaand uit dhr. Loman, dhr. Westra, dhr. T. Deurvorst (architect), dhr. J. Romeijn (directeur Princessehof te Leeuwarden) en dhr. J.H. Duursma (secretaris). Op dat moment was er geen beleid voor het doen van aankopen. Per kunstwerk werd door de commissie besloten tot aankoop. Tussen 1975 en 1980 werden de taken van de kunstcommissie overgenomen door de Culturele Raad Opsterland.2 In de statuten van de CRO wordt gesteld dat ‘beeldende aktiviteiten en de kreativiteitsontwikkeling, sektoren van het kulturele leven in de gemeente Opsterland in de kulturele raad vertegenwoordigd moeten zijn’. De Culturele Raad Opsterland wilde in de jaren ’80 dat de gemeente Opsterland een toonaangevende rol speelde op het gebied van de beeldende kunst in de regio en in de provincie.3 Naast de aankopen van de kunstcommissie heeft de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) een groot aandeel gehad in het verwerven van stukken.4 Binnen Friesland bestond één adviescommissie die beoordeelde of de kunstwerken kwalitatief goed genoeg waren voor de BKR.

De 1 In het archief zijn dossiers met inventarisaties uit 1972, 1990 en 2004. 2 Duyvendak en Oosterholt, 2018; Frieswijk & van der Linde, 2013: In 1950 kreeg Opsterland als eerste gemeente in

Nederland een Culturele Raad (CRO). De Culturele Raad bedacht criteria en procedures en organiseerde en stimuleerde culturele activiteiten; Dossier 1.854/4934: Verslag Culturele Raad Opsterland, 2 februari 1976. 3 Dossier 1.854/4934: Verslag vergaderingen CRO, sektie Beeldende Kunst, van 3 en 24 november 1982, 3. 4 Vanuit de Nederlandse overheid zijn er verschillende subsidieregelingen geweest om kunstenaars te ondersteunen. Deze regeling was actief in de periode 1956-1987. De BKR was een landelijke regeling, waarbij gemeenten een subsidie verstrekten aan kunstenaars die hun werk niet op de gewone markt kwijt konden. Om de subsidie te ontvangen, werden deze kunstenaars verplicht om een bepaald aantal kunstwerken per maand of jaar aan te leveren. Door de VNG [Vereniging Nederlandse Gemeenten] (1992) werd na de afschaffing van de BKR met het oog op bovenstaande een ledenbrief verstuurd, waarin een advies stond over het afstoten van BKR-werk. De handreiking bevat vijf stappen: Opschoning, schenking, ruil, verkoop via de kunstuitleen en opruiming restcategorie.

5

toegekende voorzieningen door gemeentes bestonden ‘als regel uit de aankoop van reeds vervaardigde kunstwerken en een enkele maal uit het verlenen van een opdracht tot het vervaardigen van een of meer werkstukken voor een bepaald doel, volgens een goedgekeurd ontwerp.’ Deze adviescommissie viel onder de Fryske Kultuerried, een voorganger van Keunstwurk. Vervolgens lag de verantwoordelijkheid van het uitbetalen bij de gemeente waarin de kunstenaar gehuisvest was. Deze gemeente ontving ook het kunstwerk. De meeste kunstwerken binnen de gemeentelijke kunstcollectie zijn dan verworven middels deze regeling.5 Duidelijk beleid omtrent werkelijk aankopen en opdrachten voor Beeldende Kunstenaars ontbrak tussen 1974 en 1981 echter nog. In 1984 werden er enkele doelen gesteld door de CRO, sectie Beeldende Kunst, namelijk: op zoveel mogelijk plaatsen in Opsterland werk te laten zien van beeldend kunstenaars in de gemeente middels mini-exposities op plekken waar veel mensen kwamen. Hierdoor moest de algemene belangstelling onder bevolking voor beeldende kunst opgewekt worden, met name voor hen die op dit terrein in de eigen gemeenschap werkzaam waren. Werk van deelnemende kunstenaars werd geleend, tegen een bescheiden vergoeding. In 1984 is er een beleidsnota opgesteld.

1.3.

Gevolgen van het gevoerde beleid

Bij het verwerven en aannemen van werken in het kader van de BKR is er geen aandacht uitgegaan naar het vormen van een collectie als samenhangend geheel. Er is evenmin gekeken naar de cultuurhistorische waarde van de stukken. Ook is er geen rekening gehouden met onderhoudskosten voor de toekomst en is daarvoor geen budget beschikbaar. Het is onbekend of er werken, en zo ja, hoeveel, verloren zijn gegaan of verdwenen zijn door de jaren heen. Toen de kunstcommissie actief was, was er sprake van een zogeheten ‘verdeling’ van de BKR-kunstwerken tussen Rijk en gemeenten. Doorgaans gingen bijzondere werken naar de Rijksdienst voor de Beeldende Kunst en meer reguliere werken naar de gemeenten. Ook is er in het verleden een samenwerkingsverband geweest met de gemeenten Weststellingwerf en Heerenveen, maar onduidelijk is hoe de verdeling van kunstwerken plaatshad in die periode. In de dossiervoering is alleen te achterhalen dat de gemeentes Heerenveen en Weststellingwerf enkele werken schonken aan gemeente Opsterland. Onduidelijk is hoeveel werken er afgevloeid zijn vanuit gemeente Opsterland naar het Rijk, en mogelijk naar de andere gemeenten. Enkele werken zijn in de loop der tijd verdwenen uit de collectie.

Door de verplaatsing van medewerkers, door het toenemende gebruik van flexplekken en door de toename in het thuiswerken, kan niet uitgesloten worden dat er kunstwerken zijn verplaatst of weggenomen zonder dat dit administratief vastgelegd is. In de archieven zijn verder geen meldingen bekend van de verkoop van werken of van werken die in bruikleen gegeven zijn.

1.4.

Conclusie

Gemeente Opsterland had in de twintigste eeuw een actief aankoopbeleid van kunstwerken. De BKRregeling zorgde met name in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw voor een grote aanwas van kunstwerken van de gemeentelijke collectie, in ruil voor een uitkering voor de kunstenaars. Een groot deel van de kunstwerken uit de collectie betreft dan ook BKR-kunst. Kunstwerken uit de periode dat deze regeling actief was, vormen een afspiegeling van plaatselijke naoorlogse kunst. Na 1987 kwam er een einde aan deze regeling en daarmee ook aan de uitbreiding van BKR-kunstwerken in de gemeentelijke collectie. Bij de verbouwing van het Lycklamahûs is er een ruim budget vrijgemaakt voor de verfraaiing van het interieur, waarmee ook beeldende kunst, meubilair en servies is aangekocht. Momenteel bestaat de gemeentelijke kunstcollectie uit 325 kunstwerken. Bovendien bevat de collectie enkele tientallen objecten, waaronder huisraad en gebruiksvoorwerpen, waarvan de kwaliteit, conditie en waarde nog vastgesteld moet worden. De aanwezige werken zijn voor het merendeel geregistreerd, op beeld vastgelegd en uitgewerkt in een catalogus, waarmee de inventarisatie in de basis op orde is gemaakt.

5 Een gedeeltelijke administratie hiervan is terug te vinden in archiefstuk 1.853.11/ D003170/ C-1430.

6

2. Naar een kwalitatief sterke, beheersbare en representatieve collectie Zoals al genoemd in 1.1 is er met de uitvoering van de inventarisatie tevens een collectiegids samengesteld, die is gerangschikt op alfabetische volgorde van kunstenaar. Ook is er een versie beschikbaar op volgorde van inventarisatienummer. Naast de nagenoeg afgeronde inventarisatie, is de waarde van alle werken nagegaan en is er een selectie gemaakt van werken die behouden zullen worden en werken die afgestoten worden. Hoe dit selectieproces tot stand gekomen en uitgevoerd is, wordt in dit hoofdstuk toegelicht.

2.1.

Adviescommissie beeldende kunst

Na de inventarisatie is besloten om een collectiewaardering te laten doen door een adviescommissie, bestaande uit verschillende kunstexperts, waaronder deskundigen op het gebied van kunst en (lokale) cultuurhistorie. In de zomer van 2021 een onafhankelijke, externe adviescommissie beeldende kunst bestaand uit minimaal drie deskundigen aangesteld, zoals voorgeschreven is in de Erfgoedwet.6 Het betrof een eenmalig aangestelde commissie, die de waardebepaling van de 325 kunstwerken heeft uitgevoerd en volgens een vaste richtlijn de waarde heeft bepaald van de kunstwerken. De onderstaande expertise was in de adviescommissie aanwezig: - Kunsthistorische kennis van schilderijen en objecten; - Moderne en hedendaagse kunst en/of Friese moderne kunst(enaars); - Kennis van lokale geschiedenis; - Kennis van conditie van stukken; - In combinatie met kennis over de financiële waarde van de stukken. De adviescommissie werd administratief ondersteund door een aangewezen interne projectleider. Om de waarde van de afzonderlijke kunstwerken te bepalen, heeft de advies commissie een onderscheid gemaakt tussen financiële, historische, kunstzinnige en emotionele waarden en de conditie van de stukken. Het onderscheid tussen deze waarden werd gemaakt op basis van onderstaand kader: - Financiële waarde: de waarde van het werk uitgedrukt in euro’s.

- Cultuurhistorische waarde: de waarde van het stuk met betrekking tot het zijn van een (belangrijk) onderdeel van de (plaatselijke) cultuurhistorie. Dit wordt uitgedrukt in de ouderdom van het stuk en de cultuur-historische context ervan. - Kunstzinnige waarde: wanneer een stuk door een kunstenaar gemaakt is heeft het een kunstzinnige waarden. Kunstnijverheid behoort hier niet toe. - Emotionele waarde: de waarde die iemand vanuit persoonlijke overwegingen toeken aan een kunstwerk. Deze is niet objectief of uit te drukken in een geldbedrag. Deze stukken vereisen grote zorgvuldigheid in de omgang. - Conditie: de fysieke staat waarin een stuk verkeert (goed, matig, slecht, total loss) en eventuele herstelnoodzaak (hoog, middel, laag) De bevindingen zijn door de commissie uitgewerkt in een adviesrapport (bijlage 6).7

2.2.

Criteria voor behoud en afstoting

Om tot een selectie van kunstwerken te komen die behouden worden en die afgestoten worden, waardeerde de adviescommissie de stukken op basis van diverse criteria. Er is allereerst een onderscheid gemaakt tussen werken die voor 1900 en werken die na 1900 vervaardigd zijn. Het merendeel van de werken die beoordeeld werden, zijn vervaardigd zijn na 1900, bijvoorbeeld: - Teken- en schilderkunst en verwante technieken - Beeldhouwkunst of ruimtelijk werk - Moderne werken van kunsthistorische waarde, zoals werken uit de BKR - Kunstobjecten Na dit onderscheid is er overgegaan tot een waardering op basis van criteria en werd door de adviescommissie beoordeeld of werken behouden worden of juist moeten worden afgestoten.

6 De commissie bestond uit de volgende personen: dhr. H. Steenbruggen, directeur Museum Belvédère te Heerenveen; dhr.

A. Hoogeveen, galeriehouder in Gorredijk en dhr. S. Sterk, uitgever en galeriehouder in Gorredijk.. 7 Bijlage 5: Rapport adviescommissie gemeentelijke kunstcollectie. Zie pagina 26 van dit rapport.

7

Bij de selectie van werken en het toekennen van waardeoordelen werd afgezien van het gebruik van de waarderingscriteria van Deltaplan Cultuurbehoud (1990-94) en MusIP (1997-1999) volgens de ABCD methode. De reden hiervoor is omdat de gehele collectie in algemene zin weinig relevant is binnen de Collectie Nederland en de collectie Fryslân. Op uitzonderingen na bevinden zich geen topstukken in de gemeentelijke collectie en vertegenwoordigen de afzonderlijke objecten geen bijzondere geldwaarde. Daarom zag de commissie af van een grondige beschrijving en waardentoekenning van de objecten. In de uiteindelijke keuze werd vooral rekening gehouden met de artistieke kwaliteit en lokale betekenis van de kunstenaar en/of het desbetreffende object. Wel is er een extra richtlijn aangehouden. Vanwege het zeer grote oeuvre van kunstenaar W.J.F. Bruin heeft de adviescommissie besloten twee werken van deze BKR-kunstenaar te behouden voor de collectie.

8

3. Voorstellen voor het beheer en onderhoud van de Kunstcollectie Opsterland Nu de omvang van de Kunstcollectie Opsterland is vastgesteld, is het van belang een goede beheersituatie te scheppen, zodat de Kunstcollectie ook voor de toekomst kwalitatief goed bewaard blijft voor toekomstig gebruik en toekomstige generaties. 1. Allereerst is het van belang dat er meer prioriteit uitgaat naar het kunstbezit. De omgang met de kunstcollectie op de huidige wijze is niet langer wenselijk en geeft risico’s op juridisch vlak. Bovendien veroorzaakt het een achteruitgang in de conditie van de kunstwerken en lopen daardoor de kosten voor goed onderhoud op. 2. Het is raadzaam een meldpunt in te stellen dat verantwoordelijk is voor wijzigingen en aanpassingen in het kunstbezit, bijvoorbeeld als het gaat om verplaatsingen of bij onverhoopte beschadiging. Het gaat om incidentele werkzaamheden en dit wordt ondergebracht bij de bodes. 3. Na de selectie van kunstwerken door de adviescommissie is het zaak dat de geselecteerde werken worden afgestoten. Het afstoten dient nauwkeurig en met een volledige, stapsgewijze registratie uitgevoerd te worden op basis van de stappenplannen zoals beschreven in bijlage 3 en 4. Het stappenplan in bijlage 3 is gebaseerd op de leidraad van de LAMO en, in het geval van BKR-kunst, de VNG. 4.

Het beheer- en onderhoudsplan moet verder uitgewerkt worden, zodra de conditie van de objecten duidelijk vastgesteld is. Het is raadzaam de objecten die behouden worden voor te leggen aan een expert die advies uitbrengt over kosten van onderhoud en eventuele restauratie. Hoewel deze gegevens vooralsnog incompleet zijn, kan er wel een concept gemaakt worden voor een beheerplan, waar de resultaten van de selectie alsook de adviezen en inzet van de externe expert op een later tijdstip in kunnen worden verwerkt. 5. Het daadwerkelijke onderhoud dient, met het oog op een goede conservering van de stukken, eveneens door een externe specialist uitgevoerd te worden. Partijen die geschikt zijn voor aanbesteding moeten nader onderzocht worden. 6. Naar de vermiste stukken dient een onderzoek te komen, bijvoorbeeld middels navraag bij interne medewerkers, bericht op Intranet of mail naar de teams via teamleiders. Medewerkers kan gevraagd worden te helpen bij het zoeken naar de vermiste objecten. Kanttekening is of het terugvinden van de objecten opweegt tegen de geïnvesteerde tijd en kosten. 7. Doordat de huidige bewaarplaats van de kunstwerken niet voldoet aan de klimatologische eisen en juiste luchtvochtigheidsgraad voor conservering, is het raadzaam op zoek te gaan naar een geschikte locatie voor een nieuw depot.

Mogelijk is er hierbij winst te behalen uit een samenwerking met Museum Opsterland, die eveneens nog geen beschikking hebben over een depot dat voldoet aan alle vereisten.

3.1.

Personele inzet

Voor het afstoten van een deel van de collectie is de onderstaande personele inzet benodigd. 1. Een ambtelijke projectleider met de volgende taken: - Voortgang van het project overzien en bewaken; - Rapporteren van alle stappen tijdens het proces; - Administratieve afwerking procedures en formulieren; - Inschakelen van derde partijen m.b.t. transport, vernietiging etc.; - Organiseren afstootprocedure, te denken valt aan organiseren van exposities, uitvoering herbestemming en teruggave kunstwerken aan kunstenaar en/of nabestaanden; - Fungeren als contactpersoon van derden; - Het peilen van de belangstelling voor de kunstwerken van andere partijen en het organiseren van de wijze waarop zij hun belangstelling kenbaar kunnen maken; - Samenstellen en aanvullen van de registratie- en fotodocumentatie; - Opsporen van kunstenaar en/of erven; - Verhuizen en presenteren kunstwerken. 2. Communicatiemedewerker is verantwoordelijk voor: - Bekendmaking van procedures en project; 9

-

Publiciteit omtrent project.

3.2 Voorstellen Op basis van de uitgevoerde inventarisatie en het werk van de Adviescommissie, doen we de volgende voorstellen: 1. In te stemmen met het advies van de Adviescommissie Beeldende Kunst, zoals verwoordt in hun rapport “Beoordeling kunstwerken uit de collectie van de gemeente Opsterland”; 2. De daarin als te behouden kunstwerken aangemerkte kunstwerken samen te voegen in de Kunstcollectie Opsterland; 3. De daarin als af te stoten kunstwerken aangemerkte kunstwerken, te ontzamelen volgens de daarvoor gelden procedures; 4. In te stemmen met de voorgestelde richtlijnen voor beheer en onderhoud van de kunstcollectie;

10

4. Voorstel behoud en afstoting Nu de adviescommissie de beoordeling van de kunstwerken heeft afgerond, is het belang een vervolg in gang te zetten om te komen tot een kwalitatief sterke, beheersbare en representatieve collectie. De collectie kunstwerken die gevormd is na het doorlopen van de selectieprocedure zal Kunstcollectie Opsterland genoemd worden. De te behouden stukken zullen vallen onder het beheer- en onderhoudsplan. Met het afstoten van een deel van de collectie wordt ervoor gezorgd dat de conditie van de behouden werken niet verder achteruit gaat en gemakkelijker onder de juiste condities bewaard kunnen worden. De kunstvoorwerpen van gemeente Opsterland zijn de afgelopen jaren weinig gebruikt voor de aankleding in gemeentelijke panden. Het overgrote deel van de kunstwerken heeft vooral in een opslag gelegen. Het inkrimpen van de collectie zorgt ervoor dat het gemakkelijker wordt om diverse werken die jarenlang in de opslag hebben gelegen een nieuwe gepaste functie te geven. Ook wordt de collectie financieel beter beheersbaar. Het doel van de collectie is het conserveren, beheren en tentoonstellen van de collectie beeldende kunst van de gemeente Opsterland als cultuurhistorisch tijdsbeeld van de gemeente.

Binnen dit doel zijn drie subdoelen benoemd: Het aankleden en verfraaien van de gemeentekantoren en –ruimten Het tentoonstellen van de stukken die het imago van de gemeente representeren Het beheren van de gemeentelijke kunstcollectie (inclusief opties tot bruiklenen). Met het hoofddoel en de drie subdoelen als uitgangspunt wordt de uiteindelijke kunstcollectie gevormd. Stukken die niet binnen de collectie vallen worden afgestoten. “Afstoten heeft altijd als doel de kwaliteit en samenstelling van de collectie te verbeteren en/of objecten een plaats te geven waar ze beter functioneren.”8

4.1.

Eigendom, schenking of bruikleen en daaraan verbonden rechten

De wijze van het afstoten is afhankelijk van hoe het stuk is verkregen. De herkomst van een werk bepaalt of de voorgenomen afstoting rechtmatig dan wel moreel verantwoord is. Tabel 1 toont de visuele weergave van de doorgelopen stappen in de procedure voor het vaststellen van stukken in de collectie.9 Aan het eigendom, beheer, onderhoud en afstoten van stukken zijn diverse juridische aspecten verbonden, die in acht moeten worden genomen bij het behouden dan wel afstoten van stukken. De kernpunten van de regelgeving bij het behoud dan wel afstoten van kunstwerken in eigendom wordt beknopt weergegeven in bijlage 3.10 Vooral wanneer er besloten wordt tot het afstoten of verkopen van een kunstwerk, zijn deze rechten van belang. Wanneer een kunstwerk gemeentelijk eigendom is, zijn er ook nog een aantal rechten die daarbij niet altijd automatisch overgedragen worden. Het gaat hierbij onder meer om het auteursrecht, het volgrecht en het persoonlijkheidsrecht (bijlage 2).11. Daarnaast is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de belangen van eventuele relevante derden zoals oud-eigenaren, schenkers, levende kunstenaars, subsidiegevers of anderen.

4.2.

Voorbereiding afstotingsprocedure

Voordat de afstotingsprocedure begint zal er enige voorbereiding op deze procedure plaats moeten vinden. De LAMO van het ICN stelt de volgende voorbereiding in de afstotingsprocedure voor: - Maak een projectorganisatie (organisatie, tijd, geld, kwaliteit, informatie en communicatie) voor het project ‘afstoting’. - Houd inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de selectie van objecten en de uitvoerende verantwoordelijkheid voor het afstoten zoveel mogelijk gescheiden. Afstotingsoperaties duren in de regel langer dan verwacht en hebben al snel een doorlooptijd van een jaar. Houd rekening met: - Ontwerpen van administratieve procedures en formulieren daadwerkelijk selecteren 8 LAMO 2016. Brochure Museum Vereniging, 8. 9 Zie pagina 15 van dit rapport. 10 Zie pagina 21 van dit rapport. 11 Zie pagina 19 van dit rapport.

11

-

en logistiek inrichten proces; Aanvullen van registratie en fotodocumentatie van overtollige objecten; Onderzoeken herkomst en schenkingsvoorwaarden overige objecten; Bij herplaatsing: het peilen van de belangstelling van andere partijen en het organiseren van de wijze waarop zij hun belangstelling voor overtollige objecten kenbaar kunnen maken; (intern) transport en verpakken van overtollige objecten die worden herplaatst, geruild of verkocht. Loonkosten zijn een grote factor, maar ook verpakkings- en materiaalkosten en vernietigings- en verwijderingskosten. Wellicht kan het vragen van een handling fee in het geval van herplaatsing toegepast worden. Zorg voor goede documentatie van het project. Bepaal op voorhand hoe documentatie wordt opgeslagen en hoe lang de documentatie bewaard wordt. Stel een communicatieplan op.

Voordat de afstotingsprocedure begint is het van belang om de volgende stappen te doorlopen: - Beschrijf waarom stukken worden afgestoten. - Zorg ervoor dat na de globale selectie de volgende zaken worden gecontroleerd: o Cultuurhistorische waarde o Volledigheid registratie en (foto)documentatie o Herkomst en eigendom o Eventuele voorwaarden - Stel na afloop van de controles een lijst op van de af te stoten stukken en leg deze met redengeving voor aan het bevoegd gezag ter besluitvorming. - Markeer duidelijk welke stukken worden afgestoten. - Stel gunningscriteria op: criteria op basis waarvan wordt bepaald aan welke musea (of instelling of persoon) overtollige objecten worden gegund bij herplaatsing. Bv. ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Zie LAMO. Voor een uitgebreide beschrijving van de verschillende afstotingsprocedures, zie Bijlage 3.

12

5. Samenvatting De omvang van de aanwezige kunstcollectie van de gemeente Opsterland, de wijze waarop deze collectie bewaard wordt alsook de mogelijkheden voor deze collectie in de toekomst (hoe kunnen we werken inzetten op een nuttige wijze binnen de organisatie) leidden tot enkele vragen: waaruit bestaat de kunstcollectie, wat willen we met deze collectie en hoe moet dit worden gedaan? Het gemeentelijk kunstbezit heeft de afgelopen decennia weinig prioriteit genoten en een duidelijke visie en vaststaand beleid omtrent registratie en onderhoud, de wijze van conserveren, het inzetten van kunstwerken in gemeentelijke panden en toekomstig alsook eenduidig beheer bij verplaatsingen ontbraken. Dit is de kunstcollectie niet ten goede gekomen. In 2018 is besloten hiermee aan de slag te gaan door het starten van een inventarisatie, het in kaart brengen van stappen die genomen moesten worden om te komen tot een beheersbare en kwalitatief sterke kerncollectie en de aanzet te geven tot het opstellen van beleid hieromtrent.

Gemeentelijke kunstcollectie De registratie en nieuwe inventarisatie is, op enkele werken en de objecten in het Lycklamahûs na, afgerond. Het gros van de 325 schilderijen en andere afbeeldingen worden bewaard op de zolder van het Andreahûs. Ook zijn er enkele werken die een plek hebben in de gemeentelijke panden, waaronder de gemeentewerf in Gorredijk. Na afronding van de inventarisatie is er een helder overzicht van hetgeen er aan gemeentelijk kunstbezit is. Uit de inventarisatie kwam naar voren dat een depotruimte die voldoet aan de daarvoor gestelde eisen ontbreekt. Ook is er geen onderhoudsen beheerplan opgesteld over hoe er met de kunstwerken moet worden omgegaan, zoals informatieverstrekking aan medewerkers en een centraal aanspreekpunt bij verplaatsingen en veranderingen, waardoor er stukken vermist of beschadigd zijn geraakt.

Criteria en collectie Het grootste deel van de collectie wordt bewaard in verschillende opslagruimten. Diverse werken zijn van lage kwaliteit. Om tot een kwalitatief sterke en beheersbare collectie te komen is het noodzakelijk een deel van de collectie af te stoten. Door middel van doelen en criteria is daarin een keuze gemaakt.

Het doel van de collectie is bij te dragen aan de lokale identiteit en cultuurhistorie van de gemeente en het vormen van een representatief beeld van kunstenaars die in de gemeente hebben gewoond en gewerkt. Het deel van de werken dat behouden wordt, kan ingezet worden ter verfraaiing van gemeentelijke panden of andere overheidsgebouwen of kunnen worden tentoongesteld ter representatie van de cultuurhistorie van de gemeente. De behouden werken worden als geheel een samenhangende, beheersbare collectie, die recht doet aan het kunstminnende imago van de gemeente en waarbij de zorg voor de kunstwerken gewaarborgd kan worden, met de gemeente als zorgdrager. De objecten die behouden worden voldoen aan de criteria zoals deze gesteld zijn in paragraaf 2.2 en passen binnen de collectie. Daarnaast was het een vereiste dat de conditie van het kunstwerk van zodanige kwaliteit is dat het gerechtvaardigd is het werk te behouden. Kunstwerken die beoordeeld zijn als “de moeite waard om te behouden” krijgen bij voorkeur een nieuwe functie binnen de organisatie en worden herplaatst.

Afstoten Kunstwerken die niet passen binnen de vereisten van de collectie worden afgestoten. Hierbij moet rekening worden gehouden met de procedures en regelgeving die daarmee gepaard gaan. Het uitgangspunt is dat alle werken van de kunstcollectie behoren tot het gemeentelijk bezit. Indien het blijkt dat dit niet het geval is, zal, afhankelijk van wijze waarop een stuk verkregen is, de bijbehorende procedure voor afstoting daarbij gevolgd worden. Alle procedures moeten met grote zorgvuldigheid doorlopen worden en de doorlopen stappen zo volledig mogelijk geregistreerd worden. Het opstellen en naleven van een goed communicatieplan is essentieel. Ontzameling in de vorm van verkoop wordt op verschillende manieren gedaan. Voorbeelden hiervan zijn een reizend Pop-Upmuseum met bijbehorende veiling, een online veilingperiode in een door een galeriehouder samengestelde tentoonstelling of een expositie voor plaatselijke inwoners waarbij er mogelijkheden zijn werken te kopen. 13

Er is in 2019 een kennismakingsgesprek geweest met dhr. S. Sterk (o.a. uitgeverij Bornmeer), galeriehouder te Gorredijk. Dankzij bemiddeling van de coördinator van Museum Opsterlân, Jacqueline Verhoef, heeft dhr. Sterk in 2019 toegezegd zijn galerieruimte beschikbaar te stellen. Een idee is om het geïnventariseerde werk te exposeren dat voor afstoting in aanmerking komt, als hierover besloten is. Via een expositie kan het werk dan terug naar de kunstenaar (of zijn erfgenamen), of kan het werk verkocht of geschonken worden. In oktober 2021 is dhr. Sterk hierover opnieuw benaderd naar aanleiding van de uitreiking van het rapport door de kunstcommissie aan de wethouder Cultuur. Dhr. Sterk heeft opnieuw zijn akkoord gegeven voor het gebruik van de galerieruimte in de toekomst. Een andere optie kan zijn verkoop van de kunstwerken tijdens de jaarlijkse terugkerende Kunstmarkt in Beetsterzwaag. Ook is het mogelijk dat stichtingen als Stichting Onterfd Goed kunstwerken opkopen en deze door nieuwe eigenaren laat ‘adopteren’. Mochten deze initiatieven onsuccesvol zijn, dan kunnen stukken geretourneerd worden of, als laatste optie, vernietigd worden, waarbij rekening wordt gehouden met de juridische aspecten. Het proces tot afstoting is doorgaans bewerkelijk en tijdrovend. Opbrengsten uit eventuele verkoop zullen waarschijnlijk beperkt zijn.

Het afstoten van een deel van de kunstcollectie is niettemin zeer aan te bevelen met het oog op de mogelijke juridische risico’s door inadequaat beheer, verslechtering van de conditie van de objecten en verder oplopende onderhoudskosten.

Actie- en uitvoeringspunten Door het ontbreken van goede referentiekaders en omdat de onzekerheidsfactor en afhankelijkheden gedurende het proces steeds groter worden is een exacte tijdsinvestering erg moeilijk aan te geven. Wel staat vast dat het een tijdrovend project zal zijn. Hieronder volgt een verkort overzicht van de actie- en uitvoeringspunten en het geschatte tijdspad. Inventarisatie & herkomstonderzoek Formeren toetsingscommissie Voorstel indeling collectie en selectie afstoting door toetsingscommissie Voorstel afstootselectie en procedure indienen college

2 maanden (afgerond) 4 maanden (afgerond) 1 maand

Na deze geplande acties zijn de volgende acties van toepassing: Voorbereiding afstootprocedure Uitvoering afstootprocedure Naslagwerk afstootprocedure Opstellen onderhoudsplan Herinrichten collectie

3 maanden 9 tot 12 maanden 2 maanden 6 tot 12 maanden doorlopend proces

Alternatieven Op het voorstel zoals hierboven weergegeven zijn enkele variaties mogelijk. Het is echter raadzaam om het bovenstaande ten uitvoering te brengen met het oog op kostenbeheersing, ter voorkoming van verdere verslechtering van de conditie van de objecten en het vermijden van juridische kwesties. Alternatieven kunnen bestaan uit de voortzetting van de huidige situatie, het behouden van alle kunstbezit met uitvoering van slechts het hoognodige onderhoud, werken te saneren en naar een kunstuitleen te brengen, alleen het BKR-werk af te stoten of alle werken die onderhoud vereisen te saneren.

14

Tabellen

15

16

17

18

Bijlagen Bijlage 1. Bruiklenen 1. Twee borden blauw Chinees porselein, diam. 39,5cm. 2. Bord blauw Chinees porselein, diam. 38 cm. 3. Vier borden blauw Chinees porselein, zonnebloem, diam. 26,5cm

Fries Museum Fries Museum Fries Museum

Bijlage 2. Rechten bij eigendom en bruikleen 1. Eigendomsrecht Wanneer een stuk in het eigendom is van de gemeente behoren alle onderdelen van dit stuk de gemeente toe, mits dit niet in strijd is met andere regelgeving. In het geval van een schilderij kan dit zowel het doek, als de verf als de lijst betreffen. De gemeente is vrij van het stuk gebruik te maken en naar eigen inzicht te beheren zolang dit niet in strijd is met de ander genoemde rechten en plichten.12 De gemeente is geen eigenaar van een stuk wanneer het in bruikleen is. 2. Auteursrecht Op beeldende kunst zit auteursrecht.13 In artikel 1 van de Nederlandse Auteurswet wordt het auteursrecht als volgt omschreven: ‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld’. Het auteursrecht kan door de maker verkocht worden. Dit dient schriftelijk te gebeuren, in een akte.14 Daarnaast wordt, wanneer de maker tijdens zijn leven zijn auteursrecht niet heeft overgedragen, het auteursrecht geërfd door de wettelijke of testamentaire erfgenamen.

Het auteursrecht op een werk eindigt 70 jaar na overlijden van de maker (te rekenen vanaf de eerste januari, volgende op het jaar waarin de maker is overleden).15 De integriteitsrechten zijn gebonden aan de persoon van de maker en zijn niet overdraagbaar. Deze rechten zijn wel vererfbaar wanneer dit in een testament of codicil is opgenomen.16 3. Volgrecht Met het volgrecht zoals beschreven in Artikelen 43 tot en met 43g in de Auteurswet (Ministerie van Veiligheid en Justitie, 2015) heeft de maker recht op een deel van de verkoopprijs als het kunstwerk wordt doorverkocht. Het volgrecht geldt alleen wanneer een professionele kunsthandelaar koper, verkoper of tussenpersoon is.17 Dit zal dus lang niet altijd het geval zijn binnen de gemeente. Daarnaast kan het volgrecht wel geërfd worden, maar vervalt ook dit 70 jaar na overlijden van de maker. De hoogte van de volgrechtvergoeding is te vinden in het document ‘Vergoeding op doorverkoop van kunstwerken (volgrecht)’ door het Ministerie van Veiligheid en Justitie uit 2015. Wanneer een origineel kunstwerk met een verkoopprijs boven € 3.000 via een professionele kunsthandelaar wordt doorverkocht heeft de kunstenaar recht op een deel van de verkoopprijs. De kunstenaar moet dan wel de nationaliteit van één van de EU-landen hebben en mag niet meer dan 70 jaar geleden zijn overleden.

De volgrecht kosten worden betaald door de professionele kunsthandelaar en is niet verschuldigd wanneer de verkoop zonder professionele kunsthandelaar plaatsvindt.18

12 Burgerlijk Wetboek boek 5 art. 1-3. 13 Hieronder vallen o.a. teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere plaatwerken;

aardrijkskundige kaarten; ontwerpen, schetsen en plastische werken, betrekkelijk tot de bouwkunde, de aardrijkskunde, de plaatsbeschrijving of andere wetenschappen; fotografische werken; filmwerken; werken van toegepaste kunst en tekeningen en modellen van nijverheid. 14 Stichting Federatie Auteursrechtbelangen, z.d.-a. 15 Stichting Federatie Auteursrechtbelangen, z.d.-b. 16 Auteurswet. 17 Professionele kunsthandelaar: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van de koop of verkoop van originelen van kunstwerken of van het als tussenpersoon tot stand brengen van koopovereenkomsten met betrekking tot originelen van kunstwerken. 18 Auteurswet art. 43-43g.

19

4. Het persoonlijkheidsrecht Het persoonlijkheidsrecht zorgt ervoor dat de reputatie van de maker behouden blijft, zoals vermeld in de Auteurswet, artikel 25.19 Deze rechten worden ook wel morele rechten genoemd.20 Dit betekent dat de maker bezwaar kan maken wanneer het werk onder een andere naam dan zijn eigen wordt uitgegeven or wanneer zijn naam niet wordt genoemd. Ook kan de maker zich verzetten tegen wijziging, verminking of aantasting van zijn werk. De kunstenaar kan zich tegen dergelijke aanpassingen verzetten, mits dit niet in strijd is met de redelijkheid. De kunstenaar dient toestemming te geven voordat een stuk, in het geval van moderne kunst, vernietigd mag worden, zodat dit niet in strijd is met de wet op basis van aantasting of verminking. Maar ook gevolgen door middel van inadequate conservering kan beschouwd worden als een handeling dat afbreuk doet op de integriteit van het werk van de maker. Persoonlijkheidsrechten zijn niet aan een ander over te dragen, tenzij er in het testament van de maker erfgenamen of een andere partij door de maker zijn aangewezen. Zonder een vermelding in het testament worden persoonlijkheidsrechten niet overgedragen.21 5. Bruikleen Bij stukken in bruikleen blijft de uitlener te allen tijde de eigenaar van het stuk. Stukken die in bruikleen zijn genomen worden geretourneerd naar de rechtmatige eigenaar of erven.

Wanneer de eigenaar is komen te overlijden, gaat dit recht automatisch over op de erfgenaam. De lener moet als ‘goede huisvader’ voor het stuk zorgen en zorgen voor een goed behoud van het stuk. De lener is aansprakelijk voor enige schade die is ontstaan mits deze niet te wijten is aan het daarvoor bestemde gebruik van het stuk. De uitlener kan een stuk niet terugvragen wanneer de bepaalde tijd nog niet verstreken is, tenzij het om dringende en onverwachts opkomende redenen gaat. Bij het retourneren van kunstwerken aan de bruikleengever kunnen zich twee problemen voordoen: De bruikleengever is niet meer te achterhalen. In dit geval kan het stuk niet afgestoten worden. De bruikleennemer blijft te allen tijde alleen houder van het stuk. Het handhaven van de status quo of een gang naar de rechter is de enige optie. - De bruikleengever weigert de stukken terug te nemen. De bruikleengever heeft geen verplichting om de bruikleen terug te nemen. Hierdoor ontstaat een patstelling. Mogelijkheden om hieruit te komen zijn een schenking aan de bruikleennemer waardoor deze eigenaar wordt, de bruikleennemer verzoekt de rechter te verplichten het stuk terug te nemen of de bruikleennemer zoekt een vervangende bruikleennemer die het stuk over wil nemen.22

19 Wetboek Online, z.d.. 20 Ius mentis, 2016. 21 Stichting Federatie Auteursrechtbelangen, z.d.-c. 22 Burgerlijk Wetboek boek 7A art. 1777-1790.

20

Bijlage 3. Afstotingsprocedures 3.1.

Wijze van afstoting stukken in eigendom

In de archieven zijn geen documenten of contracten gevonden waaruit de wijze waarop een kunstwerk verworven is blijkt (schenking, aankoop of bruikleen). Ook de eigendomssituatie van kunstwerken die behoren tot de gemeentelijke kunstcollectie staan nergens beschreven, met uitzondering van enkele kunstwerken en -objecten die gemeente Opsterland n bruikleen heeft van derden (bijlage 1).23 Hierom wordt aangenomen dat de kunstwerken behoren tot het gemeentelijk eigendom.24 Wanneer een stuk in eigendom van de gemeente is, is deze vrij om te saneren. De gemeenten die aangeven te ontzamelen doen dit allemaal volgens de normen die zijn vastgelegd in de LAMO [Leidraad Afstoten Museale Objecten] (Museumvereniging, 2016) en/of volgens de VNG richtlijn Vervreemding Gemeentelijk Cultuurgoed 2016. Er wordt hierin gesproken over herplaatsing, verkoop, teruggave aan de kunstenaar en, in het geval van een total loss kunstwerk, vernietiging.25 De wijze van afstoting die hier gehanteerd wordt, is eveneens gebaseerd op de LAMO van het ICN. Tabel 3 geeft een visueel overzicht van de te doorlopen procedure.26 Een volledig overzicht van de LAMO-leidraad is onder andere te raadplegen op de website van de Museumvereniging.27

3.2.

Wijze van afstoting stukken verkregen door schenking

Wanneer de gemeente een stuk in bezit heeft gekregen door schenking is de gemeente rechtmatige eigenaar. Wanneer de gemeente een stuk door middel van schenking verkrijgt kan het voorkomen dat er voorwaarden aan het verdere beheer van het stuk verbonden zitten. (Vb. wanneer het stuk binnen 5 jaar wordt afgestoten zal het moeten worden geretourneerd naar de schenker.) Is een stuk in schenking verkregen, dan is het afstoten afhankelijk van de aan deze schenking verbonden voorwaarden. Een schenking zonder voorwaarden of gift is vrij om te saneren. Elk in schenking verkregen stuk zal dus individueel beoordeeld moeten worden. De te doorlopen stappen voor deze procedure zijn visueel weergegeven in tabel 2.28 Er is echter geen overzicht van werken die als schenking verkregen zijn te vinden in de archieven. Indien het stuk afgestoten mag worden, zal deze dezelfde afstotingsprocedure doorlopen als stukken in eigendom van de gemeente, zie bijlage 3, met het oog op de gestelde voorwaarden. Wanneer een schenking heeft plaatsgevonden zonder vastgestelde voorwaarden, ofwel als gift, is de gemeente vrij om dit stuk te saneren, zolang dit niet in strijd is met de eerdergenoemde juridische restricties. Deze stukken zullen dezelfde afstotingsprocedure doorlopen als stukken in eigendom van de gemeente.

3.3.

Afstoting BKR-werken

De gemeente heeft een groot aantal stukken via de voormalige BKR verworven. Toen in 1992 door het Rijk werd besloten om de BKR op te heffen werd tevens besloten de rijkscollectie af te stoten, voor zover deze geen museale waarde had. Na deze opheffing werden gemeenten vrij verklaard om hun BKR collectie te saneren en de inkomsten uit de verkoop te houden. Gemeenten die hun BKR collectie naar eigen inzicht willen saneren hebben wel rekening te houden met verscheidende verplichtingen jegens kunstenaars. Het is raadzaam om de maker toestemming te vragen voor verkoop, verhuur, bruikleen of eventueel vernietigen van werken die na 1979 verworven zijn. De gemeente heeft een zorgverantwoordelijkheid als eigenaar van het BKR werk. Het is dan ook niet toegestaan om een beschadigd werk in de openbaarheid te brengen, tenzij hier met de ontvanger een regeling over is getroffen. Wanneer een stuk ‘total loss’ is mag het stuk, als het nooit in de openbaarheid is geweest,

23 Zie pagina 19 van dit rapport. 24 Onbekendheid eigendomssituatie maakt het lastig vervolgacties in gang te zetten. Als je niet weet of een werk dat in je

bezit is ook daadwerkelijk je eigendom is, is het onmogelijk om te besluiten dat het verkocht mag worden. En als het zou gaan om een bruikleen dan moet die terug naar de eigenaar als wij het niet langer wensen te houden. Bij schenkingen is vaak bepaald dat het werk niet vervreemd mag worden. 25 De gevonden voorbeelden van gemeenten zijn de gemeente Ede (Edestad.nl, 2019; Wijnacker, 2019), de gemeente Ermelo (2016), de gemeente Meijerijstad (2018) en de gemeente Zaanstad (2015). 26 Zie pagina 17 van dit rapport. 27 https://www.museumvereniging.nl/media/publicationpage/publicationFile/lamo_rapport2016_versie2020_def.pdf 28 Zie pagina 16 van dit rapport.

21

zonder toestemming van de maker vernietigd worden.29 Hier moet erg zorgvuldig mee om worden gegaan, aangezien er weinig stukken zullen zijn die niet in de openbaarheid zijn geweest. Tabel 4 geeft de te doorlopen stappen voor het afstoten van BKR-werk weer.30 De regelgeving bij het afstoten van kunstwerken via de BKR staat verkort weergegeven in bijlage 4.31

3.4.

Niet aangetroffen stukken

Naar stukken die bij de inventarisatie niet zijn aangetroffen zal intern een zoektocht plaatsvinden. Hiervoor zijn verschillende opties mogelijk: - Gerichte vragen stellen aan medewerkers die hier naar vermoeden iets van af weten; - Op intranet een oproep plaatsen van het/de vermiste stuk(ken) met een omschrijving en, wanneer beschikbaar, een foto. Daarin wordt aan medewerkers gevraagd om zo mogelijk informatie te verstrekken over het vermiste stuk; - Teammanagers een mail versturen met een oproep van het/de vermiste stuk(ken) met een omschrijving en, wanneer beschikbaar, een foto. Daarin wordt aan medewerkers gevraagd om in hun kantoor en dichtbij zijnde ruimten te kijken of hier een of meerdere stukken te vinden zijn; - Gestructureerd alle ruimten te laten doorzoeken. (Afwegen of resultaat opweegt tegen tijd en kosten). Worden de stukken na deze procedure niet teruggevonden dan wordt gerapporteerd aan de directie en worden ze administratief afgestoten. Bij het opstellen van dit rapport is veelvuldig gebruikt gemaakt van de publicaties die het ICN beschikbaar stelt. Bij verdere procedures is het aan te raden om gebruik te blijven maken van deze publicaties. (Zie http://www.cultureelerfgoed.nl/kunstcollecties/publicaties voor verschillende behulpzame publicaties voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke kunstcollectie.)

3.5.

Afstoting van kunstwerken in eigendom

I. TOTAL LOSS EN BESCHADIGDE STUKKEN Wanneer een stuk total loss of beschadigd is zal er contact opgenomen worden met de kunstenaar of zijn erven. Deze wordt aangeboden om het stuk terug te nemen. Wanneer dit aanbod niet wordt aangenomen of contactlegging niet slaagt kan er voor gekozen worden om het stuk te herplaatsen of te vernietigen. (Voor vernietiging dient de maker of zijn erven toestemming te verlenen.) II. HERPLAATSEN De LAMO adviseert om stukken in eerste instantie bij musea te herplaatsen. Doorloop daarvoor de onderstaande stappen zorgvuldig: - Informeer musea. Dit kan door rechtstreeks contact op te nemen met potentiële belangstellenden of informeer gelijktijdig (of gefaseerd) zoveel mogelijk musea over de objecten. Geef aan hoe belangstellenden kunnen reageren en hanteer een deadline. - Overweeg een tentoonstelling te maken van overtollige objecten. - Plaats stukken op www.herplaatsingsdatabase.nl.(Aan het plaatsen van stukken op de HPD zitten geen kosten verbonden. Alleen museale instellingen kunnen op stukken reageren. Daarnaast staat een object minimaal 2 maanden op de HPD. Daarna kan geconcludeerd worden dat hier geen animo via deze weg is en kan een verdere procedure worden ingezet.) Via de website www.afstotingsdatabase.nl kan een museum met een eigen inlogcode het Meldingsformulier uploaden met de gegevens over de objecten die het kwijt wil.

Het museum is zelf verantwoordelijk voor de aanlevering van de correcte en complete gegevens en het volgen van de juiste procedure. Overheden (het Rijk, provincies en gemeenten) die eigenaar zijn van roerend erfgoed en door de Erfgoedwet verplicht zijn hun afstotingsvoornemens openbaar bekend te maken, kunnen eveneens gebruik maken van de externe aanmeldings- en toetsingsprocedure van de LAMO. De website is openbaar, dus iedereen kan zien welke objecten voor afstoting in aanmerking komen. De aanmelding blijft twee maanden op de website staan. In die periode kunnen geïnteresseerde 29 Van total loss is sprake als een werk hersteld moet worden en restauratie naar verwachting duurder zal uitvallen dan het

werk naar schatting waard is; Onder openbaarheid wordt verstaan het zichtbaar zijn van het kunstwerk voor een publiek. 30 Zie pagina 18 van dit rapport. 31 Zie pagina 22 van dit rapport.

22

musea contact opnemen met een aanbiedend museum. Mochten zij geïnteresseerd zijn in een object uit een niet-museale collectie, dan kunnen zij dit melden bij de desbetreffende overheid. Tijdens, of na afloop van die twee maanden, wijst het museum het aangeboden object toe aan het museum dat (het best) voldoet aan zijn gunningscriteria. Die zijn in het Meldingsformulier aangegeven. Als zich geen ander museum heeft aangemeld voor overname, dan is het museum vrij om het aanbod te herbestemmen buiten de sector. Hierna kunnen reacties volgen. Handel deze als volgt af: - Registreer en bevestig de reacties. - Overweeg een kijkdag te organiseren (zinvol wanneer het gaat om veel objecten en/of belangstellenden). - Leg in de afstotingsdocumentatie vast welke gunningscriteria de doorslag hebben gegeven. Herplaatsen bij musea kan middels schenking, gift of ruil. Schenking Overweeg om aan een schenking voorwaarden te verbinden, bv.: - De begiftigde informeert de schenker wanneer hij voornemens is de geschonken objecten af te stoten. - Het geschonken object moet binnen het publieke domein blijven. - De begiftigde dient de objecten terug te geven in geval overgegaan wordt tot afstoten. Aan deze voorwaarde kan een termijn verbonden worden, bv. 5 of 10 jaar. Niet alle voorwaarden zijn geoorloofd. Het kan bijvoorbeeld niet verboden worden om af te stoten.

Gift Overdragen kan ook middels een gift waarbij de begiftigde een symbolisch bedrag betaalt. Hieraan kunnen geen voorwaarden verbonden worden. Ruil Twee partijen geven elkaar over en weer een zaak in plaats van een andere zaak. Wanneer er geen museale belangstelling is, zal vervreemding buiten de museale sector plaats vinden middels schenking, ruil en verkoop, met bijvoorbeeld de oorspronkelijke schenker of zijn erven, verzamelaarsverenigingen, onderwijsinstellingen of andere publieke instellingen. Schenking Neem de volgende aspecten in overweging: - Belang van het object - De aandacht en zorg die het object zal krijgen na schenking - De zichtbaarheid van het object Verkoop Verkoop kan door middel van een onderhandse verkoop of openbare verkoop (veiling). Een openbare verkoop is transparanter. Een openbare verkoop via een veiling is aan te raden wanneerhet om grotere hoeveelheden objecten gaat. Veilen kan ook via bijvoorbeeld https://www.veilingenvankunst.nl/. Met het veilinghuis moeten duidelijke afspraken gemaakt worden. Zie hiervoor Bijlage IV – LAMO. III. RETOURNEREN KUNSTENAAR Wanneer een object niet herplaatst wordt zal het stuk aangeboden worden aan de kunstenaar of zijn erven (dit is enkel van toepassing in het geval van moderne kunst). Wanneer contactpogingen (Binnen de redelijkheid wat van een gemeente kan worden verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=ecf82c51-fae8-4dca-ab5e-96da53811c70