Bijlage 2 Begroting 2022 en meerjarenperspectief 2023-2026 Comprix.pdf
Tekst van het document
‘OPST3RLAN0*
0086
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Begroting
2022
'De toekomst van de wereld zit vandaag in ons klaslokaal.' Ivan Welton Fitzwater
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Voorwoord Na 2020 heeft ook 2021 in de samenleving en daarmee ook binnen het onderwijs grotendeels in het teken gestaan van de coronacrisis en het lijkt er, ondanks de komst van vaccins, op dat ook in 2022 corona helaas nog een rol zal blijven spelen. Dit betekent dat gedurende het schooljaar'21/’22 het onderwijs wordt ingevuld binnen de kaders van de coronamaatregelen en dat ook andere nadelige gevolgen van de coronacrisis voorlopig nog doorwerken. De grootste negatieve effecten worden veroorzaakt door het wachten op testuitslagen, coronabesmettingen en quarantainemaatregelen, waardoor er sprake is van afwezigheid van leerkrachten en leerlingen. Regelmatig moeten hele klassen in quarantaine en een enkele keer is het zelfs noodzakelijk om een hele school tijdelijk te sluiten. Door het tekort aan invalkrachten is het vervangen van afwezige leerkrachten niet altijd mogelijk. Dankzij flexibiliteit en extra inzet vanuit de schoolteams kan het onderwijs in de meeste gevallen toch doorgang vinden. Extra financiële lasten worden veroorzaakt door de afwezigheid van medewerkers vanwege het wachten op testuitslagen en door quarantaine.
Om de achterstanden die zijn veroorzaakt door de sluiting van het onderwijs tijdens de coronacrisis weg te werken is het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in het leven geroepen (zie par. 3.5). Hierbij worden extra financiële middelen beschikbaar gesteld. Ongeveer € 700 per leerling voor het schooljaar '21/'22 en ongeveer € 500 per leerling voor het schooljaar '22/'23. Deze extra middelen moeten binnen de looptijd van het NPO worden besteed en hebben dus geen langdurig effect op de begroting. In de praktijk binnen Comprix is gebleken dat er gemiddeld nauwelijks sprake is van opgelopen achterstanden, maar op het niveau van (jaar)groepen en individuele leerlingen kan dit wel het geval zijn. Het grootste negatieve effect is dat de onderlinge verschillen tussen leerlingen zijn toegenomen en daarmee ook de kansenongelijkheid. De scholen hebben plannen opgesteld om deze nadelige gevolgen te beperken, waarbij de extra middelen vooral worden gebruikt voor extra personele inzet. Zoals eerder benoemd in de begroting van 2021, lopen de inkomsten van Comprix de komende jaren terug. Deze terugloop wordt veroorzaakt door: • het aflopen van de fusieformatie van een aantal scholen (zie par. 5.2); • de regionale krimp, waardoor rekening wordt gehouden met een daling van het leerlingaantal met ca. 80 leerlingen per jaar (zie par.
2.1); • en de negatieve effecten voor Comprix van de vereenvoudigde bekostiging primair onderwijs per januari 2023 (zie par. 3.2). De vereenvoudigde bekostiging heeft op de begroting van 2022 een zeer negatief effect door het wegvallen van een vordering op OCW (zie par 3.1) De dalende inkomsten hebben tot gevolg dat de formatie de komende jaren (fors) moet inkrimpen. In deze begroting wordt er vanuit gegaan dat dit ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Met een zorgvuldige personeelsplanning is de verwachting dat dit op basis van natuurlijk verloop haalbaar is. De gezonde financiële situatie van Comprix maakt spreiding van de formatieve krimp over een aantal jaren mogelijk (zie par. 2.5).
De realisatie van de meerjarenbegroting is afhankelijk van meerdere factoren, waarbij de onzekerheden toenemen naarmate er verder in de toekomst wordt gekeken. Om de juiste keuzes te maken is het van belang om zowel een juiste inschatting te maken van toekomstige ontwikkelingen, als het volgen van actuele ontwikkelingen om tijdig bij te kunnen sturen. Dit is vooral van belang betreffende de formatie. Meerjarig formatiebeleid is noodzakelijk om de benodigde krimp te realiseren, maar tegelijkertijd moet worden voorkomen dat de krimp groter is dan noodzakelijk omdat ook Comprix in de toekomst wegens het lerarentekort moeite kan krijgen om vacatures te vullen.
Wolvega, 6 december 2021
Jan Veenstra Edwin de Weers
2
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Inhoudsopgave Voorwoord
2
Samenvatting.........................................
4
1.
Algemene instellingsgegevens
5
1.1 Stichting Comprix.......................
5
2.
3.
1.2 Missie en visie.............................
5
1.3 Bevoegd gezag.............................................................
6
1.4 Raad van toezicht, college van bestuur en stafbureau
6
1.5 Stafbureau....................................................................
7
1.6 Medezeggenschap..............
7
1.7 De organisatiestructuur....
7
Begroting 2022...................
8
2.1 Leerlingenaantallen............
8
2.2 Rijksbijdragen OCW..........
9
2.3 Overige overheidsbijdragen
10
2.4 Overige baten....................
10
2.5 Personele lasten................
10
2.6 Afschrijvingen en investeringen......
11
2.7 Huisvesting......................................
12
2.8 Overige lasten..................................
14
2.9 Financiële baten en lasten...............
14
Overige onderwerpen......................
15
3.1 Vervallen van de vordering op OCW
15
3.2 Vereenvoudigde bekostiging............
15
3.3 Het lerarentekort.............................
17
3.4 Normatief eigen vermogen (NEV) ...
18
3.5 Nationaal programma onderwijs....
20
4.
Treasury................................................
23
5.
Weerstandsvermogen en risico's.
24
5.1 Weerstandsvermogen......................
24
5.2 Risico's..............................................
24
5.3 Personele lasten
25
6.
Exploitatie...........................................................................
27
7.
Meerjarenperspectief.....................................................
28
8.
Ontwikkeling financiële positie Comprix (ratio's)
29 30
Bijlage 1: Kasstroomoverzicht
3
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Samenvatting De begroting van het momenteel nog lopende kalenderjaar (2021) sluit met een negatief saldo van € 133.914. De begroting van 2022 sluit met een negatief saldo van € 1.717.985. Het nadelig saldo van 2022 wordt voor verreweg het grootste deel veroorzaakt door het incidentele negatieve effect op de rijksbijdragen van 2022 als gevolg van de overgang van schooljaarbekostiging naar kalenderjaarbekostiging per 1 januari 2023. Als gevolg van deze wijziging vervalt in 2022 het opbouwen van een vordering op OCW, waardoor de rijksbijdragen incidenteel circa € 1.400.000 lager uit zullen komen (zie par. 3.1). Het meerjarenperspectief geeft vervolgens het volgende beeld (zie H. 7): Jaar
Resultaat
Begroting 2022
-1.717.985
Begroting 2023
-10.930
Begroting 2024
-83.853
Begroting 2025
-116.422
Begroting 2026
-176.957
Met name als gevolg van het feit dat binnen de (nieuwe) vereenvoudigde bekostiging de gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) geen onderdeel meer uitmaakt van de parameters van de bekostiging, pakt de vereenvoudigde bekostiging voor Comprix nadelig uit (zie par. 3.2). Doordat de bestuurs-GGL van Comprix iets boven het landelijk gemiddelde ligt, heeft de vereenvoudigde bekostiging tot gevolg dat Comprix vanaf 2023 circa C 330.000 structureel minder aan rijksbijdragen gaat ontvangen. In de eerste drie jaar is er daarbij overigens nog wel sprake van een overgangsregeling.
De corona-crisis heeft ook in het onderwijs diepe sporen nagelaten. Leerlingen en leerkrachten gingen door een jojo van lock-downs, thuisonderwijs en vervolgens weer naar school. De coronapandemie heeft daarmee grote gevolgen voor het funderend onderwijs in Nederland en in het bijzonder voor de leerlingen. De ontwikkelingen van de laatste maanden (sterk stijgend aantal besmettingen) geven aan dat ook voor 2022 met de nodige flexibiliteit moet worden gewerkt om iedereen 'binnen boord' te kunnen houden. Om hierbij te kunnen helpen wordt in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) hiertoe bekostiging ontvangen (zie par. 3.5). Voor het kalenderjaar 2022 is aan Comprix een bedrag toegekend van ruim € 2.769.000. Ook aan lasten is in de begroting dit bedrag opgenomen zodat de NPO het resultaat niet beïnvloed. Voor 2023 wordt aan NPO-baten (en -lasten) een bedrag geraamd van ruim € 1.250.000. Per 1 augustus 2021 vallen 39 scholen onder het bevoegd gezag van Comprix. Het aantal leerlingen per 1 oktober 2021 is iets gestegen ten opzichte van voorgaand jaar en uitgekomen op 4.057. Dit wordt veroorzaakt door de fusie in Wijnjewoude van CBS Votum Nostrum met OBS De Twaspan per 1 augustus 2021. De nieuwe school 'Skoalle De Sinnewizer' valt onder het bevoegd gezag van Comprix.
Zonder deze fusie zou er sprake zijn geweest van een daling van het leerlingenaantal met ruim 50 leerlingen (zie par. 2.1). Het ingezette beleid, gebaseerd op ambitie en kwaliteit, wordt voortgezet. Comprix stimuleert innovatieve projecten op de scholen. Er is aandacht voor duurzaamheid. De vernieuwingen in duurzaamheid worden de komende jaren geïntensiveerd.
Naast een (met name financieel) beleidsdocument is deze begroting een informatiedocument voor degenen die zich een beeld willen vormen omtrent het financiële beleid en de ontwikkelingen daarin binnen de stichting. Comprix houdt zicht op de geformuleerde financiële doelstellingen zodat resultaten kunnen worden gevolgd en waar nodig worden bijgestuurd.
4
Comprix ce kracht achter primair onderwijs
1. Algemene instellingsgegevens 1.1 Stichting Comprix
Stichting Comprix is als schoolbestuur van het openbaar primair onderwijs in Zuidoost Friesland verantwoordelijk voor het onderwijs aan 4.057 leerlingen (teldatum 01-10-'21). Met 39 basisscholen, waarvan twee scholen voor speciaal basisonderwijs (Oosterwolde en Wolvega), vijf (in)formele samenwerkingsscholen (Munnekeburen, Donkerbroek, Tijnje, Beetsterzwaag en Wijnjewoude) en een locatie voor hoogbegaafde leerlingen (Oosterwolde), verspreid over drie gemeenten en in bijna alle kernen vertegenwoordigd, neemt Comprix een belangrijke plaats in binnen de regio. Het onderwijs op de scholen en de ondersteuning vanuit het stafbureau wordt verzorgd door meer dan 500 medewerkers. Daarnaast worden de scholen vanuit De Stipe (ondersteuningsteam primair onderwijs Zuidoost Friesland) ondersteunt bij het realiseren van passend onderwijs. Zowel de openbare als de samenwerkingsscholen van Comprix zijn algemeen toegankelijk; 'Niet apart maar samen en iedereen is welkom'. 1.2 Missie en visie
De missie en visie van Comprix vormen de uitgangspunten van ons beleid en daarmee ook van het financieel beleid. Onze missie
Elke Comprix school biedt onderwijs van uitstekende kwaliteit. Ouders en kinderen voelen zich welkom op school en worden door elkaar gewaardeerd. Onze openbare en samenwerkingsscholen zorgen voor een veilige en uitnodigende leeromgeving waarin de kinderen zich optimaal en veelzijdig ontwikkelen. De school stimuleert de zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van kinderen en van medewerkers. Competente medewerkers zorgen voor optimale ontwikkeling en resultaten van elk kind, waarbij de school en de ouders samenwerken. Erkenning van en waardering voor verschillen tussen kinderen, ouders en medewerkers maken een belangrijk onderdeel uit van het schoolleven. De school staat open voor de maatschappelijke ontwikkelingen die het onderwijs raken. De missie wordt in de praktijk gebracht door invulling te geven aan een achttal kernwaarden: Identiteit.
Zowel de openbare als de samenwerkingsschool van Comprix is een ontmoetingsschool, is algemeen toegankelijk en wordt gekenmerkt door pluriformiteit. Professionaliteit.
Met een professionele houding en met professioneel gedrag zijn medewerkers een voorbeeld voor kinderen, ouders en voor elkaar. Autonomie.
Het bestuur geeft "het wat" aan; de scholen gaan over "het hoe". Ontwikkeling
Zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van leerlingen én medewerkers staan voorop. Kwaliteit
De scholen van Comprix kennen een hoge kwaliteit. De scholen hebben een sterk didactisch klimaat en een pedagogisch klimaat waarin kinderen erkend en herkend worden. Het bereik
De school is voor alle kinderen in de gemeenschap. Transparantie
Bestuur en school leggen op heldere wijze verantwoording af aan hun stakeholders over hun activiteiten. De gemeenschap
Elke Comprix school is of wordt een onderwijsvoorziening voor (bijna) alle kinderen van 0 t/m 12 jaar.
5
Comprix de kracht achter primair onderwijs
De missie en de acht kernwaarden worden samengevat in ons missiestatement: >£ 'Onderwijs vanuit betrokkenheid en met ambitie.'
Onze visie
Stichting Comprix is een professionele organisatie die de leerlingen kwalitatief goed onderwijs biedt en hierdoor aantrekkelijk is voor ouders en voor medewerkers. Het uitdragen van de missie en de gezamenlijke waarden bepalen voor een belangrijk deel het imago van het onderwijs als geheel en van elke school afzonderlijk. Het resultaat moet zijn dat ouders en kinderen blijven kiezen voor een openbare of samenwerkingsbasisschool van ons schoolbestuur en dat leerkrachten graag bij Stichting Comprix willen werken. Stichting Comprix wil leerlingen, ongeacht hun af- of herkomst, in een veilig pedagogisch klimaat onderwijs bieden. Onderwijs wordt beschouwd als een onderdeel van de totale geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen op weg naar volwassenheid. Het onderwijs leert kinderen actief, kritisch en emancipatorisch te participeren in de (vormgeving van de) samenleving. In de ontwikkeling van de jonge mens staan relatie, competentie en autonomie centraal. Kortom; "Wij staan voor kwalitatief, professioneel en aantrekkelijk onderwijs."
Vanzelfsprekend zijn er ten aanzien van het realiseren van visie en missie verschillen tussen scholen. Geen school is immers hetzelfde. We verbinden de missie en de visie van Comprix aan elkaar en brengen deze terug tot vier even eenvoudig als kristalheldere waarden. Deze zijn: 1. De leerlingen van Comprix voelen zich welkom. 2. De leerlingen van Comprix zijn gelukkig. 3. De medewerkers van Comprix doen hun werk enthousiast. 4. De ouders zijn tevreden over het onderwijs aan hun kind. Waarden die wellicht eenvoudig ogen maar die wel een enorme onderwijskundige verantwoording en reikwijdte met zich meedragen en die zeker voortdurend onderwerp van gesprek zijn in alle lagen van Comprix. 1.3 Bevoegd gezag
Het bevoegd gezag wordt gevormd door het college van bestuur van Stichting Comprix bestaande uit dhr. E. de Weers (voorzitter) en dhr. J. Veenstra (vicevoorzitter). 1.4 Raad van toezicht, college van bestuur en stafbureau
Het openbaar primair onderwijs in de gemeenten Opsterland, Oost- en Weststellingwerf wordt bestuurd door Stichting Comprix. Het bestuur en het interne toezicht op het bestuur is in het primair onderwijs gescheiden. Dit betekent dat Comprix een raad van toezicht heeft en daarnaast een college van bestuur. De raad van toezicht houdt (intern) toezicht op het bestuur. Leden van de Raad van Toezicht per 1 december 2021: Naam
Functie
Mevrouw J.E.M.B Janssen
Voorzitter
De heer DJ.H. Buma
Vicevoorzitter
Mevrouw N. Nooter
Lid
De heer M.C.J. Visser
Lid
De heer M. Molema
Lid
De heer A. Sietzema
Lid
De ontwikkeling en de bewaking van de grote lijnen, alsmede de dagelijkse bedrijfsvoering, is in handen van het college van bestuur en de medewerkers van het stafbureau.
6
Compnx de kracht achter primair onderwijs
Er vindt regelmatig overleg en afstemming plaats tussen bestuur, de beleidsmedewerkers en de scholen, onder andere via het directieoverleg, tijdens schoolbezoeken en tijdens het jaarlijkse formele gesprek met de schooldirecteur. 1.5 Stafbureau
Ten behoeve van de scholen van Comprix is aan de Van Harenstraat te Wolvega een stafbureau ondergebracht ter ondersteuning van het onderwijsveld. Het stafbureau verzorgt de beleidsvoorbereiding en administratieve ondersteuning op het terrein van onderwijskundige, personele, financiële en huisvestingszaken en overige zaken op (school)bestuurlijk terrein. Het stafbureau staat voor een klantgerichte benadering en een resultaatgerichte instelling waarbij oplossingsgericht werken centraal staat. 1.6 Medezeggenschap
Elke school heeft een eigen medezeggenschapsraad (MR). De zetels zijn evenredig over de personeels- en oudergeleding verdeeld. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) van Comprix telt 12 leden en wordt voorgezeten door een lid van de GMR. De GMR vergadert ongeveer 8 keer per jaar. Per schooljaar wordt middels een jaarverslag verantwoording afgelegd aan de medezeggenschapsraden en het bestuur. 1.7 De organisatiestructuur
raad van toezicht college van bestuur
stafbureau
De scholen Ooststellingwerf OBS De Tjongeling (Oldeberkoop) OBS De Stelling (Makkinga) OBS Meester KJ Dijkstra (Elsloo) OBS De Riemsloot (Appelscha) OBS De Toekan (Oosterwolde) OBS Buttinga (Oosterwolde) OBS Boekhorst (Oosterwolde) Basisschool De Twirrewyn (Donkerbroek) OBS De Trede (Haule) SBO De Kamplngerhof (Oosterwolde) Comprix College
Opsterland OBS It Ambyld (Terwlspel) OBS De Bóge (Hemrik) Basisschool De Treffer (Gorredijk) OBS De Plecht (Lippenhuizen) OBS De Hoekstien (Luxwoude) OBS De Jasker (Nijbeets) School Loevestein (Gorredijk) OBS De Oanrin (Bakkeveen) Basisschool De Opstekker (Tijnje) Daltonschool De Skans (Frieschepalen) KC De Finne (Beetsterzwaag) Skoalle De Slnnewizer (Wijnjewoude) OBS De Twlrre (Ureterp) OBS De Wjukslach (Langezwaag)
7
Weststellingwerf OBS De Aventurijn (Munnekeburen) OBS Dorpsschool De Blesse (De Blesse) Dalton OBS De Oosterbrink (Boijl) OBS De Velden (Noordwolde) OBS Vensterschool (Noordwolde) OBS De Striepe (Oldeholtpade) OBS Heidepolle (Wolvega) OBS Wolvega Zuid (Wolvega) OBS Tuindorp (Wolvega) OBS Dorpsschool (Wolvega) OBS Lantscheene (Oldetrijne) OBS De Lamer (Oldelamer) OBS T Holtpad (Nijeholtpade) OBS De Klaeter (De Hoeve) SBO De Triade (Wolvega)
Comprix de kracht achter primair onderwijs
2. Begroting 2022 De begroting van 2022 sluit met een negatief resultaat van € 1.717.985. De begroting van het nu nog lopende begrotingsjaar sluit met een negatief resultaat van € 133.914. Het nadelig saldo van 2022 mag voor verreweg het grootste deel worden toegerekend aan de incidentele gevolgen van de invoering van de vereenvoudigde bekostiging ingaande het kalenderjaar 2023. Voor een uitgebreide toelichting wordt hier verwezen naar de paragraaf 3.1 waarin dit onderwerp gedetailleerd wordt behandeld. De managementrapportage over de periode januari tot en met augustus van 2021 geeft aan dat het kalenderjaar 2021 naar verwachting wordt afgesloten met een negatief resultaat van ruim € 314.000. Dit negatieve resultaat draagt een personeel karakter. Het lastenniveau ligt daarmee iets boven het niveau dat uit de rijkbekostiging kan worden gedekt. Zoals in de managementrapportage wordt aangegeven, wordt hierbij overigens geen rekening gehouden met de invloed van de NPO (waarschijnlijk zal de NPO in 2021 een positieve invloed hebben op het rekeningresultaat). Bij het opstellen van de begroting 2022 en het bijbehorende meerjarenperspectief wordt uitgegaan van de meest recente cijfers. Dit impliceert dat het lastenniveau van 2021 (en daarmee het tekort) min of meer wordt 'meegenomen' naar 2022 en ook in dat jaar leidt tot een overschrijding van de lasten.
Pas per 1 augustus 2022, bij aanvang van het nieuwe schooljaar, kan hierop worden geanticipeerd door aanpassing van de formatie. Het grootste deel van het begrote tekort van 2022 ad € 1,7 miljoen kan daarmee als volgt worden verklaard: • Doorwerking (7/12) tekort vanuit 2021 € 200.000 • Incidentele lagere rijksbijdrage t.g.v. vereenvoudiging bekostiging €-1.300.000 Het resterende verschil van € 2 ton is niet specifiek aanwijsbaar, maar kent diverse personele en materiële oorzaken. 2.1 Leerlingenaantallen
Het aantal leerlingen van de 39 scholen binnen Comprix is per 1 oktober 2021 vastgesteld op 4.057 (1-10-2019: 4.107, 1-10-2020: 4.030). Ten opzichte van het voorgaande jaar is het aantal leerlingen dus gestegen met 27. Deze stijging komt echter voort uit een fusie tussen CBS Votum Nostrum en DBS de Twaspan in Wijnjewoude. (Per 1 oktober 2020 had CBS Votum Nostrum 80 leerlingen). De nieuwe school (Skoalle De Sinnewizer) valt onder het bevoegd gezag van Comprix.
Regulier is er ten aanzien van het aantal leerlingen sprake van een daling. De onderliggende daling in 2021 bedroeg ruim 50 leerlingen. In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een gemiddelde daling van 80 leerlingen per jaar (2%). Ten aanzien van de rijksbekostiging leidt deze daling er toe, dat er jaarlijks ruim € 400.000 minder aan financiering binnen komt. Dit heeft gevolgen voor de formatie. De daling van de reguliere instroom van het aantal leerlingen zal zich naar verwachting rond 2025 stabiliseren. Het totaal aantal leerlingen zal de jaren daarna nog altijd blijven dalen doordat in die jaren de bovenbouw nog grotere groepen kent dan de onderbouw. Het aantal basisschoolleerlingen daalt al jaren en dat zal volgens de bevolkingsprognose van het CBS de komende jaren doorzetten. Mutaties in het aantal leerlingen als gevolg van fusies worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Aangezien de financiering van het primair onderwijs voor het grootste deel afhankelijk is van het leerlingenaantal op de verschillende scholen (voor 1 leerling wordt vanaf 2023 een bekostiging ontvangen van € 5.100), werkt een daling van het aantal leerlingen negatief door in de exploitatie.
8
Comprix de kracht achter primair onderwijs
In de tabel hieronder worden de werkelijke leerlingenaantallen en de prognoses voor de periode 2022 tot en met 2027 op de jaarlijkse teldatum 1 oktober (t/m 2021) respectievelijk 1 februari (vanaf 2022) voor Comprix in beeld gebracht: Verloop leerlingenaantal
S500
4500
4.000
3300
H H H
! ■ ! ■ I i i M M t ! II
De stijging in 2022 is toe te wijzen aan de gewijzigde teldatum (1 februari) waardoor ook de instroom gedurende de periode oktober t/m januari wordt meegeteld (instroom kleuters groep 1). Voor scholen (en besturen) heeft een daling van het leerlingenaantal een aantal gevolgen. De meest in het oog springende is uiteraard de vermindering van de rijksbijdragen. Terugloop van leerlingen kan echter ook leiden tot de noodzaak om meer combinatiegroepen te vormen. Voorkomen daarbij wordt dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk komt te staan. Daarnaast heeft een dalend leerlingenaantal ook effect op de materiële instandhouding. Klaslokalen kunnen als gevolg van een leerlingendaling soms leeg komen te staan. Daarnaast heeft een leerlingendaling ook negatieve gevolgen voor de klassengrootte.
Het grootste deel van de scholen van Comprix is gevestigd in kleine kernen. Een (wellicht relatief sterke) leerlingendaling kan dan leiden tot de noodzaak om scholen samen te moeten voegen (of zelfs te sluiten). De kwaliteit van het onderwijs in de ruimste zin van het woord is echter in alle gevallen (ook als het leerlingenaantal niet zou dalen) leidend voor het wel of niet besluiten tot samenvoeging.
Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op een aantal begrotingsposten. 2.2 Rijksbijdragen OCW
De Rijksbijdrage OCW 2022 is ten opzichte van de begroting 2021 gestegen, grotendeels ten gevolge van de toevoeging van de NPO-middelen. Vanaf 2024 wordt echter een aanzienlijke daling van de Rijksbijdrage verwacht ten gevolge van: • Daling van de leerlingaantallen ten gevolge van krimp in de regio, waarbij voor de meerjarenbegroting wordt uitgegaan van een daling van 80 leerlingen per schooljaar. Op de lange termijn moet rekening worden gehouden met een daling tot mogelijk 20% van het huidige leerlingaantal. Dit zal effect hebben op meer terreinen dan alleen op de personele bezetting binnen de scholen. • Het wegvallen van de samenvoegsubsidie van een aantal gefuseerde scholen. Na een scholenfusie ontvangt het bestuur nog 6 jaar subsidie om de fusie succesvol te implementeren en aan lopende verplichtingen te kunnen voldoen. Het effect voor 2022 is beperkt doordat aan de desbetreffende scholen de mogelijkheid is gegeven om totaal ruim 6 fte door te schuiven naar schooljaar 2022/2023.
9
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Geplande scholenfusies zijn in de meerjarenbegroting nog niet opgenomen, aangezien de doorgang en planning van deze trajecten afhankelijk zijn van meerdere factoren en daarmee te onzeker zijn om op te nemen in de financiële planning.
Voor het schooljaar 2022/2023 wordt een bedrag aan werkdrukmiddelen ontvangen van € 258,67 per leerling. De inzet vanuit de werkdrukmiddelen is afhankelijk van de keuzes die de schoolteams hierin maken (conform de cao-po), waarbij verlaging van de werkdruk het uitgangspunt is.
De materiële bekostiging blijkt in de praktijk helaas niet toereikend. Dit betekent dat ook Comprix er niet aan ontkomt om een deel van de personele baten in te zetten voor de materiële kosten. De hoogte van deze kosten wordt inzichtelijk gemaakt in het allocatiemodel '22/'23 en het bestuursformatieplan '22/'23. Het bestuursformatieplan wordt jaarlijks ter instemming voorgelegd aan de GMR (uiterlijk op 1 mei). 2.3 Overige overheidsbijdragen
Dit budget bestaat voor het grootste deel uit vergoedingen van de drie gemeenten en de provincie. Dit betreft o.a. subsidies voor: • Het heemkunde project Veerkieker (Oost- en Weststellingwerf) • Het vak Fries (provincie Friesland) • Culturele vorming (Oost- en Weststellingwerf en Opsterland) • Subsidie voor onderwijs aan het jonge kind (Oost- en Weststellingwerf) • Schakelklas (Ooststellingwerf) 2.4 Overige baten
De overige baten bestaan uit loonkostensubsidies en detacheringsinkomsten. Dit betreft o.a. de inkomsten van de leerkrachten van Comprix die gedetacheerd zijn naar o.a. basisschool de Laweij te Haulerwijk en School Lyndensteyn. De overige baten bestaan verder uit opbrengsten van de verhuur van leegstaande lokalen aan peuter- en kinderopvang. 2.5 Personele lasten
Vanaf 2022 is er sprake van een noodzakelijke verlaging van de personele lasten als gevolg van de daling van het aantal leerlingen (zie pr. 2.1) en de afloop van de fusiecompensatie van een aantal scholen (zie par. 5.2) en uiteraard de vermindering van de IMPO-bijdragen (zie par. 3.5). De formatie wordt taakstellend in overeenstemming gebracht met de daling van de hiervoor genoemde inkomsten. Vanaf 2023 komt daar ook het negatieve financiële effect bij van de vereenvoudigde bekostiging primair onderwijs (zie par. 3.2).
De benodigde krimp van de formatie met ingang van het schooljaar 2022/2023 bedraagt ruim 15 fte (NPO en regulier). De krimp kan deels worden opgevangen vanuit de flexibele schil en deels uit natuurlijk verloop. De daling van de hiervoor genoemde baten houdt ook na 2022 aan. Dit brengt met zich mee dat ook na 2022 een formatieve krimp moet worden gerealiseerd. De noodzakelijk krimp (onderverdeeld naar NPO en regulier) kan voor de komende jaren als volgt zichtbaar worden gemaakt: Jaar
Taakstelling
(in fte's)
NPO
Regulier
Begroting 2022
7,7
7.5
Begroting 2023
15,2
8.5
Begroting 2024
0,0
10,5
Begroting 2025
0,0
10,0
Begroting 2026
0,0
7.6
tperi-S)
10
I
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Functiecategorie
Contractsoort 42,787
49,736
36,023
330,691 287,718 ■ Vast ■ Ti|del,k
• OIR
- OP
■ OOP
Comprix staat voor een forse uitdaging om de komende jaren de personele uitgaven in lijn te brengen met de personele inkomsten. De totale te realiseren krimp van de formatie (exclusief de inzet vanuit het NPO) bedraagt de komende 5 jaar 44,1 fte. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde personele last per fte en wordt geen onderscheid gemaakt naar functies. Om deze krimp te realiseren op basis van natuurlijk verloop en om de invulling van de formatie aan te laten sluiten bij het strategisch beleid van Comprix, is meerjarig strategisch HRM-beleid (SHRM) noodzakelijk. Aan dit SHRM-beleid wordt gewerkt en zal jaarlijks worden vertaald in de meerjaren bestuursformatieplannen. Aangezien verschillende nu nog onzekere factoren de meerjarenbegroting kunnen beïnvloeden (zeker op de langere termijn) is het van belang om zowel een juiste inschatting te maken van toekomstige ontwikkelingen, als het volgen van actuele ontwikkelingen om tijdig bij te kunnen sturen. Dit is vooral van belang betreffende de formatie. Meerjarig formatiebeleid is noodzakelijk om de benodigde krimp te realiseren, maar tegelijkertijd moet worden voorkomen dat de krimp groter is dan noodzakelijk omdat ook Comprix in de toekomst wegens het lerarentekort moeite kan krijgen om vacatures te vullen.
Jaarlijks moeten zowel de meerjarenbegroting als het meerjaren bestuursformatieplan worden aangepast aan actuele ontwikkelingen en een zo goed mogelijke inschatting van toekomstige ontwikkelingen, waarbij het strategisch beleid van Comprix leidend is. Om de benodigde krimp van de formatie 'zacht te laten landen', kiest Comprix bewust voor een negatief resultaat in de meerjarenbegroting. Gezien de reserves is dit voor een (beperkt) aantal jaren geen probleem, hetgeen wordt ondersteund door de kengetallen. 2.6 Afschrijvingen en investeringen
Comprix heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de scholen en heeft ook de ambitie om het huidige niveau minimaal in stand te houden. Deze investeringen betreffen o.a.: • ICT; zowel in infrastructuur als in devices. • In inrichting en meubilair bij nieuwbouw en renovatie. De investeringen in lesmethodes zullen naar verwachting teruglopen in verband met een toename van het gebruik van digitale leermiddelen (licenties) in plaats van traditionele lesmethodes. Nog niet duidelijk is of de totale kosten hierdoor gelijk zullen blijven.
11
Comprix de krach! achter primair onderwijs
Van de voorgenomen investeringen in 2022 en in de jaren daarna kan het volgende overzicht worden gegeven:
Investeringen 2022
2023
2024
2025
2026
65.000
60.000
55.000
50.000
45.000
Meubilair
412.770
423.142
425.748
194.215
36.434
ICT
427.516
722.706
714.540
898.379
198.863
Totaal geplande investeringen
905.286
1.205.848
1.195.288
1.142.594
280.297
Lesmethodes
2.7 Huisvesting
De huisvestingslasten worden gevormd door de dotatie aan de voorziening groot onderhoud, huren, klachtenonderhoud scholen, energie & water, schoonmaakkosten heffingen en in verband met de geplande renovaties en nieuwbouw van scholen ook door de externe begeleiding van al die projecten en de externe inzet voor het afhandelen van het klachtenonderhoud.
Naast de voorziening voor groot onderhoud, staat er nog een bestemmingsbedrag optimalisering schoolgebouwen Primo op de balans. De balanspost is opgebouwd met gelden van de vrijval in 2014 van een deel van de onderhoudsvoorziening en opgebouwd met van Rijkswege verkregen middelen voor optimalisering van oude schoolgebouwen. Investeringen op basis van de meerjarenonderhoudsplanning zullen worden onttrokken aan de voorziening onderhoud, in het geval er sprake is van het optimaliseren van een (oud) schoolgebouw zal dit worden bekostigd uit de bestemmingsreserve. Wettelijk is de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud en aanpassingen aan het gebouw per 1 januari 2015 verschoven van gemeente naar schoolbestuur.
Middelen via gemeente naar schoolbesturen
Middelen direct naar schoolbesturen
Schoolbesturen in krimpregio's (hier valt ook het verzorgingsgebied van Comprix onder) worden geconfronteerd met een onderhoudsbudget dat is gebaseerd op een teruglopend aantal leerlingen. De hoogte van het onderhoudsbudget neemt daardoor af. Die krimp doet zich echter niet voor in de onderhoudsposten van het qua omvang gelijkblijvende gebouw. Het noodgedwongen uitstellen van onderhoud wegens het ontbreken van (voldoende) budget is echter in meerdere opzichten een slechte optie. Comprix is zich hiervan bewust en realiseert zich dat dat zou betekenen dat problemen naar de toekomst toe worden verschoven en dat de herstelkosten dan uiteindelijk hoger zullen zijn. Het onderhoud wordt daarom conform een actuele onderhoudsplanning uitgevoerd.
Het meerjarenonderhoudsplan wordt periodiek geactualiseerd. Op basis van de uitgangspunten van het huidige meerjarenonderhoudsplan wordt een bedrag gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening van bijna € 500.000.
12
Comprix de kracht achter primair onderwijs
De verwachte werkelijke uitgaven in het kader van groot onderhoud aan de binnen- en buitenkant van het gebouw kunnen voor de komende 20 jaar als volgt worden gepresenteerd:
Geraamde kosten groot onderhoud 900.000 800.000 700.000
600 000 500.000 400.000 300 000 200 000
100.000
o
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041
Kosten groot (cyclisch) onderhoud 2022
2023
2024
2025
2026
Groot onderhoud
646.223
396.056
247.496
809.349
575.933
Totaal gepland groot onderhoud
646.223
396.056
247.496
809.349
575.933
De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving gaan uit van het gelijkmatig opbouwen van de voorziening groot onderhoud per gebouw en per onderhoudscomponent tussen de momenten van het uitvoeren van het groot onderhoud (onderhoudscyclus). Een aanzienlijke groep besturen (tot 2020 ook inclusief Comprix) die gebruik maakt van een voorziening groot onderhoud, hanteert echter een methodiek waarbij de kosten over het gehele onderhoudsplan van de onderwijspanden (en niet per component) worden bepaald en deze vervolgens wordt gedeeld door de looptijd van het onderhoudsplan. Deze systematiek leidt ertoe dat er jaarlijks weliswaar een min of meer gelijkblijvende dotatie aan de voorziening groot onderhoud wordt gedaan, maar dat deze te laag of te hoog van omvang kan zijn in vergelijking met de RJ-methodiek (RJ: Raad van de Jaarverslaggeving). Er wordt namelijk geen rekening gehouden met individuele onderhoudscomponenten met onderhoudscycli die doorlopen tot na de periode van de huidige onderhoudsplanning. Het correct toepassen van de systematiek voor het bepalen van de omvang van de onderhoudsvoorziening leidt voor sommige schoolbesturen tot een groot probleem: de onderhoudsvoorziening moet op basis van de nieuwe systematiek fors naar boven toe worden bijgesteld, waardoor soms zelf het eigen vermogen negatief wordt.
Een nationale werkgroep heeft zich de afgelopen periode gebogen over dit vraagstuk. De werkgroep heeft inmiddels advies uitgebracht aan OCW. Het advies (dat onverkort door OCW is overgenomen) komt er kort gezegd op neer dat, indien er gewerkt wordt met een voorziening, de methode van de componentenbenadering verplicht moet worden toegepast vanaf 2023. Tot die tijd, dus tot en met 2022, mag de 'oude' systematiek nog worden toegepast. Voor Comprix heeft deze wijziging geen gevolgen omdat in 2020 al is besloten om naar de 'nieuwe' methode over te stappen.
13
Comprix de kracht achter primair onderwijs
2.8 Overige lasten
In deze begrotingspost zijn o.a. opgenomen de uitgaven voor het onderwijsleerpakket, de jaarlijkse ICT uitgaven, uitgaven administratiekantoor, dienstreizen, accountant en representatie. 2.9 Financiële baten en lasten
Vanwege de op dit moment geldende negatieve rente, heeft Comprix in 2020 besloten om op vrijwillige basis over te gaan tot 'Schatkistbankieren'.
Schatkistbankieren is bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor gelden van het Rijk ontvangen. Dit houdt in dat zij de publieke gelden aanhouden bij het ministerie van Financiën. Eventuele private middelen worden buiten beschouwing gelaten. Publiek geld verlaat de schatkist niet eerder dan noodzakelijk is voor de uitvoering van die publieke taak. Wettelijk is vastgelegd dat bij schatkistbankieren geen creditrente in rekening wordt gebracht. Kort gezegd wordt bij schatkistbankieren een rekening-courantverhouding met het Ministerie van Financiën geopend. Via deze rekening wordt iedere dag de bestaande rekening-courant van Comprix bij de huisbankier (in casu de Rabobank) volledig afgeroomd. Alle publieke middelen worden aangehouden bij Financiën.
Bijkomend voordeel van schatkistbankieren is dat alle gelden feitelijk voor 100% zijn gegarandeerd (de reguliere banken hebben deze tot een bedrag van € 100.000 gegarandeerd; het zogenaamde depositogarantiestelsel).
Sinds december 2020 neemt Comprix deel aan het schatkistbankieren. Ondanks de extra kosten die dit met zich meebrengt, wordt hiermee een besparing op de negatieve rentelasten van ca. € 25.000 per jaar gerealiseerd.
14
Comprix de kracht achter primair onderwijs
3. Overige onderwerpen 3.1 Vervallen van de vordering op OCW
Elke instelling in het PO heeft als gevolg van het verschil in betaalritme gedurende het schooljaar een vordering op OCW op de balans staan. Deze vordering ontstaat doordat de maandelijkse betalingen van de personele lumpsum in de eerste 5 maanden van het schooljaar lager zijn dan 1/12-deel van het beschikte jaarbedrag. Dit wordt in de laatste 7 maanden van het schooljaar gecompenseerd doordat in die maanden meer dan 1/12-deel wordt uitbetaald. Per 1 augustus van ieder jaar bedraagt de vordering op OCW dan ook precies € 0. Als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging PO wordt de bekostiging voor de personele lumpsum vanaf 1 januari 2023 omgezet van een schooljaarbekostiging naar een kalenderjaarbekostiging. Voor de maanden augustus tot en met december 2022 wordt een separate beschikking ontvangen die gebaseerd is op het lagere betaalritme. Hierdoor wordt er vanaf 1 augustus geen vordering meer opgebouwd omdat de bekostigingsgrondslag in die periode is veranderd.
Het wegvallen van de vordering op OCW heeft geen effect op de bekostiging, maar leidt wel tot een lagere vermogenspositie. Er ontstaat hierdoor een éénmalig boekhoudkundig nadeel dat voor Comprix uitkomt op een bedrag van circa € 1.340.000. Dit incidentele nadeel is vrijwel volledig verantwoordelijk voor het nadelig saldo van de begroting van 2022. 3.2 Vereenvoudigde bekostiging
Vanaf januari 2023 heeft het primair onderwijs te maken met een vereenvoudiging van de bekostiging. Aanleiding voor de eenvoudiger bekostigingssystematiek is het feit dat het huidige systeem als complex, sturend en lastig voorspelbaar wordt gezien. Daardoor sluit die onvoldoende aan bij de sturingsfilosofie van de lumpsum, namelijk dat schoolbesturen vrij zijn om binnen de wettelijke kaders de beschikbare middelen naar eigen inzicht te besteden voor de realisatie van hun onderwijskundige doelen. Per kalenderjaar 2023 moet dat anders zijn. De nieuwe bekostiging gaat uit van een bedrag per school en een bedrag per leerling. Onderscheid tussen personele en materiële bekostiging is er in deze nieuwe situatie niet meer. Een verdere wijziging die opvallend is, is dat er over wordt gegaan naar een volledige bekostiging per kalenderjaar. Hieraan (en aan de incidentele gevolgen die deze wijziging met zich brengt) is in de paragraaf hiervoor reeds aandacht besteed. Tenslotte wordt er in de vereenvoudigde bekostiging ook geen rekening meer gehouden met de gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) en wordt er ook geen differentiatie meer aangebracht in de bekostiging van onder- en bovenbouwleerlingen. Voor kleine scholen zal de kleine scholentoeslag gelukkig blijven bestaan, hetgeen voor Comprix erg belangrijk is.
Op basis van de huidige verhoudingen (Comprix in relatie tot geheel Nederland), ziet het er naar uit dat Comprix in de nieuwe situatie ruim € 3 ton minder aan rijksbekostiging zal gaan krijgen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de compensatieregeling die een drietal jaren van kracht is. Binnen deze overgangsregeling wordt de eerste drie jaren het verschil tussen de oude en de nieuwe bekostiging deels gecompenseerd; in het eerste jaar wordt 75%, het tweede jaar 50% en het derde wordt jaar 25% van het verschil verrekend (vergoed dan wel ingehouden).
15
Comprix de kracht achter primair onderwijs
| Bestuursnummer
41631
Naam bestuur
Stichting Comprix
Gemeente bestuur
Weststellingwerf
Aantal scholen
Leerlingen
GGL NL
GGL Bestuur
BAO
37
4006
39,5
40,29
SBAO
2
104
40,74
42,83
ALLE SCHOLEN
HUIDIG
NIEUW
C 29.442.978
C 29.110.382
huidig)
NIEUW
Bedrag per leerling_________
C 21.409.651
€ 21.238.129
-€ 171.522
Bedrag per school
€3.217,122
€ 3.088.424
-€ 128.697
(Zeer) kleine scholentoeslag
€ 2.648.245
C 2.626.644
-€ 21.600
Toeslag nevenvestiging
€ 0
€0
€ 0
Onderwijsachterstanden
€ 435.970
€435.970
€ 0
Professionalisering_________
€ 377.365
€ 377.365
€0
€ 7.047
€ 7.129
€ 83
C 28.095.400
C 27.773.663
-C 321.737
huidig)
NIEUW
Bedrag per leerling
€ 615.772
€ 551.364
-€ 64.408
Bedrag per school
C 134.651
€ 137.604
€ 2.954
€ 0
€ 0
€ 0
€ 4,615
€ 18.190
€ 13.575
€ 582.743
€ 619.763
€ 37.020
€ 9.797
€ 9.797
€ 0
C 1.347.578
C 1.336.719
-C 10.859
TOTAAL BAO
NOAT
TOTAAL SBAO
Toeslag nevenvestiging Cumi
Ondersteuning
Professionalisering
TOTAAL
-C 332.596|
Met name de afschaffing van de GGL veroorzaakt herverdeeleffecten. Het ministerie heeft bovenstaande rekentool gepubliceerd waarin een indicatie wordt gegeven van de gevolgen van de nieuwe bekostiging. Deze rekentool maakt gebruik van de GGL van 1 oktober 2020. Dit is slechts een momentopname. In het jaar dat de vereenvoudiging wordt ingevoerd (2023), kan de GGL anders zijn. Hierdoor kunnen de herverdeeleffecten voor individuele scholen en besturen uiteindelijk ook anders zijn.
De vereenvoudigde bekostiging heeft ook gevolgen voor de fusiecompensatie. Vanaf 2023 wordt de fusiecompensatie vervangen door samenvoegingscompensatie. De belangrijkste wijzigingen: <2022
2022
>2022
1 urlnrompenratie voor fusier
Fusiecompensatie voor fusies
Samenvoegingscompensatie voor fusies
toten met 1 0-2021
per 1-8-2022
vanaf 1-8 2021
Fusie-«nstroom van minimaal 50%
Fusie instroom van minimaal 50%
Doorstroom van meer dan 25%
Compensatie voor delen van de personele bekostiging:
Compensatie voor delen van de personele bekostiging:
Compensatie voor de hele vereenvoudigde
* kleine scholentoeslag
onderwijsachterstandsmiddelen
kleine scholentoeslag ✓ onderwijsachterstandsmiddelen
*' direct letoeslag
Looptijd:
6 jaar lang 100%
bekostiging (dit is dus personeel ♦ materieel)
directietoeslag
Looptijd:
5 jaar lang 100%
Looptijd:
2 jaar lang:
1'laar 100*
2* jaar 50*
16
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Wetsvoorstel: bekostiging
primair onderwijs
voor iedereen eenvoudiger De huidige bekostiging in het primair onderwijs is erg ingewikkeld. Daarom wordt de bekostiging met dit wetsvoorstel vereenvoudigd Minder complex
>
Minder sturend
>
Beter te vóórspellen
>
Dit wetsvoorstel heeft gevolgen voor: • Basisonderwijs • Speciaal basisonderwijs • (voortgezet) Speciaal onderwijs • Samenwerkingsverbanden po en vo
Wat levert de vereenvoudiging op? V De vereenvoudiging van de bekostiging helpt besturen om betere keuzes te maken dre passen btj de eigen visie en lokale situatie. V Ook voor andere betrokkenen zoals de Raad van Toezicht, schoolleiders en (gemeenschappelijke) MR-en wordt de bekostiging inzich tel ijker. V' Tot slot leidt de vereenvoudiging tot een verlichting van de administratieve lasten voor scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden.
Hoe doen we dit? Eén basisbedrag per leerling en per school • Er wordt niet meer gecorrigeerd voor de gemiddelde leeftijd van de leraren op school. • Leerlingen in de onder bouw en bovenbouw worden voor hetzelfde bedrag bekostigd, ongeacht de leeftijd. - De personele en materiële bekostiging worden samen gevoegd ? tot één bedrag.
De wijze van bekostiging van het speciaal basisonderwijs wordt gelijk aan het (voortgezet) speciaal onderwijs.
Het wetsvoorstel wordt budgetneutraal uitgevoerd. Dit betekent dat het totale bedrag voor de bekostiging van het primair onderwijs gelijk blijft. Wel wordt dit bedrag anders verdeeld over de scholen, waardoor er herverdeeleffecten ontstaan. Voor de eerste drie jaren is er een overgangsregeling zodat besturen de tijd krijgen om hun uitgaven aan te passen aan de nieuwe financiële situatie.
3.3 Het lerarentekort
Hoewel er binnen Comprix nog geen sprake is geweest van het niet kunnen invullen van vacatures, is er in voorgaande jaren wel geanticipeerd op een mogelijk lerarentekort door nadrukkelijk aandacht te besteden aan het vinden en binden van medewerkers. Daarnaast is ingezet op goed werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid. Het gevolg van deze inspanningen is dat het lerarentekort vooralsnog geen (of slechts beperkt) invloed heeft op het tijdig in kunnen vullen van vacatures binnen Comprix. Wel levert de tijdelijke vervanging van leerkrachten steeds meer problemen op. Dit speelt nadrukkelijk tijdens de coronacrisis en wordt ook negatief beïnvloed door de inzet van onderwijspersoneel vanuit het NPO. Door de flexibiliteit en betrokkenheid van de schoolteams wordt de afwezigheid van collega's vaak opgevangen. Dit werkt doorgaans echter wel werkdruk verhogend, medewerkers kiezen er immers niet voor niets voor om parttime te werken.
17
Comprix de kracht achter primair onderwijs
Op korte en middellange termijn worden geen problemen verwacht met het invullen van structurele vacatures. De volgende gegevens liggen aan deze verwachting ten grondslag: • Door daling van het leerlingenaantal moet ook de totale formatie krimpen. • Door wegvallen van de fusiesubsidie van een aantal scholen, zijn er minder personele baten beschikbaar. • Door de nadelige financiële effecten van de vereenvoudigde bekostiging po, nemen de (personele) baten af. • Comprix is goed in staat om medewerkers langdurig aan zich te binden. • Comprix heeft oog voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, waardoor langdurige uitval (arbeidsgerelateerd) beperkt is. • Interne mobiliteit (zowel horizontaal als verticaal) zorgt voor het adequaat intern in kunnen vullen van vacatures. De inzet en investeringen in goed werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid zullen ook de komende jaren worden gecontinueerd. 3.4 Normatief eigen vermogen (NEV)
De omvang van de reserves binnen het onderwijs staan de laatste tijd ter discussie. Terecht, want financiële middelen moeten zoveel mogelijk worden ingezet ten behoeve van het onderwijs aan onze leerlingen. Daartegenover staat het belang van toekomstbestendig financieel beleid, om ook in de toekomst goed onderwijs te kunnen blijven verzorgen. In een brief aan de Tweede Kamer heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aangegeven welk beleid zij op het punt van bovenmatige reserves gaat voeren. De inspectie heeft daartoe een nieuwe signaleringswaarde ontwikkeld: het normatieve (publieke) eigen vermogen. Er kleven aan de nieuwe 'norm' een aantal bezwaren waarvan de belangrijkste is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen het primair en voortgezet onderwijs enerzijds en het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs anderzijds. Gezien de verschillende wijzen van financiering van de onroerende zaken binnen deze sectoren, was dit passender geweest.
De ontwikkelde formule voor de berekening van het normatieve (publieke) eigen vermogen is als volgt: Voor besturen in het po, vo, mbo, hbo en wo is de formule: (0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,272) boekwaarde resterende materiële vaste activa + (omvangafhankelijke rekenfactor x totale baten) Omvangafhankelijke rekenfactor: • 0,05 voor besturen met totale baten groter dan of gelijk aan C 12 miljoen • onder de C 12 miljoen loopt de rekenfactor geleidelijk op van 0,05 tot uiteindelijk 0,1 bij besturen met totale baten van € 3 miljoen • voor besturen met totale baten minder dan C 3 miljoen wordt geen rekenfactor toegepast, maar een vaste risicobuffer van C 300.000,-
Voor samenwerkingsverbanden is de formule: 0,035 x totale bruto baten, maar minimaal een nsicobuffer van C 250.000,-
Belangrijk om vast te stellen is dat de inspectie alleen kijkt naar het publieke eigen vermogen. Het private eigen vermogen blijft (logischerwijze) buiten beschouwing. Als het werkelijke publieke eigen vermogen hoger is dan de signaleringsgrens, is dat een signaal dat er mogelijk sprake is van bovenmatig eigen vermogen. De inspectie gaat op dat moment nader onderzoek doen en gaat een gesprek hierover aan met het schoolbestuur. Als het bestuur een goede onderbouwing kan geven voor de hogere reserve, kijkt de inspectie of en hoe het geld uiteindelijk wordt besteed. De inspectie gebruikt al in 2020 de nieuwe signaleringswaarden bij de beoordeling van de jaarcijfers over 2019. Ingaande het verslagjaar 2020 moeten alle onderwijsorganisaties zich over de hoogte van de reserves verantwoorden in het jaarverslag aan de hand van de nieuwe signaleringswaarde. Hierbij
18
Comprix de kracht achter primair onderwijs
geldt het 'comply or explain' principe. Bij het ontbreken van een voldoende verantwoording/motivering van aanwezig 'bovenmatig eigen vermogen' gaat de inspectie er van uit dat het vermogen zal worden afgebouwd. Heeft dit niet het gewenste resultaat, dan gaat de inspectie handhaven. Hoe dit eruit zal gaan zien is op dit moment nog niet bekend. Wel is bekend dat dit op zijn vroegst over kalenderjaar 2023 zal gebeuren.
Comprix leek oorspronkelijk ook over 2020 een positieve afwijking ten opzichte van de signaleringswaarde te krijgen. Doordat echter in 2020 is besloten de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis van de componentenmethode, moest een bedrag van bijna € 2,4 miljoen worden onttrokken aan de algemene reserve om te worden toegevoegd aan de voorziening voor groot onderhoud. Als gevolg hiervan overschrijdt Comprix vanaf 2020 het normatief eigen vermogen al niet meer. Het streven van Comprix is er op gericht om deze norm niet te (veel te) overschrijden, maar tegelijkertijd bestaat ook de noodzaak om een gezond weerstandsvermogen te behouden. Een gezond weerstandsvermogen is noodzakelijk omdat: • De krimp in de regio de komende jaren leidt tot een verdere daling van het leerlingenaantal; • De fusiesubsidie van een aantal scholen ten einde loopt; • Comprix een relatief groot aantal scholen heeft ten opzichte van het aantal leerlingen.
Jaar
2020
60.745.00
Aanschafwaarde gebouwen 4.048.545,70 43.375,00
Boekwaarde materiële vaste activa Boekwaarde gebouwen
4.005.170,70
Boekwaarde resterende materiële vaste activa
Omvangafhankelijke rekenfactor
groter dan
daartussen naar rato vast bedrag voor kleiner dan
0,05 0,10
12.000.000 3.000.000
3.000.000
€
300.000
0,050
Rekenfactor bedraagt daardoor
33.217.027
Totale baten
Berekening van het normatief eigen vermogen: Aanschafwaarde gebouwen Boekwaarde overige materiële vaste activa Rekeningfactor x totale baten
38.573,08 4.005.170,70 1.660.499,85
Normatief eigen vermogen bedraagt (publiek)
5.704.243,62
Daadwerkelijk aanwezig publiek eigen vermogen
5.381.504,38
Onderschrijding normatief eigen vermogen
✓
322.739,24
Zoals uit de het verloop van de signaleringswaarde (zie H8) blijkt, overschrijdt Comprix de norm van OCW niet (meer). Het normatief eigen vermogen wordt als een bovengrens gehanteerd, maar nog niet duidelijk is welke ondergrens in de specifieke situatie van Comprix dient te worden aangehouden.
19
Comprix de kracht achter primair onderwijs
3.5 Nationaal programma onderwijs
De Corona-crisis heeft ook in het onderwijs diepe sporen nagelaten. Leerlingen en leerkrachten gingen door een jojo van lock-downs, thuisonderwijs en vervolgens weer naar school. De coronapandemie heeft daarmee grote gevolgen voor het funderend onderwijs in Nederland en in het bijzonder voor de leerlingen. Ondanks dat scholen hard gewerkt hebben om via afstands- en hybride onderwijs voldoende aandacht te geven aan de ontwikkeling van hun leerlingen is in het afgelopen jaar bij sommige leerlingen een vertraging op hun de leerlijn ontstaan ten opzichte van andere schooljaren. De crisis veroorzaakt niet alleen vertragingen in de cognitieve ontwikkeling, er zijn ook vertragingen in sociaal-emotionele en executieve ontwikkeling opgelopen. Goed leren gaat ook over het vermogen om goed te plannen en te organiseren en gemotiveerd te zijn om leerstof op te nemen. Het sociale contact met klasgenoten heeft (deels) stilgestaan en sociale ontwikkeling heeft op een andere wijze plaatsgevonden. Daarnaast heeft ook zorgondersteuning, beweging, sport en cultuur deels stilgelegen. Voor kinderen en jongeren zijn daarmee veel van de beschermende factoren voor gezond opgroeien en leren weggevallen. Schoolbesturen willen jonge kinderen, leerlingen en studenten echter te allen tijde kansen bieden op volwaardig onderwijs en op een goede toekomst.
Om hen hierbij te helpen is de overheid met het Nationaal Programma Onderwijs gekomen: een bedrag van € 8,5 miljard dat verspreid over twee schooljaren zal worden geïnvesteerd. De investeringen zijn gericht op herstel, ontwikkeling, het inhalen van eventuele vertragingen en de ondersteuning van leerlingen en leraren. Voor het eerste jaar (2021-2022) is hiervoor een bedrag beschikbaar gesteld van € 701,16 per leerling. Voor het tweede NPO-jaar (2022-2023) is nu toegezegd dat ten minste € 500 per leerling beschikbaar zal zijn. Het definitieve bedrag zal onder andere afhangen van de actuele ontwikkeling van achterstanden en de uitkomsten van de implementatiemonitor (die de gekozen interventies, ervaren uitvoeringsproblematiek en effectiviteit in kaart brengt). Mogelijk wordt op basis daarvan de inzet en verdeling van de beschikbare middelen over de scholen herijkt en gerichter ingezet. Hierover komt in het voorjaar van 2022 meer duidelijkheid. Dan wordt ook pas besloten of de NPO-periode al dan niet wordt verlengd; vanuit het onderwijsveld wordt hiervoor namelijk intensief gelobbyd.
Alle schoolteams van Comprix hebben op basis van een schoolanalyse bepaald waar extra aandacht en inzet binnen de school gewenst is en een schoolplan opgesteld om dit te realiseren. Hierbij is vooral ingezet op 'extra handen in de school' om extra begeleiding te bieden aan leerlingen die leervertragingen hebben opgelopen. Ook hebben scholen gekozen voor extra inzet binnen specifieke (jaar)groepen, wanneer uit de schoolanalyse bleek dat hier sprake was van bredere leervertragingen. Op bestuursniveau is er in overleg met de directeuren en de GMR voor gekozen om maximaal 10% van de NPO-middelen bovenschools in te zetten. Hiermee kunnen gezamenlijke initiatieven worden bekostigd en kunnen risico's gezamenlijk worden gedragen. Enkele voorbeelden: • Gezamenlijk scholing voor onderwijsassistenten. • Extra inzet van een ict-er voor de installatie van soft- en hardware. • Bekostiging van de vervanging van afwezige medewerkers die vanuit het NPO worden ingezet. • De kosten na afloop van het NPO ten gevolge van het beëindigen van tijdelijke contracten. • De extra kosten die worden gemaakt bij de inhuur van medewerkers via uitzendbureaus.
20
Comprix de kracht achter primair onderwijs
De NPO-middelen die Comprix in het schooljaar 2021-2022 gaat ontvangen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
Comprix
41631
i Miniswrir van Oixknri!*. Cultuur > } Wetenschap
bao/vo-avo BRIN 12NL 12RF 12VM 12YL 13BL 13DS 13EI 13HA 13JS 13OD 13QV 13SJ 13SX 13UW 13YI 13ZL 13ZW 14 BQ 14ER 14 FT 14HK 14IS 14JZ 14KY 14 LG 14MO 14QI 14QQ 15AO 15EV 15GH 15JD 15JO 15KW 15LU 15MD 15OQ 19QX 19RM
sector ba o ba o bao ba o bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao bao sbao sbao
bestuursnum r Schoolnaam 41631 OBS De Aventurijn 41631 Basisschool de Oanrin 41631 Bs Dorpssch de Blesse 41631 Kc De Finne 41631 Dalton BS de Oosterbrink 41631 Obs de Tjongeling 41631 Basisschool de Skans 41631 Basisschool de Velden 41631 OBS De Treffer 41631 Obs De Stelling 41631 Vensterschool Noordwolde 41631 O.B.S. MST. KJ. Dijkstra 41631 Loevestein 41631 Basisschool de Striepe 41631 Basisschool Heidepolle 41631 Obs de Riemsbot 41631 BS De Boge 41631 Wolvega Zuid 41631 BS Tuindorp 41631 BS De Wjukslach 41631 Dorpsschool 41631 BS de Flecht 41631 De Lantscheene 41631 OBS De Toekan 41631 Basisschool de Hoekstien 41631 De Lamer 41631 Openbare Buttingaschool 41631 Basisschool de Jasker 41631 OBS Boekhorst 41631 Basisschool 't Holtpad 41631 Basisschool 't Ambyld 41631 De Twirrewyn 41631 Basisschool De Opstekker 41631 De Klaeter 41631 Obs de Trede 41631 Basisschool de Twirre 41631 Bs It Twaspan 41631 SSBO De Triade 41631 SSBO De Kampmgerhof
Aantal leerlingen 4.110
achterstanden
sbao/vo-vbopro (v)so
Totaal
71.518,32 61.702,08 29.448,72 170.381,88 59.598.60 97.461.24 35.759,16 43.471.92 123.404.16 50.483,52 104.472,84 42.069,60 148.645.92 58.196.28 132.519,24 130.415,76 40.667.28 84.139,20 113.587.92 86.242,68 54.690,48 57.495,12 25.942.92 197.025,96 25.241.76 26.644,08 77.828.76 30.851,04 105.875.16 24.540.60 48.380,04 126.208,80 105.875,16 23.138.28 39.264,96 44.874.24 110.783,28 0,00 0,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 55.742,22 53.638,74
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 3.096,80 31.068,49 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 23.792,39 0,00 0,00 36.902,94 0,00 0,00 29.478,65 0,00 0,00 12.593,16 0,00 0,00 2.082,12 0,00 23.965,69 0,00 394,32 0,00 0,00 0,00 0,00 12.620,79 7.213,32 548,56 0,00
71.518,32 61.702,08 29.448.72 170.381,88 59.598.60 97.461,24 35.759,16 46.568.72 154.472,65 50.483,52 104.472.84 42.069,60 148.645.92 58.196.28 156.311,63 130.415,76 40.667.28 121.042,14 113.587.92 86.242,68 84.169,13 57.495,12 25.942,92 209.619,12 25.241,76 26.644,08 79.910,88 30.851,04 129.840.85 24.540.60 48.774,36 126.208,80 105.875,16 23.138.28 39.264,96 57.495,03 117.996,60 56.290,78 53.638,74
2.808.846,96
109.380,96
0,00
183.757,22
3.101.985,14
3.101.985,14
Nationaal Programma Onderwijs
vo PO regulier PO speciaal
0,00 2.992.055,62 109.929,52
31017985,14
Uitgaande van het aantal leerlingen per 1 oktober 2021 en rekening houdende met de reeds gedane toezegging van het bedrag van ten minste € 500, wordt over het schooljaar 2022/2023 in het kader van de NPO nog een bedrag ontvangen van minimaal € 2.000.000.
21
Comprix de kracht achter primair onderwijs
In de begroting 2022 (en ook 2023) is 'NPO' budgettair neutraal verantwoord: 2022
2023
BATEN
Rjksbijdragen OCW(NPO)
2.769.327
1.250.157
lotale baten
2.769.327
1.250.157
LASTEN
Personele lasten (NPO)
1 10-2021
1-10-2022
(infte)
(ififte)
Formatie
22,55
1.144.313
15.20
513.606
Formatie derden (inhuur)
7.26
304.943
5.00
140.767
Formatie totaal NPO
30.19
1.449.256
52«
Materiele kosten NPO
1.320.071
48%
Totale lasten
2.769.327
20.20
654.373
52%
595.784
48%
1.250.157
Aangezien de bijzondere bekostiging NPO wordt verstrekt in de vorm van lumpsumbekostiging, dient het volledig beschikte bedrag als bate aan het desbetreffende verantwoordingsjaar toegerekend te worden. Door Comprix zullen nog niet bestede middelen daarom aan een hiervoor gevormde bestemmingsreserve worden toegevoegd.
22
Comprix de kracht achter primair onderwijs
4. Treasury Treasury kan worden omschreven als "het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's". Het bestuur zal zorg moeten dragen voor een verantwoordelijke en professionele inrichting van de treasuryfunctie. Een bindend kader hiertoe is in de Regeling 'Beleggen en belenen" weergegeven die sinds 2001 van kracht is. In 2010 en 2016 is deze regeling deels herzien en geactualiseerd. Per die datum geldt dat bij nieuwe beleggingen, een wijziging van beleggingen, het openen van een spaarrekening of het aangaan of verlengen van een depositorekening rekening gehouden moet worden met de nieuwe hogere eisen.
Stichting Comprix ontvangt rijksvergoedingen en subsidies en heeft de verplichting die inkomsten te besteden aan onderwijs. Het moment van de ontvangsten en de uitgaven is nagenoeg nooit gelijk. Het gevolg hiervan is dat er tijdelijk overtollige financiële middelen kunnen zijn, dat er tijdelijk extra financiële middelen moeten worden aangetrokken of dat er financiering nodig is. Een goed beheer van dit proces is randvoorwaardelijk en heet treasury. De beschrijving van het proces en de geldende regels zijn vastgelegd in het treasurystatuut Stichting Comprix 2019. In het treasurystatuut wordt beschreven welke treasurytaken en -verantwoordelijkheden van toepassing zijn op Comprix. Tevens worden de beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. In dit statuut worden afspraken over onderwerpen als beheersing van rentekosten en -risico's, financierings- en beleggingsvraagstukken vastgelegd.
De primaire doelstelling van Comprix is het werkzaam zijn op het gebied van het primair onderwijs, een en ander zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. Als gevolg hiervan is treasury ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling. Treasury heeft bij Comprix in eerste instantie tot doel het minimaliseren van financiële risico's (renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's) en vervolgens het reduceren van financieringskosten, het maximeren van beleggingsopbrengsten en het optimaliseren van het kasbeheer. Het treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, houdende regels voor onderwijsinstellingen omtrent het uitzetten van gelden, het aangaan van leningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële derivaten (Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016). Bij het aantrekken dan wel uitzetten van alle benodigde of overtollige middelen wordt gehandeld overeenkomstig de in deze regeling gestelde verplichtingen.