Bijlage 1 - Voorlopige jaarstukken GR SW Fryslân 2024 dd 2025.03.28
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Sociale werkvoorziening ''FRYSLÂN''
JAARSTUKKEN 2024
INHOUDSOPGAVE 1
ALGEMEEN
3
2
VAN DE VOORZITTER
4
3
BERICHT VAN HET BESTUUR
5
4
JAARVERSLAG
7
4.1
Programmaverantwoording 4.1.1 Algemeen 4.1.2 Ontwikkeling van binnen naar buiten 4.1.3 Personele bezetting 4.1.4 Ziekteverzuim
8 8 8 8 9
4.2
Resultaatanalyse 4.2.1 Algemeen 4.2.2 Doorbelasting naar Caparis en Bijdrage GR 4.2.3 Loon- en personeelskosten Sw 4.2.4 Financieringskosten
9 9 9 10 10
4.3
Verplichte paragrafen BBV 4.3.1 Weerstandsvermogen, kengetallen en risicobeheersing 4.3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.3 Financiering 4.3.4 Verbonden partijen 4.3.5 Bedrijfsvoering 4.3.6 Rechtmatigheid 4.3.7 Begrotingsrechtmatigheid
10 10 11 11 11 11 14 15
4.4
Risicoparagraaf
16
JAARREKENING
17
5 5.1
Balans per 31 december 2024 (na resultaatbestemming)
18
5.2
Overzicht van baten en lasten 2024
19
5.3
Overzicht van baten en lasten per taakveld 2024
20
5.4
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
21
5.5
Toelichting op de balans
25
5.6
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
28
5.7
Kengetallen
31
6
OPMAAK EN VASTSTELLING
32
7
SAMENSTELLING VAN BESTUUR PER 31 DECEMBER 2024
33
8
RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING BESTUUR
34
9
CONTROLEVERKLARING
35
1 Algemeen De Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening 'Fryslân' (GR Sw 'Fryslân') is een samenwerkingsverband van de gemeenten Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf. De GR Sw 'Fryslân' heeft tot doel de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en daaruit voortvloeiende voorschriften uit te voeren voor de acht aangesloten gemeenten. De uitvoering van de Wsw heeft het bestuur van de GR opgedragen aan Caparis NV. Het bestuur van de GR wordt gevormd door leden van de colleges van B&W van de aangesloten gemeenten. Het bestuur voert de regie op de uitvoering van de Wsw. Er wordt samengewerkt aan de hand van een bedrijfsvoering regeling. De overlegvorm van de GR is hierdoor beperkt tot de momenten van financiële besluitvorming aangaande de bedrijfshuishouding van de GR en eventuele aanverwante onderwerpen. De GR SW ‘Fryslân’ vergadert gemiddeld driemaal per jaar. Hierbij is de bestuurder van Caparis NV aanwezig, als adviseur van het bestuur.
3
2 Van de Voorzitter Voor u ligt de verantwoording en de jaarrekening 2024 van de GR SW ‘Fryslân’. Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Tegelijkertijd is de Wet sociale werkvoorziening gewijzigd en is instroom in de sociale werkvoorziening niet meer mogelijk. Dit betekent dat de sociale werkvoorziening op termijn zal verdwijnen. Het stoppen van de instroom heeft niet alleen gevolgen voor de GR, maar ook voor de uitvoeringsorganisatie, Caparis NV. De opdracht van de GR aan Caparis NV zal immers kleiner worden. Doordat de opdracht van de gezamenlijke gemeenten als gevolg van deze wet afneemt, is voor de continuïteit van de Sociale Werkvoorziening instroom op essentiële plekken binnen Caparis NV van belang. Dit gebeurt buiten het gezichtsveld van de GR en vindt plaats in de verhouding tussen Caparis NV en de individuele gemeenten. Maar het heeft ontegenzeggelijk raakvlakken en invloed op de Sw medewerkers binnen de Gemeenschappelijke Regeling. We volgen deze ontwikkeling met meer dan gemiddelde belangstelling. De toekomst van de sociale werkbedrijven is door het vorige kabinet onderkend en in de middelen t.b.v. de arbeidsmarkt is hiervoor ruimte gemaakt. De Sw-bedrijven ontwikkelen zich steeds meer tot Sociale ontwikkelbedrijven. Ook de uitvoeringsorganisatie van GR Sw Fryslân, Caparis, heeft hier mee te maken.
Het is echter aan de gemeenten om hier invulling aan te geven. Het rijk stelt via de meicirculaire 2025 middelen beschikbaar voor de versterking van de sociale infrastructuur. Aan de hand van deze middelen die door het rijk beschikbaar worden gesteld worden plannen verlangd van de aangesloten gemeenten in het samenwerkingsverband van de Gemeenschappelijke regeling. Dat is opgenomen in de afspraken tussen ministerie SZW, VNG, Cedris en Divosa. In GR verband zijn daarover verkennende gesprekken gevoerd en wordt gezamenlijke planvorming verkend. Dit vraagt in 2025 om ambtelijke en bestuurlijke afstemming. In deze plannen wordt opnieuw aandacht gevraagd voor een goed perspectief ten behoeve vanuit de participatiewet in relatie tot de sociaal ontwikkelbedrijven. De GR volgt deze ontwikkelingen op de voet, opdat de werknemers in de GR en ook de inwoners van gemeenten die in beeld komen vanwege de participatiewet zicht hebben op een goed perspectief en een passende werkomgeving. Onomstotelijk staan hierin de borging en aandacht naar onze Sw-werknemers centraal. De werknemers van de Gemeenschappelijke Regeling verdienen een goede en veilige werkplek. We hebben geconstateerd dat dat in 2024 opnieuw het geval was. Drachten,
Abel Reitsma Voorzitter GR Sw ‘Fryslân’
4
3 Bericht van het bestuur Bestuur Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling wordt gevormd door leden van colleges van B&W van de aangesloten gemeenten. Het bestuur handelt vanuit het perspectief van de bedrijfsvoering regeling die sinds de fair deal van 2019 de leidraad is. In het kader van de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) is in 2024 het traject opgestart tot herziening van deze bedrijfsvoeringsregeling. Niet alleen de facetten vanwege de wetswijziging zijn ingebracht. Ook de wijzigingen in andere wetten en onvolkomenheden in de ‘oude’ regeling zijn aangepast. De regeling is ambtelijk afgestemd. Door het invoegen van meer wijzigingen dan alleen de gewijzigde WGR is het traject vertraagd en wordt besluitvorming in colleges en raden uiterlijk in 2e kwartaal 2025 plaats. In het voorjaar van 2024 is gewerkt aan actualisatie van financiële verordeningen en controleprotocol. Dit was een samenwerking tussen GR gemeenten en is in de voorjaarsvergadering vastgesteld. De dienstverleningsovereenkomsten 2020-2024 en 2025-2029 De samenwerking tussen gemeenten, GR Sw Fryslân en Caparis is vorm gegeven via zgn. tripartite dienstverleningsovereenkomsten. De invulling en uitvoering van deze dienstverleningsovereenkomsten vindt met name plaats tussen de individuele gemeente en Caparis NV.
In het jaar 2023 is via een werkgroep een start gemaakt met verlenging van dienstverleningsovereenkomsten voor de periode 2025-2029. In 2024 hebben alle gemeenten besloten de dienstverleningsovereenkomsten verlengd voor de periode 2025-2029. De toekomst van de sociale werkvoorziening De toekomst van de sociale werkvoorziening is niet alleen een punt van aandacht zorg voor de GR Sw Fryslan en haar uitvoeringsorganisatie. De gehele sector staat aan de vooravond van een hervorming. Dit was deels voorzien in de planvorming van het kabinet Rutte IV voor de hervorming van de arbeidsmarkt. In de uitwerking vindt dit zijn beslag via het inzetten van middelen voor versterking van de sociale infrastructuur. Planvorming en beschikbare middelen liggen bij de gemeenten. De gemeenten hebben de opdracht om hier samen met het SW bedrijf invulling aan te geven. Een en ander is vastgelegd in een set van afspraken tussen ministerie van SZW, VNG, Cedris en Divosa. Deze zijn terug te vinden via https://vng.nl/nieuws/nieuwe-afspraken-voor-toekomst-sociaal-ontwikkelbedrijven.
CLIËNTENRAAD (Sw-raad) De Sw-raad is formeel gepositioneerd binnen de GR. Na besluitvorming in 2023 is een nieuwe verordening en hieraan gekoppeld mandaatbesluit van kracht die het mogelijk maakt dat de Sw-raad zich rechtstreeks wendt tot het management van Caparis NV. Hierdoor is de SW-raad beter in staat om de welzijnsbelangen van de medewerkers te behartigen en heeft hiermee voor de toekomst een bestendige positie verkregen. Vergaderfrequentie De Sw-raad is in 2024 in 3 vergaderingen bij elkaar geweest. Ook is er geregeld positief overleg met de afdelingsleider en de Raad van Bestuur. De SW raad is in 2024 uitgebreid met 1 aspirant- lid. De doelstelling van de SW-Raad is In de verordening van is de taak van de Sw-raad als volgt beschreven: De cliëntraad heeft als taak om desgevraagd of uit eigen beweging het college en/of de college van de deelnemende gemeenten te adviseren over alle aangelegenheden van beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering die betrekking hebben op het terrein van de Wsw en van invloed zijn op de positie van cliënten.
5
Uit de vergaderingen van de Sw-raad ‘* Ieder deed positief en actief mee aan de discussies over ledenwerven. Uit contact met leiding is communicatie aangepast en aandacht gevraagd voor begrijpelijke taal. *“Caparis is niet meer dezelfde als 5 jaar geleden”. Er wordt beleid gemaakt om mensen naar de arbeidsmarkt te krijgen. De gemeenten moeten zich bewust worden van de rol die Caparis kan hebben in deze toetreding. *We hebben in september aandacht gevraagd voor onrust op een afdeling binnen locatie Leeuwarden. *Er is aandacht gevraagd bij Ieder(In) voor het gebruik van de moeilijke taal in de toegezonden stukken. Daarbij is door ons voorgesteld een toelichtende samenvatting mee te sturen. *Er is aandacht gevraagd voor de Kamerbrief van Carola Schouten. Gevraagd of er nog opvolging daarover is in het nieuwe kabinet. *Er is aandacht gevraagd voor het brandalarm in de vestiging Leeuwarden. *Er is contact opgenomen met manager HRM over het aanpassen van de tekst van de toegestuurde uitnodigingsbrief van de bedrijfsarts. *In december is een cursus “effectief vergaderen” gevolgd. ‘ Specifieke issues van de Sw-raad: - Verslaglegging naar andere medewerkers: Het ledenwerven op de locaties heeft mensen bewust gemaakt van de positie en rol van de SW-Raad. Wij hebben duidelijk gemaakt dat wij discussiëren over het beleid en actief bezig zijn met het welzijn van de medewerkers.
Zo blijven we als SW-Raad Caparis in de picture. - Het werven van nieuwe leden blijft ook een voortdurend aandachtspunt. We zijn erin geslaagd om de raad uit te breiden met 1 lid. Werving vanuit gedetacheerde medewerkers blijft een aandachtspunt. Het blijft belangrijk om van alle vestigingen van het SW bedrijf Caparis NV een vertegenwoordiger in de SW-Raad te hebben. In 2025 wordt met name locatie Heerenveen actief benaderd. - Overleg met OR: In 2024 is overleg geweest met de OR. Kennismaking en elkaar informeren stond hierin centraal. - Info vanuit de organisatie: De leden van de SW-Raad hebben samen met de ambtelijk secretaris en de voorzitter in mei en december overleg gehad met de Raad van bestuur van Caparis NV. Diverse vragen over pensioenen, angstcultuur, langdurig zieken, regenboogvlag en talenten binnen het bedrijf zijn met elkaar besproken. Complimenten zijn er voor de organisatie van de talentweek en de opzet van het voeren van talent gesprekken. Door de Raad van Bestuur werd inzicht gegeven in het reilen en zeilen van het bedrijf. - Landelijke vertegenwoordiging: De SW- Raad is lid van Mobility, een landelijke vereniging van cliëntenraden WSW, werk en inkomen en adviesraden Sociaal domein. Mobility komt op voor de belangen van mensen met een arbeidsbeperking of een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Mobility is dit jaar samen gegaan met Ieder(In) om zo meer invloed te kunnen uitoefenen. Ieder(In) is tevens lid van de landelijke cliënten Raad (LCR) en kan hierdoor ook op landelijk niveau aandacht vragen voor de SW-medewerkers. De bijeenkomsten worden meestal online georganiseerd. - Overleg met bestuur: we zijn in gesprek geweest aan de hand van diverse vragen over sluiting Batavus, werkgelegenheid voor de medewerkers, wat te doen als er geen werk is, uitvoering beleid Grip op verzuim, talenten binnen het bedrijf en brandalarminstallatie. Ook is het Medewerkers Tevredenheids Onderzoek (MTO) besproken. Door de RvB is inzicht gegeven in het reilen en zeilen van het bedrijf. Ook het verlengen van de samenwerking met de gemeenten met 5 jaar biedt zekerheid voor de toekomst.
6
4 Jaarverslag
▪
Programmaverantwoording
▪
Resultaatanalyse
▪
Verplichte paragrafen BBV
7
4.1 Programmaverantwoording 4.1.1 Algemeen Het bestuur van de GR Sw 'Fryslân' is verantwoordelijk voor één programma binnen de hoofdfunctie van de ‘Sociale Voorzieningen en Maatschappelijke Dienstverlening’ t.w. de Sociale Werkvoorziening (Wsw). Deze activiteit wordt aangeduid als het taakveld Begeleide Participatie binnen het Sociaal Domein. De GR heeft de uitvoering van de Wsw voor de acht aangesloten gemeenten opgedragen aan Caparis NV. In dit hoofdstuk wordt de omvang van die opdracht tot uitdrukking gebracht en de mate waarin Caparis NV die opdracht heeft kunnen realiseren. Met ingang van 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. Dit heeft er onder andere toe geleid dat er met ingang van 2015 geen sprake meer is van een taakstelling.
4.1.2 Ontwikkeling van binnen naar buiten Met ingang van 2020 zijn er DVO’s (dienstverleningsovereenkomsten) afgesloten tussen, gemeente, GR en Caparis NV. De invulling van deze DVO wordt voornamelijk gedaan tussen de gemeente en Caparis NV, middels een kwartaalrapportage brengt Caparis NV verslag uit over onder andere bezetting, IOP-gesprekken en ziekteverzuim.
4.1.3 Personele bezetting In de hierna weergegeven tabel is de bezetting van Sw-medewerkers Personele bezetting
Realisatie 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2024
Realisatie 2023
SW medewerkers in dienst Aantal begeleid werken Totaal
Fte Fte
1.140 102 1.242
1.146 102 1.248
1.217 107 1.324
1.223 105 1.328
SW medewerkers in dienst Aantal begeleid werken Totaal
Se Se
1.229 111 1.340
1.237 111 1.348
1.307 118 1.425
1.317 116 1.433
Uit het overzicht hierboven blijkt dat het gemiddelde aantal Sw-medewerkers in 2024 is gedaald met 83 Fte. De oorzaak hiervan is dat er met ingang van 2015, als gevolg van wetswijzigingen, geen instroom in de Wsw meer plaatsvindt en er wel sprake is van verloop (pensionering, ontslag, overlijden, enzovoorts). In de begroting was naast het verloop als gevolg van pensionering uitgegaan van 1,5% voor niet voorzienbaar verloop zoals bij vrijwillige beëindiging door medewerker zelf, ziekte of overlijden. De begroting van 2024 was al begin 2023 opgesteld. In 2023 was de uitstroom ook al hoger dan begroot, waardoor het aantal fte in januari 2024 al bijna op het begrote fte zat voor dat jaar. In 2024 zette deze hogere uitstroom zich verder door. In de gewijzigde begroting is een aanpassing gedaan van 1.324 naar 1.248 fte. De forsere daling die zich aandient wordt in het vervolg ook opgenomen in de volgende begrotingen Het aantal Sw-medewerkers geplaatst via een Begeleid Werken-contract is in 2024 licht gedaald t.o.v. 2023. De verlaging van het aantal medewerkers is ook het gevolg van de effecten van de cao Sw. Hierdoor kunnen medewerkers eerder met behoud van salarisrechten minder werken of gebruik maken van uittredingsregelingen. 8
4.1.4 Ziekteverzuim In onderstaande tabel is het ziekteverzuim Sw in percentages weergegeven. In deze tabel is onderscheid gemaakt tussen lang en kort ziekteverzuim. Ziekteverzuim Sw Kort Lang Totaal
Realisatie
Begroting
Realisatie
2024
2024
2023
4,3% 11,5% 15,8%
3,1% 13,0% 16,1%
4,2% 13,0% 17,1%
Het totale verzuim bedraagt 15,8% en is 1,3% lager dan het vorig jaar (was 17,1%). Het kortdurend ziekteverzuim Sw bedraagt in 2024 4,3% en is 1,2% hoger dan begroot en 0,1% hoger dan in 2023. Doordat de doelgroep steeds ouder wordt neemt het lang verzuim wat toe, maar omdat er medewerkers zijn uitgestroomd is het lang verzuim in 2024 1,5% lager dan begroot en 1,5% lager dan in 2023. Het verzuimcijfer valt ook gunstiger uit ten opzicht van de sectorbenchmark SW bedrijven.
4.2
Resultaatanalyse
4.2.1 Algemeen Het bedrijfseconomische deel van de Wsw is aan Caparis NV uitbesteed. Dat heeft tot gevolg dat een aantal zaken niet in dit jaarverslag opgenomen wordt. Het jaarverslag geeft dus geen beeld van de bedrijfsmatige aspecten van de uitvoering van de Wsw in ons werkgebied; daarvoor is ook kennisname van het jaarverslag van Caparis NV nodig. Na het derde kwartaal was de verwachting dat er op onderdelen sprake zou zijn van een begrotingsoverschrijding hoger dan de norm van 3%. Daarom heeft er een begrotingswijziging plaatsgevonden en deze is door het bestuur van de GR goedgekeurd op 3 december 2024.
4.2.2 Doorbelasting naar Caparis en Bijdrage GR Alle kosten die door de GR worden gemaakt en direct samenhangen met de loon- en personeelskosten voor de SW medewerkers worden aan Caparis doorbelast. Alleen overige kosten gemaakt in de GR, zoals de kosten van het secretariaat, de cliëntenraad en accountants- en (mogelijke) advies- en onderzoekskosten worden doorbelast aan de 8 deelnemende gemeenten.
9
4.2.3 Loon- en personeelskosten Sw De loonkosten Sw zijn in absolute zin gestegen met € 683.000 ten opzichte van 2023. De gemiddelde loonkosten per Sw-medewerker zijn met 9,6% gestegen (van € 35.457 per fte in 2023 naar € 38.850 per fte in 2024). De gemiddelde loonkosten per SE bedragen in 2024 € 36.020, in 2023 is dit € 32.916. De GR Sw ‘Fryslân’ is voor het Sw-personeel aangesloten bij bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds Werk en Integratie en past samen met andere rechtspersonen dezelfde pensioenregeling toe. Er is geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen, anders dan het voldoen van hogere toekomstige premies, in het geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds.
4.2.4 Financieringskosten In 2024 is er geen langlopende lening meer, waardoor er in 2024 geen rentelasten meer zijn geweest (2023: € 2.000).
4.3
Verplichte paragrafen BBV
4.3.1 Weerstandsvermogen, kengetallen en risicobeheersing De vakantiegeld- en vakantiedagenverplichtingen van het personeel met een dienstverband in het kader van de Wsw, zijn niet opgenomen in de jaarrekening van de GR Sw ‘Fryslân’. In de balans zijn, in overeenstemming met de regelgeving, geen personele verplichtin gen tot uitdrukking gebracht van een jaarlijks gelijkblijvend niveau. Dit is op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) niet toegestaan. In de paragraaf hierna, handelend over de financiering, wordt aangegeven dat de door de GR Sw ‘Fryslân’ afgesloten leningen worden doorgeleend aan Caparis NV. Het risico voor de GR Sw ‘Fryslân’ bestaat daarin dat Caparis NV in staat moet zijn aan de vereiste aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen. Echter, in praktische zin is dit geen risico omdat 4 gemeenten die participeren in de GR Sw ‘Fryslân’ ook aandeelhouder van Caparis NV zijn. Bovendien heeft Caparis NV zekerheden verstrekt in de vorm van pandrecht op voorraden en debiteuren en een hypotheek op het onroerend goed van Caparis NV. Het weerstandsvermogen van Caparis NV is op dit moment toereikend om de lopende verplichtingen op korte - en middellange termijn te voldoen. Hieronder zijn in een tabel de vanuit de BBV verplichte kengetallen weergegeven. Verloop van de kengetallen Kengetallen: netto schuldquote
vaste schulden A vlottende schulden B&C fin.vaste act. D uitzettingen < 1jr E&G liquide middelen F saldo baten H berekende netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen berekende netto schuldquote na corr. (A+B+C-E-F-G)/H solvabiliteitsrisico eigen vermogen I totaal passiva J
berekende solvabiliteit I/J Current ratio vlottende activa / kort vreemd vermogen(E&G + F)/B&C
Realisatie Begroting Begroting Realisatie 2024 2024 2024 2023 na wijziging 0 0 0 0 2.088 3.420 3.420 4.210 0 0 0 0 2.063 3.270 3.270 4.185 25 150 0 25 45.175 45.444 43.270 43.270 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0 2.088
0,0% 0 3.420
0,0% 0 3.420
0,0% 0 4.210
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
1,0
1,0
1,0
1,0
10
Er wordt geen weerstandsvermogen opgebouwd omdat jaarlijks een positief of negatief resultaat wordt afgerekend met de (deelnemende) gemeenten. Daarnaast zijn de hiervoor beschreven risico’s van dien aard dat geen eigen weerstandsvermogen noodzakelijk is. Omdat de exploitatie in zijn geheel plaatsvindt bij Caparis NV en de GR Sw Fryslân in die zin slechts als doorgeefluik functioneert, zijn in feite alleen de kengetallen van belang die iets zeggen over de liquiditeit en solvabiliteit van de GR. De liquiditeit laat zien in hoeverre de onderneming in staat is om haar (directe) opeisbare verplichtingen te voldoen en wordt uitgedrukt in de current ratio: vlottende activa / kort vreemd vermogen. Per balansdatum bedraagt deze 1,0 (2023: 1,0). Dit betekent dat er op korte termijn voldoende liquiditeit is om aan de kortlopende verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit biedt inzicht in de mate waarin de onderneming aan haar verplichtingen kan voldoen en laat zien in hoeverre de onderneming afhankelijk is van schuldeisers. Het kengetal voor de solvabiliteit staat in bovenstaande tabel weergegeven, deze bedraagt ultimo 2024 0,0 % (2023: 0,0%). De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de GR ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
De GR heeft inclusief de uitzettingen (verstrekte leningen) aan Caparis, gelijke vorderingen en schulden en tevens zijn de baten in enig jaar zodanig dat de druk van de schuldenlast nagenoeg te verwaarlozen is. Dit blijkt ook uit de berekende netto schuldquote van 0,0 % (waar vanuit de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) een signaalwaarde van 100% wordt gehanteerd).
4.3.2 Onderhoud kapitaalgoederen De GR Sw 'Fryslân' beschikt niet over kapitaalgoederen, deze behoren toe aan Caparis NV.
4.3.3 Financiering De GR Sw 'Fryslân' treedt op als financier van Caparis NV. Dit houdt in dat de GR Sw 'Fryslân' onder gunstige voorwaarden geld aantrekt en dat vervolgens onder dezelfde voorwaarden doorleent aan Caparis NV. Daarmee is Caparis NV verzekerd van externe financiering tegen optimale condities. Voor de leningen van de GR Sw 'Fryslân' aan Caparis NV zijn door Caparis NV zekerheden gesteld in de vorm van pandrecht op voorraden en debiteuren. Begin 2007 is een hypotheek afgesloten op het onroerend goed van Caparis NV. In de financieringsovereenkomst tussen de GR Sw 'Fryslân' en Caparis NV is een plafond opgenomen voor de maximale leencapaciteit van Caparis NV. De maximale leencapaciteit van Caparis NV bedraagt 130% van de waarde van de vaste activa. Per 31 december 2024 heeft Caparis NV geen financiering aangetrokken via de GR Sw 'Fryslân' (2023: 0%). In 2024 is er geen financiering aan Caparis NV. In 2024 zijn geen nieuwe leningen afgesloten en er zijn geen voornemens om de komende 5 jaar nieuwe financieringen aan te trekken.
4.3.4 Verbonden partijen De GR Sw ‘Fryslân’ heeft als uitvoerend Sw-bedrijf Caparis NV te Drachten aangewezen. Hiermee wordt een contractuele relatie onderhouden. Er is geen bestuurlijke verbondenheid. De aandelen van Caparis NV zijn in handen van vier van de in de GR Sw ‘Fryslân’ deelnemende gemeenten, namelijk Heerenveen, Leeuwarden, Opsterland en Smallingerland. De GR Sw 'Fryslân' heeft derhalve geen verbonden partijen in de zin van het BBV.
4.3.5 Bedrijfsvoering De GR Sw 'Fryslân' heeft geen zelfstandige inhoudelijke bedrijfsvoering, maar is formeel werkgever van de SW medewerkers. Caparis NV is materieel werkgever van de inwoners van de aangesloten gemeenten. De feitelijke bedrijfsvoering vindt plaats binnen Caparis NV. De bedrijfsvoering van de GR Sw-Fryslân wordt feitelijk uitgevoerd door Caparis NV. De personeelsen salaris administratie, HR activiteiten en de daaraan gekoppelde processen en systemen worden 11
via Caparis geregeld. Feitelijk is van bedrijfsvoering binnen de GR geen sprake, behalve het beheersen van personele en financiële processen. Deze processen worden extern getoetst door de accountant van Caparis NV. De activiteiten die gedaan worden vanuit Caparis NV voor de GR Sw-Fryslan zijn zoals hiervoor beschreven. In de nieuwe DVO periode 2025-2029 wordt een beschrijving van deze activiteiten toegevoegd als addendum aan de dienstverleningsovereenkomsten tussen Caparis en de GR Sw-Fryslân. Met de provincie Fryslân is goed contact in verband met het financieel toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen. De richtlijnen die daarvoor worden afgegeven zijn onderdeel van de systematiek van begroting en jaarrekening van de GR Sw Fryslân. Wet open overheid De openbaarheidsparagraaf is een nieuwe verplichte paragraaf in het jaarverslag. De verplichting komt voort uit het besluit tot actieve openbaarmaking van informatie, de plannen ter verbetering van de informatiehuishouding bij de overheid op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) dat bepaalt dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. Nadat de GR SW ‘Fryslân’ begin 2022 door het ministerie is geïnformeerd over de invoering van de Woo is een inventarisatie gemaakt wat de nieuwe wetgeving betekent voor de GR.
Hieruit zijn een aantal thema’s benoemd die gerealiseerd moeten worden. -
De informatiehuishouding Actieve openbaarmaking Passieve openbaarmaking. Contactpersoon Woo Openbaarheidsparagraaf
Deze thema’s worden in de praktijk ook toegepast en uitgevoerd. De informatiehuishouding Voor het realiseren van een transparante informatiehuishouding t.a.v. bestuurlijke aangelegenheden worden een aantal maatregelen genomen. Informatie wordt overzichtelijk gearchiveerd, is toegankelijk en beschikbaar voor actieve en passieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking Informatie m.b.t. bestuursaangelegenheden worden, voor zover deze openbaar gemaakt mogen worden, gepubliceerd op de website van de gemeente Smallingerland. De website zal hiervoor ingericht worden. Het volgende wordt gepubliceerd: Openbaarmaking Documenten
AB
Vergaderstukken
X
Verslagen
X
Agenda
X
Besluitenlijst
X
12
Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek (Woo-verzoek) uit de samenleving. Voor het indienen van een Woo-verzoek wordt de mogelijkheid geboden op de website. Een Woo-verzoek kan digitaal of per post ingediend worden. Een Woo-verzoek wordt in behandeling genomen en afgehandeld door de contactpersoon. Contactpersoon Woo De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over beschikbaarheid van publieke informatie. Bij de GR SW ‘Fryslân’ is de ambtelijk secretaris de contactpersoon. De contactpersoon is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Woo en verzorgt de afhandeling van de Woo verzoeken.
13
4.3.6 Rechtmatigheid Wijziging regelgeving De regelgeving over de rechtmatigheid in de jaarrekening vraagt om een scherpe afbakening van het rechtmatigheidsbegrip bij gemeenschappelijke regelingen (GR). Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording is echter een minder omvattend begrip. Bij rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer en de vaststelling of deze in overeenstemming met de wet- en regelgeving zijn. Het gaat hierbij zowel om externe regelgeving als de eigen regels en verordeningen. Er moet immers worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit betekent dat het noodzakelijk is om te komen tot vastlegging van een normenkader en deze ook ter kennis te brengen aan het bestuur van de GR. In de bijlage 'Normenkader Rechtmatigheid' wordt een overzicht gegeven van de thans bekende, op de GR Sw 'Fryslân' van toepassing zijnde, wet- en regelgeving. Omdat de uitvoering van de activiteiten is opgedragen aan Caparis NV, blijkt het normenkader van de in de GR Sw 'Fryslân' blijvende activiteiten beperkt.
Vanaf begrotingsjaar 2023 heeft er een verandering plaatsgevonden in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het bestuur aan zet. In het jaarverslag is een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen, afgegeven door het bestuur. Hiervoor is het verplichte model gehanteerd, zoals deze in de wetgeving is voorgeschreven. Kaderstelling De commissie BBV heeft een Kadernota Rechtmatigheid 2024 uitgebracht, waarin het belang van de rechtmatigheid en de onderlinge verantwoordelijkheden nader zijn uitgelegd. Tevens bevat deze kadernota stellige uitspraken en aanbevelingen. Met stellige uitspraken geeft de commissie een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat stellige uitspraken gevolgd worden. Indien de GR toch een afwijkende interpretatie heeft gekozen, dan hebben we dit expliciet gemotiveerd en is dit kenbaar gemaakt in de jaarstukken. Het bestuur krijgt de bevoegdheid om de grenzen vast te stellen waarboven er in de rechtmatigheidsverantwoording melding moet worden gemaakt van intern geconstateerde onrechtmatigheden en onduidelijkheden. Het bestuur van de GR heeft besloten een verantwoordingsgrens te hanteren van 3% van de totale omvang van de lasten.
Dit is in overeenstemming met de maximale grens die de Kadernota Rechtmatigheid voorschrijft. Voor 2024 bedraagt deze grens € 1.363.320. Verder heeft het bestuur besloten voor wat betreft de rapporteringsgrens ten aanzien van de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) aan te sluiten bij het drempelbedrag voor Europees aanbesteden bij levering en diensten voor decentrale overheden (€221.000). Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, waarbij het verantwoorden en toelichten centraal staat, is het mogelijk om vooraf afspraken te maken met het bestuur van de GR welke begrotingsonrechtmatigheden als gevolg van overschrijding van lasten en/of investeringen als acceptabel (passend in het beleid) worden beschouwd (dus wel onrechtmatig, maar acceptabel). Deze afspraken zijn in de financiële verordening ex art. 212 Gemeentewet Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân 2024 vastgelegd. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
14
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c) De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. d) Gerealiseerde inhoudelijke prestaties die in de begroting taakstellend zijn opgenomen minder dan 20% afwijken van de betreffende doel/taakstelling.
4.3.7 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting. Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen hoger zijn dan de, ook na de laatste begrotingswijziging, geraamde bedragen dan kan er sprake zijn van onrechtmatige uitgaven (begrotingsonrechtmatigheid) aangezien deze lasten buiten het budgetrecht van het bestuur tot stand zijn gekomen. De GR heeft voor de afweging hiervan onderstaande stappenplan begrotingsrechtmatigheid gevolgd zoals deze is opgenomen in de Kadernota Rechtmatigheid 2024.
Stap 1: omdat strikt genomen alle afwijkingen van de begroting, begrotingsonrechtmatigheden zijn, deze verzamelen ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording door het bestuur. Bijvoorbeeld alle bestedingen boven het begrotingsbedrag zijn strikt genomen onrechtmatig; Stap 2: beoordelen of het totaal aan afwijkingen, fouten en onduidelijkheden (ieder afzonderlijk) ten aanzien van het begrotings-, voorwaarden- en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium boven de door het bestuur van de GR vastgesteld verantwoordingsgrens komen.
Bij ja:
Stap 3: totaal van alle begrotingsonrechtmatigheden vermelden in de rechtmatigheidsverantwoording. Stap 4: vaststellen en aangeven welke begrotingsonrechtmatigheden passen binnen het door het bestuur van de GR vastgestelde beleid. Deze begrotingsonrechtmatigheden moeten bij de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening en bij de programma’s en investeringen meer uitgebreid worden toegelicht. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt daarnaar verwezen. Stap 5: resultaat: resterende begrotingsonrechtmatigheden in de rechtmatigheidsverantwoording toelichten. Hierover legt het bestuur in de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af en kan dit bij het besluit over het vaststellen van de jaarrekening worden betrokken. Stap 6: overeenkomstig de afspraken met het bestuur van de GR aanvullende informatie opnemen in de paragraaf bedrijfsvoering
Bij nee: Stap 3: overeenkomstig de afspraken met het bestuur van de GR aanvullende informatie opnemen in de paragraaf bedrijfsvoering Op 3 december is een begrotingswijziging voorgelegd aan het bestuur omdat de verwachting was dat er op onderdelen sprake zou zijn van een begrotingsoverschrijding hoger dan de norm van 3% die was vastgesteld door het bestuur in de vergadering van 29 maart 2024.
15
Begin 2023 was de begroting over 2024 opgesteld, waarbij rekening was gehouden met reguliere CAO-verhogingen. Het sluiten van het cao-akkoord, zoals dat op 14 december 2023 is gedaan, was hierin niet meegenomen. Als gevolg van dit cao-akkoord zijn de personeelskosten voor de WSW doelgroep meer gestegen dan waar in de begroting rekening mee was gehouden. Verder was in het cao-akkoord afgesproken dat de vergoeding voor woon-werk verkeer € 0,21 per kilometer bedraagt in plaats van € 0,10 die de medewerkers voorheen vergoed kregen. Daardoor was de verwachting dat de totale vervoerskosten € 166.000 hoger uit zouden komen over 2024. Tot slot was er de verwachting dat de overige kosten € 27.000 hoger zouden uitvallen dan begroot. Dit had te maken met de extra kosten die in 2024 zijn gemaakt voor het inwinnen van fiscaal advies in het kader van de nieuwe DVO’s voor 2025 en werkzaamheden in het kader van de wetswijziging gemeenschappelijke regelingen. Hier was in de begroting geen rekening mee gehouden. Het voorstel om een begrotingswijziging door te voeren en zowel de totale lasten als de totale baten te verhogen van € 43.270.000 naar € 45.444.000 is in december 2024 vastgesteld door het bestuur. Hierdoor is geen sprake van een begrotingsoverschrijding.
4.4
Risicoparagraaf
Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) In de CAO is de tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden (RVU) opgenomen. Medewerkers hebben op basis van deze regeling de mogelijkheid eerder met pensioen te gaan. De GR keert vervolgens een maandelijks bedrag uit totdat de medewerker de AOW-leeftijd heeft bereikt. Voor de jaarrekening zijn we uitgegaan van gelijkblijvende lasten en is geen voorziening getroffen. Het risico bestaat dat dit op termijn kan veranderen en hiervoor een voorziening gevormd dient te worden, waarbij de totale last ineens verantwoord dient te worden in het resultaat. De huidige RVU-regeling is overigens geldig tot en met 2025. Hoe de regeling er daarna uitgaat zien is nog onzeker. Spaarverlof In de niet uit de balans blijkende verplichtingen is vermeld dat de waarde van de vakantiedagen per einde boekjaar € 2.511.755 bedraagt. Hiervoor is geen voorziening getroffen aangezien sprake is van een verplichting met gelijke omvang. Onderdeel van deze verplichting is het spaarverlof, waarbij medewerkers de mogelijkheid hebben om voor een langere tijd verlof te sparen. Het risico bestaat dat op termijn het spaarverlof dusdanig gaat toenemen waardoor geen sprake meer is van een verplichting met gelijke omvang. Hiervoor dient dan een voorziening gevormd te worden, waarbij de volledige omvang van het spaarverlof ineens ten laste van het resultaat wordt verantwoord.
16
5 Jaarrekening
▪
Balans
▪
Overzicht van baten en lasten
▪
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
▪
Toelichting op de balans
▪
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
▪
Kengetallen
17
5.1 Balans per 31 december 2024 (na resultaatbestemming) x € 1.000 2024 ACTIVA Vaste activa Financiële vaste activa - overige langlopende leningen Totaal vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar - vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in 's Rijks schatkist (< 1 jaar) - overige vorderingen Totaal vlottende activa Liquide middelen - banksaldi Totaal liquide middelen
0 0
4.185 2.892 1.151 142
2.063
4.185
25
25
25
25 25
25
2.088
4.210
0
0
0
0
0
Totaal vaste passiva
Totaal Passiva
0
2.063 560 1.387 116
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar - overige schulden Totaal vlottende passiva
0 0
0
Totaal Activa
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar - onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2023
0 0
0
2.088
4.210
2.088
4.210 2.088
4.210
2.088
4.210
18
5.2 Overzicht van baten en lasten 2024 x € 1.000
Realisatie Begroting 2024 2024 na wijziging
Begroting 2024
Realisatie 2023
Baten Bijdrage GR-gemeenten Doorbelasting aan Caparis Totaal baten
56 45.119 45.175
57 45.387 45.444
30 43.240 43.270
22 44.000 44.022
Lasten Lonen en sociale lasten Sw Vervoerskosten Sw Overige CAO gerelateerde kosten Sw Overige kosten GR Totaal lasten
44.286 748 263 56 45.353
44.430 740 217 57 45.444
42.449 574 217 30 43.270
43.353 537 215 22 44.127
-178 0 -178
0 0 0
0 0 0
-103 -2 -105
Resultaat baten, lasten en financiering
0
0
0
0
Resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat
0 0
0 0
0 0
0 0
Financieringsfunctie Rente- en overige kosten Doorbelasting rente naar Caparis Totaal financieringsfunctie
19
5.3 Overzicht van baten en lasten per taakveld 2024
x € 1.000 Taakveld 0. 0.4
0.5
0.10
BegroRealisatie Begroting ting 2024 2024 2024 na wijziging BESTUUR EN ONDERSTEUNING Overhead Inkomensoverdrachten - overige overheden Inkomensoverdrachten - gemeenten totaal baten
0 56 56
0 57 57
0 30 30
0 30 30
Salarissen en sociale lasten Overige goederen en diensten totaal lasten
0 56 56
0 57 57
0 30 30
0 30 30
Totaal overhead
0
0
0
0
Treasury Inkomensoverdrachten - overige overheden totaal baten
0 0
0 0
0 0
2 2
Toegerekende reële en bespaarde rente totaal lasten
0 0
0 0
0 0
2 2
Totaal treasury
0
0
0
0
onttrekkingen stortingen
0 0
0 0
0 0
0 0
Totaal mutaties reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
SOCIAAL DOMEIN Begeleide participatie Inkomensoverdrachten - overige overheden Inkomensoverdrachten - gemeenten totaal baten
45.119 0 45.119
45.387 0 45.387
43.240 0 43.240
43.240 0 43.240
Salarissen en sociale lasten Inkomensoverdrachten - overige overheden totaal lasten
45.297 -178 45.119
45.387 0 45.387
43.240 0 43.240
43.240 -105 43.135
0
0
0
105
Mutaties reserves
Totaal taakveld 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING Taakveld 6. 6.4
Realisatie 2023
Totaal taakveld 6 SOCIAAL DOMEIN
20
5.4
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen Het bestuur van het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam Sw ‘Fryslân’ heeft in zijn aanwijzingsbesluit van 27 februari 2002 Caparis NV aangewezen als rechtspersoon ten behoeve van de uitvoering van de Wsw in de zin van artikel 2 lid 3 van deze wet. De kosten die door de GR worden gemaakt en direct samenhangen met de loonkosten voor SW medewerkers worden aan Caparis NV doorbelast. Zoals in de fair deal afgesproken worden alleen de overige kosten gemaakt door de GR evenredig naar de 8 deelnemende gemeenten doorbelast. GR Sw ‘Fryslân’ verstrekt eveneens de noodzakelijke financieringsmiddelen aan Caparis NV. Als zekerheidsstelling heeft GR Sw ‘Fryslân’ een pandrecht op alle inventaris, machines en voorraden van Caparis NV. Ook het onroerende goed dient als onderpand, daartoe is op 27 januari 2007 een hypotheekakte afgesloten. Deze komt in plaats van een positieve hypotheekverklaring van Caparis NV, afgegeven ten behoeve van GR Sw ‘Fryslân’ voor alle in haar bezit zijnde onroerende zaken. De jaarrekening is opgesteld in duizenden euro's. In hoofdstuk 6, bij de vaststelling van de jaarrekening, wordt het voorstel tot resultaatbestemming weergegeven. De begroting 2024 is in het overzicht van baten en lasten weergegeven.
Op 3 december 2024 is een begrotingswijziging voorgelegd aan het bestuur omdat de verwachting was dat er op onderdelen sprake zou zijn van een begrotingsoverschrijding hoger dan de norm van 3% die was vastgesteld door het bestuur in de vergadering van 29 maart 2024.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 1. Continuïteitsveronderstelling De jaarrekening is opgesteld onder de veronderstelling van continuïteit van de organisatie en diens activiteiten. De uitvoering van de Wsw wordt door Caparis rechtstreeks met de gemeenten, die in de GR verenigd zijn, geregeld. Hiervoor zijn zgn. dienstverleningsovereenkomsten afgesloten. Afgesproken is dat Caparis alle lasten van de GR gaat betalen, voor personeel uit de gemeenten waarmee een DVO is afgesloten. Hierdoor ontstaat er geen tekort binnen de GR en is de continuïteit gewaarborgd. In het jaar 2023 is via een werkgroep een start gemaakt met verlenging van dienstverleningsovereenkomsten voor de periode 2025-2029. Eind 2023 hebben alle gemeenten laten weten de samenwerking door te willen zetten. In 2024 hebben voorbereidingen en gesprekken plaats gevonden en zal dit begin 2025 leiden tot besluitvorming in colleges aangaande de nieuwe dienstverleningsovereenkomsten en eventuele aansluitende besluitvorming. 2. Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.
Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.
21
3. Vergelijking met voorgaand jaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaand jaar. 4. Stelsel en toerekening De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het bestuur op 29 maart 2024 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Aansluitend op dit aanwijzingsbesluit is de bedrijfsvoeringsregeling d.d. 21.08.2019 van toepassing. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, voor zover het BBV niet anders voorschrijft. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. 5. Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: •
• -
-
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, las ten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
22
•
-
-
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van 3 % (zijnde € 1.363.320) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 221.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Balans Financiële vaste activa Waardering vindt plaats op basis van de verkrijgingsprijs verminderd met eventuele duurzame waardeverminderingen en aflossingen. Vlottende activa De uitzettingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De uitzettingen hebben een rente typische looptijd van één jaar of korter. Onder de vlottende activa zijn ook de uitzettingen opgenomen die betrekking hebben op het schatkistbankieren. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste schulden De vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de reeds gedane aflossingen. Vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Netto vlottende schulden De vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
23
Overzicht van baten en lasten Bijdrage GR-Gemeenten Deze post omvat de doorberekende overige kosten aan de 8 deelnemende gemeenten. Doorbelasting aan Caparis Deze post omvat het saldo van alle integraal aan Caparis NV doorberekende loonkosten van het Swpersoneel. Lonen Wsw Onder de lonen worden de loonkosten van de Sw-medewerkers verantwoord. Onder loonkosten wordt verstaan het brutobedrag van de aan het boekjaar toe te rekenen lonen, waarvan het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering onderdeel uitmaken. Sociale lasten en pensioenpremies De sociale lasten betreffen de ter zake van de werknemersverzekeringen verschuldigde werkgeverslasten, alsmede het werkgeversaandeel in de pensioenvoorziening. Eveneens worden de aan het boekjaar toe te rekenen ziekengelden, WAO-uitkeringen e.d. hieronder tot uitdrukking gebracht. Vervoerskosten Vervoerskosten Sw betreft de woon-werkvergoeding die uit hoofde van de cao moet worden betaald aan de Sw medewerkers. Deze kosten worden doorbelast aan Caparis NV. CAO gerelateerde kosten De overige cao-gerelateerde kosten Sw betreffen kosten die direct uit de cao Sw voortvloeien en hebben betrekking op onder andere jubilea en de vergoeding vakbondscontributie. Overige kosten GR De kosten voor het secretariaat, de cliëntenraad, de accountant en de advieskosten, zijn onder de overige kosten GR opgenomen en behoren tot de overhead.
Rente- en overige kosten De rentekosten worden berekend op basis van werkelijke kosten. Vennootschapsbelasting Door de GR is bij de belastingdienst aangegeven dat met geen van de activiteiten structurele overschotten worden behaald en dat er derhalve geen sprake is van winststreven. Op grond daarvan vormt de GR met geen van de activiteiten een onderneming in de zin van de Wet op de Vennootschapsbelasting. De belastingdienst heeft aangegeven zich met dit standpunt te kunnen vereniging en heeft daarbij verder aangegeven dat de ondernemingstoets, waaronder de toets aan het winststreven, jaarlijks dient plaats te vinden.
24
5.5
Toelichting op de balans
Vaste activa Financiële vaste activa x € 1.000 Overige langlopende leningen
2024
2023
Saldo per 1 januari Aflossingen
0 0
180 -180
Nieuwe leningen Saldo per 31 december
0 0
0 0
De financiële vaste activa hebben betrekking op de aan Caparis NV verstrekte langlopende leningen. De looptijden, rentepercentages en leningsvoorwaarden zijn exact gelijk aan de door de GR Sw ‘Fryslân’ afgesloten onderhandse leningen en eventuele daarop afgesloten derivaten. In 2024 is er geen nieuwe langlopende leningen verstrekt. De waarde van de overige langlopende leningen is weergeven tegen de oorspronkelijk doorgeleende bedragen. De afgesproken aflossingen zijn eveneens daarop gebaseerd. Er is geen andere waarderingsgrondslag en derhalve ook geen (her)waarderingsrisico. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar x € 1.000 - vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in 's Rijks schatkist (< 1 jaar) - overige vorderingen Totaal
2024 560 1.387 116 2.063
2023 2.892 1.151 142 4.185
De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit: De van de gemeenten te vorderen bedrag over 2024 ad. € 56.045 (2023: € 22.115) De over het boekjaar te ontvangen LIV ad. € 280.354 (2023: € 665.500). Nog te ontvangen ziekengeld ad. €223.665 (2023: € 53.300) Eind 2023 stond er ook een vordering op de NV ad € 2.118.400 open. Eind 2024 was dit een schuld in plaats vordering open, omdat er teveel aan voorschotten in rekening was gebracht. De uitzettingen in ’s Rijks schatkist ad. € 1.387.000 (2023: € 1.151.000) hebben betrekking op de verplichte deelname van de GR Sw ‘Fryslân’ aan het zogeheten ‘schatkistbankieren’. Hierbij worden de (tijdelijk) overtollige liquide middelen dagelijks ‘gestald’ in een rekening-courantfaciliteit met de Rijksoverheid. De Bank Nederlandse Gemeenten biedt de faciliteit dat het saldo dagelijks automatisch wordt afgeroomd. De belangrijkste geldstromen van de GR lopen dan ook via deze bank. Vanuit financieel beheer zijn eerder en hogere voorschotten vanuit de NV betaald aan de GR. Het aanhouden van liquide middelen bij schatkistbankieren levert hogere rentebaten op. Het is toegestaan om een drempelbedrag aan overtollige middelen buiten de rekening-courantfaciliteit aan te houden.
25
De hoogte van dit drempelbedrag is afhankelijk van de begrotingsomvang van de GR. De drempel is voor 2024 berekend op € 908.880 (2,0% van € 45.444.000). De drempel is 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Het gemiddelde saldo over alle vier kwartalen van 2024 is met € 86.998 lager dan het gestelde drempelbedrag. De overige vorderingen hebben betrekking op: Voorschotten met betrekking tot het fietsenplan en FiscFree ad € 66.000 (2023: 94.000) Vooruitbetaalde kosten voor vervoersabonnementen en overlopende posten per saldo ad € 50.000 (2023: € 48.000). De overige vorderingen zijn tegen nominale waarden opgenomen. Het betreffen actuele (berekende) vorderingen waarvan op het moment van het opmaken en vaststellen van deze vorderingen, geen risico’s bekend zijn over het niet binnenkomen van de bedragen. Bij de waardering van de vlottende activa is derhalve geen risico van oninbaarheid. Liquide middelen x € 1.000 - banksaldi Totaal
2024
2023 25 25
25 25
De liquide middelen van de GR Sw ‘Fryslân’ worden aangehouden bij de BNG (€ 25.000). Vaste passiva In 2015 is een bestemmingsreserve gevormd waarmee wordt voorzien in de aanpassing van het beleid rond de herstructurering van Caparis NV als gevolg van de invoering van de Participatiewet met ingang van 1 januari 2015. Dit is in 2020 geeffectueerd. Vanaf dat moment is er geen sprake meer van eigen vermogen.
26
Langlopende schulden Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen x € 1.000
2024
Saldo per 1 januari Aflossingen Nieuwe leningen Saldo per 31 december Rentevoet Rentelast
2023 0 0 0
180 -180 0
0
0
0,00% 0
1,78% 2
0 0 0 0
0 0 0 0
Looptijd van de langlopende schulden - Aflossing komend jaar - Looptijd korter dan 5 jaar - Looptijd langer dan 5 jaar Totaal
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar x € 1.000 - overige kasgeldleningen - overige schulden Totaal
2024 0 2.088 2.088
2023 0 4.210 4.210
Bij de overige schulden zijn de volgende bedragen opgenomen: te betalen loonheffing, pensioenpremies en personele inhoudingen € 1.142.000 (2023: 1.231.000 en btw € 2.520.000); op balansdatum te betalen - en vooruit ontvangen posten, waaronder crediteuren ad € 1.600 (2023 € 12.000) en nog te betalen kosten ad. € 129.000 (2023 € 111.000); Rekening-courant NV ultimo 2024 ad. € 803.400 (2023: € 114.000). Overige inhoudingen personeel ad. € 12.700 (2023: € 221.900) Niet uit de balans blijkende verplichtingen Dienstverleningsovereenkomsten met de aangesloten gemeenten Als gevolg van de gemaakte afspraken in de fairdeal tussen de 8 gemeenten en Caparis NV is de relatie tussen de GR en de 8 gemeenten sterk veranderd. Er heeft een herstructurering van de dienstverlening aan de gemeenten plaats gevonden, deze verloopt nu rechtstreeks vanuit Caparis NV. Sinds 2020 is enkel nog Sw-personeel in dienst van de GR Sw ‘Fryslân’. De ambtenaren die nog in dienst waren van de GR, zijn per 1 januari 2020 in dienst gekomen bij Caparis NV. Alle kosten die door de
27
GR worden gemaakt en direct samenhangen met de loonkosten voor SW medewerkers worden aan Caparis NV doorbelast. Zoals in de fair deal afgesproken worden alleen de overige kosten gemaakt door de GR evenredig naar de 8 deelnemende gemeenten doorbelast. Vakantiegeld en –dagen De opgebouwde rechten met betrekking tot het vakantiegeld bedragen € 1.383.868 (2023: € 1.422.531). De waarde van de vakantiedagen bedraagt per einde boekjaar € 2.511.755 (118.200 uren). In 2023 was dit bedrag lager (€ 2.578.000) bij een hogere aantal vakantiedagen 137.700 uren. Bij de bepaling van de reservering voor 2024 is rekening gehouden met een verhoging van het uurloon (30%).
5.6 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreffen de loonkosten van het gedetacheerde Sw-personeel wat is doorbelast aan Caparis NV en de aan de gemeenten doorberekende overige kosten. Lonen, salarissen en sociale lasten SW Lonen, salarissen en sociale lasten SW x € 1.000
Realisatie 2024
Loonkosten Sociale lasten Pensioenpremie Ontvangen ziekengeld/WAO/LIV/CRTV
36.604 6.236 3.105 -1.660
Begroting 2024 na wijziging 35.397 6.030 3.003 0
Totaal
44.286
Sw-medewerkers in dienst in fte Gemiddelde loonkosten per fte Sw-medewerkers in dienst in se Gemiddelde loonkosten per se
Begroting 2024
Realisatie 2023
32.898 5.943 3.608 0
35.921 6.166 3.080 -1.814
44.430
42.449
43.353
1.140 38.850
1.146 38.776
1.217 34.880
1.223 35.457
1.229 36.020
1.237 35.904
1.307 32.478
1.317 32.916
De begroting is gebaseerd op een realisatie van gemiddeld 1.248 fte's, waarvan 102 fte’s begeleid werken (2023: 1.328 fte’s, waarvan 105 fte begeleid werken). De begeleid werken medewerkers staan niet bij de GR op de loonlijst en zijn dan ook niet meegenomen in bovenstaande tabel. Begin 2023 was de begroting over 2024 opgesteld, waarbij alleen rekening was gehouden met reguliere cao-verhogingen. Het sluiten van het cao-akkoord van 14 december 2023 was hierin niet meegenomen. Als gevolg van dit cao-akkoord stegen de personeelskosten meer dan waar in de begroting rekening mee was gehouden. Daarom is er in december 2024 een begrotingswijziging doorgevoerd waarbij de begrote loonkosten, sociale lasten en pensioenpremie zijn verhoogd van € 43.270.000 naar € 44.430.000.
28
De ontvangen LIV-vergoeding in 2024 ( € 280.354) was lager dan in 2023 ( € 665.500). Door een verlaging van de bovengrens van het uurlooncriterium per 2024 van 125% naar 104% en door salarisverhogingen verviel voor een groot aantal medewerkers het recht op een LIV-vergoeding. In 2025 vervalt de LIV en is onderdeel geworden van de tariefstelling aan gemeenten. De ontvangen CRTV (Compensatie transitievergoeding) was in 2024 € 669.700 ten opzichte van €323.300 in 2023. In 2024 zijn er veel meer aanvragen gedaan omdat er meer beëindigingen van het dienstverband zijn geweest waarvan de medewerker langer dan twee jaar ziek was. Door minder toekenningen en ophoging/indexering waren de ziekte-/arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2024 ( € 709.400) lager dan in 2023 ( € 825.200).
Vervoerskosten Vervoerskosten x € 1.000
Vervoerskosten Totaal
Realisatie 2024
Begroting 2024 na wijziging 748 740 748 740
Begroting 2024 574 574
Realisatie 2023 537 537
Deze vervoerskosten Sw bestaan uit de vervoerskosten van Sw-medewerkers die zijn aangewezen op de woon-werkvergoeding die uit hoofde van de cao moet worden betaald. De kosten van collectief vervoer worden rechtstreeks bij Caparis NV in rekening gebracht. In het CAO-akkoord van 14 december 2023 was een verhoging van de woon-werk verkeer vergoeding doorgevoerd van € 0,10 naar € 0,21 per kilometer. Ook dit is meegenomen in de gewijzigde begroting. De kosten zijn verhoogd van € 574.000 naar € 740.000. En dit is ook de verklaring voor de hogere vervoerskosten in 2024 ten opzichte van 2023.
29
CAO gerelateerde kosten CAO gerelateerde kosten x € 1.000
CAO gerelateerde kosten Totaal
Realisatie 2024
Begroting 2024 na wijziging 263 217 263 217
Begroting 2024
Realisatie 2023
217 217
215 215
De cao gerelateerde kosten hebben betrekking op de verplichte uitgaven op basis van de cao, hieronder vallen onder andere de vergoedingen voor jubilea- en overlijdensuitkeringen. In 2024 is er € 32.000 meer aan jubileumuitkeringen uitbetaald t.o.v. 2023. Er waren meer medewerkers die een jubileumuitkering ontvingen en door de cao effecten waren de uitkeringen ook hoger. Overige kosten GR Overige kosten GR x € 1.000
Overige kosten GR
Realisatie 2024
Begroting 2024 na wijziging
56
57
Begroting 2024
Realisatie 2023
30
22
Onder deze post zijn de direct door de GR Sw 'Fryslân' gemaakte kosten opgenomen, waaronder de kosten van het secretariaat, de cliëntenraad en de accountants- en (mogelijke) advies- en onderzoekskosten. Deze kosten komen ten laste van het resultaat van de GR Sw 'Fryslân'. In 2024 zijn er extra kosten (€ 27.000) gemaakt voor het inwinnen van fiscaal advies en begeleidingskosten in het kader van de nieuwe DVO’s voor 2025-2029 en werkzaamheden in het kader van de wetswijziging gemeenschappelijke regelingen. In de begroting was geen rekening gehouden met deze extra kosten. In de gewijzigde begroting zijn de kosten aangepast van € 30.000 naar € 57.000. Financieringsfunctie Financieringsfunctie x € 1.000
Rente leningen Rente rekening courant Doorbelaste rentekosten Totaal
Realisatie 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2024
Realisatie 2023
0
0
0
2
-178 0 -178
0 0 0
0 0 0
-105 -2 -105
In 2024 is er geen lening meer, waardoor de rentekosten in 2024 nihil waren (2023: € 2.000) De rente rekening-courant heeft betrekking op de rentevergoeding voor schatkistbankieren. Het saldo van de financieringsfunctie over 2024 bedraagt € 178.000 positief (2023: € 105.000 positief).
30
5.7
Kengetallen
Bezetting Gemiddeld aantal Sw-ers: - in fte's - waarvan begel.werken (fte's) - in Se's
2024
2023
2022
2021
2020
1.242 103 1.340
1.327 105 1.430
1.384 106 1.491
1.466 110 1.578
1.560 117 1.677
1.294
1.382
1.442
1.529
1.630
Door derden gemeenten geplaatst bij Caparis in Se's Opdracht incl. derden in Se's
46 1.340
48 1.430
49 1.491
49 1.578
47 1.677
Ziekteverzuim Sw
15,80%
17,11%
18,80%
16,40%
14,20%
Opdracht/realisatie t.b.v. deelnemende gemeenten in Se's