CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ureterp - Fûgelliet Noord_ontwerp_2_compressed (1)

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Ureterp - Fûgelliet Noord (H)23.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.2.4 Zorgplicht Er kan een aantal niet beschermde of vrijgestelde soorten voorkomen in het plangebied, zoals verschillende soorten kleine zoogdieren, amfibieën en vissen. Voor schade aan deze soorten geldt in principe een vrijstelling. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door voorafgaand aan de werkzaamheden dekking te verwijderen. Hierdoor worden eventueel aanwezige dieren vooraf bewogen een andere verblijfplaats te zoeken. Voor de voorwaarden waaraan vrijstellingen moeten voldoen wordt verwezen naar Bijlage I.

3.3 Overzicht vervolgstappen De werkzaamheden kunnen binnen de kaders van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd, mits aan de hieronder genoemde vervolgstappen wordt voldaan. Voor meer detaillering en uitleg, zie de paragrafen hiervoor.    

Algemeen voorkomende broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart – 15 juli). Jaarrond beschermde boomnesten (roofvogels): Nader onderzoek. Vleermuizen: Voorkom lichtuitstraling richting boomholten (westelijke bomenrij). Indien desbetreffende bomen toch worden gekapt  nader onderzoek. Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht.

11

4 LITERATUUR EN BRONNEN Alterra (2015). Synbiosis kaartenmachine Natura 2000 | Beschermde gebieden. Via: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland.Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey- Nederland, Leiden FLORON (2015) Verspreidingsatlas planten. Via http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Korsten, E. en Regelink, J.R. (2010). Cursus herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en ander ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen Melis, J. & M.Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen in Fryslân. Bornmeer, Gorredijk. Natura 2000 gebieden https://www.natura2000.nl/gebieden/friesland Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur. Vleermuisprotocol 2021, 1 januari 2021.

www.gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.nl Kaarten betreffende gebiedsbescherming (Natuur overzichtskaart) provincie Fryslân https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=eb4e12aa6eea4591af7c0f 48ef6def54&extent=120990,533762,221778,617075,28992 RAVON (2009). Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën. In opdracht van het ministerie van LNV, Gegevensautoriteit Natuur. Verspreidingsatlas https://www.verspreidingsatlas.nl

12

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).

Vrijgestelde soorten provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.

-1-

Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Fryslân.

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat

Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker

Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen, niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.

Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.

-2-

Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.

Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.

Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.

Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De voor gemeenten belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.

Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.

-3-

NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.

-4-

86/252

Bijlage 4

87/252

Ecologisch onderzoek roofvogels

Br i efr ap p or t a ge N a d er O n d erz o ek Wy l p Ur et erp

Rho Adviseurs T.a.v. mevrou w G. v an Halteren Druifstreek 72 C 8911 LH LEEUWARDEN

D a t um Kenm erk Pr oje c tn r . Bet re f t

30 augustus 2022

RHO-NOURE 22152 Nader onderz oek Wet natuurbeschermi ng – boomnesten Wylp te Ureterp

B U R E A U F A U N A X B .V . Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden +3 1 6 8 3 7 7 2 5 4 8 info@faunax.nl www.faunax.nl

Gea c ht e mev ro uw V a n H al te re n, Op 8 j u ni 20 22 h eb be n we h et v erz oe k ge kre g en om e co lo gi sc h n ade r on der zoe k ui t te vo ere n na ar bo me n me t daar i n po te n ti ee l ja arro n d bes c her md n es t en i n h et p la n ge bi e d W yl p t e Ure ter p . Mi d de ls dez e bri ef n oti ti e wi l i k u g r aag o p de ho og te b re n ge n va n de r es ul ta te n va n di t on der zoe k . Ti jd e ns h et na der o nde rzoe k i s v as t ges te l d da t de des be tre ffe nd e bo om nes te n ni e t i n ge br ui k zi jn d oor ro ofv o ge ls /ui le n e n d at d eze daa rom gee n jaa rro n de be s c her mi n g ge ni e t e n . Ne ga ti e ve ef fe ct en v a n d e voo rg en om en wer k zaa mhe de n o p j aar ro nd b e sch er mde nes te n va n roof vo ge ls / ui le n k u n ne n daa ro m w ord e n ui t ge slo te n . Voor de v oor t ga n g v a n he t pr oje c t be te ke n t d i t, d at er va n ui t d e W e t na t uu r bes ch ermi n g ( W n b) gee n ver vo l gst a p pe n ( on t heffi n gsaa n vra ag ) n odi g zi j n. Me t i n ac h t nemi n g v a n de r an d voo rwa ar de n , wer k en b ui te n he t bro eds ei zo en e n he t na le ve n v a n de z or g pli c h t, ku n ne n de wer k zaa m he de n doo rg an g vi nd en . I k h oo p u z o vo ld oe nd e te he bb e n g eï n for mee rd . U k u n t ui t era ar d a l ti j d m et v r age n bi j o ns te re ch t .

Me t vri e n de li j ke gr oe t, An ge la Wi eri n ga

B ure a u Fa u naX B . V. © Bureau FaunaX B.V. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2022). Briefrapportage nader onderzoek Wet natuurbescherming/ Rho Adviseurs/ Boomnesten Wylp te Ureterp. Rapport 22152. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

Br i efr ap p or t a ge N a d er O n d erz o ek Wy l p Ur et erp

Methodiek Het o nd erz oe k na ar de aa nwe zi g hei d va n j aar ro nd bes c her m de nes t p laa ts e n va n roof vo ge ls / ui le n i s ui t gev oer d do or mi d de l v an o p ti ma le o nd erz oe k si ns pa n ni ng en . Di t o n der zoe k hee ft pl aats ge vo n de n aa n de h an d v a n twe e v el d bez o eke n o p 14 j uni en 7 ju li 20 2 2 . D e ve ld bez oe ke n zi j n af ge le g d on de r goe de weers om s ta n di g he de n, zo nde r re ge n , har de wi nd e n /of te ko ud e tem pe ra tu re n. Ti j de ns de ve ld be zoe ke n i s ge le t o p i n di ca ti es va n ac ti vi t ei t ( s por en) e n waar ne mi ng en v an ro o fvo ge ls /ui le n bi j de bo om nes te n . H i er bi j i s ge br ui k g em aa k t v a n e en v erre ki jk er .

Resultaten Ti jd e ns h et o n derz oe k zi j n g ee n r oof vo ge ls / ui le n w aar ge no me n i n of na bi j h et p la n ge bi ed . B i j d e boo m va n n es t 1 ( no or de li j ke nes t , fi g u ur 1) i s gee n (ro ofv og el )nes t aa nge tr offe n , w el li c ht da t he t nes t ui t d e boo m i s gew aai d . Te n ti j de va n de ve ld be zoe ke n z i j n ter p laa ts e o veri ge ns we l g roe ne s p ec h te n w aar ge no me n , waar o nde r ee n ui t gev l oge n jo n g, c o nti n u r oe pe n d ti j de ns he t ee rs te be zoe k . Mo ge li j k i s ee n va n de aa nwezi ge b oo mh ol te n i n de wes te li j ke b ome nri j bi n ne n he t p la n ge bi ed i n g eb rui k gewe es t a ls nes t do or de gro e ne s pe c h te n. D eze bo me n b li j ve n ui t ga a nd e v a n h et pl a n voo rn eme n b eh ou de n . B i j d e boo m va n n es t 2 ( oos te li j ke n es t, fi g u u r 1) i s n og we l e e n nes t aa ng et roff en , maar d eze b lee k ni et b eze t. Ov eri ge ns i s e r w el e e n a la rme re nd e ks t er paar me t jo n g ervo or o p de gro n d w a arg en om en . Waa rsc hi j n li j k i s he t nes t be ze t gewe es t d oor h et eks te rp aar . E ks ter nes t en ( c at eg ori e 5 ) ge ni et en jaa rr o n de bes c her m i ng a ls daa r zwaa rwe ge n de e c ol ogi s ch e re de ne n vo or zi j n .

Aa ng ezi e n e r i n de om gevi n g vo ld oe nd e a l ter na ti e ve n voo r nes t ge leg e nhei d aa nwe zi g zi j n , gaa n d e zw aarw eg en de rede n en i n de ze s i t ua ti e ni et o p . Di t nes t g e ni et da n oo k al le en ti j d e ns he t bro eds ei zo en b es c he r mi n g .

Figuur 1. Locaties potentiële jaarrond beschermde nesten op kaart. Nest 1 betreft het noordelijke boomnest en nest 2 het oostelijke boomnest.

Br i efr ap p or t a ge N a d er O n d erz o ek Wy l p Ur et erp

Vervolgstappen Op g ro nd v an he t ui t g evoe rd e na der o nd erz o ek k an d e a an wezi g hei d v a n j aar ro nd bes c her mde nes te n va n r oof vo ge ls / ui l en bi n ne n he t p la n ge bi ed Wy l p te Ure ter p wor de n ui t ges l ot en . N ader e ver vo lg st a p pe n ( on t heffi n gsaa n vra ag) z i jn ni e t va n toe p assi ng . H et v erdi e n t d e o p mer ki n g da t er we l re k eni n g ge ho ud e n di e nt te w or de n me t d e z or g pli c ht e n d e b roe d peri ode v a n v o ge ls w aar va n de ne st en gee n ja arr on de bes c her mi n g ge ni e te n , maa r w el b esc he rm d z i jn bi j ee n a cti e f bro ed sel . A fh an k eli j k va n de s oor t e n me te o r olo gi s c he o ms ta n di g he de n loo p t de b roe d peri ode va n 15 maa rt to t 15 j u li . S om mi g e s o ort e n ku n ne n e ch ter e erde r of h et ja ar br oe d en . Ee n bro ed ge va l i s al ti jd be s ch erm d . W an n eer hi er rek e ni n g mee ge ho u de n w or dt ku n ne n de w er kz aam he de n va n ui t d e na t uu rwe t gevi n g gezi e n do or ga n g vi n de n.

Samenvatting •

•

De aa nw ezi g hei d va n j aarr on d bes c her m de n est e n va n roo fv oge ls / u i le n bi nn en he t p la ng ebi ed k a n o p bas i s va n he t ui tg ev oer de na der o n derz oe k wo rde n ui t ges l ot en . Er h oef t g een o n the ffi ng aa n de Wet n at u ur bes c her mi n g te w or de n aa nge vr aa gd . Ui t voeri n g b ui t e n d e b roe d peri o de : Ti j de ns d e ui t voeri n g va n de vo org en om en wer kza am he de n di e n t rek e ni n g ge ho u de n te wor de n m et d e z or gp li ch t e n d e bro ed p eri o de va n vo ge ls w aar va n de n est en g een ja arr on de b esc he r mi n g ge ni e te n, m aar we l bes ch erm d zi j n ti j de ns de ze peri od e. Af ha n ke li j k va n de s oor t en me te oro lo gi s ch e o m s ta n di g he de n lo o pt de ze p eri od e v a n 15 ma ar t to t 15 j u li . So mmi ge s oor te n k u n n en ec h ter eer de r of he t jaa r bro ede n . Ee n br o ed gev al i s al ti j d bes c her md .

Bijlage 5

91/252

Bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek aan de Wylp in Ureterp (nieuwbouw woningen)

Rapportnummer: Status: Datum:

220513/JvdM Definitief, versie 1 25 augustus 2022

Opdrachtgever:

Rho Adviseurs Druifstreek 72C 8911 LH LEEUWARDEN

Realisatie:

WMR Rinsumageest bv Van Aylvawei 40 9105 KT RINSUMAGEAST T 0511 - 425050 F 0511 - 424184 I www.wmr.nl E milieu@wmr.nl

COLOFON Project: Opdrachtgever: Rapportnummer: Auteur: Projectleider: Handtekening:

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp Rho Adviseurs 220513/JvdM J.J. van der Mei D.T. van der Mei

Datum:

25 augustus 2022

Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. De activiteiten van WMR Rinsumageest bv zijn gewaarborgd middels de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001 Kwaliteitsmanagementsystemen VCA**: Veiligheids Checklijst Aannemers SC-530: SCA Procescertificaat Asbestverwijdering SVMS-007: Procescertificaat Slopen BRL SIKB 1000: Procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen BRL SIKB 2000: Procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 6000: Procescertificaat Milieukundige begeleiding van bodemsaneringen BRL SIKB 7000: Procescertificaat Uitvoering Bodemsaneringen en lidmaatschap van:

Vereniging Van Milieu Adviesbureaus Bouwend Nederland

BRL SIKB 2000

Rapportnummer : 220513/JvdM

Blad : III

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ..................................................................................................................................................................1 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek............................................................................................1 1.3 Kwaliteitswaarborg .....................................................................................................................................1 1.4 Opbouw van het rapport ............................................................................................................................ 1

2

VOORONDERZOEK .....................................................................................................................................................2 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................................2 2.2 Algemene locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.3 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................................2 2.4 Actuele situatie en historische situatie ......................................................................................................2 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie ................................................................................3 2.6 Voorgaande bodemonderzoeken ...............................................................................................................3 2.7 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................................... 3 2.8 Opstelling onderzoekshypothese ...............................................................................................................3

3

VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .........................................................................................................4 3.1 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................................. 4 3.2 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................4

4

TOETSINGSKADER .....................................................................................................................................................6

5

ANALYSERESULTATEN EN TOETSING.........................................................................................................................7 5.1 Grond ..........................................................................................................................................................7 5.2 Grondwater ................................................................................................................................................7

6

SAMENVATTING EN CONCLUSIE ...............................................................................................................................8 6.1 Samenvatting ..............................................................................................................................................8 6.2 Evaluatie .....................................................................................................................................................8 6.3 Conclusie ....................................................................................................................................................9 6.4 Aanbevelingen ............................................................................................................................................9

Bijlagen:

1. Kadastrale kaart 2. Situatietekening 3. Boorprofielen 4. Analysecertificaten 5. Toetsingsresultaten

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp

WMR Rinsumageest bv

Rapportnummer : 220513/JvdM

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

Blad : 1 van 9

In opdracht van Rho Adviseurs is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Wylp in Ureterp. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) en NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). 1.2

Aanleiding en doelstelling van het onderzoek Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van woningen op de locatie. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen plannen.

1.3

Kwaliteitswaarborg Het veldwerk is uitgevoerd conform de SIKB-protocollen 2001 en 2002. WMR Rinsumageest bv is voor uitvoering van de veldwerkzaamheden bij (water)bodemonderzoek gecertificeerd door het KIWA volgens de BRL SIKB 2000 (certificaatnummer K9198). Het procescertificaat van WMR Rinsumageest bv en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. WMR Rinsumageest bv is op geen enkele wijze gelieerd of gekoppeld aan de opdrachtgever. Ook bestaan er geen eigendomsverhoudingen met betrekking tot het te onderzoeken terrein. Hiermee wordt voldaan aan de onafhankelijkheidseisen uit de BRL 2000. Daarnaast is in het belang van een gewaarborgde functiescheiding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer geen sprake van een directe relatie (opdracht uit eigen organisatie). De analyses zijn uitgevoerd conform AS3000 in het erkende laboratorium van Eurofins Analytico.

1.4

Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • De uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); • Het toetsingskader (hoofdstuk 4); • De analyseresultaten en de toetsing (hoofdstuk 5); • Een samenvatting van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6). De bijbehorende tekeningen, boorprofielen en analysecertificaten zijn als bijlage opgenomen.

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp

WMR Rinsumageest bv

Rapportnummer : 220513/JvdM 2 2.1

Blad : 2 van 9

VOORONDERZOEK Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen.

2.2

Algemene locatiegegevens In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen, waarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik

2.3

Wylp, Ureterp Gemeente Ureterp, sectie A, nummer 5390 Circa 1,4 ha Landbouw grond

Geraadpleegde bronnen Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Opdrachtgever • Locatie-inspectie (gecombineerd met veldwerk) • Bodeminformatiesysteem Provinsje Fryslân (Nazca-i) • Google Earth/Streetview/Maps • Dinoloket • Het Kadaster (www.kadaster.nl)

2.4

Actuele situatie en historische situatie De onderzoekslocatie aan de Wylp bevindt zich ten noordoosten van de dorpskern van Ureterp en is in gebruik als grasland. Uit historisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl) blijkt dat de locatie niet eerder bebouwd is geweest. Op de locatie zijn geen boven- en/of ondergrondse tanks aanwezig (geweest). Tevens is er geen aanleiding om asbesthoudende materialen op en/of in de bodem te verwachten. PFAS In opdracht van de Fumo is onderzoek verricht naar het voorkomen van PFAS in de provincie Fryslân. Het onderzoek is uitgevoerd door Antea Group (23 januari 2020, projectnummer 0457469.100). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de gemiddelde gehalten aan PFAS in Fryslân lager of gelijk zijn aan de door het ministerie vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden. Hiermee is grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart weer mogelijk. Voor de locatie aan de Wylp zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. PFAS is onder andere water-, vet- en vuilafstotend. Ze zitten in verschillende producten. Bijvoorbeeld in smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Toekomstige situatie Het ligt in de bedoeling om woningen op de locatie te realiseren.

De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1,4 hectare. Omliggende percelen Aan de noord- en westzijde van de locatie bevinden zich weilanden. Aan de zuidzijde zijn woningen gesitueerd en aan de oostzijde bevinden zich sportvelden. Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn geen gegevens bekend omtrent milieuverdachte activiteiten en calamiteiten. In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen.

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp

WMR Rinsumageest bv

Rapportnummer : 220513/JvdM 2.5

Blad : 3 van 9

Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie De regionale bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie is afgeleid uit ondergrondgegevens van het Dinoloket (boring B11E1054). De resultaten tot 2,2 m -mv zijn in tabel 2.2 weergegeven. Tabel 2.2: Bodemopbouw omgeving onderzoekslocatie Diepte (m -mv)

Lithologie (textuur)

Lithostratigrafie

0,0 - 1,0 1,0 - 2,2

Zand Leem

Formatie van Boxtel Formatie van Drente

Uit het grondwaterbeschermingsplan van de provincie Groningen blijkt dat de locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied ligt. De grondwaterstroming van het freatisch grondwater is niet bekend. De grondwaterstroming wordt in de regel met name bepaald door lokale watergangen en voorkeursstromingen (als gevolg van o.a. vijvers en sloten). 2.6

Voorgaande bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in 2002 een verkennend bodemonderzoek (Grontmij, rapportnr. 03/1592-1, 7 maart 2002) uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat maximaal licht verhoogde gehalten en concentraties zijn gemeten.

2.7

Conclusie vooronderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn er geen aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging. De locatie wordt als onverdacht voor bodemverontreiniging beschouwd.

2.8

Opstelling onderzoekshypothese Conform de NEN 5740 is voor de onderzoekslocatie een onderzoekshypothese met een onderzoeksstrategie opgesteld welke in tabel 2.3 worden weergegeven. Tabel 2.3: Onderzoekslocatie met onderzoeksstrategie (Deel-)locatie Oppervlakte (in ha) Verdacht/onverdacht Onderzoekslocatie Circa 1,4 Onverdacht ONV-GR-NL Grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie

Aard verwachte stoffen -

Onderzoeksstrategie ONV-GR-NL

Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Vooralsnog is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem conform NEN 5707. Bij de uitvoering van het veldwerk dient aandacht te worden besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp

WMR Rinsumageest bv

Rapportnummer : 220513/JvdM 3 3.1

Blad : 4 van 9

VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende monsternemer J.R. Duinstra volgens de SIKB-protocollen 2001 en 2002. Hij werd hierbij geassisteerd door de veldwerker in opleiding, J. Wiersma. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 juli 2022. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor. De grond van de boringen is per bodemlaag bemonsterd met een maximaal bemonsteringstraject van 0,5 meter. De peilbuizen zijn, na voldoende doorpompen, bemonsterd op 13 juli 2022 met behulp van een slangenpomp. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden (Deel-)locatie (oppervlakte)

Veldwerkzaamheden Uitvoering boring met peilbuis boring tot 2,0 m -mv boring tot 0,5 m -mv

Onderzoekslocatie (circa 1,4 ha)

Aantal 3 4 16

Codering boring nrs. 1 t/m 3 nrs. 4 t/m 7 nrs. 8 t/m 23

De situering van de onderzoekslocatie en de boringen is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Zintuiglijke waarnemingen Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en asbestverdachte materialen. Hierbij zijn in meerdere boringen puinrestanten (baksteen) aangetroffen. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen. De bodemkundige beoordeling van de boringen is weergegeven op de boorprofielen in bijlage 3. Veldmetingen grondwater In tabel 3.2 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3.2: Resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis

Filterstelling (cm -mv)

Grondwaterstand (cm -mv)

pH (-)

Ec (mS/cm)

Troebelheid (NTU)

1

400 - 500

200

6,63

1.032

>10

2

300 - 400

230

6,71

1.027

>10

3

400 - 500

240

6,46

1.056

>10

De gemeten waarden voor de zuurgraad en geleiding zijn normaal voor de omgeving waarin de onderzoekslocatie zich bevindt. De troebelheid van de grondwatermonsters voldoen niet aan de verwachte natuurlijke waarde (0-10 NTU). Het meten van een verhoogde troebelheid is overigens niet bezwaarlijk maar kan gebruikt worden bij de interpretatie van de analyseresultaten. 3.2 Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico. De samenstelling van de te analyseren monsters heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van het veldonderzoek. De monsters zijn dusdanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In tabel 3.3 op de volgende pagina is de samenstelling van de (meng)monsters en de analysepakketten weergegeven.

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp

WMR Rinsumageest bv

Rapportnummer : 220513/JvdM

Blad : 5 van 9

Tabel 3.3: Samenstelling (meng)monsters en analyses Codering

Deelmonster: boring met monstertraject

Analysepakket

(meng)monster (cm -mv) MMbg1 1, 2, 4, 5, 8, 9, 10, 13, 14, 16 (0-50) NEN 5740 basispakket grond* MMbg2 3, 6, 7, 11, 12, 15, 19, 20, 21, 22 (0-50) NEN 5740 basispakket grond MMog1 1, 2, 5 (50-100), 4 (50-70) NEN 5740 basispakket grond MMog2 3, 6, 7 (50-100) NEN 5740 basispakket grond Peilbuis 1 Peilbuis 1 (filter: 400-500) NEN 5740 basispakket grondwater** Peilbuis 2 Peilbuis 2 (filter: 300-400) NEN 5740 basispakket grondwater Peilbuis 3 Peilbuis 3 (filter: 400-500) NEN 5740 basispakket grondwater * droge stof, zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, PAK-10, PCB, organisch stofgehalte en lutum ** zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, aromatische en chloorhoudende verbindingen, zuurgraad en geleiding

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.

Verkennend bodemonderzoek Wylp, Ureterp

WMR Rinsumageest bv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=631ba470-9a12-438d-8eed-5e1785bf9f32