CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Schaapskooi

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen (H)13.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

In de top van het dak van de schaapskooi is een uilenbord aanwezig. Gezien de krassen op het bord rondom het gat, wordt de schaapskooi gebruikt door uilen. In de kooi is een uilenkast aanwezig. De rieten kap is verder ongeschikt voor vogels om in of op te nestelen.

Afb 10: Poepsporen onder de windveer en uitstekend nestmateriaal

Afb 11: Idem

12

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 12: Geen nesten, wel poepsporen op balkhout

Afb 13: Uilenbord. Rondom het gat krasjes

13

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 14: Uilenkast

4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen Door het ontbreken van onder andere waterpartijen in de directe nabijheid van het pand en/of vergraafbaar zand is deze locatie ongeschikt voor (beschermde) amfibieën, vissen en reptielen.

4.4.3 Vleermuizen In de gepotdekselde buitenwanden zijn ter plaatse van de doorbraak geen openingen aanwezig welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen om in en uit te vliegen. Ook de aansluiting met het dak is erg dicht. Ook binnen zijn ter plaatse van de doorbraak geen geschikte openingen aanwezig. Elders in het gebouw kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Denk hierbij aan de windveren waar ook Huismussen achter zijn gekomen.

14

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 15: Gepotdekselde planken zijn erg dicht

Afb 16: Ook in de aansluiting met het dak geen openingen

15

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 17: Binnen ter plaatse van de doorbraak ook geen geschikte openingen voor vleermuizen

4.4.4 Grondgebonden zoogdieren Rondom en in het gebouw zullen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan muizen.

16

16 december 2021

5

Toetsing soortbescherming

5.1

Vaatplanten

Flora & Fauna Quickscan

Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten. Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming.

5.2

Vogels

5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Er zijn in de achtergevel en vermoedelijk in de schaapskooi enkele nesten aanwezig van Huismussen. Echter blijven deze nesten onaangetast door de beoogde werkzaamheden. Ter plaatse van de doorbraak zijn geen nesten aanwezig. Gezien de sporen op het uilenbord wordt de schaapskooi bezocht door uilen. Vermoedelijk Kerkuilen. Het uilenbord en de uilenkast blijven door de beoogde plannen onaangetast. Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.

5.2.2 Alle broedende vogels met nesten Het is mogelijk dat er nesten van algemene broedvogels aanwezig zijn in de schaapskooi. Echter zijn deze niet direct aangetroffen en in ieder geval afwezig ter plaatse van de beoogde doorbraak. Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.

5.3

Amfibieën, vissen en reptielen

Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 uit de Wet Natuurbescherming.

17

16 december 2021

5.4

Flora & Fauna Quickscan

Zoogdieren

5.4.1 Vleermuizen Er ontbreken in/uitvliegopeningen in ter plaatse van de beoogde doorbraak in het gebouw. Het is uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen zijn ter plaatse van locaties waar de doorbraak dient te komen. Elders in het gebouw, bijvoorbeeld ter plaatse van windveren kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen zitten. Echter deze locaties blijven ongewijzigd. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 uit de Wet Natuurbescherming.

5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.

18

16 december 2021

6

Conclusie/Advies

6.1

Conclusie/Advies/Tips

Flora & Fauna Quickscan

Met betrekking tot de ecologie is er geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.

6.2

Tips

Om je steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit kunnen bij de nieuwbouw diverse maatregelen getroffen worden ten gunste van bepaalde soorten. Ook wel Natuurinclusief bouwen genoemd.

6.2.1 Huismus / Gierzwaluw Maatregelen ten gunste van de Huismus / Gierzwaluw: - Bij gebruik van een pannendak: laat een eventueel vogelschroot achterwege of monteer deze op de 2e panlat zodat Huismussen vanuit de goot onder de pannen kunnen komen. - Bij gebruik pannendak: gebruik nestpannen. - Geen hellende daken?: metsel mussenkasten of gierzwaluwkasten in de gevel. - Zorg voor een gevarieerde beplanting in de tuin (kruiden, struiken en bomen). Met voldoende schuilmogelijkheden voor de Huismus. Weinig ruimte? Gebruik bijvoorbeeld kant en klare schuttingdelen met klimop

Afb 10: Vogelschroot op tweede panlat

Afb 11: Schuttingdelen met klimop

19

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 12 + 13: Gierzwaluwkasten ingemetseld (worden ook gebruikt door Huismussen)

6.2.2 Vleermuizen Voor de vleermuizen is het mogelijk om op nader te bepalen locaties vleermuiskasten op te hangen of uitgebreide vleermuisverblijfplaatsen in te metselen in de gevel.

Afb 14: Vleermuiskast

6.2.3 Algemeen Zorg bij de inrichting van het terrein voor een gevarieerde aanleg door onder andere te variëren met kruiden, struiken en boompjes. Probeer zoveel mogelijk gebiedseigen soorten te gebruiken. Om de aantrekkingskracht op insecten en daardoor ook vogels te vergroten.

6.3

Advies voor/tijdens de realisatiefase

Bovenstaande maatregelen zijn indicatief. Graag adviseert Vonk Groenservice meer in detail als men verder wil met Natuurinclusief bouwen. Tevens toezicht tijdens de bouw voor een correcte uitvoering van de maatregelen behoort tot de mogelijkheden. 20

Bijlage 2 Watertoets

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure 2. Advies aanbrengen toename verharding

Op basis van onderstaande locatie

17-04-2023 15:46

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het plan uitsluitend over de functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte?

nee

Verwacht je een toename van verharding in het plan?

ja

Is er sprake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater?

nee

Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd?

nee

Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt?

nee

Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken?

nee

Raak je de laag primaire waterkeringen?

nee

Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen?

nee

Raak je de laag hoofdwateren?

nee

Raak je de laag rioolwaterpersleidingen?

nee

Raak je de laag Grondwaterbeschermingsgebied?

nee

Raak je de laag Kaderichtlijn water?

nee

Raak je de laag vrij voor de boezem?

nee

Raak je de laag waterzuiveringsobject?

nee

17-04-2023 15:46

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Normale procedure Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden.

Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals dijken, gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving.

Onder ‘details’ van de samenvatting aanvraag staat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of besluit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies.

Daarnaast moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor sommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevingsloket online www.omgevingsloket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie

17-04-2023 15:46

3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: • • •

Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen.

Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compenseren. Als je niet compenseert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het snel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover kun je vinden op de Friese klimaatatlas

Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https://www.wetterskipfryslan.nl/ over-de-site/privacyverklaring

17-04-2023 15:46

4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 2. Advies aanbrengen toename verharding Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina

Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bestaande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (stedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunningsplicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https:// www.wetterskipfryslan.nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets_2013.pdf

17-04-2023 15:46

5

https://dewatertoets.nl

Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie vormvrije Mer

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Uitbreiding schaapskooi Oan ‘e Wyk Bakkefean.

Datum: 1 december 2021 Auteur: Michel Krol.

Pagina 1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Aanleiding ............................................................................................................................................ 3 M.e.r.-beoordeling. ............................................................................................................................. 3 Milieueffectbeoordeling. ......................................................................................................................... 5 2.1. Kenmerken van het project .......................................................................................................... 5 2.1.1. Cumulatie met andere projecten. ......................................................................................... 6 2.1.2. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ................................................................................... 6 2.1.3. Productie van afvalstoffen .................................................................................................... 6 2.1.4.

Verontreiniging en hinder ..................................................................................................... 7 2.1.5. Risico van ongevallen ............................................................................................................ 7 2.2. Plaats van het project ................................................................................................................... 8 2.2.1. Bestaande grondgebruik ....................................................................................................... 8 2.2.2. Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. .......................................................................................................... 8 2.2.3. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. ............................................................... 8 2.3. Geohydrologische effectenstudie .......................................................................................... 10 2.4. Ecologische effectenstudie ..................................................................................................... 10 2.5. Ecologische effecten op overige natuurwaarden................................................................... 11 2.6.

Effecten op archeologische en landschappelijke waarden .................................................... 11 2.7. Kenmerken van het potentiële effect .................................................................................... 11 Conclusie ............................................................................................................................................... 12

Pagina 2

Inleiding Aanleiding It Fryske Gea bezit sinds begin jaren ’80 een schaapskooi op de rand van het Mandefjild te Bakkefean (Jarig v.d. Wielenwei 2). Het heeft tot 1990 geduurd voordat de schaapskooi ook als zodanig in gebruik in genomen. Als Erkend Fokstation voor het zeldzame huisdierras het Drentse heideschaap helpt It Fryske Gea om de unieke raseigenschappen van dit 3000 jaar oude schapenras te behouden. Deze kudde van 125 dieren begraast de Bakkefeansterdúnen en it Mandefjild in zowel de terreinen van It Fryske Gea, alsook Staatsbosbeheer. Het is de enige in werking zijnde schaapskooi in de Provincie Fryslân. De eigendommen heideveld van It Fryske Gea beperken zich niet tot Bakkefean, maar tot 2019 werden deze overige IFG-eigendommen in de gemeentes Ooststellingwerf, Heerenveen, Weststellingwerf en Opsterland op verschillende wijzen, losstaand van de kooi in Bakkefean behartigd. In 2019 heeft It Fryske Gea om verschillende redenen gekozen om het heidebeheer van al haar terreinen prioriteit te geven om dit unieke cultuurlandschap te behouden voor de toekomst. De 50 jaar stikstof en zwaveldepositie, warmere voorjaren en een volwassen wordende omgeving van (ruilverkavelings)bos leiden tot het versneld dichtgroeien van de heide en zonder een duidelijke intensivering van het heidebeheer zou Fryslan haar heides en de daarvoor typische flora- en faunawaarden verliezen.

Vanwege de landschappelijke kwaliteit en daarbij gepaard gaande natuurwaarden worden de heides bij It Fryske Gea beheert volgens het eeuwenoude principe van een schaapskudde met herder. Deze kudde van 250 dieren migreert in het zomerseizoen van heideveld naar heideveld, gebruik makende van een soort mobiele schaapskooi. Deze mobiele schaapskooi is uniek in Nederland en simuleert optimaal de rol van de schaapskooi in het plaggenlandbouwsysteem waardoor de heides in Nederland zijn ontstaan. Deze gescheperde kudde werd na het graasseizoen (grofweg van mei tot eind oktober) binnen een omrasterd gebied (Delleboersterheide) geplaatst om de winter door te komen. Met de komst van de wolf naar Fryslân is dit niet meer mogelijk. In juli 2020 heeft de kudde van It Fryske Gea een confrontatie met een wolf gehad en dit leidde, los van de 7 dodelijke slachtoffers, tot een voortdurende stress en onrust in de kudde die nog maanden heeft aangehouden. It Fryske Gea ziet voor deze winterperiode een oplossing in het ’s winters onderbrengen van deze kudde in Bakkefean, waarbij de grootte van de kudde in Bakkefean sterk verkleind wordt. Omdat de huidige kooi qua grootte onvoldoende is om 250 dieren te houden en te laten lammeren, vraagt It Fryske Gea een vergunning aan voor het vergroten van de schaapskooi en het uitbreiden van de milieuvergunning.

M.e.r.-beoordeling. a) Kenmerken van het project. Bij het project zijn de volgende kenmerken in beschouwing genomen: • de omvang van het project, • de cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, • de productie van afvalstoffen, • verontreiniging en hinder, • risico van ongevallen, vooral gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. b) Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, zijn in het bijzonder in overweging genomen: • het bestaande grondgebruik, Pagina 3

• • •

relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: o Wetlands; o Kustgebieden; o Berg- en bosgebieden; o Reservaten en natuurparken; o Gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn) o Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; o Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; o Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

c) Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project zijn in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging genomen: • het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), • het grensoverschrijdende karakter van het effect, • 'de waarschijnlijkheid van het effect, • duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Pagina 4

Milieueffectbeoordeling. Aan de hand van de in paragraaf 1.2 genoemde inhoudelijke vereisten worden hieronder de eventuele nadelige gevolgen voor het milieu beschreven van de ontgronding.

2.1. Kenmerken van het project De schaapskooi Oan ‘e Wyk ligt op de meest noordoostelijke rand van het Mandefjild, aan de Jarig v/d Wielenwei 2 te Bakkefean. Dit is rood omcirkeld in onderstaande figuur:

Figuur 1. Kaart van de N2000-begrenzing Bakkeveense Duinen.

Het huidige bouwblok valt buiten de Natura2000 en EHS/NNN-begrenzing, maar dit geldt niet voor de beplande nieuwbouw. Deze zal binnen de Natura2000 en EHS/NNN-begrenzing komen te liggen. Navraag bij de Provincie leert dat dit geen bezwaar op hoeft te leveren, als het bouwwerk ten dienste staat van het beheer en de natuurresultaten in het betreffende N2000-gebied, èn er geen significante schade optreedt aan de instandhoudingsdoelen vanuit N2000 voor het gebied, evenals significante schade aan overige beschermde natuurwaarden. Hiervan is geen sprake, omdat de oppervlakte waarop het bouwproject geprojecteerd is, thans bestaat uit bestrating van betonklinkers en stelconplaten, omzoomd met soortenarm grasland. De huidige kooi vervult een faciliterende rol in het bieden van nestgelegenheid voor boeren- en huiszwaluw, evenals de kerkuil. Uitbreiding van de kooi kan ter plaatse zodoende ook nog een bescheiden verhoging van de biodiversiteit ter plaatse opleveren, maar dit is geen doel op zich.

Pagina 5

Figuur 2. Kaart van Natuurbeheerplankaart 2022 (EHS/NNN)

Door de voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi is het mogelijk om ’s winters 250 ooien met lammeren te huisvesten. Qua bedrijfsvoering ziet het er dan zo uit dat na de tijdens de lammertijd de niet drachtige dieren vanaf eind april al worden verplaatst naar een heideveld van It Fryske Gea, elders in Zuidoost Fryslân. Deze worden later aangevuld met de ooien met lammeren. Een klein deel van de dieren (o.a. de ramlammeren) blijft achter in Bakkefean gedurende het graasseizoen. Deze dieren gaan aan het einde van het graasseizoen weg, als de gescheperde kudde weer ‘thuis’ komt. Dat houdt in dat er ’s winters 250 dieren + lammeren in de kooi aanwezig zijn, en gedurende het graasseizoen ongeveer 100.

2.1.1. Cumulatie met andere projecten. Er zijn geen vergelijkbare projecten in de omgeving bekend. Er is daarom geen sprake van cumulatie met andere projecten, met een vergelijkbaar doel en/of kader.

2.1.2. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Er wordt om de bouw mogelijk te maken een betonvloer en fundering gestort. Hiervoor zal de dunne bouwvoor worden afgeschild en plaatselijk voor de fundering tot de vorstgrens worden ontgraven. Dit vrijkomende woudzand wordt in de directe omgeving van de kooi terreinvolgend verwerkt, over een zodanig grote oppervlakte dat dit visueel niet meer te onderscheiden is van het ‘oorspronkelijke’ maaiveld. Deze manier van gebruik van de natuurlijke hulpbronnen heeft geen gevolgen voor het milieu. Afhankelijk van de discussie met de brandweer over de voorwaarden als gesteld in het Bouwbesluit van 2012, betreffende de brandklasses van te de toe te passen bouwmaterialen bij de bouw van een stal, zal gebruik gemaakt worden van lokaal gewonnen hout. Denk hierbij aan lariks, douglas en grove den uit eigen veld. Een deel van dit benodigde hout zal aangevoerd worden vanuit andere Fryske Gea eigendommen in de omgeving en ter plaatse tot bruikbare afmetingen worden verwerkt, middels een mobiele zaaginstallatie.

2.1.3. Productie van afvalstoffen Bij de bouw worden, afhankelijk van de uiteindelijke keuze van de toe te passen bouwmaterialen, Pagina 6

bouwafval worden geproduceerd. Deze wordt conform de wettelijke eisen en regels afgevoerd naar erkend afvalverwerkers. Als de brandweer akkoord gaat met de toepassing van hout, zullen de afvalstoffen beperkt zijn tot onbehandeld hout en resten puin van het opmetselen van het trasraam. Dit zijn chemisch inerte, milieuongevaarlijke en opnieuw bruikbare bouwstoffen. De discussie rondom de brandklasses als gevolg van het gestelde in het Bouwbesluit 2012 komt voort uit de stalbranden die er in de agrarische sector hebben plaatsgevonden en die om meerdere redenen voorkomen dienen te worden. De geïsoleerde stallen in de bio-industrie zijn bouwtechnisch veel complexer en potentieel brandgevaarlijker dan de enkelschils bouwwijze van een traditioneel gebouwde schaapskooi. Vanuit esthetiek, historisch besef en landschappelijke in passing heeft de traditionele bouwwijze de voorkeur en daarom wordt er gezocht naar een methode om het potentiële brandgevaar te objectiveren en te reduceren. Gemakshalve gaat It Fryske Gea er vooralsnog vanuit dat dit gaat lukken.

2.1.4. Verontreiniging en hinder De uit te breiden schaapskooi werkt middels het aloude potstalsysteem, waarbij de schapen ’s nachts keutelen op stro. Het dieet van Drentse heideschapen verschilt qua koolstof en stikstof significant van wat regulier agrarisch gehouden schapen eten. Door het relatief stikstofarme dieet van Drentse heideschapen op de heides van It Fryske Gea en Staatsbosbeheer en de raseigenschap dat dit type schapen niet tot nauwelijks drinkt, is de mest behoorlijk vast. Het geringe vocht wat vrij komt, wordt in ruime mate opgenomen in de regelmatig van een nieuwe laag stro voorziene strobodem in de potstal. Van perculaatvocht is zodoende geen sprake. Bovendien is bodem van zowel de huidige stal, als het uitbreidingsdeel een waterdicht afgewerkte betonvloer, dus is er in geen enkel scenario verontreiniging van de bodem en/of het grondwater te verwachten. Er zal voor het houden van meer dieren een melding Activiteitenbesluit gedaan worden bij de gemeente. Bij aanvraag van de Omgevingsvergunning voor de bouw zal dit automatisch meegenomen worden. Indien de brandweer dwingt tot de keuze voor geïmpregneerde bouwmaterialen zal er wel sprake zijn van verontreiniging, omdat deze impregneermiddelen onder weersinvloeden in de loop der jaren afspoelen met het regenwater en zo de omgeving rondom de kooi langzaam maar gestaag verontreinigen.

Bovendien zijn deze stoffen milieuvreemd en zodoende toxisch voor in het water levende dieren.

2.1.5. Risico van ongevallen Het risico op ongevallen wordt tijdens de bouw beperkt door een V&G-plan van de aannemer. Er zijn geen opslaglocaties van gevaarlijke stoffen in de directe omgeving aanwezig en er zijn zodoende geen extra risico’s op het ontstaan van ongevallen.

Pagina 7

2.2. Plaats van het project 2.2.1. Bestaande grondgebruik De te bebouwen oppervlakte ligt in het bestemmingsplan Buitengebied 2014 van de gemeente Opsterland met de enkelbestemming “Natuur”. De bestaande schaapskooi ligt binnen de enkelbestemming “Bedrijf”. Verder valt het gehele plangebied onder dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. Het gaat hier om behoud, herstel en uitbouw van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden met reliëf. Het uitgraven van de fundering is mogelijk in strijd met het bestemmingsplan, omdat de grenzen van de te bebouwen oppervlakte buiten de bestemming “Bedrijf” valt, waarvoor een uitzondering op het strijdig gebruik is geformuleerd. Bij de gemeente dient nog nagevraagd te worden wat precies onder “afgraven” van gronden wordt verstaan. Het uitgraven van de fundering zal zich waarschijnlijk beperken tot de velslaag, die zeer ondiep is op de locatie (25 cm – mv). Indien vanuit de berekening van de constructeur blijkt dat zwaardere fundering nodig is, zal gebruik gemaakt worden van een palenfundering met betonstrook onder de veldmuren. Dan is ook de te ontgraven diepte beperkt. De ‘pot’ zal ca 40 cm onder het huidige maaiveld ontgraven worden.

2.2.2. Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. De voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi heeft geen gevolgen voor eventuele natuurlijke hulpbronnen in het gebied. De voorgenomen voorkeur voor het gebruik van hout uit eigen bos past binnen de gedragscode en het beheer voor duurzaam bosbeheer.

2.2.3. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. De uitbreiding van de schaapskooi heeft geen gevolgen voor het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Hoewel de bouw plaatsvindt in een gevoelig gebied, is de bouw een gevolg van het te voeren natuurbeheer en draagt het zodoende bij aan de robuustheid van het gebied. Van ammoniak en/of stikstofuitstoot is geen sprake door het dieet en de raseigenschappen van het Drents heideschaap. Het beheer met heideschapen gebeurt juist om de gevolgen van de verhoogde stikstofdepositie te bestrijden. (O.a. Vergrassing en verbossing van de heide). Binnen het Natura 2000-beheerplan Bakkeveense Duinen wordt de staat van instandhouding voor het habitattype N2310 Stuifzandheiden met struikheide voor het deelgebied “Heide fan Allardseach” als matig gunstig beoordeeld en de heide van deelgebied Bakkefeansterdunen als gunstig. De achtergronddepostitie is hoger dan de kritische depositiewaarde. Het aspect voedselrijkdom wordt als zodanig dan ook als ‘ongunstig’ beoordeeld. Dit houdt in dat de kwaliteit van de heides onder het huidige beheer redelijk tot goed is, maar dat er geen reden is om op de lauweren te rusten. Sterker nog, een intensivering van het beheer is nodig om het vereiste kwaliteitsniveau te handhaven of te bereiken.

Op pagina 46 van het beheerplan wordt het heidebeheer nader omschreven: “Het grootste deel van de Bakkeveense Duinen vormt één begrazingseenheid, waar jaarrond begraasd wordt met een schaapskudde, pony’s en koeien 1. De ligging van de schaapskooi op de Heide van Allardseach leidt tot een gradiënt in begrazingintensiteit van oost naar west. Geregeld worden delen vergraste heide gemaaid (m.n. op de Heide fan Allardseach) en een enkele keer wordt geplagd. …. Zonder een dergelijk beheer zullen de habitattypen in relatief korte tijd vergrassen en verbossen”.

1

Deze koeien zijn er inmiddels al jarenlang niet meer.

Pagina 8

Naast de ligging in het N2000-gebied Bakkeveense Duinen zijn er geen overige gebieden met een Natura2000-status in de directe omgeving. Het Wijnjeterper Schar ligt op 9 km afstand van de bouwlocatie en het Drents Friese Wold op 10 km. Een negatief effect op deze gebieden is uitgesloten. Indirect is er wel een positief effect op een deelgebied van het Drents Friese Wold, te weten de Schaopedobbe. De gescheperde kudde waar de uitbreiding van de schaapskooi onderdak aan moet bieden begraast in het groeiseizoen bijna 70 hectare heide en natuurontwikkeling in het gebied en draagt bij aan de instandhouding van de Habitattypes H2310 Stuifzandheides met struikheide en H4030 Droge heide. Daarnaast begraast de kudde binnen de NNN nog op de Kapellepôle (4 hectare), Hulstreed (2 ha), Delleboersterheide (40 ha), Ketlikerschar (14 ha) en Ketlikerheide (20 ha) en in de Lendevallei (2 ha). Hiervoor zijn geen bevredigende alternatieven voorhanden. Maaien, branden, chopperen en/of plaggen geven niet dezelfde fasering in ruimte en tijd die noodzakelijk is voor het voortbestaan de typische heidesoorten.

Figuur 3. Overzicht met gebieden die vanuit Bakkefean worden beheerd met de schaapskudde.

Er heeft informeel overleg plaatsgevonden met en tussen de Provincie Fryslân en Drenthe omtrent de vraag hoe er omgegaan moet worden met een voorgenomen uitbreiding van een schaapskooi in relatie tot de landelijke opgaves en beperkingen rondom stikstof. Provincie Drenthe heeft bij de uitbreiding en oprichting van schaapskooien binnen stikstofgevoelige Natura2000-gebieden geconstateerd dat de begrazing met heideschapen middels een potstalsysteem bijdraagt uit de afvoer van stikstof uit het natuurgebied. Daarbij is de ammoniakemissie vanuit een schaapskooi verwaarloosbaar, vanwege het dieet van de schapen en de raseigenschappen van Drentse heideschapen. De standaard verplichte Aeriusberekening kan zodoende achterwege blijven. De Provincie Fryslân heeft te kennen gegeven deze opvatting te delen en op dezelfde manier tegen de materie aan te kijken.

Pagina 9

2.3. Geohydrologische effectenstudie Er zijn geen gevolgen te verwachten op het gebied van geohydrologie, omdat er geen ingrepen op dat vlak worden gepleegd.

2.4. Ecologische effectenstudie De beoogde te bebouwen oppervlakte ligt binnen N2000-gebied. In theorie is daardoor een effect op de instandhoudingsdoelen voor het N2000-gebied te verwachten. Deze bestaan uit de volgende definitief aangewezen doelen: H2310 Stuifzandheides met struikheide, H2320 Binnenlandse kraaiheidebegroeiingen, H2330 Zandverstuivingen en H4010A Vochtige heiden. In ontwerp zijn de volgende doelen aangewezen: H3130 Zwakgebufferde vennen, H4030 Droge heiden, H6230 Heischrale graslanden, H7110B Actieve hoogvenen, H7150 Pioniersvegetaties met snavelbiezen. Hiervan zijn H6230 en H7110B zogenaamde prioritaire Habitattypes. Deze verdienen maximale inzet vanwege hun relatief belang op Europese schaal.

Figuur 4. N2000-habitattypen in N2000-gebied Bakkeveense Duinen.

De aanwezige Habitattypes bedekken maar een deel van de begrensde oppervlakte, zoals uit bovenstaande kaart uit het Beheerplan blijkt. Op de locatie van de voorgenomen uitbreiding zijn geen Habitattypes aanwezig. Het voorkomen in oppervlakte van Habitattypes wordt als zodanig door het voorgenomen plan niet negatief beïnvloed. De kwaliteit van de aanwezige Habitattypes wordt deels wel bepaald door de aanwezigheid van de voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi. De kwaliteit van deze Habitattypes wordt namelijk, naast de externe milieufactoren als verdroging, vermesting, verzuring, versplintering etc. ook bepaald door de kwaliteit van het beheer. In dit geval gaat het om begrazing middels een schaapskudde. Deze kudde vraagt een aantal graasdagen per jaar per oppervlakte om het beoogde resultaat te bereiken. Dit getal varieert naar mate het een gemiddeld droog of nat, groeizaam jaar is. Maar er is onvoldoende ruimte in de huidige kooi om het beheer in alle Fryske Gea eigendommen te faciliteren. De keuze om aan te sluiten bij de bestaande Pagina 10

schaapskooi in Bakkefean voor de schapenbegrazing in alle eigendommen van It Fryske Gea met heide in de Zuidoosthoek van Fryslan komt voort uit efficiëntie op het gebied van personeel, materieel en kennis. Het realiseren van een 2e schaapskooi met bemensing valt binnen de financiële middelen die er voorhanden zijn voor het natuurbeheer niet te realiseren. Verplaatsen van de huidige kooi met mensen en materieel naar een andere locatie is ook om meerdere redenen onwenselijk, niet duurzaam en financieel onmogelijk. Bovendien zou de huidige bedrijfslocatie dan verkocht moeten worden, met als risico dat zich daar een onderneming vestigt die een negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van het gebied heeft. Het bundelen van het heidebeheer op de bestaande locatie positioneert de enige werkzame schaapskooi in Fryslan ook in recreatief opzicht als expertisecentrum rondom het heidebeheer en fokcentrum voor het Drents heideschaap. Al met al is het voor de instandhouding van de beoogde Habitattypes in Bakkefean en de Schaopedobbe (N2000), alsook de gebieden die dezelfde N2000-Habitattypes herbergen, maar waarvan de gebieden niet de N2000-status hebben, noodzakelijk dat kooi uitgebreid wordt. Het niet uitbreiden van de kooi leidt tot het verlies van kwaliteit van de heides in Zuid-Oost Fryslân, daar er geen redelijk alternatief voorhanden is.

Bovendien wordt de locatie zelf niet negatief beïnvloed door de realisatie ervan. Er zal een ontheffing gevraagd worden in het kader van de Wet Natuurbescherming bij het bevoegd gezag de Provincie Fryslân.

2.5. Ecologische effecten op overige natuurwaarden De aan- en afwezigheid van plant- en diersoorten op de bouwlocatie worden momenteel grotendeels bepaalt door de huidige, bestaande activiteiten in en rondom de bestaande schaapskooi. In de gebruiksfase zijn geen significante effecten ten opzichte van de huidige situatie te verwachten. Hooguit dat het aantal nesten van de boerenzwaluw, huiszwaluw en kerkuil toeneemt, vanwege de faciliterende werking van een traditioneel gebouwde schaapskooi. Voor de aanlegfase (de bouw) kunnen wel beperkte effecten op het gebied van verstoring van fauna worden verwacht. Denk aan verstoring van vleermuizen, das, vos en mogelijk avifauna. Deze effecten zijn te voorkomen door alleen bij daglicht te bouwen, waarbij de bouwperiode indien nodig extra beperkt wordt van 7.00u ‘s ochtends tot maximaal 19.00u ’s avond. Deze bouwperiode sluit aan bij de ‘openingstijden’ van het gebied. Het gebied is tussen zonsopgang en zonsondergang vrij te bewandelen op wegen en paden met een aangelijnde hond. Door de ligging van het parkeerterrein in de directe omgeving van de schaapskooi is deze omgeving overdag al ‘verstoord’. Door de bouwactiviteiten daar op aan te laten sluiten zijn geen significante effecten te verwachten.

2.6. Effecten op archeologische en landschappelijke waarden Het Mandefjild is rijk aan archeologisch beschermde natuurwaarden als grafheuvels, karresporen, bewoningsresten e.d. Dit wordt op geen enkele manier beïnvloed door de voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi.

2.7. Kenmerken van het potentiële effect De voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi is een eenmalig en semi-permanent effect. In beginsel kan de schaapskooi op termijn ook weer afgebroken worden, maar dit ligt niet in de lijn der verwachting. Gezien de kenmerken, het relatieve belang voor het beheer en de plaats van de activiteit worden geen potentiële effecten verwacht.

Pagina 11

Conclusie Op grond van het voorgaande in Hoofdstuk 2 wordt geconcludeerd dat de voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r. procedure te doorlopen.

Pagina 12

Bijlagen

Pagina 13

Bijlage 4 Advies Brandweer

Toetsing 09 vooroverleg - PVE/UPD - testrapporten - 25513

Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN T 088 22 99 666 F 088 22 99 661 I www.brandweerfryslan.nl E info@brandweerfryslan.nl

Gemeente Opsterland Mevrouw H. Miedema Postbus 10000 9244ZP BEETSTERZWAAG

Datum 5 januari 2023 Onze referentie Z/22/00010533 UIT/25513 Uw referentie 25379

Behandeld door I. Ziengs

Bijlagen 0

Doorkiesnummer 088-2298945 E-mail i.ziengs@brandweerfryslan.nl

Uw brief van 22 december 2022

Pand-ID 0086010000384710

Onderwerp Adviesaanvraag omgevingsvergunning 2022 - Jarig van der Wielenwei 2A - Bakkeveen

Geacht college, Op 22 december heeft Brandweer Fryslan het vooroverlegplan voor de uitbreiding van een schaapskooi aan de Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen ontvangen. Uitgangspunten Nummer Omschrijving 7458197 Aanvraagformulier D.00.01 Bestaande situatie D.00.02 Nieuwe situatie

Datum 12-12-2022 12-12-2022

Kader De conceptaanvraag betreft de uitbreiding van een bestaande schaapskooi. Op het aanvraagformulier en op de tekeningen is aangegeven dat het om een ‘overige gebruiksfunctie’ gaat. Het rapport van W2N ‘ontwerpnota constructies' aan. Beoordeling Brandweer Fryslân heeft de documenten beoordeelt en geven de volgende aandachtspunten mee: Gebruiksfuncties De schaapskooi is bedoelt voor het verblijven van dieren, hierdoor is de gebruiksfunctie ‘industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ meer passend. Aan deze gebruiksfunctie zijn zwaardere eisen aan de materiaal- en rookklassen (afdeling 2.9 van het bouwbesluit 2012) verbonden. Deze zijn in het bouwbesluit 2012 opgenomen om dierenleed te voorkomen of te beperken. Met de aangegeven gebruiksfunctie wordt hier niet rekening gehouden. Wij zijn ons er van bewust dat ‘de aanvrager’ bepaald, maar geven dringend aan om de gebruiksfunctie aan te passen.

Toetsing 09 vooroverleg - PVE/UPD - testrapporten - 25513

Brief: UIT/25513 Z/22/00010533 Pagina 2 van 2

Materiaalklassen Op tekening staan de juiste materiaal- en rookklassen volgens de aangegeven gebruiksfunctie aangegeven. Wij adviseren om de gebruiksfunctie en daarbij ook de materiaalklassen volgens afdeling 2.9 van het Bouwbesluit 2012 aan te laten passen. Blusmiddelen Uitsluitend in het materieeldeel is een blusmiddel met een inhoud van 6L aangegeven. Conform artikel 6.31 verzoeken wij om meerdere draagbare blusmiddelen op tekening aan te geven. Bluswatervoorziening In de nabijheid ligt een brandkraan op een diameter van rond 125 mm. Hiermee wordt aan de primaire bluswatervoorziening voldaan. Echter is het afhankelijk van het tijdstip en de ontdekking of dit toereikend is. Advies Brandweer Fryslân adviseert om het ingediende plan aan te laten passen.

Hierbij het verzoek de verdere behandeling over te nemen en de aanvrager op de hoogte te stellen. Mocht u naar aanleiding van dit advies een nadere toelichting willen, dan kunt u hiervoor contact opnemen met de behandelaar. De contactgegevens vindt u bovenaan in deze brief. Hoogachtend, namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Fryslân, voor deze,

S. Veerbeek clusterhoofd risicobeheersing en planvorming

Deze brief is in een automatisch proces opgemaakt en geaccordeerd en daarom niet ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=854a3c19-5698-4b2a-90a2-5e6eb82291e9