CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Schaapskooi

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen (H)13.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing inzake uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2 A te Bakkeveen

Status 28 juli 2023

: definitief

1

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK .................................................................................................... 3 1.1

Inleiding - aanleiding ............................................................................................................................... 3

1.2

Planologisch kader .................................................................................................................................. 3

1.3

Leeswijzer ............................................................................................................................................... 4

HOOFDSTUK 2 LOCATIE EN PLANBESCHRIJVING .................................................................................... 5 2.1

Huidige situatie ........................................................................................................................................ 5

2.2

Planopzet initiatief ................................................................................................................................... 6

2.3

Landschappelijke inpassing .................................................................................................................... 6

2.4

Brandpreventie .......................................................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ................................................................................................................... 7 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................................... 7 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ........................................................................................................... 7 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking......................................................................................................... 7

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................................... 8 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 ....................................................................................................................... 8 3.2.2 Omgevingsverordening Fryslân 2022 (ontwerp).......................................................................................... 8 3.2.3 Verordening Romte 2014 geconsolideerde versie 2021 ............................................................................. 8

3.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................. 9 3.3.1 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Opsterland’.............................................................................................. 9 3.3.2 Omgevingsvisie 2023 (ontwerp) .................................................................................................................. 9

HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN .................................................................................................... 11 4.1 Milieuaspecten ........................................................................................................................................ 11 4.1.1 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................................................... 11 4.2

Bodem ................................................................................................................................................... 12

4.3

Erfgoed .................................................................................................................................................. 12 4.3.1 Archeologie ................................................................................................................................................ 13 4.3.2 Cultuurhistorie ........................................................................................................................................... 14

4.4

Ecologie ................................................................................................................................................. 15 4.4.1 Beleid ......................................................................................................................................................... 15 4.4.2 Soortenbescherming .................................................................................................................................. 15

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

2

4.4.3

Gebiedsbescherming .................................................................................................................................. 16

4.5

Externe Veiligheid ................................................................................................................................. 18

4.6

Water ..................................................................................................................................................... 18

4.7

Verkeer – parkeren................................................................................................................................ 19 4.7.1 Verkeersveiligheid ...................................................................................................................................... 19 4.7.2 Parkeren ..................................................................................................................................................... 19

4.8

MER - beoordeling ................................................................................................................................ 19

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN ............................................................................... 20 5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid......................................................................................................... 20 5.1.1 Vooroverleg ................................................................................................................................................ 20 5.1.2 Ter inzage ................................................................................................................................................... 20

5.2

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 20

BIJLAGEN ...................................................................................................................................................... 21

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

3

Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk 1.1 Inleiding - aanleiding It Fryske Gea bezit sinds begin jaren ’80 een schaapskooi op de rand van het Mandefjild te Bakkeveen op het perceel plaatselijk bekend Jarig van der Wielenwei 2a. Het heeft tot 1990 geduurd, voordat de schaapskooi ook als zodanig in gebruik in genomen. Thans ligt er het initiatief van It Fryske Gea om de schaapskooi te vergroten. In 2019 heeft It Fryske Gea om meerdere redenen ervoor gekozen om het heidebeheer van al haar terreinen prioriteit te geven. Dit met als doel om dit unieke cultuurlandschap te behouden voor de toekomst. De 50 jaar stikstof en zwaveldepositie, warmere voorjaren en een volwassen wordende omgeving in de vorm van het (ruilverkaveling) bos, leiden tot het versneld dichtgroeien van de heide. Zonder een duidelijke intensivering van het heidebeheer zou Fryslân haar heides inclusief haar typische flora- en faunawaarden verliezen. Vanwege de landschappelijke kwaliteit en haar natuurwaarden, worden de heides bij It Fryske Gea beheerd volgens het eeuwenoude principe van een schaapskudde met herder. Deze kudde van 250 dieren migreert in het zomerseizoen van heideveld naar heideveld, gebruik makende van een soort mobiele schaapskooi. Deze mobiele schaapskooi is uniek in Nederland en simuleert optimaal de rol van de schaapskooi in het plaggenlandbouwsysteem waardoor de heides in Nederland zijn ontstaan.

Deze gescheperde kudde werd na het graasseizoen (grofweg van mei tot eind oktober) binnen een omrasterd gebied op de Delleboersterheide geplaatst om de winter door te komen. Met de komst van de wolf naar Fryslân is dit niet meer verantwoord. In juli 2020 heeft de kudde van It Fryske Gea een confrontatie met een wolf gehad en dit leidde, los van de 7 dodelijke slachtoffers, tot een voortdurende stress en onrust in de kudde die nog maanden heeft aangehouden. It Fryske Gea ziet voor deze winterperiode een oplossing in het ’s winters onderbrengen van deze kudde in Bakkeveen. De huidige kooi is qua grootte onvoldoende om 250 dieren te houden en te laten lammeren. Vandaar het initiatief voor het vergroten van de schaapskooi. Het initiatief past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied gemeente Opsterland’. Door middel van een ruimtelijke onderbouwing dient aangetoond te worden dat de nieuwe situatie voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Om de uitbreiding daadwerkelijk te kunnen realiseren, zal gebruik worden gemaakt van de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure.

1.2 Planologisch kader Op grond van het bestemmingsplan ‘Buitengebied gemeente Opsterland’ rust op het perceel Jarig van der Wielenwei 2a de enkelbestemming ‘Bedrijf’. Tevens is de dubbelbestemming ‘ Waarde-Cultuurhistorie’ van toepassing. De uitbreiding van de schaapskooi ligt echter niet binnen de bestemming ‘Bedrijf’, maar is geprojecteerd op gronden met de bestemming “Natuur”. Binnen de bestemming ‘Natuur’ is de bouw van gebouwen voor onderhoud en beheer van de natuurfunctie mogelijk. De oppervlakte van een dergelijk gebouw mag echter slechts 50 m² bedragen. De uitbreiding van de schaapskooi bedraagt echter meer dan 50 m². Om medewerking te kunnen verlenen dient derhalve afgeweken te worden van de regels van het bestemmingsplan. De gemeente heeft aangegeven in principe haar medewerking te willen verlenen aan een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure. Voorwaarde bij een dergelijke procedure is dat uit een ruimtelijke onderbouwing duidelijk moet worden dat de nieuwe situatie voldoet aan de criteria van een goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

4

Figuur 1. Overzicht situering en bestemming plangebied. Bron: bestemmingsplan Buitengebied gemeente Opsterland.

1.3 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de locatie en het plan. In hoofdstuk 3 komen de beleidsstukken aan de orde op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 richt zich op de omgevingsaspecten en hoofdstuk 5 tenslotte richt zich op de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

5

Hoofdstuk 2 Locatie en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Bebouwing op de locatie van het plangebied komt voor het eerst voor op de topografische kaart 1959.

Plangebied

Figuur 2. Plangebied. Bron: Topotijdreis 1959. De afgelopen ruim 60 jaar is het gebied rondom het plangebied weinig veranderd. De bestaande functies zoals wonen, bos, natuur en agrarisch zijn ook anno 2023 nog aanwezig. Aan het plangebied is in de tussentijd de naam `Schaapskooi´ verbonden. De schaapskooi die in deze tussentijd aan het plangebied is toegevoegd, staat ook op de kaart. Ter illustratie wordt verwezen naar figuur 3.

Plangebied

Figuur 3: het plangebied en haar omgeving. Bron: topotijdreis 2022.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

6

2.2 Planopzet initiatief

Figuur 4. Voorgevel schaapskooi nieuwe situatie. Bron: Mark de Witte bouwadvies & ontwerp. Zoals in paragraaf 1.1 al staat aangegeven, is de uitbreiding van de schaapskooi noodzakelijk om de kudde in de winterperiode veilig te kunnen huisvesten.

2.3 Landschappelijke inpassing Met het oog op de landschappelijke inpassing, is er bij het ontwerp gekozen voor de traditioneel gebouwde schaapskooi. Zowel esthetiek als historisch voegt deze traditionele bouwwijze zich goed in het landschap. Bovendien sluit de uitbreiding op deze wijze naadloos aan bij de bestaande schaapskooi. Bij de landschappelijke inpassing in het gebied is gekeken naar de verschillende erven die in de omgeving liggen plus belangrijke zichtlijnen en structuren van het gebied. In die lijn heeft ook de commissie ruimtelijke kwaliteit (Hús en Hiem) zich positief uitgesproken over het ontwerp van het bouwplan in relatie tot de welstandscriteria die vastgesteld zijn door de gemeenteraad.

2.4 Brandpreventie Instanties zoals onder andere de Dierenbescherming maken zich grote zorgen over het toenemende aantal grote stalbranden in ons land. Met name de kippen en varkens moeten het ontgelden. De praktijk toont (helaas) aan dat de geïsoleerde stallen die in de agrarische sector veel worden toegepast, bouwtechnisch veel complexer zijn en potentieel brandgevaarlijker zijn ten opzichte van de enkelschils bouwwijze van een traditioneel gebouwde schaapskooi. De aanbevelingen van Brandweer Fryslân1 zijn in het ontwerp van het bouwplan meegenomen. Dit betekent dat onder meer de volgende maatregelen toegepast zullen worden: De technische installatie wordt gecertificeerd uitgevoerd op minimaal IP65 niveau; er wordt een bliksembeveiliging op het dak aangebracht; in de kooi worden hitte detectoren opgehangen met een rechtstreekse doorkoppeling naar de herder; de verlichting is stofdicht, wordt op basis van laag temperatuur uitgevoerd en de verlichting zal ’s nachts worden uitgeschakeld. Tevens zullen er voldoende brandblussers worden aangebracht.

1

Brandweer Fryslân advies d.d. 5 januari 2023 kenmerk Z/22/00010533 UIT/25513

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

7

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het beleid van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit van Nederland tot 2040 is neergelegd in De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die op 11 september 2020 is vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. De uitkomsten van de programma’s NOVEX en Mooi Nederland leiden tot nieuw nationaal ruimtelijk beleid: de aangescherpte NOVI. De verwachting is dat de aangescherpte versie in 2024 vastgesteld gaat worden.

Tot die tijd staat de beleidsontwikkeling en –uitvoering niet stil. De processen van de genoemde programma’s en de aanscherping van de NOVI lopen parallel en beïnvloeden elkaar. De Rijksbelangen hebben geen betrekking op onderhavig initiatief.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de behoefte en de beschikbare ruimte binnen stedelijk gebied. De ladder voor duurzame verstedelijking ziet op nieuwe stedelijke functies. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderhavig initiatief betreft de uitbreiding van een bestaande schaapskooi. Algemeen uitgangspunt is dat er in beginsel geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, als een plan voorziet in een ontwikkeling van niet meer dan 11 woningen. In dit geval is sprake van de uitbreiding van een bestaande functie in het buitengebied. Conclusie Op basis van vorenstaande mag worden geconcludeerd dat ten aanzien van dit initiatief geen nationale belangen in het geding zijn en het planvoornemen passend is in het ruimtelijk beleid van het Rijk.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

8

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 In de omgevingsvisie richt de provincie zich op zuinig ruimtegebruik en de omgevingskwaliteit als basis voor het ontwerp. De Friese ruimte dient doelmatig benut te worden, onder andere door verschillende vormen van ruimtegebruik te combineren. Wat betreft de natuur, de provincie richt zich op het beschermen en ontwikkelen van de natuur. Daarbij zet de provincie meer specifiek in op de bescherming van het areaal en de kwaliteiten van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Friese deel van het Natuurnetwerk Nederland is een aangesloten stelsel van belangrijke natuurgebieden. Daarbinnen liggen gebieden met natuurwaarden van Europees belang, de Natura 2000 gebieden. NNN staat op kaart en wordt planologisch beschermd. Het NNN kent een grote verscheidenheid: van duingebieden, veenmoerassen, tot bossen en zandverstuivingen. De natuurkwaliteiten binnen en buiten het NNN zorgen gezamenlijk voor een goede biodiversiteit en voor mogelijkheden om de natuur te beleven. De provincie wenst in te zetten op het benutten van kansen om natuurgebieden beter met elkaar te verbinden. Zoals bijvoorbeeld de vismigratierivier in de Afsluitdijk.

3.2.2 Omgevingsverordening Fryslân 2022 (ontwerp) In hoofdstuk 5 handelt het over de natuur. Over verschillende thema’s en onderwerpen zijn regels opgenomen die betrekking hebben op bijvoorbeeld de Natura 2000-activiteiten, de flora- en fauna-activiteiten en de activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of om schade door dieren te bestrijden. Ook zijn er, zoals bijvoorbeeld in artikel 5.19, regels opgenomen over de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het bestendig beheer of onderhoud in de land- en bosbouw en het beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.

3.2.3 Verordening Romte 2014 geconsolideerde versie 2021 In hoofdstuk 7 ‘Natuur’ is in artikel 7.1.1. onder 2 geregeld dat een ruimtelijk plan voor gronden die betrekking hebben op de ecologische hoofdstructuur, geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden. Of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Conclusie De uitbreiding van de schaapskooi is nodig om te kunnen voldoen aan de doelstelling van It Fryske Gea om het heidebeheer te intensiveren. Dit intensievere heidebeheer is nodig om de natuurlijke kwaliteiten van deze natuurgebieden te kunnen behouden. Uit de aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu. Er heeft afstemming met de provincie plaatsgevonden. In paragraaf 4.4 ‘Ecologie’ zijn de resultaten van de ecologische quickscan beschreven. Daarbij is vastgesteld dat er op grond van artikel 7.1.2 lid 2 van de Verordening Romte geen effecten op de natuurwaarden optreden. Door bovendien de handhaving van de bestemming ‘Natuur’ zal geen sprake zijn van areaalverlies van het NNN.

Het provinciaal beleid vormt derhalve geen belemmering voor het initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

9

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Opsterland’ In paragraaf 1.2 is vastgesteld dat de uitbreiding van de schaapskooi buiten de bestemming ‘Bedrijf’ gesitueerd is. En geprojecteerd is op gronden met de bestemming “Natuur”. Binnen de bestemming ‘Natuur’ is de bouw van gebouwen voor onderhoud en beheer van de natuurfunctie mogelijk. De oppervlakte van een dergelijk gebouw mag echter slechts 50 m² bedragen. De uitbreiding van de schaapskooi bedraagt echter meer dan 50 m². Om medewerking te kunnen verlenen dient derhalve afgeweken te worden van de regels van het bestemmingsplan.

3.3.2 Omgevingsvisie 2023 (ontwerp)

Figuur 5. Thema’s en opgaven gemeente Opsterland. Bron: omgevingsvisie 2023. De Omgevingsvisie gaat over de volle breedte van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is dus niet een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen, maar een samenhangende visie voor de gemeente. Daarbij komen vraagstukken aan de orde zoals: ▪ Hoe ziet Opsterland er over dertig jaar uit? ▪ Hoe blijft Opsterland een prettige gemeente om te wonen; ▪ Hoe blijft de gemeente goed bereikbaar en economisch welvarend? ▪ En hoe kunnen mensen in de gemeente gezond en veilig recreëren? De gemeente wenst in ieder geval in te zetten op de volgende onderwerpen: • Bevorderen leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen; • Klimaatadaptatie: tegengaan van waterloverlast en hittestress; • Bevorderen energietransitie; • Naar een landbouw met toekomst; • Verbeteren van biodiversiteit.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

10

Conclusie It Fryske Gea wenst met onderhavig initiatief het heidebeheer te intensiveren. Daarmee komt het initiatief tegemoet aan de gemeentelijke ambities waarin meer aandacht wordt gevraagd voor de kwaliteit van de leefomgeving en de natuur. Het gemeentelijk beleid vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

11

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven waarbij per omgevingsfactor beoordeeld wordt wat de invloed daarop is van onderhavige aanpassing van de bedrijfsbestemming.

4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bedrijven en milieuzonering (Nieuwe) bedrijfsmatige functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor milieugevoelige objecten zoals woningen van derden. Woningen kunnen omgekeerd weer beperkingen opleveren voor bedrijven. Er dient daarom een beoordeling plaats te vinden of de uitbreiding van de schaapskooi milieu-hygiënisch in te passen is. Beoordeeld moet worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen, die gehinderd kunnen worden door de betreffende uitbreiding. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering 2009’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten ten opzichte van milieugevoelige objecten. In deze publicatie worden er indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

Figuur 6. Tabel met onderscheid in omgevingstype. Bron: VNG-publicatie. Omgevingstype De VNG publicatie maakt onderscheid in twee omgevingstypen, namelijk een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Indien sprake is van een gemengd gebied, dan mag de richtafstand op basis van het schema in figuur 6 met één afstandstap worden verkleind. In de omgeving van het plangebied Jarig van der Wielenwei 2a bevinden zich verschillende functies en bestemmingen in de vorm van bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf, woonfuncties, een horecabestemming en een verkeersfunctie. Op het plangebied zelf rust een bedrijfsbestemming. Gelet op de aard en het karakter van het gebied met bos en natuur, dient als uitgangspunt genomen te worden het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Milieucategorie It Fryske Gea is al jaren eigenaar en gebruiker van de locatie Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen. De locatie wordt niet alleen ingezet ten behoeve van de huisvesting van schapen, maar de locatie wordt tevens ingezet voor bijvoorbeeld de verhuur aan partijen voor het houden van vergaderingen en brainstormsessies. Gebruik derhalve dat al jaren op deze plek plaats vindt. Gebruik dat past binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Op grond van de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bedrijven toegestaan die deel uitmaken van de milieucategorie 1 en 2, derhalve bedrijfsactiviteiten die thuishoren in de lichte milieucategorie.

Op basis van de tabel in figuur 6 is een richtafstand van 30 meter van toepassing. Aangezien de kortste afstand tussen enerzijds de bedrijfsbestemming van het plangebied en anderzijds de dichtst nabij gelegen woning van derden circa 45 meter bedraagt, wordt aan de richtafstanden voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

12

Conclusie Er wordt aan de richtafstanden in het kader van bedrijven en milieuzonering voldaan. Bedrijven en milieuzonering levert derhalve geen belemmering op voor onderhavig initiatief.

4.2 Bodem Met het oog op de volksgezondheid dient er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden in situaties waarbij er sprake is van een langdurig verblijf en gebruik van personen in een nieuw op te richten gebouw. Onderzoek is dan nodig om vast te kunnen stellen of de kwaliteit van de bodem voldoende geschikt is om de gezondheid van de gebruikers voldoende te kunnen waarborgen. Het initiatief betreft de uitbreiding van de schaapskooi ten behoeve van de huisvesting van de schaapskudde in de winterperiode. De schaapskooi is primair gericht op de huisvesting van dieren. Dit plus het feit dat zich geen omstandigheden bekend zijn dat de kwaliteit van de bodem een belemmering voor onderhavig initiatief zou opleveren, betekent dat een verkennend bodemonderzoek achterwege kan blijven. In dit verband dient vermeld te worden dat om de bouw mogelijk te maken, er een betonvloer en fundering gestort zal gaan worden. Hiervoor zal de dunne bouwvoor worden afgeschild en plaatselijk voor de fundering tot de vorstgrens worden ontgraven. Dit vrijkomende woudzand wordt in de directe omgeving van de kooi terreinvolgend verwerkt, over een zodanig grote oppervlakte dat dit visueel niet meer te onderscheiden is van het ‘oorspronkelijke’ maaiveld. Deze manier van gebruik van de natuurlijke hulpbronnen heeft geen gevolgen voor het milieu.

Bovendien werkt de uit te breiden schaapskooi op basis van het aloude potstalsysteem, waarbij de schapen ’s nachts keutelen op stro. Het dieet van Drentse heideschapen verschilt qua koolstof en stikstof significant van wat regulier agrarisch gehouden schapen eten. Door het relatief stikstofarme dieet van Drentse heideschapen op de heides van It Fryske Gea en Staatsbosbeheer en de raseigenschap dat dit type schapen niet tot nauwelijks drinkt, is de mest behoorlijk vast. Het geringe vocht wat vrij komt, wordt in ruime mate opgenomen in de regelmatig van een nieuwe laag stro voorziene strobodem in de potstal. Van percolaatvocht is zodoende geen sprake. Bovendien zal de waterdicht afgewerkte betonvloer ervoor zorgdragen dat er geen enkel risico is op verontreiniging van de bodem en/of het grondwater2. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van dit plan niet in de weg.

4.3 Erfgoed De Erfgoedwet bundelt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische restanten rekening wordt gehouden.

2

Bron: Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling d.d. 1 december 2021. Auteur: M. Krol.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

13

De omgang met het cultureel erfgoed in onze leefomgeving wordt straks, naar verwachting per 1 januari 2024, geregeld in de Omgevingswet. Het gaat dan om zaken als de omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, rekening houden met het cultureel erfgoed in op te stellen omgevingsplannen en bijvoorbeeld ook het aanstellen van een monumentencommissie.

4.3.1 Archeologie IJzertijd - Middeleeuwen Het advies op basis van de provinciale archeologische kaart FAMKE is dat onderzoek niet nodig is. Op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden. Of wanneer de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode ijzertijd - middeleeuwen op gefundeerde gronden zodanig laag is, dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Steentijd - Bronstijd

Figuur 7. Advies steentijd-bronstijd. Bron: FAMKE provincie Fryslân. Het advies op basis van de provinciale archeologische kaart FAMKE is dat onderzoek in de vorm van een quickscan nodig is wanneer er sprake is van een bodemingreep van meer dan 5000 m². Van deze gebieden waarvan het plangebied deel uit maakt, wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn. Alleen dit laatste is niet met zekerheid te zeggen. Een quickscan is een extensief booronderzoek waarmee duidelijk gemaakt wordt of het steentijd bodemarchief intact is. Uit de uitgevoerde oppervlaktemeting van het perceel met bedrijfsbestemming inclusief het gedeelte perceel waarop de uitbreiding van de schaapskooi plaats zal vinden, is gebleken dat de totale oppervlakte van het plangebied circa 3900 m² bedraagt. Voor de berekening wordt verwezen naar figuur 8 op de volgende pagina.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

14

Figuur 8. Oppervlakteberekening plangebied. Conclusie: gelet op de omvang van het plangebied is nader onderzoek niet nodig. Archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.3.2 Cultuurhistorie Plangebied Grenspaal

Waardevol gebied Monument

Figuur 9. Cultuurhistorisch waardevolle elementen. Bron: Cultuurhistorische kaart Fryslân.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

15

Figuur 9 toont aan dat het plangebied grenst aan het cultuurhistorisch waardevolle element ‘Boerderijplaats’. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verder de volgende cultuurhistorisch waardevolle elementen: ▪ Een provinciale grenspaal; ▪ Oude paden en nieuwe wegen; ▪ Een rijksmonument; ▪ Een aardkundig waardevol gebied. Conclusie: de uitbreiding van de schaapskooi levert geen nadelige gevolgen op voor de genoemde cultuurhistorisch waardevolle elementen. Conclusie Erfgoed levert geen belemmering op voor onderhavig initiatief.

4.4 Ecologie 4.4.1 Beleid Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden. Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijn gebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Er is ecologisch onderzoek uitgevoerd3. Het volledige rapport is toegevoegd als bijlage 1.

4.4.2 Soortenbescherming Vogels In de achtergevel van de bestaande schaapskooi bevinden zich enkele nesten. Tijdens de inspectie vlogen enkele huismussen uit de schuur. De aangetroffen nesten zijn naar grote waarschijnlijkheid van de huismussen. In de schuur zelf zijn geen huismusnesten waargenomen. Mogelijk dat deze wel aanwezig zijn, maar moeilijk waarneembaar. In ieder geval zijn er op diverse plaatsen poepsporen van vogels zichtbaar op het balkhout. Op de plek van waar de doorbraak van de bestaande naar het nieuwe gedeelte schaapskooi plaats zal vinden, zijn geen nesten aangetroffen. In de top van het dak van de schaapskooi is een uilenbord aanwezig. Gezien de krassen op het bord rondom het gat, wordt de schaapskooi gebruikt door uilen. In de kooi is een uilenkast aanwezig. De rieten kap is verder ongeschikt voor vogels om in of op te nestelen. Door de voorgenomen werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming. Amfibieën, vissen en reptielen Vanwege het ontbreken van onder andere waterpartijen in de directe nabijheid van het pand en/of vergraafbaar zand, is deze locatie ongeschikt voor (beschermde) amfibieën, vissen en reptielen.

Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 uit de Wet Natuurbescherming.

3

Vonk Groenservice. Quickscan Flora en Fauna. Nummer 21-329. Datum: 16 december 2021

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

16

Vleermuizen In de gepotdekselde buitenwanden zijn ter plaatse van de doorbraak geen openingen aanwezig welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen om in en uit te vliegen. Ook de aansluiting met het dak is erg dicht. Ook binnen zijn ter plaatse van de doorbraak geen geschikte openingen aangetroffen. Elders in het gebouw kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Denk hierbij aan de windveren waar ook huismussen achter zijn gekomen. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 uit de Wet Natuurbescherming. Grondgebonden zoogdieren Rondom en in het gebouw zullen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn zoals muizen. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.

4.4.3 Gebiedsbescherming ➢ Algemeen In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: - Natura 2000 gebieden; - Natuurnetwerk Nederland; - Natuurbeheerplan Fryslan 2022. Voorbeelden van significante aantasting zijn: - Wegnemen van een deel van het gebied; - Verstoring door licht, geluid; - Extra bemesting; - Verdroging van het gebied; - Waterpeil daling of stijging door de werkzaamheden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen. ➢ Natura 2000 gebied Bakkeveense duinen en EHS/NNN-begrenzing

Plek uitbreiding schaapskooi

Figuur 10. Bestaande bestemmingsvlak. Bron: Natuurbeheerplankaart 2022.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

17

Figuur 10 toont aan dat het huidige bestemmingsvlak (bestemming bedrijf) buiten de Natura 2000 en EHS/NNN-begrenzing is gesitueerd. De uitbreiding van de schaapskooi is echter geprojecteerd binnen de Natura 2000 en EHS/NNN-begrenzing. De provincie Fryslân heeft aangegeven dat de uitbreiding binnen de Natura 2000 en EHS/NNN-begrenzing geen bezwaar op hoeft te leveren, mits: a) het bouwwerk ten dienste staat van het beheer en de natuurresultaten in het betreffende N 2000-gebied; en b) er geen significante schade optreedt aan de instandhoudingsdoelen vanuit N 2000 voor het gebied, evenals significante schade aan overige beschermde natuurwaarden. Van significante schade voor de beschermde gebieden zal geen sprake zijn. De oppervlakte waarop het bouwproject geprojecteerd is, bestaat thans namelijk uit bestrating van betonklinkers en stelconplaten, omzoomd met soortenarm grasland. In de praktijk vervult de huidige schaapskooi al een faciliterende rol in het bieden van nestgelegenheid voor de boeren- en huiszwaluw, evenals de kerkuil. Uitbreiding van de schaapskooi zal ter plaatse zodoende in plaats van schade een (bescheiden) verhoging van de biodiversiteit ter plaatse opleveren.

➢ Stikstofdepositie Er heeft overleg plaatsgevonden met en tussen de provincie Fryslân en de provincie Drenthe omtrent de vraag hoe er gehandeld moet worden met de voorgenomen uitbreiding van een schaapskooi in relatie tot de landelijke opgaves en beperkingen rondom stikstof. De provincie Drenthe heeft ervaring opgedaan met de uitbreiding en oprichting van schaapskooien binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De provincie heeft daarbij vastgesteld dat de begrazing met heideschapen en het toepassen van een potstalsysteem bijdraagt aan de afvoer van stikstof uit natuurgebieden. Daarbij komt dat de ammoniakemissie vanuit een schaapskooi verwaarloosbaar is, vanwege het dieet van de schapen en de raseigenschappen van Drentse heideschapen. De standaard verplichte Aerius-berekening kan zodoende achterwege blijven. De Provincie Fryslân heeft te kennen gegeven deze opvatting te delen4. Conclusie Met betrekking tot de ecologie is er geen bezwaar om het beoogde plan tot uitbreiding van de schaapskooi uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de uitbreiding zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden te verwachten. Wel dient ten alle tijde rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht. Om je steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit, kunnen bij de nieuwbouw maatregelen getroffen worden ten gunste van bepaalde soorten.

Ook wel natuur-inclusief bouwen genoemd. Voorbeelden van natuur-inclusief bouwen zijn: ▪ metsel mussenkasten of gierzwaluwkasten in de gevel; ▪ ophangen van vleermuiskasten; ▪ zorg bij de inrichting van het terrein voor een gevarieerde aanleg door onder andere te variëren met kruiden, struiken en boompjes. Probeer zoveel mogelijk gebiedseigen soorten te gebruiken, om de aantrekkingskracht op insecten en daardoor vogels te vergroten. Ecologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4

Bron: Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling d.d. 1 december 2021. Auteur: M. Krol.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

18

4.5 Externe Veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat activiteiten met gevaarlijke stoffen te dicht nabij gevoelige bestemmingen plaatsvinden en/of worden gesitueerd. Raadpleging van de risicokaart heeft geen risico’s opgeleverd die relevant zijn voor onderhavig initiatief. Het dichtst nabij gelegen risico betreft namelijk een tankpunt LPG te Haulerwijk op een afstand van ruim 3 kilometer van het plangebied. Conclusie Aangezien het plangebied ruimschoots buiten de risicozones ligt, mag geconcludeerd worden dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor onderhavig plan.

4.6 Water De watertoets is d.d. 17 april 2023 uitgevoerd en is als bijlage 2 toegevoegd. De normale procedure is van toepassing. Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt It Wetterskip met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waar rekening mee moet worden gehouden. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.

Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteert It Wetterskip de volgende compensatienorm: • Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; • Polder 10%, • Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met It Wetterskip.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

19

Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen, dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover is te vinden op de Friese klimaatatlas. Conclusie De uitbreiding van de schaapskooi heeft betrekking op circa 355 m². De locatie maakt deel uit van het buitengebied. Vastgesteld kan worden dat de toename ruim onder de grens ligt van de 1500 m² op basis waarvan compensatie nodig is. Het aspect water vormt geen beperking voor onderhavig initiatief.

4.7 Verkeer – parkeren 4.7.1 Verkeersveiligheid De uitbreiding van de schaapskooi heeft geen effect op het aantal verkeersbewegingen.

4.7.2 Parkeren De uitbreiding van de schaapskooi levert geen extra vraag naar parkeerruimte op. Conclusie Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.8 MER - beoordeling De m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn, dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor is vastgelegd in het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: A. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; B. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Conclusie Er is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Op grond van deze vormvrije beoordeling wordt geconcludeerd dat de voorgenomen uitbreiding van de schaapskooi niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r. procedure te doorlopen. De aanmeldingsnotitie is als bijlage 3 toegevoegd.

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

20

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid van het plan Wettelijk bestaat er de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een plan. In dat verband wordt er een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke- en de economische uitvoerbaarheid.

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Vooroverleg Er is vooroverleg gevoerd met de gemeente Opsterland. De gemeente heeft zich in principe positief uitgelaten over onderhavig initiatief5. Tevens heeft de brandweer in dit kader advies uitgebracht. Zo adviseert de brandweer om in het kader van het Bouwbesluit de gebruiksfunctie ‘industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ toe te passen. Dit met het oog op de veiligheid van de dieren. Het advies van de brandweer is als bijlage 4 toegevoegd. Tevens heeft er overleg met de provincies Fryslân en Drenthe plaatsgevonden. Beide provincies staan positief tegenover onderhavig initiatief.

5.1.2 Ter inzage Het ontwerp van de vergunningaanvraag zal voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens deze termijn van zes weken kan een ieder een zienswijze indienen. Vervolgens zal de gemeente een besluit nemen op de aanvraag.

5.2 Economische uitvoerbaarheid Het betreft een particulier initiatief. De kosten komen voor rekening van initiatiefnemer. Voor wat betreft het verhalen van de eventuele planschade zal de gemeente initiatiefnemer een overeenkomst doen toekomen, op grond waarvan de kosten door de gemeente op initiatiefnemer verhaald kunnen worden.

5 Brief gemeente Opsterland 14 februari 2023, kenmerk VOV-2022-6106

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

21

Bijlagen Bijlage 1

Quickscan Flora & Fauna

Bijlage 2

Watertoets

Bijlage 3

Aanmeldingsnotitie vormvrije Mer

Bijlage 4

Advies Brandweer

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding schaapskooi Jarig van der Wielenwei 2a te Bakkeveen

Bijlage 1 Quickscan Flora & Fauna

Quickscan Flora & Fauna Ten behoeve van de vergroting van een schaapskooi in Bakkeveen

Opdrachtgever:

Bouwadviesburo Mark de Witte

Uitgevoerd door:

Vonk Groenservice

Adres:

Bleekstraat 5 8754 CK Makkum

Adres:

Boerhaavestraat 35 1611 ER Bovenkarspel

Contactpersoon:

Dhr. M. de Witte

Contactpersoon:

Dhr. D. Vonk 06-228 418 78 info@vonkgroenservice.nl www.vonkgroenservice.nl

Projectnummer: Datum:

21-329 16 december 2021

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1

2

3

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 1.1

Doel van de Quickscan en uit te voeren werkzaamheden ....................................................... 4

1.2

Projectlocatie ............................................................................................................................ 4

1.3

Het plan .................................................................................................................................... 5

Werkwijze van de quickscan ............................................................................................................ 7 2.1

Bureauonderzoek/Literatuuronderzoek .................................................................................... 7

2.2

Locatiebezoek .......................................................................................................................... 7

2.3

Uitwerking................................................................................................................................. 7

Wettelijk kader .................................................................................................................................. 8 3.1

4

5

6

Wet Natuurbescherming .......................................................................................................... 8

3.1.1

Bescherming van gebieden ................................................................................................ 8

3.1.2

Bescherming van soorten ................................................................................................... 8

3.1.3

Bescherming van houtopstanden ....................................................................................... 9

Flora en Fauna op de locatie en in de omgeving ........................................................................... 10 4.1

De bebouwing en terrein direct rondom ................................................................................. 10

4.2

In de omgeving voorkomende beschermde soorten .............................................................. 11

4.3

Flora en Vegetatie .................................................................................................................. 11

4.4

Fauna ..................................................................................................................................... 11

4.4.1

Vogels ............................................................................................................................... 11

4.4.2

Amfibieën, vissen en reptielen .......................................................................................... 14

4.4.3

Vleermuizen ...................................................................................................................... 14

4.4.4

Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................. 16

Toetsing soortbescherming ............................................................................................................ 17 5.1

Vaatplanten ............................................................................................................................ 17

5.2

Vogels .................................................................................................................................... 17

5.2.1

Jaarrond beschermde vogels met nesten ......................................................................... 17

5.2.2

Alle broedende vogels met nesten.................................................................................... 17

5.3

Amfibieën, vissen en reptielen ............................................................................................... 17

5.4

Zoogdieren ............................................................................................................................. 18

5.4.1

Vleermuizen ...................................................................................................................... 18

5.4.2

Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................. 18

Conclusie/Advies ............................................................................................................................ 19 6.1

Conclusie/Advies/Tips ............................................................................................................ 19

6.2

Tips......................................................................................................................................... 19

6.2.1

Huismus / Gierzwaluw ...................................................................................................... 19 2

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

6.2.2

Vleermuizen ...................................................................................................................... 20

6.2.3

Algemeen .......................................................................................................................... 20

6.3

Advies voor/tijdens de realisatiefase ...................................................................................... 20

3

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

1

Inleiding

1.1

Doel van de Quickscan en uit te voeren werkzaamheden

De eigenaar van de schaapskooi gelegen aan Jarig van der Wielenwei 2 in Bakkeveen is voornemen om de huidige schaapskooi te vergroten. Om te bepalen of tijdens de realisatie beschermde soorten en/of gebieden verstoort worden door de beoogde plannen en daarmee de Wet Natuurbescherming wordt overtreden, is het noodzakelijk om een flora en fauna quickscan uit te voeren.

1.2

Projectlocatie

Zie onderstaande kaarten voor de ligging

Afb 1: Ligging van de projectlocatie ten opzichte van de omringende plaatsen

Afb 2: Het perceel gelegen aan de Jarig van der Wielenwei 2 in Bakkeveen

4

16 december 2021

1.3

Flora & Fauna Quickscan

Het plan

Het plan is om de bestaande schaapskooi te vergroten met een identiek deel. Het bestaande en nieuwe gedeelte worden met elkaar verbonden door een lager tussenstuk. In onderstaande afbeeldingen de situatie en gevelaanzichten.

Afb 3: Situatie bestaand

Afb 4: Situatie nieuw

Afb 5: Gevelaanzichten bestaand

5

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 6: Gevelaanzichten nieuw

6

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

2

Werkwijze van de quickscan

2.1

Bureauonderzoek/Literatuuronderzoek

Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken (NDFF) en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. In hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn als dit nodig is geacht de soorten uit de databank opgenomen alsmede een beschrijving over eventueel aanwezige leefgebieden voor bepaalde beschermde soorten.

2.2

Locatiebezoek

Op 29 november 2021 is de heer D. Vonk van Vonk Groenservice op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.

2.3

Uitwerking

Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.

7

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

3

Wettelijk kader

3.1

Wet Natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden.

3.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

3.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime, “andere soorten”, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (ook wel “nationaal beschermde soorten” genoemd). Hiernaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing

8

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer

3.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

9

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

4

Flora en Fauna op de locatie en in de omgeving

4.1

De bebouwing en terrein direct rondom

De schaapskooi is gelegen in een natuurlijk bos/heideterrein (Natuurreservaat It Fryske Gea). Direct om de uit te breiden schaapskooi is deels verharding en deels grasland aanwezig. De schaapskooi is opgebouwd uit een zware houten constructie, houten gepotdekselde planken als gevel en een rieten kap. Onderstaand een impressie:

Afb 7: De voorzijde van de schaapskooi

Afb 8: Gevelaanzicht

10

16 december 2021

Flora & Fauna Quickscan

Afb 9: Grasland omheen

4.2

In de omgeving voorkomende beschermde soorten

Voor een gebouw in deze bouwstijl is het niet nodig om de gebruikelijke Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) te raadplegen omdat al aan te geven is voor welke beschermde soorten/soortgroepen dit bouwwerk geschikt is/kan zijn. Dat zijn: -

Huismus Gierzwaluw Diverse vleermuissoorten Uilen

4.3

Flora en Vegetatie

Het groen rondom de bebouwing betreft allemaal grasland. Beschermde soorten zijn niet te verwachten en groen blijft behouden.

4.4

Fauna

4.4.1 Vogels In de achtergevel zijn enkele nesten aanwezig. Tijdens de inspectie vlogen enkele Huismussen uit de schuur. De nesten zijn naar grote waarschijnlijkheid van Huismussen. In de schuur zijn geen huismusnesten waargenomen. Mogelijk dat deze wel aanwezig zijn, maar moeilijk waarneembaar. In ieder geval zijn er op diverse plaatsen poepsporen van vogels zichtbaar op het balkhout. Op de locatie van waar de doorbraak voor het tussenstuk dient te komen zijn geen nesten aanwezig, hier is het goed controleerbaar omdat langs deze locatie goed gelopen kan worden om een check uit te voeren. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=854a3c19-5698-4b2a-90a2-5e6eb82291e9