CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Tijnje - Heawei 38 en 44

Raadsvergadering 27 mei 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Tijnje - Heawei 38 en 44 (H)20.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Opsterland. Het plangebied in dit plan heeft de volgende bestemmingen gekregen: Bedrijf De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de bedrijvenlijst die is opgenomen in bijlage 2 van de regels. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - paarden- en veetransportbedrijf' kan de exploitatie van het paarden- en veetransportbedrijf plaatsvinden. Verder kan er binnen de bestemming 'Bedrijf' worden gewoond ten behoeve van de bedrijfsfunctie. Deze bestemming is van toepassing op Heawei 44. Wonen - Woonboerderij De voor ‘Wonen - Woonboerderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Deze bestemming is van toepassing op Heawei 38.

37/288

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun mening op het plan kenbaar kunnen maken. Overleg omwonenden en Plaatselijk Belang Tijnje De gemeente vindt het belangrijk dat initiatieven die een zekere invloed hebben op de omgeving kunnen rekenen op voldoende draagvlak in de omgeving en in het dorp Tijnje, in dit geval vertegenwoordigd door Plaatselijk Belang Tijnje. Plaatselijk Belang is betrokken bij de planontwikkeling. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan ter beoordeling voorgelegd aan de overlegpartners. Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân hebben hierop gereageerd. De inhoudelijke reacties van provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân zijn opgenomen in bijlage 7. Het advies is beoordeeld door de gemeente. In de reactienota (zie bijlage 8) is aangegeven of en hoe het bestemmingsplan is aangepast. Ontwerpbestemmingsplan De resultaten van het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven.

Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom bij de initiatiefnemer. Planschade dat voortkomt uit de ontwikkeling komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor wordt een planschadeovereenkomst getekend door de gemeente en initiatiefnemer.

38/288

Bijlagen toelichting

39/288

40/288

Bijlage 1

41/288

Landschappelijk inpassingsplan Heawei 38

erfgrens

40

erfgrens

paardenweide

40

paarden weide

parkeergelegenheid

25 meter geur verordening

paardrijbak

mest opslag

mest opslag

erfgrens

25 meter geur verordening

erfgrens

wasplaats paardrijbak

erfgrens woning

bedrijfs ruimte woning prive e rf g r

ens

erfg rens

38

36

Heaw

38

36

Heaw e

i

erfg rens

erfgrens

ei

terrein bestaand schaal 1 : 500

terrein nieuw schaal 1 : 500

project

verbouw bedrijfspand Heawei 38 8406 AW Tijnje

opdrachtgever

Tansportbedrijf J. Schaap & zn. Heawei 38 8406 AW Tijnje

terrein indeling blad nr.

P-91

versie 1

11-07-2022

R.L

project nr. 19103

Tsjûkemarwei 2

schaal

1:500

formaat

594 x 841

kenmerk

19103 / 06 / P-91 /11-07-2022

8521 NA Sint Nicolaasga 0513 432888 info@bbhaverkamp.nl www.bbhaverkamp.nl

Deze tekening blijft ons eigendom en mag zonder onze toestemming niet worden gekopieerd © copyright Bouwkundig Bureau Haverkamp

Bijlage 2

43/288

Landschappelijk inpassingsplan Heawei 44

Landschappelijke inpassing Heawei 44, 8406 AW Tijnje Transportbedrijf J. Schaap & Zn December 2021

Buro Greet Bierema, greetbierema@planet.nl

2-.

Inleiding

Landschappelijke inpassing volgens de methodiek Nije Pleats. Het doel is om in een korte sessie te komen tot een landschappelijke inpassing volgens de methode die ontwikkeld is bij de Nije Pleats. Belangrijk onderdeel is om samen in gesprek te gaan en tot een oplossing te komen. Steeds vindt zo'n sessie op locatie plaats. Het landschappelijk verhaal van de plek speelt bij een dergelijk gesprek een wezenlijk onderdeel. Dikwijls biedt het ook de oplossing. Hoogteverschillen zijn altijd moeilijk op kaarten en luchtfoto's aan te geven en te zien en daarom is veldbezoek zo belangrijk. Dit onderdeel blijkt op het erf een essentieel onderwerp. Tijdens het keukentafelgesprek op het bedrijf aan de Heawei, op 8 december 2021, waren aanwezig van het transportbedrijf J. Schaap & Zn. de heer en mevrouw Schaap en hun zoon. Tevens zaten aan tafel de heer A. Haverkamp van het Bouwkundig Bureau BBH Haverkamp uit Sint Nicolaasga en de heer J. van Bergen van de gemeente Opsterland. Landschapsarchitect Greet Bierema nam ook deel aan het gesprek en schetst en formuleert de uitkomst. Dit rapport start met het verhaal van de plek. Dit verhaal is niet uitvoerig maar spitst zich toe op de uiteindelijk vraag.

Hoe wordt het nieuwe bedrijf landschappelijk ingepast, dat van een oorspronkelijk en voormalige agrarisch bedrijf wordt getransformeerd tot een bedrijf met de vervanging van de ligboxenstal, de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw en de aanleg van een nieuwe toegang.

3 Landschappelijke analyse Op topotijdreis.nl zijn de opeen volgende topografische kaarten te zien. Dikwijls kloppen de jaren niet geheel met de wijzigingen in het landschap, maar in het verhaal van het landschap gaat het juist om de wijzigingen. De eerste kaart is gekozen omdat goed te zien is dat de Heawei reeds aanwezig is als weg op een dijk in een geheel door water gedomineerd landschap. Meer naar het noorden wordt het enkel een weg.

1850

1900

1950 i . w �

https://www.lopotijdreis.nl

al

4-. De kaart uit de periode rond 1885 laat zien dat water in land is omgezet. Langs n dicht tegen de dijk aan zijn hier en daar kleine boerenerven ontwikkeld. Soms staan de gebouwen gebouwd op verhogingen. De Heawei als dijk is het hoogste element in het landshap en de sloten wateren af naar weerszijden.

5 Deze kaart uit de periode rond 1928 laat zien dat er veel meer bebouwing is verrezen, en dat de locatie van de boerderij op nummer 44 sterk afwijkt. Deze staat ook nog eens langs een belangrijke afwateringssloot/vaart in de polder en daardoor bij een hoge brug in de Heawei. De boerderij is in 1906 strategisch gebouwd op een natuurlijke zandhoogte. De boerderij valt ook op door haar type met de dwarsgeplaatste woning voor de schuur. De afstand tussen de voorgevel van de boerderij met de dijk is gevuld door een Engelse landschapstuin. De oprit hoort bij deze aanleg en is een tevens een dijk. Lichte hoogteverschillen, een niervormige vijver, een toegangshek en parkbomen zoals kastanjes, linden, esdoorns en een plataan horen bij deze tuin. Al met al sinds meer dan een eeuw een markant geheel.

0. Rond 1989 is te zien dat er voor een jongveestal, een ligboxenstal met mestkelçler en de voeropslag het erf moest worden opgehoogd. Er werd tevens een brug/dam over het water gebouwd om de percelen ten zuiden van het bedrijf te kunnen bereiken. Het bedrijf 'De Geld er' begint zich sterk uit te breiden richting nummer 44.

f! D 1815

1850

1900

1950

1. De kaart uit 2000 is nagenoeg gelijk aan de huidige situatie. Het agrarisch bedrijf is al geruime tijd gestopt, de kleinveestal is gesloopt en voeropslag was niet meer nodig. Het voormalige boerenerf is en bleef landscha.ppelijk goed ingepast en heeft voldoende afstand bewaard tot de buren. Enkele parkbomen legden het loodje.

Gel

,.,.

-

••

Het plan De nieuwe functie brengt specifieke eisen met zich mee. In de oorspronkelijke boerderij wordt voornamelijk gewoond met opslagruimte. Het transportbedrijf speelt zich af buiten deze boerderij en het bedrijf vervoert een bijzondere vracht. In het kort gezegd rijden er diverse vrachtwagens naar en van het erf. De vrachtwagens parkeren tevens op het erf. De vrachtwagenchauffeurs, waaronder ook de eigenaren, lossen en laden paarden die tijdelijk in een stal komen te staan, een stal in en op de plaats van de ligboxenstal. De paarden moeten gevoerd worden en mest afgevoerd. De chauffeurs komen met hun auto naar het bedrijf en komen samen in de werkplaats en de eigen kantine. Na iedere vracht moeten de vrachtwagens grondig gereinigd worden. Dit alles wordt gestuurd door de eigenaren van het bedrijf met hun personeel in het kantoor. Zij hebben ook een kantine. Al deze functies kunnen niet plaats vinden in één gebouw; zij moeten plaats vinden binnen de contour van het bestaande achtererf. Daarom zijn er naast de boerderij twee nieuwe bedrijfsgebouwen noodzakelijk. De positie van het langste gebouw wordt bepaald door het hergebruik van de mestkelder van de voormalige ligboxenstal. Het volume wordt verlengd, maar past binnen het bouwblok. Het tweede pand krijgt een positie in lijn met het schuurgedeelte van de oorspronkelijke boerderij.

Dit pand krijgt tevens een representatieve functie. De markante boerderij als pand staat echter letterlijk en figuurlijk 'vooraan'. De huidige verhoging van een deel van het achtererf, ter hoogte van de bestaande en nieuwe stal, blijkt een onverwacht voordeel bij het kunnen laden en lossen van de paarden (de hoogte van de laadklep). Het maaiveld voor het nieuwe parkeerterrein wordt dus niet verhoogt en ook komt het representatieve bedrijfsgebouw nagenoeg op het huidige maaiveld. Dit maakt de landschappelijke inpassing makkelijker. De percelen rondom het bedrijf zijn in handen van de buurman en zij doen onder anderen het onderhoud van de sloten. Voor het zware transportverkeer is de smalle met kastanjebomen beplante oprijlaan als dijk, als onderdeel van de tuinaanleg, niet geschikt. Daarom is een nieuwe inrit noodzakelijk. Twee inritten zijn ook vanuit veterinair belang noodzakelijk. Op het gehele terrein wordt nauwkeurig gekeken of de schone en vuile routes elkaar niet kruisen. Voor het veilig wonen met kleine kinderen zijn twee inritten eveneens zeer gewenst. De landschappelijke inpassing De ontwikkeling van het erf kan voortgaan op de huidige gepaste landschappelijke inrichting. De hoofdopzet van de erfbeplanting bestaat uit drie delen.

De diepe Engelse landschapstuin met parkbomen en oprijlaan, de houtsingel aan de zuidzijde met els en fruitbomen langs het schuurgedeelte van de boerderij en deels de ligboxenstal en een houtsingel haaks op de boerderij ter hoogte van de overgang tussen voorhuis en achterhuis van het pand. Zo was de ligboxenstal vanaf de openbare weg niet te zien.

ro-lN

In het plan staat het erf met de boerderij met de daarbij behorende erfbeplanting centraal. Het nieuwe bedrijf voegt zich naar het oorspronkelijke. Hierbij zijn vier belangrijke punten te benoemen. 1. De positie ten opzichte van de erfgrens/sloot en de maat van het volume van het representatieve bedrijfsgebouw is nagenoeg gelijk aan die van de boerderij. Ze staan hiermee beiden op gelijke voet en àp het perceel en niet aan de rand van het perceel. Het zicht op de voorgevels is ook gelijk, maar het woonhuis staat vooraan. 2. De nieuwe oprit blijft onbeplant om de concurrentie niet aan te gaan met de oorsprbnkelijke oprijlaan. 3. Het grote parkeerterrein met geparkeerde en kleurrijke vrachtauto's wordt aan het zicht ontnomen door beplanting. Zo blijft de alzijdig bedachte erfbeplanting op het erf behouden ten opzichte van het open landschap. 4. Er komt geen reclame bij de nieuwe inrit, zodat deze zo onopvallend mogelijk wordt. Doordat de nieuwe oprit en de weide tussen de twee opritten vrij van beplanting blijven, wordt het bestaande doorzicht op het landschap behouden en lijkt het erf als het ware niet aan het erf van de buren vast te groeien. De Engelse landschapstuin wordt zoveel mogelijk in ere behouden en gerestaureerd en dat geldt ook voor de oprijlaan en het toegangshek.

Ter vervanging van de houtsingel nabij de parkeerplaats voor het personeel worden twee linden aangeplant. In het plan en op de schets zijn twee lange houtsingels toegevoegd. Het zijn elzensingels. Streekeigen. De bedoeling is dat de wanden zo dicht mogelijk worden en dat kan worden bereikt door ze op 1 meter afstand van elkaar aan te planten, in de teen van de sloot. In de noordwest hoek zijn drie doorzicht op het landschap open gelaten. De elzenrij wordt aan de westzijde van het erf, aan de westkant van de bestaande greppel aangebracht.

J·

--- -

\..

r l "l'J..J-Jv)l f)Y.,VI

- - --

!/

?.M"lJ(\'.1 z

12 o Z qwroJof DJ rnr s "'fW't7

<FrJ-----

-- -- 57000

i

1

•

, ... ...... '

' \,

Il,

,1

"ll\ m ! d s 1L "'?2\ j '

54/288

Bijlage 3

55/288

Stikstofonderzoek

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

4 april 2023 20211439 Youri Meerstra ---

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG

Tijnje – Heawei 44 V.O.F. J. Schaap en Zn ---

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van V.O.F. J. Schaap en Zn is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van de verplaatsing van een veetransportbedrijf. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Aan de Heawei 38 te Tijnje is V.O.F. J. Schaap en Zn gevestigd. Dit bedrijf bestaat uit een transportbedrijf dat gespecialiseerd is in het vervoer van levende dieren. Het gaat hier om het vervoeren van paarden en runderen, zowel nationaal als internationaal. Vanaf 21 april 2021 is de nieuwe Europese diergezondheidsverordening ingegaan (Animal Health Regulation), waarin een verbetering en bundeling van de Europese regels op het gebied van diergezondheid is opgenomen. Voor het veetransportbedrijf zijn op de huidige locatie onvoldoende mogelijkheden om de bedrijfsvoering te verduurzamen en om te voldoen aan de eisen voor een exportverzamelplaats (EVP). Eén van de voorwaarden van een EVP is een minimumafstand van 100 meter tot agrarische bedrijven. Aan deze voorwaarde kan het paarden- en veetransportbedrijf aan Heawei 38 niet voldoen en daarom zal het moeten worden verplaatst. Aan de Heawei 44 zijn voldoende mogelijkheden voor een toekomstbestendig bedrijf in de veetransportsector.

De bedrijfstak met het metaalbedrijf dat oorspronkelijk ook was gevestigd aan Heawei 38 is reeds in 2012 verplaatst naar It Rak 2 in Tijnje.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Beslisboom toestemmingsverlening Uit de op 12 oktober 2019 door de Rijkoverheid gepubliceerde beslisboom “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten” volgt dat als de uitkomst van de berekening is dat er geen sprake is van stikstofdepositie (dat wil zeggen dat de op twee decimalen afgeronde bijdrage niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jaar) er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten en er geen natuurvergunning nodig is. Als de AERIUS-berekening aantoont (zie volgend) dat een plan leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden, kan het toch zo zijn dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen worden uitgesloten. Als dit niet het geval is, kan overgegaan worden naar een passende beoordeling. Provinciale beleidsregels en saldering Op 1 juli 2021 zijn de huidige beleidsregels Wet natuurbescherming in werking getreden. Bedrijven die een vergunning nodig hebben, moeten ervoor zorgen dat de neerslag van stikstof in Natura 2000-gebieden niet toeneemt.

Dit betekent dat als een aanvrager kan aantonen dat er als gevolg van een aanvraag geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden, er vergunning kan worden verleend. Eventuele stikstofemissie kan worden beperkt door emissiebeperkende maatregelen of door in-/extern salderen. Volgens de provinciale beleidsregel gelden de volgende definities: Salderen:

inzetten van een activiteit met N-emissie op grond van een toestemming in de referentiesituatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning voor een nieuw of gewijzigd plan, waarbij deze toestemming geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken of gewijzigd zodat de N-depositie op alle relevante hexagonen niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie;

Extern salderen:

salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één plan of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning;

Intern salderen:

salderen binnen de begrenzing van één plan of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning;

Referentiesituatie: toestemming als bedoeld in sub l, onder 1°, 3° en 4°, of bij gebrek daaraan een op de Europese referentiedatum aanwezige toestemming als bedoeld in sub l, onder 2°en 5° waarbij de laagst toegestane depositie vanaf de referentiedatum geldt.

Bepalen referentiesituatie bestemmingsplan Bij het opstellen van een bestemmingsplan geldt volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling als referentiesituatie de feitelijke aanwezige en planologisch toegestane situatie voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. ABRvS 4 maart 2020, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:684 Wat betekent dat? 1. Feitelijk aanwezig betekent dat iets gerealiseerd en feitelijk aanwezig moet zijn (dus niet enkel vergund). Bij agrarische bedrijven gaat het bijvoorbeeld om de feitelijke veebezetting, niet de vergunde situatie waar vaak nog ‘lucht’ in zit. 2. Planologisch legaal betekent positief bestemd. Gebruik dat enkel is toegestaan op basis van het gebruiksovergangsrecht en dus niet positief is bestemd kan niet worden gebruikt als referentiesituatie. 3. Voorafgaand betekent aanwezig tot op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Dit is tot nu toe alleen genuanceerd voor agrarisch gebruik dat met het oog op een nieuwe ontwikkeling al eerder was geëindigd. Dat dit met het oog op de ontwikkeling werd geëindigd moet wel blijken uit een schriftelijk stuk zoals een koopovereenkomst, ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1690 (Heiloo).

Met de uitspraak van Raad van State in de zaak ‘Logtsebaan’, van 20 januari 2021, is voor intern salderen geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming meer nodig. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2021 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te

2/6

worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase meegenomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 26 januari 2023 Met behulp van de nieuwste release van het rekenprogramma AERIUS Calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS Calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen onder andere de Alde Feanen, De Deelen, het Sneekermeergebied, de Van Oordt’s Mersken en de Witte en Zwarte Brekken. Hiervan betreffen de Alde Feanen en de Van Oordt’s Mersken de enige stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied.

Figuur 1: plangebied met meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Referentiesituatie Voor de referentiesituatie dient te worden gekeken wat feitelijk aanwezig is en wat planologisch legaal is binnen het plangebied. In de huidige situatie is binnen het plangebied feitelijk een veetransportbedrijf aanwezig op de Heawei 38 te Tijnje. Voor het plangebied geldt de bestemming ‘metaalbedrijf’, waar een hogere milieucategorie voor geldt dan het reeds aanwezige veetransportbedrijf. Daarmee kan worden gesteld dat het veetransportbedrijf is opgenomen binnen de bestemming ‘metaalbedrijf’. Daarmee is het veetransportbedrijf als referentiesituatie feitelijk aanwezig en planologisch legaal. Het veetransportbedrijf zal worden verplaatst van de Heawei 38 naar de Heawei 44. Hierbij worden de werkzaamheden op de Heawei 38 gestopt voordat de werkzaamheden op de Heawei 44 worden opgepakt. Daarbij is de situatie op de Heawei 38 saldogevend en de situatie op de Heawei 44 saldonemend.

3/6

Voor de gegevens ten behoeve van de referentiesituatie wordt gekeken naar de gegevens voor de exploitatiefase die zijn geleverd door de opdrachtgever. Gezien de ontwikkeling een verhuizing van het veetransportbedrijf betreft kan worden aangenomen dat de exploitatiefases op beide locaties gelijk blijft. Exploitatiefase Mestopslag De emissie van de mestopslag is berekend op basis van stikstofproductie van paarden, het TAN-gehalte van de mest, de bijbehorende emissiefactor en kengetallen voor de emissie van NH3 bij mestopslag in de open lucht.    

Een volwassen paard produceert 58,8 kg N per jaar (Rijksdienst voor ondernemend Nederland, 2021). Vier paarden produceren derhalve 235,2 kg N per jaar. Het TAN-gehalte van paardenmest bedraagt 72% (Van Bruggen et al, 2009). De NH3-emissiefactor (% van TAN-excretie) voor paarden bedraagt 19,5% (Van Bruggen et al, 2021). De totale NH3-emissie van de vergunde vier paarden bedraagt derhalve 235,2 X 0,72 x 0,195 = 33,02208 kg NH3/jaar.

Uitstoot stallen Voor het berekenen van de uitstoot van de stallen wordt gerekend met gegevens die zijn geleverd door de opdrachtgever. Het bedrijf betreft een transportbedrijf voor koeien en paarden. De stalruimte wordt hoofdzakelijk gebruikt voor paarden die hier overnachten voor vervolgtransport. Koeien worden alleen overgeladen en geselecteerd. Deze verblijven hooguit een paar uur op de bedrijfslocatie van het transportbedrijf. Uit de bedrijfsvoering blijkt dat gemiddeld gezien op jaarbasis vier volwassen paarden en één volwassen koe aanwezig zijn in de stal. Deze zijn ingevoerd in de AERIUS-Calculator. Hieruit blijkt dat de uitstoot van een dergelijk stallensysteem 33,0 kg N/jaar bedraagt. Voor het plan wordt uitgegaan van elektrische verwarmingsbronnen. Om deze reden wordt geen gasverbruik verwacht ten gevolge van verwarming van de verschillende ontwikkelingen. Verkeer Het aantal verkeersbewegingen is gebaseerd op gegevens die zijn geleverd door de opdrachtgever. Hierbij zijn de verkeersbewegingen ten behoeve van wonen tegen elkaar weggestreept, gezien op beide percelen in de huidige situatie en toekomstige situatie wordt gewoond (regulier- en bedrijfswonen). Dagelijks vinden gemiddeld 10 transporten van en naar het bedrijf plaats. Gezien het feit dat het transportbedrijf niet in omvang zal toenemen, zal dit aantal ongeveer gelijk blijven.

Bovendien zijn er zo'n 10 tot 15 personenauto's, waaronder de auto's van het personeel, die dagelijks het bedrijf bezoeken. In tabel 1 zijn de verkeersbewegingen opgenomen. Tabel 1: Verkeersgeneratie Soort voertuigbewegingen

Verkeersgeneratie per etmaal

Lichte motorvoertuigen (personeel et cetera)

15

Zware motorvoertuigen (transport)

10

Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van een route vanaf het plangebied in noordelijke rijrichting. Deze route biedt een goede verbinding met de N392. Hiervandaan is er een goede verbinding is met de omgeving.

4/6

Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik zijn bouwgegevens gebruikt van een vergelijkbaar project, namelijk de bouw van een bewaarplaats/bedrijfshal aan de Stoppelploeg 10 te Biddinghuizen. De bouwgegevens van het project aan de Stoppelploeg 10 zijn aangepast naar de schaal van dit plan. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd:  Gedurende de aanlegfase zijn er 135 zware verkeersbewegingen ten behoeven van de aan- en afvoer van materiaal en machines.  Voor de gehele wordt worst-case rekening gehouden met 14 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Tabel 2: Specificatie van het dieselmaterieel sloop Heawei 38 Type

Activiteit Sloop

Uren

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 75-

Dieselverbruik per uur in

Dieselverbruik totaal in

Liters

Liters

56

30

1.680

Dieselverbruik per uur in

Dieselverbruik totaal in

Liters

Liters

30

1.680

560 kW Tabel 3: Specificatie van het dieselmaterieel sloop Heawei 44 Activiteit

Type

Uren

Sloop

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 75-

56

560 kW Tabel 4: Specificatie van het dieselmaterieel aanleg ligstal Heawei 44 Machine

Type

Vermogen in

Uren

kW Heimachine

STAGE klasse IV bouwjaar

Dieselverbruik per

Dieselverbruik totaal

uur in Liters

in Liters

225

42

10

420

129

56

14

784

265

4

17,5

70

330

84

12

1.008

55

196

4

784

30

28

4,3

120

2014, 75-560 kW Rupskraan compact

STAGE klasse IV bouwjaar 2015, 75-560 kW

Betonpomp

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 75-560 kW

Kraan

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 75-560 kW

Grote hoogwerker

Stage IV bouwjaar 2015, 56-75 kW

Kleine graafmachine

Stage IIIA bouwjaar 2007, <=56 kW

Totaal

5/6

126

1.009

Tabel 5: Specificatie van het dieselmaterieel aanleg bedrijfsgebouw Heawei 44 Machine

Type

Vermogen in

Uren

kW Heimachine

STAGE klasse IV bouwjaar

Dieselverbruik per

Dieselverbruik totaal

uur in Liters

in Liters

225

15

10

150

129

20

14

280

265

4

17,5

70

330

30

12

360

55

70

4

280

30

10

4,3

43

2014, 75-560 kW Rupskraan compact

STAGE klasse IV bouwjaar 2015, 75-560 kW

Betonpomp

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 75-560 kW

Kraan

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 75-560 kW

Grote hoogwerker

Stage IV bouwjaar 2015, 56-75 kW

Kleine graafmachine

Stage IIIA bouwjaar 2007, <=56 kW

Totaal

126

1.009

Omdat het materieel verspreid over het bouwterrein wordt ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.

RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Hierbij is sprake van een verschilberekening tussen een referentiesituatie en het beoogd gebruik. In deze berekening is sprake van een ‘verschuiving’ van activiteiten met een positief resultaat. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 2 - Referentie Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 2 - Referentie Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

Rho Adviseurs Heawei 44, 8406 AW Tijnje Tijnje - Heawei 44 Exploitatiefase veetransportbedrijf RyhnPUSFju1V 21 maart 2023, 13:26 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 2023

0,04 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j 0,00 ha 23,74 ha 0,00 mol/ha/j 0,02 mol/ha/j

66,3 kg/j 2,0 kg/j 7545133 7545133

7,6 kg/j 259,5 kg/j

Van Oordt's Mersken Van Oordt's Mersken

2/10

Projectberekening

Situatie 2 (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Ligstal 3 Landbouw | Mestopslag | Mestopslag  Verkeersnetwerk

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

33,0 kg/j 33,0 kg/j 0,3 kg/j

7,6 kg/j

3/10

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Dieselmaterieel ligstal 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Dieselmaterieel bedrijfsgebouw 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Dieselmaterieel sloop  Verkeersnetwerk

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,1 kg/j 162,5 kg/j 0,3 kg/j 39,7 kg/j 0,4 kg/j 55,7 kg/j 0,1 kg/j 1,6 kg/j

4/10

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

2 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

5/10

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal Per gebied

Van Oordt's Mersken (15) Wijnjeterper Schar (16)

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

23,74 Berekend (ha gekarteerd)

23,03 0,71

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

1.909,95

0,00

0,00

1.843,20

0,00

0,00

1.909,95

0,00

0,00

23,74

0,02

23,03

0,02

0,71

0,01

6/10

Projectberekening

Situatie 2, Rekenjaar 2023 1

Landbouw | Stalemissies

Naam Ligstal X:195326,73 Locatie Y:559387,61 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

Diersoort RAV-code - Omschrijving

NH₃

Rijroute exploitatiefase X:195438,47 Y:559671,03 581,68 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Landbouw | Mestopslag

Naam Mestopslag Locatie X:195318,31 Y:559412,68 Oppervlakte 0,00 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

NH₃ 5

-

20,0 kg/j

NH₃ 13

-

13,0 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

7,6 kg/j 2,2 kg/j 0,3 kg/j

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

33,0 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

3

BWLcode

K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 1 (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar)

2

5,0 m 0,000 MW 3m

5,0 m 0,000 MW 3m

-

-

Aantal voertuigen

In file

15 p/etmaal 0 p/etmaal 10 p/etmaal 0 p/etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NH₃

33,0 kg/j

7/10

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Dieselmaterieel ligstal X:195148,53 Y:558921,8 0,09 ha

NOₓ NH₃

162,5 kg/j 1,1 kg/j

Naam

Stageklasse

Sloop

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1680 l/j SCR: ja

56 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 420 l/j SCR: ja

42 u/j

Rupskraan compact

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 784 l/j SCR: ja

56 u/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 70 l/j SCR: ja

4 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1008 l/j SCR: ja

84 u/j

Grote hoogwerker

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

196 u/j 0 l/j

Kleine graafmachine

Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 120 l/j SCR: nee

Heimachine

Kraan

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

784 l/j

0 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃ NOₓ NH₃

28 u/j

NOₓ NH₃

55,7 kg/j 0,4 kg/j 14,1 kg/j 0,1 kg/j 26,2 kg/j 0,2 kg/j 2,3 kg/j 16,8 g/j 33,7 kg/j 0,2 kg/j 26,9 kg/j 0,2 kg/j 3,7 kg/j 0,0 kg/j

8/10

Projectberekening

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Rijroute exploitatiefase X:195391,74 Y:559415,06 1.105,97 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

-

Aantal voertuigen

In file

15 p/jaar 0 p/jaar 135 p/jaar 0 p/jaar 14 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Dieselmaterieel bedrijfsgebouw X:195189,05 Y:558945,47 0,01 ha

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Heimachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 150 l/j SCR: ja

15 u/j

Rupskraan compact

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 280 l/j SCR: ja

20 u/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 70 l/j SCR: ja

4 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 360 l/j SCR: ja

30 u/j

Grote hoogwerker

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

70 u/j

Kleine graafmachine

Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 43 l/j SCR: nee

Kraan

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

39,7 kg/j 0,3 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

280 l/j

0 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

0 l/j

NOₓ NH₃

10 u/j

1,6 kg/j 0,4 kg/j 0,1 kg/j

NOₓ NH₃

5,0 kg/j 36,0 g/j 9,3 kg/j 67,2 g/j 2,3 kg/j 16,8 g/j 12,0 kg/j 86,4 g/j 9,6 kg/j 67,2 g/j 1,3 kg/j 0,0 kg/j

9/10

Projectberekening

4

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Naam Stageklasse

Dieselmaterieel sloop X:195327,36 Y:559387,98 0,02 ha

NOₓ NH₃

55,7 kg/j 0,4 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie

Sloop Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 1680 l/j

56 u/j

0 l/j

NOₓ 55,7 kg/j NH₃ 0,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van 2022_20230315_cd85399aac AERIUS versie Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RyhnPUSFju1V (21 maart 2023)

10/10

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 2 - Referentie Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 2 - Referentie Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

Rho Adviseurs Heawei 44, 8406 AW Tijnje Tijnje - Heawei 44 Exploitatiefase veetransportbedrijf Rc5aGLm1kHEX 21 maart 2023, 11:31 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 2023

0,04 mol/ha/j 0,03 mol/ha/j -

66,3 kg/j 66,5 kg/j 7545133 7545133

7,6 kg/j 14,4 kg/j

Van Oordt's Mersken Van Oordt's Mersken

2/9

Projectberekening

Situatie 2 (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Ligstal 3 Landbouw | Mestopslag | Mestopslag  Verkeersnetwerk

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

33,0 kg/j 33,0 kg/j 0,3 kg/j

7,6 kg/j

3/9

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Ligstal 3 Landbouw | Mestopslag | Mestopslag  Verkeersnetwerk

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

33,0 kg/j 33,0 kg/j 0,5 kg/j

14,4 kg/j

4/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

5/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Alde Feanen Van Oordt's Mersken Wijnjeterper Schar

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

6/9

Projectberekening

Situatie 2, Rekenjaar 2023 1

Landbouw | Stalemissies

Naam Ligstal X:195326,73 Locatie Y:559387,61 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

Diersoort RAV-code - Omschrijving

  2

BWLcode

NH₃

NH₃ 5

-

20,0 kg/j

NH₃ 13

-

13,0 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

7,6 kg/j 2,2 kg/j 0,3 kg/j

Wegverkeer | Weg

Rijroute exploitatiefase X:195438,47 Y:559671,03 581,68 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Landbouw | Mestopslag

Naam Mestopslag Locatie X:195318,31 Y:559412,68 Oppervlakte 0,00 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

33,0 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)

K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 1 (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar)

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

3

5,0 m 0,000 MW 3m

5,0 m 0,000 MW 3m

-

-

Aantal voertuigen

In file

15 p/etmaal 0 p/etmaal 10 p/etmaal 0 p/etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NH₃

33,0 kg/j

7/9

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Landbouw | Stalemissies

Naam Ligstal X:195158,13 Locatie Y:558922,71 Oppervlakte 0,05 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

Diersoort RAV-code - Omschrijving

  2

BWLcode

NH₃

NH₃ 5

-

20,0 kg/j

NH₃ 13

-

13,0 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

14,4 kg/j 4,2 kg/j 0,5 kg/j

Wegverkeer | Weg

Rijroute exploitatiefase X:195391,74 Y:559415,06 1.105,97 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Landbouw | Mestopslag

Naam Mestopslag Locatie X:195186,28 Y:558937,9 Oppervlakte 0,00 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

33,0 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)

K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 1 (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar)

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

3

5,0 m 0,000 MW 3m

0,0 m 0,000 MW 3m

-

-

Aantal voertuigen

In file

15 p/etmaal 0 p/etmaal 10 p/etmaal 0 p/etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NH₃

33,0 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

8/9

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rc5aGLm1kHEX (21 maart 2023)

9/9

Bijlage 4

81/288

Quickscan Ecologie

Tijnje, Heawei 44 QuickScan

JM ecologie, 2021

QuickScan Tijnje, Heawei 44

Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming Rapportnummer R21.228 Status 1.0 (definitief) Datum 05-11-2021 Opdrachtgever Transportbedrijf J. Schaap en Zn. Heawei 38 8406 AW Tijnje Auteur Willem Oevering Controle Corine Bos Voorpagina De te verwijderen schuur, met op de achtergrond het woonhuis. Te citeren als Oevering, W., 2021. QuickScan Tijnje, Heawei 44; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. JMe-rapport R21.228 JM ecologie, Gorredijk.

JM ecologie Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright © 2021 JM ecologie

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 3 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 5 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 5

2

Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 6 Locatie ................................................................................................................................................................. 6 Ingreep .............................................................................................................................................................. 10

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie (soortenbescherming) .........................................................................11 Vogels................................................................................................................................................................ 11 Vleermuizen ...................................................................................................................................................... 12 Overige zoogdieren ........................................................................................................................................... 13 Reptielen ........................................................................................................................................................... 14 Amfibieën .......................................................................................................................................................... 14 Vissen ................................................................................................................................................................ 15 Overige fauna ....................................................................................................................................................

15 Vaatplanten ...................................................................................................................................................... 15

4

Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................16 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 16 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ........................................................... 17

5

Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................18 Algemene broedvogels; mitigatie ..................................................................................................................... 18 Vleermuizen; mitigatie ...................................................................................................................................... 19

6

Conclusie............................................................................................................................................................20

Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................21

Transportbedrijf J. Schaap en Zn. QuickScan Tijnje, Heawei 44

1

Inleiding Aanleiding Transportbedrijf J. Schaap en Zn., hierna ´opdrachtgever´ genoemd, is voornemens een bestemmingsplanwijziging aan te vragen op het perceel van de Heawei 44 te Tijnje, gemeente Opsterland, Provinsje Fryslân. Na de bestemmingsplanwijziging zal het terrein deels (her)ingericht worden. Bij deze herinrichting wordt de oude bestaande schuur gesloopt, waarna twee nieuwe bedrijfsgebouwen geplaatst worden. Tevens wordt een bedrijfsinrit gerealiseerd. Om eventuele strijdigheden van de beoogde werkzaamheden en de toekomstige situatie met de Wet natuurbescherming (Wnb) op te sporen, is door JM ecologie een QuickScan uitgevoerd op de locatie.

Globale ligging Het plangebied is gelegen aan de Heawei, de doorgaande weg tussen Tijnje en Luxwoude. Aan de Heawei zijn een aantal agrarische bedrijven en woonhuizen gevestigd. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief beheerd agrarisch grasland, met verspreid enkele kleine beboste gedeeltes. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied in Friesland, aangegeven met een rood kader. (Bron achtergrond: Esri)

Datum: 5 november 2021 rapport: R21.228, versie 1.0

blad 2 van 21

Transportbedrijf J. Schaap en Zn. QuickScan Tijnje, Heawei 44

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Provincie Friesland gebruikt de naam Ecologische Hoofdstructuren (EHS). Tevens kent de Provincie Friesland beschermde Ganzenfoerageergebieden en weidevogelkansgebieden. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.

Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat alle provincies en het Rijk de voorheen geldende “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012” aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. Bij voorliggende toetsing is ervan uitgegaan dat de lijst gehanteerd blijft en dat de nesten een jaarrond beschermde status houden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1t/m4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen.

Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt.

Datum: 5 november 2021 rapport: R21.228, versie 1.0

blad 3 van 21

Transportbedrijf J. Schaap en Zn. QuickScan Tijnje, Heawei 44

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.

In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het projectvoornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

Datum: 5 november 2021 rapport: R21.228, versie 1.0

blad 4 van 21

Transportbedrijf J. Schaap en Zn. QuickScan Tijnje, Heawei 44

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland, bescherming Houtopstanden, ganzenfoerageergebieden en weidevogelkansgebieden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog Willem Oevering van JM ecologie op 27 oktober 2021. Het bezoek is uitgevoerd van 13:00 tot 14:30 uur, bij 14⁰C en 1Bft, op een regenachtige dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatvinden.

Datum: 5 november 2021 rapport: R21.228, versie 1.0

blad 5 van 21

Transportbedrijf J. Schaap en Zn. QuickScan Tijnje, Heawei 44

2

Beschrijving locatie en ingreep Locatie Het plangebied is gelegen aan de Heawei, de doorgaande weg tussen Tijnje en Luxwoude. Aan de Heawei zijn een aantal agrarische bedrijven en woonhuizen gevestigd. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief beheerd agrarisch grasland, met verspreid enkele kleine beboste gedeeltes. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt het Stroomkanaal, welke van Gersloot naar Tijnje loopt.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood omlijnd). (Bron achtergrond: Esri)

Het plangebied bestaat uit bebouwing in de vorm van een woonhuis met aanliggende schuur, een losliggende schuur welke in gebruik is als opslag en een kleiner schuurtje, welke deels in gebruik is als paardenstal. De aan het huis liggende schuur heeft een dakpannen dak met spouwloze enkelsteens gemetselde bakstenen muren. De opslagschuur heeft eveneens spouwloze bakstenen muren, maar bevat een golfplaten dak, welke kaal op het houtskelet gelegd zijn. Het kleine schuurtje bevat een plat dak. De muren zijn ook enkelsteens gemetseld, de voorzijde van deze schuur is bekleed met metalen plaatwerk. De noordzijde en de westzijde van het plangebied zijn momenteel in gebruik als agrarisch grasland. Langs de oprit richting het huis is deels laanbeplanting aanwezig. Verder is er aan de zuidzijde van het plangebied hogere beplanting in de vorm van bomen en struiken aanwezig en staat er een strook met opgaande begroeiing met voornamelijk bomen als els als tweedeling tussen de stukken grasland. Onder deze strook met opgaande begroeiing is een regenwatersloot aanwezig. Verder liggen er watergangen ten noorden, oosten en zuiden van het plangebied en aan de noordzijde van de oprit. In de watergang aan de oostzijde zijn een gronddam voor toegang tot het grasperceel en een gronddam ten behoeve van de oprit van het woonhuis aanwezig.

In de tuin aan de oostzijde van het plangebied is een vijver uitgegraven. In het zuidoosten van de voortuin staat opgaande begroeiing op een iets verhoogd stuk terrein. Daarnaast zijn op het terrein enkele (puin)bulten aanwezig.

Datum: 5 november 2021 rapport: R21.228, versie 1.0

blad 6 van 21

Transportbedrijf J. Schaap en Zn. QuickScan Tijnje, Heawei 44

Afbeelding 2.2. Noordwestzijde woonhuis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=dd63ebb8-d963-43ea-a25e-38ca34efea69