Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Luxwoude – De Wyngaerden 9, 14 en 19
Tekst van het document
In overleg met de provincie is daarom geconcludeerd dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet.
34/277
Figuur 4.1 Plangebied met de Famkekaart Steentijd
Figuur 4.2 Plangebied met de Famkekaart Middeleeuwen
35/277
4.10 Cultuurhistorie De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Het plangebied maakt geen deel uit van een cultuurhistorische waardevol gebied. Wel is het landschap van cultuurhistorische betekenis. De ontwikkeling vindt grotendeelsplaats binnen de bestaande landschappelijke structuur van het gebied en doet hieraan zodoende geen afbreuk. In paragraaf 2.3 is dit reeds beschreven. Vanuit dit aspect bestaan dus geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
4.11 Bedrijven- en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de milieuruimte van bedrijven voor het bestemmingsplan in beeld te brengen, wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009). In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor bedrijfsactiviteiten ten opzichte van een rustige woonwijk (voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar). Ten opzichte van een gemengd gebied gelden kleinere richtafstanden. Aan De Wyngaerden 9 wordt met dit bestemmingsplan de planologische mogelijkheid gecreëerd om een nieuwe woning te realiseren. Dit betekent dat het woon- en leefklimaat ter plaatse voldoende moet zijn. In de omgeving van deze locatie is voornamelijk sprake van woningen en agrarische gronden. Hiermee is de voorgenomen woonfunctie goed te combineren en dit leidt niet tot belemmeringen. Ten zuidwesten van de Wyngaerden 9 is op perceel Wyngaerden 14 een veehouderij toegestaan op basis van de planologische mogelijkheden. Met dit plan wordt deze bestemming echter gewijzigd naar een woonbestemming.
Daarmee valt een mogelijke belemmering van de veehouderij ter plaatse van de Wyngaerden 9 weg. Daarnaast wordt met dit bestemmingsplan de planologische mogelijkheid om op de percelen nummer 14 en 19 een bedrijf te vestigen verwijderd. Dit betekent dat het woon- en leefklimaat van de woningen in de omgeving verbeterd wordt. De woningen ondervinden namelijk geen hinder meer van deze bedrijven. Verder bevinden zich in de directe omgeving van de toekomstige woningen geen bedrijven die voor een eventuele overlast zouden kunnen zorgen. Met de realisatie van de nieuwe woningen worden bedrijven in de omgeving ook niet in hun ontwikkeling mogelijkheden beperkt.
36/277
4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Ten noorden van het plangebied loopt een hoogspanningsverbinding. In het geldende bestemmingsplan is verbinding beschermd middels de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. Binnen deze bestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Met dit bestemmingsplan worden geen bouwwerken mogelijk gemaakt binnen de dubbelbestemming. Overigens ligt het plangebied op ruim 50 meter tot de hoogspanningsverbinding. Verder lopen geen hoofdleidingen of -kabels in of nabij het plangebied. Ook liggen er geen relevante zones over het gebied.
4.13 MER (Milieu effect rapportage) verantwoording In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan maakt slechts één woning mogelijk en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Daarnaast wordt de ontwikkeling, gelet op de aard en de omvang, ook niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van één vrijstaande woning, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Met dit bestemmingsplan is sprake van een ruimte beslag dat beperkter is dan de huidige planologische mogelijkheden. Verder vinden geen wijzigingen aan de wijze van ontsluiting plaats en wordt de parkeerbehoefte, net als in de huidige situatie, binnen het plangebied opgelost. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot een hogere verkeersaantrekkende werking dan in de huidige situatie mogelijk is. Op basis van voorgaande wordt de beoogde ontwikkeling niet gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject. Er behoeft dan ook geen besluit te worden genomen of een MER nodig, dan wel niet nodig is.
37/277
38/277
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestaande bestemmingsplan Buitengebied. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.
5.2
Beschrijving juridische regeling
Bestemming Wonen De huidige bestemmingen op de percelen De Wyngaerden 9 en 19 worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. De woningen dienen binnen het bestemmingsvlak gebouwd te worden. De oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 150 m² bedragen en de oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 150 m2. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. De activiteiten dienen ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie en dienen door de bewoner van de woning uitgevoerd worden. Bestemming Wonen - Woonboerderij De huidige bestemming op het perceel De Wyngaerden 14 wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen Woonboerderij'. Het hoofdgebouw dient op de bestaande plek van het huidige hoofdgebouw gebouwd te worden. Binnen de bestemming zijn aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. De activiteiten dienen ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie en dienen door de bewoner van de woning uitgevoerd worden. Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 2, 3 en 5 Op basis van het FAMKE zijn ter plaatse van de percelen archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Deze bieden een beschermende regeling voor de archeologische waarden ter plaatse. Voor de percelen De Wyngaerden 9 geldt een grenswaarde van 500 m2 voor archeologisch onderzoek.
Ter plaatse van De Wyngaerden 14 geldt een grenswaarde van 5.000 m2 voor archeologisch onderzoek. Ter plaatse van De Wyngaerden 19 geldt
39/277
tot slot een grenswaarde 2.500 m2 voor archeologisch onderzoek.
40/277
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Inspraak en overleg Het bestemmingsplan is voor overleg aangeboden. De instanties zijn in de gelegenheid gesteld om kennis te kunnen nemen van en te reageren op de inhoud van het planvoornemen. Resultaten van het overleg De ontvangen overlegreactie is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Wetterskip Fryslân heeft per mail d.d. 25 november 2022 kenbaar gemaakt geen opmerkingen te hebben met betrekking tot het concept ontwerpbestemmingsplan. De provincie heeft bij brief d.d. 30 november 2022 gereageerd op het concept ontwerpbestemmingsplan. Hieronder zijn de opmerkingen van de provincie Fryslân samengevat en is de reactie hierop van de gemeente weergegeven. Opmerkingen 1. Wonen Opgemerkt is dat met betrekking tot het perceel De Wyngaerden 9 in het voortraject bij de provincie kenbaar is gemaakt en aangegeven dat de ontwikkeling op dit perceel niet bij recht past in artikel 1.6.1. van de Verordening Romte Fryslân (VRF), vanwege het ontbreken van een agrarisch bouwperceel op het adres De Wyngaerden 9. De provincie voegt hier aan toe dat er in dit geval niet sprake is van een verdichting of afronding van een bebouwingslint, waardoor artikel 1.3.1. VRF ook niet aan de orde is. Reactie gemeente De toelichting bij het bestemmingsplan is hierop aangepast. Hierin is een nadere motivering opgenomen voor de situering in relatie tot de aangrenzende bebouwing. 2.
Regels VRF Strikt genomen past de ontwikkeling op het perceel De Wyngaerden 9 niet binnen de regels van de VRF. In dit specifieke geval is slechts sprake van een kleine afwijking van de regels in de VRF en door de sloop van verouderde bebouwing kan er duidelijk een kwaliteitsslag worden gemaakt. Op die grond acht de provincie de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar. Wel bestaat er theoretisch een juridisch risico. Om de strijdigheid met de VRF op te heffen geeft de provincie aan gebruik te maken van de mogelijkheid om, voordat het plan ter inzage wordt gelegd, een ontheffing van de VRF aan te vragen bij GS.
41/277
Reactie gemeente Het betreft hier de invulling van een perceel waarop thans agrarische bebouwing i.c. een voormalige kippenschuur, staat. De gronden zijn bestemd voor agrarisch, waarop geen bebouwing is toegestaan. Weliswaar ligt het perceel niet in een lint, maar wel tussen andere aan de Wyngaerden gesitueerde bebouwing. De nieuwe stedelijke invulling leidt, ten opzichte van de huidige situatie, tot een aanmerkelijke landschappelijke kwaliteitsverbetering. Ook is er niet sprake van een verdere verstedelijking van het buitengebied. Immers wordt bestaande bebouwing vervangen door kleinschaliger andere bebouwing. De te slopen oppervlakte bedraagt 500 m2. De oppervlakte van de woning inclusief bijgebouwen mag maximaal 300 m 2 bedragen. Op grond van voorgaande motivering zijn wij van mening dat het voorliggend plan niet strijdig is met de VRF. 3. Sloop beeldverstorende bebouwing De sloop van de beeldverstorende bebouwing is niet geborgd. Verzocht wordt om de sloop te borgen door in de bouw- en/of gebruiksregels binnen de woonbestemming een voorwaardelijke verplichting tot sloop op te nemen en hieraan een termijn te verbinden. Reactie gemeente De planregels i.c. artikel 3.7.1 is hierop aangepast, door het opnemen van een sloopverplichting. 4. Landschappelijke inpassing Het inpassingsplan dat is opgenomen in de toelichting is niet geborgd in de regels.
Verzocht wordt de uitvoering en instandhouding van het inpassingsplan te borgen middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Reactie gemeente De planregels i.c. artikel 3.7.2 is hierop aangepast, door het opnemen van de verplichting tot de uitvoering en de instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan. 5. Archeologie In de plantoelichting is onderbouwd dat voor de drie percelen geen archeologisch onderzoek nodig is. Op grond van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is voor de periode steentijd-bronstijd (De Wyngaerden 9 en 19) archeologisch onderzoek nodig voor ingrepen groter dan 500 m2. En bij De Wyngaerden 14 bij ingrepen van meer dan 5000 m2. In de toelichting bij de FAMKE staat vermeld dat bij het bepalen of onderzoek nodig is, gekeken moet worden naar de omvang van de bestemmingswijziging. De bestemmingswijziging zit voor alle drie de percelen boven de 500 of 5000 m2. Verzocht wordt archeologisch onderzoek uit te voeren voor alle drie percelen en de resultaten hiervan te verwerken in het ontwerpbestemmingsplan. Reactie gemeente Voor wat betreft het perceel De Wyngaerden 14 geldt dat het in dit geval uitsluitend betreft de bestemmingswijziging van “Agrarisch – intensieve veehouderij” naar “Wonen – Woonboerderij”. Grondwerkzaamheden zijn hierbij niet aan de orde.
Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de huidige bebouwing De oppervlakte van het perceel Wyngaerden 9 bedraagt 2540 m2. De bouw van de woning inclusief bijgebouwen zal maximaal 300 m2 bedragen. De bebouwing zal grotendeels plaats vinden op de locatie waar thans nog de
42/277
kippenschuur (met een oppervlakte van 500 m2) is gesitueerd. Deze grond is ten tijde van de bouw van deze schuur reeds geroerd. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden is dan ook vrijwel uitgesloten. Indien er tijdens de bouwwerkzaamheden toch sprake zal zijn van archeologische vondsten, dan zal dit direct worden gemeld bij de provinciaal archeoloog. Op het perceel De Wyngaerden 19 zal uitsluitend sprake zijn van afbraak van voormalige bedrijfsgebouwen. Ook deze grond is ten tijde van de eerdere bouwwerkzaamheden van deze gebouwen reeds geroerd. Ook hier geldt dat ingeval er toch werkzaamheden op deze locatie worden uitgevoerd en er sprake is van archeologische vondsten, hiervan melding zal worden gedaan bij de provinciaal archeoloog. Nader overleg met de provinciaal archeoloog heeft het uitgewezen dat voor de genoemde percelen kan worden afgezien van archeologisch onderzoek vooraf. De archeologische paragraaf (paragraaf 4.9) in het bestemmingsplan is op de onderbouwing van de initiatiefnemer aangepast, waaruit dus blijk dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Daarnaast is in de toelichting aangegeven dat op grond van de Verordening Romte Fryslân paragraaf 2.2.1.
lid 2 (geconsolideerde-versie-verordening-romte-fryslan-2014-versie-maart-2021.pdf) wordt afgeweken van de FAMKE door geen onderzoek vooraf uit te laten voeren, omdat de geplande sloop, herinrichting en nieuwbouw nu en in de toekomst de grenzen van de geldende beleidsadviezen op de FAMKE naar verwachting niet zullen overschrijden. Ter bescherming van de archeologie op de percelen 9, 14 en 19 is een dubbelbestemming 'waarde archeologie' opgenomen conform de beleidsadviezen op de FAMKE. 6. Ecologie Voor De Wyngaerden 9 is in de plantoelichting de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling met betrekking tot de steenmarter onderbouwd en is aangegeven dat er een nader onderzoek loopt. Opgemerkt wordt dat in de Wet natuurbescherming de steenmarter is vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen. In principe is een nader onderzoek niet nodig. Wel geldt dat een zogend moertje niet mag worden weggevangen, omdat anders de jongen verkommeren in het nest. Dit kan worden ondervangen door te slopen buiten de zoogperiode, of door nader onderzoek te doen en aan te tonen dat er geen steenmarterverblijf aanwezig is. De toelichting dient hierop te worden aangepast. Voor het perceel De Wyngaerden 19, waarop ook bebouwing wordt gesloopt is geen quickscan bijgevoegd of uitgevoerd. Verzocht wordt ook hiervoor ecologisch onderzoek te doen en de uitvoerbaarheid van het plan voor soorten nader te omschrijven.
Het voorgaande geldt ook voor het perceel Wyngaerden 14. Reactie gemeente Het bestemmingsplan is voor wat betreft de steenmarter hierop aangepast. Het spreekt voor zich dat, voorafgaand aan de sloop, onderzoek plaats zal vinden naar de aanwezigheid van steenmarters. Voor het perceel Wyngaerden 14 geldt dat hier geen sloop plaats zal vinden en het uitsluitend een functiewijziging betreft. Uit de quick scan flora en fauna (bijlage 2) voor het perceel Wyngaerden 19 blijkt dat hiervoor geen specifieke beperkingen gelden, behalve het naleven van de zorgplicht en buiten het broedseizoen werken in verband met broedgevallen van algemene broedvogels. Daarmee wordt voldaan aan de Wnb. 7. Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen.
43/277
Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van gevelstenen met openingen voor vogels en vleermuizen. Reactie gemeente Bij de bouw van de woning zal hiermee rekening worden gehouden. 8. Ontgrondingen In het inpassingsplan voor het perceel Wyngaerden 19 wordt een natuurlijke zwemvijver beoogd. In het geval van het realiseren van een vijver in de tuin is er sprake van een ontgronding waarop de Ontgrondingenverordening Friesland van toepassing is. In de toelichting dient duidelijk gemaakt te worden om hoeveel grondverzet (m3) het gaat en welke diepte wordt gehanteerd bij het maken van de beoogde waterpartij. In overleg met de Fumo kan worden bepaald of er sprake is van een vrijgestelde ontgronding. De conclusie dient te worden vermeld in de plantoelichting Reactie gemeente Uit de terreininrichting De Wyngaerden 19 (bijlage 1) blijkt dat de natuurlijke zwemvijver is gepland op de locatie waar thans nog een van de te verwijderen schuren is gesitueerd. De door de sloop ontstane ontgraving zal, na verwijdering van het puin, worden aangewend als zwemvijver. Voor de realisering hiervan zal er geen ontgronding plaats vinden.
6.2.2 Zienswijze Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven.
6.2.3 Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.3
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarin de gemeente geen directe financiële rol of belangen heeft. De ontwikkelaar kan het project volledig financieren. Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Daarmee is de financiële haalbaarheid voldoende gewaarborgd. Grondexploitatie
44/277
Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. De beoogde ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' grondexploitatieregeling aangemerkt. Op 4 november is 2020 is tussen de partijen een anterieure overeenkomst gesloten. In dit geval zijn de ambtelijke kosten contractueel afgedekt en verder worden er leges gerekend. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd.
45/277
46/277
Bijlagen bij toelichting
47/277
48/277
Bijlage 1
49/277
Landschappelijke inpassing
Ruimte voor Ruimte De Wyngaarden nr. 9 en nr. 19 Luxwoude Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing
21 augustus 2019 opdrachtgever: Bennie Arends
1
Leiding
Locatie kavel kippenschuur
Enkelbestemming wonen Enkelbestemming bedrijf
Enkelbestemming agrarisch
Bouwvlak functie intensieve veehouderij
Bestemmingsplan, De Wyngaarden nr. 9 en nr. 19, Luxwoude
2
Voorstel gebruik makende van de Ruimte voor Ruimte - regeling 1. De Wyngaarden nr. 9; Sloop van de voormalige kippenschuur inclusief erfverhardingen Ontwikkelen van een woonkavel 2. De Wyngaarden nr. 19; Sloop van de voormalige agrarische schuren schuren en erfverhardingen Omvormen van bedrijfskavel naar woonkavel
3
Zicht op De Wyngaarden nr. 9 vanuit het westen
NB. silo en hek zijn van de buurman aan de overzijde
Zicht op De Wyngaarden nr. 9 vanuit het oosten
4
Zicht op De Wyngaarden nr. 19 vanuit het zuiden
Zicht op De Wyngaarden nr. 19 vanuit het oosten
5
Verwijderen erfverhardingen en herstellen landschap
Slopen schuur
Verwijderen beplanting aan de wegzijde
Ingrepen in de bestaande situatie
Landschappelijke en stdenbouwkundige randvoorwaarden De Wyngaarden nr. 09
6
Verwijderen erfverhardingen en herstellen landschap
Overpad naar achter gelegen kavel Extensief beheerd grasland / bloemenweide
Fruitbomen
Landschappelijke solitaire bomen
Natuurlijke zwemvijver met rietoever
Slopen schuur
grasveld Slopen schuur
terras
Bestaande bomen op erfgrens
Ingrepen in de bestaande situatie
Terreininrichting De Wyngaarden nr. 19, Luxwoude
7
Ruimtelijke inpassing nieuwe woonkavel De Wijngaerden nr. 9 Landschappelijke en stedenbouwkundige randvoorwaarden De kavel van met de kippenschuur bevindt is zich in het bebouwingslint van De Wijngaerden. De realisatie van een woonkavel op deze plek past goed in het landschap en leidt niet tot een onaanvaardbare verdichting van het lint. De tussenliggende ruimten zijn ruim voldoende breed. De sloop van de leegstaande en beeldverstorende agrarische bebouwing en de ontwikkeling van een nieuwe woonfunctie is in zijn totaliteit een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Milieu Aandachtspunt is de eventuele milieuzonering van het agrarische bedrijf schuin tegenover op de Wyngaerden nummer 14. Volgens het bestemmingsplan is hier sprake van een bouwvlak met de functieaanduiding intensieve veehouderij. Inmiddels heeft de opdrachtegever hierover overleg gehad met de bewoners en hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Bebouwing op de kavel • Op de kavel is een zoekgebied gedefinieerd waarbinnen een hoofd- en bijgebouw met een totale opp. van maximaal 300m2 mag worden gerealiseerd. • Het bouwvlak van 300m2 is max. 12m breed en 25m lang. • Het hoofdgebouw staat minimaal 12 m uit de kant van de verharding van de weg. • De bebouwing staat aan de zijkanten minimaal 5 m uit de teen van het talud van de kavelsloot.
• De bijgebouwen staan achter rooilijn van het hoofdgebouw. Welstand Omdat de nieuwe woning in een bestaand lint wordt gebouwd moet de woning passen binnen de huidige welstandscriteria voor de locatie. Er is geen aanleiding deze te wijzigen. Verkeer De bestaande inrit wordt gehandhaafd en max. 4,50 breed De erfinrichting • De bestaande kavelsloot aan de achterkant en zijkanten moet worden gehandhaafd en hersteld. • De beplanting op de erfgrens is inheems. Op de hoeken is de erfbeplanting dicht en markeert de (langgerekte) vorm van de kavel. • De kavel is ingedeeld in een voor- en achtererf. Het voorerf is in de richting van de straat open waardoor de representatieve zijde / het adres van de woning zichtbaar is. Het achtererf heeft een doorzicht/relatie naar het landschap. • De tuinaanleg is in hoofdopzet passend bij een boerderij: een tuin met grote gazons en borders aan de zijkanten, een pad naar de voordeur en een haag aan de straatzijde. • Op het voorerf staat één of enkele solitaire (beeldbepalende) bomen, zoals gebruikelijk in boeren tuinen. Erfbegrenzing • Aan de voorzijde is een erfscheiding van maximaal 1m hoog toegestaan. Deze erfscheiding mag bestaat uit een haag van een inheemse soort, zoals meidoorn, veldesdoorn of haagbeuk. Ter ondersteuning van de haag is een zorgvuldig vormgegeven landelijk hekwerk toegestaan (max.
1m) mits donker van kleur (donker groen of zwart). • Op de erfgrens aan de zijkanten en de achterzijde van de kavel mogen geen schuttingen worden gebouwd. Dit zal ook in de koopakte (privaatrechtelijk) worden aangegeven. Om te borgen dat deze voorwaarde ook over gaat naar toekomstige nieuwe eigenaren wordt dit als “kettingbeding” in de koopakte opgenomen.
8
58/277
Bijlage 2
59/277
Quickscan flora en fauna
Quickscan flora en fauna Wyngaerden 19 Luxwoude
Nijverdal, 29 maart 2023 Projectnummer 23.18
COLOFON
Door:
Telefoonnummer: E-mail: Internet: Project: Auteur/ veldinventarisatie: Gecontroleerd door: Datum: Status:
Otte Groenadvies BV Brilsweg 1a 7441 BV Nijverdal 06 - 51177946 info@ottegroenadvies.nl www.ottegroenadvies.nl 23.18 Ing. P. Otte Ing. L. Grote Gansey 29 maart 2023 Definitief
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten, aangetroffen beschermde soorten worden geregistreerd. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................ 4 1.1. Aanleiding en doelstelling............................................................................ 4 1.2. Methodiek ................................................................................................... 4 2. Wetgeving..................................................................................................... 6 3. Gebiedsomschrijving ..................................................................................... 7 3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving ..................................................... 7
6.3. Advies en aanbevelingen ........................................................................... 18 7. Kwaliteitsborging- en geldigheid ................................................................. 19 8. Bibliografie .................................................................................................. 20 Bijlage ............................................................................................................. 21 BIJLAGE 1: Wettelijk kader Wet natuurbescherming - Soortbescherming ....... 21
3.2. Projectvoornemen ....................................................................................... 8 3.3. Foto impressie planlocatie........................................................................... 9 4. Gebiedsbescherming ....................................................................................10 4.1. Natura 2000 ............................................................................................... 10 4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................. 11 4.3. Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebieden ..................................... 12 5. Beschermde flora en fauna ..........................................................................13 5.1. Flora ........................................................................................................... 13 5.2. Fauna - Zoogdieren .................................................................................... 14 5.3. Fauna - Vleermuizen .................................................................................. 14 5.4. Fauna - Vogels............................................................................................ 16 5.5. Fauna - Overige soorten ............................................................................ 16 6.
Conclusies ....................................................................................................17 6.1. Overzicht beschermde gebieden ............................................................... 17 6.2. Overzicht beschermde soorten ................................................................. 17 3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan, amovatie van twee voormalige melkveestallen, uitvoerbaar is. In dit kader dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden op de locatie Wyngaerden 19 te Luxwoude.
1.2. Methodiek Om optimaal om te gaan met het zorgvuldigheidsprincipe uit de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft de initiatiefnemer besloten om een onderzoek te laten doen, alvorens de werkzaamheden uit te voeren. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wnb. Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkelingen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingswijzigingen en ontheffings- of vergunningsaanvragen in het kader van de Wnb.
1.2.1. Wat is een quickscan De quickscan flora en fauna is een oriënterend onderzoek. Hierin wordt de geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een veld- en bureau onderzoek wordt beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt er gekeken of de plannen mogelijk een negatief effect hebben op de Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde Natuurmonumenten. Indien beschermde soorten voorkomen, kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. Eveneens dient te worden onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van gedragscodes en worden mogelijkheden tot ontheffing verkent. Een quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een moment opname betreft, kan geen rekening gehouden worden met de dynamische aspecten van natuur, zoals mitigatie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en -beheer na afloop van het onderzoek.
In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en getoetst aan de natuurwetgeving en -beleid.
4
1.2.2. Uitvoer onderzoek Op 24 maart 2023 is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten en de directe aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken e.d.). Er is gebruik gemaakt van een fotocamera. De weersomstandigheden waren helder, droog, 12°C (KNMI, z.d.). Tijdens het onderzoek waaruit dit rapport is voortgekomen is niet alleen gelet op flora en fauna binnen de contouren van het plangebied, maar ook op de beschermde flora en fauna in de nabije omgeving. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken nagegaan welke bijzondere planten- en dierensoorten ervoor kunnen komen in het plangebied.
5
2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van het in het wild voorkomende planten en dieren en de bescherming van gebieden. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11).
vrijstelling of is het mogelijk van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien:
Een belangrijk onderdeel in de Wnb is het verbieden van verbodsbepalingen die het voortbestaan van planten en diersoorten in gevaar kunnen brengen. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten, zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep, de Wnb kent drie soorten beschermingsregimes:
Zie bijlage 1 voor het wettelijk kader van de soortenbescherming in de Wnb.
• • •
• • •
Er geen bevredigend alternatief is; Er is geen sprake is van een wettelijk belang of Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstig staat van instandhouding van de soort.
De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in de rapportage, zie verder in Hoofdstuk 4 - beschermde soorten (Overheid, 2020).
Vogelrichtlijnsoorten; Habitatrichtlijnsoorten; Andere soorten.
De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met vrijgestelde soorten is per provincie anders. De zorgplicht is wel van toepassing. Bij ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een 6
3. Gebiedsomschrijving
In Figuur 1 en 2 wordt de projectlocatie weergegeven.
3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving Het plangebied ligt in Luxwouden ten noordoosten van Heerenveen in een veenpolderlandschap. Het is een grootschalig open landschap met lineaire bebouwingslinten in samenhang met opstrekkende verkaveling. Vanuit het lage midden werd het laagveen ontgonnen, ontstaan in stagnerend water tussen de Middelzee en de Zuiderzee. Vanaf de dijken en vanuit de turfvaarten werd het veen ontgonnen. Door de vervening en turfwinning werd het laagveen omgevormd tot een drassig gebied met legakkers, petgaten en meren. Vanaf de 19e eeuw zijn de uitgeveende gebieden ingepolderd (Gemeente Opsterland, 2015). Beschrijving van het plangebied Het plangebied wordt omringd door agrarische percelen met verspreid staan de boerderijen. Het gebied heeft een overwegend open karakter met relatief weinig opgaand, zoals bomenrijen en houtwallen. Erfbeplanting is wel aanwezig langs de bebouwde percelen. Het perceel zelf wordt omgeven door graspercelen en grenst aan de voorzijde aan de Wyngaerden. Het onderzoeksterrein omvat twee oude melkveestallen, gelegen achter de woning. Onlangs is in één van de voormalige melkveestallen asbestsanering uitgevoerd, de andere schuur is momenteel tijdelijk in gebruik als opslag voor materiaal en materieel. Het groen op de locatie bestaat uit een siertuin, gelegen aan de voor- en zijkant van het woonhuis.
Het opgaand groen aan de westkant van de melkveestal behoord niet tot de planlocatie. De erfbeplanting bestaat uit extensief beheerde graszode langs de schuren en slootrand. Op het perceel zijn verschillende soorten verharding aanwezig, waaronder betonklinkers en asfalt.
Figuur 1 & 2. Locatie plangebied (rood) (Pdok, z.d.)
7
3.2. Projectvoornemen Met de voorgenomen ontwikkelingen worden de voormalige melkveestallen geamoveerd, er zijn nog geen concrete plannen voor de nieuwe inrichting. Ten behoeve van de reconstructie verdwijnt plaatselijk begroeiing, maar dit blijft beperkt tot de kruid- en struiklaag.
8
3.3. Foto impressie planlocatie
Figuur 3. Locatie plangebied (rood) (Pdok, z.d.)
Schuur 1
Schuur 2 9
4. Gebiedsbescherming 4.1. Natura 2000 Informatie in paragraaf 4.1 is gebaseerd op de volgende informatiebronnen: (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, z.d.), (BIJ12, z.d.), (Raad van State, 2022) & (Pdok, z.d.). De Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze gebieden wordt de flora en fauna in combinatie met hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit in stand te houden of te verbeteren. Om te voorkomen dat de natuur in Europa zijn biodiversiteit verliest zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgericht. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen, namelijk de soorten- en gebiedsbescherming. Voorwaarden voor het uitvoeren van een project zijn onder andere: • De natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast; • In geval van een negatieve impact een alternatief of milderende maatregelen worden voorzien die de negatieve impact tenietdoen; • Indien alsnog tot uitvoering wordt besloten om dwingende redenen van groot openbaar belang, alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.
In de omgeving van de planlocatie liggen twee Natura-2000 gebieden, namelijk; • Deelen, gebiedsnummer 14, op circa vijf kilometer ten noorden van de planlocatie; • Van Oordt’s Mersken, gebiedsnummer 15, op circa negen kilometer ten noordoosten van de planlocatie. In Figuur 4 wordt de N2000 in verhouding tot het projectgebied weergegeven
Figuur 4. Locatie plangebied (rood) N2000 (groen) Effectenbeoordeling Op 2 november 2022 is de wetswijziging die betrekking heeft op de partiële vrijstelling bouwen, slopen en aanleggen bijgesteld. De bouwvrijstelling voldoet niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Hierdoor is de aanlegfase bij het bouwen en slopen van diverse bouwwerken niet direct vrijgesteld van vergunningplicht voor wat betreft stikstof. U dient de gemeente te raadplegen of een AERIUS-berekening uitgevoerd dient te worden. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of met de voorgenomen ontwikkeling de stikstof depositie toeneemt. Als de uitkomst hiervan, zonder salderen nul Mol/ha/jaar is, dan is er geen vergunningsplicht. Als er sprake is van 10
een toename aan stikstofdepositie op stikstof gevoelige natuur dan moet er gekeken worden naar de mogelijkheden voor in- of extern salderen of een ADCtoets. De berekening moet worden voorgelegd aan bevoegd gezag (provincie). Deze zal besluiten welke vervolgstappen er voor de voorgenomen werkzaamheden benodigd zijn.
4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en de omringende agrarische gebieden verbinden. Door de natuurgebieden samen te brengen wordt er voor een groot samenhangend netwerk gezorgd. Grotere natuurgebieden zijn beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. De gebieden zijn gevarieerder en er kunnen meerdere planten en dieren leven, daarnaast wordt de verspreiding hierdoor makkelijker (Rijksoverheid, z.d.). De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde gebieden betreft natuurgebied Deelen op circa 3,5-5 kilometer ten noordwesten van de planlocatie (Provincie Friesland, z.d.). De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig. In Figuur 5 & 6 wordt de NNN in verhouding tot het projectgebied weergegeven
Figuur 5 & 6. Locatie plangebied (rood), NNN/EHS overige natuur (groen,) NNN/EHS water (blauw), Beheergebied en natuur buiten NNN/EHS (oranje) (Provincie Friesland, z.d.) 11
4.3. Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebieden Grote delen in Friesland zijn aangemerkt als weidevogelkansengebied: ‘leefgebied open grasland’. Gidssoorten voor het leefgebied open grasland zijn de grutto, tureluur, kievit en de scholekster. Leefgebied open grasland bestaat uit open landschappen met overwegend grasland, waarvan een relevant deel uit vochtig en kruidenrijk grasland bestaat. Vaak is dit leefgebied doorsneden met een fijnmazig netwerk van lijnvormige wateren. De provincie Friesland heeft de nota de vogels 2021 – 2030 opgesteld (Provincie Fryslân, 2021, oktober).
Met de ruimtelijke ontwikkeling worden twee voormalige melkveestallen geamoveerd. Met de voorgenomen ontwikkelingen worden geen negatieve effecten op weidevogelgebieden verwacht.
Figuur 7. Locatie plangebied (rood), De planlocatie ligt buiten het weidevogelkansengebied en overige beschermde gebieden.
12
5. Beschermde flora en fauna Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt medebepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/ verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit soortbeschermingsparagrafen uit de Wnb optreden. Daarnaast wordt er in dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen.
Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen.
5.1. Flora Het onderzoek heeft plaatsgevonden in een voor flora minder geschikte periode, waardoor een deel van de kruidlaag niet herkenbaar meer aanwezig is. Het groen rondom de voormalige melkveestallen bestaat uit extensief onderhouden graszode waarin veelal algemeen ruderale soorten kruiden voorkomen. Langs de slootrand, ten oosten van de voormalige melkveestal (nr. 2. Figuur 3) staan enkele zwarte elzen. Ten westen van de voormalige melkveestal (nr. 1. figuur 3) staat op de erfgrens met de buren een laurierhaag. Effectenbeoordeling Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig.
13
5.2. Fauna - Zoogdieren Onder zoogdieren worden hier bedoeld alle grond- en boomgebonden zoogdieren met uitzondering van vleermuizen.
zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen.
In en rondom de planlocatie zijn geen sporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van beschermde soorten. Het ontbreekt aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie.
Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende vleermuisprotocol (2021) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse (Netwerk Groene Bureaus, 2021) (Vleermuizen- Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, 2011).
Algemeen voorkomende zoogdierensoorten zoals huismuis, huisspitsmuis, haas, konijn en egel komen hoogstwaarschijnlijk wel in en rond het plangebied voor. Deze soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Friesland. Effectenbeoordeling Algemene soorten Op de projectlocatie worden voornamelijk, algemene zoogdiersoorten verwacht. De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle planten en dieren geldt. Aantasting van vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten is niet aan de orde, daar het plangebied niet beschikt over een geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Significante verslechtering van (potentieel) leefgebied is geen sprake. Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet aan de orde.
5.3. Fauna - Vleermuizen Tijdens de veldinventarisatie is de potentie onderzocht van het plangebied voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden
Verblijfplaatsen De voorgenomen ingreep heeft betrekking op voor vleermuizen geschikte bebouwing. Soorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, grootoorvleermuis en de laatvlieger kunnen in bebouwing voorkomen. De muren van de voormalige melkveestal (1) zijn opgebouwd uit een prefabbeton systeem. De kopse kant is in de nok een enkelzijdig houten panlatten afwerking aanwezig. Op het dak liggen asbestgolfplaten. De binnenkant is geïsoleerd, er is steenwol aanwezig. De voormalige melkveestal (2) kent eenzelfde opbouw, echter heeft in deze bebouwing reeds asbestsanering plaatsgevonden, het dak is verwijderd. Op een klein deel van de schuur zijn op het dak kunststof dakplaten geplaatst. Voor zowel de voormalige melkveestal nr. 1 als 2 bieden in potentie geen geschikte plaatsen die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. De stenen muur, de houten kopse kanten en het dak zijn niet geschikt. De steenwolisolatie onder het dak van de voormalige melkveestal nr. 1 worden geen vleermuizen verwacht. Vleermuizen mijden irriterende stoffen. Binnen het gehele 14
-
-
-
-
Paarverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Grootoorvleermuis Laatvlieger ✓ Komt potentieel voor, mogelijk negatief effect Geen negatief effect te verwachten Tabel 1: overzicht potentie soort en soort verblijfplaats
Kraamverblijfplaats
Mitigatieroute
Vlieg- en migratie routes Vlieg en migratie routes zijn veelal rechtlijnige elementen als bosranden, (water) wegen, bospaden en bomen rijen bij voorkeur in open gebied. Het betreffen rechtlijnige elementen waar vleermuizen in een rechtlijnige vlucht snel kunnen verplaatsen. Bij vliegroutes spreken we veelal over het verplaatsen van en na tijdelijke verblijfplaats naar foerageergebieden. Migratieroutes bestaan veelal uit grote elementen waarlangs wordt gemitigeerd van zomer naar winter verblijfplaats en visa versa.
Zomerverblijfplaats
Foerageergebied Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Hier is echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor vleermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte locaties aanwezig. Daarnaast blijft tijdens- en na de ruimtelijke ontwikkeling het plangebied geschikt als foerageergebied.
Vliegroute
Effectenbeoordeling Op basis van het veldbezoek is de inschatting dat de vleermuizen geen gebruik maken van voormalige melkveestallen. Nader onderzoek is niet nodig (Netwerk Groene Bureaus, 2021). Foerageergebied
Beide voormalige melkveestallen bestaan uit een open bebouwing. Hierdoor ontstaat een onstabiel microklimaat. Door de aanwezigheid van een onstabiel microklimaat, dat wordt veroorzaakt door verschillende temperaturen binnen één object (gradiënten), snelheid van opwarmen of afkoelen (bufferwaarde), vochtigheid, tocht en het ontbreken van een vorstvrije ruimte, biedt de overkapping geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen.
Massa -winterverblijfplaats
naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen.
Kleine- winterverblijfplaats
plangebied zijn geen sporen, zoals mest en afgebeten vlinder- en/of vliegenvleugels aangetroffen.
Licht Met de nieuwe inrichting moet rekening worden gehouden met kunstmatige lichtbronnen om lichtverstoring te voorkomen. Dit betekent dat de plaatsing, de intensiviteit en de stralingsrichting van buitenlampen zodanig moet zijn dat er geen verstoring van strooilicht plaatsvindt. Werk met vleermuisvriendelijke verlichting en maak de verlichting dynamisch. Te allen tijde moet de verlichting 15
5.4. Fauna - Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Tijdens het onderzoek zijn er geen horsten, roekenkolonie of geschikte (oude) kraaiennesten aangetroffen in het plangebied en nabije omgeving. Geschikte bebouwing voor huismus, gierzwaluw en uil ontbreken, waardoor nestlocaties zijn uitgesloten in het plangebied. Mogelijk wordt de omgeving gebruikt door foeragerende huismussen die in gebouwen in de omgeving broeden. Tijdens het veldbezoek zijn geen mussen gehoord en gezien. Nesten van de huismus is te vinden in menselijke bebouwing, onder dakpannen en in kieren en gaten in muren. De voormalige melkveestallen vormen geen schakel in het functioneel leefgebied van de huismus. Het terrein is volledig verhard en biedt geen mogelijkheden tot dekking en voedselaanbod. Het eventueel belang als foerageergebied zal beperkt zijn door de directe nabijheid van betere foerageermogelijkheden.
beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen* moeten plaatsvinden.
Overige broedvogels De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn geen nesten, nestactiviteiten in de voormalige melkvestallen aangetroffen.
Algemene soorten komen hoogstwaarschijnlijk wel in en rond het plangebied. Herkomst is terug te voeren op de eventueel aanwezige waterafvoersloten. Deze soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Friesland
Effectenbeoordeling Beschermde soorten De ruimtelijke ontwikkeling zal derhalve niet leiden tot verstoring, aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voorplantingsplaatsen van vogels.
Effectenbeoordeling Het vóórkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Een ontheffing of nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Algemene soorten Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wnb een verbod op handelingen die nesten of eieren
*In het kader van de Wnb wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli.
5.5. Fauna - Overige soorten Het ontbreekt aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie.
16
6. Conclusies 6.1. Overzicht beschermde gebieden Gebiedsbescherming Natura 2000- zuurstofgevoeligheid Overige onderdelen NNN
Aanwezigheid habitat/ soorten niet
Effecten mogelijk geen
Aanbevelingen afstemming bevoegd gezag/Overleg bevoegd gezag geen
Aanbevelingen geen geen geen geen zorgplicht zorgplicht geen zorgplicht geen zorgplicht geen zorgplicht
Mits
6.2. Overzicht beschermde soorten Soortengroepen Flora – beschermde soorten Beschermde- en monumentale bomen Zoogdieren- beschermde soorten Vleermuizen- verblijfplaatsen Vleermuizen- vliegroute/foerageergebied Zoogdieren- vrijgestelde soorten Vogels- jaarrond beschermde nesten Vogels- algemene broedvogels Amfibieën/vissen- beschermde soorten Amfibieën/vissen- vrijgestelde soorten Reptielen/ongewervelden- besch. soort Reptielen/ongewervelden- vrijgest. soort
Aanwezigheid niet niet niet niet mogelijk mogelijk niet mogelijk niet mogelijk niet mogelijk
Effecten geen geen geen geen beperkt beperkt geen beperkt geen beperkt geen beperkt
beperkt met lichtbelasting wordt omgegaan
17
6.3. Advies en aanbevelingen Gebiedsbescherming • De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het NNN of externe effecten op Natura 2000gebieden; •
Flora •
Fauna •
•
N2000: Wijziging beleidsvoering: U dient de gemeente te raadplegen of een AERIUS-berekening uitgevoerd moet worden, zo ja: Voer een AERIUS-berekening uit om aan te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op N2000 gebied plaatsvinden. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of met de voorgenomen ontwikkeling de stikstof depositie toeneemt. Als de uitkomst hiervan nul Mol/ha/jaar is kan een vergunning worden verleend.
periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor. Zorgplicht • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Overige • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en wordt contact opgenomen met een inzake deskundige. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig.
Effecten op beschermde soorten en soortgroepen waarvoor geen vrijstelling geldt, zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat dergelijke soorten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden voorkomen; Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen nooit vernield worden. De piek van het broedseizoen ligt in de 18
7. Kwaliteitsborging- en geldigheid Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Otte Groenadvies BV hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus en de richtlijnen uit de soorten- standaarden/kennisdocumenten van RVO/BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeente/provincie en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren is niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en beheer. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.
19
8. Bibliografie BIJ12. (z.d.). Vergunning aanvragen of niet? Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-ennatura2000/vergunningen-en-toestemmingsbesluiten/vergunningaanvragen-of-niet/ Gemeente Opsterland. (2015, September). Omgevingsvisie 2015-2030. Opgeroepen op 23 maart 2023, van https://www.opsterland.nl/dsresource?objectid=d883108d-0c37-4431af68-f32087733fe0&type=org Helversen, D. &. (2011). Vleermuizen- Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Tirion Natuur. KNMI. (z.d.). Weerstation. Opgeroepen op 23 maart 2023, van https://www.knmi.nl/nederland-nu/weer/waarnemingen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). N2000 gebieden. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://www.natura2000.nl/gebieden Netwerk Groene Bureaus. (2021, januari 1). Vleermuisprotocol 2021. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werkenaan-kwaliteit/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Overheid. (2020, januari 1). Wet Natuurbescherming. Opgeroepen op 23 maart 2023, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 Pdok. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://app.pdok.nl/viewer/?origin=pdoknl Provincie Friesland. (2023). Natuurbeheerplan Fryslân 2021.
Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://www.fryslan.frl/document.php?m=7&fileid=74777&f=3f2dee955 7f1b2e38d9936d2ce4a3f93&attachment=0 Provincie Friesland. (z.d.). Natuur overzichtskaart. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=
eb4e12aa6eea4591af7c0f48ef6def54&extent=120990,533762,221778,617075,28 992 Provincie Friesland. (z.d.). Natuur overzichtskaart. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap= eb4e12aa6eea4591af7c0f48ef6def54&extent=120990,533762,221778,6 17075,28992 Provincie Fryslân. (2021, oktober). Nota Weidevolgels 202102023. Leeuwarden: provinsje fryslân. Raad van State. (2022, november 2). Bouwvrijstelling stikstof van tafel, maar geen algehele bouwstop. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://www.raadvanstate.nl/@133608/bouwvrijstelling-stikstof-vantafel/ Rijksoverheid. (z.d.). Natuur Netwerk Nederland. Opgeroepen op 24 maart 2023, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit