CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Gorredijk De Vrieswijck zonder bijlagen

Raadsvergadering 18 september 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Gorredijk-De Vrieswijck (H)24.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

“Water” (Artikel 5) De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor waterlopen en waterpartijen, en bermen en beplanting. Ter plaatse zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met uitzondering van kleinschalige nutsgebouwen. Daarnaast zijn steigers uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - steiger'. Deze aanduiding is opgenomen ter plaatse van de centrale waterpartij binnen het plan.

“Wonen” (Artikel 6) De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Daarnaast zijn ondergeschikte voorzieningen zoals woonstraten, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen en nutsvoorzieningen toegestaan met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de nieuwe woonpercelen. De nieuwe woningen met bijbehorende gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de bouwvlakken. Hierbij is per bouwvlak het maximaal aantal toegestane wooneenheden aangegeven. Het totale plan bestaat hiermee uit maximaal 95 woningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. In de anterieure overeenkomst wordt het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 9 9.1

VOOROVERLEG EN INSPRAAK

Inspraak

Op basis van de Algemene inspraakverordening Opsterland 2006 dient er inspraak te worden verleend over beleidsvoornemens betreffende de fysieke ruimte op het gebied van ruimtelijke ordening. Het college van B&W hebben daartoe in het voorliggende geval is een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd gedurende een periode van 10 weken gerekend vanaf 14 juli 2022. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende vooroverleg- en inspraakreacties die vanuit verschillende belanghebbenden zijn ontvangen. Tijdens deze periode konden burgers, organisaties e.d. hun reactie op het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar maken. Uit het "Eindverslag inspraak voorontwerpbestemmingsplan Gorredijk - De Vrieswijck" dat is opgenomen in bijlage 11, blijkt dat er drie inspraakreacties zijn ingediend. In het eindverslag is de inhoud van de reacties weergegeven en voorzien van een gemeentelijk standpunt. Een van de inspraakreacties heeft geleid tot een (beperkte) aanpassing van het plan. In het kader van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een reactie op het voorontwerpbestemmingsplan Gorredijk – De Vrieswijck ontvangen van: 1. de Provincie Fryslân; 2. Brandweer Fryslân; 3. Wetterskip Fryslân; 4. De B.V. Nederlandse Aardolie Maatschappij; 5. de N.V. Nederlandse Gasunie.

De instanties onder 4 en 5 hebben aangegeven geen op- en aanmerkingen ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan te hebben. De reacties onder 1 tot en met 3 zijn in het navolgende samengevat en voorzien van een gemeentelijk standpunt. De brieven/e-mailberichten zijn opgenomen in bijlage 11.

9.1.1

Provincie Fryslân

Op 12 september 2022 heeft Provincie Fryslân gereageerd op dit bestemmingsplan. De provinciale belangen in het plan gaven de provincie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen. Provinciale vaarwegen (cat.3, overige provinciale belangen) De planontwikkeling grenst aan het provinciaal vaarwater Nieuwe Vaart die bij de provincie in beheer en eigendom is. Afgezien van een nieuw aan te leggen pad, lijken hier geen andere wijzigingen te zijn die van invloed zijn op het beheer van de Nieuwe Vaart. Mocht dat wel zo zijn, dan is een ontheffing nodig van de Vaarwegenverordening Fryslan. De toelichting is met paragraaf 6.2.4 aangevuld op basis van deze reactie. Ontgrondingen (cat.3, overige provinciale belangen) De planopzet gaat uit van de aanleg van waterpartijen met in het centrale gedeelte van het plan een grote vijverpartij . Uit bijlage 10 bij de toelichting is af te leiden dat de in het plan opgenomen vijver en watergangen een totaal oppervlak van 5.743 m² hebben. Daarvoor zijn graafwerkzaamheden nodig waarvoor een vergunningplicht geldt op grond van de Ontgrondingsverordening Fryslan. Door in de plantoelichting een nadere beschrijving op te nemen van de omvang en uitvoering van de graafwerkzaamheden, kan worden beoordeeld of toepassing kan worden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

gegeven aan een vrijstellingsmogelijkheid op grond van de Ontgrondingenverordening Friesland. Ik wil u vragen om de beschrijving inclusief conclusie in de toelichting te vermelden. Door Roelofs (zie paragraaf 6.2.3 en bijlage 10) is als volgt gereageerd in relatie tot de noodzaak van een ontgrondingsvergunning: Er komt circa 5.000 m³ grond vrij bij het ontgraven van de vijver en watergangen binnen het plan “De Vrieswijck”. De ontgravingsdiepte ten opzichte van het bestaande maaiveld is 1,75 meter, zie onderstaande dwarsprofiel.

Artikel 2 lid 1 sub k van de Ontgrondingenverordening Friesland luidt als volgt: “De Ontgrondingenwet is, behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel, niet van toepassing op: ontgrondingen ten behoeve van of bestaande uit het aanleggen, verruimen of verdiepen van vijvers en waterpartijen in tuinen bij woningen of in plantsoenen of parken, mits: 1. 2.

de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld; bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m³ bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet;”

Op basis van het huidige plan ten aanzien van ontgrondingen binnen het plangebied wordt dan ook geconcludeerd dat er sprake is van een ontwikkeling waarvoor geen ontgrondingsvergunning noodzakelijk is. Natuurinclusief ontwikkelen (cat.4, omgevingsvisie en/of goede ruimtelijke ordening) In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld gevelstenen met openingen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. Wellicht is hierbij ook inspiratie op te doen met de “40 punten checklist” van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (zie ook Natuurinclusief bouwen met deze 40 punten - Stadszaken.nl ) maar onze provinciale ecoloog kan u hierover ook adviseren. Ik wil u vragen om bij het ontwerp hiermee rekening te houden. De initiatiefnemer zal voorafgaand aan het indienen van een bouwaanvraag in contact treden met de provinciale ecoloog om de mogelijkheden voor natuurinclusief ontwikkelen/bouwen te bespreken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Waterrobuustbouwen (cat.4,Omgevingsvisie en/of goede ruimtelijke ordening) In de nieuwe Omgevingsvisie wordt onder andere ingezet op waterrobuust bouwen waarbij de verbinding wordt gelegd met ons waterbeleid; het Regionaal Waterprogramma (RWP). In elk ruimtelijk plan voor woningbouw mag aandacht voor de bescherming tegen overstromingen niet ontbreken. Het is goed om vast te stellen dat u in het plan expliciet aandacht besteed voor water en waterrobuust bouwen. In de waterparagraaf verwijst u naar het uitgevoerde ‘Waterstructuurplan” dat als bijlage bij het plan is opgenomen. Het waterstructuurplan borgt een optimale invulling van de waterhuishouding binnen het plangebied, waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met de beleidsdoelstellingen van het Wetterskip Fryslan en de gemeente Opsterland. Ik stel vast dat in het algemeen de hoogteligging van het plangebied voldoende is. Uit de analyse van een ‘stresstestbui’ blijkt dat er een knelpunt kan ontstaan bij de bestaande woningen aan de Nijewei. U kunt hiervoor in contact treden met het Wetterskip Fryslan die kan adviseren hoe wateroverlast op locatie kan worden voorkomen.

9.1.2

Brandweer Fryslân

Op 12 september 2022 heeft Brandweer Fryslân gereageerd op dit bestemmingsplan. Advies Brandweer Fryslân voorziet voor het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot het bluswater. In overeenstemming met de punten die genoemd zijn onder de kop ‘uitwerking’ van deze brief adviseert Brandweer Fryslân daarom om: - op 100 meter afstand van elke voordeur van de woning een brandkraan met een capaciteit van minimaal 30 m³/uur te realiseren; - ons bij de (concept)uitwerking van de brandkranen te betrekken en deze ter toetsing aan ons voor te leggen. Op basis van bovenstaande advies heeft de initiatiefnemer voorzien in een extra brandkraan aan de westzijde van het plangebied zodat er bluswatervoorzieningen aanwezig zijn binnen acceptabele afstand van iedere woning. De initiatiefnemer zal opnieuw in overleg treden met de brandweer om het plan nader uit te werken in relatie tot bluswater.

9.1.3

Wetterskip Fryslân

Het Wetterskip Fryslân is in het kader van vooroverleg gevraagd naar haar reactie ten aanzien van voorliggend plan. In samenspraak met het Wetterskip is een waterstructuurplan (zie paragraaf 6.2.3 en bijlage 10) opgesteld. Het Wetterskip Fryslân heeft met inachtneming van de uitgangspunten zoals opgenomen in het waterstructuurplan geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Wel is de watertoets onjuist uitgevoerd. Op 6 september 2022 heeft Wetterskip Fryslân gereageerd op dit bestemmingsplan. Voor het schrijven van de waterparagraaf is waarschijnlijk het verkeerde wateradvies gebruikt. Roelofs heeft begin 2021 tweemaal de digitale watertoets doorlopen omdat de eerste keer het wateradvies inderdaad geen waterschapsbelang aangaf. Dit is niet juist. Er wordt water gegraven en gedempt en er wordt verharding toegevoegd. Dit heeft allemaal wel invloed op het watersysteem. Daarnaast is de groenstrook aan de oostzijde van het terrein aangelegd om de watergang die daar ligt te kunnen onderhouden en zo de aan- en afvoer van water te kunnen waarborgen. In de bijlage het wateradvies die gebruikt kan worden voor de waterparagraaf. Paragraaf 6.2.2 en bijlage 9 van deze plantoelichting is aangepast op basis van deze opmerking van het Wetterskip.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

(De bijlagen bij de toelichting zijn in een apart bijlagenboek opgenomen)

Regels

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

3 3 7

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijf Water Wonen

8 8 10 11 13

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

16 16 17 18 19 20 21

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

22 22 23

Bijlagen bij de regels

24

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

25

Bijlage 2

Lijst met kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

26

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Gorredijk – De Vrieswijck met identificatienummer NL.IMRO.0086.05BPDEVRIESWIJCK-0101 van de gemeente Opsterland; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0086.05BPDEVRIESWIJCK-0101 met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen); 1.3

verbeelding

de verbeelding van het bestemmingsplan 'Gorredijk – De Vrieswijck', bestaande uit de kaart met identificatienummer NL.IMRO.0086.05BPDEVRIESWIJCK-0101; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan- of uitbouw een aan het (hoofd)gebouw aanwezig gebouw dat ruimtelijk ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht deel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw; 1.7 aangebouwd bijgebouw een aan het (hoofd)gebouw aanwezig gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.8 aan-huis-verbonden beroep een beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten; 1.9 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage de oppervlakte van de bebouwing binnen een bebouwingsvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak; 1.11 bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q.

een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.12 bestaand bestaand op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met dezelfde bestemming; 1.15 bijgebouw een gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren

van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.28 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, zowel ruimtelijk als functioneel als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.29 horecabedrijf een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt; 1.30 huishouden één of meer personen in een woning of een woonruimte, waarbij, indien er sprake is van meerdere personen, continuïteit in de samenstelling van de bewoners is en onderlinge verbondenheid tussen de bewoners door het gemeenschappelijk gebruiken van voorzieningen, zoals woonkamer, keuken en sanitair; 1.31 kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.32 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit de in Bijlage 2 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed

op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.33 nutsvoorzieningen een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.34 overkapping elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.35 peil a. indien op het land wordt gebouwd: het aansluitend afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; b. indien op of in het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil ter plaatse van het bouwwerk; 1.36 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp 1.37 prostitutiebedrijf een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een prostitutiebedrijf wordt in ieder geval verstaan: een erotische massagesalon, een sekstheater, een bordeel of een parenclub, of een daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.38 risicovolle inrichting een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.39 vrijstaand bijgebouw een vrijstaand gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.40 vuurwerkbedrijf een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke verkoop in consumentenvuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen; 1.41 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.42 woonhuis een gebouw dat één woning omvat;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

de oppervlakte van een gebouw

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

de oppervlakte van een overkapping

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; 2.7

de afstand van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsgrens

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens. 2.8

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, balkonhekken en overstekende daken en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen en -hoogten niet meer dan 1 meter bedraagt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

groenvoorzieningen; bebossing; wegen en paden; speelvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen;

met daaraan ondergeschikt: f. g. h.

tuinen, erven en terreinen; in- en uitritten; parkeervoorzieningen;

i.

nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende: j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van nutsgebouwen met: a. b.

een oppervlakte van ten hoogste 15 m, en; met een hoogte van maximaal 3 m.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

3.3

er mogen geen overkappingen worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b.

de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a.

het dempen van waterlopen en waterpartijen.

3.4.2

Uitzondering

Het bepaalde in lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. b. c.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van het in Bijlage 1 opgenomen beeldkwaliteitsplan;

3.4.3

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishoudkundige situatie van het gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

woonstraten; voet- en rijwielpaden; bermen en beplanting; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen; geluidswerende voorzieningen; speelvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: i. j.

tuinen, erven en terreinen; nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende: k.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder: 1. bruggen, duikers, dammen en/of steigers.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van nutsgebouwen met: a. b.

een oppervlakte van ten hoogste 15 m, en; met een hoogte van maximaal 3 m.

4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

4.3

er mogen geen overkappingen worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b.

de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

waterlopen en waterpartijen; groenvoorzieningen; bermen en beplanting;

met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h. i.

dagrecreatief medegebruik; wegen, straten en paden; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; tuinen, erven en terreinen;

met de daarbij behorende: j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en/of dammen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van nutsgebouwen met: a. b.

een oppervlakte van ten hoogste 15 m, en; met een hoogte van maximaal 3 m.

5.2.2

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

b. c. d. 5.3

op of in deze gronden mogen steigers en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - steiger'; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen zal ten hoogste 0,40 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.

de waterhuishoudkundige functie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a.

het dempen van waterlopen en waterpartijen.

5.4.2

Uitzondering

Het bepaalde in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. b. c.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van het in Bijlage 1 opgenomen beeldkwaliteitsplan;

5.4.3

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishoudkundige situatie van het gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i. j.

woonstraten; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; waterlopen en waterpartijen; nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende: k. l.

tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken zal ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen; 6.2.2

Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen geldt de volgende regel: a.

een gebouw of overkapping zal binnen een bouwvlak worden gebouwd.

6.2.3

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.

als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; het aantal hoofdgebouwen zal ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'aantal wooneenheden' weergegeven aantal bedragen; de afstand van een hoofdgebouw of een rij aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt aan de zijde waar de woning niet aaneengebouwd is ten minste 3,00 m; de afstand van een hoofdgebouw tot de achterperceelgrens zal ten minste 5,00 m bedragen; een hoofdgebouw zal vrijstaand, twee-aaneen of in een rij van maximaal zes wooneenheden worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' zal de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de ter plaatse aangegeven goothoogte bedragen; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' zal de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de ter plaatse aangegeven bouwhoogte bedragen; de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 65° bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp 6.2.4

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.

de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen ten minste 1,00 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen bij een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste: 1. 100 m²; 2. 250 m², mits:  de oppervlakte van het bouwperceel ten minste 1.000 m² bedraagt;  ten aanzien van het gebruik van gebouwen het bepaalde in lid 6.5.1 sub e onverminderd van toepassing blijft; met inachtneming van de volgende regel: 3.

c. d. e.

de gezamenlijke oppervlakte zal ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel gelegen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw, bedragen; de goothoogte van een aan- of uitbouw, een aangebouwd bijgebouw of een aangebouwde overkapping zal ten hoogste gelijk zijn aan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m; de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw of een vrijstaande overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen; indien een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping wordt voorzien van een kap, zal de dakhelling ten hoogste de dakhelling van het hoofdgebouw bedragen.

6.2.5

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

b. 6.3

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m zal bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. 6.4

de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. b.

c. d. e.

het bepaalde in lid 6.2.2 in die zin dat een gebouw of overkapping gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd; het bepaalde in lid 6.2.3 sub b in die zin dat het aantal hoofdgebouwen wordt vergroot, mits de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft; het bepaalde in lid 6.2.3 sub c in die zin dat de afstand van een hoofdgebouw c.q. een blok van aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens wordt verkleind; het bepaalde in lid 6.2.3 sub e in die zin dat de hoofdgebouwen in rijen van ten hoogste 4 hoofdgebouwen aaneen worden gebouwd; het bepaalde in lid 6.2.3 sub f in die zin dat de goothoogte van een hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 7,00 m;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp f. g.

h.

het bepaalde in lid 6.2.3 sub h en lid 6.2.4 sub e in die zin dat de dakhelling van een gebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80°; het bepaalde in lid 6.2.2 en lid 6.2.4 sub a in die zin dat een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping minder dan 1,00 m achter dan wel vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan wordt gebouwd; het bepaalde in lid 6.2.4 sub c in die zin dat de goothoogte van een aan- of uitbouw, een aangebouwd bijgebouw of een aangebouwde overkapping wordt vergroot, mits dit voor een hoofdgebouw vanuit architectonische overwegingen aanvaardbaar is en de verhoging bijdraagt tot een ruimtelijke versterking van een straat of straatwand.

6.5

Specifieke gebruiksregels

6.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e.

f. g.

het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijvigheid, anders dan in de vorm van: 1. een aan-huis-verbonden beroep; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte: 1. meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen op het bouwperceel; 2. meer bedraagt dan 50 m²; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horecabedrijven; het gebruik van gronden en bouwwerken voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven.

6.5.2

Voorwaardelijke verplichting - Sloopverplichting

Het geheel of gedeeltelijk slopen van bestaande bouwwerken na afloop van het bouwrijp maken van de gronden als bedoeld in lid 6.1, wordt als gebruik in strijd met de bestemming gerekend. 6.6

Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a.

het bepaalde in lid 6.5.1 sub c en d in die zin dat de gebouwen worden gebruikt ten behoeve van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in Bijlage 2, mits: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen op het bouwperceel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan 50 m² mag bedragen; 2. de woonfunctie niet onevenredig wordt aangetast; 3. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast; 4. er voldoende bergruimte in of bij de woning overblijft; 5. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval de hoofdbewoner(s) van de woning. Ten behoeve van ondersteuning (o.a. administratie) mogen maximaal 2 personen in dienst zijn. De bedrijfstechnische of -economische noodzaak hiertoe moet worden aangetoond; 6. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, tenzij het detailhandel betreft welke ondergeschikt is aan de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; 7. het parkeren op eigen erf plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, mag de parkeerdruk in de naaste omgeving als gevolg van de voorgenomen activiteit niet onevenredig toenemen; 8. de verkeersdruk in de naaste omgeving niet onevenredig toeneem'.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 8

Algemene bouwregels

De bouwgrenzen mogen in afwijking van het plan en de bestemmingen in deze regels uitsluitend worden overschreden door: a.

b.

tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, serres, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,50 m; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,00 m.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.

b. c. d. e.

het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; het storten van puin en afvalstoffen; de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- en/of vliegtuigen; het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een prostitutiebedrijf.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. b.

c. d.

e.

f.

g.

h.

i.

de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsregels in die zin dat openbare (nuts)-gebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van (de bediening van) kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje ten hoogste 75 m³ zal bedragen; de bestemmingsregels in de artikelen 3, 4 en 6 in die zin dat gebouwtjes ten behoeve speelvoorzieningen worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte van een gebouwtje ten hoogste 5 m² zal bedragen; 2.

de bouwhoogte van een gebouwtje ten hoogste 5,00 m zal bedragen; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangst- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 40,00 m, mits zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande verticale elementen, zoals gebouwen, torens en bestaande masten; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zonne-energiemasten wordt vergroot tot ten hoogste 15,00 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits: 1. deze vergroting niet meer dan 20 m² per plaatselijke verhoging bedraagt; 2. de vergroting leidt tot een bouwhoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, het plan wijzigen in die zin dat: a.

de bestemming 'Groen' en/of 'Verkeer - Verblijf' worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen', mits: 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de regels van Artikel 6 van toepassing zijn; 2. aan de bestemming 'Wonen' geen bouwvlak wordt toegekend; 3. de vergroting van het woonperceel geen afbreuk doet aan de ruimtelijke bebouwingskarakteristiek van de omgeving en er een duidelijke samenhang gehandhaafd blijft tussen het hoofdgebouw en de eventueel te realiseren aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 12 12.1 a.

b. c.

Overige regels

Voldoende parkeergelegenheid Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1 a.

b.

c.

13.2 a. b.

c.

d.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10%. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Sublid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Gorredijk – De Vrieswijck voorontwerp

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als regels van het bestemmingsplan 'Gorredijk – De Vrieswijck' van de gemeente Opsterland.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

43 59

10 C 4809

C 1219

C 3401

49

C 2538 C 3269

C 2537 60

45

C 2100

61

7

C 4937 C 4808

47

C 3446

20 1

C 4641

50

C 4642

65

C 1967

62

C 4027 C 2215

C 2439

2 12

5

C 1968

2 67

63 49

C 2216

53 / TR01

3 C 4028 C 4810 124

C 1969 64

C 4643 52

C 4552

69 51

C 4807

LEGENDA

C 4651

C 1970 C 4969 53

126 C 2217

65

71

1

8 12

C 4650

66 73

C 2164

C 4369

53

C 2219

C 2450 C 3580

75

67

C 2425 C 4649 C 4368

C 2451

1

C 4366

Plangebied

C 4963

C 4367

C 4648

40

68

C 4964 77

C 2169

C 2166 69

6,5

C 2220

82

79

Plangrens

42

11

C 2296 84

59

C 4785 81

C 4647

83

C 3929 C 4350 57 44 71

86 C 4970

C 4784

C 2222 C 4349

61 85

88

C 4348

60

C 4966 58

Bestemmingen

C 4347 87

46

90 C 4162

89

62

C 4346 C 2671

G

91

92 C 3888

C 2223

C 4551

C 4971

C 4345 94

72

G

93

C 1713 96

C 4344

Groen

C 4163

C 4972

63 C 3384

95

98

64

97 C 2669 100 73

C 1649 102

74

V-V

C 4478 104

C 2170

Verkeer - Verblijf

C 4826 C 2034 C 3927

11

4

C 3505 106

108

C 4985

W

6,5

C 2610

76

110

WA

C 2948

Water

112

C 4986

11 77 C 3506

114

116

C 4991

78 79

118

C 4987

G

W

Wonen

80

120

C 3507

81

C 3272

Bouwvlak

C 4988

82

24

83

84 85

bouwvlak

G

6,5

C 3509 86

11

WA Bouwaanduidingen

87

W

88

89

C 3033

90

[sba-st]

91

1

C 4825

6,5

4

specifieke bouwaanduiding - steiger

92

11

Maatvoering

93

94

95

9

6,5

G

12

11

maximum aantal wooneenheden

96

C 3387

97

103

4

C 2193

4,5

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

10

6,5 C 4748

11

C 2618

WA

C 4750

8

C 1864

Verklaring 104

[sba-st]

4,5

12 105

C 1865

10

11

45

6

Ondergrond

8

C 4745

W

C 1870

47

C 1871

4

49

C 4749

C 4992

C 1872

G W

51

C 3337

65

C 1873

6,5

C 3869

G

53

66

11

W

55

6,5

C 3338

67

11

57

C 4993

C 1752

G

C 4956

6,5

6

V-V

11

4

50

C 1753

G

7

C 2952

68 C 3724

6,5

52

6,5

G

11

G

WA

54

C 4895

11

C 3725

6

56

W

C 4896

G

B 4059

C 2954

G

2 C 3183

3

58

C 2956 C 1868

C 4897 C 3182

G

60

4

B 4058

4

C 4898

6,5 C 4060

W

72

11

C 4899 74

8

C 1760 C 4062 3A

76

1 6

78

6,5 C 4059 80 C 4064

11 82

C 4066

C 4061

84

86

C 4063 88

Gemeente Opsterland

6,5 90

11 92

C 4065

11 C 4067

C 4068

NAAM

PLAN

2C

Gorredijk De Vrieswijck C 4009

59

NAAM GML-BESTAND

DATUM

BLAD

VAN

BLADEN

FORMAAT

C 1783

C 2455

NL.IMRO.0086.05BPDEVRIESWIJCK-0201

C 1782

19-4-2023

1 VAN 1

A3

C 1884

61

TEKENAAR

SCHAAL

C 1888 C 1883

C 1882

MvL

63

C 1881

65

Ni j ew ei

67

C 4190

Best M ingenieursbureau Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo C 4710

Buiksloterdijk 338 1034 ZG 020 6338110

Amsterdam

www.bestm.nl

0546 454466

www.bjz.nu

1 :1500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=f2477845-bfb0-4a96-969b-b94cc805512f