CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Gorredijk De Vrieswijck zonder bijlagen

Raadsvergadering 18 september 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Gorredijk-De Vrieswijck (H)24.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Gorredijk – De Vrieswijck Ontwerp April 2023

Bestemmingsplan

Gorredijk – De Vrieswijck

April 2023

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Plannaam:

Gorredijk – De Vrieswijck

IMRO-code:

NL.IMRO.0086.05BPDEVRIESWIJCK-0201

Plantype:

Bestemmingsplan

Status:

Ontwerp

Datum:

April 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIGE PLANOLOGISCH REGIME .................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED ............................................................. 8 2.1

HET PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ........................................................................................................................ 10 BEELDKWALITEITSPLAN ............................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 18

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 20 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 20 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 23 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 25

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 28 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 28 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 30 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 30 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 32 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 35 GEUR ...................................................................................................................................................... 38 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 39 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 42 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 43

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 45 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 45 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 46

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 48 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 48 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 48 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 49

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 51 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 52 9.1

INSPRAAK ................................................................................................................................................. 52

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 55 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 55 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 56 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 57

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11

AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 58 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 59 AANVULLEND VLEERMUIZENONDERZOEK ................................................................................................ 60 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 61 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................ 62 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 63 WATERSTRUCTUURPLAN ..................................................................................................................... 64 EINDVERSLAG INSPRAAK ...................................................................................................................... 65

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de voormalige bedrijfslocatie van De Vries Kozijnen aan de Jodocus Heeringastraat in Gorredijk, gemeente Opsterland. Na sluiting van de fabriek in 2013 is in 2015 gestart met de sloop van de bedrijfsbebouwing behorend bij deze voormalige timmerfabriek. Buiten het voormalige kantoorpand dat in de huidige situatie nog aanwezig is, is de locatie al jaren een braakliggend terrein. Het is van belang dat deze plek weer betekenis krijgt. Initiatiefnemer is voornemens om deze locatie te herontwikkelen tot woningbouwlocatie. Concreet gaat het om de realisatie van maximaal 95 woningen met een gedifferentieerd woonprogramma. De gemeente Opsterland heeft op 19 januari 2021 met een principebesluit besloten onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan de herontwikkeling van de planlocatie. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan “Gorredijk Kom” van de gemeente Opsterland. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Jodocus Heeringastraat en de Nijewei, in het zuidelijke deel van de kern Gorredijk. Het betreft alle bedrijfsgronden die behoorden tot de voormalige timmerfabriek. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Gorredijk (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied in de kern Gorredijk en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0086.05BPDEVRIESWIJCK-0201) en een renvooi; regels met bijbehorende bijlagen;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

•

plantoelichting.

Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Gorredijk Kom” van de gemeente Opsterland. Dit bestemmingsplan is op 4 april 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen van het bestemmingsplan “Gorredijk Kom”. Met de rode omlijning is het plangebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemming(en)

Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan “Gorredijk Kom” de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Daarnaast is het plangebied ter plaatse van de bedrijfsbestemming voorzien van een bouwvlak en gelden er maatvoeringseisen voor de toegestane bebouwing. Hierna wordt kort ingegaan op de geldende bestemmingen. Bestemming ‘Bedrijf’ De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor gebouwen en overkappingen ten behoeve van bedrijven, met daaraan ondergeschikt onder andere (ontsluitings)wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Bestemming ‘Groen’ De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor groenvoorzieningen, bebossing, wegen en paden en speelvoorzieningen. Daarnaast zijn ook ondergeschikte voorzieningen zoals tuinen en erven, inen uitritten en waterlopen en waterpartijen toegestaan.

1.4.3 Strijdigheid Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de herontwikkeling van de planlocatie ten behoeve van woningbouw. Het bouwen en gebruiken van reguliere woningen is niet in overeenstemming met de ter plekke geldende bedrijfsbestemming. Hiervoor ontbreken de juiste gebruiks- en bouwregels. De gemeente Opsterland is bereid de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken door het bestemmingsplan te herzien en de gronden binnen het plangebied te voorzien van de bestemming ‘Wonen’. In voorliggende plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast voorziet dit bestemmingsplan in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te kunnen maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Fryslân en de gemeente Opsterland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING PLANGEBIED

Dit hoofdstuk gaat in op de huidige situatie binnen het plangebied.

2.1

Het plangebied

Het plangebied ligt aan de Nijewei en de Jodocus Heeringastraat, in het zuidelijke deel van de kern Gorredijk. De ruimtelijke functionele structuur van de omgeving bestaat hoofdzakelijk uit woonfuncties. Direct ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Nijewei, is sportcomplex Kortezwaag gevestigd. Het plangebied wordt voornamelijk begrenst door achterzijden van naburige woonpercelen en groenpercelen. “De Vries Gorredijk” is voor veel mensen nog steeds een begrip. Het was als bedrijf, dat zijn naam had gekoppeld aan het dorp, een belangrijke werkgever en onderneming in de regio. De planlocatie ligt dan ook in het geheugen van velen verankerd. Binnen de begrenzing van het plangebied is in de bestaande situatie enkel nog het voormalige kantoorpand aanwezig. De overige bedrijfsbebouwing is jaren geleden al gesloopt. Het plangebied bestaat dan ook voornamelijk uit braakliggend terrein. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn respectievelijk een luchtfoto en enkele straatbeelden van de huidige situatie weergegeven.

Afbeelding 2.1

Huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Afbeelding 2.2

Straatbeelden plangebied, met rechts het voormalige kantoorpand (Bron: Quickscan natuurwaardenonderzoek Jodocus Heeringastraat Gorredijk)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Ruimtelijke ontwikkeling

Zoals in de aanleiding beschreven is initiatiefnemer voornemens het plangebied te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Concreet gaat het om de sloop van het voormalige kantoorpand en de realisatie van maximaal 95 woningen, bestaande uit projectmatige woningen en uitgeefbare kavels, met de bijbehorende voorzieningen zoals toegangswegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en waterpartijen. Deze ontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd. De projectmatige woningen worden in minimaal twee fasen uitgevoerd. Ondanks dat sprake is van een gefaseerde ontwikkeling wordt in dit bestemmingsplan voor de gehele herontwikkeling voorzien in directe eindbestemmingen. Er is sprake van een gedifferentieerd woningaanbod. Zo worden er onder andere levensloopgeschikte woningen gebouwd voor senioren in de vorm van tweekappers en rijwoningen, maar ook eengezinswoningen in meerdere woningtypologieën. Bij het uitwerken van de gewenste verkaveling is niet alleen nagedacht over kavelafmetingen passend bij de doelgroep, maar ook over de juiste positionering in het plan en de gewenste woningtypologie per doelgroep. De kavelafmetingen variëren van circa 450 m² tot circa 2.800 m². Naast de verkaveling is er ook voldoende aandacht voor de inpassing van overige van belang zijnde voorzieningen zoals wijkgroen, water en ontsluitingsroutes.

Er is rekening gehouden met het bestaande fietsroutenetwerk en het wandelnetwerk. Het plan krijgt een ontsluiting aan de Brouwerswal voor wandelaars en fietsers. Dit is een logisch vervolg van het fietspad door de groene long. Voor het autoverkeer zijn er drie ontsluitingen. Er komt een ontsluiting aan de Nijewei en twee ontsluitingen aan de Jodocus Heeringastraat. Hiermee is ook rekening gehouden met voldoende ontsluitingsmogelijkheden bij calamiteiten, en voor afvalinzameling en onderhoud. Het gebied wordt ingericht als 30 km/uur zone waarbij de auto te gast is. De woningen die worden gesitueerd aan de Nijewei krijgen één inrit per twee woningen, hier zal een dam met een duiker worden geplaatst. In het stedenbouwkundig ontwerp is tevens rekening gehouden met de bestaande Noordoost-Zuidwest structuur, deze wordt gevolgd. Het plan heeft een ruime opzet waarbij gebruik wordt gemaakt van groen en water. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd en er worden nieuwe aangeplant. In het hart van het plan komt een waterpartij met veel groen. Dit draagt bij aan een prettige en fijne leefomgeving waarbij ruimte is voor een bij de omgeving passende biodiversiteit. Direct ten oosten van de bedoelde waterpartij is ruimte gereserveerd voor speeltoestellen. Openbaar groen wordt afgescheiden door een trottoir, sloot, greppel of weg zodat geen versnippering ontstaat.

3.2

Beeldkwaliteitsplan

3.2.1

Algemeen

Ten behoeve van voorliggend plan heeft TWA Architecten een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste stedenbouwkundige principes die ten grondslag liggen aan dit plan. Voor het volledige beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze plantoelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

3.2.2

Hoofdprincipes

Het stedenbouwkundige plan bestaat uit een samenhangende wijk, die een onderscheidend en gedifferentieerd programma te bieden heeft. De sterke verbondenheid van Gorredijk met het water wordt doorgetrokken.

Afbeelding 3.1

Gewenste situatie plangebied (Bron: TWA Architecten)

Het stedenbouwkundige plan heeft een duidelijke structuur als ruimtelijke drager, die gelinkt is aan de bestaande structuren. Met als duidelijke evenwijdige lijnen de Nijewei, Brouwerswal, Jodocus Heeringastraat, Nieuwestraat en de Schoolstraat.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Afbeelding 3.2

Aansluiting op de omgeving (Bron: TWA Architecten)

Het nieuwe stedenbouwkundige plan sluit perfect aan op deze evenwijdige lijnen met als extra toevoeging de water- en groenpartij, fungerend als hart van de wijk. Variatie in woningtypologieën is een belangrijk element die variatie en levendigheid in het ontwerp brengt. De wijk bestaat uit vier verschillende woningtypologieën, dus voor elke doelgroep een passende woning.

Afbeelding 3.3

Gedifferentieerd woonprogramma (Bron: TWA Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

3.2.3

Groenstructuur

De tuindorp gedachte sluit perfect aan op de identiteit van Gorredijk en is sturend voor het stedenbouwkundig plan: groene lommerijke lanen en hoven en een groene centrale ontmoetingsplek. De kracht van Gorredijk is natuur in de vorm van groen en water. Zo veel mogelijk groene voortuinen met hagen rondom zijn een onmisbare aanvulling om de buurt het gewenste groene karakter te geven. De voortuinen zorgen ervoor dat het groene karakter de overhand krijgt. De diepe voortuinen geven een villa/dorps beeld en de ondiepe tuinen vormen een groene straatwand. Blok vijf heeft als aanvulling een groen hof aan de binnenzijde. Aangezien hagen belangrijk zijn voor een groene tuindorpuitstraling zijn ze een vast onderdeel in het plan.

Afbeelding 3.4

3.2.4

Groenstructuur (Bron: TWA Architecten)

Waterstructuur

Het water is de verbindende natuurlijke factor in de wijk samen met de groenstructuur. De vijver bevindt zich centraal in de wijk, waar omheen alles gepositioneerd is. De centrale vijver heeft een recreatieve functie en dient als ontmoetingsplek waar mensen kunnen bijpraten of genieten van de natuur. Dit zou gerealiseerd kunnen worden door bijvoorbeeld een steiger, getrapte elementen richting de vijver, zitgelegenheden, etc. De uitvoering van de oevers is nader te bepalen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

3.2.5

Verkeersstructuur

Minimale verkeersruimte door de lange evenwijdige wegen. De verkeersstroming is doorlopend, omdat er geen doodlopende wegen zijn. De dorpse sfeer wordt gecreëerd door gezamenlijk/gedeeld gebruik van de straat. Waarbij automobilisten, fietsers en voetgangers naast elkaar bewegen. Gezamenlijk gebruik van dezelfde straat, waardoor een intieme sfeer ontstaat met smalle straten en veel groen.

Afbeelding 3.5

Dorpse sfeer gezamenlijke straten (Bron: TWA Architecten)

In principe parkeren de bewoners op hun eigen terrein, om de natuurlijke en prettige sfeer op de straat te behouden. Indien parkeren op eigen terrein niet mogelijk is wordt een parkeergelegenheid aan de weg gerealiseerd. De parkeergelegenheid aan de weg dient de tuindorp sfeer niet tegen te gaan. De parkeerplekken worden omsloten met natuurlijke elementen, zoals heggen en bomen, waardoor de tuindorp sfeer intact blijft. In de openbare groenstrook zijn enkele parkeerplekken aanwezig voor bezoek. Deze plekken worden uitgevoerd in een volwaardige verharding.

3.2.6

Verkaveling

Het plan biedt ruimte voor 95 woningen in een mix van vrijstaande, twee onder één kap en rijwoningen. Het plan telt 36 rijwoningen, 20 twee onder één kap woningen, 24 vrijstaande woningen en 5 grote vrijstaande woningen (specials).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Afbeelding 3.6

Verkaveling (Bron: TWA Architecten)

Om een levendig straatbeeld te realiseren worden de verschillende woning typologieën afgewisseld. De nieuwe bebouwing sluit aan op de bestaande bebouwing langs de Nijewei. De wijk bestaat uit een gedifferentieerd maar samenhangend geheel, dat aansluit op het bestaande Gorredijk. De woningen zijn voorzien van een voorgevel gericht naar de weg. Beeldbepalende woningen zijn voorzien van twee representatieve gevels, die in regime verschillen. De hofwoningen in blok vijf zijn een uitzondering en hebben de voorgevel gericht op het hof. De gevel gericht op de straat is een representatieve gevel, die oogt als een voorgevel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Afbeelding 3.7

Representatieve gevels (Bron: TWA Architecten)

De voorgevels van de woningen zijn gericht op de weg en zijn normaliter de voornaamste/representatieve gevels van de woning. Zijgevels zijn vaak eenvoudig vormgegeven of zelfs blind, omdat hier de focus niet op ligt. In het project zijn een aantal beeldbepalende woningen aanwezig op de hoeken, die dienen als “boekensteun”. De voorgevels zijn zorgvuldig vormgegeven met gepaste gevelelementen als raamopeningen, dakkapellen, decoraties, etcetera. De voorgevel heeft het hoogste regime en vervolgens de representatieve gevel, die aansluit op de vormgeving van de voorgevel maar is ondergeschikt. Het gaat erom dat de representatieve gevels ook gepaste gevelelementen (kan met dakkapel, openslaande tuindeuren, voldoende raamopeningen, decoraties, erker, etc.) bevatten en niet eindigen als standaard eenvoudige/blinde gevel. In een stereotypisch dorp staan markante gebouwen, die de herkenbaarheid vergroten in het dorp en onderscheidende architectuur bieden, die het straatbeeld verlevendigen. In Gorredijk is op een aantal zichtlocaties ruimte voor bijzondere woningen, die herkenbaar zijn in de wijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Afbeelding 3.8

Specials (Bron: TWA Architecten)

De “specials” dienen als herkenningspunt in de wijk en staan op markante plekken. Het zijn bijzondere woningen die iets speciaals doen voor de wijk. De woningen hebben een hoogwaardige en onderscheidende architectuur, die bijdragen aan de levendigheid van het straatbeeld. De “specials” hebben de kans om zich te onderscheiden van de rest. Een unieke uitstraling of herkenbaarheid kan op verschillende manieren gerealiseerd worden, bijvoorbeeld door: • •

De woning een witte uitstraling te geven, wat hem uniek maakt in de wijk. Samengestelde of gecombineerde massa’s toe te passen, waardoor de woning een unieke/herkenbare uitstraling heeft (Waardoor het kan neigen naar een moderne vernieuwingsstijl/jugendstil woning).

De projectmatige woningen hebben standaard een langskap. Om een levendig maar samenhangend straatbeeld te creëren zijn er verbijzonderingen aangebracht in de projectmatige woningen. De verbijzonderingen hebben betrekking op de kap of dakrand.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Afbeelding 3.9

Verbijzondering projectmatige woningen (Bron: TWA Architecten)

Voor de projectmatige woningen worden randvoorwaarden opgesteld voor de massa en verbijzonderingen daarvan om een levendig en samenhangend beeld te creëren in de nieuwe wijk. De projectmatige woningen hebben standaard een langskap. Door verbijzonderingen in kap/dakrand aan te brengen wordt stedenbouwkundige levendigheid in de wijk verkregen. Op enkele plekken in het stedenbouwkundig plan is een “speciale verbijzondering” aanwezig. Aan deze plekken wordt een specifieke randvoorwaarde gehangen en dat is: • •

De twee onder één kap woningen moeten symmetrisch zijn. Minimaal één dwarskap is aanwezig in de massa.

3.3

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018) van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

3.2.2

Uitgangspunten

Voor het berekenen van de huidige en toekomstige parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende algemene uitgangspunten: • •

3.2.3

Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / gemeente Opsterland (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

Parkeerbehoefte

In de nieuwe situatie is er sprake van in totaal 95 woningen binnen het plangebied. De gemeente Opsterland heeft in haar principebesluit van 19 januari 2021 aangegeven dat voor voorliggend plan een parkeernorm geldt van twee parkeerplaatsen per woning. De parkeerbehoefte bestaat in de gewenste situatie dan ook uit (2*95) 190 parkeerplaatsen. Zoals zichtbaar op afbeelding 3.2 (zie ook bijlage 1) worden de kavels voor alle vrijstaande woningen en tweekappers voldoende ruim om te kunnen voorzien in minimaal twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Ter plaatse van de rijwoningen is met haaksparkeervakken tevens voorzien in voldoende parkeerplaatsen om aan de parkeereis te kunnen voldoen. In de planregels van dit bestemmingsplan is een parkeerregeling opgenomen ter waarborging van de realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein en/of in de directe omgeving. Gezien het vorenstaande worden geen belemmeringen verwacht.

3.2.4

Verkeersgeneratie

In de nieuwe situatie is er sprake van in totaal 95 woningen binnen het plangebied. Op basis van de uitgangspunten zoals geformuleerd in paragraaf 3.2.2, geldt op basis van de CROW-publicatie een te verwachten gemiddelde verkeersgeneratie per vrijstaande woning van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Door de vrijstaande woning als uitgangspunt te nemen wordt er, ondanks dat sprake is van een gedifferentieerd woningaanbod, een worst-case scenario in beeld gebracht in relatie tot de te verwachten verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie bedraagt in de gewenste situatie dan ook hooguit (8,2*95) 779 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Zoals eerder al aangegeven in paragraaf 3.1 en zichtbaar op afbeelding 3.1, wordt er ten behoeve van de ontwikkeling voorzien in een nieuwe interne wegenstructuur en bijbehorende nieuwe ontsluitingsroutes. Hiermee wordt een overzichtelijke en verkeersveilige verkeerssituatie gecreëerd. De omliggende wegenstructuur is zodanig ingericht dat het te verwachten aantal verkeersbewegingen eenvoudig kan worden afgewikkeld. In dit kader wordt nog opgemerkt dat de bestaande bedrijfsbestemming van het plangebied reeds een hogere verkeersgeneratie kent .

Uitgaande van een gemiddelde verkeersgeneratie van 10 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per 100 m² bruto vloeroppervlak (functie: bedrijfs arbeidsintensief/bezoekers extensief (industrie, laboratorium, werkplaats)), bedraagt de te verwachten verkeersgeneratie binnen het huidige planologische regime circa (32.000*10) 3.200 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Hiermee is per saldo sprake van een afname van de verkeersgeneratie. Ten aanzien van de verkeersafwikkeling worden dan ook geen belemmeringen verwacht.

3.2.5

Conclusie verkeer en parkeren

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over relatief kleinschalige woningbouwontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. In voorliggend geval is dan ook sprake van een ladderplichtige ontwikkeling aangezien sprake is van een toevoeging van maximaal 95 woningen op één woningbouwlocatie waar sprake is van ruimtelijke en functionele samenhang tussen de te realiseren woningen. Het voorgenomen plan wordt hiermee als een ‘stedelijke ontwikkeling’ aangemerkt. De laddertoets dient te worden doorlopen. Laddertoets Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van maximaal 95 woningen met een gedifferentieerd aanbod in de kern Gorredijk. Bij het bepalen van het gewenste woningaanbod binnen het plan is onder andere samengewerkt met een lokale makelaar, om zodoende het aanbod optimaal te kunnen afstemmen op de huidige lokale woningvraag. Dit heeft geleidt tot een aanbod dat in balans is met de marktvraag. Met de nieuwbouw van de woningen wordt dan ook voorzien in een actuele lokale en gemeentelijke behoefte. Gezien de omvang en aard van de ontwikkeling, waarbij in beginsel wordt gebouwd voor de lokale behoefte, wordt gesteld dat het ruimtelijk verzorgingsgebied zich in voorliggend geval beperkt tot de gemeente Opsterland en de direct omliggende gemeenten. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling De gemeente Opsterland maakt onderdeel uit van de regio Zuidoost-Fryslân.

De regio Zuidoost-Fryslân (gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf) heeft in 2018/2019 regionale woningbouwafspraken gemaakt voor de periode 1 januari 2016 tot 1 januari 2026. De hieruit voortvloeiende woningbouwprogrammering is echter al weer gedateerd, en sluit niet meer optimaal aan op de actuele kwantitatieve en kwalitatieve marktvraag. Op dit moment is de regio in overleg met de provincie voor het maken van nieuwe woningbouwafspraken voor de periode 2020-2030. Vooruitlopend op de nieuwe afspraken hebben de regiogemeenten gevraagd nu al BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

duidelijkheid te krijgen over al in ontwikkeling zijnde woningbouwplannen. Per gemeente is een shortlist aan woningbouwplannen opgesteld. De provincie heeft akkoord gegeven op deze shortlisten, waaronder die van de gemeente Opsterland. Met het akkoord op de shortlist van de gemeente Opsterland kan worden doorgegaan met de ontwikkeling van vijf woningbouwplannen in de gemeente. Voorliggend plan is één van de vijf woningbouwplannen binnen de gemeente Opsterland die hiermee is geaccordeerd door de provincie Fryslân. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan voorziet in de actuele kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte binnen de gemeente Opsterland, en het dorp Gorredijk. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 4.4.2 waar nader wordt ingegaan op het gemeentelijke woonbeleid. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt plaats op een herontwikkel-/inbreidingslocatie die onderdeel uitmaakt van een bestaand bebouwingsgebied, en daarmee binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid en het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

4.2.1.1 Algemeen De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. Veel provinciaal beleid, programma's en projecten raken de Friese leefomgeving waarin mensen wonen, werken, zich verplaatsen, elkaar ontmoeten en recreëren. In de Omgevingsvisie staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20 à 30 jaar bij ligt. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie nu invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. Vier Opgaven De provinciale Omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: • • • •

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.

4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Fryslân Voorliggende ontwikkeling is in lijn met de centrale beleidsuitgangspunten van de Omgevingsvisie. Met de realisatie van de woningen wordt ingespeeld op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte binnen de provincie. Daarnaast past de ontwikkeling binnen het uitgangspunt dat voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

woningbouw eerst moet worden gezocht naar locaties in bestaand bebouwd gebied, aangezien in voorliggend geval sprake is van woningbouw op een inbreidingslocatie. Hiermee is geen sprake van nieuwe ruimtebeslag op de ‘groene’ omgeving. Door bewust te voorzien in een gedifferentieerd woningaanbod en een groene woonomgeving wordt tevens aangesloten bij de provinciale wens tot de realisatie van een duurzame ruimtelijke inrichting met in het bijzonder aandacht voor vitaliteit, leefbaarheid ende energietransitie. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Fryslân.

4.2.2

Verordening Romte Fryslân 2014

4.2.2.1 Algemeen Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 25 juni 2014 de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening voorziet niet in nieuw beleid. Uitsluitend geldend provinciaal ruimtelijk beleid is omgezet in algemeen geldende regels. Het gaat met name om beleid in het Streekplan Fryslân 2007, het Derde provinciale Waterhuishoudingsplan 2010-2015 en het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan. Uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Wat elders al goed geregeld is (in de AMvB Ruimte of in andere wet- en regelgeving) hoeft niet over te worden gedaan. Verder is bij de wijze van regeling rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Binnen randvoorwaarden is ruimte voor lokaal maatwerk. In voorliggend geval is hoofdzakelijk Artikel 3 ‘Wonen’ uit de verordening van belang. Hierna wordt nader ingegaan op het desbetreffende artikel. Lid 3.1.1 1. Een ruimtelijk plan kan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. 2.

In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet is opgenomen in een woonplan, indien: a. het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen bevat dan wel, voor zover gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, niet meer dan 11 woningen bevat, en b. in de plantoelichting is gemotiveerd dat en op welke wijze overschrijding van het woningbouwprogramma van het woonplan kan worden voorkomen door uitwisseling of fasering van projecten.

4.2.32.2 Toetsing van het initiatief aan de Verordening Romte Fryslân 2014 In voorliggend geval worden maximaal 95 woningen gerealiseerd. Hiermee is het noodzakelijk om aan te tonen dat deze woningbouwontwikkeling vanuit kwantitatief en kwalitatief opzicht past binnen een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Verderop in deze plantoelichting wordt het gemeentelijke beleid behandeld. Hier komt onder andere de gemeentelijke woonvisie aan bod. De kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte uit deze gemeentelijke woonvisie is onder meer tot stand gekomen in samenspraak met de provincie, en beschikt over instemming van Gedeputeerde Staten. Gemakshalve wordt dan ook verwezen naar paragraaf 4.4.2 van deze plantoelichting. Eerder werd in paragraaf 4.1.2 als geconcludeerd dat dit plan reeds is geaccordeerd door de provincie en is opgenomen in de woningbouwprogrammering. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling past binnen de uitgangspunten zoals verwoord in de ‘Verordening Romte Fryslân 2014’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling zijn de hierna genoemde beleidsstukken het belangrijkst.

4.3.1

Omgevingsvisie 2015-2030

4.3.1.1 Algemeen In de omgevingsvisie is het integraal beleid het sociaal domein als het fysiek domein van de gemeente Opsterland geformuleerd. Hierbij staat de vitaliteit van de gemeenschap centraal. De missie van de gemeente Opsterland is het creëren van randvoorwaarden, die zorgen voor vitale leefgemeenschappen in een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Opsterland wil een faciliterende gemeente zijn, die regie voert over de ruimtelijke ontwikkelingen, door duidelijke doelen te stellen en het maatschappelijk middenveld uit te nodigen om te investeren in de samenleving en in de leefomgeving. In de omgevingsvisie is op het gebied van economie en arbeidsmarkt opgenomen dat door de economische omstandigheden is er minder focus op groei, promotie en acquisitie, maar meer op behoud van het bestaande; samenwerking en verbetering van het ondernemersklimaat. In voorliggend geval is hoofdzakelijk het thema ‘Wonen’ relevant.

4.3.1.2 Wonen Het woningbouwbeleid van de gemeente is gericht op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Investeren in de bestaande woningvoorraad is daarbij van groot belang, zodat deze voldoet aan de woonwensen van de toekomst: duurzaam, comfortabel en bij voorkeur levensloopbestendig. Ondanks de stagnerende groei is uitbreiding van de woningvoorraad nodig, maar beperkt: 200-700 extra woningen over de periode 2015-2030. Met de bouw van deze woningen kan de doorstroming worden gestimuleerd en komen in de bestaande voorraad huizen voor starters beschikbaar. Indien de doorstroming onvoldoende op gang komt, zal tevens voor starters worden gebouwd.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie 2015-2030 Met het voornemen wordt invulling gegeven aan de lokale kwantitatieve woningbouwbehoefte, door middel van de realisatie van maximaal 95 woningen op een inbreidingslocatie. Door daarnaast te voorzien in een gedifferentieerd woningaanbod, waaronder levensloopbestendige woningen, wordt tevens voorzien in de kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie 2015-2030.

4.3.2

Woonvisie gemeente Opsterland 2017-2021

4.3.2.1 Algemeen De gemeente Opsterland heeft, op basis van de Omgevingsvisie 2015-2030, een nieuwe woonvisie opgesteld voor de periode 2017-2021. Hiermee wil zij de richting aangeven voor het wonen in de gemeente op de middellange termijn. In de woonvisie beschrijft de gemeente Opsterland het beleid op het gebied van wonen voor de periode 2017-2021. In de woonvisie wordt aangegeven dat er tussen 2016 en 2030 behoefte is aan BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

maximaal 600 woningen. Voor nieuwbouw wil de gemeente zich focussen op inbreiding in plaats van uitbreiding.

4.3.2.2 Speerpunten De gemeente zet in op de volgende vier speerpunten om te werken aan haar doelstellingen op het gebied van wonen: 1. 2. 3. 4.

Bestaande woningvoorraad: inspelen op de (kwalitatieve) vraag; Nieuwbouw: flexibiliteit, maatwerk en accent op de grote dorpen; Wonen welzijn zorg: senioren en bijzondere doelgroepen; Betaalbaarheid en beschikbaarheid, met name in de sociale huur.

In voorliggend geval zijn hoofdzakelijk de thema’s ‘nieuwbouw’ en ‘betaalbaarheid en beschikbaarheid’ van belang. In relatie tot nieuwbouwontwikkelingen in de dorpen gelden de volgende uitgangspunten: 1.

Focus op inbreiding in plaats van uitbreiding:

Bij nieuwbouw wordt de voorkeur gegeven aan het benutten van de mogelijkheden binnen de bebouwde kom in de dorpen boven uitleglocaties. Dit sluit aan bij de doelstellingen waarop de Ladder voor duurzame verstedelijking is gebaseerd;

2.

Het concentreren van de woningtoevoegingen door nieuwbouw op uitbreidingslocaties in de grotere dorpen Gorredijk, Ureterp, Beetsterzwaag en Bakkeveen;

Gezien de verwachte ontwikkeling van de woonwensen zal uitbreidingsnieuwbouw voornamelijk moeten plaatsvinden in de grotere dorpen Gorredijk, Ureterp, Beetsterzwaag en Bakkeveen. Dit zijn tevens de ‘centrumdorpen’ die beschikken over de meeste basisvoorzieningen. In de andere dorpen wordt terughoudend omgegaan met nieuwbouw. De nadruk ligt hier op herstructurering en op het herbestemmen van niet-woonbebouwing. De gemeente steunt alleen bouwinitiatieven als er een duidelijk aantoonbare vraag is en draagvlak onder de bevolking. De gemeente wil initiatieven van dorpen en bewoners faciliteren indien die voorzien in een behoefte, draagvlak hebben en realistisch zijn. Daarbij kan het gaan om initiatieven voor huur- of koopwoningen, of een combinatie van huur- en koopwoningen. De gemeente staat ook open voor (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap. Omdat de woningbehoefte beperkt is, kiest de gemeente voor flexibiliteit in programma en locaties. Zo kan flexibel en via maatwerk optimaal worden ingespeeld op de concrete vraag. De gemeente zet in op snellere procedures bij vergunningverlening voor nieuwbouw. 3.

De beperkte nieuwbouwmogelijkheden optimaal inzetten om woningen toe te voegen waaraan ook in de toekomst behoefte is.

De gemeente bevordert dat er woningen worden toegevoegd die toekomstbestendig zijn, qua woonkwaliteit, duurzaamheid, levensloopbestendigheid. Daarbij kan het qua woningtype bijvoorbeeld gaan om geschikte woningen voor groeiende doelgroepen, zoals één- en tweepersoonshuishoudens. Zowel ouderen als jongeren behoren hiertoe.

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie gemeente Opsterland 2017-2021 Het initiatief voorziet in de realisatie van maximaal 95 woningen op een inbreidingslocatie in het dorp Gorredijk. Hierbij is sprake van deels projectmatige woningen en deels vrij uitgeefbare kavels.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

Vanuit kwantitatief oogpunt past deze ontwikkeling binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering, welke tevens door de provincie is geaccordeerd. Door te voorzien in een gedifferentieerd woningaanbod, waaronder (projectmatige) vrijstaande-, twee-ondereen-kap- en rijwoningen met verschillende kavelgroottes, wordt tevens aangesloten bij de kwalitatieve marktvraag. De ontwikkeling past dan ook binnen de uitgangspunten zoals verwoord in de gemeentelijke woonvisie. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Woonvisie gemeente Opsterland 20172021’.

4.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in het in deze paragraaf behandelde beleidsstuk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

5.1.2

Situatie plangebied

De nieuwe woningen binnen het plangebied worden op basis van de Wgh aangemerkt als nieuwe geluidsgevoelige objecten. Toetsing aan de Wgh is hiermee noodzakelijk. Hierna wordt afzonderlijk ingegaan op de in dit kader relevante aspecten ‘wegverkeerslawaai’, ‘spoorweglawaai’ en ‘industrielawaai’.

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2);

•

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

In de nabijheid van het plangebied bevinden zich meerdere wegen. Op basis van de in de bovenstaande tabel opgenomen geluidszones wordt in voorliggend geval echter geconcludeerd dat het projectgebied zich niet bevindt binnen de wettelijke geluidszone van een weg als bedoeld in de Wgh. De wegen in de directe omgeving van het projectgebied betreffen allen 30 km/uur wegen. Deze wegen kennen in het kader van de Wgh geen wettelijke geluidszone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wel gewenst zijn de geluidsbelasting als gevolg van deze wegen in beeld te brengen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan “Gorredijk – De Vrieswijck”

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in voorliggend geval door BJZ.nu een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van de Jodocus Heeringastraat, Neijewei, ’t Weike en de Brouwerswal. Hierna wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksconclusies. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze plantoelichting. Onderzoeksresultaten Uit de rekenresultaten wordt geconcludeerd dat de gecumuleerde geluidsbelasting niet ter plaatse van alle woningen voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB conform de Wgh. Hoewel toetsing aan de Wgh, en hiermee ook een hogere waarde, in voorliggend geval niet aan de orde is (30 km/uur wegen) betekend dit wel dat niet zonder meer kan worden gesteld dat ter plaatse van alle woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat realiseerbaar is. Daarom is gekeken naar de mogelijkheden om met bron-, overdrachts- en/of gevelmaatregelen de geluidsbelasting ter plaatse van de woningen te reduceren. Daarnaast is onderzocht of de maximale binnenwaarde van 33 dB conform het Bouwbesluit gerealiseerd kan worden. De hoogste cumulatieve geluidsbelasting bedraagt in voorliggend geval 63 dB. Om ter plaatse van alle woningen een binnenniveau van 33 dB te kunnen realiseren is in voorliggend geval een gevelwering van maximaal (63-33) 30 dB benodigd.

Standaard dubbele HR++ beglazing zorgt voor een geluidswering van circa 28-29 dB. Hiermee kan ter plaatse van bijna alle woningen relatief eenvoudig worden voldaan aan de binnenwaarde. Voor een deel van de woningen zijn mogelijk aanvullende (gevel)maatregelen benodigd. Indien er voor een natuurlijke luchttoevoer via openingen in de geluidsbelaste gevels gekozen wordt, zijn suskasten noodzakelijk. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor realisatie van de woningen kan met een bouwakoestisch onderzoek worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de geluidsnormen conform het Bouwbesluit. Geconcludeerd wordt dat in voorliggend geval met relatief eenvoudige maatregelen een aanvaardbaar woonen leefklimaat realiseerbaar is ter plaatse van alle nieuwe woningen.

5.1.2.2 Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorweg bevindt zich op circa tien kilometer afstand van het plangebied. Het plangebied bevindt zich hiermee niet binnen de wettelijke geluidszone van spoorwegen. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven in de omgeving van het plangebied. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=f2477845-bfb0-4a96-969b-b94cc805512f