CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Beetsterzwaag Kom.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom en Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag (B)31.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Rho Adviseurs B.V.

blz 40

115503

Flexibiliteitsbepalingen Bij de bestemming zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Hierbij gaat het om de mogelijkheden voor het - met een omgevingsvergunning - afwijken van de bouw- en gebruiksregels van de bestemming. Aan de afwijkingsregels zijn voorwaarden gebonden, waaraan voldaan moet worden op het moment van aanvraag van een omgevingsvergunning voor afwijking. Een belangrijke voorwaarde is dat altijd advies ingewonnen wordt bij de leidingbeheerder. 2.16.2 Uitgangspunten van de regeling Uitgangspunten vanuit omgevingsaspecten  De gasleidingen moeten beschermd worden;  Aan weerszijden van de leidingen moet een zone van 5,00 meter vrij worden gehouden van bebouwing, diepwortelende beplanting, etc;  Werkzaamheden rond de leiding zijn toegestaan, mits vooraf een omgevingsvergunning is verkregen en advies ingewonnen is bij de betreffende leidingbeheerder. 2.16.3 Huidige situatie en beleid Door het plangebied lopen twee gasleidingen. Een nadere toelichting hierop is opgenomen bij de beschrijving van het omgevingsaspect 'Externe veiligheid'. 2.16.4 Achtergrondinformatie  Inleiding  Omgevingsaspecten  Uitvoerbaarheid  Inspraak en Overleg

2.17

Leiding - Riool

De dubbelbestemming 'Leiding - Riool' heeft tot doel de nodige bescherming te bieden voor de aanwezige rioolpersleiding. 2.17.1 Toelichting op de bestemming Functionele mogelijkheden De gronden waarop deze bestemming ligt zijn, naast de gebruiksmogelijkheden van onderliggende bestemmingen, ook bedoeld voor een rioolpersleiding. Dit betekent dat bij het gebruik van de gronden altijd rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van de rioolpersleiding. Bouwmogelijkheden Ongeacht de regels van de onderliggende bestemmingen, zijn op de gronden met deze bestemming alleen vormen gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemming toegestaan. Deze mogen een bouwhoogte van maximaal 2,00 meter hebben. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om afscheidingen. Omgevingsvergunning Werken (geen bouwwerken) en werkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden na het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Het kan daarbij gaan om het ontgronden en afgraven van gronden (dieper dan 0,30 meter), of het aanleggen van oppervlakteverhardingen. Hieraan zijn toetsingscriteria gekoppeld. Door een omgevingsvergunning op te nemen worden werken en werkzaamheden toegestaan. Door de criteria op te nemen kan getoetst worden of een goede functionaliteit van de rioolpersleiding gewaarborgd blijft wordt na de ingreep.

De omgevingsvergunning is niet nodig voor normaal onderhoud van geringe omvang en al in uitvoering zijnde werken en werkzaamheden. Bijvoorbeeld voor werken die niet dieper gaan dan 0,30 meter. Dit laatste geldt op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 41

Flexibiliteitsbepalingen In de bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Deze maakt het mogelijk, binnen de onderliggende bestemmingen, gebouwen en andere bouwwerken toe te staan, mits wordt voldaan aan de bij de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voorwaarden. Hierdoor kunnen bestaande rechten toch worden uitgevoerd. 2.17.2 Uitgangspunten van de regeling Uitgangspunten vanuit omgevingsaspecten  De rioolpersleiding moet beschermd worden;  Aan weerszijden van de leiding moet een zone van 3,00 meter vrij worden gehouden van bebouwing en diepwortelende beplanting;  Werkzaamheden rond de leiding zijn toegestaan, mits vooraf een omgevingsvergunning is verkregen. 2.17.3 Huidige situatie en beleid Door het plangebied loopt een rioolpersleiding. Een nadere toelichting op de rioolpersleiding is opgenomen bij de beschrijving van het omgevingsaspect 'Water'. 2.17.4 Achtergrondinformatie  Inleiding  Omgevingsaspecten  Uitvoerbaarheid  Inspraak en Overleg

2.18

Waarde - Cultuurhistorie

De bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' is gelegd op de aangewezen cultuurhistorisch waardevolle gebieden en bedoeld voor de bescherming en instandhouding van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De bestemming is gelegd op de waardevolle groene gebieden met een cultuurhistorische waarde.Het betreft de tuinen en overtuinen met cultuurhistorische waarde, evenals de oude wandelpaden met bijbehorend groen en bosstroken. 2.18.1 Toelichting op de bestemming Functionele mogelijkheden Naast de mogelijkheden vanuit de onderliggende bestemmingen is deze bestemming gericht op de bescherming en instandhouding van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Omgevingsvergunning Werken en werkzaamheden aan de aangewezen gronden zijn in principe uitgesloten. Onder voorwaarden is het echter mogelijk om een omgevingsvergunning te krijgen voor enkele werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een vergunning voor het verwijderen van bebossing en beplanting. De omgevingsvergunning mag alleen worden verleend wanneer voldaan is aan de opgenomen toetsingscriteria. Voor het normale onderhoud is geen vergunning nodig.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 42

115503

2.18.2 Uitgangspunten van de regeling Omgevingsaspecten  De bestemming is gericht op de bescherming en instandhouding van de cultuurhistorische waarden van (vooral) de tuinen en overtuinen, evenals de oude wandelpaden met bijbehorend groen c.q. bosstroken. 2.18.3 Huidige situatie en beleid Beleid Op 15 juni 2011 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân vastgesteld. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening voorziet niet in nieuw beleid. Uitsluitend geldend provinciaal ruimtelijk beleid is omgezet in algemeen geldende regels. Het ruimtelijk beleid is vooral beschreven in het Streekplan Fryslân 2007. De verordening geeft aan dat in de toelichting verantwoord moet worden hoe de bestemmingsplanregeling omgaat met de bestaande archeologische en cultuurhistorische waarden. De verantwoording is opgenomen in 4.4 van deze toelichting. 2.18.4 Achtergrondinformatie  Wijzigingsbevoegdheid  Omgevingsaspecten : Archeologie en cultuurhistorie  Uitvoerbaarheid  Inspraak en Overleg

2.19

Waarde - Natuur

De bestemming 'Waarde - Natuur' is gelegd op de door de provincie aangewezen natuurgebieden en bedoeld voor het behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van die gronden.Hierbij is aangesloten op de Verordening Romte 2014. 2.19.1 Toelichting op de bestemming Functionele mogelijkheden Het behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van de bestemde gronden wordt mogelijk gemaakt in deze bestemming. Bouwmogelijkheden De bouwmogelijkheden van onderliggende bestemmingen worden via deze bestemming beperkt. Gebouwen en overkappingen zijn bijvoorbeeld niet toegestaan binnen de gebieden met deze dubbelbestemming. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen wel, mits deze maximaal 3,00 meter hoog zijn. Hierbij kan gedacht worden aan kleinschalige bouwwerken als hekwerken. Omgevingsvergunning Werken en werkzaamheden aan de aangewezen gronden zijn in principe uitgesloten. Onder voorwaarden is het mogelijk om een omgevingsvergunning te krijgen voor enkele werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een vergunning voor het verwijderen van bebossing en beplanting of het aanbrengen van oppervlakteverharding. De omgevingsvergunning mag alleen worden verleend wanneer voldaan is aan de opgenomen toetsingscriteria. Voor het normale onderhoud is geen vergunning nodig.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 43

2.19.2 Uitgangspunten van de regeling Uitgangspunten beleid  De bestemming is gericht op het behoud, herstel of de ontwikkeling van de natuurwaarden in de door de provincie aangewezen natuurgebieden buiten de ecologische hoofdstructuur (Natuurnetwerk Nederland);  Ecologische verbindingszones vallen onder deze natuurgebieden. 2.19.3 Huidige situatie en beleid Beleid Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Deze verordening behelst een aanpassing van de op 15 juni 2011 vastgestelde verordening. Deze verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Deze verordening voorziet niet in nieuw beleid. Uitsluitend geldend provinciaal ruimtelijk beleid is omgezet in algemeen geldende regels. Het ruimtelijk beleid is beschreven in de op 26 maart 2014 vastgestelde Structuurvisie "Grutsk op 'e Romte". Deze structuurvisie vervangt het geldende Streekplan op het gebied van kernkwaliteiten van het cultuurhistorische erfgoed en het landschap van Fryslân. Daarnaast wordt richting gegeven aan de toekomst: de provincie geeft aan wat zij met de kernkwaliteiten wil doen. In de visie geeft de provincie een top 10 van gebiedsoverschrijdend landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang.

Daarnaast beschrijft de visie van elf deelgebieden in Fryslân de kernkwaliteiten. Binnen het plangebied vallen enkele gebieden onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige Ecologische Hoofd Structuur). Deze moeten in dat geval een passende bestemming hebben. De regeling van deze bestemming maakt nieuwe activiteiten en ontwikkelingen die tot aantasting kunnen leiden niet mogelijk. 2.19.4 Achtergrondinformatie  Wijzigingsbevoegdheid  Omgevingsaspecten  Uitvoerbaarheid  Inspraak en Overleg

2.20

Waarde - Ruimtelijk waardevol gebied

De context van het rijke cultuurhistorische verleden is nog altijd duidelijk zichtbaar in de Hoofdstraat. Een van de kernkwaliteiten van de Hoofdstraat is het voorkomen van veel historische monumenten en oudere panden uit dezelfde of aan elkaar verwante stijlperiodes. Vanwege het hoogkwalitatieve beeld van de Hoofdstraat is in dit bestemmingsplan een specifieke , op behoud en bescherming gerichte regeling opgenomen. Deze regeling vloeit mede voort uit de uitgangspunten die zijn opgenomen in het 'Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag' (bijlage 1) die tegelijkertijd met het bestemmingsplan wordt vastgesteld (zie ook hoofdstuk 3). Het ruimtelijk kwaliteitsplan vormt hiermee aanvullend welstandsbeleid voor het plangebied en op deze wijze wordt een goede ruimtelijke kwaliteit voor het gebied geborgd. De bestemming 'Waarde - Ruimtelijk waardevol gebied' ligt op het gebied rond de Hoofdstraat en is bedoeld de ruimtelijke waarden van dit gebied te behouden en versterken. Daartoe zijn een aantal specifieke bouwregels opgenomen zoals het bouwen van hoofdgebouwen waarbij de op de verbeelding weergegeven 'gevellijn' moet worden aangehouden, en het vastleggen vande minimale en maximale gevelbreedte (6 respectievelijk 10 meter). De beeldbepalende panden zijn als karakteristiek op de verbeelding aangeduid.

Het is niet toegestaan om deze panden zonder een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk te slopen.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 44

115503

2.20.1 Toelichting op de bestemming De bestemming 'Waarde - Ruimtelijk waardevol gebied' ligt op het gebied rond de Hoofdstraat en vloeit voort uit de ruimtelijke waarden, zoals weergegeven in het Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag. Het gebied is mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing, zoals omschreven in het ruimtelijk kwaliteitsplan. 2.20.2

Uitgangspunten van de regeling

Uitgangspunten beleid  balans tussen oud en nieuw behouden;  de Hoofdstraat heeft speciale kwaliteiten en verdient daarom uitgebreid beleid (welstands- en reclamebeleid, openbare ruimte, groen, cultuurhistorie);  Hoofdstraat zien als onderdeel van een groter geheel;  bewoners laten meebeslissen over nieuwe ontwikkelingen;  Karakter Hoofdstraat rechtvaardigt eigen inrichting openbare ruimte.  Gebouwen die als monument zijn aangewezen op grond van de Monumentenwet, zullen op basis van deze wet worden beschermd.  Beeldbepalende panden die in het bestemmingsplan als 'karakteristiek' zijn aangeduid dienen te worden behouden en zijn daartoe voorzien van een specifieke regeling in dit bestemmingsplan.  Structuurbepalende panden spelen in de bebouwingsstructuur van de Hoofdstraat een positieve rol. Zij zijn echter niet onvervangbaar. Een specifieke op behoud gerichte regeling in dit bestemmingsplan is niet nodig.  Mocht de mogelijkheid van verbouw of nieuwbouw van verstorende panden zich voordoen, dan ontstaan hier kansen voor een sterke kwaliteitsverbetering. Uitgangspunten welstandsbeleid Aan de Hoofdstraat is een bijzonder ambitieniveau toegekend. De welstandsambitie voor dit gebied is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van het bestaande historische karakter.

Ondanks de diversiteit in functies is er een duidelijke architectonische samenhang tussen de verschillende panden. De gebouwen voegen zich over het algemeen naar het traditionele beeld en de daarbij behorende vormeigenschappen. Verbouw of uitbouw van bebouwing dient met respect voor en afgestemd op het bestaande plaats te vinden. Dit geldt met name voor de beeldbepalende en structuurbepalende panden. Voor beeldverstorende panden is het wenselijk dat het gevelbeeld aangepast wordt naar een beeld wat passender is binnen de Hoofdstraat. Nieuwe bebouwing of gevelvervangingen zijn dus mogelijk, maar deze dienen zich te voegen in het bestaande straat- en bebouwingsbeeld. Nieuwbouwpanden en gevels krijgen een bijzondere uitstraling en dienen van een bijzondere architectonische kwaliteit te zijn. 2.20.3 Huidige situatie en beleid Huidige situatie Het ruimtelijk waardevol gebied strekt zich uit aan weerszijden langs de Hoofdstraat van Beetsterzwaag. Het betreft het gebied van het bebouwingslint langs de oude hoofdweg, voor zover dat gelegen is binnen de bebouwde kom van het dorp. Het bebouwingslint bestaat ruimtelijk-functioneel uit verschillende delen, namelijk een kerngebied en randzones.

Het kerngebied is duidelijk herkenbaar door een sterke versmalling van de profielmaat (de ruimte in meters tussen de ter weerszijden van de weg gesitueerde bebouwingslinten) van 40 naar ongeveer 12 meter, en gelijktijdig een sterke verdichting van de bebouwingswand.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 45

Aan de zuidzijde is er sprake van een vrijwel gesloten gevelwand, aan de noordzijde is er door de aanwezigheid van veel zijstraten en stegen en de ruime maatvoering tussen wat grotere panden sprake van een iets meer open karakter van de bebouwingswand. Kenmerkend voor het bebouwingspatroon langs de Hoofdstraat is dat de overwegend aanwezige kleinschalige panden in een gevelbreedte, variërend van 6 tot 10 meter (een bouwlaag met kap), zo nu en dan worden afgewisseld met markante grotere panden met een forse gevelbreedte (twee tot drie bouwlagen met kap). Samen vormen deze panden de karakteristieke gevelwanden. Karakteristiek vanwege de aanwezigheid van veel monumenten en karakteristieke panden. De randzones worden gevormd door het overgangsgebied van het buitengebied naar het kerngebied. Het oude bebouwingslint van de Hoofdstraat heeft hier een profielmaat van circa 40 meter. Er zijn grootschalige, vrijstaande panden in ruime tuinen en parken gevestigd. Veel van deze panden zijn beschermde monumenten, waaronder een tweetal monumenten van jonge bouwkunst "1850-1940". In deze randzones zijn voornamelijk verzorgende en dienstverlenende, kantoor- en praktijkachtige functies, maar ook woningen gevestigd. Voorbij deze randzones begint het buitengebied met het lint van monumentale landhuizen te midden van bossen en agrarisch gebied.

Ook vormen de cultuurhistorische paden en de tuinen en overtuinen, die horen bij de oude monumentale landhuizen in de Hoofdstraat, zijn een bijzondere functie in het hart van Beetsterzwaag. De tuinen zijn in de vorige eeuw door de adel aangelegd. Een vast kenmerk is dat zij een noord-zuid kavelrichting volgen en aan de west- en oostzijde gesloten zijn door rododendrons en beukenhagen. Op de rand van de overgang van het kerngebied naar de randzones zijn de tuin en de overtuin Lyndensteyn, een originele Roodbaard-tuin, kenmerkend. Door het bebouwingspatroon, de individuele panden in combinatie met de aanwezigheid van de cultuurhistorische paden, tuinen en overtuinen wordt het waardevolle cultuurhistorische beeld van de Hoofdstraat van Beetsterzwaag bepaald. 2.20.4 Achtergrondinformatie  Inleiding  Omgevingsaspecten  Uitvoerbaarheid  Inspraak en Overleg

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 46

115503

Hoofdstuk 3

3.1

RUIMTELIJKE STRUCTUUR

Algemene ruimtelijke structuur

Voor het bestemmingsplan is het van belang om vast te stellen in welke mate de ruimtelijke structuur voorwaardestellend is voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de ruimtelijke structuur zijn een aantal elementen bepalend, zoals het patroon van openbare ruimten (wegen en paden, pleinen en parken), de situering en de beeldbepalende kenmerken van de bebouwing. Op basis van de ruimtelijke structuur kan het dorp in een aantal deelgebieden worden opgedeeld:  het oudste gebied van de Hoofdstraat en omgeving;  het zuidelijk woongebied waar ook de locatie van de Wissel / Talant is gelegen;  het noordelijk woongebieden en het complex van Revalidatie Friesland. Het oudste gebied Kenmerkend voor de oude ruimtelijke structuur van Beetsterzwaag is de verdichting te midden van het lint van landgoederen. De oost-west gerichte basis is hierin is de Hoofdstraat. De Hoofdstraat, met achter aangrenzende gebieden en tuinen, vormt nu het oude Beetsterzwaag. Aan de noordkant is het Kerkepad Oost de begrenzing, aan de zuidkant ligt de grens bij de Molenlaan. In dit gebied zijn de meeste verzorgende functies geconcentreerd. De Hoofdstraat kent ook een belangrijke doorgaande verkeersfunctie. Door zijn bebouwingsbeeld, zijn verkeersfunctie en zijn winkel- en horecafunctie is de Hoofdstraat een herkenbare scheidingslijn in het dorp tussen twee grote woongebieden.

De landgoederen aan de rand van het dorp zijn kenmerkend voor de ruimtelijke structuur. Het landgoed Harinxmastate is typerend voor het oude ruimtegebruik van Beetsterzwaag. Het huis met koetshuis en omringende siertuin is het hart van het landgoed, dat zich geheel volgens de historische verkavelingsstructuur, uitstrekt vanaf de gemeentegrens in het noorden tot aan de grenzen van het Koningsdiep in het zuiden. Het eens vergelijkbare landgoed Lyndenstein is ontwikkeld tot revalidatiecentrum. Alleen cultuurhistorisch kenmerkend is hier nog het oude monumentale hoofdgebouw met voortuin en de overtuin. Deze tuinen, die horen bij de oude monumentale landhuizen in de Hoofdstraat zijn een bijzondere functie in het hart van Beetsterzwaag. De tuinen zijn in de vorige eeuw door de adel aangelegd. De Hoofdstraat van Beetsterzwaag is de belangrijkste straat van het dorp. Langs deze straat is het dorp ontstaan. Beetsterzwaag was de plek waar de belangrijkste mensen van de veencompagnieën zich vestigden. Hierdoor zijn er landgoederen en herenhuizen te vinden aan de historische route Beetsterzwaag Hoofdstraat- Van Harinxmaweg. De rijke geschiedenis is op veel plekken terug te zien in de bijzondere bebouwing. Niet alleen de panden bepalen dit beeld. Net zo belangrijk zijn de tuinen en de openbare ruimte.

Voor de structuur en de beeldkwaliteit van de Hoofdstraat is het 'Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag' opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan in procedure gaat (inspraak) en wordt vastgesteld. Dit ruimtelijk kwaliteitsplan voor de Hoofdstraat geeft een nadere uitwerking van wat die bestaande en wenselijke kwaliteit voor de gebouwen is. Het plan heeft het doel de aantrekkelijke leefomgeving te behouden en te versterken, ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de toetsingscriteria en richtinggevende principes.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 47

De in het ruimtelijk kwaliteitsplan vastgestelde toetsingscriteria en richtlijnen vormen zowel het kader voor de ontwikkeling van het gebied, als het kader voor de welstandsbeoordeling van de bouwplannen. De omgevingsvergunningsaanvragen voor het bouwen dienen hieraan getoetst te worden. De nota is opgenomen in bijlage 1. Onderstaand figuur geeft het gebied weer wat een bijzondere cultuurhistorische status heeft binnen de gemeente en daarom extra bescherming en aandacht en verdiend. De Nota bevat uitgangspunten voor gebouwen, de openbare ruimte, en voor reclame-uitingen. De Nota bevat tevens een beoordeling van de gebouwen. Onderscheid wordt gemaakt tussen:  rijksmonumenten  beeldbepalende panden  structuurbepalende panden  verstorende panden. Monumenten worden beschermd door de Erfgoedwet. Voor de beeldbepalende panden wordt in dit bestemmingsplan een specifieke regeling opgenomen, namelijk de aanduiding 'karakteristiek'.

Het zuidelijk woongebied Het zuidelijk dorpsgebied strekt zich uit vanaf de Hoofdstraat tot aan de dorpsgrenzen van De Walle en de Gerdyksterwei. Het zuidelijk gebied omvat de eerste planmatige uitbreidingen. De verkaveling is opgezet volgens een blokvormig patroon in gesloten bouwblokken, waarbij de oude noord-zuid lopende verkavelings- en singelstructuur een leidraad is geweest. It Merkelân vormt hierin de oost-west lopende wijkontsluiting. De weg is herkenbaar door het brede, groene profiel en de bijzondere gebouwen, die vrij in de groene ruimte liggen. In het oudste woongebied, tussen de Boslaan en de Folkerslân, bevindt zich merendeels woningbouw van het type twee-aaneen, van twee bouwlagen met kap, op diepe erven in rechte blokverkaveling. Aan de westzijde van de Boslaan staan de oudste woningen, van rond het begin van deze eeuw. Het betreft merendeels individuele, kleine woningen van één bouwlaag met kap, op zeer diepe erven. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd ten zuiden en oosten van It Merkelân gebouwd. In dit zuidelijk deel is de aanwezigheid van het complex van de Wissel bepalend geweest. Op het complex, dat ruim opgezet is te midden van bossingels en weiden, zijn in de loop der jaren nieuwe wooneenheden en bedrijfsgebouwen gebouwd. De hoogbouw is het meest dominerend aanwezig.

Vrijstaande bungalows op ruime erven zijn er aan de oost- en de westrand van dit deel van het dorpsgebied. De oudste bungalows zijn typerend voor de bouwperiode, met een zeer groot woonoppervlak in één bouwlaag met plat dak. Wel werden de bungalows in een gesloten bouwbloksysteem verkaveld, ontsloten Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 48

115503

vanaf woonstraten, de achtertuinen aan elkaar grenzend. In de buurt van de Commissieweg, op de hoek It Merkelân zijn begin jaren negentig van de vorige eeuw een aantal appartementencomplexen voor senioren gebouwd. Het meest zuidelijk deel, op het terrein van de Wissel is sprake van een zeer bosrijke omgeving, waardoor er sprake is van een gebiedseigen inpassing van de bebouwing in een dichte beplanting. De gebouwen op het complex van de Wissel zijn ingebed in de bestaande ruimtelijke structuur. De openheid van de bebouwing is versterkt door een geleding in de gevels met een dorpse uitstraling. De bebouwing wordt deels afgeschermd door bestaande houtopstanden, waarbij de groene hoofdstructuur bewaard is gebleven. De bebouwing ter plaatse is ook op relatief grote afstand vanaf de omliggende woongebieden geprojecteerd en is afgeschermd door een dichte bebossing. Het noordelijk woongebied Het noordelijk woongebied is een langgerekt, smal gebied tot aan de gemeentegrens met Smallingerland. Het gebied is grotendeels van eind jaren zestig tot midden jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkeld. Het woongebied is verkaveld volgens rechte bouwblok­ken waarbij het noord-zuid lopende opstrekkende verkavelings- en singelpatroon richtinggevend is geweest. Het woongebied in het noordelijk deel valt globaal uiteen in twee gebieden, een binnengebied en de randzone.

Het binnengebied strekt zich uit vanaf het Kerkepad Oost tot aan 't Foarmear, tussen de Vlaslaan en de Bommegaerde-De Skeakel. De woningbouw wordt gekenmerkt door twee bouwlagen met kap, van geschakelde of vrijstaande woningen. Vooral in het zuidelijk stuk, dat nog traditioneel is opgezet in gesloten bouwblokken, zijn veel vrijstaande woningen. In het deel ten noorden van De Reden is een meer woonerfachtig systeem toegepast, zoals bij de carportwoningen aan de Bommegaerde zeer duidelijk naar voren komt. Woningen grenzen aan vóór en achterzijde aan openbare ruimte. Aan de voorzijde is dat de verharde erfontsluiting aan de achterzijde openbare groenstroken. Tussen Healwei en Foarmear is een groot deel van de eengezinswoningen geschakeld, twee-onder-één-kap, of rijtjes van vier of zes. Het merendeel is ook hier twee bouwlagen met kap. Gestapelde bouw is er alleen in de vorm van twee appartementengebouwen, aan de Utgong en aan het Utein In het noordelijk woongebied bevinden zich in een zone aan de Vlaslaan afwijkende functies, die door hun bouwvorm en opzet in de ruimtelijke structuur, beeldbepalend zijn. Dit is een herkenbare, bijzondere bebouwingszone. Deze zone met herkenbare gebouwen, ruim opgezet in het groen rond brinkachtige pleinen, biedt een herkenbaar beeld in het noordelijk woongebied van Beetsterzwaag.

3.2

De ruimtelijke groenstructuur

In het oudste deel van Beetsterzwaag is sprake van een beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle groenstructuur. Een vast kenmerk is dat zij de noord-zuid kavelrichting volgen en aan de west- en oostzijde gesloten zijn door rododendrons en beukenhagen. De overtuin Lyndensteyn betreft een originele Roodbaard-tuin, maar de voor deze landschapsstijl kenmerkende boomgroepen zijn in verval of verdwenen. Belangrijk bij alle tuinen is dat het oorspronkelijk karakter uit historisch oogpunt behouden blijft. De tuinen kunnen een bijdrage leveren aan de culturele kwaliteit van Beetsterzwaag. De oude paden vanuit het bosgebied hebben op een aantal plekken nog directe aansluiting op het wegenof padennet in het dorp, en lopen soms door tot aan de Hoofdstraat. Deze oude paden in het dorpsgebied, meestal met oude boomsingels erlangs, kunnen als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt worden. Door de ontwikkeling van Lyndenstein is een deel van het oude padenbeloop verstoord.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 49

Het groen in het noordelijk deel wordt gevormd door een drietal noord-zuid lopende groene linten. Het betreft de groene zone met wandelpad langs de Vlaslaan, de smalle groene singel tussen De Reden en Foarmear, die eindigt in een speelveld aan De Reden, en een westelijk groenstrook langs het bos (Bommegaerde en De Skeakel), waarin ook een speelplek is. Door de woonerven van Roekebosk tot en met de Wyldsang slingert zich een smal, aaneengesloten parkachtige lint. In het oudere binnengebied is langs de smalle woonstraten veel bosachtig snippergroen. De tuinen en het bos nabij de locatie de Wissel bepalen de groene hoofdstructuur in het zuidelijk gebied van Beetsterzwaag. Het wijkgroen bevindt zich langs de wijkontsluiting, It Merkelân, in de vorm van een brede singel met voetpad. In de woonstraten is het groen versnipperd in smalle bermen aanwezig. Langs de Gerdyksterwei is een brede groenstrook met waterpartij aangelegd als visuele begrenzing van de bebouwde kom. Een globale weergave van de huidige groenstructuur in Beetsterzwaag is weergegeven in onderstaande figuur die dateert van begin 2000, maar nog steeds actueel is.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 50

115503

Groenstructuur Beetsterzwaag

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 51

Hoofdstuk 4

OMGEVINGSASPECTEN

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de omgevingsaspecten. Deze omgevingsaspecten kunnen invloed hebben op de (on)mogelijkheid van gewenste perceelsgebonden ontwikkelingen in het plangebied. In dit hoofdstuk volgt daarom een korte beschrijving van de aanwezige en te verwachten (negatieve) effecten van de verschillende aspecten op het plangebied en haar functies.

4.1

Milieuaspecten

Om inzicht te krijgen in potentiële hinder van bedrijven op de woongebieden, wordt eerst gekeken naar de bedrijven en hun milieuzonering. Daarnaast en aan de hand van bedrijven en milieuzonering komen de milieuaspecten geluid, geur en bodem aan bod. 4.1.1 Bedrijven en milieuzonering In en rondom het plangebied zijn bedrijven en voorzieningen aanwezig die mogelijk hinder veroorzaken voor de bewoners van het dorp. Een eerste indicatie van mogelijke hinder is te achterhalen door het raadplegen van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Rondom Beetsterzwaag zijn agrarische bedrijven aanwezig. Een dergelijk bedrijf is te vinden aan de westzijde van het plangebied, dit is een veehouderij met een categorie 3.2. Een dergelijk bedrijf heeft een richtafstand van 100 meter ten opzichte van een rustig buitengebied of een rustige woonwijk. Verder zijn in het plangebied voorzieningen aanwezig die ook genoemd zijn in de VNG publicatie. Voorbeelden hiervan zijn basisscholen (categorie 2, richtafstand 30 meter), een veldsportcomplex (categorie 3.1, richtafstand 50 meter) en een begraafplaats (categorie 1, richtafstand 10 meter). Voor de categorieën 1 en 2 wordt gesteld dat deze goed inpasbaar zijn tussen woningen. Bovendien gaat het bij dit dorp om een bestaande situatie.

Deze situatie wordt in dit bestemmingsplan zo goed mogelijk vastgelegd, zodat de milieusituatie voor de omwonenden niet verslechterd. Daarnaast is in veel gevallen rondom de bedoelde voorzieningen sprake van een gemengd gebied en niet van een rustige woonwijk. Dit is bijvoorbeeld het geval in het lint langs de Hoofdstraat en bij het veldsportcomplex aan de Vlaslaan, waar naast woningen ook scholen, een kerk en De Buorskip (zalencentrum) aanwezig zijn. Wanneer sprake is van een gemengd gebied mag de categorie bij toetsing gereduceerd worden naar een lagere categorie. Het veldsportcomplex krijgt daardoor bij toetsing een richtafstand van 30 meter (categorie 2). Langs de Hoofdstraat zijn enkele horecagelegenheden aanwezig. Ook deze hebben een milieuzones van overwegend een categorie 1 of 2. Bedrijven in die categorieën zijn goed verenigbaar met woningen.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 52

115503

4.1.2 Geluid In dit bestemmingsplan is bij het aspect geluid alleen het weg verkeerslawaai van belang. Van negatieve effecten door weg verkeerslawaai is in de huidige situatie in het plangebied geen sprake. In het grootste deel van het plangebied zijn geen zoneringsplichtige wegen aanwezig. Zoneringsplichtige wegen zijn wegen waar een maximale snelheid van 50 km/uur of meer is toegestaan. Het grootste deel van de wegen in het plangebied valt onder een 30 km/uur zone, waaraan geen wettelijke geluidzones verbonden zijn. Bovendien geeft dit bestemmingsplan alleen een nieuwe regeling voor de bestaande situatie. In het plangebied zijn alleen de Gerdyksterwei en Beetsterweg (westelijk in het plangebied) zoneringsplichtig. Op de Gerdyksterwei en op de Beetsterweg geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. Omdat dit bestemmingsplan de bestaande situatie opnieuw vastlegt, is een akoestisch onderzoek niet nodig voor dit bestemmingsplan. Deze is wel nodig op het moment dat met ontwikkelingen geluidsgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) gerealiseerd worden binnen de wettelijk zone rond de genoemde wegen. De onderzoeksplicht geldt voor een zone van 250 meter aan weerszijden van de genoemde wegen. Geluid van wegverkeer is wettelijk vastgelegd in de Wet geluidhinder. 4.1.3 Bodem Bodem is een belangrijk toetsingskader op het moment dat nieuwe ontwikkelingen spelen.

Vooral bij nieuwe woningbouwontwikkelingen moet aangetoond worden dat woningen op bodem van voldoende kwaliteit worden gebouwd. Dit bestemmingsplan heeft als uitgangspunt de bestaande situatie te voorzien van een actuele regeling. In planologische zin worden bij recht geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Voor de ontwikkelingen in het plangebied die bij recht zijn toegestaan zijn in veel gevallen al bodemonderzoeken uitgevoerd, of deze ontwikkelingen zijn dusdanig van aard dat onderzoek niet noodzakelijk is. Bij volledig nieuwe ontwikkelingen is in enkele gevallen een bodemonderzoek noodzakelijk, bijvoorbeeld bij de toevoeging van gevoelige objecten als woningen.

4.2

Water

Water is een belangrijk ordenend principe. Bij een bestemmingsplan is toetsing van dit aspect van belang. Dit kan door middel van het uitvoeren van een watertoets. Voor het plangebied is dit gedaan en daaruit blijkt dat in het plangebied vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een rioolpersleiding en rioolgemaal van belang zijn. Deze liggen westelijk in het plangebied, in de nabijheid van De Skeakel. Voor de rioolpersleiding is aangegeven dat een zone van 3 meter aan weerszijden van deze leiding vrij gehouden moet worden van bebouwing en diepwortelende beplanting. In het geldende bestemmingsplan was dit een zone van 5 meter. Deze laatste wordt overgenomen, zodat de leiding voldoende beschermd wordt. Voor het rioolgemaal is het van belang dat deze mogelijk blijft in dit bestemmingsplan. Verder raakt het bestemmingsplan geen waterschapsbelangen, omdat er geen nieuwe bouwplannen mogelijk worden gemaakt. Het bebouwd en verhard oppervlak neemt daardoor niet toe ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. De wet en regelgeving rond het aspect water is opgenomen in onder meer de Waterwet, Nota Ruimte en Kaderrichtlijn Water.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 53

Watertoets De wet en regelgeving rond het aspect water is opgenomen in onder meer de Waterwet, Nota Ruimte en Kaderrichtlijn Water. De watertoets is aangevraagd via de website www.dewatertoets.nl. Uit deze toets die is opgenomen in bijlage 2, is gebleken dat er geen waterschapsbelangen spelen in het plangebied. Dit toetsresultaat is gebaseerd op het feit dat het gaat om een actualisatie van het bestemmingsplan en dat het plan overwegend conserverend van aard is, waarbij er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Dit betekent dat er verder geen contact hoeft te worden opgenomen met Wetterskip Fryslân. Het wateradvies dat geldt bij ontwikkelingen is opgenomen als bijlage bij de watertoets in bijlage 2. Leidraad Watertoets In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen vanuit het aspect water.

4.3

Ecologie

Wet natuurbescherming Met de Wet Natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 54

115503

In de directe omgeving van het plangebied is het beschermde natuurgebieden (Natura 2000) 'Van Oordt's Mersken' aanwezig. Dit gebied raakt aan de zuidwestelijke zijde het plangebied. Voor dit gebied gelden instandhoudingsdoelstellingen. Omdat in het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, heeft dit bestemmingsplan geen effecten de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied. Echter, bij een nieuwe ontwikkeling is het van belang de effecten op het Natura 2000-gebied te toetsen. Een Natura 2000-gebied is beschermd in de Natuurbeschermingswet.

Begrenzing NNN (voormalige EHS) uit Verordening Romte Zoals in bovenstaande afbeelding te zien is, zijn in het plangebied gebieden aanwezig die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Deze zijn niet expliciet beschermd in wetgeving. Wel worden voorwaarden gesteld aan ontwikkelingen in het NNN. Omdat in het plangebied, binnen het NNN, geen ontwikkelingen plaatsvinden, ontstaan geen belemmeringen voor deze gebieden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 55

De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Dit bestemmingsplan geeft in principe alleen een nieuwe regeling voor de huidige situatie. Een wijziging van effecten op ecologische waarden wordt daarom niet verwacht. Stikstofdepositie Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats). Het gebruik van de woningen of vergelijkbare projecten (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers. Bij kleine stedelijke ontwikkelingsprojecten, zoals woningbouwplannen, gemengde stedelijke functies of solitaire bedrijven met een beperkte milieubelasting geldt dat er in de gebruiksfase alleen vanuit verkeer enige stikstofemissie te verwachten, aangezien er vanaf nu gasloos gebouwd moet worden. Effecten van stikstof vanwege wegverkeer hebben een beperkt bereik.

Dergelijke bronnen zijn namelijk dicht bij de grond geplaatst, waardoor de stikstof snel neerslaat. Dit bestemmingsplan geeft in principe alleen een nieuwe regeling voor de huidige situatie, waardoor geen sprake kan zijn van een toename van de stikstofdepositie.

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

Dit bestemmingsplan geeft in principe alleen een nieuwe regeling voor de huidige situatie. Een wijziging van archeologische en cultuurhistorische waarden wordt daarom niet verwacht. 4.4.1 Archeologie Voor Beetsterzwaag is op grond van de Wet op de archeologisch monumentenzorg onderzocht of er archeologische waarden aanwezig zijn. Hiervoor is de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van de provincie Fryslân gebruikt. Op deze kaart is op basis van zowel de aanwezige archeologische monumenten als de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De FAMKE bestaat uit twee provinciedekkende advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode Ijzertijd - Middeleeuwen. Deze kaart is ook gekoppeld aan de provinciale ruimtelijke verordening. In onderstaande afbeeldingen staan afbeeldingen vanuit FAMKE.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 56

115503

Bij nieuwe ontwikkelingen in het plangebied is in het hele plangebied een karterend onderzoek 3 (middeleeuwen) nodig, wanneer ontwikkelingen groter zijn dan 5.000 m2. Daarnaast is voor een groot deel van het plangebied bij nieuwe ontwikkelingen een archeologische quickscan (steentijd-bronstijd) nodig. In het noorden van het plangebied is voor een klein gebied bij ontwikkelingen een karterend onderzoek 1 (steentijd) nodig voor ontwikkelingen groter dan 500 m2 en voor een klein gebied een karterend onderzoek 2 (steentijd) voor ontwikkelingen groter dan 2.500 m2 (zie onderstaande afbeelding).

FAMKE, periode ijzertijd - middeleeuwen

FAMKE, periode steentijd - bronstijd Daarnaast is de dorpskern van Beetsterzwaag aangewezen als een terrein van hoge archeologische waarde, een archeologisch monument (AMK-terrein). Dit gebied was in het bestemmingsplan van 2000 al aangewezen als Ruimtelijk waardevol terrein. Dit gebied heeft in dit bestemmingsplan een nieuwe regeling gekregen, waarbij is aangegeven dat bij ontwikkelingen advies ingewonnen moet worden bij de provinciaal archeoloog. Voor dit bestemmingsplan is geen archeologisch onderzoek nodig, omdat in dit bestemmingsplan in principe geen grotere nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 57

4.4.2 Cultuurhistorie In hoofdstuk 3 is uitgebreid ingegaan op de cultuurhistorische waarden van het dorp. Voor de ruimtelijke structuur en de beeldkwaliteit van de Hoofdstraat is het 'Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag' opgesteld. De nota is opgenomen in bijlage 1. Voor wat betreft het behoud van deze cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan kan worden gesteld dat het onderhavige bestemmingsplan een gedetailleerd karakter kent. Alle functies zijn vrij specifiek inbestemd. De wegen-, straten en groenstructuur, alsmede de (individuele) bebouwingsstructuur is vastgelegd door middel van eigen bestemmingen. Voor de Hoofdstraat geldt een specifieke regeling die is opgenomen in de bestemming 'Waarde - Ruimtelijk waardevol gebied', waarbij mede rekening wordt gehouden met de uitgangspunten die zijn opgenomen het 'Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag'. Hierdoor wordt het behoud van de cultuurhistorische patronen die nu nog in het dorp voorkomen, afdoende gewaarborgd. 4.4.3 Cultuurhistorie - monumenten Binnen het plangebied zijn rijksmonumenten en beschermde buitenplaatsen/landgoederen aanwezig. Zoals op onderstaand fragment van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHK) te zien is, zijn de rijksmonumenten vooral langs de Hoofdstraat te vinden.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 58

Rho Adviseurs B.V.

115503

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 59

Fragment CHK - rijksmonumenten en beschermde buitenplaatsen/landgoederen Bij de beschermde buitenplaatsen/landgoederen gaat het om het landhuis Lyndenstein en het daarbij behorende park / overtuin Lyndensteyn en het landgoed Harinxmastate. Het gaat daarbij om gebieden die worden beschermd via de Erfgoedwet en daarom geen extra bescherming via dit bestemmingsplan nodig hebben. 4.4.4 Cultuurhistorie - karakteristieke elementen Naast de officieel beschermde panden zijn ook karakteristieke panden aanwezig die geen bescherming via wetgeving hebben. Het gaat daarbij vooral om gebouwen die vallen onder de jongere bouwkunst, uit de periode 1850 - 1940. Onderstaande fragment van de CHK geeft een overzicht van de ligging van jongere bouwkunst.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 60

115503

Fragment CHK - jongere bouwkunst De bescherming van de karakteristieke waarde van deze panden is echter wel wenselijk. Daarbij kan het gaat om alleen een gevel, een gebouw of een reeks gebouwen. Naast karakteristieke bebouwing is de tuin noordelijk en zuidelijk van het Lycklamahûs (Hoofdstraat 80) aangewezen als cultuurhistorisch waardevol element.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 61

Voor zover deze panden zijn opgenomen als 'beeldbepalende panden' in het 'Ruimtelijk kwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag'(zie paragraaf 2.20) is voor de bescherming van deze cultuurhistorisch waardevolle panden een regeling opgenomen, omdat deze niet via wetgeving plaatsvindt (aanduiding 'karakteristiek').

4.5

Externe veiligheid

Dit bestemmingsplan geeft in principe alleen een nieuwe regeling voor de huidige situatie. Een wijziging van externe veiligheidssituatie wordt daarom niet verwacht. In het plangebied is sprake van risico's in het kader van de externe veiligheid. Deze worden veroorzaakt door de aanwezigheid van twee gasleidingen en een gasontvangststation zuidelijk in het plangebied (nabij De Walle en De Wissel). De gasleidingen liggen parallel aan De Walle onder de groenstrook. In verband met de bescherming van deze gasleidingen is hiervoor in dit bestemmingsplan een specifieke regeling getroffen. Deze geldt niet alleen voor de leidingen zelf, maar ook voor een strook van 4 meter aan weerszijden van de buis. Dit heeft te maken met de maximale druk die door de buizen komt, in dit geval 40 bar. Deze afspraak is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Voor het gasontvangststation nabij de Wissel (type C, doorzet minder dan 40.000 m2 per jaar) geldt een zone van 15 meter uit het Activiteitenbesluit. Binnen deze zone worden geen (beperkt) kwetsbare objecten voorgesteld. Bij ontwikkelingen die (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maken binnen de veiligheidscontouren, moet externe veiligheid afgewogen worden. De verwachting is dat dit in het plangebied niet nodig is, omdat het plan geen toevoeging van (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maakt.

Om de aanwezigheid van het gasontvangststation en de milieuruimte eromheen te borgen, is de veiligheidszone in het bestemmingplan opgenomen.

4.6

Luchtkwaliteit

Dit bestemmingsplan geeft in principe alleen een nieuwe regeling voor de huidige situatie. Een wijziging van de luchtkwaliteit wordt daarom niet verwacht. De luchtkwaliteit levert in de huidige situatie geen negatieve effecten op. Ook bij mogelijk toekomstige ontwikkelingen worden negatieve effecten niet verwacht. De ontwikkelingen zijn hiervoor te kleinschalig van aard, waardoor ze onder de gevallen 'niet in betekenende mate' vallen. Ze voldoen aan de vereisten van de Wet milieubeheer, waarin de regelgeving over luchtkwaliteit opgenomen is.

4.7

Kabels en leidingen

Zoals aangegeven bij 4.2 en 4.5 zijn in het plangebied een rioolpersleiding en gasleidingen aanwezig. Voor deze leidingen wordt een specifieke regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Andere van belang zijnde kabels en leidingen zijn niet aanwezig.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 62

115503

Hoofdstuk 5

5.1

UITVOERBAARHEID

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Om te achterhalen of dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop burgers en instanties kunnen reageren op het plan, namelijk; inspraak, overleg, zienswijzen en tot slot beroep. De uitkomsten hiervan kunnen ook nog nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. De bestemmingsplanprocedure ziet er globaal als volgt uit: 5.1.1 Voorontwerpbestemmingsplan In de bestemmingsplanprocedure is het verplicht overleg te voeren met verschillende van belang zijnde instanties. Dit is geregeld in artikel 3.1.1 van het Bro plaats. Het houden van inspraak is niet verplicht. De gemeente Opsterland hecht er echter waarde aan en heeft in haar Inspraakverordening opgenomen dat een inspraakperiode van 6 weken in een bestemmingsplanprocedure wenselijk is. Het voorontwerpbestemmingsplan is om die reden ter inzage gelegd (zie bijlage 3). Het ruimtelijk kwaliteitsplan is gelijktijdig met het voorontwerpbestemmingsplan voor het bestemmingsplan van Beetsterzwaag waarvan de Hoofdstraat deel uitmaakt, in procedure gebracht (inspraak) en zal uiteindelijk als onderdeel van het bestemmingsplan door de gemeenteraad worden vastgesteld. Het college heeft gereageerd op de ingediende overleg- en inspraakreacties en deze waar nodig verwerkt in dit bestemmingsplan.

Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6 en de bijbehorende bijlagen 3 en 4. 5.1.2 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt opgesteld, na de behandeling van het overleg en de inspraak. Nadat dit gepubliceerd is in de lokale krant en op internet, ligt het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage. Een ieder is daarbij in de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen. Eventueel ingediende zienswijzen worden door de gemeenteraad voorzien van een antwoord. De eventuele zienswijzen kunnen leiden tot wijzigingen in dit bestemmingsplan. Deze procedure heet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. 5.1.3 Vastgesteld bestemmingsplan De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet gewijzigd, vast. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn (6 weken) is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

5.2

blz 63

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). 5.2.1 Financiële uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan is financieel uitvoerbaar. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan komen voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad heeft hiervoor in de begroting van dit jaar een bedrag beschikbaar gesteld. De kosten kunnen hieruit gedekt worden. 5.2.2 Grondexploitatie De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. De grondexploitatieregeling uit de Wro en het Bro is niet van toepassing, omdat het in dit bestemmingsplan niet gaat om de realisatie van 'bouwplannen'. Het bestemmingsplan geeft alleen een nieuwe juridische regeling voor bestaand bebouwd gebied.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 64

115503

Hoofdstuk 6

6.1

INSPRAAK EN OVERLEG

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan “Beetsterzwaag Kom” heeft, op grond van de Algemene inspraakverordening Opsterland 2006, vanaf 4 juni 2020 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode konden burgers, organisaties e.d. hun reactie op het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar maken. Uit het "Eindverslag inspraak voorontwerpbestemmingsplan Beetsterzwaag Kom" dat is opgenomen in bijlage 3, blijkt dat 2 inspraakreacties zijn ingediend. In het eindverslag zijn beide reacties samengevat en voorzien van een gemeentelijk standpunt. De inspraakreacties hebben niet geleid tot een aanpassing van het plan.

6.2

Overleg

In het kader van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een reactie op het voorontwerpbestemmingsplan Beetsterzwaag Kom ontvangen van: 1. de Provincie Fryslân; 2. het Ministerie van Defensie; 3. Wetterskip Fryslân; 4. de N.V. Nederlandse Gasunie; 5. Brandweer Fryslân; 6. Woningbouwvereniging Elkien. De instanties onder 1 en 2 hebben aangegeven geen op- en aanmerkingen ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan te hebben. De reacties onder 3 tot en met 6 zijn in het navolgende samengevat en voorzien van een gemeentelijk standpunt. De brieven / e-mails zijn opgenomen in bijlage 4. Ad 3. Wetterskip Fryslân Het waterschap heeft bij e-mail van 22 juni 2020 geconstateerd dat voor de actualisatie van het bestemmingsplan op 27 maart 2017 een digitale watertoets is doorlopen en verzoekt de waterparagraaf aan te vullen met de in het op 4 april 2017 afgegeven wateradvies dat als bijlage is opgenomen. Reactie: In bijlage 2 bij de toelichting is de samenvatting opgenomen van de in 2017 uitgevoerde watertoets. Hieruit blijkt dat het plan vanwege het conserverende karakter geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen en is de procedure 'geen waterschapsbelang' gevolgd. Omdat het advies voornamelijk ingaat op nieuwe ontwikkelingen hebben wij de toelichting in het voorontwerp beperkt tot de constateringen uit de samenvatting.

Ook zijn een aantal constateringen die in het wateradvies zijn opgenomen al in het voorontwerpbestemmingsplan verwerkt, zoals de aanwezigheid van de rioolpersleiding en het rioolgemaal. Het integraal overnemen van het wateradvies achten we, gelet op de aard van het bestemmingsplan, dan ook niet nodig. Wel is ter informatie het volledige wateradvies in het ontwerpbestemmingsplan als bijlage aan de toelichting gevoegd.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

115503

blz 65

Ad 4. N.V. Nederlandse Gasunie De Gasunie merkt bij brief van 10 juli 2020 in eerste instantie op dat rondom het gasontvangststation verschillende leidingen zijn opgenomen met een grotere belemmeringenstrook dan noodzakelijk. Op deze plekken kan de belemmeringenstrook worden verkleind tot de vereiste 4 meter aan weerszijden van de leiding. Leidingen die binnen het bestemmingsvlak van het station vallen hoeven niet te worden voorzien van een dubbelbestemming aangezien deze onderdeel uitmaken van de inrichting. Reactie: De verbeelding van het bestemmingsplan is aangepast aan de opmerking van de Gasunie. Verder wordt verzocht de regels van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' aan te passen conform het voorstel van de Gasunie. Reactie: De regels zijn daar waar nodig aangepast aan de opmerkingen van de Gasunie. Verder wordt verzocht de regels van de dubbelbestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' af te stemmen op de feitelijke situatie en te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf - Gasdrukmeet- en regelstation'. Het beleid van Gasunie is om deze stations, vanwege de uit het Activiteitenbesluit voortvloeiende veiligheidsaspecten, op een eenduidige en uniforme wijze te bestemmen. Reactie: Het bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor diverse functies. In dit concrete geval is er sprake van een functie die als nutsvoorziening kan worden aangemerkt.

Voor deze functies geldt de specifieke bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening'. Net als bij de andere (bedrijfs)bestemmingen wordt in de bestemming geen onderscheid gemaakt in de bedrijfsfuncties en zijn vergelijkbare functies onder één bestemming gebracht.Daarmee is de regeling voor het gasontvangststation voldoende geborgd. Daar komt bij dat bij ontwikkelingen in de nabijheid van het gasontvangstation de toelaatbaarheid van deze ontwikkelingen zonder meer moeten worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. Het specifiek opnemen van een regeling in het bestemmingsplan is daarmee overbodig. Wel is, omwille van een goede signaleringsfunctie, de veiligheidszone rond de gasdrukregelstations aangegeven. Ad 5. Brandweer Fryslân De brandweer geeft aan dat er met betrekking tot de aspecten normtijden, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen geen knelpunten zijn. Wel wordt geadviseerd een verantwoording van het groepsrisico op te stellen voor de aanwezige buisleiding aan de zuidkant van het plangebied. Reactie: Er is sprake van een conserverend plan waar geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden binnen de invloedssfeer van de buisleidingen. Een verantwoording van het groepsrisico met betrekking tot deze planprocedure is dan ook niet nodig.

Voor wat betreft de voorgestane ontwikkelingen aan de locatie van De Wissel die binnen de invloessfeer van de leidingen ligt, is voor een beoordeling van de externe veiligheidssituatie door de FUMO een advies uitgebracht. Dit advies is destijds afgestemd met Brandweer Fryslân en opgenomen in het advies van de FUMO (Advies externeveiligheid inzake bestemmingsplan Herinvulling De Wissel Beetsterzwaag, 27 oktober 2016, kenmerk 2016-FUMO-OO16421). Voor de hoogte van het groepsrisico wordt verwezen naar het eerdere advies dat de FUMO in het kader van het bestemmingsplan 'Herinvulling deel de Wissel, ter hoogte van de weg t Rond, te Beetsterzwaag' (2013) heeft uitgebracht. Hierin is het groepsrisico als gevolg van de leidingen berekend. Daarbij is rekening gehouden met een bevolkingsdichtheid van 25 personen per hectare op het voorterrein van De Wissel. Gebleken is toen dat het groepsrisico onmeetbaar laag is (en blijft na de herontwikkeling van het achterterrein). Omdat de personendichtheid binnen het invloedsgebied

Bestemmingsplan Beetsterzwaag Kom Status: Ontwerp / 10-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 66

115503

van de leiding niet toeneemt (in dit geval juist afneemt) is destijds een nieuwe berekening niet nodig geacht en is geconcludeerd dat de hoogte van het groepsrisico geen belemmering vormt voor de ruimtelijke planvorming. De hiervoor genoemde ontwikkelingen zijn reeds planologisch geregeld in de bestemmingsplannen 'Herinvulling De Wissel (plandeel Beukenlaan) te Beetsterzwaag' (2016) en 'Herinvulling deel de Wissel, ter hoogte van de weg 't Rond, te Beetsterzwaag' (2013). Ad 6. Woningbouwvereniging Elkien De woningbouwvereniging geeft bij brief van 6 juli 2020 aan in Beetsterzwaag bezig te zijn met de planvorming voor de woningen van Elkien aan de Molenlaan en de Lycklama à Nijeholtlaan. In dat kader zouden zij op een aantal plekken de mogelijkheden van het bestemmingsplan verruimd willen zien: 1. Hoek Molenlaan (ter hoogte van 25-35) en de Lycklama à Nijeholtlaan (ter hoogte van 2-4) Op deze locatie staat in het voorontwerpbestemmingsplan een beperking van het aantal aaneengesloten wooneenheden op maximaal 2. De woningbouwvereniging zou deze graag verruimd zien worden naar maximaal 4 aaneengesloten wooneenheden. 2. Lycklama à Nijeholtlaan (ter hoogte van nrs 5-23) Op deze locatie staat in het voorontwerpbestemmingsplan een beperking van het aantal aaneengesloten wooneenheden op maximaal 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=b38a8d93-28a0-48f6-962b-cba0332f5ce7