CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarstukken 2022 inclusief de SiSa-verantwoording.pdf

Raadsvergadering 10 juli 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Jaarstukken 2022 (B)37.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In 2023 zijn er minimaal 25 energiecoaches in minimaal 6 verschillende dorpen. Wij organiseren daarvoor trainingen en netwerkbijeenkomsten. Daarnaast updaten we de lijst van beschikbare energieadviseurs in de regio, maken deze bekend bij de energiecoaches en –coöperaties en subsidiëren we het opstellen van woningverbeterplannen door energieadviseurs. In OWO-verband onderzoeken we de haalbaarheid van een fysiek/mobiel loket. Wat hebben we gedaan Er is een lijst van energieadviseurs opgesteld. Tien vrijwilligers hebben een training gekregen voor het gebruik van een warmtebeeldcamera. Naar aanleiding van publicaties in de Sà en onze activiteiten in de dorpen, hebben zich 22 nieuwe energiecoaches gemeld. Samen met het de al bestaande energiecoaches krijgen zij begin 2023 een opleiding. Er zijn dan ruim 30 energiecoaches actief in 10 dorpen. Het Duurzaam Bouwloket fungeerde als telefonische en digitale vraagbaak voor onze inwoners. Van hun dienstverlening is veel gebruik gemaakt: de digitale subsidiecheck is 1123 keer gebruikt, 330 inwoners hebben informatie gezocht naar bedrijven, aan 250 inwoners is informatiemateriaal toegestuurd, 70 inwoners hebben het stappenplan voor de verduurzaming van hun woning gestart.

Beleidsindicatoren

Opsterland

Nederland

Beleidsindicatoren

Eenheid

2019

2020

2021

2022

2019

2020

2021

2022

Fijn huishoudelijk restafval

Aantal kg per inwoner

148

158

153

*

163

170

169

*

Hernieuwbare elektriciteit (1)

%

11,8%

18,1%

*

*

20,0%

26,8%

*

*

Bij een verdieping van de cijfers blijkt dat met name gemeenten met veel windmolens en / of biomassacentrales hoog scoren. Dit verklaart de relatief lage realisatie van Opsterland

* voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 14 maart 2022

70

Wat heeft het gekost x € 1.000 Exploitatie

Realisatie

Begroting 2022

Begroting 2022 (incl

Realisatie

Mutatie begroting/

2021

(primair)

wijzigingen)

2022

realisatie 2022

Lasten

10.471

7.757

11.048

7.900

-3.148

Baten

9.865

6.932

9.762

7.402

-2.360

Saldo voor

-606

-825

-1.287

-498

789

Lasten

467

-

750

783

33

Baten

409

-

158

158

-

Saldo na

-664

-825

-1.879

-1.123

755

bestemming Mutaties reserves

bestemming

Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie

Begroting 2022

Realisatie

Mutatie begroting/

2022

realisatie 2022

Saldo per taakveld 7.1 Volksgezondheid

-1.506

-1.458

7.2 Riolering

813

895

82

7.3 Afval

743

975

232

-1.194

-785

409

-142

-124

18

-1.287

-498

789

-33

-33

7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Saldo voor bestemming

48

Stortingen reserves Energietransitie Duurzaamheidsreserve

-750

-750

-

Totaal stortingen reserves

-750

-783

-33

AR-Lokale duurzaamheidsagenda

75

75

-

AR-Lokale

25

25

AR-Natuurbescherming

20

20

AR-GIDS gelden

38

38

-

Totaal onttrekkingen reserves

158

158

-

-1.879

-1.123

755

Onttrekkingen reserves

milieuagenda

Saldo na bestemming

71

Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma is in 2022 een voordeel € 755.000. Taakveld 7.1 Volksgezondheid geeft in 2022 een voordeel van € 48.000 De gids-gelden (gezond in de stad) geven een voordeel van €50.000. Dit is inclusief de decentrale uitkering van € 42.000 uit de meicirculaire 2022. Hiervoor wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Het overige verschil is € 2.000 nadelig. Taakveld 7.2 Riolering geeft in 2022 een voordeel van € 82.000. In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.3 Afval geeft in 2022 een voordeel van €232.000. In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.4 Milieubeheer geeft in 2022 een voordeel van € 409.000. In de Meicirculaire is €224.000 ontvangen om het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten. Dit budget is in 2022 niet besteed omdat voorrang is gegeven aan de uitvoering van andere projecten met betrekking tot de energietransitie, zoals uitvoering van de RREW (Regeling reductie energiegebruik woningen) en regelingen rond energiearmoede. Dit geeft een voordeel van €224.000. Hiervoor wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Het Uitvoeringsprogramma energietransitie geeft een voordeel van €73.000. Het betreft middelen die over meerdere jaren ingezet kunnen worden voor energiebesparingscampagnes en de warmtetransitie.

Voor de warmtetransitie wordt op dit moment in OWO-verband een uitvoeringsplan uitgewerkt. Van het voordeel is €33.000 toegevoegd aan de egalisatiereserve Energietransitie. Door deze toevoeging wordt het maximum van de reserve bereikt. Voor de resterende €40.000 wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Vanuit de resultaatbestemmingen 2021 is in 2022 voor Lokale Duurzaamheidsagenda €75.000 beschikbaar gesteld en onttrokken uit de reserve. Hiervan is in 2022 € 17.000 besteed. Voor de resterende €58.000 wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Deze middelen zijn bedoeld voor het ondersteunen van lokale initiatieven. In de nasleep van de Corona-crisis lagen deze in de eerste helft van 2022 zo goed als stil. Na de zomervakantie van 2022 zien we echter dat (mede door de hoge energieprijzen) dorpen bezig zijn met een inhaalslag. Vanuit de resultaatsbestemming 2021 is in 2022 voor Natuurbescherming €20.000 beschikbaar gesteld voor de implementatie van de gedragscode soortbescherming en onttrokken aan de reserve. In 2022 hebben hier geen uitgaven plaatsgevonden. Dit geeft een voordeel van €20.000. In het voorjaar van 2023 wordt deze implementatie afgerond. Voor de resterende €20.000 wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Vanuit de resultaatsbestemming 2021 is in 2022 voor Lokale milieuagenda €25.000 beschikbaar gesteld en onttrokken aan de reserve.

Dit budget is in 2022 nagenoeg besteed. In de begroting is de bijdrage aan de Fumo €19.000 hoger opgenomen dan de vastgestelde begroting van de Fumo. Dit geeft een voordeel. De overige budgetten in dit taakveld geven een voordeel van €15.000. De begrote en werkelijke storting in de reserve duurzaamheid (€ 750.000) geeft geen mutatie in dit programma. Taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria geeft in 2022 een voordeel van €18.000. Door hogere baten van de grafrechten (€ 42.000 voordeel) is de storting aan de voorziening Begraafrechten verhoogd (€ 40.000 nadeel). De onderhoudskosten voor de begraafplaatsen waren €16.000 lager dan begroot door hoofdzakelijk het droge weer. Dit geeft een voordeel. De mutatie in de reserves (nadelig € 33.000) wordt toegelicht in taakveld 7.1 en 7.4.

72

Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Programma doelstelling Opsterland is een aantrekkelijke en vitale leefomgeving. Introductie op het programma en relevante trends en ontwikkelingen We richten ons als gemeente op de gemeentelijke kerntaken. Daarnaast spelen we actief in op initiatieven vanuit de samenleving. De nieuwe Omgevingswet, die begin 2024 zal worden ingevoerd, vraagt anders denken en handelen. Wij zien hierbij goede mogelijkheden in het "gekanteld" werken. In de Omgevingsvisie 2015 - 2030 zijn daartoe al belangrijke beleidsaanzetten gegeven en in het kader van de Omgevingswet gaan we de Omgevingsvisie actualiseren. In de Omgevingsvisie 2015 - 2030 is al beschreven op welke wijze de inbreng van inwoners, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en ondernemers kan worden benut bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het onderdeel "wonen" is nader uitgewerkt in de Woonvisie Opsterland. Deze dient onder meer voor het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en voor afspraken met andere maatschappelijke partners en de dorpen. Ook biedt het kader voor dorpsvisies, voor het gemeentelijk grondbeleid en voor de keuze van locaties voor woningbouw . Onze planologische producten (bestemmingsplannen) zijn actueel. Waar nodig is achterstallig onderhoud uitgevoerd bij ons ruimtelijk instrumentarium.

Daardoor kan de overgang naar de Omgevingswet goed worden gerealiseerd. De bestemmingsplannen voor het buitengebied, de kommen en de bedrijventerreinen en de nog van kracht zijnde beheersverordeningen zijn (afzonderlijk) te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl (landelijke website). Om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren moet ruimte aan marktpartijen worden geboden. Het wettelijk instrumentarium biedt daarvoor voldoende mogelijkheden. Kaderstellende documenten Omgevingsvisie 2015-2030 Woonvisie 2017-2021 Welstandsnota Opsterland (laatste wijziging 2009) Digitale agenda Opsterland (2015) Vitaal Opsterland, visie op basisvoorzieningen en accommodaties (2010) Criteria- en Uitgangspuntennotitie Vitaal Opsterland 2 (2012) Scenario-notitie Vitaal Opsterland 2 (2012) Einddocument Vitaal Opsterland 2 (2013) Jaarverslag 2021 & Programma ruimtelijke plannen 2022 Herwaardering nog niet in exploitatie genomen grond (2012) Regionale woningbouwafspraken Zuidoost Fryslân 2016-2026 Nota grondbeleid (2018-2021) Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 20202024 OWO-gemeenten

Thema Ruimtelijke ordening Doelstellingen Wij kennen functies toe aan de gronden in Opsterland op zodanige wijze dat ze het meest ten opzichte van elkaar tot hun recht kunnen komen.

73

Maatregelen Borgen erfgoed 2020-2022 Wat wilden we bereiken Als bouwsteen voor de Omgevingsvisie herijken we ons erfgoedbeleid. Wat hebben we gedaan In de medio 2023 vast te stellen Omgevingsvisie Opsterland is “Identiteit & Erfgoed” een van de leidende thema’s (hoofdstukken). Ambtelijk worden daarvoor de analyses en vraagstukken voorbereid. Cultuurhistorie, archeologie en landschap zijn daarbij sleutelbegrippen. Er is gewerkt aan een Startnotitie Cultureel erfgoed om te kijken hoe aan deze onderwerpen in de toekomst invulling kan worden gegeven. Ook is een onderzoek gestart naar nut, noodzaak en haalbaarheid van het opstellen van een lijst van gemeentelijke monumenten en bijbehorend beleid. Invoering omgevingswet Wat wilden we bereiken Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. Met deze wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Het uitgangspunt bij de Omgevingswet is ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Bij onze planologische producten, zoals Omgevingsvisie en Omgevingsplan, krijgen we meer ruimte voor eigen afwegingen en maatwerk. De voorbereiding op de nieuwe wetgeving betekent een bijzondere veranderopgave. Niet alleen op inhoud maar ook voor werkwijzen van personeel en inzet van middelen. De OWO-gemeenten werken hierin volgens een gezamenlijke aanpak.

Uitgangspunt is ‘samenwerken waar dat kan’. De fysieke leefomgeving wordt met de nieuwe wet breed en samenhangend benaderd. Een sterk en steeds sneller veranderende wereld met andere opgaven in de fysieke leefomgeving dan voorheen vraagt om meer ruimte voor initiatieven. Thema’s als duurzaamheid, gezondheid en veiligheid komen samen in nieuwe instrumenten als de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en programma’s. Wat hebben we gedaan - Tijdig aansluiten op het (landelijke) Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voor de nieuwe Omgevingswet en de implementatie van de daarvoor benodigde systemen. - Opstellen van een Omgevingsvisie. - Voorbereiden op en leren werken met de nieuwe kerninstrumenten (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, programma's, omgevingsvergunning). - Implementeren van nieuwe werkwijzen, zowel binnen de gemeente met OWO-VTH als met de ketenpartners Provincie, Wetterskip, FUMO en Veiligheidsregio. Opstellen ruimtelijk kwaliteitsbeleid Wat wilden we bereiken In samenhang met het opstellen van erfgoedbeleid (zie Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed) is het van belang cultuurhistorische waarden van de fysieke omgeving te beschermen in het gemeentelijk welstandsbeleid. In het kader van de Omgevingswet actualiseren we het gemeentelijk welstandsbeleid.

Wij brengen in beeld hoe wij op basis van de vereisten in de Omgevingswet om willen gaan met de ruimtelijke kwaliteit en welstand. Wij brengen samen met de andere Friese gemeenten in beeld hoe we het adviesstelsel rond de ruimtelijke kwaliteit gaan vormgeven. Wat hebben we gedaan In OWO-verband is Libau aangeschreven om het gemeentelijk welstandsbeleid te herzien, op initiatief van gemeente Ooststellingwerf. In 2022 zijn hiervoor vooral de voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. De verwachting is dat hierin in 2023 grote vervolgstappen gezet worden. Het is echter nog niet bekend wanneer de afronding plaats zal vinden.

74

Wij bevorderen natuurinclusieve landbouw Wat wilden we bereiken De provincie streeft naar duurzame, natuur inclusieve landbouw in 2025. Wij sluiten ons hierbij aan en ondersteunen daarvoor de provinciale landbouwdeals. Wat hebben we gedaan Bij het jaarlijkse overleg tussen gemeente en landbouw (Kritecommissie) is dit een vast agendapunt. Er is een aantal provinciale samenwerkingsprojecten die ook in Opsterland plaatsvinden. Wij ondersteunen ze actief. Het gaat om: 

Gebiedsontwikkeling Beekdal Koningsdiep;

Pilot Aldeboarn de Deelen;

Dulf / de Mersken.

In het Veenweideprogramma dragen we – samen met andere gemeenten – bij aan professionele inbreng en advisering. In de werkgroep P10-landbouw werken we aan een document dat voor verschillende gemeenten behulpzaam kan zijn bij dit thema. Wij stellen een omgevingsvisie op Wat wilden we bereiken De Omgevingsvisie Opsterland 2015 – 2030 is in 2015 vastgesteld. In 2021 zijn we gestart met de actualisatie van de Omgevingsvisie ( conform vereisten Omgevingswet). De nieuwe Omgevingsvisie wordt in 2022 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Wat hebben we gedaan Wij hebben een concepttekst Omgevingsvisie opgesteld. In mei was het mogelijk inspraak te doen op deze tekst. Wij hebben diverse, ook uitgebreidere, reacties ontvangen. Mede op basis hiervan en de situatie rondom de stikstofcrisis, hebben we in het proces de ruimte genomen een gesprek te organiseren met een aantal betrokken partijen. Op basis van deze inbreng en voortschrijdend inzicht is de Ontwerp Omgevingsvisie opgesteld. Deze kunnen belangstellenden vanaf begin 2023 raadplegen. Omdat de invoeringsdatum van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2024, levert dit oponthoud geen problemen op.

Thema Wonen Doelstellingen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat Wij willen voldoende woningen in Opsterland. De woningvoorraad sluit zowel kwantitatief als kwalitatief aan op de aanwezige behoefte van de verschillende doelgroepen.

Maatregelen Wij faciliteren goed onderbouwde woonplannen in de dorpen Wat wilden we bereiken Bij het faciliteren van goed onderbouwde woonplannen kan het gaan om plannen voor nieuwbouwwoningen, maar ook om plannen voor de kwaliteitsverbetering van bestaande woningen (herstructurering). Wat hebben we gedaan In 2022 is de geactualiseerde woonvisie 2023-2027 voorereid. De geactualiseerde woonvisie zal in 2023 ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad.

75

Medio 2022 zijn de regionale woningbouwafspraken voor de periode 2020 -2030 aan de provincie voorgelegd en vastgesteld. Daarnaast zijn er provinciale prestatieafspraken gemaakt over te realiseren woningbouwaantallen die na een realitycheck zijn aangeboden aan de minister van volkshuisvesting. Deze aantallen passen binnen de gemaakte woningbouwafspraken. In 2022 hebben wij woningbouwinitiatieven van ontwikkelaars en dorpen ondersteund en gefaciliteerd. Het betreft de volgende dorpen: Bakkeveen, Beetsterzwaag, Frieschepalen, Gorredijk, Hemrik, Langezwaag, Nij Beets, Terwispel, Ureterp en Wijnjewoude. We hebben bouwkavels verkocht in Gorredijk, Ureterp en Frieschepalen. De bouw van circa 50 woningen op de uitbreidingslocatie Loevestein 4 oost te Gorredijk is gestart. In het voortraject voor de RO-procedure Aylvalân (Bakkeveen) is gebleken dat planontwikkeling hier leidt tot overschrijding van de Stikstofnormen. Hier is gewerkt aan een duurzame maatwerkoplossing die in 2023 tot verdere ontwikkeling van het plan moet leiden. Eind 2022 zijn met de woningcorporaties Elkien en WoonFriesland en de huurdersorganisatie De Bewonersraad prestatieafspraken gemaakt voor het jaar 2023.

Wij ondersteunen initiatieven van ontwikkelaars en dorpen op basis van de werkelijke woonbehoefte van de dorpen en we onderzoeken de daadwerkelijke realisatie Wat wilden we bereiken Voor woningbouw vormt de daadwerkelijke woningbehoefte de basis. Indien een actuele vraag vanuit een dorp realistisch is wordt al dan niet in samenspraak met marktpartijen bekeken op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Wat hebben we gedaan In 2022 heeft overleg plaatsgevonden met een groot aantal initiatiefnemers en projectontwikkelaars op welke wijze invulling zou kunnen worden gegeven aan woningbouwplannen. Door de uitspraak in het Didam-arrest hebben we de werkwijze en afhandeling van een aantal initiatieven en ontwikkelingen moeten aanpassen. De initiatieven en projecten die we in 2022 in behandeling hebben gehad zijn: • Bakkeveen: Aylvalân; • Beetsterzwaag: It WagenaarHuys, locatie De Trime; • Gorredijk: De Vrieslocatie, Tiny Houses, Loevestein 4 West en Oost, De Miente; • Langezwaag: uitbreidingslocatie Langezwaag Noord; • Nij Beets: Koopmanslocatie, Windlocatie; • Terwispel: locatie Kolderveen; • Ureterp: Hege Kamp, Fûgelliet Noord; • Wijnjewoude: schoollocatie

Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen Doelstellingen Wij voeren een passend (actief – passief) grondbeleid. Afhankelijk van de situatie en de (financiële) risico's past de gemeente een actief of passief grondbeleid toe en zoekt zo veel mogelijk samenwerking met marktpartijen. In de paragraaf Grondbeleid wordt de verantwoording voor dit thema nader toegelicht.

Maatregelen Passend grondbeleid Wat wilden we bereiken We stellen een Startnotitie Nota Grondbeleid Opsterland 2022-2025 op. We stellen een Nota Grondbeleid Opsterland 2022-2025 op (Q4 2023). 76

We onderzoeken welke gronden we in Loevestein fase 5 en/of fase 6 (Gorredijk) kunnen ontwikkelen. Het onderzoek biedt een eerste kwalitatief en kwantitatief (d.w.z. stedenbouwkundig, programmatisch, organisatorisch en financieel) inzicht in de herbestemmings- en/of ontwikkelmogelijkheden. Per ruimtelijke activiteit beoordelen we of een actief of passief grondbeleid gevoerd dient te worden. Wat hebben we gedaan In 2023 wordt de Nota Grondbeleid vernieuwd, omdat in 2022 de Omgevingsvisie en de Woonvisie nog in bewerking waren.

Beleidsindicatoren

Opsterland

Nederland

Beleidsindicatoren

Eenheid

2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022

Gemiddelde WOZ-waarde

per € 1.000

224

240

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

8

10

Demografische druk 20-64 jaar

%

79% 79% 79% 81% 70% 70% 70% 70%

Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In euro's

610

622

650

714

665

700

733

823

Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

In euro's

712

722

754

823

735

773

810

905

261 287^ 7

5

250

271

9

9

290 317^ 9

9

^voorlopig * voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 14 maart 2022

77

Wat heeft het gekost x € 1.000 Exploitatie

Realisatie

Begroting 2022

Begroting 2022 (incl

Realisatie

Mutatie begroting/

2021

(primair)

wijzigingen)

2022

realisatie 2022

Lasten

3.316

2.658

3.298

4.172

874

Baten

4.068

2.709

3.221

4.597

1.376

752

51

-77

425

502

Lasten

393

-

-

228

228

Baten

166

-

96

96

-

Saldo na

525

51

19

294

274

Saldo voor bestemming Mutaties reserves

bestemming

Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie

Begroting 2022

Realisatie

Mutatie begroting/

2022

realisatie 2022

Saldo per taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening

-333

-231

102

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

879

878

-1

8.3 Wonen en bouwen

-623

-221

402

Saldo voor bestemming

-77

425

502

Komplannen

-

-113

-113

Invoering omgevingswet

-

-115

-115

Totaal stortingen reserves

-

-228

-228

AR-Kerkenvisie

30

30

-

AR-Geweldig Gorredijk proceskosten

38

38

-

AR-Ontwikkelagenda leefbaarheid

28

28

-

Totaal onttrekkingen reserves

96

96

-

Saldo na bestemming

19

294

274

Stortingen reserves

Onttrekkingen reserves

Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma geeft in 2022 een voordeel van € 274.000 Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening geeft in 2022 een voordeel van € 102.000 Het voordeel op dit taakveld wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere uitgaven voor bestemmingsplannen (€ 83.000 voordeel, inclusief kerkenvisie) en niet geraamde inkomsten voor wijzigingen in bestemmingplannen (€30.000 voordeel). Vanuit de resultaatsbestemming 2021 is in 2022 voor doeluitkering van het Rijk voor de kerkenvisie €30.000 beschikbaar gesteld en onttrokken aan de algemene reserve. De kerkenvisie wordt in 2023 afgerond. De niet bestede middelen worden verwerkt in de egalisatiereserve (€ 113.000) van dit taakveld. Vanuit de resultaatsbestemming 2021 is in 2022 voor de proceskosten van Geweldig Gorredijk € 38.000 beschikbaar gesteld en onttrokken aan de reserve. Dit budget is in 2022 volledig besteed. De uitgaven voor de proceskosten van Geweldig Gorredijk waren € 11.000 hoger dan begroot. Dit is een nadeel.

78

Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) geeft in 2022 een nadeel van € 1.000 In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen geeft in 2022 een voordeel van € 402.000 Meer leges inkomsten van omgevingsvergunningen geeft een voordeel van € 257.000 op dit taakveld. Door het aanvullende budget voor de Omgevingswet uit de Septembercirculaire (€ 201.000, raadsbesluit 7 november 2022) heeft de implementatie van de Omgevingswet minder gekost dan begroot. Dit voordeel (€ 115.000) is toegevoegd aan de reserve Invoering Omgevingswet. Vanuit de resultaatsbestemming 2021 is in 2022 voor Ontwikkelagenda leefbaarheid € 28.000 beschikbaar gesteld en onttrokken aan de reserve. Dit budget is in 2022 nagenoeg besteed. Het overige voordeel van € 30.000 bestaat hoofdzakelijk uit niet benutte afschrijvingslasten voor de herinrichting van De Vlecke in Gorredijk. In de begroting was er rekening mee gehouden dat dit project al afgerond zou zijn en dat in 2022 de eerste afschrijvingslasten geboekte zouden worden. De mutatie in de reserves (nadelig € 228.000) wordt toegelicht in taakveld 8.1 en 8.3.

79

Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De diverse verordeningen belastingen en heffingen zijn in december 2021 vastgesteld. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan zijn de tarieven van 2022 verhoogd met de indexering (prijs bruto binnenlands product) van 1,6%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op kostendekkendheid. Kaderstellende documenten De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen. Overzicht geraamde inkomsten In onderstaand overzicht staan de in onze gemeente geldende belastingen en heffingen. De totale opbrengst aan belastingen en heffingen bedraagt in 2022 € 12,8 miljoen (geraamd € 12,2 miljoen). Leges publiekszaken De leges publiekszaken inkomsten zijn € 97.000 hoger dan begroot. De vraag naar reisdocumenten en rijbewijzen varieert jaarlijks. Onroerendezaakbelasting De werkelijke opbrengst van de OZB was € 46.000 hoger dan de begrote opbrengst. De tarieven worden bepaald door de begrote opbrengst af te zetten tegen de WOZ-waarde. De WOZ-waardes kunnen gedurende het jaar nog wijzigen. Ook hebben bezwaarschriften invloed op de definitieve WOZ-waardes waarop de uiteindelijke aanslagen gebaseerd zijn. Precariorechten 2021 was het laatste jaar dat precariorechten geheven werden.

Algemeen plaatselijke verordening De opbrengst van de APV is € 10.000 lager uitgevallen dan geraamd. De opbrengsten zijn afhankelijk van de vraag. Begrafenisrechten De baten zijn in lijn met begroting en het resultaat over 2022. Toeristenbelasting De inkomsten van de Toeristenbelasting zijn € 47.000 hoger dan begroot. Het verschil is toegevoegd aan de reserve Recreatie en Toerisme. Afvalstoffenheffing De opbrengst van de afvalstoffenheffing laat een positief verschil ten opzichte van de begroting en is in lijn met jaarrekening 2021. De lasten waren lager en de baten hoger dan geraamd waardoor de afvalstoffenheffing in 2022 incidenteel meer dan kostendekkend uitkomt. Rioolheffing De baten rioolheffing zijn € 79.000 lager uitgevallen dan begroot. De lasten zijn echter ook lager waardoor de kostendekkendheid gelijk is gebleven. Leges omgevingsvergunningen De ontvangen leges van de omgevingsvergunning zijn € 281.000 hoger uitgevallen dan geraamd en € 136.000 hoger dan jaarrekening 2021.

80

x € 1.000 Programma Lokale belastingen en heffingen

Jaarrekening 2021 Begroting 2022 (incl wijzigingen) Jaarrekening 2022

0 Leges publiekszaken

343

255

353

0 Onroerendezaakbelasting

4.589

4.710

4.756

0 Precariorechten

2.327

-

-

6

25

15

3 Toeristenbelasting

180

178

225

7 Begrafenisrechten

164

150

154

7 Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)

3.228

3.278

3.339

7 Rioolheffing (excl. kwijtscheldingen)

2.884

2.896

2.974

861

716

997

14.582

12.208

12.814

1 Algemeen plaatselijke verordening

8 Leges omgevingsvergunning Totaal

Kostendekkendheid De mate van kostendekkendheid wordt in de onderstaande tabellen weergegeven. Soort

Dekkingspercentage begroot 2022

Dekkingspercentage realisatie 2022

Afval

98%

106%

Riolering

95%

95%

Omgevingsvergunningen

80%

103%

Afval en Riolering De mate van kostendekkendheid van riolering is uitgekomen conform de begroting. De baten zijn lager dan begroot maar dat zijn de lasten ook. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing is door hogere baten en lagere lasten dan geraamd meer dan kostendekkend uitgekomen. Omgevingsvergunningen Kostendekkendheid Ten opzichte van de begroting 2022 (80%) is het dekkingspercentage incidenteel gestegen naar 103%. Dit is ontstaan doordat de baten harder zijn gestegen dan de lasten. Een oorzaak kan zijn dat bouwprojecten zijn uitgesteld tijdens de coronaperiode en in 2022 wel zijn uitgevoerd.

81

Omgevingsvergunningen

Begroting 2022

Realisatie 2022

717.000

765.000

Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld

717.000

765.000

Indirecte kosten Btw Overhead en rente

179.000

179.000

Netto indirecte kosten taakveld

179.000

179.000

Totale lasten

896.000

944.000

Totale heffingen Heffingen

716.000

Totale heffingen Dekkingspercentage

972.620 716.000

972.620

80%

103%

Lokale lastendruk De “Atlas van de lokale lasten 2022” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 375 de hoogste): 

Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 66 (2021 nr. 82)

Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%). Het aantal huishoudens waar kwijtscheldingen aan verleend zijn in 2022 was 517 (in 2021 was dit 545).

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien Risicobeheersing In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale

82

weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben. De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn:

De belangrijkste risico's met de geschatte "kans" en de "invloed" (x €) Risico

Kans Max fin. effect Invloed Totaal risico

1 Algemene uitkering (gemeentefonds) fluctueert

50%

1.000.000

8%

500.000

2 Onzekerheid Rijksmaatregelen reductie kosten jeugdzorg

45%

500.000

4%

225.000

3 Effecten invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb)

60%

750.000

7%

450.000

4 Borgstellingen

1%

31.925.000

5%

319.250

5 Effect invoering eigen belastinggebied gemeenten per 2026

70%

5.000.000

55%

3.500.000

6 Mogelijke WW-verplichtingen personeel

25%

1.000.000

4%

250.000

7 Financiële tegenvallers projecten

60%

7.000.000

2%

105.000

8 Effect fluxtuerende energieprijzen

50%

500.000

4%

250.000

9 Tegenvallende resultaten grondexploitaties

15%

1.000.000

2%

150.000

10 Effecten hoge inflatie op exploitatielasten

40%

1.500.000

9%

600.000

50.175.000

100%

6.349.250

Totaal

Toelichting op de risico's 1. Algemene uitkering fluctueert: De omvang van de algemene uitkering (het gemeentefonds) is niet constant. Elk jaar wordt de groei of krimp van de basisomvang gebaseerd op uitgaven die het Rijk verwacht te gaan doen in het begrotingsjaar. Het gevolg hiervan is dat de omvang dus kan fluctueren. Een krimp van het gemeentefonds is in het lopende begrotingsjaar vaak niet meer op te vangen met bezuinigingen en kan tot een negatief rekeningresultaat leiden. 2. Onzekerheid Rijksmaatregelen reductie kosten jeugdzorg: In de laatste raming van de algemene uitkering zijn de volledige bedragen uit de arbitrage opgenomen. Daarnaast zijn ook kortingen opgenomen die behaald moeten worden door maatregelen die het Rijk zelf moet nemen. Deze kortingen zijn onzeker en daarom opgenomen als risico. 3. Effecten invoering omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb): Momenteel is het streven dat de Omgevingswet en de Wkb op 1 januari 2024 worden ingevoerd. Op het moment van schrijven is nog niet bekend of de Wkb in zijn geheel of getrapt wordt ingevoerd. Wel is duidelijk dat door de wijziging een aantal legesinkomsten vervallen maar dat een deel van de werkzaamheden (o.a. registratie) wel moeten worden uitgevoerd. Alleen voor de aanvragen na invoering van de nieuwe wetgeving gelden de nieuwe legestarieven.

Voor 2023 betekent dit dat alle aanvragen onder het oude regime zullen vallen met de bijbehorende opbrengsten. 4. Borgstellingen: De gemeente staat borg voor de leningen die de Stichting Waarborg Woningbouw de woningcorporaties verstrekt. Deze borgstelling is in breed landelijk verband met alle gemeenten afgesproken. Het optreden van het risico is echter zeer beperkt. Zo heeft het faillissement van de woningcorporatie Vestia (2012) niet geleid tot het aanspreken van de borgstelling. 5. Effecten invoering eigen belastinggebied gemeenten per 2026: Dit is geen risico voor 2023, maar het effect is groot en de invulling is nog onbekend. Het effect is ook zichtbaar in het meerjarenperspectief. Daarom is het risico al opgenomen zodat er rekening kan worden gehouden met dit risico in de omvang van het weerstandsvermogen. 6. Mogelijke WW-verplichtingen personeel: Als personeel onvrijwillig wordt ontslagen of het contract niet wordt verlengd dan kan er sprake zijn van een WW-verplichting. De gemeente is hier niet voor verzekerd en is dus zelf WW-risicodrager. Op voorhand is niet bekend of en zo ja in welke mate er sprake is van een WW-verplichting en daarom is deze ook niet begroot.

83

7. Financiële tegenvallers projecten: Projecten kennen risico's. Deze risico's worden in de projecten zelf benoemd. Het risico op de risico's is niet financieel afgedekt in de projecten. Een aantal risico's, zoals hyperinflatie, rampen en oorlogen, zijn te generiek en daarom worden ze op een hoger niveau algemeen afgedekt. De reden dat ondanks de omvang van het effect het risico zelf beperkt is komt doordat de meeste projecten in 40 jaar worden afgeschreven. Hierdoor is het af te dekken risico een stuk lager, een factor 40, dan het effect. 8. Effecten fluctuerende energieprijzen: De gemeente kan in 2023 nog gebruik maken van het huidige energiecontract. Echter vanaf 2024 zal er een nieuw contract moeten worden afgesloten. Op het moment van schrijven kan er alleen een variabel contract worden afgesloten. Een inschatting van de verwachte kostenstijging is in het meerjarenperspectief van de begroting verwerkt. Het risico richt zich op uitschieters die nu niet te voorzien zijn maar als ze zich voordoen onontkoombaar zijn. 9. Tegenvallende resultaten grondexploities: Het resultaat van de grondexploitaties is afhankelijk van de mate waarin er verkocht kan worden en of er gronden beschikbaar zijn. Ook externe ontwikkelingen zoals de stikstof problematiek en hogere bouwkosten kunnen het resultaat beïnvloeden. 10.

Effecten inflatie op exploitatielasten: De hoge inflatie is nog niet vertaald in een gelijke bijstelling in de algemene uitkering. Hierdoor kan er in het lopende jaar een verschil ontstaan die tot een tegenvaller bij het opstellen van de jaarrekening 2023 kan leiden. Weerstandsvermogen Beheersing van de hiervoor genoemde risico's Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende. Bepalen weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 6,3 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 20 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te bieden. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de begroting. Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken. x € 1.000 Incidenteel weerstandsvermogen

2021

2022

Algemene reserve deel buffer

7.500

7.500

Algemene reserve vrije deel

12.356

14.814

Totaal algemene reserve

19.856

22.314

Algemene reserve ultimo:

Kengetallen Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Deze kentallen maken de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten.

84

Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt. Kengetal Netto schuldquote

Categorie A a. zonder correctie

Categorie B

Categorie C

< 90%

90 - 130%

> 130%

< 90%

90 - 130%

> 130%

> 50%

20 - 50%

< 20%

doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Eerste jaar en

Begroting en

Begroting en

meerjarig > 0%

meerjarig 0%

meerjarig < 0%

Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Jaarrekening 2022

Netto schuldquote

19,8%

35,5%

8,6%

Netto schuldquote excl. verstrekte

19,8%

35,5%

8,6%

Solvabiliteit

30,7%

26,4%

37,4%

Structurele exploitatieruimte

10,5%

-0,2%

5,4%

Kengetallen

leningen

Grondexploitatie

2,1%

3,3%

-0,5%

Belastingcapaciteit

92,1%

96,0%

91,5%

Frauderisico's en continiïteit Bij de beoordeling van de continuïteit van een gemeente is sprake van de beoordeling van zowel de formele continuïteit als een materiele beoordeling. De eerste gaat over het voortbestaan van de organisatie als zodanig en op dat vlak heeft het Rijk harde waarborgen getroffen. De continuïteit staat in dat opzicht dus niet ter discussie. Materieel kan het wel zo zijn dat activiteiten nu of in de toekomst, niet of anders worden vormgegeven als gevolg van externe of interne ontwikkelingen. Dat kan leiden tot aanpassing in taken, activiteiten, beleid, projecten of doelstellingen. Politieke keuzes daarin kunnen leiden tot bijvoorbeeld afwaardering van activa of de noodzaak om voorzieningen te treffen. Indien dat majeure financiële effecten heeft dienen ook deze in de continuïteitsbeoordeling of risicoparagraaf te worden betrokken voor zover deze niet al in de jaarrekening zijn verwerkt. Op dit moment ziet de gemeente Opsterland geen verhoogde continuïteitsrisico. Mocht er een fraude blijken, dan zal dat op deze plaats aangegeven worden. Uit diverse controles blijken geen signalen voor fraude door eigen medewerkers.

Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een groot deel van de openbare ruimte. Deze ruimte is opgebouwd uit onze kapitaalgoederen. Dit zijn onder andere de wegen, riolering, bruggen, verlichting, openbaar groen en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen heeft invloed op de beleving door inwoners, bezoekers en ondernemers bij hun activiteiten in de openbare ruimte. Daarnaast vertegenwoordigen de kapitaalgoederen een aanzienlijke waarde en

85

brengt vroegtijdige vervanging onnodige kosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat we goed op deze kapitaalgoederen passen om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen en kapitaalverlies te voorkomen. De kaders voor het onderhouden van de arealen verhardingen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en het openbare groen zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik; netjes waar het moet, sober waar het kan. Hierin is gezocht naar een verantwoorde balans tussen kosten enerzijds en een prettige leefomgeving anderzijds. De kaders voor het beheren onderhouden van de riolering en daarbij horende (zuiverings)installaties zijn vastgelegd in het Watertakenprogramma 2020-2025. Naast de verankering van de zorgplicht voor de inzameling van het afvalwater, hemelwater en grondwater voorziet het plan in kaders voor de klimaatadaptatie en andere gemeentelijke watertaken. Het gemeentelijke vastgoed dat nog in overeenstemming met de functie in gebruik is wordt in stand gehouden door preventief onderhoud binnen de daarvoor gestelde bestekskwaliteit.

Kaderstellende documenten Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 Watertakenprogramma 2020-2025 Notitie licht in de duisternis (2009) Verharding en openbare verlichting Kerncijfers en kwaliteitsambitie De gemeente heeft ongeveer 2,81 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 51% uit dicht asfaltbeton, 41% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.), 3 % cementbeton en 5% overige soorten verharding. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 175 mln. In de gemeente staan ongeveer 4.400 lantaarnpalen, waarvan 4.121 in beheer en eigendom van de gemeente. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De ondergrondse infrastructuur die hierbij hoort is voor het grootste deel in eigendom van netbeheerder Liander. Van het areaal bestaat ongeveer 80% uit energiezuinige LED armaturen. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal van verhardingen en openbare verlichting weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Verharding en openbare

Hoeveelhei

Structuurelement

d Bedrijventerrei Begraafplaat Buitengebie

verlichting

n

s

d

Centru

Groengebie Hoofdstructuu Woongebie

m

d

r

d

Rijbanen

204 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkeerstroken

17 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Fietspaden

26 ha Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Voetpaden

34 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Openbare

4.121 stuks Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

/ overig

verlichting Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025

Toekomst Uit de laatste inspectie is naar voren gekomen dat het areaal er op plaatsen onvoldoende bijligt. Op deze plekken zijn schadebeelden geconstateerd die conform de verwachte levensduur van de betreffende wegvakken niet zijn voorzien. Deze schades zijn voornamelijk aangetroffen op de wegen in het westen van de gemeente (veengronden) en zijn gerelateerd aan de lange droge periodes van de afgelopen jaren. Voor het aanpakken van deze schades zijn met het vaststellen van het Beeldkwaliteitsplan aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Vanaf 2022 zijn de beschikbare

86

middelen jaarlijks structureel met € 200.000 verhoogd. Aanvullend wordt in 2022 en 2023 incidenteel € 200.000 geïnvesteerd. Riolering Kerncijfers De gemeente is voor een (groot) deel verantwoordelijk voor de inzameling, transport en verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor zijn drie verschillende systemen in de gemeente aanwezig: vrijvervalriolering, drukriolering en individuele systemen voor de behandeling van afvalwater (IBA's). Van de vrijvervalriolering bestaat nog ongeveer 70% uit een gemengd systeem. Bij de rest is sprake van scheiding tussen hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA). Het totale systeem vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 150 mln. In de tabel hieronder is een overzicht weergegeven van het volledige areaal. Riolering

Hoeveelheid

Vrijvervalriolering

215.003 m1

Putten

4.582 stuks

Straatkolken

10.796 stuks

Bergbezinkvoorzieningen

5 stuks

Overstorten

34 stuks

Drukriolering / persleiding

137.082 m1

Minigemalen

522 stuks

Opvoer- / tussengemalen

28 stuks

Gemalen overig

8 stuks

IBA-systeem (individuele behandeling afvalwater)*

112 stuks

* 21 IBA's zijn in beheer bij het Wetterskip Fryslan

Kwaliteitsambitie Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Watertakenprogramma 20202025. Met het voortzetten van het huidige beleid wordt de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden. Areaal

Afvalwater

Hemelwater

Grondwater

Structuurelement Centrum

Woongebied

Bedrijventerrein

Buitengebied

Inzameling

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Basis

Transport

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Inzameling (overtollig)

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis

Verwerking (in riolering)

Basis

Basis

Basis

Basis

Verwerking (in openbare ruimte)

Basis

Basis

Basis

Basis

Inzameling

Basis

Basis

Basis

Basis

Verwerking

Basis

Basis

Basis

Basis

Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Watertakenprogramma 2020-2025

Toekomst De voorziening geeft voldoende dekking voor de uitvoering van de gestelde ambities. Bij de te nemen onderhoudsmaatregelen wordt rekening gehouden met de klimaatverandering. Gestreefd wordt naar het voorkomen of beperken van wateroverlast en hittestress. Vaarwegen en kunstwerken (water) Kerncijfers en kwaliteitsambitie 87

In de gemeente liggen twee grote vaarroutes. De civiele kunstwerken die hierbij horen zijn deels in beheer en eigendom van de gemeente. Daarbuiten zijn diverse (kleinere) civiele kunstwerken. Van drie tunnels die in eigendom zijn van de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat heeft de gemeente het dagelijkse beheer. Het totale areaal vertegenwoordigt een vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor de civiele kunstwerken weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Civiele kunstwerken

Hoeveelhei

Structuurelement

d Bedrijventerrei Begraafplaat Buitengebie Centru n

Groengebie Hoofdstructuu Woongebie

s

d

m

d

r

d

Bruggen (vast)

31 stuks Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Bruggen (hout)

85 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Bruggen

17 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

33 stuks Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Basis

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Tunnels*

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Kademuren

6838 m1 Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

Basis

Beschoeiingen

5791 m1 N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

(beweegbaar) Vaarrecreatiev e voorzieningen Waterwerken

Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 *Van drie tunnels heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat

Toekomst Voor kunstwerken is geen verwachte vervangingspiek. Tot en met 2025 betreft de theoretische vervanging circa €5 mln. Tot en met 2040 bedraagt dit circa €12 mln. Op dit moment is er geen sprake van kapitaalvernietiging aan vaste en houten bruggen.

Groen Kerncijfers en kwaliteitsambities Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door de eigen dienst en Caparis. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor groen weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie.

88

Openbaar

Hoeveelheid

groen Bomen

Structuurelement Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied

51.337 stuks Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

(bio) Natuurlijke

9.600 are Laag (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

beplanting Cultuurlijke

Basis (bio)

702 are Laag

Hoog

Laag

Basis

Basis

Basis

Basis

Hagen

106 are Basis

Hoog

Laag

Basis

Laag

Basis

Basis

Gras

30.338 are Laag (bio)

beplanting

Hoog

Laag (bio)

Basis

Laag (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

N.v.t.

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

442 km Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis

Basis

Bermen Watergangen (waterlopen en

(bio)

sloten) Watervlakte

1.423 are Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

(vijvers) Parkmeubilair

Basis (bio)

559 stuks Basis

Hoog

Basis

Basis

Op basis van de CROW-kwaliteitsnorm zoals vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025

Gebouwen Kerncijfers en beheer De gemeente heeft divers vastgoed in eigendom en beheer en heeft een herbouwwaarde van circa € 63 mln. Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Deze gebouwen zijn meestal al geheel afgeschreven, indien dit niet het geval is, is de boekwaarde lager dan de marktwaarde. Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijks een zodanige dotatie aan de voorziening dat deze toereikend is voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor gebouwen weergegeven. Gemeentelijk vastgoed Functieomschrijving

Aantal

Bedrijfsvoering

11

Maatschappelijk

15

Monumentaal

8

Voormalige scholen en leegstaande gebouwen

2

Dorpshuizen

7

Overig

9

Totaal

52

In 2022 zijn twee voormalige scholen toegevoegd aan het gemeentelijke areaal.

89

Financiering Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien van voldoende vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en de gemeente te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen. 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Kaderstellende documenten Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017). Beleidskader reserves en voorzieningen (2016). Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen.

Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2022 is dit voor onze gemeente maximaal € 6,9 miljoen. Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen. Eind 2020 is een nieuwe langlopende lening aangegaan met een positief rentepercentage. Deze lening is nog niet volledig ingezet. Daarnaast zorgen de positieve resultaten van de afgelopen jaren voor een betere kaspositie. Uit onderstaande tabel blijkt dat we de kasgeldlimiet in 2022 niet hebben overschreden. De Wet Fido geeft aan dat de kasgeldlimiet niet mag worden overschreden. Als een overschrijding voor het derde achtereenvolgende kwartaal geschiedt, dan dient de toezichthouder daarvan via een rapportage op de hoogte te worden gebracht en dient een plan te worden overgelegd waarin is vermeld hoe de gemeente binnen de kasgeldlimiet blijft. Het geheel is aan goedkeuring onderworpen.

Om te voorkomen dat in het derde kwartaal de kasgeldlimiet ook wordt overschreden wordt in het eerste of tweede kwartaal geanticipeerd op het tenietdoen van de overschrijding door het aantrekken van langlopende leningen. Als de overschrijding het gevolg is van incidentele wijzigingen in de inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld met betrekking tot de grondexploitaties kan aan de toezichthouder een ontheffing worden gevraagd. Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in, dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 16,9 miljoen renterisico

90

mogen lopen. Het totaal op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2023 bedraagt € 3,8 miljoen. We voldoen aan de renterisiconorm. Renteschema In eerste instantie is de omslagrente voor 2022 realisatie opnieuw berekend zodat de daadwerkelijke rente toegerekend zou worden. In een laat stadium werd bekend dat er nog € 110.000 aan rente ontvangen is/wordt over 2022 voor het schatkistbankieren. Er is voor gekozen om de omslagrente niet opnieuw te berekenen en te boeken gezien de geringe impact per programma maar de grote impact op het jaarwerk. Het restant van €112.000 is opgenomen onder taakveld treasury in programma 0. x € 1.000 Renterisico vaste schuld over de jaren 2023 t/m 2026

Omvang begroting (stand primaire begroting) Grondslagpercentage Renterisiconorm

Renteherziening

2023

2024

2025

2026

84.866

84.866

84.866

84.866

20%

20%

20%

20%

16.973

16.973

16.973

16.973

0

0

0

0

Aflossingen

3.800

3.800

3.800

3.800

Rente risico

3.800

3.800

3.800

3.800

Renterisiconorm

16.973

16.973

16.973

16.973

Totaal rente risico

3.800

3.800

3.800

3.800

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

13.173

13.173

13.173

13.173

Toets renterisico

x € 1.000 Kasgeldlimiet

1e

2e

3e

4e

kwartaal

kwartaal

kwartaal

kwartaal

2022

2022

2022

2022

81.151

81.151

81.151

81.151

Grondslagpercentage

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Toegestane kasgeldlimiet

6.898

6.898

6.898

6.898

Vlottende schuld

858

1.150

822

292

Vlottende middelen

30.167

31.865

32.046

33.773

Totaal netto vlottende schuld

(29.309)

(30.715)

(31.224)

(33.481)

6.898

6.898

6.898

6.898

Totaal netto vlottende schuld

(29.309)

(30.715)

(31.224)

(33.481)

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

36.207

37.613

38.122

40.379

Omvang begroting (stand primaire begroting)

Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet

91

x € 1.000 Renteschema realisatie 2022

a. Werkelijke lasten over de korte en lange financiering

228

b. Werkelijke externe rentebaten (idem)

150

Saldo rentelasten en rentebaten

78

c1. Werkelijke rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend

6

c2. Werkelijke rente van projectfinanciering

0

c3. Werkelijke rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke

0

lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) 6 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

73

d1. Werkelijke rente over eigen vermogen

0

d2. Werkelijke rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

73

e. De aan taakvelden werkelijke toegerekende rente

185

Verschil

-112

92

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Wát we als gemeente willen bereiken met ons beleid, staat in de programma’s van de begroting. Om het beleid te kunnen maken en uitvoeren, hebben we hulpmiddelen nodig: personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting e.d. Al deze middelen bij elkaar vormen onze bedrijfsvoering. Het gaat bij de bedrijfsvoering onder andere om sturing en control. Met de vraag "zijn we in control” vragen we feitelijk of er goede sturing en beheersing op de ambtelijke organisatie zit. Vragen die daarin een rol spelen zijn: hebben we onze processen goed ingericht en houden we ons aan de afspraken daarover, beheersen we de kosten, kennen en benoemen we de (financiële) risico’s, nemen we op tijd maatregelen om de risico's te beheersen, hebben we de resultaten die we willen halen helder en smart geformuleerd, halen we de resultaten ook en leggen we op de juiste momenten verantwoording af? Al deze zaken hebben in onze bedrijfsvoering structureel aandacht. Het gaat bij bedrijfsvoering ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren, beter en goedkoper? In deze paragraaf bedrijfsvoering geven we inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering in 2022 hebben gespeeld.

Kaderstellende documenten Organisatiebesluit (2021) OWO-Visie (2021) Inkoop en aanbestedingsbeleid OWO 2018 (2018-16078) Uitvoeringsnotitie inkoop en aanbestedingen 2021 Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld) Bestuursovereenkomst OWO 2015 (2016-13886) Accountantscontrole en rechtmatigheid De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden staan de wettelijke goedkeurings- en rapporteringstoleranties in een percentage van de omvangsbasis (de totale lasten van de gemeente) vermeld. De raad kan een lager percentage voor deze toleranties vaststellen. De uitgangspunten voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding van de accountant en zijn voor het controlejaar 2022 ongewijzigd: De goedkeuringstolerantie is vastgesteld op de wettelijke norm van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden. De rapporteringstolerantie is vastgesteld op 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden. Overige uitgangspunten zijn: 1. Budgetrecht gemeenteraad Als blijkt dat het door de raad geautoriseerde budget onvoldoende is, dan doet het college voorstellen aan de raad voor aanvullende budgettaire ruimte. Deze stap is niet nodig als hiervoor door het college dekking wordt gevonden binnen het programma.

Als de uitgave echter inhoudelijk niet overeenkomt met de doelstellingen van de raad, dan moet het college dit alsnog ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Mutaties worden elk jaar bij de Perspectiefbrief gemeld, waarbij het college een voorstel aan de raad overlegt tot het wijzigen van de lopende begroting. 2. Normenkader Het normenkader bestaat uit alle wet- en regelgeving die van belang is voor de accountantscontrole. Het normenkader per 31 december wordt jaarlijks door het college vastgesteld en ter kennis van de raad gebracht. 3. Controleplan Het controleplan van de accountant wordt jaarlijks met de auditcommissie van de raad afgestemd. Met het vaststellen van de begroting worden ook de bovenvermelde uitgangspunten voor de accountantscontrole vastgesteld. 93

Vanaf 2023 moet het college van B&W een verantwoording opnemen in de jaarstukken over de rechtmatigheid. De eerste keer zal dit plaatsvinden in 2024 over de jaarstukken van 2023. Er zijn meerdere wijzigingen nodig, zoals het vaststellen van een verantwoording- en rapportagegrens. De wijzigingen zullen in vernieuwde verordeningen door de raad vastgesteld worden. Informatiebeveiliging Informatiebeveiliging wordt steeds belangrijker. Informatie is een van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. Ook als gemeenteraad baseert u beslissingen steeds vaker op steeds meer onderliggende informatie. Als gemeente hebben wij daarom een grote verantwoordelijkheid in het beveiligen van de informatie van onze inwoners. Het beveiligen van de informatie en het borgen van de privacy van onze inwoners is niet alleen onze wettelijke, maar zeker ook maatschappelijke plicht. Vanwege het grote belang hiervan, hebben we in 2022 een verdere verbeterslag gemaakt. Als gemeente werken we met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO bestaat uit een stelsel van maatregelen op organisatorisch, fysiek en technisch gebied en geldt voor de gehele overheid.

Daarnaast zijn er specifieke wetten die eisen stellen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging, zoals: de Wet basisregistratie personen (BRP), de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet), de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), de Wet basisregistratie grootschalige topografie (BGT), de Wet basisregistratie ondergrond (BRO) en DigiD. ENSIA-audit Door middel van de ENSIA-audit zijn we als gemeente in staat om te kijken hoe de organisatie ervoor staat op het gebied privacy en informatiebeveiliging. De audit wordt jaarlijks uitgevoerd en bestaat voor een deel uit een zelfevaluatie en voor een deel uit een toetsing door een externe IT-auditor. De audit is in 2022 positief afgerond. Door het verkrijgen van zicht op de stand van zaken kunnen concrete acties worden gesteld om de beveiliging van de informatie van onze inwoners verder te versterken. ENSIA sluit aan op de gemeentelijke planning & control-cyclus en heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren. In 2022 is de ENSIA-audit positief afgerond. Het normenkader waarop wordt getoetst met de ENSIAaudit is de BIO aangevuld met normen uit respectievelijke specifieke wetten. Voor het deel zelfevaluatie (BRP, PUN, BAG, BGT, BRO en WOZ) voldoet de gemeente aan vrijwel alle normen.

Er worden maatregelen getroffen voor de normen waar op dit moment niet aan wordt voldaan. Voor het deel dat wordt getoetst door een externe IT-auditor (Suwinet en DigiD) voldoet de gemeente aan alle normen. Bovengenoemde resultaten maken dat de gemeente op vrijwel alle genoemde onderdelen voldoet aan de minimale eisen voor informatiebeveiliging. Wpg-audit VTH In 2022 is de externe Wpg-audit uitgevoerd binnen afdeling VTH. Voor het einde van 2022 is het auditrapport opgestuurd aan de Autoriteit Persoonsgegevens. De resultaten van de uitgevoerde externe Wpg-audit zijn wisselend. Aan delen van het normenkader wordt voldaan, maar aan andere delen niet of ten dele. De voornaamste reden hiervoor is dat een genomen maatregel of inrichting van een werkproces niet (volledig) staat beschreven, terwijl de uitvoering vaak wel volgens de wettelijke norm plaatsvindt. Zoals de wet verplicht stelt wordt er binnen drie maanden na oplevering van het externe auditrapport een verbeterplan opgemaakt. Hier wordt op dit moment aan gewerkt. De maatregelen uit het verbeterplan worden in de loop van 2023 genomen. Aan het einde van 2023 vindt er een hercontrole plaats. Rekenkamercommissie Opsterland De Rekenkamercommissie (rkc) heeft als taak het onderzoeken van de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het door de gemeente vastgestelde beleid en de uitvoering van het beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=e8fa2b6d-baa2-436d-af7d-fa16a6f40150