CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarstukken 2020.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Jaarstukken 2020 (H)32.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In 2021 werken we de nieuwe Omgevingsvisie uit (actualisatie conform vereisten Omgevingswet). Verantwoordelijke: A. Postma Wethouder

79

Wat hebben we gedaan Een procesplan is opgesteld voor actualisatie van de omgevingsvisie: 'Een frisse blik op de omgevingsvisie'. Naar aanleiding hiervan is een eerste raadsinformatiebijeenkomst gehouden over de aanpak. Tevens is toen informatie geboden over de invoering van de Omgevingswet. Voor dit laatste trekken we in OWO-verband gezamenlijk op.

Thema Wonen Thema Wonen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat, dat aansluit op demografische ontwikkelingen

Doelstellingen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat, dat aansluit op demografische ontwikkelingen. Wij willen voldoende woningen in Opsterland, zowel kwantitatief als kwalitatief, afgestemd op de aanwezige behoefte van de verschillende doelgroepen.

Maatregelen We hebben een actuele woonvisie We evalueren / actualiseren de Woonvisie 2017-2021. Verantwoordelijke: A. Postma Wethouder Wat hebben we gedaan In de informatieve raadsbijeenkomst van 8 september is de stand van zaken woningbouwopgave doorgenomen en zijn de bijbehorende dilemma's benoemd. Medio 2020 zijn er constructieve gesprekken gevoerd met de provincie over verruiming van de woningbouwruimte. Deze zullen leiden tot nieuwe woningbouwafspraken voor de periode 2020 - 2030; in eerste instantie uitmondend in een "shortlist" voor Opsterland. Deze resultaten zijn van belang voor de actualisatie van de Woonvisie 2017 - 2021. De evaluatie en actualisatie van de Woonvisie krijgt vorm in 2021. Wij faciliteren goed onderbouwde woonplannen in de dorpen Bij het faciliteren van goed onderbouwde woonplannen kan het gaan om plannen voor nieuwbouwwoningen, maar ook om plannen voor de kwaliteitsverbetering van bestaande woningen (herstructurering). Verantwoordelijke: A. Postma Wethouder Wat hebben we gedaan In 2020 hebben wij woningbouwinitiatieven van ontwikkelaars en dorpen ondersteund en gefaciliteerd in de volgende dorpen: Beetsterzwaag, Gorredijk, Langezwaag, Nij Beets en Terwispel. We hebben bouwkavels verkocht in Gorredijk , Hemrik, Lippenhuizen , Tijnje, Ureterp en Wijnjewoude. Voor het bouwrijp maken van Loevestein 4 Oost zijn onderzoeken uitgevoerd.

Voor de uitbreidingslocatie Aylvalân in Bakkeveen zijn voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Onder meer het opstellen van een stedenbouwkundige schets in samenspraak met het dorp.

Wij ondersteunen initiatieven van ontwikkelaars en dorpen op basis van de werkelijke woonbehoefte van de dorpen en we onderzoeken de daadwerkelijke realisatie

80

Voor woningbouw vormt de daadwerkelijke woningbehoefte de basis. Indien een actuele vraag vanuit een dorp realistisch is wordt al dan niet in samenspraak met marktpartijen bekeken op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Verantwoordelijke: A. Postma Wethouder Wat hebben we gedaan In 2020 heeft overleg plaatsgevonden met initiatiefnemers en dorpen op welke wijze invulling zou kunnen worden gegeven aan de volgende woningbouwplannen: Beetsterzwaag: It WagenaarHuys, locatie De Trime; Gorredijk: De Vrieslocatie, tiny houses; Langezwaag: uitbreidingslocatie Langezwaag Noord; Nij Beets: Koopmanslocatie, Windlocatie; Terwispel: locatie Kolderveen. Verbonden partijen Uitvoering van taken op het gebied van welstandsadvisering vindt plaats door de gemeenschappelijke regeling Hûs en Hiem.

Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen De doelstelling van het grondbeleid is om op verantwoorde wijze het grondgebruik te beheren en op actieve of passieve (faciliterende) wijze gebruik te maken van grond voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt binnen de daarvoor gestelde termijnen, tegen maatschappelijk aanvaardbare offers en passend binnen de door de raad geformuleerde doelstellingen op het gebied van ruimtelijk en maatschappelijk beleid.

Doelstellingen Wij voeren een passend (actief – passief) grondbeleid. Jaarlijks stelt het college van b&w in de paragraaf grondbeleid van de begroting vast of er een actief of passief grondbeleid zal worden gevoerd. Een belangrijke afweging bij deze keuze is de hoogte van het financiële risico voor de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen. Evenals in voorgaande jaren zal in 2020 een terughoudend en voorzichtig actief grondbeleid worden gevoerd over ruimtelijke ontwikkelingen op gemeentelijke grond. Bij ontwikkelingen op particuliere gronden zal de gemeente faciliterend en ondersteunend optreden.

Maatregelen Maatwerk in grondbeleid bij de gebiedsontwikkeling Gorredijk Per ontwikkellocatie in Gorredijk zal de gemeente beoordelen wat het optimale grondbeleid is en keuzes maken. Grond van de gemeente en ook van derden is beschikbaar voor woningbouw. Het verhalen van gemeentelijke kosten zal onderdeel uitmaken van de keuzes per ontwikkellocatie. In sommige gevallen bevindt zich gemeentelijk vastgoed op ontwikkellocaties waarvoor ruimtelijke keuzes gemaakt moeten worden. Verantwoordelijke: A. Postma Wethouder, R. Jonkman Wethouder Verbonden partijen Voor het ontwikkelen en exploiteren van het bedrijvenpark Azeven werken we samen met de gemeente Smallingerland in de gemeenschappelijke regeling Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten.

81

Beleidsindicatoren Opsterland

Nederland

Beleidsindicatoren

Eenheid

2017 2018 2019 2020 2017 2018 2019 2020

Gemiddelde WOZ-waarde

per € 1.000

201

212

216

236

217

230

248

270

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

5

6

8

*

8

9

9

*

Demografische druk 15-64 jaar

%

59% 59% 59% 60% 53% 54% 54% 54%

Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden In euro's

570

599

610

622

644

649

669

700

Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

681

706

712

722

723

721

739

773

In euro's

* voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 19 mei 2021

82

Wat heeft het gekost? Resultaat programma x € 1.000 Exploitatie

Realisatie 2019

Begroting 2020 (primair)

Begroting 2020 (incl wijzigingen)

Realisatie 2020

Mutatie begroting/ realisatie 2020

Lasten

5.003

2.694

3.818

4.785

967

Baten

3.545

2.355

3.600

5.792

2.192

Saldo voor bestemming

-1.458

-339

-218

1.008

1.226

Lasten

149

-

-

5

5

Baten

565

275

276

200

-76

-1.042

-64

58

1.202

1.145

Mutaties reserves

Saldo na bestemming

Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie

Begroting 2020

Realisatie 2020

Mutatie begroting/ realisatie 2020

Saldo per taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening

-395

-323

72

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

653

1.663

1.010

8.3 Wonen en bouwen

-476

-332

144

Saldo voor bestemming

-218

1.008

1.226

Komplannen

-

-5

-5

Invoering omgevingswet

-

Totaal stortingen reserves

-

-5

-5

Komplannen

67

-

-67

Invoering omgevingswet

209

200

-9

Totaal onttrekkingen reserves

276

200

-76

Saldo na bestemming

58

1.202

1.145

Stortingen reserves

-

Onttrekkingen reserves

Toelichting op de financiën Het saldo na bestemming van dit programma is in 2020 € 1.145.000 voordeliger dan geraamd. Dit verschil kan op hoofdlijnen als volgt verklaard: Ruimtelijke ordening, budgettair neutraal (taakveld 8.1) Vanuit de reserve Komplannen was in 2020 € 67.000 beschikbaar gesteld voor het opstellen van een erfgoedverordening en actualisering van het welstandsbeleid. Deze werkzaamheden zijn als gevolg van corona verschoven naar 2021. De niet uitgegeven middelen blijven in de reserve Komplannen en worden dus niet onttrokken aan de reserve, zoals geraamd. Per saldo is dit budgettair neutraal.

83

Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen), voordeel € 1.010.000 (taakveld 8.2) Het saldo op de bouwgrondexploitatie is € 1.010.000 voordeliger dan geraamd. Voor een verdere toelichting kan worden verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Opbrengst vergunningen, voordeel € 88.000 (taakveld 8.3) De opbrengsten van de vergunningen geven een voordeel van €108.000 in dit taakveld. Hiervan was vooral de vraag naar bouwvergunningen € 171.000 hoger dan geraamd. Door grote vraag naar bouwvergunningen zijn de kosten voor welstandsadviezen € 20.000 hoger dan geraamd. Dit geeft een nadeel. Ontwikkelagenda leefbaarheid, voordeel € 85.000 (taakveld 8.3) Vanuit de ontwikkelagenda leefbaarheid was voor dorpsregisseurs, woonplannen en een pilot buurtbemiddeling in totaal € 85.000 beschikbaar gesteld. In 2020 was geen dorpsregisseur beschikbaar, dit geeft een voordeel van € 60.000. De uitvoer van de woonplannen en de pilot vindt plaats in 2021. Dit geeft in 2020 een voordeel van € 25.000. Daarom wordt bij de resultaatbestemming 2020 voorgesteld dit voordeel van € 25.000 weer in 2021 beschikbaar te stellen. Overige poste nadelig € 38.000 Dit betreffen diverse kleine positieve en negatieve afwijkingen ten opzichte van de begroting

84

Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Beleid De diverse verordeningen belastingen en heffingen zijn in december 2019 vastgesteld. In de begroting is uitgegaan van het nieuwe niveau van de tarieven. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan zijn de tarieven van 2020 verhoogd met de pbbp (prijs bruto binnenlands product) index van 1,6%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op kostendekkendheid. Kaderstellende documenten De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen. Leges publiekszaken De leges publiekszaken inkomsten zijn € 33.000 hoger dan begroot. De vraag naar reisdocumenten en rijbewijzen varieert jaarlijks. Onroerendezaakbelasting: De werkelijke opbrengst van de OZB was € 80.000 hoger dan de verwachte opbrengsten. Dit kan ontstaan door volume groei van woningen en bedrijfspanden. Precariorechten De opbrengst precariorechten werd tot en met 2018 in de voorziening precario gestort vanwege de mogelijkheid van bezwaar. Begin 2020 is de gerechtelijke procedure gestopt. Als gevolg daarvan is de betreffende voorziening vrijgevallen. In onderstaand overzicht is de bate die betrekking heeft op belastingjaar 2020 opgenomen. Algemeen plaatselijke verordening (APV) De opbrengst van de APV is € 37.000 lager dan geraamd.

De opbrengsten zijn afhankelijk van de vraag, door de Coronacrisis zijn er veel evenementen niet doorgegaan waardoor dat APV leges opbrengsten lager zijn dan 2019 en begroot. Begrafenisrechten De baten zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. Toeristenbelasting De inkomsten van de Toeristenbelasting uit programma 3 zijn toegevoegd aan de reserve Recreatie en Toerisme. Afvalstoffenheffing De opbrengst van de afvalstoffenheffing laat een positief verschil ten opzichte van zowel de begroting als de jaarrekening 2019 zien. De kosten zijn echter meer gestegen waardoor het dekkingspercentage van Afval lager is dan begroot. Rioolheffing: De baten rioolheffing waren iets hoger de begroting en hoger dan de baten in de jaarrekening 2019. De baten zijn ten opzichte van de jaarrekening 2019 hoger omdat de tarieven zijn verhoogd in ons streven naar 100% kostendekkendheid. Leges omgevingsvergunning

85

De leges van de omgevingsvergunning zijn € 100.000 hoger dan geraamd en jaarrekening 2019. Mogelijke oorzaak is dat door Corona in 2020 meer verbouwingen hebben plaatsgevonden. x € 1.000 Programma Lokale belastingen en heffingen

Jaarrekening 2019

Begroting 2020 (incl wijzigingen)

Jaarrekening 2020

367

248

281

0 Onroerendezaakbelasting

4.440

4.452

4.532

0 Precariorechten

2.081

1.900

2.315

1 Algemeen plaatselijke verordening

22

45

8

3 Toeristenbelasting

180

148

208

7 Begrafenisrechten

137

150

157

7 Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)

3.144

3.006

3.265

7 Rioolheffing (excl. kwijtscheldingen)

2.745

2.810

2.854

649

656

755

13.765

13.415

14.375

0 Leges publiekszaken

8 Leges omgevingsvergunning Totaal

Kostendekkendheid

Soort

Dekkingspercentage begroot

Dekkingspercentage realisatie

Afval

100%

95%

Riolering

100%

103%

Omgevingsvergunningen

42%

49%

Afval en riolering De kostendekkendheid van afval is lager dan begroot. De opbrengsten zijn hoger echter de lasten zijn sterker gestegen. Er is meer afval gebracht, vooral grof huishoudelijk en bouw & sloop afval (ca. 10% meer). Het is aannemelijk dat dit komt door corona. Daarnaast zijn de verwerkingskosten van een aantal deelstromen verhoogd. Bij riolering is de kostendekkendheid hoger dan begroot. Dit komt doordat wij meer werkzaamheden in eigen beheer hebben gedaan. Omgevingsvergunningen De tariefstelling ten aanzien van de diverse omgevingsvergunningen is niet van een dergelijke omvang dat volledige kostendekkendheid kan worden bewerkstelligd. Een volledige kostendekkendheid kan niet worden gerealiseerd omdat dan de tarieven voor bepaalde vergunningen (bijvoorbeeld evenementenvergunningen) zodanig zouden moeten stijgen dat de hoogte van de leges niet meer in verhouding staat tot de activiteit. Tevens is er momenteel sprake van de invoering van de omgevingswet. Hier worden tijdelijk kosten voor gemaakt waarvan het niet wenselijk is dat deze gedekt worden door de ontvangen leges. Berekening kostendekkendheid Het dekkingspercentage van de omgevingsvergunningen was 49% (begroot was 42%).

86

De inkomsten voor de omgevingsvergunningen bouwen waren € 170.000 hoger dan begroot door een stijging in het aantal aanvragen, hierdoor is de kostendekkendheid hoger. De kosten zijn nagenoeg gelijk gebleven tussen begroot en realisatie. Begroting 2020

Realisatie 2020

Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten

948.000

952.000

Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld

948.000

952.000

Indirecte kosten Btw Overhead en rente

599.000

Netto indirecte kosten taakveld Totale lasten product 'Omgevingsvergunningen 2020'

599.000 599.000

599.000

1.547.000

1.551.000

Totale heffingen Heffingen

656.000

Totale heffingen product 'Omgevingsvergunningen 2020' Dekkingspercentage

764.000 656.000

764.000

42%

49%

Lokale lastendruk De “Atlas van de lokale lasten 2020” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 355 de hoogste): 

Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 76 (2019 nr. 107)

Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%). Het aantal huishoudens waar kwijtscheldingen aan verleend zijn in 2020 was 560 (in 2019 was dit 590). Beleidsindicatoren De beleidsindicatoren die betrekking hebben op woonlasten en gemiddelde WOZ waarde zijn opgenomen in programma 8.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. 87

Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen. Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien. Inventarisatie van de risico’s en het weerstandscapaciteit Risicoprofiel: In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn: Risico

Kans

maximaal financieel gevolg

invloed

Totaal risico

Uitgaven Decentralisatie Jeugd en WMO overschrijden de geraamde bedragen

50%

€ 3.000.000

44%

€ 1.500.000

Tegenvallende resultaten grondexploitaties

15%

€ 1.500.000

7%

€ 225.000

Borgstellingen

1%

€ 25.000.000

7%

€ 250.000

Financiële consequenties invoering BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen)

50%

€ 1.000.000

15%

€ 500.000

Financiële tegenvallers projecten

10%

€ 2.000.000

6%

€ 200.000

De uitkering uit het gemeentefonds is in een volgende circulaire mogelijk lager dan verwacht

50%

€ 1.000.000

15%

€ 500.000

Mogelijke WW verplichtingen tijdelijk personeel

25%

€ 1.000.000

7%

€ 250.000

€ 3.425.000

De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben. Beheersing van de hiervoor genoemde risico's: Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende. Bepalen weerstandscapaciteit: De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 3,4 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 17,1 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te kunnen bieden. In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de jaarstukken. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). Beleid Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken.

88

x € 1.000 Incidenteel weerstandsvermogen

2019

2020

Algemene reserve deel buffer

7.500

7.500

Algemene reserve vrije deel

2.711

9.605

Totaal algemene reserve

10.211

17.105

Algemene reserve ultimo:

Kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen (zie onderstaande tabel) in relatie tot de financiële positie: Netto Schuldquote In 2020 nam de netto schuldquote van de gemeente af. Dit komt omdat de verhouding tussen het saldo van de schulden en de baten is verbeterd. De schuldquote van Opsterland bevindt zich ruim binnen de in de theorie genoemde (en door de VNG gehanteerde) grens van 130 procent. Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden geeft inzicht in de schulden minus de leningen die zijn afgesloten om één op één door te verstrekken aan de verbonden partijen. In 2019 zijn de aan de woningbouwcorporaties doorgeleende leningen volledig afgelost waardoor beide schuldquotes aan elkaar gelijk zijn. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit van de gemeente neemt af ten opzichte van de jaarrekening 2019. Solvabiliteit is de verhouding tussen leningen en eigen vermogen (reserves). De afname komt doordat de gemeente geld leent voor investeringen. Daarnaast zet de gemeente de bestemmingsreserves in om de gemaakte beleidsafspraken uit te voeren. De gemeente vindt het solvabiliteitspercentage aanvaardbaar. Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen wordt gedekt.

Een negatief percentage houdt in dat structurele lasten incidenteel gedekt worden. Het kengetal drukt dus niet uit of sprake is van een begrotingstekort of –overschot. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen in de jaarrekening. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Het percentage geeft aan dat Opsterland geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de algemene reserve ook nog over voldoende weerstandsvermogen beschikt. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend met de tarieven voor een meerpersoonshuishouden. Bij een percentage hoger dan 100 zijn de woonlasten hoger dan het landelijk gemiddelde. Bij een percentage lager dan 100 zijn ze lager. De woonlasten bevinden zich op een stabiel en landelijk gezien laag niveau.

89

Kengetallen

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

Netto schuldquote

36,8%

40,4%

28,7%

Netto schuldquote excl. verstrekte leningen

36,8%

40,4%

28,7%

Solvabiliteit

30,0%

31,5%

26,1%

Structurele exploitatieruimte

-7,7%

-1,4%

0,8%

Grondexploitatie

1,8%

2,5%

3,1%

Belastingcapaciteit

98,0%

93,6%

93,4%

Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat voorzieningen die we uit kapitaalgoederen noemen. Dit zijn wegen, wegbebakening, straatmeubilair, riolering, civiele kunstwerken (bruggen e.d.), openbaar groen, openbare verlichting en gebouwen. Het onderhoud hiervan is van belang voor de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente. Daarnaast is goed onderhoud van belang om kapitaalverlies te voorkomen. In het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (hierna: BKP) zijn de kwaliteitsniveaus van de arealen (te onderhouden kapitaalgoederen) openbaar groen, verhardingen en kunstwerken vastgelegd door de gemeenteraad (13 mei 2013). Hierin heeft in 2017 een herijking plaatsgevonden (notitie Kapitaalgoederen) om kapitaalvernietiging te minimaliseren. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik. Netjes waar het moet, sober waar het kan. De ambitieniveaus voor de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP). Inwoners kunnen een melding doen over de openbare ruimte. In 2020 zijn 2804 meldingen gedaan. De meeste meldingen kwamen binnen over wegen, verkeer en infrastructuur (644), groen (623) en eikenprocessierups (394).

Circa twee derde van alle meldingen wordt door de gemeente binnen 10 werkdagen afgehandeld. Kaderstellende documenten Watertakenprogramma 2020-2025 Notitie kapitaalgoederen 2017 Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (BKP) Aanpassingen Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte op openbaar groen (vastgesteld 15-10-2015) Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland 2014 Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010 Bereikbaar zijn en blijven (GVVP) Evaluatie Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010 Beleidsnota Licht in de Duisternis (2009) Wegen en verhardingen Kerncijfers De gemeente heeft ongeveer 2,7 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 58% uit asfalt, 40% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.) en 2% beton. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 175 mln.

Het gewenste kwaliteitsniveau van de verhardingen is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018.

90

Om kapitaalvernietiging te voorkomen is aanvullend in september 2017 de Notitie kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om alle arealen op een basis niveau te gaan onderhouden. Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement Areaal

Hoeveelheid Bedrijven terreinen

Buiten gebied

Centra

Groen gebieden / Parken

Hoofd wegen

Woon gebieden

Fietspaden

85km

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkeervoorzieningen

11,2ha

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Wegen

397km

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Voetpaden / trottoirs

124km

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

De verharding is onderhouden in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 en de herijking n.a.v. de Notitie Kapitaalgoederen 2017. Door de lange droge periodes van de afgelopen jaren verkeren enkele wegen in een laag of zeer laag kwaliteitsniveau. Dit speelt vooral in het westen van de gemeente.

Riolering Kerncijfers In de gemeente ligt meer dan 350 km riolering onder de grond. Hiervan is 214 km vrijverval en 137 km mechanische riolering. Daarnaast zorgen 558 gemalen, 112 IBA’s (reinigingsstations op perceelniveau) en 5 bergbezinkvoorzieningen voor de verwerking van afval- en hemelwater. De totale installatie vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 146 mln. Beheer Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Watertakenprogramma 2020-2025. Met het voortzetten van het huidige beleid is de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden. Kwaliteitsniveaus per structuurelement Gemeentelijke watertaken Centrum

Woongebieden

Bedrijventerreinen

Buitengebied

inzameling van afvalwater

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Basis

transport van afvalwater

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

inzameling van overtollig hemelwater

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

n.v.t.

verwerking van hemelwater in riolen

Basis

Basis

Basis

n.v.t.

verwerking van hemelwater in openbare ruimte

Basis

Basis

Basis

n.v.t.

inzameling van grondwater

Basis

Basis

Basis

n.v.t.

verwerking van grondwater

Basis

Basis

Basis

n.v.t.

Afvalwater

Hemelwater

Grondwater

91

Vaarwegen en kunstwerken (water) Kerncijfers Civiele kunstwerken

Omschrijving

Aantal

Bruggen (beweegbaar)

17 stuks

Bruggen (vast)

28 stuks

Bruggen (hout)

96 stuks

Kademuren

6.860 m1

Oeverconstructies

26.734 m1

Vaarrecreatieve voorzieningen

36 stuks

Duikers

4 stuks

Tunnels*

4 stuks

Sluizen

1 stuks

*Van drie tunnels heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat Het totale areaal kunstwerken vertegenwoordigt een geschatte vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln. Beheer Het gewenste kwaliteitsniveau van kunstwerken e.a. is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Binnen het begrote budget zijn de kunstwerken / voorzieningen op de vastgestelde niveaus onderhouden. Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement Areaal Bedrijven terreinen

Buiten gebied

Centra

Groen gebieden / Parken

Hoofd wegen

Woon gebieden

Bruggen (beweegbaar)

n.v.t.

Basis

Basis

n.v.t.

Basis

Basis

Bruggen (vast)

n.v.t.

Laag

Basis

n.v.t.

Laag

Basis

Bruggen (hout)

n.v.t.

Laag

n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Kademuren

n.v.t.

Basis

Basis

n.v.t.

n.v.t.

Basis

Oeverconstructies

n.v.t.

Basis

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Basis

Vaarrecreatieve voorzieningen

n.v.t.

Basis

Basis

n.v.t.

n.v.t.

Basis

Groen Kerncijfers

92

Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De grootste arealen zijn hieronder weergegeven. Openbaar groen

Omschrijving

Aantal

Bomen

49.000 stuks

Bosplantsoen

900.000 m2

Sierbeplanting

75.000 m2

Hagen

9.500 m1

Grasveld

965.000 m2

Bermen/ruigte

1.893.000 m2

Watergangen/vijvers

590.000 m2

Parkmeubilair

800 stuks

Beheer Het gewenste kwaliteitsniveau van het openbare groen is vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Om kapitaalvernietiging te voorkomen is aanvullend in september 2017 de Notitie Kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om meer arealen op een basis niveau te gaan onderhouden. Vanwege de eerste lockdown door Corona is een deel van de groenmedewerkers van Caparis een tijdje niet aan het werk geweest. Hierdoor is een deel van het openbare groen niet op het gewenste niveau onderhouden. Deze lagere kwaliteit deed zich voornamelijk voor in de natuurlijke beplanting (sierplantsoenen e.a.) en heeft geen gevolgen voor lange termijn. Binnen het begrote budget worden de arealen groen op de vastgestelde niveaus onderhouden. Beeldkwaliteit

Centra

Woon gebied

Hoofd wegen

Bedrijven terrein

Groen gebieden / parken

Buiten gebied

Begraaf plaatsen

Bomen

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Bosplantsoen

Basis

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Basis

Sierbeplanting

Basis

Basis

Basis

Laag

Basis

Laag

Hoog

Hagen

n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Laag

Laag

Hoog

Grasveld

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Laag

Hoog

Bermen

n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Kruidenrijk gras

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

n.v.t.

Basis

Watergangen/vijvers

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

93

Parkmeubilair

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Hoog

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met de aanpassingen op het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (15-10-2015) en de Notitie Kapitaalgoederen 2017. In overeenstemming met het BKP is in 2020 circa € 1,9 miljoen beschikbaar voor onderhoud. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door eigen dienst en Caparis.

Gebouwen Kerncijfers De gemeente heeft 54 gebouwen in beheer en eigendom. Het gemeentelijk vastgoed heeft een herbouwwaarde van circa € 63 mln. Gemeentelijk vastgoed

Functieomschrijving

Aantal

Bedrijfsvoering

11

Maatschappelijk

15

Monumentaal

8

Voormalige scholen en leegstaande gebouwen

6

Dorpshuizen

5

Overig

9

Totaal gebouwen

54

Beheer Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Deze gebouwen zijn meestal al geheel afgeschreven, indien dit niet het geval is is de boekwaarde lager dan de marktwaarde. Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijks een zodanige dotatie aan de voorziening dat deze toereikend is voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. Toekomst Overbodig vastgoed wordt afgestoten (sloop of verkoop). Voor het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Openbare verlichting Kerncijfers In Opsterland staan circa 4.400 lantaarnpalen waarvan ongeveer 90% in beheer en eigendom van de gemeente zijn. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln.

Van het areaal bestaat 42% uit energiezuinig LED.

94

Beheer De beleidsuitgangspunten van de openbare verlichting staan vastgelegd in de notitie "Licht in de Duisternis" (2009). De masten worden onderhouden op CROW kwaliteitsniveau B (is overeenkomstig aan het ‘basisniveau’ zoals vastgelegd in het BKP). Het begrote budget wordt gebruikt voor het onderhouden (in stand houden) van de huidige installatie. Voor vervanging wordt indien aan de orde een vervangingskrediet aangevraagd.

Financiële toelichting De uitgaven voor de riolering, vaarwegen en kunstwerken, groen en openbare verlichting zijn in lijn met de begroting. Bij wegen en verharding is € 109.000 meer uitgegeven dan begroot. In de voorziening onderhoud gebouwen is € 174.000 meer gestort dan begroot.

Financiering Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien van voldoende vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en de gemeente te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen. 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Kaderstellende documenten Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017). Beleidskader reserves en voorzieningen (2016). Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen.

Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2020 is dit voor onze gemeente maximaal € 6,59 miljoen. Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan

95

die van langlopende leningen. Eind 2020 is een nieuwe langlopende lening aangegaan met een positief rentepercentage. Uit onderstaande tabel blijkt dat we de kasgeldlimiet in 2020 niet hebben overschreden. De Wet Fido geeft aan dat de kasgeldlimiet niet mag worden overschreden. Indien een overschrijding voor het derde achtereenvolgende kwartaal geschiedt, dan dient de toezichthouder daarvan middels een rapportage op de hoogte te worden gebracht en dient een plan te worden overgelegd waarin is vermeld hoe de gemeente binnen de kasgeldlimiet blijft. Het geheel is aan goedkeuring onderworpen. Om te voorkomen dat in het derde kwartaal de kasgeldlimiet ook wordt overschreden wordt in het eerste of tweede kwartaal geanticipeerd op het teniet doen van de overschrijding door het aantrekken van langlopende leningen. Indien de overschrijding het gevolg is van incidentele wijzigingen in de inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld met betrekking tot de grondexploitaties kan aan de toezichthouder een ontheffing worden gevraagd. Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in, dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 15,5 miljoen renterisico mogen lopen. Het totaal op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2020 bedraagt € 2,8 miljoen.

We voldoen aan de renterisiconorm Renteschema In 2020 is rente over de grondexploitatie en de voorziening riolering toegerekend. De resterende rentelast is niet toegerekend aan taakvelden maar opgenomen onder treasury.

96

x € 1.000 Kasgeldlimiet

1e

2e

3e

4e

kwartaal

kwartaal

kwartaal

kwartaal

2020

2020

2020

2020

77.500

77.500

77.500

77.500

Grondslagpercentage

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Toegestane kasgeldlimiet

6.588

6.588

6.588

6.588

Vlottende schuld

12.980

13.470

13.300

5.040

Vlottende middelen

2.400

5.940

11.270

11.030

Totaal netto vlottende schuld

10.580

7.530

2.030

(5.990)

Toegestane kasgeldlimiet

6.588

6.588

6.588

6.588

Totaal netto vlottende schuld

10.580

7.530

2.030

(5.990)

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

(3.993)

(942)

4.558

12.578

Omvang begroting (stand primaire begroting)

Toets kasgeldlimiet

x € 1.000 Renterisico vaste schuld over de jaren 2020 t/m 2023

2020

2021

2022

2023

77.500

77.500

77.500

77.500

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

15.500

15.500

15.500

15.500

Renteherziening

0

0

0

0

Aflossingen

2.800

2.800

2.800

2.800

Rente risico

2.800

2.800

2.800

2.800

Renterisiconorm

15.500

15.500

15.500

15.500

Totaal rente risico

2.800

2.800

2.800

2.800

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

12.700

12.700

12.700

12.700

Omvang begroting (stand primaire begroting) Grondslagpercentage

Toets renterisico

x € 1.000 Renteschema realisatie 2020

a. Werkelijke lasten over de korte en lange financiering

291

b. Werkelijke externe rentebaten (idem)

42

Saldo rentelasten en rentebaten

249

97

c1. Werkelijke rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend

11

c2. Werkelijke rente van projectfinanciering

0

c3. Werkelijke rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke

0

lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) 11 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

238

d1. Werkelijke rente over eigen vermogen

0

d2. Werkelijke rente over voorzieningen

41

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

197

e. De aan taakvelden werkelijke toegerekenede rente Verschil

197

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn. De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "zijn we in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Hoe lopen de processen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Deze zaken hebben permanent aandacht. Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het goedkoper en beter? In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering spelen. Kaderstellende documenten Organisatieverordening (2017).

Inkoop en aanbestedingsbeleid OWO 2018 (2018-16078). Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld). Bestuursovereenkomst OWO 2015 (2016-13886). Organisatieontwikkeling De ontwikkeling van de organisatie maakt onderdeel uit van een traject voor het invoeren van de nieuwe organisatie structuur. In 2020 is vooral veel tijd gestoken in het voorbereiden van de nieuwe structuur. Ook hier heeft de coronacrisis helaas wel een vertragend effect gehad. Daardoor is fase 1 (de formele inrichting) niet op 31 december 2020 maar op 1 maart 2021 afgerond. De organisatie is van een MT- naar een directiemodel gegaan. Deze wijziging is budgetneutraal uitgevoerd. In het voorjaar van 2021 wordt fase 2 (de inhoudelijke inrichting) afgerond. In het voorjaar wordt fase 3, het ontwikkelen van de organisatie, opgepakt. Waar de accenten moeten worden gelegd wordt mede bepaald door de aandachtspunten die voortkomen uit fase 2. Daarnaast zal ook worden gekeken naar de integratie van de ontwikkelingen die door de coronacrisis in een versnelling zijn gekomen zoals het tijd- en plaatsonafhankelijk werken.

98

Samenwerking in OWO-verband De gemeente zet de samenwerking met Ooststellingwerf en Weststellingwerf voort. OWO heeft de volgende gezamenlijke afdelingen: 

Bedrijfsvoering (financiële administratie, personeels- en salarisadministratie, inkoop en aanbesteding, ICT, documentaire informatievoorziening en verzekeringen); gehuisvest te Wolvega.

Beheer en Registratie (belastingen, vastgoedinformatie en backoffice Werk, inkomen en zorg) ; gehuisvest te Oosterwolde;

Vergunningverlening, toezicht en handhaving; gehuisvest te Gorredijk.

De resultaten van deze samenwerking vloeien voort uit de afspraken in de Bestuursovereenkomst 2015. In de aparte paragraaf "OWO samenwerking" geven de drie OWO-afdelingen meer inzicht in wat er in 2020 is gerealiseerd. Professionalisering van de organisatie Bij een gemeente die modern wil besturen, hoort een professionele organisatie met modern werkgeverschap én werknemerschap. Het betekent ook een samenhangende aanpak, waarin de verschillende beleidsterreinen elkaar versterken. De verdere professionalisering van de organisatie is een van de doelen van de organisatieontwikkeling die in 2020 is gestart. In de paragraaf over organisatieontwikkeling wordt dit verder toegelicht. Digitalisering en 'anders werken' dragen ook bij aan deze professionalisering. Door de coronacrisis is het tijd- en plaatsonafhankelijk werken in een stroomversnelling gekomen. Tot slot houden we de kennis in de organisatie op peil met organisatiebrede cursussen en vakgerichte opleidingen.

Toezicht en controle op de gemeente Toezicht en controle op de gemeente Doel paragraaf toezicht en controle In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de toezichtvormen en controles die in 2021 zullen plaatsvinden. Het gaat hierbij om toezicht en controle op de gemeente. Dit ter onderscheiding van toezicht en handhaving die de gemeente uitvoert op activiteiten van burgers, bedrijven en instellingen. Puntsgewijs wordt ingegaan op: 1. Accountantscontrole en rechtmatigheid 2. Audits informatiebeveiliging 3. Horizontale verantwoording college aan de raad 4. Interbestuurlijk toezicht door de provincie 5. Rekenkamercommissie 6. Waarstaatjegemeente.nl

Ad 1 Accountantscontrole en rechtmatigheid De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden staan de wettelijke goedkeurings- en rapporteringstoleranties in een percentage van de omvangsbasis (de totale lasten van de gemeente) vermeld. De raad kan een lager percentage voor deze toleranties vaststellen. De uitgangspunten voor de accountantscontrole 2020 zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren:

99

De goedkeuringstolerantie is voor de jaarrekening 2020 vastgesteld op de wettelijke norm van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden.

De rapporteringstolerantie is voor de jaarrekening 2020 vastgesteld op 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden.

Overige uitgangspunten zijn: 1. Budgetrecht raad Als het door de raad geautoriseerde budget onvoldoende is, zal het college voor aanvullende budgettaire ruimte voorstellen doen aan de raad. Dit is niet nodig als er door het college dekking kan worden gevonden binnen het programma. Als de uitgave inhoudelijk niet overeenkomt met de doelstellingen van de raad, dan moet het college dit alsnog ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Mutaties worden elk jaar bij de Perspectiefbrief gemeld, waarbij het college een voorstel aan de raad overlegt tot het wijzigen van de lopende begroting. 2. Normenkader Het normenkader bestaat uit alle wet- en regelgeving, die van belang is voor de accountantscontrole. Het normenkader wordt jaarlijks per 31 december door het college vastgesteld en ter kennis van de raad gebracht. 3. Controleplan Het controleplan van de accountant over het verslagjaar 2021 zal met de auditcommissie van de raad worden afgestemd. Met het vaststellen van de begroting worden ook de bovenvermelde uitgangspunten voor de accountantscontrole vastgesteld. Ad 2 Audits informatiebeveiliging Informatiebeveiliging wordt steeds belangrijker. Als gemeente werken we met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid(BIO). De BIO bestaat uit een stelsel van maatregelen op organisatorisch, fysiek en technisch gebied en is gelijk getrokken voor de gehele overheid.

Daarnaast zijn er specifieke wetten waar we aan moeten voldoen, zoals de basisregistratie personen (BRP), de paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet), de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), de basiskaart grootschalige topografie (BGT), Basis registratie ondergrond (BRO) en DigiD. Door de ENSIA zelfevaluatietool zijn we als gemeente in staat om te kijken hoe de organisatie ervoor staat op het gebied van de bovenstaande wetten. Dit betekent dat maar één keer per jaar de zelfevaluatielijst ingevuld hoeft te worden. De informatie wordt gebruikt voor de horizontale verantwoording aan de gemeenteraad en aan diverse verticale verantwoordingslijnen als departementen. ENSIA heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke planning & control-cyclus. Hierdoor heeft de gemeenteraad meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid en kan hij bijsturen op de voortgang van de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging gemeenten (BIG). Ad 3 Horizontale verantwoording van college aan de gemeenteraad Door de invoering van de Wet revitalisering generiek toezicht is de controlerende taak van de gemeenteraad versterkt.

Dit komt tot uitdrukking door de volgende activiteiten: a. meer aandacht voor de uitvoering van de medebewindstaken in de jaarstukken en b. deelname aan het VNG-project Versterken horizontale verantwoording. Dit project richt zich op verantwoording via de website “www.waarstaatjegemeente.nl”.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=31b861a2-3de9-4e7b-9945-356e9463dbf8