Bijlage 1 Biodiversiteitsplan Opsterland 2026-2036 "Rûch is it nije kreas" (oud)
Tekst van het document
Biodiversiteitsplan Opsterland Rûch is it nije kreas 2026 – 2036
0
Biodiversiteitsplan Opsterland Rûch is it nije kreas 1 2026 – 2036
1
Rûch is it nije kreas = ruig is het nieuwe netjes
1
Inhoud
Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 Samenvatting........................................................................................................................................... 4 1. Aanleiding ............................................................................................................................................ 5 2. Biodiversiteit........................................................................................................................................ 5 2.1 Wat is biodiversiteit....................................................................................................................... 5 2.2 Stand van zaken biodiversiteit ...................................................................................................... 7 2.3 Biodiversiteit in Opsterland ........................................................................................................... 8 2.4 Nulmeting ...................................................................................................................................... 9 3. Beleidsuitgangspunten biodiversiteit ................................................................................................
11 3.1 Ambitie ........................................................................................................................................ 11 3.2 Opgave gemeente; biodiversiteit versterken .............................................................................. 11 3.3 Klimaatadaptatie en biodiversiteit .............................................................................................. 12 4. Gebiedsindeling biodiversiteit ........................................................................................................... 13 4.1 Dorpen; verstedelijkt gebied, groen en water ............................................................................ 13 4.2 Buitengebied; wegen, watergangen en overige gemeentelijke eigendommen ......................... 13 4.3 Buitengebied; agrarisch gebied en natuurgebieden (NNN, Natura2000) ................................... 13 5. Biodiversiteit per thema .................................................................................................................... 13 5.1 Biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen............................................................................... 13 5.2 Ecologisch beheer openbare ruimte ...........................................................................................
14 5.3 Invasieve exoten .......................................................................................................................... 15 5.4 Verkoop groenstroken, verhuur en pachting van grond ............................................................. 15 6. Participatie, bewustwording en samenwerking ................................................................................ 16 6.1 Participatie .................................................................................................................................. 16 6.2 Bewustwording en communicatie ............................................................................................... 16 6.3 Samenwerking ............................................................................................................................. 16 7. Maatregelen ...................................................................................................................................... 17 7.1 Beheer en onderhoud van de openbare ruimte ......................................................................... 17 8. Monitoring en evaluatie .................................................................................................................... 18 9. Organisatie en financiën....................................................................................................................
18 SMART-doelstellingen biodiversiteit ................................................................................................. 19 Bijlagen .................................................................................................................................................. 20 Bijlage 1 – Overzichtskaart gemeentelijke eigendommen ................................................................ 21 Bijlage 2 – Nulmeting Biodiversiteit 2025 ......................................................................................... 22 Bijlage 3 – 40 punten checklist van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging ...... 27 Bijlage 4 – Stem van Opsterland........................................................................................................ 28 2
Voorwoord It bioferskaat yn ús gemeente stiet ûnder druk. Tagelyk biedt it unike lânskip fan Opsterlân folop kânsen foar werstel en fersterking. Mei grutskens presintearje ik jo dit Biodiversiteitsplan, wêryn't wy as gemeente ús ferantwurdlikheid nimme om it ferskaat oan libben yn ús doarpen, it bûtengebiet en natuergebieten te behâlden en te fersterkjen. Dit plan is net allinnich in beliedsdokumint, mar ek in útnûging ta gearwurking. Want biodiversiteit is wat fan ús allegearre. Fan de gemeentlike organisaasje oant agrariërs, natuerorganisaasjes, skoallen en ynwenners: mei-inoar kinne wy it ferskil meitsje. De belutsenens fan ús ynwenners fia it platfoarm “Stem van Opsterland” lit sjen dat bioferskaat libbet yn ús doarpen. Dy belutsenens is in krêft dy't wy benutte wolle. Wy sette yn op in gebietsrjochte oanpak, ekologysk behear, natuerynklusive maatregels en edukaasje. Dêrby hawwe wy dit jier in nulmjitting útfierd neffens de Meetlat Biodiversiteit. Mei konkrete doelstellingen wolle wy wurkje oan in takomstbestindige leefomjouwing foar minske, bist en plant. Ik nûgje jo fan herten út om mei te dwaan. Want bioferskaat begjint by ússels – yn ús tunen, griengebieten, berms, skoallen en strjitten. Tegearre meitsje we Opsterlân griener, sûner en riker oan libben. Ut namme fan it kolleezje fan boargemaster en wethâlders fan de gemeente Opsterlân, Wethâlder Durk Durksz.
De biodiversiteit in onze gemeente staat onder druk. Tegelijkertijd biedt het unieke landschap van Opsterland volop kansen voor herstel en versterking. Met trots presenteer ik u dit Biodiversiteitsplan, waarin we als gemeente onze verantwoordelijkheid nemen om de verscheidenheid aan leven in onze dorpen, het buitengebied en natuurgebieden te behouden en te versterken. Dit plan is niet alleen een beleidsdocument, maar ook een uitnodiging tot samenwerking. Want biodiversiteit is iets van ons allemaal. Van de gemeentelijke organisatie tot agrariërs, natuurorganisaties, scholen en inwoners: samen kunnen we het verschil maken. De betrokkenheid van onze inwoners via het platform “Stem van Opsterland” laat zien dat biodiversiteit leeft in onze dorpen. Die betrokkenheid is een kracht die we willen benutten. We zetten in op een gebiedsgerichte aanpak, ecologisch beheer, natuurinclusieve maatregelen en educatie. Daarbij hebben we dit jaar een nulmeting uitgevoerd volgens de Meetlat Biodiversiteit. Met concrete doelstellingen willen we werken aan een toekomstbestendige leefomgeving voor mens, dier en plant. Ik nodig u van harte uit om mee te doen. Want biodiversiteit begint bij onszelf – in onze tuinen, groengebieden, bermen, scholen en straten. Samen maken we Opsterland groener, gezonder en rijker aan leven.
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland, Wethouder Durk Durksz.
3
Samenvatting De gemeente Opsterland wil biodiversiteitsverlies ombuigen naar herstel en versterking van de biodiversiteit. Dit biodiversiteitsplan vormt het beleidskader en sluit aan op de Omgevingsvisie 2023 en het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Mei-inoar Foarút’. In eerste instantie richt het plan zich op gemeentelijke eigendommen, maar samenwerking met bewoners, agrariërs en natuurorganisaties is ook belangrijk voor het behalen van de doelen. Biodiversiteit betekent de verscheidenheid aan leven in soorten, ecosystemen en genetische variatie. Een gezonde biodiversiteit vraagt om een leefomgeving die voorziet in vier basisbehoeften van soorten: voedsel, veiligheid, voortplanting en verplaatsing. Daarnaast zijn vocht, verbindingen en variatie in landschap ondersteunend aan het functioneren van ecosystemen. De biodiversiteit in Opsterland staat onder druk, net als wereldwijd. Belangrijke oorzaken zijn versnippering van leefgebieden, intensieve landbouw en klimaatverandering. Toch biedt het gevarieerde landschap van Opsterland kansen voor herstel. De gemeente stelt zich tot doel om in tien jaar tijd de biodiversiteit te behouden, te herstellen en te versterken. Dit gebeurt aan de hand van de systematiek van Basiskwaliteit Natuur (BKN) en de inzet van de Meetlat Biodiversiteit. Het plan kent een gebiedsgerichte aanpak.
In onze dorpen ligt de focus op een verdere vergroening van de leefomgeving, natuurinclusieve maatregelen en het versterken van verbindingen met het buitengebied. Langs wegen en watergangen worden ecologische verbindingen gerealiseerd via bijvoorbeeld kruidenrijke bermen, houtsingels en natuurlijke oevers. In het agrarische gebied en de grote natuurgebieden wordt samengewerkt met boeren en terreinbeherende organisaties aan herstel van landschapselementen en biodiversiteitsvriendelijk beheer. Biodiversiteit wordt meegenomen in ruimtelijke ontwikkeling met water, bodem en landschap als sturende principes. In de openbare ruimte worden ecologische beheervormen toegepast zoals gefaseerd maaien, het gebruik van gebiedseigen beplanting en het laten liggen van dood hout. Invasieve soorten worden actief bestreden in samenwerking met provincie en Wetterskip. Monitoring vindt plaats op basis van een nulmeting die in 2025 is uitgevoerd. Elke vijf jaar wordt opnieuw gemeten met de Meetlat Biodiversiteit. Resultaten worden geëvalueerd en teruggekoppeld aan de gemeenteraad. Inwoners en scholen worden actief betrokken bij biodiversiteitsprojecten en educatieprogramma’s. NME De Naturij werkt daarbij samen met basisscholen. Ook kunnen inwoners initiatieven indienen voor vergroening van hun omgeving via het initiatief openbare ruimte.
De gemeente voert diverse maatregelen uit, zoals variatie in maairegimes, het laten staan van dode bomen (waar mogelijk), herplant met gebiedseigen soorten, aanleg van plas-draszones en natuurlijke oevers. Daarbij zijn concrete SMART-doelstellingen opgesteld, waaronder het realiseren van vijf hectares extra kruidenrijk grasland, vijf educatieve projecten per jaar, jaarlijkse groei van bewonersinitiatieven, uitbreiding van natuurvriendelijke oevers en monitoring via vaste locaties. De uitvoering ligt bij een interne regiegroep biodiversiteit, die na vaststellen van het biodiversiteitsplan wordt gevormd. Er wordt voor extra structurele werkzaamheden een biodiversiteitsbudget aangevraagd en er wordt actief ingezet op externe financiering via onder andere provincie Fryslân en andere cofinanciering. Zo werkt Opsterland aan een toekomstbestendige leefomgeving voor mens, dier en plant.
4
1. Aanleiding Al decennialang is bekend dat een groenblauwe leefomgeving bijdraagt aan het welzijn van inwoners. De groene ruimte en vooral biodiversiteit staan in de belangstelling van inwoners en politiek, zeker ook omdat er een grote druk is op de schaarse beschikbare openbare ruimte. In de vastgestelde Omgevingsvisie van de gemeente Opsterland zetten wij in op de verbetering van biodiversiteit door het bevorderen van natuurherstel en het stimuleren van een natuurinclusieve samenleving. In het coalitieakkoord Opsterland 2022-2026 ‘Mei-inoar Foarút’ wordt ingezet op biodiversiteit vanuit de landbouw als hoeder van het buitengebied en onze identiteit en landschap. En ook vanuit natuur om in ieder geval de bestaande aanpak voort te zetten. Dit biodiversiteitsplan vormt hiervoor het beleidskader. Daarnaast sluit dit plan aan bij het provinciale biodiversiteitsbeleid van Fryslân en het landelijke Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Door deze koppeling wordt ook bijgedragen aan de nationale biodiversiteitsdoelen. In de omgevingswet is de ‘specifieke zorgplicht voor flora en fauna’ opgenomen. Dit betekent dat men altijd verplicht is om schade aan wilde planten- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken.
In de omgevingswet is ook aangegeven dat bij het verdwijnen of beschadigen van geschikt leefgebied van beschermde soorten en rode lijst-soorten dit gebied altijd hersteld of op een andere locatie teruggebracht moet worden. Daarnaast heeft de gemeenteraad het college eind 2023 verzocht om een actieplan voor biodiversiteit. Dit biodiversiteitsplan vormt hiervoor de basis en richt zich eerste instantie op de gemeentelijke organisatie en de gemeentelijke eigendommen in de openbare ruimte (zie bijlage 1).
2. Biodiversiteit 2.1 Wat is biodiversiteit Biodiversiteit betekent afwisseling/verscheidenheid (diversiteit) van leven (bio). Biodiversiteit gaat over soorten, hun leefgebieden en hun onderlinge relaties. Waarbij de grote genetische variatie binnen die soorten (planten en dieren) en de variatie aan ecosystemen waar ze deel van uitmaken, bepalend zijn. Het gaat om alles wat leeft, zowel op het land, in het water als in de bodem, én om de leefomgeving van die soorten en hun onderlinge relaties. Biodiversiteit heeft behalve op het aantal soorten dus ook betrekking op het aantal soorten in een biotoop, de diversiteit aan biotopen in een gebied en de diversiteit van landschappen.
5
Het is belangrijk dat een soort binnen zijn leefgebied alles vindt om te leven en overleven. Dit gebeurt volgens de 4 V’s; 1. Voedsel 2. Veiligheid 3. Voortplanting 4. Verplaatsing 5. En ondersteunend aan deze 4 V’s zijn; vocht, verblijf(plaats), verbinding, verspreiding en variatie Voedsel Verschillende inheemse boom-, struiken- en kruidensoorten bloeien en dragen vrucht op verschillende momenten in het jaar. Dit vormt voedsel voor verschillende diersoorten en zo vinden veel soorten insecten, vogels en kleine zoogdieren voldoende voedsel gedurende het hele jaar. Deze Variatie in beplanting zorgt voor een grotere Variatie in plantetende dieren die op hun beurt weer prooien vormen voor roofdieren. Zo ontstaat een samenhangend en stabiel ecosysteem. Ook dood hout en ander levend materiaal zijn belangrijke voedselbronnen voor tal van soorten. Daarnaast is Vocht zeer belangrijk. Zonder water geen leven. Dus zorgen voor schoon oppervlaktewater is belangrijk voor zowel water- als landdieren. Maar ook een goede vochthuishouding in de bodem is van het grootste belang. Vocht is de basis voor een rijk bodemleven en daarmee kan een bodem meer vocht en CO 2 vasthouden. Veiligheid De leefomgeving van een groep dieren is op zijn best als de omgeving veilig is en er voldoende schuilplekken zijn om weg te duiken voor vijanden of om te schuilen tegen het weer.
Veiligheid wordt voor veel soorten voornamelijk gevormd door dichte plantengroei zoals struweel of dichte struiken. Maar ook takkenrillen of boomholtes kunnen Verblijfplaatsen vormen die veiligheid bieden. Egels houden hun winterslaap bijvoorbeeld in dichte nesten van bladeren en kikkers gebruiken een modderige bodem van een sloot om veilig te overwinteren. Een Variatie in structuren zoals bosjes en houtwallen, poelen en beken en voldoende hoge (kruidachtige) planten biedt vaak goede veiligheid voor veel soorten. Ook het laten liggen van natuurlijk materiaal, zoals takken, bladeren en boomstammen trekt meer dieren aan. Door genoeg Variatie in een gebied te brengen versterkt de biodiversiteit. Voortplanting Voor het voortbestaan van soorten is het cruciaal dat ze zich kunnen voortplanten. Iedere soort stelt zijn specifieke eisen aan de voortplanting. Dit kunnen bijvoorbeeld Verblijfplaatsen zijn zoals vogelnesten, dassenburchten, konijnenholen, vleermuiskasten en bijenhotels. Voor vlinders zijn de juiste plantensoorten voor hun rupsen van belang en voor amfibieën moet geschikt voortplantingswater aanwezig zijn. Verplaatsing Wanneer dieren natuurlijke Verbindingen hebben waarlangs ze zich kunnen Verplaatsen, is het gemakkelijker om Voedsel of een partner voor de Voortplanting te vinden.
De genetische variatie wordt groter wanneer populaties niet geïsoleerd van elkaar leven en die genetische variatie geeft ziektes en plagen minder kans. Deze Verspreiding van soorten zorgt voor stabielere populaties. Zo is het landschap vanuit biodiversiteit in te delen in kerngebieden, bufferzones met stapstenen, verbindingen en landschappelijke zones. Wanneer dit gerealiseerd wordt, vindt er uitwisseling plaats tussen soorten en leefgebieden.
6
2.2 Stand van zaken biodiversiteit De huidige stand van biodiversiteit is zorgwekkend. Wereldwijd verdwijnen soorten in een alarmerend tempo door factoren als habitatverlies, klimaatverandering, vervuiling en overexploitatie. Dit leidt tot een afname van de biodiversiteit, wat gevolgen heeft voor ecosystemen en de diensten die ze bieden aan de mens, de ecosysteemdiensten. Ondanks dat hier geen exacte cijfers over zijn, kan aangenomen worden dat ook in Opsterland de biodiversiteit de laatste decennia is afgenomen.
7
De basis van biodiversiteit ligt in een rijk bodemleven met wormen, micro-organismen en bijvoorbeeld duizendpoten. Deze zorgen ervoor dat dood organisch materiaal, zoals mest en strooisel, wordt omgezet in voedingsstoffen die bruikbaar zijn voor planten. Een bodemleven met meer diversiteit leidt tot een grotere variatie aan plantensoorten, zodat er meer geschikte plekken en voedsel voor plantenetende soorten komt. 2.3 Biodiversiteit in Opsterland In Opsterland is biodiversiteit een belangrijk aandachtspunt. De gemeente heeft diverse natuurgebieden die een rijke flora en fauna herbergen. De gemeente Opsterland ligt midden in de Zuidoosthoek van de Friese Wouden. Het Opsterlandse landschap wordt gekenmerkt door bossen, heide- en natuurgebieden, graslanden, kanalen en veengebieden en is uniek in de regio. Dit gevarieerde landschap vormt een belangrijke drager van biodiversiteit. De soortenrijkdom neemt aantoonbaar toe met de heterogeniteit van een gebied, dus met een grote variatie. Maar ook hier zijn er uitdagingen ontstaan door de versnippering van habitats en de impact van menselijke activiteiten op natuurlijke ecosystemen.
NNN (Natuur Netwerk Nederland) (bron provincie Fryslân). Landschapselementen Het Opsterlandse agrarische landschap kenmerkt zich in grote mate door groene, opgaande landschapselementen. Deze landschapselementen hebben een grote waarde voor de biodiversiteit, zeker in het agrarisch gebied waar de biodiversiteit onder druk staat. Bij houtopstanden gaat het om houtsingels, bomenrijen, houtwallen, heggen/hagen, knot- en solitaire bomen. Naast houtopstanden kenmerkt het landschap zich door bossen en begroeiingen van kruiden en ruigten én natte elementen zoals slootkanten, natuurvriendelijke oevers en poelen. Ook sloten worden tot de landschapselementen gerekend. Veel planten en dieren zijn in het landelijk gebied afhankelijk van deze landschapselementen die het gebied doorsnijden: de groenblauwe dooradering. De elementen zijn belangrijke habitats (verblijf- en voortplantingsplekken), maar leveren ook voedsel en schuilmogelijkheden. Daarnaast vormen zij voor veel organismen essentiële verbindingszones. De mate waarin landschapselementen kunnen bijdragen aan deze functies is afhankelijk van hun kwaliteit en van de patronen die zij vormen. Zo is een gedifferentieerde gelaagdheid met zowel bomen, struiken, ruigten en kruiden van belang. Hierbij
8
kijken we naar de 4 V’s (§2.1). Onze dorpen zijn goed verankerd in het landschap; er zijn meestal verbindingen vanuit het dorp via de landschapselementen naar het buitengebied. De dooradering bestaat in het coulisselandschap van ons oostelijk zandgebied voor een veel groter deel uit houtige opgaande begroeiingen dan in het open veenweidegebied, waar de invulling meer gericht is op natuurvriendelijke oevers, slootkanten en extensieve kruidenrijke graslanden. De meeste landschapselementen zijn in eigendom en beheer bij derden, waardoor de gemeente de samenwerking zoekt om goede verbindingen te leggen. Ook is er voor Friesland een digitale kansenkaart van het insectennetwerk opgesteld. Naast bodem en vegetatie vormt de aanwezigheid van insecten de basis voor een goede biodiversiteit. De NNN en de dorpen bieden hoge kansen voor insecten en daarmee voor het verhogen van biodiversiteit. Uit de verschillende kaarten blijkt dat de basis voor Opsterland goed is. Dit komt onder ander door het grote aantal bomen in Opsterland. Bomen hebben een hoge waarde voor biodiversiteit, met name de inheemse autochtone soorten. 2.4 Nulmeting Om te kunnen beoordelen of (te nemen) maatregelen het gewenste effect hebben, is een uitgangssituatie nodig, de nulmeting. Deze nulmeting wordt uitgevoerd volgens de methode ‘Meetlat Biodiversiteit in de praktijk’ van IPC Groene Ruimte.
De meetlat biodiversiteit geeft aan of iets aanwezig is of niet, dus geen goed of fout. Om verschillende redenen is gekozen voor de Meetlat Biodiversiteit, te weten: ▪ De meetlat is ontwikkeld door ecologen en praktijktrainers van IPC Groene Ruimte, en is gebaseerd op de 6-V systematiek (voedsel, veiligheid, voortplanting, verplaatsing, variatie en verbinding). Deze systematiek is in §2.1 beschreven met de 4 V’s. ▪ De meetlat biedt een objectieve manier om biodiversiteit te meten aan de hand van indicatoren zoals structuurvariatie, aanwezigheid van water, schuilplaatsen en voedselbronnen. ▪ Met deze meetlat krijgen we inzicht in de invloed van onze beheermaatregelen op de soortenrijkdom. Dit helpt bij het bijsturen van beheer en inrichting ten gunste van biodiversiteit. ▪ De meetlat biedt mogelijkheden om biodiversiteit te koppelen aan andere ruimtelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, waterbeheer en natuurinclusief bouwen. ▪ De meetlat is geschikt voor lange termijn monitoring om de effectiviteit van maatregelen evalueren. De biodiversiteitsmeetlat registreert de aanwezigheid van ecologische elementen zoals structuur, voedsel, schuilplaatsen en verbindingen en gaat uit van een maximaal te behalen waarde van 280 punten. Dit betreft de ultieme situatie in natuurgebieden. In overleg met IPC Groene Ruimte hebben wij voor Opsterland een minimale en streefwaarde bepaald.
Deze dienen als hulpmiddel bij evaluatie en bijsturing van beleid, maar zijn niet juridisch bindend. De waarden zijn gebaseerd op ecologische expertise en praktijkervaring. In het najaar van 2024 heeft Team Uitvoering Opsterland een training gevolgd om de meetlat toe te passen. Zij hebben de nulmeting in 2025 uitgevoerd. Voor de nulmeting is de volgende gebiedsindeling gehanteerd: ▪ Woonwijk; groen en centra/verstedelijkt ▪ Park of groengebied ▪ Wegbeplanting; veen- en zandgebied De meetlat biodiversiteit beoordeelt gebieden op vier hoofdcriteria, te weten: ▪ Bosgemeenschap en structuurvariatie ▪ Gradiënten en watergebonden soorten ▪ Planten; kruiden, bomen, struiken e.d. ▪ Schuilplekken en verplaatsingsmogelijkheden Deze hoofdcriteria zijn onderverdeeld in meerdere vragen met een puntenwaardering (zie bijlage 2). In onderstaande tabel zijn de waarden samengevat.
9
Meetlat Biodiversiteit Opsterland Maximale waarde Meetlat
Woonwijk Groen
Woonwijk Centra
Park-groengebied
Wegbeplanting Zand
Wegbeplanting Veen
Minimale Streef- Nulmeting Minimale Streef- Nulmeting Minimale Streef- Nulmeting Minimale Streef- Nulmeting Minimale Streef- Nulmeting waarde waarde 2025 waarde waarde 2025 waarde waarde 2025 waarde waarde 2025 waarde waarde 2025 Criteria bosgemeenschap en structuurvariatie = 76 Gradiënten en watergebonden soorten = 70
22
56
30,5
19
33
27,9
52
74
45,3
39
70
40,7
28
55
27,3
41
70
34,3
26
56
25,3
44
70
40
43
66
23,3
37
56
26,3
20
46
24,8
9
37
20,4
31
50
34,3
23
52
28,7
22
48
16
41
72
42,1
38
67
40,6
42
78
54,7
51
76
46,3
37
62
39,3
124
244
132
92
193
114
169
272
174
156
264
139
124
221
109
Criteria planten (kruiden, bomen, struiken, etc) = 54 Criteria schuilplaatsen en verplaatsingsmogelijk heden = 80 Totale waarde = 280
Wanneer de minimale waarde en streefwaarde naast de nulmeting worden gezet, blijkt dat bij de meeste gebieden de score boven de minimale waarde ligt, alleen de wegbeplanting in veengebieden komt iets lager uit. Op deze wijze is er inzicht gekregen in de natuurwaarde van de openbare ruimte en specifiek het openbaar groen in Opsterland. Het beheer en onderhoud kan gericht aangepast worden op het vergroten van de biodiversiteit door meer voorwaarden aan te leggen of te brengen. De conclusie is, dat het gemeentelijk groen op veel plekken al een goede waarde heeft voor de biodiversiteit. Sommige onderdelen hebben de maximale score, maar andere onderdelen een lage tot zelfs geen score. Daar zijn verbeteringen mogelijk, zoals meer gelaagdheid in de beplanting, meer dood hout en ook kruidenrijk gras en oever- en waterbeplanting ‘s winters laten staan, zodat dieren en insecten in de ruigte kunnen overwinteren. Criteria met lagere score of afwezig Doodhout; staand en liggend Gelaagdheid Open plekken (zand) Natte en droge oeverbeplanting Oeverbeplanting deels 's winters laten overstaan Takkenrillen/-hopen Ruigte/kruiden deels 's winters laten overstaan Hoeveelheid blad Klimplanten
Waar mogelijk worden maatregelen in de komende jaren uitgevoerd, waarna met een nieuwe meting volgens de biodiversiteitsmeetlat bekeken wordt of de maatregelen ondersteunend zijn in het voorwaarden scheppen voor meer biodiversiteit. Adaptieve cyclus De gemeente hanteert een plan-do-check-act-cyclus. Op basis van de meetresultaten worden maatregelen geëvalueerd en waar nodig aangepast. Deze adaptieve benadering zorgt ervoor dat het beleid flexibel inspeelt op nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden.
10
3. Beleidsuitgangspunten biodiversiteit 3.1 Ambitie De gemeente Opsterland streeft naar een duurzame en gezonde leefomgeving waarin biodiversiteit een centrale rol speelt. ▪ Wij zetten in op de openbare (groene) ruimte, welke door de gemeente zelf wordt ingericht en onderhouden. ▪ Het biodiversiteitsverlies buigen we in de gemeentelijke openbare ruimte om door ecosystemen te herstellen en de biodiversiteit te laten toenemen. ▪ We zetten in een periode van 10 jaar stappen, zodat we de gemeente Opsterland leefbaar houden voor mens, dier en plant. We gebruiken hiervoor de meetlat biodiversiteit. ▪ We verbeteren de kwaliteit van water en bodem en herstellen en versterken daarmee de biodiversiteit.
Het is onze ambitie om de biodiversiteit te behouden, te herstellen en te versterken door voorwaardenscheppend bezig te zijn. Behouden Bijzondere soorten en natuurwaarden die binnen Opsterland voorkomen worden beschermd en maatregelen worden genomen om ze te behouden. Dat geldt ook voor meer algemeen voorkomende soorten. Ook wordt erop ingezet om de groene ecologische structuur te behouden, ondanks de druk op deze ruimte vanuit de andere grote opgaven. Herstellen De kwaliteit van de natuur binnen de gemeente wordt hersteld. Als uitgangspunt voor herstel gebruiken we de systematiek van ‘Basiskwaliteit Natuur’, we sluiten aan bij ons landschap. Versterken Vanuit deze basis wordt de natuur en (waar mogelijk) de ecologische structuur de komende jaren verder versterkt. Er ontstaat zo een steeds sterker natuurlijk (eco-)systeem, dat wordt gekenmerkt door een hogere biodiversiteit dan op dit moment aanwezig is. Hierbij wordt gewerkt aan een toekomstbestendige natuur, die binnen Opsterland de beste kans heeft om zich te ontwikkelen en in stand te houden. Doelstellingen 1. We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van populaties door betere voorwaarden te scheppen. 2. Water, bodem en landschap zijn sturende uitgangspunten bij het inrichten en beheren van de leefomgeving. 3.
We herstellen en versterken bestaande groenblauwe structuren en stimuleren uitbreiding hiervan. 4. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op het versterken van biodiversiteit met een goede vertaling in projecten en werkzaamheden. 3.2 Opgave gemeente; biodiversiteit versterken Bij versterken van biodiversiteit gaat het om een aantal zaken: ▪ Aansluiten bij het landschap. ▪ Vergroten van de variatie, op allerlei schaalniveaus. ▪ Vergroten van de leefgebieden van soorten. ▪ Verbinden van leefgebieden van soorten, dus bijdragen aan de vorming van een ecologisch netwerk. ▪ Duurzaamheid: soorten voldoende ruimte en tijd bieden om hun levenscyclus te voltooien en vooral inzetten op maatregelen die langere tijd zijn vol te houden.
11
Gezamenlijk zorgt dit ervoor dat ook wordt voldaan aan de vier behoeften van soorten: voedsel, voortplanting, veiligheid en verplaatsing. 3.3 Klimaatadaptatie en biodiversiteit Maatregelen voor meer biodiversiteit en voor klimaatadaptatie gaan voor een groot deel samen. Meer groen zorgt voor een directe wateropvang en dus minder snel wateroverlast bij hoosbuien. Ook zorgt groen voor verkoeling en verdroogt de omgeving minder snel. Ten opzichte van verharding scheelt dit op een warme dag al snel 20 oC. Zeker als er ook bomen en struiken staan, die voor extra schaduw zorgen. Ook de aanleg van wadi’s om water op te vangen, kunnen met een plus op biodiversiteit ingericht worden. 3.4 De basis op orde; Basis Kwaliteit Natuur Basis Kwaliteit Natuur (BKN) is de minimale kwaliteit van het leefgebied voor de specifieke soorten van dat leefgebied. Welke condities (abiotisch, inrichting en beheer) zijn er nodig, zodat algemene soorten ook algemeen blijven of worden. Want veel algemene soorten nemen af en dat is een teken van de verslechterde kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat dan juist om soorten die ook buiten de natuurgebieden verblijven, dus in de dorpen en het agrarische gebied. De BKN is bedoeld voor gebieden waar natuur niet de hoofdfunctie heeft.
Het streven is een gezonde biodiversiteit waarbij de fundamenten als gezonde bodems, schoon water en schone lucht worden gewaarborgd. BKN wordt gedefinieerd per landschapstype. Op hoofdlijnen is dit voor Opsterland aan de oostzijde het zandgebied met heideontginningen, woudontginningen, hoogveenontginningen, en aan de westzijde het veenweidegebied met de veenkoloniën en laagveengebieden.
Fysisch geografisch regio’s Friesland (bron Atlas Natuurlijk Kapitaal).
12
De BKN is een instrument om voor elk landschap aan te geven welke acties nodig zijn om de voor dat landschap karakteristieke, ‘algemene’ inheemse planten en dieren te stimuleren. De algemene richtlijnen voor BKN zijn grotendeels hetzelfde voor de verschillende landschapstypen. Het belangrijkste is dat het bij Basiskwaliteit Natuur gaat om het verbeteren van het gehele systeem. Dus niet alleen een groenstrook aanleggen, maar ook zorgen voor verbinding, een goede waterkwaliteit en weinig verstoring. Daarbij wordt vanuit de BKN gekeken naar 6 V’s; variatie, voedsel, veiligheid, vocht, voortplanting en verbindingen.
4. Gebiedsindeling biodiversiteit 4.1 Dorpen; verstedelijkt gebied, groen en water In de dorpen ligt de focus op het vergroenen van de leefomgeving, met maatregelen als het aanleggen van gevarieerde inheemse autochtone beplanting en gevelgroen. Groene verbindingen tussen dorpsranden en het buitengebied versterken de biodiversiteit. Biodiversiteit wordt meegenomen bij herinrichtingsplannen van woonwijken, centra en wegen. Door het toepassen van natuurinclusieve maatregelen bij (ver)bouwprojecten zoals neststenen/kasten, groendaken en inheemse autochtone beplanting wordt de biodiversiteit in het stedelijk gebied vergroot. 4.2 Buitengebied; wegen, watergangen en overige gemeentelijke eigendommen Het buitengebied biedt kansen voor vergroening via ecologisch bermbeheer, het aanleggen van natuurlijke oevers, en behoud of aanplant van houtsingels en bomenrijen. Deze elementen maken deel uit van de groenblauwe dooradering en vormen een netwerk voor dieren en planten. Gemeente Opsterland richt zich op gefaseerd beheer en vergroting van variatie in structuur en vegetatie. 4.3 Buitengebied; agrarisch gebied en natuurgebieden (NNN, Natura2000) Met de agrariërs in onze gemeente gaan wij in gesprek over de mogelijkheden om biodiversiteit te bevorderen en over de wijze waarop de gemeente hierbij kan ondersteunen.
Daarbij moet niet direct aan financiële ondersteuning door de gemeente gedacht worden. Maar de mogelijkheid van het verkennen van extra subsidiemogelijkheden (Rijk, provincie) naast de al bestaande regelingen. Er wordt ook samen met natuurorganisaties en grondeigenaren ingezet op het versterken van de biodiversiteit via agrarisch natuurbeheer, het herstel van landschapselementen, kruidenrijke gras/akkerranden, plas-draszones en weidevogelbeheer. In Natura2000-gebieden wordt aangesloten op bestaande beheerplannen. Voor het Natuur Netwerk Nederland wordt de verbinding met andere waardevolle gebieden verbeterd, waar dit kan (werk-met-werk-maken) door verbindingszones en fauna-uitwisselingspunten.
5. Biodiversiteit per thema 5.1 Biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen door de gemeente wordt biodiversiteit als essentieel onderdeel meegenomen. Dit houdt in dat bij de planning van nieuwe projecten en andere werkzaamheden rekening wordt gehouden met de impact op lokale ecosystemen en dat er maatregelen worden genomen om deze minimaal te beschermen. Om dit op tijd in de planvorming te borgen, wordt ingezet op een goede integrale afstemming, waarbij water, bodem en landschap sturend zijn. Dit is ook de visie op de groene ruimte c.q. buitengebied van het coalitieakkoord, namelijk een goede balans tussen
13
natuur, landbouw, water, klimaat en biodiversiteit. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van de 40punten checklist (zie bijlage 3) van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV). Deze checklist biedt een breed scala aan concrete maatregelen die toepasbaar zijn in de gebouwde omgeving en op terreinen met een mix van bebouwing en groen. Dit doen we als volgt: ▪ Natuurinclusief bouwen stimuleren voor woningen boven de Nationale Hypotheek Garantie: zoals neststenen, groene daken, gevelgroen en insectenvoorzieningen. ▪ Groene normen opnemen in stedenbouwkundige plannen, gestreefd wordt naar: minimaal 30% natuurlijk groen, gebruik van inheemse autochtone soorten en de 3-30-300-regel hanteren (zie §5.2). ▪ Ecologische verbindingen integreren in het ontwerp: via analyse en versterking van groenblauwe structuren. Water, bodem en landschap zijn sturend. ▪ Biodiversiteitstoets: meetlat biodiversiteit vooraf inzetten bij ruimtelijke ontwikkelingen, waar de gemeente het initiatief heeft. ▪ Vergroeningsmaatregelen koppelen aan klimaatadaptatie: o.a. wadi's, schaduwrijke zones, multifunctioneel groen. 5.2 Ecologisch beheer openbare ruimte De openbare ruimte wordt zo ingericht en beheerd dat deze bijdraagt aan de biodiversiteit. Ook hier zijn water, bodem en landschap sturend.
Dit kan onder andere door het planten van inheemse autochtone soorten en het creëren van natuurlijke habitats in de openbare groene leefomgeving. Ook wordt jaarlijks bijgehouden hoe het met de biodiversiteit is in de openbare ruimte door metingen uit te voeren volgens de meetlat Biodiversiteit. Dit is geen totale meting, zoals voor de nulmeting is uitgevoerd. Ecologisch beheer betekent het beheer zo inrichten dat flora en fauna optimaal kunnen floreren. Voorbeelden zijn gefaseerd maaien, werken met gebiedseigen beplanting, het laten liggen van dood hout, en het beperken van verstoring. Bermen, parken, sloten en bosplantsoenen worden niet meer uniform beheerd, maar ingericht als ecologische zones. Dit vraagt ook om bewustwording bij medewerkers en inwoners, omdat ecologisch beheer vaak ‘ruiger’ oogt, maar juist biodiversiteit stimuleert. 3-30-300-regel als richtlijn voor een groene omgeving Om de biodiversiteit en de leefomgeving in de dorpen en wijken van Opsterland concreet te verbeteren, hanteren we de 3-30-300 regel als richtlijn: ▪ 3 bomen zichtbaar vanuit iedere woning (of werkplek, e.d.). Dit bevordert het welzijn en de verbondenheid met de natuur en draagt bij aan mentale ontspanning, concentratie, leerprestaties en creativiteit. ▪ 30% bladerdek (kroonbedekking) aanwezig in onze wijken of dorpen, zowel bomen als grote struiken.
Dit biedt verkoeling en zorgt voor een betere luchtkwaliteit, terwijl het ook ons welzijn en onze fysieke gezondheid bevordert en sociale interactie stimuleert. ▪ 300 meter tot het dichtstbijzijnde (openbare) groengebied. Toegang tot een kwalitatief hoogwaardige, openbaar toegankelijke groene ruimte van minstens 0,5–1,0 hectare, op maximaal 300 meter lopen of fietsen, waarborgt de toegankelijkheid voor recreatie en bevordert gezondere levensstijlen. De combinatie van 3, 30 en 300 zorgt ervoor dat er altijd zichtbare groenvoorzieningen zijn, met name bomen, evenals voldoende boomkroonbedekking op zowel straat- als buurtniveau. Daarnaast zijn er kwalitatief hoogwaardige groene ruimtes beschikbaar voor iedereen. De gemeente Opsterland is een groene gemeente, zowel in onze dorpen als het buitengebied. Er zijn veel groengebieden en bomen, maar de verdeling ervan is niet overal gelijk. Daarnaast helpt deze eenvoudige en doeltreffende richtlijn bij het ontwerpen en beoordelen van groene leefomgevingen. De toepassing ervan draagt bij aan biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid en woonkwaliteit. De gemeente kan de 3-30-300 regel inzetten bij herinrichtingsplannen,
14
vergroening van wijken/dorpen en het opstellen van gebiedsvisies. Dit betekent dat de 3-30-300-regel niet overal uitgevoerd wordt of kan worden. 5.3 Invasieve exoten Exoten zijn uitheemse organismen die door menselijke activiteiten rechtstreeks of indirect in de Nederlandse natuur terecht zijn gekomen. Exoten die voor problemen zorgen, worden invasief genoemd. Ze breiden zich vaak snel uit en kunnen nadelige gevolgen hebben voor de inheemse planten- en diersoorten en/of de economie en de volksgezondheid schade toebrengen. Om de bedreiging van de biodiversiteit te verminderen stelde de EU in 2014 de verordening EU1143/2014 vast. Deze verplicht de lidstaten de verspreiding van invasieve exoten tegen te gaan. Deze EUexotenverordening richt zich primair op het biodiversiteitsbelang, maar heeft ook aandacht voor andere belangen, zoals de economie en de gezondheid van mens en dier. Dit biodiversiteitsplan richt zich primair op invasieve exoten die een risico vormen voor de biodiversiteit. Invasieve exoten in de openbare ruimte, die de inheemse biodiversiteit bedreigen worden bestreden, mits dit effectief mogelijk en redelijk (haalbaar en betaalbaar) is. De insteek op biodiversiteit, sluit aan bij de Omgevingsvisie Opsterland waarin versterking van biodiversiteit als opgave wordt benoemd. De provincie volgt de volgende maatregelen 1. Preventie: voorkomen van introductie 2.
Eliminatie: vroegtijdig signaleren en snel verwijderen 3. Beheersen: populatiebeheersing en beperken van verspreiding Bij de aanpak worden drie categorieën onderscheiden: 1. De invasieve exoten die door de Europese Unie zijn aangewezen voor verwijdering, waaronder nog niet gevestigde soorten of soorten met beperkte verspreiding. Inzet is het elimineren en snel verwijderen van de populatie. De provincie neemt hierin het voortouw. 2. De soorten die al wijdverspreid voorkomen, met als ambitie beheersen. De grondgebruiker is verantwoordelijk voor het nemen van beheers- en bestrijdingsmaatregelen. De provincie ondersteunt met andere maatregelen, waaronder kennisdeling en financiële ondersteuning in de vorm van een subsidieregeling. Voorbeelden zijn grote waternavel, reuzenberenklauw, duizendknopen en nijlgans. 3. De invasieve exoten die door de provincie Fryslân - samen met gemeenten, Wetterskip Fryslân en terreinbeheerders - zijn aangemerkt als prioritair, maar die niet op de Unielijst staan (provinciale zorgsoorten). Naast schade aan de biodiversiteit wordt hierbij ook het belang van de volksgezondheid en de economie meegewogen. Bij de laatste categorie is de ambitie verwijdering (lokaal gevestigde soorten) of beheersing (wijdverspreide soorten). De grondgebruiker is verantwoordelijk voor de te nemen maatregelen.
GS kan hierbij ondersteuning bieden in de vorm van bijvoorbeeld kennisdeling en stimuleren van samenwerking. Dit betekent dat de gemeente zich richt op verwijdering bij lokale soorten en beheersing bij wijdverspreide soorten. Waarbij voor de gemeente Opsterland het accent ligt op invasieve soorten die in wegbermen en openbaar groen voorkomen. Deze soorten staan al deels op kaart en dit wordt in de komende jaren verder aangevuld. 5.4 Verkoop groenstroken, verhuur en pachting van grond De gemeente hanteert een terughoudend beleid bij de verkoop van groenstroken aan particulieren. Deze kleinere groenstroken dragen bij aan de algemene biodiversiteit en klimaatadaptatie en vormen een essentieel onderdeel van de groenstructuur binnen dorpen en wijken. Daarnaast kunnen ze fungeren als ecologische verbindingszones met het buitengebied en zijn daardoor bij uitstek geschikt om natuurwaarden en biodiversiteit te versterken. De huidige pachtgronden bestemd voor agrarisch gebruik worden via geliberaliseerde pachtovereenkomsten (korter dan zes jaar) verpacht. De gemeente streeft daarbij naar een duurzaam
15
pachtbeleid met een toekomstgerichte uitgifte, waarbij in de uitwerking van het pachtbeleid ook rekening gehouden wordt met het biodiversiteitsbeleid. Voor het vergroten van biodiversiteit gaat het onder meer om het verbeteren van de bodemgesteldheid en het verbeteren van de waterkwaliteit. In dit kader onderzoekt de gemeente de mogelijkheid om het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen uit te sluiten in toekomstige pachtcontracten. Hierbij wordt gestreefd naar een pachtbeleid dat natuurinclusieve landbouw stimuleert, met behoud van aantrekkelijkheid voor pachters. Bij verhuur van grond voor nietbedrijfsmatig (agrarisch) of hobbymatig gebruik zullen dezelfde eisen voor duurzaam gebruik gehanteerd worden als bij geliberaliseerde pacht. In het pachtbeleid worden genoemde ambitie en kaders meegenomen en afgewogen met oog voor de bestaande en toekomstige pachters.
6. Participatie, bewustwording en samenwerking De uitvoering van het beleid vindt eerst intern plaats en later door middel van samenwerking met verschillende stakeholders, waaronder lokale overheden, natuurorganisaties en de gemeenschap. Er zullen concrete acties en projecten worden opgezet om de gestelde doelen te bereiken. Met de grote terrein beherende organisaties en de agrarische sector kijken wij vooral naar de groenblauwe dooradering en waar wij op elkaar aansluiten. Ook vindt hier altijd afstemming plaats met andere ruimtelijke functies. Biodiversiteit wordt daardoor meegewogen in een brede belangenafweging. 6.1 Participatie Via vragen en stellingen over biodiversiteit op de Stem van Opsterland hebben inwoners kunnen reageren op het biodiversiteitsplan, deze reacties staan het verslag (bijlage 4). Vanaf 4 september 2025 heeft het ontwerp biodiversiteitsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn 12 inspraakreacties ingediend, welke in het eindverslag, ‘Eindverslag inspraak biodiversiteitsplan’, staan. De inspraakreacties zijn van een gemeentelijk antwoord voorzien. Het volledige verslag van de inspraakreacties en beantwoording is opgenomen in een aparte bijlage. 6.2 Bewustwording en communicatie Veel inwoners zijn zich al bewust van de achteruitgang van biodiversiteit en natuur. De gemeente krijgt regelmatig vragen en ideeën om hier iets mee te doen.
Omdat een groot deel van de groene ruimte uit particuliere tuinen bestaat en daarmee een wezenlijke bijdrage kan leveren aan meer biodiversiteit, richten wij ons ook op voorbeelden die men zelf kan doen. Ook hierbij wordt de 40 punten checklist van de KNNV gebruikt. Want iedere vierkante meter doet ertoe. Ook over invasie exoten informeert de gemeente inwoners actief over de herkenning en het melden van deze soorten. In de communicatie wordt ook aandacht besteed aan bewustwording over tuinexoten, zodat deze zich niet invasief in de openbare ruimte vestigen. 6.3 Samenwerking Terreinbeherende organisaties en agrarische sector Samenwerking met terreinbeherende organisaties is belangrijk voor het behoud en de versterking van biodiversiteit. Deze organisaties spelen een grote rol in het beheer van natuurgebieden en kunnen waardevolle expertise inbrengen. Daarnaast houden wij goed contact met de agrarische sector om waar het kan hun plannen te ondersteunen. Bewonersparticipatie Het betrekken van onze dorpen en inwoners bij biodiversiteitsinitiatieven is belangrijk. Door bewustwording te creëren en bewoners actief te laten participeren in projecten, dragen onze inwoners bij aan het behoud van de biodiversiteit. Sinds enkele jaren ondersteunen wij burgerinitiatieven in de openbare ruimte. Hier worden ook ‘groene’ initiatieven ingediend om meer natuur en biodiversiteit te maken.
16
NME en lokale natuurverenigingen NME De Naturij is sinds het schooljaar 2024-2025 gestart met het verder uitrollen van hun programma naar de Opsterlandse basisscholen. Daarnaast worden samen met ELAN, LBF en NME al jarenlang biologiedagen op de basisscholen gehouden. De kinderen worden zo betrokken bij natuur, landschap en duurzaamheid. Ook onze lokale natuurverenigingen kunnen onderdeel worden in het bevorderen van biodiversiteit in Opsterland. Met het delen van kennis en mobiliseren van vrijwilligers voor natuurbehoud en andere projecten.
7. Maatregelen Voor dit biodiversiteitsplan wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld met concrete acties en projecten die gericht zijn op het bevorderen van biodiversiteit in Opsterland (gemeentelijk). Dit kan bestaan uit: ▪ Uitleg geven over de gemeentelijke biodiversiteit (plan) bij informatiebijeenkomsten. ▪ Het ontwikkelen van monitoringsprogramma biodiversiteit uitgaande van de meetlat biodiversiteit. ▪ Het opzetten van samenwerkingsverbanden met lokale scholen en organisaties om biodiversiteit onder de aandacht te brengen bij het onderwijs. Door deze activiteiten te implementeren, hoopt de gemeente Opsterland een positieve impact te maken op de biodiversiteit. 7.1 Beheer en onderhoud van de openbare ruimte Bomen ▪ Monoculturen doorbreken bij vervanging, bij voorkeur met gebiedseigen gekweekte boomsoorten. ▪ Dode bomen en dood hout laten staan, zolang de veiligheid niet in het geding is. Natuurlijke beplanting ▪ Bij vervanging of reconstructie kiezen we voor gebiedseigen soorten. ▪ Met de soortensamenstelling houden we rekening met snelle en langzame groeiers. ▪ Bij onderhoud gefaseerd snoeien/dunnen om kaalslag te voorkomen. ▪ Waar mogelijk blijft snoeihout liggen en/of wordt op rillen gelegd. ▪ De strooisellaag laten we liggen, vanwege het belang voor het bodemleven (schimmels, bacteriën, insecten, amfibieën, kleine zoogdieren en vogels).
▪ Verspreiding van invasieve soorten wordt voorkomen en het eventueel bestrijden is in samenwerking met en volgens de regels van de Provincie. Cultuurlijke beplanting (sierheesters) ▪ Variatie in soorten, met een voorkeur voor nectarplanten en/of besdragende heesters. ▪ Waar mogelijk zoveel mogelijk de strooisel laag (blad uit de herfst) laten liggen. Dit zorgt voor een actief bodemleven en een betere waterberging. En ook voor minder ‘onkruid’ in het voorjaar. Gazon ▪ Variatie in maairegiems. Delen elke week maaien die intensief gebruikt worden, zoals trapveldjes. Delen veel minder frequent maaien. Bijvoorbeeld: madeliefjes, paardenbloemen en klaver krijgen kans tot bloei te komen. ▪ Grotere oppervlakken nog minder frequent maaien of als hooiland te gaan onderhouden. Bermen en kruidenrijk grasland (hooiland) ▪ Maairegiems variëren. Dit biedt steppingstones en bescherming voor flora en fauna, zodat deze zich op een ‘natuurlijke’ wijze kunnen verplaatsen en verspreiden.
17
▪
▪
Open plekken inzaaien met gebiedseigen kruiden of niet inzaaien. Deze open plekken ontstaan bijvoorbeeld bij bermplaggen en het roeren van grond bij aanleg van kabels en leidingen. Invasieve soorten voorkomen en eventueel bestrijden (hierbij volgen wij de leidraad van de provincie).
Watergangen en vijvers ▪ Oeverbeplanting langs water gevarieerd maaien, zodat een deel voor beschutting en diversiteit blijft staan. ▪ Ecologisch maaien (schonen, slatten) toepassen, zodat waterdieren kunnen vluchten tijdens het onderhoud. Het slootmaaisel binnen 6 weken opruimen. ▪ Natuurlijke oevers aanleggen of oeverbeschoeiing niet vervangen, zodat de oever geleidelijk ‘inzakt’. ▪ Invasieve soorten voorkomen en bestrijden in overleg met het Wetterskip en de provincie.
8. Monitoring en evaluatie Evaluatie en monitoring op de korte en lange termijn zijn van belang om na te gaan of maatregelen het gewenste effect hebben. Monitoring vindt plaats via de 'Meetlat Biodiversiteit', op basis van vaste meetlocaties binnen het gemeentelijk groen. De nulmeting is in 2025 uitgevoerd. Elke vijf jaar volgt een herhaalde meting. In de tussenliggende jaren worden waarnemingen bijgehouden en eventuele knelpunten gemeld door uitvoerders of inwoners. Jaarlijks worden de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Na de tweede meting van de stand van zaken van de biodiversiteit in 2030 wordt een brede evaluatie opgesteld.
9. Organisatie en financiën De uitvoering ligt de eerste periode bij een gemeentelijke regiegroep biodiversiteit, waarin medewerkers van verschillende teams (uitvoering, beheer, beleid, communicatie) samenwerken. Voor uitvoering van maatregelen, welke niet met regulier onderhoud opgepakt worden, worden separaat middelen aangevraagd. Aanvullend wordt actief gezocht naar cofinanciering via onder andere de provincie Fryslân. De verwachte kosten per maatregel worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Risico’s zoals budgettekorten of vertraging in uitvoering worden verkleind via fasering en prioritering van maatregelen.
18
SMART-doelstellingen biodiversiteit Doelstelling 3-30-300-regel toepassen
Kruidenrijk grasland uitbreiden Educatie
Biodiversiteitsm eting Inwonerspartici patie
Natuurvriendelij ke oevers Kaart invasieve exoten
Specifiek Alle 16 dorpen in 5 jaar beoordeeld. En bij nieuwe ontwikkelingen toegepast. 5 hectare extra kruidenrijk grasland in bermen en openbare ruimte Jaarlijks 5 educatieve projecten uitvoeren met scholen Elke 3 jaar meetlat uitvoeren op 20 vaste locaties Minstens 3 nieuwe bewonersinitiatieve n per jaar gericht op vergroening/biodiv ersiteit 2 km extra natuurlijke oever per 5 jaar realiseren In gemeentelijke bermen en openbaar groen
Meetbaar Ja, op kaart per dorp en bij nieuwe plannen
Acceptabel Binnen beheerbudget en met team uitvoering
Realistisch Ja, gefaseerd per dorp
Tijdsgebonden Vanaf 2026
Ja, via meetlat
Binnen beheerbudget en met team uitvoering Samen met De Naturij en scholen
Eind 2028
Ja, via initiatief openbare ruimte
Team uitvoering is opgeleid Via stimuleringsreg eling (initiatief openbare ruimte)
Ja, gefaseerd per dorp/buitenge bied Ja, binnen contract met NME De Naturij Ja, opgenomen in planning Ja, via communicatie en ondersteunin g
Ja, via inrichtingstekeni ngen
In samenwerking met Wetterskip
Ja, bij onderhoud en reconstructies
Eind 2030
Ja, op kaart
Door beheer en uitvoering (intern)
Ja, opnemen bij constatering of melding
Jaarlijks uitbreiden/verfi jnen
Ja, via rapportage NME Ja, via meetlat
Elk schooljaar tot 2027 2025, 2028, 2031 Vanaf 2026 jaarlijks
Risicoanalyse Bij de uitvoering van het biodiversiteitsplan kunnen knelpunten ontstaan, zoals beperkte personele capaciteit, conflicten met andere ruimtelijke claims, of weerstand bij bewoners. Deze risico’s worden periodiek geïnventariseerd en waar mogelijk gemitigeerd. De regiegroep biodiversiteit houdt toezicht op de voortgang en adviseert over bijsturing.
19
Bijlagen
20
Bijlage 1 – Overzichtskaart gemeentelijke eigendommen
21
Bijlage 2 – Nulmeting Biodiversiteit 2025 Format Meetlat Biodiversiteit van IPC Groene Ruimte, hoofdcriteria met deelvragen en puntenwaardering. 1 Criteria bosgemeenschap en structuurvariatie
Waarde
a
Staan er bomen/struiksoorten die in deze bosgemeenschap thuishoren? M.a.w. komen gebiedsspecifieke boom/struiksoorten voor in het gebied? Geen = 0p, 1-3 = 1p,4-6 = 3p, >6 = 4p
4
b
Staan er kruiden (waaronder ook grassen)? Geen = 0p, 1 = 1p, 2-4 = 2p, 5-8 = 3p, >8 = 6p
6
c
Staan er dode/aangetaste bomen? Nee = 0p, 1 = 1p, 2-4 = 4p, >4 = 6p
6
d
Ligt er dood hout? Nee = 0p, 1 = 1p, 2-4 = 4p, >4 = 6p
6
e
Gelaagdheid: staan er bomen hoger dan 20 meter? Nee = 0p, ja = 2p
2
f
Gelaagdheid: staan er bomen tussen 10-20 meter? Nee = 0p, ja = 2p
2
g
Gelaagdheid: staan er bomen/hoge struiken tussen 5-10 meter? Nee = 0p, opp. < 5% = 2p, opp. 510% = 4p, opp. 10-20% =6p, opp. > 20% = 8p
8
h
Gelaagdheid: staan er ruigtekruiden/struiken van 2-5 meter hoog? Nee =0p, opp. < 5% = 2p, opp. 510% = 4p, opp. 10-20% =6p, opp. > 20% = 8p
8
i
Gelaagdheid: staan er kruiden/struiken van 0,5-2 meter hoog? Nee =0p, opp. < 5% = 2p, opp. 5-10% = 4p, opp. 10-20% =6p, opp. > 20% = 8p
8
j
Gelaagdheid: staan er kruiden/heesters lager dan 0,5? Nee =0p, opp. < 5% = 2p, opp. 5-10% = 4p, opp. 10-20% =6p, opp. > 20% = 8p
8
k
Gelaagdheid: staat er kort gras en hoeveel soorten staan er? Nee = 0p, 1-2 = 1p, 3-5 = 2p, 6-8 = 4p, >8 = 6p
6
l
Gelaagdheid: groeien er verschillende mos soorten? Nee = 0p, 1-3 = 1p, 4-6 = 2p, 7-9 =3p, >10 = 4p
4
m Gelaagdheid: groeien er verschillende korstmossen? Nee = 0p, 1-3 = 1p, 3-6 = 2p, 6-9 = 3p, >9 = 4p
4
n
Gelaagdheid: is er plaatselijk onbegroeid terrein? Nee = 0p, ja = 2p
2
o
Is het terrein eenvormig in plantensoorten? Ja (2 dominante soorten) = 0p, Nee = 2p
2 Subtotaal
76
2 Gradiënten en watergebonden soorten a
Zijn er gradiënten aanwezig? Nee =0p, ja 0,5 m = 2p, ja 2m = 4p, meerder objecten = 8p
8
b
Is er jaarrond oppervlaktewater aanwezig? Niet = 0p, wel = 6p
6
c
Is er een geleidelijk oplopende oever langs de waterrand? Geen = 0p, < 1m = 4p, 1-2 m = 6p, > 2m = 8p
8
d
Is het water helder? < 10 cm = 0p, 10-25 cm = 2p, 25-50 cm = 4p, > 50 cm of helder = 8p
8
e
Staan er waterplanten in het open water? Geen = 0p, 1-2 = 2p, 3-5 = 3p, 6-8 = 4p, > 8 = 8p
8
f
Zijn er moerasbegroeiingen? Geen = 0p, < 0,5 m = 4p, 0,5-1 m = 6p, > 1m = 8p
8
g
Zijner moeras begroeiingen die niet gemaaid worden? Nee = 0p, < 5% niet maaien = 2p, 5-10% niet maaien = 4p, 10-30% niet maaien = 6p, > 30% niet maaien = 8p
8
h
Zijn er oeverbegroeiingen (op het droge deel)? Geen = 0p, < 0,5 m = 4p, 0,5-1 m = 6p, > 1 m = 8p
8
i
Zijn er oeverbegroeiingen die niet gemaaid worden? Nee = 0p, < 5% niet maaien = 2p, 5-10% niet maaien = 4p, 10-30% niet maaien = 6p, > 30% niet maaien = 8p
8
Subtotaal
70
3 Criteria platen (kruiden, bomen, struiken, etc.) a
Groeien er voorjaarbloeiers? Geen = 0p, < 10% = 2p, 10-20% = 2p, 20-30% = 3p, > 30% =6p
6
b
Groeien er pioniersbomen of struiken? Geen = 0p, 1 = 2p, 2-3 = 4p, 4-8 = 6p, > 8 = 8p
8
c
Groeien er boomsoorten die een hoge soortenrijkdom aan fauna hebben? Geen = 0p, wel voor elke soort 1p met max van 5p
5
22
d
Groeien er struiksoorten die een hoge soortenrijkdom aan fauna hebben? Geen = 0p, wel voor elke soort 1p met max van 5p
5
e
Groeien er zomer/nazomer bloeiers? Geen = 0p, < 10% = 2p, 10-20% = 4p, 20-30% = 6p, > 30% = 10p
10
f
Groeit er kruidenrijk gras? Nee =0p, < 5 = 2p, 5-15 = 4p, > 15 = 6p
6
g
Staan er late bloeiers? Geen = 0p, < 100 m2 = 4p, > 100 m2 = 6p
6
h
Groeien er soorten die meer dan 3 maanden bloeien? Geen = 0p, 1-4 = 4p, > 4 = 8p
8 Subtotaal
54
4 Criteria schuilplaatsen en verplaatsingsmogelijkheden a
Staan er begroeiingen (hagen, bramen, wilde rozen, doornstruiken) die als schuilplaats kunnen dienen? Nee = 0p, < 5% = 4p, 5-10% = 6p, > 10% = 8p
8
b
Groeien er klimplanten? Nee =0p, 1 plek min 5 m hoog = 2p, meer plekken min 5 meter hoog = 4p, meerdere plekken = 6p
6
c
Ligt er blad op de grond? Nee = 0p, Ja = 4p
4
d
Staan er wintergroene soorten? Nee = 0p, 1-2/100 m2 =2p, 3-6/400 m2 = 4p,> 6 = 6p
6
e
Liggen er takkenrillen/hopen? Nee =0p, < 10m2 = 3p, 10-20 m2 = 6p, > 20 m2 = 8p
8
f
Staat er ruigte/kruiden? Nee =0p, < 100 m2 = 2p, 100-200 m2 = 4p, 200-400 m2 = 6p, > 400 m2= 8p
8
g
Staat er ruigte/kruiden die 's winters niet wordt gemaaid? Nee = 0p, < 10% = 2p, 10-20% = 4p, 20-4% = 6p, > 40% = 8p
8
h
Zijn er andere schuilplekken (daken, nestkasten, spouwmuren)? Nee =0p, geschikt 1-2- soorten = 1p, 3-5 = 2p, 5-8 = 4p, > 8 = 6p
6
i
Zijn er schuilplekken op open plaatsen? Nee = 0p, ja = 6p
6
j
Zijn er barrières? Niet overbrugbaar = 0p, wel = 10p
10
k
Kunnen dieren zich vrij bewegen tussen het meetobject en de omgeving? Niet = 0p, wel = 10p
10
Subtotaal
80
Totaal
280
23
Locaties nulmeting biodiversiteit 2025 Dorp Ureterp
Gebied
Locatie
Woonwijk groen
Hegekamp/Legekamp
Woonwijk centra
Lijte e.o.
Park/groengebied Buorfinne Siegerswoude Woonwijk groen
Van Akenwei
Frieschepalen
Woonwijk groen
Lytse Leane/ Lytse Dobbe
Bakkeveen Wijnjewoude
Woonwijk groen
Merskekamp/Greate Kamp
Woonwijk centra
Merkebuorren
Woonwijk groen
Gentiaan/Dopheide/Bremerheide/Hagerank
Woonwijk centra
Binnenwei
Woonwijk groen
Ikesingel e.o.
Woonwijk centra
De Buorren/Buorsterwyk
Woonwijk groen
Feestlân/Dotterblom e.o.
Woonwijk groen
De Streek/Visserswei/Alde Dyk e.o.
Woonwijk groen
De Miente e.o./Skutsje
Woonwijk centra
Wabbe Wissestrjitte
Hemrik Lippenhuizen
Terwispel Gorredijk
Park/groengebied De Wiken/Groene Long Jonkerslân
Woonwijk groen
Feanborch/Fûgelsang
Langezwaag
Woonwijk groen
It Hou/Jister/De Finne
Luxwoude Woonwijk groen Beetsterzwaag Woonwijk groen
De Weech/Hegedyk Lange Jacht e.o.
Park/groengebied Overtuin Revalidatie Friesland Tijnje Nij Beets
Woonwijk groen
De Volharding
Woonwijk centra
Winia-ikkers
Woonwijk centra
Prikkewei
Woonwijk groen
De Bjirk/De Els Beetsterweg/Van Harinxmaweg
Weg zand
Binnenwei/Bremerwei Binnenwei/Weinterp Domela Nieuwenhuisweg
Weg veen
Rolbrêge/Swynswei Lúkster Heawei
24
Normen Opsterland - Meetlat Biodiversiteit Maximale waarde Meetlat Criteria bosgemeenschap en structuurvariatie 1 a b c d e f g h i j k l m n o
4 6 6 6 2 2 8 8 8 8 6 4 4 2 2 76
Woonwijk Groen Minimale Streefwaarde waarde 1 2 1 1 2 2 2 2 2 2 1 1 1 0 2 22
Maximale waarde Meetlat
2 a b c d e f g h i
Woonwijk Centra
Nulmeting Minimale Streef2025 waarde waarde
4 6 4 4 2 2 6 6 6 6 4 2 2 0 2 56
2,6 3,2 0,8 0,9 0,6 1,9 4,0 2,5 3,5 3,3 2,6 1,3 1,6 0,4 1,4 30,5
1 1 0 0 2 2 2 2 2 2 1 1 1 0 2 19
Woonwijk Groen
Gradiënten en watergebonden soorten
Minimale waarde
Streefwaarde
8 6 8 8 8 8 8 8 8 70
2 6 4 4 3 6 4 6 6 41
8 6 8 8 8 8 8 8 8 70
Park-groengebied
Nulmeting Minimale Streef2025 waarde waarde
1 2 1 1 2 2 4 4 4 4 2 2 2 0 2 33
2,0 3,0 0,1 0,3 0,8 2,0 4,0 2,5 3,0 3,0 2,4 1,5 1,6 0,3 1,5 27,9
3 3 4 4 2 2 6 6 6 6 4 2 2 0 2 52
Woonwijk Centra
Nulmeting Minimale 2025 waarde 3,1 5,6 4,9 2,0 2,9 5,1 2,8 4,8 3,1 34,3
2 6 4 4 2 4 0 4 0 26
Streefwaarde 2 6 6 8 4 6 8 8 8 56
Wegbeplanting Zand
Nulmeting Minimale Streef2025 waarde waarde
4 6 6 6 2 2 8 8 8 8 6 3 3 2 2 74
4,0 6,0 2,7 0,7 2,0 2,0 6,7 2,7 6,0 4,7 2,7 1,7 1,7 0,0 2,0 45,3
Park-groengebied
Nulmeting Minimale 2025 waarde 2,0 5,3 3,0 0,5 2,3 3,8 3,5 2,3 2,8 25,3
4 6 6 4 4 6 4 6 4 44
Streefwaarde 8 6 8 8 8 8 8 8 8 70
1 3 4 4 2 2 2 2 2 8 4 1 2 0 2 39
4 6 6 6 2 2 6 6 6 8 6 4 4 2 2 70
Nulmeting Minimale Streef2025 waarde waarde 3,0 4,0 2,7 2,3 2,0 2,0 4,0 2,7 3,3 8,0 2,0 1,0 1,0 0,7 2,0 40,7
Wegbeplanting Zand
Nulmeting Minimale 2025 waarde 6,7 6,0 6,0 2,0 3,3 5,3 4,0 3,3 3,3 40
2 6 4 4 3 6 6 6 6 43
Streefwaarde 4 6 8 8 8 8 8 8 8 66
Wegbeplanting Veen
1 3 1 1 2 2 2 2 2 8 0 1 1 0 2 28
1,3 3,0 0,0 1,7 0,7 1,3 3,3 2,0 2,0 8,0 1,0 1,0 0,7 0,0 1,3 27,3
Wegbeplanting Veen
Nulmeting Minimale 2025 waarde 2,0 6,0 4,0 3,3 1,3 4,0 0,0 2,7 0,0 23,3
6 6 6 4 2 2 4 4 4 8 2 1 2 2 2 55
Nulmeting 2025
2 6 4 2 3 6 4 6 4 37
Streefwaarde
Nulmeting 2025
4 6 6 4 8 8 6 8 6 56
2,0 6,0 4,0 2,0 2,3 2,7 1,3 4,7 1,3 26,3
22
Maximale waarde Meetlat Criteria planten (kruiden, bomen, struiken, etc) 3 a b c d e f g h
6 8 5 5 10 6 6 8 54
Woonwijk Groen Minimale waarde
Streefwaarde
4 6 3 1 4 2 0 0 20
6 8 5 5 10 4 4 4 46
Maximale waarde Meetlat
Nulmeting Minimale 2025 waarde 2,7 4,3 3,2 1,9 3,0 4,1 3,4 2,3 24,8
3 2 2 0 2 0 0 0 9
Woonwijk Groen
Criteria schuilplaatsen en Minimale verplaatsingsmogelijkheden waarde 4 a b c d e f g h i j k