B5 Bijlage 1 Koersdocument Aldeboarn – De Deelen 2030 – 2050
Tekst van het document
Via de CSV wordt de inkomen- en vermogensschade op bedrijfsniveau gecompenseerd maar dat neemt niet weg dat de economische en ruimtelijke verhoudingen op gebiedsniveau ingrijpend zullen veranderen. Er zal dus gezocht moeten worden naar een nieuwe balans. We richten ons daarbij op de begrippen vitaliteit en leefbaarheid (brede welvaart).
64
4.1
groenblauwe gebiedskwaliteiten De gebiedskwaliteiten staan uitgebreid beschreven in hoofdstuk 2. Doordat de focus de laatste decennia vooral gericht was op economie en het verhogen van de productie, staan de groenblauwe gebiedskwaliteiten in de huidige situatie onder druk. Door het realiseren van de maatschappelijke opgaven gericht op klimaat, water, bodem, natuur en biodiversiteit is de verwachting dat de ecologische vitaliteit (niet alleen in de natuurgebieden, maar ook op landbouwgronden) versterkt wordt. Het proces biedt ook kansen om de gebiedskwaliteiten door verweving van functies te versterken. Door in het proces van kavelruil b.v. het ontwikkelen van wandelpaden mee te nemen en die wandelpaden te koppelen aan ‘het verhaal van het landschap’ wordt het landschap beleefbaar en ‘herkenbaar’. Door afwaardering, al dan niet gekoppeld aan een kwalitatieve verplichting, kan agrarische productie gecombineerd worden met het versterken van de biodiversiteit en/of het behoud van erfgoed.
een nieuw evenwicht
zoektocht naar een nieuw evenwicht Met het oog op een vitaal en leefbaar, toekomstbestendig ADD onderscheiden we drie basiscomponenten: groenblauwe gebiedskwaliteiten, economie en leefbaarheid. We lichten toe hoe die componenten er voor ADD uitzien en welke rol ze spelen in de zoektocht naar een nieuwe balans.
65
g
e
b
i
e
d
s
ontwikkelstrategie Aanvalsplan Grutto ADD-Noord
aanbieding Gebiedsofferte Aanvalsplan Grutto Aldeboarn-De Deelen Noord vlnr: gedeputeerde Friso Douwstra, initiatiefnemer Aanvalsplan Pieter Winsemius, voorzitter Gebiedscommissie Aldeboarn-De Deelen, Piet Dijkstra
66
k
w
a
l
i
t
4.2
e
i
t
e
n
economie Bekeken door de klassieke, puur economische bril brengen functies als natuur en water alleen kosten met zich mee. In de vorm van ‘gebiedskwaliteiten’ zijn ze economisch echter wel degelijk van belang. De bezoekers in en rond ADD komen af op de Natura 2000-gebieden De Deelen en de Alde Feanen; op het merengebied in het westen en het landgoederenlandschap in het zuiden en oosten. Door het maken van aantrekkelijke verbindingen tussen Aldeboarn en ADD en deze gebieden, krijgen recreatie & toerisme een impuls. Ook de uitbreiding van het aanbod van lokale producten, verblijfsruimten, horeca en overnachtingen kan de economische mogelijkheden van recreatie & toerisme versterken. Hoewel het lastig is zicht te krijgen op de economische betekenis van de verschillende sectoren, kan worden vastgesteld dat de landbouw, zowel qua omzet als aandeel in de werkgelegenheid, op afstand de grootste is. Door de veranderingen die op de landbouw afkomen (opgaven, regelgeving etc.) zal de economische betekenis ervan waarschijnlijk teruglopen, maar zeker veranderen. Dat geldt ook voor de aanverwante sectoren. De ruimtelijk-functionele effecten van de veranderingen zullen zich vooral manifesteren op landbouwgronden en agrarische bouwpercelen. Naar schatting zal ca. 20% van de huidige 68 agrarische bedrijven in de loop der jaren vrijkomen.
Dit zou betekenen dat zo’n 1520 agrarische gebouwen en/of bouwpercelen beschikbaar komen voor een andere functie.
67
Inzet is om de economische achteruitgang in ADD vanwege de afname van de omvang van de landbouw op te vangen door andere economische dragers te versterken. Kansrijk zijn sectoren in ontwikkeling, zoals het toegenomen aantal MKB en de zakelijke dienstverlening. Zowel het aantal banen als de toegevoegde waarde zijn de laatste jaren in beide sectoren gestegen. Als deze trend zich doorzet biedt dit ook kansen in relatie tot het eerdergenoemde hergebruik van agrarische erven. In bijlage 1 worden verschillende voorbeelden genoemd. De sectoren wonen, voorzieningen, zorg en onderwijs zijn vooral lokaal verzorgend. Deze sectoren leunen op de leefbaarheid en omgevingskwaliteit van een gebied en het aantal mensen dat ervan gebruikmaakt. Als zelfstandige economische component heeft energie op dit moment nog een bescheiden betekenis. Maar met het vormen van energiecoöperaties kan daar verandering in komen. Deze trend is al in beweging.
circa 80% van de agrarische activiteit in ADD bestaat uit melkveehouderij
68
4.3
leefbaarheid Om een beeld te schetsen van de sociaal-culturele en maatschappelijke identiteit van een gebied kijken we naar de verbinding tussen de menselijke activiteit en het landschap. Die identiteit heeft z’n grondslag in de historie en heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld tot wat het nu is: een overwegend weids en open veenweidelandschap, hoofdzakelijk in gebruik bij melkveehouders, deels een verveningslandschap en in het hart, gelegen aan de oorspronkelijke levensader van ADD, het prachtige middeleeuwse Aldeboarn. De boerderijen zijn vaak nog in gebruik als agrarisch bedrijf en al generaties in handen van dezelfde familie. De Aldeboarnsters zijn trots op hun dorp. Ze wonen er graag en willen er blijven wonen. Het is een samenleving die al decennialang min of meer dezelfde signatuur heeft en waarin veranderingen organisch verlopen. Het aantal voorzieningen neemt, net als elders, de laatste jaren af. De kleine schaal en menselijke maat horen bij ADD. Er is een sterke onderlinge verbondenheid tussen dorp en buitengebied. Aldeboarnsters omschrijven het geheel van ADD als hun ‘wijk’. De inwoners voelen zich betrokken bij de toekomst van ADD en zien het gebiedsproces als een kans. Ze zijn actief betrokken in het Plaatselijk Belang, de EKA, en de Dorp Ontwikkel Maatschappij Meidwaan yn Boarn.
69
b
o
e
4.4
r
e
n
b
u
r
g
dynamisch evenwicht Het is belangrijk om te benadrukken dat het realiseren van een nieuw evenwicht, waar het in dit proces om gaat, geen statische situatie is! Het is een dynamisch evenwicht: een situatie die voortdurend verandert onder invloed van nieuwe ontwikkelingen. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd blijven. Hoe de nieuwe balans eruit gaat zien kunnen we niet invullen. De groenblauwe gebiedskwaliteiten, economie en sociaal-culturele identiteit zijn leidend voor de veranderingen die gaan plaatsvinden. De ondernemende samenleving in ADD en de actieve betrokkenheid van haar bewoners is een belangrijk fundament om op en mee te bouwen. De overheden moeten vooral faciliteren (proces, geld etc.) en beleidsruimte bieden om kansen te kunnen verzilveren. Zo zorgen we er samen voor dat ADD vitaal blijft: economisch, ecologisch, cultureel en sociaal maatschappelijk.
70
e
r
s
b
u
i
t
e
n
l
u
i
links: presentatie over gebiedsproces ADD aan Gebiedscommissie Idzegea, rechts: bijeenkomst met de boeren van ADD
71
visie
5
In dit hoofdstuk geven we onze visie op de toekomst van ADD en richtlijnen waarbinnen wij naar uitvoering toe willen werken. We slaan a.h.w. de piketpaaltjes waarbinnen veranderingen tot een vitaal en leefbaar ADD kunnen leiden. We maken onderscheid in een visie op groenblauwe functies en een visie op de overige domeinen. De visie is concreet waar het kan.
5.1
visie op groenblauwe functies Samenhangend met de bodem, de ontstaansgeschiedenis en huidige functies zijn in ADD verschillende landschappen te onderscheiden, met elk hun eigen karakter en kwaliteiten. Deze ruimtelijke verschillen bepalen mede waar specifieke doelen het best tot hun recht komen of kunnen worden gecombineerd, of waar maatregelen qua kosten en doelbereik het meest effectief kunnen worden ingezet. Kortom, waar wat het beste kan. In deze paragraaf zetten wij dit uiteen en geven we in grote lijnen aan welke ruimtelijke accenten dat oplevert. veenweidelandschap als gebiedskwaliteit is leidend De kenmerken en kwaliteiten van het veenweidelandschap worden gerespecteerd. Dat betekent niet dat alles blijft zoals het is. De opgaven zijn zo groot dat dat niet realistisch is. Daarbij, het gebied gaat sowieso veranderen, al was het maar vanwege de doorgaande bodemdaling. Bij de uitvoering van de veranderingen zullen we aansluiten bij en redeneren vanuit het huidige landschappelijke karakter van ADD.
72
Unlân fan Jelsma / Botmar Parels in ADD met hoge biodiversiteit. Hydrologische buffering. Waardering en beleving. bouwen aan een open weidevogellandschap Aanpassen en overstappen. Mogelijkheden voor peilverhoging en flexibel peilbeheer, in combinatie met extensief weidevogelbeheer. behoud en versterken veenweidelandschap Aangepaste melkveehouderij met peilverhoging en flexibel peilbeheer (HAKLAM). Kansen voor andere doelen. kleilandschap Boarn en andere delen Grotendeels continueren van gangbare landbouw Aandacht voor basiskwaliteit. versterken van het veenderijen laagveenlandschap Overstappen en aanpassen. Mogelijkheden voor peilverhoging in combinatie met extensief graslandgebruik, lokaal verder vernatten. Versterking van de natuur in De Deelen.
natuur en landschap ADD: visie op eigenschappen en potenties
73
ruimtelijke keuzes wat betreft peilverhoging Sturende factoren in de toekomst van ADD zijn de mate van peilverhoging en extensivering als gevolg van de opgaven. Peilverhoging wordt vooral ingezet bij dikke veenpakketten >80 cm, bij veen zonder kleidek of met een dun kleidek tot maximaal 40 cm. In die gebiedsdelen kan spanning ontstaan met het bieden van een duurzaam toekomstperspectief aan de landbouw. Verschillen qua peilverhoging en de specifieke locatie waar een bedrijf zich bevindt, zullen leiden tot verschillen in perspectief voor de agrarische bedrijven. Hoe kleiner de drooglegging*, hoe meer de oriëntatie zal moeten verschuiven van regulier naar extensief agrarisch gebruik (zie p.52). De extra grond die nodig is om de bedrijfssituatie zoveel mogelijk gelijk te houden, zal – via aankoop door de provincie - moeten komen van bedrijven die stoppen of verplaatsen. Wordt de drooglegging te gering dan komt een overstap naar een ander type (agrarisch) gebruik in beeld. We gaan niet uit van functiewijziging naar bv. natuur of anderszins maar sluiten dat ook niet uit, mochten we het met elkaar eens zijn dat dat voor de betreffende locatie of voor de landbouw als geheel in ADD toch de beste oplossing is.
* Drooglegging is het verschil tussen de stand van het slootwaterpeil en het maaiveld.
74
proeven met peilverhoging en veldbezoeken in ADD-Zuid
uitgangspunten ten aanzien van peilverhoging: •
Conform het VP 21-30 gaan we in beginsel uit van een peilverhoging tot een gemiddelde grondwaterstand van - 40 cm onder maaiveld. Op grond van het huidige beleid is het mogelijk om na de initiële peilverhoging de peilen aan te passen aan de opgetreden bodemdaling. • Afhankelijk van de problematiek wordt in sommige delen een vaste peilopzet toegepast, in andere delen van flexibel peilbeheer (HAKLAM). • Waar gezien de bodemopbouw weinig CO2-winst te realiseren is, blijft een grotere drooglegging mogelijk en daarmee: (meer) reguliere landbouw. In gebieden waar veel CO2 winst te behalen is en waar de landbouw door bodemdaling (op termijn) onder druk komt te staan, zal de drooglegging kleiner zijn: -40 cm tot -20cm onder maaiveld. Daar is alleen extensief agrarisch gebruik mogelijk. • We gaan uit van maatwerk op bedrijfsniveau voor de blijvers (in de vorm van compensatie via de CSV en mitigatie) en een passend aanbod voor stoppers en verplaatsers.
75
Peilverhoging biedt kansen voor waterafhankelijke natuur en biodiversiteit. In de open delen van ADD profiteren daar vooral de weidevogels van. Aangrenzend aan De Deelen, de Lytse Deelen, het Unlân fan Jelsma en het Kobbelân kunnen bufferzones (natte en extensief gebruikte gronden) deze natuurgebieden hydrologisch en/of ecologisch versterken. In de bufferzones zelf is winst te behalen voor natuur en biodiversiteit met o.a. de ontwikkeling van kruidenrijk grasland en natuurrijke sloten. klimaatadaptief watersysteem Het watersysteem vormt de basis van de toekomstige inrichting van ADD. Het moet robuust zijn en mede i.v.m. peilbeheer volgens de methode HAKLAM een optimale aan en afvoer hebben. Wateroverschot wordt zoveel mogelijk in het gebied zelf vastgehouden en geborgen, uiteraard in delen van het gebied waar dat kan en logisch is: in laaggelegen ‘putjes’ en mogelijk in de delen met een natuurfunctie. richtlijnen ten aanzien van het watersysteem: • • • •
76
Inrichting en peilvakken worden afgestemd op klimaatverandering, hogere peilen en HAKLAM en daarmee een optimale aan- en afvoer van water. Door meer ruimte te creëren voor waterberging wordt de afhankelijkheid van wateraanvoer in droge periodes verminderd. Om de gewenste grondwaterstanden te bereiken, noodzakelijk om de uitstoot van CO2 en bodemdaling te beperken, kan de aanleg van extra sloten, gemalen en/of greppels nodig zijn. Inrichting en beheer moeten dusdanig zijn dat er een goede ecologische waterkwaliteit ontstaat, in overeenstemming met de doelen van de Kader Richtlijn Water (KRW) en de andere ecologische richtwaarden*.
* Om vat te krijgen op de uitvoering van de KRW-opgave en het verbeteren van de waterkwaliteit worden voor ADD watersysteemanalyses gemaakt.
landschap, biodiversiteit en natuur Het is bekend dat de natuur mensen goed doet en dat een woonomgeving met een aantrekkelijk landschap en / of natuurgebied in de buurt, mensen trekt. De woningwaarde in dergelijke gebieden is er doorgaans hoger dan de omgeving. Dus inzetten op kwaliteitsverbetering van landschap, natuur en biodiversiteit is waardevol in ecologisch en economisch opzicht. we hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: •
•
•
•
Landschappelijke kwaliteiten en cultuurhistorische elementen (verkavelingsrichtingen, historische waterwegen, oud greppelland, middeleeuwse huiskopjes e.d.) vormen een belangrijk vertrekpunt bij de uitwerking van het verdere gebiedsproces. Openheid wordt gehandhaafd en, waar relevant voor weidevogels, versterkt. Binnen en buiten de voor weidevogels belangrijke gebiedsdelen dragen natuurrijke sloten en slootkanten, kruidenrijke percelen, greppels en ruimte voor o.a. zoogdieren bij aan de ecologische kwaliteit. In het meer besloten veenderijlandschap in het zuiden/ zuidoosten van ADD geldt dat ook voor moeraselementen. Verbetering van de natuurgebieden wordt gerealiseerd door vermindering van de stikstofuitstoot; door het verbeteren van de hydrologische en ecologische omstandigheden in de deze gebieden, o.a. door het realiseren van overgangszones en het verbeteren van de waterkwaliteit, bv. in de Botmar. Agrarische gronden zijn bepalend voor de kwaliteit en het beeld van het landschap. Daarom stimuleren we regelingen en randvoorwaarden die een meer natuurinclusieve landbouw mogelijk maken.
77
ten aanzien van de agrarische gronden hanteren we de volgende uitgangspunten: •
• •
We streven naar vergroting van het areaal waar algemene soorten voorkomen die passen bij het landschap van ADD (hoofdstuk 3). De grootste kansen hiervoor liggen in gebiedsdelen waar straks een minder intensief agrarisch gebruik mogelijk is. In het kader van het Aanvalsplan Grutto streven we in ADD Noord naar een robuust weidevogelgebied van minimaal 1000 ha. Bodemverbetering wordt gestimuleerd. Een gezonde bodem met een goede mineralenbalans levert een bijdrage aan de ecologische basiskwaliteit (bodemleven), aan de vochthuishouding van de bodem (bodemstructuur) en aan de opbrengst en kwaliteit van het grasland.
landbouw Uitvoering van opgaven en ambities leidt tot extensivering en vermindering van de veebezetting. Het aantal bedrijven zal teruglopen en bedrijven die blijven zullen deels over moeten stappen op andere bedrijfsmodellen. Naar schatting loopt het aantal melkveebedrijven terug van 55 nu naar circa 40 op termijn. De verwachting is dat de bedrijven die blijven een gemiddelde oppervlakte hebben van ca. 100 ha (t.o.v. 70 nu) en een gemiddelde veebezetting van 1,5 GVE per ha (t.o.v. zo’n 1,8 nu). Wat verdiencapaciteit betreft is de landbouwsector veruit de grootste, met de melkveehouderij als belangrijkste drager. De (melk)veehouderij blijft een belangrijke economische drager, maar het verdienvermogen uit de nu ‘gangbare’ agrarische activiteiten zal afnemen. We willen ervoor zorgen dat de landbouw een belangrijke landschappelijke en economische drager blijft en dat er voldoende perspectief is.
78
we hanteren daarom de volgende uitgangspunten: •
•
Op bedrijfsniveau worden bedrijven die vermogens- en inkomensschade lijden als gevolg van peilverhoging en wateropgaven via de CSV gecompenseerd in grond en/of geld. Om het inkomen op bedrijfsniveau op termijn op peil te kunnen houden streven wij ernaar dat: - ecosysteemdiensten beter en langduriger (nu 6 jaar) vergoed worden - onderzocht wordt hoe het sturen op KPI’s een bijdrage kan leveren - dat dubbeldoelgronden* ontwikkeld worden - dat inkomsten uit andere activiteiten en sectoren toe kunnen nemen
•
•
•
•
•
Bedrijven die willen stoppen of verplaatsen worden aangekocht (door de provincie), in principe om de benodigde grond te kunnen bieden voor bedrijven die willen of moeten extensiveren. Bij verplaatsers is aandacht voor verplaatsing naar duurdere grond. Landbouwgrond blijft landbouwgrond tenzij er tijdens het proces overeengekomen wordt dat het beter is om de functie te veranderen naar bv. natuurgrond. Bij de kavelruil is er aandacht voor de landbouwstructuur, zodat boeren o.a. een huiskavel van voldoende grootte en bruikbaarheid houden. Boeren worden ondersteund bij de veranderingen door middel van zicht op en advies over andere bedrijfsstrategieën en inkomstenbronnen (Adviesregeling ADD en It Nije Buorkjen). Beleid, instrumenten en regelingen moeten ervoor zorgen dat er nieuw perspectief ontstaat en dat (nieuwe typen) verdiensten ook ten goede komen aan de landbouw c.q. het gebied.
• *. gronden die naast een productiedoel ook een maatschappelijk doel dienen.
79
om de stikstofemissie te verminderen wordt ingezet op vier sporen: •
•
• •
Werkende weg kijken wat de andere maatregelen die voor ADD worden uitgewerkt, opleveren en hoe die zich verhouden tot de reductieopgave. Door de andere maatregelen vindt er al extensivering plaats, wat bijdraagt aan minder stikstofuitstoot. Inzet van generieke middelen om de emissie te beperken (b.v. stalaanpassingen) zoals aangegeven in het Uitvoeringsprogramma Stikstof Fryslân 2030 en het FPLG. Inzetten op de aankoop van de milieuvergunning van ‘stoppers en verplaatsers’ en zo verkleining van de veestapel realiseren. Verkennen van de mogelijkheden van uitkoop van bedrijven die relatief veel stikstof uitstoten. Uitkoop van dergelijke bedrijven is de meest effectieve manier om de stikstofemissie te verlagen.
De reductieopgave voor ADD staat op dit moment nog niet vast en dat geldt ook voor het aandeel dat de bovengenoemde sporen daarin kunnen hebben.
5.2
visie op rood, recreatie & toerisme en energie Om het landelijk gebied vitaal en leefbaar te houden moeten kansen t.a.v. rood, energie en recreatie & toerisme benut worden. De afnemende (economische) betekenis van de landbouw op gebiedsniveau vraagt om een proactief proces en initiatieven voor nieuwe vitaliteit. Wat betreft wonen, kleinschalige bedrijvigheid, recreatie & toerisme en energie zien we mogelijkheden om toe te werken naar een nieuw evenwicht. Wij pleiten er dan ook voor om deze thema’s zowel fysieke als beleidsruimte te bieden.
80
qua beleidsruimte gelden wat ons betreft de volgende restricties: •
• • •
Initiatieven met ruimtelijke consequenties mogen geen afbreuk doen aan de gebiedskwaliteiten en moeten deze waar mogelijk versterken of ondersteunen. Het moet primair gaan om kleinschalige (her)invullingen. Bij ruimtelijke invullingen heeft (her)invulling van bestaande bebouwing prioriteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen in de ruimtelijk-functionele structuur van ADD en moeten waar mogelijk een kwalitatieve aanvulling zijn.
Elders in Nederland zijn voorbeelden te vinden van landelijke gebieden die eenzelfde soort ontwikkelingen hebben doorgemaakt. Deze bieden inspiratie voor wat mogelijk zou kunnen worden in ADD. Zie bijlage 1 .
woon, werk en/of verblijfsruimten We zien (her)ontwikkeling van woningbouw en aanverwante functies (bedrijvigheid, voorzieningen, zorg) als een belangrijke impuls. wat betreft extra bouwvolume hanteren we de volgende uitgangspunten: • • •
het moet in overeenstemming zijn met aard en omvang van het gebied. het mag de gebiedskwaliteiten niet aantasten en levert daar bij voorkeur een bijdrage aan. het moet aansluiten bij vraag en behoeften van het gebied.
81
Wij schatten een aantal van (maximaal) 150 (woon)eenheden passend bij de verhoudingen, aard en schaal van ADD. Het gaat om kleinschalige ontwikkelingen. Vanuit het gebied is er behoefte aan betaalbare woningen voor starters, jongeren, jonge gezinnen en ouderen (die zich deels ook in het buitengebied willen vestigen). Een substantieel deel van het volume moet daar dan ook voor worden ingezet. 'Niet agrarische bedrijvigheid' zal zich vooral kunnen ontwikkelen in vrijkomend bouwvolume van agrarische bedrijven. Qua schaal en type bedrijvigheid passen met name de zakelijke dienstverlening en midden- en kleinbedrijven in ADD. De nadruk ligt hier op het landelijk gebied, maar er zijn natuurlijk ook mogelijkheden in Aldeboarn.
knooperf Oostermaet, Overijssel, voorbeeld van een nieuwe 'rood en groen regeling', zie bijlage 1
82
wat betreft rode invullingen wordt de volgende beoordelingsladder en prioritering gehanteerd: 1. (Her)invulling van vrijkomende boerderijen die beeldbepalend zijn. Het gaat daarbij vaak om grote boerderijen met een fors volume. Wooneenheden die voldoen aan de vraag van de primaire doelgroepen hebben vaak voldoende aan 60 tot max. 120 m2. Dat betekent dat boerderijen een nieuwe vitale functie kunnen krijgen voor maximaal 5 tot 10 wooneenheden. 2. In aanvulling hierop wordt gekeken naar het agrarisch bouwperceel dat bij functiewijziging beschikbaar komt. Deze ruimte (doorgaans 1 tot 3 ha) kan gebruikt worden voor invulling van een woon en/ of werkcluster. Al dan niet in combinatie met de boerderij zal het dan gaan om 10 tot 15 wooneenheden. Energieopwekking vindt plaats op eigen erf. Aandachtspunten voor de invulling zijn ruimtelijk-landschappelijke en cultuurhistorische aspecten. Daarbij kan de Nije Pleats-methode* worden gevolgd. 3. Nieuwe bouwlocaties in het buitengebied kunnen ruimte bieden aan woon en/of verblijfseenheden in een bijzondere vorm en zullen moeten appelleren aan de gebiedskwaliteiten (b.v. water georiënteerd wonen/verblijven aan de Wijde Ee). 4. Nieuwbouwlocaties van grotere omvang moeten aansluiten op Aldeboarn of een van de bebouwingslinten in ADD.
Rode ontwikkelingen kunnen individueel plaatsvinden, maar bij voorkeur vindt er een collectieve invulling plaats via een coöperatie of vergelijkbare entiteit. Belangrijk is dat verdiencapaciteit in het gebied ontstaat en blijft.
*. Maatwerkmethode om met deskundigen aan de keukentafel mogelijkheden voor ontwikkelingen op de Pleats (het boerenerf) te verkennen.
83
recreatie & toerisme Kansen voor recreatie & toerisme liggen in de (her)ontwikkeling van verblijfsruimtes, recreatieve netwerken en voorzieningen. We willen recreatie & toerisme laten groeien binnen de grenzen van de gebiedskwaliteiten en aansluitend op de Toeristische Ontwikkel Strategie (2022). we hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: •
•
•
•
84
Wij zien ruimte voor uitbreiding van het aantal verblijfseenheden. Uiteraard moet in relatie met omliggende gebieden, zoals de Hegewarren, bekeken worden hoeveel capaciteit mogelijk en gewenst is. De uitbreiding is kleinschalig van aard en richt zich op doelgroepen die passen in ADD (mensen die houden van natuur, rust, ruimte, authenticiteit en cultuurhistorie). We voorzien interesse voor verschillende typen verblijven: luxe en eenvoudig; georiënteerd op water, land, dorp en boerderij. Door mogelijkheden te creëren op (vrijkomende) agrarische bedrijven komt de uitbreiding van de recreatieve verblijfscapaciteit ten goede aan het gebied (slimme groei en brede welvaart). Uitbreiding en verbetering van recreatieve routes en routegebonden voorzieningen maken de gebiedskwaliteiten beter beleefbaar. In de verkenning van H+N+S i.s.m. het gebied, overheden en experts, zijn al suggesties gedaan, zoals kuierpaden, een pad tussen Aldeboarn en De Deelen, maar ook een (vaar)verbinding die Akkrum en Aldeboarn rechtstreeks verbindt met NP De Alde Feanen en Grou. Gezamenlijke branding is wenselijk om ADD als gebied te presenteren. Suggesties die hiervoor al zijn gedaan: ‘Hotel ADD’ (één ‘loket’ voor alle verblijfsaccommodatie in ADD) en aantrekkelijke affichering van boeren die aan huis verkopen. Van belang is hierbij de afstemming met ‘Het Andere Friesland’ en Merk Fryslân.
Jinswâlde, ADD-Noord
wat betreft de ruimtelijke uitwerking spelen de volgende aspecten een rol: •
• •
•
•
Uitbreiding van verblijfsrecreatie wordt getoetst aan de effecten op de gebiedskwaliteiten. De invloed op c.q. afstand tot kwetsbare natuurwaarden, zoals een weidevogelkerngebied, is daarbij van groot belang. Veelzijdigheid van het recreatief verblijfsaanbod wordt gestimuleerd, passend bij de gebiedskwaliteiten. Uitbreiding van het aanbod van dag-recreatieve voorzieningen wordt bevorderd: bezoekerscentra; uiteenlopende horeca, visstekken, rust- en opstappunten, aanleggelegenheid etc. ADD heeft groot belang bij nieuwe vitale functies voor het cultuurhistorisch erfgoed, zoals b.v. De Waag in Aldeboarn. Ruimtelijk heeft het de voorkeur om aansluiting te zoeken bij een kern, lintbebouwing of incidentele verdichtingen in het landschap (bijvoorbeeld agrarische bouwpercelen). De uitbreiding van de (verblijfs)accommodatie is kleinschalig.
Uitbreiding van verblijfsrecreatie en bezoekersaccommodatie etc. kan plaatsvinden op individueel initiatief. Voorkeur heeft een collectieve invulling via een coöperatie of een vergelijkbare entiteit. Belangrijk is dat verdiencapaciteit in het gebied ontstaat en blijft.
oudheidskamer Uldrik Bottema in De Waag van Aldeboarn
85
energie Er liggen kansen in de ontwikkeling van duurzame energiedragers die ervoor moeten zorgen dat ADD energieneutraal wordt. Om te bepalen welke energiebesparende maatregelen het meest efficiënt zijn voor de energietransitie gaan we uit van de strategie van de Trias Energetica. Deze kent drie stappen: 1) beperk de vraag, 2) gebruik energie uit hernieuwbare bronnen en 3) gebruik eindige (fossiele) energiebronnen efficiënt. In ADD is veel te winnen in het verminderen van het energiegebruik: daarmee is naar schatting een besparing van 30-40% is te realiseren. Ook in de omzetting van het gebruik van gas en dieselolie/benzine naar elektriciteit kan veel winst worden geboekt. In eerste instantie zal in ADD vooral worden ingezet op de stappen 1 en 2 van de Trias Energetica. Dit kan individueel, maar ook collectief. De aanwezigheid van de EKA en de energiecoöperaties van Akkrum en Aengwirden heeft enorme voordelen door de gezamenlijke inzet van kennis, organisatie en geld. Bovendien is een energiecoöperatie een goede entiteit om de energietransitie te financieren. Om duurzaam in de energievraag te voorzien zien wij verschillende mogelijkheden: kleinschalig en grootschalig, korte en lange termijn.
Naast meer voor de hand liggende oplossingen (zonnepanelen op daken, zonnevelden, windmolens, mestvergisting) wordt er, vooral met het oog op het historische Aldeboarn, nagedacht over een collectieve aanpak: aan aquathermie en aan waterstof, mocht het compressiestation van de Gasunie, ten noorden van Aldeboarn, een backbone worden in het waterstofnetwerk. NB: het coördinatieteam van ADD staat in contact met de EKA, de overheden, de Gasunie en netbeheerder Alliander.
86
Een voorwaarde voor ontwikkeling van duurzame vormen van opwekking is dat er genoeg netcapaciteit is. De energievorm bepaalt de ruimtelijke impact. Om daar een idee van te geven nemen we zonne-energie als voorbeeld, toegespitst op het energiegebruik in de landbouw. Een zonnepark van 1 ha levert ca. 1 miljoen kWh per jaar. Bij het huidige geschatte gebruik van agrarische bedrijven levert een zonnepark van 1 ha genoeg energie voor ongeveer 7 bedrijven. De energievraag in ADD voor landbouw is ca. 10 miljoen kWh. Dit betekent dat er ca. 10 ha aan zonnepark nodig is om landbouw, natuurbeheer en waterbeheer energieneutraal te maken.
voor inzet van zonnepanelen kan een op ADD afgestemde 'zonneladder' toegepast worden: •
•
•
Trias Energetica
Op daken en gevels. Hierop is vigerend beleid van toepassing. Deze mogelijkheid kan vooral individueel ingezet worden. Aandachtspunt is de cultuurhistorische waarde van de bebouwing. Op gronden binnen bestaand stedelijk gebied. In het buitengebied bieden (vrijkomende) agrarische bouwpercelen (1 tot 3 ha groot) ruimte om zonnepanelen te plaatsen. Is een bouwperceel groter dan 1,5 ha, dan kan hiervoor de Nije Pleats-methode worden gevolgd. Stap 2 kan zowel individueel als collectief worden toegepast. Aandachtspunten zijn ruimtelijk-landschappelijke en cultuurhistorische aspecten. Toepassing op landbouwgronden: bij voorkeur op landbouwgronden die door peilverhoging minder geschikt worden voor landbouw en gekoppeld aan andere ruimtelijke elementen, zoals infrastructuur, nutsvoorzieningen etc. Deze mogelijkheid zal bij voorkeur (deels) collectief worden ingezet. Belangrijk is dat verdiencapaciteit in het gebied ontstaat en blijft.
87
van visie
6
6.1
In dit hoofdstuk geven we een beeld hoe het gebiedsproces, in vervolg op de officiële presentatie van het koersdocument aan de overheden, eruitziet. Het gaat in op de te zetten stappen, de benodigde werkorganisatie en instrumenten. niet één gebiedsplan, maar een gebiedsproces De gebiedscommissie heeft de opdracht om te komen tot een integraal ontwerp gebiedsplan. De uitvoering van zo’n plan vraagt om het inzetten van instrumenten die, elk met uiteenlopende tijdspaden, onder de verantwoordelijkheid vallen van verschillende overheden. Dit maakt dat één overkoepelend plan ongeschikt is om binnen afzienbare tijd tot uitvoering te brengen. Zeker niet als we enig tempo willen maken. De ervaring leert dat een gemiddeld gebiedsproces, vergelijkbaar met dat van ADD, in een lineair traject al gauw 15 jaar duurt van initiatief tot uitvoering. Voor ADD gaan we ervan uit dat het proces van de start tot en met de uitvoering zo’n 6 tot 8 jaar vergt. Gelet op de urgentie van de opgaven en behoud van motivatie in het gebied is een dergelijk tempo ook noodzakelijk. Dit betekent dat we in de uitvoeringsfase niet meer toewerken naar één gebiedsplan, maar invulling geven aan een gecoördineerd gebiedsproces met verschillende producten als uitkomst.
In dit proces loopt de uitwerking van verschillende programmalijnen naast elkaar, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de CSV, het herinrichtingsplan voor ADD-Zuid, de programmalijn Recreatie & Toerisme etc. Waar mogelijk willen we, vooruitlopend op het integrale gebieds- en inrichtingsplan al no regret maatregelen voor deelplannen uitvoeren. Alles wat consequenties heeft voor grond en/of grondgebruik moet echter in één keer worden afgehandeld.
88
6.2
vervolgfasen De veranderingen als gevolg van de groenblauwe opgaven vragen om een actieve herinrichting. Die zien wij als hoofdlijn in het proces. We zien daarin 4 fasen: 1. richten
2. inrichten
3. verrichten
4. borgen
koersdocument
concept herinrichtingsplan en kaders programmalijnen
herinrichtingsplan en ruilplan
omgevingswet waterwet
richten: met dit document geven we richting, we zetten de koers uit.
verrichten: vervolgens start een cyclisch iteratief proces van individuele gesprekken met grondeigenaren en -gebruikers om te komen tot een ruilplan. Dit veronderstelt dat het herinrichtingsplan, door toepassing van de CSV, wordt vertaald naar het individuele bedrijfsperspectief. Dit proces kan leiden tot aanpassingen van het herinrichtingsplan, om uiteindelijk te komen tot een definitief herinrichtings- en ruilplan dat kan steunen op een breed draagvlak. borging: Vervolgens moeten de ontwikkelingen worden geborgd via planologische instrumenten als de waterwet en de omgevingswet.
naar uitvoering
inrichten: met het koersdocument als basis wordt een herinrichtingsplan op gebiedsniveau gemaakt (vooralsnog apart voor ADD-Zuid en ADD-Noord). Vanuit de verschillende programmalijnen wordt gewerkt aan uitgangspunten en kaders en om de (gewenste) ontwikkelingen op andere functies mogelijk te maken.
89
Parallel aan de vormgeving van de groenblauwe hoofdlijn, wordt er gewerkt aan de thematische programmalijnen, waarmee de overheden (coöperatieve) mogelijkheden creëren voor nieuwe vitaliteit. Dit proces kan op verschillende momenten in fase 2: inrichten, worden ingezet. Daarnaast lopen de faciliterende lijnen, zoals de ontwikkeling van instrumenten als het CSV en de inzet van de WILG.
inrichten
naar een herinrichtingsplan op gebiedsniveau en uitwerking van programmalijnen Op basis van de richtlijnen die in deze ontwikkelingsvisie neergelegd zijn, worden gebiedsscenario’s uitgewerkt voor een herinrichting van de groenblauwe functies. Het gaat hierbij om veranderingen waarin collectieve maatregelen worden genomen en waarvoor grondruil voor nodig is. Bij de afbakening van een (deel)gebied ligt het voor de hand om te kiezen voor een gebied dat bestaat uit een afzonderlijk peilvak of samenhangend watersysteem. Voor zo’n gebied wordt door het ontwerpteam een watersysteemplan uitgewerkt: op welke plekken leveren welke maatregelen het beste resultaat op wat betreft de wateropgaven. Daarbij wordt beoordeeld welk effect deze maatregelen hebben op de andere functies, zoals (het perspectief voor) de landbouw en/of de mogelijkheden voor recreatie & toerisme. Aldus wordt toegewerkt tot een perspectief op gebiedsniveau. Wat betreft de thematische programmalijnen wordt in deze fase gewerkt aan het opstellen van uitgangspunten en kaders: door de verantwoordelijke overheden (in de meeste gevallen de gemeente) in samenspraak met betrokkenen uit het gebied. Zo moeten kaders ontstaan waarbinnen ‘verbreding’ mogelijk wordt en een nieuw (economisch) evenwicht kan ontstaan. Om dit te realiseren is een zwaluwstaart met het bestaande en toekomstige beleid van de overheden essentieel.
90
verrichten van een herinrichtingsplan op gebiedsniveau naar een ruilplan met individueel perspectief Om van een herinrichtingsplan te komen tot een vertaling naar individueel bedrijfsniveau en een ruilproces, moet er duidelijkheid ontstaan over een aantal cruciale zaken uit de programmalijnen en de faciliterende lijnen, zoals: • • •
Het herinrichtingsplan bevat een watersysteemplan. Op basis hiervan wordt m.b.v. de CSV per bedrijf een schadeberekening gemaakt. Daarmee krijgt de eigenaar / gebruiker in een individueel gesprek inzicht in de bedrijfseconomische effecten van het herinrichtingsplan, inclusief een mogelijke compensatie in grond, geld of een combinatie van beide.
1
3
de beschikbaarheid van financiën goedkeuring van de CSV door de verschillende overheden waaronder de EU kaders waarbinnen ‘nieuwe vormen van vitaliteit’ o.a. op agrarische bedrijven is toegestaan.
2
De uitkomsten van de berekeningen en gesprekken (wat kost compensatie van dit plan, hoeveel gronddruk levert het op, kan het steunen op een breed draagvlak etc.) leiden tot een ruilscenario en een nieuw perspectief op gebiedsniveau. Een dergelijk proces kan zich een aantal maal herhalen totdat er een plan ligt dat realistisch is (qua doelbereik, kosten, gronddruk en draagvlak).
1: scenario watersysteem en drooglegging > 2 2: inkomen-, vermogen- en bijkomende schade > 3 3: compensatie in grond en/of geld > 1
91
Om op individueel niveau invulling te geven aan een nieuw bedrijfsperspectief, kan de eigenaar gebruikmaken van de uitkomsten van de thematische programmalijnen: is er en zo ja op welke manier (beleids) ruimte ontstaan wat betreft energie, rood en recreatie & toerisme? Insteek is een proces op vrijwillige / minnelijke basis, maar het is mogelijk dat de inzet van de wettelijke herverkaveling (het verplichtende deel van de WILG) nodig is. Daarvoor is een formeel inrichtingsplan en een formeel ruilplan nodig. Vindt het proces geheel op vrijwillige / minnelijke basis plaats dan volstaan kavelruilovereenkomsten, maar zal er om praktische redenen toch ook vaak een (informeel) inrichtings- en ruilplan worden opgesteld. Het integraal gebiedsplan kan dan tevens het informele inrichtingsplan zijn.
borgen
6.3
van een cyclisch iteratief proces naar borging Wanneer er op individueel niveau d.m.v. maatwerk een definitief herinrichtings- en ruilplan is vastgesteld moet de herinrichting worden geborgd. De peilopzet wordt geborgd via het proces van de waterwet, ontwikkelingen wat betreft functies als wonen in de omgevingswet en grondtransacties in kavelruil-overeenkomsten.
benodigde projectorganisatie Het is een enorme uitdaging om het proces beheersbaar en het tempo erin te houden. Dat zal niet slagen in de huidige werkstructuur. Nu het gebiedsproces op weg gaat richting uitvoering moeten ook de werkwijze en de werkorganisatie tegen het licht worden gehouden. De innovatieve aanpak van ADD – een aanpak gedacht vanuit een gebied i.p.v. verschillende overheden - is complex vanwege het integrale karakter. Regie en sturing zijn vanwege dat integrale karakter van groot belang. Het ligt voor de hand om de kracht en input vanuit het gebied te blijven inzetten bij de inhoudelijke sturing van de gebiedsontwikkeling - zoals tot nu toe in nauwe samenwerking met de overheden.
92
Op verschillende momenten kunnen zich ontwikkelingen voordoen waar je als projectorganisatie faciliterend in wil of moet zijn. Om dat te kunnen waarborgen is het van belang dat gemeenten, waterschap, provincie en gebied alle vier een volwaardige plek en rol hebben in de projectorganisatie. Daarnaast zijn materiedeskundigen nodig op het gebied van groenblauwe functies, landbouw, rood, recreatie & toerisme en energie. En er is instrumentele, financiële en juridische deskundigheid nodig. De projectorganisatie opereert onder verantwoordelijkheid van de Gebiedscommissie ADD. De gebiedscommissie levert producten en adviseert de bestuursorganen. De verhouding ten opzichte van andere organisaties die in ADD actief zijn, zoals het Plaatselijke Belang, de EKA, de DOM Meidwaan yn Boarn etc. moet onder de loep worden genomen.
6.4
financiën Een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen komen tot uitvoering is duidelijkheid over de financiën. We kunnen pas echt beginnen als het financiële fundament aanwezig is. We zijn ons ervan bewust dat het gehele gebiedsproces een forse investering vergt. Alleen al het uitvoeren van de Gebiedsofferte Aanvalsplan Grutto, zoals dat i.s.m. de boeren in ADD-Noord is opgesteld en door de provincie is opgenomen in het Maatregelenpakket voor het FPLG, zal naar verwachting over een looptijd van 20 jaar een investering van zo’n € 56 mln kosten. Overigens: een deel van deze kosten is nodig voor het realiseren van de groenblauwe opgaven, zoals inrichtingskosten en afwaardering van grond, mede als gevolg van de noodzakelijke peilverhoging. Dus daarin zit een zekere overlap.
93
v
e
e
n
w
e
i
d
kostenraming Veenweideprogramma 2021-2030 samengevat kosten aanpassingen landbouw € 417 miljoen (inclusief flankerende maatregelen) kosten aanpassingen waterhuishouding € 102 miljoen (inclusief klimaatadaptatie) overige aanpassingskosten programmakosten kosten totaal
€ 20 miljoen € 10 miljoen € 549 miljoen
Uit de eerste financiële vingeroefeningen die t.b.v. de praktijksimulatie in ADD-Zuid zijn gemaakt op basis van de concept CSV, blijkt dat de benodigde compensatiekosten voor de landbouw redelijk in lijn liggen met de hierboven genoemde 'kosten aanpassingen landbouw’. Voor ADD gaat het dan naar schatting om een bedrag van ca. € 30-40 mln. Hier moet opgemerkt worden dat het daarbij enkel gaat om compensatiekosten als gevolg van de watermaatregelen. Kosten voor verbetering van de natuur en biodiversiteit, voor het stimuleren van natuurinclusieve landbouw, extra reductie van stikstof etc. zijn nog niet zijn meegenomen. De kosten voor aanpassingen van de waterhuishouding zijn nog niet bekend, maar zouden aan de hand van het Optimalisatiescenario dat voor ADD- Zuid is gemaakt vrij gemakkelijk door het Wetterskip ingeschat moeten kunnen worden. Maar, het gaat hier om een integraal plan waarin we zoals gezegd ook andere opgaven en ambities moeten en willen verwezenlijken, en dus moeten we ons realiseren dat ook hier nog geld voor beschikbaar moet komen. Als onderdeel van fase 2: inrichten, moeten we zo snel mogelijk een schatting maken van de totale projectkosten. Daarbij hoort ook onderzoek of er voor het gebied inkomsten te genereren zijn vanuit bv. rode ontwikkelingen en/ of energie.
94
e
p
r
o
g
r
a
m
m
a
De financiële middelen moeten grotendeels voortkomen uit het transitiefonds onder het NPLG/FPLG. Daarnaast kunnen andere financiële bronnen en subsidies worden aangeboord. In bijlage 2 staan een aantal mogelijkheden genoemd.
6.5
aandachtspunten voor het proces Wanneer we het proces zoals hierboven geschetst gaan uitvoeren zijn een aantal punten van belang: •
het koersdocument als levend document: periodiek herijken
Deze visie is gebaseerd op de huidige kennis wat betreft opgaven en doelen en de wetenschap. Een gebiedsspecifieke invulling van de maatschappelijke opgaven is nog niet geformuleerd en kennis over het effect van maatregelen is nog in beweging. Uiteraard hebben en houden we oog voor verdere concretisering van de opgaven en de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, maar we willen wel verder met het gebiedsproces. Daarom kiezen we er heel bewust voor om te werken vanuit de kennis die op dit moment beschikbaar is en daar, in voorkomend geval, besluitvorming en afspraken in het gebiedsproces ook op baseren. Het is essentieel om het bestaande draagvlak en momentum te behouden en ‘het betere niet de vijand van het goede te laten worden’. Mocht later blijken dat bepaalde maatschappelijke opgaven bv. toch anders geformuleerd worden dan kan dat geen reden zijn om de gemaakte afspraken en besluiten terug te draaien. ADD loopt voorop en fungeert als wegbereider voor gebiedsprocessen in de rest van het veenweidegebied. Het mag niet de dupe worden van deze voorsprong en proactieve houding.
95
Bovenstaande betekent niet dat we daarmee de koers vastzetten voor de komende 30 jaar. Zoals gezegd zullen we een scherp oog blijven houden voor het (nog steeds veranderende) maatschappelijke speelveld en kennisniveau en zo nodig de koers daarop herijken en bijstellen. Op deze manier willen we - binnen de randvoorwaarde dat gemaakte afspraken, waaronder nadrukkelijk ook het toekomstperspectief voor de landbouw, gerespecteerd blijven - samen met alle betrokken partijen periodiek evalueren of we nog op de goede weg zitten. •
inzet op monitoring en doelbereik
Om goed te kunnen sturen op doelrealisatie is het van belang de 0-situatie te meten en een monitoringsplan op te stellen. Vervolggesprekken over monitoring en doelbereik moeten uitwijzen welke vorm binnen dit gebiedsproces passend en haalbaar is. •
onderzoek bodemkwaliteit
96
breed scala aan instrumenten nodig
De focus in het proces ligt op de CSV en de drie planologische instrumenten (Waterwet, Omgevingswet en WILG) die nodig zijn om uitvoering mogelijk te maken. Maar daarmee zijn we er niet: de praktijk wijst uit dat er nog een groot aantal andere instrumenten nodig is om tot een vitaal en toekomstbestendig ADD te komen. Deze kunnen maatschappelijk, financieel-economisch, juridisch, planologisch of ruimtelijk-technisch van aard zijn - we willen immers een integrale gebiedsontwikkeling. Het kunnen beschikken over en toepassen van die instrumenten is cruciaal voor de realisering van alle doelen en ambities. Bijlage 2 geeft een overzicht: hoe, onder welke voorwaarden en door wie welke instrumenten kunnen worden ingezet. Dit overzicht is niet volledig. Sommige instrumenten zijn nog in ontwikkeling; er zullen nieuwe instrumenten bij moeten komen en oude afvallen. Omdat de instrumenten zo verschillend zijn qua aard, doel en ‘eigenaar/beheerder’ is elke indeling in zekere zin willekeurig.
Per situatie zal moeten worden bekeken welke instrumenten opportuun zijn of gebruikt kunnen worden. Sommige instrumenten vragen nog om instellingsbesluiten of (wijzigingen van) beleidsbesluiten. Bijlage 2 laat zien dat een integrale aanpak alleen kan slagen als alle mogelijke middelen optimaal worden gebruikt en ingezet, en dat er een veelheid aan instrumenten en actoren/uitvoerders aan te pas komt. Om actieve herinrichting (transitie) mogelijk te maken en het resultaat te kunnen borgen, stuiten we nog op veel juridische obstakels bij de vormgeving van maatregelen en instrumenten - ook op Europese niveau. Dit is iets waarop we nauwelijks invloed hebben maar alert moeten zijn. Op dit spoor kunnen we gemakkelijk vertraging oplopen. Alle maatregelen hebben, om ze te realiseren, een uitvoeringstitel nodig. Daaraan zit de mogelijkheid vast van bezwaar en beroep. Dit is een autonoom traject waar we alleen invloed op kunnen uitoefenen door vanaf het begin te werken aan draagvlak en door proactief procedures in gang te zetten. •
het belang van een veranderende overheid
In het licht van deze ‘derde verbouwing van Nederland’ zullen niet alleen de inwoners van ADD hun manier van doen moeten aanpassen. Hetzelfde geldt voor de overheid. De uitvoering van een integrale aanpak zoals wij die voor ons zien, vraagt om een faciliterende, ondersteunende overheid, die de meerwaarde van een integrale aanpak inziet. Een overheid die het mogelijk maakt om instrumenten in te zetten met het oog op een vitaal en leefbaar landelijk gebied, klaar voor de toekomst.
boeren en de gebiedscommissie ADD in gesprek met bestuurders van provincie en Wetterskip
Het gebiedsproces ADD betekent voortdurend werken met onzekerheden. Er zijn nog geen routines ontwikkeld. Tegelijkertijd zijn er veel bestuurlijke partijen beleidsdrager voor onderdelen van de gebiedsontwikkeling: provincie, waterschap en de drie gemeenten. Naast een faciliterende rol is het van groot belang dat een getrapte en tegelijkertijd omvattende besluitvorming voor de legitimiteit van iedere stap zorgt. Alleen zo ontwikkelt zich een stevig fundament voor de gebiedsontwikkeling. We zullen hier met elkaar, gebied en overheden, vorm aan moeten geven.
97
6.6
bredere context van het gebiedsproces Het gebiedsproces speelt zich af binnen een bredere context dan de lokale en regionale. Daarom is het van belang om deze relaties te kennen. Hieronder geven we de belangrijkste weer. NOVEX/POVI en NPLG/FPLG: Op dit moment werkt de provincie in opdracht van het Rijk aan de ruimtelijke invulling van de opgaven in de NOVEX (Nationale Omgevingsvisie Extra). Dit zal leiden tot een herziening van de Provinciale Omgevingsvisie. Bestaande visies en beleid zoals de Bossenstrategie, het Herstelprogramma Biodiversiteit, de KRW, Fryslân Klimaatbestending 2050+ (WABOS) en klimaatadaptatie vallen onder de Friese uitwerking van het NPLG: het Frysk Programma Landelijk Gebied. Er zijn ook programma’s die onder het NPLG vallen die nu nog worden uitgewerkt, losstaand van het proces in ADD, maar die wel invloed op ADD (kunnen) hebben: de natuurdoelanalyses voor de Alde Feanen, de verdere ontwikkeling van het NNN en de vernieuwde ganzenaanpak. Met de informatie die nu beschikbaar is, is in deze visie een vertaling gemaakt van het FPLG naar ADD. Procesmatig haken we aan bij lopende zaken, zoals de ontwikkeling van een eventuele grondbank.
98
vigerend beleid rood/energie/wonen: momenteel zijn de provinciale visie Grutsk op ‘e Romte en de gemeentelijke omgevingsvisies (waaronder nog oude bestemmingsplannen) bepalend voor de mogelijkheden voor verandering in ADD. Op regionaal, provinciaal en gemeentelijk niveau wordt nieuw beleid ontwikkeld, maar de kaders voor mogelijke ontwikkelingen zijn vaak nog niet uitgewerkt of nog niet geborgd in instrumenten. Tegelijkertijd zijn er werkgroepen van burgers die gewenste ontwikkelingen op verschillende thema’s aandragen (de diverse Plaatselijke Belangen, de dorpontwikkelmaatschappij Meidwaan Yn Boarn, de Stichting Beekdallandschap Koningsdiep | de Nije Boarn, lokale energiecoöperaties etc. Nu lopen deze processen grotendeels los van elkaar. Willen we een integraal plan realiseren dat kan rekenen op draagvlak, dan moeten we toewerken naar een ‘zwaluwstaart’. In welke vorm dat het beste kan moet nog worden bepaald. landelijke en regionale pilots en onderzoeken: in het gebiedsproces wordt ook input gehaald uit regionale en landelijke pilots en onderzoeken: van het Innovatieteam Veenweide van het Veenweideprogramma (onderzoeken als ‘it Nije Buorkjen’, m.b.t. bodem, CO2-vastlegging etc.); van het VIP-NL (Veenweiden Innovatie Programma – Nederland) en het NOBV (Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden). Deze laatsten houden zich o.a.
bezig met het uitvoeren en analyseren van CO2metingen. Nieuwe uitkomsten en inzichten worden periodiek afgewogen en meegenomen in de verdere ontwikkeling van het gebiedsproces. directeur generaal Ministerie LNV, Johan Osinga, gedeputeerde Douwe Hoogland en wethouder Jaap van Veen, gemeente Heerenveen, op bezoek in ADD
markt en regio: naast programma’s en beleid van de overheid is ADD onderdeel van een regio en van de agrarische sector. Op de (financiële) markt en in de voedselketen spelen grote actoren een rol waar we als proces mee te maken hebben, maar geen sturing aan kunnen geven. Waar mogelijk zetten wij ons in om invloed uit te oefenen.
99
bronnenlijst
Actieplan vitale logiesaccommodaties binnen het programma Gastvrij Fryslân 2028, Toerisme Alliantie Fryslân, 2021 BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Kadaster, 2023 Op weg naar Basiskwaliteit Natuur, Koos Biesmeijer, Saskia Klumpers, Ingrid VisserenHamakers, David Kleijn, Robert Kwak - Naturalis Biodiversity Center, 2021 Beleidsnota Ecologie en Vis, Wetterskip Fryslân, 2022 BRK Basisregistratie Kadaster, Kadaster, 2023 Casestudy: 3 peilscenario's, 3 bedrijven en deelgebiedanalyse, initiatiefnemers gebiedsproces ADD, 2019 Cultuurhistorische analyse ADD Cultuurhistorische verdieping Aldeboarn-De Deelen, Jeroen Wiersma, 2022 Erfgoedddeal Greppelland, Van blinde naar nieuw toekomst, projectteam erfgoeddeal greppelland, 2022 Evaluatieverslag praktijksimulatie flankerend beleid, Gebiedsproces ADD & Werkgroep Flankerend Beleid, 2023 Frysk Programma Landelijk Gebied 'It is mei sizzen net te dwaan', Ontwerp Gebiedsprogramma Fryslân, Provincie Fryslân, 2023 Gebiedsofferte Aanvalsplan Grutto ADD-Noord, Squarewise ism.
initiatiefnemers gebiedsproces ADD, 2023 Google Maps: kaart Aldeboarn–De Deelen met functies, 2023 Heerenveen aardgasvrij, Gemeente Heerenveen, 2021 Huidige ecologische kwaliteit agrarische gronden Remote Sensing Analyse 2018-2020, Bekkema et al., 2022 Kaart begrenzing ADD Plangebied Aldeboarn–De Deelen, Provincie Fryslân (Esri/ kadaster), 2022 Klimaatakkoord, Rijksoverheid, 2019 KRW Handreiking Kaderrichtlijn Water, Ministerie van I&W, Stowa, IPO, Unie van Waterschappen, 2018 LISA werkgelegenheidsregister, Provincie Fryslân, 2022
100
Mix van maatregelen ADD, Altenburg & Wymenga, 2023 Realisatiestrategie voor de afronding van het NNN in Fryslân; Natuer mei de Mienskip, 2019. Provincie Fryslân, 2023 Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2022 Ontwerp Woonvisie 2023-2028, Gemeente Heerenveen, 2023 Toelichting Optimalisatiescenario en het voorlopig ontwerp van een klimaatbestendig watersysteem in ADD-Zuid (2023), coördinatieteam ADD Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân, Gemeenten Heerenveen, Opsterland, Ooststellingwerf, Smallingerland en Weststellingwerf, Provincie Fryslân, Ministerie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, 2023 Romsicht, Gebiedscoöperatie It Lege Midden en Stichting Beekdallandschap Koningsdiep | de Nije Boarn, 2017 Verkenning bouwstenen rood–energie–recreatie & toerisme voor het integraal gebiedsplan Aldeboarn–De Deelen, H+N+S landschapsarchitecten, 2022 Toeristische regionale ontwikkelstrategie Zuidoost Fryslân, Regiodeal Zuidoost Friesland door Gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Weststellingwerf, 2022 Veenweidevisie, Wetterskip Fryslân & Provincie Fryslân, 2015 Veenweideprogramma 2021-2030, Wetterskip Fryslân & Provincie Fryslân, 2021 Uitvoeringsprogramma Stikstof Fryslân 2030,
Provincie Fryslân, 2022 Werkdocument ADD-Zuid, bouwstenen voorlopig inrichtingsplan ADD-Zuid, Altenburg & Wymenga, 2021 Wet natuurbescherming bronbestand, Provincie Fryslân, 2022 Woonênquete Aldeboarn, Werkgroep Wonen Plaatselijk Belang, 2022 Integrale gebieds- en opgavenanalyse veenweidegebied provincie Fryslân, WUR Rapport Veenweide, Edo Gies, Wiebren Kuindersma, Herman Agricola, 2022 16-punten manifest, Klankbordgroep Flankerend Beleid, 2022
101