B5 Bijlage 1 Koersdocument Aldeboarn – De Deelen 2030 – 2050
Tekst van het document
2030 Gebiedscommissie Aldeboarn-De Deelen, Aldeboarn, 13 december 2023
KOERSDOCUMENT
een integrale gebiedsvisie 2030-2050
2050
Aldeboarn De Deelen
voorwoord
Het landelijk gebied rond Aldeboarn kenmerkt zich door rust en ruimte met vergezichten over groene graslanden. Een agrarisch gebied ten voeten uit in het hart van Fryslân, met het laagveenreservaat De Deelen in het zuiden en de Soarremoarre in het noorden. ‘In machtich plakje’, volgens (oud) bewoners van it Eilân en Goaiingahuzen*. Ook een landschap met historie. Al in een ver verleden ging het landschap rond Aldeboarn op de schop om er turf te winnen voor brandstof. Na WO II volgde m.b.v. de Marshallhulp de eerste ruilverkaveling in het Swettegebied. Doel: een productievere landbouw zonder de geregelde overstromingen die het gebied teisterden. In de jaren 70-80 volgden ruilverkaveling en peilverlaging rondom De Deelen en afgelopen decennia werd het gebied met nieuwe landinrichtingen optimaal voor de landbouw ingericht. Nu komen nieuwe uitdagingen op het gebied af. In 2015 werd de provinciale Veenweidevisie vastgesteld met als opgave om door peilverhoging de bodemdaling te verminderen. Op initiatief van burgers en boeren ging daarop in december 2016 ons gebiedsproces in Aldeboarn - De Deelen (ADD) van start. De initiatiefnemers wilden deze opgave aangrijpen als een kans voor het gebied. Sterker nog, als een impuls om de vitaliteit, kwaliteit en identiteit van ADD te versterken. Tot op de dag van vandaag vormt deze ambitie het fundament voor het gebiedsproces.
De opgaven die er vanuit het Veenweideprogramma 2021-2030 en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG, 2022) inmiddels zijn bijgekomen hebben deze overtuiging nog versterkt: gebruik momentum en middelen om met elkaar – boeren, burgers en overheden - te investeren in de toekomst van ADD. *. Goaiingahuzen, ferhalen fan (ald)bewenners, Auck Peanstra en Anne Peenstra, Afûk 2016.
2
Anno 2023 is ADD een praktijkvoorbeeld van de integrale gebiedsgerichte aanpak – precies zoals het NPLG beoogt – vanuit de logische gedachte: koppel opgaven aan elkaar. In ADD gaan we nog een stapje verder. We beperken ons niet tot het groenblauwe domein, maar betrekken ook de bouwopgave bij de gebiedsontwikkeling, net als energietransitie en infra, recreatie & toerisme, biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie. Dat is ongebruikelijk, maar ligt voor de hand als je inzet op een economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk vitaal landelijk gebied. Bij de lancering van het NPLG zei (demissionair) premier Rutte: “We staan voor de derde grote verbouwing van Nederland”, daarmee verwijzend naar de eerdere grote transities die ons land doormaakte: de wederopbouw en de ruilverkaveling. Het beeld van de verbouwing is goed gekozen: nu staan we voor de aanpassing van het landelijk gebied aan klimaatverandering en herstel van natuur en biodiversiteit, met perspectief voor een duurzame landbouw. En we weten allemaal wat een verbouwing inhoudt. Een tijdje staat ons dagelijkse leven op z’n kop, is er sprake van breken, stof, noodvoorzieningen etc. Maar elke verbouwing draagt ook de belofte in zich dat we straks weer een hele tijd vooruit kunnen en, als we het goed hebben gedaan, kunnen genieten van ons ‘nieuwe huis’.
Dat is waar we ons voor inzetten: we gaan AldeboarnDe Deelen weer klaar maken voor de toekomst. In dit koersdocument zetten we de lijnen uit hoe we deze ambitie willen waarmaken. We hopen dat provincie, waterschap, gemeenten en Rijk er samen met ons de schouders onder willen zetten. Piet Dijkstra, voorzitter Gebiedscommissie Aldeboarn–De Deelen
3
1
4
0
0
0
h
a
n
a
t
u
u
Natura 2000 De Deelen, ADD-Zuid
r
4
0
0
0
h
watersysteem De Mieden-Gersloot, ADD-Zuid
a
l
a
n
d
b
o
u
w
5
k
6
l
e
i
v
e
e
n
AHN-hoogtekaart Aldeboarn-De Deelen
k
l
e
i
bodemkaart Aldeboarn-De Deelen
o
p
v
e
e
n
7
weidevogelkerngebied Soarremoarre, ADD-Noord
spinnenkopmolen langs de Wijde Ee, ADD-Noord
Aldeboarn
8
Natura 2000 De Deelen, ADD-Zuid
inleiding
visie
kenmerken en huidige situatie
van visie naar uitvoering
1.1. Gebiedsproces Aldeboarn–De Deelen 1.2. Koersdocument 1.3. Uitgangspunten 1.4. Leeswijzer
opgaven en ambities 3.1. Klimaat 3.2. Water 3.3. Natuur en biodiversiteit 3.4. Landbouw 3.5. Leefbaarheid
zoektocht naar nieuw evenwicht 4.1. Groenblauwe gebiedskwaliteiten 4.2. Economie 4.3. Leefbaarheid 4.4. Dynamisch evenwicht
6.1. Niet één gebiedsplan, maar een gebiedsproces 6.2. Vervolgfasen 6.3. Benodigde projectorganisatie 6.4. Financiën 6.5. Aandachtspunten voor het proces 6.6. Bredere context bronnenlijst
bijlagen
bijlage 1: ter inspiratie bijlage 2: flankerend instrumentarium
inhoudsopgave
2.1. Landbouw 2.2. Natuur en biodiversiteit 2.3. Cultuurhistorie en landschap 2.4. Wonen 2.5. Leefbaarheid 2.6. Recreatie & toerisme 2.7. Duurzame energie 2.8. Overige economische dragers/activiteiten
5.1. Visie op groenblauwe functies 5.2. Visie op rood, recreatie & toerisme en energie 5.3. Ruimtelijke visie op ADD
9
inleiding
1.1
gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen Eind 2016 is in Aldeboarn-De Deelen (ADD) een gebiedsproces gestart op initiatief van burgers en boeren: Stichting Beekdallandschap Koningsdiep | de Nije Boarn en Gebiedscoöperatie It Lege Midden. Aanleiding vormde de provinciale Veenweidevisie uit 2015, die als doel had om door peilverhoging de bodemdaling te verminderen. Al snel hebben beide partijen de opgave verbreed en aangevuld met eigen ambities. In de periode 2021-2023 zijn hier de opgaven uit het Veenweideprogramma 2021-2030 (VP 21-30) en het Nationaal/Frysk Programma Landelijk Gebied (NPLG/FPLG) bijgekomen. Een omvangrijk pakket en er moet veel gebeuren. Maar dat wordt in ADD niet alleen gezien als probleem, maar ook als kans. De insteek van het gebiedsproces is om de vitaliteit, kwaliteit en identiteit van ADD te versterken. Het veranderingsproces zal lastig zijn en passen en meten vergen, maar het beoogde resultaat is een gebied waar komende generaties goed mee uit de voeten kunnen. En bovendien, niets doen is geen optie. Voortgaande bodemdaling zal leiden tot funderingsschade, tot sterk toenemende maatschappelijke kosten en voor een deel van de agrariërs in ADD – langzaam 'achteruit boeren'.
Klimaatverandering en oxidatie van het veen vragen om aanpassing van het watersysteem; de achteruitgang van biodiversiteit en de kwaliteit van de natuur vragen om actie; toenemende vergrijzing vraagt om meer zorg en passende huisvesting en, last but not least, het huidige productiemodel van de melkveehouderij staat onder druk en vraagt om nieuwe manieren van doen.
10
Vanaf de start is de insteek om als gebied zelf regie te voeren over de veranderingen die plaats moeten gaan vinden. Op het fundament van dit bottom-up gebiedsproces hebben Gedeputeerde Staten van Fryslân in 2021 een brede gebiedscommissie geïnstalleerd, met als opdracht een ontwerp integraal gebiedsplan voor ADD te ontwikkelen. De gebiedscommissie adviseert Gedeputeerde Staten en het Dagelijks Bestuur van Wetterskip Fryslân over het gebiedsproces, over de producten die dat oplevert en de instrumenten die dat vraagt.
1.2
koersdocument Dit koersdocument, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de gebiedscommissie Aldeboarn-De Deelen, is het resultaat van een intensief proces waarbij tegelijkertijd van bovenaf en van onderop wordt gewerkt. Gebiedspartijen en overheden (provincie, waterschap, gemeenten) werken van meet af aan samen aan een duurzaam toekomstperspectief voor ADD. Maar het is ‘het gebied’ dat deze integrale visie voor ADD aan de overheden aanbiedt, met het verzoek er verder samen uitvoering aan te geven. Deze ontwikkelingsvisie steunt op tal van bijeenkomsten, onderzoeken, pilots, projecten, notities en werkboeken over diverse onderwerpen: de vrucht van werken in ADD de afgelopen jaren (zie kader op de volgende pagina). Deze ‘bouwstenen’ vormen mede de basis voor de uitgangspunten die in deze visie beschreven worden. Het koersdocument biedt houvast voor de verdere gebiedsuitwerking en fungeert dus als paraplu voor het verdere gebiedsproces.
11
overzicht bouwstenen Romsicht, een ruimere kijk op veenweide (Initiatiefnemers, 2017) Casestudy Aldeboarn-De Deelen (Initiatiefnemers en provincie, 2019) Cultuurhistorische verdieping Aldeboarn-De Deelen (Jeroen Wiersma, 2022) Werkdocument ADD-Zuid (Altenburg &Wymenga, 2021) Verkenning bouwstenen rood-energie-recreatie & toerisme voor het integraal gebiedsplan Aldeboarn-De Deelen (H+N+S landschapsarchitecten, 2022) Optimalisatiescenario en het voorlopig ontwerp van een klimaatbestendig watersysteem in ADD Zuid (Coördinatieteam ADD, 2023) Gebiedsofferte Aanvalsplan Grutto Aldeboarn-De Deelen Noord (Squarewise i.s.m. intiatiefnemers en boeren, 2023)
1.3
uitgangspunten Vitaal en leefbaar platteland Als gevolg van de maatschappelijke opgaven zullen de omstandigheden op het gebied van natuur, water en klimaat verbeteren, maar zal het perspectief voor de gangbare landbouw in ADD afnemen. Dat zet de economische vitaliteit en daarmee de leefbaarheid van het gebied onder druk. Er is grote zorg dat deze veranderingen zonder regie en sturing zullen leiden tot uitholling van het platteland. Dat kan voorkomen worden als je je hiervan bewust bent, als je proactief handelt en dit momentum aangrijpt om samen de condities te scheppen die kunnen leiden tot brede welvaart: een vitaal en leefbaar ADD - voor nu en voor toekomstige generaties, voor de mens, het landschap en de flora en fauna.
12
Integrale op het gebied gerichte aanpak Om aan de opgaven uit het VP21-30 en het NLPG/FPLG te kunnen voldoen is een actieve herinrichting van ADD nodig. Dat biedt de kans om ook andere opgaven en gebiedsambities in te vullen. Het zwaartepunt ligt op landbouw en groenblauwe functies, maar wonen, recreatie & toerisme, energie, biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie worden meegenomen. Dit koersdocument schetst een integraal beeld van mogelijke nieuwe ontwikkelingen. Het is zeer wenselijk om alle functies en vormen van grondgebruik in samenhang uit te werken in plannen die uiteindelijk geborgd kunnen worden in beleid van verschillende overheden (Omgevingswet, Waterwet, etc.). Deze integrale visie op de fysieke leefomgeving past binnen de denkwijze van de nieuwe Omgevingswet, waarin integraliteit een belangrijk speerpunt is.
op de dijk rond De Deelen
Korte en lange termijn perspectief: 2030 en 2050 Het VP 21-30 en het NPLG/FPLG hebben 2030 als horizon. De opgaven die daaruit voortvloeien zijn soms concreet (bv. de KRWdoelen) en behoeven soms nog verdere specificatie (zoals stikstof). Dit koersdocument zet er het perspectief voor 2050 naast. In zekere zin is 2030 ‘straks’ en we weten dat er wat betreft de groenblauwe functies nog meer opgaven in het verschiet liggen. Wij vinden het wenselijk om voorwaarden te scheppen voor de lange termijn en ons te richten op een generatie verder. 2050 is ook een meer passende horizon voor zaken als energie en wonen. Het koersdocument wil houvast bieden waarop gebiedspartijen stappen kunnen zetten richting de toekomst. In de wetenschap dat nog veel kennis en opgaven in beweging zijn, zullen dit deels stappen in onzekerheid zijn. Op basis van de huidige kennis geeft deze visie richtlijnen voor verdere uitwerking. Periodiek zal gekeken worden of herziening van de visie nodig is. Het is echter onwenselijk om gemaakte afspraken bij elke verandering (qua opgaven en / of wetenschappelijke inzichten) aan te passen.
13
i
n
t
e
g
r
uitgangspunten koersdocument
14
a
a
l
o
n
t
w
i
k
k
1.4
e
l
e
n
leeswijzer De afbeelding op p.14 geeft schematisch de uitgangspunten van dit koersdocument weer. Fundament voor de visie vormen de kenmerken en huidige situatie van ADD. Deze worden beschreven in hoofdstuk 2. De veranderingen die gaan plaatsvinden komen voort uit landelijke, regionale en lokale opgaven, en ambities vanuit ADD zelf. Hoofdstuk 3 vertaalt deze opgaven en ambities naar doelen voor ADD. In hoofdstuk 4 start de zoektocht naar een visie op de toekomst van ADD. Het verkent, vanuit te verwachten ontwikkelingen, een nieuw economisch, ecologisch en sociaalmaatschappelijk evenwicht dat in ADD zou kunnen ontstaan. De visie die daarop gestoeld is wordt geschetst in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 laat de weg van visie naar uitvoering zien en geeft een beeld van de benodigdheden om daar te komen.
15
16
kenmerken en
In het hart van ADD ligt het middeleeuwse Aldeboarn, in de 8e eeuw strategisch gelegen aan de rivier de Boarn en te midden van vruchtbare venen. Het grondgebied van ADD ligt in drie gemeenten: Heerenveen (4.275 ha), Smallingerland (730 ha) en Opsterland (290 ha). In de nabijheid liggen de dorpen Akkrum en Grou en het stikstofgevoelige Nationaal Park De Alde Feanen. De bestuurscentra van de drie gemeenten liggen op iets grotere afstand. De begrenzing van ADD is gekozen op basis van de aanwezige watersystemen (zie p.18). Watersystemen vormen de basis voor de uitwerking van de opgaven vanuit het VP 21-30.
landbouw De belangrijkste economische en landschappelijke drager in ADD is de landbouw. De kenmerken van de landbouw in ADD zijn terug te vinden op p.19. In het gebied is zo’n 80% van de grond in agrarisch gebruik (4.250 ha)*. Van alle landbouwgrond is zo’n 60% in gangbaar landbouwkundig gebruik. Op de rest van het areaal is sprake van een minder intensief (24%) of relatief extensief gebruik (16%). Op een groot deel van deze 40% vindt agrarisch natuurbeheer plaats via twee agrarische collectieven: it Lege Midden en de Noardlike Fryske Wâlden, waarvan de eerste zich hoofdzakelijk richt op weidevogels. Een beperkt aantal agrarische bedrijven heeft een recreatieve nevenfunctie.
*. Bron: WUR Rapport Veenweide Fryslân (2022)
situatieschets ADD
huidige situatie
2.1
17
begrenzing en watersystemen ADD
18
De omzet van de landbouwsector in ADD is bijna 25 miljoen euro per jaar*. Vanwege de afzet van producten elders heeft de landbouw ook een bovenregionale functie. Van de werkgelegenheid in het gebied valt ca. 30% van de banen in de landbouwsector, wat vergeleken met Fryslân als geheel (ca. 5%) relatief hoog is. NB: Als de kernen Akkrum, Nes en De Veenhoop, die tegen ADD aanliggen, ook in de berekeningen worden meegenomen, dan laten de percentages een heel ander beeld zien, ook wat betreft wonen en recreatie & toerisme. * Bron: LISA werkgelegenheidsregister (2022)
kenmerken landbouw ADD, Wnb bronbestand (2022)
19
2.2
natuur en biodiversiteit In ADD liggen verschillende natuurgebieden, waarvan Natura 2000 gebied De Deelen de grootste is. Eigendom en beheer van dit gebied ligt bij Staatsbosbeheer. Andere natuurgebieden in ADD zijn de Lytse Deelen, de Botmar, het Unlân van Jelsma en het Kobbelân. In de Soarremoarrepolder en de Lytse Deelen is (ook) sprake van Particulier Natuurbeheer. In totaal behoort ruim 1050 ha binnen ADD tot het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN).
boven: petgaten Natura 2000 De Deelen onder: weidevogelkerngebied Soarremoarre rechts: natuur en particulier natuurbeheer in ADD
20
Unlân fan Jelsma & Kobbelân
Botmar
Soarremoarre
Lytse Deelen
Natura 2000 De Deelen
k
r
u
i
d
e
n
r
Het landschappelijk open deel van ADD is van oudsher zeer belangrijk voor weidevogels. De grootste concentraties zijn tegenwoordig te vinden in de (particuliere) natuurgebieden Soarremoarre en de Lytse Deelen (het graslanddeel), maar ook op landbouwgronden met weidevogelbeheer (vooral op percelen met extensief beheer). In ADDNoord wordt, voortbouwend op de stevige actuele weidevogelpopulatie van Soarremoarre en Henswoude, gewerkt aan de ontwikkeling van een grootschalig weidevogellandschap zoals bedoeld in het Aanvalsplan Grutto*. De meer besloten natuurgebieden - zoals De Deelen, de Lytse Deelen en de Botmar - zijn vooral van belang voor moerasnatuurwaarden, waaronder broedvogels. Het Unlân van Jelsma en het Kobbelân zijn restanten van voor WO II nog uitgebreid voorkomende schraallanden. Het Unlân fan Jelsma herbergt ook nu nog waardevolle blauwgraslandvegetaties. Naast de natuurgebieden zijn ook agrarische gronden van belang voor de biodiversiteit van ADD. Het merendeel van de graslanden in ADD (ca. 60%) betreft sterk bemeste productiegraslanden**. De vegetatie is er soortenarm en bestaat hoofdzakelijk uit Engels Raaigras en Ruw Beemdgras. Afgezien van Paardenbloem komen kruiden niet of nauwelijks voor. Een kleiner deel van het areaal (ca. 40%) betreft extensief gebruikte graslanden. Deze percelen worden (veel) minder bemest.
Ze liggen vaak in particulier natuurgebied of er is sprake van ANLb***. In de vegetaties hier komen kruiden en grassen van minder voedselrijke omstandigheden voor, zoals Scherpe Boterbloem, Veldzuring, Pinksterbloem, Gestreepte Witbol en Gewoon Reukgras. * Aanvalsplan Grutto, bedoeld om de weidevogelpopulatie te versterken, wordt gesteund door provincies, en natuur- en landbouworganisaties. ** Bron: Huidige ecologische kwaliteit agrarische gronden (2022) *** Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer. Via de ANLb-regelingen kunnen boeren een vergoeding krijgen voor bepaalde typen (extensiever) beheer.
22
y
k
g
r
a
s
l
a
n
d
Ecologische kwaliteit van de agrarische gronden kan ook liggen in sloten en slootkanten. Die zijn niet alleen leefgebied voor allerlei watergebonden planten en dieren, maar maken ook deel uit van het foerageergebied van bijvoorbeeld moerasvogels die in nabijgelegen moerasgebied broeden. Lokaal zijn nog indicaties van een goede waterkwaliteit aanwezig
watersysteem Poppenhuizen, ADD-Noord
23
2.3
cultuurhistorie en landschap ADD* is onderdeel van het grootschalig open veenweidelandschap van it Lege Midden (het lage midden) van Friesland. Dit wordt gekenmerkt door een afwisseling van polders, meren en vaarten. De openheid van ADD is een belangrijke kwaliteit, zowel in de menselijke beleving als voor allerlei dieren die er thuishoren. Ook al is het niet meer altijd herkenbaar en beleefbaar, de ontstaansgeschiedenis van het landschap is nog goed zichtbaar. De rivier de Boarn speelde daarin een prominente rol, als basis voor de ontginning van het landschap en door de afzetting van klei langs de rivier, die in open verbinding stond met de vroegere Middelsee. Direct langs de Boarn en haar voormalige zijstromen is het kleidek het dikst. Hoe verder van de rivier verwijderd, hoe dunner de kleilaag die op het veen is afgezet. Ontginning vond plaats vanaf de Boarn en dat is terug te zien in de verkavelingsrichting en de locatie van de dorpen en gehuchten. Deze liggen op de hogere kleigronden langs de (vroegere) rivier en haar zijarmen. De Van Sminiawei markeert zo’n voormalige zijtak van de Boarn. De oude verkavelingspatronen – smal en opstrekkend op veengronden, blokvormig in delen met een dik kleidek – zijn maar weinig veranderd. Wel zijn her en der sloten gedempt voor de vorming van grotere percelen.
Karakteristieke elementen van het open landschap zijn oude greppel – en graslanden en, zij het zeldzaam, spataderstructuren die kreekjes van de vroegere Middelsee verraden. De Botmar, voor WO II nog in open verbinding met de Wijde Ee, is een voorbeeld van de meertjes die kenmerkend zijn voor het waterrijke Lege Midden. *. Cultuurhistorische Verdieping Aldeboarn-De Deelen (2022)
24
spataderstructuren rondom It Kathûs: overblijfselen van kreekjes van de vroegere Middelsee
It Kathûs
25
l
a
n
d
s
c
h
a
Plangebied ADD Stroomrug Boarn
Historische waterloop
Verdwenen waterloop
Bebouwing voor 1940
Bebouwing na 1940
Wegen voor 1940
Wegen na 1940
Overheersende kavelrichting
Historisch dijktracé
Cultuurhistorisch object
26
Woonplaats rond 1000 na Chr.
p
b
i
o
g
r
a
f
i
e
Een deel van ADD is meer besloten en heeft het karakter van een veenderijlandschap, met een afwisseling van graslanden, rietland en wilgenopslag. Karakteristiek daarin zijn de petgatstructuren die met name in ADD-Zuid te vinden zijn (De Deelen, Lytse Deelen), maar lokaal ook in ADD-Noord voorkomen (Unlân fan Jelsma en Kobbelân). Er zijn in ADD veel elementen die nog herinneren aan de geschiedenis van het landgebruik, het waterbeheer en de bewoning. Deze kunnen tot de cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied gerekend worden. Daarbij gaat het om de al genoemde oude verkavelingsstructuren, oud greppelland en petgaten; om historische waterlopen (Boksleat, Alddeel, Swette) en oude dijken (Leppedijk). Langs (de vroegere loop van) de Boarn en haar zijarmen bevinden zich nog historische boerderijplaatsen. Ook Aldeboarn, waarvan de kern is aangemerkt als beschermd dorpsgezicht, kent veel cultuurhistorisch waardevolle panden. Andere cultuurhistorische elementen die (deels) nog herkenbaar zijn in het landschap zijn oude kerkhoven, inversieruggen van de vroegere Boarnloop en middeleeuwse huisterpjes.
cultuurhistorische quickscan ADD
27
28
2.4
wonen Wonen* is grotendeels geconcentreerd in Aldeboarn. In het buitengebied gaat het om verspreid liggende (clusters van) woningen of woningen tegen de randen aan van Nes en Akkrum. Aldeboarn, de enige kern in ADD, telt ongeveer 1.550 inwoners en omvat ca. 550 woningen. Inclusief het buitengebied komt het inwonertal van ADD op circa 2.200 en het aantal woningen op ca. 800. Het huizenbestand (voor het overgrote deel van voor 2000) is cultuurhistorisch gezien een belangrijke beelddrager. Ook het buitengebied heeft karakteristieke en beeldbepalende gebouwen: sommigen zijn van vóór 1850 (langs de voormalige Boarnloop), er komt een boerderij-type voor dat stamt uit de twintiger jaren van de vorige eeuw en in ADD-Noord bevinden zich typische wederopbouw boerderijen. Een in 2022 gehouden woonenquête laat zien dat veruit het grootste deel van de inwoners al langer dan 10 jaar of zijn hele leven in Aldeboarn woont (zo’n 80%). Er is redelijke belangstelling (25-30%) om nog een keer te verhuizen, maar dan binnen het dorp of naar de directe omgeving. Ook opvallend is dat de jeugd een sterke binding heeft met Aldeboarn. Zo’n 90% (resultaat enquête 21-08-2018) geeft aan in het dorp te willen blijven wonen. Ongeveer een derde van de kopers is tussen de 24-35 jaar en komt uit dezelfde gemeente (Heerenveen). Problematisch is dat de doorstroming stagneert.
Er is behoefte aan differentiatie in het woningaanbod: aan betaalbare woningen voor starters en jongeren, aan woningen voor jonge gezinnen en (speciale huisvesting voor) ouderen met de beschikbaarheid van zorg. Net als in veel andere dorpen neemt het aantal voorzieningen geleidelijk af.
kaart Eekhof, 1850 *. Bron: BRK (2023), BAG (2023) en Woon-enquête Aldeboarn (2022)
29
café Moeke de Bruin, Aldeboarn
de Weaze, Aldeboarn
30
a
l
d
e
2.5
leefbaarheid
b
o
a
r
n
De vitaliteit van een landelijk gebied als ADD wordt bepaald door de leefbaarheid: de sociaal-culturele identiteit, zorg en voorzieningen, sociale verbondenheid en bereikbaarheid. De sociaal-culturele identiteit van ADD heeft zijn wortels in het open en weidse veenweidelandschap, de vaak karakteristieke, historische bebouwing en de geschiedenis van Aldeboarn als kerkelijk, bestuurlijk en handelscentrum. De agrarische bedrijven zijn vooral familiebedrijven, die vaak al lang bestaan. De kleine schaal en menselijke maat horen bij ADD. Er is een actieve samenleving met een grote sociale binding. De verbondenheid tussen dorp en buitengebied is sterk, net als de betrokkenheid bij de toekomst van het gebied. Dat laatste is terug te zien in een actief Doarpsbelang, in de Enerzjy Koöperaasje Aldeboarn (EKA) en de Dorp Ontwikkel Maatschappij (DOM) Meidwaan yn Boarn. Wat verzorging en voorzieningen betreft leunt ADD op stedelijke centra in de omgeving (Leeuwarden, Heerenveen, Drachten) en de kernen Akkrum en Grou. In deze dorpen bevinden zich woon-zorgcomplexen, basisscholen, winkels, horecagelegenheden en een lokaal verzorgend voorzieningenniveau met een verzorgingstehuis. Via de N392 is Aldeboarn goed verbonden met de snelwegen A32, A7, en met de bus met dorpen als Akkrum en Gorredijk. Naast de N392 is het wegennetwerk vooral lokaal gericht*. * Bron: Google Maps (2023)
31
2.6
recreatie & toerisme Toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht ontleent ADD vooral aan de nabij gelegen grote natuurgebieden (Nationaal Park De Alde Feanen en De Deelen), aan Aldeboarn met haar beschermde dorpsgezicht en aan de nabijheid van watersportcentra als Akkrum, Grou en De Veenhoop. Aldeboarn ligt aan de Turfroute en is een toeristisch overstappunt (TOP) in ontwikkeling. In ADD ligt een zeer bescheiden netwerk van fiets- en wandelpaden. Ook het voorzieningenniveau is bescheiden. Vaarwegen liggen, met uitzondering van de Boarn, langs de randen van het gebied (Hooivaart en Wijde Ee). ADD telt ca. 100.000 bezoekers per jaar. Ongeveer 50% daarvan is lokaal, voornamelijk uit de gemeente Heerenveen*, 50% is regionaal en bovenregionaal. Dat laatste is vooral te danken aan de aanwezigheid van Natura 2000 gebied De Deelen. Er zijn ca. 25 verblijfseenheden met ongeveer 475 logiesplaatsen**, hoofdzakelijk in kleinschalige accommodaties of groepsverblijven/zeilscholen. Aan de randen van het gebied bevinden zich verblijfsmogelijkheden in de dorpen Akkrum, Nes en De Veenhoop. De gemiddelde besteding is relatief laag, wat te maken heeft met het relatief lage aantal logiesplekken en het gebrek aan aantrekkelijke wandel- en fietsverbindingen tussen de natuurgebieden, Aldeboarn en de wijdere omgeving.
2.7
duurzame energie Het beeld dat we kunnen schetsen van het verbruik en de opwekking van energie is beperkt. De meeste gebouwen (inclusief woningen) waarvan het energielabel bekend is, hebben op dit moment het label C, A of D. * Bron: Onderzoek Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd, Atelier Recreatie & Toerisme ADD, Tinco Lycklama (2022)
32
** Bronnen: BAG (2022), Google Maps (2023)
Het gemiddelde energieverbruik van de landbouw wordt geschat op 10 miljoen kWh per jaar. Van de 68 landbouwbedrijven hebben er 26 zonnepanelen op het dak (39%) voor eigen gebruik; één bedrijf heeft een middelgrote windmolen en er bevindt zich een middelgrote windmolen net buiten ADD.*
2.8
In samenwerking met de gemeente Heerenveen hebben de lokale energiecoöperatie EKA en de werkgroep Energie van de DOM de zogenaamde energiemixmethode toegepast op Aldeboarn en een deel van het buitengebied (ca. 2.700 ha gelegen in ADD). De totale energievraag voor die 2.700 ha (elektriciteit en warmte) komt neer op ca. 20 miljoen kWh per jaar. Belangrijk aandachtspunt is dat de huidige netinfrastructuur onvoldoende capaciteit heeft om de energietransitie mogelijk te maken. Het aanleggen van een nieuwe of aangepaste netinfrastructuur is voorzien vanaf 2025 (Alliander).
overige economische dragers en activiteiten Economisch gezien is er naast de landbouw – goed voor 30% van de werkgelegenheid - een rol weggelegd voor de zakelijke dienstverlening (ca. 13 miljoen omzet per jaar en goed voor 20% van de werkgelegenheid); voor overheid, zorg en onderwijs (ca. 7 miljoen omzet per jaar) en voor het MKB (19 miljoen). Met name in de zakelijke dienstverlening (denk aan ICT en advies) ligt de toegevoegde waarde per arbeidsplaats hoog (circa 60.000 euro t.o.v. 30.000 euro in de landbouw).** Wanneer we kijken naar opwekking, dan speelt energie als zelfstandige economische component nu nog geen rol als mogelijke inkomstenbron voor ADD. * Bronnen: Deep Learning, onderzoek zonnepanelen op agrarische bedrijven ADD, Provincie Fryslân (2023) ** Bron: LISA (2022)
33
deze pagina: ADD linksboven: de Wijde Ee, de Veenhoop rechtsboven: Peansterdyk, ADD-Noord midden: petgaten De Deelen linksonder: Jinswâlde, ADD-Noord rechtonder: café Moeke de Bruin volgende pagina: omgeving ADD linksboven: Oranjewoud, Heerenveen rechtsboven: watersportdorp Akkrum midden links: openluchtmuseum It Damshûs, Nij Beets midden rechts: Neptunus, overtuin Lyndenstein, Beetsterzwaag linksonder: Nationaal Park De Alde Feanen rechtsonder: de Boarn bij Akkrum
35
opgaven en ambities
3
De maatschappelijke opgaven komen voort uit overheidsprogramma’s: naast het VP 21-30 en het NPLG/FPLG, de regionale en lokale energiestrategie, de nationale en lokale woningbouwopgave, de vogel – en habitatrichtlijn etc. De ambities zijn neergelegd door het gebied zelf. De ambities verruimen en verrijken de opgaven en hebben als doel om in ADD brede welvaart te creëren. Er is veel overlap: opgaven vanuit het VP 21-30 komen terug in het NPLG/FPLG en dat geldt ook voor een deel van de gebiedsambities. Opgaven en ambities verschillen wat betreft aard, schaal of mate van concreetheid. De opgaven komen ‘van bovenaf’ en betreffen verplichtingen (moeten); de ambities komen ‘van onderop’ (willen) maar sluiten deels aan bij opgaven. De ambities richten zich specifiek op ADD. Het geheel aan opgaven en ambities vatten we samen in vijf thema’s: 1) Klimaat, 2) Water, 3) Natuur en Biodiversiteit, 4) Landbouw en 5) Leefbaarheid. Ook tussen deze thema’s bestaan veel dwarsverbanden: tussen klimaat en water, natuur en water, landbouw en leefbaarheid etc. Dit komt ook tot uiting in het NLPG, dat inzet op integrale uitwerking van opgaven. Om uitvoering te kunnen geven aan alle opgaven en ambities moeten deze vertaald worden naar concrete doelen voor ADD. We doen dat per thema, richting 2030, zo goed en concreet (kwantitatief) als mogelijk.
Waar dat kan schetsen we een richtinggevende doorkijk naar 2050.
36
OPGAVE: BEPERKEN KLIMAATVERANDERING
3.1
klimaat De opgave is om een substantiële bijdrage te leveren aan het beperken van de klimaatverandering. Voor veenweiden komt dat vooral neer op het verminderen van de CO2-uitstoot door een combinatie van maatregelen. Vernatten van het veen door hogere grondwaterstanden vormt daarbij de basis. Aanpassing aan klimaatverandering (klimaatadaptatie) valt onder ‘Water’. Doel: reductie CO2-uitstoot Qua omvang beslaat ADD 5% van het totale Friese veenweidegebied. Daarvan uitgaand zou ADD ook een reductie moeten realiseren van ca. 5%. Dat is evenredig aan 20 kton CO2-equivalenten per jaar*. Wanneer rekening gehouden wordt met bodemtype, drooglegging e.d. komt het reductiedoel omgerekend voor ADD-Zuid neer op ca. 13 kton en voor ADD-Noord op ca. 15 kton CO2-equivalenten per jaar. Momenteel wordt er nog aan het reductiepotentieel gerekend. Omdat verder houvast ontbreekt zijn bovengenoemde cijfers de voorlopige streefdoelen voor ADD voor 2030. Om bovenstaand doel voor 2030 te bereiken gaat het VP 21-30 uit van een gemiddelde grondwaterstand van -40cm onder maaiveld, te bereiken door verhoging van het slootwaterpeil. Peilverhoging is een middel om het doel te bereiken, geen doel op zich. In de praktijk zal deze maatregel aangevuld worden met andere maatregelen**.
In 2050 moet volgens het Klimaatakkoord sprake zijn van CO2-neutraliteit, wat betekent dat uitstoot en opname van CO2 in evenwicht moeten zijn. Het VP 21-30 vermeldt wat betreft 2050: “Onze ambitie (…) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt.” * Deze laatste getallen zijn indicatief, veranderlijk en gebaseerd op een eerste berekening.. ** Bron: Mix van maatregelen, Altenburg & Wymenga (2023)
37
raadsleden van veenweidegemeenten informeren zich over de resultaten van metingen van CO2-uitstoot in ADD-Noord
38
OPGAVE: BEPERKEN NEGATIEVE EFFECTEN BODEMDALING
3.2
water Onder het thema water vallen 1) de klimaatadaptieve inrichting van het watersysteem, 2) het verminderen van de negatieve effecten van bodemdaling en 3) het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater en het waarborgen van een goede grondwaterkwaliteit. Doel: klimaatadaptieve inrichting watersysteem Het klimaat verandert, wat doorwerkt in vaker optredende clusterbuien en langdurige natte en droge periodes. Het watersysteem van ADD zal zo moeten worden ingericht dat de aan- en afvoercapaciteit van het systeem de gevolgen van klimaatverandering kan opvangen en er zo weinig mogelijk water wordt afgewenteld op het boezemsysteem (water bergen en vasthouden). Daarnaast moet het verlies aan waterbergend vermogen als gevolg van peilverhoging worden gecompenseerd. Bij het ontwerp van een nieuw watersysteemplan gaat Wetterskip Fryslân in ADD vooralsnog uit van klimaatscenario W+ zichtjaar 2050 van het KNMI*. Doel: verminderen veenoxidatie Bodemdaling in het veenweidegebied is een direct gevolg van ontwatering waardoor het veen in aanraking komt met de lucht en als gevolg daarvan oxideert. Het veen klinkt daardoor in en de bodem daalt. De bodemdaling moet dusdanig afgeremd worden dat de negatieve effecten daarvan, zoals droogvallende funderingen, oplopende kosten voor de waterhuishouding, onderhoud van wegen e.d. worden beperkt.
Het VP 21-30 streeft naar een gemiddelde vermindering van de bodemdaling van 0,2 cm per jaar voor de periode t/m 2030. Deze streefwaarde geldt ook voor ADD. De ambitie voor de lange termijn (2050) is, aldus het VP 21-30: een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak en bodemdaling nagenoeg zijn gestopt. * Bron: 23 klimaatscenario's KNMI (2023)
OPGAVE: AANPASSEN AAN KLIMAATVERANDERING
39
Doel: verhogen ecologische waterkwaliteit Op basis van de opgave Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn wateren van enige omvang aangewezen als KRW-waterlichaam. Voor deze waterlichamen gelden normen voor de chemische waterkwaliteit en zijn doelen voor de ecologische waterkwaliteit vastgesteld. Deze moeten in 2027 zijn behaald. De ecologische kwaliteit wordt bepaald op basis van de aanwezige waterplanten, vissen, macrofauna (insecten en andere kleine waterdiertjes) en algen. Daarnaast wordt er gekeken naar onderliggende biologische en fysisch chemische parameters zoals gehalten aan voedingsstoffen en doorzicht. Voor De Deelen, de Botmar en enkele grotere watergangen in ADD gelden kwantitatieve doelen. Deze doelen - en de maatregelen die nodig zijn voor de realisatie ervan - zijn vastgelegd in KRW-factsheets. Ingrepen in het watersysteem moeten getoetst worden aan de KRW-doelen. Hierbij mag er geen achteruitgang van de waterkwaliteit optreden en mogelijkheden om de doelen te bereiken mogen niet verslechteren. NB: er worden voor ADD watersysteemanalyses gemaakt. Voor sloten die niet aangewezen zijn als KRW-waterlichaam, hanteert Wetterskip Fryslân de ecologische richtwaarden die landelijk voor verschillende watertypen zijn vastgelegd. Voor watertypen die ook voorkomen in Friesland, worden de landelijke doelen voor het betreffende waterlichaam gebruikt als richtwaarde.
Deze beleidsregel is opgenomen in de beleidsnota Ecologie en Vis van Wetterskip Fryslân*. * Beleidsnota Ecologie en Vis (2022)
40
OPGAVE: VERBETERING (BASIS)KWALITEIT OPPERVLAKTEWATER
Verbetering van de waterkwaliteit sluit aan bij ‘ecologische vitaliteit’, een van de gebiedsambities. Een goede ecologische kwaliteit van sloten en slootkanten vormt onderdeel van een ecologisch gezond agrarisch landschap. Doel voor ADD: in en/of langs zoveel mogelijk wateren (sloten, vaarten, meren) is sprake van gunstige omstandigheden voor ondergedoken en drijvende watervegetatie, van goed ontwikkelde oevervegetatie en een diverse fauna. Om dat te realiseren moeten zowel de fysisch-chemische waterkwaliteit als de inrichting en het beheer toereikend zijn.
ligging KRW-oppervlaktewateren in ADD. Natura 2000 De Deelen is aangewezen als laagveenplas; de groene vaarten, inclusief de Botmar, als polderveenvaarten. Bron: KRW Handreiking Kaderrichtlijn Water, Ministerie van I&W, Stowa, IPO, Unie van Waterschappen, 2018
41
3.3
natuur en biodiversiteit Bij dit thema gaat het om 1) het stoppen van de achteruitgang en 2) het verbeteren van natuur en biodiversiteit in natuurgebieden en daarbuiten. Aangrijpingspunten zijn vermindering van de stikstofemissie, en verbetering van de hydrologische omstandigheden van natuurgebieden, en behoud en verbetering van de ecologische basiskwaliteit van de agrarische gronden. De condities moeten zo zijn, dat natuur en biodiversiteit ook op langere termijn vitaal blijven en kunnen blijven voortbestaan.
OPGAVE: VERSTERKING NATUUR, BIODIVERSITETI EN ECOLOGISCHE BASISKWALITEIT AGRARISCHE GRONDEN
Doel: reductie stikstofemissie t.b.v. natuurherstel Om de depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden te verminderen moet de uitstoot van stikstof afnemen. Volgens het NPLG moet de stikstofdepositie in 2030 in 74% van het areaal aan stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) van stikstofgevoelige natuur liggen. Voor 2025 geldt dat voor 40% van het areaal. Om de reductie te lokaliseren zal er een ruimtelijke vertaling plaatsvinden naar gebieden. Het gaat dan om gebiedsdoelen in termen van reductie van stikstofemissie (NH3). Als input voor de provinciale gebiedsprocessen zijn in de startnotitie van het NPLG richtinggevende gebiedsdoelen aangegeven. Voor het veenweidegebied, waarvan ADD deel uitmaakt, wordt uitgegaan van een reductie van 47% t.o.v. het ijkjaar 2018.
42
Unlân fan Jelsma, ADD-Noord
Het Uitvoeringsprogramma Stikstof Fryslân 2030 (UPS, maart 2022) geeft uitvoering aan de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering. Daarin gaat de provincie Fryslân uit van 25% emissiereductie uiterlijk in 2030, te bereiken d.m.v. generieke maatregelen voor de hele provincie. De verwachting is dat 20% gerealiseerd kan worden door de landbouw. Het FPLG hanteert het UPS tot er meer duidelijkheid is over onder meer de effecten van actuele ontwikkelingen, zoals de afbouw van de derogatie. Op dit moment is nog niet duidelijk wat het concrete beleidsdoel is voor ADD wat betreft de reductie van stikstofemissie en hoe dat in te vullen. Daarom hanteren we vooralsnog geen concreet doel. Realisatie van de andere doelen in ADD zal, gezien peilverhoging en extensivering, leiden tot een afname van de stikstofemissie. Als de uitkomsten daarvan helder zijn komt er ook duidelijkheid over de stikstofreductie die dat oplevert en hoe die reductie zich verhoudt tot de (dan mogelijk wél bekende) beleidsdoelen.
43
Doel: verbetering hydrologische omstandigheden voor natuur in en buiten de natuurgebieden Verbetering van de natuurkwaliteit is alleen mogelijk als verdroging en de negatieve gevolgen daarvan afnemen. De KRW stelt dat zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het grondwater geen belemmering mag zijn voor het behalen van doelen voor grondwaterafhankelijke natuurgebieden. Om verslechtering van dit type natuur tegen te gaan en verbetering mogelijk te maken moet – zover dat mogelijk is – gewerkt worden aan herstel van het hydrologische systeem en het tegengaan van verdroging van deze natuurgebieden. In ADD gaat het om De Deelen, de Lytse Deelen, Slúshoeke, Unlân fan Jelsma / Kobbelân en de Botmar. Afronding en versterking van de NNN is al gaande in ADD en moet i.s.m. Natuer mei de Mienskip en (potentiële) eindbeheerders en grondeigenaren afgerond worden*. Staatsbosbeheer staat aan de lat voor de opgaven in De Deelen. Het ligt voor de hand deze in relatie tot het gebiedsproces in ADD op te pakken. Pagina 45 geeft inzicht in de doelen en maatregelen die zij in hun beheerplan hebben opgesteld. * Realisatiestrategie NNN (2019)
Botmar, ADD-Noord
44
In De Deelen hebben we te maken met Natura 2000 doelen en kernopgaven, en de SNL (Subsidiestelsel Natuuren Landschap) doelstellingen. Staatsbosbeheer staat aan de lat om dit te realiseren. Doelen en kernopgaven N2000 De Deelen: • • • • • • • • •
Herstel mozaïek verlandingsstadia van open water tot moerasbos Nastreven van een evenwichtig watersysteem met optimale watercondities: waterkwaliteit, kwantiteit en hydromorfologie Herstel van grote oppervlakten / brede zones (overjarig) Riet – met name Waterriet. Oppervlakte en kwaliteit aan leefgebied Gestreepte Waterroofkever vergroten Oppervlakte en kwaliteit aan leefgebied Meervleermuis behouden Oppervlakte en kwaliteit aan leefgebied van broedvogels Roerdomp, Purperreiger, Rietzanger behouden. Oppervlakte en kwaliteit aan leefgebied van broedvogels Bruine Kiekendief en Zwarte Stern vergroten. Oppervlakte en kwaliteit aan leefgebied van niet broedvogels Grote Zilverreiger, Grauwe Gans, Brandgans, Smient, Slobeend en Nonnetje behouden Recreatiefunctie moet zich richten op een goede natuurbeleving (motief cultuurhistorie).
(Herstel)maatregelen zijn gericht op: • • • • • • • • • • • •
staatsbosbeheer
doelen en ambities Natura 2000 De Deelen (Staatsbosbeheer)
Behoud cultuurhistorisch petgatenlandschap Verbeteren waterkwaliteit: minder voedselrijk maken en doorzicht vergroten. Instandhouding legakkers: verdwijnen door windworp en afkalving voorkomen Herstel en uitbreiding verlandingsvegetaties Proef uitvoeren met beijzeren met als doel: watercondities t.b.v. verlandingsvegetaties verbeteren Waterbeheer (waterhuishouding/peilbeheer) optimaliseren Riet ontwikkeling stimuleren (evt. Riet stekken) Rietmaaien: delen niet elk jaar maaien, meer overjarig Riet ontwikkelen Erosie legakkers tegengaan, beschermingsmaatregelen door o.a. tijdelijke oeverbescherming Herallocatie van Moeras naar Veenmoeras – nieuwe kwaliteitsbeoordeling. Huidige beheer in weidevogelgebied De Deelen continueren (uitvoering door pachters) Recreatie: handhaven huidige recreatievoorzieningen en toegankelijkheid goed regelen.
De uitwerking van de maatregelen (voor SNL) zijn vertaald naar beheerniveau en worden uitgewerkt in 3 thema’s: regulier niveau, slootonderhoud en weidevogelkerngebieden. De maatregelen worden uitgevoerd door Staatsbosbeheer. De effecten van deze maatregelen 'raken' de omliggende gebieden. E.e.a. valt onder de opgave ‘landschappelijke samenhang en interne compleetheid’, denk aan foerageergebieden voor bepaalde soorten.
45
Doel: versterking ecologische basiskwaliteit agrarische gronden Inzet is een ecologisch vitaal agrarisch landschap, wat zich richt op sloten, percelen en de bodem daaronder. Qua natuurwaarden en de functies van sloten en slootkanten gaat het om flora, watergebonden fauna, dekking voor zoogdieren, broedhabitat voor weide-eenden en voedsel voor o.a. moerasvogels. Qua percelen gaat het vooral om de waarden en functies van grasland, met als belangrijke elementen kruidenrijke en insectenrijke vegetaties, broed- en opgroeihabitat voor weidevogels (voedsel voor volwassen dieren en kuikens) en winter- en trekvogels. In lijn met de insteek van Biesmeijer et al. (2021)* willen we mogelijkheden creëren die eraan bijdragen dat de algemene soorten van dit type landschap algemeen voor gaan komen. Denk daarbij aan soorten als Haas, Oranjetipje, Argusvlinder, Kievit, Graspieper, Pinksterbloem, Scherpe Boterbloem, Veldzuring. Kansen om dit doel te bereiken en het areaal agrarische gronden met een ecologische basiskwaliteit te vergroten (nu 35%) worden zoveel mogelijk benut, niet alleen om de biodiversiteit van de agrarische gronden te versterken maar ook om de natuurgebieden beter te laten functioneren. We hebben de ambitie om een overgangszone te realiseren tussen landbouwgrond en Natura 2000 gebied De Deelen en een Aanvalsplan Grutto-gebied van 1000 ha in ADD-Noord te creëren.
In de GLB-pilot veenweide in ADD Noord en de pilot Bodemvruchtbaarheid in ADD worden bodem-verbeterende maatregelen toegepast en wordt onderzocht of dergelijke maatregelen als (eco) regeling kunnen worden ondergebracht in het GLB of ANLb. Een vitale bodem heeft een rijk bodemleven, kan water beter vasthouden en heeft een grotere wateropvangcapaciteit. De boer profiteert daarvan (betere gewasgroei, minder last van droge en natte perioden) maar ook de biodiversiteit (o.a. weidevogels). * Op weg naar Basiskwaliteit Natuur (2021)
46
De Mieden-Gersloot, ADD-Zuid
3.4
landbouw De gevolgen van het realiseren van de opgaven van de Klimaat, Water, Natuur en Biodiversiteit komen voor een belangrijk deel op het bord van de landbouw terecht. Per bedrijf verschillen de gevolgen en iedere boer is anders. Een deel van de boeren in ADD zal stoppen, vanwege de leeftijd of deze veranderingen. Een ander deel zal willen verplaatsen omdat ze in ADD geen toekomst meer zien. De rest zal blijven en de bedrijfsvoering in meer of mindere mate moeten aanpassen. Al deze groepen zullen gefaciliteerd moeten worden om deze ingrijpende veranderingen 'mee te kunnen maken'.
OPGAVE: BEHOUDEN / CREËREN DUURZAAM TOEKOMSTPERSPECTIEF LANDBOUW
47
c
o
m
p
e
n
s
a
t
i
Doel: flankerend beleid ontwikkelen, met als belangrijkste instrument de Compensatie Systematiek Veenweiden (CSV). Vanaf voorjaar 2021 is in opdracht van het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF)* en in nauwe samenwerking met het gebiedsproces in ADD de CSV ontwikkeld. Deze systematiek compenseert agrarische bedrijven voor negatieve gevolgen van hydrologische maatregelen en vormt een basis voor aanpassing aan nieuwe omstandigheden. De CSV is bedoeld om vooraf, eventuele schade voor agrarische bedrijven als gevolg van hydrologische maatregelen te compenseren: de peilopzet, de aanleg van een robuust watersysteem en het realiseren van de KRW-opgave. Uitgangspunt van de CSV is dat de vermogens- en inkomenspositie vóór en na realisering van de peilopzet – op een klein percentage eigen risico na – zoveel mogelijk gelijk is. Is er sprake van vermogensschade dan wordt deze, al naar gelang de wens van de eigenaar, gecompenseerd in grond en/of geld**. Eventuele inkomensschade wordt op jaarbasis berekend, vermenigvuldigd met een kapitalisatiefactor (voor een eigenaar/gebruiker is dat factor 10) en eenmalig uitgekeerd. Te betalen belasting als gevolg van deze uitkering is ten laste van de overheid. Ook grond die boeren verliezen als gevolg van aanpassingen in het watersysteem of de KRW-opgave wordt gecompenseerd, in geld of indien mogelijk grond.
Uitvoering van de CSV veronderstelt een proces van (provinciale) grondaankopen, kavelruil en, indien nodig, wettelijke herverkaveling via de WILG (zie hoofdstuk 6).
* Voor een integrale bestuurlijke afweging is het Bestoerlijk Oerlis Feangreide (BOF) in het leven geroepen, waarin Provincie, Wetterskip, de landbouwpartijen, de gemeenten, de natuur- en milieupartijen en de recreatiesector elk een afgevaardigde hebben. ** Mocht de provincie onvoldoende grond in portefeuille hebben om te kunnen compenseren in grond, dan wordt er gecompenseerd in geld. Met het oog op grondcompensatie wordt daarom een priotitering gemaakt.
48
e
s
y
s
t
e
m
a
t
i
e
k
Het concept-CSV is voorjaar 2023 in ADD-Zuid getoetst in de vorm van een praktijksimulatie*. De uitkomsten van de praktijksimulatie zijn gebruikt voor de verdere ontwikkeling van de CSV en vormen de basis voor een volgende stap in de scenario-ontwikkeling voor ADD-Zuid. In ADD-Noord wordt eenzelfde proces gevolgd om tot een plan te komen dat op een breed draagvlak kan rekenen. Doel: faciliteren van verplaatsers en stoppers Naast het faciliteren van ‘de blijvers’ (via gebiedsproces en CSV) wordt stoppen en verplaatsen gefaciliteerd: via specifieke stoppersregelingen en de SAB (Subsidieregeling Agrarische Bedrijfsverplaatsing). Op advies van de gebiedscommissie koopt de provincie bedrijven/gronden aan. Wat betreft verplaatsing maakt de praktijk duidelijk dat er een oplossing gevonden moet worden voor verplaatsing naar duurdere grond. Doel: randvoorwaarden scheppen die de verdiencapaciteit en toekomstbestendigheid van agrarische bedrijven kan vergroten Elk bedrijf zal op eigen wijze reageren op de veranderingen, al naar gelang de situatie (lees ook: locatie) waarin het zich bevindt. Vanuit het gebiedsproces wordt alles gedaan om de agrarische bedrijven te faciliteren en ondersteunen. Het versterken en creëren van andere economische dragers speelt daarin mede een rol.
Het streven is: naast compensatie via de CSV krijgen de agrarische bedrijven (op basis van de voorlopige planvorming) de mogelijkheid om (langdurige) inkomsten te genereren uit rode ontwikkelingen, energie, recreatie & toerisme, weidevogelbeheer etc. Zo draagt het gebiedsproces bij aan opgaven als wonen en energie etc. en zorgt het ervoor dat inkomensverlies uit de agrarische bedrijfsvoering (deels) opgevangen kan worden. De agrarische sector van de toekomst is niet ‘wat is overgebleven’ na het realiseren van de verduurzaming, nee, ze levert in ADD een wezenlijke bijdrage aan het realiseren van de doelen en gebiedsambities. * Evaluatie Praktijksimulatie Flankerend Beleid (2023)
49
50
afbeeldingen van het ‘Optimalisatiescenario’ dat is ontwikkeld voor ADD-Zuid. Linkerpagina: de huidige drooglegging per perceel. Linksboven: de hypothetische drooglegging per perceel. Rechtsboven: de peilverhoging per peilvak berekend op basis van de AHN4. Bij 1 cijfer betreft het een vaste peilverhoging, bij 2 cijfers een peilverhoging volgens de methode HAKLAM: Rechtsonder: een benadering van de gevolgen van het Optimalisatiescenario voor de landbouw. Momenteel wordt gewerkt aan een volgend scenario. Hierin worden de resultaten en ervaringen meegenomen die zijn opgedaan in de ‘praktijksimulatie’ die voorjaar 2023 plaatsvond in ADD Zuid. Het Optimalisatiescenario vormde het uitgangspunt voor berekeningen m.b.v. het concept CSV en individuele gesprekken met de eigenaren / gebruikers. N.a.v. van deze gesprekken zijn er proeven met peilverhoging gedaan en hebben er veldbezoeken plaatsgevonden.
51
b
productiviteit uit agrarische activiteiten
compensatie systematiek veenweiden
52
e
d
r
i
j
f
s
s
t
r
a
t
e
g
i
ë
n
Het leveren van een bijdrage aan maatschappelijke doelen kan gestimuleerd worden door te sturen op de zogenaamde Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) zoals opgenomen in de ingediende maatregelpakketten voor het FPLG. Via KPI’s kun je sturen en vergoeden op basis van doelen, met twee belangrijke voordelen: agrariërs kunnen zelf de route bepalen die past bij de eigen bedrijfssituatie en de overheid heeft betere garanties voor doelrealisatie en een kosteneffectieve besteding van middelen. Doel: advies en begeleiding beschikbaar stellen Toekomstbestendig zijn vooronderstelt dat de inrichting van het watersysteem dusdanig robuust is dat ADD daarmee tenminste tot 2050 uit de voeten kan en dat bedrijven geen keuzes maken waarbij ze op een ‘doodlopend spoor’ terecht komen. Advies en begeleiding is daarom van groot belang. Dat zal worden gegeven door de werkgroep It Nije Buorkjen van het Innovatieteam Veenweide van provincie en waterschap. Individuele bedrijfsadviezen worden vergoed via de voucherregeling van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw ADD. Doel van de hierboven geschetste aanpak is: de agrarische bedrijven in ADD verschillende mogelijkheden bieden om zelf invulling te geven aan een nieuwe, toekomstbestendige bedrijfsvoering. Hét antwoord op de vraag naar het toekomstperspectief van de landbouw is er (nog) niet.
Veel zal ook afhangen van (nieuw) beleid van de rijksoverheid, van ontwikkelingen in de markt en het aanpassingsvermogen en de creativiteit van de sector als zodanig.
De productiviteit (en daarmee het verdienvermogen) uit alleen agrarische activiteiten neemt af als gevolg van geringere drooglegging: door vermindering van grasproductie, graskwaliteit (in termen van eiwit) deels samenhangend met minder input. Om het inkomen op niveau te houden zijn verdiensten nodig uit andere bronnen en/of andere activiteiten.
53
54
Aldeboarn, Gondelvaart, augustus 2023
een jaarlijks terugkerend evenment met duizenden bezoekers
55
3.5
leefbaarheid Onze missie is om ADD sterker uit de transitie te laten komen*. Vandaar onze inzet om ook wonen, recreatie & toerisme en energie integraal mee te nemen en de kwaliteit en identiteit van ADD te versterken: natuur en biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie. Doel: verruimen aanbod wonen en werken Om het huidige woningtekort tegen te gaan is in april 2023 de Regionale Woondeal voor Zuidoost–Fryslân gesloten, met als doel om tot 2030 circa 4.680 nieuwe woningen te realiseren**. Gemeentelijk zijn de ambities groter. Zo kiest de gemeente Heerenveen in haar Woonvisie 2023 – 2028 voor minimaal 2.000 woningen (tegen 1.700 in de Woondeal). Het gemeentelijk beleid richt zich in eerste instantie op de bestaande kernen en gaat niet concreet in op woningen in het buitengebied. Aldeboarn is samen met De Knipe, Tjalleberd/de Streek, Oranjewoud en Oudeschoot aangewezen als middelgrote kern. Zij krijgen gezamenlijk 150 stuks extra woningen toegewezen. Ook wij willen meer woningen dan nu realiseren, maar vooral ook het aanbod qua woningtypen verbreden en, met het oog op de sociale cohesie en vitaliteit van het buitengebied, sterker inzetten op woningbouw op agrarische erven. Het is van groot belang dat vrijkomende erven niet verpauperen en dat boeren de ruimte krijgen om op hun erf of in de directe nabijheid daarvan, kleinschalige werk en / of woon(zorg) functies toe te voegen.
De wens om de zuidkant van Aldeboarn een kwaliteitsimpuls te geven kan mogelijk worden gerealiseerd in samenhang met (kleinschalige) bebouwing. * Ook in het concept-FPLG is sociaal-economische vitaliteit hoofddoel, maar nog niet concreet uitgewerkt. ** Regionale woondeal Zuidoost-Fryslân (2023)
56
AMBITIE: VERSTERKEN VITALITEIT, KWALITEIT EN IDENTITEIT ADD
Door de woningbouwopgave van de gemeente te verbinden met de ideeën van het gebied en de ontwikkelingen die zullen gaan plaatsvinden in het buitengebied, wordt bijgedragen aan de economische vitaliteit en leefbaarheid van ADD. Het is dus zaak om met elkaar te concretiseren welke vormen van wonen en werken en welk type (vervangend) bouwvolume waar past (zie ook bijlage 1). Deze aanpak impliceert dat de overheden herbestemming en transformatie van vrijkomende agrarische bedrijven mogelijk maken. Doel: versterking ADD wat betreft recreatie & toerisme Zowel vanuit het gebied als vanuit de overheid zijn er aanknopingspunten om recreatie & toerisme in ADD te versterken. De ontwikkeling die de overheid voor zich ziet is benoemd in de Toeristische Regionale Ontwikkelstrategie en het actieplan Vitale Logies*. Uit onderzoek van Bureau Ruimte & Vrije Tijd** blijkt dat ADD vooral aantrekkingskracht heeft op mensen die houden van natuur, rust, ruimte, authenticiteit en cultuurhistorie.
In potentie heeft ADD dat allemaal, maar er valt nog veel te verbeteren: 1) investeren in de aantrekkingskracht van het landschap en in aansluiting daarop, 2) het ontsluiten van het landschap met wandel en/of fietspaden (wandelen en fietsen gebeurt nu vooral op lokale wegen) zo mogelijk door het terugbrengen van oude paden en kleinschalige wandelstructuren en 3) het versterken van Aldeboarn als historischinformatief centrum: Aldeboarn presenteren als ‘hoofdstad’ van het stroomdal van de Boarn. * Toeristische regionale ontwikkelstrategie ** Onderzoek Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, Atelier Recreatie & Toerisme ADD, Tinco Lycklama (2022)
57
b
r
o
n
een trend: wonen en recreëren in tiny houses
n
e
n
v
a
n
v
i
t
a
l
i
t
e
i
t
Het aantal recreatiewoningen in ADD is beperkt, net als de kwaliteit en diversiteit in het aanbod. In aansluiting op de ambities van Toerisme Alliantie Fryslân* zoeken we naar oplossingen die de regio versterken en bijdragen aan de vitaliteit van ADD. Zo zien we kansen op (vrijkomende) boerenerven maar ook, kleinschalig en passend, in het buitengebied als zodanig. Tegenwoordig is het bouwen van (bio-based) autarkische en off the grid woon en/of verblijfseenheden mogelijk, waardoor de aanleg van kostbare infrastructuur gering kan zijn of zelfs onnodig. Doel: het realiseren van en bijdragen aan de energietransitie In het Klimaatakkoord** is afgesproken dat de energievoorziening in 2050 nagenoeg duurzaam en CO2-neutraal is. Wat dat precies voor de landbouw betekent is nog niet uitgewerkt. De gemeente Heerenveen benoemt in de Transitievisie Warmte een duidelijk doel voor Aldeboarn: in 2030 aardgasvrij***. Reden om al in Aldeboarn aan de slag te gaan is de aanwezigheid van Enerzjy Kooperaasje Aldeboarn: deze zoekt in coöperatieve vorm naar oplossingen voor de totale energieopgave voor 2030 en 2050. Op dit moment stellen de gemeente en de EKA een uitvoeringsplan op waarin geconcretiseerd wordt op welke manier Aldeboarn en omstreken stap voor stap naar een duurzame energievoorziening toe kunnen bewegen. Ook in Akkrum en Aengwirden is een energiecoöperatie actief.
Ook wat energie betreft ligt het voor de hand om dit thema in samenhang met de andere thema’s op te pakken, en in samenwerking met de partijen die daarvoor aan de lat (willen) staan: provincie, gemeenten, netbeheerder en lokale energiecoöperaties. Oplossingen moeten passen bij de gebiedskwaliteiten, bij andere doelen en ambities (b.v. een Aanvalsplan Grutto-gebied in ADD-Noord) en bijdragen aan de verdiencapaciteit van ADD als geheel. * Actieplan vitale logies (2021) ** Klimaatakkoord (2019)
links: Sodumerdyk, Nes ADD-Noord
*** Heerenveen aardgasvrij (2021)
59
Doel: behoud en versterking landschap en cultuurhistorie ADD heeft waardevolle ruimtelijke eigenschappen en kwaliteiten. Ze hangen in belangrijke mate samen met het landschap en de cultuurhistorie (materieel en immaterieel) zoals de ontstaansgeschiedenis van het landschap en daarmee direct verbonden: het gebruik van het landschap door haar bewoners*. De gebiedskwaliteiten fungeren als basis en inspiratie voor ontwikkelingen als gevolg van de opgaven en ambities, in alle domeinen: groen, blauw, rood, geel etc. Om te borgen dat de gebiedskwaliteiten behouden blijven en, liever nog, versterkt worden zal een set aan randvoorwaarden worden opgesteld. Doel: behoud en versterking leefbaarheid en sociale cohesie Agrarische familiebedrijven zijn onlosmakelijk verbonden met de (landschappelijke) identiteit van ADD. Ze hebben binding met de grond en de gemeenschap en zijn onderdeel van de sociale cohesie in ADD. Vanuit dit perspectief zetten we ons actief in om ‘uitholling van het platteland’ te voorkomen. Dit veronderstelt sturing en regie, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat 1) lokale familiebedrijven niet zondermeer ‘weggedrukt kunnen worden’ door grote kapitaalkrachtige spelers van buiten en 2) dat regelgeving en instrumenten erop gericht zijn dat agrarische bedrijven ‘ontwikkelruimte’ krijgen. De leefbaarheid wordt ook versterkt door goede verbindingen met de omgeving.
Dus haken we ook aan bij infrastructurele ontwikkelingen. We zetten waar mogelijk in op het verbeteren van wandel, fiets en vaarverbindingen, maar ook op verbindingen voor het openbaar vervoer en de auto. Voorbeeld van dit laatste is de op handen zijnde aanpassing van de provinciale weg N392. De wens van de dorpsbewoners om de verbinding met de zuidkant van Aldeboarn beter en veiliger te maken, moet daarin worden meegewogen. * Stichting Beekdallandschap Koningsdiep | De Nije Boarn: De Tocht door de Tijd. (2018)
60
Aldeboarn, Gondelvaart 2023
thema
opgaven, ambities en doelen gebiedsproces
Klimaat
•
Reductie CO2-emissie
Water
• • •
Klimaatadaptieve inrichting watersysteem Vermindering veenoxidatie Verhogen ecologische waterkwaliteit
Natuur en Biodiversiteit
• •
Reductie stikstofemissie Verbetering hydrologische / ecologische omstandigheden natuur Versterking ecologische basiskwaliteit agrarische gronden
•
Landbouw
• • • •
Leefbaarheid
• • • • •
Compensatiesystematiek voor negatieve gevolgen hydrologische maatregelen Faciliteren stoppers en verplaatsers Randvoorwaarden scheppen die de verdiencapaciteit en toekomstbestendigheid van agrarische bedrijven vergroten Advies en begeleiding beschikbaar stellen Verruimen aanbod wonen en werken Versterking ADD wat betreft recreatie & toerisme Realiseren van en bijdragen aan de energietransitie. Behoud en versterking landschap en cultuurhistorie. Behoud en versterking leefbaarheid en sociale cohesie.
volgende pagina's: wederopbouw boerderij, ADD-Noord
zoektocht naar
4
verweving en integratie als het kan, scheiding als het moet Als gevolg van opgaven en ambities, maar ook van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen is het grondgebruik en daarmee het landschap van Nederland (ook dat van ADD) voortdurend onderhevig aan veranderingen. Ruimtelijke ordening, zeker na WO II, was gericht op scheiding van functies: scheiding tussen stad en platteland; tussen landbouw en natuur, tussen wonen en werken. Organisatorisch is er een scheiding tussen groenblauwe functies en functies in andere domeinen zoals wonen, energie en recreatie & toerisme. Dikwijls vertaalde, en vertaalt die functiescheiding zich nog steeds ook in grenzen: milieugrenzen, ruimtelijke grenzen, functiegrenzen. Bij deze derde verbouwing zoeken we in ADD de weg terug van scheiding naar integratie en verweving, onder het motto: verweving en integratie als het kan, scheiding als het moet. Zo zoeken we naar een nieuwe balans. verandering in het huidige evenwicht De verwachte ontwikkelingen als gevolg van alle opgaven en ambities zorgen voor een verandering van de huidige situatie. De transitie richt zich in de eerste plaats op de verhouding tussen landbouw en groenblauwe functies. Als gevolg van peilopzet, extensivering en vermindering van de veebezetting zal het aantal agrarische bedrijven teruglopen. De overblijvende bedrijven zullen deels overstappen op andere bedrijfsmodellen.