CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

20240913 - Bijlage 1 - Onderzoek-Lelylijn-alternatieven-Eindrapport

Raadsvergadering 14 oktober 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Discussienota Lelylijn31.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Laag

Weg

3

Fiets-/voetgangersonderdoorgang verlengen met 50 meter

Laag

Weg

1

Verlegging rijksweg, 2x2 rijstroken, lengte 1.750 meter + Twee rijkswegviaducten

Laag

Weg

1

Kwart klaverblad ombouwen naar halve Haarlemmermeeraansluiting

Laag

Water

8

Dubbelsporig dek Deklengtes tussen 20 en 50 meter: totale lengte = 220-250 meter

Laag

Water

1

Aquaduct, lengte circa 1.350 meter (Scharsterrijn)

Laag

Elektra

1

Half verdiepte bak, lengte is circa 250 meter

Laag

Water

1

Zinktunnel met toeritten (Ketelmeer)

Laag

Weg

1

Boortunnel met toeritten (Hoogkerk)

Laag/Hoog

Weg

4

Stations met spoordekken (of een onderdoorgang)

Half hoog/ Hoog

Weg

1

Onderdoorgang, lengte circa 250 meter

Hoog

Weg, water

41

Dubbelsporig dek Deklengtes van 20 tot 100 meter: 27 stuks Deklengtes van 100 tot ruim 450 meter: 9 stuks Deklengtes van 700 tot ruim 5.500 meter: 5 stuks, waarvan 1.000 meter plaatbrug en 5.100 meter bouwen in water totale lengte = 12.500 tot 13.000 meter

Hoog

Weg

2

Dubbelsporige aanbrug (plaatbrug) met een dubbele pergolaconstructie (kruising met A6 ten noorden van Emmeloord)

n.v.t.

Weg

11

Verleggen/ aansluiten/ opbreken bestaande weg

Tabel 28. Kruisingen met (vaar)wegen en wateren (niet uitputtend) in cijfers – Basisalternatief Bundeling A6/A7/A32.

90

Natuurgebied

Compensatie [ha]

Vastgoed

Aantal

Oppervlakte [ha]

Aantallen:

NNN-gebieden: Nabij Houtribtocht

1,5 tot 2

Visvijverbos

7 tot 8

Percelen

850 tot 950

Kamperhoekbos/Ketelbos

Ongelijkvloers gekruist met een tunnel

(woon)Huizen 1)

80 tot 120

Casteleynsplas

4 tot 5

Boerderijen

45 tot 55

Kuinderbos

5 tot 6

Bedrijfspanden 2)

1 tot 3

Tsjûkemar

28 tot 32

Ten noorden van Van Oordt’s Mersken

7 tot 10

Lage baan 3)

260 tot 300

Ten oosten van aansluiting 34 Leek

4 tot 5

Hoge baan

3)

180 tot 210

58 tot 65

Extra aankoop percelen

450 tot 550

Toeritten tunnel

6 tot 10

Plaatbrug

9

Totaal Natura 2000-gebieden: Ketelmeer & Vossemeer

Ongelijkvloers gekruist met een tunnel

Van Oordt’s Mersken

9 tot 12

Leekstermeergebied

7 tot 9

Totaal

17 tot 20

Tabel 29. Natuurgebieden en oppervlakte compensatie in cijfers – Basisalternatief Bundeling A6/A7/A32.

Gronden:

Aquaduct Watercompensatie

8 4

1)

Natuurcompensatie Totaal

80 1.200 tot 1.300

Tabel 30. Vastgoed in cijfers – Basisalternatief Bundeling A6/A7/A32. 1) Betreft een appartementencomplex in Groningen met circa 100 appartementen. 2) Aantal bedrijfspanden is exclusief de inpassing Heerenveen Noord. 3) Exacte vierkante meters lage of hoge baan is mede afhankelijk van de uiteindelijke inpassing Heerenveen Noord. Zo ook de watercompensatie bij Heerenveen Noord.

91

Onderdeel

Oppervlakte [m2]

Lengte [km]

Stations- en transfervoorzieningen: Extra oppervlakte parkeren auto

1.000 tot 1.400

Extra oppervlakte parkeren fiets

600 tot 900

Extra oppervlakte bushalte

300 tot 600

4.3.1.3. Variaties op dit basisalternatief Variant: Via Lelystad Airport Een variant waarbij de Lelylijn via Lelystad Airport loopt is niet nader uitgewerkt. Omdat het tracé langer is en station Lelystad Centrum niet aandoet, terwijl de gemeente Lelystad juist in de nabijheid van het station wil gaan verdichten.

Geluidmaatregelen: Raildemper in 2 sporen

4 tot 6

Geluidscherm

1 tot 2

Tabel 31. Stations- en transfervoorzieningen aan bestaande stations en geluidvoorzieningen in cijfers - Basisalternatief Bundeling A6/A7/A32.

Ter hoogte van Emmeloord, Lemmer en Joure ligt het spoor relatief ver van (woon)bebouwing af. Daarom verwachten we hier geen geluidmaatregelen toe te hoeven passen. Gezien de afstand tot geluidgevoelige bebouwing (waaronder woningen) en de aanwezigheid van bedrijfsgebouwen tussen het Bundelingsalternatief en deze woningen is de kans klein dat geluidmaatregelen toegepast moeten worden in Heerenveen in geval de Lelylijn op maaiveld wordt ingepast.

Variant: Zuidelijk van Heerenveen met aantakking op Heerenveen/ Leeuwarden Een alternatief voor de complexe passage via de noordzijde van Heerenveen, is een tracé langs de zuidzijde van Heerenveen. Ten opzichte van de Bundelingsvariant zoals in paragraaf 4.3.2.1 beschreven, buigt deze alternatieve variant ten noorden van Emmeloord af in oostelijke richting om in een vrijwel rechte lijn richting Heerenveen Zuid te gaan. Hier zorgt een verbindingsboog tussen de Lelylijn en de spoorlijn Leeuwarden–Meppel ervoor dat er treinen rechtstreeks tussen Lelystad en Leeuwarden kunnen rijden. Na de kruising met de A32 buigt dit alternatieve tracé weer af in noordelijke richting om via Het Oranjewoud richting Luxwoude te gaan om vanaf hier weer de bundeling met de A7 aan te houden. Het loslaten van de bundeling met de A6 en de A7 rondom Heerenveen zelf biedt een aantal voordelen: • De lengte van de nieuwe spoorbaan is zo’n 5 km korter. • Het traject tussen Lelystad en Groningen kent geen stop op het bestaande station van Heerenveen. Gezien de ligging (op behoorlijke afstand van de kern) lijkt het niet voor de hand liggen om ten zuiden van Heerenveen een extra station in te passen. Voordeel voor bepaalde reizigers is dat het de reistijd tussen Groningen en Emmeloord verkort.

Een optie is om een extra directe boog vanaf Groningen zuidelijk Heerenveen binnen te laten gaan naar bestaand station Heerenveen. Hiermee verbind je niet alleen Groningen/Drachten met Heerenveen, maar maak je ook extra dienstregelingsconcepten mogelijk (rondje Noord-Nederland). • Leeuwarden krijgt een directeaansluiting op de Lelylijn met een verbindingsboog via het bestaande station van Heerenveen.

92

• • • • •

Station Heerenveen (Centrum) blijft het belangrijkste station van Heerenveen. Het Tsjûkemar wordt niet meer doorkruist door de Lelylijn. De Scharsterijn en de Engelenfeart worden niet meer overbrugd door de Lelylijn. De complexe bundeling met de A7 ter hoogte van afrit Heerenveen-West wordt vermeden. De kruising van Knooppunt Heerenveen wordt vermeden.

Er zitten echter ook nadelen aan deze alternatieve variant: • De plaatsen Lemmer en Joure liggen niet aan dit tracé (en kunnen dus niet bediend worden); • Natuurgebied Kuinderbos wordt gekruist; • Natuurgebied Het Oranjewoud wordt gekruist. Emmeloord–Heerenveen Zuid Vanaf Lelystad tot aan Emmeloord is het tracé van de alternatieve aansluiting Heerenveen gelijk aan dat van de Basisalternatief – Bundeling A6/A7/ A32. Ten noorden van afrit 15 Emmeloord kruist de Lelylijn de A6 met een pergola-constructie. Voorbij de Casteleynsplas buigt het tracé ten opzichte van de variant via Heerenveen Noord af in meer oostelijke richting. Hier kruist het tracé achtereenvolgens de Kuindervaart en de Oosterringweg (N715) om vervolgens uit te komen bij het Kuinderbos. Onderweg worden ook enkele kleinere lokale wegen en sloten gekruist. Op dit tracédeel kan de Lelylijn op maaiveldniveau het landschap doorkruizen. Op de Kuindervaart vindt geen scheepvaart plaats en dus kan deze vaart ook op maaiveldniveau worden gekruist. De N715 zal de Lelylijn verhoogd of verdiept kunnen kruizen. Lokale wegen dienen waar mogelijk omgelegd te worden. Het Kuinderbos wordt op zijn smalste punt, ter hoogte van de T-splitsing Hopweg / Schansweg, doorkruist. De strook waar de Lelylijn doorheen loopt is relatief onbegroeid waardoor er weinig gekapt hoeft te worden.

Wel dient er naar alle waarschijnlijkheid compensatie plaats te vinden voor de vervallen natuur. Ook dient er mogelijk een faunapassage te komen om de natuur aan beide kanten van de Lelylijn weer met elkaar te verbinden. Mocht een doorkruising van het Kuinderbos op maaiveldniveau om verschillende redenen een no-go zijn, dan kan een korte verdiepte spoorbak mogelijk een oplossing bieden. Een alternatief om het natuurgebied te ontwijken door hier ten oosten of ten westen langs te gaan is niet onderzocht, aangezien dit voor een langer tracé zorgt.

Figuur 47. Alternatieven voor Basisalternatief Bundeling A6/A7/A32 bij Heerenveen.

93

Voorbij het Kuinderbos loopt het tracé verder in noordoostelijke richting om kort via Overijssels grondgebied naar de provinciegrens tussen Overijssel en Fryslân te gaan. Hier kruist de Lelylijn opeenvolgend de Worstdijk, de Bij of Tusschenlinde en vervolgens de Zeedijk aan de zijde van Fryslân. Vanaf hier volgt het tracé een kaarsrechte lijn min of meer parallel aan De Gracht. De Jonkers- of Helomavaart wordt rond km 52.6 gekruist op maaiveldniveau. Vanaf hier loopt de Lelylijn parallel aan het hoogspanningstracé van TenneT, op een afstand van circa 100 meter. Verschillende lokale wegen en sloten worden door het tracé gekruist. Ter hoogte van km 55.4 kruist de Lelylijn ook het eerdergenoemde hoogspanningstracé, voordat het verder gaat in de richting van de spoorlijn Leeuwarden–Meppel. Verbindingsboog Lelylijn-Heerenveen/Leeuwarden Rond km 57.4 takt de Lelylijn uit in een 4-sporigheid, waarbij de binnensporen het doorgaande tracé richting Drachten vormen en de buitensporen verbindingsbogen zijn naar Heerenveen/Leeuwarden. Deze 4-sporigheid kruist allereerst nog de Schipsloot op een +1-niveau, omdat er ook scheepvaart is op dit kanaal. Hierna dalen de sporen weer naar maaiveldniveau, met uitzondering van het meest oostelijke spoor (de buitenboog). Dit spoor blijft op +1-niveau om op hoogte de doorgaande sporen van de Lelylijn te kunnen kruisen.

Hierna blijft deze buitenboog het +1 niveau volgen om de Kooiweg en vervolgens ook de spoorlijn Leeuwarden–Meppel op hoogte te kruisen. Hierna volgt de buitenboog het tracé van deze bestaande spoorlijn. Het meest westelijke spoor (de binnenboog) takt van de Lelylijn af op maaiveldniveau. De binnenboog blijft dit maaiveldniveau ook volgen. De Kooiweg moet deze binnenboog onderlangs of bovenlangs kruisen. Vanaf km 62.0 volgt de binnenboog het tracé van de bestaande spoorlijn Leeuwarden– Meppel om even verderop de Tjonger of Kuinder te kruisen met een middelhoge vaste brug. Voorbij de rivier kunnen de verbindingssporen intakken op de bestaande spoorlijn richting station Heerenveen en om vervolgens verder te gaan in de richting van Leeuwarden.

94

Heerenveen Zuid–Tijnje inclusief tunnel Oranjewoud Vanaf km 59.55 zakken de doorgaande sporen van de Lelylijn van maaiveldniveau naar een -1-niveau. Vanaf hier begint de zuidelijke toerit van de boortunnel onder NNN-gebied Oranjewoud, waarvan 585,3 hectare vanaf 2012 een van rijkswege beschermd dorpsgezicht is. Het op maaiveldniveau kruizen van een beschermd dorpsgezicht zal vanuit de omgeving als meer dan onwenselijk worden beschouwd. Er is dan ook gekozen een geboorde tunnel onder het natuurgebied en dorp door te maken, die op voldoende diepte ligt zodat de natuur geen negatieve gevolgen kan ervaren van deze tunnel. Rond km 60.30 begint het geboorde deel van de tunnel welke (op volgorde) de volgende sporen, wegen en waterwegen kruist: de spoorlijn Leeuwarden–Meppel, de Heerenveenseweg (lokale weg), de A32 inclusief verzorgingsplaats, de Stelweg (lokale weg), het Tjongerpad (lokale weg), het Tjongerkanaal, de N380 (Schoterlandseweg), NNN-gebied Oranjewoud, de Molenlaan (lokale weg), de Weversbuurt (lokale weg), de Ds. Veenweg (lokale weg) en de Skoatterlânske Kompanjonsfeart. De totale tunnellengte is circa 7 km, zodat de Lelylijn pas voorbij de lintbebouwing langs de Skoatterlânske Kompanjonsfeart weer op maaiveldniveau komt. Voorbij de Skoatterlânske Kompanjonsfeart loopt de Lelylijn op maaiveldniveau weer verder in de richting van de A7.

Ter hoogte van Tijnje volgt het tracé van de alternatieve passage Heerenveen weer de Bundelingsvariant zoals in paragraaf beschreven.

Variant: via bestaand station door Heerenveen Als variant op het hierboven beschreven tracé van de alternatieve, zuidelijke passage Heerenveen is er ook gekeken naar een Lelylijn-tracé via bestaand station Heerenveen (Centrum). Tot aan Heerenveen Zuid volgt dit tracé hetzelfde tracé als hierboven beschreven. Ter hoogte van Heerenveen Zuid loopt het doorgaande Lelylijn-spoor echter niet via de doorgaande binnensporen, maar vormen de verbindingsbogen richting de spoorlijn Leeuwarden–Meppel het doorgaande tracé. Door Heerenveen heen wordt een 4-sporigheid gerealiseerd (uitgangspunt bij S-Curve variant) waarbij de binnensporen de doorgaande sporen tussen Leeuwarden en Meppel vormen en de buitensporen voor de Lelylijn zijn. Uitgangspunt is dat de complete spoorbundel op maaiveldniveau blijft liggen. De inpassing van een 4-sporige doorsnijding van Heerenveen verdient uitgebreid nader onderzoek. Bekeken moet worden of een oplossing op maaiveld realistisch is, of dat een (deels) ondergrondse of in een (half)verdiepte tunnelbak over een bepaalde lengte liggend tracé meer gewenst is/beter inpasbaar is. De passage van Heerenveen is een zeer complexe opgave.

Geadviseerd wordt om bij een vervolgfase van het project een aparte studie te maken van de gehele knoop, waarbij de verschillende varianten langs of door Heerenveen uitgebreid worden onderzocht en afgewogen om binnen de beschikbare ruimte een zo’n efficiënt mogelijke en haalbare oplossing te komen. Op station Heerenveen (Centrum) dienen er twee eilandperrons te worden gerealiseerd zodat er een cross-platform overstap mogelijk is tussen de twee spoorlijnen. Ten noorden van Heerenveen buigen de Lelylijn-sporen weer af in oostelijke richting om vanaf hier weer aan te sluiten op het Bundelingsalternatief richting Drachten en Groningen. Het voordeel van deze variant is een snelle cross-platform overstap van de Lelylijn op de spoorlijn richting Leeuwarden en dat station Heerenveen (Centrum) het belangrijkste station van de plaats blijft. Het nadeel van deze variant is dat een snelle verbinding tussen Groningen en de Randstad via Heerenveen moet ‘slingeren’, wat voor extra rijdtijd zorgt. Ook is de boog ter hoogte van Heerenveen Noord lastig inpasbaar in verband met de korte afstand tussen het viaduct van de A7 en de te kruizen Hearresleat.

95

4.3.2. Basisalternatief Afsluitdijk

4.3.2.1. Algemene beschrijving basisalternatief Het verloop van het Afsluitdijkalternatief is weergegeven in Figuur 48. Voor dit Basisalternatief wordt circa 84 km nieuwe spoorbaan aangelegd. De lengte over bestaand spoor van Schagen-Schagen uittakking en Leeuwarden-Groningen is circa 54 km. Het bestaande spoor vanaf Amsterdam tot aan Schagen is minimaal tweesporig en geëlektrificeerd. Het bestaande spoor tussen Leeuwarden en Groningen is deels enkel- en deels dubbelspoor en niet geëlektrificeerd. In dit basisalternatief is 1 nieuw station geraamd (het is aannemelijk dat dit station ergens in het westen van Fryslân zou komen te liggen). Gezien het landelijke karakter bij dit basisalternatief fungeert dit station waarschijnlijk als station voor een dorp zelf en heeft het ook een hubfunctie voor omlig-

Figuur 48. Tracés Basisalternatief Afsluitdijk.

96

gende dorpen en steden. Het station, met een landschappelijk karakter, kan goed verbonden worden met het bestaande busnetwerk. Bovendien biedt het station mogelijkheden voor koppeling met recreatieve functies, waardoor het een aantrekkelijke bestemming wordt voor zowel reizigers als bezoekers van de regio. Ook houden we voor dit basisalternatief rekening met een terrein voor het opstellen en servicen van de extra treinen. De locatie hiervan is nog niet bepaald, maar wel kosten meegenomen in de ramingen. In deze paragraaf geven we een kort overzicht van de verschillende trajectdelen met hun (inpassings)problematiek.

Bestaand spoor: Amsterdam -Alkmaar/ Heerhugowaard/ Schagen In deze fase is nog niet onderzocht in hoeverre upgrades van bestaand spoor noodzakelijk zijn. Als blijkt uit de vervoerwaarde berekeningen dat de treinen onvoldoende capaciteit voor het aantal reizigers zullen hebben, dan zal hier nadere analyse van gedaan moeten worden. Tussen Alkmaar en Schagen In-/Uittakking is een analyse uitgevoerd voor overwegen (19 stuks), voorpleinvoorzieningen (station Almaar en Alkmaar Noord),bestaande stations en geluidvoorzieningen. Dit trajectdeel is integraal dubbelsporig en geëlektrificeerd.

Vanaf bestaand spoor naar Afsluitdijk

Noord-Holland is in vergelijking met andere provincies redelijk volgebouwd met windturbines (Windpark Wieringermeer, gebouwd vanaf 2018). Uitgangspunt is om geen windturbines te raken. Als aanname is gehanteerd dat de Lelylijn minimaal 100 meter vanaf een windturbine wordt getraceerd. Daarnaast is geprobeerd zoveel mogelijk opstallen te ontzien. Als aanname is gehanteerd dat de Lelylijn minimaal 50 meter vanaf opstallen wordt getraceerd. Schagen – In-/uittakking Schagen (lengte 2 km) Bij deze variant rond Schagen dient het bestaande enkelspoor vanaf station Schagen verdubbeld te worden tot aan de in-/uittakking 2 km ten noorden van station Schagen. Het bestaand spoor ligt op een dijkje met aan beide zijden forse watergangen. Opgemerkt wordt dat in november 2023 het bestaande gedeelte dubbelspoor ten noorden van Schagen gewijzigd is naar enkelspoor. Het enkelsporige baanvak is al geëlektrificeerd. Het tweede spoor dient ook geëlektrificeerd te worden. Naar verwachting hoeft een onderstation of schakelstation niet verzwaard te worden. Twee enkelsporige kunstwerken op dit trajectdeel moeten worden verdubbeld. Voor dit trajectdeel is een sub-alternatief uitgewerkt die uiteindelijk niet is opgenomen in de raming: uittakken ten noorden van Heerhugowaard (zie paragraaf 4.3.3.3) of ten noorden van Schagen.

Een derde subalternatief (uittakken nabij Anna-Paulowna) is niet uitgewerkt, omdat in dit sub-alternatief langer over bestaand spoor gereden wordt met lagere

Figuur 49. Bestaand spoor: Amsterdam-Alkmaar/Heerhugowaard/Schagen.

97

snelheid (140 km/u), dit spoor verdubbeld moet worden en het nieuwe tracé vanaf de uittakking lastig inpasbaar is (passage Balgzandkanaal, passage Amsteldiepdijk/Amstelmeer en bundeling N99 (passage bedrijventerreinen en passage lintbebouwing Hippolytushoef zuidzijde N99). In-/uittakking Schagen–Afsluitdijk (lengte ruim 20 km) Buiten de bebouwde kom van Schagen buigt de Lelylijn af richting de Afsluitdijk. Het bestaande spoor richting Den Helder takt daarvoor gelijkvloers uit. Direct na het uitbuigen van het tracé en de aftakking richting Den Helder kan de snelheid verhoogd worden van 140 km/u naar 200 km/u en volgt het tracé al slingerend zijn weg tussen windturbines en opstallen door. Indien mogelijk wordt de Lelylijn enigszins gebundeld met een rij windturbines. In de vervolgfase dient een afweging te worden gemaakt of het handhaven van windturbines of het handhaven van opstallen de voorkeur heeft. Richting de Afsluitdijk wordt polder Waard-Nieuwland doorsneden. Deze polder is een stiltegebied. Circa 16 wegen en vaarten passeert de Lelylijn.

Figuur 50. In-/uittakking Schagen.

98

Figuur 51. In-/uittakking Schagen–Afsluitdijk.

Afsluitdijk (lengte ruim 35 km, inclusief overgangen land-water) Het IJsselmeer is een Natura 2000-gebied. Elke fysieke uitbreiding van de Afsluitdijk of doorsnijding van het IJsselmeer betekent feitelijk een aantasting van het Natura 2000-gebied. Ten oosten van de Lorentzsluizen bevindt zich eiland Makkumer Noordwaard (Natuur Netwerk Nederland) wat omgeven is door een uitgestrekt stiltegebied. Aanlanding westzijde Komende vanaf Schagen wordt op het vasteland de rijksweg A7 gepasseerd met op korte afstand kruisingen van een waterweg, een weg en aan de IJsselmeeroever een weg op de dijk. Op het IJsselmeer wordt de Stevinsluis gepasseerd inclusief bijbehorende spuisluizen. Aan de zuidzijde van het tracé ligt een jachthaven. De Stevinsluis is geen officiële staande mastroute, maar in de wegen op de Afsluitdijk bevinden zich beweegbare bruggen. Naar verwachting wordt de sluis ook gebruikt door schepen die een hoge doorvaarthoogte vergen. Voor de passage van de Stevensluis zijn een viertal opties denkbaar: • Beweegbare brug: de maximale snelheid voor treinverkeer op een beweegbare brug bedraagt 140 km/u. Dit voldoet niet aan de minimale ontwerpsnelheid van de tracévarianten (160-200-300 km/u) en valt af.

• Vaste brug: de hoogte van de vaste brug is nog niet officieel vastgesteld maar als de Rijnvaarthoogte (+9,10 m) of staande mastroutehoogte (+31 m) wordt aangehouden ontstaat een hoge brug. In combinatie met de te verwachten harde wind aan de kust kunnen mogelijk problemen ontstaan bij een hoge vaste brug (referentie HSL Zuid Hollands Diep). • Zinktunnel. • Boortunnel.

• • •

Mogelijke diepe bodemniveau’s direct bij spuisluizen (-15 m NAP direct nabij de sluis, -6 m NAP verder van de sluis af); Maken zinksluif ingewikkeld (taluds 1:5 of combiwanden) dicht op de spuisluizen en grote stroomsnelheden; Kruising met afvoerkanaal (36 betonnen kokers van 30 m lengte) in de bodem van de jachthaven welke de afwatering vormen van gemaal Leemans richting de Waddenzee.

De keuze voor een boortunnel lijkt daarom noodzakelijk. Het tracé dient zo ver mogelijk van de spuisluizen afgelegd te worden om ongewenste waterbouwkundige effecten te voorkomen. Vooralsnog is een tracé gekozen door de ligplaatsen aan de binnenzijde van de schutsluis en door de jachthaven. De kruising van het afvoerkanaal van gemaal Leemans is een complicerende factor bij deze keuze. Een mogelijk alternatief is een zuidelijker gelegen tracé dat ten zuiden van de jachthaven en gemaal Leemans aan wal komt en dat dwars door natuurgebied het Robbenoordbos loopt. De tunnel dient, na passage van de ligplaatsen bij de schutsluis, over grotere lengte (circa 900 m) diep te liggen om ongewenste stromingseffecten te voorkomen ter hoogte van de spuisluizen. Op de plek waar de tunnel weer boven water komt wordt een kunstmatig eiland gerealiseerd, waar de tunnel over gaat in een brugconstructie boven water. Daar waar het tracé nog niet strak gebundeld ligt met de Afsluitdijk wordt een kunstwerk op palen boven het water gerealiseerd omdat aanleg van een nieuwe (afbuigende) dijk vanaf de Afsluitdijk naar het kunstmatige eiland als onwenselijk wordt gezien in verband met onder andere waterberging. In deze fase van het project is gekozen voor toepassing van een boortunnel met twee enkelspoor-tunnelbuizen en onderlinge dwarsverbindingen.

Aandachtspunten/ beperkingen bij een zinktunnel zijn: • Grote stroomsnelheden direct bij de spuisluizen, waarbij uitvoering als (gedeeltelijke) zinktunnel veel complexiteit gedurende de bouw met zich meebrengt; • Spuisluizen worden met regelmaat gebruikt waardoor geen lange perioden beschikbaar zijn om tunnelelementen af te zinken;

99

Bundeling Afsluitdijk (18,44 km) Voor het grootste gedeelte van de Afsluitdijk kan gekozen worden voor een strakke bundeling met de dijk. Er zijn in de basis twee oplossingen mogelijk: • Uitbreiding van het dijklichaam van de Afsluitdijk aan de binnenzijde van de dijk. • Een nieuw kunstwerk op kolommen in het water dicht tegen de bestaande Afsluitdijk. Uitgezonderd de beide passages van de sluiscomplexen aan de uiteinden van de Afsluitdijk zijn er nog twee locaties waarop ingezoomd moet worden en waar de strakke bundeling mogelijk niet doorgezet kan worden: passage Vlietermonument en passage Breezanddijk. Het Vlietermonument wordt gerenoveerd en uitgebreid. Passage van het monument is niet mogelijk zonder grote impact op het monument. Op het werkeiland Breezanddijk bevinden zich de volgende functies: • Verzorgingsplaats/tankstation; • Kleinschalige industrie met haven; • Proeflocatie Energiewinning Blue Energy (wordt uitgebreid naar een grotere centrale); • Kampeerplaats ‘Het Wad’; • Transformatorstation (voor Windpark Fryslân).

Aandachtpunten bij een bundeling met de Afsluitdijk zijn: • Kruiend ijs vanaf het IJsselmeer; • Kabeltracé 2x110 kV van Breezanddijk naar Kornwerderzand: tracé ligt aan de buitenzijde van de dijk (uitgezonderd aansluiting bij EV-station Breezanddijk en passage Lorentzsluizen); • Onderhoudbaarheid spoor (onderhoudsweg tussen bestaande weg en nieuw spoor; • Calamiteitsvoorzieningen (vluchtmogelijkheid) vanaf het spoor (speelt met name bij de optie van een kunstwerk). De exacte eisen en wensen op het gebied van onderhoud en calamiteitenbestrijding zijn in dit stadium nog niet bekend, omdat nog geen afstemming heeft plaatsgevonden met de toekomstige assetmanager van het spoor en de veiligheidsregio. Vanwege deze onzekerheid is hiertoe een risico opgenomen in het risicodossier.

100

Aanlanding oostzijde (8,92 km) De aanlanding aan de oostzijde is enigszins vergelijkbaar met de westzijde, maar ook weer niet. De problematiek van de kruising van de Lorentzsluis is vergelijkbaar met die van de Stevinsluis. Verschil is wel dat de Lorentzsluis deel uitmaakt van de staande mastroute. De problematiek van het afvoerkanaal van gemaal Leemans is aan deze zijde van de Afsluitdijk niet aanwezig. Wat wel een complicerende factor is, is de ontwikkeling van een nieuwe vismigratierivier die ten westen van de Spuisluizen is gerealiseerd en die tot ver in het IJsselmeer rijkt. Het beoogde tracé van de Lelylijn doorkruist deze vismigratierivier. Een ander verschil is de afstand tussen sluis en land. Daar waar de Stevinsluis op circa 900 m vanaf het land ligt, ligt de Lorentzsluis circa 3.650 m vanaf het land met in het midden eiland Makkumer Noordwaard (Natuur Netwerk Nederland en stiltegebied). Door vanuit de zuidelijke passage van de sluis in een rechte lijn naar het land te gaan wordt het eiland net geraakt door het tracé. Voor dit rechte tracé is gekozen om een zo kort mogelijke doorsnijding over water te maken door de beschermde natuurgebieden (d.m.v. boortunnel).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=f2d2cdab-f69e-40a5-9a59-7ed0f0a90cf1