CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Jaarstukken Opsterland 2021.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2022, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststelling Jaarstukken 2021 inclusief de sisa-verantwoording (B)32.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Thema Ruimtelijke ordening Thema Ruimtelijke ordening De ruimte zodanig inrichten of herinrichten ter bevordering van een aantrekkelijke en vitale leefomgeving met inachtneming van wet- en regelgeving. De nieuwe Omgevingswet, die per 2023 fasegewijs zal worden ingevoerd, vraagt anders denken en handelen. Wij zien hierbij goede mogelijkheden in het "gekanteld" werken.

78

Doelstellingen Wij kennen functies toe aan de gronden in Opsterland op zodanige wijze dat ze het meest ten opzichte van elkaar tot hun recht kunnen komen. De nieuwe Omgevingswet, die per 2023 fasegewijs zal worden ingevoerd, vraagt anders denken en handelen. Wij zien hierbij goede mogelijkheden in het "gekanteld" werken. Onze planologische producten (bestemmingsplannen) zijn actueel. Waar nodig is achterstallig onderhoud uitgevoerd bij ons ruimtelijk instrumentarium. Daardoor kan de overgang naar de Omgevingswet goed worden gerealiseerd. De bestemmingsplannen voor het buitengebied, de kommen en de bedrijventerreinen en de nog van kracht zijnde beheerverordeningen zijn (afzonderlijk) te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl (landelijke website). Om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren moet ruimte aan marktpartijen worden geboden. Het wettelijk instrumentarium biedt daarvoor voldoende mogelijkheden.

Maatregelen Borgen erfgoed 2020-2022 Wat wilden we bereiken Als bouwsteen voor de Omgevingsvisie herijken we ons erfgoedbeleid.

Wat hebben we er voor gedaan In de medio 2022 vast te stellen Omgevingsvisie Opsterland is “Identiteit & Erfgoed” een van de leidende thema’s (hoofdstukken). Ambtelijk worden daarvoor de analyses en vraagstukken voorbereid. Cultuurhistorie, archeologie en landschap zijn daarbij sleutelbegrippen. Ook is een onderzoek gestart naar nut, noodzaak en haalbaarheid van het opstellen van een lijst van gemeentelijke monumenten. Invoering omgevingswet Wat wilden we bereiken Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Met deze wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Het uitgangspunt bij de Omgevingswet is ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Bij onze planologische producten, zoals Omgevingsvisie en Omgevingsplan, krijgen we meer ruimte voor eigen afwegingen en maatwerk. De voorbereiding op de nieuwe wetgeving betekent een bijzondere veranderopgave. Niet alleen op inhoud maar ook voor werkwijzen van personeel en inzet van middelen. De OWO-gemeenten werken hierin volgens een gezamenlijke aanpak. Uitgangspunt is ‘samenwerken waar dat kan’. De fysieke leefomgeving wordt met de nieuwe wet breed en samenhangend benaderd. Een sterk en steeds sneller veranderende wereld met andere opgaven in de fysieke leefomgeving dan voorheen vraagt om meer ruimte voor initiatieven.

Thema’s als duurzaamheid, gezondheid en veiligheid komen samen in nieuwe instrumenten als de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en programma’s.

Wat hebben we er voor gedaan Omgevingswet De implementatie van de Omgevingswet is in OWO-verband opgepakt. In februari 2022 heeft de minister aangekondigd dat de invoering Omgevingswet (opnieuw) is verschoven. De taakstelling daarbij is enerzijds de realisatie van een digitaal toegankelijk systeem van vergunningverlening en regels voor de burgers. Dat wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) genoemd. Daarnaast is een belangrijke doelstelling om de ruimtelijke ontwikkelingen meer integraal te 79

maken. Door de scope van het beleid te verbreden en door belanghebbenden en partners hierbij te betrekken. Procesgroep gemeenteraad Voor de procesgroep zijn in 2021 een negental bijeenkomsten georganiseerd. Raadsleden zijn geïnformeerd en hebben kunnen meepraten en meedenken over de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, het bindend adviesrecht, delegatie en participatie. Op 31 mei 2021 heeft er een OWO-brede gemeenteraadsvergadering plaatsgevonden o.l.v. een medewerker VNG. Het thema was “OWOsamenwerking Omgevingswet, klaar voor de toekomst”. Wat hebben we gedaan? Aanschaf nieuwe ICT-systemen Het afgelopen jaar is in OWO-verband onder andere een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd. Dit bevindt zich nog in de testfase en er wordt geoefend met het DSO. Naast een nieuw VTH-zaaksysteem is de plansoftware aangepast aan de Omgevingswet. Afspraken ketenpartners Met onze ketenpartners (Provincie, Wetterskip Fryslan, FUMO, GGD, Rijkswaterstaat en Veiligheidsregio) hebben we duidelijke afspraken kunnen maken om na invoering van de wet het vergunningenproces binnen de wettelijke termijn van 8 weken te kunnen afhandelen De organisatie voorbereiden op Omgevingswet Door de medewerkers zijn diverse trainingen gevolgd. Waar mogelijk fysiek, maar vaak ook digitaal in de vorm van webinars. In april 2021 zijn we in OWO-verband gestart met de Pilot Omgevingsplan Appelscha.

In gezamenlijkheid maken we een omgevingsplan voor het centrumgebied van Appelscha om met elkaar te kunnen oefenen. Na vaststelling van dit plan zal aan de OWO-gemeenten een handboek met alle bevindingen worden opgeleverd. Raadsbesluiten Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeenteraad een 7-tal raadsbesluiten nemen. In dat kader heeft op 13 december de gemeenteraad de besluiten over het bindend adviesrecht, participatierecht, delegatie en de verordening nadeelcompensatie vastgesteld. Opstellen ruimtelijk kwaliteitsbeleid 2022 Wat wilden we bereiken In samenhang met het opstellen van erfgoedbeleid is het van belang cultuurhistorische waarden van de fysieke omgeving te beschermen in het gemeentelijk welstandsbeleid. Op basis van de Omgevingswet actualiseren we het gemeentelijk welstandsbeleid.

Wat hebben we er voor gedaan In VFG-verband bereiden we de herziening van het adviesstelsel Omgevingskwaliteit voor. Op 9 september is tijdens de informatiesessie voor de raad geïnventariseerd welke aandachtspunten en specifiek Opsterlandse elementen van belang zijn in het uitwerken van de herziening. Als vervolg hierop zal in het eerste kwartaal van 2022 een voorstel aan de raad worden aangeboden. Wij bevorderen natuurinclusieve landbouw Wat wilden we bereiken De provincie streeft naar duurzame, natuur inclusieve landbouw in 2025. Wij sluiten ons hierbij aan en ondersteunen daarvoor de provinciale landbouwdeals.

80

Wat hebben we er voor gedaan Bij het jaarlijkse overleg tussen gemeente en landbouw (Kritecommissie) is dit een vast agendapunt. Er is een aantal provinciale samenwerkingsprojecten die ook in Opsterland plaatsvinden. Wij ondersteunen ze actief. Het gaat om: 

Gebiedsontwikkeling Beekdal Koningsdiep;

Pilot Aldeboarn de Deelen;

Dulf / de Mersken.

In het Veenweideprogramma dragen we – samen met andere gemeenten – bij aan professionele inbreng en advisering. In de werkgroep P10-landbouw werken we aan een document dat voor verschillende gemeenten behulpzaam kan zijn bij dit thema. Wij stellen een omgevingsvisie op in 2021 Wat wilden we bereiken De Omgevingsvisie Opsterland is in 2015 vastgesteld. In 2021 werken we de nieuwe Omgevingsvisie uit (actualisatie volgens vereisten Omgevingswet).

Wat hebben we er voor gedaan We hebben bouwstenen verzameld op basis van bestaande beleidsstukken en actuele informatie. We hebben gebruik gemaakt van een matrix die is samengesteld in Fryslab, de Friese samenwerking voor de Omgevingswet. Daarin zijn thema’s en opgaven opgenomen, zoals duurzaam ruimtegebruik en omgevingskwaliteit, energietransitie, identiteit en erfgoed, landbouw, biodiversiteit en natuur, leefbare en vitale dorpen. Over de actualisatie van de Omgevingsvisie hebben we in het kader van de invoering van de Omgevingswet negen keer overleg gehad met de procesgroep van de gemeenteraad. Onder meer door de coronapandemie is het voorbereidende werk vertraagd. De conceptvisie is naar verwachting in april 2022 beschikbaar. Formele inspraak zal dan naar verwachting in juni 2022 starten.

Thema Wonen Thema Wonen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat, dat aansluit op demografische ontwikkelingen.

Doelstellingen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat

Maatregelen Wij faciliteren goed onderbouwde woonplannen in de dorpen Wat wilden we bereiken Bij het faciliteren van goed onderbouwde woonplannen kan het gaan om plannen voor nieuwbouwwoningen, maar ook om plannen voor de kwaliteitsverbetering van bestaande woningen (herstructurering).

Wat hebben we er voor gedaan

81

In 2021 is een start gemaakt met de actualisatie van de woonvisie 2017-2021. In het eerste kwartaal is een rapportage opgesteld over de woonvisie 2017-2021. Daarna zijn er in de loop van het jaar verschillende bijeenkomsten met stakeholders geweest om input te verzamelen voor de actualisatie van de woonvisie. De geactualiseerde woonvisie zal in 2022 ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. De in 2020 gestarte gesprekken met de provincie over nieuwe regionale woningbouwafspraken voor de periode 2020-2030 hebben in 2021 een vervolg gekregen. De nieuwe woningbouwafspraken zullen in 2022 hun beslag krijgen. Vooruitlopend op de definitieve afspraken is in 2021 een shortlist met woningbouwplannen door de provincie geaccordeerd. In 2021 hebben wij woningbouwinitiatieven van ontwikkelaars en dorpen ondersteund en gefaciliteerd. Het betreft de volgende dorpen: Bakkeveen, Beetsterzwaag, Frieschepalen, Gorredijk, Hemrik, Langezwaag, Nij Beets, Terwispel, Ureterp en Wijnjewoude. We hebben bouwkavels verkocht in Gorredijk, Ureterp en Frieschepalen. Voor de ontwikkeling van de uitbreidingslocatie Loevestein 4 oost Gorredijk is een (koop)overeenkomst gesloten met een lokale projectontwikkelaar. Hier worden ongeveer 50 woningen gerealiseerd.

In het voortraject voor de RO-procedure Aylvalân (Bakkeveen) is gebleken dat planontwikkeling hier leidt tot overschrijding van de Stikstofnormen. Hierop is opdracht gegeven tot aanvullend onderzoek, gericht op een maatwerkoplossing die planontwikkeling toch mogelijk moet maken. Eind 2021 zijn met de woningcorporaties Elkien en WoonFriesland en de huurdersorganisatie De Bewonersraad prestatieafspraken gemaakt voor het jaar 2022. Wij ondersteunen initiatieven van ontwikkelaars en dorpen op basis van de werkelijke woonbehoefte van de dorpen en we onderzoeken de daadwerkelijke realisatie Wat wilden we bereiken Voor woningbouw vormt de daadwerkelijke woningbehoefte de basis. Indien een actuele vraag vanuit een dorp realistisch is wordt al dan niet in samenspraak met marktpartijen bekeken op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven.

Wat hebben we er voor gedaan In 2021 heeft overleg plaatsgevonden met een groot aantal initiatiefnemers en dorpen op welke wijze invulling zou kunnen worden gegeven aan woningbouwplannen. Het gaat om:        

Bakkeveen: Aylvalân; Beetsterzwaag: It WagenaarHuys, locatie De Trime (Koningshof); Gorredijk: De Vrieslocatie, Tiny Houses, Loevestein 4 West, De Miente; Langezwaag: uitbreidingslocatie Langezwaag Noord; Nij Beets: Koopmanslocatie, Windlocatie; Terwispel: locatie Kolderveen; Ureterp: Hege Kamp, Fûgelliet/Wilster; Wijnjewoude en Hemrik

Verbonden partijen Taken op het gebied van welstandsadvisering worden uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Hûs en Hiem.

Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen De doelstelling van het grondbeleid is om op verantwoorde wijze het grondgebruik te beheren en op actieve of passieve (faciliterende) wijze gebruik te maken van grond voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals het realiseren van woningbouw en het aanleggen van bedrijventerreinen. Dit gebeurt binnen de daarvoor

82

gestelde termijnen, tegen maatschappelijk aanvaardbare offers en passend binnen de door de raad geformuleerde doelstellingen op het gebied van ruimtelijk en maatschappelijk beleid.

Doelstellingen Wij voeren een passend (actief – passief) grondbeleid. Jaarlijks stelt het college van B&W in de paragraaf grondbeleid van de begroting vast of er een actief of passief grondbeleid zal worden gevoerd. Een belangrijke afweging bij deze keuze is de hoogte van het financiële risico voor de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen. Per locatie wordt een financiële verkenning gemaakt en de financiële risico's worden benoemd. Evenals in voorgaande jaren zal in 2021 een terughoudend en voorzichtig actief grondbeleid worden gevoerd voor ruimtelijke ontwikkelingen op gemeentelijke grond. Bij ontwikkelingen op particuliere gronden zal de gemeente faciliterend en ondersteunend optreden. Beleidsindicatoren Opsterland

Nederland

Beleidsindicatoren

Eenheid

2018 2019 2020 2021 2018 2019 2020 2021

Gemiddelde WOZ-waarde

per € 1.000

212

224

241

261

230

250

271

290

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

6

8

10

*

9

9

9

*

Demografische druk 20-64 jaar

%

79% 79% 79% 79% 70% 70% 70% 70%

Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In euro's

599

610

622

650

651

665

700

733

Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

In euro's

706

712

722

754

721

735

773

810

* voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 8 maart 2022

83

Wat heeft het gekost? ->Resultaat programma x € 1.000 Exploitatie

Realisatie

Begroting 2021

Begroting 2021 (incl

Realisatie

Mutatie begroting/

2020

(primair)

wijzigingen)

2021

realisatie 2021

Lasten

4.784

3.227

3.412

3.316

-96

Baten

5.792

3.178

3.301

4.068

767

Saldo voor

1.008

-49

-110

752

863

Lasten

5

-

-

393

393

Baten

200

58

166

166

-

1.202

9

56

525

470

bestemming Mutaties reserves

Saldo na bestemming

Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie

Begroting 2021

Realisatie

Mutatie begroting/

2021

realisatie 2021

Saldo per taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening

-510

-235

275

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

1.138

1.316

178

8.3 Wonen en bouwen

-738

-329

410

Saldo voor bestemming

-110

752

863

Komplannen

-

-207

-207

Invoering omgevingswet

-

-186

-186

Totaal stortingen reserves

-

-393

-393

Komplannen

141

141

-

Onttrekking AR Woonplannen

25

25

-

-

-

-

Totaal onttrekkingen reserves

166

166

-

Saldo na bestemming

56

525

470

Stortingen reserves

Onttrekkingen reserves

Invoering omgevingswet

Toelichting op de financiën Het saldo na bestemming op dit programma is € 470.000 Dit saldo kan als volgt worden gespecificeerd: Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening geeft in 2021 een voordeel van € 275.000 ten opzichte van de raming. Bij de perspectiefbrief 2021 is een aanvraag gedaan voor extra capaciteit voor ruimtelijke ordening, erfgoed en welstand €141.000 ten laste van de reserve komplannen. Door krapte op de arbeidsmarkt was het juiste personeel hiervoor niet te vinden en hebben deze uitgaven niet plaatsgevonden. Door ook de overig lagere uitgaven voor komplannen is in totaal €207.000 toegevoegd aan de reserve komplannen.

84

Bij de perspectiefbrief 2021 is € 50.000 incidenteel beschikbaar gesteld voor de Kerkenvisie. Van dit bedrag is €20.000 besteed aan de ontwikkeling hiervan. Dit geeft een voordeel van €30.000 in dit taakveld. In 2022 wordt de Kerkenvisie afgerond. Voor het resterende bedrag van €30.000 wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Bij de begroting 2021 is voor Geweldig Gorredijk voor 2021 € 38.000 beschikbaar gesteld voor proceskosten. Als gevolg van corona heeft de voorgenomen dorpsdialoog vertraging opgelopen waardoor geen kosten zijn gemaakt. Dit geeft een voordeel in dit taakveld. Voor het resterende budget van €38.000 wordt een resultaatsbestemming aangevraagd. Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) geeft een voordeel van €178.000. In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen geeft een voordeel van €410.000. Voor de invoering van de Omgevingswet is in 2021 niet het gehele budget uitgegeven, dit geeft een voordeel van €186.000. Dit voordeel is gestort in de egalisatiereserve Omgevingswet. De vraag naar omgevingsvergunningen was hoger dan begroot, vooral de omgevingsvergunningen voor bouwen. Dit geeft een voordeel van € 189.000 in dit taakveld. De kosten voor de welstandsadvisering bedroegen €20.000 meer dan begroot. Dit geeft een nadeel.

De ontwikkelagenda leefbaarheid is nog niet afgerond dit geeft een lager uitgave van €28.000. In 2022 wordt dit traject afgerond. Hiervoor wordt een resultaatsbestemming van €28.000 aangevraagd. De overige verschillen in dit taakveld bedragen € 27.000 voordelig. De mutatie in de reserves wordt toegelicht in taakveld 8.1 en 8.3.

85

Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Beleid De diverse verordeningen belastingen en heffingen zijn in december 2020 vastgesteld. In de begroting is uitgegaan van het nieuwe niveau van de tarieven. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan zijn de tarieven van 2021 verhoogd met de prijs bruto binnenlands product, een indexatie van 1,6%. De uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op het uitgangspunt van het hanteren van een volledige kostendekkendheid. Kaderstellende documenten De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen. Leges publiekszaken De leges publiekszaken inkomsten zijn € 79.000 hoger dan begroot. De vraag naar reisdocumenten en rijbewijzen varieert jaarlijks. Onroerendezaakbelasting De werkelijke opbrengst van de OZB was € 37.000 lager dan de begrote opbrengst. De tarieven worden bepaald door de begrote opbrengst af te zetten tegen de WOZ-waarde. De WOZ-waardes kunnen gedurende het jaar nog wijzigen. Ook hebben bezwaarschriften invloed op de definitieve WOZ-waardes waarop de uiteindelijke aanslagen gebaseerd zijn. Precariorechten De opbrengst precariorechten liggen in lijn met jaarrekening 2020 en zijn € 427.000 hoger dan begroot. Dit is ontstaat door uitbreiding van het aantal meters kabel (de grondslag) tussen 2019 en 2020.

Deze uitbreiding is per abuis niet meegenomen bij het bepalen van de opbrengst precariorechten voor de begroting 2021. 2021 was het laatste jaar dat precariorechten geheven worden. Algemeen plaatselijke verordening (APV) De opbrengst van de APV is € 19.000 lager uitgevallen dan geraamd. De opbrengsten zijn afhankelijk van de vraag. Omdat door de Coronacrisis veel evenementen niet zijn doorgegaan zijn de APV-leges opbrengsten lager uitgevallen dan begroot en gelijk aan de opbrengsten 2020. Begrafenisrechten De baten zijn in lijn met begroting en het resultaat over 2020. Toeristenbelasting De inkomsten van de Toeristenbelasting zijn in lijn met de begroting (programma 3). Het verschil is toegevoegd aan de reserve Recreatie en Toerisme. Afvalstoffenheffing De opbrengst van de afvalstoffenheffing laat een positief verschil ten opzichte van de begroting en is in lijn met jaarrekening 2020. Omdat de kosten ook zijn meegestegen is de kostendekkendheid nagenoeg gelijk gebleven. Rioolheffing De baten rioolheffing zijn € 74.000 hoger uitgevallen dan begroot en € 30.000 hoger dan de baten in de jaarrekening 2020. De lasten zijn echter ook meegestegen waardoor de kostendekkendheid de 100% niet heeft overschreden.

86

Leges omgevingsvergunning De ontvangen leges van de omgevingsvergunning zijn € 185.000 hoger uitgevallen dan geraamd en € 106.000 hoger dan jaarrekening 2020. Mogelijke oorzaken zijn dat door Corona en de aanhoudende krapte op de woningmarkt meer verbouwingen hebben plaatsgevonden. x € 1.000 Programma Lokale belastingen en heffingen

Jaarrekening 2020

0 Leges publiekszaken

Begroting 2021 (incl wijzigingen) Jaarrekening 2021

281

264

343

0 Onroerendezaakbelasting

4.532

4.626

4.589

0 Precariorechten

2.315

1.900

2.327

8

25

6

3 Toeristenbelasting

208

178

180

7 Begrafenisrechten

157

150

164

7 Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)

3.265

3.073

3.228

7 Rioolheffing (excl. kwijtscheldingen)

2.854

2.810

2.884

755

676

861

14.375

13.702

14.582

1 Algemeen plaatselijke verordening

8 Leges omgevingsvergunning Totaal

Kostendekkendheid Soort

Dekkingspercentage begroot 2021

Dekkingspercentage realisatie 2021

Afval

100%

99%

Riolering

100%

100%

Omgevingsvergunningen

76%

95%

Afval en Riolering De mate van kostendekkendheid van afval en riolering is uitgekomen conform de begroting. De baten per onderdeel zijn wel hoger dan begroot maar dat zijn de lasten ook. Omgevingsvergunningen Tariefstelling De tariefstelling ten aanzien van de diverse omgevingsvergunningen is niet van een dergelijke omvang dat volledige kostendekkendheid kan worden bewerkstelligd. Een volledige kostendekkendheid kan niet worden gerealiseerd omdat dan de tarieven voor bepaalde vergunningen (zoals evenementenvergunningen) zodanig zouden moeten stijgen dat de hoogte van de leges niet meer in verhouding staat tot de activiteit. Berekening kostendekkendheid Na vaststelling van de begroting 2021 is gekeken naar de wijze van berekenen van de kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen. Met name de directe personeels- en overheadskosten worden toegerekend aan het taakveld. Voor begroting 2022 is een nieuwe berekeningswijze opgesteld die een reëler beeld geeft van de kostendekkendheid. Voor een betere vergelijking met de realisatie 2021 is op de begroting 2021 ook de nieuwe berekeningswijze toegepast. Het dekkingspercentage van de omgevingsvergunningen was 95% (begroot was 76%).

87

De inkomsten voor de omgevingsvergunningen bouwen waren in 2021 € 185.000 hoger dan begroot door een stijging in het aantal aanvragen. De kosten konden nagenoeg gelijk gebleven tussen begroot en realisatie. Hierdoor is de kostendekkendheid hoger uitgevallen dan begroot. Omgevingsvergunningen

Begroting 2021

Begroting 2021

Realisatie 2021

Nieuwe berekening Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten

1.063.000

698.000

718.000

Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld

1.063.000

698.000

718.000

Indirecte kosten Btw Overhead en rente

561.000

Netto indirecte kosten taakveld Totale lasten

187.000

187.000

561.000

187.000

187.000

1.624.000

885.000

905.000

Totale heffingen Heffingen

676.000

Totale heffingen Dekkingspercentage

676.000

861.000

676.000

676.000

861.000

42%

76%

95%

Lokale lastendruk De “Atlas van de lokale lasten 2021” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 370 de hoogste): 

Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 82 (2020 nr. 76)

Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vinden een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%). Het aantal huishoudens waar kwijtscheldingen aan verleend zijn in 2021 was 545 (in 2020 was dit 560). Beleidsindicatoren De beleidsindicatoren die betrekking hebben op woonlasten en gemiddelde WOZ-waarde zijn opgenomen in programma 8.

88

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen. Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien. Risicobeheersing In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben. Een aantal risico's zijn op het moment van schrijven niet financieel te kwantificeren.

Hieronder vallen de financiële effecten van de oorlog in de Oekraïne op de directe bedrijfsvoering (energielasten) en de uitvoeringstaken (opvang, onderwijs en huisvesting van vluchtelingen). De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn: De belangrijkste risico's met de geschatte "kans" en de "invloed" (x €) Risico

Kans

Max fin. effect

Uitkering gemeentefonds fluctueert

50%

1.000.000

14%

500.000

Onzekerheid omvang bijdrage kosten jeugdzorg

45%

1.100.000

14%

495.000

Invoering omgevingswet

60%

750.000

13%

450.000

Financiële consequenties invoering BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen)

40%

1.000.000

12%

400.000

Borgstellingen

1%

39.510.000

11%

395.100

Herijking algemene uitkering gemeentefonds *

40%

900.000

10%

360.000

Mogelijke WW verplichtingen personeel

25%

1.000.000

7%

250.000

Financiële tegenvallers projecten

10%

2.000.000

6%

200.000

Mogelijke financiële consequenties die voortkomen uit de Coronacrisis

25%

750.000

5%

187.500

Tegenvallende resultaten grondexploitaties

15%

1.000.000

4%

150.000

Resultaat invoering woonplaatsbeginsel Jeugdzorg

10%

650.000

2%

65.000

Totaal

49.660.000

Invloed

100%

Totaal risico

3.452.600

* De herijking gemeentefonds is een risico dat betrekking heeft op 2023 en daarna.

Weerstandsvermogen Beheersing van de hiervoor genoemde risico's Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende. Bepalen weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 3,5 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 19,6

89

miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te bieden. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. Het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico's Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken. x € 1.000 Incidenteel weerstandsvermogen

2020

2021

Algemene reserve deel buffer

7.500

7.500

Algemene reserve vrije deel

11.711

12.087

Totaal algemene reserve

19.211

19.587

Algemene reserve ultimo:

Kengetallen Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt. Kengetallen

Jaarrekening 2020

Begroting 2021

Jaarrekening 2021

Netto schuldquote

28,7%

35,0%

19,8%

Netto schuldquote excl. verstrekte leningen

28,7%

35,0%

19,8%

Solvabiliteit

26,1%

34,4%

30,7%

Structurele exploitatieruimte

-1,7%

-1,5%

10,5%

Grondexploitatie

3,1%

2,6%

2,1%

Belastingcapaciteit

93,4%

96,7%

93,1%

90

Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat voorzieningen die we kapitaalgoederen noemen. Dit zijn wegen, wegbebakening, straatmeubilair, riolering, civiele kunstwerken (bruggen e.d.), openbaar groen, openbare verlichting en gebouwen. Het onderhoud hiervan is van belang voor de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente. Daarnaast is goed onderhoud van belang om kapitaalverlies te voorkomen. In het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2021-2025 (hierna: BKP) zijn de kwaliteitsniveaus van de arealen (te onderhouden kapitaalgoederen) openbaar groen, verhardingen en kunstwerken vastgelegd door de gemeenteraad (5 juli 2021). Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik. Netjes waar het moet, sober waar het kan. De ambitieniveaus voor de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Watertakenprogramma 2020 - 2025 (GWP).

Kaderstellende documenten Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2021-2025 (BKP) Beheerplan onderhoud sportvelden (2008) Beleidsnota Licht in de Duisternis (2009) Gemeentelijk Watertakenprogramma 2020 - 2025 (GWP) Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan 2010 Bereikbaar zijn en blijven (GVVP) Evaluatie Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan 2010 Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland 2014 Areaal In 2021 zijn de kapitaalgoederen voor wat betreft beeldkwaliteit onderhouden in overeenstemming met het nieuwe vastgestelde Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2021-2025. Wegen en verhardingen Kerncijfers De gemeente heeft ongeveer 2,7 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 58% uit asfalt, 40% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.) en 2% beton. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 175 mln. Het gewenste kwaliteitsniveau van de verhardingen is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2021-2025. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal van verhardingen en openbare verlichting weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie.

91

Verharding en

Hoeveelheid

openbare

Structuurelement Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied

verlichting Rijbanen

204 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkeerstroken /

17 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Fietspaden

26 ha Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Voetpaden

34 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Openbare

4.121 stuks Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

overig

verlichting Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025

Areaal In 2021 is inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van de lange droge periodes op de verhardingen in het westelijke deel van de gemeente. Met het vaststellen van het nieuwe Beeldkwaliteitsplan 2021 - 2025 zijn er structureel middelen beschikbaar gesteld om de ontstane schades aan te pakken. Naar aanleiding daarvan is een prioritering opgesteld welke schades als eerste worden aangepakt. Riolering Kerncijfers In de gemeente ligt meer dan 350 kilometer riolering onder de grond. Hiervan is 214 kilometer vrijverval en 137 km mechanische riolering. Daarnaast zorgen 558 gemalen, 112 IBA’s (reinigingsstations op perceelniveau) en 5 bergbezinkvoorzieningen voor de verwerking van afval- en hemelwater. De totale installatie vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 146 mln. In de tabel hieronder is een overzicht weergegeven van het volledige areaal. Riolering

Hoeveelheid

Vrijvervalriolering

215.003 m1

Putten

4.582 stuks

Straatkolken

10.796 stuks

Bergbezinkvoorzieningen

5 stuks

Overstorten

34 stuks

Drukriolering / persleiding

137.082 m1

Minigemalen

522 stuks

Opvoer- / tussengemalen

28 stuks

Gemalen overig

8 stuks

IBA-systeem (individuele behandeling afvalwater)*

112 stuks

* 21 IBA's zijn in beheer bij het Wetterskip Fryslan

92

Areaal Het areaal is onderhouden zoals vastgesteld in het Watertakenprogramma 2020-2025. In 2021 is circa 20km riool geïnspecteerd. Bij alle gemalen is telemetrie vervangen of geplaatst om de aansturing te optimaliseren. Areaal

Afvalwater

Structuurelement

Inzameling

Centrum

Woongebied Bedrijventerrein Buitengebied

Hoog >

Hoog > Basis Hoog > Basis

Basis

Basis > Hoog Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog Basis > Hoog

Basis

Basis Transport

Basis > Hoog

Hemelwater

Inzameling

Basis >

(overtollig)

Hoog

Verwerking (in

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Inzameling

Basis

Basis

Basis

Basis

Verwerking

Basis

Basis

Basis

Basis

riolering) Verwerking (in openbare ruimte) Grondwater

Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Watertakenprogramma 20202025

93

Toekomst De voorziening geeft voldoende dekking voor de uitvoering van de gestelde ambities. Bij de te nemen onderhoudsmaatregelen wordt rekening gehouden met de klimaatsverandering. Gestreefd wordt naar het voorkomen of beperken van wateroverlast en hittestress. Vaarwegen en civiele kunstwerken (water) Kerncijfers en kwaliteitsambitie In de gemeente liggen twee grote vaarroutes. De civiele kunstwerken die hierbij horen zijn deels in beheer en eigendom van de gemeente. Daarbuiten zijn diverse (kleinere) civiele kunstwerken. Van drie tunnels, die in eigendom zijn van de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat, heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het totale areaal vertegenwoordigt een vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor de civiele kunstwerken weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Civiele

Hoeveelheid

kunstwerken

Structuurelement Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied

Bruggen (vast)

31 stuks Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Bruggen (hout)

85 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Bruggen

17 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

33 stuks Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Basis

Waterwerken

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Tunnels*

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Kademuren

6838 m1 Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

Basis

Beschoeiingen

5791 m1 N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

(beweegbaar) Vaarrecreatieve voorzieningen

*Van drie tunnels heeft de

Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Beheer

gemeente het dagelijks beheer.

Openbare Ruimte 2021-2025

Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat

Areaal In 2021 is het areaal onderhouden in overeenstemming met de kwaliteitsambities zoals vastgesteld in het nieuwe Beeldkwaliteitsplan 2021 - 2025. Groen Kerncijfers en kwaliteitsambitie Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door de eigen dienst en Caparis. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor groen weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie.

94

Openbaar groen

Hoeveelheid

Structuurelement Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied

Bomen

51.337 stuks Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

(bio) Natuurlijke

9.600 are Laag (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

beplanting Cultuurlijke

Basis (bio)

702 are Laag

Hoog

Laag

Basis

Basis

Basis

Basis

Hagen

106 are Basis

Hoog

Laag

Basis

Laag

Basis

Basis

Gras

30.338 are Laag (bio)

beplanting

Hoog

Laag (bio)

Basis

Laag (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

N.v.t.

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

442 km Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis

Basis

Bermen Watergangen (waterlopen en

(bio)

sloten) Watervlakte

1.423 are Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

(vijfers) Parkmeubilair

Basis (bio)

559 stuks Basis

Hoog

Basis

Basis

Op basis van de CROW-kwaliteitsnorm zoals vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025

Areaal In 2021 is het groene areaal onderhouden zoals is vastgesteld in de kwaliteitsambitie. Uit de schouw (steekproefgewijze inspectie) blijkt dat de gewenste kwaliteit is gehaald. In de structuurelementen 'Buitengebied' en 'Centrum' valt de gemiddelde kwaliteit iets hoger uit dan de ambitie.

Gebouwen Kerncijfers en beheer De gemeente heeft 54 gebouwen in beheer en eigendom. Het gemeentelijk vastgoed heeft een herbouwwaarde van ongeveer € 60 mln. Het grootste deel (90%) van de gebouwen is onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden zijn verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijks een zodanige dotatie aan de voorziening dat deze toereikend is voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor gebouwen weergegeven.

95

Gemeentelijk vastgoed Functieomschrijving

Aantal

Bedrijfsvoering

11

Maatschappelijk

15

Monumentaal

8

Voormalige scholen en leegstaande gebouwen

4

Dorpshuizen

7

Overig

9

Totaal

54

Areaal In 2021 is het areaal uitgebreid met twee gebouwen. Openbare verlichting Kerncijfers In Opsterland staan ongeveer 4.400 lantaarnpalen in de openbare ruimte waarvan ongeveer 90% in beheer en eigendom van de gemeente zijn. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln. Beheer De beleidsuitgangspunten van de openbare verlichting staan vastgelegd in de notitie "Licht in de Duisternis" (2009). De masten worden onderhouden op CROW kwaliteitsniveau B (is overeenkomstig aan het ‘basisniveau’ zoals vastgelegd in het BKP). Het begrote budget wordt gebruikt voor het onderhouden (in stand houden) van de huidige installatie. Voor vervanging wordt als dat nodig is een vervangingskrediet aangevraagd. Areaal In 2021 zijn ongeveer 460 armaturen vervangen door LED-armaturen. Bij ongeveer 700 armaturen is het binnenwerk omgebouwd naar LED (retrofit). Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om de rijbaan of kruising meer gericht te verlichten en strooilicht naar berm en hemel te beperken.

96

Financiering Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien van voldoende vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en de gemeente te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen. 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Kaderstellende documenten Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017). Beleidskader reserves en voorzieningen (2016). Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen.

Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2021 is dit voor onze gemeente maximaal € 6,8 miljoen. Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen. Eind 2020 is een nieuwe langlopende lening aangegaan met een positief rentepercentage. Deze lening is nog niet volledig ingezet. Uit onderstaande tabel blijkt dat we de kasgeldlimiet in 2021 niet hebben overschreden. De Wet Fido geeft aan dat de kasgeldlimiet niet mag worden overschreden. Als een overschrijding voor het derde achtereenvolgende kwartaal geschiedt, dan dient de toezichthouder daarvan via een rapportage op de hoogte te worden gebracht en dient een plan te worden overgelegd waarin is vermeld hoe de gemeente binnen de kasgeldlimiet blijft. Het geheel is aan goedkeuring onderworpen.

Om te voorkomen dat in het derde kwartaal de kasgeldlimiet ook wordt overschreden wordt in het eerste of tweede kwartaal geanticipeerd op het tenietdoen van de overschrijding door het aantrekken van langlopende leningen. Als de overschrijding het gevolg is van incidentele wijzigingen in de inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld met betrekking tot de grondexploitaties kan aan de toezichthouder een ontheffing worden gevraagd. Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in, dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 16 miljoen renterisico mogen lopen. Het totaal

97

op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2020 bedraagt € 3,8 miljoen. We voldoen aan de renterisiconorm Renteschema In 2021 is rente over de grondexploitatie en de voorziening riolering toegerekend. De resterende rentelast is niet toegerekend aan taakvelden maar opgenomen onder treasury.

98

x € 1.000 Kasgeldlimiet

Omvang begroting (stand primaire begroting)

1e

2e

3e

4e

kwartaal

kwartaal

kwartaal

kwartaal

2021

2021

2021

2021

80.100

80.100

80.100

80.100

Grondslagpercentage

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Toegestane kasgeldlimiet

6.809

6.809

6.809

6.809

721

1.680

1.518

222

Vlottende schuld Vlottende middelen

18.697

23.464

24.302

22.900

Totaal netto vlottende schuld

(17.976)

(21.784)

(22.784)

(22.678)

Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet

6.809

6.809

6.809

6.809

Totaal netto vlottende schuld

(17.976)

(21.784)

(22.784)

(22.678)

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

24.785

28.593

29.593

29.487

x € 1.000 Renterisico vaste schuld over de jaren 2022 t/m 2025

2022

2023

2024

2025

81.151

81.151

81.151

81.151

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

16.230

16.230

16.230

16.230

Renteherziening

0

0

0

0

Aflossingen

3.800

3.800

3.800

3.800

Rente risico

3.800

3.800

3.800

3.800

Renterisiconorm

16.230

16.230

16.230

16.230

Totaal rente risico

3.800

3.800

3.800

3.800

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

12.430

12.430

12.430

12.430

Omvang begroting (stand primaire begroting) Grondslagpercentage

Toets renterisico

x € 1.000 Renteschema realisatie 2021

a. Werkelijke lasten over de korte en lange financiering

277

b. Werkelijke externe rentebaten (idem)

18

Saldo rentelasten en rentebaten

260

c1. Werkelijke rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend

4

c2. Werkelijke rente van projectfinanciering

0

c3. Werkelijke rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke

0

99

lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) 4 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

255

d1. Werkelijke rente over eigen vermogen

0

d2. Werkelijke rente over voorzieningen

39

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

216

e. De aan taakvelden werkelijke toegerekenede rente Verschil

216

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=6d466637-a4e2-488d-975f-edee679e97ee