CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

RV+RB legesverordening 2026

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Legesverordening 202611.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

€ 200

met een maximum van:

€ 5.000

Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 408

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 408 2. Dit artikel is ook niet van toepassing wanneer een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een verleende omgevingsvergunning, plaatsvindt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Gereserveerd

Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € 3060

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 408 Paragraaf 2.12 Toeslagen Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 10%

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit:

€0

b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 816

c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:

€ 408

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 408

b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ 408

c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:

€ 408

d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:

€ 408

e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:

€ 408

f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 408

g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:

€ 408

Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:

€ 840

b. Gereserveerd c. Gereserveerd d. Gereserveerd 2. Gereserveerd

Artikel 2.51 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: a. als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming: b. als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de

€ 840

aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na conceptverzoek of principeverzoek 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, of het verzoek om wijziging van het omgevingsplan zoals omschreven in artikel 2.45, is voorafgegaan door een aanvraag om een conceptverzoek te beoordelen dan wel om een principeverzoek te behandelen als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning of het verzoek om wijziging van het omgevingsplan betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning of het verzoek om wijziging van het omgevingsplan verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: 100% van de voor het beoordelen van het conceptverzoek of de behandeling van het principeverzoek geheven leges. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning dan wel het verzoek om wijziging van het omgevingsplan gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het conceptverzoek of principeverzoek betrekking had; b.

in overeenstemming met de uitkomsten van het conceptverzoek of principeverzoek; en c. binnen twaalf maanden na het verzenden van de uitkomst van het conceptverzoek of principeverzoek aan de aanvrager. 3. De vermindering kan slechts eenmaal toegepast worden.

Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de toeslagen genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: a. bij 5 tot 10 activiteiten:

5%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b. bij 10 tot 15 activiteiten:

5%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c. bij 15 of meer activiteiten:

5%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges. Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: 85% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt, terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61:

85%

a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag, al dan niet op advies van het bevoegd gezag:

75%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op verzoek van het bevoegd gezag:

100%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag, al dan niet op advies van het bevoegd gezag:

75%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op verzoek van bevoegd gezag: 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61:

30%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel toeslagen In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de toeslagen genoemd in paragraaf 2.12.

Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 115 wordt niet teruggegeven.

50%

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: € 268 b. een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening: € 268

Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

€ 639

b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: € 79 c. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

€ 233

d. een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:

€ 233

e. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

€ 79

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een escortbedrijf:

€ 1210

b. voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a:

€ 1210

c. voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:

€ 1210

Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning € 744 Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

€ 408

b. wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:

€ 102

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: a. Klein evenement in de zin van artikel 2.24, lid 3:

€ 0,00

b. Groot evenement, een evenement met een piekbezoekersaantal van meer dan 5.000 bezoekers of een evenement met verhoogd risicoprofiel o.b.v. classificatie van de veiligheidsregio.

€ 1683

c. Overig evenement, zijnde een evenement dat niet voldoet aan de criteria voor “Klein” of “Groot”

€ 0,00

d. Wijzigen evenementenvergunning

€ 0,00

e. Tijdelijk kamperen bij een evenement

€ 0,00

Artikel 3.7 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning: a. voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening: € 0,00 b. voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Marktverordening gemeente Ooststellingwerf 2010: Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Gereserveerd

€ 1402

Artikel 3.9 Gereserveerd

Artikel 3.10 Losse standplaatsen 1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt:

a.

voor één dag per kalenderjaar:

€ 107

b.

voor twee dagen tot 20 dagen per kalenderjaar:

€ 213

c.

vanaf 20 dagen per kalenderjaar:

€ 320

d.

Wanneer een vergunning genoemd onder 1 a, 1b, of 1c wordt verleend voor meerdere jaren, bedraagt de verhoging voor het 2e en volgende kalenderjaar: gerekend over het 1e jaar:

20%

2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 Algemene plaatselijke verordening door een vereniging of stichting, waarbij blijkens de statuten of handelingen in het maatschappelijk verkeer sprake is van een niet- commerciële activiteit en/of realisering van een ideële doelstelling zonder winstoogmerk, voor een standplaats bedraagt:

a.

voor één dag per kalenderjaar:

€ 27

b.

voor twee dagen tot 20 dagen per kalenderjaar:

€ 53

c.

vanaf 20 dagen per kalenderjaar:

€ 107

d.

Wanneer een vergunning genoemd onder 2a, 2b, of 2c wordt verleend voor meerdere jaren, bedraagt de verhoging voor het 2e en volgende kalenderjaar: gerekend over het 1e jaar:

20%

Paragraaf 3.6 Gereserveerd Artikel 3.11 Gereserveerd Artikel 3.12 Gereserveerd Artikel 3.13 Gereserveerd Artikel 3.14 Gereserveerd Artikel 3.15 Gereserveerd Artikel 3.16 Gereserveerd Artikel 3.17 Gereserveerd

Artikel 3.18 Gereserveerd Paragraaf 3.7 Overige besluiten Artikel 3.19 Overige besluiten 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2.10 van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt: € 102

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 5.34 van de Algemene plaatselijke verordening: € 102

Artikel 3.20 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 204

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=ac703011-886a-4510-9a11-b640ed9e8a20