RV+RB legesverordening 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : :
P&C Legesverordening 2026 Jan van Weperen/Froukje de Wit 085253843
Datum collegevergadering 11 november 2025
Voorgesteld besluit 1. Verordening op de heffing en de invordering van leges Ooststellingwerf 2026 vast te stellen.
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding In 2024 is de legesverordening compleet herzien in verband met de invoering van de omgevingswet. Daarnaast zijn toen ook de tarieven voor hoofdstuk 2 en 3 zoveel mogelijk geharmoniseerd in OWO verband. Inmiddels werken we bijna twee jaar met de herziene legesverordening. Op onderdelen zijn in de legesverordening aanpassingen gewenst. Ook dienen de tarieven geïndexeerd te worden.
Argumenten 1.1. De legesverordening dient op een aantal onderdelen aangepast te worden Inmiddels werken we bijna 2 jaar met de omgevingswet en constateren we dat op een aantal onderdelen aanpassingen in de legesverordening gewenst zijn. De belangrijkste aanpassing betreft de wijziging van de tarifering van de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s), het invoeren van een lager tarief voor een wijziging van een omgevingsvergunning en het invoeren van een hardheidsclausule. Deze wijzigingen en de overige wijzigingen zijn toegelicht in de was-wordt tabel. Deze tabel is opgenomen als bijlage 1. 1.2 De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd Bij de legesverordening 2024 zijn voor bestaande activiteiten de gemiddelde tarieven van de OWO gemeenten gehanteerd. Deze tarieven zijn in 2025 geïndexeerd en worden ook in 2026 geïndexeerd met 2,6 %. Dit is conform de afspraak in de kaderbrief. Voor nieuwe activiteiten is een inschatting gemaakt van de ambtelijke inzet. Het legestarief voor nieuwe activiteiten is gebaseerd op de ambtelijke inzet en het OWOVTH uurtarief.
Kanttekeningen 1.1 We blijven de ontwikkelingen monitoren en komen waar nodig met aanpassingen 2024 was een overgangsjaar waarbij met name vergunningen zijn verleend, die voor 2024 zijn ingediend en op basis van de oude legesverordening en wetgeving zijn afgehandeld. 2025 is het eerste echte jaar onder de omgevingswet. Hierdoor zien we dat in de praktijk bepaalde processen anders lopen dan we eerder hadden ingeschat. Met sommige processen, zoals bijvoorbeeld milieu belastende activiteiten, hebben we nog steeds relatief weinig ervaring. We blijven de ontwikkelingen de komende jaren monitoren en komen waar nodig met voorstellen om grondslagen en/of tarieven aan te passen.
Financiële toelichting We verwachten dat de legesbaten door de voorgestelde wijziging van de tarifering van de bopa’s nauwelijks wijzigen. Dit komt met name doordat de lagere baten voor overige ruimtelijke bopa’s gecompenseerd worden door hogere baten voor de ruimtelijke bopa’s met bouwactiviteiten. De financiële consequenties van de overige wijzigingen zijn eveneens relatief beperkt.
Sustainable Development Goals (SDG’s) De legesverordening vermindert ongelijkheid doordat burgers voor een vergelijkbare dienst hetzelfde betalen. Via vergunningen kan er gestuurd worden op duurzame steden en gemeenschappen, leven in het water en leven op het land.
Inwonersparticipatie n.v.t.
Publicatie voor bekendmaking Burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf maken bekend dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 16 december 2025 de Verordening op de heffing en invordering van leges 2026 heeft vastgesteld. De Verordening op de heffing en invordering van leges 2026 ligt vanaf 17 december 2025 ter inzage op het gemeentehuis. Ieder kan op verzoek, tegen betaling, een afschrift krijgen van het besluit. De verordening is ook in te zien op de gemeentelijke website. De Verordening op de heffing en invordering van leges 2026 treedt in werking op 1 januari 2026.
Vervolg Na besluitvorming door de raad wordt de verordening bekendgemaakt door plaatsing in het elektronisch gemeenteblad.
De raad van de gemeente Ooststellingwerf; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025 gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, 2e lid en 7 van de Paspoortwet; b e s l u i t: Vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van leges Ooststellingwerf 2026”. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. f. APV: de Algemene Plaatselijke Verordening Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b.
het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur,
of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van kennisgeving. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid moeten de leges, indien zij worden geheven voor de afgifte van een stuk of het verstrekken van inlichtingen, worden betaald bij de afgifte van dat stuk of het verstrekken van inlichtingen. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. artikel 1.15 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.25, onder 1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); c. een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Hardheidsclausule d.
Indien strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot onvoorziene onbillijkheden van overwegende aard kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze verordening. Artikel 12 Overgangsrecht 1. De “Verordening op de heffing en invordering van leges 2025” wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Ooststellingwerf 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025.
De griffier,
De voorzitter,
Tarieventabel, behorende bij de Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Ooststellingwerf 2026 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk
2026
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, op: a.
werkdagen
€ 472,00
b.
zaterdag
€ 585,00
c.
donderdagochtend 9:00 en 9:15 uur
€
0,00
Artikel 1.2 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap, dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek op: a.
werkdagen
€ 348,50
b.
zaterdag
€ 472,00
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in een andere ruimte Het voltrekken van een huwelijk of registratie van een partnerschap, dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in een andere ruimte dan onder 1.1 of 1.2 zonder dienstverlening van een bode) op: a. werkdagen
€ 430,50
b. zaterdag
€ 472,00
Artikel 1.4 Het wijzigen of annuleren huwelijksdatum, datum registratie partnerschap of omzetting geregistreerd partnerschap in huwelijk
a.
Het tarief bedraagt voor het wijzigen of annuleren van huwelijksdatum, datum registratie partnerschap of omzetting geregistreerd partnerschap in huwelijk: € 56,00
b.
In gevallen waarbij sprake is van het wijzigen of annuleren huwelijksdatum, datum registratie partnerschap of omzetting geregistreerd partnerschap in huwelijk als gevolg van overmacht bijvoorbeeld door bijvoorbeeld door een overlijden, een ernstige ziekte of een pandemie worden geen leges in rekening gebracht
Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het aanwijzen van een door het bruidspaar aangewezen bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand voor het voltrekken van een huwelijk of registratie partnerschap dan wel omzetten geregistreerd partnerschap in een huwelijk: € 169,00 Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:
€ 38,00
Artikel 1.7 Gereserveerd
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor: a.
het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje:
b.
gereserveerd
c.
gereserveerd
€ 49,50
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart (gemeente hanteert het maximum Rijkstarief met afronding naar beneden op € 0,05) Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een nationaal paspoort:
1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar Tarief of ouder is: wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
b. een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar Tarief of ouder is: wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar Tarief of ouder is: wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
Tarief wordt op rijksniveau
bepaald; de gemeente volgt dat.
d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar Tarief of ouder is: wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon Tarief met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken wordt op persoon: rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. Artikel 1.11 Toeslagen Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
a. voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, Tarief onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die wordt op artikelen genoemde bedragen: rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen (gemeente hanteert het maximum Rijkstarief met afronding naar beneden op € 0,05) Artikel 1.12 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
Artikel 1.13 Toeslagen 1. Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt: a. bij een spoedlevering vermeerderd met:
b. Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een formulier “Eigen verklaring CBR”
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat.
€ 2,05
c. Het tarief onder 1.13.b wordt verhoogd met het door het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR) vastgestelde tarief dat de gemeente voor een “Eigen verklaring CBR” is verschuldigd aan het CBR 2 De verhogingen genoemd in het eerste lid zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd.
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
Artikel 1.14 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:
€ 8,20
b. tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woonen/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): € 15,90 Artikel 1.16 Gereserveerd Gereserveerd Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:
€ 8,20
Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier: 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager
€ 28,20
ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 3. Het tarief bedraagt voor het verstrekken van gegevens na lezing van de BRP langs elektronische weg:
€ 71,80
4. Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers voor ieder daaraan besteed kwartier: € 28,20
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken Openbare bestuursstukken zijn digitaal beschikbaar. Voor deze digitale stukken worden geen leges in rekening gebracht.
Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken Openbare bestuursstukken zijn digitaal beschikbaar. Voor deze digitale stukken worden geen leges in rekening gebracht.
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie, fysiek of digitaal, van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger als bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet: a. in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:
€ 0,23
b. in formaat A3 per bladzijde:
€ 0,23
c. in formaat A2 of groter per bladzijde:
€ 1,95
d. Bij toezending per post van de in dit hoofdstuk omschreven aanvragen worden de leges verhoogd met de portokosten.
Artikel 1.22 Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a. tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit de Basisregistratie Kadaster
€ 11,25
b. het tarief onder 1.22 lid a wordt verhoogd met het door de minister vastgestelde tarief dat de gemeente voor een kadastraal uittreksel verschuldigd is aan het kadaster. c. tot het verstrekken van een overzicht van Gemeentelijke Publiekrechtelijke Beperkingen, een Verklaring van Afwezigheid Publiekrechtelijke Beperkingen en een Vervallen Verklaring Publiekrechtelijke Beperkingen
€ 11,25
d. tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit brondocumenten van Gemeentelijke Publiekrechtelijke Beperkingen per pagina
€ 0,23
Artikel 1.23 Gereserveerd Gereserveerd
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Gemeentegarantie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening:
€ 56,40
Artikel 1.25 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1. tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat
2. tot het verkrijgen van een verklaring omtrent een persoon (Uittreksel uit de BRP)
€ 11,25
3. tot het legaliseren van een handtekening:
€ 11,25
4. het waarmerken van registers en andere bescheiden voor elke daarop te stellen handtekening:
€ 11,25
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier of deel daarvan: € 27,50 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 1.28 Gereserveerd
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Gereserveerd
Artikel 1.30 Leegstandwet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a. een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:
€ 204,--
b. verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:
€ 102,--
2. Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend.
Artikel 1.31 Wet op de kansspelen (gemeente hanteert het Rijkstarief uit het Speelautomatenbesluit 2000) 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: a. voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:
€ 56,50
b. voor een periode van twaalf maanden voor twee kansspelautomaten:
€ 90,50
c. voor een kansspelautomaat welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd:
€ 226,50
d. voor twee kansspelautomaten welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd: € 362,50 2. Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden naar gelang het aantal maanden of gedeelte van een maand. 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een € 204,00 aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een loterijvergunning door een vereniging of stichting waarbij
€ 0,00
blijkens de statuten of handelingen in het maatschappelijk verkeer, sprake is van een niet-commerciële activiteit en/of realisering van een ideële doelstelling zonder winstoogmerk, bedraagt: 5. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Speelautomatenhallenverordening Ooststellingwerf 2016 (speelautomatenhallenvergunning):
€ 1354
Artikel 1.32 Algemene verordening ondergrondse infrastructuren 2026
1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit of vergunning als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:
a.
indien het betreft tracés
tot 250 m¹
€ 352,40
b.
indien het betreft trancés vanaf
250 m¹ tot 1500 m¹
€ 428,35
c.
indien het betreft trancés vanaf
1500 m¹ tot 5000 m¹
€ 580,20
d.
indien het betreft trancés vanaf
5000 m¹ en meer, per m¹ tracé € 0,11
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: € 96,45
3.
Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.32.1 genoemde bedrag per overleg verhoogd met: € 455,55
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a. een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459): b. tot het verkrijgen van een ontheffing parkeerschijfzone Oosterwolde
€ 113,00
€ 56,50
Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 1. het verstrekken van fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:
€ 0,23
2. het digitaal verstrekken van gegevens die schriftelijk beschikbaar zijn, per gescande pagina: a. in formaat A3 of kleiner
€ 0,23
b. in formaat A0, A1 of A2
€ 1,95
Bij toezending per post van de in dit hoofdstuk omschreven aanvragen worden de leges verhoogd met de portokosten
Artikel 1.35 Diverse vergunningen of ontheffingen Het tarief bedraagt voor elke andere vergunning/ontheffing of niet uitdrukkelijk in deze titel genoemd stuk, per stuk:
€ 204
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; - binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; - lichte buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit, zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze tarieventabel, waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; - zware buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit, die niet is opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze tarieventabel, waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan en die niet valt onder de artikelen 2.6, lid c (Bopa met bouwactiviteit), 2.7, 2.8, 2.9, of 2.10 van
deze verordening;
4. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: •
onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;
•
onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;
•
onder c bedoelde prijs, de prijs exclusief omzetbelasting.
5. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, zoals daarin is voorzien in de bij deze tarieventabel behorende “Bijlage 1 bij de tarieventabel: Richtlijn bouwkosten 2026 Ooststellingwerf” en de bij de aanvraag opgegeven bouwkosten meer dan 10% naar beneden afwijken van deze normbouwkosten.
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een conceptverzoek te beoordelen of een principeverzoek te behandelen; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.
Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer toeslagen bedoeld in paragraaf 2.12. 4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Conceptverzoek en principeverzoek Als de aanvraag betrekking heeft op beoordelen van een conceptverzoek dan wel het behandelen van een principeverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: 1. voor het beoordelen en/of behandelen van a. een conceptverzoek:
€ 407
b. een principeverzoek:
€ 407
2. Wanneer reeds bij de behandeling van het concept-verzoek of principeverzoek een advies of instemming van de gemeenteraad wordt gevraagd, worden hiervoor de advies- of instemmingskosten in rekening gebracht bij de verzoeker. Deze kosten bedragen: € 840
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: van de bouwkosten, met een minimum van: b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000:
1,95% € 200 1,85%
van de bouwkosten, c. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000:
1,75%
van de bouwkosten, d. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000: 1,60% van de bouwkosten; e. over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: van de bouwkosten, met een maximum van:
1,40% €100.000
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 1. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: van de bouwkosten, met een minimum van: 2. over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000:
1,55% € 200 1,45%
van de bouwkosten, 3. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000:
1,35%
van de bouwkosten, 4. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000:
1%
van de bouwkosten, 5. over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: van de bouwkosten, met een maximum van:
0,80% € 50.000
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 289
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ 720
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 720
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 14 van de Erfgoedverordening gemeente Ooststellingwerf 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 339
2 gereserveerd b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 770 2 gereserveerd c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 770 2 gereserveerd 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met, de bedragen als bedoeld in artikel 2.49. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening gemeente Ooststellingwerf 2023 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a.
als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. 4. In gevallen waarbij sprake is van een activiteit bij een monument die op grond van artikel 2.17 Bbl, 2.29 Bbl of 22.27 en 22.26 Bruidsschat (of Omgevingsplan indien de regels hierin zijn verwerkt) bij een niet monument vergunningsvrij zou zijn, worden voor de technische bouwactiviteit en omgevingsplan activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a of b, respectievelijk lid 2, sub a
Omgevingswet, en genoemd in de artikelen 2.5 en 2.6 van deze tarieventabel, geen leges in rekening gebracht.
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 339 b. Gereserveerd 2. In gevallen waarbij sprake is van een activiteit bij een monument die op grond van artikel 2.17 Bbl, 2.29 Bbl of 22.27 en 22.26 Bruidsschat (of Omgevingsplan indien de regels hierin zijn verwerkt) bij een niet monument vergunningsvrij zou zijn, worden voor de technische bouwactiviteit en omgevingsplan activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a of b, respectievelijk lid 2, sub a Omgevingswet, en genoemd in de artikelen 2.5 en 2.6 van deze tarieventabel, geen leges in rekening gebracht.
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 20 van de Erfgoedverordening gemeente Ooststellingwerf 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
€ 339
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ 770
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 770
2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
Artikel 2.11 Gereserveerd Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2.013
Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. Bij oprichting of verandering of actualisatie (niet ambtshalve) per milieubelastende activiteit:
€ 2.013
b. bij een verandering of actualisatie van een functioneel ondersteunende activiteit
€
431
Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a. bij oprichting: 1. voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 5.592
2. voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 2.013
b. bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve):
€ 2.013
c. indien er sprake is van een IPPC installatie, bedraagt het tarief in afwijking van bovenstaande:
€ 7.548
Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a. bij oprichting: 1. voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 5.592
2. voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 2.013
b. bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve):
Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)
€ 2.013
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a.
bij oprichting: 1. voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 5.592
2. voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft: € 2.013 b.
bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve) van het houden van landbouwhuisdieren: € 2.013 c.
d.
bij een verandering of actualisatie van een functioneel ondersteunende activiteit:
€ 431
Gereserveerd.
Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a. bij oprichting: 1. voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 5.592
2. voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 2.013
b. bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve):
Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)
€ 2.013
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a. bij oprichting: 1. voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 5.592
2. voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 2.013
b. bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve):
€ 2.013
Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a. bij oprichting: 1. voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 5.592
2. voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft:
€ 2.013
b. bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve):
Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 1. Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.
€ 2.013
2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Gereserveerd
Artikel 2.22 Gereserveerd Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Gereserveerd
Artikel 2.24 Gereserveerd
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 408
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 816
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in € 173 samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van
het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: €0
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 173
en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: € 431 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ 604
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 604
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Gereserveerd
Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 102
Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4.15 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:
€ 102
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken en/of objecten plaatsen op de weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken:
Artikel 2.33 Gereserveerd
€ 204
Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 408 b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 408
2. voor een lichte buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 408
3. Voor een zware buitenplanse omgevingsplanactiviteit
€ 3060
4. voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 408 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift:
€ 408
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:
€ 408
Artikel 2.36 Gereserveerd
Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 102 Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 102
b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:
€ 102
c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 102
d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:
€ 102
2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 408
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning
1. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, bedraagt het tarief:
5%
van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning, met een minimum van: