Rapportage Heroverwegingsproces Ooststellingwerf
Tekst van het document
RAPPORTAGE HEROVERWEGINGSPROCES
GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF Mei 2021
Contactpersonen: Kor Dijkema en Gerard Hoogendijk Wegalaan 49 2132 JD Hoofddorp Tel.: 06-23192432 en 06-15078778 kor.dijkema@live.com en g.a.hoogendijk@planet.nl
2
INHOUDSOPGAVE 1.
Samenvatting ............................................................................................................3
2.
Inleiding ..................................................................................................................4
3.
4.
5.
2.1.
Opdracht ..........................................................................................................4
2.2.
Aanpak .............................................................................................................4
2.3.
Leeswijzer ........................................................................................................5
Begrotingsscan: Indicaties besparingspotentieel ...................................................................6 3.1.
Uitleg begrotingsscan ............................................................................................6
3.2.
Uitkomsten gemeentelijke taken ..............................................................................8
3.3.
Uitkomsten bedrijfsvoering (en OWO-samenwerking) .................................................... 13
Mogelijkheden voor meer gezonde balans ........................................................................ 16 4.1.
Ons beeld van de financiele positie van Ooststellingwerf ................................................ 16
4.2.
Context voor keuzen: Een SWOT-analyse van Ooststellingwerf ......................................... 18
4.3.
Adviezen en nog te onderzoeken mogelijkheden .......................................................... 19
Voorstellen voor meer gezonde balans ............................................................................ 21 5.1.
Voorstellen m.b.t. Samenleven .............................................................................. 21
5.2.
Voorstellen m.b.t. Ruimtelijke en economische ontwikkeling .......................................... 32
5.3.
Voorstellen m.b.t. Bestuur en dienstverlening ............................................................ 39
5.4.
Voorstellen m.b.t. paragraaf Lokale heffingen ............................................................ 43
5.5.
Voorstellen m.b.t. paragraaf Bedrijfsvoering .............................................................. 43
5.6.
Voorstel m.b.t. paragraaf OWO .............................................................................. 46
5.7.
Financieel totaalbeeld van de voorstellen ................................................................. 48
3
1. SAMENVATTING De gemeente Ooststellingwerf staat voor een stevige opgave. Twee jaar nadat er een forse bezuinigingsoperatie onder de naam Samen Waarmaken is uitgevoerd, waarmee € 2,5 miljoen aan bezuinigingen zijn doorgevoerd, maakt de financiële situatie het noodzakelijk andermaal de taken en budgetten tegen het licht te houden. Op basis van een raadsbrede opdracht is een heroverwegingsoperatie uitgevoerd waar dit rapport de resultaten van bevat. Aan de hand van een vergelijking van de financiën van Ooststellingwerf met de financiën van een aantal andere gemeenten is gekeken waar opvallende en daarmee in potentie kansrijke thema’s aanwezig zijn voor het doorvoeren van besparingen of het verhogen van inkomsten. Verder is op basis van gesprekken met raadsfracties, collegeleden en de ambtelijke organisatie gekeken welke ideeën, denkrichtingen en ook concrete onderzoeken en voorstellen er zijn die bij kunnen dragen aan het verbeteren van het financiële perspectief van de gemeente. Dat alles heeft geleid tot ruim 30 voorstellen. Die voorstellen gaan nadrukkelijk uit van de (technische) mogelijkheid om te besparen en houden geen rekening met de wenselijkheid om deze maatregelen door te voeren. Dit rapport geeft – na een analyse van alle gemeentelijke taken – vanuit de hele breedte een pakket van (technisch-beleidsmatige) voorstellen.
Daarnaast geeft het rapport een indicatie van de effecten van het doorvoeren van de voorstellen. De uitspraak over de (politiek-bestuurlijke) wenselijkheid van de maatregelen. zal, zoals dat hoort, de uitkomst zijn van de politieke weging van de voorstellen. De Raad heeft er nadrukkelijk voor gekozen vooraf geen richtbedrag mee te geven. Er is in dit rapport ook niet gefocust op een bedrag. Inmiddels is wel duidelijk dat de omvang van de problematiek aanzienlijk is. De financiële risico’s zijn toegenomen met de toename van taken in de afgelopen jaren. Er is een aanzienlijk risico voor wat betreft afname van de inkomsten vanuit de algemene uitkering. Dit samen met de constatering dat het ‘laaghangend fruit’ twee jaar geleden al geplukt is geeft aan dat er duidelijke, heldere en ook pijnlijke keuzes aan de orde zijn. Dat is ook de reden dat dit rapport, naast de concrete voorstellen, een analyse van de financiële situatie bevat. Verder bevat het een aantal aanbevelingen die noodzakelijk zijn om de huidige opgave het hoofd te kunnen bieden maar die ook nodig zijn om op lange termijn tot een beter evenwicht te komen tussen de bestuurlijke wensen en de financiële mogelijkheden.
Deze aanbevelingen zijn: breng focus aan, verruim je blik naar buiten en als laatste maar misschien wel de belangrijkste: Doe het vooral samen!! De bewoners, bedrijven en bezoekers verdienen het dat in gezamenlijkheid de schouders er onder worden gezet, zodat deze mooie gemeente ook naar de toekomst toe financieel gezond, vitaal en robuust kan opereren.
4
2. INLEIDING 2.1. OPDRACHT In januari 2021 heeft de Raad van de gemeente Ooststellingwerf besloten tot het starten van een heroverwegingsproces met als doel scenario’s en opties te hebben om het (negatieve) structureel financieel perspectief op te lossen en op basis daarvan bij de kaderbrief 2022 te kunnen besluiten over oplossingen. Een breed samengestelde klankbordgroep is ingesteld om het heroverwegingsproces te begeleiden. De Raad ging daarbij uit van de volgende situatie: enerzijds een geraamd begrotingstekort van ruim € 0,6 miljoen in 2024. Anderzijds door belangrijke ontwikkelingen zoals de herverdeling gemeentefonds en de gevolgen van de coronacrisis (o.a. door verwachte bezuinigingen door het Rijk en daardoor ook een lagere uitkering uit het gemeentefonds) werd een fors tekort verwacht. Daarnaast zijn meer ontwikkelingen gesignaleerd die invloed hebben op het begrotingstekort. Belangrijk is dat de hoogte van een opgave is niet bepaald. Anderzijds concludeerde de Raad dat veel besparingen zijn gerealiseerd (€ 2,5 miljoen) op basis van vooral administratief-technische maatregelen en laaghangend fruit. Daarnaast is er een Taskforce Sociaal Domein gestart om inzicht te krijgen in de lasten voor de Jeugdhulp en Wmo en zijn er voor Jeugdhulp maatregelen genomen om deze lasten te verlagen.
Als uitkomst van het proces is voorzien: alle mogelijke scenario’s/opties die het negatieve structurele perspectief kunnen oplossen, waarbij de te creëren financiële ruimte moet hoger zijn dan het tekort in verband met keuzemogelijkheden voor de Raad. De Raad heeft meegegeven een kerntakendiscussie te willen voeren (doen we de juiste dingen op de goede manier) en een onderzoek te willen naar de mogelijkheden voor inkomstenverhoging en mogelijkheden voor verdere doelmatigheid van eigen bedrijfsvoering en die van samenwerkingsverband OWO waarin de gemeente participeert.
2.2. AANPAK Op basis van de besluitvorming van januari 2021 is JE Consultancy in februari 2021 benaderd om als extern procesbegeleider het heroverwegingsproces te begeleiden. Kor Dijkema en Gerard Hoogendijk van JE Consultancy zijn samen deze rol als externe procesbegeleider voor de gemeente Ooststellingwerf gaan invullen. De aanpak voor het heroverwegingsproces is op 10 maart 2021 afgestemd met de klankbordgroep vanuit de Raad. De afgestemde aanpak kent een aantal fasen. In een voorbereidende fase is de door JE Consultancy ontwikkelde Begrotingsscan in gang gezet, waarin op basis van een vergelijking met de financiën van andere gemeenten besparingspotentieel kan worden opgespoord. Vervolgens zijn gesprekken gevoerd met de gemeenteraadsfracties, de leden van het College van B&W en de ambtelijke organisatie. Op basis van deze gesprekken en op basis van de Begrotingsscan is het mogelijk geweest het voorliggende vraagstuk nader te verkennen en te duiden.
5
De uitkomsten van de Begrotingsscan zijn in de derde week van april gepresenteerd aan College, MT en de klankbordgroep en vervolgens opgenomen in deze rapportage. Parallel is gestart met het zoeken naar keuzemogelijkheden die moeten leiden tot een betere balans in het financieel meerjarenperspectief van de gemeente. In constructief overleg met de ambtelijke organisatie is een pakket voorbereid dat de hele scope van het gemeentelijke takenpakket en de bedrijfsvoering bestrijkt. De weergave van dit pakket is opgenomen in deze rapportage.
2.3. LEESWIJZER Na deze samenvatting en inleiding wordt in hoofdstuk 3 nader ingegaan op de uitleg en uitkomsten van de uitgevoerde Begrotingsscan, als indicatie voor op te sporen besparingspotentieel. Ook wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de uitkomsten ten aanzien van bedrijfsvoering en samenwerkingsverband OWO. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op een aantal kernelementen van onze analyse. Deze “Mogelijkheden voor een meer gezonde balans” in hoofdstuk 4 zijn tevens te beschouwen als introductie op de concrete opties/voorstellen die in samenwerking met de ambtelijke organisatie van de gemeente Ooststellingwerf zijn voorbereid. De concrete voorstellen en opties worden voorgelegd in hoofdstuk 5 van deze rapportage.
6
3. BEGROTINGSSCAN: INDICATIES BESPARINGSPOTENTIEEL
3.1. UITLEG BEGROTINGSSCAN De Begrotingsscan is een instrument om indicaties voor besparingspotentieel op te sporen. Niet meer en niet minder. De Begrotingsscan is door JE Consultancy ontwikkeld om de financiën van een gemeente te kunnen vergelijken met andere gemeenten. Het is toe te passen door opvallende zaken in je eigen financiën ten opzichte van anderen gemakkelijk op het spoor komen. Hierbij is aangegeven en geven we aan dat de Begrotingsscan kan helpen om gericht te zoeken, maar dat de Scan op zichzelf geen antwoorden geeft. De Begrotingsscan maakt gebruik van data die alle gemeenten verplicht aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de zogenoemde IV-3 systematiek. De Scan kijkt daarbij op taakniveau. Dit is een dwarsdoorsnede van de begroting zoals die bijvoorbeeld ook is opgenomen als bijlage D bij de Programmabegroting 2021 van Ooststellingwerf. Dit is een landelijke systematiek, daardoor beter geschikt voor vergelijkingen en heeft daardoor een iets andere opbouw dan de programma’s zoals die in de programmabegroting zijn opgenomen. In de Begrotingsscan zijn de begrotingen van de jaren 2018, 2019 en 2020 van de gemeente Ooststellingwerf vergeleken met die van een aantal referentiegemeenten. Dit zijn gemeenten met 1. een vergelijkbaar aantal inwoners als Ooststellingwerf; 2. een vergelijkbare algemene uitkering per inwoner; 3.
een vergelijkbare centrumfunctie; 4. een vergelijkbare sociale structuur als Ooststellingwerf. Op basis van deze criteria zijn de begrotingen 2018-2020 van de gemeenten Achtkarspelen, Borger-Odoorn, Ermelo, Meppel, Weststellingwerf en Opsterland vergeleken met die van Ooststellingwerf. Naast begrotingscijfers zijn ook realisatiecijfers (jaarrekening) en formatiegegevens betrokken in de Scan. Op basis van de vergelijkingen in de Scan komen er indicaties van besparingspotentieel naar voren. Op basis van de indicaties zijn we binnen de gemeente Ooststellingwerf op zoek gegaan naar nadere duiding en op basis daarvan zijn in later hoofdstukken van deze rapportage besparingsvoorstellen voorgelegd. Maar eerst de indicaties uit de Scan. Uit de Scan zijn een aantal indicatoren gehaald en per taakveld aan college, MT en klankbordgroep gepresenteerd. De bevindingen op deze scores zijn weergegeven in deze rapportage. We laten twee voorbeelden zien uit de Scan om de werking daarvan toe te lichten. Dit doen we aan de hand van de taakvelden Bestuur en OZB woningen. Ten eerste het taakveld Bestuur. Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) 0.1
Bestuur
1.521
-61%
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
28%
612
484
Als we bij het taakveld Bestuur de kolommen van links naar rechts nalopen dan kan het volgende worden geconstateerd:
7
-
In de 1e kolom is te zien dat er in de begroting 2020 van Ooststellingwerf ruim € 1,5 miljoen (€ 1.521.000) aan lasten is begroot. In de 2e kolom is te zien dat er in de laatste 3 jaren (2018, 2019 en 2020) gemiddeld een negatieve onderbesteding was: er is dus gemiddeld meer uitgegeven dan er begroot was. In de 3e kolom is te zien dat de begrote lasten de laatste 3 jaren meer dan trendmatig (zeg maar met de inflatie) zijn gestegen, namelijk een stijging van 28%. In de 4e en 5e kolom is te zien dat de nettolasten in de begroting 2020 aanzienlijk en de begroting 2019 ook ruim lager liggen dan in de begrotingen van de referentiegemeenten. Tenslotte is op basis van de Scan de indicatie dat er sprake is van beperkt besparingspotentieel op dit taakveld. De begrote lasten zijn weliswaar gestegen (3e kolom), maar liggen desondanks lager dan in de referentiegemeenten.
Ten tweede het taakveld OZB woningen. Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) 0.61 OZB woningen
271
-82%
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
58%
-1.122
-891
Als we bij het taakveld Bestuur de kolommen van links naar rechts nalopen dan kan het volgende worden geconstateerd: In de 1e kolom is te zien dat de raming van de lasten in 2020 € 271.000. Dit zijn de kosten die worden gemaakt om de OZB bij de woningen binnen te halen. In de 2e kolom is te zien dat er in de afgelopen drie jaar meer uitgegeven dan begroot bij de lasten, want de onderbesteding is negatief. In de 3e kolom is te zien dat de raming van de lasten in de begroting meer dan trendmatig toegenomen, namelijk een stijging van 58%. In de 4e en 5e kolom is te zien dat de geraamde netto opbrengst van de OZB van Ooststellingwerf ten opzichte van de andere gemeenten in 2019 en 2020 een stuk lager ligt (resp. € 0,9 miljoen in 2019 en € 1,1 miljoen in 2020). Tenslotte is de indicatie op basis van de Scan dat de raming van de lasten voor de inning van de OZB woningen zijn gestegen en dat dit budget ruim wordt overschreden, maar dat er vooral sprake is van een aanzienlijk potentieel op inkomstenverhoging op de OZB, doordat het saldo van baten en lasten aanzienlijk lager ligt dan in de referentiegemeenten.
8
3.2. UITKOMSTEN GEMEENTELIJKE TAKEN De gemeentelijke taken zijn volgens de landelijk voorgeschreven taakvelden te clusteren in een 8-tal taakgroepen. Hieronder geven we per taakgroep de uitkomsten van de Scan weer. Bestuur en ondersteuning:
0.1 0.2 0.3 0.4 0.5
Taakgroep Bestuur en ondersteuning Bestuur Burgerzaken Beheer overige gebouwen en gronden Overhead Treasury
0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig Algemene uitkeringen en 0.7 overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.10 Mutaties reserves Resultaat van de rekening van 0.11 baten en lasten
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening)
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
1.521 596
-61% -9%
28% -6%
612 280
484 306
355 11.235
-2449% -4%
1265% 10%
102 -204
204 -1.375
320 271
223% -82%
119% 58%
-663 -1.122
-713 -891
204 0
-16% 0%
31% 0%
-1.632 -255
-1.604 -255
74
-70%
185%
969
1.069
0 76
0% 93%
0% -92%
1.785 -331
3.412 -458
0 958
0% -503%
0% 1040%
-178
-153
-1.203
-233%
-240%
-178
-
Op deze taakgroep is in totaal € 14,4 miljoen begroot (begroting 2020). Meest opvallende zaken en van daaruit indicaties voor besparingspotentieel zijn de navolgende punten. Belastingen. In het hiervoor beschreven voorbeeld kwam al een indicatie voor besparingspotentieel op OZB woningen naar voren. Ook blijkt uit de Scan dat voor niet-woningen de netto opbrengst OZB zo’n € 1,6 miljoen lager ligt dan de referentiegemeenten. Bij de overige belastingen blijkt de gemeente Ooststellingwerf minder opbrengsten op te halen dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Beheer overige gebouwen en gronden, Treasury en Mutaties reserves. Deze vallen op vanwege forse schommelingen in de afgelopen 3 jaar. Dit heeft vooral te maken met incidentele effecten. Zo zijn er op taakveld 0.3. door gemeente beheerde gronden verkocht (die niet tot de grondexploitaties op taakveld 8.2 behoren). Verder is er sprake van positieve resultaten op de treasury-functie die als incidenteel bestempeld dienen te worden. Dit geldt ook voor mutaties van reserves die een incidenteel karakter kennen en daardoor minder indicaties voor structureel besparingspotentieel hebben.
9
Veiligheid:
1.1 1.2
Taakgroep Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) 1.572 0% 570
-8%
Stijging raming Afwijking lasten laatste begroting 2020 3 jaar t.o.v. gemiddelde (begroting) (*€ 1.000) 9% 8%
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000) -76
25
-51
Op deze taakgroep is in totaal € 2,1 miljoen begroot (begroting 2020). Meest opvallend is dat op deze taakgroep de gemeente in de pas loopt met de referentiegemeenten. Ook vallen veel van deze kosten toe aan dezelfde veiligheidsregio, waar ook meerdere referentiegemeenten onder vallen. De veiligheidsregio is een verbonden partij, waar over het algemeen de beïnvloedbaarheid van kosten beperkt is en vanuit dat oogpunt zien wij indicatief weinig besparingspotentieel. Wel is ons advies meer in gezamenlijkheid met andere gemeenten op te trekken in het invullen van de rollen van opdrachtgever en eigenaar van de veiligheidsregio, om daardoor de invloed op de besluitvorming te vergroten. Verkeer, vervoer en waterstaat:
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Taakgroep Ooststellingwerf laatste 3 jaar Verkeer, vervoer en waterstaat (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) Verkeer en vervoer 4.844 -16% Parkeren Recreatieve havens Economische havens en waterwegen Openbaar vervoer
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
0
0%
76% 0%
1.071 178
789 178
0
0%
0%
25
25
8
-13%
-20%
102
102
0
0%
0%
178
178
Op deze taakgroep is in totaal € 4,9 miljoen begroot (begroting 2020). Meest opvallend is de stijging van de begrote lasten voor verkeer en vervoer over de laatste 3 jaar met 76%. Mogelijk cijfermatig te verklaren doordat Ooststellingwerf een relatief groot buitengebied kent en heeft ingelopen op de achterstand in onderhoud van wegen. De raming voor onderhoud van wegen is van € 9 ton opgehoogd naar € 1,05 miljoen. Een eerste indicatie is dat ondanks deze stijging de lasten nog lager liggen dan die van de referentiegemeenten. Daarmee is er evenals op de andere taakvelden van verkeer, vervoer en waterstaat indicatief sprake van beperkt besparingspotentieel. Wel is het advies om te gaan afschrijven op wegbeheer, om daarmee tot een gelijkmatiger verdeling van de lasten over de jaren te komen. Economie:
3.1 3.2
Taakgroep Economie Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) 20 73% 181
47%
Stijging raming Afwijking lasten laatste begroting 2020 3 jaar t.o.v. gemiddelde (begroting) (*€ 1.000) -29% 306 242%
1.045
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000) 280 1.120
10
3.3 3.4
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie
185
-14%
1%
-229
-229
186
2%
27%
-127
-76
Op deze taakgroep is in totaal € 0,6 miljoen begroot (begroting 2020). Hier valt op dat op de taak fysieke bedrijfsinfrastructuur de lasten voor fysieke bedrijfsinfrastructuur in positieve zin afwijken. In 2020 zijn er € 1,0 miljoen aan lagere lasten en in 2019 € 1,1 miljoen aan lagere lasten t.o.v. de referentiegemeenten. Bij Economische ontwikkeling is er in beide jaren sprake van € 0,3 miljoen aan lagere lasten. Daar tegenover staat dat de begroting voor bedrijfsloket, bedrijfsregelingen en economische promotie in beide jaren ongeveer € 0,3 miljoen hoger is dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Kortom: Aan de taakgroep Economie heeft een totale begroting van € 0,6 miljoen en die ligt € 1,0 miljoen lager ten opzichte van het gemiddelde van de referentiegemeenten. Wel is er een stijging zichtbaar op deze taakgroep die vermoedelijk samenhangt met incidentele investeringen in duurzame economie. Structureel zien we op basis van de Begrotingsscan beperkt besparingspotentieel op deze taakgroep. Onderwijs:
4.1 4.2 4.3
Taakgroep Onderwijs Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening)
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
0 1.647
100% -9%
0% -2%
127 -102
102 -229
1.543
-4%
30%
-127
-
Op deze taakgroep is in totaal € 3,1 miljoen begroot (begroting 2020). Opvallend is de stijging van de begroting voor onderwijsbeleid en leerlingenzaken met 30% in de afgelopen 3 jaar. Verder is er indicatief sprake van te onderzoeken besparingspotentieel op Onderwijshuisvesting, de netto lasten liggen in 2019 en 2020 hoger dan het gemiddelde van de andere gemeenten. Sport, cultuur en recreatie:
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Taakgroep Sport, cultuur en recreatie Sportbeleid en activering Sportaccommodaties Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Musea Cultureel erfgoed Media Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening)
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
224 1.111
-38% 6%
20% 3%
255 459
229 407
429 0
-26% 0%
-12% 0%
229 178
229 153
128 571
-28% 0%
75% 4%
-25 -25
-25 -25
2.322
-12%
9%
102
-25
Op deze taakgroep is in totaal € 4,8 miljoen begroot (begroting 2020). Meest opvallend is dat met 2 beperkte uitzonderingen de gemeente relatief lagere lasten heeft t.o.v. referentiegemeenten.
11
Sociaal domein:
6.2 6.3
Taakgroep Sociaal domein Samenkracht en burgerparticipatie Wijkteams Inkomensregelingen
6.4 6.5
Begeleide participatie Arbeidsparticipatie
6.1
6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Ge-escaleerde zorg 18+ 6.82 Ge-escaleerde zorg 18-
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening)
Stijging raming lasten laatste 3 jaar (begroting)
Afwijking begroting 2020 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000)
2.326 2.128
1% -15%
59% 25%
331 -1.759
484 -1.884
10.094 3.719
3% 8%
-8% -15%
-178 -25
-153 76
1.163 392
-52% 37%
38% -33%
-306 535
-280 509
6.629 6.174
-2% -46%
10% 45%
-1.606 408
-1.986 -331
64 1.024
-86% 2%
-11% 2%
127 -
25 -127
Op deze taakgroep is in totaal € 33,7 miljoen begroot aan lasten (begroting 2020). Meest opvallende zaken en van daaruit indicaties voor besparingspotentieel zijn de navolgende punten. Wijkteams. De lasten voor Wijkteams, waar voor Ooststellingwerf de kosten voor de Gebiedsteams zijn ondergebracht liggen rond de € 1,8 miljoen hoger dan de referentiegemeenten. Dit is mogelijk te verklaren door beleidsmatig in te zetten op het werken met gebiedsteams binnen de gemeente en dit verklaart ook de stijging van de geraamde lasten van 25% en de overschrijding van 15%). Het is niet duidelijk hoe de andere gemeenten omgaan met de toerekening van salarislasten aan deze taak, dus dat maakt vergelijking met andere de gemeenten lastig. Op basis van vervolganalyse is wel geconstateerd dat de loonkosten die aan het taakveld Wijkteams zijn toegerekend in de jaren 2018-2021 aanzienlijk zijn gestegen. Dit lijkt ook logisch gezien de inzet op het werken met gebiedsteams binnen Ooststellingwerf. Maatwerkvoorziening (WMO) en maatwerkdienstverlening 18-. Op deze taakvelden geeft Ooststellingwerf relatief minder uit dat de referentiegemeenten. De gemeente heeft aangegeven sterk in te zetten op preventie en dit kan een indicatie van de effectiviteit zijn op dit vlak. Inkomensregelingen. De kosten voor dit taakveld liggen in Ooststellingwerf een kleine € 0,2 miljoen hoger t.o.v. de referentiegemeenten.
Op basis van nadere analyse begroot Ooststellingwerf hier in 2021 € 384 per inwoner aan uitgeven. Van de referentiegemeenten geeft Achtkarspelen een vergelijkbaar bedrag uit. De andere referentiegemeenten geven hier minder per inwoner aan uit. Maatwerkdienstverlening 18+. De kosten liggen hier in de begroting 2020 ongeveer € 1,6 miljoen hoger t.o.v. het gemiddelde van de referentiegemeenten. Op basis van nadere analyse zien wij dat Ooststellingwerf veel verstrekkingen in natura verzorgt ten opzichte van referentiegemeenten.
12
Volksgezondheid en milieu:
7.1 7.2
Taakgroep Volksgezondheid en milieu Volksgezondheid Riolering
7.3 7.4
Afval Milieubeheer
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) 1.210 8%
Stijging raming Afwijking lasten laatste begroting 2020 3 jaar t.o.v. gemiddelde (begroting) (*€ 1.000) 23% -153
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000) -229
2.282 2.579
5% -2%
-2% 6%
-25 -178
-25 -153
703 0
-60% 0%
26% 0%
382 127
306 127
Op deze taakgroep is in totaal € 6,8 miljoen begroot (begroting 2020). Het te onderzoeken besparingspotentieel op deze taakgroep bevindt zich met name in de taakvelden volksgezondheid, riolering en afval. Daar staat tegenover dat op het taakveld milieubeheer het saldo van baten en lasten bij de gemeente Ooststellingwerf aanzienlijk lager liggen dan bij de referentiegemeenten. En dat ondanks dat de begrote lasten over de afgelopen 3 jaar met 26% zijn gestegen. Verder is relevant dat als indicatief besparingspotentieel op gebied van afval en riolering ook daadwerkelijk in besparingen kan worden omgezet dit niet primair leidt tot een betere financiële positie, maar dat deze dan vanwege de kostendekkende belastingen aan burgers en bedrijven worden teruggegeven. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting:
8.1 8.2 8.3
Taakgroep Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen
Gemiddelde Begroting 2020 onderbesteding Ooststellingwerf laatste 3 jaar (lasten*€ 1.000) (jaarrekening) 1.384 -29% 518 1.408
84% 4%
Stijging raming Afwijking lasten laatste begroting 2020 3 jaar t.o.v. gemiddelde (begroting) (*€ 1.000) 15% -153 116% 13%
Afwijking begroting 2019 t.o.v. gemiddelde (*€ 1.000) -153
153 -25
Op deze taakgroep is in totaal € 3,3 miljoen begroot (begroting 2020). Meest opvallend te onderzoeken op deze taakgroep is het indicatieve besparingspotentieel op de taakvelden ruimtelijke ordening (8.1) en wonen en bouwen (8.3). De netto lasten liggen hier zo’n € 2 ton hoger dan het gemiddelde van de andere gemeenten. Ook is de begroting voor deze taakvelden met ruim 15% gestegen. Nadere analyse van de personeelslasten laat zien dat met name ook de personeelslasten die aan deze twee taakvelden worden toegerekend fors zijn gestegen over de afgelopen 3 jaar. De taakgroep grondexploitatie (8.2) is minder relevant in kader van de Scan omdat de kosten terug worden verdiend door de verkoop van gronden. Uiteraard is het in kader van risicomanagement zeer relevant te monitoren of de lasten ook daadwerkelijk op blijven wegen tegen de gerealiseerde en te realiseren baten.
102 -25
13
3.3. UITKOMSTEN BEDRIJFSVOERING (EN OWO-SAMENWERKING) Bedrijfsvoering: Voor wat betreft de bedrijfsvoering van de gemeente Ooststellingwerf worden in de Begrotingsscan de formatiegegevens onder meer vergeleken met die van geselecteerde referentiegemeenten. De scan laat de volgende uitkomsten zien: Gemiddeld aantal fte’s per 1.000 inwoners Gemeente Ooststellingwerf
2018 6,4
2019 7,2
2020 7,6
Geselecteerde referentiegemeenten Gemeenten van 20.000 tot 50.000 inwoners
6,2 5,4
6,4 5,2
6,5 5,2
Gem. redelijke sociale structuur / centrumfunctie
5,6
5,5
5,5
De gegevens zijn afkomstig van het CBS en het ABP, het pensioenfonds van gemeentelijk personeel die voor pensioenberekeningen beschikt over loongegevens van de gemeente. Even een en voorbeeld: De 7,6 fte per 1.000 inwoners voor 2020 is gebaseerd op gegevens op peildatum 1 januari 2019, die in basis door gemeenten gebruikt worden om de begroting voor 2020 op te stellen. Op 1 januari 2019 had Ooststellingwerf volgens de gegevens van het ABP op basis van 194,13 fte 215 medewerkers in loondienst (en waarover pensioenpremie werd betaald). Op basis van 25.497 inwoners betekent dat afgerond 7,6 fte per 1.000 inwoners als basis voor de begroting 2020. Vervolgens is in de loop van 2019 de begroting 2020 opgesteld en eind 2019 vastgesteld door de Raad. Op basis van de begroting 2020 komt de gemeente op een raming van de formatie van 222,78 fte wat bij een geraamd aantal inwoners van 25.460 neerkomt van 8,8 fte per 1.000 inwoners. Voor de vergelijking in dit voorbeeld zijn we teruggegaan naar de begroting 2019. De gemeente Ooststellingwerf raamde voor (1 januari) 2019 een formatie van 218,93 fte, wat neerkomt op afgrond 8,6 fte per 1.000 inwoners. Op basis van dit voorbeeld kan geconstateerd worden dat er 218,93 fte was geraamd voor 2019, terwijl er op 1 januari 2019 voor 194,13 fte loon werd betaald.
De verklaring is dat er meer personeel is geraamd dan dat er werkelijk in dienst is, o.a. door openstaande vacatures. Gebruikelijk bij gemeenten is dat deze ruimte in de begrote formatie kan worden ingezet voor inhuur van externe expertise die niet in de organisatie aanwezig is. Veel gemeenten hebben een grotere toegestane vaste formatie dan werkelijk vast ingevuld is en in die zin achten wij de voorgaande tabel goed bruikbaar voor het zoeken naar indicaties voor besparingspotentieel. Op basis van de uitkomsten van de Scan (zie voorgaande tabel) kan worden geconstateerd dat de formatie van Ooststellingwerf relatief hoog is ten opzichte van de referentiegemeenten en dat deze de afgelopen jaren ook harder is gestegen. N.B. Daarin is de uitbreiding van buitendienst per 2021 nog niet meegenomen. Wij hebben geconstateerd dat onder meer door het instellen van de Gebiedsteams er formatie is bijgekomen en dat er formatie is bijgekomen op onder meer economische ontwikkeling en duurzaamheid. Het beeld is dat de gemeente Ooststellingwerf brede inhoudelijke ambities heeft en hiervoor formatie in de begroting heeft opgenomen.
14
OWO-samenwerking (kwantitatief): Op basis van gesprekken en beschikbare (met name formatie)gegevens en OWO-visie hebben wij ten aanzien van de OWO-samenwerking het volgende geconstateerd. De formatie van de teams die in Ooststellingwerf zijn gehuisvest tellen mee met de formatie van de gemeente Ooststellingwerf, de teams die in Weststellingwerf zijn gehuisvest tellen mee met de formatie van Weststellingwerf en de teams die in Opsterland zijn gehuisvest tellen mee met de formatie van Opsterland. Qua formatie is de OWO-samenwerking als volgt opgebouwd: Gehuisvest in Ooststellingwerf Team Beheer & registratie, incl. 0,5 manager
22,5 fte
Team Belastingen en vastgoedinformatie, incl. 0,5 manager
23,5 fte
Totaal gehuisvest in Ooststellingwerf
46,0 fte
Gehuisvest in Weststellingwerf Manager Bedrijfsvoering en administratieve ondersteuning
1,7 fte
Team Informatisering & Automatisering
14,8 fte
Team Documentaire Informatievoorziening
21,6 fte
Team Personeels- en Salarisadministratie
9,1 fte
Team Financiële Administratie+
18,0 fte
Totaal gehuisvest in Weststellingwerf
65,2 fte
Gehuisvest in Opsterland Manager VTH
1,0 fte
Team Vergunningen
14,1 fte
Team Toezicht & handhaving
11,7 fte
Team Advies & ondersteuning
13,5 fte
Totaal gehuisvest in Opsterland
40,3 fte
In lijn met de voorgaande analyse van de bedrijfsvoering en de formatie van de gemeente Ooststellingwerf (7,6 per 1.000 inwoners voor 2020) kan worden geconstateerd dat de formatie van Ooststellingwerf ruimer wordt belast met personeel vanuit de OWO-samenwerking dan de gemeente Opsterland. Maar dat de ‘OWOformatie’ in aanzienlijk mindere mate drukt op de formatie van Ooststellingwerf dan de gemeente Weststellingwerf, die een vergelijkbaar aantal inwoners kent. Ook kan worden geconstateerd dat de totale OWO formatie van 151,5 fte een aanzienlijk deel uitmaakt van ook de totale formatie van de 3 gemeenten. De 46 fte die in de formatie van Ooststellingwerf bedraagt zo’n 20% van de totale formatie van Ooststellingwerf. Dit is relevant voor het heroverwegingsproces omdat wij ook hebben geconstateerd dat de mogelijkheden voor sturing op de formatie van OWO en sturing op de bedrijfsvoering van OWO in het algemeen beperkt zijn. Dit brengt ons op een meer kwalitatief aspect. OWO-samenwerking (kwalitatief): Bij de start van de OWO in 2014 is er in eerste instantie vanuit gegaan dat kwaliteit van dienstverlening moest verbeteren door het verkleinen van de kwetsbaarheid en vergroten van doelmatigheid door samen te
15
werken. In tweede instantie was kostenbesparing een doelstelling van de samenwerking. Op basis van de OWO-visie is geconstateerd dat er besparingen zijn gerealiseerd. De OWO is gestart voor de 3 decentralisaties in het sociaal domein per 2015. De uitvoeringstaken die bij de 3 gemeenten zijn terecht gekomen zijn grotendeels opgevangen door de OWO-organisatie ‘van voor 2015’. Hiermee zijn er indirect kostenbesparingen gerealiseerd. Wel zou er financiële ruimte ontbreken om kwalitatief te investeren in de eerste doelstelling van de OWO: verdere kwaliteit van dienstverlening door doelmatiger samenwerken. Daarbij geldt dat de 3 gemeenten het ook samen eens moeten worden over belangrijke besluiten. De 3 gemeentesecretarissen die de directie vormen en de colleges van B&W en de raden die zij als stakeholder hebben, maken het in onze optiek niet makkelijk om samen ingewikkelde keuzen te maken over bijvoorbeeld besparingen. Verder hebben wij begrepen dat binnen de OWO wordt gewerkt met het principe dat deelnemende gemeenten benodigde formatie op de onderdelen die ze in huis hebben, niet in rekening brengen bij de andere gemeenten, maar zelf financieel opvangen. Dit maakt het sturen op de kosten van de taken die door de andere OWO-partners uitgevoerd worden moeilijker voor de deelnemende gemeenten.
En als dan ruim 20% van je formatie in het samenwerkingsverband is ondergebracht maakt dit financiële sturing en daarmee ook besparen ingewikkeld. Gelijktijdig liggen in onze optiek kansen om verder samen te werken in OWO-verband. Dat de 3 raden samen gaan komen om de OWO-visie vast te stellen lijkt een goede zaak. Daarnaast is het ook noodzakelijk dat de bijbehorende inrichting zodanig gaat werken dat OWO-directeuren, i.c. de gemeentesecretarissen meer slagvaardig kunnen gaan opereren, waarbij er meer dan nu het geval is gewerkt wordt aan een gezamenlijk inhoudelijk kader gecombineerd, met een gezamenlijk financieel kader en gezamenlijke financiële sturing. Een sterkere positionering van de opdrachtgeversrol kan hier helpend bij zijn, omdat deze rol het kritisch volgen van de kosten van de uitvoering van de taken, in zich draagt. Het lijkt ons verstandig een bestuursopdracht in die richting op te stellen en in te brengen bij de andere 2 OWO-gemeenten.
16
4. MOGELIJKHEDEN VOOR MEER GEZONDE BALANS
4.1. ONS BEELD VAN DE FINANCIELE POSITIE VAN OOSTSTELLINGWERF Een belangrijke aanleiding voor dit heroverwegingsproces is het nadelige structurele meerjarenperspectief (financieel) zoals dit via reguliere P&C-rapportages (kadernota, begroting, tussenrapportages en jaarstukken) wordt voorgelegd en vastgesteld door de Raad. Op basis van onze analyse van P&C-rapportages en op basis van accenten die de Raad in zijn besluit van januari 2021 heeft meegenomen komen we tot een aantal constateringen. Constatering 1: Wij hebben geconstateerd dat er op begrotingsbasis sprake is van (structureel nadelige) tekorten, maar dat bij de jaarstukken er sprake is van een overschot. Hierdoor geven veel fracties aan zich af te vragen of de financiële problematiek in de juiste omvang wordt geschetst. Ook bij de recent gepubliceerde Jaarstukken 2020 blijkt een overschot op de jaarrekening van € 4,5 miljoen te zijn gerealiseerd. Daarvan heeft onder meer € 2,2 miljoen betrekking op eenmalige winstneming in het Grondbedrijf en € 0,8 miljoen op eenmalige voordelen uit de coronamiddelen van het Rijk. Deze zijn als incidenteel te kenmerken. Dit betekent dat er per saldo voor € 1,5 miljoen sprake is van overige voordelen. Voordelen in de jaarstukken kunnen ten onrechte leiden tot een beeld ‘dat het wel zal vallen met de begrotingstekorten’.
Om dit beeld goed te nuanceren kan het in onze optiek behulpzaam zijn de structurele en incidentele effecten van de jaarstukken helderder te vertalen in de jaarlijkse kaderbrief en begroting, bijvoorbeeld via een begrotingswijziging (van effecten jaarrekening) en bijbehorende samenvatting bij de kaderbrief. Constatering 2: Parallel aan dit heroverwegingsproces, loopt het proces van reguliere voorjaarsrapportage en kaderbrief. Wij hebben vanuit de reguliere voorjaarsrapportage 2021 geconstateerd dat er sprake is van een structureel nadelig effect van € 0,1 miljoen en dat de overige effecten en onvermijdelijke ontwikkelingen uit de kaderbrief 2022-2025 per saldo afgerond € 0,1 miljoen bedragen. Dit betekent dat het saldo van het tekort op het financieel meerjarenperspectief is opgelopen van afgerond € 0,7 miljoen bij het vaststellen van de Programmabegroting 2021-2024 (afgelopen november) tot een structureel tekort van bijna € 0,9 miljoen op dit moment, zij het dat een aantal risico’s en onzekerheden hier nog wel bij moet worden betrokken om het financieel perspectief compleet te maken. Constatering 3: De belangrijkste financiële risico’s waar Ooststellingwerf in onze optiek rekening mee moet houden zijn de aankomende herverdeling van het gemeentefonds en de incidentele extra middelen voor jeugdhulp van het rijk.
Voor wat betreft het risico van de herverdeling gemeentefonds is in de kaderbrief aangegeven dat de negatieve effecten voor Ooststellingwerf mogelijk oplopen tot € 1,1 miljoen in 2025 (einde van de 4jaarsperiode die de kaderbrief 2022-2025 bestrijkt), maar mogelijk nog verder oploopt tot € 1,9 miljoen nadelig in 2027. De status van deze herverdelingseffecten zijn niet zeker, maar het zou zeer onverstandig zijn deze trend te negeren en hier niet op te anticiperen.
17
Risico omtrent de extra middelen voor jeugdhulp. Incidenteel krijgt de gemeente t/m 2022 extra middelen voor jeugdhulp van het rijk. Van de toezichthouder (provincie Fryslân) mogen deze middelen ‘formeel’ als structureel worden beschouwd. Dit klinkt leuk, maar er liggen geen harde toezeggingen vanuit het kabinet voor een passende oplossing voor na 2022. Dit betekent in onze optiek een significant risico voor de financiële positie voor 2023 en verder van afgrond € 0,5 miljoen. In onze optiek is het correct dat het college in de Kaderbrief 2022-2025 rekening houdt met tenminste deze risico’s voor de financiële positie. Constatering 4: De manier waarop risico’s worden beheerst in relatie tot weerstandsvermogen biedt ruimte om beschikbare reserves in te zetten voor incidentele vraagstukken. Wij hebben geconstateerd dat de gemeente de risico’s die zij loopt op een gestructureerde manier beheerst en daarover via jaarstukken en begroting rapporteert. Op basis van de Jaarstukken 2020 betreft het € 1,0 miljoen aan overige gekwantificeerde risico’s tegenover een beschikbaar weerstandsvermogen van € 21,0 miljoen. Dit betekent dat er ruimte is in het weerstandsvermogen (die bestaat uit reserves) om reserves in te zetten voor incidentele vraagstukken. Laat helder zijn dat reserves niet ingezet kunnen worden voor het oplossen van de structurele financiële tekorten van de gemeente.
Wel is er ruimte om structurele maatregelen waarover nu wordt besloten, gefaseerd in te voeren en tijdelijk te dekken met incidentele ruimte vanuit de reserves. Uiteraard adviseren wij de Raad hier zeer zorgvuldig mee om te gaan om ‘potverteren’ te voorkomen en zo de financiële gezondheid van de organisatie in gevaar te brengen. Constatering 5: Aandachtspunt inzake de risico’s grondexploitaties en sociaal domein. We gaven hiervoor aan dat er voor € 1,0 miljoen aan overige risico’s wordt gekwantificeerd tegenover een beschikbaar weerstandsvermogen van € 21,0 miljoen. Daarnaast vragen wij specifiek aandacht voor het opvangen van risico’s in de grondexploitatie en de risico’s in het sociaal domein. De gemeente loopt beperkt risico’s op de grondexploitaties, onder meer door het voeren van passief grondbeleid. Het heeft hier een reserve van € 1,0 miljoen tegenover staan die primair bestemd is blijven voor het opvangen van risico’s in de grondexploitatie. Zeker als de ambities van Ooststellingwerf op gebied van woningbouw concreet worden kan dit mogelijk leiden tot aanpassingen in het grondbeleid. Dan moeten ook het risicoprofiel en de benodigde reserve (grondexploitatie) daarop worden geactualiseerd. Dit geldt ook voor de risico’s in het sociaal domein De gemeente ziet hier enkele lastig te kwantificeren risico’s.
Onder meer de aanpassing van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet per 2022, de aanpassing van de verdeelsystematiek sociaal domein (parallel aan de herverdeling gemeentefonds) per 2023 en de effecten van de invoering van het abonnementstarief in de Wmo per 2019. In onze optiek is het goed dat de gemeente deze risico’s onderkent. Wel is het van belang voor de Raad te blijven volgen welke op welke wijze deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd (en kunnen worden afgedekt vanuit de algemene reserve). Constatering 6: Terug naar de Kaderbrief 2022-2025. Het is in onze optiek reëel rekening te houden met een nadelig saldo oplopend tot € 0,9 miljoen in 2025 plus de verwerking van de risico’s en onzekerheden (oplopend tot € 1,7 miljoen in 2025) in het financieel perspectief. Kortom, een structureel tekort van € 2,6 miljoen. Daarnaast achten wij het verstandig de in de kaderbrief aangekondigde ambities en ontwikkelingen zorgvuldig af te wegen. En na te gaan of structurele ontwikkelingen vooralsnog via een tijdelijke financiële impuls kunnen worden opgevangen. Ook dit vraagt een zorgvuldige afweging, want ook eenmalige middelen zijn maar één keer in te zetten.
18
Constatering 7: In ons onderzoek hebben wij de hele scope van gemeentelijke taken en bedrijfsvoering de revue laten passeren. Op basis hiervan hebben wij in technische afstemming met organisatie een kansrijk pakket aan keuzemogelijkheden voorbereid. In de concrete voorstellen worden lastige keuzen voorgelegd om taken te verminderen en/of versoberd uit te voeren. Op basis van de mate waarin voorgelegde keuzen ook daadwerkelijk worden overgenomen moet blijken of nog pijnlijker keuzen moeten worden overwogen. Voor een aantal onderwerpen geldt dat deze in ons onderzoek de revue zijn gepasseerd, maar waarvoor we geen voorstellen in het pakket hebben genomen. Dit zijn de volgende: - Jeugdbeleid. De voorstellen van de taskforce zijn al verwerkt in de begroting. - Uitbesteding buitendienst: dit is redelijk recent nog onderzocht en daar kwam geen substantieel besparingspotentieel uit naar voren. - Belastingen: er zijn mogelijkheden de verhoging van de inkomsten van een aantal belastingen nader te onderzoeken. Een eerste analyse laat zien dat daar geen groot potentieel in zit. Wel zijn in resp. de kaderbrief en in deze rapportage diverse voorstellen voor inkomstenverhoging opgenomen. - Duurzaamheid: in juni bespreekt de raad het advies van het college over de ambities en de inzet van de beschikbare middelen op dit onderwerp.
Procedureel is het niet handig binnen een maand op twee verschillende momenten te spreken over de middelen die hiervoor beschikbaar zijn.
4.2. CONTEXT VOOR KEUZEN: EEN SWOT-ANALYSE VAN OOSTSTELLINGWERF Voordat we ingaan op de mogelijkheden voor een meer gezonde (financiële) balans, ofwel de keuzen in dit heroverwegingsproces, nemen we u beknopt mee in wat we zijn we tegengekomen in de kennismaking met de gemeente Ooststellingwerf. Dit hebben we vertaald in een beknopte SWOT-analyse van Ooststellingwerf: wat zijn in onze optiek de sterk en zwakke punten en waarin liggen volgens ons de kansen en bedreigingen? 1. Sterke punten van Ooststellingwerf (S = Strength) -
Grote individuele betrokkenheid in raad, college en ambtelijke organisatie Aanwezige ambtelijke kwaliteit
2. Zwakke punten van Ooststellingwerf (W = Weakness) -
Geen samenhangend, samenbindend en richtinggevend bestuurlijk verhaal dat helpt in het maken van duidelijke keuzes Geen focus, grote hoeveelheid prioriteiten en zaken die om aandacht vragen Geen sterk mechanisme dat helpt in het op elkaar afstemmen van bestuurlijke wensen en mogelijkheden qua ambtelijke capaciteit en financiële middelen Grote bestuurlijke dynamiek, weinig bestuurlijke samenhang en vertrouwen
3. Kansen voor Ooststellingwerf (O = Opportunity’s) -
Mogelijkheid om op te trekken met andere partners in oppakken gezamenlijke opgaven en binnenhalen fondsen en subsidies Benutten burgerkracht Ontwikkelmogelijkheden in de bedrijfsvoering en sturing organisatie
19
4. Bedreigingen voor Ooststellingwerf (T = Threats) -
Demografische uitdaging Kwetsbaarheid en afhankelijkheid van relatief groot deel inwoners Herverdeling Algemene Uitkering, vergroting financiële risico’s door decentralisatie, verkleining eigen invloed op sturing inzet middelen Grote uitstroom door pensionering komende tien jaar
4.3. ADVIEZEN EN NOG TE ONDERZOEKEN MOGELIJKHEDEN Waar zou vanuit ons beeld van de financiële positie en onze SWOT-analyse op ingezet moeten worden? We komen hiervoor eerst met een drietal adviezen om de scope van bestuurders en ambtenaren te richten op een continue afstemming tussen bestuurlijke wensen en mogelijkheden/middelen. Vervolgens gaan we in op een aantal nog te onderzoeken mogelijkheden voor besparingen die we nog niet in concrete voorstellen (hoofdstuk 5) hebben vertaald en waarvan het goed zou zijn deze om te zetten in zo concreet mogelijke bestuursopdrachten vanuit Raad c.q. College van B&W. Drie adviezen qua scope in bestuurlijk-ambtelijke samenwerking. 1. Breng focus aan. Gezien het financieel meerjarenperspectief en de risico’s op financieel vlak is het niet meer houdbaar én zelfstandig te willen blijven én de laagste lasten te hebben én alle ambities overeind te houden. Als je wat wilt, zul je keuzes moeten maken waar je echt voor gaat en wat dus ook minder belangrijk is. Kies drie thema’s waar je echt voor gaat. Dan wordt een gerichte inzet van financiële inzet en ambtelijke capaciteit ook gemakkelijker en is ook beter te sturen op de omvang van de organisatie. Als alles belangrijk is heb je ook overal mensen voor nodig. Wij doen verder de oproep om in de nieuwe raadsperiode met een duidelijk en ook richtinggevend bestuurlijk kader te werken.
Het raads- of collegeprogramma moet echt helpend zijn in het aanbrengen van focus en het maken van (pijnlijke en moeilijke) keuzes. Dat gaat echt helpen bij het komen tot én handhaven van een gezond financieel meerjarenperspectief. 2. Blik meer naar buiten: trek samen op waar gezamenlijke mogelijkheden liggen. Formuleer op verschillende niveaus gezamenlijke ambities (OWO, ZO Friesland, Provincie, Noord-Nederland). Investeer in de relatie met de Provincie. Onderzoek deze mogelijkheden in aanloop naar de komende verkiezingen, zodat dit bij de komende raadsperiode handen en voeten kan krijgen. Sluit in de formulering van je beleid aan bij de doelen en ambities waar financiële middelen voor beschikbaar zijn. Zet nadrukkelijk in op het zelf en gezamenlijk binnenhalen van externe financiële middelen. Kijk ook waar mogelijkheden zijn om meer samen met anderen op te trekken in de eigenaars- en opdrachtgeversrol van de belangrijke verbonden partijen zoals de Veiligheidsregio en de FUMO. 3. Werk samen vanuit het besef dat er een grote betrokkenheid is op een mooie toekomst van Ooststellingwerf. De opgaven waar Ooststellingwerf de komende jaren voor staat zijn groot. Tegelijk zijn de middelen en menskracht om daar aan te kunnen werken beperkt en de mogelijkheid de omvang hiervan te beïnvloeden
20
nemen eerder af dan toe. Dat betekent dat er actief gezocht moet worden naar het in verbinding werken aan deze opgaven. Ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid, maar zeker in verbondenheid. De basis voor deze verbondenheid is de grote betrokkenheid die iedereen met wie we gesproken hebben, heeft bij een mooie toekomst voor de gemeente en zijn inwoners. Voor verdeeldheid zijn de opgaven te groot. Nog te onderzoeken besparingsmogelijkheden (te vertalen in concrete bestuursopdrachten). 1. Bepaal een minimumniveau van voorzieningen in de kernen. Voor de leefbaarheid van de kernen is het basisvoorzieningenniveau belangrijk. De gemeente heeft hier voor een deel rechtstreeks invloed op. Het beeld is dat de financiële houdbaarheid van deze voorzieningen door leegstand onder druk komt te staan, bijvoorbeeld bij scholen en sportaccommodaties. Tegelijk raken deze voorzieningen en andere voorzieningen zoals de bibliotheek aan de fundamentele structuur binnen de kernen. Deze voorzieningen kennen besparingspotentieel. Voor een deel gaat het om niet wettelijke taken, voor een deel gaat het om taken waarbij er een keuze is op welk ambitieniveau ingestoken wordt. Het is belangrijk een heldere visie te hebben over welk voorzieningenniveau in elke kern minimaal ondersteund wordt. Betrek hier ook peuterspeelzaalwerk en de ondersteuning van dorpshuizen bij.
Betrek deze opgave bij het formuleren van het nieuwe accommodatiebeleid en laat daarin twee varianten uitwerken die leiden tot een besparing van € 200.000 respectievelijk € 400.000. 2. Onderzoek mogelijkheden voor meer data gedreven, ketengericht en procesgericht te werken. De komende jaren zullen de mogelijkheden voor het verder ontwikkelen van de organisatie in de sturing aan de hand van data en het verder digitaliseren, automatiseren en robotiseren toenemen. Geadviseerd wordt te onderzoeken welke mogelijkheden dit biedt voor het verder vergroten van de efficiency van de organisatie en daarmee verlagen van de kosten van de organisatie. Betrek daarbij ook mogelijkheden van verdergaande digitalisering van de (directe) dienstverlening: meer werken op afspraak, verminderen openingstijden, gerichte kanaalsturing (inzetten en sturen op gebruik van goedkoopste vorm van dienstverlening). Onderzoek de mogelijkheden van het onderbrengen van niet-wettelijke taken bij de FUMO of bij een andere gemeente of samenwerkingsverband van gemeenten. Op dit moment zijn alleen de voorgeschreven taken ondergebracht bij de FUMO.
Het advies is een businesscase op te stellen voor het onderbrengen van aanvullende taken bij de FUMO of bij een andere intergemeentelijke samenwerking, om zo een afweging te kunnen maken of dit zowel vanuit het oogpunt van professionaliteit, dienstverlening en kosten voordelen biedt. 3. Onderzoek op welke manier zelfstandig en in samenwerking met anderen aanvullende middelen binnengehaald kunnen worden. Overweeg daarbij om de formulering en ontwikkeling van beleid aan te sluiten bij en te baseren op de mogelijkheden voor externe financieringsbronnen. Dus niet eerst beleid ontwikkelen en dan geld daarbij zoeken, maar kijken waar geld beschikbaar is en kijken welke formulering van het beleid het meeste kans maakt op het verkrijgen van aanvullende middelen vanuit de Provincie, het Rijk of Europa.
21
5. VOORSTELLEN VOOR MEER GEZONDE BALANS In dit hoofdstuk volgen de concrete voorstellen voor meer gezonde balans. De voorstellen zijn zo goed als mogelijk gerubriceerd naar de programma’s en paragrafen van de huidige programmabegroting. Daar waar voorstellen financieel gezien een programma overschrijdend karakter kennen zijn ze gerubriceerd onder 1 van de programma’s of paragrafen, waarbij vooral meer beleidsmatig is gekeken naar de indeling i.p.v. primair financieel-technisch.
5.1. VOORSTELLEN M.B.T. SAMENLEVEN
Keuzemogelijkheid nummer 1 Portefeuillehouder: Esther Verhagen Keuzemogelijkheid: Terughoudender rol gemeente Omschrijving keuzemogelijkheid Met het vaststellen van de Visie op Samenleven stelde de Raad 15 maatschappelijke effecten vast die we willen bereiken. Voor elk van deze effecten is uitgewerkt welke rol de gemeente op zich neemt bij het realiseren hiervan: • Loslaten (we laten het aan de samenleving over, we doen niets). • Faciliteren (initiatief ligt bij de samenleving, als zij dat vragen faciliteren wij hen, als dat kan en nodig is). • Stimuleren (initiatief ligt bij de gemeente, uitvoering in samenwerking met samenleving). • Regisseren (initiatief en wettelijke taak ligt bij de gemeente, uitvoering in overleg met samenleving). Inwoners, organisaties et cetera is destijds gevraagd welke rol zij voor de gemeente zien op de verschillende terreinen. Zij zagen in een aantal gevallen een beperkte rol (loslaten of faciliteren). Bij de behandeling van de doelenboom in de Raad koos de Raad in een aantal gevallen voor een zwaardere rol van de gemeente (bv faciliteren i.p.v. loslaten en stimuleren i.p.v. faciliteren). Dit heeft gevolgen voor zowel de benodigde ambtelijke capaciteit (hoe groter de rol, hoe meer uren nodig) als de benodigde financiële middelen (subsidies). Het gaat om: • Eenzaamheid (stimulerende rol gemeente i.p.v.
faciliteren) • Mensen helpen elkaar (faciliteren i.p.v. loslaten) • Mensen bewegen voldoende (stimuleren i.p.v. loslaten) • Dementievriendelijke gemeente (stimuleren i.p.v. faciliteren) De Raad kan besluiten de gemeentelijke rol op deze onderwerpen alsnog te beperken, waardoor besparingen mogelijk zijn (zie ook de doelenboom).
22
Beschrijving van mogelijk gevolg /effect Binnen het sociaal domein zijn er diverse tijdelijke kosten na de opstartfase van faciliteren niet meer nodig (na 2022). Ook is er minder geld nodig om inspanningen te bekostigen. Denk hier bijvoorbeeld aan buurtsportcoaches. Er zijn overigens wel verwachtingen gewekt in de lokale samenleving op deze terreinen. Mogelijk verdwijnt daardoor de energie bij partners om de schouders er onder te zetten. N.B. Minder ambtelijke capaciteit op het terrein van eenzaamheid is al meegenomen in ‘Keuzemogelijkheid personeelskosten beleid en gebiedsteam’ dus zijn hier niet meegerekend. Gevolgen voor begroting Jaar
2022
Lasten
2023 0
-50.000
2024 -100.000
2025 -100.000
Baten Dit financiële effect is structureel en deels incidenteel. Momenteel tijdelijke extra ureninzet voor specifieke onderwerpen, bijv. voor dementievriendelijke gemeente. Dit financiële effect is een globale inschatting.
Keuzemogelijkheid nummer 2 Portefeuillehouder: Esther Verhagen Keuzemogelijkheid: Inzetten op interventies met aantoonbare bijdragen aan maatschappelijke effecten in sociaal domein Omschrijving keuzemogelijkheid Met het vaststellen van de Visie op Samenleven is een actueel beleidskader ontstaan dat nadrukkelijk in samenwerking met betrokkenen is opgesteld. In de Visie en bijbehorende doe-agenda’s is veel aandacht voor de effectiviteit van de inspanningen. We willen nadrukkelijk in gaan zetten op die zaken waarvan uit de praktijk blijkt dat ze bijdragen aan de 15 maatschappelijke effecten die centraal staan in de Visie. De verwachting is dat we met de nieuwe werkwijze die ingezet is (data gedreven, resultaat gestuurde subsidiëring) en de komende 1,5-2 jaar verder zijn beslag krijgt, er na die periode veel data en informatie beschikbaar is, aan de hand waarvan een keuze gemaakt kan worden in welke inspanningen effectief zijn en dus de inzet van de middelen waard zijn, en welke niet effectief (genoeg) zijn. Dat betekent dat het mogelijk is een taakstelling op de subsidies en overige uitgaven binnen dit domein te realiseren, nadat deze manier van werken goed ingevoerd is.
Voorgesteld wordt om in de periode vanaf 2023 in een opbouw te kiezen voor een opbouwend bedrag dat via deze denklijn gevonden kan worden binnen het geheel van de subsidies en overige uitgaven in het sociaal domein. Beschrijving van mogelijk gevolg /effect Het kan gaan om: • Dubbelingen in inspanningen (verschillende inspanningen gericht op hetzelfde effect). • Inspanningen waarvan in de loop van de tijd blijkt dat ze niet (voldoende) aantoonbaar bijdragen aan maatschappelijke effecten. • Pilots waarvan de werkwijze effectiever blijkt dan tot dan toe gebruikelijke werkwijzen. • Inspanningen die efficiënter georganiseerd kunnen worden. Optie is bijvoorbeeld om 70% van het huidige budget voor bepaalde activiteiten beschikbaar te stellen aan (een alliantie van) organisaties, die zorgen dat een bepaalde opdracht wordt gerealiseerd (bv voorkomen van
23
eenzaamheid), waarbij we hen afrekenen op resultaat en niet op activiteiten. Uiteraard vraagt dit goede afspraken ‘aan de voorkant’ over de gewenste outcome, de te bereiken doelgroep en de manier waarop de outcome wordt aangetoond. Gevolgen voor begroting Jaar
2022
Lasten
2023 0
2024
-100.000
-200.000
2025 -200.000
Baten Dit financiële effect is structureel Dit financiële effect is een globale inschatting
Keuzemogelijkheid nummer 3 Portefeuillehouder: Esther Verhagen Keuzemogelijkheid: Verlagen van een aantal budgetten binnen het sociaal domein Omschrijving keuzemogelijkheid Voor het bestrijden van armoede is jaarlijks € 428.000 beschikbaar. Voor mantelzorg en vrijwilligersbeleid is jaarlijks € 131.000 jaarlijks beschikbaar. Het Gebiedsteam heeft een post materieel van ongeveer € 100.000. Dit is beschikbaar van oudsher voor een aantal specifieke zaken, o.a. voor sociale recherche, Caparis en inzet indicatieadviseur. Dit budget wordt al een aantal jaren niet volledig benut. Jaarlijks is (naast bijdragen voor GGD etc.) € 80.000 beschikbaar voor gezondheidsbeleid. Daarnaast ontvangen we al een aantal jaren GIDS-middelen van het rijk. Deze middelen zijn beschikbaar t/m 2021 en lopen naar verwachting door. Als we er vanuit gaan dat GIDS middelen doorlopen kan het reguliere budget van gezondheidsbeleid naar beneden bijgesteld. De mogelijkheid is het totaal van deze middelen te verlagen met € 130.000 op basis van een inhoudelijke analyse van de gevolgen van de verlaging op de verschillende terreinen. Beschrijving van mogelijk gevolg /effect Nader uit te werken. Gevolgen voor begroting Jaar Lasten
2022 -130.000
Baten Dit financiële effect is structureel Dit financiële effect is een reële benadering
2023 -130.000
2024 -130.000
2025 -130.000
24
Keuzemogelijkheid nummer 4 Portefeuillehouder: Esther Verhagen Keuzemogelijkheid: WMO Vervoer, schrappen bovenregionaal vervoer Omschrijving keuzemogelijkheid Uit de rapportage van de taskforce WMO komt de volgende mogelijke maatregel naar voren: het schrappen van de mogelijkheid landelijk te reizen met de Wmo-pas en dit te beperken tot reizen in de regio. Voor reizen buiten de regio kan gebruik gemaakt worden van Valys, dat door het Rijk bekostigd wordt. Voor een uitgebreide toelichting: zie rapportage Taskforce sociaal domein. Beschrijving van mogelijk gevolg /effect Voor inwoners: Inwoners kunnen Valys apart aanvragen en dan gebruik maken van twee vervoerssystemen, met afwijkende spelregels. Het zou kunnen dat mensen hierdoor minder gaan reizen. Reden is dat Wmo- en Valys vervoer in de uitvoering verschillende diensten zijn. Valys is voor de grotere afstanden, maar de afstand tot de mensen is ook groter. Planningen worden centraal gemaakt wat de bezetting en de combinatiegraad ten goede komt. Niet op tijd rijden en omrijden i.v.m. combinatieritten schijnt nogal eens voor te komen. Het contact met de chauffeur is anders, omdat men deze in ongeveer de helft van de gevallen niet kent. Waardoor het risico bestaat dat men afhaakt als men met Valys moet reizen. Ervaring leert dat inwoners bij langere ritten regelmatig de heenweg voor Valys en de terugweg voor Wmo-pas kiezen.