Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
In navolging van de gemeente Opsterland, sluiten we in 2024 ook de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf aan op de berichtenbox van mijnoverheid.nl. Hiermee zetten we verdere stappen in het verbeteren van de dienstverlening aan onze inwoners. In 2023 zijn door de drie gemeenteraden aanvullende middelen beschikbaar gesteld om met name op het vlak van ICT een forse inhaalslag te maken. Vanuit een meerjarenplan (de ‘roadmap ICT’) werken we aan de versterking van onze ICT. Bij de kaderbrief 2025 komt het eerste ijkmoment, waarbij we u inzicht geven in de gehele stand van zaken van de ontwikkelingen in de ICT en we vooruitkijken naar de verdere ontwikkelingen. Vooralsnog gaan we ervan uit dat we met de genomen maatregelen een goed basisniveau kunnen borgen.
87
(Documentaire) Informatievoorziening We werken aan de uitvoering van het verbeterplan rondom onze (documentaire) informatievoorziening met als doel onze post- en interne processen eenvoudiger in te richten en te digitaliseren. Onderdelen van dit project zijn het vervangen van de papieren post voor een digitaal origineel (de zogenaamde ‘substitutie’), het invoeren van een digitaal archief (een e-depot) en het verminderen het aantal zaaktypes in ons zaaksysteem zodat we gemakkelijker stukken kunnen vinden. We harmoniseren hiermee direct de werkwijze in de drie gemeenten zodat we een hogere doelmatigheid krijgen en een kleinere foutgevoeligheid. In 2024 zien we hiervan de concrete resultaten. Archivering In 2023 heeft u incidenteel middelen beschikbaar gesteld voor het wegwerken van achterstanden bij het archief. Het project ‘wegwerken achterstanden archief’ is ondertussen op stoom. We hebben de medewerkers met kennis van de papieren archieven vrijgemaakt om te werken aan het rubriceren en ontsluiten van de nog te archiveren stukken. Bij de kaderbrief 2024 is de financiering van dit project doorgetrokken naar 2024 en 2025, daarna moet het project afgerond zijn.
Verdere voortgang inkoop- en aanbestedingsbeleid Met de gezamenlijke inkoop en aanbesteding worden naast inkoopvoordelen door goedkopere contracten, ook voordelen behaald op het gebied van de voorbereiding van de aanbesteding en de kwaliteit van de uitvraag. In 2024 gaan we verder met het professionaliseren van het contract- en leveranciersbeheer om ook de beheersing op lopende contracten te versterken. Tenslotte kijken we naar het gehele proces (van de inkoop tot aan de betaling) of daar winst te behalen is. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot meer raamovereenkomsten, tot minder contracten en tot minder facturen. Bij het jaarverslag over 2024 zullen we de effecten inzichtelijk maken, door de opname van prestatie indicatoren. Datagedreven werken Datagedreven werken is steeds meer onderdeel van onze organisaties. Het benutten van beschikbare data moet volledig onderdeel worden bij zowel het opstellen van beleid als het uitvoeren van onze gemeentelijke taken. Om dit te organiseren bouwen we binnen ICT een cluster waar data-deskundigen een plek krijgen. Slimmer verzekeren De OWO-samenwerking biedt ook kansen door de verzekeringsportefeuilles van de drie gemeenten te integreren. Daarom werken we in OWO nauw met elkaar samen op het gebied van verzekeren. In het eerste kwartaal van 2024 gaan we het verzekeringsbeleid actualiseren.
Harmonisatie en verduidelijking apv De Omgevingswet is een uitgelezen kans om de APV-en van de OWO-gemeenten tegen het licht te houden en waar mogelijk deze te harmoniseren. In het eerste kwartaal van 2024 zal een voorstel aangeboden worden aan de raden van de OWO-gemeenten. Actualiseren VTH-beleidsplannen Voor de periode 2020-2024 is een OWO-breed beleidsplan VTH vastgesteld. De drie gemeenteraden hebben kaders meegegeven voor dit beleidsplan. Met name verkeersveiligheid, leefbaarheid en ondermijning vragen meer inzet van de afdeling VTH. Niet alleen formatief, maar ook in veiligheid voor de betrokken medewerkers (opleidingen, uitrusting, wagenpark) wordt dit vertaald in deze begroting. Zorgvuldige invoering omgevingswet De invoeringsdatum voor de Omgevingswet is definitief vastgesteld op 1-1-2024. Tegelijkertijd treedt ook de Wet kwaliteitsborging in werking. Beide wetten hebben een forse impact op de organisaties en specifiek op de OWO-afdeling VTH. Er vindt namelijk een verschuiving van taken plaats van provincie naar gemeenten en van gemeenten naar de omgevingsdienst als gevolg van de Omgevingswet. De Wet kwaliteitsborging voor de bouw heeft tot gevolg dat taken van VTH naar de markt gaan en de gemeente een meer controlerende taak moet gaan invullen. Ook mag er meer vergunningsvrij gebouwd worden. Beide hebben gevolgen voor de legesinkomsten.
De effecten van deze veranderingen zijn meegenomen in een aangepaste, geharmoniseerde legesverordening 2024. Een mooi voorbeeld van de OWO-samenwerking.
88
Inwoners en bedrijven moeten wennen aan de nieuwe wet- en regelgeving en we verwachten dan ook veel vragen. Ook denken we dat er intern extra inzet nodig is om de nieuwe regelgeving toe te passen en af te stemmen met de omgevingsdienst. Wij verwachten daarom dat we in 2024 en 2025 te maken krijgen met extra frictiekosten voor onze organisatie. Hoewel het Rijk middelen voor de invoering van deze wetgeving beschikbaar stelt, is de verwachting dat deze middelen niet toereikend zullen zijn voor de te maken kosten. Per jaar monitoren we de ontwikkelingen als gevolg van deze grote wetswijziging. Informatiebeveiliging en veiligheid In 2024 nemen we de WOO (wet open overheid) en de Wmbev (Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer) op in onze werkprocessen. Samen met de AVG en de nieuwe Archiefwet is dit het nieuwe wettelijk kader voor onze informatiehuishouding. Het is nodig onze processen, systemen en werkwijzen hier opnieuw op in te richten. Vanuit een uniform en overkoepelend toetsingskader gaan we vanaf 2024 de naleving van de diverse wetten en regels op het vlak van de informatiehuishouding monitoren. We gaan daarnaast door met de versterking van de cybersecurity en het moderniseren van netwerk- en systeembeheer. Doordat steeds vaker software in de cloud draait, is er steeds meer aandacht voor de netwerkbeveiliging en het managen van koppelvlakken met de leveranciers.
We zien hierdoor een verschuiving van lasten van investering in hardware naar hogere licentie- en netwerkkosten. Innoveren voor de toekomst Anders denken, anders doen en anders werken is nodig om te kunnen innoveren. Dit vraagt iets van de organisaties, de medewerkers en de aansturing. Ook zijn er faciliteiten nodig om op andere manieren te kunnen werken. Ondertussen kunnen alle medewerkers thuis of op ieder gemeentekantoor inloggen om te werken. Ook wordt hybride werken steeds beter gefaciliteerd en kent ieder gemeentekantoor verschillende werkplekken die aansluiten bij de behoefte van de medewerker. Denk bijvoorbeeld aan het kunnen samenkomen in een werkcafé, het kunnen bellen in een speciale belruimte of het kunnen samenwerken in projectruimtes. Hier wordt in iedere OWO-gemeente op dit moment aan gewerkt, ondersteund door de OWO afdeling Bedrijfsvoering.
89
Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen Inleiding In deze paragraaf stellen we de strategische ontwikkelingen binnen onze gemeente centraal. Het gaat om de visie op Samenleven, de Omgevingswet, de Regio Deal, het Haerenkwartier, stikstof en het accommodatiebeleid. 1. Omgevingswet, bestemmingsplannen De omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Wij hebben ons daar al geruime tijd op voorbereid, maar toch vraagt het de komende tijd veel van de organisatie. Uitvoeringsprogramma Omgevingswet Medio 2017 is het Uitvoeringsprogramma Omgevingswet Ooststellingwerf 2017-2020 vastgesteld. In dit programma zijn drie uitvoeringslijnen benoemd (Informatie & Automatisering, Personeel & Organisatie en Beleid & Uitvoering). Voor deze uitvoeringslijnen zijn in het uitvoeringsprogramma concrete uitvoeringsprojecten benoemd die tijdens de looptijd van het programma opgepakt worden. In 2020 is, na het volledig uitkristalliseren van de Omgevingswet, pas echt een helder totaalbeeld ontstaan van alle acties die nodig zijn voor een goede en adequate invoering van de wet. Het uitvoeringsprogramma is daarom eind 2020 geactualiseerd en heeft een langere looptijd gekregen tot en met 2024. De invoering van de Omgevingswet pakken we, daar waar het maar enigszins kan, op met onze OWO-partners. De focus ligt daarbij eerst op de minimale verplichtingen die de wet stelt.
Omgevingsvisie Een belangrijk project in het uitvoeringsprogramma is het opstellen van een omgevingsvisie voor onze gemeente. In deze omgevingsvisie legt de gemeente de koers en ambitie neer voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In 2018 is hiervoor door de gemeenteraad een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. In 2019 is gestart met het visietraject inclusief een uitgebreid participatieproces met onze inwoners en andere belanghebbenden. In november 2021 is de omgevingsvisie voor Ooststelling door de toenmalige gemeenteraad vastgesteld. Omgevingsplan Het omgevingsplan is ook een onderdeel van de Omgevingswet. In 2020 is een start gemaakt met de pilot omgevingsplan voor het gebied Appelscha e.o. Met deze pilot sorteren we voor op het gemeente brede omgevingsplan dat daarna wordt opgepakt. De pilot omgevingsplan wordt OWO-breed ingestoken en moet uiteindelijk resulteren in een vastgesteld (deel)omgevingsplan. Dit is voorzien in het eerste kwartaal van 2024. Voorafgaand aan de vaststelling zal ook binnen deze pilot invulling gegeven worden aan het onderdeel participatie. Van 2024 tot 2029 bouwen we aan het gemeentebrede omgevingsplan. In de tussentijd werken we met tijdelijke omgevingsplannen (van rechtswege omgezette bestemmingsplannen), wat extra werk met zich mee brengt.
Op basis van de participatievisie die in 2023 is vastgesteld, is een participatiewijzer opgesteld. Deze participatiewijzer is bedoeld voor initiatiefnemers en ook voor ons zelf. Digitaal Voor het digitale spoor van de wet moeten er ook de nodige stappen worden gezet. We hebben inmiddels OWO-breed nieuwe Omgevingswet-software aangeschaft. De aansluiting van de OWO-gemeenten op het digitale stelsel Omgevingswet (DSO-LV) is in 2021 ook gerealiseerd. Sinds begin 2023 werken met de nieuwe vergunningssoftware, die we ook onder de omgevingswet blijven gebruiken. Daardoor kan er nu ook volop in de keten worden geoefend. Daarnaast worden de gebruikers van de nieuwe systemen opgeleid en is men druk bezig met het inrichten en vullen van de nieuwe systemen. Opleiding/training Om straks te kunnen werken met de Omgevingswet is opleiding/training van onze medewerkers nodig. In 2020 is daarom gestart met een OWO-brede basistraining Omgevingswet. Vanaf september 2022 tot april 2023 is een OWO-breed opleidingstraject uitgevoerd. Hierbij zijn allerlei verdiepende trainingen op het gebied van de Omgevingswet gegeven. In de tweede helft van 2023 worden de medewerkers van het KCC aanvullend getraind.
90
We nemen onze huidige werkprocessen kritisch onder de loep en maken deze Omgevingswetproof. Dit geldt voor het vergunningentraject als ook voor ruimtelijke initiatieven die bij de gemeente binnen komen. Ook hier kijken we naar harmonisatie en afstemming met onze OWO-partners. Op dit moment oefenen we samen met de OWO partners de nieuwe werkprocessen. Raadsbesluiten We hebben in 2021 al een aantal verplichte raadsbesluiten genomen zoals over het bindend adviesrecht, verplichte participatie, delegatiebesluit, verordening nadeelcompensatie en in 2022 over het instellen van een adviescommissie omgevingskwaliteit. In 2023 zijn de verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, de erfgoedverordening en de subsidieverordening monumenten aangeboden aan de raad. Voor 1 januari 2024 moet de gemeenteraad nog een besluit nemen over de legesverordening. Communicatie We gaan de komende periode, voor de inwerkingtreding op 1 januari 2024, de communicatie richting onze inwoners en bedrijven over de Omgevingswet intensiveren met meer informatie en uitleg. De wet is veelomvattend en vraagt een andere manier van werken, waardoor in de eerste periode kinderziektes zullen optreden. 2. Regio Deal Zuidoost Friesland In juli 2020 heeft de regio Zuidoost Friesland een Regio Deal gesloten met het Rijk.
Het Rijk investeert € 15 miljoen in deze Regio Deal en daar tegenover zorgt de regio voor minimaal € 15 miljoen aan cofinanciering. De regio doet dit primair vanuit bestaande projecten en programma’s die aansluiten bij de ambities van de Regio Deal. Met de rijksbijdrage kunnen deze projecten en programma’s versneld en/of uitgebreider uitgevoerd worden. Alle betrokken partners in de regio trekken een aantal projecten. In dit thema beschrijven we uitsluitend de projecten waarvoor de gemeente Ooststellingwerf projecttrekker is. De projecttrekker is primair verantwoordelijk voor de inhoud, organisatie, planning, communicatie, financiën en verantwoording. Daarbij altijd rekening houdend met de regionale context. De Regio Deal Zuidoost Friesland verloopt voorspoedig en is begonnen aan de afrondende fase. In deze fase worden de projecten uitgevoerd en afgerond. In de oorspronkelijk beoogde planning is de Regio Deal van start gegaan op 1 oktober 2020 en is afgesproken dat alle gelden besteed moeten zijn op 31 december 2023. Hierbij was ruimte overgelaten van 1 januari 2024 tot 1 oktober 2024 voor de afronding en de verslaglegging van de Regio Deal. De meeste projecten verlopen voorspoedig en hebben geleid tot de versterking van de samenwerking tussen de overheden, onderwijs en zorginstellingen.
Bij verschillende projecten is gebleken dat deze, om verschillende legitieme redenen, niet afgerond kunnen worden voor 31 december 2023, maar wel binnen de looptijd van de Regio Deal (1 oktober 2024). Voor Ooststellingwerf is dit het geval voor de projecten Leer- en Kenniscentrum Bodem en Zorgeconomie. Voor enkele projecten is het niet mogelijk om deze af te ronden binnen de looptijd van de Regio Deal. Voor deze projecten is uitstel gevraagd bij het rijk. Voor Ooststellingwerf is dat het geval voor het uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme. Met een verzoek om uitstel wordt de looptijd van de Regio Deal verlengd met een jaar en is de einddatum van de Regio Deal 1 oktober 2025. Het uitstellen van de einddatum heeft gevolgen voor de overheadkosten. Via de P&C-cyclus wordt een voorstel aan u voorgelegd voor dekking van de extra overheadkosten, zodra hier duidelijkheid over is. Zorgeconomie Met het project Zorgeconomie willen we als regio inzetten op een leefbare regio waar onze inwoners prettig kunnen (blijven) wonen en werken. Dit gaat erover wat we als regio kunnen doen om de sociaal maatschappelijke uitdagingen o.a. door vergrijzing en ontgroening tegemoet te treden. We doen dit door in te zetten op positieve gezondheid en werkgelegenheid in de zorg. Er zijn/worden drie regiobrede aanpakken ontwikkeld: Bloeizones, Atelier Sociaal Domein en werkgelegenheid in de zorg.
91
Voor Zorgeconomie is met de partners uit de Regio Deal een uitvoeringsprogramma opgesteld. We zetten daarbij in op Positieve Gezondheid (Atelier Sociaal Domein en Bloeizone) en Werkgelegenheid in de zorg. Met het thema Positieve Gezondheid beogen we dat onze inwoners mentaal en fysiek gezond blijven. Dit doen we door het stimuleren en faciliteren van Bloeizones in de regio zodat inwoners in een gezonde leefomgeving wonen. Ook werken we met studenten aan vraagstukken rondom Positieve Gezondheid in het Atelier Sociaal Domein. De resultaten hieruit delen we met onze partners. Doel van het thema werkgelegenheid is ervoor zorgen dat we vraagstukken rondom werkgelegenheid (in de zorg) kunnen aanpakken en aantrekkelijk blijven als arbeidsmarktregio. Dit doen we door het verstrekken van opstartsubsidies aan een aantal projecten die een vernieuwende bijdrage leveren aan het personeelstekort in de zorg. Binnen Zorgeconomie werken we nauw samen met verschillende partners, zoals het HANNN, FSP en NHL-Stenden. Vanuit het Rijk is € 525.000 beschikbaar gesteld om inhoud te geven aan de zorgeconomie. Vanuit de gemeente is € 55.000 aan cofinanciering beschikbaar. De looptijd van het project is tot eind 2023. Inmiddels is er uitstel gevraagd (en verleend) tot 1 oktober 2024. Uitvoering kan binnen de bestaande project begroting.
Personeelstekort (ouderen)zorg • We starten een pilot met waarin we ouders met een bijstandsuitkering een intensief traject aanbieden van hulp in combinatie met een baan in de zorg. • We blijven in gesprek met partners in welzijn, zorg, onderwijs en arbeidsparticipatie om te zoeken naar andere concrete oplossingen en kansen die regionale samenwerking ons kan brengen. • We gaan onderzoeken hoe we ruimhartiger om kunnen gaan met aanvragen van inwoners voor mantelzorgwoningen en prémantelzorgwoningen. • We clusteren woningen voor ouderen zoveel mogelijk, zodat zij onderlinge steun kunnen bieden, de kans op eenzaamheid vermindert en de zorg aan huis goed en efficiënt geboden kan worden. Masterplan Oosterwolde De regionale kernen hebben een belangrijke voorzieningenfunctie voor de vele kleine dorpen in de regio. Deze voorzieningen staan zowel qua omvang als kwaliteit onder druk. We willen de sociale cohesie vergroten en het voorzieningenfunctie van Oosterwolde behouden en versterken. Om die reden werken we aan een Masterplan Oosterwolde waarin een structurele versterking van het centrum centraal staat. Dit project is in 2023 afgerond. Er is een nieuwe detailvisie vastgesteld en er zijn een drietal projecten ten behoeve van de verbetering van de sfeer, leefbaarheid en vergroening van het centrumgebied in Oosterwolde uitgevoerd.
Een daarvan is het vergroenen van de Stationsstraat naar voorbeeld van het mobiele bos in Leeuwarden. Er zijn 10 bomen geplant in verrijdbare bakken. De andere twee betreffen het plaatsen van grondspots onder drie grote beukenbomen en plaatsen van stekkers op lantaarns ten behoeve van de feestverlichting. Uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme Het project beoogt een slimme groei van het toerisme in deze regio. Dit betekent dat we een optimale balans willen ontwikkelen tussen een toenemende toeristische druk en de draagkracht van onze leefomgeving. De route naar die balans bepalen we met een regionale toeristische ontwikkelstrategie. Dit project bouwt voort op een reeds bestaande regionale samenwerking en geeft een impuls aan de doorontwikkeling van de ontwikkellijnen en projecten uit het uitvoeringsprogramma Zuidoost Friesland (UPZOF) en aan de verdere versterking van een professionele organisatie voor promotie en marketing van Zuidoost Friesland (TRZF). De regionale toeristische ontwikkelstrategie is opgesteld. Deze geeft de ontwikkelrichting aan voor 2030 inclusief een uitvoeringsprogramma dat nu in uitvoering is. Het Uitvoeringsprogramma Ervaren-Turf krijgt invulling door de realisatie van TOP’s, entrees en toeristische routes.
De TRZF heeft een financiële bijdrage ontvangen om de marketing, professionalisering van de sector en productontwikkeling van Het Andere Friesland verder uit te bouwen. Vanuit het Rijk is € 1.000.000 beschikbaar gesteld om inhoud te geven aan het uitvoeringsprogramma. Vanuit de regio is € 200.000 aan cofinanciering beschikbaar gesteld. De looptijd van het project is tot eind 2023.
92
Leer- en kenniscentrum Bodem Het LKC-Bodem sluit met name aan op het veerkrachtig landschap en daarmee op maatschappelijke vraagstukken die gerelateerd zijn aan bodemgesteldheid, waterkwaliteit en biodiversiteit. Het Rijk wil dat in 2030 alle landbouwgronden duurzaam worden beheerd. Om dat te realiseren moet er meer worden geïnnoveerd, nieuwe verdienmodellen worden ontwikkeld, kennis over duurzaam bodembeheer verspreiden worden en meer bewustwording worden gecreëerd. Het LKC-Bodem draagt bij aan al deze terreinen. Het LKC-Bodem zal onderdeel worden van een breder in Noord-Nederland opgezette strategie en samenwerking voor praktijkgericht onderzoek naar duurzaam beheerde bodems. We hebben een leer- en onderzoekscentrum opgezet waar agrariërs, bedrijven, onderzoekers en studenten kennis kunnen vergaren over de samenhang tussen ecosysteem diensten van de bodem, organische stofgehalte, emissies naar lucht en water, circulariteit van gebruik van stofstromen, adaptatie aan klimaatverandering en hiervan afgeleide verdienmodellen. Een centrum dat regionaal is ingebed, maar met een (inter)nationale netwerk en uitstraling.
Het centrum heeft als belangrijkste doelstelling handelingsperspectieven te genereren voor inzetten van bodem in een economisch renderende landbouw voor tegengaan van effecten van klimaatverandering en ontwikkelen van methodieken om bodems en geleverde ecosysteemdiensten beter bestand te maken tegen effecten van klimaatverandering. Vanuit het Rijk is € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de realisatie van de faciliteiten en coördinatie, communicatie en projecten in de eerste drie jaar. Na drie jaar (2024) moet het leer- en onderzoekscentrum op eigen benen staan en zelf voldoende middelen genereren uit projecten, cursussen en verhuur faciliteiten om personeel, onderhoud en vervanging te bekostigen. 3. Haerenkwartier De wijk Haerenkwartier is een moderne toekomstbestendige wijk, waarbij de gemeente rekening heeft gehouden met het inrichten van de wijk op een klimaatrobuuste en duurzame wijze. Het woningaanbod past bij de demografische ontwikkelingen en draagt bij aan de verbetering en verduurzaming van het woningbestand in Ooststellingwerf. De bewoners van de wijk ontmoeten elkaar en zijn trots op hun wijk en medebewoners. Ze voelen eigenaarschap en dragen naar vermogen actief bij aan een nette, gezellige en leefbare wijk. Professionals zijn zichtbaar en bekend en bieden ondersteuning aan bewoners die dit nodig hebben.
Ze kennen de wijk en de bewoners waardoor vroegsignalering mogelijk wordt en vormen een sluitende keten van zorg en ondersteuning. Alle fysieke werkzaamheden zijn afgerond. Er staat een volledige nieuwe en duurzame wijk waar iedereen trots op kan zijn. Naast alle fysieke maatregelen was en is er veel aandacht voor bewoners(participatie) en de leefbaarheid in de wijk. We werken samen met de klankbord van ca. 35 enthousiaste wijkbewoners. Het programma Aandachtsgebieden liep in 2023 af. We willen de wijk nog niet loslaten en blijven investeren in de sociale cohesie en activering in de wijk. In samenwerking met onder andere het Leger des Heils, Scala, het Gebiedsteam en Actium houden we gezamenlijk vinger aan de pols om problemen vroeg te signaleren en waar nodig hulp te organiseren. 4. Stikstof In de gemeente Ooststellingwerf ligt een groot deel van het Fochteloërveen, het Drents Friese Wold en de beekdalen waarvan de stikstofmaatregelen en de opgave stikstofreductie vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied veel impact hebben. Het stikstofvraagstuk is een ingrijpend en complex vraagstuk met veel belanghebbenden. Provincie Fryslân is verantwoordelijk voor het uitvoeringsprogramma met een gebiedsgerichte aanpak waarbij in gebiedsopdrachten de doelen, bronmaatregelen voor de stikstofreductie en de natuurherstelmaatregelen worden opgenomen.
We zetten in op deelname in de gebiedsgerichte aanpak. De gebiedsgerichte aanpak start in 2024. Dit leidt naar verwachting tot een forse inzet vanuit de gemeente qua capaciteit. Denk daarbij aan de inzet en input van ambtenaren uit verschillende werkvelden naar de provincie toe en in een later stadium om het gesprek aan te gaan rond de genoemde natuurgebieden met agrariërs, natuurbeheerders, bedrijven uit de recreatiesector en bewoners. We willen een balans tussen de draagkracht van de natuur, met een robuust watersysteem en een lage impact op het klimaat, en een perspectief voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling voor bewoners, agrariërs, grondeigenaren/beheerders in de gemeente. 93
Wat gaan we doen • Meewerken aan verbetering van natuur. • Hierin samen met de raad optrekken. • Zorg dragen voor een gebiedsgerichte aanpak. • Daarbij rekening houden met de balans tussen natuur, landbouw en economische ontwikkelingen. • De agrariërs steunen die de omslag naar kringlooplandbouw (willen) gaan maken en circulaire landbouwinitiatieven steunen. • Ons inspannen om alle maatschappelijke partners, de natuurorganisaties, grondeigenaren en gebruikers in het gebiedsproces te betrekken. • We bieden sociaal psychologische hulp voor agrariërs die daar behoefte aan hebben. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces: we zijn en gaan in gesprek met groepen agrariërs en andere groepen belanghebbenden. We gaan in gesprek met de raad aan de hand van een startnotitie, waarin de inzet voor 2024 wordt opgenomen. 5. Accommodatiebeleid Het accommodatiebeleid en leefbaarheid Ooststellingwerf geeft inzicht in de kansen om accommodaties in Ooststellingwerf op een efficiënte en betaalbare wijze in te zetten in relatie met het maatschappelijke nut van de accommodatie in de omgeving. Een integrale afweging gericht op efficiëntie van gebruik, betaalbaarheid en maatschappelijk nut.
Waar liggen kansen en waar liggen risico’s? Dat geldt voor de accommodaties waar de gemeente eigenaar van is en voor de accommodaties waar de gemeente geen zeggenschap over heeft, maar die wel een maatschappelijk nut dienen of daarvoor inzetbaar zijn. We willen in samenwerking met eigenaren en gebruikers komen tot meer maatschappelijk rendement, waarbij de activiteiten centraal staan en niet het vastgoed. Daarnaast is het beheer, onderhoud en de grote financiële opgave om de accommodaties te verduurzamen een aanleiding die de gemeente dwingt een standpunt in te nemen over de accommodaties. De sectorale routekaarten van het maatschappelijk vastgoed, die door het Rijk zijn vastgesteld als uitvloeisel van het Klimaatakkoord van Parijs, moeten worden uitgevoerd. De CO2 uitstoot moet in 2030 met 49% zijn verminderd ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%. De bestaande accommodaties verduurzamen genereert (indicatief) een extra kapitaallast van tussen de € 1,3 en € 1,6 miljoen. De raad heeft op 8 november 2022 amendement # A-019 "Gas erop van het aardgas af voor slim en toekomstgericht accommodatiebeleid" aangenomen. Inhoudende dat met ingang van 2024 € 200.000 structureel aan kapitaallast beschikbaar is gesteld en in de jaren daarna het budget steeds met € 100.000 op te hogen, tot er voldoende budget beschikbaar is.
We willen dat de op termijn (in 2030) benodigde en verduurzaamde accommodaties op een slimme en efficiënte wijze worden ingezet voor de gebruikers. We gaan een accommodatiebeleid opstellen dat insteekt op: • Efficiënt gebruik van accommodaties in relatie met behoud van leefbaarheid in alle dorpen. • Een slimme inzet van accommodaties en keuzes maakt in welke accommodaties er dan nodig zijn. • De langdurige betaalbaarheid zowel op beheer en onderhoud als op het gebied van verduurzaming Om hier invulling aan te geven ontwikkelen we scenario's voor duurzaam accommodatiebeleid. Op 4 juli 2023 heeft een bijeenkomst met de raad plaatsgevonden waarin richting is gegeven voor de mogelijke scenario's.
94
Paragraaf 10 | Visie op Samenleven Inleiding Dit programma ‘Samenleven’ gaat over de Visie op Samenleven 2020-2024 (vastgesteld in oktober 2019). Het is een integraal programma over het gehele sociaal domein. Het bestaat uit vier opgaven namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. In een doelenboom staat samengevat wat we per opgave willen bereiken (maatschappelijke effecten). De doelenboom vindt u hieronder en in groter formaat op https://www.ooststellingwerf.nl/visie-samenleven. Er is een aantal gemeenschappelijke regelingen dat bijdraagt aan de vier opgaven: • Sociaal Domein Fryslân (SDF): Binnen de Centrumregeling SDF werken Friese gemeenten samen aan beleidsvoorbereiding en de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel is, om waar nodig, specialistische jeugdhulp en ondersteuning te leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten. • Veiligheidsregio Fryslân (VRF): Binnen de VRF werken Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De VRF werkt op het gebied van gezondheidszorg aan het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de Friese inwoner.
• GR SW Fryslân: GR SW Fryslân en Caparis NV dragen bij aan het aanbieden van arbeidsplaatsen voor onze inwoners in het kader van de voormalige wet sociale werkvoorziening. Per 1 januari 2020 is de herstructurering van Caparis afgerond. De GR is aangepast. Alle SW-medewerkers zijn daarin administratief ondergebracht. Wij zijn geen aandeelhouder meer van Caparis en hebben een Dienstverleningsovereenkomst gesloten met Caparis voor de begeleiding en ontwikkeling van onze inwoners met een SW-indicatie. Voor de vier verschillende opgaven zijn maatschappelijke effecten geformuleerd. Ze zijn uitgewerkt in doeagenda’s en staan hieronder beschreven.
95
1. Opgave meedoen: Alle inwoners doen volwaardig mee Inwoners vinden ‘Meedoen’ een belangrijk thema. Daarnaast hebben we wettelijke taken op dit terrein. Het gaat om de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening. Voor de Opgave Meedoen zijn in de Visie op Samenleven vier maatschappelijke effecten (A t/m D) benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan willen werken. Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 6, thema 6.1 Meedoen. Maatschappelijk effect A. Mensen kunnen levensloopbestendig wonen (zie Doe Agenda A en woon(zorg)visie). A1. Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren (faciliteren) A2. Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen (faciliteren) A3. Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen (regisseren) Maatschappelijk effect B. Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (zie doe-agenda B). B1. Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt (regisseren) B2. Uitkeringsgerechtigden maken naar vermogen stappen op de Participatieladder (regisseren) B3. Mensen ervaren een zinvolle invulling van hun dag (faciliteren) Maatschappelijk effect C. Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (zie doe-agenda C en doe-agenda Inburgering). C1. Mensen zijn tevreden over hun maatschappelijk leven (loslaten) C2.
Mensen zijn zelfredzaam (faciliteren) C3. Kinderen in armoede hebben mogelijkheden om mee te doen (regisseren) C4. Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen (regisseren) C5. Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving (stimuleren) Maatschappelijk effect D. Mensen maken indien nodig gebruik van het vangnet D1. Mensen zijn op de hoogte/kennen de wegen (regisseren) D2. Mensen maken gebruik van de wegen (stimuleren) D3. Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen (regisseren) D4. Mensen zijn tevreden over de ondersteuning (stimuleren) 2. Opgave samenleven: Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap Samenleven is een onderwerp dat erg leeft in de gemeente. Inwoners vinden ‘elkaar ontmoeten’, ‘elkaar ondersteunen’ en activiteiten en verenigingen in de dorpen en in de buurten belangrijk. Voor de Opgave Samenleven zijn in de Visie op Samenleven drie maatschappelijke effecten benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan werken. Maatschappelijk effect E. Mensen voelen zich verbonden (zie doe-agenda E) Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.2 Samenleven E1. Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen (loslaten) E2. Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap (faciliteren) E3.
Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten (faciliteren) E4. Mensen ervaren minder eenzaamheid (stimuleren) Maatschappelijk effect F. Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.2 Samenleven F1. Mensen helpen elkaar (faciliteren) F2. Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op (faciliteren) F3. Mensen ervaren ruimte om ideeën/initiatieven te ontwikkelen (faciliteren) F4. Mantelzorgers raken niet overbelast (regisseren) Zie thema 1.3 Gezondheid.
96
Maatschappelijk effect G. Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sportinfrastructuur (zie doeagenda G) Dit maatschappelijk effect staat in programma 5, thema 5.1 Sport en cultuur G1. Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sportactiviteiten (faciliteren) G2. Mensen zijn op de hoogte en hebben toegang tot sociale, culturele en sportinfrastructuur (stimuleren) G3. Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving (stimuleren) G4. Er is een actief verenigingsleven (loslaten) G5. Vrijwilligers floreren in de samenleving (faciliteren) 3. Opgave gezondheid: Inwoners ervaren een positieve gezondheid Inwoners vinden ‘Gezondheid’ een belangrijk thema. Daarnaast hebben we wettelijke taken op dit terrein en moeten we lokaal invulling geven aan de landelijke gezondheidsnota. Voor de Opgave Gezondheid zijn in de Visie op Samenleven vier maatschappelijke effecten (H t/m K) benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan willen werken. Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 7, thema 7.1 Gezondheid. Maatschappelijk effect H. Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen (zie doe-agenda HK) H1. Mensen ervaren laagdrempelige mogelijkheden om hun eigen gezondheid te verbeteren (deels faciliteren, deels stimuleren) H2. Mensen voelen zich lichamelijk gezond (stimuleren) H3.
Mensen voelen zich mentaal gezond en ervaren zingeving (stimuleren) H4. Mensen ervaren dat zij in staat zijn tot alledaagse dingen zoals werken, omgaan met tijd en geld en grenzen stellen (stimuleren) Maatschappelijk effect I. Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden (zie doe-agenda I) I1. Mensen vormen samen een dementievriendelijke gemeente (stimuleren) I2. Ouderen hebben betekenisvolle relaties, werk en/of daginvulling (faciliteren) I3. Mantelzorgers raken niet overbelast (regisseren) Maatschappelijk effect J. Mensen voelen zich veilig J1. Jeugdigen komen niet in aanraking met geweld (regisseren) J2. Mensen zijn weerbaar (faciliteren) J3. Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties (regisseren) Maatschappelijk effect K. Mensen leven in een gezonde leefomgeving (zie doe-agenda HK) K1. Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk (regisseren) K2. Mensen gaan graag naar buiten (loslaten) K3. Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving (regisseren) 4. Opgave goed opgroeien: Jeugdigen (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen Maatschappelijk effect L. Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal Dit maatschappelijk effect staan in programma 4, thema 4.1 Onderwijs. L1.
Jeugdigen krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien (faciliteren) L2. Jeugdigen gaan naar school (regisseren) L3. Jeugdigen halen een startkwalificatie (regisseren) L4. Jeugdigen zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven) (regisseren) L5. Jeugdigen en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden (regisseren)
97
Maatschappelijk effect M. Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders (zie doe-agenda O) Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.3 Goed Opgroeien. M1. Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid (loslaten) M2. Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieve programma’s (stimuleren) M3. Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk) (regisseren) M4. Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund (regisseren) M5. Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties bij hun opvoedvragen (regisseren) Maatschappelijk effect N. Jeugdigen zijn weerbaar Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.3 Goed Opgroeien. N1. Jeugdigen ontwikkelen sociale vaardigheden (loslaten) N2. Jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen (faciliteren) - Zie ook doe-agenda HK Positieve gezondheid (2022). N3. Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld (deels regisseren, deels stimuleren) - Zie Preventie en handhavingsplan Alcohol en Middelen 2021-2024 Maatschappelijk effect O. Jeugdigen en ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien (zie doeagenda O) Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.3 Goed Opgroeien. O1.
Jeugdigen met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund (regisseren) O2. Jeugdigen en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund (regisseren) O3. Scheidingen verlopen met minimale schade voor jeugdigen (stimuleren) O4. Jeugdigen ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI (stimuleren) Integraal en ontschot werken We blijven investeren in integraal en ontschot werken. In de doe-agenda's zien we het integraal werken terug (niet meer denken vanuit beleidsterreinen maar vanuit de effecten die we voor inwoners willen bereiken). Dit werkt ook door in onze afspraken met samenwerkingspartners. Bijvoorbeeld met stichting Scala en de bibliotheek werken we aan het anders vormgeven van de subsidie-afspraken. We richten deze steeds meer op effecten (outcome) in plaats van activiteiten (input, output). Doorontwikkeling Gebiedsteam De doorontwikkeling van het Gebiedsteam is afgerond. De leiding van het Gebiedsteam draagt zorg voor borging van de resultaten. Het belangrijkste resultaat is dat inwoners weten waarvoor en hoe ze bij het Gebiedsteam terecht kunnen. Het Gebiedsteam is belangrijk bij de implementatie van de Visie op Samenleven.
We willen één (voldoende laagdrempelige) toegang voor inwoners, zoveel mogelijk één aanspreekpunt per inwoner/huishouden, zo eenvoudig en snel mogelijke processen en versterking van het ontschot werken. We vragen inwoners met de meeste 'stapeling' van problemen wat zij echt nodig hebben en bekostigen dat (in plaats van verstrekken waar zij recht op hebben). Hierdoor zijn we goedkoper uit, zijn de oplossingen duurzamer en voelen de mensen waar het om gaat zich meer gehoord. We werken op vindplaatsen zoals scholen en bij de huisarts. We zorgen voor een communicatiestrategie zodat inwoners de weg weten en optimaal geïnformeerd zijn. Er is een sociale kaart waarin zichtbaar is wat er in onze gemeente allemaal is (zonder indicatie) op het terrein van zorg, welzijn, werk, opvoeden, geldzaken en vrije tijd. Daarmee maken we het inwoners en professionals makkelijker om gebruik te maken van algemene (preventieve en lichte) voorzieningen ('voorliggend veld'). Ook stimuleren we het gebruik hiervan door medewerkers te helpen meer gebruik te maken van het voorliggende veld (algemene voorzieningen). Hierdoor zorgen we, daar waar mogelijk, voor passende oplossingen zonder (dure) geïndiceerde zorg in te zetten en dragen we bij aan normaliseren.
98
Datagedreven werken en Monitor Sociaal Domein Bij het maken van de doe-agenda's gebruiken we data om gericht en lokaal knelpunten aan te pakken of problemen te voorkomen. Denk aan gerichte acties in een buurt, straat of dorp waar relatief veel zorggebruik, armoede of eenzaamheid is. We monitoren ons beleid via de Monitor Sociaal Domein. Hierin staat per opgave en per doe-agenda informatie die ons helpt om te zien of onze inspanningen de beoogde effecten opleveren, wat er goed gaat en wat aandacht vraagt. Grip op uitgaven jeugd en Wmo • We willen problemen vóór zijn door te investeren in preventie en door te zorgen dat inwoners ons weten te vinden als zij hulp nodig hebben. • We willen de uitgaven op jeugd en Wmo beperken en blijven doen wat nodig is om de meest kwetsbare inwoners goed te ondersteunen. • We willen dat inwoners zoveel mogelijk gebruik maken van voorzieningen en activiteiten die zonder indicatie beschikbaar zijn (voorliggende voorzieningen). We investeren we in allerlei vormen van preventie (zie opgaven Meedoen, Gezondheid en Goed Opgroeien) en in sociale verbanden tussen mensen en in samenredzaamheid (stevige sociale basis). In de periode 20192022 namen we diverse andere maatregelen om de uitgaven te beperken. Bovengenoemde Monitor Sociaal Domein geeft onder meer inzicht of we daar in slagen.
Mocht dit onvoldoende het geval zijn, dan vallen we terug op de reeds geïnventariseerde besparingsmogelijkheden op het terrein van de Wmo en leggen deze (opnieuw) aan de raad voor.
99
Paragraaf 11 | Wet open overheid (Woo) Inleiding Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) inwerking getreden. De wet is bedoeld om overheidsorganisaties transparanter te maken en dat moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en uitwisselbaar is. Het grote verschil tussen de Woo en de Wob betreft de actieve openbaarmaking van documenten behorende tot 11 informatiecategorieën. Dat is een belangrijke aanvulling op de Wob. De Woo kent enkele doelstellingen waarvan de belangrijkste onderstaand zijn weergegeven: 1. Actieve openbaarmaking. Hieronder valt het actief openbaar maken van informatie uit eigen beweging. 2. Passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken). Met de inwerkingtreding van de Woo is de afhandelingstermijn op Woo-verzoeken verkort. Feitelijk betekent dit dat Woo-verzoeken nu binnen 6 weken afgehandeld moeten worden in plaats van 8 weken die er onder de Wob nog voor stonden. Een Woo-verzoek moet daarbij elektronisch kunnen worden ingediend. 3. Bestuursorganen moeten maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. Wat hebben we gedaan? In 2023 werden de eerste stappen gezet ten behoeve van de Woo-implementatie. In 2023 zijn de wettelijke kaders van het niveau basis ingericht zoals het instellen van een Woo-coördinator.
Daarnaast is er anonimiserings-software aangeschaft die bij het verwerken van Woo-verzoeken nu gebruikt wordt; niet alle informatie is namelijk openbaar, zeker omdat er bijvoorbeeld tevens rekening gehouden dient te worden met de privacy vanuit de AVG. Wat gaan we doen? De focus zal komen te liggen op de implementatie van de actieve openbaarmaking vanuit de informatiecategorieën die in 2024 verplicht worden. Dat betreft dus het Woo-ambitieniveau Basis. We willen echter doorgroeien naar het ambitieniveau Medium, om daarmee nog meer stappen te kunnen zetten t.a.v. de optimalisering van de transparantie. In 2024 zal daarom worden gewerkt aan diverse stappen. Dat betreft onder andere: • Het onderzoeken welke stukken openbaar gemaakt dienen te worden vanuit zowel het niveau Basis als ook het niveau Medium. • Het publiceren (actief openbaar maken) van stukken die onder de verplichte informatiecategorieën vallen (niveau Basis). En een start maken met het publiceren van overige informatiecategorieën (niveau Medium). • Onderzoeken van de mogelijkheden die het e-depot biedt. Stukken worden namelijk openbaar zodra ze worden overgebracht naar het e-depot en hoeven dan niet langer of ook nog eens elders gepubliceerd te worden. Tevens wordt voor inbedding van alle te zetten stappen gezorgd in de drie OWO organisaties.
Dat betreft dan niet alleen het uitvoering geven aan de verplichtingen, maar zeker ook het communiceren over de verplichtingen die de Woo met zich mee brengt. Als ook het opleiden van medewerkers om hier binnen hun huidige werkzaamheden opvolging aan te kunnen geven. Want de implementatie van een wet als de Woo betreft een cultuurverandering die moet zorgen voor een verandering van een houding van ‘gesloten mits' naar 'open tenzij’.
100