CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Sociaal Domein eerste helft 2023 definitief

Raadscommissie Samenleving 7 december 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Monitor Sociaal Domein 1e helft 202317.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Doel HK 5: De openbare ruimte stimuleert inwoners om (meer) te gaan bewegen en de omgeving is veilig en gezond. Het percentage inwoners dat voldoende beweegt: zie doel HK3. Het percentage ouders dat aangeeft dat er voldoende speelvoorzieningen zijn (Bron: GGD): 2018: 79% (87% Friesland) 2022: 74% (86% Friesland) Het percentage kinderen dat dagelijks buiten speelt (Bron: GGD): 2018: 52% (49% Friesland) 2022: 72% (63% Friesland)

41

Figuur 15: Het percentage inwoners dat een veilige en gezonde leefomgeving ervaart (Bron: GGD)

Aanvullende gegevens uit de Burgerpeiling 2022: Thuis of op werk/school wel eens last van psychisch of fysiek geweld Ik voel me veilig op mijn werk en/of op school Ik voel me veilig in mijn dorp

6%

77%

17%

33%

65%

2%

Ja Neutraal

83%

14%

3%

Nee

42

Het aantal rookvrije sportterreinen en scholen dat rookvrij is (JOGG): Sinds augustus 2020 is een rookvrij schoolplein verplicht, dus alle schoolpleinen zijn in principe rookvrij. Verder staat op rookvrijegeneratie.nl een kaart met daarin rookvrije locaties in Friesland. De locaties moeten zich hier zelf voor aanmelden, wat betekent dat de kaart zeer waarschijnlijk niet volledig is. De informatie uit de kaart is hieronder samengevat. Figuur 16 Locatie

Straat + huisnummer

Stad

GGD regio

Initiatief

Sector

Sub sector

Sub sector categorie

TCA Appelscha

Boerestreek 20A 8426 BP

Appelscha

GGD Fryslân

Gedeeltelijk rookvrij

Sport en spel

Sportterrein

Tennis

Stal Rosanne Klaver

Moskoureed 1A 8435 TH

Donkerbroek

GGD Fryslân

Geheel rookvrij

Sport en spel

Sportterrein

Paardrijden

SV Donkerbroek – afdeling voetbal

Vaart Westzijde 1A 8435 WB

Donkerbroek

GGD Fryslân

Gedeeltelijk rookvrij

Sport en spel

Sportterrein

Voetbal

SV Donkerbroek – afdeling korfbal

Vaart Westzijde 1A 8435 WB

Donkerbroek

GGD Fryslân

Gedeeltelijk rookvrij

Sport en spel

Sportterrein

Korfbal

Gemeente Ooststellingwerf

’t Oost 11 8431 LE

Appelscha

GGD Fryslân

active

Organisaties

Gemeente

Verkeers- en Attractiepark Duinen Zathe

Noorder Es 1 8426 GW

Appelscha

GGD Fryslân

Gedeeltelijk rookvrij

Vrije tijd

Dag attractie

Golfclub de Hildenberg

Gruun 3 8426 NA

Appelscha

GGD Fryslân

Gedeeltelijk rookvrij

Vrije tijd

Sportterrein

Doel HK6: De mentale weerbaarheid en ervaren zingeving bij jongeren neemt toe (zie ook Goed Opgroeien) Het percentage kinderen 4-12 met matige of ernstige psychosociale problematiek (Bron: GGD 2022)27: 2018: 20% (17% Friesland) 2022: 18% (18% Friesland)

27

De verschillen binnen onze gemeente zijn groot. In Oosterwolde komt relatief meer psychosociale problematiek voor bij kinderen van 4 tot 12 jaar dan in de rest van de gemeente.

43

Het percentage kinderen 4-12 dat onvoldoende weerbaar is (Bron: GGD 2022): 2018: 9% (Friesland 8%) 2022: 7% (Friesland 7%) Het percentage kinderen 4-12 jaar waarvan de ouders vindt dat ze onvoldoende weerbaar zijn (Bron: GGD 2022): 2018: 8% (Friesland 6%) 2022: 6% (Friesland 6%)

➢ 64% van de jongeren (12-24 jaar) voelt zich niet altijd positief over zijn/haar leven ➢ 67% van de jongeren (12-24 jaar) voelt zich niet altijd mentaal fit

Bron: GGD januari 2022

44

Doel HK7: Iedereen heeft toegang tot passende (bij)scholing om gezondheidsvaardigheden te vergroten en hiervan wordt gebruik gemaakt. Het percentage inwoners met beperkte gezondheidsvaardigheden dat we bereiken (bijvoorbeeld via deelname aan cursussen rekenen, taal en digitaal) (cijfers bibliotheek): nog niet bekend. We hebben afspraken met de bibliotheek en Scala hoe we deze gegevens inzichtelijk maken. De bibliotheek monitort het volgende: ➢ Aantal deelnemers Klik & Tik en digisterker (cursussen digivaardigheid) en info over het afronden van die trainingen (meten resultaten leerdoelen), ➢ Aantal hulpvragen Informatieloket Digitale Overheid en bevragen van de tevredenheid inzake afhandelen hulpvragen, ➢ Jaarlijkse evaluatie van de keten aanpak laaggeletterdheid door de deelnemers van het ketenoverleg te bevragen. In 2022 heeft 32% van onze peuters deelgenomen aan onze programma’s Voor- en Vroegschoolse Educatie. In 2021 was dit 33% en in 2020 was dit 28%. Zie ook Hoofdstuk Goed Opgroeien. Doel HK8: De informatie van de gemeente en zorgaanbieders is toegankelijk (Bron: fase 1 Wmo cliënttevredenheidsonderzoek 2022) 82% van de respondenten is het eens met de stelling ‘ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag’. In 2021 was dit 80% 78% van de respondenten geeft aan het contact met het Gebiedsteam als prettig te hebben ervaren.

In 2021 was dit 74% 64% van de respondenten geeft aan dat het hen weinig moeite heeft gekost om hulp aan te vragen. In 2021 was dit 58% 87% van de respondenten is het eens met de stelling ‘de gebiedsteammedewerker heeft mij duidelijke informatie gegeven’. In 2021 was dit 89% ➢ Het aantal mensen bij wie het wel moeite heeft gekost om hulp aan te vragen geven daarbij als reden op; ‘schaamte’, ‘mijn problematiek draait om contact leggen’ en ‘aanvraag heeft lang geduurd’. ➢ Bij 85% van de respondenten is de hulp binnen één maand (na aanvraag of ontvangen van de beschikking) gestart. Inwoners weten waar zij terecht kunnen als zij problemen tegen komen in hun leven (Bron: Burgerpeiling 2022). ➢ 95% van de inwoners zou om hulp vragen wanneer zij langere tijd niet goed in hun vel zitten. ➢ De meesten zouden hulp vragen bij familie en vrienden (83%) of bij de huisarts (50%) of bij het gebiedsteam (7%). ➢ Mensen die niet om hulp zouden vragen, geven aan dat zij het niet prettig vinden om andere te betrekken bij hun privézaken en/of dat zij vinden dat zij vragen over hun eigen geluk zelf moeten oplossen. Een andere reden die vaker genoemd is, is slechte ervaringen met hulpverleners.

45

4.2 Maatschappelijk effect HK – Positieve gezondheid en gezonde leefomgeving: analyse Wat gaat goed? •

• • • •

• • • • • • •

Alle inwoners van Ooststellingwerf hebben kennis kunnen maken met positieve gezondheid. Door het magazine vol met ervaringen van inwoners die vertellen over hun leefstijl, een ingrijpende levensgebeurtenis of hoe zij zich inzetten voor andere inwoners van Ooststellingwerf. Ook door de inzet van de gezondheidsbus hebben zo’n 900 inwoners hun leefstijl gecheckt en een gesprek kunnen voeren hoe zij hun gezondheidsvaardigheden kunnen vergroten. Door middel van de vouchers is het ook mogelijk gemaakt om gratis bij lokale ondernemers te werken aan een gezonde leefstijl zoals yogalessen of het inrichten van een eigen moestuin. Er kunnen in Appelscha gratis fittesten worden afgenomen. Initiatieven van inwoners die bijdragen aan positieve gezondheid komen vaker voor. Een mooie bijdrage aan het bouwen aan sociale structuren in de dorpen. We zien dat ondersteuning vanuit de regiodeal (Bloeizones) aan deze beweging bijdraagt. Ook binnen de fysieke leefomgeving is steeds meer aandacht voor gezondheid beschermende factoren en gezondheid bevorderende factoren. Door het programma JOGG (Samen maken we jeugd gezond) groeit het aantal scholen, sportverenigingen etc. dat het predicaat ‘gezond’ en/of ‘rookvrij’ draagt. Hierdoor wordt de dagelijkse leefomgeving van veel kinderen en volwassen inwoners gezonder en kan bewustwording toenemen.

De minimale beweging van kinderen tussen 4-12 jaar is toegenomen ten opzichte van 2021. Ook het eten van groenten is in de leeftijdscategorie 4-12 jaar toegenomen. De motorische ontwikkeling van kinderen uit groep 2 en 3 in Ooststellingwerf is aanzienlijk beter dan in de andere gemeenten in Friesland. Programma Voel je goed! is van start in het Haerenkwartier met 7 deelnemers. 4 daarvan hebben dit met succes afgerond en stromen door als vrijwilliger in de volgende groep. Het programma Opgroeien in een Kansrijke omgeving voor jongeren is door de raad vastgesteld. We gaan langdurig preventief beleid in zetten voor jongeren om roken, alcohol- en middelengebruik terug te dringen en te werken aan mentale gezondheid. Al ruim 90 mensen hebben door het leefstijltraject een opstart kunnen maken naar een sportschool of –vereniging. Het Buurtsport Volwassenenfonds Sport Ooststellingwerf zorgt ervoor dat volwassenen die leven rond het bestaansminimum lid kunnen worden van een sportvereniging of -school. Op die manier wordt sport- en/of structurele beweegactiviteiten voor iedereen toegankelijk.

46

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? • De beweging van jongeren in de leeftijd van 13-18 jaar in Ooststellingwerf blijft achter ten opzichte van andere gemeenten in Friesland. Met het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving kunnen we beweging van jongeren een extra impuls geven door inzet op vrijetijd. • Volwassenen in Ooststellingwerf hebben vaker overgewicht. Afgelopen jaar en ook in 2023 wordt verder ingezet op bewustwording van leefstijl. O.a. fittesten in diverse dorpen kunnen een verandering teweeg brengen bij volwassenen. Het gesprek voeren over leefstijl en de mogelijkheden om gezondheidsvaardigheden te vergroten is mogelijk. • 33% van de inwoners geeft aan dat ze vanwege financiën belemmerd worden in het maken van gezonde keuzes. Binnen de gemeente zijn diverse voorzieningen opgezet om financiële knelpunten op te lossen en te werken aan bestaanszekerheid. • Het percentage jongeren dat rookt of alcohol gebruikt blijft nagenoeg gelijk. De eerder ingezette daling zet niet door. Extra inzet is nodig om gezondheid van jongeren duurzaam te verbeteren.

47

4.3 Maatschappelijk effect I – Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden: cijfers Doel I1 Er zijn flexibele mogelijkheden voor ouderen om, samen met jongere generaties, actief te zijn in het maatschappelijk leven en zingeving te ervaren ➢ Mijn dorp is goed bereikbaar voor mensen die slecht ter been zijn: 34% ja (59% ja in 2020), 21% nee (11% nee in 2020) en 45% neutraal (30% neutraal in 2020). Mensen geven aan dat de bereikbaarheid beter kan worden wanneer de trottoirs worden verbeterd (geen obstakels bv auto’s, kliko’s of ongelijke stoeptegels en te steile afritjes van de stoeprand). ➢ Vrijwel alle inwoners van 68 jaar en ouder geven aan dat zij structuur in hun dag hebben (92%). 84% van hen ervaren ook een zinvolle daginvulling (14% neutraal en 3% ervaart dit (helemaal) niet). ➢ Mensen zijn tevreden over de mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten. 57% van alle respondenten uit de burgerpeiling vindt dit genoeg (ten opzichte van 47% in 2020). 12% vindt het (helemaal) niet genoeg (dit zijn vooral 18-35 jarigen, ouderen zijn tevredener hierover). 26% antwoordt ‘neutraal’. Doel I2 Professionals, winkeliers, het verenigingsleven en maatschappelijke organisaties wisselen kennis uit over leeftijdsvriendelijke dienstverlening, herkennen signalen van dementie en weten hoe daarmee om te gaan.

Diverse bedrijven en organisaties hebben al trainingen voor hun medewerkers georganiseerd via het programma Samen Dementievriendelijk van o.a. Alzheimer Nederland. Er is een campagne rond dementie in voorbereiding om de beeldvorming over dementie beter te krijgen. De (dunne) lijn tussen voorlichting en stigmatisering wordt hierbij goed in de gaten gehouden. Daarnaast zal er de komende periode met veel bedrijven/organisaties contacten worden opgebouwd over vrijwilligerswerk bij hen te laten doen door mensen met dementie. Uiteraard leidt dit ook tot gesprekken over de omgang met mensen met dementie. Doel I3 Kwetsbare ouderen vinden (liefst in hun nabije omgeving) een zinvolle dagbesteding. Het aantal ouderen dat deelneemt aan indicatievrije dagbesteding: zie Onderdeel Meedoen. Het aantal dorpen waar indicatievrije dagbesteding is: 3 (Oosterwolde, Haulerwijk, Oldeberkoop). 48

Het aantal plekken waar indicatievrije dagbesteding wordt geboden: 4 (twee in Oosterwolde, de anderen in Haulerwijk en Oldeberkoop). Doel I4 Ouderen en mantelzorgers vragen tijdig hulp De taken rondom mantelzorgers worden opgepakt door de mantelzorgconsulent die werkzaam is vanuit het Gebiedsteam Ooststellingwerf. ➢ Netwerk en kennis rondom mantelzorgondersteuning: In 2023 2x een bijeenkomst Provinciaal Overleg Mantelzorg ➢ Beheren van een actueel overzicht van mantelzorgondersteuning in Gemeente Ooststellingwerf (voor inwoners, gebiedsteammedewerkers en verwijzers) ➢ Fungeert als vraagbaak voor gebiedsteam medewerkers ➢ Sparringpartner voor de beleidsadviseur, die hierdoor actuele info heeft over de behoeften van mantelzorgers en hoe we hierop kunnen inspelen ➢ Mantelzorgwijzer actueel houden ➢ Respijtweekend, cursussen en trainingen samen met Vrijwilligers Academie Stichting Bolwerk: 1 respijtweekend i.s.m. Provinciaal Overleg Mantelzorg waaraan 6 mantelzorgers uit Ooststellingwerf deelnemen in september 2023.

In november 2023 is er een webinar over NAH voor mantelzorgers ➢ Ontmoeting en lotgenotencontact voor mantelzorgers met samenwerkingspartijen: zie doel I6 Doel I5 Er is één plek waar inwoners, mantelzorgers en professionals terecht kunnen met vragen die gerelateerd zijn aan ouder worden en/of mantelzorg en waar snel een duidelijk antwoord komt en/of de goede hulp wordt geregeld De plek waar inwoners, mantelzorgers en professionals terecht kunnen is de mantelzorgconsulent, werkzaam in het Gebiedsteam Ooststellingwerf. Doel I6 Mantelzorgers (o.a. van mensen met dementie) krijgen desgewenst ondersteuning die past bij hun behoeften en ervaren waardering voor hun mantelzorgrol. ➢ 42% van de inwoners heeft (mantel)zorg verleend in het afgelopen jaar. In 2020 was dit 60% (corona-effect?). Mantelzorgers zitten vooral in de leeftijdsgroep van 36-55 jaar (48%) en boven de 55 (47%). Onder 18-35 jarigen gaat het om 21%. ➢ Meer vrouwen (51%) dan mannen (33%) verlenen mantelzorg. ➢ 14% van de mantelzorgers geeft aan overbelast te zijn in het privéleven door de mantelzorg. In 2020 was dit 9%. ➢ Deze overbelasting komt meer voor bij vrouwen (17%) dan mannen (9%). Ook komt overbelasting meer voor bij mensen met een laag inkomen (19%) van midden- en hogere inkomens (11%). ➢ 80% van de mantelzorgers geeft aan geen hulp of ondersteuning van anderen nodig te hebben op het gebied van mantelzorg.

➢ Dingen die volgens mantelzorgers helpen om (op tijd) aandacht en hulp te vragen voor zichzelf zijn: ➢ Duidelijkheid over waar men terecht kan met vragen (46%) ➢ Vertrouwde zorgverleners die duidelijke tips geven over mogelijke hulp (37%) 49

➢ Een vast aanspreekpunt die op de hoogte is van de situatie (37%). (Bron: Burgerpeiling 2022) Figuur 17: Aantal mantelzorgers waar de mantelzorgconsulent contact mee heeft en dat blijk van waardering ontvangt

Aantal mantelzorgers 24+ waar de mantelzorgconsulent contact mee heeft en dat blijk van waardering ontvangt

Aantal mantelzorgers 24- waar de mantelzorgconsulent contact mee heeft en dat blijk van waardering ontvangt 38

144

34

186

189

2022

2023

33

2021

2022

2021

2023

Het percentage 65+ers met een indicatie dat begeleiding of dagbesteding krijgt Figuur 18 Het percentage 65+ers met een indicatie voor begeleiding of dagbesteding ten opzichte van het totaalbestand aan cliënten.

Percentage 65+ers begeleiding 21%

18%

79%

82%

Begeleiding 2021

Begeleiding 2022

Leeftijd 65-

Leeftijd 65+

Percentage 65+ers dagbesteding 41%

39%

59%

61%

Dagbesteding 2021

Dagbesteding 2022

Leeftijd 65-

Leeftijd 65+

Bovenstaand figuur geeft het percentage van het aantal 65+ cliënten weer dat een indicatie voor begeleiding en dagbesteding heeft. Begeleiding: In 2022 zien we een daling van 3% t.o.v. 2021 in het aantal 65+ cliënten. Dagbesteding: In 2022 zien we een daling van 2% t.o.v. 2021 in het aantal 65+ cliënten.

50

Het percentage aan gemaakte kosten ten behoeve van 65+ers met een indicatie voor begeleiding of dagbesteding ten opzichte van het totaalbestand.

Percentage kosten 65+ers begeleiding 22%

20%

78%

82%

Kosten begeleiding 2021 Leeftijd 65-

Kosten begeleiding 2022 Leeftijd 65+

Percentage kosten 65+ers dagbesteding 28%

27%

72%

73%

Kosten dagbesteding 2021

Kosten dagbesteding 2022

Leeftijd 65-

Leeftijd 65+

De daling in het aantal 65+ cliënten zien we terug in het percentage gemaakte kosten voor deze doelgroep. We weten nog niet of deze daling in verband staat met het aanbod tot indicatievrije dagbesteding (zie onderdeel Meedoen, figuur 6). Huisbezoek 75+ Inwoners van Ooststellingwerf worden rond hun 75e verjaardag bezocht door daartoe opgeleide vrijwilligers, om met hen in gesprek te gaan over wat er nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Per jaar zijn dit gemiddeld zo’n 400 mensen. De huisbezoekers attenderen inwoners ook op de diverse gemeentelijke regelingen en voorzieningen waarop zij een beroep kunnen doen en ‘geleiden’ zo nodig kwesties door naar het gebiedsteam.

51

4.4 Maatschappelijk effect I – Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden: analyse

Wat gaat goed? • Het aantal ouderen dat deelneemt aan indicatievrije dagbesteding neemt toe. In werkelijkheid is het aantal inwoners dat aan dit soort informele voorzieningen deelneemt nog groter. Denk aan betrokkenen bij de Bosgroep Oldeberkoop en het Beweegcafé Haulerwijk. • We zien steeds meer voorbeelden van ondernemers en organisaties die hun medewerkers en vrijwilligers bewust maken van leeftijdsvriendelijke dienstverlening (en specifiek omgaan met mensen met dementie). We horen dit van onze samenwerkingspartners en van ondernemers. We hebben hier geen cijfers over. • Het aantal bij ons bekende mantelzorgers neemt toe. Zij weten de mantelzorgconsulent steeds beter te vinden. De vragen die bij de mantelzorgconsulent terecht komen, zijn logischerwijs vaak relatief complexe vragen. • Zowel het percentage van mantelzorgers als het percentage wat overbelast is is per dorp erg verschillend. Dit zou kunnen samenhangen met het feit of er relatief gezien veel familie in de buurt woont met wie de mantelzorg gedeeld wordt. In dorpen waar relatief gezien veel mensen wonen die hier geboren en getogen zijn (en daardoor familie/vrienden in de buurt hebben) lijkt de overbelasting minder dan in de dorpen waar dit minder het geval is. De belangrijkste behoeften zijn een luisterend oor, duidelijke informatie over ondersteuningsmogelijkheden en hulp bij het regelen van dingen.

Dit is wat uit de gesprekken met de dorpen komt naar aanleiding van de burgerpeiling. Uit de burgerpeiling blijkt dat 42% van onze volwassen inwoners aangeven dat zij in het afgelopen jaar (mantel)zorg voor anderen heeft verleend. We hebben ongeveer 20.600 inwoners vanaf 18 jaar. Dus dan zouden ruim 8600 volwassen mantelzorgers hebben (gezorgd voor anderen). We hebben geen definitie van mantelzorg gegeven, dus het is wat inwoners zelf interpreteren. Volgens cijfers van het CPB (2020) zouden er 7683 mantelzorgers van 15 jaar en ouder zijn waarvan er 1259 langdurig en intensieve mantelzorg verlenen. Van deze groep zouden er 699 zwaarbelast zijn. Volgens de statistieken zijn 1 op de 3 inwoners mantelzorger. • Het aantal vragen dat binnen komt bij ons gebiedsteam over ouderen neemt ook toe. Gezien de vergrijzing is dit een logische ontwikkeling. Zie ook tabel 1. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Mantelzorgers, verwijzers en samenwerkingspartners zijn onvoldoende goed op de hoogte van elkaar, van de ondersteuningsmogelijkheden m.b.t. mantelzorgers en wat we (samen) kunnen doen om ervoor te zorgen dat mantelzorgers de zorg/hulp voor hun naaste zo goed en zo lang 52

mogelijk kunnen volhouden. De komende periode zal gewerkt worden aan bewustwording en het opbouwen van een netwerk. Waardoor we inzichtelijk krijgen wat de situatie op dit moment is, wat er al gedaan wordt, wat er nog nodig is en wie een rol kan vervullen om dit op te pakken. De mantelzorg consulent zal zich meer in het voorveld gaan bewegen om op die manier beter zichtbaar te zijn en preventieve rol te kunnen pakken. Op die manier willen we overbelasting onder mantelzorgers zoveel mogelijk voorkomen en/of helpen dit te verminderen. We blijven bewustwording creëren bij ondernemers, verenigingen en professionals bij het herkennen van dementie. Zie ook doel I2 waarin we beschrijven hoe we de basis voor deze voorlichting gaan leggen. De inrichting van de openbare ruimte gericht op leeftijdsvriendelijke gemeente is een ingewikkeld vraagstuk. Met name rond het thema bewegen worden momenteel mogelijke pilots verkend.

Financiële stand van zaken werkdeel Gezondheid Uitgaven Gezondheidsbeleid: € 130.000 Ouder worden: € 4.200 GGD: € 203.000

53

Hoofdstuk 5 - Goed Opgroeien In dit onderdeel verwijzen wij in de gebruikte data vooral naar de kindmonitor GGD 2022. Deze monitor is afgenomen onder kinderen tussen 4 en 12 jaar. De meest recente cijfers over jongeren tussen 12 en 18 jaar dateren uit de jeugdmonitor GGD 2019. In 2023 wordt er een nieuw onderzoek uitgezet onder deze doelgroep. De resultaten daarvan worden in juni 2024 verwacht.

5.1 Maatschappelijk effect L - Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal: cijfers Indicator L1 jeugdigen krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien Indicator L2 Jeugdigen gaan naar school Indicator L3 Jeugdigen halen een startkwalificatie • •

Het percentage kinderen waarvan ouders naar consultatiebureau gaan (0 tot 4 jaar) (GGD, 2021): 93%. Nieuwe cijfers over 2022 zijn nog niet bekend. 65% van de peuters bezoekt een peuterspeelgroep (cijfers jaarverslag Scala 2021). In 2020 was dit 56%.

Figuur 19: Cijfers schoolverzuim (speciaal) basisonderwijs, (speciaal) voortgezet onderwijs en MBO tot 23 jr. (Bron: Regio Jaarverslag 2021-2022). Nieuwe cijfers voor het schooljaar 2022-2023 zijn er nog niet.

Verzuimmeldingen per schooljaar 3919

3830

3814

113

102

143

2019-2020

2020-2021

2021-2022

Totaal aantal jongeren ingeschreven bij het onderwijs

Totaal aantal verzuimmeldingen

54

Figuur 20: Vroegtijdig schoolverlaters (geen startkwalificatie). Bron: www.duo.nl 2016-2017 34

Schooljaar Aantal voortijdig schoolverlaters (VSV)

2017-2018 24

2018-2019 26

2019-2020 35

2020-2021 35

2021-2022 (voorlopig cijfer) 43

Voortijdig schoolverlaters 2021-2022 38

MBO

Voortgezet Onderwijs

655

5

1259

VSV

Totaal aantal leerlingen

55

Indicator L4 Jeugdigen zijn taalvaardig •

Bereik tutoring: 18% van de peuters neemt deel aan onze programma’s voor Tutoring (cijfers jaarverslag Scala 2021). In 2020 was dit 14%. In 2022 hebben er in totaal 127 kinderen meegedaan aan een programma voor tutoring.

•

55% van de ouders leest kind(eren) 0 – 3 jaar dagelijks voor (Friesland 56%). Bron: GGD kindmonitor 2022 25% van de kinderen 0-3 jaar loopt het risico op een taalachterstand. Bron: GGD kindmonitor 2022

• • •

31% van de ouders leest kind(eren) 4-12 jaar dagelijks voor (Friesland: 29%). Bron: GGD kindmonitor 2022 26% van de kinderen 4 – 12 jaar leest dagelijks buiten schooltijd (Friesland: 28%). Bron: GGD kindmonitor 2022

Figuur 21: Bereik Voor- en Vroegschoolse Educatie 28 29

Aantal peuters in VVE programma 126 (28%)

136 (33%)

131 (31%)

2021

2022

105 (23%)

2019

2020

28 De percentages geven aan hoeveel peuters er deelnamen aan VVE ten opzichte van het totaal aantal peuters in onze gemeente dat naar een peuterspeelgroep ging in het

betreffende jaar. 29 Een VVE-indicatie wordt afgegeven wanneer kinderen een ontwikkelingsachterstand hebben of wanneer dit dreigt. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor kinderen met een normale intelligentie die Friestalig worden opgevoed en daardoor nog minder gevorderd zijn in het Nederlands. Dankzij VVE lopen zij die achterstand (sneller) in.

56

5.2 Maatschappelijk effect L - Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal: analyse

Wat gaat goed? Om de taalvaardigheid van kinderen te vergroten is het belangrijk om lezen voor zowel ouders als kind aantrekkelijk te maken. Dit doen we al door ouders bij de aangifte van hun pasgeboren kindje een bon voor een boekstartkoffertje mee te geven. Dit kunnen ze gratis ophalen bij de bibliotheek en stimuleert ouders om hun kind in te schrijven bij de bibliotheek. In samenwerking met de kinderopvang (VVE-groepen), krijgen kinderen voorleesboeken mee naar huis. In 2021 hebben er 136 kinderen deelgenomen aan een VVE programma. Dat is 89% van het totaal aantal kinderen dat hier voor in aanmerking kwam. De redenen dat de overige 11% uiteindelijk niet heeft deelgenomen aan het programma kan te maken hebben met de geloofsovertuiging van de ouder(s) of dat ouder(s) de visie over taal- en spraakontwikkeling niet deelt. We zijn tevreden over het percentage kinderen dat bereikt wordt en meedoet aan één van deze programma’s maar aan de andere kant zien we een stijging van het aantal kinderen dat een VVE indicatie krijgt. Stichting Comprix biedt op dit moment op 3 scholen naschoolse activiteiten aan. Naschools aanbod heeft als doel de (talent)ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Met het aanbod willen we die kinderen bereiken die het vanuit huis minder meekrijgen of voor wie deelname aan sport, cultuur en andere activiteiten niet vanzelfsprekend is.

Het aanbod is erg wisselend en bestaat uit activiteiten gericht op sport, muziek, natuur, techniek tot creatief. De kwaliteit van het aanbod wordt zowel via vragenlijsten als mondeling gemonitord. Bewegen op (basis)scholen; Scala kijk hoe het gesteld is met de motorische ontwikkeling van basisschoolkinderen. In kleine groepen wordt er gewerkt aan verbetering. Doel hiervan is om kinderen tussen de 4 en 12 jaar meer te laten bewegen waardoor bewegingsachterstanden worden verminderd. Bij jongeren tussen de 12 en 18 jaar is het doel om hen een positieve ervaring te bieden in het uitvoeren en organiseren van beweegactiviteiten. Vanuit MDT (Maatschappelijke DienstTijd) organiseren jongeren regelmatig sportactiviteiten Jongerenwerk (10 t/m 23 jaar) Jongerenwerkers bezoeken plekken waar jongeren samenkomen en zijn aanwezig in de jongerencentra in onze gemeente. Ook geven zij voorlichting over verschillende thema’s zoals middelengebruik, groepsdruk en sociale media.

57

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we hier op? Jongeren met een startkwalificatie hebben meer kans op een baan. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of tenminste mbo-2. Een leerling die het onderwijs zonder startkwalificatie verlaat wordt een voortijdig schoolverlater genoemd. In het schooljaar 2020-2021 zien we dat 1,8% van de scholieren het onderwijs zonder startkwalificatie heeft verlaten. Dat percentage ligt iets hoger dan het Friese gemiddelde van 1,7%. Landelijk gezien zijn er in het schooljaar 2021-2022 ruim 30.000 jongeren met hun MBO opleiding gestopt zonder een startkwalificatie te behalen. Een reden die hiervoor wordt gegeven is dat zij door de coronapandemie gedemotiveerd zijn geraakt en door de krapte op de arbeidsmarkt zijn verleid om te stoppen met hun opleiding en aan het werk te gaan. Volgens de uitkomsten van de GGD monitor is het percentage jonge kinderen dat kampt met fysieke of mentale problemen volgens de ouders sinds 2018 gedaald (zie pag. 43). Aan de andere kant zien we als aandachtspunt dat de jeugdzorgkosten in de afgelopen jaren zijn gestegen en er meer kinderen en jongeren zijn ingestroomd. De keuze om in te zetten op preventie vanaf jonge leeftijd draagt bij aan de ontwikkeling van gezondsheidsvaardigheden, taalvaardigheden en uitdrukkingsvaardigheden van kinderen en de weerbaarheid in de toekomst.

Met de start van het project OKO (Opgroeien in een kansrijke omgeving) kunnen we door middel van goede monitoring beter zicht krijgen op wat werkt. De domeinen ouders, peergroup, school en vrije tijd zullen daarin centraal staan. Aan de hand van de monitoringsuitkomsten zullen keuzes gemaakt worden over waar de focus qua uitvoering op komt te liggen.

58

5.3 Maatschappelijk effect M - Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders: cijfers Indicator M1 Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid en Doel M3 Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie • Totaal aantal jeugdbeschermingsmaatregelen (Onder toezichtstelling OTS, voogdij) die zijn gestart; ➢ 2022: 28 2023 1e helft: 15 • In de eerste helft van 2022 zijn er 35 jeugdigen met volledige pleegzorg die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Ooststellingwerf vallen. Op peildatum 31 december 2022: 34 jeugdigen Op peildatum 30 juni 2023: 34 jeugdigen •

In vergelijking met de andere OWO-gemeenten zijn deze cijfers relatief laag.

Aantal meldingen Veilig Thuis in Ooststellingwerf 150

145

2021

2022*

127 98

2019

2020

Bron: CBS Statline

* dit zijn voorlopige cijfers over 2022. Voor 2023 zijn er nog geen cijfers bekend.

Meldingen worden gedaan door professionals (bv politie) en door inwoners. De meeste meldingen gaan over kindermishandeling, maar er zijn ook meldingen over (ex)partnergeweld en ander huiselijk geweld. In 2022 zijn er in geheel Friesland 4505 meldingen gedaan. Voor 2023 zijn er nog geen cijfers bekend. 59

Indicator M2 Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders en zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s Zie figuur 26 (% kinderen dat consultatiebureau bezoekt en bereik voor- en vroegschoolse educatie). Indicator M4 Jeugdigen en ouders weten de weg en voelen zich ondersteund

Stelling: Ik weet waar ik terecht kan met vragen over opvoeding en hulp voor mijn kind 3%

10%

17% 22%

48%

Weet niet/geen mening

Helemaal eens

Eens

Neutraal

Oneens

Bron: Burgerpeiling 2022

Indicator M5 Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen 30 Percentage ouders met kind 4 – 12 jaar dat familie/vrienden heeft gevraagd om hulp of advies bij de opvoeding: ➢ 2018: Ooststellingwerf 76% (Friesland 74%) ➢ 2022: Ooststellingwerf 63% (Friesland 71%) Percentage ouders met kind 4-12 jaar dat een professional gevraagd heeft om hulp of advies bij opvoeding: ➢ 2018: Ooststellingwerf 52% (Friesland 50%) ➢ 2022: Ooststellingwerf 42% (Friesland 45%) 30 Voor 2023 zijn er geen nieuwe cijfers bekend

60

In geval van vragen/advies zou een groter percentage van de ouders eerder hulp vragen bij familie dan bij een professional; 75% van de ondervraagden zou in geval van hulp of advies bij familie aankloppen en 51% zou dat bij de huisarts doen. Bron: GGD kindmonitor 2022

Waar zou u aankloppen indien u vragen of hulp nodig heeft bij de opvoeding van uw kinderen? 75%

Familie 58%

Vrienden of andere ouders 51%

Huisarts Online zoeken

22%

Leerkracht op school

22% 17%

Jeugdverpleegkundige 11%

Gebiedsteam 6%

Scala(bijv. jongerenwerker) 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Bron: Burgerpeiling 2022

➢ Uit de burgerpeiling komt naar voren dat gezinnen met lagere inkomens een grotere behoefte hebben aan ondersteuning bij de opvoeding en dan vooral ouders van jongeren in de middelbare school leeftijd.

61

5.4 Maatschappelijk effect M - Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders: analyse

Wat gaat goed? We bereiken met de VVE programma’s bijna alle kinderen die hier voor in aanmerking komen. Het grootste deel van de ouders weet waar zij terecht kunnen bij vragen over opvoeding en hulp van hun kind. Een meerderheid van de ouders met thuiswonende kinderen geeft aan dat zij de opvoeding goed zonder hulp aankunnen en dat zij genoeg mensen om zich heen hebben wanneer er wel hulp nodig is. Naast familie en vrienden staat het inschakelen van hulp via de huisarts op de 3e plek. Om ouders te ondersteunen in de opvoeding (en zo problemen en een beroep op jeugdhulp te voorkomen) zetten we veel in op preventie van opvoedingsproblemen en dit blijven we doen. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we hier op? Het aantal ouders van kind(eren) tussen 4 en 12 jaar oud dat hulp en/of advies zou vragen bij vrienden, familie of een professional is in de afgelopen jaren gedaald. Dit kan een gevolg zijn van de coronaperiode maar het kan er ook op duiden dat ouders anderen niet tot last willen zijn of denken dat ze het allemaal alleen moeten kunnen. Uit de burgerpeiling maken we op dat ouders van kinderen in de middelbare school leeftijd juist een grotere behoefte hebben aan ondersteuning. Ouders kunnen bij het consultatiebureau, hulplijnen van de GGD, VVE aanbieders (peutergroepen, kinderopvang) en het gebiedsteam terecht voor opvoed- en opgroeivragen.

Voorbeelden van ondersteuningsmogelijkheden voor ouders31 zijn verder pedagogische thuisbegeleiding (25 trajecten), prenatale voorlichting (2 voorlichtingen), preventieve pedagogische opvoedondersteuning (23 trajecten), stevig ouderschap (4 trajecten), zorgpad kwetsbare zwangeren, jongerenwerk, Home Start en het gebiedsteam (op school).

31 De hierna genoemde aantallen gaan over de eerste helft van 2022.

62

5.5 Maatschappelijk effect N – Jeugdigen zijn weerbaar: cijfers Indicator N1 jeugdigen ontwikkelen sociale vaardigheden en Doel N2 jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen Zie ook hoofdstuk Gezondheid. Indicator N3 Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld.

Heeft afgelopen 12 maanden moeite gehad met rondkomen

6%

10% 60% 62%

Ouder heeft met kind gesproken over alcoholgebruik 40% 44%

Ouder voert gesprekken met kind over sociale media

Ouder vindt het (erg) moeilijk om over seksualiteit te praten

6% 7% 97% 97%

Ouder heeft 1 onderwerp m.b.t. seksualiteit met kind besproken

Friesland

Ooststellingwerf

Bron: GGD kindmonitor 2022

➢ 44% van de ouders uit de gemeente Ooststellingwerf geeft aan gesprekken met hun kind te voeren over social media (48% in 2018). Dat percentage ligt iets hoger dan het Friese gemiddelde van 40%. Bron: GGD kindmonitor 2022 ➢ 7% van de ouders uit de gemeente Ooststellingwerf vindt het (erg) moeilijk om over seksualiteit te praten met hun kind. Bron: GGD kindmonitor 2022

63

5.6 Maatschappelijk effect N – Jeugdigen zijn weerbaar: analyse

Wat gaat goed? Aan alle scholen binnen het primair onderwijs worden preventielessen aangeboden. Op het voorgezet onderwijs zijn Happylessen aangeboden aan de tweede klassen van het Stellingwerf college. Happylessen zijn gericht op de bevordering van welbevinden en geluk en ter preventie van depressieklachten bij jongeren. De lessen zijn ontwikkeld door het Trimbosinstituut. Andere voorbeelden van preventielessen zijn Young Leaders en MDT divers (Maatschappelijke DienstTijd). Deze hebben als uitgangspunt talentontwikkeling, nieuwe ontmoetingen en keuzes maken voor de toekomst. Uit de cijfers die we in het hoofdstuk Gezondheid zien, blijkt dat het iets beter gaat met de mentale weerbaarheid van kinderen tussen de 4 en 12 jaar en we zien ook dat psychosociale problemen in die leeftijdsgroep iets zijn verminderd ten opzichte van 2018. We zitten nu op het Fries gemiddelde terwijl we daar in 2018 nog boven zaten. Jongerenwerk is actief op vele plekken door zichtbaarheid op scholen, jeugdaccomodaties, op straat, activiteitengericht en voor bijzondere doelgroepen (zoals LHBTIQ+). We zien uit de resultaten van de GGD kindmonitor dat de meeste respondenten het niet (erg) moeilijk vinden om onderwerpen rondom seksualiteit te bespreken met hun kind. Het percentage ouders dat gesprekken over social media voert ligt in Ooststellingwerf hoger dan het Fries gemiddelde.

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we hier op? Daar waar de risico’s rond bijvoorbeeld sexting toenemen is het belangrijk om de mentale weerbaarheid van kinderen/jongeren te (blijven) vergroten. Preventielessen worden hierop ingericht, zodat zij meegaan in de actualiteit van problematiek die speelt. In overleg met de school wordt bepaald waar de focus ligt in deze lessen (weerbaarheid alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld). Wat opvallend is uit de gegevens van de kindmonitor is dat 10% van de respondenten uit Ooststellingwerf in de afgelopen 12 maanden moeite heeft gehad met rondkomen. Dat is het hoogste percentage in Friesland. In hoofdstuk Meedoen; maatschappelijk effect C beschrijven we hoe we onze inwoners nog beter willen bereiken en informeren over bestaande regelingen zodat de inwoners die daar voor in aanmerking komen er ook daadwerkelijk gebruik van kunnen maken.

64

5.7 Maatschappelijk effect O – Kwetsbare jeugdigen/ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien: cijfers Doel O1: Professionals signaleren (dreigende) problemen preventief en we zijn zichtbaar aanwezig op plaatsen waar ouders en jonge inwoners zijn en Doel O2: We sluiten aan bij kwetsbare gezinnen en hun omgeving en zijn vindbaar voor hen.

Psychosociale problematiek kinderen 4-12 jaar 8%

Ervaart ernstige psychosociale problematiek

Ervaart matige psychosociale problematiek

8% Friesland

11% 10%

Ooststellingwerf Bron: GGD Kindmonitor 2022

Corona impact ouders/kind(eren) 4-12 jaar 50% 47%

Dagelijks leven ouder op ten minste 1 gebied negatief beïnvloed

73% 73%

Dagelijks leven kind op ten minste 1 gebied negatief beïnvloed

Friesland

Ooststellingwerf Bron: GGD Kindmonitor 2022

65

•

Verwijzingen naar specialistische jeugdhulp die zijn voorkomen, uitgedrukt in € 32 (effect consulent jeugd bij de huisarts). ➢ 2020: € 102.000 ➢ 2021: € 117.711 ➢ 2022: € 103.000 ➢ 2023: nog niet bekend

•

Aantal doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp door huisartsen. Geheel 2021: 294 doorverwijzingen Geheel 2022: 195 doorverwijzingen

1e helft 2023: 109

•

Aantal doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp door specialisten zoals jeugdartsen en medisch specialisten33. Geheel 2021: 55 doorverwijzingen Geheel 2022: 49 doorverwijzingen 1e helft 2023: 25

•

Aantal doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp door gecertificeerde instellingen en rechterlijke uitspraak. Geheel 2021: 103 doorverwijzingen Geheel 2022: 90 doorverwijzingen 1e helft 2023: 50

•

Aantal doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp door Gebiedsteam Geheel 2021: 301 doorverwijzingen Geheel 2022: 294 doorverwijzingen

1e helft 2023: 134

Dat er in 2022 minder doorverwijzingen zijn wil niet zeggen dat dit direct zichtbaar is in de kosten. Zo zijn er jeugdigen die vóór 2022 al in zorg waren en dat blijven en kunnen de doorwijzingen die zijn gedaan zwaardere (en mogelijk duurdere) trajecten betreffen. Vanaf 2022 moeten wij als gemeente ook de jeugdigen die een OTS (onder toezichtstelling) of voogdij ontvangen administratief opnemen in ons systeem. Deze jeugdigen worden daardoor meegeteld als instroom.

32 Dit gaat om de trajecten in het betreffende jaar die zijn voorkomen door de inzet van de consulent jeugd bij de huisarts. Dus door gesprekken met een jeugdige te

houden hebben zij kunnen voorkomen dat de huisarts een doorverwijzing heeft moeten doen naar specialistische jeugdhulp. De kosten die anders gemaakt zouden zijn (inschatting), staan hier vermeld. Dit is op basis van de inschatting van de consulenten; welke inzet van ingekochte zorg is voorkomen door inzet van de gebiedsteammedewerker minus het aantal uren dat de gebiedsteammedewerker hieraan heeft besteed. Overigens zijn er naast kwantificeerbare effecten ook kwalitatieve effecten van de consulent jeugd bij de huisarts bv kortere lijnen en verbeterde samenwerking. 33 Naast huisartsen zijn er ook specialisten zoals jeugdartsen en medisch specialisten die naar specialistische jeugdzorg kunnen doorverwijzen.

66

•

Effect inkoopondersteuner: bedrag dat als gevolg van de inkoopondersteuner minder is uitgegeven of is teruggehaald. ➢ 2020: € 519.000 ➢ 2021: € 583.800 ➢ 2022: € 523.500 ➢ 1e helft 2023: € 190.500

•

Aantal inwoners dat op de gemeentelijke website zoekt naar informatie over opvoeden, opgroeien, kinderen of onderwijs. ➢ 2021: 5868 keer ➢ 2022: 5231 keer

Figuur 22: Aantal unieke jeugdigen in zorg

Het aantal unieke jeugdigen dat in de betreffende maanden zorg ontving - dit betreft alle zorgvormen 700 600 500

2020

400

2021 2022

300

2023

200 100

Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec

NB: Het aantal cliënten staat niet 1 op 1 in relatie tot de kosten. Het aantal zegt bijvoorbeeld niets over de soort jeugdhulp. We zijn januari 2023 gestart met 622 unieke jeugdigen in zorg. Het gaat voornamelijk om trajecten uit 2022 die doorlopen in 2023. 67

Aan het einde of bij onderbreking van een traject stuurt de zorgaanbieder de gemeente een stop-zorgbericht. Hiermee is het duidelijk dat een jeugdige en/of gezin niet meer in zorg is. De zorgaanbieder geeft hierbij ook de reden op waarom de zorg is gestopt. Als de reden is dat de resultaten zijn behaald is dat natuurlijk gunstig. Figuur 23 is een weergave van het percentage jeugdzorgtrajecten dat volgens plan zijn beëindigd en het percentage dat voortijdig is beëindigd. Figuur 23: Resultaten jeugdzorg34

Resultaten Jeugdzorgtrajecten 86%

83%

17%

2020

86%

14%

2021 % resultaten behaald volgens plan

84%

16%

14%

2022

2023 1e helft

% voortijdige beeindiging

• Reden beëindiging zorg De zorgaanbieder kiest bij de reden van beëindiging zorg uit onderstaande opties (landelijke standaard). In figuur 29 staat welke redenen van beëindiging er in 2022 aan onze gemeente zijn doorgegeven. Wanneer er een consulent van het Gebiedsteam betrokken is bij de casus zal er samen met jeugdige/ouders gekeken worden naar een eventueel vervolg. Bij een beëindiging van zorg middels een directe verwijzing is er geen contact met de jeugdige/ouders.

Voor elke jeugdige die jeugdhulp ontvangt, wordt afgesproken welke resultaten er moeten worden behaald. Na een bepaalde periode kijken we dan of deze resultaten inderdaad bereikt zijn. Verder kijken we naar het percentage jeugdigen waarvoor de zorg vroegtijdig stopt. 34

68

Figuur 24: Redenen van beëindiging jeugdhulp

Redenen van beëindiging jeugdzorgtrajecten 18

10

8

5 2 eenzijdig door cliënt in overeenstemming

wegens externe omstandigheden

in verband met wijzigingsverzoek

overig

• Cliënttevredenheidsonderzoek Jeugd Uitkomsten van ons eigen cliënttevredenheidsonderzoek namens het Gebiedsteam uitgevoerd door MAGIS. In 2022 zijn er 29 respondenten in fase 1. Bij 91% van deze respondenten is de ouder(s) degene die het onderzoek heeft ingevuld. We hebben nog geen nieuwe cijfers voor 2023. (beetje) eens oneens ➢ Ik wist hoelang het zou duren voordat de hulp zou starten 88% 12% ➢ Ik ben tevreden over de snelheid waarmee ik ben geholpen 89% 11% ➢ De medewerker heeft mij duidelijk uitgelegd hoe het nu verder gaat 96% 4%

69

Doel O3 We bieden een integraal en laagdrempelig aanbod van opvoedingsondersteuning en laagdrempelige activiteiten voor kinderen en jongeren in kwetsbare buurten. •

Het bereik en deelname van jonge kwetsbare inwoners aan buitenschoolse activiteiten buurtsport en jongerenwerk (Bron: Jaarverslag Scala 2022). ➢ MDT: 25 jongeren ➢ Jongeren preventief geholpen met hulpvraag; 15 jongeren die vastliepen kregen een individueel coaching traject aangeboden ➢ Deelname Happylessen: 64 leerlingen ➢ Jongerenwerk heeft preventielessen gegeven aan de kinderen van groep 8 op 14 basisscholen ➢ Deelname buitenschoolse activiteiten De Samensprong Haulerwijk: 90 kinderen ➢ Deelname buitenschoolse activiteiten MFS Zuid Oosterwolde: 53 kinderen ➢ Er is voor het tweede jaar op rij een spokentocht georganiseerd waarbij er 100 deelnemers waren. ➢ Online jongerenwerk: activiteiten worden online onder de aandacht gebracht, er kan op een laagdrempelige manier contact worden gezocht

Doel O5: Iedereen hoort erbij en mag zichzelf zijn Geen cijfers, zie analyse.

70

5.7 Maatschappelijk effect O – Kwetsbare jeugdigen/ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien: Analyse

Wat gaat goed? We zien dat het aantal doorverwijzingen door huisartsen en medisch specialisten naar specialistische jeugdhulp vanaf 2021 flink is afgenomen. Onze aanwezigheid bij de huisartsen levert op dat we meer zicht hebben op de verwijzingen bij de huisarts en op de problematiek die hier speelt. Doordoor kunnen we makkelijker inspelen op trends die zich daar voordoen. Bijna alle respondenten van het cliënttevredenheidsonderzoek zijn tevreden over het contact dat zij met het gebiedsteam hebben gehad. Er is een werkgroep LHBTIQ+ die door een jongerenwerker van Stichting Scala wordt begeleid. De jongeren hebben via WhatsApp contact met elkaar en komen regelmatig samen om met elkaar in gesprek te gaan wat hen bezighoudt, waar zij tegenaan lopen en bedenken ideeën op welke manier inclusie vergroot kan worden. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we hier op? De landelijke trend dat het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdzorg stijgt zien wij ook terug in onze gemeente. Het leven van kinderen, jongeren en opvoeders wordt beïnvloed door veranderingen in de samenleving, zoals de gegroeide prestatiedruk, individualisering en uitdagingen op het gebied van klimaat, wonen en levenskosten maar mogelijk ook door de impact die corona heeft gehad op het mentaal welbevinden van jongeren. We zetten in 2023 naast preventief jeugdbeleid meer in op normaliseren.

Dit zal bijvoorbeeld gedaan worden door effectiever te beoordelen of er sprake is van opvoedproblematiek of niet. Het is nog onduidelijk wat hiervan de effecten zijn op de inzet van specialistische jeugdhulp. We proberen beter in beeld te krijgen welke jongeren precies worden bereikt en wat het effect is voor hen. We zien dat het aantal inwoners dat onze website bezoekt om informatie te vinden over onderwijs en opvoeden iets daalt ten opzichte van vorig jaar. Door de nieuwe communicatiestrategie van het gebiedsteam proberen we de bekendheid van de mogelijkheden voor hulp bij het algemene publiek te vergroten. Ook de opzet van de sociale kaart draagt eraan bij dat inwoners makkelijk en gericht hulp kunnen zoeken. We verwachten in de volgende monitor een overzicht van de (zoek)resultaten weer te kunnen geven. In 2023 zal het huidige aanbod van opvoedingsondersteuning en activiteiten voor jeugdigen en jongeren bekeken worden.

71

Hoe gaat het in het Gebiedsteam? Het gebiedsteam is er voor inwoners die een ondersteuningsvraag hebben op het gebied van financiën, wonen, zorg en/of gezin. We hebben een belangrijke taak als het gaat om ondersteuning van inwoners en toegang tot voorzieningen. Daarom informeren we u in deze monitor ook standaard over de meest in het oog springende actualiteiten in het Gebiedsteam zelf. De eerste helft van 2023 stond in het teken van de samenvoeging van de gebiedsteams. De Jeugd- en Wmo collega’s, die eerder hun standplaats op de Brink hadden, zijn afgelopen februari verhuisd naar het gemeentehuis. In het gemeentehuis werken zij nu op 1 verdieping samen de collega’s van Werk, Inkomen en Budgetadvies. Dit heeft de onderlinge samenwerking verder bevorderd en de ‘lijntjes’ zichtbaar korter gemaakt. De locatie op de Brink heeft een andere bestemming, gericht op overleggen in groter gezelschap. De verhuizing van de Brink naar het gemeentehuis is zo voorbereid en gepland, dat de dienstverlening geen moment stil heeft gelegen tijdens de verhuizing. Mede om die reden is afgelopen januari de toegang van het Gebiedsteam al naar het gemeentehuis verhuisd. Ontvangst en vrije inloop vindt nu plaats in de publiekshal. Er is veel aandacht besteed aan de communicatie aan inwoners over deze wijziging. Ook de mogelijke dienstverlening van het gebiedsteam is hierin benadrukt.

Mede door de gerichte communicatie richting onze inwoners, wordt er in toenemende mate gebruik gemaakt van de vrije inloop, dagelijks van 9:00 uur tot 13:00 uur. Inwoners weten het Gebiedsteam goed te vinden en stellen hun hulpvragen op allerlei gebied. Het lukt de frontofficemedewerkers steeds beter om waar mogelijk de vragen diezelfde dag te beantwoorden.

72

Financiële stand van zaken werkdeel Jeugdwet Jeugdhulp uitgaven 1e half jaar: € 4.099.000

De Jeugdwet bepaalt dat de gemeente een jeugdhulpplicht heeft en daarmee verantwoordelijk is voor de levering van jeugdhulp. De stijging van het aantal jeugden in zorg die in 2022 al zichtbaar was zet zich door in 2023. Deze stijging zit met name in de duur als de complexiteit van de percelen specialistische jeugdhulp en dyslexie. Daardoor nemen de kosten fors toe en is bij de voorjaarsrapportage 2023 het budget met € 550.000 bijgesteld. In de categorieën LTA (Landelijk transitie arrangement) zien we hogere uitgaven dan vorig jaar. LTA omvat landelijk gecontracteerde zorg. Om een betrouwbaardere inschatting van de zorgkosten te kunnen maken zijn wij bezig met het herzien van onze prognoseberekeningen. We voeren veranderingen door in de manier waarop de doorberekening wordt gemaakt en scherpen we daarbij de uitgangspunten aan. We kijken hierbij opnieuw naar de gemiddelde looptijd van hersteltrajecten, de te verwachten kosten voor duurzame trajecten op basis van de indicatie, declaratiegedrag van de zorgaanbieders en maandelijkse monitoring van nieuwe instroom. Daarnaast is er om een inhoudelijke analyse en een werkbare financiële prognose van de uitgaven in de jeugdhulpkosten te laten zien vanuit de organisatie een groepje gevormd. Zij gaan de komende maanden aan de slag met een aantal onderzoeksvragen die moeten bijdragen aan het duiden van de uitgaven.

Voor het analyseren van de data is onderzoeksbureau Kwiz ingeschakeld. Voor de duiding van de data wordt intern beschikbare beleidsmatige en uitvoerende expertise ingezet. De verwachting is dat dit onderzoek eind april 2024 zal worden afgerond. Verdeling van de uitgaven 1e helft 2023 over de verschillende zorgcategorieën: • • • • • • • • • •

Herstel Duurzaam Maatwerk Pleegzorg Verblijf laag Verblijf middel Verblijf hoog Dyslexie Crisis LTA

€ 1.516.000 € 1.000.000 € 335.000 € 298.000 € 235.000 € 228.000 € 176.000 € 94.000 € 28.000 € 189.000

73

*Maatwerktrajecten In 2022 hebben we meer (dure) maatwerkovereenkomsten af moeten geven. Verwijzingen van gecertificeerde instellingen, een rechterlijke uitspraak of simpelweg geen beschikbare plek in de buurt kunnen er voor zorgen dat een jeugdige bij een instelling of zorgaanbieder wordt geplaatst die niet binnen de regio Fryslân is gecontracteerd. In sommige gevallen blijkt de zorgvraag van de jeugdige zo intensief dat de kosten voor het behandeltraject niet vanuit de reguliere inkoopsystematiek kan worden geïndiceerd.

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=e8052ccf-acaa-4744-be6d-c0f0e16d9f4b