CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Sociaal Domein eerste helft 2023 definitief

Raadscommissie Samenleving 7 december 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Monitor Sociaal Domein 1e helft 202317.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Leeswijzer Monitor Sociaal Domein 1e helft 2023 Hoofdstuk 1: De inleiding waarin kort het doel en de inhoud van deze monitor wordt beschreven.

Pag. 2

Hoofdstuk 2: Onderdeel Meedoen In hoofdstuk 2 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid en de financiële stand van zaken op het gebied van de Wmo, de Participatiewet en het armoedebeleid.

Pag. 3

Hoofdstuk 3: Onderdeel Samenleven In hoofdstuk 3 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid en de financiële stand van zaken op het gebied van Samenleven waaronder het opbouwwerk, vrijwilligerswerk en kunst & cultuur.

Pag. 29

Hoofdstuk 4: Onderdeel Gezondheid In hoofdstuk 4 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid en de financiële stand van zaken op het gebied van positieve gezondheid, ouder worden en mantelzorg. Hoofdstuk 5: Onderdeel Goed Opgroeien In hoofdstuk 5 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid en de financiële stand van zaken op het gebied van opgroeien, opvoeden, de Jeugdwet en de voortgang binnen het gebiedsteam.

Pag. 34 Pag. 54

1

Monitor Sociaal Domein 1e helft 2023 Hoofdstuk 1 - Doel en inhoud van deze monitor Doel van deze monitor is: a) Inzicht geven in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven (komen onze doelen dichterbij) door betrouwbare en actuele gegevens. Zowel kwantitatief als kwalitatief. b) Inzichtelijk maken van de financiële stand van zaken (komen we uit met onze budgetten)? c) Mogelijkheden geven om op tijd bij te sturen en keuzes te maken over hóe we bijsturen (‘aan welke knoppen kunnen we draaien’): a. als we zien dat we onvoldoende voortgang boeken en/of b. zich trends of ontwikkelingen voordoen waar we op in moeten springen en/of c. als we zien dat we met het budget niet uit komen. d) Alle betrokkenen motiveren door te laten zien hoe de voortgang is. Deze monitor gaat over het 1e half jaar van 2023 en is ingedeeld naar de vier opgaven uit de Visie op Samenleven (oktober 2019) namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. In de monitor komen de onderwerpen uit onderstaande driehoek aan bod.

Cliënttevredenheid Hoofdstuk 8

Kwaliteit: preventie en resultaten van beleid en zorg Hoofdstuk 2, 3, 4, 5 en 7

Kosten Hoofdstuk 6

Leeswijzer: de monitor is zeer uitgebreid. Destijds koos de (toenmalige) raad voor deze opzet en inhoud. Om de lezer met weinig tijd tegemoet te komen is de analyse steeds in een ander lettertype en is de tekst zwart omkaderd, waardoor het makkelijker is de hoofdzaken door te nemen. 2

Hoofdstuk 2 - Meedoen 2.1 Maatschappelijk effect A – Mensen kunnen levensloopbestendig wonen: cijfers Doel A1 Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren Doel A2 Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen Doel A3 Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen Tabel 1 Levensloopbestendig wonen Aantal woningaanpassingen1 (indicator 1, 2, 3) Uitgaven voor woningaanpassingen (indicator 1, 2, 3)

2020 49 € 218.000

2021 462 € 141.000

2022 37 € 46.000

2023 1e helft 21 € 99.000

Aantal toegekende verhuiskostenvergoedingen (i.p.v. traplift of verbouwing) (indicator 1, 2, 3) Aantal toekenningen uit Langer Zelfstandig Thuis pakket Actium4 (indicator 1, 2, 3)

102

63

8

4

N.v.t.

N.v.t.

100

Gegevens 1x per jaar

1 Het gaat om aanpassingen om langer in de woning te blijven wonen, bijvoorbeeld trapliften, aangepaste keukens of badkamers, een aanbouw om beneden te

kunnen slapen etc. 2 Bron: Rapportage Taskforce Grip op sociaal domein (Wmo). Maar ook kleine aanpassingen zoals een drempelhulp of douche- en toilethulpmiddelen. 2 In 2020 is 10 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 4 keer uitbetaald omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn en 6 keer niet omdat de inwoners nog niet zijn

verhuisd, maar andere oplossingen hebben gevonden. Bij 9 van deze 10 gevallen ging het om een huurwoning. 3 In 2021 is 6 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 1 vergoeding uitgekeerd omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn. De overige 5 kunnen alsnog in 2022 worden uitgekeerd als de aanvrager in 2022 alsnog verhuist en een kopie van het ondertekende huur- of koopcontract inlevert bij de gemeente. De beschikking blijft max. 1 jaar geldig. In 2022 zijn er 2 uitgekeerd. 4 Zij biedt haar huurders het Langer Zelfstandig Thuis-pakket. Oudere huurders (70+) met een fysieke beperking kunnen kosteloos kleine woningaanpassingen aanvragen uit dit pakket. In 2022

zijn de meeste aanpassingen beugels voor het toilet en verhoogde toiletten geweest.

3

2.2 Maatschappelijk effect A – Mensen kunnen levensloopbestendig wonen: analyse

Wat gaat goed? Zoals in 2022 aangekondigd zijn in 2023 een aantal grotere woningaanpassingen in gang gezet. Dat leidt tot hogere uitgaven. We hebben de systematiek van de Blijvers- en Verzilverlening waar mogelijk vereenvoudigd. De raad heeft in de vergadering van 20 juni 2023 het budget met € 1.440.000 verhoogd zodat er in totaal € 3.000.000 beschikbaar is. Er staat een vacature open voor de uitvoering van deze regelingen, waarvan communicatie over de regelingen onderdeel van de opdracht is. We slaan met de gemeenten in Zuidoost Fryslân (OWO, Heerenveen en Smallingerland) de handen ineen om te komen tot een regionale woonzorgvisie met aandacht voor de bijzondere doelgroepen en met behoud van eigen identiteit. Op basis daarvan is het voornemen om in de toekomst regionale prestatie afspraken te maken niet alleen met corporaties en huurdersorganisaties maar ook met zorgpartijen. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Via de hierboven genoemde regionale samenwerking proberen we in te spelen op de overkoepelende opgaven: langer thuis wonen voor alle doelgroepen, tekort aan (zorg)personeel, minder intramurale capaciteit etc. Dichterbij en op kleinere schaal werken we samen in het project Domein Overstijgende Samenwerking om langer thuis wonen mogelijk te maken. We starten hiermee in Oosterwolde Noord en doen dit met o.a.

bewoners, zorgpartijen, corporaties, zorgkantoor, zorgverzekeraar en huisarts. Verder is met de corporaties afgesproken dat zij de komende jaren nieuw gaan bouwen én dat er bij nieuwbouw levensloopbestendig wordt gebouwd (wat ook het uitgangspunt in onze Woon(zorg)visie is). Bij de planontwikkeling van Rikkingahof zetten we in op een toename van levensloopbestendige en 24uurszorg woningen ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast blijven we inspanningen doen om een leeftijds- en dementievriendelijke lokale samenleving te creëren (doe-agenda Ouder Worden, maart 2021).

4

2.3 Maatschappelijk effect B – Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt: cijfers Doel B1: We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie. Figuur 1: Aantal uitkeringsgerechtigden in de participatiewet (peildatum 30-06-2023) Pwet: Participatiewet IOAZ: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IOAW: Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers BBZ: Bijstand voor zelfstandigen

Actueel aantal uitkeringsgerechtigden 512

486 476 501

2020 2021 2022 2023

7 Pwet

5

4

IOAZ

5

35 37 34 33 IOAW

69 1

2

2

BBZ

5

Doel B2: In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand. Figuur 2: Aantal inwoners dat instroomt in de participatiewet (peildatum 30-06-2023)

Instroom aantal uitkeringsgerechtigden 452

2020 2021 133

2022 116 112

2023

108 50 3

2

Pwet

0

1

2

IOAZ

7

5

10

1

IOAW

3

BBZ

Tabel 2: Redenen nieuwe instroom (aantallen)

2020

2021

2022

2023 1e helft

Ander inkomen WW gestopt Bijstand vorige gemeente Beëindiging relatie Overig5

17 45 19 16 36

14 21 16 11 54

9 19 20 12 64

8 8 15 2 22

5 Overig heeft betrekking op het aantal instromers met andere redenen van instroom zoals; beëindiging studie, inkomensvoorziening asielzoekers en arbeid in

dienstbetrekking/ziekte

6

•

Aantal mensen dat een aanvraag indient, maar uiteindelijk geen uitkering krijgt (Poortwachtersfunctie): Geheel 2022: 31 (2021: 31 personen, 2020: 50 personen).

Figuur 3: Aantal inwoners dat uitstroomt uit de participatiewet (peildatum 30-06-2023)

Uitstroom aantal uitkeringsgerechtigden 386

2020 2021 177 122

136

2022 2023

121

28 Pwet

1

4

1

IOAZ

0

6

5

7

10

2

IOAW

3

BBZ

Tabel 3: Redenen uitstroom (aantallen)

2020

2021

2022

2023 1e helft

Arbeid in dienstbetrekking Verhuizing naar andere gemeente

44 30

46 24

35 30

23 8

Bereiken AOW-gerechtigde leeftijd

17

14

16

2

Oorzaak bij partner

7

14

9

1

Overig6

425

38

47

20

6 Overig heeft betrekking op het aantal uitstromers met andere redenen van uitstroom zoals; aanvang studie, zelfstandig beroep of bedrijf en overlijden

7

Doel B3: Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand. Tabel 4: Poortwachtersfunctie en minimaal half jaar uit bijstand

2020

2021

2022

2023

Het percentage uitstromers naar werk dat minimaal een half jaar uit de bijstand blijft (voorkomen draaideurcliënten).78

92,1%

96%

100%

Nog niet bekend

Doel B4: Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden. De acties om dit doel te bereiken zijn afgerond, werkgevers kunnen de regelingen met één druk op de knop vinden. Naar aanleiding van het onderzoek van de rekenkamercommissie zijn ruim 80 werkgevers gevraagd naar de ervaringen met onze dienstverlening vanuit de P-wet. Doel B5: Alle klanten zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder. Tabel 5

2020

20219

2022

2023 1e helft

Samenstelling van het totale bestand (P-wet) aantal kansrijken, doorstromers en aandachtsgroep ten opzichte van gehele groep mensen in de bijstand.

Kansrijk: trede 5&6 - 6% Doorstromer: trede 3&4 25% Aandachtsgroep: trede 1&2 - 69%

Kansrijk: trede 5&6 - 28% (136) Doorstromer: trede 3&4 34% (165) Aandachtsgroep: trede 1&2 38% (185)

Kansrijk: trede 5&6 - 31% (162) Doorstromer: trede 3&4 - 29% (152) Aandachtsgroep: trede 1&2 40% (210)

Kansrijk: trede 5&6 - 34% (182) Doorstromer: trede 3&4 - 30% (161) Aandachtsgroep: trede 1&2 36 % (192)

7 Het betreft het percentage inwoners dat uitstroomt naar werk en minimaal een half jaar uit de bijstand blijft. Mensen kunnen ook om heel andere redenen uitstromen (bv relatie krijgen,

verhuizing naar een andere gemeente, studie beginnen et cetera), maar is dus niet meegenomen in deze cijfers. 8 Het percentage is gebaseerd op een looptijd van anderhalf jaar (bv. iemand die in het laatste half jaar van 2019 uitstroomde, en begin 2021 weer instroomt, telt niet meer mee). 9 We kunnen helaas nog geen cijfers genereren waarbij alleen de uitkeringsgerechtigden in beeld zijn. De cijfers over 2021 omvatten ook alle mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering en waren in de cijfers over 2018 niet meegerekend. Omdat de gemeente verantwoordelijk is en blijft voor deze mensen én omdat we loonkostensubsidie verstrekken, staan ze in ons bestand. Dit worden steeds meer mensen en zij zitten allemaal aan de bovenkant van de participatieladder. Vandaar het grote verschil tussen 2021 en 2018.

8

Doel B6: Alle klanten hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk. De kwantitatieve cijfers om dit doel te duiden ontbreken op dit moment nog. Dat komt omdat het registratiesysteem niet ingericht is op deze monitoring waardoor er niet met één druk op de knop valt te achterhalen wat de actuele stand van zaken per klant is. Er is i.s.m. de data-analist gestart met een onderzoek wat er wel uit de registratiesystemen te halen valt. Door het vertrek van de data-analist heeft dit niet tot concrete resultaten geleid. Er wordt in de 2e helft van 2023 in samenwerking met beheer opnieuw onderzocht wat er al dan niet mogelijk is om op te leveren. Doel B7: Alle klanten maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder. Zichtbaar uit de cijfers (tabel 5) is dat er meer mensen met een loonkostensubsidie aan het werk zijn gegaan. Deze mensen zijn voornamelijk doorgestroomd uit trede 3 en 4. Dat is een mooie ontwikkeling. De nieuwe instroom in de bijstand is veelal trede 1 en 2. Opvallend is dat de problematiek van mensen die instromen in de bijstand beduidend complexer was dan in 2022. In 2022 hebben zeven medewerkers een werkervaringsplaats gehad en negen medewerkers een werkervaring via de Stichting Werk. Reguliere stageplaatsen (zes plaatsingen) zijn hierin niet meegenomen. Het concreter duiden van doelen B6 en B7 wordt opgenomen als aandachtspunt voor 2023.

Doel B8: Alle inwoners in de leeftijd van 18 - 67 jaar ervaren hun dag invulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen. • • • •

84% van de inwoners is het eens met de stelling: ‘Ik ervaar een zinvolle invulling en structuur in de dag’ (Burgerpeiling, 2022)10. 61% van de inwoners vindt dat er voldoende sportactiviteiten zijn waar zij aan deel kunnen nemen (Burgerpeiling 2022). 57% van de inwoners vindt dat er voldoende mogelijkheden zijn om mensen te ontmoeten (Burgerpeiling 2022). 37% van de inwoners zou graag iets nieuws willen leren (Burgerpeiling 2022).

De monitoring van dit doel is nog niet bevredigend. Hier hopen wel via een andere vraagstelling in de Burgerpeiling meer informatie over te krijgen. Doel B9: Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner. Bij Wmo-aanbieders vragen we dit niet op deze manier uit. Wel voert het gebiedsteam op cliënt niveau gesprekken met aanbieders hierover. Als er signalen zijn dat doelen opvallend vaak niet worden behaald wordt de reden hiervan achterhaald en worden afspraken gemaakt om verbetering te realiseren. 10 Dit is in de Burgerpeiling uitgevraagd onder inwoners met een leeftijd vanaf 18 jaar

9

Wanneer er signalen zijn dat doelen opvallend vaak niet worden behaald kan dit signaal met de contractmanager worden gedeeld. De gebiedsteammedewerker en contractmanager gaan dan met de aanbieder in gesprek om de reden hiervan te achterhalen en om afspraken te maken om verbetering te realiseren. Doel B10: We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling. Op steeds meer plekken kunnen mensen terecht voor vrijwilligerswerk en/of indicatievrije dagbesteding. In 2021 namen de uitgaven voor indicatievrije dagbesteding toe doordat er een extra locatie bij kwam in Haulerwijk, in 2022 zijn de uitgaven hiervoor niet gewijzigd. De uitgaven voor geïndiceerde dagbesteding namen de afgelopen jaren af. Per saldo kostte dagbesteding daardoor in 2022 minder dan in 2021. Over geheel 2022 waren de kosten voor dagbesteding € 530.000. In de eerste helft van 2023 zien we weer minder inwoners met een indicatie voor dagbesteding ten opzichte van 2022 waardoor de kosten verder lijken af te nemen. Zie de financiële stand van zaken werkdeel Wmo vanaf pag. 23 voor verdiepende informatie. We krijgen steeds meer mensen in beeld die we hierdoor kunnen helpen en we verwachten de komende jaren een preventief effect.

Niet alleen wat betreft het voorkomen of uitstellen van een beroep op geïndiceerde zorg, maar ook vermindering van eenzaamheid onder thuiswonende ouderen. Zie ook figuur 10 en maatschappelijk effect D.

10

2.4 Maatschappelijk effect B – Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt: analyse

Wat gaat goed? • • •

•

De instroom over de eerste helft van 2023 is lager dan over de halfjaarlijkse instroom in 2022. Ondanks de complexiteit van de vraagstukken waarmee de huidige klantgroep die een Participatiewet uitkering heeft en de afstand die zij hebben tot de arbeidsmarkt blijven we uitstroom realiseren. We zien binnen de groep uitkeringsgerechtigden de gewenste verschuiving op de participatieladder. De aandachtsgroep, trede 1 en 2, daalt gestaag en zit medio 2023 op 36% (eind 2021 nog 38%). Zij hebben de grootste afstand tot sociale contacten en de arbeidsmarkt en kunnen mogelijk (blijven) participeren door bijvoorbeeld dagbesteding te volgen. De groep die naar vermogen participeert groeit; 30% van de bijstandsgerechtigden neemt deel aan maatschappelijke activiteiten of doet vrijwilligerswerk (doorstromers) en 34% heeft betaald werk met of zonder begeleiding (kansrijken). In deze laatste groep zitten ook de mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering meer maar wel een loonkostensubsidie. Deze verschuiving vertaalt zich in de positieve trend van uitstroom uit de bijstand vanwege aanvaarden werk. In 2021 waren dit 46 en in 2022 35 inwoners en in de 1e helft van 2023 al 23 inwoners. Ook zien we de duurzame uitstroom gestaag doorgroeien (langer dan een half jaar uit de bijstand als ze eenmaal zijn uitgestroomd).

Samengevat staat het behalen van de doelen onder druk. De focus verschuift van toeleiding naar participatie in plaats van re-integratie (uitstroom). Er worden dus wel resultaten geboekt, maar dit resulteert niet in een lagere populatie bijstandsgerechtigden Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? •

•

We zien dat inwoners die nu in de bijstand zitten en ook die instromen een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben en dus meer investering in mensen en middelen vragen om stappen te zetten richting het (naar vermogen) meedoen in onze samenleving. Het doel blijft waar dit haalbaar is uitstroom te realiseren, maar voor deze groep komt de focus steeds meer te liggen op het mee laten doen (dagbesteding, vrijwilligerswerk). We leggen steeds de verbinding tussen de capaciteiten van de bijstandsgerechtigde en de kansen die er liggen om mee te doen. Dit bij voorkeur via betaald werk in kansrijke sectoren, maar waar dit niet haalbaar is door de match te maken met de organisaties/bedrijven die aansluiten bij de capaciteiten van de bijstandsgerechtigde. Verder investeren we in het uitbreiden van het netwerk van ondernemers. Waar het niet lukt of mogelijk is om de dienstverlening zelf te bieden kopen we op maat scholing en ondersteuning in. Waar plaatsing wel lukt is dit steeds vaker met een vorm van subsidie. Dit vraagt nazorg aan de werknemer en werkgever. De nazorg gedurende het 1e jaar na plaatsing is belangrijk in het kader van realiseren van duurzame uitstroom en is dan ook vast onderdeel van de dienstverlening. Plaatsing met subsidie vraagt echter ook na dit jaar inzet van de uitvoering. Hierdoor groeit de druk op de uitvoering. 11

•

•

De taakstelling huisvesting statushouders loopt jaarlijks op. Dit vraagt enerzijds een extra inzet op het vinden van passende woonruimte en anderzijds brengt dit ook een verhoogde instroom in de bijstand met zich mee. Dit van een doelgroep die veelal een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, waardoor het moeilijk is om deze groep te laten participeren. Over de huisvesting zijn met de woningbouwcorporaties afspraken gemaakt en aanvullend hierop wordt intern hard gewerkt om oplossingen buiten de reguliere huisvesting te zoeken en realiseren. Daarnaast wordt er in oktober tijdens een bijeenkomst voor ondernemers in Ooststellingwerf aandacht gevraagd voor de doelgroep statushouders en de kansen die deze bieden in de huidige krappe arbeidsmarkt. Afsluitend blijven de pijlers onder onze dienstverlening het werken met een vaste contactpersoon, dienstverlening bieden vanuit de maatwerkgedachte, het toepassen van de omgekeerde toets en het ontschot (tussen P-wet, Wmo en Jeugd) werken.

Om bijstandsgerechtigde inwoners maximaal en naar vermogen mee te kunnen laten doen is extra inzet van professionals (casemanagers) en middelen nodig. Hiervoor wordt een voorstel gedaan in de werkvergadering van oktober 2023 met de raad met betrekking tot de tussenbalans Visie op Samenleving. Financiële stand van zaken werkdeel Participatiewet Uitgaven sociale werkvoorziening 2023 1e helft: € 1.500.000 Er zijn hogere lasten voor Caparis door de indexatie dan waar wij rekening mee hadden gehouden. De uitkeringsgerechtigden die het verst van de arbeidsmarkt afstaan vragen de meeste tijd door langere trajecten, energie en daarmee ook kosten om hen in daar waar mogelijk in beweging te krijgen. Er blijft ingezet worden op het leveren van ondersteuning om bijstandsgerechtigden stappen te laten zetten op de participatieladder.

12

2.5 Maatschappelijk effect C – Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven: cijfers Doel C1: We zetten onze minimaregelingen maatwerkgericht in voor kinderen en volwassenen. We monitoren de huidige vormen van ondersteuning aan minima zoals de kleding- en schoenenbonnen, Kindpakket, collectieve zorgverzekering en SUN Friesland op effectiviteit en aansluiting bij de vraag die er ligt en passen deze desgewenst aan. Het maatwerkbudget is een vrij te besteden budget waarin het gebiedsteam de ruimte krijgt om te doen wat nodig is in een bepaalde situatie. Vanuit de bijzondere bijstand zijn er voldoende mogelijkheden om kinderen en volwassenen maatwerkgericht te ondersteunen. Daarnaast gaan we onderzoeken of een ‘meedoen-pas’ een instrument is dat we kunnen gaan inzetten om te komen tot een meer vraaggerichte aanpak. Met een ‘Meedoen-pas’ ontvangen inwoners met een laag inkomen een (digitaal) tegoed op de pas waarmee ze bijvoorbeeld musea kunnen bezoeken, lid worden van een vereniging of bijv. de ouderbijdrage kunnen betalen. Inwoners kunnen zelf kiezen waar ze gebruik van willen maken. Hiervoor worden in 2023 verschillende scenario’s onderzocht. Doel C2: We blijven inwoners diverse vormen van ondersteuning bieden op financieel gebied. Zie doel C7 en C8. Doel C3: We stemmen met elkaar af wie wat doet als het gaat om het ondersteunen van minima in onze gemeente.

In juni 2022 zijn we als gemeente aangesloten bij Geldfit. Daarmee is de route voor inwoners helderder geworden en werken de partijen achter de schermen samen om de ondersteuning op elkaar af te stemmen. De budgetadviseurs voeren casusregie en hebben zicht op de trajecten die uitgevoerd worden, zowel bij de vrijwilligersorganisaties (Humanitas Thuisadministratie, Budgetmaatjes Scala) als partijen zoals de Kredietbank en bewindvoeringsbureaus. Daarnaast is overleg met zowel lokale als bovenlokale partijen die een aanbod hebben in onze gemeente zodat we een goed overzicht hebben op het ondersteuningsaanbod. Doel C4: We investeren nog meer in overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden. • 18% van de ondervraagden geeft aan het niet te weten dat de gemeente regelingen heeft voor mensen die rond moeten komen van een laag inkomen (bron: Burgerpeiling 2022). Er liggen duidelijk nog kansen om de bekendheid met minimaregelingen onder inwoners te vergroten, ook onder inwoners met een laag inkomen. • Onze regelingenwijzer met alle minimaregelingen is weer geactualiseerd en verspreid. Mensen met een bijstandsuitkering of die kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen hebben gekregen, hebben de regelingenwijzer thuisgestuurd gekregen.

De regelingenwijzer wordt verspreid via diverse 13

kanalen zoals Scala, de huisartsenpraktijken, plaatselijk belangen en verschillende bedrijven. Zij kunnen inwoners wijzen op de mogelijkheden en daarbij ondersteuning bieden. Ook het GBT gebruikt de Regelingenwijzer actief in de contactmomenten met inwoners. • In de eerste helft van 2023 zijn de voorbereidingen getroffen voor het implementeren van De Voorzieningenwijzer. De VoorzieningenWijzer is een praktisch instrument dat past binnen het armoedebeleid. Op basis van een persoonlijk adviesgesprek en met de hulp van een applicatie op maat, weten mensen hoe ze optimaal gebruik kunnen maken van de bestaande regelingen, fondsen en vergoedingen voor minima. De aanvragen worden direct in gang gezet of er wordt gezorgd voor een warme overdracht binnen het lokale netwerk. Dit voorkomt onnodige armoede en schulden en zorgt voor meer rust en ruimte. De VoorzieningenWijzer levert analyse, advies en actie op vijf thema's: regelingen en fondsen van onze gemeente, toeslagen Rijksoverheid, aangifte inkomstenbelasting, energieleverancier en zorgverzekering. Doel C5: We zorgen dat werken loont en ontzorgen de mensen die een stap zetten van bijstand naar werk. De cijfers over het aantal mensen dat de stap zet van bijstand naar werk (zie onderdeel Maatschappelijk effect B) laten zien dat dit lukt.

Doel C6: Inwoners en professionals ervaren het aanvraagproces voor gemeentelijke financiële regelingen als snel, eenvoudig en toegankelijk. Het klanttevredenheidsonderzoek van het gebiedsteam wordt op dit moment uitgevoerd onder inwoners die aanklopten voor Wmo en Jeugd. Voor alles rondom werk, inkomen en budgetadvies is er nog geen klanttevredenheidsonderzoek. Er is continu aandacht voor goede dienstverlening. De gemeentelijke organisatie wordt getraind in heldere, inclusieve en bruikbare overheidscommunicatie en dienstverlening. In de communicatie rondom armoede en schulden aan de doelgroep worden teksten afgestemd met leden / ervaringsdeskundigen van de werkgroep ‘Arm in Arm’. In september 2023 gaan we starten met de inzet van ervaringsdeskundigen binnen de gemeentelijke organisatie, waar bereikbaarheid, toegankelijkheid en duidelijke communicatie belangrijke aandachtspunten zijn.

14

Doel C7: Bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is.

Tabel 6

2020

2021

2022

2023 1e helft

Totaalbedrag dat we aan bewindvoering uitgeven.

€ 367.449

€ 338.051

€ 384.166

€ 143.152

Aantal unieke cliënten dat van bewindvoering gebruik maakt.

258

228

240

198

Aantal inwoners dat een positieve beschikking kreeg voor hulp van de Kredietbank Nederland (KBNL), cijfers KBNL11.

31

35

36

Aantal niet bekend

De kosten voor bewindvoering bestaan sinds 2022 uit de volgende onderdelen*

Bewindvoering Curatele/Mentorschap Schuldenbewind

€ 205.364 € 58.737 € 120.065

€ 70.591 € 27.537 € 45.024

We zien dat door de gestegen (energie- en inflatie)kosten er meer mensen in financiële problemen zijn gekomen (zie aantallen in tabel 6). *Vanaf 2022 zijn de kosten voor bewindvoering onderverdeeld in bewindvoering, curatele/mentorschap en schuldenbewind. Dit onderscheid werd eerder niet gemaakt.

Het verschil tussen bewindvoering en schuldenbewind is de grondslag waarop het bewind wordt uitgesproken. Bij schuldenbewind is het hebben van een problematische schuldsituatie de grondslag terwijl bij bewindvoering een medische indicatie de grondslag is.

Dienstverlening door KBNL zien we als ‘zware’ hulpverlening. Het cijfer betreft de inwoners die een positieve beschikking hebben gehad en hulp (gaan) ontvangen van de KBNL. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanvraag schuldregeling, budgetbeheer en bewindvoering. 11

15

Doel C8: We ontdekken financiële problemen op tijd. Figuur 4 Overzicht van het aantal meldingen bij de budgetadviseurs en de uitkomsten 241

218

180

225

39

30 2020

67

26

2021

2022

Aantal meldingen

2023

waarvan eenmalig advies

Uitkomst meldingen budgetadviseurs 2023 1e helft 85 67

28 3

rg ie

nt

nd fo od No

al ia oc Ve

rw ijz

in

gS

se

st eu n

ne

pu

ca gS in rw ijz Ve

in rw ijz Ve

1

la

L gK BN

ita um

Ve

rw ijz

in

gH

in rw ijz Ve

ac t/ nt co Ge en

an

ew gb

lo s op

&a fo In

s

in d

g sin

dv ie s

ct je tra ge n Ei

20

10

6

5

16

Herkomst meldingen 2023 1e helft

Onder ‘meldingen’ wordt verstaan: ➢ Inwoners die zichzelf melden voor hulp bij hun financiën. ➢ Derden (bijv. bewindvoerder) die melding maken over een inwoner. ➢ Inwoners die al hulp krijgen vanuit het Gebiedsteam op een ander vlak en door een gebiedsteammedewerker worden aangemeld. ➢ Signalen van bedrijven in het kader van vroegsignalering (achterstanden nutsvoorzieningen) die niet via BKR VPS worden gemeld. ➢ Bedrijven maken melding in het kader van ontruiming huurwoning of afsluiting water.

9%

11% 7%

Inwoner Gebiedsteam Vroegsignalering Derden

73%

Figuur 5: Aantal aangeleverde signalen vroegsignalering

Aangeleverde signalen per maand 120 65

62

61

81 57

50

januarifebruari maart april 2022

mei

juni

80

86

101

78

94

93

80

87

110

juli augustus september oktober november decemberjanuarifebruari maart april 2023

81

mei

69

juni

17

Op alle signalen wordt actie ondernomen. Afhankelijk van de status (enkelvoudig, opeenvolgend en meervoudig) wordt bekeken op welke manier dit opgepakt wordt. Dat kan via een brief, app, telefoontje of huisbezoek. Eind 2022 is de formatie budgetadvies uitgebreid met specifieke aandacht voor de vroegsignalering.

Doel C9: De gemeente en samenwerkingspartners zijn medio 2021 klaar voor de nieuwe Wet op de Inburgering, waar onder andere het ontzorgen van statushouders op financieel gebied een item is. De nieuwe wet is per 1 januari 2022 ingegaan. Op dit moment zijn er nog weinig statushouders die onder dit nieuwe regime vallen. In een volgende monitor zullen we monitoren aan de hand van bijvoorbeeld het aantal inburgeraars dat gebruik maakt van financiële ontzorging en het aantal dat dit na een half jaar niet meer nodig heeft.

18

2.6 Maatschappelijk effect C – Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven: analyse

Wat gaat goed? In 2022 is er geïnvesteerd in vroegsignalering. Zo zijn we als gemeente aangesloten bij Geldfit en steeds meer partijen sluiten zich aan bij het VPS portaal voor vroegsignalering. Om hier beter op te kunnen anticiperen is er eind 2022 meer capaciteit budgetadvies gerealiseerd. krijgen steeds meer inwoners ‘in beeld’ als het gaat om financiële vragen en kunnen daarop anticiperen. Zo zien we dat er in de 1e helft van 2023 meer meldingen zijn ontvangen en worden opgepakt. Vanuit budgetadvies wordt samengewerkt met diverse professionele- en vrijwilligersorganisaties, waarbij de casusregie waar mogelijk bij de budgetadviseurs ligt. Zo houden we beter overzicht over (lopende) trajecten. Voor de verschillende kindregelingen is besloten om de inkomensgrens te verhogen naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Dit betekent dat meer kinderen gebruik kunnen maken van voorzieningen op het gebied van welzijn, sport en cultuur. Er wordt meer ingezet op diverse vormen van communicatie rondom ‘geldzaken’ zodat we meer inwoners kunnen bereiken. Daarbij betrekken we inwoners uit de doelgroep via de werkgroep Arm in Arm. Eind 2022 zijn er diverse besluiten genomen rondom energiearmoede waarbij we de doelgroepen die hiermee te maken hebben tijdelijk ondersteuning kunnen bieden. Met name het bereik van de energietoeslag was erg hoog.

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Uit de burgerpeiling 2022 blijkt dat inwoners nog onvoldoende weet hebben van bestaande gemeentelijke regelingen die er zijn. Dat houdt wellicht ook in dat er minder gebruik van gemaakt wordt (niet-gebruik). Dat is een belangrijk aandachtspunt en een focuspunt voor 2023. Eén van de manieren waarop we hierop willen inzetten is via de inzet van ervaringsdeskundigen en de tool ‘Voorzieningenwijzer’. Daarnaast zorgen voor een goede verspreiding van de regelingen door het gericht op naam sturen, via lokale huis-aan-huis bladen en social media. Er is een divers ‘aanbod’ van regelingen en subsidies voor inwoners die van weinig geld moeten leven en/of schulden hebben. We willen kijken of we ons armoede/minima beleid eenvoudiger en meer vraaggericht (maatwerk) kunnen inrichten, bijvoorbeeld door het introduceren van een Meedoen-pas. De Meedoen-pas is een vervoerspas van Arriva die we vergoeden voor statushouders, zodat zij met het openbaar vervoer kunnen reizen naar bijv. taallessen en participatie activiteiten.

19

2.7 Maatschappelijk effect D – Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet: cijfers Doel D1 Mensen zijn op de hoogte en kennen de wegen. Zie Maatschappelijk effect HK doel 8 voor resultaten uit de Burgerpeiling 2022. Doel D2 Mensen maken er gebruik van. Tabel 7 Aantal inwoners met een Wmo voorziening13 Uitgaven voor huishoudelijke hulp

2020 447 € 2.022.000

202112 453 € 2.343.000

2022 434 € 2.400.000

2023 1e helft 310 € 1.300.000

Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor huishoudelijke hulp

853

91114

77315

794

Uitgaven voor begeleiding (individueel en groep)

€ 3.037.00016

€ 2.485.00017

€ 2.075.000

€ 984.000

335

296

261

€ 281.000 47

€ 339.000 67

€ 316.000 49

€ 154.000 31

€ 903.000

€ 840.000

€ 700.000

€ 428.000

Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor begeleiding Uitgaven voor hulpmiddelen18 Aantal unieke cliënten met een nieuwe indicatie voor hulpmiddel Uitgaven Wmo taxivervoer

12 13

Dit is op basis van het declaratiegedrag van zorgaanbieders. Het gaat om individuele voorzieningen (zorg in natura) op grond van de Wmo. Dit is begeleiding, dagbesteding/groepsbegeleiding, vervoer, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging.

Het gaat hier om het aantal unieke cliënten over het gehele jaar Aantal unieke cliënten op peildatum 31-12-2022 16 Het lagere bedrag in 2020 komt onder meer door voorschot en afrekening MOVO van € 175.000. 17 Er is een positieve afrekening Beschermd Wonen 2021 (€ 301.095), daar was in de begroting geen rekening mee gehouden. Daarnaast nog een positieve afrekening MOVO 2021 (€ 70.000), daar is wel rekening mee gehouden in de begroting. Zie ook hoofdstuk kosten zorg en ondersteuning 18 Dit betreft uitgaven voor uitstaande hulpmiddelen (onderhoudskosten per maand) en uitgaven voor hulpmiddelen buiten de standaard overeenkomst (maatwerk hulpmiddelen). 14 15

20

Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor taxivervoer

976

988

992

We kennen inmiddels 4 locaties waar, met ondersteuning van de gemeente, indicatie vrije dagbesteding wordt georganiseerd. In Oldeberkoop kennen we Welzijn op Dorpse Schaal, hier vangen dorpsbewoners 2 dagen in de week rond de 40-45 inwoners op. In Haulerwijk is De Buurthaven, hier komen rond de 25 bezoekers één ochtend, gesprekken over uitbreiding zijn gaande. In Appelscha is de Dorpskamer, het aantal bezoekers fluctueert. Liante biedt in de locatie Rikkingahof Oosterwolde dagopvang voor bewoners van die locatie en omliggende wijk. Daar gaan rond de 12 inwoners heen. Met de herontwikkeling van de locatie Rikkingahof voeren we ook gesprekken over het opnieuw inrichten van de indicatievrije dagbesteding c.q. wijkcentrum. Hier gaan gemiddeld 14 inwoners met een Wmo achtergrond één of meerdere dagen per week naartoe. In Stellinghaven Oosterwolde gaan inwoners met dementie naar dagbesteding zonder indicatie. 2 dagen in de week worden hier rond de 14 unieke bezoekers vanuit de Wmo opgevangen en 8 vanuit de Wet Langdurige zorg. De kosten voor die 8 inwoners worden vergoed vanuit een WLZ indicatie en schuurt dus niet met de Wmo uitgaven. Vanaf 2023 kunnen inwoners met dementie naar een tweede locatie waarvoor geen beschikking nodig is: zorgboerderij De Fochtel in Fochteloo. Hier gaan gemiddeld 14 inwoners met een Wmo achtergrond één of meerdere dagen per week naartoe.

Figuur 6 Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor informele dagbesteding in de dorpen19 €200.000 €150.000 €100.000 €50.000 €0

2020 (3 locaties)

2021 (4 locaties)

2022 (4 locaties)*

2023 (4 locaties)

Het verschil in uitgaven met voorgaande jaren heeft te maken met de uitgaven aan ZuidOostZorg. ZuidOostZorg heeft voorgesteld het verschil tussen subsidie en de te verwachte kosten van 2021 door te zetten 2022. Dat betekent dat wij in 2022 in plaats van € 87.500 nu € 59.500 uit hebben gegeven.

Het gaat om activiteiten voor oudere mensen die (nog) geen indicatie voor dagbesteding hebben/kunnen krijgen, maar die ter voorkoming van eenzaamheid en/of overbelasting van mantelzorgers wel baat hebben bij een of meer dagdelen ontmoeting en begeleide activiteiten. Het bedrag voor geheel 2023 is € 147.197, waarvan € 31.881 voor Welzijn op Dorpse Schaal (Oldeberkoop), € 35.316 voor Liante (Oosterwolde), € 80.000 voor ZuidOostZorg en € 10.000 voor de Buurthaven (Haulerwijk). Haulerwijk is in 2021 gestart. De Buurtkamer Appelscha heeft in 2022 geen subsidie ontvangen maar is dat voor 2023 wel van plan. De aanvraag voor 2023 is nog niet ontvangen. 19

21

Doel D3 Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen.

Welke cijfer geeft u het gesprek dat u met de gebiedsteammedewerker heeft gehad?

Zie doel C8. Doel D4 Mensen zijn tevreden over de ondersteuning.

8

Figuur 7 Cliënttevredenheidsonderzoek gebiedsteam

Aantal respondenten 2022: 48

Er zijn nog geen nieuwe representatieve cijfers voor 2023

Cliënttevredenheidsonderzoek 100% 80% 60% 40% 20% 0%

In het gesprek is Na het gesprek met Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag duidelijk geworden waar gebiedsteam heb ik hulp ik gebruik van kan gekregen maken 2020

2021

Kwaliteit van de ontvangen ondersteuning vind ik goed

Ik krijg de hulp zoals afgesproken

Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden

2022

22

2.8 Maatschappelijk effect D – Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet: analyse

Wat gaat goed? Ondanks (landelijke) personeelstekorten in de zorg kunnen inwoners toch zonder (wezenlijke) wachtlijsten een beroep blijven doen op Wmo voorzieningen zoals dagbesteding, begeleiding, vervoer en hulp bij het huishouden. Met name bij hulp bij het huishouden vraagt het wel de nodige inspanning van inwoners en netwerk (waaronder mantelzorgers) aan aanbieders om alle draaiende te houden. Dat was eerst alleen in de vakantieperiodes maar lijkt nu meer structureel van aard te worden. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? De beweging om langer thuis te blijven wonen, het beperken van de intramurale capaciteit (in combinatie met een tekort aan zorgpersoneel en geschikte woningen) zijn overkoepelende vraagstukken voor nu en in de toekomst. Dit kan niet door één partij alleen worden opgelost. Door domein overstijgende samenwerking en door samenwerking in de regio Zuidoost Fryslan proberen we deze vraagstukken gezamenlijk aan te pakken.

23

Financiële stand van zaken werkdeel Wmo Voor 2022 was de verwachting dat we een toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo zouden gaan zien. We geven hier een inkijkje in het verloop van het aantal unieke cliënten per Wmo product voor begeleiding, groepsbegeleiding en dagbesteding tot en met juni 2023.

Individuele begeleiding: aantal unieke cliënten per maand 300 250 200 150 100 50

unieke aantal cliënten ind. begeleiding

ni Ju

ei M

ril Ap

Ju li Au gu st us Se pt em be r Ok to be r No ve m be r De ce m be Ja r n 20 uar 23 i Fe br ua ri M aa rt

ni Ju

ei M

ril Ap

Ja n 20 uar 22 i Fe br ua ri M aa rt

0

unieke aantal cliënten ind. begeleiding plus

We hebben al geconcludeerd dat sinds de invoering van de individuele begeleiding en de (duurdere) individuele begeleiding plus20 we een verschuiving van het aantal unieke cliënten tussen de 2 producten zien. Als we het 1e half jaar van 2023 gaan vergelijken met het 2e half jaar 2022 zien we dat de gemiddelde maandelijkse kosten van de individuele begeleiding nu iets hoger ligt dan in 2022. Dit heeft te maken met de tariefswijziging. Het aantal unieke cliënten voor beide producten blijft nog steeds op hetzelfde niveau waardoor er geen excessen zijn in de uitgaven. 1e helft 2023 uitgaven individuele begeleiding: 1e helft 2023 uitgaven individuele begeleiding plus:

€ 530.000 € 70.000

20 Dit uurtarief ligt hoger t.o.v. individuele begeleiding vanwege de cliëntkenmerken (zwaar probleemgedrag en/of ernstige problemen met denken en waarnemen).

24

Groepsbegeleiding: aantal unieke cliënten per maand 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

JanuariFebruari Maart April 2022

Mei

Juni

Juli Augustus September Oktober November DecemberJanuariFebruari Maart April 2023

unieke cliënten activerende groepsbegeleiding

Mei

Juni

unieke cliënten arbeidsmatige groepsbegeleiding

Voor de activerende groepsbegeleiding21 zien we in 2023 een stijging in het aantal unieke cliënten terwijl aantallen bij de arbeidsmatige groepsbegeleiding22 juist iets afneemt. De afname zou als positief gezien kunnen worden en kan er op duiden dat er cliënten zijn uitgestroomd naar een opleiding of beschut werk. 1e helft 2023 uitgaven activerende groepsbegeleiding: 1e helft 2023 uitgaven arbeidsmatige groepsbegeleiding:

€ 33.000 € 39.000

21 Arbeidsmatige groepsbegeleiding: is bedoeld voor die doelgroep die beperkt in staat is om zelfstandig een besteding van de dag in te vullen. Deze doelgroep kan met aansturing nuttige

werkzaamheden voor de maatschappij verrichten in een veilige omgeving 22 Activerende groepsbegeleiding: richt zich op het overdragen of aanleren van kennis en/of vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt

25

Dagbesteding: aantal unieke cliënten per maand 100 80 60 40 20 0

JanuariFebruariMaart April 2022

Mei

Juni

Juli Augustus September Oktober November December JanuariFebruariMaart April 2023

Aantal unieke cliënten dagbesteding

Mei

Juni

Aantal unieke cliënten dagbesteding plus

Het aantal unieke cliënten met dagbesteding is sinds de start van de meting (januari 2020) stabiel gebleven en schommelt vanaf dat moment tussen de 65 en 80 unieke cliënten met een indicatie. Bij beide zorgproducten zien we in 2023 een lichte daling in het aantal unieke cliënten per maand ten opzicht van 2022, hierdoor zijn ook de gemiddelde kosten per maand licht gedaald. 1e helft 2023 uitgaven dagbesteding: 1e helft 2023 uitgaven dagbesteding plus:

€ 196.000 € 42.000

26

Hulp bij Huishouden: aantal unieke cliënten per maand

ni Ju

ei M

ril Ap

st us Se pt em be r Ok to be r No ve m be r De ce m be Ja r nu 20 ar 23 i Fe br ua ri M aa rt

li

gu

Ju

Au

ni Ju

ei M

ril Ap

Ja n 20 uar 22 i Fe br ua ri M aa rt

805 800 795 790 785 780 775 770 765 760

Zoals eerder aangekondigd houden we de kosten voor hulp bij het huishouden nauwlettend in de gaten. We zien in 2023 een duidelijke stijging in de maandelijkse uitgaven. In 2023 zijn de gemiddelde kosten € 217.000 per maand terwijl dat in 2022 nog € 194.000 per maand was. In de begroting 2023 hebben we rekening gehouden met deze stijging. Als we de gemiddelde maandelijkse kosten in combinatie met nieuwe instroom van cliënten doorrekenen voor geheel 2023 is de verwachting dat we binnen het gestelde budget blijven. 1e helft 2023 uitgaven hulp bij het huishouden:

€ 1.300.000

Hulpmiddelen: Uitgaven 1e helft 2023: € 154.000 Het aantal hulpmiddelen dat wordt toegewezen is bijna gelijk aan 2022 maar de indexatie van de tarieven voor aanschaf evenals de maandelijkse onderhoudskosten van hulpmiddelen is voor 2023 hoger uitgevallen dan verwacht. Dit betekent structureel hogere kosten.

27

Woonvoorzieningen 1e helft 2023 uitgaven woonvoorzieningen: € 99.000 De uitgaven voor woonvoorzieningen is gestegen ten opzichte van de voorgaande jaren. Dit komt doordat de uitvoering van een aantal dure woningaanpassingen zijn gestart. Deze toewijzingen zijn in 2022 gedaan maar de uitvoering is wegens externe factoren zoals langere levertijden en personeelstekorten uitgesteld. De daadwerkelijke uitvoering is in 2023 op gang gekomen en de eerste facturen zijn ontvangen en voldaan. De verwachting is dat deze kosten snel oplopen wanneer de overige werkzaamheden zijn uitgevoerd en de totale kosten zijn voldaan. Op dit moment zijn er geen nieuwe aanvragen voor dure woningaanpassingen bekend. Vervoersvoorziening: taxi 1e helft 2023 uitgaven taxikosten: € 428.000 De indexering van de taxivervoerskosten is hoger uitgevallen dan verwacht en meer mensen maar weer (vaker) gebruik van het taxivervoer. Dit betekent structureel hogere kosten. In de voorjaarsrapportage houden we rekening met deze hogere kosten voor 2023 en hebben we een begrotingswijziging doorgevoerd.

28

Hoofdstuk 3 - Samenleven In 2020 en 2022 is onder de inwoners een Burgerpeiling gehouden, waarin veel vragen werden gesteld die informatie geven over de stand van zaken bij de Opgave Samenleven. Omdat de Burgerpeiling 1 keer per 2 jaar wordt gehouden zijn er geen nieuwe cijfers beschikbaar over 2023 Hieronder geven we een samenvatting van de conclusies voor de opgave Samenleven uit de Monitor Sociaal Domein 2022 en stippen we de laatste ontwikkelingen aan. De resultaten van de Burgerpeiling | Gemeente Ooststellingwerf 2022 en andere informatie over maatschappelijke trends vormen, samen met de input van inwoners, ambtenaren, raadsleden en de Adviesraad Sociaal Domein, de basis van de analyse die leidt tot nieuwe keuzes voor beleidsaccenten in het Sociaal Domein. In december 2023 worden deze accenten voorgelegd aan de gemeenteraad.

3.1 Maatschappelijk effect E – Mensen voelen zich verbonden: cijfers Uitslagen Burgerpeiling 2022 Indicator E1: Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen De meeste mensen (83%) voelen zich veilig in hun dorp/wijk Indicator E2: Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap Driekwart van de inwoners heeft contact met anderen in dorp of wijk. Bijna 40 % zou wel wat meer contact willen hebben in hun dorp of wijk. Indicator E3: Mensen voelen zich niet gediscrimineerd of buitengesloten Een groeiend percentage inwoners ervaart discriminatie (7%) of het gevoel er niet bij te horen (16%). Mensen ervaren ook dat de tolerantie wat afneemt. Mensen met een laag inkomen hebben significant vaker het gevoel er niet bij te horen of te worden gediscrimineerd. Indicator E4: Mensen ervaren minder eenzaamheid 3% van de inwoners voelt zich vaak eenzaam, 18% soms. Deze cijfers waren hetzelfde in 2020. Jonge mensen (18-35j) en mensen met een laag inkomen voelen zich vaker eenzaam.

29

3.2 Maatschappelijk effect E – Mensen voelen zich verbonden: analyse Wat gaat goed? De meeste mensen voelen zich veilig in hun dorp en verreweg de meeste mensen hebben contact met anderen in het dorp. Het aantal inwoners dat zich soms of vaak eenzaam voelt is gelijk gebleven. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Eenzaamheid • Verbinding tussen mensen gaat eenzaamheid tegen. We stimuleren dat er in elk dorp mensen zijn die contacten tussen mensen, activiteiten, verenigingen en (waar nodig) hulpverlening leggen. Verschillende dorpen hebben aangegeven te willen werken aan sociale cohesie. Per dorp zal de invulling verschillend zijn. Opbouwwerkers, welzijnscoaches, dorpsondersteuners en/of organisaties als VraagElkaar kunnen een rol spelen. Dit werken we uit in samenspraak met de dorpen. • Jonge mensen (18-35j) voelen zich vaker eenzaam dan andere leeftijdsgroepen. Studenten van de Hanze Hogeschool onderzoeken hoe we deze doelgroep kunnen bereiken en welke interventie helpend kan zijn. Inclusie De beleidsmedewerkster Inclusie voert samen met het Netwerk Inclusie de Lokale Inclusie Agenda uit in de gemeente. Binnen de gemeentelijke organisatie werkt zij aan bewustwording met de campagne ‘Inclusie is ook…’

30

3.3 Maatschappelijk effect F – Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar: cijfers Uitslagen Burgerpeiling 2022: Indicator F1: Mensen helpen elkaar 96% van de inwoners is bereid buren te helpen Indicator F2: Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op Over deze indicator is geen vraag gesteld in de Burgerpeiling. Er zijn echter wel veel initiatieven (zie hieronder bij ‘analyse’) Indicator F3: Mensen ervaren ruimte om ideeën/initiatieven te ontwikkelen 28% van de respondenten is het eens met deze stelling. De verschillen per dorp zijn groot. Vooral in de grotere dorpen Oosterwolde, Haulerwijk en Appelscha is de score laag.

3.4 Maatschappelijk effect F – Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar: analyse Wat gaat goed? • Bijna alle inwoners zijn bereid om hun buren te helpen. Dat is bemoedigend, vooral omdat onderlinge hulp met de toenemende vergrijzing, langer thuis wonen en minder beschikbare professionele hulp, steeds belangrijker wordt. • Het opbouwwerk ondersteund diverse projecten waarmee ideeën van inwoners, om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten, verder worden gebracht. Ook uit de subsidieaanvragen bij Het Fonds blijkt dat inwoners initiatieven nemen die een positieve invloed hebben op de leefbaarheid. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? • Het groeiende belang van ‘omzien naar elkaar’ en informele onderlinge hulp is in de 1e helft van 2023 besproken in gesprekken met de dorpen n.a.v. de burgerpeilingresultaten. In verschillende dorpen worden (met ondersteuning van opbouwwerkers) plannen gemaakt om de sociale cohesie te versterken

31

3.5 Maatschappelijk effect G – Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur: cijfers Uitslagen Burgerpeiling 2022: Indicator G1: Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten De tevredenheid over het aanbod aan activiteiten in de omgeving is gestegen t.o.v. 2020 Indicator G2: Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en sport aanbod De bekendheid met de activiteiten die georganiseerd worden is gestegen naar 64%. Indicator G3: Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur T.o.v. 2020 ervaren meer mensen beperkingen in hun leven door hun financiële situatie of hun fysieke- of geestelijke gezondheid. Dit geldt vooral voor respondenten met een laag inkomen. Indicator G4: Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving De tevredenheid met de mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten is gestegen (2022 = 57%, 2020 = 49%) Indicator G5: Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties 37% van de inwoners doet vrijwilligerswerk

32

3.6 Maatschappelijk effect G – Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur: analyse Wat gaat goed? • De tevredenheid van inwoners over het aanbod van culturele- en sport/beweegactiviteiten is licht gestegen t.o.v. 2020. Vooral het sport- en beweegaanbod wordt als voldoende ervaren. • Inwoners zijn wat meer op de hoogte van wat er te doen is. De, eind september 2022 gestarte, online activiteitenagenda voor Ooststellingwerf www.uutgaon.nl werd in het eerste jaar 4526 keer bezocht. 142 organisaties plaatsten gezamenlijk 532 (al dan niet terugkerende) activiteiten op Uutgaon. • De tevredenheid over mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten is ook toegenomen. Bijvoorbeeld dorpshuizen, dorpskamers en laagdrempelige inloopactiviteiten dragen hier aan bij. • Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet is gestegen van 33% naar 37%. Vrijwilligers dragen belangrijk bij aan bloeiende verenigingen en leefbaarheid in de dorpen. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? • Een groeiende groep mensen geeft aan dat zij weleens belemmeringen ervaren in hun dagelijks leven en dus ook bij deelname aan het maatschappelijk leven. Met name minder financiële middelen en slechtere gezondheid beperken mensen. Dit zijn aandachtspunten in de DOE-agenda’s ‘Meedoen aan het maatschappelijk leven’; ‘Positieve gezondheid’ en ‘Gezond en gelukkig ouder worden’.

• Vrijwilligerswerk blijft ontzettend belangrijk voor de leefbaarheid in de dorpen, daarom ondersteunen en waarderen we vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Financiële stand van zaken Door het ministerie van VWS is € 20.000 extra toegekend voor de versterking van de ‘sociale basis’. Dit geld wordt ingezet om een proef te doen in één dorp met een ‘dorpsondersteuner’, die mensen verbindt en het sociale netwerk helpt versterken. Uitgaven 1e helft 2023: Samenlevingsopbouw: Brede Impuls: Vrijwilligersbeleid:

€ 154.450 € 219.923 € 55.000

33

Hoofdstuk 4 - Gezondheid 4.1 Maatschappelijk effect HK – Positieve gezondheid en gezonde leefomgeving: cijfers Doel HK1 Inwoners, organisaties en ondernemers voelen zich gesteund om initiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan de positieve gezondheid van inwoners. Het aantal initiatieven van onderop dat bijdraagt aan positieve gezondheid neemt toe. In Haulerwijk en Appelscha wordt bijvoorbeeld gewerkt aan het realiseren van bloeizones. Er zijn vele andere initiatieven zoals bijvoorbeeld ´de kleine boerderij´ in Oosterwolde, ´Welzijn op dorpse schaal´ in Oldeberkoop en het project ´de stelling neemt stelling voor groen´ in Makkinga. We brengen een aantal daarvan in beeld in een magazine Positieve Gezondheid. Daarmee steunen en waarderen we initiatiefnemers en hopen we inspiratie en kennisdeling te stimuleren. Daarnaast werken we aan een online platform om verhalen inzake positieve gezondheid te delen. In de Burgerpeiling van 2022 stond de stelling: “Ik krijg ruimte om ideeën te bedenken en te ontwikkelen in mijn dorp”. 28% van de inwoners is het hier mee eens. 41% reageert neutraal, 21% weet het niet en 10% is het oneens met de stelling. • Het relatief lage percentage van 28% wordt veroorzaakt door negatieve uitschieters in Appelscha (22%) en Oosterwolde (15%). De andere dorpen zitten op (veel) hogere percentages.

Doel HK2 De professionals van de gemeente hebben de informatie en de mogelijkheden om bij te dragen aan een duurzame verbetering van de positieve gezondheid van inwoners. • In de gemeentelijke organisatie trainen we medewerkers in het gedachtengoed positieve gezondheid. Het gebiedsteam werkt volgens het model positieve gezondheid. • We bieden inwoners mogelijkheden om hun positieve gezondheid duurzaam te verbeteren. Denk aan het 6-weken programma van Scala (buurtsport). In 2022 deden hier 31 inwoners aan mee. Een groot percentage hiervan blijft duurzaam bewegen bij reguliere sportaanbieders. • Het jongerenzaalvoetbaltoernooi dat wordt georganiseerd door Scala telde 94 deelnemers. • Er deden 25 ouderen mee met de aftrap van het project ‘Doortrappen’ in Oosterwolde. • De HANNN (Healthy Aging Network Noord Nederland) heeft met de Gezonde Huiskamer, in de vorm van een bus, de afgelopen periode alle dorpen in onze gemeente bezocht. De inwoners konden daar gratis de leefstijlcheck laten doen. 900 inwoners hebben een leefstijl check gedaan. Elke organisatie, stichting, bedrijf, zzp’er, sport- en buurtverenging die iets doet op het gebied van gezondheid kon een aanbod doen. Vouchers voor investeren in een groene leefomgeving, leefstijlprogramma’s worden nog steeds gebruikt door inwoners 34

• • • • • •

Het programma Voel je goed! over leefstijl voor laaggeletterden is gestart met 7 deelnemers in het Haerenkwartier Momenteel zijn er 594 burgerhulpverleners geregistreerd in de database van HartslagNU. Er zijn 100 AED’s geregistreerd in de gemeente Ooststellingwerf Er is fitnessapparatuur beschikbaar om buiten te kunnen sporten Eén van de punten waar in 2023 aan zal worden gewerkt is het ontwikkelen van een leefstijlinterventie voor kinderen met overgewicht GALA middelen worden ingezet om voor zowel kinderen als voor volwassenen programma’s gericht op sporten en gezonder voeding te combineren

• Het percentage kinderen 4-12 jaar dat een goede of zeer goede gezondheid ervaart (Bron: GGD): ➢ 2018: 95% (Friesland 97%) ➢ 2022: 96% (Friesland 95%) Figuur 8: Het percentage inwoners vanaf 12 jaar dat een goede of zeer goede gezondheid ervaart (Bron: cijfers GGD)

Het percentage inwoners (12 t/m 18 jaar) dat een (zeer) goede gezondheid ervaart Appelscha e.o.

84% 90%

Haulerwijk e.o. Oosterwolde Friesland

84% 87%

35

Het percentage inwoners (18 t/m 65 jaar) dat een (zeer) goede gezondheid ervaart 79%

Appelscha e.o.

83%

Haulerwijk e.o. 79%

Oosterwolde

81%

Friesland

Doel HK 3 Meer inwoners hebben een gezonde leefstijl doordat gezonde keuzes vanzelfsprekender zijn en makkelijker om te maken Figuur 9: Het percentage kinderen 4-12 jaar dat dagelijks minimaal 1 uur beweegt ten opzichte van 2018 (Bron: GGD kindmonitor 2022):

Opgedeeld in gebieden Oosterwolde, Haulerwijk e.o. (noord) en Appelscha e.o. (zuid)

Het percentage kinderen (4-12 jaar) dat dagelijks minimaal 1 uur beweegt 39%

Friesland

39%

Appelscha e.o.

45% 47%

40%

Haulerwijk e.o.

51% 46%

Oosterwolde 2018

51%

2022

Figuur 10: Het percentage inwoners vanaf 13 jaar en ouder dat voldoende beweegt (Bron: GGD monitor 2019)

36

Het percentage inwoners vanaf 13 jaar dat voldoende beweegt 43% 43%

65+ 19 t/m 65 jaar

55%

13 t/m 18 jaar

50% Friesland

58%

55%

Ooststellingwerf

Figuur 11: Het percentage kinderen 4-12 jaar dat voldoet aan de voedingsnorm groente (Bron: GGD kind 2022)

Opgedeeld in gebieden Oosterwolde, Haulerwijk e.o. (noord) en Appelscha e.o. (zuid).

Het percentage kinderen (4 t/m 12 jaar) dat elke dag groenten eet 44%

Appelscha e.o.

48% 46%

Haulerwijk e.o.

50%

39%

Oosterwolde

53% 44%

Friesland 2018

48%

2022

Figuur 12: Het percentage inwoners met overgewicht (Bron: GGD 2022):

37

Percentage inwoners met overgewicht (18+) 58%

Ooststellingwerf

51%

50%

Friesland

Nederland

➢ Het percentage inwoners in onze gemeente met ernstig overgewicht is 21%. Landelijk ligt het percentage mensen met ernstig overgewicht op 16%. (Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 van GGD, CBS en RIVM).

38

Figuur 13: Het percentage inwoners dat rookt (Bron: GGD Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2022). Figuur 14: Het percentage kinderen 12-18 dat ooit alcohol heeft gedronken en het percentage overmatige drinkers (Bron: GGD 2019) Figuur 13

Figuur 14

Percentage jongeren dat ooit alcohol heeft gedronken en overmatige drinkers

Percentage inwoners Ooststellingwerf dat rookt (18+) 22%

16% 14%

65+

18% 17%

19-64 jaar 7%

18 - 64 jaar

41% 43%

12-18 jaar

Friesland

65+ jaar

Ooststellingwerf

Waar drinken alcohol drinkende jongeren in Friesland? In de horeca

26%

Vooral thuis

54%

➢ Van het aantal alcohol drinkende jongeren in Friesland zegt; 26% dat zij drinken in de horeca 54% dat zij vooral thuis drinken ➢ Van het aantal jongeren dat alcohol drinkt zegt 47% dat hun ouders dat goed vinden

39

Op dit moment hebben we mede door JOGG (Jongeren op gezond gewicht)23 4 gezonde basisscholen24, 4 gezonde sportkantines, en 3 gezonde kinderopvanglocaties met een coach gezonde kinderopvang in onze gemeente. Een coach is het aanspreekpunt voor een gezonde leefstijl binnen de organisatie en schoolt en coacht de eigen collega’s structureel in de scholing ‘Een Gezonde Start’. Diverse scholen hebben budget aangevraagd voor het project Jong leren eten25 van de GGD. 8 scholen in Ooststellingwerf hebben subsidie aangevraagd om aan de slag te gaan met de Gezonde School op verschillende thema’s zoals natuur, sport en bewegen en welbevinden. Alle aanvragen zijn toegekend. Deze scholen werken hiermee aan het verbeteren van de (mentale) gezondheid van de leerlingen. Doel HK4: Inwoners en verwijzers zijn op de hoogte van de bestaande mogelijkheden om lichamelijke gezondheid te versterken waardoor het bereik onder met name jeugd en mensen met een ongunstige sociaal economische status toeneemt26. In de vorige monitor hebben we een weergave van de uitkomsten van de MQ-scan gegeven (=meting motorische ontwikkeling). Per oktober 2022 wordt deze MQ scan niet meer gebruikt en worden de leerlingen gescreend aan de hand van de 4-Sen test. Hiermee worden 4 vaardigheden van grove motoriek in beeld gebracht; Springen-Kracht, Springen-Coördinatie, Stuiten en Stilstaan.

Deze test wordt alleen bij de kinderen van groep 2 en 3 afgenomen. •

Uitkomst 4-Sen test motorische ontwikkeling van kinderen in de basisscholen, groep 2 en 3: Ooststellingwerf schooljaar 2022-2023

Friesland schooljaar 2022-2023

Ruim onder gemiddeld

3%

10%

Onder gemiddeld

7%

18%

Gemiddeld

47%

52%

Boven gemiddeld

20%

10%

Ruim boven gemiddeld

27%

6%

Uitslag o.b.v. aantal afgenomen testen in Ooststellingwerf: 177

JOGG is een lokale integrale aanpak die in onze gemeente door de GGD wordt uitgevoerd. Doel is de omgeving waarin kinderen en jongeren opgroeien structureel gezonder te maken. OBS De Tjongeling (Themacertificaat bewegen en sport en Themacertificaat voeding), OBS De Riemsloot (Themacertificaat welbevinden), OBS De Toekan (Themacertificaat welbevinden), SBO De Kampingerhof (Themacertificaat welbevinden). 25 Het programma Jong Leren Eten brengt kinderen en jongeren structureel in aanraking met kennis en activiteiten over voeding en duurzaamheid. Het programma is opgezet om preventief op jonge leeftijd kinderen te leren welke voedselkeuzes gezond en duurzaam zijn, zodat zij op latere leeftijd zelf de juiste keuzes maken. Dit schooljaar doen het Stellingwerfcollege en OBS Buttinga mee. Vorig jaar OBS De Tjongeling en CBS De Paadwizer. 23 24

26 Op dit moment hebben we nog geen cijfers waaruit blijkt dat verwijzers op de hoogte zijn. We verwachten wel te kunnen kijken naar het zoekgedrag van inwoners en verwijzers in de sociale kaart.

40

➢

➢ ➢

➢ ➢ ➢ ➢ ➢

64% van de volwassen inwoners is het eens met de stelling ‘Ik weet welke activiteiten er in mijn dorp zijn’ (Burgerpeiling 2022). In 2020 was dit 60%. 61% van de volwassen inwoners vindt dat er voldoende sportmogelijkheden zijn in hun dorp (Burgerpeiling 2022). In 2020 was dit 60%. Zie ook cijfers bij doel HK3 over beweging. 84% van de inwoners vindt dat er voldoende andere beweegmogelijkheden zijn (naast sporten) in hun dorp (Burgerpeiling 2022). In 2020 is dit niet uitgevraagd. 16% van de inwoners doet niet mee aan sport- of beweegactiviteiten omdat deze activiteiten niet aanspreken. In 2020 is dit niet uitgevraagd. 5% doet niet mee omdat ze het niet kunnen betalen. 33% van de inwoners die aangeven dat gebrek aan geld hun leven soms of regelmatig beïnvloedt geven aan dat zij door gebrek aan geld moeite hebben om gezonde keuzes te maken (sporten, voeding etc.). In 2020 was dit 22%. 65% van deze groep is op de hoogte van de regelingen die de gemeente heeft voor mensen die moeten rondkomen van weinig geld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=e8052ccf-acaa-4744-be6d-c0f0e16d9f4b